De kracht van kwetsbaarheid

Date 22 september 2022

‘Je geeft je wel heel erg bloot,’ zei Leon onlangs over mijn blogs. Dat klonk niet als verwijt of kritiek, maar eerder als verwondering. Ik zat achter hem in de auto richting een raadsvergadering die ik na zestien jaar weer eens vanaf de publieke tribune ging meemaken. Te weinig tijd om tussen twee afslagen van de A27 wat dieper op die blootheid in te gaan. Ik kon dat alleen maar bevestigen. Ik had kunnen zeggen dat ik moeilijk anders kon, dat het nu eenmaal in mijn aard ligt om me kwetsbaar op te stellen. Dat was begin jaren zeventig al een geloof van me, want ik herinner me dat de groepsleider van een sensitivitytraining me daar liefdevol sterkte mee wenste terwijl hij mijn voet aaide. Ik wil gewoon laten blijken wie ik ben, wat ik fijn vind maar ook wat me verdriet doet. Of om het simpel te zeggen gewoon open en eerlijk te zijn. Volgens velen is dat niet houdbaar in een wereld waarin je, zeker als man, geacht wordt je niet altijd te laten kennen. Ik wilde mij altijd juist wél laten kennen want zonder dat is er geen communicatie mogelijk en beland je in egotrips zoals hypocrisie en machogedoe, en is er geen ruimte meer voor spontaniteit.

De groepsleider wenste me er indertijd veel sterkte mee, maar het is toch nog goed gekomen met mij. Vind ik. Financieel ben ik nogal gemiddeld arm of rijk, maar dat haalt het niet bij de innerlijke rijkdom waarin ik soms bijna verdrink en die ik eigenlijk veel belangrijker vind. Ik heb me gehandhaafd juist door handhaving niet als hoogste doel van mijn leven te zien. Het valt me op dat mensen vaak meer bezig zijn met óverleven dan léven. En misschien is leven zelfs de beste manier om te overleven, iets wat voor mij het geval lijkt te zijn. Veel dingen zoals werk zijn vanzelf op me afgekomen zonder dat ik er veel moeite voor hoefde te doen. Dat kan je geluk noemen maar is volgens mij moeilijk los te zien van de manier waarop ik in het leven sta. Natuurlijk steek ik tijd en energie in overleven – van bezoekjes aan het toilet tot die aan het ziekenhuis – maar de al dan niet materiële overheadkosten van het leven mogen niet de spuigaten uit lopen. Ik vraag me af wat mijn leven nog waard zou zijn als ik onkwetsbaar en gesloten werd, en daarmee mijn spontaniteit en creativiteit verloor. Weinig.

Buitenveldert begin jaren negentig. Het was een uur of vijf op een zomermorgen toen er opeens aan mijn huisdeur werd gebeld. Hoewel ik alleen maar een slipje aan had, deed ik gewoon open, iets wat de meeste mensen op zo’n raar tijdstip niet zullen doen. Ik wel dus. Twee knapen met een vaag verhaal die wilden weten of ik alleen in huis was. Dat zei natuurlijk genoeg zodat ik loog dat dat niet het geval was. Tegelijk sloop een kat van me langs me heen de galerij op. Dus ik gewoon langs die jongens heen om hem weer op te pakken. Ze hadden me gewoon kunnen vastgrijpen en bedreigen, een mes op mijn keel zetten of noem maar wat. Niets van dit alles. Wellicht was de situatie zo raar voor hen dat ze verbouwereerd tot niets in staat waren. Ik liep met mijn kat weer naar binnen, groette de jongens en sloot de voordeur. Ik denk achteraf dat mijn beste wapen mijn naaktheid was: het is lastiger om een mes in een bloot lichaam te steken dan in een mens met kleren aan. Zelfs zorgeloos alleen zijn kan een goed wapen zijn, want toen ik een jaar eerder op mijn dooie eentje door India reisde waren er zat situaties waarin mensen me hadden kunnen beroven en vermoorden zonder dat er een haan naar zou kraaien.

Ik hou er ook van mijn kwetsbaarheid te voelen, alsof ik dan helemaal mezelf ben. Op het strand wilde ik de zon in mijn lijf voelen steken, omarmd worden door de zilte zeelucht, op mijn rug me in de vloedlijn naar het droge laten spoelen. Terwijl ik op het naaktstrand lag stak het hoofd van een knaap die me bespiedde boven een zandkuil uit en het was duidelijk waarmee hij bezig was. Veel plezier ermee, jongen! Ja toch? Mijn lichaam is toch niet van mij alleen? Hoewel ik mezelf er niet zo bewust van was, was ik er in mijn studententijd ook om beroemd dat ik ’s winters te koud gekleed was. Want diep down ben ik een naaktloper en heb ik een hekel aan kleren. Kleren maken de man, zeggen ze. Maar ik wil niet dat soort man zijn. Nog deeper down is het mijn behoefte om te versmelten met de wereld om me heen. Alsof dat belangrijker is dan wat dan ook. Een soort smachtende behoefte aan overgave die sommigen masochisme noemen. Ik wil mezelf als het even kan bloot geven in welke betekenis dan ook. En tot nog toe heb ik alles redelijk overleefd en heb ik veel van mijn geluk juist aan mijn kwetsbaarheid te danken. Juist die kwetsbaarheid geeft me kracht.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Wij cyborgs

Date 18 september 2022

Sinds dinsdag heb ik een brug in mijn mond. Een kies was reddeloos verloren, dus er moest een nieuwe worden gemaakt, die dan gedragen wordt door de twee buren van hem. Afgelopen week dus die zieke kies eruit en meteen die brug geplaatst. Bij thuiskomst twee paracetamolletjes. Om half negen nog een en om half één twee om pijnloos te slapen. De hele dag en avond proefde ik nog wat bloed. Ik was duf en mijn kaak bleef zich verstijfd voelen. Maar de volgende ochtend was de pijn over. De zoveelste ingreep in mijn lijf want ik begin van al die reparaties een beetje moe te worden. Heeft natuurlijk ook met mijn leeftijd te maken. Hoe lang blijf je ermee doorgaan met je lichaam te repareren?

Tijdens corona heb ik van van alles last gehad, behalve van corona. Eerst gordelroos waarvan ik tot vandaag de dag witte vlekjes heb rond mijn prikkelbare schouder die soms een stuk of zes pijnscheuten mijn lijf in stuurt. Wat is pijn eigenlijk? Wat voel ik eigenlijk? Om je dat af te vragen moet je een Satyamo zijn. Mijn zelftests voor corona waren negatief. Nou, en de maanden erna vond ik mijn hart soms wel héél langzaam gaan kloppen. Op naar de cardioloog, wat resulteerde in het plaatsen van een pacemaker. Mijn hart klopt nu minimaal één keer per seconde. Maar hoe kan ik ooit doodgaan als mijn hart blijft kloppen? Om je dat af te vragen moet je een Satyamo zijn. En mijn zelftests bleken negatief. Volgende. Moeite met staan en lopen. De fysiotherapeut vertrouwde het niet, met als gevolg dat ik voor een nieuwe heup op de operatietafel belandde. Daar móét ik meegemaakt hebben hoe ik onder narcose werd gebracht, maar ik herinner me er niets van. Hersenexperts hebben daar wel een verklaring voor, iets met het korte- en langetermijngeheugen en zo. Maar om daar toch over te blijven puzzelen moet je een Satyamo zijn. En nog steeds bleven mijn zelftests negatief.

Hoe zou mijn leven geweest zijn zonder allemaal medische ingrepen en reparaties? Wat zou er van me zijn overgebleven als ik een jager-verzamelaar van zo’n achtduizend jaar geleden was? Niet veel. Het begon met een gespalkte pols toen ik een jaar of elf was. Ik was alleen thuis en oefende hoe ik een inbreker een klap zou verkopen. Maar die indringer was een deurpost zodat ik een middenhandsbeentje brak. Gips en mitella dus. Rond mijn twaalfde kwamen ze er eindelijk achter dat ik slecht zag – iets wat ik heel goed wist te verbergen – dus kreeg ik een bril. Later kwam mijn gebit aan de beurt, dat door diverse studenten en tandartsen in de loop der jaren met amalgaam, goud en composiet is gevuld en afgelopen week dus met een brug. Ergens in de jaren negentig had ook een blaasontsteking, bloed plassen dus. Aan de antibiotica. En rond de eeuwwisseling kreeg ik gehoorapparaatjes, want ik ben slecht in hoge tonen. Vriend is slecht in lage tonen, dus we vullen elkaar goed aan. Verder hier en daar wat wratjes laten weghalen met vloeibare stikstof. Recent zelfs nog. ‘Stikstof genoeg,’ grapte ik. Maar dat zijn allemaal heel gewone dingen en toch kunnen we niet zonder.

Probeer eens een volwassene te vinden zonder bril, met een nog gaaf gebit, die nooit medicijnen heeft gehad en in wiens lijf nooit iets is gerepareerd. Daarvoor moet je echt minstens zo’n achtduizend jaar geleden bij de jagers-verzamelaars zijn. Nadeel is wel dat die veel korter leefden. Voordeel is wel dat die veel meer vrije tijd hadden. Ik betwijfel of we nu gelukkiger leven dan deze verre voorouders. Een zeker reactionarisme is me niet vreemd. Je weet wel, dat vroeger alles beter was. Toen kwaliteit van leven nog prevaleerde boven de kwantiteit, de duur ervan. Alle ellende begon met de landbouwrevolutie: het bezit van land ontstond en daarmee hebberigheid en ego’s. Dat had allemaal nooit hoeven gebeuren. Met alle technologie worden we meer en meer omgevormd tot cyborgs. Mijn Second Life-vriendje Robbie zit vol met metaal en kan geen toetsenbord meer bedienen. Bij veel mensen zijn de eerste hersenimplantaten al geplaatst. Op naar de Homo Deus! Hoewel ik me best thuis voel in de medische wereld, word ik heel geleidelijk meer moe van al die reparaties in mijn lijf. Nog niet moe genoeg om er nu al uit te willen stappen, maar waar gaat de grens liggen? En zouden mensen niet nog veel meer het recht moeten hebben om te bepalen wanneer het leven mooi genoeg is geweest? Ja dus.

Als reïncarnatie bestaat – zoals Osho beweert – zou ik graag zo’n achtduizend jaar terug willen gaan. Jagen en verzamelen, leven in en met de natuur, veel vrije tijd, leven in een kleine groep en naar de sterren kijken. Een korter leven, maar wel een gezond leven. Maar om dit soort wensen te hebben moet je een Satyamo zijn.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

The Dark Side of the Moon

Date 8 september 2022

Wie kent niet de zwarte hoes met het prisma van The Dark Side of the Moon van Pink Floyd? Voor mij is dat nog steeds het mooiste album dat mijn lievelingsgroep heeft gemaakt. Was hun muziek tot dan bekend om het psychedelische karakter, nu brak een nieuw thema door: krankzinnigheid, waarvan de apotheose in de laatste twee nummers doorbreekt. Maar ik heb me toch vaak afgevraagd hoe je de donkere kant van de maan kan zien. Bedoelden ze dat deel dat je nooit kan zien omdat de maan altijd met dezelfde kant naar ons is toegekeerd? Bedoelden ze de nieuwe maan die je nooit kan zien omdat ze dan te dicht bij de zon staat? Ik had beter moeten opletten, want het laatste nummer heet Eclipse, verduistering. Want alleen tijdens een zonsverduistering kun je de donkere kant van de maan zien. Vriend en ik hebben dat zomer 1999 in het zuiden van Duitsland in de vrije natuur meegemaakt. De zon gaat een paar minuten uit, de natuur zwijgt angstig en het is net alsof er een dood rotsblok in de lucht zweeft. De sfeer is zonder meer naargeestig te noemen en je voelt dat er iets bijzonders gebeurt. Je moet het meegemaakt hebben om de sfeer te begrijpen.

Pink Floyd heeft het over onze eigen donkere kanten. Over hoe je overspoeld kan worden als je eigen duistere onbewuste krachten plotseling doorbreken. ‘And if the dam breaks over many years too soon, and if there is no room upon the hill, and if your head explodes with dark forebodings too, I’ll see you on the dark side of the moon,’ horen we in het een na laatste nummer Brain Damage. ‘There’s someone in my head, but it’s not me.’ Daar was ik toen in mijn studententijd ook bang voor, met name voor zelfmoord. Dat iets uit mijn onbewuste het wel eens van mij over zou kunnen nemen en vanaf zeven hoog naar beneden zou laten springen. Ik verstopte voor de zekerheid de sleutel van de balkondeur voor het slapen gaan. Het was een van de mooiste periodes van mijn leven, maar tegelijk zat ik met mijn homoseksuele liefdes in mijn maag, had ik bijna continu ruzie met mijn moeder, vlotte de studie niet echt en experimenteerde ik met drugs. LSD heeft me van mijn zelfmoordangst afgeholpen toen ik na een trip bleef slapen bij een vriend die de balkondeur open liet staan, ook op de zevende verdieping. Ik was toen niet gesprongen en ben zelden zo heerlijk, verstild en vredig wakker geworden. Het prachtige lied Love van John Lennon speelde.

Ik had in die tijd best last van ‘dark forebodings’. Eigenlijk mijn hele leven al. Ik ben nu eenmaal opgegroeid met het mensbeeld dat iedereen die heeft, dat in het onderbewustzijn kwade krachten schuilen die je onder de duim moet houden. De psychologische equivalent van de zwaar gereformeerde opvatting dat je van nature eigenlijk heel slecht bent, niet tot enig goeds in staat. Ook vandaag de dag hebben psychiaters vaak de opvatting dat zich in het onbewuste veel slechts schuilhoudt. Onlangs hoorde ik trauma-therapeut Bessel van der Kolk in Zomergasten vertellen over zijn eigen angst om ervan te genieten mensen te vermoorden: ‘Ik wil dat stuk van mij niet leren kennen’ en ‘Mensen hebben er plezier in mensen dood te maken.’ Ik wil dat stuk in mij juist wél leren kennen, gewoon omdat het er is, en omdat niets méér helend is dan zelfkennis. Het niet willen kennen van je duistere kant vreet energie van het blijven onderdrukken, en staat door zijn voortdurende waakzaamheid en angst spontaniteit en creativiteit in de weg. Sterker nog: het is niet het duistere verlangen zélf dat pervers is, maar het onderdrukken ervan. De dood en alles daar omheen hoort bij het leven zoals de nacht bij de dag.

Dat wist ik in de jaren zestig natuurlijk ook al allemaal. En dat maakte me ambivalent over psychedelica, want ‘if the dam breaks open, many years too soon’ zou ik er ook door overweldigd kunnen worden. Ik proefde iets van een psychose, van de angst om door de duivel en zwarte krachten bezeten te worden. Liever even niet. Ik durfde er niet of nauwelijks over mijn duistere verlangens te praten, om niet te spreken over het praktiseren ervan. Ik had daar een haat-liefdeverhouding mee, het was angst en verlangen tegelijk, en zelfs in de jaren zestig een brug te ver. Het kostte me zelfs moeite om mijn allereerste vriendje te bekennen dat ik verliefd was op de dikke touwen die ergens op zijn zolderkamer rondslingerden. Pas in de laatste afgelopen decennia ben ik er wat luchtiger over gaan doen, ook omdat sadomasochisme wat uit de taboesfeer raakte. Ik begon en plein public grapjes te maken over mijn eigen masochisme, hoewel dat in mijn fantasieën meer was dan alleen maar wat gedoe met touwen en zweepjes. Want ten diepste heeft het allemaal te maken met de dood, en ik denk niet voor mij alleen. Sigmund Freud had het niet voor niets over de doodsdrift die naast de levensdrift in ons allen aanwezig is. Niet alleen Eros, maar ook Thanatos die we in het woord ‘euthanasie’ herkennen. En zolang de dood taboe is blijven we elkaar uitmoorden op onze planeet.

‘In elk mens zit een potentiële moordenaar en heilige,’ zei Alexander Smit. ‘Niet alleen in deugd, maar ook in zonde ben ik een partner,’ vertelde Osho, ‘en niet alleen de hemel maar ook de hel is van mij.’ We willen niet alleen leven, maar ook sterven waarover veel romantici smachtend kunnen meepraten. Naast de spanning en het vechten van het leven hebben we behoefte aan ontspanning en overgave van het sterven, en zo kunnen Eros en Thanatos eigenlijk niet zonder elkaar. Sterven, niet alleen als vlucht maar zeker ook als verlangen. Ik ontdekte dat ik niet de enige was met dit soort zielekronkels. In Second Life ontdekte ik dat veel jongens net als ik ‘perverse’ behoeften hadden. Ik was dus niet de enige! En waar kan je beter dan daar experimenteren met je duistere kant? Vier jaar geleden besloot ik om nu alles er maar schrijvend uit te gooien, en tot mijn verwondering werd het een luchtig en speels, ja zelfs spiritueel boek over jongeren die ernaar verlangen om te sterven, oude zielen die na veel incarnaties het leven nu wel voor gezien houden en elkaar daar vrolijk mee helpen. Beulen die eigenlijk stervensbegeleiders zijn. Uitbundige vrij- en slachtpartijen wisselen elkaar af. ‘Kannibalisme is een van de meest voor de hand liggende uitingen van tederheid,’ zei Salvador Dali. En geef toe: er is geen radicalere manier om je met een ander te verenigen.

Met het verlangen naar de dood is even weinig mis als met verlangen naar je bed. Maar ook slapen is een beetje taboe, terwijl steeds duidelijker blijkt dat een tekort eraan rondweg ongezond is. Zonder er niet te zijn, kan je er niet echt zijn. Te zijn én niet te zijn, dat is het antwoord. Duistere verlangens zijn alleen pervers zolang ze in het duister blijven, je er geen licht op laat schijnen. Zolang Eros zich niet met Thanatos verenigt, liefde en dood elkaar niet omhelzen, het orgasme geen kleine dood is, zal deze verdwijndrift zich tegen ons keren, op anderen geprojecteerd en uitgeleefd willen worden, pervers in de letterlijke betekenis van verdraaiing of omkering. Alsof sterven niet een feestelijke culminatie van het leven kan zijn, zoals Osho wel eens zei. En als je daarvan houdt is daar niks verkeerds aan. We moeten leren te sterven, bewust te sterven en ervan te genieten. Alledaagse dingen als seks, muziek en dansen kunnen daarbij van dienst zijn omdat je daarin jezelf kan verliezen. En met mij is met al mijn heldere duistere verlangens niks mis. Ik geniet ervan. Niet dat ik een seriemoordenaar of een De Sade ben geworden, want de anderen moeten het ook leuk vinden het spel van sterven te spelen.

‘There is no dark side of the moon really,’ zijn de laatste bijna onhoorbare laatste woorden van The Dark Side of the Moon. ‘As a matter of fact, it is all dark.’ Maar nu wordt deze duisternis echt gezien en geleefd en daarmee verzwolgen in het licht.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Metaversa

Date 28 augustus 2022

Voor mij heeft het metaversum weinig geheimen meer. Ik ben er inmiddels vijftien jaar mee vertrouwd. “Wat misschien het meest lijkt op de metaverse,” schrijft Shamani Joshi in een helder artikel in Vice, “is het spel Second Life, een simulatiespel dat gebruikers een virtuele realiteit voorhoudt waarin hun avatar kan winkelen, eten, douchen en alles wat zij in het echte leven ook zouden doen.” Maar dat niet alleen, want je kunt in Second Life ook dingen doen die in het echte leven schier onmogelijk zijn, zoals vliegen, teleporteren, in een dier veranderen en dingen onzichtbaar maken, zelfs jezelf.

Ik zag een filmpje van Mark Zuckerberg over wat hij met het metaversum van plan is, maar ik vraag me af wat het toevoegt aan het in 2003 opgerichte Second Life, terwijl zijn vormgeving van de avatars maar middelmatig is. En hoeveel ruimte zal er in Marks metaversum overblijven voor je eigen creativiteit zodat je alles kan vormgeven zoals je dat zelf wil? En zal ik daar gevrijwaard zijn van advertenties, zoals die nu zelfs middenin filmpjes van YouTube en Facebook opduiken? Want ontbreken van reclame is ook de kracht van Second Life. Tijdens de hausse in 2007 vestigden bedrijven als ABN-AMRO, McDonalds en Microsoft zich daar ook, maar die waren al snel verdwenen. Een voordeel van Second Life is dat je daar bevrijd bent van schreeuwende reclames waarmee je in real life wordt overspoeld. Ik kan me niet voorstellen dat Zuckerberg ons daarvan zal vrijwaren. God verhoede dat hij de macht grijpt want hij maakt daar natuurlijk net zo’n commerciële en gebruikersonvriendelijke chaos van als Facebook.

Real life vráágt gewoon om virtuele werelden waarin je ongestoord gewoon jezelf kunt zijn. Weg van oorlog, politiek, ziekte, sociale onrust, milieu- en klimaatrampen. Is dat een vlucht? Ja. En terecht. Het is een wereld van vrede, creativiteit en fantasie die in real life onmogelijk is dan wel onmogelijk wordt gemaakt. In Second Life kan ik mijn avatar, mijn verschijning maken zoals ik wil. Zie mij eens! Let op deze foto trouwens ook op een onmogelijk detail! Is mijn ziel die hem heeft geschapen minder belangrijk dan mijn fysieke gestalte in real life? Het is een wereld waaraan velen, met name machtswellustige politici en onbevredigbare zakenlui, een voorbeeld kunnen nemen. Het is geen ‘game’ met een bepaald doel, zoals velen denken, maar een ‘play’ waarin iedereen voor zichzelf bepaalt wat er gedaan wordt en gelijkgestemden opzoekt. Homo ludens. En als je meent dat het leven aldaar een vlucht is, geldt dat ook voor het lezen van een boek, het kijken naar een film, voor al het genieten van schoonheid en kunst.

“De echte waarde van metaverse zit hem in de manieren waarop het waarde kan toevoegen aan het echte leven van mensen,” zegt Ibrahim Baggili van de Universiteit van New Haven in hetzelfde artikel in Vice. Die meerwaarde zijn voor mij inspiratie en creativiteit. Fantasie is groter en rijker dan de real life werkelijkheid. “Daarnaast is er de behoefte aan interoperabiliteit,” gaat Baggili verder, “waardoor je virtuele voorwerpen zoals kleren of auto’s van het ene platform naar het andere kunt meenemen.” Want naarmate er meer metaversa komen wordt het des te belangrijker dat die compatibel zijn met elkaar zodat je je hele hebben en houwen ook naar andere werelden kan meenemen. Zo bleek ik in OpenSims niets te kunnen gebruiken van wat ik in Second Life bezit zodat ik mijn outfits, creaties en katjes zou moeten achterlaten om helemaal opnieuw te beginnen. Zorg je daar ook voor, Mark, dat ik dit alles straks wel naar jouw metaversum kan meenemen?

Een grote angst voor het metaversum is natuurlijk dat mensen zich daar helemaal in verliezen en los raken van de werkelijkheid. Het beeld van de verslaafde die dag en nacht achter het scherm zit en zijn real life verwaarloost. Maar dat zogenaamde echte leven is minstens even verslavend als je alleen oog hebt voor wat er in real life gebeurt en voorbij gaat aan de wereld van creativiteit, fantasie en dromen, die uiteindelijk krachtiger is omdat die aan de basis ligt van alles wat wordt uitgevonden en zo real life vernieuwt. Van Gogh verwaarloosde zijn real life, maar zijn rijkdom – “we gebruiken de dood om naar de sterren te reizen” – is nu miljoenen waard. Zelfs spirituele ideeën kun je in Second Life beeldend maken, zoals ik deed met de deur die verdwijnt als je erdoorheen bent gelopen. De deur als symbool van het spirituele pad dat er achteraf gezien helemaal niet was, de ‘gateless gate’ zoals de ingang van Osho’s ashram wordt genoemd.

Als bron van creativiteit kan het metaversum wel eens “echter dan echt” zijn, zoals mensen na een trip hun ervaring vaak beschrijven. Het verschil tussen de in elkaar overvloeiende zogenaamde echte wereld en die van het metaversum is lastig te vinden. Zo er al een verschil bestaat, want volgens veel spirituele meesters is immers álles een droom, maya. Dan blijft alleen maar één cruciale vraag over: wie of wat is de dromer eigenlijk?

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Dodendans

Date 24 augustus 2022

In de Franse film Été 85 danst Alex op het graf van zijn door een motorongeluk omgekomen vriend David. Die bizarre belofte had zijn vriend, aan wie hij eerder zij leven te danken had, hem afgedwongen. Het kost hem moeite om dat te gaan doen, maar op een nacht weet hij het graf van David te vinden. Hij aarzelt. In gedachten hoort hij I am sailing van Rod Stewart waarop ze smoorverliefd in een dancing hadden gedanst. Geleidelijk ontvouwt Alex’ dans zich, laat hij meer zichzelf gaan. Het is een van de ontroerendste stukjes film die ik de laatste tijd heb gezien. Het blijkt ook schuld- en rouwverwerking te zijn. Maar je mag natuurlijk niet zomaar op een graf gaan dansen …

De dood is iets verschrikkelijks. Sterven is bepaald niet iets om te vieren. Zeker als iemand ‘te jong’ overleden is, zoals in deze film. Een uitvaart dient verstild te zijn, en van deze confrontatie met sterfelijkheid hoor je niet vrolijk te worden. Ik betwijfel of dat altijd zo moet zijn. Of om elk overlijdensbericht een zwart rouwrandje hoort. Of dat je altijd verdrietig moet zijn. Dat alles helpt allemaal mee aan de verwerking van ons verlies, maar tegelijk is dat ook een vorm van zelfmedelijden, wat trouwens bij tijd en wijle best mag. Maar bij dit alles is totaal uitgesloten dat de dood iets zou kunnen zijn dat je ook kan vieren. Als je gelooft dat iemand in de hemel komt, of op welke manier dan ook weer met zijn oorsprong en bestemming verenigd is, wees daar dan blij om.

Osho zei wel eens dat hij het raar vond dat geboorte met blijheid worden omgeven en doodgaan met droefheid, wat eigenlijk omgekeerd zou moeten zijn. Een nieuw kind die wéér een incarnatie ondergaat, een stervende die opnieuw uit het wiel van samsara kan ontsnappen. Als de dood érgens niet tegen kan, is het vrolijkheid en humor. In de Dance macabre rijzen de doden ’s nachts op uit hun graven om te dansen. Heel provocerend eigenlijk, want de dood dient bloedserieus genomen te worden. In de film Été 85 wordt Alex dan ook opgepakt en vervolgd wegens grafschennis. Maar zijn dans was een keerpunt in zijn leven, een waar afscheid van zijn vriend waarna hij zijn leven weer kon oppakken. Was Alex te vroeg gestorven, zoals je dat in overlijdensadvertenties ziet? Ik zou zoiets nooit durven zeggen. Zogenaamde oude zielen hoeven niet meer zo lang te leven.

Overlijden. Het lijden is over. Dat kan ook een reden voor dankbaarheid zijn, zo niet een feest dat dansend gevierd wordt zoals in de communes van Osho.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Dagje Nijkerk

Date 14 augustus 2022

Bovenin van wat begonnen was als de ‘Nije Kerck’ speelde het carillon toen ons groepje deze Grote Kerk passeerde. Amsterdamse liedjes, ter ere van ons. Dat had Gert geregeld, die in Nijkerk is geboren en nu net als ik weer in zijn geboorteplaats woont. Eigenlijk hadden het Amstelveense liedjes moeten zijn, maar een kniesoor die daarop let, want Uilenstede ligt maar honderd meter ten zuiden van de hoofdstad. Na tweeënhalf jaar eindelijk weer een reünie. Het getal 198 heeft ons verbonden, want dat is het nummer van de eenheid waar de meesten van ons elkaar in november 1968 voor het eerst zagen. De jongens dan, want meisjes mochten niet op dezelfde afdeling wonen. Het was nieuwbouw en we betaalden maar liefst honderd gulden huur, waarvoor we echter wel de luxe genoten van een eigen toilet en douche. Niets schept meer verbinding dan rechtstreeks vanuit moeders pappot in zo’n studentenflat te gaan wonen, waarvan onlangs bewoners van het tienjarige ACTA in Slotervaart getuigden. Veel beter dan een studentencorps, en ik herinner me dan ook niet dat iemand van ons daar lid van was.

Helaas waren we er nu niet meer allemaal, want Wim is vier maanden geleden overleden. De zorgzame Wim, die me tijdens een wandeling van de vorige reünie in Haarlem nog aan de arm heeft genomen toen ik zowat was flauwgevallen. Een half jaar later kreeg ik een pacemaker en weer een half jaar later een nieuwe heup, zodat ik nu iedereen trots kon vertellen dat ik weer écht meedeed met de klachten en kwalen die onze groep steeds meer in hun greep hebben. Sommige mensen noemen me nog altijd Rob, en ik vind dat best allemaal want het belangrijkste is dat we allemaal van elkaar houden, ondanks de soms grote verschillen tussen ons. En 54 jaar later zijn we nu weer bij elkaar, terwijl we met onze boosters nog steeds een beetje onhandig omgaan met fysiek contact bij ons weerzien. Veel boksen en handen en hier en daar een voorzichtige hug van hen die dat niet kunnen laten. We liepen naar Brink42 dat eigenlijk gesloten is op maandag, maar ook hier had Gert het een en ander kunnen regelen. Samen met Eduard en partners had hij de organisatie van de reünie geregeld, van datumprikker tot rondwandeling in Nijkerk zelf.

Gelukkig had ik mijn stoute schoenen aan, dus ik waagde het erop om mee te gaan met de wandeling door Nijkerk. Dat viel mee. We stonden voor de ingang van een kerk waarover Gert anekdotes vertelde, iets met ruzie tussen katholieken en protestanten. Een kanaal dat onder straten en huizen door liep. De woning van een priester die ooit bestormd werd, zodat hij moest vluchten. Wie of wat waar in welke panden in het centrum zat. En natuurlijk diverse woonplekken van hem en zijn vrouw Ineke met wie ik het tot vandaag de dag uitstekend kan vinden. Omdat de wandeling niet te lang kon duren, zijn we nergens naar binnen gegaan. Maar Gert heeft ons wel verteld over de geschiedenis van Nijkerk, die tot de veertiende eeuw teruggaat toen er dijken werden gebouwd om het stadje tegen de Zuiderzee te beschermen. Daar achter ligt nu het beschermde weidevogelgebied Arkemheen. Oorlogen, massale branden, de pest en overstromingen zijn Nijkerk in de loop der eeuwen niet bespaard gebleven.

‘Satyamo heeft jullie iets te vertellen!’ bulderde de naast mij zittende Fingal toen we na de wandeling aan een drankje zaten. Toen moest ik wel, want iemand had hem iets over mij verteld. Ik gaf volmondig toe dat ik eind maart een lintje had gekregen. Applaus. En ik voegde eraan toe dat niemand van ons er indertijd aan gedacht zou hebben dat ik de eerste was voor zo’n onderscheiding. Gejuich. Nee, dat had niemand, want ik was nogal de bonte hond op onze eenheid met mijn hasj, Pink Floyd, mijn gitaar en jongensliefde. Het mooie van die tijd was dat we allemaal zo van elkaar verschilden en er toch levenslange vriendschappen werden gesloten, hoewel we dat laatste natuurlijk nog niet wisten. Links en rechts. De meest linkse was Eduard die wegens de bezetting van het VU-gebouw zelfs een paar dagen moest zitten, en die nu veel foto’s maakte van onze bijeenkomst. Na het heerlijke eten werd besloten dat er ook een boek moest komen, waarvoor iedereen zijn eigen verhaal gaat schrijven.

Ook op de terugwandeling heb ik geen omgekeerde Nederlandse vlag gezien, die voor mij de ermee protesterende boeren bepaald niet sympathieker maakt. Gebrek aan respect. Nijkerk ligt niet op de Veluwe, had Gert ons benadrukt. Bij zijn huis namen de laatsten van ons afscheid van elkaar. Zonder hugs of knuffels, maar die gaven onze harten elkaar.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Metafysische herinneringen

Date 11 augustus 2022

Zolang ik hier woon heb ik zelden zoveel vliegtuigen horen overkomen als nu en de afgelopen dagen. Tegelijk zitten we weer in een pittige hittegolf. Die hebben we mede te danken aan mensen die zo nodig moeten vliegen. Ik heb dan ook geen medelijden met hen als ze op Schiphol in lange wachtrijen moeten staan. De vliegschaamte voorbij. Tegelijk kan ik het hen moeilijk echt kwalijk nemen, want je kan domme mensen moeilijk verwijten dat ze dom zijn. Bevrediging op korte termijn wint het nog altijd van dat op langere termijn, dat schijnt in onze hersenen te zitten. Althans in die van velen. De keerzijde van het vaak verheerlijkte leven in het hier en nu is dat we de toekomst vergeten. Wie ik het wel kwalijk kan nemen is de overheid, want die zou toch slimmer moeten zijn. Maar zonder visie is het moeilijk om beleid te maken, en kan ik het mensen kwalijk nemen als ze geen visie hebben? Wat waren de eerste coronamaanden toch heerlijk! Alles lekker stil en rustig. Even zo doorgaan en de klimaatproblemen waren opgelost. Maar toch. Na corona hebben we het verdiend om het er weer even van te nemen. Terug naar normaal. Terug naar abnormaal dus.

Evolutie. In mijn jonge jaren schreef ik een verhaal onder die titel. De aarde is uitgestorven, en dat betekent niet dat we opgehouden zijn met sterven. Een visionaire kijk? Aan het eind vond ik nog een vrouw met wie ik me nog kon voortplanten. Zo zou ik vandaag de dag een verhaal niet laten eindigen. Eerder met hoe blij de aarde is, verlost als ze is van al dat mensenvergif dat er toch maar een potje van maakt. In datzelfde verhaal speelde op de geautomatiseerde radio nog steeds een kort liedje, met als moraal dat je in de zon moest verdampen om je oppervlaktespanning te verliezen. Ego en overgave dus. Spanning en ont-spanning. De bondige kern van alle spiritualiteit. Hoe oud was ik toen ik Metaphysical Memories schreef? Eenentwintig jaar. Ik weet zelf nauwelijks wat die titel betekent. Iets als herinneringen uit de toekomst, of uit het kosmische geheugen waarin alles al geschreven is. Zoiets. De muziek heb ik er later bij gemaakt. Vandaag de dag is Sjoerd er opeens door gepakt en bezig met het in het Nederlands te vertalen. Een opgave die hij zichzelf heeft gegeven nu hij zich in de dichtkunst heeft gestort. Poëzie is mooier dan proza omdat het veel kernachtiger is en je de verhalen eromheen kunt weglaten.

Ja, soms heb ik visionaire buien. Het is dan ook verdacht dat ik veel over kannibalisme schrijf en Soylent Green zo prachtig vind. Een film uit 1973 die zich nota bene afspeelt in 2022. Het voedsel is op, zodat we elkaar gaan opeten. En wellicht hebben we over een paar jaar geen andere keuze om te overleven. Dat biedt even soelaas. Ik heb eens zitten rekenen en dan blijft er na negen jaar nog maar één iemand over, en daarna is er dus geen mens meer te bekennen op onze planeet. Wie dieren eet zal mensen eten. Het is toch raar dat we niet zélf onze gewassen opeten, maar daar dieren mee voeren om die later te consumeren? Alleen al het feit dat we dieren opeten zegt al iets over een diep gewortelde haat en agressie jegens de natuur. Met de meeste boeren heb ik dan ook geen medelijden, die zijn ondanks alle waarschuwingen maar blijven doorgaan met kunstmest, stikstof en zo. Maar echt kwalijk nemen kan ik het hen niet, want ze zijn al jaren belazerd door grootschalige bedrijven. Ook hier wijst mijn vingertje eerder naar de overheid die decennialang heeft geweigerd een overheid te zijn. Rutte als langstzittende premier. Blijven zitten is makkelijk als je nooit opstaat.

Ik heb wel eens geschreven dat het Laatste Oordeel helemaal niet gaat over een apocalyps of iets dergelijks in een verre toekomst. Maar dat het er eigenlijk om gaat om zelf te stoppen met oordelen. Om uit alle dualiteit te stappen van mooi en lelijk, vriend en vijand, goed en slecht en zo. Dat is lastig, want ik haat bijvoorbeeld Poetin nog steeds vanuit het diepst van mijn hart in plaats van dat ik hem gewoon een diepzielige jongen vind. Ook ik moet me dat metafysische blijven herinneren. Dat ik een regendruppel ben die weer zal verdampen om naar de hemel terug te keren. Dat wij allemaal regendruppels zijn.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Corpsballen

Date 29 juli 2022

Soms wil ik de doodstraf weer invoeren. Gewoon omdat het praktisch is. En ook omdat we eens moeten ophouden met zo moeilijk te doen over sterven en dood. Net als in een lichaam moet je soms ook in een samenleving de rotte plekken eruit snijden. Zoals sommige of wellicht wel veel leden van studentenverenigingen. Nog beter: die corpora gewoon opheffen, want het zijn immers de vijvers waarin veel politici en bestuurders zijn opgegroeid, en we zien het resultaat. Nog nat achter de oren belanden eerstejaars in een nieuw thuis waar hen de rechtse machtscultuur met de paplepel wordt ingegoten. Het begint met ontgroening, dus ook later zullen ze de wereld van zoveel mogelijk groen willen ontdoen. Wat er nu weer in Amsterdam gebeurde prikkelt opnieuw mijn wildste fantasieën. Ze lekker doodmaken, die jongens. Extra lekker omdat ze nog mooi zijn, in de kracht van hun leven. Echt een baantje voor mij.

Op een podium op de Dam natuurlijk. Hang ze maar naakt in de touwen, met hun eigen stropdas om de nek. Eerst zal ik hen heerlijk met mijn zweep bewerken. Hun grote bekken, dát zijn de echte sperma-emmers en die spuit ik graag vol totdat het over hun kinnen druipt. Dan laat ik het luik onder hun voeten vallen. Nee, toch niet want dan gaat het veel te snel allemaal. Eerst zal ik nog uitbundig genieten van hun spartelende lijven door hen van achteren te nemen. Sperma genoeg. Dan hijs ik hen omhoog wat een mooier schouwspel geeft. Een paar keer op en neer natuurlijk. Dan écht helemaal omhoog met hun koppen tegen het katrol, en als ze dan nog nét niet dood zijn laat ik hen met een dreun op de grond vallen. Dan het hoofd eraf en nog lekker een derde keer klaarkomen in het bloederige gat van hun romp. Driemaal is scheepsrecht. Dit is gerechtigheid. De volgende graag! En wie wil er een broodje corpsbal?

Dit is nog niets vergeleken met de door hen verheerlijkte bakermat van onze cultuur. Ik heb die bewondering nooit gesnapt. Want de Romeinse economie was afhankelijk van de slavenhandel. Langs de Via Appia werden duizenden opstandige gladiatoren gekruisigd. Als soldaten in het leger niet goed genoeg hun best deden werd soms één op de tien van hen gedood. Vestaalse maagden lieten ze in putten uithongeren. Caligula liet mensen martelen en terechtstellen in zijn eetkamer. Christenen werden in olie gekookt. Dwergen werden gemaakt door kinderen in kleine kooitjes te laten opgroeien. In de arena’s werden wilde dieren gedood, mensen voor de leeuwen gegooid en maakten gladiatoren elkaar af. Dát is de bakermat van onze beschaving! En het is hún taal waarmee ze zo graag gewichtig doen. Nos uingit amicitia, vindicat atque polit en zo. Mooie woorden voor vriendjespolitiek en machtswellust.

Vergeleken met het antieke Rome is wat ik met die corpsballen wil uithalen nog heel lief! Ik zou graag naar dat baantje solliciteren. Jammer dat ik impotent ben.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De Navelstaarders

Date 25 juli 2022

Terwijl ik zaterdagmiddag buiten door een tijdschrift bladerde zag ik opeens een bezem om de hoek verschijnen. Kennelijk was Buurjongen bezig met onze achtertuin een beetje op te kalefateren. Ja hoor! Zijn kleine dochtertje hielp hem daarbij. Ik had niet in de gaten dat hij al een tijd bezig was, maar we hebben hem al een poos geleden carte blanche gegeven om daar lekker zijn gang te gaan. Hij is tuinier van beroep, en Vriend was onder de indruk van wat hij van zijn eigen tuin had gemaakt, voor zover dat vanuit de bovenverdieping zichtbaar was. Tijd om te emanciperen dus, want hoewel ik wel mijn jeans aan had, had ik alleen mijn geliefde croptop over mijn bovenlijf. Je kent dat wel, zo’n shirtje met korte mouwtjes dat verder alleen je borst bedekt. Hoewel ik geen lelijke navel heb, durf ik daarmee als man niet over straat te lopen. Misschien terecht. Leuk voor een gayparade, maar daar gaan we niet heen. Of voor Roze Maandag die vandaag in Tilburg wordt gevierd, maar dat was me te ver weg. Ik vind het dus heerlijk, zo’n croptop. Gekleed en toch een beetje bloot. Op Pinterest heb ik inmiddels 233 fotootjes van jongens in croptops verzameld. Mijn fetisj.

De steeg naast het huis was opeens veel ruimer en lichter geworden. Bergen snoeiafval op de tegels achter het huis. Buurjongen heeft professionele apparatuur en doet in een kwartier dat waar ik een hele middag voor nodig heb. Terwijl na een kwartier dat soort werk te doen mijn rug al begint op te spelen en ik even moet uitblazen. Hij weet precies wat er waar gesnoeid moet worden. Even een praatje maken met Buurjongen, met dochtertje aan mijn hand. Ze had haar eigen kruiwagentje en een harkje meegenomen. De heg aan de rechterkant had hij al gekortwiekt. Hij vond het misschien wel een beetje raar, die ouwe nicht met blote buik en navel. Maar het voelt zo lekker! Je borst beschermd tegen kou, en een frisse wind rond je buik die het van nature toch al minder snel koud heeft. Ik geef al de meisjes in naveltruitjes groot gelijk. Tegelijk heeft het iets erotisch, bij vrouwen voor heteromannen, bij gays voor gays. Heteromannen hebben meestal weinig interesse in de lijven van andere mannen, net zoals het Buurjongen waarschijnlijk worst zal zijn waarin ik rondloop. Als ik hem zo’n leuke jongen in croptop zou laten zien, zegt dat hem waarschijnlijk niks.

Je hoort wel eens zeggen dat je met een te bloot of sexy lijf geen aanstoot mag geven. ‘Dan vráág je erom!’ Onzin natuurlijk, dat is net zoiets als de bestolene er de schuld van geven dat hij beroofd is, de schuld bij het slachtoffer leggen. Weet je wát niet normaal is? Dat veel jongens en mannen hun fikken niet kunnen thuishouden! Natuurlijk hebben zomerjurkjes iets aantrekkelijks en dat mag ook de bedoeling zijn. Bij enkelen zou ik het best leuk en lekker vinden als ze in mijn buik gingen knijpen, maar dat geldt heus niet voor iedereen. Heeft iets met grensoverschrijdend gedrag te maken, terwijl mensen verschillende grenzen voor verschillende personen in verschillende situaties hebben. In de atletiekwereld is het heel raar trouwens. Daar rennen en springen vrouwen met blote navels terwijl mannen shirts dragen, en ook langere shorts. Als reden zou je kunnen aanvoeren dat vrouwen om de een of andere reden hun borsten moeten bedekken, maar waarom bedekken mannen dan hun hele bovenlijf? En áls er niet gediscrimineerd mag worden tussen beide seksen, waarom dan niet allemaal hetzelfde, dus ook de mannen in topjes?

Zolang er verschillen tussen mannen en vrouwen bestaan, blijven we veel problemen houden. In Second Life werd ik op het decadente Festival – honderd manieren om feestelijk dood te gaan – aangesproken door een vrouw. Zij had een jongensachtig lijf en ik kan me voorstellen dat ik met haar wel iets zou kunnen hebben. Ze heet Robin. Dat is, net als bijvoorbeeld Jos en Hans, een naam die door beide geslachten wordt gedragen. En zo hoort het eigenlijk ook, want ik heb al vaker een loflied op de androgyne mens gezongen. Ik moet écht eens in psychoanalyse, want ik héb iets met buiken. Een mix van kracht en de kwetsbaarheid waarin je ooit negen maanden veilig thuis was. De navel als herinnering aan je geboorte, aan je bron. Ik zou een spirituele beweging rond de navel moeten beginnen, de Navelstaarders. Niet alleen als ode aan en symbool van je geboorte, maar ook aan een van de mooiste plekjes van het menselijk lichaam. Volgens de Japanse samoerais zelfs ook van de dood, als ideale plek om met harakiri vol trots een einde aan je leven te maken.

Koester je eigen navel en die van anderen! Aai hem, speel ermee. Dan ben je ook lief voor je zonnevlechtchakra, de manipura, die er vlak boven ligt. De kern van zelfbewustzijn, persoonlijkheid en charisma, lees ik. Ook lees ik de verschrikkelijke uitdrukking ‘in je kracht staan’. Dat chakra heeft alles te maken met de planeet Mars, met energie, vuur, dynamiek en assertiviteit. Maar ook met woede als negatieve uiting. Kort samengevat: er durven te zijn. In de alternatieve wereld bestaat er vreemd genoeg nog geen cursus Navelstaren. Het wordt wel tijd daarvoor, want er wordt nog veel te weinig navel gestaard!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Het mysterie van bewustzijn

Date 17 juli 2022

Het grappige van bewustzijn is dat we het allemaal kennen maar niemand weet wat het eigenlijk is. NRC wijdde hier afgelopen lente een vijfdelige podcast aan onder de titel Het mysterie van bewustzijn. Daarin hebben journalist Wouter van Noort en filosoof Jessica van der Schalk interviews met mensen die vanuit verschillende vakgebieden hun licht op deze materie en geest laten vallen.

‘Je kunt aan alles twijfelen,’ zegt filosoof Emanuel Rutten in de eerste aflevering. ‘Behalve aan bewustzijn,’ waarna hij drie posities lanceert over de relatie tussen geest en materie. Zo kun je stellen dat geest en materie identiek zijn. Dat onze innerlijke ervaring kan corresponderen met wat er buiten ons gebeurt, zegt echter nog niet dat ze daarom identiek zijn. In dat geval zou het zien van een roos gelijk zijn aan de roos zelf, maar die waarneming heeft bijvoorbeeld geen massa. Je zou ook kunnen stellen dat bewustzijn een bijproduct van onze hersenen is, maar deze emergentie maakt het onmogelijk dat het bewustzijn invloed heeft op ons handelen. Dan is dorst niet meer de oorzaak van ons drinken. Tenslotte zou je kunnen stellen dat geest en materie onafhankelijk van elkaar bestaan, maar elkaar wel kunnen beïnvloeden. Rutten zelf kiest voor deze derde positie die hij ‘interactioneel dualisme’ noemt. Overigens mis ik zelf in zijn verhaal nog een vierde positie waarin materie een bijproduct, een emergentie van bewustzijn zou kunnen zijn.

Wat me in deze podcasts opvalt is dat de begrippen bewustzijn, ervaring en geest nogal eens door elkaar worden gebruikt. Jessica tracht hier en daar een vinger tussen de deur te krijgen door te wijzen op het wonderlijke verschijnsel dát we ervaren. Maar ik moet toegeven dat ik me bij bewustzijn zónder ervaring weinig kan voorstellen, wat op zich logisch is omdat die voorstelling ook weer een ervaring zou zijn. Maar er moet toch iets zijn dát ervaart? ‘Waar komt dát dan vandaan?’ vraagt Jessica in de tweede podcast aan hoogleraar neurologie Cyriel Pennartz die een antwoord ontwijkt. Volgens hem komt alles voort uit hersenprocessen die ons goed kunnen belazeren, waarvan hij talrijke indrukwekkende voorbeelden geeft. Een inmiddels klassiek voorbeeld is The dress waar mensen eenzelfde jurk in verschillende kleuren zien. Pennartz vertelt over veel hallucinaties en over mensen die ervaren dat hun eigen lichaamsdelen niet bij hen horen. Hij is ook geen aanhanger van dat interactionele dualisme want ‘iets immaterieels kan niet interacteren met materie’ en bewustzijn is iets puur functioneels. Zo simpel is het.

Voor psychedelica-onderzoeker Michiel van Elk komen er door het gebruik van psychedelica scheuren in het behang van de werkelijkheid. In de derde podcast vertelt hij hoe deze middelen zand in de voorspelmachine van de hersenen gooien, en over zijn mystieke ervaringen waarin hij één wordt met alles om hem heen. Alles voelt ‘echter dan echt’ omdat het meer gedetailleerd is. Het lichamelijk zelf vervaagt omdat de grens van het lichaam vager wordt. Wat me doet denken aan vrijpartijen waarbij ik me soms afvroeg of een been of arm nou van mij of van mijn vriendje was. Van Elk noemt ook de rubberen hand illusie waarbij het lijkt alsof die van onszelf is. Volgens hem vindt er door psychedelica een explosie van hersenverbindingen plaats, wat me doet denken aan hoogbegaafdheid waarbij ook sprake is van ongebruikelijke verbindingen in de grijze massa. Wat me in de loop der jaren wel steeds duidelijker wordt is dat psychedelica niet werkzaam zijn omdat ze zelf spiritueel zouden zijn, maar omdat ze juist ‘zand in de voorspelmachine van de hersenen’ gooien.

Duiker, bewustzijnsonderzoeker en filosoof Peter Godfrey-Smith constateert in de vierde podcast dat er bewustzijn is bij dieren. Octopussen kunnen niet alleen grappige rituelen hebben, spelen en van aanrakingen genieten, maar ook niet-stereotiep gedrag vertonen. The Beatles hebben daar trouwens een mooi liedje over, maar dit terzijde. Chimpansees, olifanten en dolfijnen en veel andere dieren hebben ook zelfbewustzijn, zoals met een spiegeltest is aan te tonen. Ook de stress die dieren en zelfs planten kunnen hebben wijst op bewustzijn. Dit in tegenstelling tot Descartes die geloofde dat alleen mensen een bewustzijn hebben. Maar Godfrey-Smith gelooft niet in het panpsychisme waarin ook rotsen en planeten bewustzijn hebben, want dat hangt volgens hem samen met complexe zenuwsystemen en hij blijft een materialist. En hij gelooft al evenmin in bewustzijn van computers die daarvoor de ‘verkeerde machine’ zijn. Hij is ook geen vegetariër hoewel in de vleesindustrie veel excessen moeten worden vermeden.

In de laatste podcast zit hersenonderzoeker Jacob Olij aan tafel. Volgens hem is bewustzijn een fundamentele eigenschap van de natuur, van de kosmos, die invloed heeft op de werkelijkheid. Het is een soort dimensie, een wiskundige ervaringsruimte die Jolij ‘bewustzijnsruimte’ noemt en vergelijkt met Plato’s ideeënwereld. Zelf moet ik daarbij denken aan de zogenaamde Akasha-records waarin alle informatie ligt opgeslagen. Olij legt ook een link naar de kwantummechanica waarin bewustzijn een golffunctie kan doen ineenstorten en de kansberekening daarvan kan verklaren dat er soms dingen gebeuren die niet ‘kloppen’ zoals bij parapsychologische verschijnselen. ‘Bewustzijn van mij sluit zich niet op in alleen mijn schedel,’ zegt hij, het is ‘niet een privébioscoopje waar ik alleen ben.’ Bij wat Olij vertelt kan ik me voorstellen dat mensen met gemeenschappelijke ervaringen in die andere dimensie juist heel dicht bij elkaar zijn.

Een hele odyssee, deze podcasts. Waarin ik helaas wel vaak het onderscheid tussen het bewustzijn zelf en wat zich daarin voordoet mis, het verschil tussen filmdoek en film. Maar wat bewustzijn eigenlijk is weten niet, en we zullen dat ook nooit weten. Het is onze diepste kern, maar we blijven onkenbaar voor onszelf. Om Osho te parafraseren: bewustzijn is geen probleem dat opgelost, maar een mysterie dat geleefd moet worden.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites