Ziende het onzichtbare
21 februari 2026
Omdat ik vaak vertel over mijn Finse vriend en een reis naar zijn land heb geboekt, vragen mensen me vaak of ik hem dan ook ga opzoeken. Nee dus. Want Arthur en ik willen elkaar niet zien. Maar hoe leg je dat uit als je tegelijk zegt ronduit verliefd op elkaar te zijn? Dat is toch niet normaal? Zeker omdat dit alles zich in Second Life afspeelt, waar velen zich al moeilijk een voorstelling van kunnen maken. Terwijl we ook nog eens een halve eeuw in leeftijd verschillen. Ja, dit is inderdaad niet normaal!
We sturen elkaar wel eens foto’s of filmpjes uit onze leefwerelden. Het voelt alsof we daarmee meer over onszelf vertellen dan met onze gezichten te laten zien. Het vermijden van dat laatste dreigt soms wel eens mis te gaan. Zo stuurde hij een foto vanuit zijn tuin, maar een raam weerspiegelde iemand met een telefoon voor zijn gezicht zodat ik nu weet dat hij zijn haarscheiding in het midden heeft. Toen ik hem dat vertelde, haalde hij de foto snel weg. Natuurlijk heb ik een soort verlangen om hem in het echt te zien. Maar ik ben bang dat dit niet veel zal toevoegen. Sterker nog: er kan helemaal niets meer aan onze relatie worden toegevoegd want die is al ideaal.
Ideaal. Een mooi woord eigenlijk. Wat wil ik nog meer van hem zien als ik zijn wezen al ken? Want dat meen ik al goed te kennen uit zijn verhalen, foto’s en filmpjes. De foto van zijn kat, sleeënde kinderen, een meer, lekkernijen, barakken in de sneeuw, uitgeschopte schoenen. Op satellietfoto’s wees hij me de weg naar zijn alleenstaande huis in the middle of nowhere, zo’n 300 kilometer ten noorden van Helsinki. Hij houdt van wandelen, alleen zijn, stilte, de natuur. Dat is zijn wereld. Zeg mij wie je vrienden zijn, en ik zal zeggen wie je bent. Dat gezegde is voor mij hetzelfde als dat ik jou leer kennen als je mij vertelt wat je wereld is.
De wereld van Second Life is daarom extra boeiend. Mensen maken daar hun eigen avatars, de gedaantes waarin ze vaak hun idealen uitbeelden. Wie ben ik? Ben ik mijn fysieke gestalte of is mijn avatar dat? Ben ik mijn ideaal of ben ik mijn fysieke lijf? Ik ben mijn hele leven lang een idealist. Niet zozeer in de betekenis van een enthousiast iemand die de hele wereld wil verbeteren, maar wel als weten dat mijn idealen en daarmee mijn avatar een diepere en daarmee een meer echte werkelijkheid vertegenwoordigen. ‘Echter dan echt’ noemde ik dat, iets waarover Vriend en ik soms hevig van mening verschilden.
In Second Life loop ik meestal naakt rond, ben ik ook een kannibaal die van lekkere jongens smult. Daar heb ik Arthur wel eens opgegeten. En hij mij. Kannibalisme als metafoor voor ‘Ultimate love’, welke woorden hij op bordjes geschilderd boven ons bed heeft gehangen. Dat alles kan moeilijk in real life waar we nog niet onsterfelijk zijn. Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, zoals Willem Elsschot ons leerde. De droom die echter dan echt is. Zoals de echte Beethoven zijn muziek is, en je wellicht teleurgesteld zou zijn als je hem op straat tegen het lijf liep. In de fysieke wereld is hij al bijna 200 jaar dood, maar zijn muziek is onsterfelijk.
Liefde trekt zich weinig aan van afstand en tijd. Dat is iets ongrijpbaars dat boven de materiële wereld zweeft en die doordrenkt. Het is ook de onzichtbare bundel tussen Arthur en mij. Onze harten kennen geen leeftijd. Daarmee vergeleken is fysiek en psychisch contact gebrekkig, een sta-in-de-weg die weinig over onze diepste ziel zegt. Lichamen zijn of worden gebrekkig en worden te veel in beslag genomen door het in stand houden van leven en overleven, wat Spizona de conatus noemt. Liever dan dat laat ik mij in vervoering brengen door dat onzichtbare dat verbindt. De afgelopen jaren heb ik drie van mijn beste vrienden verloren. Maar niet heus, want ik voel nog steeds hun ziel.
Liefde is niet persoonlijk, maar je kan dat onpersoonlijke wel samen delen. Het is een delen van dezelfde tijdloosheid, je beiden in de zon laten koesteren, samen zwemmen en van het water genieten. Het is woordloos, het enige echte geluk waarin je jezelf vergeet en samensmelt. Met liefde in mijn hart ben ik op de hele wereld verliefd zonder er bezit van te willen nemen. Met Arthur in mijn hart zou ik niet weten wat ik nu meer zou kunnen wensen. Ik kan eigenlijk niet eens zeggen dat ‘ik’ verliefd ben, want het warrelt om me heen en neemt bezit van me. Liefde is onzichtbaar maar de grootste brenger van geluk. En zo leer ik veel van een jongere, ondanks al mijn spirituele pretenties. Hij vindt mij wijs, maar ik vind hem wijs.
Gepost in 