Het laatste taboe

Date 21 juli 2013

Het leuke van komkommertijd is dat artikelen en programma’s weer ergens over gaan, dat er meer tijd en ruimte is voor diepte. Bij gebrek aan nieuws moeten de media hun content zelf maken en is er meer tijd voor creativiteit en alternatieve ideeën. Zo is nrc.next met een zomerserie ‘Advocaat van de duivel’ begonnen. Waarin taboes worden gekraakt. Floor Rusman bijt de spits af met een beschouwing over wat volgens Freud het grootste taboe is onder de titel Er is niks mis met een hapje mensenvlees.

Verhalen over kannibalisme worden vaak tot in het absurde en lachwekkende overtrokken, zodat ze moeilijk serieus zijn te nemen, maar dat neemt niet weg dat het een gebruik is dat door de hele geschiedenis van de mensheid een merkwaardige rol speelt. Want er zijn best dingen echt gebeurd, zoals stammen in Afrika die elkaar bevochten waarna de verliezers werden opgegeten, in de Nieuwe Wereld waar die zelfs eerst werden vetgemest, in Papoea-Nieuw-Guinea dat ooit een stukje Nederland was, en in Fiji waar ze er zelfs speciaal bestek voor maakten. In het recente verleden hebben in de sneeuw van de Andes gestrande rugbyspelers uit hongersnood van een teamgenoot gegeten, en was er in Duitsland een jongen die zich graag liet opeten door een vriend, wat zelfs de grenzen van ons liberale gedachtengoed te ver ging. En laten we de kerk niet vergeten, waar het heel normaal is om tijdens de mis van het lichaam van Christus te eten, zij het tamelijk onherkenbaar maar toch écht het echte lichaam, zo verzekert Rome ons. ‘Als alle betrokkenen het graag willen en ze er niemand mee schaden, wat is dan het probleem?’ vraagt Rusman zich aan het eind van haar betoog af. Ja, wat eigenlijk?

Het gekke is dat ik me daar best iets bij kan voorstellen. In mijn wilde jaren schreef ik al een humoristisch verhaal met dezelfde strekking, en ook mij lijkt het heerlijk om na mijn sterven opgegeten te worden, en wel zo lekker mogelijk. Dat is eigenlijk de enige gerechtvaardigde manier van vlees eten – daar moet je geen dieren mee lastigvallen. Ik vrees alleen weinig mensen rond de dis te vinden, hoe smakelijk ik ook bereid word. En zelf zou ik ook wel wat huiveren als ik een uitnodiging kreeg voor zo’n culinaire uitvaart van een familielid of vriend. Want het is makkelijk schrijven over dit soort dingen, maar in de praktijk gaan dan allerlei emoties meespelen omdat we toch met een diep ingewortelde culturele erfenis zitten die niet een twee drie is opgeruimd, waardoor alleen al het schrijven erover zelfs wat moeilijk gaat. Maar ik volg mijn ideeën – onzin onzin of niet – want daar begint uiteindelijk alles mee. Het vlees is nog nooit woord geworden, maar het woord wel vlees, dus wie weet kunnen we hier ooit nog wat mee.

Maar wat maakt kannibalisme tot zo’n ultiem taboe? Rusman geeft daar niet echt een antwoord op. Ik denk dat dit komt omdat het een van de meest confronterende manieren is om met de dood om te gaan. We zijn niet gewend om iemands lichaam te zien vergaan, willen ons niet voorstellen wat zich allemaal in die kisten onder de kerkhofgrond afspeelt en kijken meestal niet naar wat er in de oven van het crematorium gebeurt. In oosterse landen gaan ze wat gezonder met de dood om: daar zie je gewoon op straat hoe de gestorvene naar de verbrandingsplaats wordt gereden en kun je rustig gaan zitten kijken naar hoe het lichaam door de vlammen wordt verteerd. In sommige kloosters worden overleden monniken buiten de muren gelegd om door de gieren te worden verorberd. In de oosterse wereld hoort de dood veel meer bij het leven dan bij ons, en daar is niks mis mee, integendeel. Maar zelfs daar is kannibalisme een brug te ver omdat je niet alleen ziet hoe het lichaam wordt verteerd, maar er ook nog met mes en vork actief aan deelneemt. Knauwen aan de handen van je overleden verliefde, dezelfde handen die je zo vaak zo teder hebben gestreeld, lijkt me niet makkelijk, maar aan de andere kant is kannibalisme wel de ultieme vorm van de lichamelijke eenwording die je zo vaak samen hebt gevierd.

Taboes zijn er om doorbroken te worden en eigenlijk niet meer van deze tijd. Vandaar mijn pleit voor dit zogeheten endokannibalisme, uiteraard dan wel op basis van vrijwilligheid. En dan niet de vrijwilligheid waarmee tegenwoordig werklozen geacht worden zwaar onderbetaald aan het werk te gaan, om iets terug te doen voor de samenleving of zo. Nee, het moet echt de wens van beide partijen zijn, anders worden werklozen voor je het weet naar de slager gebracht. Ook moeten alle betrokkenen het eens zijn over de wijze van bereiding en de aankleding van de maaltijd zelf. In dat geval is er helemaal niks mis mee, zoals Rusman concludeert, en wie weet zal menigeen op zijn sterfbed blij zijn nog het laatste te kunnen geven wat ze kunnen schenken aan hun vrienden en geliefden: hun lichaam. En wat mij betreft: het zal in de praktijk wel niet zo ver komen, maar voor het geval dat: eet smakelijk van deze lekkere jongen!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Reageer

XHTML: Je kan deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>