Voltooid sterven

Date 31 januari 2018

Hoe eens ik het ook was met Pia Dijkstra’s initiatiefwet over voltooid leven, in haar ideeën over een donorwet kan ik mij moeilijk vinden. Als ik niets van me laat horen kunnen ze zomaar na mijn overlijden allemaal organen uit mijn lijf voor hergebruik plukken! Organen die kennelijk nog gezond leven, want anders hebben ze er niets meer aan. Zoals mijn hart dat het centrum is van liefde en humor en dat wellicht nog steeds uitstraalt en zich misschien helemaal niet thuis voelt in een ander lichaam. En wie weet heeft mijn hart zelf wel behoefte aan rust na zo’n drie miljard keer te hebben geklopt! Ze kunnen zomaar mijn hart stelen omdat ze denken dat ik dood ben als mijn hersenen niets meer van zich laten horen. Vroeger moest eerst je hart stilstaan om geacht te worden dood te zijn, maar tegenwoordig bepalen je hersenen of je overleden bent. Als je niet meer kunt denken leef je kennelijk niet meer, wat heel typerend is voor onze rationalistische en materialistische tijd. Zoals ook leven met dementie geen leven meer zou zijn, zodat er maar snel een einde aan moet komen.

Tegenstanders beroepen zich op de grondwettelijke onaantastbaarheid van het menselijk lichaam. Ik kan daar niet zoveel mee, want wat wordt daarmee bedoeld? Ik lees daaruit dat het lichaam zelf onaantastbaar zou zijn, maar denk dat bedoeld wordt dat je er gewoon van af moet blijven. Niets mee doen dus? Niet cremeren dus? Zelfs niet begraven en het niet ergens op de hei leggen en de natuur haar gang laten gaan? Lijkt me trouwens best mooi. Of wordt met die onaantastbaarheid alleen die van het lévende menselijk lichaam bedoeld? Is een dood lichaam nog wel een lichaam? En zo ja, wanneer is dat geen lichaam meer, hoeveel moet er al vergaan zijn om het geen lichaam meer te noemen? Na hoeveel tijd mogen graven geruimd worden? Wanneer waren de zielen van de overledenen niet meer boven het kerkhof en hebben ze hun lichamelijke vorm echt losgelaten? Die laatste vraag geldt natuurlijk alleen als je in iets als een ziel gelooft, en ik moet toegeven dat ik ook dat een vaag begrip vind. Als kind geloofde ik dat het iets met vleugeltjes was, maar tegenwoordig kan ik er minder mee. Ik? Ook daarvan vraag ik me af wat er eigenlijk mee bedoeld wordt, en kom ik niet verder dan dat er ergens bewustzijn om me heen hangt. Sommigen zeggen zelfs dat een ik niets meer is dan een illusie, maar dan blijft er toch een ik over dat die illusie ervaart?

Kortom: ze hebben het er maar druk mee in de Eerste Kamer. Omdat je nooit een besluit kan nemen zonder al dit soort vragen te beantwoorden. Wat is dood en hoe weet je of iemand echt dood is? Hoe weet je zeker dat er geen bewustzijn in of rond het lichaam meer is? Ze zullen er nooit uitkomen, want sterven en dood blijven een mysterie. Maar Pia Dijkstra lijkt een en ander zeker te weten, want zo’n donorwet getuigt van een mechanisch en materialistisch mensbeeld dat ons min of meer wordt opgedrongen door ervan uit te gaan dat we onze organen afstaan tenzij we zelf actief hebben aangegeven dat niet te willen. Zolang we niet weten wat sterven is, loop je met zo’n donorwet het risico daarvan een lijdensweg te maken. Als iemand bij zijn leven organen wil afstaan is daar niks mis mee, en wat mij betreft mag daar best veel meer reclame voor worden gemaakt. Laat het maar keurig zoals het nu is. En laten medici nog meer bezig zijn met genezen – iets waarmee ze trouwens al ongelooflijke sprongen voorwaarts maken – dan met het vervangen van onderdelen. Om mensen een mogelijk onvoltooid sterven op te dringen staat haaks op haar pleit voor een voltooid leven. Want voltooid leven betekent ook voltooid sterven.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Lieve kusjes

Date 17 januari 2018

Robbie heeft botkanker. Dat schreef hij me zaterdag. Hij is mijn liefste vriend in Second Life, waar ik hem bijna elf jaar geleden ontmoette, toen hij nog studeerde. Ik was drie keer zo oud als hij, maar ondanks al mijn spirituele pretenties heb ik wellicht meer van hem geleerd dan hij van mij. Dat vriendschap de lichamelijke, materiële wereld overstijgt. Dat er wel degelijk een zielsverbondenheid kan zijn zonder aardse fysieke aanwezigheid. Dat liefde zich niets aantrekt van de beperkingen van ruimte en tijd. Wellicht verklaart dat zijn huiver om elkaar in real life te ontmoeten, alsof dat alleen maar afbreuk kan doen aan onze zielsverbondenheid.

Zijn wij als romantici bang de test en toets van onze vriendschap in het aardse leven niet te zullen doorstaan? Of moeten we leren ons niet teveel aan onze fysieke vorm vast te klampen teneinde ons met wezenlijke waarden als schoonheid, waarheid en goedheid te verbinden? Maar we hoeven ons wezen toch niet eerst in vuil en stof te wentelen om onze ziel te leven? Evenmin als we elkaar echt hoeven te schrijven maar ook telepathisch contact kunnen hebben, wat Robbie en ik regelmatig hadden tijdens onze gesprekken in Second Life.

In één klap is Robbies leven in elkaar gestort. Gaat nu operaties, bestraling en chemotherapie tegemoet. En zal waarschijnlijk niet meer in het normale leven kunnen terugkeren, ook niet in Second Life waar mensen ontroerende brieven aan hem schrijven die ik aan hem doorstuur. Daar heeft hij tien jaar geleden onze gay-community Sweetgrass opgericht, een groen dorpje met veel huisjes, een zwanenmeer, een molen, winkeltjes, een vliegveld, een zwembad, een memorial en last but not least een disco waar ik we elke zondagavond een party hebben. Ik heb dit afgelopen zondag gewoon door laten gaan en Robbie schreef me dit hem goed deed. Hij blijft vechten voor zijn leven, en soms lijkt hij minder somber en verdrietig dan ik.

Natuurlijk heb ik liggen janken toen me vertelde hoe erg zijn toestand was. We hebben zoveel meegemaakt samen en bij elke herinnering schiet ik weer even vol. Zijn katjes die ik in zijn verlaten huis aaide. Onze wandelingen door prachtige natuur, ballontochtjes die we maakten, het oerhollandse huisje waar we met het team vergaderden, skiën in de bergen, vrijpartijen, in een bootje onder een dekentje door mysterieuze landschappen varen, het halskettinkje dat ik hem lang geleden heb gegeven en dat hij altijd is blijven dragen. Is dat allemaal onecht omdat het zich in Second Life afspeelde? Voor ons niet omdat het bezield was. En wat bezield is, is echt. Net als de ‘lieve kusjes’ waarom hij bij ons afscheid altijd vroeg.

Ik ben verdrietig, maar soms is dat hetzelfde als dankbaarheid. Voor een vriend die niet kan uitdrukken hoeveel hij van me houdt. Met wie ik niet alleen in Second Life veel heb meegemaakt, maar met wie ik ook vreugdes en beslommeringen uit real life deelde en hoop te blijven delen zo lang als het kan. ‘Ik ben niet neerslachtig,’ schreef hij. ‘Zitten jullie ook niet bij de pakken neer. Heb plezier. Dan geniet ik in gedachten mee.’ Dank je wel, dierbare Robbie! Voor mij ben je onsterfelijk, en wat bezield is laat onuitwisbare sporen in de kosmos na. Zo ook onze vriendschap. Heel veel sterkte, Robbie! En voor elke ster aan het firmament een lief kusje!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Koor

Date 11 januari 2018

Vorige maand werd ik na een algemene ledenvergadering van mijn partij Hart voor Blaricum in dorpshuis De Blaercom aangesproken door iemand van het Blaricums Gemengd Koor dat er tegelijk met ons aan het repeteren was. Of ik kon zingen. Ja, dat deed ik wel eens. Vroeger speelde ik gitaar waarmee ik mijn eigen zelfgemaakte liedjes zong. En vandaag de dag loop ik wel eens in huis te neuriën, vooral onder de douche. ‘Zing dan eens wat?’ werd me gevraagd, waarop ik en plein public mijn lievelingskoraal Bin ich gleich von dir gewichen uit de Mattheuspassie ten gehore bracht. ‘Wow, je bent een tenor! We zitten te springen om tenoren!’ en ‘Kom je op 10 januari eens bij ons kijken?’ Dat was gisteren en ik heb daarvoor de nieuwjaarsreceptie van de gemeente aan me voorbij laten gaan.

Toen ik met een cappuccino het zaaltje binnenkwam was iedereen al het Gloria van Vivaldi aan het repeteren. De tenorzingende Hennie maakte snel een plaatsje naast haar vrij en liet me meezingen met haar partituur waarop ze de tenorstem had gemarkeerd. Dat lukte natuurlijk nog niet, want het ging me even veel te snel allemaal. Een ander reikte me dertien velletjes met verschillende delen van het Gloria aan, maar dirigent Lex ging zo snel dat alles al snel door elkaar lag. En voor zover ik weer op de juiste rails belandde zong ik maar met Hennie mee, want ik ben eigenlijk heel slecht – of beter gezegd: traag – in noten lezen. Ik zie een reeks noten als een deinend patroon, waarbij ik meestal wel de intervallen aardig kan schatten, maar de mist in ga als er onverwacht buiten de gebaande paden van tertsen, kwinten en octaven wordt gezongen.

In de pauze testte Lex achter zijn piano het bereik van mijn stem, en dat bleek inderdaad goed bij dat van een tenor te passen. Het meest moeilijke vind ik om met de juiste toon te beginnen met zingen, maar daar bedacht ik ter plekke een trucje op. Kijk in de partituur naar de toonaard – in dit geval D bij het eerste deel – luister naar de grondtoon daarvan en kijk op de partituur naar de eerste noot die je moet zingen – in dit geval een A die een kwint hoger is, en hou die in gedachten. Een mooi stuk trouwens, dat Gloria. Ik hou van meerstemmige muziek, wat een heel bijzondere ervaring kan opleveren als je meezingt. Ieder zingt het zijne en tegelijk is het geheel op een mysterieuze wijze meer dan de som der stemmen. Harmonie kan je per definitie niet op je eentje bewerkstelligen.

Mijn broer zingt al jaren in een koor. Hoewel ik hem nooit heb horen zingen vind ik dat prachtig, en misschien heeft ook het feit dat hij zingt me een zetje gegeven om me ook eens in deze wereld te storten. Net als Vriend natuurlijk, die vroeger een studentenkoor heeft gedirigeerd, en bij wie ik met al mijn vragen terecht kan.  Tja, met zo’n broer en vriend moet je zelf ook eens. Zingen is mooi en helend, dus voorlopig ben ik op de woensdagavond – met uitzondering van de maandelijkse coalitiebijeenkomsten op die dag– in De Blaercom te vinden. Gloria!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Oud en nieuw

Date 31 december 2017

Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen. En die schaduwen lijken elk jaar sneller te vliegen, want als we straks weer naar het vuurwerk kijken zal de vorige jaarwisseling voor mijn gevoel hooguit een maand geleden geweest zijn. Wellicht is van al onze zintuigen dat voor de tijd wel het meest bedrieglijk. Wat niet wegneemt dat we eigenlijk door al onze zintuigen worden belazerd waar we bij staan. De concrete wereld ziet er massief uit maar bestaat voor het allergrootste deel uit leegte. En niet alleen ons aantal zintuigen is beperkt, ook het spectrum waarbinnen we dingen kunnen waarnemen is beperkt. Kortom: het lijkt nergens op, en opnieuw bevestigt het mijn idee dat de realiteit radicaal anders in elkaar zit dan we waarnemen en we ons kunnen voorstellen. Alles is illusie, en zo ook de tijd. Maar kennelijk hebben we al dit bedrog toch nodig om te leven en te overleven.

Zijn het verleden en de toekomst minder echt dan het heden? Bestaat het verleden nog, bestaat de toekomst al? Waarom beperken we ons alleen tot het heden als we het over de realiteit hebben? Is dat niet even stom als te denken dat zich achter de horizon geen andere wereld bevindt? Waarom zou het heden meer waar of echt zijn dan wat gebeurd is of nog gebeuren zal? Waarom geloven zovelen alleen in een hier en nu, en niet in een overal en altijd? Stel je eens voor dat alles tegelijk gebeurt! Dan zijn alle beeldjes uit je levensfilm even waardevol en echt. Dan hoef je niet meer weemoedig over het verleden te mijmeren of verlangend naar de toekomst uit te zien. Omdat die er gewoon zijn. Geloof in tijd en ruimte getuigt dan van een bewustzijnsvernauwing die door onze hersenen wordt geproduceerd en waarvan weinig meer overblijft als je die even uitschakelt. Wat voor velen heel moeilijk is omdat het het makkelijkste is dat er is. Je hoeft er alleen maar goed voor op te letten, dat hier en nu zo totaal te ervaren zodat het oplost in een overal en altijd.

Problemen en angsten kunnen niet in het hier en nu bestaan. Dan is er alleen maar wat er is. ‘Alles is er al,’ schreef mijn Wijze Tante vaak. Zelfs van pijn kun je je afvragen hoe echt die eigenlijk is, of die voor het merendeel niet ontstaat uit de illusie dat die bestaat. Kan iemand die volledig ontspannen is nog iets voelen als angst, verlangen en pijn? En kunnen we ons zo moeilijk ontspannen omdat we er zo graag willen zijn in plaats van dat we worden? Dat we liever een ik zijn dan dat we ons laten dansen op de voortdurend veranderende, verkleurende en vergeurende golven van de kosmos? Waarom verliezen we ons in de droom dat we alles kunnen grijpen, begrijpen, onder controle houden terwijl we niet veel meer zijn dan een druppel in de oceaan waarin alles met alles verbonden is, en afhankelijk is van al het andere? Als ik naar mijn eigen lichaam kijk kan ik alleen maar zien dat een nier niert, mijn spieren spieren, mijn maag maagt, mijn hart hart, mijn huid huidt, mijn darmen darmen, mijn blaas blaast, mijn longen longen en ga zo maar door, maar allemaal kunnen ze niet zonder elkaar, zijn ze één geheel. Zelfstandigheid is een illusie, een pijnlijke droom.

We laten een jaar achter ons en gaan een nieuw jaar in. Denken we. Maar jaren zijn niet oud of nieuw. Het is een spel van knallen en vuurwerk, even primitief als dat van onze voorouders in een voorhistorisch verleden. Alsof we boze geesten willen verjagen en voorspoed willen afdwingen. Toen ik eens een jaarwisseling in India doorbracht gebeurde er helemaal niets. Wat dat betreft waren ze wijzer dan wij in het Westen, waar we er kennelijk nog steeds niet achter zijn dat tijd een illusie is. Een spel dat we spelen, maar waarvan we vergeten zijn dat het een spel is. Zoals het hele leven. Oudejaarsavond was vaak een spelletjesavond voor mij. Maak er een spelletjesjaar van! Zie dat het hele leven een spel is dat je niet echt serieus hoeft te nemen. Pas als je beseft dat tijd een illusie is en het leven een spel zal voorspoed je deel zijn. Dat wens ik iedereen toe.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Voltooid leven

Date 18 december 2017

Ik ben het niet altijd met D66 eens, maar ik sta honderd procent achter de initiatiefwet Voltooid leven, waar Pia Dijkstra zich hard voor maakt. Die wat mij betreft zelfs niet ver genoeg gaat door de leeftijdsgrens op 75 jaar te stellen. Daar zit ze zelf trouwens ook mee, las ik in nrc.next vanmorgen, want ze zoekt nog steeds naar een formulering die niet aan een specifieke leeftijd is gebonden. Voor mij zijn de criteria voor zelfdoding (a) volwassenheid opdat niet een puber met hormonaal liefdesverdriet er maar meteen een einde aan gaat maken, (b) een langdurige wens waarbij het natuurlijk wel de vraag is hoe lang dat moet zijn – een jaar? – en uiteraard (c) vrijwilligheid. Als aan die drie criteria wordt voldaan is wat mij betreft alles toegestaan en heeft iedereen het recht op sterven.

Wat ik heel jammer vind is dat rond sterven en dood vrijwel altijd een macabere sfeer hangt, en dat het bij de wens om het leven te beëindigen meestal om iets negatiefs gaat, het vermijden van lijden, en dat het sterven vrijwel nooit als iets positiefs wordt gezien. Binnen anderhalf jaar moet een onderzoek hebben plaatsgevonden naar de motivaties en verlangens van hen die uit het leven willen stappen, en ik zou me kunnen voorstellen dat er mensen zijn die gewoon naar de dood verlangen. Gewoon als ultiem avontuur. Zeker als je de verhalen hoort van bijvoorbeeld mensen die van een verdrinkingsdood zijn gered: het moment dat het water in je longen komt schijnt heel mooi te zijn. Jongeren spelen niet voor niets het helaas soms dramatisch aflopende spel stikkertje, en als je dan ook nog de verslagen over bijna-doodervaringen leest krijg je er bijna zin in! Drugs en snuff, het is allemaal oké als aan die drie voorwaarden die ik noemde wordt voldaan. Graag wel even stilstaan bij wie je allemaal achterlaat en verdriet doet, maar wat is liefde als je iemand niet de bevrediging van zijn of haar diepste verlangens gunt?

Is er leven na de dood? Ik weet het niet. Voordat ik geboren werd was ik ook dood, en dat heb ik kennelijk overleefd. Bovendien klopt de formulering niet, en zou je je moeten afvragen of er leven na het stérven is in plaats van na de dood. Ook dat weet ik niet, want wie of wat is dan die ziel of geest die aan de overzijde rondzwalkt, al of niet op zoek naar reïncarnatie of in totale verlichting te verdwijnen? Ik heb er intussen genoeg over gelezen om het antwoord niet te weten. Misschien is het ook niet zo belangrijk omdat het meer over sterven zélf zou moeten gaan dan over het dood zijn, wat dat dan ook is. Bewust sterven is mijn ideaal. Dan kom je bijvoorbeeld ook tegen in het Tibetaanse Dodenboek en in de islam waar helder sterven belangrijk is. Ik moet denken aan Pauls ontwaken, het prachtige boek van Frederik van Eeden waarin hij over het heengaan van zijn zoon vertelt. Zo moet het, en zo hoort het. De levenseindebegeleiders waarover dan in de politiek wordt gesproken zouden zich vooral daarmee moeten bezighouden!

Angst is vaak een verhuld verlangen. Dat ontdekte ik toen ik eens goed naar mijn hoogtevrees keek: wat moet het heerlijk zijn om te zweven! Freud scheidde de levensdrift van de doodsdrift, maar zijn deze eigenlijk niet één en dezelfde? Levensdrift is stervensdrift! Verdwijnen, ergens in opgaan, overgave, flow, seks en extase zijn niets anders dan die stervensdrift. Niet voor niets wordt het orgasme ook wel de kleine dood genoemd. Als er één ding is dat echt belangrijk is om te leren, is het wel sterven. Vraag me niet waarom ik dit meen te weten, maar als je dat bewust meemaakt zal je merken dat alles heel anders is dan je dacht. Misschien duurt dat extatische sterven wel een eeuwigheid, net zoals je in en minuut dromen kunt hebben die veel en veel langer duren. Zou zomaar kunnen. Bewustzijn dat zich oneindig uitbreidt. Dat zou volgens velen dan een illusie van de hersenen kunnen zijn, maar ook het idee dat hersenen bewustzijn produceren kan een illusie van het brein zijn.

Natuurlijk hoop ik zelf te zijner tijd pijnloos en bewust heen te gaan. Osho vertelde eens dat het raar is dat mensen vrolijk zijn bij de geboorte en verdrietig zijn bij het sterven van iemand, wat eigenlijk omgekeerd zou moeten zijn. Dus doe me een lol en maak er geen drama in sombere kleren van, maar een verstild feest. Nee, ik heb nog geen plannen hoor, want ik wil eerst nog wat oefenen. Alsof ik mijn hele leven al iets anders doe. Wat is het leven waard zonder vergezeld te worden door het mysterie van het sterven?

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Wij van de HBS

Date 15 december 2017

Je kan van ons babyboomers zeggen wat je wil, maar we hebben tenminste wel een goede opleiding gehad! Nog beter dan ik dacht, als ik het rijk geïllustreerde boek Wij van de HBS mag geloven. Wat hebben we niet allemaal geleerd in de jaren zestig! Maar wat is er weinig beklijfd van wat we allemaal wisten. In het boek staan eindexamenopgaven van het jaar 1965 (en de antwoorden achterin) waarvoor ik nu zou zakken als een baksteen. Ik ben al blij als ik de opgaven zelf begrijp. Maar goed, we zijn een halve eeuw verder, en we hebben ook dingen geleerd die we later nooit meer nodig hadden. Zoals de formule waarmee je een vierkantsvergelijking oplost, die nog altijd in mijn hoofd zit en die ik maar een keer of twee keer in mijn leven ergens voor nodig had. Maar ondanks de vele kennis waar je later weinig meer mee doet, was het een brede opleiding, en in het boek las ik dat het rooster soms zelfs 34 vakken bevatte. Zo erg herinner ik het me niet.

De HBS is door Thorbecke in 1863 opgericht, en de laatste scholen sloten in 1974 wegens het ingaan van de Mammoetwet. Of dat indertijd een vooruitgang was betwijfel ik. Want een van de nadelen van de jaren zestig was dat alles lief en aardig moest worden, waarbij autoriteiten zoals goede leraren uit den boze waren. Niet helemaal onterecht, want ik had ook een hekel aan onze autoritaire rector, die in dit boek ook vermeld is in een lijst van toenmalige rectoren. Maar de antiautoritaire mentaliteit is toen wel een beetje doorgeslagen, met als gevolg dat je steeds minder leerde op school.

Hoewel we kennelijk heel veel hebben geleerd en geblokt, herinner ik me daar niet zo veel van. Ja, ik kon soms heel fanatiek op een wiskundesom puzzelen. We hadden een goede wiskundeleraar en het beste was ik in stereometrie. Natuurkunde was leuk, maar scheikunde vond ik matig, want daarvoor moest je op gegeven moment allemaal formules uit je hoofd leren zonder te begrijpen waarom. Want uit de kennis van het periodiek systeem zou je toch alles moeten kunnen afleiden? Nee dus. Althans toen niet. We hadden een strenge maar goede leraar Nederlands en Nederlands vond ik ook leuk. In tegenstelling tot Engels, dat wilde er bij mij maar niet in met de rare manier van woorden uitspreken en dat ‘I’ altijd met een hoofdletter schrijven. En ‘again’, ‘Brittain’ en ‘complain’ rijmden helemaal niet op elkaar! Ook biologie vond ik wel leuk. Maar aardrijkskunde vond ik stom, want ook daar moest je dingen gewoon uit je hoofd leren. Maar de laatste leraar aardrijkskunde vond ik sympathiek omdat die over het weer vertelde – passaten en zo – en dat was dan weer iets dat ik kon begrijpen.

Ik zal wel huiswerk hebben gemaakt, maar herinner me daar niet veel meer van dan het bureau waarachter ik in mijn kamertje zat. En soms de wekker een half uurtje eerder om nog wat rijtjes te leren of zo. Het meeste ging me kennelijk nogal makkelijk af. Wist ik veel dat ik hoogbegaafd was! Zo voelde ik me helemaal niet. Integendeel zelfs, want ik zat vaak in de klas te dromen en te suffen en dat was toch niet normaal. Daar ben ik trouwens tot vandaag de dag nog steeds bij tijd en wijle goed in. Als iemand honderd woorden gebruikt om iets te vertellen dat ook in tien woorden kan – en zeker in de politiek zijn velen daar sterk in – heb ik de grootste moeite mijn aandacht erbij te houden.

Wat duidelijk uit het boek van Roelof Bouwman en Henk Steenhuis blijkt, is dat de toenmalige HBS onderwijs gaf van hoge kwaliteit. Wat je indertijd normaal vond. Ik zat op het ‘HLW’, het Hervormd Lyceum West in Amsterdam en deed eindexamen in 1966. Totdat de nieuwbouw klaar was rond 1964 zaten we in houten noodlokaaltjes en zelfs in een kerkgebouw – babyboom! – en gymnastiek kregen we in een school een paar kilometer verderop in Oud-West. Het lijken mooie herinneringen, maar achteraf kan ik niet zeggen dat ik het toentertijd ook zo mooi vond allemaal. Zonde om de mooiste jaren van je leven te verdoen met leren terwijl er veel belangrijker dingen waren om je mee bezig te houden, zoals liefde, muziek en creativiteit.

In het boek staan ook korte verhaaltjes van bekende Nederlanders over hun HBS-tijd, van Maarten ’t Hart, Willeke van Ammelrooy, Freek de Jonge, Frits Spits, Neelie Kroes, Gerrit Zalm, Hedy d’Ancona, Maarten Spanjer, Herman Koch en Jan Mulder. Die roepen weemoedige herinneringen op, en ik ben er toch trots op een HBS’er te zijn. HBS-B, om precies te zijn. Waar je leerde leren, en dat is nooit weg.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Stekende oversteken

Date 30 november 2017

Al in de verte zie ik een fietser wachten voor het rode licht dat ik zo haat. Vriend fietst liever een kilometer om dan dat hij voor dat licht moet gaan staan wachten. Die heeft kennelijk een gevoel van eigenwaarde dat ik mis terwijl ik hier met me laat sollen. Dan staan we samen voor het rode licht, kijkend naar auto’s die voor onze neus rechtsaf slaan. We zeggen niets tegen elkaar, maar dat hoeft ook niet want we denken ongeveer hetzelfde. Namelijk dat we veel te lang staan te wachten. Auto’s uit de tegengestelde richting trekken op om voor onze neuzen linksaf te slaan. Kan gebeuren. Ik heb eens gemeten dat de wachttijd voor fietsers hier net iets langer is dan de daarvoor voorgeschreven limiet. Maar dat mag dan kennelijk toch om de een of andere reden. Het verkeer van rechts trekt op, en ik onderdruk de neiging om nog eens vijf keer per seconde op het knopje te drukken. Sommige van die knopjes zijn gewoon fake, heb ik ergens gelezen. Opnieuw trekt het rechts afslaande verkeer achter ons op. Die auto’s al voor de tweede keer. Zij wel.

Waarom moeten fietsers langer wachten dan auto’s? In het niet de wereld op zijn kop dat degenen die zich op eigen kracht voortbewegen moeten wachten op hen die lui achterover alleen maar op pedaaltjes hoeven te drukken? De linksaf slaande auto’s vanaf de overkant rijden weer  voor ons langs. Nu zullen wij wel aan de beurt zijn, want ik heb eerder geconstateerd dat fietsers maximaal twee cycli moeten wachten. Waarom weet ik niet. In tegenstelling tot de programmeurs, voor wie het wegwerken van al die auto’s in de spits veel belangrijker is dan wat extra wachten van fietsers. Ik ga op mijn pedalen staan, maar nu trekt het verkeer van rechts weer op. Wat heb ik als fietser voor boodschap aan het feit dat er veel te veel auto’s zijn? Die files zijn toch hún probleem? Voor de derde keer staan we voor het rechts afslaande verkeer te wachten. Ik voel de neiging in me opkomen om me er gewoon maar tussen te storten, maar de auto’s rijden te hard om nog te kunnen remmen. Hoewel ik er misschien wel een goede daad mee zou doen me in het ziekenhuis te laten rammen. Net op tijd bedenk ik dat ik echter nog meer wil doen vandaag.

Grappig dat die fietser voor mij even veel geduld heeft als ik. Even braaf is als ik. Auto’s komend vanaf de overkant razen weer voor ons langs. Gelukkig heb ik geen haast. Maak je niet druk, fluister ik mezelf toe. Geef je gewoon over aan de dingen zoals ze nu eenmaal zijn. Accepteer het onvermijdelijke. Flow with the river! Flow with the traffic! Maar ik geef me liever over aan mijn kwaadheid. Geen wonder dat ik auto’s haat. Het verkeer van rechts trekt weer op. Is er nu een gaatje om doorheen te glippen? Ja! Maar nu word ik weer door auto’s van achterop belaagd en knijp ik extra op mijn handremmen om mijn benen tegen te werken. Er zit zeker een dikke VVD’er achter de knoppen, die van de autopartij geloven immers in het recht van de sterkste. Een corrupt zooitje waar mensen nog op gaan stemmen ook. Verkeer vanaf de overkant raast weer voor ons langs. Ga toch lopen, neem zelf de fiets of de bus, stelletje milieuvervuilers! Door jullie kan ik zelfs in gewone straten niet meer lekker fietsen omdat ik anders gekatapulteerd word door drempels die er alleen maar zijn omdat jullie je niet gewoon aan de maximumsnelheid kunnen houden!

Het verkeer van rechts trekt weer op. Zucht. 130 mogen ze tegenwoordig rijden. Ecocide en tientallen extra doden ‘voor de beleving van de automobilist’. Sommige mensen zijn er trots op bij de VVD te horen. (Sorry, ik kan het niet laten.) Als psycholoog word je geacht empathie te kunnen tonen, maar dit is wel héél moeilijk! Corruptie is gewoon in de partijmentaliteit ingebakken. Voor de vijfde keer staan we te wachten op verkeer van achter ons dat rechtsaf slaat. En dan zeggen ze nog dat dit alles, net als al die voor fietsers lastige en hoekige bochten, bedoeld zijn voor onze eigen veiligheid, opdat ze goed zicht hebben op het overige verkeer. Maar vrachtwagens met een dode hoek mogen godbetert wel gewoon de straat op. De economie moet immers verder, en in één van die monsters zit misschien wel een pakje dat ik zelf besteld heb. De man voor me kijkt me even aan,  juist op het moment dat het licht voor fietsers op groen springt. Juichend gebaar ik hem dat we naar de overkant kunnen, iets waarvoor we een paar royale seconden de tijd hebben. We mogen! Arme automobilisten, nu moeten ze op ons wachten. Vriend zou via zijn slimme omweg al veel verder zijn geweest.

P.S. De genoemde oversteek is te vinden in Huizen als je vanaf ’t Merk naar de in het verlengde ervan liggende Huizermaatweg wil, maar daarvoor eerst de Bovenmaatweg moet oversteken. Een soortgelijke situatie in Blaricum is de oversteek over de Randweg Oost in het verlengde van de Stichtseweg, waarover ik een motie heb ingediend die unaniem is aangenomen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Een volk dat voor tirannen zwicht

Date 28 november 2017

Het wordt tijd dat lagere overheden het niet meer pikken om door hogere overheden betutteld en uitgeknepen te worden. Als kleine gemeenten bestuurskracht verliezen, is dat vooral veroorzaakt door de provincies en het Rijk. Helemaal van de gekke wordt het als gemeenten juist wél bestuurskracht hebben, maar toch tot fusie worden gedwongen. Zoals Blaricum. Fusie mag onder Rutte III nu ook van bovenaf opgelegd worden. ‘Hap,’ zegt de provincie Noord-Holland, een provincie die zélf trouwens indertijd op zijn achterste poten stond toen het Rijk die wilde samenvoegen met Flevoland en Utrecht. We hebben in deze ook veel ellende te danken aan de PvdA, waar Plasterk zich indertijd hard maakte voor gemeenten van minimaal 100.000 inwoners. Samen met de VVD en D66 hebben deze partijen maling aan democratie, want een kind kan begrijpen dat schaalvergroting leidt tot minder invloed van inwoners. Het is niet voor niets dat er zoveel weerstand is tegen ‘Europa’ waar steeds meer beslissingen over de hoofden van landen, provincies en gemeenten heen worden genomen.

Het werk onmogelijk maken. Door het over de schutting richting gemeenten gooien van allemaal taken zoals de WMO. Onlangs las ik dat vergoedingen voor raadsleden van kleine gemeenten het komend jaar met geen cent verhoogd worden, in tegenstelling van die van grotere gemeenten en colleges. Terwijl kleinere gemeenten al minder raadsleden hebben juist omdát ze klein zijn. Ooit heb ik het argument gehoord dat vergoedingen geen argument mogen zijn om je beschikbaar te stellen voor het raadslidmaatschap, maar geldt dat dan ook voor leden van de Tweede Kamer? Welnee. Het is gewoon een ordinair machtsspel om de kleintjes buitenspel te zetten. De gemeenteraad is het hoogste orgaan, zo heet het officieel. Maar in deze merk ik daar bitter weinig van. Het wordt tijd dat de VVD, D66 flink afgestraft worden bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart.

Na jaren overspoeld te zijn met argumenten waarom groter ook beter is, kopte nrc.next vanmorgen met een onderzoek van COELO, het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden, dat aantoonde dat samenwerking noch fusie tot besparingen leidt. Dat tussen 2005 en 2013 in totaal zelfs 8 miljard is uitgegeven aan deze onzin. Toegegeven: ik zat er ook bij toen indertijd het samenwerkingsverband tussen Blaricum, Eemnes en Laren werd opgericht en tijdens de eerste jaren was onze BEL Combinatie voorbeeldig voor andere gemeenten. Qua cultuur passen deze gemeenten goed bij elkaar, en omdat ze alle drie een grootte hadden van rond de 10.000 inwoners werd geen van alle drie door een andere gedomineerd en opgeslokt. Dat zal anders worden als Blaricum en Laren in 2021 zijn gefuseerd met Huizen dat zo’n 40.000 inwoners heeft. Die gemeente heeft het bijvoorbeeld minder moeilijk met hoogbouw dan wij, en God verhoede dat die ook gaat plaatsvinden op wat nu nog Blaricums grondgebied is.

Ik begrijp nog steeds niet dat al die mensen van het Rijk, de provincie en ook binnen onze raad met een schoon geweten voor fusie kunnen zijn en eraan meewerken. Soms ook met het argument dat je die ontwikkeling toch niet kan tegenhouden omdat het vechten tegen de bierkaai is. Wat mij betreft ontvangen we de gedeputeerd gewoon niet, of hooguit in een achterkamertje met slappe koffie, en worden de hooivorken weer uit de schuren gehaald en besmeuren we het provinciehuis met het bloed dat onder onze nagels is weggehaald. Want waar geen plaats meer is voor argumenten en debat is dat het enige wat overblijft. Je kunt zeggen dat je dan de strijd zéker verliest, maar belangrijker dan winnen of verliezen is gaan waarvoor je staat. Dat schept duidelijkheid, waarop menig inwoner al zo lang zit te wachten. Liever strijdend ten onder dan je laten manipuleren door machtsspelletjes. Een ieder heeft het recht zichzelf te zijn. Dat geldt niet alleen voor individuen maar ook voor gemeenten.

Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht … Aldus Van Randwijk op het monument bij het Weteringcircuit in Amsterdam, een tekst die ik al eens tijdens een raadsvergadering heb geciteerd. Als we niet meer in opstand komen doen we zelf het licht uit. Ook in Blaricum.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De echte kannibalen

Date 22 november 2017

In het laatste hoofdstuk van waar ik mee bezig ben zegt iemand dat neoliberalen erger zijn dan kannibalen. Ben ik een beetje doorgeslagen? Zeker voor hen die de realiteit niet onder ogen durven te zien. Gisteren moest ik opeens aan Plato denken. Waarheid, goedheid en schoonheid. Toen ik een kleine twaalf jaar geleden in de gemeenteraad kwam had ik nog een sprankje hoop dat politici dat zouden nastreven. Dat gebeurt maar bij mondjesmaat. Erger nog: het wordt vaak aan alle kanten bestreden. Zeker door de neoliberalen en hen die daarmee heulen. Een te gemakkelijk frame? Zeker volgens hen voor wie de werkelijkheid te confronterend is en niet willen stilstaan bij de wortels van dit in het Westen overheersende geloof in de vrije markt. Die zich niet realiseren dat die markt helemaal niet vrij is en alleen maar kan overleven door de vrijheid van anderen te beperken. Neoliberalisme beperkt zich niet alleen tot de VVD en D66, maar is een spook dat door het gedachtegoed van Europa waart.

Waarheid zou moeten betekenen dat je zorgvuldig onderzoekt wat de beste oplossingen voor problemen zijn. Maar in de praktijk stelt waarheidsvinding niet veel meer voor dan dat je een onderzoeksbureau inhuurt dat je naar de mond praat. Goedheid zou moeten betekenen dat je opkomt voor mensen die het minder goed hebben, voor dieren, voor het milieu. Maar in de praktijk komt het erop neer dat de armen armer worden en de rijken rijker, dat winst wordt geprivatiseerd en verlies wordt gecollectiviseerd. Schoonheid zou moeten betekenen dat je kunst en wetenschap een warm hart toedraagt en subsidieert. Maar in de praktijk wordt daar alleen maar op bezuinigd en krijgen grote bedrijven subsidies in de vorm van renteaftrek. Je moet toch wel ontzettend dom zijn als je niet beseft dat dit op langere termijn alleen maar tot meer ontevredenheid en protest leidt, dat dit de grootste bubbel is die over ons rondwaart en vandaag of morgen ontploffen moet.

De meerderheid van het volk is wijzer dan de politici, die met steeds meer regelgeving krampachtig de touwtjes strakker en strakker aantrekken. Democratie is dan ook de grote vijand van de neoliberalen die in de praktijk een allesbehalve vrije markt voorstaan. Want ze weten drommels goed dat ze in feite voor de dictatuur van de rijken en de machtigen zijn. Clubjes van mensen die elkaar als pubers in autoritaire studentencorpora hebben leren kennen, waar hen de kunst van reten likken en elkaar omlaag trappen hartgrondig is aangeleerd, waarna ze elkaar in broederlijke trouw het hand boven het hoofd blijven houden, gelovend dat zij de intelligentsia zijn die het beter weet dan het domme volk. Ja, de politiek heeft me wel somberder gemaakt, geconfronteerd als ik ben met doortrapte spelletjes waarop je geacht wordt netjes en diplomatiek te reageren omdat je anders nog minder bereikt.

Diplomaten laten nooit het achterste van hun tong zien. Worden terecht door het volk met argusogen bekeken. Ik vind dat je duidelijk moet laten zien waar je voor staat. Natuurlijk moet er onderhandeld worden, maar dat is heel lastig als iedereen na wat grabbelen op internet meent de waarheid in petto te hebben. Of beter: als steeds meer mensen ontkennen dat er een waarheid bestaat en alles een mening is en er dus eigenlijk niets onderzocht hoeft te worden. Dat er geen goedheid bestaat zodat alles alleen op een praktische wijze aangepakt kan worden. Dat er geen schoonheid bestaat omdat dat toch maar een subjectief gevoel is. Verkondigen dat er toch iets als waarheid, goedheid en schoonheid bestaat is vloeken in de kerk. Debat verwordt tot schelden en elkaar spitsvondig vliegen afvangen. Journalisten onderzoeken niet meer en misbruiken de media voor hun persoonlijke scheldpartijen waarin respect ver te zoeken is.

In de strijd om de macht kunnen veel politici elkaar wel vreten, branden en slachten elkaar ze af, en kunnen ze elkaars bloed wel drinken. Keurig als ze zijn doen ze dat niet letterlijk, maar het is de vraag of het daarom minder erg is. Willen de echte kannibalen opstaan?

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Blaricums einde

Date 8 november 2017

Vandaag werd bekend dat Blaricum, Laren en Huizen moeten fuseren tot een nieuwe gemeente. Aldus heeft de provincie in al haar wijsheid besloten. Op 1 januari 2021 moet het rond zijn, en we zijn verzekerd van een immense reorganisatie waarbij er minder tijd en energie overblijft om ons gewone werk te blijven doen. Veel ambtenaren dreigen hun werk te verliezen en de toekomst is onzekerder dan ooit. De fusie zal de rode draad zijn die als hoogste prioriteit door alle vergaderingen heen loopt. De bestuurskracht van Blaricum is op orde, maar om deze te versterken – het grootste argument van de provincie – zal deze alleen maar verzwakt worden. Bestuurskracht is immers bereiken wat je wil bereiken. Maar dat wil de provincie kennelijk niet. Nou ja, alleen voor zichzelf maar niet voor ons, Blaricumse inwoners en bestuurders.

Net als indertijd met het gedoe rond de HOV heb je ontzettend veel last van de provincie. Was indertijd het adagium dat herindelingen van onderop moesten komen, nu weet de provincie beter dan wij zelf wat goed voor ons is. Worden we neerbuigend behandeld als opstandige pubers die niet open staan voor wat ‘de realiteit’ wordt genoemd, een realiteit die niets anders is dan aanbidding van het gouden kalf dat alleen nog maar in economische termen kan denken. Waarbij iedereen gestimuleerd wordt tegen elkaar op te boksen in een wedstrijd waarvan de hogere overheden op de eerste rij buiten de ring zitten te genieten. Want laten we eerlijk zijn: het gaat uiteindelijk alleen maar om de macht. Politiek is maar al te vaak een vuil en pervers spel, maar dat wisten we eigenlijk al.

De meerderheid in ons dorp wil helemaal geen fusie en gewoon zelfstandig zichzelf blijven. Waken over de eigen identiteit en dorpscultuur. Tegelijk werd vandaag bekend dat Blaricum tot Kunststad van het jaar 2018 is gekozen. Mijn uitbundige felicitaties daarvoor, maar een schrale troost in het licht van het opheffen van de gemeente. Want wat zal er in de toekomst gebeuren met bijvoorbeeld onze ruimtelijke ordening? Want hoeveel invloed zullen we na 2021 in de toekomstige gemeente Erfgooiersland – ik verzin maar een naam – nog hebben? Tienduizend van de zestigduizend inwoners? Wat gebeurt er met onze heides, bossen en weilanden? Gaat het asfalt oprukken? Wordt alles volgebouwd? Vertrekt God? Iemand fluisterde me onlangs toe uit ons dorp te willen vertrekken als die fusie doorging. Omdat Blaricum dan niet meer Blaricum zal blijven.

De minderheid van VVD en D66 in onze gemeenteraad mag blij zijn nu ze haar zin krijgt. Kennelijk hebben deze partijen ook maling aan democratie en de stem van het volk. Zodat ze beter VV en 66 genoemd kunnen worden. Hoewel ik op advies van Spinoza wat minder neiging heb me tegen het onvermijdelijke te verzetten, is het toch niet goed voor mijn bloeddruk. Politiek is een goede leerschool op het spirituele pad! Want niets wil je zo corrumperen als dat. Misschien wel de beste leerschool, dus ik ben nog niet weg! Hodie mihi, cras tibi – vandaag ik, morgen gij. Want het kan niet anders dan dat in een nabije of verre toekomst het hele neoliberale systeem ineenstort. Dat het volk of moeder Aarde het niet meer pikt. En het is mijn troost dat dat echt eens zal gebeuren. Uiteindelijk vernietigt het kwaad zichzelf. Amen. Ja: amen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites