Breedijk en Nauta – Hoogbegaafde pubers

Janneke Breedijk en Noks Nauta: Hoogbegaafde pubers. Uitgeverij Pearson, paperback, 192 pagina’s, € 17,50

Ongeveer driekwart van de scholen in het basisonderwijs biedt onderwijsaanpassingen voor hoogbegaafden aan. Ervaringen en onderzoek maken duidelijk dat deelnemen aan een plusklas vaak een zeer gunstig effect heeft op het welbevinden en de harmonieuze ontwikkeling van (hoog)begaafde kinderen. Dit is te lezen op pagina 183 van dit boek, waar de auteurs zich baseren op een onderzoek uit 2010. Toch hoor je hier weinig over, wellicht omdat maar al te vaak het idee postvat dat hoogbegaafden slim genoeg zijn om zichzelf te redden en daarom geen extra aandacht en begeleiding nodig hebben. Maar is dat wel zo? Nee dus, en daarom is er dit boek om hoogbegaafde pubers de weg te wijzen door het woud van moeilijkheden die ze tijdens deze voor hen zo belangrijke jaren kunnen tegenkomen.

Wat is hoogbegaafdheid eigenlijk? Meestal word dat gekoppeld aan een IQ van meer dan 130, wellicht omdat het moeilijk op een andere manier hard is te maken en gemeten kan worden. Toch bestaat er wel consensus over, lezen we in dit boek op pagina 22, en wel in de vorm van het Delphi-model uit 2007: Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren. Kennelijk is er een verband tussen   intelligentie en autonomie, hoogsensitiviteit, een rijk gevoelsleven, gedrevenheid, nieuwsgierigheid en behoefte om te scheppen. Het lijkt erop dat verstand en gevoel niet altijd elkaars tegenpolen hoeven te zijn.

Maar omdat slechts zo’n 2,5% van de mensen hoogbegaafd is, is het niet normaal. En dat geeft vaak problemen, zeker in de puberteit. In dit boek komen elf hoogbegaafde jongeren aan het woord, samen met hun ouders, leraren en begeleiders, zodat zich een heel scala ontvouwt van zaken waarmee hoogbegaafden geconfronteerd kunnen worden. Ieder heeft een eigen probleem waar met psychologische technieken hulp wordt geboden.

Anco worstelt met rechtvaardigheid en hij vindt steun bij het 5G-model: hij leert om niet direct met gevoel op gebeurtenissen te reageren, maar om daar eerst gedachten over te hebben, bijvoorbeeld door te checken of anderen hem echt zo raar vinden als hij denkt. Elles heeft last van faalangst, iets dat juist vaak bij hoogbegaafden voorkomt omdat ze weinig ervaring hebben met falen, te weinig uitdaging hebben gekend en zich daardoor verveelden in de klas en gingen onderpresteren, of omdat ze vaak gepest zijn en sociaal geïsoleerd raakten. Jurrian kreeg van zijn juf het stempel ADHD, want leerkrachten denken bij onverklaarbaar en storend gedrag niet altijd aan hoogbegaafdheid. Wilfred werd ten onrechte voor depressief aangezien hij veel gevoelens van verlamming en hulpeloosheid had, wat ook relatief vaak bij hoogbegaafden voorkomt, hoewel juist creatieve mensen vaker manisch depressief zijn. Joanne is dyslectisch, maar dat wist ze heel slim te verhullen zodat het pas laat werd ontdekt. Zij leert keuzes te maken met behulp van een kosten-batenanalyse en een waardeanalyse.

Sonja ontdekt haar kernkwaliteiten door na te gaan wat haar valkuilen, allergieën en uitdagingen zijn. Joost is hooggevoelig, slaat klassen over en heeft het moeilijk met mannelijk gedrag, ook omdat hoogbegaafde jongens relatief meer androgyn zijn. Wendy is een echte aanpasser en gaat op assertiviteitstraining. Remco wordt gepest en is op zoek naar zijn identiteit en motivaties, en naar een studie dat bij hem past, waar hij een ‘flow’ kan komen. Mark is vaak gestresst omdat hij veel uitstelt, juist omdat hij weet dat hij het later makkelijk in kan halen, en moest echt leren leren en daarvoor zijn eigen leerstijl vinden: ongericht, reproductiegericht, toepassingsgericht of betekenisgericht. En Xavier heeft het syndroom van asperger, een vorm van autisme met slechte non-verbale vaardigheden, weinig empathie en fysieke onhandigheid. Hij kwam in een plusklas terecht, waar hij fijne ervaringen opdeed, samen met andere kinderen die ‘anders’ waren en zo steun aan elkaar hadden.

Het pad van hoogbegaafde kinderen gaat dus niet altijd over rozen en het is goed dat hiervoor aandacht wordt gevraagd in dit boek. Het is rijk aan verwijzingen naar literatuur en naar websites zoals www.hoogbegaafdheid.slo.nl. Wel is het jammer dat een index mist, waardoor het soms lastig is om dingen terug te vinden. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst en met het signaleren en helpen van hoogbegaafde pubers kan die er alleen maar rooskleuriger uitzien dan in een wereld waarin iedereen ‘normaal’ is.

De Kaarsvlam, maart/april 2013

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites