Osho

Date 27 juli 2016

Osho is mijn Meester. Wow, wat klinkt dat onderdanig! Zeker als je dan ook nog een hoofdletter gebruikt. Want een meester is maar al te vaak iemand die de baas over je is. Zoals de strenge schoolmeester of iemand die je in een seksueel spel tot gehoorzaamheid dwingt. Maar het kan ook gewoon iemand zijn die boven je staat, gewoon omdat hij zijn vak goed kent, zoals iemand met de meestertitel in een gilde. En wat te denken van al die afgestudeerden met een mastertitel? Zo ben ik zelf een meester in de wetenschap! Niet alle meesters zijn op macht belust, wat niet wegneemt dat ze in spirituele kringen best verdacht zijn. Er zijn voorbeelden te over die enig wantrouwen rechtvaardigen. Zo waren er in de tijd dat ik belandde bij Osho – die zich toen nog Bhagwan noemde – fanatieke sektenjagers zoals Sipke van der Land die in 1980 een hele televisieserie wijdde aan diverse spirituele stromingen. Soms waren zijn verdachtmakingen terecht, maar van Osho had hij, ondanks het feit dat ik hem zelf zag filmen op de ashram in Pune, niets begrepen. Want ik merkte daar niets van de macht, uitbuiting en indoctrinatie die Osho zo vaak in de schoenen werd geschoven. En tja, ik moest toch op mijn eigen ervaring afgaan, en met deze Meester was helemaal niets mis. Integendeel zelfs – vandaar de hoofdletter.

Maar wat zocht ik dan bij een Meester? Waarom had ik die zo nodig dat ik naar India moest om me tussen het bontgekleurde volkje van sannyasins te begeven? In die malle jurken, met die ruige therapiegroepen, lange ochtendlezingen en radicale meditaties? Wat ik er zocht en vond was herkenning en daarmee erkenning. Herkenning en erkenning van dingen die ik diep van binnen al lang wist, een soort uit de kast komen binnen een eigen vertrouwde groep. Want natuurlijk zoek je soortgenoten op, zoals je dat ook kan doen als je homo of hoogbegaafd bent, of zoals iedereen graag met vakgenoten of lotgenoten omgaat. Wat kerken en sektes betreft was ik inmiddels een ervaringsdeskundige, niet bang om aan de meest enge bewegingen te snuffelen. Maar ‘het’ had ik daar niet gevonden, het ‘het’ dat ik meteen herkende in de eerste woorden die ik las van Osho, en waardoor ik meteen verliefd op hem werd. Want spiritualiteit is niet alleen iets van het hoofd, maar ook van het hart en van de dingen die je doet. Er kwam een innerlijke heelheid in me, die voor mij de jaren tachtig tot een fantastisch mooie tijd maakte, gewoon omdat ik vaak gelukkig was, meer dan ooit mezelf was. Ik was thuisgekomen.

Wat was dan die wijsheid die ik daar India bevestigd zag? Al bij de eerste taxirit in dat land voelde ik hoe daar de millennia oude diepe wijsheid in de bodem zat, in tegenstelling tot dat jonge, oppervlakkige en nog bleke christendom in het Westen. Natuurlijk had ik er al veel over gelezen en gepraat, maar dat is iets anders dan het mee te maken, het aan den lijve te voelen. De wijsheid van de waarheid die diep binnenin jezelf schuilt: dat het leven één groot spel, één hypnotiserende illusie is, gecreëerd door het denken dat – hoewel het niet anders kan – altijd onderscheid maakt tussen ik en de ander, tussen leven en dood, tussen oorzaak en gevolg, en ga zo maar door. Het denken verdeelt wat in feite één is, en schept problemen die er helemaal niet zijn. ‘The problem does not exist,’ zei Osho, en gelijk heeft hij, want probeer maar eens één grassprietje te vinden dat op de verkeerde plaats staat. Alles is er al, en alles is goed, en wie zijn wij om het beter te weten dan het bestaan zelf? Zelfs het woord ‘goed’ is al teveel omdat het een oordeel inhoudt, en wie zijn wij om te oordelen? Alles is zoals het is, en meer is er niet te zeggen.

Veel sannyasins meenden dat je volgens Osho het denken dan maar overboord moest gooien, maar ook dat is een gedachte. Het gaat erom dat je je niet vereenzelvigt met je gedachten, je gevoelens, je lichaam, met wat je doet of wat dan ook. Dat je de stille ‘watcher on the hill’ blijft, leeg bent van binnen en daarom openstaat voor wat je overkomt. Dat je de getuige blijft, net als een spiegel die zich niet druk maakt over wat hij reflecteert, net als de zon die geen onderscheid maakt in het geven van zijn warmte en licht. Het enige dat echt waar is, is wat hier en nu om je heen is, en de rest is allemaal bedacht. Dat kan klinken alsof er helemaal niets te doen is, maar ook dat is weer een gedachte, en die laat geen ruimte over voor spontaniteit, mee te gaan met wat zich aandient: ‘flow with the river’. Eigenlijk kan alleen hij die niet is, hij die leeg is goed doen, ‘Gods werken doen’. Veel zen dus, veel taoïsme en veel non-dualiteit bij Osho, en hij wist het behapbaar te maken voor westerlingen, ook omdat hij ragfijn aantoonde hoe godsdiensten meestal begonnen zijn met verlichte Meesters die allemaal hetzelfde verkondigden – geef je over aan en vertrouw op het goddelijke in jezelf – maar in de loop der eeuwen door de machtswellust van priesters en politici zijn gecorrumpeerd. Tracht het niet te begrijpen allemaal, want dat lukt je nooit. Een beroemde uitspraak van Osho is: ‘Life is not a problem to be solved, but a mystery to be lived’.

Dagelijks stuurt MySamasati mij een kort citaat van Osho. Daar kan ik dan even stil van worden. Zo vertelde hij eens dat verlichting besmettelijk is. Dat is dan ook de enige functie van een Meester: de mysterieuze overdracht van bewustzijn die in zijn nabijheid plaatsvindt. De ware Meester is er alleen maar, doet niets, is als een bloem die geurt voor hen die eraan willen ruiken, een vogel die zingt voor iedereen die het wil horen. Niets bijzonders dus, en juist daarom zo bijzonder.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Reageer

XHTML: Je kan deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>