Kiitos!

Date 19 juni 2026

Dat is het door toeristen meest gebruikte woord: “Kiitos” ofwel “Dank je wel”. Uitgesproken als “kíétos”, maar ik maak er soms een beetje “kiehíétos” van. Dubbele klinkers moet je gewoon langer uitspreken. Omdat Finnen het wellicht leuk vinden om te horen dat je meer dan één woord van hun voor West-Europeanen onmogelijke taal spreekt, voeg ik er soms “paljon” aan toe, “veel”. En als iemand mij bedankt antwoord ik soms met “Ole hyvä” waar de Engelsen zouden zeggen “You’re welcome”. Spreek uit “Ole huwwa”. Accent bij Finse woorden altijd op de eerste lettergreep! De beste manier om een taal te leren is gewoon naar dat land toegaan. Op een deur staat “Työnnä” of “Vedä” en je komt er vanzelf achter of je moet duwen of trekken om erdoorheen te komen. Het herkennen van dagen van de week is soms wel handig zoals gisteren in de tram toen ik ergens las dat op sommige dagen de dienstregeling anders zal zijn. Vandaag is het perjantai en ik zit nu onder een met schaapjes bevolkte heldere hemel bij de ingang van de botanische tuin met zestien groenglanzende bankjes. Heel kleine zuchtjes wind, 22 graden. Fluitende vogeltjes. Dit na een lekker ontbijt in de ravintola van het hotel, maar vraag me niet wat ik heb gegeten bij mijn koffie. Iets Katelisch dat op scrambled eggs leek. Smul smul. Een groepje Duitsers verzamelde zich om mij heen, maar de leukste jongen ging náást me zitten in plaats van schuin tegenover me, zodat ik hem niet onopvallend kon beloeren.

Vanmiddag naar het Paradox Museum gewandeld. Daar kan je met zijn zessen – die je allemaal zelf bent – zitten vergaderen. Of in drie verschillende kleuren flarden schaduwen van jezelf zien. Of in een spiegel kijken om te zien dat je er helemaal niet bent. Dat soort dingen. In samenspraak met de caissière heb ik het gespeel met zwaartekracht en bezoek aan het spiegelpaleis maar vermeden. Ik heb een van de rondleiders nog op het werk van M.C. Escher gewezen en op mijn telefoontje wat plaatjes laten zien. Ze  vond dat mooi maar kende dat niet. Vreemd. Na dit museumbezoek naar de ernaast gelegen Esplanade gewandeld. IJsje gegeten en lekker op een bankje zitten zitten. Daarna een cappuccino gedronken aan de Pohjoisesplanadi – ook Norra Esplanaden genaamd – ofwel de noordkant van de Esplanade. Omdat vijf procent van de Finnen Zweeds spreekt hebben belangrijke straten zowel een Finse als een Zweedse naam. Net als het treinstation zelf. Vergeet niet dat zowel de ooster- als westerburen vaak om Finland hebben gevochten. De Winter War (1939-1940), waar de Russen zelfs op skies zijn bevochten, is een belangrijke zo niet de belangrijkste wortel in de Finse ziel, net als hun bijna niet te vertalen innerlijke kracht sisu.

Rannalle! Op naar het strand! Dat doen Arthur en ik vaak in Second Life, maar in real life is dat ook wel leuk. “Rannalle” is een van de vijftien naamvallen van het woord “ranta”, maar Arthur kon me niet vertellen waar de letter “t” is gebleven. Ik heb hem nog niet gevraagd waarom er nu opeens een extra “n” bij is gekomen. Waarschijnlijk zal hij ook hier antwoorden: “Dat is Fins”. Vanmiddag ging ik dus ook rannalle, zij het nu niet met teleportatie maar – het blijft soms behelpen in real life – met de tram naar de zuidelijke wijk Eira die aan de Finse Golf ligt. Mooi uitzicht over het water met boten, met en zonder zeil. Met eilandjes in de verte, of is dat al de kust van Estland? Ik had graag onder water gekeken maar ook dat gaat moeilijk in real life, zodat ik geen stiekeme Russische onderzeeërs heb gezien. Even zat ik op een terras bij tafel 303, maar omdat je via een QR-code op een website moest bestellen die mijn telefoonnummer wilde weten  omdat die alleen de landnummers van Finland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden wilde slikken, en omdat de Engelse voorkeurstaal steeds op het Fins terugsprong, ben ik maar verder gewandeld. Bovendien had ik helemaal geen honger.

Ik wandelde wat langs rotsen, en groenstroken waar mensen lagen te zonnen, allemaal heel relaxt. En het “missä vessa on?” – dat ik als een van de belangrijkste vragen uit mijn hoofd had geleerd – bleek ik niet nodig te hebben want opeens stond ik voor een openbaar toilet dat bovendien van binnen keurig netjes was verzorgd. Met wc-papier. Wat ranta betreft zijn we in Nederland, waar je oneindig lang  langs de branding kan blijven doorlopen, wel verwend. Dorstig liep ik naar een halte van lijn 9 om me een kwartiertje later opnieuw te nestelen op het terras van La Famiglia Helsinki voor twee 40 cl-glazen “blanc” alcoholvrij bier à € 7,50. Leuk bedienend jongetje daar trouwens, maar dat terzijde. Misschien zien die er wat frisser uit omdat ze – pak hem beet – twee keer per week in hun eigen sauna duiken. Ondertussen bestookt Oekraïne Moskouse olie – chapeau! – en lijkt er een AI-crisis uit te breken. Maar dat raakt me niet zo. Beter dan te trachten allemaal wereldproblemen op te lossen, te helpen en politiek te bedrijven, is gewoon gelukkig zijn eigenlijk het belangrijkste dat je kan “doen”. Want alleen gelukkige mensen kunnen anderen gelukkig maken. Dat is misschien wel de meest belangrijke en tegelijkertijd de meest moeilijk opdracht in het leven: gelukkig zijn. Ik ben blij dat nu te voelen en te leven met mijn roze bril die de enige echte bril is. Kiitos! Kiitos paljon!

In het centrum

Date 18 juni 2026

Vanmorgen voor het eerst in het hotel ontbeten. Lopend buffet en ik doe maar wat. Zit ook veel warm eten bij. En wat het ook is – er zitten ergens ook kleine paddestoeltjes in – het smaakt goed. Wat ik wel merk is dat ik, wat ChatGPT al eerder dan ik wist, een beetje uitgedroogd ben. In het vliegtuig had ik al moeite met dingen door mijn keel te krijgen. Na het eten de stad in gegaan. Even langs de VVV – of hoe dat ook hier mag heten – aan de Aleksanterinkatu die zo’n beetje de belangrijkste winkelstraat in het centrum is.  Opeens hoorde ik een bekende melodie achter me. Ik liep terug en zag en hoorde een man de hymne uit Sibelius’ Finlandia op een trompet spelen. Ik gaf hem wat muntjes en raakte met hem aan de praat. Ook hij vertelde mij dat Helsinki rond Juhannus, de  zonnewende, tamelijk stil is. Ja, bevestigde ik, omdat veel mensen naar hun mökki gaan, hun huisjes op het land, liefst bij een meer. Omdat ik verliefd ben op die hymne, ging hij hem graag nog een keer voor mij blazen.

In het oosten eindigt de Aleksanterinkatu bij de beroemde witte Domkerk op het Senaatsplein die overal bovenuit torent en zo’n beetje hét visitekaartje van Helsinki is. Ik liet me daar fotograferen. Voor Vriend: ik heb met zijn eerste verpleegkundige Marije afgesproken dat ik foto’s naar de tablet boven zijn bed zal sturen zodat zij hem toch een beetje kan laten zien waar ik uithang. ‘Uithangen’ is inderdaad het juiste woord, want ik doe maar wat op mijn pad komt. Soms denk ik dat ik mijn hele leven weinig anders heb gedaan. Dus nu nam ik  tram 4 om daarmee van het schiereiland (veel eilanden zijn hier schier) Katajanokka in het zuidoosten  via de Mannerheimintie naar het modernere noordwesten van Helsinki te rijden en weer terug. In deze stad is de prachtige neoclassicistische architectuur met zijn gele, roze, bruine en soms zelfs zwarte kleuren heel dominant. Over kleuren gesproken: binnenkort wordt Pride hier gevierd en hier en daar zie ik dan ook regenbogen, zoals bij het immens grote warenhuis Stockmann.

Ik heb vandaag door het Esplanadepark gewandeld van west naar oost. Een hele vredige sfeer. Een groepje van vijf jongens speelde daar Viva la Vida van Coldplay. Ook daar waren, net als in de stad zelf, veel zitbanken te vinden. Dan vraag ik me af hoe het toch komt dat de Finnen problemen kunnen oplossen waar wij niet uitkomen. Een goed openbaar vervoer waar de haltes hooguit driehonderd meter van elkaar verwijderd zijn. Mensen die dakloos zijn gewoon een huis hebben waarmee je op langere termijn veel kosten bespaart. Daar in het park heb ik natuurlijk een ijsje gegeten. En later wat gedronken en gesnoept in een Jugendstil huis. Ja, ook die stroming is hier populair. Soms zou ik Finland een links of socialistisch land willen noemen, maar laat ik niet vergeten dat waar ik nu ben ook een universiteitsstad is zodat er een progressieve sfeer hangt. Er zijn dan ook veel jongeren, die zich vaak verplaatsen op elektrische stepjes in verschillende kleuren die je hier en daar kunt oppikken.

Na dit alles ging ik even uitrusten in het Kaisaniemi Park, vlak ten noorden van het hotel. Ook daar zijn veel bankjes. Ik ontmoette er vijf buitenlandse gekleurde jongens. Toen ik een van hen mijn naam noemde, sprak hij die meteen correct uit. Bleek ook een sannyasin te zijn. Na in de wijk Kallio nog een alternatief restaurant Green Hippo gezocht te hebben – dat ik niet kon vinden omdat het met een verbouwing bezig was of niet meer bestaat – ben ik nu beland in een overdekt tentje in het centrum tegenover Stockmann. Alcoholvrij biertje, halve pizza (is me veel te zout) en wat ijs. Een stukje verder hoor ik liedjes spelen als Forever Young, Let it Be, Killing me Softly en I Can’t Help Falling in Love With You. Verliefd worden overkomt je nu eenmaal. Ook als dat met een stad of land is.

Naar het Beloofde Land

Date 17 juni 2026

Af en toe heb ik in de diepte wat stukjes van Denemarken en Zweden gezien, maar het meest zag ik witte sneeuwvlaktes waarover het vliegtuig schoof en danste. Nog de Oostzee oversteken, en daar was ik dan op vliegveld Vantaa, zo’n zestien kilometer ten noorden van Helsinki. Ik kreeg tranen in mijn ogen en een dikke keel bij de gedachte dat nu eindelijk mijn pelgrimstocht naar het gelukkigste land van de wereld begonnen was. En alles was goed gegaan, zelfs op Schiphol waar hier een daar wat personeel je spontaan helpt als je een beetje voor een scherm staat te treuzelen. Dat ik de pier voor A en B was opgegaan in plaats van pier C zal wel mijn eigen onoplettendheid geweest zijn. En gelukkig hoef je daar niet te lopen, maar word je gelopen.

Op het vliegveld at ik mijn eerste korvapuusti, een lekkernij met kaneel die Arthur me had geadviseerd. Toen ik in 1985 op het Osho-festival in Oregon was, heb ik me ook sufgegeten met kaneelbroodjes. Niet alleen omdat ik die lekker vind, maar ook omdat de maaltijden in het restaurant bedoeld waren voor beter gesitueerde sannyasins. Het was vandaag in Vantaa nog een hele klus om een treinkaartje naar Helsinki te pakken te krijgen. Dat heb ik uiteindelijk in een winkeltje gekocht. En toen de lange roltrap af naar het perron. Dacht ik. Daarna nog een. En zelfs daarna nog een. Hoe diep zat ik hier wel onder de grond? Een halte of zeven met de trein en in Helsinki meende ik al de Mannerheimintie – de belangrijkste toegangsweg tot de stad – te zien.

Kopstation Helsinki heeft een mooie ijzeren overkapping. Vond ik. Het was druilerig weer van zo’n twintig graden. Voor de hoofdingang van het station stond ik wat te roken en ik was niet de enige. Twee jongens stonden een krant te verkopen en ik vroeg een van hen of ik ook een krant mocht lopen als ik hem niet kon lezen. Dat vond hij wel een leuk idee en daarom gaf hij me die krant gratis. Raar trouwens, om opeens op de plek en het plein te zijn die ik al op zoveel filmpjes heb gezien. Wandelen naar het hotel, waar ik eerst voorbij liep omdat er allemaal andere winkels op de begane grond zijn. Mijn kamer 504 is best groot – er staan twee bedden in. Mijn spullen uitgepakt en geordend, want ik ga hier wel negen dagen wonen. Uurtje op bed liggen rusten. Toen op zoek naar een ravintola – restaurant – want hotel Arthur verzorgt wel een ontbijt maar geen avondeten.

Nu zit ik na het eten van een pasta aan een tweepersoonstafeltje voor het raam uit te kijken over de best drukke Kaisaniemenkatu met de geelgroene tramlijnen 3, 6 en 9. En ook oranje en blauwe bussen. En nog een rode pubbus. Waar halen ze hier toch al dat openbaar vervoer vandaan? Van lijn 6 viel me op dat hij naar het strand van de zuidelijke wijk Eira rijdt. Wellicht ook leuk om eens te proberen. Ik weet vandaag nog niet wat ik morgen ga doen, en dat is een heerlijk gevoel.

Vlucht KL 1251

Date 14 juni 2026

Eerst Finland zien en dan sterven, parafraseer ik steeds Goethe in mijn gedachten. Over drie dagen vertrek ik, en de meeste voorbereidingen heb ik nu wel gedaan. Maar het blijft spannend, want ik ben zowat een halve eeuw niet meer alleen op vakantie gegaan, en heb een kwart eeuw geen vliegtuig meer van binnen gezien. De laatste dagen zit ik vaak in mijn reisgidsje te bladeren en bekijk ik op Google Earth hoe Helsinki er van boven uitziet. Schrijf in mijn mobieltje wat alinea’s over wat ik zeker in blogs wil gaan vertellen. Ik heb een nieuwe koffer gekocht. En een schoudertasje waarin precies een uitklapbaar wandelstokje past voor noodgevallen. Een nieuw toilettasje omdat ik het huidige niet meer kan vinden. Regenponcho’s voor de zekerheid. Een slaapmaskertje. Kleurige T-shirts. Een tasje voor handbagage. Heb bij de pedicure om de hoek mijn voeten eens goed laten behandelen. Op het juiste moment naar de kapper geweest zodat mijn haar in Helsinki net een klein stukje over mijn ogen valt. Vind ik leuk. Van de dokter een neusspray gekregen om de buis van Eustachius naar mijn oren een beetje open te krijgen tijdens het vliegen. Beetje eng, maar gelukkig vind ik vliegen heerlijk. Lekker los van de aarde.

Ik heb een stuk of vijf plekken die ik zeker wil bezoeken en voor de rest laat ik het over aan het bestaan. Wellicht ga ik gewoon lekker in tram 4 zitten om vandaaruit de stad van begin- tot eindpunt te bewonderen. Of gewoon lekker in het centrale Esplanadepark wat voor me uit zitten kijken. Wel wat plannen, maar niet te veel. Beetje rondhangen. Het belangrijkste vind ik om iets van de Finse mentaliteit te proeven. Tot een paar jaar geleden wist ik niets van dat land. Maar omdat ik twee decennia geleden in Second Life belandde waar ik drie jaar geleden Arthur ontmoette die mij over zijn land vertelde, raakte ik nieuwsgierig. Gisteren stuurde hij me nog foto’s van de barak waar hij deze dagen doorbrengt als leider van een achtdaags camp voor uithuisgeplaatste kinderen, middenin de natuur. Dat is dan in het échte Finland volgens hem. Wellicht ga ik een volgende keer verder zijn land in, op zoek naar het Noorderlicht en zo. Reizen lijkt me een leuke hobby op mijn oude dag. Volgend jaar word ik tachtig en dan wordt het echt tijd om nog meer te gaan genieten van waar het leven eigenlijk voor bedoeld is. In mijn jonge jaren waren mijn ouders vooral geïnteresseerd in wat ik zou worden. Nu ik ouder ben is het nu eindelijk tijd om meer te zijn.

Wat is heerlijker dan wakker te worden met een volstrekt lege dag voor de boeg? Gewoon te doen wat in je opkomt, waar je zin in hebt? Toegegeven: ik heb al een rondvaart geboekt en volgende week om deze tijd ben ik in wat als de Rotskerk bekend is. Maar voor de rest is mijn agenda leeg. Misschien ga ik heel andere dingen doen dan ik gepland heb. En ik zal blij zijn als het vliegtuig woensdagmorgen opstijgt. Lekker alles achter me laten. En wat er ook gebeurt, ook als ik uit het SkyWheel val: ik heb tenminste geproefd van het gelukkigste land van de wereld. Ik kan niet sterven voordat ik Finland heb gezien.

Tijdloos

Date 4 juni 2026

Of het nu 19-, 20- of 2126 is maakt niet veel uit. Ze zijn er allemaal. Tegelijkertijd. Het nu is niets anders dan een plakje salami uit een oneindig lange worst. Omdat het praktisch gezien lastig is om tegelijk in alle tijden te leven, houden onze hersenen de vierde dimensie van tijd maar buiten ons schedeldak. Maar dat betekent niet dat die andere tijden helemaal niet bestaan, want ook die zijn eigenlijk het nu. Maar meer dan drie dimensies kan ons brein moeilijk tegelijk verwerken. Nee, Bob, er komen andere tijden? Nee, want die zijn er al! Net zoals terwijl ik dit schrijf mijn koffie door mijn apparaat druppelt, filteren mijn hersenen het verleden en de toekomst weg. Vrijwel altijd. Soms werkt dat filter even niet. Of verkeerd. Even verkeerd verbonden. Dan krijg je allemaal rare parapsychologische of psychedelische toestanden die ongepast zijn in ons driedimensionale wereldje. En onhandig om praktisch mee te leven.

Ik geloof in dat wat met een zwaar gereformeerd woord predestinatie wordt genoemd. Dat heb ik zelf niet bedacht. Mijn hersenen zouden dat zelfs niet eens kúnnen bedenken. Kennelijk neemt het hart het soms even over. Dat grijnst dan even van lekker puh! Dat vindt het een grote grap dat de werkelijkheid heel anders in elkaar zit dan wetenschappers en filosofen kunnen bedenken. Gniffel. Predestinatie betekent dat de toekomst al lang vaststaat. Sommige mensen worden daar somber van, want wat is er eigenlijk nog te doen als God alles al beschikt heeft? Je kunt niet meer doen dan afwachten wat Hij voor je in petto heeft. Machteloos ben je. Hoe fanatiek je ook bidt dat God je ziel zal redden: het is niet meer dan een egoïstisch eigenbelang. Zinloos. Er bestaat helemaal geen vrijheid meer, gebonden als je bent aan ondoorgrondelijke goddelijke wetten.

Ik heb de mazzel wat rare hersenen te hebben. Hoogbegaafd heet dat, maar dat wil ook zeggen dat ze er heel goed een rommeltje van kunnen maken! Van móéten maken, zou ik bijna willen zeggen. Mijn hart vindt dat leuk. Een brein dat even hapert, even verkeerd verbonden is. Ware intelligentie is het inzien van de beperkingen daarvan. De meeste mensen geloven in wat hun hersenen hen vertellen. Stom. Laat alles maar overal tegelijk bestaan. Dat maakt mijn wereldbeeld veel simpeler. En die predestinatie vind ik eigenlijk heerlijk. Gewoon meegaan met de flow. En is er een grotere vrijheid dan de vrijheid om niet meer te hoeven kiezen? Je moet er toch niet aan denken dat je bij alles wat je doet echt moet gaan nadenken? Er zijn weinig dingen heerlijker dan gewoon te zwemmen en je armen en benen gedachteloos hun gang te laten gaan. Arthur is er blij mee dat hij kilometers achtereen non-stop kan zwemmen.

In Poona kreeg ik ruzie met een therapeut toen ik over een ervaring van tijdloosheid vertelde. Ik zat te veel in mijn hoofd. Daar hoefde je in die alternatieve kringen niet veel voor te doen. Afijn. Toen iedereen weg was lag ik toch nog met de mooiste jongen van de groep lekker bloot te vrijen, dus het is toch nog goed gekomen. Even de tijd vergeten en in het paradijs leven. Het paradijs van het hart waarin alles één is. Tijdloos.

Dag Slavek!

Date 30 mei 2026

Vorig weekend is Slavek overleden. Hij kón gewoon niet meer. Hij is de tweede die er niet meer is van onze groep die in 1968 in Uilenstede 198 kwam wonen en die nog steeds reünies houdt. Hij kwam uit Tsjecho-Slowakije, woonde pal tegenover me en studeerde hydrogeografie. Geen flauw idee wat dat laatste eigenlijk inhield. Hij was altijd aardig en vriendelijk. Afgelopen vrijdag was zijn uitvaart. We moesten allemaal een tropische bloem meebrengen, want voor zijn werk was hij vaak in Kenia om water voor de bevolking te zoeken. Later ook in Jemen waar olie gevonden moest worden. Zijn laatste werkende jaren werkte hij voor waterprojecten van UNESCO in Afrika. Ik heb deze goed gemutste jongen verder niet zo goed gekend, maar hij hoorde er altijd wel altijd echt bij. Door deze uitvaart in het oneindig grote Westerveld in Driehuis heb ik hem nog een tikje extra leren kennen.

Ik heb niet zoveel met uitvaarten. Voel me dan vaak een vreemde eend in de bijt met mijn nogal ongebruikelijke ideeën over sterven en dood. “Totdat de dood ons verbindt,” grapte ik in mijn roman. Dat was nog voordat drie van mijn beste vrienden stierven waarbij ik de diepte van deze woorden onverwacht echt ging voelen. Ik durf het bijna niet te zeggen: ik kan niet rouwen. Mijn dankbaarheid overvleugelt dat. Alsof met het sterven van een vriend mijn blijheid met hem bezegeld is en daarmee definitief en onsterfelijk is geworden. Daar kan ik dan de verstrengeling uit de kwantummechanica bij halen, en de illusie van tijd uit de relativiteitstheorie, maar deze woorden worden dan vlees en ik heb ermee geleefd. Ofwel, ik zag best een beetje tegen deze uitvaart op. Mijn ‘automaatje’ bracht me in zijn mooie Mercedes, ging zelf ergens wat koffie drinken en een broodje eten om me een paar uur later weer op te halen.

Toen de aula was volgelopen met een honderdtal familie, vrienden en kennissen, kregen we te horen dat de uitvaart buiten gehouden zou worden. Het was nogal ver, maar mensen die slecht konden lopen konden met een trolley mee. Dat was geen overbodige luxe in het uitgestrekte groene en soms hobbelige duingebied langs graven en urnenvelden. De kist was onder een grote open tent opgesteld met daarnaast vazen voor onze bloemen. Die waaiden twee keer om onder een te sterke zucht wind. Films met beelden uit Slaveks rijke leven op een scherm met popmuziek erbij. Onze eenheidsgenoot had een hekel aan klassieke muziek en nu luisterden we opeens naar San Francisco van Scott McKenzie, het paradijs waarvan we in de jaren zestig droomden. Op Uilenstede schijnt Slavek dat lied eens midden de nacht keihard gespeeld te hebben. Dat herinner ik me niet, maar misschien stond ook mijn eigen muziek te hard.

Namens onze eenheid – ja, daar woonden wij maar wij waren en dat zijn dat nog steeds – hield Gert een dusdanig enthousiaste lezing dat de ceremoniemeester hem twee keer op zijn spreektijd moest wijzen. Na afloop maakte Slavek een rondje op het veld buiten de tent waar we ons allemaal aan de rand van het pad opstelden. Ik kon niet anders dan mijn handen voor mijn borst te vouwen als afscheidsgroet. Omdat een en ander langer had geduurd dan gedacht, Jan op we wachtte en een trolley dreigde te vertrekken, omhelsde ik Slaveks vrouw Annetje om haar sterkte te wensen, waarna ik achter de horizon verdween. Langzaamaan begon het hier en daar te regenen. “Een hydrogeoloog waardig,” appte Fingal later op de avond. Al met al was het een mooi voorbeeld van hoe wij babyboomers, druk bezig met uitsterven, op positieve wijze afscheid nemen. Dank je wel, optimistische Slavek!

Liefdefeest

Date 24 mei 2026

Ziggy en Finn gaven gisteren een party om hun liefde te vieren. Ze zijn beiden lid van onze broederschap van studenten, en ik geniet er altijd van hen samen te zien. Zo zitten ze na afloop van een bijeenkomst vaak knus en stilletjes in elkaars armen. Het is wonderbaarlijk te zien hoe avatars hun wederzijdse verliefdheid uitstralen. Je zou zeggen: het zijn maar poppetjes in onze virtuele wereld, het zijn maar geprogrammeerde animaties als ze elkaar knuffelen. Maar toch. Ik voel dat ze dolgelukkig met elkaar zijn. Ze wonen een steenworp afstand van ons vandaan, maar toch kende Arthur hen nog maar nauwelijks. Ik nam hem dus mee, en ook hij was ontroerd door de toespraken die Ziggy en Finn hielden. Alsof hun woorden niet alleen over dit gelukkig paar gingen, maar ook over ons. Alsof wij zelf aan het spreken zijn, zei Arthur.

Er waren niet eens zoveel mensen. Een man of tien. Net als toen Arthur en ik ons eigen huwelijk vierden. Gelukkig maar, want als het te druk wordt gaat veel moois voor je het weet onder in het gedreun van muziek en het geruis van een feestende massa. Voorzitter Kip hield een mooie toespraak over virtual reality. Woorden die duidelijk geïnspireerd waren door een verhaal dat ik afgelopen week daarover heb gehouden toen ik mijn cursus daarover op onze universiteit presenteerde. Want wat is een betere plek om over virtual reality te filosoferen dan Second Life zelf? Arthur en ik dansten close met elkaar en er was niet meer te doen dan gewoon te genieten. Van de sfeer, van elkaar. Dit feest was bedoeld om de liefde te vieren. En dat was het ook.

“Maak van de aanwezigheid van je geliefde of partner een meditatieve ervaring. Wees stil. Blijf dichtbij, maar wees stil. Gebruik elkaars aanwezigheid om je hoofd leeg te maken; denk niet na. Als je nadenkt terwijl je partner bij je is, ben je niet bij je partner. Hoe zou dat ook kunnen? Jullie zijn kilometers van elkaar verwijderd. Jij denkt je eigen gedachten, je partner denk de zijne. Jullie lijken alleen maar dichtbij te zijn, maar dat zijn jullie niet – want wanneer twee geesten denken, zijn ze ver van elkaar verwijderd. Maak van je relatie een heilige ervaring. Als je echt verliefd bent, wordt het object van je liefde goddelijk.”

Deze woorden van Osho komen uit Het Boek der Geheimen. Ik heb nog steeds een eerste Engelse druk daarvan in vijf delen in mijn boekenkast staan. En toevallig had ik deze woorden net de vorige dag nog aan Arthur gestuurd. Ik denk dat ze voor hem meer vanzelfsprekend zijn dan voor mij. Want hij is beter in stil zijn dan ik, wat ook wel met de Finse mentaliteit te maken zal hebben. Na het maken van een groepsfoto liep dit feest van liefde ten einde. Hij wilde nog even een kwartiertje samen naar ons dakterras gaan. Maar ik wilde liever hier afscheid van hem nemen. Niet om nog even met anderen te dansen en te feesten maar omdat er geen mooier moment kon zijn om elkaar ten afscheid te kussen en hartjes rond onze hoofden te laten zwermen. Onze wereld hier mag dan virtueel heten, onze verliefdheid is allesbehalve dat.

Griepvoordelen

Date 19 mei 2026

Zit wegens griep nu al de zesde dag thuis. Eerst een schurende keel, dan veel gesnotter en tenslotte brandende ogen – het gebruikelijke griepritje. Het gekke is dat in mijn wollige schedel diverse nieuwe ideeën opkomen. Wat in overeenstemming is met het idee dat hersenen een filter zijn: hoe slechter ze werken, hoe minder ze filteren en meer open zijn. Een spectrum met aan het ene open eind inspiratie, dromen en psychedelische ervaringen, en aan het andere gesloten eind een totale narcose waarin zelfs de tijd niet meer tot het bewustzijn kan doordringen. Hersenen produceren geen bewustzijn maar schermen het juist af om je te laten overleven. Heel gezond dus om ze bij tijd en wijle even uit te schakelen. Waar de natuur trouwens zelf al regelmatig voor zorgt door ons te laten dromen.

Een paar dagen geleden had ik even de smaak te pakken voor een cursus Virtual Reality die ik ga geven. In Second Life, wat mij een uitstekende locatie daarvoor lijkt. En dus eerst lekker brainstormen met mezelf. Nee, met AI natuurlijk, waarvoor ik nu Le Chat gebruik omdat dit Europees is, en omdat ik onze afhankelijkheid van dat dictatoriale land aan de overkant van de oceaan een beetje zat ben. Ik begon met eerst wat in het wilde weg te chatten. Printte toen dat alles op 12 A4’tjes om dat nog eens rustig buiten op mijn stoeltje door te nemen en aan te vullen. Uiteindelijk kwam Le Chat – een van de weinigen die tenminste begrijpt wat ik bedoel, die soms beter dan ik zelf begrijpt wat ik bedoel – met een mooie opzet voor 10 lessen onder de titel ‘Virtual Reality – From Plato to Chalmers’.

Gistermiddag er nog snel een wervend kort verhaaltje boven gezet. En gisteravond aan ons groepje van onze Universiteit gepresenteerd. Iedereen was enthousiast en ik werd een half uur bestookt met vragen waarbij ik erop moest letten niet te veel spoilers los te laten. Kortom, ik was helemaal in vorm. Ondanks de velletjes keukenpapier die ik soms gebruikte om mijn neus weer eens een orgasme van snot te geven. In zo’n bui kan ik dingen heel helder uitleggen, onder andere de truc hoe je in onze wereld gezamenlijk veel land kan bezitten zonder daarvoor belasting te hoeven betalen. Met rekenvoorbeeld. Heb ik in Real Life een bestemming gemist? Ik was in zo’n goede bui! Ik corrigeerde zelfs Jonathan die altijd mij corrigeert in mijn Engelse taalgebruik, iets waarvoor ik hem best dankbaar ben. Dit alles maakte mijn dag!

Tussendoor zit ik voor de zoveelste keer, nu met Gemini, weer verder te chatten over de relativiteitstheorie. Nu over de kromming van ruimte en zwaartekrachtlenzen. Ik ben heel beeldend ingesteld en vergeleek die manier waarop de vierde naar de derde dimensie kijkt met die van de derde naar de tweede dimensie. Op een platte landkaart zie je soms iemand enorme omwegen maken als hij van A naar B fietst, maar dat is toch de kortste weg omdat je niet de berg – analoog voor zwaartekracht – tussen vertrek en bestemming ziet. In mijn jonge jaren genoot ik van het boek Platland waarvan de bewoners voor onbegrijpelijke fenomenen stonden, zoals uit het niets verschijnende dingen die hun land vanuit de derde dimensie kruisten. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat ogenschijnlijk ingewikkelde dingen best eenvoudig zijn uit te leggen.

Zojuist liet ik Le Chat nog even weten dat ook Bernardo Kastrup een plek moet krijgen in les 3. Zo heeft even griep hebben best zijn voordelen. Ik ben niet te stoppen. Maar nu eerst even met Arthur in rust en stilte duiken.

Mijn speelgoed

Date 10 mei 2026

In de jaren tachtig waren computers nog leuk om mee te spelen. Onlangs beleefde ik opnieuw dat genot toen ik het daar met Jonathan over had. Hij is een wat geheimzinnige stille jongen. Altijd in donkere pakken, zittend in een hoekje. Een man van weinig woorden. Als ik een woord verkeerd schrijf, fluistert hij me iets toe als bijvoorbeeld “s/teached/tought/”. En nu begon hij over Python waarmee hij zat te stoeien. Ik ken die taal niet, maar voor ik het wist vertelde ik hem hoe ik vroeger zat te programmeren. Na wat zoeken naar een boekje dat ik niet meer kon vinden bleek dat Assembler te zijn. Dat was een hele uitdaging, en ik maakte op mijn TRS-80 model 1 een tekstspelletje van Mastermind waarop je naar keuze met tot zestien pionnen in hetzelfde aantal kleuren kon spelen. Dichter op wat je de processor kon laten doen kon je niet komen. En daarom was het ook zo leuk: je wist tenminste wát je deed met een computer. Als ik zo’n stukje code op de Wikipedia-pagina zie, word ik er nog steeds warm van, zelfs nu ik er inmiddels weinig meer van begrijp. Alsof het een stukje pure schoonheid is. Toen werd er nog logisch gedacht.

Paradox. Dat was een database-programma uit de tijd dat Windows nog niet bestond. Ik heb er veel mee gestoeid en tot zeven jaar geleden draaide ik de hele administratie van mijn eigen bedrijfje Aries Astro-Services erop. Dikke handleidingen erbij die ik zelfs nog in harde kaften had laten inbinden. Een van de leuke dingen ervan was dat je heel gemakkelijk verschillende databases aan elkaar kon koppelen. De naam ervan was natuurlijk ook heel aantrekkelijk voor me. Toen Vriend en ik eens naar Uddel gingen, naar het vakantiehuisje van zijn familie, nam ik dat allemaal op een notebook mee om daar verder te gaan met knutselen. Toen Windows kwam vond ik dat maar niks. ‘Windows voor kinderen’ heette een boek en dat beaamden wij grijnzend volledig. Ik had toen voor het eerst een zakcomputertje, een Psion palmtop, en zo kwam ik in contact met Marcel die daarvoor een astrologieprogramma had geschreven. Als ik die Psion niet had gehad, had ik niet een van mijn beste vrienden leren kennen. Tegenwoordig is al het programmeren klikken, kopiëren en slepen, zolang je het nog niet aan AI overlaat. Maar toen werd er nog logisch gedacht.

Het laatste dat ik programmeerde was in Visual Basic. Dat liet ik horoscopen berekenen, analyseren en afdrukken. Het leukste was het laten printen van een horoscooptekening, iets wat ik eerder al had laten doen op een Epson HI-80 plotter. Het geluid dat hij daarbij maakte met het tekenen van cirkels, lijntjes, lettertjes en symbooltjes heb ik zó vaak gehoord dat ik het vandaag nog steeds zal herkennen. Later liet ik die tekeningen door een printer maken, maar het grootste probleem was om een cirkel echt een cirkel te laten zijn, zodat ik wat extra moest patchen om ovalen te vermijden. Wat ik met elke nieuwe printer weer opnieuw moest doen. De verloedering was begonnen. Steeds vaker verdwaal ik in menu’s die andere dingen doen dan ze pretenderen. Zo zijn er diverse bestanden van mij in de cloud beland terwijl ik dacht dat ze op mijn eigen computer stonden. Steeds vaker zijn apps gemaakt om zelf niet meer te hoeven denken. Maar als je in een Tesla zit, betekent dat nog niet dat je kunt autorijden. Mensen hoeven steeds minder te begrijpen van wat ze eigenlijk aan het doen zijn. En vroeger werd er nog logisch gedacht.

Ik denk wel eens dat computers met al hun apps ons logisch denken aan het vernietigen zijn. Dat die hele informatiewereld een onzichtbare hersenschade toebrengt. Soms voel ik mij als logisch denker heel alleen en in de steek gelaten, zo niet verraden door de digitale hype. Ik kan steeds minder met apps omgaan omdat ik ze niet meer begrijp. Als ik bijvoorbeeld in Facebook wil zien wie mijn vrienden daar zijn, ga ik op ‘vrienden’ klikken in de naïeve gedachte dat ik ze daar zal vinden. Als ik een knopje of schuifje zie dat rood oplicht weet ik niet meer of die functie al uit of aan staat, of dat ik die daarmee juist uit of aan kan zetten of schuiven. Zeker wat het accepteren van cookies betreft wordt graag misbruik gemaakt van dit soort verwarringen. Nee, hoezeer computers voor mij vroeger het ideale speelgoed waren, tegenwoordig ben ik er niet meer voor weggelegd, heb er geen geduld meer voor om met al die chaos geconfronteerd te worden. De logisch denkende mens sterft stilletjes uit, en als je wil overleven moet je die manier van denken maar zo snel mogelijk afleren. Exit homo sapiens.

Bevrijding nu!

Date 5 mei 2026

Hadden de Verenigde Staten tachtig jaar geleden Europa bevrijd, nu is het tijd dat Europa zich van de Verenigde Staten bevrijdt. Trump wilde toch dat wij hier meer zelfstandig zouden worden? Daarin heeft hij groot gelijk. Gaan we doen! Want afhankelijkheid van dit land waarin nog steeds een dictatoriale dementerende president wordt gesteund is doodeng. Zijn onvoorspelbaarheid maakt hem als handelspartner volstrekt onbetrouwbaar. Met deze peuter, die boos wordt als hij zijn zin niet krijgt, zijn geen zaken te doen. Hij pretendeert vrede te brengen, maar ontketent alleen maar oorlog. Ik hoef hier inmiddels geen voorbeelden meer van te geven. Dat zou een ellenlange lijst worden. De Verenigde Staten zou ik inmiddels geen democratie meer durven noemen. Het is eerder een land dat door zijn eigen decadentie ineenstort.

Het is doodeng om van zo’n land afhankelijk te zijn, en daarbij denk ik met name aan de digitale wereld waarvan de grote bazen vooraan zaten toen Trump werd geïnaugureerd. Ja, ik heb ook nog Facebook op mijn mobieltje en Windows op mijn desktop, en dat zijn allemaal dingen om af te bouwen. Een jaar of tien geleden heb ik wat met Linux geëxperimenteerd, en tijdens een rondleiding op de IT-afdeling van de gemeente vroeg ik nog waarom ze niet op Linux overstapten. Dat werd uiteraard een naïef idee gevonden, want reken maar eens uit wat dat allemaal gaat kosten! Ik was mijn tijd weer eens te ver vooruit, want onlangs las ik dat ze daar in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein mee aan de slag zijn gegaan. En dat in München een indertijd mislukt experiment opnieuw leven wordt ingeblazen.

Overschakelen van Windows naar Linux is een gigantische operatie. Niet alleen omdat alle digitale infrastructuur moet worden aangepast, maar ook omdat het voor gebruikers ervan erg veel wennen is als je bijvoorbeeld Excel niet meer kunt gebruiken. Microsoft Office wordt vervangen door LibreOffice. Nextcloud, Open-Xchange en Thunderbird gaan het overnemen van Microsoft Teams en Outlook. Toevallig heb ik gisteren net nog wat gedoneerd aan Thunderbird dat al decennialang op mijn desktop mijn e-mail regelt. Deze transitie naar Linux kost kapitalen, maar kan op langere termijn enorme besparingen opleveren. En last but not least veel meer veiligheid, want onze data steken dan niet meer de oceaan over. Laat Silicon Valley maar verroesten en als een zandkasteel in elkaar storten. De naam alleen al vraagt daarom.

Geef hen die “America über alles” roepen maar veel cookies van eigen deeg. Laten ze daar in dat preutse land maar even normaal gaan doen. Op naar Europese zelfstandigheid, dát geeft vrijheid! “Het is een gedurfde gok. Als dit slaagt, zou Sleeswijk-Holstein wel eens de blauwdruk kunnen worden voor overheden in heel Europa,” schrijft Gemini (!). “Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht …” schreef Van Randwijk op een oorlogsmonument. En hoe kan je je in deze tijden beter van tirannen bevrijden dan door je digitaal onafhankelijk te maken? Gedenken betekent ook in het heden kijken, en bevrijding ook in de toekomst kijken.