Overbodige kledingstukken

Date 6 januari 2020

Keurige mensen in keurige pakken wantrouw ik altijd het meest. Wat voor lijf of wat voor ziel ziet er onder dat zo nodig opgesmukt moet worden?

‘Ik ben tegen alle overbodige kledingstukken,’ betoogt Maarten van Rossem in zijn eigen tijdschrift. Zo moet hij niets hebben van petten, dassen, strikjes, pochetjes, bretels, tatoeages, deftige hoeden, leer en zonnebrillen. Net als ik. En als hij vanwege zijn kleding in een restaurant niet naar binnen mag hoeft het niet meer voor hem. Dan liever naar de McDonald’s. Ook net als ik. ‘Iedereen van wie ik de indruk krijg dat hij zich zo netjes mogelijk heeft gekleed, vind ik achterlijk.’ Van het dragen van een witte coltrui had hij al snel spijt omdat die ‘totaal in strijd was met mijn ethos, karakter en diepste gevoelens.’ Hoe herkenbaar! Voor mij althans. Ik zal nooit vergeten hoe mijn moeder me aan mijn oren meesleepte om ergens in Osdorp een mooi pak voor me te gaan kopen omdat ik naar een faculteitsborrel moest waar ook de professor aanwezig was.

Maar soms bezondig ik me aan mijn eigen gevoelens en principes, zoals vorige maand toen we met het koor een uitvoering gaven. Zwart jasje, met zwarte broek en schoenen, blauw strikje en pochetje. ‘Het is toch curieus om een zakdoekje in je borstzak te hebben waarin je niet mag snuiten?’ vindt Maarten. Het was bijna een straf dat dirigent Lex me ook nog eens helemaal vooraan had opgesteld. Ik heb me thuis weer snel omgekleed zodat alles tot de volgende uitvoering weer werkeloos in de kast ligt. Ik word me er trouwens ook van bewust waarom ik zo lang in de gemeenteraad zit, want de dreiging van een koninklijke onderscheiding bij je afscheid – waarvoor je nette kleren aan moet – is niet niks. ‘Als het zover is, vind je het vast wel leuk,’ troostte wethouder Anne-Marie me eens. Hmmm. Zoals past helemaal niet bij mij. En ik hou ook niet van de koning.

Ik ben het niet met alles eens wat Maarten van Rossem vertelt. Zo zal je me zelden in zwarte kleding aantreffen, en ook zijn walging van blote mannenbenen onder korte broeken deel ik niet. In de jaren zeventig droegen voetballers nog korte broekjes, terwijl je tegenwoordig blij mag zijn als je nog een knie ziet boven hun veel te hoge sokken. En de jongere jongens zijn ook veel preutser geworden met die vierkwadraters over hun onderlijf. ‘Maar dan zie je alles!’ protesteerde mijn neefje eens toen ik een pleidooi hield voor speedo’s. Nou, en? Voor mij geldt het devies: zo bloot mogelijk. ‘Crop tops are for guys’ is de titel van een Tumblr, waarin het tonen van blote buiken juist als stimulans gezien wordt om ook daar iets moois van te maken. Een en ander heeft natuurlijk ook met mijn hippie-achtergrond te maken. Alleen lastig dat ik inmiddels niet meer de mooie jongen ben uit mijn jeugd.

Ook ik ben tegen overbodige kledingstukken, maar kleren mogen wel iets kleuriger zijn dan het zwart waarin Maarten rondloopt. Maar goed, dat is zijn merk, zijn brand zoals dat tegenwoordig heet. Zo is het ook vaak modieus om met een half geschoren kop rond te lopen. ‘Ga je eerst eens scheren,’ denk ik dan, want ook dat is iets als gezichtsbedekkende kleding. Net als baarden, die ik altijd vies en onaantrekkelijk heb gevonden en waarvan ik niet zo lang geleden ergens las dat ze ook gewoon vies zijn. In mijn boek – sorry dat ik er weer over begin – lopen alle jongeren vrijwel naakt rond in een subtropische wereld. En zo hoort het ook. Kleding moet soms functioneel zijn, zoals het bijvoorbeeld mooi is als iedereen in ons koor dezelfde kleding draagt zodat niemand er opvallend uitspringt. En het is wel handig als je politieagenten op straat herkent, militairen in schutkleding rondlopen en je in de winkel weet wie het personeel is. Maar zelf krijg ik het spuugbenauwd bij het idee in een uniform te moeten rondlopen.

Ik moet toegeven dat ik het vroeger wel eens erg bont maakte. In de commune liep ik vaak rond in een echt kort rood broekje en alleen een rood gaatjeshemd over mijn bovenlijf. Zo sloeg ik Vriend aan de haak. Toen ik een keer naar het buitenland liftte deed ik dat in een blauw hesje, ofwel met een blote buik. Maar ik wilde niks met de man die me een lift gaf, zodat hij me ergens in the middle of nowhere weer uit zijn auto zette. Hoe ik toen verder ben gereisd weet ik niet meer, maar verdwalen was niet mijn grootste angst. Een andere keer reed een auto van wie ik dacht een lift te krijgen weer snel weg toen ik ernaar liep. ‘Hij dacht vast dat je een meid was,’ zei een andere jongen die met mij stond te liften. Straalde ik iets uit van een hoerig jong? Ik vrees van wel, terwijl ik me alleen maar lekker voelde in mijn kleren of de afwezigheid daarvan. Wat een gedoe allemaal als je een hekel hebt aan overbodige kledingstukken en je navel wat daglicht gunt!

Als een uitnodiging vergezeld gaat met kledingvoorschriften voel ik me al niet meer welkom. Daarvoor ben ik in het diepst van mijn hart teveel een hippie, nog steeds ervan overtuigd dat je het beste uit jezelf haalt in de kleren die je zelf het leukste vindt, waarin je jezelf kunt zijn. Een stropdas doet me altijd denken aan slavernij, iets dat je echt de strop omdoet. Het dragen ervan getuigt niet van het soort masochisme waar ik van hou. Misschien waren het wel de keurige kleren van politici en bedrijfsleiders die me in mijn jonge jaren al wantrouwend maakte voor hun professie. Stom dat ze zich allemaal zo lieten inpakken! Daar kon niet veel goeds uit voortkomen! Prins Claus, die wierp dan ook letterlijk zijn stropdas verre van zich, en gelijk had hij. Net als Maarten van Rossem in zijn artikel.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Dat is kerst!

Date 24 december 2019

Kerstmis 1914. De soldaten in de loopgraven hadden er geen zin meer in. Duitsers en geallieerden staken lichtjes voor elkaar aan, benaderden soldaten van het andere front en gingen samen kerst vieren in plaats van elkaar dood te maken. Tot grote ergernis van hun generaals. Met dit prachtige voorbeeld van wellicht de mooiste kerst ooit besluit Rutger Bregman zijn boek De meeste mensen deugen. Weg met het idee dat we diep van binnen slechte egoïstische wezens zijn, die er alleen door een dun laag beschaving ervan weerhouden worden om elkaar de hersens in te slaan. De meesten mensen zijn veel liever dan we meestal denken. Maar het uitzonderlijke regeert het nieuws en daarom vergeten we maar al te snel dat de slechtheid die uit hun chocoladeletters walmt iets uitzonderlijks is. Goed nieuws is geen nieuws.

Intussen hebben we ons al eeuwen laten aanpraten dat we diep van binnen slechte wezens zijn. Wat moet je nog als kerk als mensen niet zondig zijn? Wat moet je nog als regering als mensen te vertrouwen zijn? Wat moet Freud als er geen primitieve wilde kannibaal in ons schuilt? Is het niet veel slimmer, zo vraagt Bregman zich af, om mensen te vertrouwen en de enkele keer dat dit onterecht blijkt voor lief te nemen, dan dat we iedereen gaan wantrouwen zodat er nu een Big Brother-wereld wordt opgetuigd? Als we anderen wantrouwen, dan gaan die anderen zich daar ook naar gedragen. Dat komt door het zogenaamde nocebo-effect, de negatieve keerzijde van het placebo-effect. Wantrouw en ge zult gewantrouwd worden.

Geloof in het goede in de mens is niet naïef maar realistisch. Kijk maar gewoon op straat om je heen. Mensen groeten elkaar op straat, staan soms te popelen om een ander te helpen. De meeste auto’s stoppen voor een zebrapad. Alleen als dit niet gebeurt komt het in het nieuws. Natuurlijk zijn er veel slechteriken onder ons, maar dat is niet echt een overgrote meerderheid. De meeste mensen deugen, en je hoeft geen hippie te zijn om dat gewoon te zien. En het heeft voor de meesten van ons niets met arrogantie of narcisme te maken als je gelooft dat je zelf ook best oké bent. Het goede, liefde, God, of hoe je het ook noemen wilt, woont diep binnenin ons. ‘Was Christus duizendmaal in Bethlehem geboren, en niet in u, gij zijt toch eeuwiglijk verloren,’ vertelde Silesius. Dat is kerst.

Blaricums dorpsblad Hei & Wei, 13 december 2019

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Beter spellen

Date 15 december 2019

Al jaren lang krijg ik elke werkdag een nieuw testje van Beter Spellen gestuurd, met vier multiplechoicevragen over de juiste schrijfwijze van woorden. Je kan op verschillende niveaus meedoen, en ik heb natuurlijk gekozen voor F3, het moeilijkste. Hebben we genoten van een gezellig diner-tje, dineetje, diner’je of dinertje? Gaat het over met noten doorkneedde, doorkneden of doorknede deeg? Schrijf je diaree, diarhee, diarree of diarrhee? Is mijn haar tekort of te kort geknipt? Aldus de vragen van gisteren. Na beantwoording krijg je niet alleen je eigen score te zien, maar ook het gemiddelde van alle deelnemers. Afgelopen week had ik 95% van de antwoorden goed, en het gemiddelde van alle 34.366 deelnemers was 74%. Voor de afgelopen zes weken is dit 92% en 76% bij 36.641 deelnemers. Mijn blunders waren onder andere dat ik iets geliked had in plaats van geliket, gevijnsd in plaats van geveinsd en een e-mail cc-de in plaats van cc’de. Maar ondanks dit blijk ik best goed te zijn.

Wat het spellen zo moeilijk maakt is dat het vaak zo onlogisch is. Esperanto is de enige logische taal die ik ken, sed mi ne komprenas kial malmultaj homoj parolas či tion. Jammer. Waarom schrijf je alcohol en locatie met een c en karamel en lokaal met een k? Er blijft altijd een groot aantal ‘weetwoorden’ over. Berucht is de spellingswijziging die door de Commissie Spelling in 1995 is doorgevoerd, en waaraan de overheid en het onderwijs zich dienen te houden. Het meest storende daarin was de waslijst van nieuwe regels voor de zogenaamde tussen-n waardoor pannekoeken opeens pannenkoeken werden. Een rechtstreekse aanslag op het logisch denken van taalgebruikers, die sterk doet twijfelen aan de geestelijke vermogens van de bedenkers van deze regels. Wellicht lukte het hen niet om hun koeken in slechts één pan te bakken? Maar gelukkig was ik niet de enige bij wie de wijziging van 1995 veel zielenpijn veroorzaakte, want ook anderen bleken genoeg ruggengraat te hebben om die regels rond de tussen-n naast zich neer te leggen. In 1998 verscheen de alternatieve Spellingswijzer Onze Taal, gedragen door veel landelijke kranten en later bekend als het Witte Boekje.

Communicatie is op taal gebaseerd. Als je taalgebruik verwaarloost heb je kennelijk maling aan communicatie. Taal is de draaggolf van communicatie, net als tellen dat van rekenen is. Als je dan alles op je eigen manier gaat schrijven veroorzaak je daarmee overbodige ruis. Misschien ben ik te fanatiek, maar mensen die hun taal niet goed gebruiken kan ik moeilijk serieus nemen, want afwijkingen leiden alleen maar af van de inhoud. Als je echt iets te zeggen of te schrijven hebt, zeg of schrijf het dan ook goed. Ja, daar moet je soms moeite voor doen, maar daarmee laat je wel zien de lezer serieus te nemen. Vergelijk het met mensen die je onbeschaamd in een andere taal aanspreken of schrijven. Weg ermee! Ik praat liever niet met mensen die het verschil tussen kunnen en kennen niet kennen. Als ik over sollicitaties zou moeten oordelen verdwenen de brieven en mails met meerdere taalfouten meteen in de prullenmand. Voor communicatie moet taal uniform zijn en niet als stoorzender functioneren.

Naast Beter Spellen zijn er ook andere soortgelijke testjes, zoals Beter Rekenen en Beter Engels. Hoewel ik bij die laatste ook maar meteen op het hoogste niveau ben gaan meedoen, heb ik het daar wat moeilijker mee en scoor ik net iets onder het gemiddelde. Ook met Beter Rekenen heb ik lang meegedaan maar die kostte me teveel tijd, ondanks de vaak leuke vragen zoals het bepalen van de momenten waarop de wijzers van de klok precies bovenop elkaar staan. Dit soort testjes zijn goed voor je hersenen, dus ik beveel ze graag aan. En nu maar hopen dat er in deze blog niet teveel taalfouten staan!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

OK, boomer!

Date 11 december 2019

In een artikel in de NRC moet Philip Huff weinig van babyboomers hebben. Een narcistische generatie die vooral aan eigenbelang denkt en veel te veel verheerlijkt is. Die geprofiteerd heeft van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog en het eigenlijk heel goed had. Die na de val van de Muur hard meegewerkt heeft aan de promotie van het in de jaren zestig zo door hen gehate kapitalisme. Die nu vaak aan de top van het bedrijfsleven staat die zich weinig aantrekt van de klimaatcrisis en armoede. Ja, mooie waarden als flower power en zo, maar intussen mensen die het beter hebben dan de jongeren. En die nu door de vergrijzing een groot deel van de zorgkosten gaan consumeren.

Een hypocriet zooitje, die babyboomers die de meeste welvaart hebben ingepikt. Peace, flowers, freedom, happiness, maar dan wel voor zichzelf! Wat voor goeds hebben ze eigenlijk in de wereld gebracht? Zo vlak na de oorlog waren kinderen meer welkom dan ooit, dus het is geen wonder dat het narcisme hoogtij ging vieren. Als babyboomer was je geliefd door je ouders, en je groeide op in een wereld die ondanks de relatieve armoede rijker was dan ooit. Studiebeurzen. Goede verzekeringen. Woonruimte. Banen. Het kon allemaal niet op, en babyboomers weten gewoon niet beter. Verwende krengen zijn het. Alles draait om hen. Zie eens hoe goed we zijn met onze protesten en alternatieve levenswijzen! Wij hebben de wereld veranderd!

Huh? Toen jullie aan de macht kwamen smolten jullie idealen als sneeuw in de zon! Alsof jullie de uitvinders waren van vrouwenemancipatie! En met al dat antiautoritaire gedoe hebben jullie universiteiten in puinhopen veranderd, het onderwijs naar de knoppen geholpen, vakbonden laten uitsterven en het neoliberalisme gepromoot! Als er één generatie slecht voor haar kinderen heeft gezorgd, ze gewoon in de steek heeft gelaten, zijn het wel de babyboomers die God hebben doodgemaakt. Leuk allemaal, dat met liefde en zo, maar het werkte gewoon niet. Alles moest kunnen, maar alles kon niet.

Ook babyboomers hebben zich laten corrumperen door de macht. Hoezo meer bewustzijn, al dan niet door drugs verruimd. Ja, de babyboomers zijn niet door overbeschermende ouders grootgebracht, hebben veel zelf moeten uitvinden. Maar de keerzijde ervan is dat ze ook latere generaties de ‘eigen verantwoordelijkheid’ in de maag splitsen. Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen wereld, dus millennials: los zelf je eigen problemen maar op! Makkelijk als je eerst zelf het klimaat en de economie hebt uitgezogen! En dan maar zelfvoldaan van je pensioen en de meerwaarde van je huis genieten!

Jullie babyboomers hadden nooit groot mogen worden en in je idealistische puberteit moeten blijven steken! Nee, dit heeft Philip Huff niet allemaal geschreven, misschien hield hij zich in. Het zijn meer mijn eigen associaties bij babyboomers. Laat die babyboomers maar snel uitsterven en zo ruimte maken voor jongeren die door hen met enorme problemen zijn opgescheept. En dan ook nog eens die vergrijsde egoïsten onderhouden? Ja, dahag! De babyboomers hebben de wereld helemaal niet verbeterd. Ze zongen dat er andere tijden kwamen. Nou dat hebben we geweten! De hoogste tijd dus om een eind te maken aan die verheerlijking van de babyboomers.

O help! Even vergeten dat ik zelf ook een babyboomer ben …

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Eerlijk vlees

Date 4 december 2019

In zijn nogal wilde Tijdgeest Magazine stelt Peter den Haring dat het zonde en slecht voor het klimaat is om zoveel vlees weg te gooien. Ja toch? Er bestaan zelfs dieren die we liever verbranden of begraven dan dat we hun vlees eten. De mens. En dat is eigenlijk heel stom. Want waarom mogen we bij ons overlijden wel onze organen doneren, maar ons niet ons lichaam voor consumptie beschikbaar stellen? Het gaat bij Peter niet om mensen die zijn doodgeschoten, doodgebombardeerd of door een drone zijn uitgeschakeld, maar om bijvoorbeeld gezonde verkeersslachtoffers, want anders kan er voor je het weet een jacht ontstaan op straatarme en dakloze mensen. Het zou me trouwens niets verwonderen als zelfs dat realiteit gaat worden als gevolg van een steeds sneller bergafwaarts rollend klimaat, maar dit terzijde. Peter vindt wel dat we mensen dan netter en respectvoller moeten slachten dan zoals we dat nu met dieren doen. En vlees dat we minder lekker vinden kunnen we altijd nog aan onze huisdieren geven.

Probeer er maar eens een speld tussen te krijgen. Vreemd eigenlijk dat ik dat niet in mijn codicil kan laten opnemen. Kannibalen dachten er ook wel eens zo over als ze krijgers van een andere stam hadden gedood. Waarom al dat vlees op het slagveld laten liggen in plaats van het op te eten? Die jongens waren best vriendelijk voor het milieu. Bovendien zijn mensen best lekker, juist omdat ze hoogstaander wezens zijn dan dieren. Ik kan daar niet over oordelen want ik heb er geen ervaring mee. Het schijnt een beetje als varken te smaken zodat ze mensen vaak ‘long pigs’ noemden, en ik moet toegeven dat voor mij zo’n geroosterd beest niet te versmaden is bij de chinees. Ik ben niet elke dag een vegetariër. Wel vind ik het raar dat vlees meestal het belangrijkste ingrediënt van een maaltijd moet zijn, waaraan de rest van het eten zich dan moet aanpassen. En het blijft schandelijk dat vlees nog zoveel gepromoot wordt, ook omdat het vlees meestal niet eerlijk is. In tegenstelling tot dat van mensen, volgens Peters richtlijnen dan.

Hij heeft groot gelijk. Ik heb het zelf trouwens al een halve eeuw geleden bedacht. Een verhaal waarin ik voorstelde om onze doden niet te begraven of te cremeren, maar ze op te eten. Met net als bij Peter allemaal argumenten erbij. Ik maakte er een soort feestmaal van. Ook omdat ik altijd al een hekel had aan de somberheid van uitvaarten. Een tikje confronterend misschien als een gebraden familielid voor je op tafel ligt. Zeker als je hem of haar überhaupt al niet te vreten vond. Maar dan moet je maar even doorbijten. Bovendien is het natuurlijk wel heel eerlijk om niet te gruwen van de dood en ook die een plaatsje te geven in je leven. En nu proeven of je je vriendje of vriendinnetje inderdaad zo lekker vindt als je smachtend in bed hebt beweerd. Een medebewoonster van mijn studenteneenheid heeft het verhaal voor leerlingen van haar gestencild, en ik moest dus bij haar voor de klas komen om het toe te lichten. Tja, waarom ook niet. Leren denken hoorde toen nog bij het onderwijs.

Ik heb rare wilde ideeën, dat geef ik toe. Echte ideeën zijn voor mij per definitie wild. Zo wil ik bijvoorbeeld naakt sterven, want ik ben ook naakt geboren. En als ze me daarna willen opeten is dat helemaal oké. Graag zelfs. Mijn bijdrage aan het milieu. Eet smakelijk!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De meeste mensen deugen

Date 27 november 2019

De meeste mensen deugen – een nieuwe geschiedenis van de mens. Dat is de titel van het dit najaar verschenen dikke werk van Rutger Bregman waarover ik een boekbespreking schreef. Een revolutionair boek omdat het regelrecht ingaat tegen de algemene opvatting dat wij mensen diep van binnen wrede egoïsten zijn. Die alleen maar een beetje leuk met elkaar kunnen omgaan dankzij een dun laagje beschaving. Vraag het de kerk, en we zijn diep zondig vanbinnen. Vraag het de politici, en alleen wet- en regelgeving kunnen de samenleving in toom houden. Vraag het Freud en hij zal zeggen dat we het ongebreidelde lustprincipe van het ‘es’ moeten beheersen. Kortom: er leeft een monster in ons en daarom kunnen we noch onszelf noch de ander vertrouwen. Eén prikje in ons laagje beschaving en de hel breekt los. Intussen zijn we dat als vanzelfsprekend gaan aannemen, maar de realiteit wijst in een andere richting.

Dit geloof is ook wel de vernistheorie genoemd. Bregman gelooft er niks van. De meeste mensen zijn in wezen niet slecht maar gewoon aardige en sociale wezens. Het is niet zijn fysieke kracht of intelligentie die hem heeft doen evolueren, maar zijn ‘social learning’. Mensen kunnen blozen en juist daardoor elkaar beter kennen, mensen hebben oogwit zodat ze elkaar kunnen volgen, mensen hebben een kleinere wenkbrauwboog zodat ze elkaar beter kunnen aankijken. Ik begrijp beter dan ooit waarom ik een hekel heb aan mensen met zonnebrillen, en waarom velen het moeilijk hebben met gezichtsbedekkende kleding. De mens heeft zichzelf gedomesticeerd, en Bregman noemt hem ook wel de homo puppy. Als ik nog een stap verder ga geloof ik dat het juist liefde is die de mens zo bijzonder maakt en tot zijn ontwikkeling heeft geleid. Samenzijn, aardig zijn, broederschap en elkaar helpen zijn zonder liefde ondenkbaar. Hadden de hippies dan toch gelijk?

Maar hoe zit het dan met die kleine minderheid van mensen die niet deugen? Dat zijn de ‘priests and politicians, the maffia of the soul’ zoals Osho die schaamteloze machtshebbers noemt. Mensen van dichtbij doodmaken is heel moeilijk, maar makkelijk als je ze niet in de ogen hoeft te zien, zoals pausen en generaals vanaf een afstand hun orders geven, of zoals je vanuit een bunker met drones bombardementen kunt uitvoeren. Macht corrumpeert, en het is de vraag of je die wel zou moeten willen hebben, in elk geval niet langer dan een paar jaar en dan ook zo dicht mogelijk bij de mensen boven wie je bent aangesteld. Want voor je het weet ga je mensen tegen elkaar uitspelen, tegen elkaar opzetten. Het is niet voor niets dat er om de zoveel jaar weer nieuwe verkiezingen zijn. Verdeel en heers. Schep wantrouwen, want dat gaat zichzelf automatisch bevestigen dank zij het nocebo-effect, de tegenhanger van het placebo-effect waardoor mensen zich juist gaan gedragen zoals je dat verwacht.

De media zijn een van de grootste boosdoeners. Want goed nieuws is geen nieuws, en het uitzonderlijke vraagt aandacht – dat zit in onze overlevingsbiologie – zodat het lijkt alsof alles kommer en kwel is in de wereld. Bregman adviseert dan ook om het nieuws, de meest verslavende drug die er bestaat, niet te volgen. Wel veel aandacht voor het slechte en weinig aandacht voor het goede nieuws? Dat kan niet goed gaan. Ik had altijd een hekel aan World Press foto’s omdat ze voor het grootste deel over ellende gaan. Die is er inderdaad, maar er is zoveel meer. Talloze experimenten lopen door Bregmans boek, onderzoeken die de vernistheorie zouden bevestigen, maar de auteur haalt ze stuk voor stuk onderuit. Gemanipuleer met experimenten, iets waaraan ook zogenaamde reality shows zich bezondigen. Populaire romans als The lord of the flies die niets met de werkelijkheid hebben uit te staan.

In zijn eigen verhaal over zijn boek geeft Bregman veel voorbeelden van hoe we geïndoctrineerd zijn om in het slechte in de mens te geloven. Zelf kijk ik het liefst om me heen. Mensen helpen elkaar graag en zijn gewoon aardig. Zodat het beter is om te vertrouwen dan om te wantrouwen. Niet alleen in de ander, maar ook in jezelf. Dat is realisme.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Een halve eeuw internet

Date 22 november 2019

Het is de meesten van ons ontgaan. Ook mij, totdat ik er onlangs in de NRC over las. De geboorte van het internet op 29 oktober 1969. ‘LO’. Dat  was het eerste e-mailtje aller tijden, verzonden vanuit Los Angeles. Althans zo werd het op een andere computer in Menlo Park ontvangen, in plaats van het via de telefoon verzonden ‘LOG IN’. Het was geen wereldnieuws, maar vandaag de dag is het leven zonder internet bijna ondenkbaar. Misschien kijk ik teveel naar Star Trek, want ik vraag me af wat er zou gebeuren als opeens alle elektriciteit uitviel door een mysterieuze kosmische ontwikkeling of een geheim wapen. Dan blijft er weinig over van onze cultuur en moeten we weer helemaal van voren af aan beginnen.

Pas in de jaren negentig werd het internet een publieke aangelegenheid. Inbellen met een modem.  Dan kon ik thuis de laatste nieuwsbrief over Osho downloaden. Dat duurde dan een half uur en computerjongen Frank in de commune vloekte dan, hoorde ik achteraf. Want hij kon al die tijd de computer niet gebruiken. Websites en e-mail bestonden nog niet, en ik kan me niet precies herinneren wanneer ik die voor het eerst in mijn computer gebruikte. Daar was Windows voor nodig, wat ik in het begin helemaal niets vond zodat ik ‘Windows voor kinderen’ dan ook een terechte titel voor een boek vond. Het begin van deze eeuw had ik nog steeds een inbelverbinding, onder het regelmatig crachende Window 98. En wat was ik verwonderd toen de monteur van KPN me een website liet zien! Zo snel!

Pas in de jaren nul kwamen de zoekmachines en draadloze netwerken, lees ik in de NRC. En het duurde nog een decennium voordat je internet ook op je telefoon kon gebruiken. Zo kort geleden nog maar! Wie kan zich het leven zonder internet nog voorstellen? Toch heb ik het grootste deel van mijn leven zonder dat gedaan. Maar ik moet toegeven dat ik ook wat dat betreft wel eens naar de jaren zestig terug verlang, want wat moet de wereld toen rustig zijn geweest onder een stralingsloze hemel! Oké, je kon nog de weg kwijt raken, verdwalen. Naar het buitenland bellen kostte kapitalen. Voor wat algemene ontwikkeling had je een encyclopedie nodig. Op vakanties was je gewoon onbereikbaar. Als je een film wilde zien moest je wachten tot die in een bioscoop of op de televisie kwam. Als je iemand wilde schrijven had je briefpapier, een envelop en postzegels nodig. Als je iets wilde kopen moest je soms lange winkelstraten afstruinen. Dat is allemaal veel makkelijker geworden nu we met alles en iedereen verbonden zijn.

Het idee achter het internet was natuurlijk fantastisch. Wat is er mooier dan verbinding? Het idee was ideaal en Timothy Leary wilde er zelfs letterlijk mee sterven. Ook vroeger fantaseerden we graag over een nieuwe tijd, het Watermantijdperk. Dat zou volgens het lied Aquarius uit de musical Hair aanbreken als de maan in het zevende huis, en Jupiter conjunct Mars stond. Onzin natuurlijk, en geen enkele astroloog heeft iets als het internet voorspeld. Minpunt voor de astrologie, en nu zit ik nog steeds op het watermantijdperk te wachten. Maar waterman is natuurlijk graag een originele uitvinder die van techniek en computers houdt, maar zó onvoorspelbaar dat het zichzelf kennelijk niet heeft laten voorspellen. Verbroedering staat hoog in zijn vaandel, en ook daaraan zou het internet kunnen bijdragen. Kunnen. Want ondanks alle verbindingen zie ik daar weinig van op het wereldtoneel. Of zijn juist door het internet onze ogen geopend voor een minder fraaie werkelijkheid die we indertijd nog niet konden zien?

De wereld zit nu veel dichter op onze huid. Het internet is verziekt door reclamejongens, hackers en hele regeringen, waardoor ons leven veel hectischer geworden. Kennelijk zijn we niet in staat om dat mondiaal op te lossen, zodat dat kleine procent van mensen die niet deugen het gebruik van het internet nodeloos ingewikkeld en onvriendelijk maakt. Het internet is van niemand en zou veel meer beschermd moeten worden tegen kwaadwillige indringers, politici en door het bedrijfsleven dat ons stalkt met zijn advertenties. Het internet dient vrij te zijn, vrij van controle door wie of wat dan ook. Pas dan bereik je de échte verbinding waarvoor het bedoeld was.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Ganymedes

Date 13 november 2019

Jupiter heeft maar liefst 79 manen. Terecht, want Zeus had een rijk liefdesleven, dat is bekend. Io, Europa en Callisto cirkelen dan ook trouw om hem heen. En Ganymedes, die qua omvang de grootste van hen is, zelfs de grootste maan in ons zonnestelsel, in 1610 door Galilei ontdekt. Maar Ganymedes was niet alleen de kleinste, maar ook een jongen. De zoon van koning Tros die Troje heeft gesticht. In het Latijn werd deze puber ook wel Catamitus genoemd. Schandknaap. Van Zeus dus. Die vond hem zo mooi dat hij zich als adelaar vermomde en hem ontvoerde toen hij een kudde schapen stond te weiden. Hij nam hem mee naar de Olympus om schenker van de goden te worden, maar Zeus kennende zal hij wel meer met die jongen hebben uitgehaald. Je komt Ganymedes in veel beeldende kunst tegen. Rembrandt mocht hem niet zo geloof ik, die beeldde hem af als een dik klein mormel dat van angst piest terwijl hij in de klauwen van adelaar Zeus naar hoger sferen opstijgt.

Koning Tros was natuurlijk in alle staten en tranen. Volgens Homerus heeft Zeus hem als vergoeding twee paarden gegeven. Meer wijd verbreid is het verhaal dat hij de vader van de jongen beloonde met een mooi sterrenbeeld zodat hij hem in de hemel kon zien. Dat werd de Waterman, het eerste teken waar astrologen aan denken bij homoseksualiteit. Opvallend is trouwens dat het sterrenbeeld Arend schuin boven de Waterman te zien is, alsof Zeus zijn liefje nog steeds aan het ontvoeren is. Opvallend is ook dat homo’s ook wel uraniërs werden genoemd, en volgens astrologen het teken Waterman beheerst wordt door Uranus, de heerser van de hemel die later ontmand en onttroond is door Kronos, Saturnus. Best een zooitje, die Griekse mythologie waar ook homoseksualiteit, castratie en pederastie hun eigen plekje hebben. Maar ja, de Waterman wil vaak alles anders hebben en verafschuwt het zogenaamde normale leven. ‘Hij homo? Hij heeft het uitgevonden!’

Ik kom op dit alles door een boekje waarmee Vriend medio jaren negentig kwam aanzetten. God is gay. Nou, zo kan het wel weer. Een verhaal uit 1982 over een spirituele homobeweging in Santa Rosa, van Ezekiel Wright en Daniel Inesse. Hun fellowship gaf een driemaandelijks tijdschrift Ganymede uit en misschien heb ik daar ooit wel eens een exemplaar van in handen gehad. ‘Everything in the Universe affects everything else’ lees ik achterin het inmiddels beduimelde boekje. ‘A single thought has influence in the furthest reach of the Universe.’ Hoewel ik wel vragen heb bij de beschreven initiatie in hun Tayu Fellowship, is het toch aardig om te lezen. En voor mij was het de eerste keer dat ik mij bewust werd van het verhaal over Ganymedes. Wat ik natuurlijk een heel mooi verhaal vind, want een mooie jongen is voor mij nog altijd de kroon op de schepping. Maar of God homo is betwijfel ik. En je kan de titel natuurlijk ook gewoon lezen als dat God gewoon vrolijk is. Des te beter, want wat meer humor kan in religieuze en spirituele kringen geen kwaad.

Ik denk dat ik me een beetje met Ganymedes identificeer. Door God geliefd en genomen. Wat heerlijk dat ik een Waterman ben! En een van mijn leukste en lekkerste vriendjes was ook een Waterman en ik denk nog graag aan hem. Mmmm. ‘Astrology is a language. If you understand this language, the sky speaks to you. When you don’t follow your nature there is a hole in the universe where you were supposed to be,’ schreef de beroemde astroloog Dane Rudhyar. Zonder taal, zonder verhalen wordt de wereld koud en kaal. Zo ook vertelt het verhaal over Ganymedes over een diepere werkelijkheid en bestemming. In ons diepste wezen zijn we mooi en geliefd. Dat klinkt ongelooflijk, en toch is het zo.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Allerzielen

Date 2 november 2019

Met lichtjes op de graven worden op donkere begraafplaatsen de doden herdacht. Herfst, de tijd van verval, kou en stormen. November als een sinistere maand. Slachtmaand. De zon in Schorpioen. Halloween. Afgestorven groen op de straten, geel en goud voordat het zich overgeeft aan een dood van vruchtbare verrotting. Stilte waait over de naaktheid van de kale natuur. Tijd om stil te staan bij de dood, bij allen die ons zijn voorgegaan over de Styx. Meestal familie, vrienden en geliefden van wie we niet alleen zielsveel hebben gehouden, maar die we ook nog diep in ons hart koesteren. We willen het licht van onze ziel over dat van hen laten schijnen.

Waar zijn ze, die zielen? Leven ze nog steeds onzichtbaar onder ons of zijn ze bevrijd van het eeuwige spel van opgaan, blinken en verzinken? Soms voelen we hun aanwezigheid, soms lijken ze vertrokken naar hogere sferen. Hoe is het met hen? Kunnen ze ons iets vertellen over het mysterie van sterven en dood? Zien we hen terug na, of wellicht al tijdens ons sterven? Want we denken niet alleen aan hen als we een lichtje voor hen branden, maar ook aan onszelf. Aan het mysterie van leven en dood. Aan de enige zekerheid die we hebben, dat we hen eens zullen volgen.

Als we het lichaam hebben losgelaten, wat blijft er dan van ons over? Maar hoeveel en hoe vaak we ook daarover nadenken, een antwoord op deze meest obsederende vraag hebben we niet. Sommigen trachten dit probleem te ontraadselen door uitgebreide esoterische systemen op te bouwen. Geestvonkatomen. Astrale lichamen. Heerlijk knutselwerk allemaal, waar ik ook zelf bij tijd en wijle van heb genoten. Maar er bleef iets wringen. Het erover denken zelf. En dat is doodvermoeiend.

Het mooie is dat het antwoord klip en klaar voor je ligt als je daar in een gedachteloos moment per ongeluk even mee ophoudt. Omdat je dan even in een hier en nu iets van die onsterfelijkheid proeft. Tijd doet er even niet meer toe. Je kunt jezelf zelfs niet voorstellen dat er überhaupt iets als dood bestaat omdat alles leven is. Ook sterven is leven.

In de islam is helder sterven heel belangrijk, de bewuste overgave van jezelf aan Allah die ik zelf liever het Bestaan of het Al noem. Dat is dan ook iets wat ik alle zielen toewens, dat ze bewust zijn gestorven omdat dan iets als verlichting mogelijk is. Waarbij de kunstmatige grenzen tussen jezelf en de rest van de wereld oplossen om te versmelten met het Bestaan, ons aller zielen in liefde verbonden zijn. Niet als ideaal maar als werkelijkheid.

(De Idealist, november/december 2019)

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Pedojacht

Date 31 oktober 2019

Veertig jaar geleden, zondag 13 mei 1979. Ik zal die dag niet snel vergeten. Ik moest eigenlijk bij mijn moeder zijn, maar het vieren van Moederdag was een door haar dusdanig opgelegde verplichting dat ik er echt geen zin meer in had. Ik logeerde een paar dagen bij vrienden in Dordrecht. Zij kwam met een boek op me af. ‘Echt iets voor jou!’ Jan Foudraine, de auteur van de bestseller Wie is van hout die nu met een boek over een Indiase goeroe kwam? Wat was hier aan de hand? Bhagwan? Nooit van gehoord. Poona? Zei me niets. Maar omdat het écht iets voor mij zou zijn, begon ik Oorspronkelijk gezicht meteen te lezen. Met alle gevolgen van dien. Het was een van de eerste zonnige lentedagen en in de tuin las ik verder. In mijn slipje op een stretcher. Dat laatste had ik nóóit moeten doen.

Opeens lag hun blote zesjarige zoontje bovenop me. Kennelijk had ik hem meteen van me af moeten schudden, want sindsdien was ik pedofiel. Althans volgens zijn vader, die psychiater was en dat dus heel goed kon weten. Moeder maakte zich er niet zo druk over dat ik haar zoontje omhelsde. Ik werd er best wat opgewonden van, dat wel, maar het idee van seks kwam niet eens in me op. Daarvoor was het gewoon te leuk, te speels. Tussen vader en mij is het nooit meer goed gekomen. En vader en moeder bleven het oneens over mijn gedrag. Een paar jaar later zijn ze trouwens gescheiden omdat hij het met een patiënte aanlegde, zoals het psychiaters betaamt. Met haar ben ik tot vandaag de dag bevriend, zij het hoofdzakelijk via Facebook. Nog steeds grinniken we over het voorval. En het zoontje die ik jaren later eens bij haar ontmoette had er geen trauma aan overgehouden. Eerder ik zelf.

Maar ik las in het boek van Foudraine en vergat de maanden erna alles. Eerst naar Poona! Veel later zocht ik mijn vriend de psychiater, die inmiddels naar Rotterdam verhuisd was, eens op om het een en ander uit te praten. No way. Zoontje mocht niet eens bij moeder zijn als ik bij haar in een buitenwijk van Dordrecht kwam logeren. Moeder en ik konden er alleen maar wat om lachen als ik bij haar was. Ze was een tijd depressief en belde me eens op om te vertellen dat ze een eind aan haar leven wilde maken. ‘Daar wil ik bij zijn!’ riep ik enthousiast om de eerste trein naar Dordrecht te nemen. Ze heeft me later wel eens verteld dat dat wellicht geholpen heeft, omdat ik de eerste was die dat accepteerde en haar daar niet meteen met alle middelen van af wilde brengen. Maar ik geef toe: mijn spontane benadering was wel érg alternatief.

Maar ik ben wel huiverig gebleven voor contacten met kinderen. Zeker door de pedojacht van de laatste decennia. Stom van mij natuurlijk. Niet dat ik het goedpraat, maar ik zou er wel wat genuanceerder over willen denken. Wat als het initiatief tot vrijen van het kind zelf uitgaat? Want kinderen zijn heel nieuwsgierig. En knuffelen en vrijen is toch nog geen seks? Seks bedrijven met anderen die dat niet willen is toch nooit lekker? En wat is er tegen als zowel de volwassene als het kind er gewoon van geniet? Is dat dan altijd misleiding, misbruik met desastreuze gevolgen voor de psychoseksuele ontwikkeling? Omdat het kind nog niet volwassen is en daarom de gevolgen ervan nog niet kan overzien? Sommige liefjes van Michael Jackson houden nog steeds van hem, en wat is daar mis mee?

Complex allemaal. Je kan het alleen maar van geval tot geval bekijken. Voor mij zijn vriendschap, speelsheid en ongedwongenheid de beste criteria. De Griekse en Romeinse beschavingen die we zo vereren zaten vol met pedofilie! Soms hoorde het zelfs bij de opvoeding. De heksenjacht op pedofielen, die per definitie monsters zijn, loopt ook parallel met de overbescherming van onze kinderen. Zeker vandaag de dag zie je steeds meer ouders die het leven van hun kinderen van minuut tot minuut programmeren. Mijn vader druppelde rustig wat kwik in mijn hand want dat voelde zo leuk en gek. Stopcontacten waren nog bij de plint. Geen hekjes voor de trap. Een makkelijk te openen fles bleekwater in het keukenkastje. Alleen door de drukke stad naar school lopen. Soms vraag ik me af wat er van de overbeschermde kinderen van tegenwoordig terecht zal komen.

Mijn moeder waarschuwde me wel voor vreemde mannen. Nóóit mee meegaan! Ze zei er niet bij waarom niet. Of dat ze me zouden opeten of zo. Ik herinner me één keer dat een man me riep, in de Johannes Vermeerstraat, op weg naar school. Ik moest met hem mee omdat ik naar mijn opa moest. Rennen dus. En voortaan die straat vermijden. Soms betwijfel ik of die toenadering echt gebeurd is, ook omdat een kinderlokker wel betere argumenten kan bedenken. Deze zomer las ik over toestanden in het AMVJ aan de Vondelstraat en het zwembad aan de Heiligenweg, waar ik zelf ook vaak was. Ik ben er nooit benaderd. Wellicht omdat het schoolzwemmen was, veilig onder het oog van de meester. Of omdat die misstanden wellicht net een paar jaar daarvoor hadden plaatsgevonden. Of omdat ik niet zo’n aantrekkelijk jongetje was, wat ik natuurlijk zeer betwijfel.

Natuurlijk word je als ouder razend als blijkt dat je kind door een pedo misbruikt is, verleid of gedwongen is tot handelingen die het niet leuk vindt. Aan de andere kant zijn kinderen vaak speels en nieuwsgierig zodat er niet altijd sprake van misbruik hoeft te zijn. Soms nemen kinderen zelf het initiatief tot lichamelijk contact. Maar voor dit soort nuances is tegenwoordig geen ruimte meer, zodat elke pedo per definitie een monster is dat je niet in je straat wil hebben wonen, dat al dan niet chemisch gecastreerd moet worden of nog erger. Als het alleen om seks gaat zonder liefde, tederheid, speelsheid en wederzijds aanvoelen van elkaars grenzen is er inderdaad iets mis en moet er ingegrepen worden. Maar laten we elkaar niet fobisch maken voor elk fysiek contact met kinderen. En laten we elkaar niet meteen een pedo noemen als we ze knuffelen. Volwassenen zouden veel kunnen leren van de onbevangenheid van hun kinderen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites