E-bikes

Date 18 mei 2022

Ik fiets niet meer. Als ik maar een beetje achterom kijk begin ik al te slingeren. Dat hoeft op zich niet zo erg te zijn als je daarvoor wat ruimte hebt. En die heb je niet als je op het fietspad weer eens belaagd wordt door zo’n horde sportieve racefietsers. Als ze je van achteren bestormen gaan ze schreeuwen omdat ze geen bel op hun fiets hebben. Dat rechts voorrang heeft is hen ook onbekend, en als je dat toch zou nemen is een geweldige ravage gegarandeerd. Als ze je tegemoet komen kun je het beste aan of over de rand van het fietspad gaan rijden, want ze blijven rustig naast elkaar scheuren. En nu wordt het alleen maar erger met al die fietsen met hulpmotor, ook wel e-bikes genoemd. Ik heb de neiging dat kinderachtig te vinden, iets voor watjes. Gebruik toch je eigen spieren, stelletje homo’s!

Fietsers die op e-bikes rijden moeten zich diep schamen. Aldus Erik Koletzki, theatertechnicus en fietsliefhebber op 10 mei in de NRC. Hij ziet vooral gezonde mensen elektrisch fietsen. In 2019 was ruim een kwart van alle gefietste kilometers elektrisch. Voor het huidige jaar gaat hij uit van 37 procent is, een verwachting van drie jaar geleden. We fietsen jaarlijks 15 miljard kilometer in ons land, waarvan dan 5,5 miljard kilometer elektrisch. Uitgaande van 8 wattuur per kilometer komt hij dan op 44,4 gigawattuur dat we jaarlijks elektrisch wegfietsen. Dat is volgens Koletzki de opbrengst van 7 grote windmolens van 3 megawatt. Je kan daarmee een kleine gemeente als Harlingen van stroom voorzien, concludeert hij. Globaal klopt dat volgens mij allemaal wel, want ik zat natuurlijk wel een beetje te factchecken. Eén zo’n grote windmolen is goed voor zo’n 2000 inwoners ofwel een kleine 1000 huishoudens. ‘Dus beste e-biker,’ concludeert de auteur, ‘ga je heel snel diep schamen.’

Dat schoot in het verkeerde keelgat van Marcel van Roosmalen. Op zich niet zo bijzonder, want hij heeft meerdere verkeerde keelgaten. Maar berg je maar als dat gebeurt, zoals in zijn column op 11 mei. Hij vindt Koletzki ‘een van de vele zeurburgers die denkt bij te dragen aan de oplossing van het klimaatprobleem door zijn pijlen te richten op de kleine vissen.’ We moeten ons tegenwoordig voor alles schamen, en daar heeft Marcel geen zin in. ‘Mogen we straks ook geen keukenapparatuur meer gebruiken omdat je beslag net als vroeger ook wel handmatig kunt kloppen?’ Nee, we moeten een vuist maken tegen de échte vervuilers. ‘Schiphol inkrimpen, geen cruiseschepen in Nederlandse havens, het autorijden zwaarder belasten en het terugdringen van de intensieve veehouderij.’ Met als conclusie: ‘Fiets in de plomp met je gezeur.’ Net als Koletzki heeft ook hij een punt. Onze overheid heeft de gave om problemen over schuttingen te gooien om er vervolgens zelf weinig aan te hoeven doen. Met als gevolg dat het mij steeds meer tegenstaat om afval over drie bakken te sorteren terwijl boven mijn hoofd er weer rustig op los wordt gevlogen. Soms denk ik wel eens dat we daar collectief net zolang mee moeten staken totdat Schiphol wél wordt aangepakt.

Op dezelfde dag reageert Jasper Boter in de brievenrubriek van de NRC. ‘Voor woon-werkverkeer onder de 20 kilometer is de e-bike een fantastisch alternatief voor de auto. Je komt niet bezweet aan, je hebt een frisse neus gehaald en tegenwind is geen probleem. Even naar die ene winkel aan de andere kant van de stad, een kind ophalen van school, allemaal ritjes waarvan de e-bike de drempel enorm verlaagt om de auto te laten staan. Dus niet de e-biker moet zich schamen, nee, iedereen die voor ritjes onder de 10 kilometer de auto neemt moet zich schamen!’ Ik heb een buurman – met wie ik het overigens uitstekend kan vinden – er wel eens vrolijk en luchtig op aangesproken dat hij de auto nam om boodschappen vlakbij te doen, en nadien heb ik hem daar niet meer op kunnen betrappen. Maar voor het van school ophalen van je kind heb je volgens mij zelfs geen e-bike nodig omdat dat überhaupt onzin is. Het argument daarvoor is dan dat het te gevaarlijk voor kinderen is om lopend of fietsend naar school te gaan. Maar dat probleem veroorzaken jullie zélf, ongeruste ouders!

Op 12 mei reageert Niek Gilhoorn in de brievenrubriek van NRC. Hij woont 20 kilometer van zijn werk, en dankzij zijn e-bike hoeft hij niet meer de auto te nemen en dat is winst. Fietsen naar zijn werk is vanwege de tijd die dat kost geen optie, en bovendien zou hij dan meer moeten douchen, wat we eigenlijk veel minder zouden moeten doen. Op 13 mei twee brieven. Volgens Lowie Gilisen slaat Van Roosmalen de plank mis omdat die alleen ‘de echte vervuilers’ wil aanpakken. Maar er is geen sprake van ‘of-of’ maar van ‘en-en’ en de columnist van de NRC draagt zodoende niet bij aan een betrokken bewustwording van burgers. Leo Verhoef reageert op de eerdere brief van Boter en vindt dat die het zelf is die zich moet schamen omdat je voor die 10 kilometer best een traditionele fiets kan gebruiken. Bovendien zijn er ‘hele volksstammen voor wie, vanwege leeftijd of lichamelijke beperking, de auto de enige mogelijkheid is om aan het openbare leven deel te nemen.’ Voor mij niet, trouwens, want ik heb geen auto.

14 mei. Drie brieven. Voor de 81-jarige Klaas Timmerman was de aanschaf van zijn e-bike ‘de beste beslissing ooit’ sinds hij ging lijden aan hartritmestoornissen bij langere tochten. Al e-bikend heeft hij inmiddels half Europa gezien. ‘Dat argument over het elektroverbruik is kul, voor een paar dubbeltjes batterijlading rijd je 120 km. Kunnen we stoppen met het zwart maken en betuttelen van ons als vrolijke e-bikers?’ Volgens Annelies Sturm legt Van Roosmalen de schuld bij anderen om zelf vrijuit te gaan. ‘Maar als hij, zoals hij oppert, zichzelf aan een staldeur vastketent, een landingsbaan blokkeert en op de snelweg gaat zitten, dan trek ik deze woorden in, want dan toont hij zich écht betrokken en dat is dan in elk geval iets.’ Tenslotte neemt F.M. Boon het op voor Koletzki, wiens betoog de aanleiding was voor de hausse van ingezonden brieven bij NRC. Volgens hem is de e-bike meestal een ‘populair hebbedingetje geworden van door haast en gemak gedreven moderne mensen.’ Hij wijst daarbij op vooral manlijke jongeren die er trots als pauwen op rondrijden.

Wat zijn nu de argumenten vóór de e-bike? Mensen met lichamelijke beperkingen, waaronder ouderen, kunnen zich er beter mee verplaatsen. Je verplaatst je sneller. Als je ver, maar niet té ver, van je werk woont – en het weer het toestaat – kan de e-bike de auto vervangen, wat natuurlijk winst is. Minder zweet dus minder hoeven douchen. Wat is er tégen de e-bike? Minder lichamelijke beweging maakt minder gezond. Er wordt meer elektriciteit gebruikt. En ze kunnen een gevaar op het fietspad zijn als ze harder dan 30 kilometer rijden. Al met al is het moeilijk om voor of tegen de e-bike te zijn. Dat is te simpel omdat je per geval zowel de conditie van de gebruiker als zijn diverse omstandigheden moet wegen. Dat geldt niet alleen voor e-bikes, maar eigenlijk voor alles, want je kan niets los zien van de vele soorten gebruikers met hun innerlijke en uiterlijke contexten. Uiteindelijk is alles één geheel, en dat maakt het vaak moeilijk om voor of tegen iets in zijn algemeenheid te zijn. Moet ik voor of tegen geld zijn? Voor of tegen medicijnen? Voor of tegen wapens?

In grote lijnen ben ik tegen snelfietsen, dat wel. Omdat ik het onzin vind. Ik moet dus heel goed letten op waarom er iemand op zo’n ding voorbij scheurt. Want ‘elk nadeel hep se voordeel,’ zoals een beroemd filosoof eens zei. En dat geldt ook voor e-bikes.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De waan van alle dagen

Date 10 mei 2022

‘Nieuws gaat meestal over wat er vandaag gebeurt, maar zelden over wat er elke dag gebeurt. Het richt zich op de uitzonderingen, waardoor de regel buiten beschouwing blijft,’ Aldus het Manifest van De Correspondent, het journalistieke platform waarover ik als ‘lid van het eerste uur’ nog steeds heel enthousiast ben. ‘Onze correspondenten laten zich niet leiden door de waan van de dag, maar richten hun aandacht op structurele ontwikkelingen in onze samenleving en in de wereld. Anders gezegd: wij vertellen je niet over het weer, maar over het klimaat – en hopen je zo dieper inzicht te geven in hoe de wereld werkt.’ In mijn eigen woorden: het gaat niet zozeer over het meestal sensationele nieuws zelf, maar over onderliggende structuren die minder zichtbaar zijn maar die wél een vaak langdurige impact hebben op wat ons via de media bereikt. Het voorbeeld dat het niet over weer gaat, maar over het klimaat verduidelijkt dit. Je zou ook kunnen zeggen dat het niet zozeer over de golven gaat maar over de zee. Of over nieuws dat niet inzoomt op wat er gebeurt, maar wat juist uitzoomt om het in een groter perspectief te bekijken.

Er is oorlog in Oekraïne. In Afghanistan moeten vrouwen van de Taliban thuis blijven. In de Verenigde Staten wordt abortus weer verboden. In China slaat covid toe. In ons land zijn dodelijke schietpartijen. Wereldwijd veroorzaakt de klimaatverandering steeds meer rampen. Dit alles en nog veel meer is allemaal het nieuws waarmee we dagelijks worden overspoeld. Wat is hier de grootste gemene deler van? Als we uitzoomen zien we verschijnselen als machtswellust (agressie zoals oorlog en moord), overconsumptie (met klimaatverandering en ziektes zoals covid als gevolg) en religie (abortuswetgeving en Taliban). Wellicht zijn er nog meer onderliggende oorzaken te vinden, maar het loont wel de moeite om nog verder te gaan uitzoomen en ons af te vragen of er een gemeenschappelijke wortel is van machtswellust, overconsumptie en religie. Dan komen we al gauw bij onzekerheid en angst terecht. Angst dat het eigen land door andere landen wordt overheerst. Angst voor de toekomst waarvoor we ons veilig willen stellen en zoveel bezittingen gaan hamsteren. Angst dat onze eigen religie wel eens niet de enige ware religie zou blijken te zijn.

Met minder angst zou er minder agressie, overconsumptie en religie zijn. Je kan het ook omdraaien, zodat de wereld er beter uit zou zien als we meer vertrouwen hadden, wat de tegenpool is van angst. Hoewel angst zeker zijn nut heeft, bijvoorbeeld in het verkeer, is het steeds meer een eigen leven gaan leiden en manifesteert die zich heel vaak in omstandigheden waar die helemaal geen nut meer heeft. Zo is een angst voor spinnen geen ‘realangst’ omdat ze niet op de realiteit is gebaseerd, maar we zien deze beestjes toch liever niet in onze slaapkamers rondwandelen. Alsof de angst – zelfs nu zij niet meer het nut heeft dat zij voor onze verre voorouders ongetwijfeld had – zélf wil overleven. Dan wordt angst heel snel iets wat zichzelf gaat bevestigen en rechtvaardigen. Als ik te bang ben om weer op de fiets te stappen, ga ik slingeren en ongelukken maken, want ik ben te sterk gefocust op wat er allemaal mis zou kunnen gaan. ‘De mens lijdt dikwijls ’t meest door ’t lijden dat hij vreest, maar dat nooit op komt dagen,’ noteerde mijn vader eens voor het bange kind dat ik was. ‘Zo heeft hij meer te dragen dan God te dragen geeft.’

Zo uitzoomend zie ik dat oorlog, klimaatverandering en abortuswetgeving hun wortels hebben in machtswellust, overconsumptie en religie, die allemaal zijn voortgekomen uit angst. Het is nu alsof ik vanuit de ruimte de hele wereldbol in zicht heb, een aarde die in een grote mist van angst is ondergedompeld. Maar waarvoor zijn we uiteindelijk bang? Wat is die angst die bijna iedereen heeft? Het antwoord ligt voor de hand. Voor de dood. Of beter: voor het sterven. Die twee begrippen worden wel eens, zelfs door Osho, door elkaar heen gebruikt. Sterven is een dynamisch proces, een dood gaan, een overgang waarin je nog leeft, varend over de Styx. En dood is iets statisch waarover niets te zeggen valt, de Hades waarover we alleen maar kunnen speculeren zoals bij een geloof in hel, vagevuur en paradijs. In plaats van te spreken over ‘leven na de dood’ is het correcter om te spreken over ‘leven na het sterven’. Hoe dan ook: sterven doen de meesten van ons niet graag. En als we er zelf voor kiezen is het eerder een vlucht uit ons lijden dan een nieuwsgierig verlangen om dit mysterie eens mee te maken. De meeste mensen zijn bang om te sterven, om te verdwijnen en vergeten te worden, om er niet meer te zijn. Sommigen vinden er troost in dat hun kinderen of werken nog een lang bestaan is beschoren, hoewel ook die het eeuwige leven niet hebben.

Het is verwonderlijk dat we die verdwijnangst hebben, want we weten meestal niet eens wie of wat dat ‘ik’ is dat zich zo graag wil handhaven. Is het eigenlijk niet heel egoïstisch om je aan je eigen ik te blijven vastklampen, iets wat ontegenzeggelijk tot angst moet leiden? Creëren wie niet de angst in de hele wereld door allemaal in onze ikjes te blijven geloven? Wat – weer inzoomend via religie, overconsumptie en agressie – in het ergste geval leidt tot de vernietiging van onze planeet? En eigenlijk is het ik die angst, een soort oppervlaktespanning die we als een veiligheidsschild om ons heen hebben opgetrokken. Maar ons ik zijn we niet meer verbonden met elkaar, met de natuur, de wereld, met de kosmos. Met ons ik denken we ervan afgescheiden te zijn, zelfstandig te functioneren in plaats van ons een deel te weten in een gigantisch organisch geheel. Als we beginnen te beseffen dat het juist dat bange ik is dat zoveel ellende veroorzaakt, dan wordt het urgent om dat eens te gaan onderzoeken. Ben ik mijn lichaam? Ben ik mijn persoonlijkheid? Het enige constante dat na het schillen van onszelf overblijft is ons bewustzijn waarin dit zich allemaal voordoet.

Bewustzijn – en daarmee bedoel ik niet de inhoud ervan, wat zich er allemaal in voordoet – is datgene wat we allemaal hebben, voor iedereen hetzelfde is en altijd bij ons blijft. Bewustzijn heeft geen oordelen, evenmin als een filmdoek over wat erop wordt geprojecteerd. Bewustzijn is stil en leeg en kent geen angst, en is daarmee het enige vredige en rustige in ons. Het is het enige waarmee we ons kunnen identificeren, hoewel er tegelijk geen ik meer is in de betekenis van lichaam of persoonlijkheid. Deze laatste zijn immers de inhoud van het bewustzijn en niet het bewustzijn zelf. Sommigen noemen dit bewustzijn het Niets of Leegte. Al met al mag duidelijk zijn dat dit zelfonderzoek voorbij lichaam en persoonlijkheid – ook meditatie genoemd – de hoogste prioriteit heeft. Want bewustzijn kent geen angst. Het gnothi seauton, ken uzelve, is noodzakelijker dan ooit. Als je jezelf kent zul je daar niet meteen de hele wereld mee redden, maar velen zijn er toch mee begonnen en het kan best aanstekelijk zijn. Meditatie wordt vaak als iets passiefs, zo niet egocentrisch en wereld verzakend gezien, maar het legt de enige bron open waaruit het goede, het schone en het ware kunnen opbloeien. Zonder dat blijft alle betrokkenheid, politiek en maatschappelijk engagement dweilen met de kraan open.

De waan van alle dagen is dat wij als afzonderlijke individuen bestaan, dat we allemaal ikjes zijn. Die nauwelijks met elkaar zijn verbonden. Die met elkaar moeten vechten om sterk te worden. Die met elkaar in een zogenaamde vrije markt moeten concurreren. Die in coalities of opposities zitten. Die links of rechts zijn. Tweedelingen verscheuren ons omdat ze een bijgeloof zijn. Eigenlijk is elk geloof een bijgeloof, omdat ze uitgaat van aannames in plaats van eigen ervaring. De waan van de dag en van alle dagen ben ik zelf.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Het jaar van Fortuyn

Date 6 mei 2022

De zesde mei zal ik nooit vergeten. Zelden heb ik zo hard en veel gejankt als om de moord op Pim Fortuyn, vandaag alweer twintig laar geleden. Alsof alle hoop op een nieuwe menselijke politiek om zeep was gebracht. Ja, hij was meer mens dan vrijwel alle politici, zeker in die tijd. Ik heb dat paarse gedoe, dat zo duidelijk het neoliberalisme omhelsde, nooit gemogen. Pim was eerlijk en open, en daarmee troefde hij al zijn tegenstanders af. Hij was innemend en een groot deel van het volk hield daarom van deze dandy die gewoon grapjes maakte over zijn homoseksualiteit en darkrooms. Uitspraken als ‘Ik kan zijn zaad wel drínken’ kostten hem geen stemmen, want hij was gewoon een man om van te houden. Recht voor zijn raap gaf hij te kennen dat de islam een ‘achterlijke godsdienst’ was, omdat het hem vooral ging om de scheiding van kerk en staat die juist in veel islamitische landen ver te zoeken was. Wat helaas nog steeds zo is.

De afgelopen weken konden we al onze herinneringen aan Pim ophalen in de serie Het jaar van Fortuyn met niemand minder dan Ramsey Nasr in de rol van Ad Melkert. Beroemd is het debat na de gemeenteraadsverkiezingen van 6 maart 2002. Een miljoen kijkers zagen een opgewekte Pim die als lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam een derde van de stemmen had bemachtigd. Hij vocht furieus tegen bureaucratisering en tegen de schaalvergroting in de zorg, en er moest een einde komen aan de opvang van ‘economische vluchtelingen’. Zijn tegenstanders konden niet tegen hem op en hij won het debat, wellicht ook omdat hij van Ad Melkert (PvdA), Jan Peter Balkenende (CDA), Hans Dijkstal (VVD), Thom de Graaf (D66) en Paul Rosenmöller (GL) het meeste charisma uitstraalde. De ‘demonisering’ van Pim was begonnen, met mensen als Marcel van Dam (‘U bent een buitengewoon minderwaardig mens’) en Paul Rosenmöller (Pim is ondanks zijn PvdA-achtergrond ‘extreemrechts’) voorop.

Op 6 mei 2002 werd Pim op het Mediapark vermoord. De eerste politieke moord sinds mensenheugenis. Milieuactivist Volkert van der Graaf werd snel opgepakt en overal in het land braken rellen uit. De volgende dag rukte ik wat bloemen uit de tuin om die bij het Mediapark neer te leggen. Om Pim nog éénmaal te zien gingen Vriend en ik op 9 mei, nadat we nog even langs zijn huis waren gewandeld, naar de Laurentius- en Elisabethkathedraal in Rotterdam. Het was drieënhalf uur wachten daar, in de enorme massa van mensen van allerlei kleuren, gezindten en politieke voorkeur. Politieagenten deelden bekertjes water uit. We stonden achter een vader die zijn zoontje moest uitleggen wat homoseksualiteit was. Na lang wachten wierpen we een laatste blik op de in zijn kist opgebaarde Pim. Ik kon het niet nalaten om een paar woorden van dank in het condoleanceregister te schrijven. En hem een goede reis toe te wensen.

Nu hij er niet meer was, was het aan Mat Herben om het stokje over te nemen. Omdat de kieslijst niet meer gewijzigd kon worden, bleef Pim bovenaan op de Lijst Pim Fortuyn voor de Tweede Kamerverkiezingen op 15 mei staan, lijst 15. Ik heb op hem gestemd. Hoewel ik het niet in alles met hem eens was, verdiende hij mijn stem. Ja, ik heb nog steeds vijf boeken van hem. Het type boeken dat je koopt uit principe en niet zozeer om te lezen. Ook omdat het uniek was dat een politicus überhaupt boeken schreef. Er moest hoe dan ook eens een frisse wind door de politiek gaan waaien en ik was blij dat er nu eindelijk eens een méns was geweest, een man waarvan je kan houden. De LPF won 26 zetels, de PvdA kelderde met 22 zetels. Het CDA stal 14 zetels van de VVD. Wim Kok zou het torentje aan Balkenende geven. Helaas werd het al snel een chaos binnen de LPF, want velen wilden een nieuwe Pim zijn.

Hoe zou de politieke wereld eruit hebben gezien als Pim inderdaad in het Torentje was gekomen? Tot vandaag de dag wordt daarover gespeculeerd. Net zoals over hoe links of rechts hij was, hoe neoliberaal en hoe populistisch. Al die begrippen vervagen en Pims opvattingen zijn daar moeilijk door te vangen. Dat aan de ‘oude politiek’ eens een einde moest komen was duidelijk, maar tot op heden is het helaas niet zover gekomen. Zoals we in de jaren tachtig en negentig bezig waren kon het niet verder. Met Pim is ook de hoop op verandering vermoord, de hoop op eens een échte schoonmaak in Den Haag. Na 6 mei 2002 bleef de samenleving, om naar een van zijn boektitels te verwijzen, verweesd achter. Maar de weerstand tegen de heersende politiek is toegenomen, zoals ook blijkt uit de groei van de lokale partijen. Ook hier in Blaricum, waar Hart voor Blaricum in 2002 vanuit het niets opeens bijna veertig procent van de raadszetels won. Maar in Den Haag drinken ze nog steeds een glas, doen een plas, en alles blijft zoals het was.

2002. Het jaar van Fortuyn. Wat je ook van hem mag vinden, hij had tenminste iets wat politici wel wat meer zouden mogen hebben. Een hart. Opnieuw: dank je wel, Pim!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Skinny Jake

Date 26 april 2022

Onlangs weer een nieuw boek van Cazimir gelezen. Zijn achttiende alweer. Hij is moeilijk bij te houden, want hij schrijft sneller dan je kan lezen. Met als gevolg dat er best nog wel een en ander bijgeschaafd mag worden, maar dat drukt mijn pret niet. Hij is nog maar twee vijfde zo oud als ik, waardoor ik in totaal andere werelden beland dan ik gewend ben. Zijn romans zijn meeslepend met veel oog voor detail en natuur. Soms zo rouw dat het bloed eraf spat, soms zo gevoelig dat het echt ontroert. Bij deze een recensie van zijn laatste boek Skinny Jake. Leuke naam trouwens.

Deze roman gaat over de hel en de hemel, en speelt zich af in 2018 en 2019. In het eerste deel van het boek leeft de twaalfjarige ‘Skinny’ Jake in de hel, het fictieve Toldorp in Amsterdam-Noord, een omgeving waarin zijn leven wel móét mislukken. Want als twaalfjarige mag en kan je daar eigenlijk niks en heb je hoofdzakelijk stoere drillrappende knaapjes om je heen, die zich net aan de rand of net over de rand van het criminele circuit ophouden. Op school word je betutteld en vernederd door leerkrachten, op straat mag je niet samen op een bankje zitten omdat je de openbare orde verstoort. Waar dan wél heen? Feesten! Met drank en drugs! Stoer! Of samen met vriendin Abigail in Amsterdam gaan vloggen. Maar hoe aantrekkelijk Skinny haar ook vindt, hij weet haar leven wel te ruïneren door een intiem filmpje van haar te maken dat het goed doet op het internet. Tegen het eind van het jaar loopt een party uit de hand, en wordt er dusdanig op hem ingestoken dat het zwart voor zijn ogen wordt.

In het voorjaar van 2019 brengt Skinny’s moeder hem in veiligheid naar het fictieve waddeneiland Elsum. Dat blijkt de hemel te zijn, want de mensen vinden elkaar gewoon aardig en hij gaat het fijn vinden op school. Er zijn geen smartphones en het lezen van boeken blijkt best leuk te zijn. Hij heeft wel wroeging over hoe hij Abigails leven heeft verpest. Hij raakt op twee meisjes verliefd, maar het lukt hem niet hen te versieren. Toch blijft hij goed bevriend met hen. Hoe vredig Elsum mag zijn, het is ook een mysterieus eiland zoals blijkt uit stukken ervan die in de grond zijn verzonken, waaronder een station en een spoorlijn. Het enige waarvoor Skinny bang is, is een hond die hem toeblaft als hij door een steegje loopt. Er wordt gefeest en gezwommen, naar schoolkamp gegaan, op het ijs en in de sneeuw gespeeld. Kortom, het leven is goed, zoals het zou moeten zijn. Zeker omdat later ook Abigail op het eiland komt wonen, die net als Skinny op de vlucht voor Toldorp is.

En leefden ze nog lang en gelukkig? Aan het eind van het jaar besluiten Skinny en Abigail om toch nog een dagje naar een evenement op het vasteland te gaan. De vader van haar haalt hen met de auto op en op de veerboot zien ze Elsum in de mist achter hen verdwijnen. Was het een droom? Wat is er eigenlijk echt gebeurd, de hel of de hemel? Maximillian zou Maximillian niet zijn als hij je niet met raadsels achterliet, want beide werelden zijn heel kleurig, gevoelig en realistisch beschreven zodat je er makkelijk in op gaat. Opnieuw een boek van de schrijver om met rode oortjes te lezen. En wat er eigenlijk allemaal écht gebeurd is moet je lekker zelf uitzoeken.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Evenwicht

Date 24 april 2022

Lekker warm in mijn knusse bed. Vrede en stilte in de donkere kamer. Vriend valt meestal eerder in slaap dan ik waardoor de vrede nog groter wordt. Ik ga op mijn zij liggen en nestel me in mijn laken en deken lekker in. Ik geniet en voel me veilig. Zo’n tweeënhalf duizend kilometer verderop worden steden platgebombardeerd, worden willens en wetens onschuldige burgers gedood. Mag ik eigenlijk hier wel lekker in mijn bed liggen te genieten? Hoor ik niet eigenlijk wakker te liggen van de onvoorstelbare ellende en pijn daar verderop? Ik waardeer de moed van een volk dat zich liever doodvecht dan zich over te geven. In ons land dachten we daar anders over na het bombardement op het centrum van Rotterdam. Wat is wijsheid? Als je ons land verovert zal het een leeg en kaal land zijn, dood en verdord, met alleen lijken en ruïnes. Ik meen dat Zelensky zoiets heeft gezegd. En terwijl die gedachten in mijn hersens spelen voel ik me rustig en vredig. Terwijl in Oekraïne mensen levend onder zwaar puin liggen.

Mag ik van het leven genieten terwijl anderen zo afschuwelijk lijden? Het is alsof ik met een moraal ben opgevoed die dat verwerpelijk vindt. Vroeger waren dat hongerige negertjes in Afrika. En er kwam geen World Press foto voorbij of er kwam weer allemaal ellende op je bord. Zomaar genieten terwijl anderen lijden was egoïstisch, ongehoord. Een calvinistische mentaliteit die nog steeds als een spook door de westerse wereld waart. Je kan niet gelukkig zijn als anderen ongelukkig zijn, dus moet je daar iets aan doen. Talloze mails en brieven bespelen mijn schuldgevoel om iets te doen tegen ziekte, hongersnood en de opwarming van de aarde. Ik sta erbij en ik kijk ernaar. Ongehoord. Alsof ik niets beters te doen heb dan blogjes te schrijven. Mooie woorden, dat wel, maar er moet iets gedáán worden! Die jongens die vrijwillig naar Oekraïne gaan om mee te vechten, die dóén tenminste iets, die dwingen respect af. Als babyboomer heb ik nooit oorlog meegemaakt en ben ik veel te lui en vertrouwend geworden, net zoals heel Europa na de val van de Muur. Toen kon de dienstplicht wel worden afgeschaft en op defensie bezuinigd worden. Ik ben een watje en daar nog trots op ook.

Medelijden. Dat is wat we missen. Maar ik vond dat toch altijd iets raars. Dan lijdt er iemand, en alsof dat niet al erg genoeg is gaan we ook nog eens méde-lijden! Alsof er een taboe rust op gewoon gelukkig zijn. Alsof er niet evenveel geluk als lijden is. Want als er ergens geleden wordt, dan moet er toch op een andere plek of in een andere tijd precies evenveel geluk zijn? Wie heeft het over het geluk van moeders met hun pasgeboren kinderen? We heeft het over de verliefde stelletjes die hun geluk niet op kunnen? Wie heeft het over al die honden die van hun baasje houden? Een driejarig jongetje dat even door zijn moeder alleen was gelaten gaf me een van de drie paardenbloemen in zijn knuistje. Klein geluk. Zijn er niet miljoenen zo niet miljarden kleine gelukjes? Tel die eens bij elkaar op. Maar wij zijn uit evolutionaire noodzaak vooral op het negatieve gericht, zoals gevaar en agressie. De media maken dankbaar gebruik van dit gegeven. Goed nieuws is geen nieuws. Maar terwijl ik dit schrijf fluit een merel vlakbij zijn liedje en bloeit de sering weer.

Geluk en ongeluk. Het een kan niet zonder het ander, want ze definiëren elkaar. Het kan niet anders dan dat er altijd een evenwicht tussen die twee moet zijn. Zelfs als de hele aarde een ongelukkige planeet is moet er ergens anders een gelukkige planeet zijn. Misschien zelfs niet eens in deze tijd maar in een ver verleden of in een verre toekomst. Echte vrede gaat voorbij geluk en ongeluk, maar wordt precies in het midden van die twee ervaren. Daar zijn mijn oordelen verstild en word ik gekoesterd door de sterren in de duisternis. Alsof ze mij en alles doordrenken met hun alomtegenwoordigheid. Wat valt er dan nog eigenlijk te doen? Dat iets goed of slecht is, mooi of lelijk, is ook maar een oordeel dat je uit je centrum zuigt. Eigenlijk valt er niets te doen. En het wonderbaarlijke is dat juist door dit niets doen er veel gaat gebeuren. Alsof het niets doen de moeder is van het enige echte doen, van echte schoonheid, waarheid en goedheid. Die kan ik zelf niet bedenken.

De gedachte dat dingen anders zouden moeten zijn als ze zijn is niets dan arrogantie. Alsof je het beter weet dan het bestaan zelf. Er groeit geen grassprietje op een verkeerde plaats. Ook het lijden hoort erbij. Dat is in de praktijk niet altijd even makkelijk te geloven, maar het accepteren ervan kan een opmaat zijn voor het verzachten ervan. Acceptatie blijft het enige gouden pad. Of noem dat het keuzeloze bewustzijn. Of vertrouwen. Alles is in evenwicht en ik blijf in het midden. Niet altijd hoor, maar áls dat zo is ga ik op in stilte en vrede, en weet ik diep van binnen dat het goed is. Goed? Er blijft alleen een is-heid over waarover niets te zeggen is.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Spotify

Date 19 april 2022

De Google Nest die ik cadeau kreeg was de aanleiding tot een abonnement op Spotify. Maar ik gebruik dit de laatste maand veel en veel meer voor mijn nieuwe ‘oren’, zoals ik mijn gehoorapparaat met Bluetooth noem. Want ik stopte Spotify ook in mijn Android telefoon. Die heb ik zoals het hoort altijd bij me of in de buurt. En ik ben niet de enige voor wie dit net zoiets is als een horloge, een halskettinkje of een bril die je met je lijf meedraagt. Ik heb zelden zo vaak naar muziek zitten luisteren als de afgelopen maand. Osho zei me al dat ik meer met muziek moest doen. Bij deze dus. Heerlijk om dat alles met een optimale geluidskwaliteit in je oren te laten streamen. En het aanbod is vrijwel onbeperkt. Wat popmuziek betreft kom ik de gekste vaak vergeten juweeltjes uit de jaren zestig tegen. Wat klassieke muziek aangaat kan ik kiezen tussen een scala van uitvoeringen. Vrijwel alle cd’s in mijn kast zijn wel bij Spotify te vinden. En dat voor een tientje per maand, vrij van advertenties!

Je verzamelt al je lievelingsmuziek in een map ‘Albums’. Als je er een van aanklikt verschijnt een lijst met alle nummers ervan. Klik en spelen maar. Die tracks kan je ook afzonderlijk bewaren in je map ‘Gelikete nummers’. Bij wat je afspeelt kun je heel vaak ook de tekst zien, en ik moet toegeven dat ik daardoor sommige liedjes beter begrijp, want gezongen Engels verstaan is nooit mijn beste kant geweest. Je kan ook nummers op een ‘Playlist’ zetten waarmee je je lievelingsmuziek achter elkaar kunt afspelen. En mocht Spotify niet meer weten wat je verder wilt horen, komt hij automatisch met suggesties. Ik hou niet zo van adviezen die apps me geven, maar ik moet toegeven dat dit Zweedse bedrijf mijn smaak inmiddels best aardig kent. De Berceuse van Fauré kende ik nog niet, evenmin als Flash in the Night van Secret Service. Tegelijk blijf ik bespaard van hiphop en rap, waar ik helemaal niets mee heb en wat ik niet eens muziek zou willen noemen.

Ik had wel een probleempje met Spotify. In een van de laatste updates zit kennelijk een bug, want om de haverklap was de voortgangsbalk van het spelende liedje verdwenen, zodat je de muziek onder andere niet meer kon stoppen. De enige manier om mijn telefoon weer het zwijgen op te leggen was Spotify in de instellingen van mijn telefoon tot stoppen te dwingen. Google staat vol met verhalen hierover, waarvan de meeste oplossingen geven die in de praktijk niet werken. Na veel gezoek vond ik iets wat ik zelf had kunnen bedenken: gewoon een oudere versie installeren en de automatische update even uitschakelen. Het probleem is bekend in Zweden, dus dat zal binnenkort wel weer zijn opgelost. Een ander probleempje is dat er een paar artiesten niet op Spotify te vinden zijn omdat ze ruzie met het bedrijf hebben, zoals Neil Young en daarmee alle albums waarin hij meespeelde zoals Woodstock en Déjà Vu. Ook Robert Long heb ik nog niet gevonden. Jammer.

Ondanks al dit moois ben ik toch niet iemand die de godganse dag naar muziek luistert. Achtergrondmuziek vind ik een crime, want muziek hóórt niet op de achtergrond. En als het daar wél hoort is het geen muziek. Als ik ga slapen wil ik volstrekte stilte en donkerte om me heen. En als ik ’s morgens buiten zit wakker te worden wil ik alleen stilte om me heen. Ik ben gek op stilte, wat ik als een levende aanwezigheid ervaar alsof dat het geluid van de kosmos is. Misschien kan ik dankzij die stilte zo van muziek genieten. En van Spotify.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Huilende Aarde

Date 12 april 2022

De Aarde huilt en roept om hulp. Jeff Lynne zong daar meer dan dertig jaar geleden al over in het ontroerende mooie liedje Save me now. Ik raak vergiftigd, mijn bomen verdwijnen, mijn ijskappen smelten. Red me nou! Ze spreekt tot ons. Ze smeekt ons, haar kinderen, haar niet langer te vervuilen en te verstikken. Millennia heeft ze voor ons gezorgd, ons gevoed en gekoesterd met haar weelderige natuur. En wat we van haar hebben vernield heeft ze vaak weer hersteld, want een moeder kan het niet nalaten haar kinderen te vergeven en een nieuwe kans te geven. Wat ze ook uithalen. Maar nu is ze uitgeput. Stervende. De mensheid pleegt een collectieve moedermoord, en het is de vraag of we haar nog kunnen redden. Horen we haar huilen? Hebben we berouw? Hooguit bij mondjesmaat, met de mond beleden. Gaan we moeder Aarde helpen? Af en toe even, en dan gaan we weer over tot de orde, de wanorde van de dag. Zolang er nog dagen zijn. We feesten op de Titanic, het orkest blijft spelen.

We zijn niet wakker te krijgen. Daar is bewustzijn voor nodig. Een verruimd bewustzijn waarmee we onszelf overstijgen. Een weten dat alles met alles verbonden is. Maar als land, groep of individu willen we in het centrum staan. Maar als alles één geheel is, één netwerk is, bestáát er helemaal geen centrum. Wat is het centrum van een spinneweb? Van het internet? ‘Zoals de mens omgaat met de natuur, dat raakt me,’ vertelde Ramsey Nasr vorige maand in de NRC. ‘Als je een schimmel bent, heb je geen hart. Ze kunnen je in tweeën hakken en je groeit gewoon verder. Het hele idee van een netwerk is dat het geen kern heeft.’ Een ik in het centrum is een fictie, een gedachtenspinsel. Net als egocentrisme. Het ego bestaat helemaal niet. En zolang we denken dat het wel bestaat zijn we tot de meest afgrijselijke daden in staat. Maar als we dat ik even vergeten, kunnen we ons verliezen in schoonheid en een dans, in omhelzing en een lach, in ontroering en een grap.

God was nog niet tevreden over de door hem geschapen Adam. En terecht, want de man had nog teveel strijdlust en ik-zucht in zich. Uit een rib schiep hij Eva. Dat zag er beter uit, maar hij vergat Adam af te danken. Stom van God, want het is juist de man die zoveel leed en ellende veroorzaakt. Mannen zijn eigenlijk volstrekt overbodig. Goed voor de voortplanting en dan heb je het wel zo’n beetje gehad. Bidsprinkhanen eten hun mannetjes gewoon op na de bevruchting. Gelijk hebben ze. Natuurlijk zijn er uitzonderingen zoals kunstenaars, maar dan is er geen sprake van échte mannen omdat je met een ik, zonder zachtaardigheid en gevoel, geen kunst kan maken, geen uitvindingen kan doen of een vredestichter kan zijn zoals Nelson Mandela. Daarvoor moet je ook je vrouwelijke kant omhelzen. Ga ik te kort door de bocht als ik zeg dat het hoofdzakelijk de mannen zijn die de Aarde kapotmaken? Natuurlijk heeft iedereen zowel een man als een vrouw in zich, wat Jung de animus en de anima noemt en die niet zonder elkaar kunnen.

Wie weet is het al te laat, maar we redden moeder Aarde niet zonder mannen die de vrouw in zichzelf herkennen en tot leven roepen. En dat geldt ook voor vrouwen die, soms uit oogpunt van emancipatie, meer de man uithangen dan de vrouw. Pas als het evenwicht tussen man en vrouw is hersteld is er een uitweg. Dat is nog lang niet het geval. Maar er zijn wel lichtpuntjes, zoals blijkt uit het feit dat er steeds meer jongeren zijn die het verdommen om zich met een man of vrouw te identificeren. We redden het niet zonder meer ruimte te geven aan vrouwelijkheid. ‘The meaning of my life is she,’ zong Jeff Lynne tien jaar geleden. En laat ‘she’ moeder Aarde zijn. En laat ons huilen omdat we haar zo verwaarloosd hebben en bezig zijn haar kinderen, onszelf, te vernietigen. En moeder blijft alleen achter.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Dag Wim!

Date 3 april 2022

Het was afgelopen maandag druk in de Paaskerk in Amstelveen. We waren er allemaal, de groep van de eerste bewoners van Uilenstede 198. Op een na. Want Wim was overleden en daarom waren we hier. De eerste van ons. Met uitzondering van de partners die we later ontmoetten, kennen we elkaar sinds 1968. We leefden in de zogenaamde B-toren waarin we ieder een eigen kamer met douche en toilet hadden, en waar toen nog geen vrouwen mochten wonen. Met dat laatste had ik het niet zo moeilijk. We studeerden van alles. Zoals rechten, economie, scheikunde, theologie, medicijnen en psychologie. Linkse en rechtse jongens, boomers die voor het eerst het ouderlijk huis hadden verlaten. Ondanks de verschillen waren we al gauw een eenheid. En dat zijn we tot vandaag de dag gebleven, want de band die door dat samenwonen is ontstaan is goed vergelijkbaar met die van een studentenvereniging. Tijdens reünies vroegen we ons wel eens af hoe lang we er allemaal nog zouden zijn. Wie als laatste het licht uit zou doen, wie als eerste zou overlijden.

Wim dus. Hij woonde helemaal aan het begin van de smalle gang. Vlak naast de keuken. En vlak bij de telefoon, zodat hij zich altijd geroepen voelde om die op te nemen. Daar baalde hij wel eens van, want soms moest hij die lange gang aflopen om op iemands deur te bonzen. Maar Wim was heel zorgzaam, waaraan tijdens de uitvaartdienst vaak werd gememoreerd. Tijdens de laatste reünie in Haarlem, wegens de pandemie alweer een dikke twee jaar geleden, ondersteunde hij me tijdens een wandeling waar ik opeens een gigantische aanval van duizeligheid kreeg. Hij was gewoon ontroerend lief voor me. Ik heb Wim niet zo goed gekend. Hij was gewoon aardig en meestal vonden we allemaal elkaar aardig. De twee economen trokken het meest met elkaar op, en ik het meest met studenten medicijnen, rechten, scheikunde en theologie. We waren letterlijk kind aan huis bij elkaar. Ik was de bonte hond met mijn gedoe met drugs en Pink Floyd en zo. Het is wonderbaarlijk hoe zo verschillende mensen toch van elkaar zijn gaan houden. Ook Wim hield van iedereen. En wij van hem.

Er werden kaarsen aangestoken. De dominee herinnerde ons eraan dat Wim vaak vrijwilligerswerk in deze kerk deed. Er waren toespraken, die afgewisseld werden met beelden uit Wims rijke leven waaronder ook een waarin onze groep in 2018 in de gang van Uilenstede 198 poseert. Er werd muziek gespeeld. The last laugh van Mark Knopfer en Van Morrison. So long, Marianne van Leonard Cohen. Here comes the sun van The Beatles. Het verstilde Una mattina van Ludovico Einaudi. Het was een mooie vredige lentedag en zonlicht scheen naar binnen. Afscheid bij de kist. Met uitzondering van enkelen die in de drukte verdwaald waren, stonden we met een groepje een minuut rond de kist. ‘Always Uilenstede 198’ stond op de kaart van ons. Eigenlijk geloof ik niet zo in de dood, want het eeuwige leven betekent dat iemand altijd bij je blijft. En iemand die mooi geleefd heeft, sterft ook mooi. ‘There are good ships and there are wood ships, the ships that sail the sea. But the best ships are friendships, and may they always be.’ Aldus de rouwkaart waarop Wim over een verre zee lijkt uit te kijken.

Na een druk samenzijn met de gebruikelijke koffie brachten onze theoloog in emeritaat en zijn vrouw me terug naar Blaricum. Nooit gedacht dat ik eens door een dominee thuisgebracht zou worden. Maar hoe verschillend we ook zijn, we houden van elkaar. En nu de pandemie uitsterft zullen we over niet al te lange tijd weer een reünie houden. Eigenlijk is dat geen re-unie, want we zijn altijd al een eenheid en dat zal zo blijven. Met Wim erbij in onze harten.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Lintje!

Date 30 maart 2022

De vergadering van dinsdag was gewijd aan het afscheid van raadsleden hier in Blaricum. Vijf van de vijftien mensen keren niet meer terug in de raad, en daar was ik er een van. En als je maar lang genoeg in de raad hebt gezeten – in mijn geval zestien jaar – hoort daar een lintje bij. Ik heb me vaak afgevraagd wat zo’n hippie als ik nou daarmee zou moeten, alsof het iets is dat helemaal niet bij me past. Vandaar dat ik best wat tegen deze vergadering in het mooie gemeentehuis aan de Kerklaan opzag. En kennelijk heeft de koning niet mijn blogs of boek gelezen, want dan zou hij zich wel eens hebben kunnen bedenken. Ik besloot het maar over me heen te laten komen. Het werd erger dan ik vreesde, want mij was een plaatsje naast burgemeester Joan toebedeeld, zodat ik volop in de schijnwerpers zat. Tegelijk zat ik op dezelfde plek waar ik vaak rondetafelgesprekken heb voorgezeten, vaak ook met Joan naast me. Dat vond ik altijd heel leuk om te doen.

De publieke tribune was vol en net als de vier anderen voor wie het de laatste vergadering was, kreeg ik een ets van de legendarische Erfgooiersboom. We werden door verschillende mensen toegesproken. Ik door onze fractievoorzitter Willem die mij eraan herinnerde dat ik een rondetafelgesprek vaak opende met de stand van de sterren. Hij gaf me mooie kunstboeken, onder andere over de Nardinc Collectie in het Singer in Laren, waarvoor ik in de raad nog voor een subsidie had gepleit. Jan van de VVD die moest bekennen dat mijn in de wandelgangen gegeven advies om wat minder lang te praten best lastig vond. Ellewies van het CDA gaf me een mandje bloemen met een hele lieve tekst op het kaartje erbij. Joke van D66 vertelde dat zij als huisarts ook wel eens Mellie Uyldert had geraadpleegd. Partijvoorzitter Carien gaf me een prachtig ingelijste plattegrond van Blaricum en Laren anno 1939. Ramona en Leon, ook van Hart voor Blaricum, gaven me een kaartje met ontroerende woorden.

In mijn eigen toespraak liet ik verschillende dingen passeren die in de afgelopen zestien jaar waren langsgekomen. Zoals de oprichting van de BEL Combinatie. Het realiseren van de Blaricummermeent. Vernieuwing van het winkelcentrum met woningbouw in de Bijvanck. Maar ik moest ook bekennen dat mijn vertrouwen in provincie en rijk een deuk heeft opgelopen, met name door onbegrijpelijke irrationele besluiten rond de HOV in Blaricum en de dreiging van fusies die geen voordeel opleveren terwijl ze de democratie schaden. En natuurlijk het sociaal domein waar werk over de schutting richting gemeenten wordt gegooid zonder genoeg financiële compensatie ervoor. Mensen voor niets voor je laten werken, hoe heette dat ook alweer? Ik vertelde dat de gemeenteraad en alles erop en eraan toch als een thuis aanvoelde, alsof je bij een familie hoort. Natuurlijk was er veel gekibbel en onenigheid, maar ook dat hoort bij een familie. En ik sprak de hoop uit dat iedereen dat familiegevoel zou behouden, want er staan de komende tijd best pittige onderwerpen op de agenda.

Joan herinnerde me eraan dat ik vaak met Rob naar de vergaderingen fietste, wees op mijn rustige bedachtzaamheid en spiritualiteit, en vertelde dat ik wegens mijn soms fanatieke passie voor bomen en natuur ook wel eens ‘Satybomo’ werd gedoopt. En toen speldde ze me de onderscheiding op de borst, waarmee ik officieel Lid in de Orde van Oranje-Nassau werd. Foto’s. Heel officieel allemaal. Ik voelde me echt een feestvarken en dat was ik ook. Wat ik met dat lintje verder moet weet ik niet, want dat ‘uitreikversiersel’ mag je bijna nooit dragen. En áls je het mag dragen moet dat ‘passend’ op een (combinatie)pak met stropdas, lees ik in de draagwijzer die ook in het kistje zat, samen met een oorkonde en het draaginsigne dat je wél altijd mag dragen. Maar ik zie mezelf niet vaak rondlopen met dat draaglintje, zo van zie mij nou! Tegelijk was het dank zij dat lintje gisteravond, met ook na afloop veel felicitaties, heel mooi allemaal.

Ik ben me er vaak te weinig van bewust hoe mensen me waarderen, aardig vinden en van me houden, bekende ik Vriend voor het slapen gaan. Ook hij was heel blij voor me. Het gonsde nog een poos door mijn lijf zodat ik vannacht niet meteen in slaap viel. Ook van blijheid kun je wakker blijven liggen. Dank jullie wel allemaal!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Het nieuwe horen

Date 23 maart 2022

In de bus naar Almere keek ik naar de wolken. Ik vond ze mooi en vroeg me af hoe Van Gogh die geschilderd zou hebben. Een stille vrede viel over me. Dat was geen vreugde of verdriet, eerder iets dat me welkom heette en me zegende. Nog net geen tranen in mijn ogen. En dat zonder aanleiding, behalve dan dat ik kort geslapen had.

Bij Schoonenberg in de Passage stond Julius al dan niet toevallig achter de voordeur, maar hij wist dat ik een kwartiertje later zou komen omdat ik anders drie kwartier te vroeg zou arriveren. Tenzij ik via Hilversum en Muiden omreed, twee keer overstapte en een half uur langer onderweg was. Hij deed nog wat experimentjes met mijn oren door er microfoontjes of luidsprekertjes diep in te stoppen, tot vlakbij mijn trommelvliezen. Ook checkte hij nog de balans tussen links en rechts. En daar waren ze dan, mijn nieuwe gehoorapparaatjes, en toen ik ze in mijn oren had moest ik wennen aan de zee van hoge tonen in mijn hoofd. Kennelijk is het normaal om dat allemaal te horen. Gesis en geknisper, geruis en geritsel. Het verschil horen tussen een f en een s. En alles veel luider dan ik gewend was. Ik dacht dat ik er duizelig van zou worden, maar dat was niet het geval. Opeens sta ik in een heel andere wereld.

De AudioNova DX, die zijn naam helemaal waarmaakt, heeft het geweldige voordeel dat hij via bluetooth rechtstreeks met je telefoontje verbonden kan worden. Dat kon met mijn vorige toestel nog niet. Tenzij ik met een extra kastje op mijn borst ging rondlopen, maar dat vond ik teveel gedoe. Na nog wat testen en instructies wandelde ik na afloop in een bijna snijdend harde wereld van geluid naar de Grote Markt. Daar genoot ik op een bankje in de zon van het Canto Ostinato van Ten Holt, zonder dat anderen dat in de gaten hadden. De muziek klonk voller dan ik ooit gehoord had. Als ik het volume opschroefde had ik daar helemaal geen last van, iets wat bij het beluisteren van gewone geluidsboxen vaak wel piepende oren opleverde. Nu kan ik muziek zo luid spelen als ik wil, op volumes waarbij Vriend gillend het huis uit zou lopen. Zonder tinnitus dus. Zelfs achteraf had ik daar minder last van dan voorheen, en kon de wereld weer heerlijk stil worden.

Ik kan nu ook handsfree telefoneren, want er zitten ook microfoontjes in mijn gehoorapparaatjes. Als iemand belt hoef ik alleen maar boven mijn oor te tikken en kan ik net als andere zombies al pratend over straat kuieren. Het enige waar ik moet zorgen is dat mijn Pixel 3a XL een beetje in de buurt is, maar dat is bijna altijd het geval. Zo ben ik intussen een bionische mens met mijn bril, composietvullingen, pacemaker, nieuwe heup en gehoorapparaatjes. Ik vraag me soms af hoe het leven zonder al deze technische hulpmiddelen zou zijn, wat volgens sommigen ook wel ‘natuurlijk’ wordt genoemd. Wat zou er van mij overblijven als dat weer allemaal uit mijn lijf werd gesloopt? En als ik zonder smartphone zou moeten leven, wat Vriend nog steeds lukt? Maar door dit alles leef ik nog tamelijk normaal en klinkt muziek mooier dan ooit in mijn oren!

Op de terugreis luisterde ik naar Bach, en ook die klonk mooier dan ik het ooit gehoord heb. Gelukkig heb ik sinds kort Spotify, dat een geweldig groot muziekaanbod heeft en ook heel makkelijk te besturen is. Bij klassieke muziek zijn meerdere uitvoeringen van hetzelfde werk beschikbaar. En ook wat popmuziek betreft is het aanbod gigantisch, zodat ik meteen complete albums van The Beatles, Pink Floyd, REM, Coldplay, Mike Oldfield en U2 in mijn bibliotheek zette. In de bus luisterde ik naar het openingskoor van de Matthäus Passion en opnieuw daalde de stille vreugde van vertrouwen en dankbaarheid over me. Misschien klinkt muziek via oortjes, een koptelefoon of gehoorapparaten juist zo mooi omdat je hoofd er helemaal mee wordt gevuld zodat er minder ruimte voor gedachten overblijft. Je wordt één met de muziek. Nu speelt Bachs Actus Tragicus – Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit – in mijn hoofd.

Muziek is de hoogste kunstvorm, wellicht omdat het zonder beelden is en zich daardoor bij uitstek leent om God of het goddelijke te ervaren. En voor het beleven ervan kan de techniek helpen. Ik leer opnieuw te luisteren, hoor beter welke instrumenten er spelen en wat er gezongen wordt. AudioNova: het nieuwe horen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites