Burgemeester Le Coultredreef

Date 4 april 2017

Hij wordt vaak de Landingsbaan genoemd, de 800 meter lange kaarsrechte weg tussen het oude dorp van Blaricum en de in de jaren 70 gebouwde wijk Bijvanck waar ik woon. Een tweebaansweg met een fiets- en ruiterpad ernaast. Met aan de westkant een natuurgebied van het Goois Natuurreservaat en aan oostkant weilanden van de Agrarische Stichting Blaricum. Heilige gronden waar nooit en te nimmer iets gebouwd mag worden. Deze in volstrekt open gebied liggende Blaricummerweg, zoals deze weg tot voor kort heette, heeft onlangs een nieuwe naam gekregen: Burgemeester Le Coultredreef. Reden om deze weg te vernoemen is dat Anneke le Coultre burgemeester was toen de Bijvanck werd gebouwd, een mooie bloemkoolwijk waarin je snel verdwaalt, net als in het oude dorp. Verdwalen hoort kennelijk bij Blaricum, en wat mij betreft is daar niks mis mee want ik hou van verdwalen. Maar ook zelfstandigheid hoort bij onze identiteit, en ook daarvoor heeft Le Coultre gevochten toen de gemeente Huizen de Bijvanck wilde inpikken. De Landingsbaan naar haar vernoemen is dus geheel terecht.

Maar helaas blijft de Le Coultredreef een landingsbaan, en daarmee niet echt ideaal om de Blaricumse dorpsdelen met elkaar te verbinden. Terwijl eigenlijk iedereen die verbinding van Blaricumse dorpsdelen wil, is er tegelijk veel weerstand om die dreef ‘LeCoultrewaardig’ te maken, zoals ik het onlangs in de raad noemde. Want hoe mooi de natuur ernaast ook mag zijn, de weg zelf is niet echt Blaricums te noemen. Er zouden wat mij betreft best bomen langs geplant mogen worden, en iets als een theehuisje halverwege. Maar voor velen is dit vloeken in de kerk. ‘Langs een dreef horen geen bomen,’ krijg ik dan te horen, maar als ik daarop ga googelen zie ik door de bomen de dreef niet meer. Het meest sterke argument om de Le Coultredreef kaal te laten is dat dit altijd een open vlakte geweest is: de meenten die door de gezamenlijke Erfgooiers werden gebruikt, en die zich uitstrekten tot de Zuiderzee en een heel belangrijke cultuurhistorische waarde hebben gekregen. Denk daarbij ook maar eens aan woorden als ‘gemeente’ en ‘gemeenschap’ en je stuit al snel op een socialistische historie van dit deel van het Gooi.

Bij het aanleggen van de Blaricummerweg rond de eeuwwisseling dacht men kennelijk anders over de instandhouding van cultuurhistorische waarden. Want er zijn geen klinkers maar asfalt. Er staan hoge lantarenpalen langs een kaarsrechte racebaan. Merkwaardig dat Le Coultre volgens haar zoon fel tegen het plaatsen van bomen langs die weg zou zijn geweest. Want als ik aan haar denk zie ik niet echt iets als deze landingsbaan voor me. Toegegeven: ik heb haar nauwelijks gekend. Ze was een kordate, wat autoritaire vrouw, maar door velen geliefd. Ze wenkte me wel eens naast haar te komen zitten tijdens een dodenherdenking en had dan hele verhalen. Hetzelfde tijdens de viering van het tienjarig bestaan van Hart voor Blaricum op de dag dat ik 65 werd. En op een nieuwjaarsreceptie keek ze me diep in de ogen aan om me te zeggen dat ik ‘het geweten van Blaricum’ was. Nooit geweten wat ik dáár nou mee moest. Helaas kan ik het haar niet meer vragen, maar wellicht zou ze alsnog haar woorden terugtrekken als ze wist dat er van mij best bomen langs haar dreef mogen staan, vooral om haar Bijvanck met het oude dorp te verbinden.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Het bedriegende brein

Date 28 maart 2017

Sommigen beweren dat met de oerknal de tijd geschapen is. Ik vind dat echt onzin. Omdat tijd nooit geschapen kan zijn. Daarvoor is immers tijd nodig. Welk werkwoord je ook gebruikt om het bestaan van de tijd te verklaren – ontstaan, creëren, scheppen – het blijft een werkwoord, en die hebben nu eenmaal per definitie tijd nodig: zonder tijd kan er niet gewerkt worden. De enige logische conclusie is dan ook dat tijd altijd bestaan heeft. Dus ook vóór de big bang. Als tijd niet geschapen is, kan het natuurlijk ook zo zijn dat zij helemaal niet bestaat, iets wat vaker het geval is bij dingen die niet geschapen zijn. Maar dat is niet erg waarschijnlijk is omdat tijd dan een illusie zou zijn, en voor die illusie is weer tijd nodig.

Iets soortgelijks geldt voor de ruimte. Zoals de tijd zich in de oneindigheid van verleden en toekomst uitstrekt, kan het niet anders zijn dan dat ook de ruimte oneindig groot is. Want als je stelt dat ergens geen ruimte is, spreek je jezelf tegen omdat het toch weer over een zekere plek – dat ‘ergens’ – gaat waarvoor weer ruimte nodig is. Ook voor die big bang was ruimte nodig, al was het maar die in de top van een speld waarin alle huidige materie was samengebald. Tijd en ruimte zijn oneindig. De tijd duurt een eeuwigheid en de ruimte is grenzeloos. Dat kunnen we ons moeilijk voorstellen omdat onze hersenen daar niet op zijn gebouwd. Die willen overleven en daarvoor zijn grenzen nodig. Die dualiteit is ons zo ingebakken dat we zonder grenzen niet meer leven kunnen en maar een oerknal hebben bedacht, een zogenaamde singulariteit, waarmee we echter het niveau van diverse scheppingsverhalen niet hebben overstegen. Omdat er helemaal geen schepping was.

Alles speelt zich af in tijd en ruimte. Of beter: binnen de tijd en de ruimte. We kijken naar de gebeurtenissen die zich daar afspelen en verwarren die met de tijd en ruimte zelf. Vandaar dat we kunnen spreken van een ‘uitdijend heelal’ terwijl we alleen maar bedoelen dat alles wat we waarnemen zich uitdijt – maar dat gebeurt dan wel binnen de oneindige ruimte die zich nooit kan uitbreiden omdat zij oneindig is. Want het heelal is groter dan je denkt, net zoals de eeuwigheid langer duurt dan je je kan voorstellen. In feite maken we dezelfde denkfout die we begaan als we ons bewustzijn verwarren met de inhoud ervan: het bewustzijn is immers zelf de container waarbinnen alles zich voordoet, net als het filmscherm de drager is van de beelden die erop worden geprojecteerd. De manier waarop we natuurkunde bedrijven is dan ook niet veel anders dan de wijze waarop we over ons eigen bewustzijn denken en loopt dan ook synchroon met onze spirituele ontwikkeling. Daarbij gaat het immers om het ontdekken van je ware kern: datgene dat niet gekend kan worden omdat je het zelf bent: bewustzijn.

Dat vind ik ook zo dom en leuk van materialistische mensen die beweren dat bewustzijn een illusie is, want wie of wat heeft dan die illusie? Uiteindelijk gaat het erom alle identificaties los te laten. Niet alleen die met onze dromen, maar ook die met ons eigen heelal met zijn al dan niet uitdijende en inkrimpende kosmologische ontwikkelingen. Dat loslaten is echter iets wat de hersenen niet kunnen, want die leven van grenzen, van de illusie van eindigheid, waarmee ze ons voortdurend in een schijnwereld van gescheidenheid dompelen. Het brein kan niet anders en daar is niets mis mee. Maar het is wel bijzonder dat mijn hersenen kunnen bedenken dat ze zelf een illusie zijn, als een leugenaar die zegt dat hij liegt.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

10 jaar Second Life

Date 20 maart 2017

Vandaag ben ik 10! In Second Life dan. Robbie was natuurlijk de eerste om me te feliciteren en had voor de gebruikelijke party op zondagavond alvast een bord met gelukwensen in de disco opgehangen. En vanmorgen vond ik een mooi cadeau van hem, een complete stoere outfit met leren broek. Hij is mijn oudste vriend in Second Life, en tegelijk de jongste. Toen we elkaar leerden kennen was hij 18 en ik 60, en ik had nooit bevroed dat we zulke hechte vrienden zouden blijven. We zijn als kinderen die hun eigen werelden scheppen. Hij heeft tien jaar geleden al ons dorpje gebouwd, dat vereeuwigd is in de film A day in Sweetgrass en dat tot vandaag de dag het centrum is van ons virtuele leven. Virtueel? Al snel kwam ik er achter dat Second Life niet zozeer een alternatief leven is maar een verrijking daarvan, dus je kunt je afvragen of de naam ervan wel zo goed gekozen is. Robbie en ik, we … houden gewoon van elkaar en hoe kan zoiets virtueel zijn? ‘Het is zo écht allemaal,’ was een van de eerste dingen die hij mij bekende, en hij heeft gelijk gekregen.

Talrijke vrienden zijn gekomen en gegaan, uit alle uithoeken van de wereld. Maar zelfs als ze gegaan zijn hebben ze een plekje in mijn hart gehouden. Ze mogen dan allemaal avatars zijn, maar door alles wat ze doen, maken en zeggen voel je toch iets van hun wezen, hun real life daarachter. Op een bijna magische manier voel je vaak dat het echt is allemaal. Wat niet zo verwonderlijk hoeft te zijn als je je realiseert dat het in Second Life heel makkelijk is om jezelf te zijn, je dromen en je fantasieën uit te leven, met jezelf te experimenteren in een parallelle wereld waar je echt helemaal vrij bent. Want Second Life is een spel met als enige opdracht je eigen leven en wereld te scheppen. Wat is mooier? Robbie en ik hebben dan ook vaak reizen ondernomen. Naar prachtige natuur waar God een voorbeeld aan kan nemen. Naar de Middeleeuwen, naar de Victoriaanse tijd, naar werelden die alleen in sciencefiction bestaan. We hebben geskied, paard gereden, ballon- en helikoptervluchten gemaakt, gezwommen, wiet gerookt, musea en theatervoorstellingen bezocht, tussen de sterren gezweefd en natuurlijk met ons team de wekelijkse themaparty’s georganiseerd, gisteren voor alweer de 491e keer.

Wat heet virtual reality? Als dat betekent dat je je in andere werelden waant zit de wereld er vol mee. Want je kan op opgaan in films en romans, je verliezen in religie of politiek, in sport en spel, in angsten en emoties. Dan is alles wat geen directe zintuiglijke ervaring is van de werkelijkheid in het hier en nu virtual reality, en dan blijft er weinig over wat géén virtual reality is. Dan is elke identificatie virtual reality, en leeft alleen de verlichte mens in real life. Maar de verlichte mens is speels en neemt niets serieus omdat alles één spel is, maya, een kleurrijke kosmische dans. Zelf ben ik nog niet verlicht – of maak mezelf wijs dat niet te zijn – want ik speel nog steeds Ganymedes, de door Zeus gestolen mooie jongen. Wellicht zal ik hem heel lang blijven spelen en daarna eeuwig rollen blijven speln, want uiteindelijk gaat het niet om het spel maar om de speler in mij die ziet dat het goed is. Second Life kan niet bestaan zonder real life, maar real life kan ook niet bestaan zonder Second Life in de betekenis van andere werelden die wellicht de bron zijn van ideeën en inspiratie.

Zal ik over tien jaar nog steeds ‘secondliven’, zoals Van Dale dit noemt? Ja, ik blijf spelen en zal misschien nooit ouder worden dan 10 jaar, nooit volwassen worden. Maar dat heb ik ook nooit geambieerd. Spelen blijft voor mij belangrijker dan werken, humor belangrijker dan serieusheid, dromen en idealen belangrijker dan de realiteit of wat daarvoor doorgaat. En nu is het tijd om mijn katjes wat aandacht te geven en te knuffelen. In Second Life dan, want wat kan het me schelen of die uit pixels of moleculen bestaan? Ze zijn gewoon lief. Net als Robbie.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Rutte 3

Date 18 maart 2017

Wat ik tegen Mark Rutte en de huidige VVD heb? Alles. Met op de eerste plaats het heilige geloof in de markt. Je moet wel een rasoptimist zijn om te geloven in het goede in de slechte mens. Dat alles wel goed zal komen, dat het beste uit de bus komt als je iedereen met elkaar laat concurreren. Alsof dan niet de grootste schreeuwers winnen, alsof de reclamejongens dan stoppen met hun misbruik van de psychologie, alsof ze dan wél aan het milieu gaan denken, alsof dan niet uiteindelijk de grootste de winnaar wordt en het monopolie in handen krijgt zodat de vrije markt uiteindelijk een onvrije markt wordt. Dit alles kan niet zonder het tweede heilige geloof, namelijk dat in de groei, waarbij groter altijd beter is. Dan ben je nooit tevreden met wat je hebt, denk je voortdurend aan de toekomst, moet alles steeds verbeterd en gereorganiseerd worden terwijl intussen de aarde uitgeput raakt door de aanslagen op haar grondstoffen en milieu.

Het kan niet anders dan dat markt en groei moeten leiden tot een meedogenloze survival of the fittest, waarbij de verliezers ingeprent wordt dat ze dan maar wat slimmer hadden moeten zijn: eigen verantwoordelijkheid! Als klap op de vuurpijl is er dan nog het heilige geloof in de privatisering, dat alles beter wordt als de overheid alles afstoot waarvoor ze oorspronkelijk was bedoeld, met als gevolg dat de winst voorop staat bij de zorg, woningbouw en vervoer, waar diensten tot producten zijn verworden waar goed geld mee te verdienen valt. De overheid moet kleiner, en de mensen moeten veel meer aan hun lot worden overgelaten.

Dit alles is precies de definitie van neoliberalisme, en ik heb noch Rutte noch de VVD horen zeggen dat ze daar afstand van nemen. Maar het is wel verleidelijk om neoliberaal te worden, want dat betekent dat je alles aan anderen, de markt, kan overlaten en zelf niets meer hoeft te doen. Alles regelt zichzelf en alles komt vanzelf goed. En als het niet goed komt, is dat omdat het nog niet genoeg zichzelf regelt. Je hebt er ook geen visie voor nodig! Je hebt er ook geen hersens voor nodig die zouden kunnen bedenken dat dit hyperindividualisme uiteindelijk tot anarchie en chaos moet leiden. Je hebt er ook geen hart voor nodig, want zelfs medelijden is taboe omdat de anderen verantwoordelijk zijn voor hun eigen ellende, zelfs niet als je die zelf hebt veroorzaakt. Zo is het neoliberalisme, met de VVD in haar kielzog, eigenlijk een partij die meer dan andere het eigenbelang verheerlijkt, zodat het niet verwondert dat het corruptiegehalte daar zo hoog is.

En Rutte zelf? Ik vind hem een beetje dom en leeg. Hij kan leuk lachen en heel aardig zijn. Eigenlijk ook een dromer, want welk intelligent mens gelooft nou in die neoliberale onzin? Een heel normale man eigenlijk. Gevaarlijk normaal zelfs, zodat ik bijna bang voor hem ben. Normale mensen hebben nooit de wereld verrijkt. Maar het volk heeft gekozen. De vraag is echter of je die keuze ook moet respecteren als die helemaal niet in vrijheid is gemaakt, maar met manipulatie, framing en hypnotisering door partijen en media tot stand is gekomen. Rutte 3. In het ergste geval wéér vier jaar die man aan de politieke top. Dit gaat niet goed! Pfff …

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Verkiezingen

Date 10 maart 2017

Zelden heb ik zo snel de kranten gelezen als de afgelopen weken. Gewoon door alles over te slaan wat over de Tweede Kamerverkiezingen ging. Ook de debatten heb ik niet bekeken, hoewel een foto van al die partijleiders me moeilijk kon ontgaan. Eerlijk gezegd acht ik ze geen van allen volwassen, al was het alleen maar omdat ze er allemaal zo correct uitzagen in hun donkere pakjes met stropdassen. Dit gaat niet goed! Tegelijk worden we opgejut met allerlei peilingen, die er dan achteraf net een paar essentiële punten naast gezeten blijken te hebben. Nee, ik had geen zin om op de radio te luisteren naar al dat gekrakeel waar mensen elkaar nauwelijks elkaar laten uitpraten omdat iedereen haantje de voorste wil zijn. Voetbalwedstrijden zijn onschuldiger, weersvoorspellingen betrouwbaarder en het denken van kinderen logischer. De economie moet groeien – dat schijnt goed voor ons te zijn – terwijl er tegelijk minder auto’s op de weg zouden moeten zijn, de klimaatsverandering moet gestopt worden maar het mag geen geld kosten, dat soort dingen. Nee, ik heb het wel, of beter: niet, bekeken! Inmiddels heb ik een bijna revolutionaire methode bedacht om erachter te komen waarop ik ga stemmen.

Ik ga stemmen op de partij waarin ik mij het beste kan vinden! Met wiens partijprogramma ik het het meest eens ben. Of beter: met wiens sfeer en achtergrond ik me het meest verbonden voel, want elke partij heeft wel iets waarmee ik het oneens ben. Ik ga stemmen op de partij waar ik me het meest thuis voel, die het meest lijkt op mezelf. Misschien is volksvertegenwoordiging wel daarvoor bedoeld, dat iedereen stemt op de partij die hem het best ligt. Dit in tegenstelling tot het zogenaamde strategische stemmen, waarbij je bijvoorbeeld op Rutte gaat stemmen om Wilders buiten de deur te houden terwijl je wellicht liever een andere partij je stem had gegeven. Maar ik moet toegeven dat ik zelf vier jaar geleden ook strategisch heb gestemd toen de VVD en de PvdA elkaar in een nek-aan-nekrace naar het leven stonden. Toen stemde ik op de PvdA, want de VVD vertegenwoordigt voor mij – zoals oplettende lezertjes van mijn blog intussen wel zullen weten – de meest oppervlakkige en perverse mentaliteit die in bestuursland denkbaar is. Wilders is tenminste nog eerlijk! Maar wat was het gevolg? Dat de PvdA ging samenwerken met die door zoveel corruptie getekende partij! Maar dát was niet de bedoeling! Meteen afgeleerd, dat strategische stemmen!

Eigenlijk zouden we helemaal niet op partijen moeten stemmen, maar op personen. Zou het hele partijenstelsel afgeschaft moeten worden. Want in hoeverre zijn mensen die lager op de kieslijst staan maar toch een zetel bemachtigen échte volksvertegenwoordigers? Tenzij je met voorkeurstemmen bent gekozen kennen slechts weinigen je. Zelf ben ik er trouwens ook zo eentje, dus eigenlijk meer een partijvertegenwoordiger dan een volksvertegenwoordiger. En om het nog ingewikkelder te maken geniet ik zelfs van immuniteit tijdens raadsvergaderingen, en ben ik grondwettelijk verplicht om ‘zonder last’ te stemmen, lees: maling te hebben aan een partij- en eventueel ook coalitieprogramma waar mijn eigen handtekening onder staat. Zogenaamde zetelrovers, die na onenigheid met hun partij een eigen eenmansfractie beginnen, staan volgens de wet dus helemaal in hun recht, en eerlijk gezegd weet ik zelf ook niet wat ik in zo’n situatie zou doen. Is loyaliteit aan een partij belangrijker dan loyaliteit aan jezelf? Zouden kamer-, staten- en raadsleden verplicht moeten worden hun zetel vrij te geven als hun partij dat wil? Maar partijdiscipline is ook niet iets waarop we zitten te wachten, hoewel die ook nu al binnen veel partijen, van SP tot VVD, welig floreert.

Verkiezingen, we zullen het voorlopig nog maar even moeten doen met de huidige wijze van volksvertegenwoordiging. En dat betekent niet alleen dat je moet stemmen – een recht waarvoor onze voorouders hard hebben gevochten – maar ook dat je moet stemmen op de partij waar je hart naar uitgaat. En als je graag op een vrouw wilt stemmen of je geloof in de mensheid hebt verloren is er nog altijd de Partij voor de Dieren.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Levenslang…

Date 28 februari 2017

In de nieuwe Kaarsvlam een uitgebreid artikel van Mellie Uyldert over reïncarnatie. Een prachtig verhaal omdat ze diep ingaat op wie of wat er nu eigenlijk ‘bevleesd’ wordt, en hoe het eigenlijk zit met het hoe en waarom ervan. Tegelijk valt me op hoe dubbel we vaak over reïncarnatie denken. Aan de ene kant willen we graag weten hoe we in onze vorige levens geworteld zijn opdat we in ons huidige leven van onze vroegere fouten kunnen leren. Een proces dat oneindig lang kan duren omdat we zelden uitgeleerd zijn. Want hoeveel levens moet ik in die karmische keten van oorzaak en gevolg teruggaan? Is er überhaupt een leven te vinden waarin ik ontstaan ben, als afsplitsing van een groepziel, of als dier, plant, mineraal, molecuul of elementair deeltje? De gedachte aan zo’n oneindige reis zonder begin- en eindpunt maakt me een beetje moedeloos.

Aan de andere kant hechten we ontzettend veel waarde aan het kunnen leven in het hier en nu. Want het soms romantische gemijmer over het leven vóór onze huidige incarnatie, of het soms zorgelijke voorbereiden op wat we erna gaan meemaken leidt alleen maar af van het concrete bewustzijn van wat er hier en nu, in en om ons heen gebeurt. Ja, het lijkt erop dat we juist problemen verzinnen om, bang voor de concrete werkelijkheid, aan dat hier en nu te ontsnappen. Als je er zo tegenaan kijkt zou je moeten stoppen met dromen over wat voorbij is en wat nog komen gaat, en is al je preoccupatie met vorige en volgende levens een vlucht van een ik dat zekerheid wil en daarom alles onder controle wil houden. Een egotrip.

Vele geschriften vertellen ons reïncarnatie juist bedoeld om ons bewust te laten worden van onze oneindige reis, zodat we op een gegeven moment niet anders kunnen dan uit het rad van geboorte en sterven te stappen. Maar daarvoor moeten we wel tot in onze diepste grond ervaren hoe we steeds dezelfde patronen hebben herhaald, hoe we steeds weer nieuwe spelletjes hebben gespeeld, en hoe het herstellen van onze fouten steeds weer tot andere problemen heeft geleid. Bewust van onze eigen imperfectie willen we grenzeloos groeien tot we een soort spirituele volmaaktheid bereiken. Alsof we alleen maar bevrijd kunnen worden als we geen fouten meer maken. Maar wellicht is het onze grootste fout dat we geen fouten meer willen maken, onszelf onze zonden niet kunnen vergeven, de dingen niet meer accepteren zoals ze nu eenmaal zijn. Je wordt pas verlicht als je er niet meer naar verlangt.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Euthanasiasme

Date 25 februari 2017

‘Wordt het niet eens tijd?’ vraagt Mark op bezoek bij zijn vader die mooie verhalen over zijn goede leven vertelt en daar nu tevreden op terugblikt.
‘Tijd waarvoor, jongen?’ en hij steekt een goede sigaar met een echt cederhoutje op.
‘Nou, je verhaal klinkt wel alsof het allemaal achter de rug is, alsof je leven voltooid is …’
‘Ik heb inderdaad het mooiste wel gehad, dat hoort nu eenmaal bij het ouder worden, jongen.’
‘En wat verwacht je dan nog voor de rest van je leven, vader?’
‘Alleen maar een goede sigaar, een Jägermeister en een goed boek, jongen.’
Het irriteert Mark dat hij hem steeds jongen noemt, terwijl hij al zowat vijftig is. En dat zijn vader zichzelf nog steeds als een volwaardige man beschouwt, in plaats van als een bejaarde die al meer dan tien jaar een kwijnend maatschappelijk leven leidt.
‘Is dat nou echt alles?’ vraagt Mark. ‘Je hele leven doorbrengen tussen stoel en bed?’
‘Ik red me uitstekend jongen. Eens in de week komt Jannie wat schoonmaken, en helpt Petra me met het douchen. En het warme eten wordt thuis bezorgd! Nee, het is uitstekend geregeld allemaal!’
Die warme slappe maaltijden met een voedingswaarde van een puddinkje eet zijn vader alleen maar omdat hij nog nauwelijks kan proeven, denkt Mark, starend naar een stofnest onder de tafel, de brandgaten in zijn broek en de kruimels en vlekken op de tafel tussen hen.

‘Wees eerlijk, vader,’ gaat hij in de aanval. ‘Zie toch de realiteit onder ogen!’
‘De realiteit, mijn jongen, is dat ik een tevreden mens ben waar menig ander jaloers op zou zijn. Ik heb mijn natje en mijn droogje en er wordt goed voor me gezorgd.’
‘De realiteit is dat het steeds minder wordt, vader. Je hebt inmiddels je eerste nieuwe heup, een gehoorapparaat en je ogen gaan ook achteruit. Mag ik het benoemen? Ja? Het is hard om te zeggen, maar je bent gewoon aan het aftakelen. Je denkt gelukkig te zijn terwijl er gewoon geen toekomst meer voor je is weggelegd, anders dan steeds verder wegkwijnen.’
En anderen tot overlast zijn, denkt Mark er achteraan. Een woning bezet houden en zorg verbruiken die jongere mensen met een toekomst veel meer nodig hebben. Terwijl hij zich uit de naad werkt om zijn gezin te onderhouden, blijft zijn vader maar op zijn geld zitten als een hond op een voederbak waar die zelf niet uit eet.
‘Waar wil je naartoe, jongen?’
‘Je leven is voltooid, vader. Zie dat nou eens onder ogen …’
‘Ik ben nog heel gezond, jongen,’ pareert zijn vader met glinsterende oogjes. Maar Mark kan zich moeilijk voorstellen wat hij nog in het leven ziet.
‘Nu nog wel vader. Maar er wordt steeds meer op de zorg bezuinigd. Na de eerste de beste operatie word je in je flat gedumpt en lig je binnen een dag in je eigen pies en poep. Zit je daarop te wachten?’

Als hij zijn vader was, had hij het wel geweten. Wegwezen! Hij zou niet meer verder willen in deze verharde neoliberale samenleving waar je voortdurend bezig bent met overleven, zodat je aan het leven zelf misschien pas verder in een beloofde toekomst toekomt. Eigenlijk is Mark nu al klaar met het leven, maar hij moet doorvechten om er nog iets van te maken. Zijn gezin, zijn werk, zijn vrienden …
Zijn vader zwijgt, neemt een rustige trek van zijn sigaar, en kijkt zijn zoon aan waarbij hij bijna onzichtbaar meewarig zijn hoofd schudt.
‘Waar ben je bang voor, jongen?’ vraagt hij.
Mark schudt verward zijn hoofd, snapt even niet waar zijn vader naar toe wil en weet geen antwoord.
‘Het lijkt erop, jongen, dat je zelf het leven niet meer ziet zitten. En nu we het toch over de realiteit hebben: heb je niet stiekem een weloverwogen, duurzame wens om vrijwillig uit het leven te stappen?’
‘Vader!’ schreeuwt Mark. ‘Dat kán nog niet eens op mijn leeftijd!’
‘Dat is een maar al te duidelijk antwoord, jongen. Nee, dat kan nog niet, maar als echte liberaal vind ik wel dat het mogelijk zou moeten zijn,’ en hij nipt even moeizaam aan de Jägermeister in zijn trillende hand.
‘Maar vader?!’
‘Moet kunnen … Ja jongen, ik zou je missen, maar dat doe ik nu ook al …’

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De vleeseters

Date 19 februari 2017

Rutger Bregman eet geen vlees meer. Ook niet een beetje. Intussen zijn er zeven keer zoveel consumptiedieren – koeien, schapen, varkens en kippen – op aarde dan wilde dieren, en het is toch een beetje raar dat de meeste dieren leven om door mensen opgegeten te worden. Het leed dat dieren daarvoor lijden is verschrikkelijk, zelfs voor dieren die wat vriendelijker behandeld worden. En het derde argument dat Bregman tot vegetariër maakt, zijn de ontdekkingen dat dieren veel meer zelfbewustzijn, intelligentie en gevoel hebben dan door de vleeseters wordt aangenomen. Varkens zijn slimmer dan baby’s, en toch eten we geen baby’s. Ik lees vaker dat dieren waarschijnlijk veel meer op mensen lijken dan we willen weten. Als ik een hond op straat tegenkom vraag ik me af of dat dier wellicht een even helder bewustzijn heeft als ik, en wellicht het enige verschil tussen hem en mij is dat hij niet kan praten en ik wel. Of beter: dat we verschillende talen spreken. Het is dan ook een rare tegenstelling dat kattenfilmpjes op Facebook zo populair zijn, dat we het normaal vinden dat Bobbie met Kuifje probeert te praten en in Second Life veel mensen zich als dieren, ‘furries’ voordoen, zoals de nieuwe DJ die we sinds enkele weken in onze disco hebben.

Als kind snapte ik nooit wat er zo leuk was aan vissen, afgezien van het stomme gestaar naar een dobber. Dan werd me verteld dat vissen geen gevoel hadden zodat je het haakje rustig uit hun spartelende lijfje kon trekken. Of werd die hobby vergoelijkt met het weer terugwerpen van de gevangen dieren, alsof het zo leuk was om met een verscheurde bek en ingewanden verder te zwemmen. Honden-, stieren- en hanengevechten getuigden voor mij van een opperste decadentie, en ik vond en vind het dan ook helemaal oké als een stierenvechter op de horens wordt genomen. Gelukkig ben ik niet de enige die daarvan geniet. Maar ja, in sommige westerse landen hoort dat nu eenmaal bij hun cultuur en daar moet je van afblijven. ‘Wat u het kleinste mijner schepselen heeft aangedaan heeft u Mij aangedaan,’ zou Jezus eens gezegd hebben. Die uitspraak is me altijd bijgebleven en nog altijd bied ik een mug mijn excuses aan nadat ik hem heb doodgeslagen opdat ik eindelijk eens zou kunnen slapen, hoewel ook een stemmetje in me zegt dat het stomme dier er zelf om gevraagd heeft. Een hond die aan mijn broekspijp hangt geef ik het liefst een rotschop, maar dat is allemaal zelfverdediging.

Vlees eten is geen zelfverdediging, maar wat is het dan wel? Wat maakt het dat we zo inefficiënt werken door eerst dieren met maïs te voeden en dan die dieren op te eten in plaats van onszelf met dat maïs te voeden? Wat maakt vlees zo aantrekkelijk? Ik kan moeilijk tot een andere conclusie komen dan dat de meeste mensen bloeddorstige dieren zijn en het kennelijk verdommen om elkaar op te eten, wat veel eerlijker zou zijn, en beter voor het milieu en tegen de overbevolking. Maar ja, zoiets doe je niet, want wij mensen staan nu eenmaal veel hoger op de evolutionaire ladder dan dieren, hoewel sommige kannibalen gezegd hebben dat het juist dat was wat de mens tot een delicatesse maakte. Zo wordt de mens gekenmerkt door bloeddorst, Nietzsches Wille zur Macht, maar wat de mens echt tot mens maakt is dat hij daarvan af kan zien, de natuur niet meer als zijn vijand ziet. Mijn Wijze Tante heeft honderd jaar vegetarisch geleefd, dus vertel me niet dat het eten van vlees zo noodzakelijk is voor een goede gezondheid. Dat wordt ons allemaal aangepraat door de bio-industrie, en als er dan af en toe een stal afbrandt met enkele tienduizenden varkens erin, tja, dat hoort er nu eenmaal bij, en we gaan over tot de orde van de dag.

Als ik het voor het zeggen had – ja ook ik heb wel eens van die dromen – zouden vleeseters verplicht moeten worden excursies naar stallen te maken, tijdens veetransporten tussen de dieren mee te rijden, en natuurlijk de slachterij moeten bezoeken. En bij dit alles de dieren in de ogen kijken. Wat mij betreft kunnen er niet genoeg filmpjes op internet komen over het leed dat dieren wordt aangedaan om onnodige en irrationele behoeften te bevredigen. Niet dat dieren allemaal zo heilig en lief zijn, zoals katten die vogels verscheuren als zinloze hobby. Maar tot onmenselijke praktijken als onze ondierlijke bio-industrie zijn ze niet in staat. Misschien dat we ooit nog ontdekken dat ook planten bewustzijn hebben en gaat het sommigen moeite kosten om gewassen te eten. Maar we kunnen nu eenmaal niet overleven door iets van de natuur te verorberen. Spreek dan voor je bescheiden maaltijd een excuserend dankgebed uit, wat alleen kan als je echt houdt van wat je eet.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De verdwijndrift

Date 3 februari 2017

Soms zit ik helemaal niets te doen. Zoals nu. Zoals tot een minuut geleden bedoel ik, want nu zit ik alweer met mijn tablet op schoot te schrijven. Met de voordeur links van me, de schuurdeur rechts van me en een bergruimte boven me. Ik kijk uit op de straat waar af en toe rustig een auto rijdt, terwijl er soms een fietser voorbijkomt op het fietspad rechts van me, van achter de schuur. Wat geruis van de A27 ergens in de verte. Kwetterende vogels. Soms een kat die me beleefd negeert als hij langskomt, en nog somser een eekhoorn. Misschien is dat wel mijn voornaamste argument om te roken, als excuus om gewoon even niets te doen. Wat voor me uit te kijken. Het enige voor- en nadeel is dat mijn gedachten dan op hol slaan. Over wat Schopenhauer en Nietzsche van liefde en vriendschap vinden. Over een bestemmingsplan waarvan ik nog wat regels wil nalezen. Over een mailtje van de accountant die iets vraagt wat ik hem volgens mij al gegeven heb. Over PostNL die zijn tarieven weer eens flink verhoogd heeft. Free-floating thoughts, rondfladderende gedachten, zonder concentratie.

Over de doodsdrift van Freud, thanatos. Die volgens mij echt bestaat, hoewel ik hem liever verdwijndrift zou willen noemen. De behoefte om er gewoon even niet te zijn. Zoals de behoefte aan slaap, die toch iedereen moet kennen. Even niet denken, van de wereld zijn. Even niets te hoeven en te moeten, een korte vakantie in je eigen hoofd. Dat moet iedereen toch herkennen, zeker als je inbox meteen weer volloopt als je blij bent dat hij eindelijk weer eens helemaal leeg is. De beste manier om in slaap te komen is die mentale inbox in je hoofd, al dat gecommuniceer even te laten voor wat het is. Niet door er niet naar te luisteren, maar door de achterliggende stilte meer aandacht te geven. Aandacht voor wat Osho vaak noemt ‘the gap between the words’. Je kan niet in de wereld zijn als je er niet af en toe even uitstapt. Dan zou je helemaal doldraaien. Ook dat zou toch iedereen moeten herkennen? Nou nee, want ik vrees dat de meeste mensen wel degelijk aan het doldraaien zijn door niet af en toe even te genieten van een poosje niets. Op de vlucht zijn voor dat niets dat juist zo heerlijk kan zijn, als het liggen in een strandstoel zonder meteen weer een boek of telefoon te pakken.

Ik denk dat dit bedoeld wordt met het zijn in het helende hier en nu. Ik ben blij dat ik dat ken en verwonder mij om het treurniswekkende voortdurend met iets bezig zijn dat velen zo kenmerkt. Maar misschien is dat hun wijze om te verdwijnen, door ergens helemaal in op te gaan. Hoewel ik vaak het gevoel heb dat ze op de vlucht zijn, juist omdat ze niet stil kunnen zitten en zijn. Als er een test zou zijn om spiritualiteit te meten zou dat een zwaarwegende factor zijn: zit je wel eens stil te zijn, gewoon niets te doen? Kan je je mond houden, hoef je de leegte om je heen niet meteen te vullen met achtergrondmuziek? En niet meteen overal een blog over te schrijven, te facebooken, instagrammen of te twitteren? Of heb je allemaal hulpmiddelen nodig, zoals alcohol en drugs, om jezelf even op een laag pitje te zetten? Kan je jezelf en de belangrijkheid daarvan vergeten? Zo is elke verslaving uiteindelijk een spirituele behoefte aan het opheffen van jezelf. Ik ben er even niet.

Geen wonder dat in een hectische wereld als de onze zoveel verslavingen zijn. Dat wanneer doen belangrijker is dan zijn mensen toch altijd middelen vinden om te ontsnappen naar een andere wereld, en dat mag je van mij best doodsdrift noemen. Geen wonder dat seks en drugs steeds extremer worden, dat mensen steeds sterkere sensaties nodig hebben, want levensdrift kan niet zonder doodsdrift die je trouwens beter stervensdrift of verdwijndrift zou kunnen noemen. Ook ik voel die behoeften steeds sterker worden. Want niet alleen leef ook ik in een steeds hectischer wereld waarin je geacht wordt om nooit tevreden te zijn met wat je hebt, ook komt met mijn ouder worden het sterven steeds dichterbij en merk ik hoe belangrijk het is om te leren sterven. Als laatste uitdaging, als laatste experiment. Want sterven is, zoals Osho eens heeft gezegd, de culminatie van het leven. Leren verdwijnen, loslaten. Niet reïncarneren of in een alternatieve wereld zoals een hemel of een parallel universum belanden, want dan begint alles weer van voren af aan, moet je opnieuw de tafel van zeven leren, je veters leren strikken en een hersenschudding oplopen omdat je te wild fietst. Dat schiet niet op.

Het enige dat ik wens is bewustzijn waarin ik meemaak dat ik eigenlijk alles ben. Waarin alle dualiteit is opgeheven omdat ik besta als sprankelend en scherp bewustzijn, en niet besta als dat vermoeiende en vechtende ik. In het Tibetaanse Dodenboek wordt geleerd om alle identificaties los te laten, zodat alleen maar overblijft wat je eigenlijk bent: bewustzijn. Misschien is dit alles te veel gevraagd en te hoog gegrepen, maar ik zal toch ergens moeten beginnen?

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

70 jaar!

Date 30 januari 2017

70 jaar! Dat lijkt oud, maar het voelt zo jong! Is het dan toch waar dat het ware leven pas laat in je leven begint, dat veel soortgelijke beweringen geen troost- of wensdroom zijn maar gewoon realiteit? Dat het ouder worden na de helft van je leven gevolgd wordt door een jonger worden zodat je uiteindelijk als baby weer in de baarmoeder van het universum verdwijnt? Als de ervaring belangrijker is dan de realiteit zit er zeker een kern van waarheid in. Misschien niet lichamelijk, maar wel psychologisch, mentaal, geestelijk, spiritueel of hoe je datgene zou willen noemen waar het lichaam uiteindelijk een neerslag van is. En nu ben ik bezig met de terugtocht en elk lustrum daarvan is weer een mijlpaal. En nu was het ook nog Nieuwe Maan, een ideaal moment om thuis te komen in mijn watermanzelf.

Gebakjes bij de koffie op bed. Vriend had er vlaggetjes in gezet. Van hem drie mooie boeken. Van filosoof Jan Drost, die ik kende van zijn boek Denken helpt, het doorwrochte Het romantisch misverstand om mijn ideeën over romantiek wat bij te slijpen. Van Daan Dekker De betonnen droom over de geschiedenis van de Bijlmer die bij mij veel sentimenten oproept. En last but not least van Japke-d. Bouma, die we kennen van haar kostelijke columns in nrc.next, Uitrollen is het nieuwe doorpakken over het gebruik van jeukwoorden waarmee ik vooral in bestuurlijke en ambtelijke kringen veel word geconfronteerd. In de loop van de dag kwamen er ook veel felicitaties via sms, Facebook en e-mail binnen, met Robbie als eerste. Heel bijzonder dat je zoveel vrienden hebt die je nog nooit in real life bent tegengekomen!

Net als vijf jaar geleden heb ik een zaaltje gehuurd in het Blaricumse Bellevue. Dat was inclusief Berend die de koffie met gebak en drankjes en hapjes verzorgde. Twintig vrienden waren er, waarvan sommigen zelfs de ontberingen van het openbaar vervoer voor lief hadden genomen. Ik hield een toespraakje naar aanleiding van het boekje Ik kom in opstand dus wij zijn van Eva Rovers dat ik in mijn vorige weblog besprak. En ook nu weer mooie cadeautjes. Gelukkig had ik dit jaar wél een ‘wishlist’. Nog ontbrekende delen van Het transgalactisch liftershandboek. Enkele seizoenen van Breaking Bad. Ook kreeg ik Robert Mulders fotoboek Groeten uit Amsterdam. En van Sjoerd – ik noem hem bij naam omdat hij mijn ‘oudste’ vriend is want ik ken hem sinds kort vijftig jaar – het boek Waar verzet jij je tegen? waarin 101 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op deze vraag van Anton Corbijn. Voorlopig dus nog genoeg te lezen en te kijken, terwijl ik ook nog flessen wijn kreeg, een potje mango chutney, en geld en cadeaubonnen.

Ik vond het wel wat eng om vrienden uit te nodigen die elkaar soms nauwelijks of niet kenden, maar gelukkig verveelde niemand zich. Iemand zei: ‘We zijn allemaal een stukje van jou,’ en wellicht was het daarom dat het een leuke en klassiek gezellige avond was, ondanks of dankzij het hoofdthema ‘opstand’ of ‘verzet’. Wat eigenlijk best past bij een jaren zestig-freak zoals ik. Een mooie dag, waarna ik me voor het slapen gaan gewoon gelukkig voelde. Wat heb ik een mooie vrienden – dat is de échte rijkdom! Dank jullie wel allemaal!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites