Ben ik mijn brein?

Date 28 maart 2015

Volgens Dick Swaab, de man die beweert zijn brein te zijn, past ons hele geheugen, samen met al onze kennis en overige psychische inhouden, in onze hersenen. Omdat ik me dat moeilijk kan voorstellen, ben ik eens aan het rekenen geslagen. Want als ons geheugen niet in onze grijze massa past heeft hij een probleem, namelijk dat hij zijn brein niet is. En dat wens ik hem van harte toe. Echter als al onze herinneringen en kennis wél in onze hersenen passen heb ik een probleem. Ik ben dus maar eens aan het rekenen geslagen. Heel grove berekeningen, zodat het onderstaande een hoog ‘pak hem beet’-gehalte bevat, maar ik moet ergens beginnen.

Hoeveel informatie kan er eigenlijk in onze hersenen? Ik ga daarbij uit van wat grove getallen die ik op het internet vond. Dat we 86 miljard hersencellen hebben, die allemaal 50.000 verbindingen, synapsen geheten, met andere hersencellen kunnen hebben. En dat een synaps een logische aan/uit-functie heeft, zeg maar één bit vertegenwoordigt. Dan heeft ons geheugen – graag even meerekenen – een capaciteit van 4,3 biljard – zegge 4.300.000.000.000.000 – bits, wat te vergelijken is met 537 TB computergeheugen. Daarvoor hebben we nu nog een kast met 537 harde schijven nodig, maar wellicht staat dat aantal bytes over een paar decennia op een SSD in onze computers. Volgens de Scientific American hebben we zelfs vijf keer zoveel geheugen als de halve petabyte waartoe mijn berekening leidde.

Omdat kennis ooit opgedaan is via de zintuigen, beschouw ik ook al die kennis als herinneringen. De tafel van 7 heb ik er indertijd in moeten stampen – ik herinner me zelfs dat het strafwerk was – door hem te repeteren, een motorische actie van herhaling die echter ook een zintuigelijke ervaring was. De meest essentiële vraag is echter: wat is een herinnering? Ik ervaar dat als een beeld, al dan niet aangevuld met geluid, geur, smaak, warmte, pijn, evenwicht en proprioceptie, samen met meer abstracte exif-gegevens zoals het wanneer en het waar van de herinnering. Om de geheugencapaciteit van zo’n herinnering te bepalen zal ik – het was al eerder gezegd – een slag in lucht moeten slaan.

Hoeveel bits neemt een beeld in beslag? En hoeveel beelden kunnen we ons herinneren? Laten we zeggen dat een ruw beeld in 24-bits kleur in een kubus – het is immers 3D – met ribben van 1000 pixels past. Dat is dan 24 miljard bits. Ervan uitgaande dat ook onze hersenen wel aan iets als datacompressie zullen doen, deel ik dat getal door 10, zodat er 2.400.000.000 bits per beeld overblijven. Omdat herinneringen uit meer dan alleen beelden bestaan, lijken ze een veelvoud van dit aantal aan synapsen nodig te hebben, maar dat valt tegen. Opslag van gecomprimeerd geluid heeft maar zo’n 1 MB per minuut nodig, de menselijke reuk is niet ons meest verfijnde zintuig, onze smaak kunnen we uitdrukken in zoet, zuur, zout en bitter, de warmte, pijn en proprioceptie past makkelijk in twee bytes per plek in ons lichaam waarvan we er hooguit enkele duizenden kunnen onderscheiden, en ons evenwicht zal ook in een paar bytes te coderen zijn. Al met al: peanuts vergeleken met de opslag van beeld.

Dus laat ik het er – ja, het blijft een slag in de lucht – op houden dat in onze hersenen plaats is voor zo’n 1,8 à 9 miljard herinneringen. Met de opslag van één herinnering per seconde zijn onze hersenen ergens tussen onze 57e en 285e verjaardag vol. Enorme getallen! Omdat ik niet aanneem dat we ons elke seconde van ons leven herinneren, maar blij mogen zijn als er uiteindelijk gemiddeld één herinnering per dag overblijft – ook een slag in de lucht – betekent dit dat we na een 80-jarig leven nog maar 70 biljoen bits gebruikt hebben, ofwel tussen de 0,32 tot 1,6% van onze hersencapaciteit van tussen de 4,3 en 21,5 biljard bits. Dit gaat echter alleen nog over herinneringen, terwijl onze hersenen nog veel meer te doen hebben. Neem het autonome zenuwstelsel dat zaken regelt als ademhaling en spijsvertering, en dat de hartslag bijstuurt. Neem onze ingebakken reflexen waarmee we op ons afkomende objecten vermijden en moeten poepen als we angst hebben. En neem, last but not least, het onderbewuste waarvan gezegd wordt dat het veel en veel groter is dan wat in ons bewustzijn zit. Denk maar eens aan de meest gekke dingen die na jaren opeens in je bewustzijn kunnen oppoppen. Maar zelfs als ik dat er allemaal bij optel kom ik nog steeds niet op die halve tot tweeënhalve petabyte in mijn schedel, ook niet als we 10% ervan niet gebruiken, zoals beweerd wordt. Tot nog toe kan Dick Swaab dus helemaal gelijk hebben!

Al die herinneringen passen dus best in onze schedel. Althans als je onze hersenen als een soort computer beschouwt. Met chips op de moederkaart als kortetermijngeheugen en een harddisk als langetermijngeheugen. Wellicht met een eigen bestandssysteem om data te kunnen vinden, een soort FAT32, NTFS of ext4. Met links die verbanden leggen zodat associaties ontstaan. Met de hypofyse als computerklok. Op zich zijn dat niet zulke gekke gedachten, ware het niet dat je toch vragen kunt stellen bij deze materialistische benadering van de menselijke geest. En dat hersenen wellicht slimmer zijn dan ze zelf kunnen bedenken. Maar er blijft toch een aantal verschijnselen over dat er moeilijk mee te verklaren is.

Neem het waterhoofd, waarbij geconstateerd is dat bij sommige redelijk functionerende mensen na hun overlijden gebleken is dat van hun hersenen weinig meer over was, soms alleen maar wat prut. Maar zelfs dat zou wellicht nog geen probleem hoeven te geven als er maar een coherente 0,32 tot 1,6% van de hersenmassa overblijft. Nog interessanter vind ik de experimenten van Karl Lashley die aantonen dat bij ratten het geheugen zich niet op een bepaalde plek, maar overal verspreid in de hersenen bevindt. Hoewel aan dat experiment best af te dingen is, is het idee van de hersenen als hologram de wereld nog niet uit, met name dankzij het werk van Karl Pribram. Als elke herinnering overal in de hersenen wordt opgeslagen – en ik kan me voorstellen dat die ook een back-up willen bewaren – komen we hoe dan ook synapsen tekort!

 

Ik heb het er trouwens nog niet eens over gehad dat ook nog iets als denken gebruik maakt van hersencapaciteit, beperkt als ik me heb tot het zintuigelijke en het geheugen. Bovendien is er dan ook nog iets als creativiteit en fantasie. En, last but not least, bevindt zich ook nog – in meerdere of mindere mate – bewustzijn onder het schedeldak. En daar ging het uiteindelijk om bij de vraag ‘Ben ik mijn brein?’ Want als ik mijn brein ben, en ik bewustzijn ben, dan zou bewustzijn dus gewoon fysiek in mijn brein zitten. Maar ik heb nog nooit iemand horen vertellen wat voor spul bewustzijn eigenlijk is. Zodat ik pas geneigd ben om meneer Swaab gelijk te geven als hij me wat bewustzijn in een reageerbuisje presenteert: ‘Kijk, dit is het nou!’ Wat niet uitsluit dat bewustzijn niets anders is dan het energieveld rond hersenactiviteit, dat in een EEG zichtbaar wordt en waarvan de ritmes samenhangen met bewustzijnstoestanden als waken en slapen. Al met al genoeg om over na te denken – mijn hersenen hebben het er maar druk mee.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Narcisme

Date 17 maart 2015

Sommigen zeggen dat ik narcistische trekjes heb. En dan ben ik het nog met hen eens ook. Alsof ik er trots op ben. Ik hou van mezelf, en vind dat eigenlijk doodnormaal. Ik hou zelfs meer van mezelf dan van anderen, en ook dat vind ik niet verkeerd, want hoe kan iemand die niet van zichzelf houdt van anderen houden? Bovendien is Narcissus best een mooie jongen. Ja, hij staat graag voor de spiegel verliefd op zichzelf te zijn, maar is het niet diezelfde spiegel die zo onontbeerlijk is om jezelf te leren kennen? Niks mis mee lijkt het. Gewoon genieten van je eigen schoonheid, in welke betekenis dan ook, en zo het goddelijke in jezelf ontdekken, wat wil je nog meer? Ik ga zelfs nog een stapje verder: waarom durven zoveel mensen zo weinig van zichzelf te houden? Het is juist de angst voor eigenliefde die lijdt tot psychische storingen als… narcisme. Huh?

Ik kom hierop omdat ik vorige week hierover een artikeltje las. Onderzoek van Eddie Brummelman et al. heeft namelijk aangetoond dat kinderen narcistisch kunnen worden als de ouders hen ‘speciaal’ vinden. Die kinderen gaan zich dan superieur voelen, maar hebben ook een verhoogd risico op depressie, angst en verslaving. Maar toen ik het las dacht ik: dit gaat over mij! Want narcisme zou ontstaan door overwaardering door de ouders, en ja, mijn moeder kon er wat van! Want ik had toch zo’n goed stel hersens, en ze vocht hemel en hel bij elkaar om me na een mulo-advies op een goede middelbare school te krijgen. Toegegeven: ik heb nooit zo’n interesse in leren gehad, zat liever een beetje te suffen in de klas wat mijn reputatie geen goed deed. Een paar dingen als wis- en natuurkunde vond ik wel interessant, maar om uit je hoofd te leren hoe al die bergen in de Alpen heetten ging me toch iets te ver. Ik provoceerde zelfs door met mijn geodriehoek het zonlicht op de wandkaart te reflecteren naar de plek die een klasgenootje tijdens een overhoring moest aanwijzen. Het staat me bij dat de leraar boos was toen hij dat ontdekte.

Maar hoe ongeïnteresseerd ik ook mocht overkomen, mijn overbezorgde moeder knokte voor mij en dat siert haar. En uiteraard moest ik later gaan studeren, dat was vanzelfsprekend. Want ik was gewoon goed. Dus ja, ik heb narcistische trekjes. Het schrijven van een weblog alleen al getuigt ervan. En ik vind mezelf best belangrijk. Met de mooiste visie op mens en wereld, waar natuurlijk te weinig mensen oog voor hebben. Uiteraard met uitzondering van de lezers van mijn blog, die waarderen me kennelijk op mijn merites, waarvoor veel dank. Maar als ze me vragen waarom ik beter ben dan anderen – en mijn broer vertelde me een paar jaar geleden dat sommige mensen nu eenmaal beter zijn dan andere – zit ik toch een beetje met mijn handen in het (mooie) haar. Is het mijn IQ? Maar wat doe ik daar dan mee? Zijn het mijn door mijn moeder (en mij zelf) zo gewaardeerde liedjes? Maar wat heb ik daarmee dan gedaan? Is het mijn gevoel voor humor? Dat wil inderdaad wel eens de zwaarte van een raadsvergadering verlichten. Is het mijn van grootvader en vader geërfde schrijftalent? Maar wat heb ik daar nou mee gedaan? Kortom: wat zijn mijn merites eigenlijk?

Dat ik beter, mooier, gevoeliger, intelligenter, creatiever, spiritueler en wat niet al ben dan de meeste anderen staat natuurlijk als een paal boven water. Ik kan me niet voorstellen dat mensen mij niet aardig vinden, want ik vind het vanzelfsprekend dat ik geliefd ben en er naar me geluisterd wordt. Jammer als dat niet het geval is, maar dan weten de anderen kennelijk niet beter. Ja, mijn ouders hadden ook al iets elitairs, praatten altijd wat neerbuigend over politici, arbeiders en ambtenaren, dus ik ben wel een beetje opgevoed met het gevoel dat ik niet de eerste de beste ben. Maar gelukkig weet ik als narcist een en ander wat te relativeren dus er niet een al te groot ego mee op te bouwen. Goed van mij hè? En misschien weet ik mezelf een beetje te handhaven door ervoor te zorgen dat in mijn vrienden- en kennissenkring narcisme meer dan gemiddeld is. In Blaricum wonen helpt ook een beetje daarbij. Er zijn daar niet voor niets zoveel paarden, die zijn er om de kinderen over te tillen.

Narcisme kan natuurlijk wel een beetje uit de hand lopen, zoals op denarcist.nl is te lezen. Dan krijg je last van een narcistische persoonlijkheidsstoornis, en dat liegt er niet om. Zo hebben beroepsnarcisten een gebrek aan empathie en weinig frustratietolerantie. Ze kunnen makkelijk liegen en over lijken gaan. Hebben het hoogste woord en altijd gelijk, willen continu aandacht en bevestigd worden. Dat valt allemaal wel mee bij mij. Maar ik ken zo iemand, met wie ik graag zo weinig mogelijk optrek. Jammer, want het is een ziekte waar iemand niet uit te halen is zolang hij zichzelf niet in de spiegel ziet. Waarin verschil ik dan van hem? Misschien in het feit dat ik weet dat ik een narcist ben en dat hij dat zal ontkennen. Grootheidswaan is iets anders dan narcisme, want de eerste is afhankelijk van zijn sociale omgeving waar hij voortdurend bevestiging zoekt, terwijl de laatste ook heel goed alleen zijn eigen gangetje kan gaan, samen met zijn spiegel. De een kent zichzelf en de ander kent zichzelf niet. En zelfkennis is het panacee voor veel psychische problemen.

Dus beste narcisten: doe als ik, en hou een beetje meer van jezelf zodat je anderen daar niet voor nodig hebt! Heerlijk!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Mijn avatar en ik

Date 11 maart 2015

‘O was ik zelf maar zo mooi als mijn avatar’ verzucht ik wel eens. ‘Was het maar zo dat ik met hem kon ruilen, zodat niet ik maar hij ouder werd, en ik achter het beeldscherm de eeuwige jeugd kon behouden!’ Hoewel Oscar Wilde in zijn Het Portret van Dorian Gray vertelt dat het vervullen van zo’n wens niet goed afloopt, kan ik toch niet anders dan mijn avatar bewonderen, en verlang ik ernaar om in aanbidding in zijn huid te kruipen, zo mooi is hij. Ik heb hem Ganymedes genoemd, een jongen die zelfs het hart van Zeus stal en tot vandaag de dag als één van zijn grote liefdes als een maan rond Jupiter cirkelt en als Waterman aan de hemel staat. En het gekke is dat ik deze Ganymedes zelf heb gemaakt. Deze maand alweer acht jaar geleden.

In Second Life. Het was niet moeilijk om Ganymedes te scheppen. Avatars hebben maar 77 genen die je met een schuifregelaar in kan stellen op waardes van 0 tot 100. Zijn genoom begint met Body Height 80. Dan komen genen als Forehead Angle, Upper Eyelid Fold, Ears Angle, Nose Top Shape, Mouth Position, Jaw Angle en Neck Length om het laatste restje DNA te stoppen in de Foot Size. Maar zo’n shape moet natuurlijk ook een skin hebben, en die kreeg ik een paar maanden later van Robbie, net als leuk springerig haar op zijn hoofd. Nu had ik eindelijk mijn droomjongen geschapen, mijn ideale ik, mijn hogere zelf. Hij is uiteindelijk ontstaan uit getallen waaruit een beeld is gecreëerd, en ik moet toegeven dat ik verliefd ben op zijn schoonheid. Zoiets kom je in real life maar zelden tegen. Kunst, creativiteit is immers de leermeesteres van de natuur, en niet omgekeerd.

Dus zit ik vaak te spelen achter mijn computerscherm. Daar wandelt, loopt, danst, zwemt, vliegt en vrijt Ganymedes in een groen en zonnig villapark, en geniet hij van een vrolijke wereld waar het leven goed is. Oké, af en toe moet er vergaderd worden, of een lamp in de disco gerepareerd, of is de kat weer eens weggelopen, maar dat maakt het leven juist echter. Ik ben niet alleen blij met hem, maar ook jaloers op hem en zou bij tijd en wijle best in zijn vel willen kruipen. Met mijn avatar, Ganymedes, heb ik kennelijk iets geschapen dat groter en mooier is dan ik zelf ben. Dat lijkt op het eerste gezicht onmogelijk, maar ik denk dat het ook de ervaring van veel kunstenaars is dat er iets ontstaat dat henzelf overstijgt. Omdat ze er zelf even niet zijn tijdens een vlaag van inspiratie. Als ik opensta kan ik van alles en iedereen in me toelaten en in mezelf ontdekken, en zo is het beeldscherm een spiegel waarmee ik iets van mezelf ontmoet en herken.

Dat verklaart wellicht waarom Ganymedes zo echt voor me is. Die me toont dat er een graag dansende discomanager in me schuilt. Die gewoon van een lekker oppervlakkig leventje houdt en graag in een zwembad op een luchtbed in de zon dobbert. Die gewoon geniet. Geen gepieker over spiritualiteit, de big bang of neoliberalisme. Nou ja, soms zet ik daar onder de sterren met Robbie een boom over op. Ik heb wel boeken in mijn kast, maar lezen doe ik niet meer want ze gaan elkaar teveel herhalen, zodat ik een beetje uitgelezen ben. Er is wel internet maar ik daar ga ik zelden surfen – dat doe ik liever op de golven van de zee. De wereld die ik niet zie bestaat gewoon niet. Gewoon leven in het hier en nu. Het is uit met piekeren en filosoferen, waarvan het enige nut is dat je ervan af kan komen. Wat dit laatste betreft zijn zenmeesters het vast met me eens. Met Ganymedes dus, waarvan nu iemand in het zogenaamde real life verslag doet.

Mijn avatar en ik. Ik vind het moeilijk om Ganymedes te vertellen dat hij ‘maar’ virtual reality is en niet meer is dan een groepje pixels, tot leven gebracht in de grafische kaart van mijn computer. Net zoals ik ook niet tegen knuffeldieren Waf en Beertje durf te zeggen dat ze hoofdzakelijk met houtwol of katoen gevuld zijn, want daartegen zouden ze in alle toonaarden protesteren! Liever niet. Aan de andere kant moet ik toegeven niet zo zeker te zijn over wat virtual reality is en wat niet. Omdat ik ergens geloof dat je alles kan belevendigen, niet alleen schilderijen, klokken en teddyberen maar ook fantasieën en beelden op je scherm – wat dit betreft ben ik de ontwikkelingsfase van de magie nog niet voorbij. En het zou best kunnen zijn dat veel van wat we virtueel noemen helemaal niet zo onecht is als we denken. En dat, omgekeerd, de zogenaamde echte wereld maar al te vaak een schijnwereld is. Veel zogenaamde realisten leven volgens mij in een virtuele wereld: de politiek zit er vol mee. En als ik oude Oosterse religie mag geloven is alles schijn, maya, bedrog.

Het boeiende van virtual reality, dat de laatste tijd steeds meer in het nieuws komt, is dat het vragen uitlokt als ‘Wat is echt en wat is illusie?’ Mensen zijn bang dat je het onderscheid tussen schijn en werkelijkheid verliest, maar zijn dat dan écht verschillende werelden? Ik ben er eerlijk gezegd niet zo zeker van. Net als Ilja Leonard Pfeijffer geloof ik niet meer zo in het verschil. Dat is ook moeilijk te rijmen met het non-dualisme waarin eigenlijk alleen maar plaats is (of niet) van één wereld, één werkelijkheid. Alles is echt of alles is schijn en ik kan niet van twee walletjes eten. Ik ben zowel mijn avatar als degene die nu achter het toetsenbord zit te schrijven. Zonder sprookjes, beelden, creativiteit en fantasieën zou ook het zogenaamde real life in elkaar storten. Ik beziel Ganymedes en hij bezielt mij. En omdat we één zijn beziel ik dus eigenlijk mezelf. Hij leeft in mijn hart en dat is voor mij de meest echte realiteit. Gesteld dan dat er iets als realiteit bestaat.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Automatische auto’s

Date 6 maart 2015

Eindelijk kan de auto zichzelf worden! Want wat betekent het woord auto anders dan zelf? Met de ontwikkeling van zelfrijdende auto’s zijn we op het goede pad. Het besturen van die dingen moet je niet aan mensen overlaten, dat is gewoon onverantwoord. Bestuurders maken met hun emoties, zoals het sportief lekker snel willen optrekken en scheuren, veel te veel brokken. En niet alleen dat: drempels, chicanes, verkeers- en matrixborden, blauwe zones, stoplichten en veel ander meubilair kan van de weg verdwijnen als je de auto wat slimmer maakt en dan zijn eigen gang laat gaan. Daarbij is gps een waarlijk geschenk uit de hemel, want de auto weet zelf precies hoe hard hij ergens mag rijden, en waar hij even mag stoppen of langdurig parkeren. Een simpele oplossing van veel verkeersproblematiek, een mooiere openbare ruimte, minder overlast en last but not least veel meer veiligheid. En natuurlijk veel besparing van kosten, dus wat houdt ons tegen om de auto zijn eigen emancipatie te gunnen? Niets. We zouden niets anders moeten willen.

Neem nou een snelheidsbegrenzer die ervoor zorgt dat je in een woonwijk niet harder dan 30 km/h kunt rijden. Dat scheelt toch gauw een aantal kinderen en katten per jaar. En die ervoor zorgt dat je op de snelweg niet harder dan de maximumsnelheid en niet langzamer dan de minimumsnelheid kan, en dat je een verantwoorde afstand tot andere auto’s bewaart. Overbodig te melden dat het aantal verkeersslachtoffers aanzienlijk zal afnemen. Je zou er zelfs voor kunnen zorgen dat auto’s op een kruispunt dwars door elkaar heen ritsen waardoor er minder wachttijden en files zijn. Maar ook kan je met behulp van gps regelen dat auto’s niet op stoepen en fietspaden komen, wat wel zo makkelijk is voor andere weggebruikers. Ook hoeven ze hun eigen lichten niet meer te ontsteken als dat nodig is, want dat gebeurt vanzelf. En als ik zie hoe tegenwoordig veel auto’s zelfs bij klaarlichte dag nog hun koplampen aan hebben, kan ik niets anders concluderen dan dat autorijden slecht voor je ogen moet zijn. Laat auto’s toch zelf maar hun eigen gang gaan! Misschien een eng idee in het begin, maar het blijkt heel goed te kunnen.

Natuurlijk gaan mensen klagen. Ze willen immers zélf bepalen hoe snel ze rijden en waar ze hun auto’s neerkwakken. Zeker liberalen zullen opkomen voor het recht op vrijheid van de automobilist. Het is immers hún eigen auto en ze mogen er toch mee doen wat ze zelf willen? Maar als groep hebben automobilisten dat recht ruimschoots verspeeld. Misschien moet je een overgangsregeling maken, waarbij alleen notoire verkeersovertreders het recht op een niet-automatische auto wordt ontzegd. Wat niet wegneemt dat met dit soort maatregelen de autolobby zich massaal zal verzetten. Want hoe kan ik boodschappen doen of laden en lossen zonder gebruik te maken van fiets- en voetpaden? Hoe kan ik tijdens een verhuizing mijn inventaris omhoog krijgen zonder het overige verkeer te blokkeren? Hoe kan ik mijn auto dicht bij huis kwijt als er geen parkeerplek in de buurt is? Dat kan dus allemaal gewoon niet! Bovendien is bij automatische auto’s dat ‘hoe kan ik?’ helemaal niet im frage, want de auto parkeert zichzelf honderd meter verderop.

Dat wordt lopen, sjouwen, slepen. Kleinere vrachtwagentjes. Een tas van een paar kilo zelf dragen. Verder lopen naar de brievenbus of geldautomaat. Steekwagentjes voor het meubilair. Eigenlijk heel gezond allemaal. Het is niet alleen veel rustiger en veiliger, maar doet ook meer recht aan andere weggebruikers. En er hoeft minder gehandhaafd te worden omdat de techniek verkeersovertredingen belemmert. En het is toch van de gekke dat je buiten je huis minder rechten hebt naarmate je je meer natuurlijk verplaatst? Met automatische auto’s worden veel problemen heel simpel opgelost. Zelfs rijbewijzen worden overbodig. Maar om zoiets te stimuleren heb je wel lef en visie nodig, wat niet echt sterke kanten zijn van politici. Geen wonder dat een niet nader te noemen autopartij alleen in een visieloze visie gelooft. Sommige partijen zie ik dan ook liever sneuvelen dan dat ze in het parlement terugkeren.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Altijd dezelfde!

Date 4 maart 2015

Integriteit. Daarover hadden wij, raadsleden van de drie BEL-gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren, gisteravond een bijeenkomst in de gemeenschappelijke raadzaal in Eemnes. Ik dacht eerst dat dit alleen voor VVD’ers was bedoeld, maar daarin vergiste ik me. Het was een volle bak! Ook collegeleden, gemeentesecretarissen en griffiers waren aanwezig om zich in deze materie te storten, onder leiding van Peter Schokker van BING, het Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten. Vooral in de politiek komen steeds vaker bestuurders in het nieuws die niet integer zijn, wat een bijeenkomst als deze niet overbodig maakt. Maar wat is integriteit eigenlijk? Wikipedia zegt daarover: ‘Integriteit is de persoonlijke eigenschap, karaktereigenschap, van een individu die inhoudt dat de betrokkene eerlijk en oprecht is en niet omkoopbaar. De persoon beschikt over een intrinsieke betrouwbaarheid, zegt wat hij doet, en doet wat hij zegt, heeft geen verborgen agenda en veinst geen emoties.’ Dat komt aardig overeen met wat we gisteren te horen kregen, zij het dat bij ons het accent meer lag op het gedrag dan op het karakter. Dat eerste wordt immers gezien.

Als volksvertegenwoordiger ben je extra kwetsbaar. Persoonlijk voordeel trekken van je functie is niet integer, en velen hebben het idee dat bestuurders dat maar al te graag doen en voor je het weet zit de geilende pers er bovenop. Zo klaagde ik een paar jaar geleden over het fietspad voor mijn huis en werd dat meteen de volgende morgen vroeg gerepareerd. Daar voelde ik me niet echt lekker bij, want omwonenden zouden kunnen denken dat ik met een ambtenaar bevriend was, of dat die ambtenaar mij graag van dienst was want klachten van lastige raadsleden wil je niet hebben. Zo kregen we ook gisteren lastige vragen gepresenteerd. Stel je weet dat er tegenover het huis dat je dochter wil kopen een verslaafdenkliniek komt, iets wat geheim is omdat er nog onderhandelingen lopen, wat doe je dan? Of je hebt een installatiebedrijf en wordt gevraagd snel een lekkende waterleiding in het gemeentehuis te repareren, wat doe je dan? Of je moet stemmen over een sportveld in de stad, in je wijk of tegenover je huis: wanneer wordt het persoonlijk belang en moet je even de raadzaal verlaten?

De antwoorden op sommige antwoorden zijn in de wet te vinden, maar er zijn veel grijze gebieden. Ja, zo vinden voorstanders van fusie van gemeenten dat ik niet voor de zelfstandigheid van mijn eigen gemeente mag opkomen, terwijl ik welllicht juist daarvoor in de raad ben gekozen. Zelf tracht ik zoveel mogelijk datzelfde te doen wat ik zou doen als ik niet in de raad zat. Zoveel mogelijk, want dat lukt niet altijd zodat je soms een redelijk goed bedoeld bod moet afwijzen, juist omdat de mensen er wat van zouden kunnen zeggen. Zodat je je kan afvragen of het wel altijd integer is om integer te handelen. Hoe ingewikkeld kun je iets maken wat eigenlijk een kwestie van goed fatsoen is. Enkele bezoekers vonden de bijeenkomst van gisteren dan ook overbodig en verheugden zich op een paar uurtjes stiekem slapen. Maar het worden toch levendige discussies!

Ik denk dat we deze bijeenkomst vooral aan de VVD te danken hebben. Leden van die partij scoren nog altijd het slechtst als het om integriteit gaat. Recentelijk hebben we Mark Verheijen, gedeputeerde van de provincie Limburg die sjoemelde met zijn declaraties. Terwijl eerder dit jaar Kathalijne de Kruif, raadslid en fractievoorzitter Stichtse Vecht, het ambtsgeheim schond, René Leegte in de trein praatte over temporiseren van lopend onderzoek naar de gaswinning in Groningen en Jos van Rey nogal wat belangen met die van een projectontwikkelaar verstrengelde. In vorige jaren waren er onder andere de machtsmisbruikende oud-burgemeester van Schiedam Wilma Verver, het met de kas rommelende Groningse statenlid en fractiepenningmeester Hein Hilarides, en Patricia Remak die onterecht € 100.000 wachtgeld van voormalig Kamerlidmaatschap tikte terwijl ze statenlid was in Noord-Holland. Nu kunnen de VVD-jongeren wel eisen dat frauderende partijgenoten worden geroyeerd, maar het is de vraag of dat het probleem oplost. De VVD neemt nog steeds geen afstand van het neoliberalisme en dat neoliberalisme is bij uitstek de leer van de zelfzucht en het egoïsme. Dus dat is wel een beetje vragen om problemen rond integriteit. Geen wonder dat mensen geneigd zijn om, als er weer eens iemand in opspraak is, net als commissaris Bulle Bas te roepen: ‘Altijd dezelfde!’

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Drammende peuters

Date 27 februari 2015

Reclame. Als mijn zoon of dochter in die branche zou werken zou ik hem of haar stante pede het huis uitzetten en/of onterven. Want de mate waarin reclame onze samenleving verziekt kan moeilijk onderschat worden. Gek worden we ervan, maar zo geleidelijk dat we het nauwelijks in de gaten hebben. Wat moet het leven rustig geweest zijn in die goede oude Sovjet-Unie!

Gistermorgen ging de telefoon weer. Tegen de tijd dat ik bij het apparaat was, was er alweer opgehangen. Geen nummer in de nummermelder te zien en niks ingesproken: dan weet ik al genoeg. Voor zo’n antwoordapparaat zijn ze wegens de extra kosten natuurlijk als de dood, dus ze verbreken na drie keer overgaan maar snel de verbinding. En teruggebeld worden, daar houden ze ook niet van. Al met al: ze hebben geen échte belangstelling voor je. Eigenlijk wil ik dat mijn telefoon helemaal niet meer overgaat als er een anonieme beller is. Als er iemand met een bivakmuts voor de deur staat doe je toch ook niet open? Tuig!

De brievenbus is nog wel een beetje schoon te houden met behulp van en Nee/Ja-sticker, of met een Loesje-sticker met de tekst ‘Wij hebben alles al.’ Wat de bezorgers van het plaatselijke sufferdje niet tegenhoudt om bij tijd en wijle reclame in het wekelijkse nieuws te verstoppen. Of om bij ongeadresseerd drukwerk je naam te hernoemen tot ‘de bewoner’ van je adres. Ja, die reclamejongens zullen je hoe dan ook hun boodschappen door de strot duwen en daar zijn ze heel creatief in. Geen wonder, want er gaan kapitalen in rond. Maar het zijn eigenlijk peuters van een jaar of drie die gaan drammen als ze hun zin niet krijgen.

Buiten de deur word je ook niet altijd gelukkig van reclame. Verlichte schermen met steeds nieuwe platen in de vitrine van de tram- en bushalte. Om niet te spreken van de gigantische felle schermen tegen gevels, zoals op het Rembrandplein in Amsterdam bij Escape en in de Kerkstraat in Hilversum op het gebouw van de Passage. Als je zoiets als gemeente goedkeurt ben je niet goed bij je hoofd. Oké, ik moet wel toegeven zelf overgevoelig voor licht te zijn, maar het gaat er bij mij niet in dat het gezond is allemaal, die voortdurende onrust die ongevraagd over je wordt uitgestort.

Over radio en televisie zal ik het maar niet hebben. Daar luister en kijk ik zelfs niet eens meer naar. Als ik per se iets wil zien – en meestal is dat iets van de vpro – maak ik wel gebruik van Uitzending gemist, althans voor zover ik niet verdwaal in de menu’s maar uiteindelijk toch vind wat ik zoek. Vaak komt een reclame nog eens terug in een blok: hun boodschap zal er echt ingestampt worden! Wellicht gaan ze de reclame nog eens op zijn kop uitzenden, want je kan het zo gek niet bedenken of ze weten wel een truc om aandacht te krijgen.

En dan zijn er natuurlijk ook nog het mobieltje en de computer waar je om de haverklap reclame moet wegvegen of -klikken. Nou ja, in het ondoorgrondelijke Facebook heet dat geen reclame, maar een ‘voorgesteld bericht’. Ja, je kan de voor de reclamejongens handige cookies blokkeren, maar steeds meer websites zijn zo onbeschoft dat ze toegang weigeren als je ze niet in je eigen apparaat wil hebben. En dan te bedenken dat dit allemaal onnodig was als we gewoon wat betaalden voor de diensten waar we gebruik van maken, zoals bij kranten- en tijdschriftensite Blendle en het reclamevrije De Correspondent.

En dan heb ik nog niet eens gehad over de inhoud van al die reclames! De verleidelijke net niet-leugens met hun misbruik van de psychologie. ‘Tot 60% korting!’ ‘Voor u persoonlijk!’ ‘Nieuwe formule!’ Therapeuten zouden, ondanks het feit dat de reclame hun cliëntenbestand zeker niet zal verkleinen, moeten staken! En psychologische wetenschappers zouden de resultaten van hun onderzoek niet moeten laten misbruiken maar geheim moeten houden, ver buiten de klauwen van de reclamejongens, heu… -peuters, misselijk drammende peuters die eigenlijk heropgevoed zouden moeten worden. Idee voor Nyenrode?

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Licht

Date 24 februari 2015

Wellicht is licht een van de meest mysterieuze verschijnselen die er zijn. Zo zeggen ze dat niets sneller dan licht kan gaan. Maar dat verstrengelde deeltjes wel sneller dan het licht met elkaar kunnen communiceren. Ze zeggen ook dat licht altijd met dezelfde snelheid op je afkomt. Alsof je op de fiets altijd evenveel wind mee of tegen hebt, hoe hard je ook rijdt. Niet te bevatten allemaal, maar natuurkundig onderzoek toont wel aan dat het waar is. Deze al dan niet schijnbare tegenstelling tussen logica en onderzoeksresultaten zet de wereld op zijn kop. Geloven we enerzijds in determinisme waarin alles een keten van oorzaken en gevolgen is, anderzijds krijgt het toeval een plek in de kwantummechanica waar een onzekerheidsrelatie is tussen onder andere de plaats en de snelheid van een deeltje. En om het nog vreemder te maken: uit het zogenaamde tweespletenexperiment blijkt dat de waarneming het waargenomene beïnvloedt. Gekker moet het toch niet worden!

Nu spelen al deze mysterieuze verschijnselen zich af in de wereld van elementaire deeltjes, en is het te kort door de bocht om ze dan maar meteen op onze grote alledaagse werkelijkheid toe te passen. Het is niet te bewijzen dat dingen er niet zijn als je ze niet ziet, maar het zou natuurlijk te gek zijn als dit – net als in Second Life – inderdaad zo was. Gewoon omdat ik het leuk vind als ze ontdekken dat de werkelijkheid heel anders in elkaar zit dan ze tot nog toe dachten. Ik verheug me nu al op het nieuws dat de theorie over de big bang in elkaar stort! Van die oerknal snap ik trouwens weinig: de sneeuw op een ouderwets televisiescherm zou ook daardoor veroorzaakt worden, maar tot nog toe heeft niemand me in de sterrenhemel kunnen aanwijzen waar die plaatsvond, waar het centrum is van de voortdurende uitdijing van het heelal, die bovendien nog sneller dan het licht kan zijn, maar dat laatste zou dan komen omdat de ruimte zelf uitdijt. Zodat het centrum van die oerknal eigenlijk overal is.

‘Gaat het licht 300.000 kilometer per seconde of per uur?’ vroeg mijn natuurkundeleraar me eens vertwijfeld. Achteraf beschouwd vind ik dat een mooie vraag omdat hij zich kennelijk verwonderde over het bijna ongelooflijke van zo’n enorme snelheid. Licht is heel belangrijk in de natuurkunde, en speelt een speciale rol in de speciale relativiteitstheorie. Hoe Einstein dat berekend heeft gaat me boven mijn pet, maar het komt erop neer dat voor jou de tijd en je lengte krimpen terwijl je massa groter wordt naarmate je sneller reist. Waarover natuurlijk veel speculatieve grapjes in omloop zijn: van hardlopen word je alleen maar zwaarder en kom je te laat voor het eten, zij het wel als een slanke den. Want volgens je eigen horloge ben je maar een kwartiertje weggeweest, maar thuis blijkt het een paar uur later te zijn. Hond in de pot.

Maar stel nu eens dat ik zelf een lichtdeeltje ben, een foton? Dat stelt Roeland de Looff zich voor in zijn boek Jij bestaat niet. ‘De tijd komt zelfs helemaal tot stilstand als de lichtsnelheid zou kunnen worden bereikt,’ schrijft hij. ‘Een persoon kan nooit de lichtsnelheid bereiken (wel bijna de lichtsnelheid, maar niet de lichtsnelheid zelf), want dan wordt de massa van die persoon oneindig groot, maar licht heeft uiteraard wel de lichtsnelheid. Voor licht staat de tijd dan ook stil. Als de tijd langzamer verloopt dan is het voor de persoon voor wie de tijd langzamer verloopt net alsof de afstanden korter worden.’ Met andere woorden: voor het lichtdeeltje gebeurt niet alleen alles tegelijkertijd, maar ook is het overal omdat er geen afstand meer bestaat. Het hier en nu is dan het altijd en overal. Wat moet het dan heerlijk zijn om een lichtdeeltje te zijn!

Niet alleen in de natuurkunde, maar ook in de wereld van spiritualiteit speelt licht een centrale rol. Denk alleen maar aan iets als ‘verlichting’. Aan het zoeken naar het innerlijke licht. Aan Jezus die gezegd zou hebben: ‘Ik ben het licht der wereld’ en aan een psychedelische roep om meer licht. Sommigen werken aan hun lichtlichaam, terwijl licht ook vaak wordt geassocieerd met bewustzijn. Ja, zolang ik het licht kan zien ben ik op de goede weg naar mijn tijd- en ruimteloze wezen!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Metafysisch materialisme

Date 18 februari 2015

Als alles één is en materie bestaat is alles materie. Dan is geest te reduceren tot stof, psychologie tot biologie, bewustzijn tot hersenactiviteit. Daar lijkt geen speld tussen te krijgen. Er zijn dan ook non-dualisten die, afgeknapt op zweverigheid in spirituele kringen, graag de nuchtere weg kiezen van de concrete, tastbare en meetbare werkelijkheid. Spirituele ervaringen zijn dan illusies die kunstmatig in de hersenen met stroomstootjes of drugs zijn op te wekken. Sterker nog: dat dit mogelijk is bewijst dat ze gelijk hebben. Jammer alleen dat er dan na je dood niets meer overblijft van al dat moois.

Als alles één is en geest bestaat is alles geest. Dan is stof te reduceren tot geest, biologie tot psychologie, bewustzijn tot geest. Ook daar lijkt geen speld tussen te krijgen. Er zijn dan óók non-dualisten die, afgeknapt op onze materialistische maatschappij, bij voorkeur het pad van geest en inspiratie, van ideeën en metafysica bewandelen. Ervaringen in de materiële wereld zijn dan illusies die opgewekt zijn door een dromende geest die zich identificeert met de wereld van de stof. En dit pad biedt nog enig perspectief dat er na je sterven nog iets van je overblijft.

Materialisme tegenover spiritualiteit, Dick Swaab versus Pim van Lommel. En de psychologie met voeten in zowel de klei van de biologie als in de subjectieve wereld van ervaringen en gevoelens. Hoe te kiezen tussen deze twee vormen van non-dualisme? Door niet te kiezen, zoals het een spiritueel iemand betaamt. Omdat ze beiden gelijk hebben. En ze hebben beiden gelijk omdat materie hetzelfde is als geest. Er is geen sprake van het reduceren van het ene tot het andere omdat ze beide hetzelfde zijn. ‘Dit alles is dus een soort metafisies materialisme,’ schreef ik in 1967 in een toen gebruikelijke spelling. ‘Metafisies omdat de Liefde of God altijd metafisika blijft, en materialisme omdat er maar één beginsel is: de materie, of de geest.’

Een halve eeuw geleden was ik al non-dualist, had ik het ‘Alles is één’ al zelf bedacht. Inclusief de verhalen over ego en vrijheid en zo, zij het in andere woorden. Maar wat ik pas later geleerd heb is dat ik lichaam noch geest ben omdat ik er als een ‘watcher on the hill’ naar kan kijken, met een leeg bewustzijn waarin van alles aan me voorbijtrekt. Terwijl daarmee een nieuwe tweeheid ontstaat – tussen de ziener en het geziene – want op de achtergrond kijkt mijn eigen ikje rustig toe, met een ego op een laag pitje. Totdat ik mezelf erop betrap met het bestaan mee te dansen. Dan ben ik er even niet. Het is wel zo rustig om niet meer zo nodig jezelf te hoeven zijn en zo.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De mens als matroesjka

Date 6 februari 2015

Zowel in De Kaarsvlam als Koorddanser schreef ik over de mens als matroesjka. Je weet wel: van die Russische houten poppetjes die allemaal in elkaar zitten. Ik vind dat een mooi beeld van hoe de mens in elkaar zit. In de spirituele wereld wordt vaak gezegd dat een mens meerdere lichamen heeft: naast het fysieke lichaam is er bijvoorbeeld een etherisch lichaam, een astraal lichaam, een mentaal lichaam en ga zo maar door. Op plaatjes worden deze voor het gewone oog onzichtbare fijnstoffelijke lichamen vaak weergegeven als kleurige omhulsels van het fysieke lichaam, bij voorkeur van rood naar violet. En hoe groter het omhulsel, hoe fijnstoffelijker het is. Dit geheel van wat ook wel voertuigen worden genoemd wordt bij elkaar gehouden door de chakra’s.

In deze matroesjka is het meest verharde poppetje het materiële lichaam dat helemaal binnenin zit, en de poppetjes eromheen zijn niet alleen steeds groter, maar ook steeds ijler en spiritueler. Die worden ook wel hogere lichamen of aura’s genoemd, en sommige mensen zeggen die ook te kunnen zien, terwijl deze ook met Kirlianfotografie zichtbaar gemaakt zouden zijn. Omdat je in de spirituele wereld geacht wordt je met het hogere bezig te houden, moet je dus verder gaan kijken dan je fysieke neus lang is en je bewustzijn niet moeten beperken tot je materiële aanwezigheid. Je bent veel méér dan je lichaam. Bewustzijnsverruiming betekent dat je je niet alleen met het fysieke lichaam identificeert, maar ook met fijnstoffelijker lichamen.

Naarmate je vordert op het pad word je letterlijk steeds groter. De grens van jezelf is niet meer je huid maar ligt veel verder. Zo lag ik in de jaren tachtig ooit heel ontspannen in bed en was ik opeens een bol geworden met een diameter van zo’n twee meter. Heerlijk was dat. En zo ontzettend gemakkelijk dat ik er rustig weer uit kon springen om het later nog eens te ervaren. Nooit meer gelukt na die tijd. Te gemakkelijk kennelijk. Ontspannen is moeilijker dan je denkt. Ja, eigenlijk is dat iets dat je helemaal niet kan omdat elke poging ertoe spanning veroorzaakt. Het is dan immers het ik of ego dat zich wil ontspannen, terwijl dat zelf juist uit spanning bestaat. Oppervlaktespanning noemde ik dat vaak, gehecht als het is aan onderscheid tussen jezelf en de rest van de wereld.

Verwarrend is dat spiritualiteit vaak geassocieerd wordt met een weg naar binnen, terwijl het eigenlijk een weg naar buiten is. In de alternatieve wereld gaat het vaak om aarden, je kern zoeken, je wezen ontdekken, diep in jezelf duiken. Maar zoek je dan niet juist in de verkeerde richting? Ligt het niet meer voor de hand om dat allemaal los te laten? Dat hoeft niet te betekenen dat je niets meer met het lagere grofstoffelijke te maken wil hebben. Integendeel: het is juist een uitbreiding van je bewustzijn waarbij je steeds ruimer en ijler wordt. Net zolang tot je zo fijnstoffelijk bent geworden dat je eigenlijk alleen maar uit leegte bestaat en als een Niets bent opgegaan in het Al. Maar dan wel bewust. En hoewel ik niet kan garanderen deze toestand nog in dit leven te bereiken, wil dat niet zeggen dat ik twijfel aan dit pad van niet-zelfrealisatie.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Tijdreizen

Date 30 januari 2015

In het decembernummer van Koorddanser stond een mooi artikel van Roeland de Looff onder de titel Samen in een treintje met één snelheid – Non-dualiteit en astrologie zijn goed te verenigen. Dat treintje met één snelheid is de tijd, de vierde dimensie waarin we ons niet vrij kunnen verplaatsen zoals in onze driedimensionale wereld. Alles gebeurt in één richting: van verleden naar toekomst, van geboren worden naar sterven, van oorzaak naar gevolg. En we kunnen niet even heen en weer springen in de tijd, zoals met de teletijdmachine van professor Barabas. ‘Als we reizen in de vierde dimensie zijn we gebonden aan één tempo en één traject. Het is een beetje alsof je in een treintje zit dat met een constante snelheid door de vierde dimensie gaat.’ Je kan alleen de rails volgen, en alle stations blijven steeds in dezelfde volgorde opdoemen.

Misschien hebben treinen en tijd wel veel met elkaar te maken. Waarom heb ik mezelf een paar maanden geleden met een horloge van Mondaine verwend? Omdat er een wijzerplaat van een stationsklok op zit – het archetype van alle klokken. Treinen worden geacht stipt op tijd te rijden en begin jaren zestig leerde ik al op de lagere school hoe je een spoorboekje moet lezen. Treinen die niet op tijd rijden zijn ons een gruwel. Voor sommige mensen zijn treinen het symbool van een voorgeprogrammeerd en voorspelbaar veilig leven, waarin alles ‘op zijn tijd’ gebeurt. Voor anderen is spelen met treintjes wellicht hetzelfde als spelen met de tijd, met vertrektijden en wissels die op tijd verzet moeten worden. Wat was dat leuk! Ik had een elektrische trein van Märklin in mijn jeugd. Met vier wissels, twee kruiswissels, een kruispunt en spoorbomen die altijd te laat dichtgingen.

Ook als tweejarig jongetje speelde ik al met een treintje. Althans als ik mijn vader mag geloven, die in 1949 en 1950 in het Algemeen Handelsblad een vervolgverhaal voor kinderen schreef. In Het treintje van 14.30 valt Robje tijdens het spelen met zijn treintje in slaap, en droomt van een treinreis naar Luilekkerland, waar uiteindelijk de smaak van al het lekkers af gaat. ‘De andere mensen uit je trein hebben het nog niet gemerkt. En ze weten nog niet dat ze dromen. Maar jullie wèl, en daarom mogen jullie wakker worden.’ Een prachtige spirituele boodschap waarmee mijn vader het verhaal afsloot. Verliest de tijd op gegeven moment ook zijn smaak, iets dat ook wel verveling wordt genoemd?

Vanuit de vierde dimensie gezien vindt alles tegelijk plaats. ‘Het leven valt dan eerder te beschouwen als een film die er al is, die we echter beeldje voor beeldje beleven,’ schrijft Roeland de Looff. Op zijn website Jij bent Eenheid laat hij een video zien uit de BBC-serie The Fabric of Time, waarin duidelijk wordt dat verleden, heden en toekomst allemaal even reëel zijn. Omdat de toekomst allang bestaat is er geen vrije wil, terwijl we tegelijk niet zonder die illusie kunnen, niet zonder de beleving van tijd kunnen overleven. Er zijn geen vrije keuzes: ‘Immers zoals de non-dualiteit leert: fouten maken is onmogelijk want alles is de perfecte uitdrukking van hoe het moet zijn. Dat te weten en te ervaren is wellicht de meest fundamentele oplossing voor wat voor probleem dan ook.’

Zo gezien is tijdreizen niets anders dan weten en ervaren dat alles wat was, is en zal zijn altijd en overal aanwezig is. Misschien moeilijk voor te stellen, maar wel aan te voelen, te beleven. ‘Pas als je de eenheid in je eigen leven hebt doorzien en ervaren,’ schrijft Roeland de Looff, ‘kun je klaar zijn voor het compleet doorvoelen van de fundamentele werkelijkheid. Dat is een proces van jaren. In mijn eigen leven kwam eerst de astrologie en pas veel later de non-dualiteit.’ Ja, ook bij mij is het met astrologie begonnen. Ik bedoel: dat gebeurde natuurlijk allemaal tegelijkertijd.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites