Opnieuw de grootste!

Date 26 maart 2018

‘Gefeliciteerd!’ wenste onze penningmeester Jan me toe toen ik nauwelijks een stap in het gemeentehuis had gezet.
‘Is de uitslag nú al bekend?’
‘Vier zetels!’
Wow! Terwijl ik in het dorpshuis met het Blaricums Gemengd Koor zat na te borrelen, bleek zich een spannende nek-aan-nekrace te hebben afgespeeld tussen ons Hart voor Blaricum en de VVD. Dank zij onze aanhang in de Blaricummermeent hebben we die toch gewonnen met een voorsprong van 44 stemmen. En die maakten net het verschil uit tussen drie en vier zetels in de raad. Eindelijk rechtvaardigheid nadat de VVD ons acht jaar geleden met een soortgelijk aantal stemmen heeft verslagen, hoewel we toen beide op drie zetels eindigden en het deze voorsprong de VVD toen géén extra zetel opleverde. Dat laatste vond ik niet erg, zoals trouwe lezertjes van mijn blog zullen vermoeden.

Onze huidige wethouder en toekomstige fractievoorzitter – ik zou bijna een fanclub voor haar oprichten – is meteen met coalitiegesprekken begonnen, en omdat de Blaricumse zelfstandigheid voor ons een breekpunt is, en de VVD en D66 achter de plannen van de provincie staan om ons met Laren en Huizen samen te voegen (dat kan niet met Eemnes omdat dat in de provincie Utrecht ligt), is de kans groot dat we met dezelfde coalitie doorgaan, samen met De Blaricumse Partij en het CDA, en misschien nog een vierde. En wat mij goed geluimd maakt is dat ook in grote lijnen de plaatselijke partijen weer winst hebben geboekt. Want het voelt alsof de landelijke partijen de gemeenten willen kapen. Ik heb niet gekeken naar de verkiezingsdebatten op de tv. Niet alleen omdat ik nooit tv kijk, maar vooral omdat ik me afvroeg waar die landelijke partijen zich eigenlijk mee bemoeiden: de gemeenteraadsverkiezingen zijn óns feestje, zoals de Tweede Kamerverkiezingen dat van hen zijn.

Wat ik even vergeten was, is dat mijn identiteitskaart in februari verlopen was. En voor de officiële papierwinkel die vrijdag zou plaatsvinden, zou ik toch een nieuwe moeten hebben, zo adviseerden de griffier en de burgemeester me. Ik geloofde het maar half, want je mag ook stemmen met een legitimatie die al een poosje verlopen is. Maar toen ik de volgende dag daar voor de zekerheid toch naar informeerde, bleek dat echt noodzakelijk, en had ik nog maar een uur om een en ander te regelen. Voor het eerst sinds jaren zat ik weer in een taxi om snel een pasfoto te laten maken en voor een spoedaanvraag naar het BEL-kantoor te gaan. Dat lukte op het nippertje.
‘Ik besta dus even niet?’ vroeg ik toen de baliemedewerkster mijn oude ID innam.
‘Heb je geen rijbewijs dan?’
‘Nee, dat heb ik laten verlopen. Bewust!’
‘Tja. eh … Hou dan maar je ongeldig gemaakte identiteitskaart bij je,’ adviseerde ze, waarbij ze ook zelf niet leek te weten wat ze hiermee aan moest.
Na een identiteitsloze dag haalde ik vrijdag mijn nieuwe ID op, een half uur voordat ik het nodig had voor de papierwinkel in de raadszaal. Of je de eed of de belofte wil afleggen en zo.

Morgen treedt de huidige raad af. Dan zijn er tot donderdag in de meeste gemeenten even geen gemeenteraden tot de installatie van de nieuwe raden op donderdag. Witte donderdag, zoals de dag voor Goede Vrijdag wel genoemd wordt. Een nieuw begin. Maar dat is geen onbeschreven blad, want we blijven ons doodvechten voor onze zelfstandigheid, voor democratie die het dichtst bij huis is. Gelukkig hoor je steeds meer vraagtekens bij opgedrongen herindelingen omdat blijkt dat ze eigenlijk niets opleveren. Opdat Blaricum als kleine gemeente ook over vier jaar zelfstandig is! Dat is mijn belangrijkste politieke ideaal.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Vrijheid versus veiligheid

Date 20 maart 2018

Wat is belangrijker? Vrijheid of veiligheid? Ik kies voor het eerste, want bij het opgeven daarvan begeef je je op een hellend vlak zodat steeds meer van je vrijheid wordt afgeknabbeld. Ik zie het al voor me. Opeens staat een wildvreemde in mijn huis die op een duistere manier een kopie van mijn sleutel heeft bemachtigd. Ik moet hem toestaan een gaatje in de muur van de slaapkamer te boren zodat hij met een microfoontje de buren kan afluisteren. Aardige buren trouwens, moslims waarmee ik goed kan opschieten, maar waarvan de zus van de werkvrouw eens gechat heeft met de broer van iemand wiens het profiel wel eens met dat een mogelijke terrorist zou kunnen overeenkomen. En terrorisme moet keihard bestreden worden, Hoe weinig last je er ook van hebt. Alsof dat meer doden en gewonden veroorzaakt dan het opvoeren van de maximumsnelheid naar 130 kilometer.

‘Stoor u maar niet aan mij,’ zegt de onverwachte maar legale bezoeker. Ik vind dat een beetje lastig omdat ik er net aan toe was mezelf eens heerlijk te bevredigen. Doen of niet doen? Terwijl ik twijfel wordt me verteld dat ik verplicht hem mijn boormachine te laten gebruiken. En zijn camera op mijn elektriciteit aan te laten sluiten. Brutaal als ik ben kleed ik me toch uit om met mijn laptop op bed te kruipen. Maar ik krijg hem niet meer omhoog, voel me toch wat bespied terwijl betongruis naar beneden dwarrelt en ik me afvraag of hij dat na afloop wel zal opruimen. Daar zal hij dan zeker mijn stofzuiger voor willen gebruiken. Onverrichter zake kleed ik me weer aan. Als zijn klus is geklaard -en de mijne dus niet – vertelt de man dat ik dit niet aan de buren mag vertellen zodat ik ze nooit meer recht in de ogen zal kunnen kijken.

Dit is eigenlijk wat er gebeurt als je instemt met ‘sleepwet’, de Wiv 2017. Want daarmee mag de overheid rustig in je computer rommelen. Ik vond het al erg genoeg toen er ongevraagd cookies op mijn harddisk werden geplaatst, op mijn harde schijf! En nu moet ik hem ook nog eens laten gebruiken om mogelijke terroristen op te sporen! Opgedrongen participatie waar ik geen trek in heb. Ben ik beknot in mijn vrijheid? Zeker! Niet alleen omdat ik mijn eigen bezit – mijn computer – gedeeltelijk van me gestolen wordt, maar vooral omdat ik me niet meer vrij voel om te doen wat ik zelf wil. Bespiede mensen gedragen zich nu eenmaal anders, ook als ze niet zeker weten of ze überhaupt gevolgd worden. Heb ik iets te verbergen? Zeker! Mijn pincodes en wachtwoorden bijvoorbeeld. Sommigen willen hun seksuele geaardheid, anderen hun slechte schoolprestaties of medisch verleden niet in de openbaarheid willen gooien. Daar hebben ze het recht toe, en zo heeft iedereen wel iets dat hij of zij hooguit met intimi wil delen. Maar met de Wiv wordt mensen het recht ontnomen om zelf te bepalen wie wat van hen mag weten.

Zo gaan privacy en vrijheid hand in hand. Met het opgeven van je recht op privacy verkoop je je ziel aan de duivel. Ik las een uitspraak van Benjamin Franklin: ‘Those who would give up essential liberty to purchase a little temporary safety, deserve neither liberty nor safety.’ Geven we onze vrijheid op voor overdreven angst voor terrorisme? In plaats van dat we bang worden gemaakt voor de échte gevaren, zoals de veel te goedkope vliegreizen met alle gevolgen van dien, worden ons buitenproportionele angsten aangepraat, samen met wantrouwen naar elkaar. Zaai angst, verdeel en heers, denken de visieloze Rutte en zijn kornuiten. Wat blijft er van ons leven over als we ons door angst laten leiden? ‘Van leven ga je dood,’ zong Robert Long in zijn prachtige lied Allemaal angst. Onzekerheid hoort nu eenmaal bij het leven. Eis je eigen vrijheid op en stem tegen! Zodat je weer rustig in je eigen slaapkamer aan je trekken kan komen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Stem voor democratie!

Date 13 maart 2018

‘Een gemeentegrens is geen cirkel, lukraak getrokken op een landkaart – een streep getrokken rondom een willekeurige pluk burgers. Een gemeente in Nederland is van oudsher eigendom van burgers en inwoners. Dat eigenaarschap wordt volgens ons bedreigd.’ Aldus Wim Voermans en Geerten Waling in de inleiding van hun recente boek Gemeente in de genen. Het boek is te recent om het al helemaal gelezen te hebben. Maar de kern is: democratie begint bij de gemeente. Logisch, omdat het de eerstelijns volksvertegenwoordiging betreft.

Afgelopen zaterdag stonden we bij winkelcentra te flyeren, hoewel onze gelikte folders hun taak door windvlagen soms iets te letterlijk opvatten. Een van onze hoofdpunten is de zelfstandigheid van ons dorp, nu de provincie Noord-Holland Blaricum, Laren en Huizen wil samenvoegen en daarin stevig aan het doordrammen is. Iets waar we ons met alle macht en middelen tegen verzetten, gewoon omdat er geen argumenten voor zijn. Hoewel het initiatief voor herindelingen van onderaf moet komen, meent de provincie dit te moeten overrulen door te wijzen op onze bestuurskracht, wat het hoofdargument is om fusie op te leggen. Maar we zijn allang bestuurskrachtig! Ik hoorde van het bij dit herindelingsproject betrokken bureau Deloitte een definitie van bestuurskracht: ‘bereiken wat je wil bereiken’. Waaruit ik dan concludeer dat je, als je alles goed vindt zoals het is en niets wil bereiken, voldoet aan het criterium van bestuurskracht. En dat we juist inboeten aan bestuurskracht als je tegen je zin in samengevoegd wordt met andere gemeenten. Maar ook volgens de ondoorgrondelijke criteria van de onderzoeksbureaus blijken we al genoeg bestuurskracht te hebben! Terecht dus dat een meerderheid binnen de raden geen gemeentelijke fusie opgedrongen wenst te krijgen.

Vanzelfsprekend zijn het vooral de VVD en D66 die een samenvoeging wel zien zitten. Minister Ollongren van D66 presteerde het om in haar eerste maand er al tien herindelingen doorheen te jagen. En de VVD gelooft ook in grootschaligheid. Gemeenten zijn immers ook spelers op een markt waarin ze met elkaar moeten concurreren, terwijl wij geloven in samenwerking, wat al een heel verschil in cultuur kenmerkt over hoe mensen met elkaar dienen om te gaan. Als Blaricum, Laren en Huizen zijn samengevoegd staat nú al één Gooistad met Hilversum en andere gemeenten op de agenda. Maar waar is het eind? Daarna met Weesp, Amsterdam? En je kunt toch op je vingers natellen dat schaalvergroting omgekeerd evenredig is met democratisch functioneren? Kunnen straks buurten en dorpen dan überhaupt nog iets zeggen over hun eigen woongebied? Ja, daar wordt dan weer een kernenbeleid voor opgesteld, zoiets als de stadsdelen in Amsterdam, maar je zult hoe dan ook minder invloed hebben. Mocht die herindeling er komen – God verhoede het – dan wordt het hooguit redden wat er nog te redden valt.

Het zou best eens kunnen dat de verkiezingen volgende week een welverdiende zware slag worden voor de landelijke partijen. Volksvertegenwoordigers daarvan zijn vaak marionetten van de landelijke politiek en ik ben blij dat in elk geval het CDA hier in Blaricum hier niet in meegaat. Wij prijzen ons met het feit dat lokale partijen in de meerderheid zijn. Blijft over wat mensen toch bezielt om voor grootschaligheid te zijn. Wat zaterdag tot diverse debatten met inwoners leidde. Toen ik iemand vertelde dat er zat onderzoeken zijn die aantonen dat opschaling helemaal niets oplost, was dat maar een mening. ‘Geef me maar je e-mail adres, dan stuur ik ze je op,’ bood ik aan. Maar dat gaf de inwoner niet. Hup, kop in het zand. Zou waarschijnlijk ook zinloos zijn want de stelling was al betrokken. En dan had ik het nog niet eens over al die miljoenen die je kwijt bent met de hele reorganisatie, de onzekerheid waarmee ambtenaren moeten leven, en over het extra werk voor raadsleden die minder tijd over houden voor lokale aangelegenheden, voor wat er wérkelijk toe doet!

Een opgedrongen fusie is een probaat middel om bestuurskracht – wat dat dan ook is – te ondermijnen. De provincie en met name D66 en de VVD willen dus helemaal geen bestuurskracht voor kleine gemeenten! Alleen voor zichzelf. Mag ik het machtsmisbruik noemen? Ik vind van wel. En in de wandelgangen wéét iedereen dat ook. We hadden het al eerder met de provincie aan de stok, met veel gedoe over de HOV waarbij zij meende – en nog steeds meent – miljoenen te moeten investeren in een paar seconden reistijdwinst. De provinciale VVD speelde hierin een dominate rol, dus vertel me niet dat deze partij zo goed op de centjes let! Het gaat alleen om de macht, waarvoor ook landelijk kleine gemeentes kapot worden gemaakt door allemaal taken over de schutting richting gemeenten te gooien, het de gemeenteraden steeds moeilijker wordt gemaakt dit alles te behappen, en raadsleden in kleine gemeenten onderbetaald worden. Is het écht zo moeilijk dit spel te doorzien?

Groter, groter en groter, dat is de natte droom van mensen die in grootschaligheid geloven, en van vooral de VVD en D66, die het neoliberale gedachtengoed tegen de klippen in blijven verdedigen, ondanks de ellende die dat ons al heeft gebracht. Als je écht op wil komen voor je eigen inwoners is dat echt niet te rijmen met een geloof in schaalvergroting. ‘Blaricum blijft Blaricum,’ is onze leuze en ik ben er blij mee deze zelf bedacht te hebben. Het volk mort. En terecht. Moge de democratie zegevieren en de plaatselijke partijen een grote winst behalen volgende week!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Gemoet

Date 6 maart 2018

Soms valt het me op hoe vaak Mellie Uyldert het woord moeten gebruikt. Daar ben ik het niet altijd mee eens, want ik hou niet van al dat gemoet. Ik ben nog steeds een eigenwijze puber. ‘Iedereen moet aardig zijn,’ zong Boudewijn de Groot. ‘Everybody must get stoned,’ vond Bob Dylan. Ik hield daar niet van. Want moeten betekent dat je iets anders moet volgen dan wat spontaan in je opkomt, je intuïtie. Oké, ik heb met rode oortjes Hoe hoort het eigenlijk? van Amy Groskamp-ten Have gelezen, een boek dat voor noodgevallen in mijn boekenkast staat, maar ik krijg het er wel spuugbenauwd van. Volgens mijn ouders zou het nooit iets met me worden als ik me niet aanpaste aan de samenleving, maar ‘aanpassen’ was een vies woord voor me, alsof je niet jezelf mocht zijn. ‘Maar uiteindelijk bereik je méér in de wereld als je jezelf aanpast,’ was toen een argument om me tot een hypocriet op te voeden.

Veel adviezen zijn dan ook niet aan mij besteed. ‘Eet je elke dag wel warm?’ ‘Ja moeder,’ hoewel ik niet begreep waarom warm eten voedzamer zou zijn dan koud eten. Ik eet dan ook alleen maar dingen die ik lekker vind. In de jaren tachtig was dat een boterham met kaas, plakjes tomaat en ei, en een sigaret als toetje. Wat had ik méér nodig? En ik leef nog steeds zonder noemenswaardige klachten, anders dan die bij mijn oudere leeftijd horen. Sport? Ook niks voor mij. Je bent er meer tijd aan kwijt dan dat je er aan gezonde levensjaren mee wint. Af en toe tegen de koude wind in fietsen en dan diep ademhalen, lekker veel overbodig veel traplopen, en mijn BMI en bloeddruk zijn nog keurig intact. In mijn studententijd schijn ik ’s winters veel te schamel gekleed rondgelopen te hebben, ook omdat ik altijd een beetje een hekel aan kleren heb gehad. Geef mij maar lekker bloot zijn.

Mensen nemen me maar zoals ik ben. Ook op spiritueel gebied ben ik eigenwijs. In die wereld moet je veel te vaak aan allerlei voorwaarden voldoen als je verlicht wil raken. Mediteren en zo. Goed in je lijf zitten, want: ‘Een gezonde geest in een gezond lichaam!’ Volgens mij is juist het omgekeerde het geval! Ik gruwel van mode, ook in de spirituele wereld. Natuurlijk heb ik aan van alles geroken en van alles geproefd. Osho is een van de weinigen bij wie ik me echt thuisvoelde. Maar hij is dan ook een spirituele anarchist, net als ik. Misschien ben ik wel gezegend met een relatief gezond lichaam, een oplettende geest en een zon in Waterman, waardoor ik me dit alles permitteren kon en kan. De enige ziekte waar ik last van heb is mijn allergie voor gemoet!

De Kaarsvlam, maart/april 2018

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Discussie in Strandvliet

Date 28 februari 2018

Na stukjes uit de hoofdstukken 5, 8 en 7 tenslotte een discussie uit hoofdstuk 3. Maarten is enthousiast over Strandvliet, en kijkt iets anders tegen kannibalisme aan dan Rob en Thea …

Maarten kan nauwelijks geloven wat ze allemaal beweren.
Maar het is wel mijn diepste verlangen om te doden en te sterven, om te eten en gegeten te worden!’ werpt hij tegen. ‘Zo ben ik nou eenmaal en dat is toch onze diepste natuur?!’
‘Ja!’ roept Thea.
‘Nee,’ zegt Rob. ‘Je bent gewoon bang voor het leven! En daarom wil je zo snel mogelijk wegwezen, dood. Maar de bevrijding vind je niet door naar Strandvliet te vluchten, maar in het alledaagse leven dat gewoon knokken is. Voor bevrijding moet je gewoon vechten, er iets voor overhebben, pas dan en dan alleen krijg je je vrijheid, de enige echte vrijheid omdat die van jou is. De zon is de enige die voor niets opgaat, al het andere moet bevochten, verdiend worden.’
‘Ja, hallo! Alsof de martelschool niets was!’
‘Alleen maar om de échte pijn niet te hoeven voelen, om te wennen aan je eigen zelfvernietiging zodat je je willoos aan het spit kan laten braden!’
‘De échte pijn? Als er érgens échte pijn wordt geleden en aanbeden is het wel in Strandvliet!’ begint Maarten furieus waarbij hij zijn eigen pijn helemaal vergeet. ‘Wij eisen het basale recht op sterven op! Als er érgens de echte pijn wordt ontvlucht is dat in de zogenaamde gewone wereld, waar men er van alles aan doet om mensen juist níét te laten lijden en hen in een verdomhoekje laten sterven! Dát is de grote verlijding! Al die westerse technieken, religies en spirituele leringen zijn niets anders dan een egotrip! Als ík maar gezond blijf, als ík maar in de hemel kom, als ík maar verlicht word! Als er iets is dat bevrijding in de weg staat is het dat wel! Dus waar vindt de échte indoctrinatie plaats? Precies!’
‘Alsof dat in Strandvliet anders is!’ verweert Rob zich.
‘Maar wij sluiten vrede met de pijn. Je kent de Codex!’
‘De ideale gids voor zelfvernietiging,’ lacht Rob, die gedachteloos een van de maïskolven aanneemt die Thea ronddeelt. ‘En wat is er dan zo heerlijk aan om vernietigd, om opgegeten te zijn? Je maakt het zelf niet meer mee!’
‘Dat weet ik niet, maar daar gáát het niet om! Ik voel hoe elke cel in mijn lichaam ernaar smacht om opgegeten, verteerd te worden. Sterven is het ware leven!’
‘Wat een heerlijk romantisch sprookje! En ze stierven nog lang en gelukkig!’

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Koken in Strandvliet

Date 27 februari 2018

Een van de cursussen die newbies in Strandvliet moeten volgen is Kooktechnieken. Een rondleiding in de keuken, waarin ook diverse tips worden gegeven, hoort daar natuurlijk bij. Ingrid leidt de groep.

Op een slachtbank liggen wat armen en benen na te druppelen. Ze wandelen verder langs koelcellen, iemand zit rustig aan een tafel het haar van een hoofd af te scheren, terwijl verderop met een tang nagels uit losse vingers en tenen worden getrokken. Mark gruwelt. Dan staan ze voor een deur.
‘De wachtkamer,’ zegt Ingrid zachtjes. ‘Aan het lampje te zien zit er iemand in. Kijk maar door het raampje in de deur. Ik denk dat het Tim is, die verwachten we voor de fondue.’
Als Mark aan de beurt is om een blik in de wachtkamer te werpen, ziet hij een wat mollige naakte knaap staan, met de handen voor zijn geslacht.
‘Kaasfondue,’ vervolgt Ingrid. ‘Welke lichaamsdelen zijn daarvoor het beste?’
‘De billen?’ gokt Mark.
‘De dijen?’ vraagt Marga.
‘Wat voor kaas?’ vraagt Robin.
‘De lendenen?’ probeert Ton.
‘Bijna goed,’ zegt Ingrid. ‘De haas, een spier onder de lendenen. Mensenhaas! Die is heerlijk mals! Wacht … Ja, Tim wordt net opgehaald,’ en ze gebaart naar een fors gebouwde man die aan komt lopen. ‘Kennen jullie mijn collega Henk al? Van de slagerij?’
De man is op een O-tag na helemaal naakt en zit onder de bloedspetters.
‘Dat is veel praktischer,’ excuseert hij zijn ontbrekende witte schort terwijl hij iedereen een schone hand geeft. ‘Zijn jullie de newbies of zijn jullie aan de beurt? Grapje.’
Dat Henk helemaal naakt is vindt Mark eigenlijk wel zo mooi. Waarom ook niet? Wanneer hij zijn eigen woning schilderde, deed hij dat ook altijd naakt. Dat scheelde weer een heel gedoe met kleren wassen.
Henk duikt in de wachtkamer en komt met Tim naar buiten. De jongen werpt een schuchtere blik op de groep die hem aanstaart.
‘Jij bent toch voor de fondue?’ vraagt Ingrid terwijl ze hem even in zijn heup knijpt.
‘Helemaal. Het lekkerste is voor het verjaardagsfeestje van mijn vriendin,’ vertelt Tim terwijl hij als een parmantige nicht door zijn haar strijkt. En vanmiddag liggen ook stukken van mij op de markt, als barbecuevlees.’
‘Henk gaat je nu slachten. Je bent helemaal alleen verder? Geen vrienden erbij?’
‘O nee, dat zou me veel te veel afleiden, en ik heb al afscheid van ze genomen.’
‘Spannend hoor!’ zegt Ingrid.
‘Ja, ik heb vaak over het abattoir gedroomd …’
‘Je diepste wens wordt vervuld, Tim! Goede reis!’
‘Kom, Tim,’ zegt Henk. ‘We moeten je nog scheren en dan moet je ook nog even door de wasstraat.’
Mark is opnieuw verbaasd hoe gemakkelijk en vanzelfsprekend uitverkorenen hun einde tegemoet gaan, zich blijmoedig koesteren in de armen van de dood. Waren slachthuizen in zijn vorige levens gevuld met stokslagen, nodeloos lijden en protesterend gekrijs, hier lijkt niets dan overgave en vrede te heersen. Terwijl Ingrid de groep voorgaat kijkt hij nog even achterom naar het nu nog levende en gezonde vlees dat er best lekker uitziet.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Koorts in Strandvliet

Date 26 februari 2018

Maartens arm is vorige week opgegeten. Zijn stomp gaat ontsteken en nu ligt hij ’s nachts met koorts in de kinderkamer. Mark zoekt hem op.

‘De realitijd, ja, de realitijd …’
‘Ja, de realiteit is alleen het hier en nu.’
‘Realitijd met ie jee,’ verbetert Maarten.
‘Einstein?’
‘Nee. Of misschien wel ja. Dat alles overal tegelijk gebeurt. Dat ook tijd een illusie is. Net als de ruimte …’
Maarten lijkt een beetje op te leven en tracht zich op te richten.
‘Hier en nu is veel te kortzichtig,’ betoogt hij alsof hij zich allemaal wijsheden uit de Codex herinnert. ‘Overal en altijd! Dat is de realitijd! Niets is echt. Ik bedoel: alles is echt. Alles is virtual reality! Echt … Niets … Hét!’
Maarten ploft weer achterover en staart met wijd open ogen omhoog. Begint hij te ijlen door de grote hoeveelheid pijnstillers die hij heeft geslikt? Mark legt zijn hand op zijn voorhoofd en zijn wangen, en schrikt van de hitte. Hij is kletsnat, maar wat kan hij doen? Hij grabbelt een extra dekentje uit een kast en legt het over hem heen.
‘Het laatste oordeel!’ stamelt Maarten terwijl zijn gezicht glimt van het zweet. ‘Luister, Mark! Hét! Hét is er alleen maar als je zelf niet meer oordeelt! Luister je? Het gaat om je eigen laatste oordeel! Dat je zelf geen oren meer deelt, ik bedoel … Oren zijn niet om te horen maar om te luisteren naar het onhoorbare. Hoor je? Het onhoorbare …’
‘Zal ik hier bij je blijven slapen?’ vraagt Mark ongerust. ‘Maarten?’
Maarten is in slaap gevallen. Mark voelt nog voorzichtig zijn veel te snelle pols, zet nog een beker water naast zijn matrasje en laat hem na een lief kusje op zijn voorhoofd alleen, met de deur op een kier.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Leven in Strandvliet

Date 25 februari 2018

De komende dagen wat voorproefjes uit mijn roman Strandvliet. Om de smaak de pakken te krijgen, zal ik maar zeggen …

Op bed bekijkt hij zijn lijf in het stille ochtendlicht. Mark houdt van zijn lijf en voelt hoe het ernaar snakt om opgegeten te worden. Hij streelt liefkozend zijn buik, wrijft over zijn tepels en laat zijn half slappe pik tussen zijn vingers bungelen. Hij weet dat hij een heerlijk lichaam heeft, dat hij te kort zou doen als de mysterieuze verlangens ervan niet bevredigd werden. Verklaren kan hij het niet. Waarom wil iets dat in volle bloei staat sterven? De kleine dood, zo werd het orgasme wel eens genoemd. Maar is de dood niet het grote orgasme? Is het echt de levensdrift die mensen zo graag doet klaarkomen? Of is het juist de doodsdrift, het verlangen naar verdwijnen dat mensen zo gek maakt op seks? Met zijn wijsvinger streelt hij het kuiltje van zijn navel. Hij stelt zich voor hoe zijn lichaam over een paar maanden opgegeten zal zijn, verteerd in magen en darmen en uitgepoept als mest waarop zonnige maïsvelden en veldbloemen gaan groeien en bloeien.

Daarom moet hij sterven in schoonheid, in bewustheid, in overgave, de dood omhelzen als zijn liefste vriend. Het enige echte offer dat hij kan aanbieden is hij zelf, zijn lichaam en zijn ziel. Geen offer om een schuld in te lossen of goden goedgezind te maken, maar een offer uit vreugde en dankbaarheid omdat hij zich één voelt met de wereld, de kosmos, met Het, en niets anders wil dan ermee versmelten. Mark kan zich daar geen voorstelling van maken, maar voelt dat zijn lijf en ziel zijn verlangen uitbundig toejuichen. Geofferd worden is altijd al een droom van hem geweest, en hij moet denken aan een mooie afbeelding waarin Isaak door Abraham op een brandstapel is gelegd en het mes op de keel van de jongen is gezet. Jammer dat God zich er weer mee bemoeide. Die weet ook nooit wat hij wil, en liet een engel het prachtige gebeuren afblazen. God zou dat allemaal in scène hebben gezet om Abrahams geloof op de proef te stellen. Ja, dag! Hij wilde die beeldschone jongen gewoon in zijn hemel hebben, net zoals Zeus er met Ganymedes vandoor ging naar de Olympus. Arme Isaak …

Voor de spiegel staat Mark zichzelf te strelen en te omhelzen. Ja, hij is een mooie jongen en er is niets mis met zijn eigenliefde. Integendeel: mensen die zo nodig anderen nodig hebben om liefgehad te worden zijn eigenlijk een beetje zielig. De meeste relaties zijn niet veel meer dan projecties en andere ingewikkelde mechanismen om zichzelf te ontlopen. Narcissus, die had het begrepen en is wellicht juist daarom verfoeid in een wereld waarin de weg naar binnen taboe is, gecorrumpeerd is en bestreden wordt. Ook hij stierf, en heeft zijn schoonheid als bloemen over de aarde verstrooid. Mark legt zijn tag in zijn hand en streelt dit zegel van zijn prachtige lot. Daarvoor moet zijn lijf zo schoon en naakt mogelijk zijn. Hij scheert het van top tot teen – zal hij zijn hoofd ook kaal scheren? – en neemt een uitgebreide douche. Vandaag Anatomie.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Strandvliet

Date 6 februari 2018

Nee, dit gaat niet over het gelijknamige metrostation in Amsterdam, maar over het boek waarmee ik vandaag precies een jaar geleden begon. Ik was net 70, had nog nooit een roman geschreven en nu vond ik dat alles er maar eens uit moest. Gelukkig wist ik niet hoe deze fictie zou aflopen, want het is heel frustrerend als je al van te voren weet hoe een verhaal afloopt. Gelukkig wist ik ook niet dat het 369 pagina’s lang zou worden, want dan was ik er misschien helemaal niet aan begonnen, en zou ik niet zo vaak in een flow zijn beland die me heel vaak intens blij en gelukkig maakte, meer dan ik ooit heb ervaren. Ik weet ook niet of ik echt de auteur van dit boek ben, want ik deed niets anders dan een film verwoorden die zich voor mijn geestesoog afspeelde. Op mijn iPad, op mijn stoeltje voor de voordeur, of in de tuin, rokend, soms met verkleumde vingers en tegen mijn schoenen spetterende regen. Gemiddeld een uurtje per dag stoorde ik me niet aan alle herrie van verkeer, verbouwingen en bestrating om me heen. De enige moed die ik ervoor nodig had, was tegen een leeg scherm aankijken en af te wachten hoe dat gevuld zou worden. Begin december was de eerste versie klaar. Daarna alles nog eens corrigeren en kloppend maken, een print-on-demand bij Pro-book maken om het voor het eerst op papier te lezen, waarna een tweede correctieronde volgde. In de zomer had ik al drie kaftjes ontworpen waaruit ik samen met een vriend het meest confronterende ontwerp koos. De tekst op de achterflap had ik toen ook al bedacht.

Kannibalen zijn best aardige mensen. Althans in Strandvliet, het verborgen stadje waar veel jongeren heen trekken om mensenvlees te eten en zelf opgegeten te worden. Dit alles volgens de leidraad uit de Codex Anthropophagus, een oud geschrift volgens welk het eten van mensenvlees ver boven dat van dieren staat, het innerlijk vuur met het uiterlijk vuur verenigd moet worden en sterven een spiritueel orgasme is. Hoe vredig en vrolijk men ook leeft in het stadje met zijn uitbundige feesten, eetfestijnen en terechtstellingen, toch verdwijnen inwoners. Als blijkt dat ze niet opgegeten zijn gaan Mark en zijn vrienden zich zorgen maken. Zijn ze gevlucht? En zo ja, waarom? Gaan ze Strandvliet verraden? Een zoektocht naar het gevluchte vlees begint …

Bizar natuurlijk. Absurd. Macaber. Maar daar hou ik van. Dystopisch. Maar utopisch als je kannibalisme vergelijkt met de neoliberale realiteit waarin we nu leven. Wat is erger? En ik hou er als echte Waterman van om dingen op zijn kop te zetten. Zo staat in die zelf verzonnen Codex dus te lezen dat je beter van het hogere kunt eten dan van het lagere, zodat vegetarisme taboe is. Niet helemaal zelf bedacht overigens, want dat heb ik uit het recente degelijke boek Kannibalisme en mensenoffers van Vangroenweghe, waarin een kannibaal vertelt dat juist het hoogstaande van de mens het eten van zijn vlees zo bijzonder maakt. Maar het vrolijke leven van die hippies in Strandvliet – kiezen tussen tepelhofjes met speenkruid of krokante schaamlipjes als nagerecht – heeft een diepere laag waarin levensdrift en doodsdrift met elkaar versmelten, sterven het doel en toppunt van het leven is, en het de kunst is om jezelf – je eigen ik – te laten verzwelgen om te versmelten met Het, zoals ik God of Allah liever noem. Niet wachten tot je oud en seniel bent, maar in de volle glorie van het leven jezelf offeren. Om dat te leren moet je in Strandvliet natuurlijk wel wat cursussen volgen, want levend gebraden worden doet nu eenmaal pijn, en helemaal in het tijdloze hier en nu blijven met je hoofd op het hakblok is ook een kunst.

‘Het leukst vind ik de gesprekken van de mensen, hun gedachten, idealen, twijfels en argumenten,’ vond een vriend die me een beetje gecoacht heeft. ‘Zou je er zelf heen gaan als Strandvliet echt bestond?’ vroeg hij, en ik betrapte me erop dat ik het antwoord eigenlijk niet wist. Is het pervers om te verlangen naar de dood? Weegt dat op tegen het verdriet dat je bij ouders en vrienden achterlaat? Maar wat is liefde als je iemand de bevrediging van zijn diepste verlangens niet gunt? En als je toch eens moet sterven, waarom dan passief afwachten en er niet zelf voor kiezen, niet als een vlucht maar met enthousiast verlangen naar dat mysterie? Als we zo graag opgaan in een orgasme, dat ook wel de ‘kleine dood’ wordt genoemd, wat is er dan verkeerd aan een stervenslust? Hebben we niet allemaal een verdwijndrift in ons, de behoefte om er niet te zijn waardoor we onszelf graag verliezen in muziek en seks, in drank en drugs, in dans en extase? Getuigt dat niet allemaal van een smachtend één willen worden met het bestaan, met het heelal, met de sterren waaruit we uiteindelijk geboren zijn? Allemaal vragen die oprijzen binnen het decor van het zomerse subtropische Strandvliet, waar een zoektocht begint naar verdwenen inwoners zodat het boek ook wel Het vluchtende vlees zou kunnen heten.

Is het een romantisch verhaal? Op zijn minst. Gaat het over spiritualiteit en mystiek? Niet in de laatste plaats. Is het horror, een ideaal geschenk voor Halloween? Zeker weten! Maatschappijkritisch? Dat kan je wel zeggen. Een thriller? Ook dat. Porno? Wel zolang het niet over ordinaire huis-, tuin- en keukenseks gaat. Is het humoristisch? Dat kan bijna niet anders als het door mij geschreven is. Is het origineel? Ik heb nog nergens zo’n krankzinnig verhaal gelezen. Is het een kookboek? Niet in de eerste plaats. Lastig om een uitgever te vinden die zo’n mix van categorieën in zijn fonds heeft. Maar in de eerste plaats wil ik het taboe op sterven doorbreken, als iets dat gewoon bij het leven hoort en heel mooi kan zijn. Osho verwonderde zich er eens over dat mensen blij zijn als iemand geboren wordt, terwijl ze verdrietig zijn als iemand sterft. Het omgekeerde zou meer voor de hand liggen, want opnieuw geboren worden betekent dat je nog steeds niet je lesjes hebt geleerd en alles over moet doen, terwijl sterven je de ultieme kans geeft om verlicht te raken. Feestelijk leren sterven, daar gaat mijn boek uiteindelijk over. Wat dat betreft is mijn roman goed geslaagd. Mag ik dat zeggen over mijn eigen werk? Dan ben ik wel de slager die zijn eigen vlees keurt. Lekkere jongen ben ik! Welkom in Strandvliet!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Voltooid sterven

Date 31 januari 2018

Hoe eens ik het ook was met Pia Dijkstra’s initiatiefwet over voltooid leven, in haar ideeën over een donorwet kan ik mij moeilijk vinden. Als ik niets van me laat horen kunnen ze zomaar na mijn overlijden allemaal organen uit mijn lijf voor hergebruik plukken! Organen die kennelijk nog gezond leven, want anders hebben ze er niets meer aan. Zoals mijn hart dat het centrum is van liefde en humor en dat wellicht nog steeds uitstraalt en zich misschien helemaal niet thuis voelt in een ander lichaam. En wie weet heeft mijn hart zelf wel behoefte aan rust na zo’n drie miljard keer te hebben geklopt! Ze kunnen zomaar mijn hart stelen omdat ze denken dat ik dood ben als mijn hersenen niets meer van zich laten horen. Vroeger moest eerst je hart stilstaan om geacht te worden dood te zijn, maar tegenwoordig bepalen je hersenen of je overleden bent. Als je niet meer kunt denken leef je kennelijk niet meer, wat heel typerend is voor onze rationalistische en materialistische tijd. Zoals ook leven met dementie geen leven meer zou zijn, zodat er maar snel een einde aan moet komen.

Tegenstanders beroepen zich op de grondwettelijke onaantastbaarheid van het menselijk lichaam. Ik kan daar niet zoveel mee, want wat wordt daarmee bedoeld? Ik lees daaruit dat het lichaam zelf onaantastbaar zou zijn, maar denk dat bedoeld wordt dat je er gewoon van af moet blijven. Niets mee doen dus? Niet cremeren dus? Zelfs niet begraven en het niet ergens op de hei leggen en de natuur haar gang laten gaan? Lijkt me trouwens best mooi. Of wordt met die onaantastbaarheid alleen die van het lévende menselijk lichaam bedoeld? Is een dood lichaam nog wel een lichaam? En zo ja, wanneer is dat geen lichaam meer, hoeveel moet er al vergaan zijn om het geen lichaam meer te noemen? Na hoeveel tijd mogen graven geruimd worden? Wanneer waren de zielen van de overledenen niet meer boven het kerkhof en hebben ze hun lichamelijke vorm echt losgelaten? Die laatste vraag geldt natuurlijk alleen als je in iets als een ziel gelooft, en ik moet toegeven dat ik ook dat een vaag begrip vind. Als kind geloofde ik dat het iets met vleugeltjes was, maar tegenwoordig kan ik er minder mee. Ik? Ook daarvan vraag ik me af wat er eigenlijk mee bedoeld wordt, en kom ik niet verder dan dat er ergens bewustzijn om me heen hangt. Sommigen zeggen zelfs dat een ik niets meer is dan een illusie, maar dan blijft er toch een ik over dat die illusie ervaart?

Kortom: ze hebben het er maar druk mee in de Eerste Kamer. Omdat je nooit een besluit kan nemen zonder al dit soort vragen te beantwoorden. Wat is dood en hoe weet je of iemand echt dood is? Hoe weet je zeker dat er geen bewustzijn in of rond het lichaam meer is? Ze zullen er nooit uitkomen, want sterven en dood blijven een mysterie. Maar Pia Dijkstra lijkt een en ander zeker te weten, want zo’n donorwet getuigt van een mechanisch en materialistisch mensbeeld dat ons min of meer wordt opgedrongen door ervan uit te gaan dat we onze organen afstaan tenzij we zelf actief hebben aangegeven dat niet te willen. Zolang we niet weten wat sterven is, loop je met zo’n donorwet het risico daarvan een lijdensweg te maken. Als iemand bij zijn leven organen wil afstaan is daar niks mis mee, en wat mij betreft mag daar best veel meer reclame voor worden gemaakt. Laat het maar keurig zoals het nu is. En laten medici nog meer bezig zijn met genezen – iets waarmee ze trouwens al ongelooflijke sprongen voorwaarts maken – dan met het vervangen van onderdelen. Om mensen een mogelijk onvoltooid sterven op te dringen staat haaks op haar pleit voor een voltooid leven. Want voltooid leven betekent ook voltooid sterven.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites