Leven na de dood

Date 29 augustus 2015

Vrijwel alle religies vertellen dat er een leven na de dood is. Waarmee ze bedoelen dat jouw bestaan niet eindigt met het sterven, maar dat daarna nog veel te beleven valt. In een hemel, vagevuur of hel, in een geestenwereld, al dan niet gevuld met engelen, je gestorven familieleden en vrienden, dan wel andere entiteiten die je het leven, of beter: je dood, zoet of zuur maken. Het dreigen met hel en verdoemenis, dan wel de belofte van eeuwige gelukzaligheid, gaven priesters dan ook een uitstekend machtsmiddel om, althans hier op aarde, talrijke generaties onder de duim te houden. Hierin bracht de Verlichting verlichting, en haar rationaliteit lijkt heden ten dage een hoogte-, of beter een dieptepunt te bereiken dat zich uit in een YOLO – you only live once – dat zelfs in sommige spirituele kringen opgeld doet. Bewustzijn is niets anders dan hersenactiviteit en BDE’s zijn verdacht omdat het om bijna doodervaringen gaat.

Van Lommel versus Swaab. Beiden baseren zich op onderzoek en betrekken hun eigen stellingen. Toch heeft de auteur van Eindeloos bewustzijn voor mij het voordeel van de twijfel omdat er bij hem slechts één axioma – het bestaan van een on- of fijnstoffelijke ziel – nodig is om BDE’s te verklaren, terwijl die van Wij zijn ons brein voor de verklaring ervan allemaal kunst- en vliegwerk uit de kast moet halen. En het is onder wetenschappers een goed gebruik om de meest eenvoudige verklaring voor verschijnselen voorrang te geven. En hoeveel onderzoek naar BDE’s ook mag rammelen, zolang er nog maar één studie aantoont dat het bestaat, zelfs als is het maar één enkel geval, hebben de materialisten nog iets uit te leggen.

Als je stelt dat de ervaring tijdens een hersendood een hallucinatie is, dan kan ook deze materialistische opvatting zélf een constructie van de hersenen zijn. Waarmee ik niet zeg dat Swaab het bij het verkeerde eind heeft, maar hooguit dat ik zijn ideeën onwaarschijnlijk vind. Maar wie weet breidt, terwijl de laatste hersenneuronen in hun doodsstrijd opflakkeren, de beleving van tijd zich uit tot het oneindige, net zoals dromen veel langer kunnen duren dan de rem-slaap. Dan heeft iedereen zijn zin, hoewel het nog niet de ‘bijverschijnselen’ van een BDE verklaart, zoals waarnemingen die, materialistisch beschouwd, onmogelijk zijn. Wat mij tegen de borst stuit is dat gevoel en verstand gedegradeerd worden tot fysieke verschijnselen. Kortom: echt weten doen we het nog niet. En zolang dat het geval is vertrouw ik meer op mijn intuïtie dat er méér is tussen hemel en aarde, en op oeroude wijsheden zoals die uit het Tibetaans Dodenboek.

De Kaarsvlam, september/oktober 2015

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De verwondering

Date 24 augustus 2015

Verwonderd keek ik naar de dunne draadjes toen de monteur het kastje in de muur had geopend. Kon me niet voorstellen dat het hele internet daardoor mijn huis binnenkwam. Dan stroomt er zo’n megabyte per seconde doorheen, acht miljoen enen en nullen. Vind ik best veel. En omdat hier nog geen glasvezel is heb ik niet eens het snelste internet. Nog verwonderlijker wordt het als ik met het programma Speedtest zie hoeveel data er draadloos via 4G mijn telefoontje binnenkomen, want daar gaat het enkele tientallen malen sneller. Hoe zo’n mast dat verwerkt kan ik me niet voorstellen, zeker omdat ik bepaald niet de enige ben die er op een bepaald moment gebruik van maakt. En dan heb ik het niet eens over de snelheid waarmee de hele infrastructuur van het internet werkt. Je hebt bij een zoekopdracht nauwelijks de entertoets ingedrukt of het antwoord staat al op je scherm, geplukt van servers die bepaald niet naast je deur staan en die, met onmogelijk slimme en snelle algoritmes, uit hun bestanden verzamelen wat je weten.

Telefoontjes zijn intussen veel krachtiger en hebben meer in huis dan onze logge desktops en notebooks. Ik denk dat die laatste dan ook in de loop der jaren van het toneel zullen verdwijnen. Dat we onze beeldschermen, toetsenborden en randapparatuur zoals printers op onze mobieltjes zullen aansluiten. Bekabelde verbindingen zullen verdwijnen en alle informatie zal in de grote zee van lucht tot ons komen. De hemel overkoepelt ons als één groot astraal veld waarin in principe alle informatie te vinden is. Ik heb schokkende boeken en verhalen over elektrosmog gelezen, maar kan niet uit eigen ervaring zeggen dat ik er last van heb, wat niet uitsluit dat anderen er wel last van hebben. Maar erger dan die elektrosmog vind ik de infosmog, want ik voel me bij tijd en wijle meer een informatieverwerkende machine dan dat ik aan het essentiële werk toekom. Soms droom ik van een lege inbox, dat niemand me op een dag een mailtje stuurt. Dagen waarop er niet zoiets is dat ‘nieuws’ genoemd wordt. Dagen waarop er geen updates zijn waarin ik formeel akkoord moet gaan met in 53 pagina’s vermelde gewijzigde voorwaarden.

Juist omdat er teveel informatie is belanden we in een kafkaëske wereld waarin niemand meer weet wat waarover gaat, en kunnen we niet anders dan blind klikken en klikken omdat we anders niet meer toekomen aan dat waarvoor we de computer hadden opgestart. In de mail stond een linkje naar Facebook en daarin stond een bericht waarop we reageerden, en daarbij verwezen we naar een website waarop ook reclame stond voor iets dat we leuk vinden en dat we gingen bestellen, waarvoor we eerst een gebruikersaccount moesten aanmaken. Kortom: als je niet enige zelfdiscipline hebt kom je in Hengelo terecht terwijl je naar Zandvoort wilde gaan. Bij de minder sterken onder ons versnippert het internet het denken. Ik vind dit, samen met onze afhankelijkheid ervan, een veel groter gevaar dan elektrosmog!

Maar het internet heeft niet alleen een donkere kant. Want het luidt tegelijk een nieuw tijdperk in, met nog meer sociale en culturele gevolgen dan de uitvinding van de boekdrukkunst. Dank zij het internet raakt de hele wereld in rep en roer, wordt de crisis totaal. Het is nu wakker worden of ten onder gaan, want alles komt in het licht dank zij mensen als Chelsea Manning, Julian Assange en Edward Snowden. Kunnen wij dit licht verdragen? Het kan niet anders dan dat vandaag of morgen de hel losbarst, dat niet alleen heel Europa maar heel de wereld op haar fundamenten gaat trillen. Ja, ik ga bijna geloven in een Eind der Tijden, een Laatste Oordeel waarin het kaf van het koren wordt gescheiden, een Armageddon, een Grote Opruiming waardoor mensen eindelijk weer eens een beetje normaal worden. Dank zij het internet, waardoor alles in een enorme versnelling is geraakt. Er moet eens een revolutie komen, dat kan niet anders. Echter niet zij die in opstand komen zijn daar debet aan, maar de neoliberalen die de wereld met materialisme en commercie, hun aanbidding van het Gouden Kalf dat nu ‘euro’ en ‘dollar’ heet, steeds meer kapotmaken.

En God blijft zien dat het goed is. Zelfs als de mens als grootste roofdier op aarde een mislukking blijkt. Omdat hij zich niet meer kan verwonderen, geen oog meer heeft voor het wonder. Of dat nu het internet betreft of hoe de pootjes van een insect in elkaar zitten: de mens of een mensheid die zich niet meer kan verwonderen is ten dode opgeschreven.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Mindfulness

Date 18 augustus 2015

Tweede Kerstdag 1979. Onder de warme zon lopen we een rondje rond de ashram, en we moeten onze partner steeds vertellen waarvan we ons bewust zijn. ‘Hij is zich bewust van de bomen, hij is zich bewust van de koekoek, hij is zich bewust van de bedelaar…’ ratel ik in de derde persoon enkelvoud want we mogen het woordje ‘ik’ niet gebruiken. We doen de Awareness Walk in Poona. En die lijkt veel op wat in dat zelfde jaar door microbioloog Jon Kabat-Zinn in Massachusetts werd bedacht: het Mindfulness Based Stress Reduction-programma (MBSR). Geïnspireerd door het boeddhisme en het werk van de Vietnamese monnik Thich Nhat Hanh, had hij het vermoeden dat aandachtsgerichte meditatie – ook bekend als vipassana – zou kunnen helpen tegen pijn, verdriet, zorgen. En dat was ook zo: wat later de wereld zou veroveren onder de naam mindfulness bleek positieve effecten te hebben op onder andere chronische pijn, hartklachten, maagdarmproblemen, angststoornissen, depressies en slaapproblemen.

Aandacht en acceptatie. In deze twee woorden is de kern van mindfulness samengevat. ‘In de eerste plaats is het een training om meer in het hier en nu te zijn,’ schrijft Janneke Gieles in Psychologie Magazine van januari 2005. ‘In het dagelijks leven zijn we met onze gedachten vaak in het verleden of de toekomst. Veel dingen doen we automatisch: tandenpoetsen, traplopen, in de bus zitten, douchen. (…) Mindfulness leert om er echt te zijn tijdens het fietsen, eten en ramenlappen. (…) U houdt bijvoorbeeld minder ruimte over voor piekeren. Stressvolle gedachten malen vaak maar door, zonder dat dat tot een oplossing leidt. Door u te concentreren op alles wat er gebeurt in het nu, onderbreekt u die gedachtenstroom en geeft u uw hersenen wat anders te doen. (…) Wie aandachtig leeft heeft meer oog voor het kleine geluk.’ In de tweede plaats ‘gaat het er ook om alle gewaarwordingen te accepteren zoals ze zijn, zonder ze te willen veranderen. (…) De kunst van mindfulness is om niet voortdurend te vechten tegen wat u niet wilt, maar het strijdtoneel te verlaten en er van een afstandje naar te kijken. (…) Voor veel mensen blijkt dit een van de meest bevrijdende inzichten te zijn van mindfulness: dat onze gedachten niet “de werkelijkheid” zijn, en dat we ons er niet mee hoeven te identificeren. Het zijn maar gedachten.’

Dat hebben we natuurlijk ook al allemaal bij Osho geleerd. Alleen is alles nu ontdaan van het religieuze kader. Daarover schreef Sanne Bloemink in De Groene Amsterdammer van 5 augustus. ‘Mindfulness wordt gebruikt om beter om te gaan met stress, maar vooral om ook uiteindelijk binnen het hypercompetitieve kapitalistische systeem beter te presteren,’ schrijft ze. De wetenschappelijk aangetoonde successen maakten mindfulness ‘volstrekt rationeel. En daarmee acceptabel. (…) Hier komt geen religie aan te pas. Dit is volledig seculier!’ Verderop in het artikel spreekt ze van ‘een religie voor ongelovigen’. ‘Maar zullen al die mediterende westerlingen uiteindelijk het “slimme denken” achter zich laten en vervangen door “bewuste, affectie aandacht”? Zullen ze de handen ineen slaan en de klimaatproblemen van de aarde oplossen zonder te vervallen in onderlinge concurrentie en zelfzuchtig ellebogenwerk?’ De schrijfster betwijfelt dat, maar heeft wel een punt. Het bedrijfsleven kan misbruik van mindfulness maken door het als een ‘geneesmiddel’ te gebruiken voor ziektes die het zelf veroorzaakt, zoals stress en burn-out, en dan is het dweilen met de kraan open.

Hoewel velen het erover eens zijn dat bewustzijn, de eerste pijler van mindfulness, bepaald geen kwaad kan – volgens mij is dat zelfs de beste panacee die er bestaat – kan ik mij voorstellen dat velen het moeilijk hebben me de tweede pijler: acceptatie, het niet willen veranderen van wat er is. Dat roept associaties op met passiviteit en lijdzaam toezien, waardoor het onverenigbaar lijkt met bijvoorbeeld politieke actie. Niets is minder waar, want het ‘goede handelen’ kan alleen maar ontstaan uit bewustzijn en een zekere kalmte en objectiviteit die alleen maar door acceptatie te beleven is. Het is niet zo dat klakkeloos accepteren tot passiviteit leidt, want ook actie wordt geaccepteerd – immers alles hoort erbij. Wat je wilt doen en wat je doet is nu – met minder vertroebelende gedachten en emoties – van zijn scherpe randjes ontdaan, zodat je eerder in een flow komt en ook met jezelf dingen laat gebeuren die uiteindelijk meestal niet verkeerd blijken te zijn. ‘Flow with the river’ is iets heel anders dan lui en lethargisch alles maar over je heen laten komen. Verantwoordelijkheid betekent antwoord geven, en het beste antwoord ligt in jezelf verscholen en kun je alleen maar ontdekken door jezelf te accepteren zoals je bent.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De synestheten

Date 7 augustus 2015

Al jong was ik ervan overtuigd dat waarneming niet hetzelfde is als iets voor waar nemen, daarvoor belazerden onze zintuigen ons teveel. Alleen al het gegeven dat het ons moeite kost om een paar minuten naar hetzelfde punt te kijken, vond ik al verdacht. Maar als je echt de werkelijkheid wil zien moet je dat volhouden, vond ik. Daar lag ik dan op bed in mijn kamertje in het ouderlijk huis, met onbeweeglijke ogen naar het plafond kijkend, gestimuleerd door de psychedelische muziek van Their Satanic Majesties Request van de Rolling Stones die vonden dat ze ook flower powermuziek konden maken en daar nog in slaagden ook. Misschien brandde ik er wierook bij. Het werd een uitputtingsslag: ik was zo hard bezig me te ontspannen dat mijn hartslag 120 werd en ik na afloop veel melk moest drinken. En wat had ik gezien? De wereld loste op in vreemde verstilde maanlandschappen waarin dimensies verdwenen. De les die ik leerde: als ik echt geconcentreerd naar iets keek bleef er niet veel van over. En ook iets van: wil de échte werkelijkheid opstaan? En last but not least: het enige dat overblijft is jezelf als waarnemer. Hoewel er een simpele biologische verklaring voor te vinden is – staafjes, kegeltjes en neuronen geven er de brui aan als je ze ononderbroken blijft prikkelen – is het een prachtige en simpele oefening om het relatieve van waarneming te ondergaan. ‘Staring at the light I disappear,’ zong Group 1850 een paar jaar later en er zijn diverse meditaties waarbij je in kaarslicht moet kijken.

Hoe we belazerd worden door onze eigen zintuigen werd een half jaar geleden weer duidelijk toen The Dress ‘viraal ging’ om het in goed Nederlands te zeggen. Die jurk die zwart en blauw is, maar door de helft van de mensen als wit en goud werd gezien. En hoe ik ook mij best doe: voor mij blijft hij wit en goud. De verklaring van dit verschijnsel is dat onze hersens voortdurend aan het fotoshoppen zijn en de ene helft van de mensen een andere grafische kaart onder zijn schedeldak herbergt dan de andere helft. Het is een extreme vorm van gezichtsbedrog, maar in Margriet stond op 16 juli een artikel waarin het een en ander nog gekker werd. Onder de titel ‘Als je blauw hoort en een driehoek proeft’ werd ingegaan op synesthesie, het verschijnsel waarbij zintuiglijke ervaringen door elkaar gaan lopen. Cijfers geven sensaties van kleuren, woorden krijgen een smaak, beelden worden gehoord, waardoor het leven van sommigen nogal moeilijk gemaakt kan worden. ‘Ik had jarenlang een buurvrouw met een achternaam die naar oorsmeer smaakte’ en ‘Het dragen van een lange broek bezorgt (…) een sterke chocoladesmaak in de mond’ en ‘Bij het aanschouwen van Picasso’s schilderij Inferno wordt ze bijkans doof van de scheurende elektrische gitaren.’ En dat is allemaal geen aanstellerij of fantasie, want die sensaties zijn zelfs in de hersenschors te meten.

Volgens kinderpsychologe Daphne Mauree, zo lees ik verder, is volledige synesthesie de normale toestand bij pasgeboren kinderen. Leren we pas later horen, zien, smaak, reuk en tast te onderscheiden. Dat zou volgens mij kunnen verklaren waarom we ons zo weinig van ons eerste levensjaar herinneren, alsof dat meer een gevoel of sfeer is zoals ik me zelf de warme vredige zomer van 1947 herinner toen ik een half jaar oud was en nog in mijn bedje lag. Misschien had ik als baby de korenvelden al gezien. Of gehoord, geproefd, geroken en gevoeld. In het artikel wordt Peter Grossenbacher geciteerd, hoofd van het Bewustzijnslaboratorium van de Naropa Universiteit in Colorado. ‘Ik acht het waarschijnlijk dat hun breinchemie anders werkt. Informatie gaat van de zintuigen via gespecialiseerde hersenhelften naar zogenoemde multisensorische hersencentra. Die multisensorische centra husselen alle informatie door elkaar en maken er chocola van. De terugkoppeling naar de afzonderlijke gespecialiseerde centra voor kleur, geluid, tastzin, smaak, melodie, wordt geremd door de aan- of afwezigheid van allerlei boodschappersstoffen. Synestheten missen die remming deels of volledig, met meervoudige waarnemingen als gevolg. De meeste synesthetische ervaringen zijn ook bij niet-synestheten op te roepen met hallucinatie opwekkende stoffen, zoals lsd.’ Verderop in het artikel meent de Britse neuropsycholoog Jamie Ward dat het zien van aura’s ontstaat door zogenaamde ‘emotie-kleur synesthesie’.

Maar wie zijn de synestheten? Het komt opvallend veel onder kunstenaars voor. ‘Creativiteit is niets anders dan het waarnemen van niet voor de hand liggende verbanden,’ zegt psycholoog Vilayanur Ramachandran, terwijl hij leuk illustreert hoe het verschijnsel eigenlijk niemand echt vreemd is: ‘Als ik “Boeba” zeg, denk je dan aan een rond, mollig object of aan iets puntigs? En “Kiki”, is dat rond of puntig? Juist.’ Synesthesie komt relatief vaak onder artiesten voor, maar ook vrouwen hebben er meer profijt en/of last van. Wetenschappers van Rockefeller en Cambridge zijn een clustertje genen op het spoor, dat alleen aan het X-chromosoom zit, waarvan vrouwen er twee hebben en mannen maar een. Dat is goed te rijmen met het feit dat manlijke kunstenaars en creativelingen niet als de grootste macho’s bekendstaan. Ontstaat dan alle kunst uit synesthesie? Misschien wel. Want hoe vervelend de ervaring ervan voor sommigen ook mag zijn, het kan er wel een van heelheid zijn, een wegvallen van alledaagse grenzen, een herinnering aan de tijd waarin alles nog één was en logica nog geboren moest worden. Voor het verstand is het onzin om te spreken van een schreeuwende zon boven de woestijn, van een vlammend betoog dat iemand houdt, of te zeggen dat je vierkant tegen iets bent. Maar deze onzin geeft wel iets van een diepere werkelijkheid weer waarin alles uiteindelijk uit dezelfde energie is samengesteld.

Synesthesie, hoe dan ook tot stand gekomen, laat zien hoe relatief onze zintuiglijke ervaringen zijn. En wellicht past de échte werkelijkheid niet in de hokjes van onze keurig gescheiden zintuigen. Zolang de bomen zwijgen en muziek ons niet doet dansen leven we in een kleurloze wereld.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Zonder internet

Date 30 juli 2015

Vandaag weet ik opeens weer wat verveling is. Ik hang maar wat rond een vraag me af hoe ik mijn eerste vijftig levensjaren doorbracht zonder internet. Het is opeens zo stil in huis. Hoe bracht ik vroeger de jaren door? Kennelijk heb ik me toen moeten behelpen met real life contacten, bij mensen op bezoek gaan, winkelen, wandelen, in bussen, trams en treinen zitten, lang telefoneren, brieven schrijven. In mijn flat met alleen maar een telefoon, mijn schrijfmachine, enveloppen en postzegels. Wat omslachtig was het leven vroeger! Dat zal wel even wennen zijn als het internet wereldwijd uitvalt in een cyberwar! Maar zover is het nog niet en vandaag of morgen zal mijn internet het wel weer gaan doen. Maar het scheelt niet veel of ik ga voor mijn modem zitten wachten tot het DSL-lampje weer oplicht.

Het begon gisterochtend. Om de vijf à tien minuten werd de verbinding verbroken en begon het modem zich als een stoplicht te gedragen. KPN gebeld. Voortdurend in gesprek. Totdat ik hen met mijn mobieltje belde, want toen had ik ze meteen aan de lijn. Waarmee bleek dat ook mijn vaste telefoon niet meer werkte. Kon bellen noch gebeld worden. Soms even wel verbinding zodat ik snel wat mailtjes kon binnenhalen. Tijdens het gesprek met KPN hebben ze de lijn doorgemeten en geconstateerd dat er iets niet klopte. Zodat vanmorgen vroeg een monteur voor mijn deur stond. Die maakte de wandcontactdoos open en ging zelf ook meten. Hij kreeg contact met een verdeelkasten 240 meter verderop. Waarna hij een apparaatje op de leiding aansloot dat signalen daarnaartoe stuurde om vervolgens ter plekke te gaan kijken. Belde me later op en vertelde niet alleen dat daar een contact geoxideerd was, maar ook dat hij vandaar ook geen contact met de centrale kreeg. Er bleek een kaartje in de centrale kapot te zijn en dat gaat nu vandaag of morgen vervangen worden. En ik was dus niet de enige bij wie internet en telefonie was gestoord.

Ik wacht af. Maar intussen verveel ik me. Voel ik me onthand, als een schrijver zonder pen. Het gaf me gisteren wel de tijd om rustig naar de kapper te gaan, en vandaag heb ik mijn nagels geknipt. Nu ben ik helemaal afhankelijk van de 4G in mijn mobieltje, waarin ik gelukkig ook WordPress heb zitten zodat ik deze blog, die ik op mijn Nexus heb geschreven, kan publiceren. Maar wat een gedoe, zo’n leven zonder internet! Pas dan realiseer je je hoe vaak je het gebruikt! Tegelijk daagt het me uit te zoeken wat er nog wél mogelijk is zonder internet. En hoef ik me niet te vervelen, want als het droog blijft kan ik wat rotzooi gaan opruimen die de zomerstorm in de tuin heeft achtergelaten, of eindelijk weer eens wat gaan pianospelen. Misschien is zo’n internetloze dag wel goed voor je. En voor mij ook. Net als een ouderwetse zondagsrust waar ik een fanatieke voorstander van ben in onze – mede door het internet – hectische samenleving.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De onvolmaakte mens

Date 21 juli 2015

Een van de meest indrukwekkende beelden uit de prachtige VPRO-serie De volmaakte mens vond ik dat van een menselijk embryo in een glazen buisje. Je kon al duidelijk armpjes en beentjes zien, maar daar was het stamcelonderzoeker Susana Chuva de Sousa Lopes van het Leids Universitair Medisch Centrum niet om te doen. Het ging om de eierstokjes. Die pulkte ze er uit, en sneed ze in plakjes om op die weefsels menselijke eitjes te laten groeien. Dat beeld werd steeds weer in de trailers van de zes afleveringen getoond en ik bleef het afstotelijk vinden. Waarom? Ik ben niet echt tegen abortus, maar dit beeld is meer confronterend omdat je het embryo echt ziet. Een van mijn beste vrienden is zelfs vroeger actief geweest in de beroemde Bloemenhovekliniek, en wel in de tijd dat ik zelf abortus helemaal niet zag zitten. Maakte zelfs een liedje dat ik in navolging van het Pink Floyd-nummer Embryo noemde en waarin ik me met dat nog ongeboren leven identificeerde.

Het klinkt zo christelijk, reactionair, conservatief als ik voor het ongeboren leven wil opkomen, maar soms heb ik toch die neiging. ‘Baas in eigen buik,’ klinkt lekker, maar gaat dat zo ver dat je nog ongeboren leven mag doodmaken? Wat natuurlijk de vraag oproept wat je ‘leven’ noemt en ik ben bepaald niet de enige die met deze vraag worstelt. Wat ik vaak in dit soort discussies mis, is de verwondering. Je kunt wel zeggen dat zo’n embryo nog niet veel voorstelt, maar wie weet? Je kunt makkelijk zeggen dat er nog geen bewustzijn, gewaarwording, liefde of wat dan ook in zo’n nog bijna transparant wezentje bevindt, maar dat kan je alleen maar volhouden als je er een materialistisch mensbeeld op nahoudt. Als bewustzijn niet meer is dan iets dat uit hersenactiviteit oprijst en als liefde niet meer is dan het werk van hormonen, kun je makkelijk stellen dat zo’n embryo niet veel voorstelt.

Als iemand een mug doodslaat vraag ik hem graag om dat beest weer te repareren, alleen al om aan te geven dat je eigenlijk niet weet wat je eigenlijk kapotmaakt. En als ik zoiets zelf doe bied ik het dode beestje alsnog mijn excuses aan. Pats! Sorry mugje, maar je irriteert me teveel. Krak! Sorry slakje, ik had je niet gezien. Ik wandel niet als een Mahavira gebukt door het leven om op alle beestjes te letten die onder mijn voeten vermorzeld dreigen te worden. Maar als het even kan sta ik er wel even bij stil. Want voor mij is alles leven en bewustzijn. En blijven mensen onvolmaakt zolang ze dat niet beseffen. Een leven zonder mysterie, zonder verwondering is nauwelijks leven te noemen. Volgens Osho leefde zelfs een rots, zij het een beetje trager dan de mens.

Zelfs in spirituele kringen hoor je wel eens materialistische geluiden. Alles is één en materie bestaat, dus alles is materie. Alsof de fijnstoffelijke wereld – het woord zegt het al – niet materieel zou zijn, zodat het bestaan ervan heel ‘nuchter’ ontkend kan worden. De aanwezigheid van een astrale wereld is voor mij dan ook niet in tegenspraak met dat van een materiële wereld. Het enige verschil zit in de grootte, de dichtheid, de frequentie. Zoals blauw een snel rood is, zoals wolken uit verdampt water bestaan, zo is het astrale een verdunde versie van materiële deeltjes die trouwens op subatomair niveau al rare onlogische verschijnselen gaan vertonen. Bewustzijn kan dus best materieel zijn, maar dat betekent nog niet dat het uit dezelfde soort materie bestaat waaruit de hersenen zijn opgebouwd.

De volmaakte mens is voor mij de mens die leeft vanuit het besef dat alles leven en bewustzijn heeft, en die van daaruit handelt. Als je dan een mug doodslaat of abortus pleegt doe je dat vanuit een heel andere intentie. Wat uit liefde en mededogen gebeurt is goed. Wat uit puur eigenbelang gebeurt is minder goed. De kunst van het leven is de kunst van de verwondering, van het open staan voor, zo niet het opgaan in het mysterie. De ware volmaaktheid is het voortdurende onvolmaakt zijn. Als we dat beseffen is alles goed, maar dat wisten we eigenlijk al.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Het leven van een avatar

Date 10 juli 2015

Misschien heeft Ganymedes een vermoeden van mijn bestaan, maar tot nog toe heeft hij het idee dat hij zelf wakker geworden is. Vanaf zijn terras kijkt hij uit over het rustige groene bungalowpark. De kat zit aan zijn voeten. Hij neemt hem in zijn armen en wiegt hem aan zijn borst en geeft hem kusjes. Hij heeft niet in de gaten dat ik hem dat laat doen. Dan is het tijd om even de disco te inspecteren na het feest van gisteravond. Hij laat de kat weer wandelen, loopt naar binnen, neemt even een douche, trekt andere kleren aan en daalt verfrist de wenteltrap naar de woonkamer af. Ondanks het feit dat het hartje zomer is brandt het haardvuur nog steeds. Het is hem niet gelukt het te doven. In werkelijkheid is het mijn eigen onhandigheid, maar dat weet hij niet. En erg is het ook niet. Het belangrijkste is dat de twee Rietveldstoelen ervoor er niet onder lijden. De staande klok naast de voordeur tikt zachtjes als hij de bungalow verlaat, en de klassieke muziek sterft langzaam weg als hij over het gras wandelt. Hij heeft zijn overbuurman al een jaar niet meer gezien: wat is daar aan de hand? De ronde disco naast het zwembad ziet er schoon uit, maar de lichten branden nog en de muziek van Boystown Live staat hard te schetteren. Ganymedes heeft niet door dat ik het ben die de lichten dimt en het geluid zachter zet. Dat interesseert hem ook niet zo, want het leven is goed.

Maar hij moet toegeven dat er, net als in de film The Truman Show, af en toe rare dingen gebeuren. Waarom zijn sommige vrienden soms onbereikbaar als hij ze roept? Waarom begint hij soms rare dingen te zeggen in gesprekken met anderen zoals ‘Problemen met de textures, ik relog even,’ waarna hij ongewild een minuut verdwijnt? Hoe komt het dat hij soms van anderen hele lichaamsdelen en stukken kleding niet ziet, zodat hij soms alleen maar een bovenlijf ziet rondlopen of zelfs alleen maar een roze wolk? Waarom kan hij de ene keer veel verder kijken dan de andere keer? Waarom wijst de zonnewijzer voor zijn bungalow wel de juiste tijd aan terwijl er verder helemaal geen schaduwen zijn te bekennen? Het leven zit vol met raadsels en wetenschappers zullen er nog jaren over doen om die vreemde verschijnselen te verklaren. Maar gelukkig blijven de sterren in de nachtelijke hemel keurig op hun plaats. En wie zei ook alweer ‘Life is not a problem to be solved but a mystery to be lived?’ Hij zelf! Maar hij weet niet waar hij die wijsheid vandaan heeft. Hij tikt op de stemdoos, een soort Vind ik leuk die de disco nog makkelijker vindbaar maakt voor anderen. ‘One vote for today so far, thank you,’ zegt het ding.

Soms vraagt Ganymedes zich af of hij wel werkelijk bestaat. Zoiets had hij zichzelf wel eens horen zeggen in gesprekken met vrienden, terwijl hij ook toen niet wist waarom hij dat zei, alsof het een soort innerlijke stem was die hem dat toefluisterde. Dat waren diepgaande filosofische gesprekken waarin betoogd werd dat hij niet veel meer was dan de fantasie van een god of zo, die hem had gemaakt van een soort atomen die pixels werden genoemd. Dat zelfs zijn gedachten niet van hemzelf waren, maar werden geprogrammeerd door een vreemde entiteit die ergens in de cyberspace hing. Omdat het iets met computers te maken had, is hij wel eens naar het administratiekantoortje aan de andere kant van het bungalowpark gegaan, want daar stond zo’n ding. Daar werd hem voorgeschoteld hij dat hij niet veel meer zou zijn dan een avatar in een computerspel dat met hem werd gespeeld. Hij had dat idee verworpen als zijnde een onzinnige gedachte van een of andere religieuze of spirituele fanaat. Maar het benauwde hem wel dat zelfs dit oordeel niet van hemzelf zou zijn, net als de rest van zijn leven. Dansen met vrienden is leuker dan je tijd te verdoen met dit soort waanideeën, vond hij. Liever hield hij zich bij de realiteit en ging hij een diskjockey voor de komende party contracteren.

Hij kijkt om zich heen in de disco. Gelooft helemaal niet dat ik het ben die hem doet besluiten om lekker te gaan zwemmen. Plons! Schoolslagen lang geniet hij van zijn ideale en onsterfelijke leven onder de zomerzon. Maakt mooie salto’s vanaf de duikplank, dobbert op een rubberen vlotje, laat zich op de rand van het zwembad drogen en gaat een pizza eten in het aangrenzende restaurantje. Een vriend komt langs en na een discussie over de huurprijzen van de bungalows en de relatie tussen andere vrienden hebben ze het er toch weer over. Ze vinden het maar niks dat zij in werkelijkheid niets anders dan poppen zouden zijn waarmee de goden spelen. Goden spelen niet met poppenhuizen, besluiten ze, en daar drinken ze een wijntje op. Ik geniet van hun genieten op mijn beeldscherm. Voor mij leven Ganymedes en zijn vrienden in de tweedimensionale wereld van mijn monitor, en ze hebben niet door dat ik vanuit een derde dimensie hun wereld bestuur. Leuke knapen zijn het, en Ganymedes heb ik zelf gemaakt. ‘Met goddelijke inspiratie,’ grap ik in mezelf, wetende dat grappen soms – en misschien wel altijd – diep versluierde waarheden in zich bergen. Wel een leuke gedachte trouwens, die vergelijking van pixels met atomen. Maakt het wat uit of je uit quarks of pixels bestaat? Waarom zouden op, neer, tover, vreemd, top en bodem een hoger realiteitsgehalte hebben dan rood, groen en blauw? Alles is trilling, energie. En misschien is het wel mijn liefde die echt leven en bewustzijn in Ganymedes geblazen heeft.

Terwijl de jongens voor mijn ogen van een tweede wijntje genieten en zich vermaken met nichtenhumor, reis ik in gedachten door een uitgestrekt netwerk van kleurige microwerelden in wervelende wolken van onzeker trillende deeltjes die alleen maar bestaan omdat ik naar ze kijk. Zijn dit de bouwstenen van Ganymedes of van mezelf? Ik kan me niet voorstellen dat hij bewustzijn heeft, evenmin als ik me dat bij mijn knuffelbeesten kan voorstellen terwijl ik toch van ze hou en mijn vriend en ik hun inmiddels echte persoonlijkheden hebben gegeven. Ben ik het magische kinderstadium nog steeds niet ontstegen of word ik echt oud? Ik word een beetje duizelig van mijn eigen vragen. Kan zelfbewustzijn alleen maar oprijzen uit zeer complexe structuren in vergelijking waarmee Ganymedes slechts een zeer eenvoudig figuurtje is dat ik uit mijn grafische kaart pomp? En als dat zo is, heeft de kosmos als geheel dan niet óók bewustzijn? En waar ligt de grens? Terwijl die vragen door mijn hoofd en over het toetsenbord razen, zie ik dat Ganymedes en zijn vriend het bij een derde gras wijn over precies hetzelfde hebben.

Het wordt donker en de vrienden geven elkaar een hug als afscheid. Ganymedes wandelt weer naar huis en op zijn terras ligt zijn kat te slapen. Had hij hem niet beter Schrödinger kunnen noemen? Hij vlijt zich achterover neer in zijn rieten stoel, de benen uitgestrekt, en met de handen onder zijn hoofd gevouwen kijkt hij naar de sterrenhemel. Of hij al dan niet een avatar in een computerspel is interesseert hem eigenlijk niet zo. Of hij leeft of geleefd wordt is ook niet zo belangrijk. Misschien leeft hij in de Matrix, maar wat maakt het uit want bestaat de wereld niet uit een grote opstapeling van matrices binnen matrices? Ganymedes weet niet dat niet hij het is die dit denkt, maar dat ik het ben die hem dat allemaal laat denken. Denk ik. Ja, hij is nog wat dronken van de wijn op deze zoele zomeravond en of hij nu wel of niet bestaat met een al dan niet vrije wil en zo: het vindt het best allemaal, want het leven is goed.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Oxi

Date 6 juli 2015

De Grieken laten zich niet kapotbezuinigen en hebben dat gisteren duidelijk laten weten. Het aangeboden steunprogramma waar ze tegen stemden zou het land alleen maar verder in de afgrond hebben geholpen. De uitslag van het referendum is ook een protest tegen het neoliberalisme, waar geld altijd belangrijker blijft dan mensenlevens, natuur en cultuur. Zelfs al heb je géén geld: terugbetalen zal je! Vindt Merkel, die we dus eigenlijk nog een rekening moeten sturen voor alle hulp die we haar land na de laatste oorlog hebben gegeven. Duitsland is een prachtland en met Frankrijk heb ik niet zoveel, maar als het hierom gaat is het net omgekeerd: met Hollande is nog wel te praten over een vermindering van de Griekse staatsschuld.

Uiteraard staat rechts Nederland achter Merkel. Daar zijn de Grieken vaak geframed als luie mensen, terwijl ze harder werken dan wij. Ja, natuurlijk zijn in dat land zaken die aangepakt moeten worden, maar daar zou je dan mee moeten helpen in plaats van dat onmogelijk te maken. Maar iemand helpen is al een neoliberaal taboe – lees grondlegster Ayn Rand er maar op na – dus een heel land helpen is echt teveel van het goede. Zoals indertijd de banken de kredietcrisis hebben veroorzaakt, zo heeft Europa zelf de Griekse crisis uitgelokt. Europa, dat kennelijk niet als een groep volwassen mensen met een oplossing wil komen en alleen maar aan het eigenbelang denkt. Ja, hulp kost veel geld, maar zouden we dat niet met zijn allen kunnen opbrengen? Helaas zijn principes kennelijk belangrijker.

De mooiste bankbiljetten die ik ooit gezien heb waren de drachmen, dus wat dat betreft ben ik er niet rouwig om als die weer wordt ingevoerd. Maar het is wellicht slimmer als de Grieken voorlopig lokaal geld gaan drukken en laten circuleren, met weinig tot geen rente zodat het blijft rollen. Dat idee heb ik van de Social Trade Organisation, waarover ik las in het boek Een ander soort geld. Geld is dan weer wat het oorspronkelijk moest zijn: papieren schuldbekentenisjes waarmee men onderlinge betalingen regelt. Maar misschien hoeft het zover niet te komen, kan ook een land ‘too big to fail’ zijn. Want wie houdt nou wie in de houdgreep?

Niemand zit te wachten op een afbrokkelend Europa met een watertandende Poetin aan de zijlijn, dus eigenlijk is er geen andere keus dan Griekenland te steunen door op zijn minst een deel van de schuld kwijt te schelden. Dat is niet alleen menselijk, maar ook gewoon realistisch.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De hemel op aarde

Date 30 juni 2015

De mens is een dromer. Misschien is dat wel het meest wezenlijke waarmee hij zich van de overige natuur onderscheidt: de mens leeft alleen bij hoge uitzondering in het hier en nu. Want ons denken mag dan het ideale middel zijn om mooie uitvindingen te doen en te overleven, het is tegelijk juist datgene dat zijn ware aard voor hem verbergt. Want zijn we niet voortduend gevangen in het net van onze oordelen, herinneringen en verlangens? We denken steeds over de werkelijkheid – wat zij is, wat zij was en wat zij zou kunnen zijn. Terwijl zij er eigenlijk alleen maar is, stralend in haar zo-zijn. Zonder oorzaak of doel, zonder heimwee naar het verleden of verlangen naar een toekomst. Zonder betekenis of oordeel of zij goed of slecht, mooi of lelijk, echt of onecht is. Ja, velen vinden dat het leven zin moet hebben, een bedoeling, maar het meest bevrijdende is dat zelfs die er niet is omdat daarmee wordt voorbijgegaan aan de intrinsieke waarde van het zo-zijn in het hier en nu.

De mooiste momenten zijn die waarin het denken stilstaat en we vrij zijn van alle gedachten die immers altijd over iets gaan en daarmee geen oog hebben voor de realiteit van het hier en nu, waarin alles gewoon is wat het is. Misschien is verliefdheid wel het beste om het mee te vergelijken, wars als zij is van oordelen of zij al dan niet redelijk is, of zij wel goed bezig is en waartoe het allemaal zal leiden. Liefde is blind voor het verstand. Zij is pure blijheid, alleen al om het bestaan van de ander, waarvoor het noch een aanleiding, noch een doel heeft dat verder reikt dan het samenzijn in het hier en nu. En je kunt niet zeggen: ‘Vandaag ga ik eens lekker verliefd worden’, want je hebt het niet in de hand. Het gebeurt gewoon, het overkomt je.

Leven in het hier en nu is ook zoiets dat je alleen maar kan overkomen, want zodra je het wil bereiken – bijvoorbeeld door te mediteren – is je eigen wil al genoeg om het in de weg te staan. Alleen in totale ontspanning, waarin de kramp van het ik met al zijn bedenksels wordt losgelaten, kan het hier en nu worden ervaren. Het overkomt je op een onbewaakt moment, even onvoorspelbaar – ja, het kan niet voorspelbaar zijn – als verliefdheid. Maar dan krijg je wel de smaak te pakken. Want in dat hier en nu ontdek je dat het hier en nu méér is dan het persoonlijke plekje waar je je nu bevindt en het individuele moment waarop je hier leeft. Dan blijkt het zijn in het hier en nu de kiem te zijn voor leven in het altijd en overal. Zo hier, zo overal. Zo nu, zo altijd. Zo binnen, zo buiten. Zo beneden, zo boven. Dat geeft ruimte, vrijheid en vreugde: de hemel op aarde.

De Kaarsvlam, juli/augustus 2015

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Hoezo virtual reality?

Date 25 juni 2015

Al in mijn jeugd maakte ik kennis met virtual reality. Nou ja, toen heette het nog niet zo en was het nog in een primitief stadium, maar het was er wel! Bijvoorbeeld in de vorm van de View-Master, een plastic apparaatje waarin je schijfjes met plaatjes stopte zodat je, door die als een soort toneelkijker voor je ogen te houden, maar liefst zeven afbeeldingen in stereo kon bekijken! Wow! Foto’s waarin je echt diepte zag! Een voorloper daarvan had ik trouwens al in de jaren vijftig bij mijn tante in de Van Eeghenstraat gezien: een vooroorlogs houten apparaat waarin je kartonnen kaarten met twee zwart-witte foto’s kon schuiven, en dat je als een zware bril voor je neus moest houden om van een ruimtelijke wereld te genieten.

In feite is het cardboard dat de vpro een paar dagen geleden in mijn brievenbus deed ploffen niets anders dan een vervolmaking hiervan. Dit VPRO Cardboard, geschikt voor zowel iPhone als Android, is een stevig bouwplaatje dat slechts € 14,45 all-in kost en in een oogwenk in elkaar is gezet. Een Oculus Rift voor de smalle beurs, zal ik maar zeggen. In plaats van de schijfjes die je bij de View-Master gebruikte, schuif je nu je telefoon met van het internet geplukte filmpjes achter in het apparaatje. En dat is echt je verwonderen en genieten. Bij voorkeur zittend op een stoel als je het niet gewend bent, want je verliest snel je evenwicht. Nu heet de opgepluste View-Master opeens virtual reality, alleen omdat de stilstaande beelden een film met geluid zijn geworden en alles zich nu panoramisch om je heen afspeelt waarbij je in alle richtingen om je heen kunt kijken.

Maar er zijn wel twee echt wezenlijke verschillen met het speelgoed uit mijn jeugd. Ten eerste is het interactief. Zo kan je bijvoorbeeld met de app InMind VR tussen de neuronen van hersenen zwalken en die een andere kleur geven door erop te focussen. Bij dit soort films kun je echt op reis gaan naar de plekken die je wilt zien, zodat je minder gebonden bent aan een script dat je aanvankelijk wordt voorgeschoteld. Open een deur door erop te klikken, of beter: door erop te focussen en met je hoofd te knikken. De muisbewegingen en het klikken doe je gewoon met bewegingen van je hoofd – wat vooral headbangers psychedelische ervaringen zal geven – en in de toekomst wellicht door iets te zeggen of alleen maar te denken.

Het tweede verschil met iets als de View-Master is de toevoeging van – het woord zegt het al – augmented reality waarbij allemaal informatie over de beelden heen wordt geprojecteerd. Niet een echt nieuwe uitvinding trouwens, want wat is het verschil met de ondertiteling van een film? Tegenwoordig is dit ook bekend van zogenaamde head-up displays, zoals in de Google Glass. Kijk naar een boom en zie meteen wat voor boom het is, waar hij groeit, en hoe oud en hoog hij wordt. Om een dystopisch voorbeeld te geven: kijk naar een persoon en zie meteen zijn of haar medisch dossier, religie, seksuele voorkeur en financiën.

Maar wat hebben deze interactie en augmented reality met virtual reality te maken? Je kan het alleen maar zo noemen als je ook de klassieke View-Master, of de voorganger ervan die mijn tante in huis had, of de ondertiteling van films ook zo noemt. Het enige echt nieuwe is de interactie waardoor je invloed hebt op wat je wilt zien. Wat me aan iets anders aan mijn jeugd doet denken: de plaatjesboeken die eigenlijk uit drie in de rug boven elkaar gehechte boekjes bevonden en waarin je het hoofd, de romp en de benen naar eigen smaak kon combineren. En er zijn natuurlijk spelletjes zat waarvan de afloop niet vaststaat. Dus dat interactieve is eigenlijk ook niets nieuws. Wat blijft er dan nog over dat virtual reality onderscheidt van dingen die we allang kennen?

Het probleem met virtual reality is dat we eigenlijk niet weten wat het is. Zodat ik blijf concluderen dat het óf niet bestaat, óf dat ons leven er ongemerkt aan alle kanten al in ondergedompeld is.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites