Het vergeten verleden
15 april 2026
Vriend had deze keer weer een snipperdag. Snippertjes op tafel. Op beide pijpen van zijn joggingbroek. Op de grond. Zo ken ik hem weer. Vroeger snipperde hij ook vaak. A4’tjes eerst doormidden en dan keurig op stapeltjes. Dan die stapeltjes weer in tweeën, en zo ging hij door tot er minuscule A15’tjes overbleven. Die gingen dan in een bekertje voor Waf en Beertje die ermee de maan konden wassen. Dat laatste komt er niet meer van, en de snippertjes zijn niet meer zo mooi als vroeger. Maar Vriend gaat helemaal op in zijn taak. Hij heeft nauwelijks aandacht voor mij. Hij zegt bijna of helemaal niets als ik tegenover hem ga zitten, en soms vraag ik me af wat ik hier eigenlijk doe. Ik vraag hoe het met hem is, maar hij blijft me een antwoord schuldig.
Valt er eigenlijk wel iets te doen als ik bij hem ben? Praten kan hij nauwelijks, en dat doet hij dan ook zo weinig mogelijk. Als ik bij hem ben is het aantal woorden dat hij tot me spreekt soms op twee handen te tellen. Voor zover ik hem kan verstaan. Ja, ik ken wel een trucje om zijn woorden verstaanbaar te maken. Dat is door hem te irriteren, wat boos te maken zodat hij opeens heel luid gaat roepen. Maar ik wil hem niet plagen. Ik kijk hem aan en vraag me af wat er allemaal in zijn voor mij ondoorgrondelijke hoofd speelt. Het moet iets zijn als niet op woorden kunnen komen, zoals we allemaal wel eens meemaken. Maar wat blijft er van denken over als er geen woorden meer zijn? Een beetje zitten suffen zoals dat denigrerend heet, maar waar ik zelf soms ook heel goed in ben.
De hoogste levensfuncties breken het eerste af. Niks meer snappen. Ik zou wel een muziekinstallatie voor hem willen meenemen, maar hij zal hem niet kunnen bedienen en in een geïrriteerde bui misschien kapotmaken. Zelfs de moderne lichtschakelaars met dimfuncties op zijn kamer kan hij vrijwel niet bedienen. Dat kan zelfs ík alleen met moeite. Toen hij nog thuis was werd hij al niet wijs uit de bedlampjes. Geef hem gewoon een knopje dat je aan- of uitschakelt! Laatst heb ik hem wat Bach laten horen op mijn telefoontje, maar dat zei hem niet zoveel. Dat vind ik nog jammerder dan dat hij nauwelijks kan communiceren. Want klassieke muziek was zijn leven, en dat is het belangrijkste dat hij me heeft meegegeven. Iets waarvoor ik hem heel dankbaar ben.
Soms tref ik hem beneden al in de hal aan als ik binnenkom. Daar zit hij dan stilletjes in zijn rolstoel aan de leestafel te lezen. Soms in kranten en tijdschriften die hij vroeger zelfs niet eens zou aanraken. Ik vertel hem maar niets over wat er allemaal in de wereld gebeurt. Ik geef hem zijn reep chocolade en haal een cappuccino voor mezelf. Voordat we naar het restaurant gaan moet hij van zichzelf eerst alle kranten en tijdschriften keurig opvouwen. Want Vriend is nu eenmaal een Maagd. Het is een uitstekend restaurant waar ook mensen van buiten welkom zijn. En uniek omdat er meestal Hollandse kost wordt opgediend. Eten is een van de weinige dingen waarvan hij zichtbaar geniet. Vroeger kon hij daar ook al heel lang mee bezig zijn. Bewust eten. Soms ga ik even buiten wat roken als ik mijn toetje al op heb terwijl bij pas halverwege de hoofdmaaltijd is.
Na het eten gaan we een poosje naar zijn kamer. Op zijn tafel liggen wat boeken met platen. En twee boeken over taoïsme. Soms lees ik hem een paar verzen van Lao Zi voor. Naast zijn bed hangt een tablet aan de muur. Een paar weken geleden speelde ik daar wat mee. Als hij een en ander begreep zou hij daarmee het internet op kunnen en zelfs mijn blogs kunnen lezen. Ook beeldbellen is mogelijk. Zo liep ik een keer op de gang met mijn mobieltje met hem te praten. Maar het zei hem niet zoveel. Hij moet in het algemeen weinig van al die moderne hupsafladder hebben. Het moeilijkste moment is het afscheid nemen. Dan vraagt hij waar ik heen ga. Ik zeg dat ik naar het huis ga waar we zowat een kwart eeuw hebben samengewoond. Hij kijkt mij wat glazig aan. Protesteert soms: waar moet hij dan heen?
Een paar keer weigerde hij een afscheidskusje. Een judaskus omdat ik hem in de steek laat en iets doe wat we niet hadden afgesproken: hem alleen laten. Maar ook ik vind dat een moeilijk moment, na vaak getracht te hebben uit te leggen waarom we niet meer samen kunnen wonen. Ik kan een foto van ons huis maken, vanbuiten en vanbinnen. Maar ik weet niet of het verstandig is om hem dat te laten zien. Als je dingen echt vergeten bent kunnen ze geen pijn meer doen. Maar als ze half vergeten bent, kan de herinnering eraan schrijnend zijn en allemaal emoties oproepen die ik niemand toewens. Vergeet het verleden, denk ik dan. Maar dat kan pas als je ook het vergeten bent vergeten. Het is juist de overgang tussen niet-vergeten en vergeten die zo ontzettend pijn kan doen. Je voelt je geschiedenis, je liefdes, je wezen, je identiteit opgeslokt worden door een monsterlijke golf van vergetelheid.
Toch geloof ik dat ook dit maar tijdelijk is. Dat mensen weer wakker worden. Juist omdát ze hun hersenen verliezen, in welke betekenis dan ook. Juist wegens het verdwijnen van de filters ervan, die alleen voor overleving geschapen zijn. In het zo vaak gerapporteerde verschijnsel onder de mooie naam paradoxale luciditeit, waar dementerenden opeens een poosje heel helder kunnen zijn, zie ik een bevestiging hiervan. Of om het meer filosofisch te zeggen: de realisatie dat zelfs tijd een fictie is, dat alles eigenlijk tegelijk overal gebeurt. Dat het verleden nooit vergeten kan worden omdat ook dat in het hier en nu is. Zo voelt het ook voor mij. Of we het willen of niet, uiteindelijk worden we allemaal bevrijd. Even doorbijten, Vriend, ook jij komt er wel!
Gepost in 