De datadictatuur

Date 22 augustus 2016

Moet ik mij als donateur van Bits of Freedom eigenlijk niet schamen dat ik er niet alles aan doe om mijn eigen privacy te beschermen? Durf ik straks op Het Grote Privacy Experiment te vertellen dat ik een Google account heb? Ik ben zo eigenwijs! Heb helemaal geen zin om mijn leven door spionnen te laten beheersen, dus ook niet om constant rekening met ze te houden. Oké, ik hou niet van  cookies, en zogenaamde tracking cookies zouden gewoon verboden moeten worden, al was het alleen maar omdat ze ongevraagd op mijn eigen harddisk zitten te rommelen. En natuurlijk laat ik adblockers graag mijn webpagina’s opschonen. Veel advertenties in gratis apps en games zijn trouwens niet eens weg te krijgen als je ervoor wilt betalen. Dat vind ik stom van Mark Zuckerberg: ik betaal graag een paar tientjes per jaar voor het gebruik van zijn chaotische Facebook, mits hij mijn privacy respecteert, en daar zou hij nog winst op maken ook. Zo had ik laatst een ideaal patiencespel voor mijn mobieltje gevonden, maar ik werd zo afgeleid door de advertenties erin dat het onspeelbaar was, en ik kon geen advertentievrije versie kopen.

Durf ik schaamteloos te vertellen dat ik Google zelfs mijn tijdlijn laat bijhouden, zodat ik altijd kan zien wanneer ik waar geweest ben? Dat kan tegen me gebruikt worden. Maar ook voor me als ik niet op de plaats delict was. Voor het gemak ga ik er maar van uit dat Google alles van me weet en wellicht is ‘gewoon doen’ de beste manier om niet op te vallen. Want misschien trekken juist overbeschermde computers en telefoons aandacht: die hebben iets te beschermen! En dat is niet pluis, zelfs als het alleen om principiële redenen is. Hoewel ik mij niet kan voorstellen dat mijn data echt interessant zijn, anders dan voor commerciële doeleinden. Maar een en ander neemt niet weg dat het eens uit moet zijn met al dat gehark en gegraai naar data. Daarover las ik in de NRC een interview met Dirk Helbing, hoogleraar computationele sociologie op de TU Delft en de Zwitserse  ETH in Zürich. Hij zegt dat big data en grootschalige surveillance door overheden tot een nieuw soort totalitaire samenleving leiden. ‘Ik vrees op korte termijn misschien zelfs oorlog als bedrijven en overheden zo doorgaan als nu. Fascisme 2.0 of communisme 2.0.’

Helbing zegt dat de samenleving te complex is om van bovenaf met big data te sturen. ‘Wat er gebeurt in de digitale economie, alles en iedereen raakt met elkaar verbonden. Denk aan sociale netwerken, slimme infrastructuur, elektriciteitsnetwerken, internet of things. Alles wordt op die manier ook afhankelijk van alles, er ontstaan ontelbare verbindingen: een gebeurtenis aan de ene kant van de wereld kan aan de andere kant razendsnel gevolgen hebben. Dat maakt de samenleving zoveel complexer dat beheersing van bovenaf door data te verzamelen en daarop beslissingen te baseren een illusie is. We kunnen niet eens de verkeerslichten in een stad volledig optimaliseren, omdat die systemen al te complex zijn. Laat staan dat dat voor een hele maatschappij kan.’ Dat doet me denken aan de chaostheorie met enerzijds de onmogelijkheid om dingen goed te voorspellen – hoe graag weermensen en economen dar ook zouden willen – en anderzijds het feit dat kleine oorzaken grote gevolgen kunnen hebben.

Het is trouwens zeer twijfelachtig of je met analyse van big data terroristen op het spoor komt. Die blijken in de praktijk weer net iets anders te zijn en te opereren als de computers berekend hebben. En als je als overheid en bedrijf je burgers en klanten respecteert, zit je hen niet aan alle kanten te besnuffelen. Geen wonder dat steeds meer mensen overheden en bedrijven wantrouwen, want daar vragen ze zelf om. ‘We moeten het democratisch kapitalisme opnieuw uitvinden,’ zegt Helbing.  ‘Systemen moeten met behulp van digitale technologie juist zo ontworpen worden dat ze zelforganiserend worden, zonder dat grote bedrijven of overheden daarin een centrale rol spelen.’ Zoals peer-to-peer-marktplaatsen en de bitcoin met zijn blockchain. ‘Dat maakt de weg vrij voor een échte deeleconomie waarin iedereen zowel producent als consument kan zijn, en waarbij mensen zélf bepalen wat er gebeurt in plaats van dat het hun wordt opgelegd door data.’ Als dat zou kunnen!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Homotrots

Date 13 augustus 2016

De Gay Pride is weer voorbij en eerlijk gezegd vind ik het nu wel weer even mooi geweest allemaal. Want ik wil nu weer een poosje vergeten dat ik homo ben. Ik wil gewoon weer even gewoon zijn, en zo voel ik me ook, net zoals hetero’s zich gewoon gewoon voelen. Wat niet wegneemt dat er nog altijd velen zijn die mij niet normaal vinden, en zolang hetero’s homo’s discrimineren blijft er werk aan de winkel. Emanciperen dus. Maar het lullige van emancipatie is dat dit niet kan zonder discriminatie. Of beter: een tegen-discriminatie die naar de andere kant kan doorslaan. Zie eens hoe vrolijk wij leven en dansen, hoe blij we zijn dat we homo zijn! We zijn er trots op dat we homo zijn! Een hetero zou eens moeten beweren dat hij trots op zijn geaardheid is! Dan is de boot aan, zeker op de Amsterdamse grachten!

Ik snap niets van trots. Toen we nog peuters waren zei mijn moeder ooit tegen mij en mijn broer: ‘Jij bent mijn liefde en jij bent mijn trots.’ Waarop mijn broertje vroeg: ‘Mama, mag ik niet je liefde zijn?’ En gelijk had hij, want wat is nou trots? Het eerste dat Van Dale noemt is ‘vervuldheid van en het doen blijken van het (al dan niet gerechtvaardigde) gevoel dat men meer is dan anderen’. Ik vind het altijd heel eng als ouders trots zijn op hun kinderen, net alsof ze er met de eer van de prestatie van hun kroost vandoor gaan. Oké, je kan ergens blij mee zijn, maar om er meteen trots op te worden… Voor mij betekent gay dan ook niets anders dan blij, de blijheid die je voelt als je jezelf kunt zijn, en je speels kunt leven omdat je niet verantwoordelijk bent voor kinderen. Maar moet je er trots op zijn dat je met een wat andere biologie geboren bent? Nope.

Toch ben ik blij met de Gay Pride. Niet trots, want is eigenlijk van de gekke dat zoiets überhaupt nodig is. Maar wel blij dat zovelen zo massaal uit de kast komen. Eenieder die zichzelf vindt stemt tot blijheid. Soms wordt het wel een beetje ordinair, zoals de EuroPride T-shirts van de HEMA waar Vriend en ik tegenaan liepen toen we naar de Canal Parade gingen kijken. ‘Liever één worst in de hand dan twee op mijn shirt,’ mompelde Vriend. Wellicht is het ook ordinair van mezelf dat ik de boten met de meeste blote jongens het leukste vind, zoals die van OUTtv en van Body Talk waarop Let the sun shine in werd gezongen. Alsof die toch nog iets uitstralen van de wildheid en enthousiasme waarmee elke revolutie begint. En is uit de kleren gaan niet net zoiets als uit de kast komen?

Moet dat nou, al die blote jongens in strings? Dat vragen velen zich af. Maar ik geniet ervan, net zoals veel hetero’s genieten van blote vrouwen. Met dat laatste word je in veel reclame doodgegooid, en ik maar wachten op een knaap in een kort topje! Dat is niet eerlijk! Terwijl de hele wereld nu de navel van Dafne Schippers kent, blijven de heren laf hun lijf verhullen onder veel te lange shirts en shorts. Zoals bij beachvolleybal, wat een verschil tussen de seksen! Een verschil dat er eigenlijk helemaal niet hoort te zijn. Op de boot van BNN stond een genderblender, en dat is het mooiste wat er is! Weg met de geslachten, iedereen androgyn! We hebben allemaal wel iets van het andere geslacht in ons. En wow, wat zouden er veel problemen zijn opgelost als we dat hele verschil tussen man en vrouw eens loslieten! Misschien is dat wel de enige échte emancipatie!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Pokémon Go

Date 3 augustus 2016

In het park betrapte Jan met zijn hondje me op het vangen van pokémon. Hij dacht dat dit spel iets voor tien- tot vijftienjarigen was. ‘Dat ben ik ook,’ verdedigde ik me. Op een bankje met uitzicht op een gym aan de overkant praatten we wat bij over de politiek. Ondanks het feit dat we ook nog eens vlakbij een pokéstop zaten, onderbrak ik het spel in plaats van elke vijf minuten mijn rugzak bij te vullen met pokéballs, revives, potion, razz berry’s en andere mooie spullen die je daar voor nop kan oppikken. En dat allemaal om zoveel mogelijk pokémon te verzamelen die her en der verstopt zijn. Augmented reality heet dat, een verrijking van real life door er virtual reality overheen te projecteren. Hoewel ik al op level 12 zit ben ik toch nog maar een beginneling, want ik heb er nog maar 32 van de 150 pokémon. En het zijn van de schattige fantasiebeestjes waar je meteen verliefd op wordt. Allemaal met hun eigen karakter, capaciteiten, combat power en meestal in staat tot evolutie mits je hen maar vol candy stopt, zodat je bijvoorbeeld een weedle kan upgraden naar een kakuna, die je weer kan laten evolueren tot een beedrill. Ze zullen trouwens wel slechte gebitjes hebben, die pokémon, maar die zijn in de virtuele wereld makkelijk weg te poetsen. Het leukste vind ik meowth, seel, gastly, krabby, goldeen, magikarp en eevee, die allemaal te zien zijn in de pokédex op de officiële site van Pokémon.

Sommige mensen vragen zich af of de jongeren niets beters te doen hebben dan pokémon vangen. Klimaatverandering, volksverhuizingen, terroristische aanslagen, oorlogen en last but not least politiek dreigen de wereld kapot te maken. Aleppo wordt uitgehongerd, criminele bankiers lopen nog steeds vrij rond, mensenrechten worden wereldwijd geschonden en wat doen de jongeren? Pokémon spelen! Alsof ze niks beters te doen hebben! Ga de straat op, protesteer en tracht nog te redden wat er te redden valt in onze polariserende en verbrokkelende samenleving! Ga de politiek in, leg je niet neer bij wat realiteit heet maar ga die zelf maken! Nee hoor. Pokémon spelen is veel leuker, en dat doen inmiddels zo’n honderd miljoen mensen wereldwijd! Verdwaasd lopen die door straten en over pleinen, zich onbewust van alle problemen die ze daarbij voor anderen, en soms ook voor zichzelf, veroorzaken. Je durft niet eens meer op straat naar je telefoon te kijken of je wordt ervan verdacht ook bij die zombies te horen! Je zal maar een pokéstop voor je huisdeur hebben! In New York wil men pedofielen verbieden om Pokémon te spelen. In ons land klaagt Binnenlands Bestuur over de overlast, spreekt van ‘Pokémonterreur op rustige plaatsen’ en klaagt erover dat spelers niet altijd even goed letten op hun omgeving, met alle gevolgen van dien. In de laatste update waarschuwt Niantic, de maker van Pokémon, daar trouwens nog eens extra voor: ‘Remember to be alert at all times. Stay aware of your surroundings.’

Genoeg voer voor criticasters dus. Jongeren gaan nu eindelijk weer eens de straat op, dus wat wil je nou eigenlijk? Dat ze keurig gaan voet- en basketballen op omrasterde pleintjes en veldjes? Dat ze bijeenkomen in door de gemeente geplaatste hangplekken waar zelfs het gras stoned is van de wiet die er wordt gerookt? Pokémon zorgt voor een lekkere lichaamsbeweging, hoewel de pokéstops natuurlijk niet te dicht bij elkaar moeten staan zoals hier bij winkelcentrum Oostermeent in Huizen en in Kijkduin, waar het nogal chaotisch maar ook heel gezellig werd. Want spelers voelen zich één grote familie en je krijgt gemakkelijk contact met elkaar. Zo hielpen een paar jongeren me wat verder op weg toen we laat in de avond voor het station in Hilversum op de bus zaten te wachtten. ‘Supersociaal’ noemt Vera Mulder het spel in een leuk geïllustreerd artikel in De Correspondent die zich afficheert als medium dat ‘voorbij de waan van de dag’ wil kijken. ‘Pokémon Go herbetovert onze wereld,’ schreef Peter van Duyvenvoorde onlangs in Trouw. ‘De hype laat wel zien wat de mens in wezen nog steeds is: een naar betovering zoekend wezen dat in het diepst verlangt te leven in een bezielde wereld.’ Wat we ook zien in de populariteit van In de ban van de ring en Harry Potter.

Is Pokémon een hype? Involveert De Correspondent zich met de waan van de dag? Ik denk van niet. Juist omdat het, net als de verhalen van Tolkien en Rowling, een diepere laag in ons manifest maakt. Een in onze materialistische wereld onontgonnen gebied van betovering en bezieling, die we met onze rationele cultuur ontkend en onderdrukt hebben. Een gebied van ontspanning en speelsheid waarvoor in onze op efficiency en productie gerichte samenleving geen plaats meer is. Laat homo ludens, de spelende mens, gelukkig zijn. En alleen gelukkige mensen kunnen de wereld verbeteren.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Osho

Date 27 juli 2016

Osho is mijn Meester. Wow, wat klinkt dat onderdanig! Zeker als je dan ook nog een hoofdletter gebruikt. Want een meester is maar al te vaak iemand die de baas over je is. Zoals de strenge schoolmeester of iemand die je in een seksueel spel tot gehoorzaamheid dwingt. Maar het kan ook gewoon iemand zijn die boven je staat, gewoon omdat hij zijn vak goed kent, zoals iemand met de meestertitel in een gilde. En wat te denken van al die afgestudeerden met een mastertitel? Zo ben ik zelf een meester in de wetenschap! Niet alle meesters zijn op macht belust, wat niet wegneemt dat ze in spirituele kringen best verdacht zijn. Er zijn voorbeelden te over die enig wantrouwen rechtvaardigen. Zo waren er in de tijd dat ik belandde bij Osho – die zich toen nog Bhagwan noemde – fanatieke sektenjagers zoals Sipke van der Land die in 1980 een hele televisieserie wijdde aan diverse spirituele stromingen. Soms waren zijn verdachtmakingen terecht, maar van Osho had hij, ondanks het feit dat ik hem zelf zag filmen op de ashram in Pune, niets begrepen. Want ik merkte daar niets van de macht, uitbuiting en indoctrinatie die Osho zo vaak in de schoenen werd geschoven. En tja, ik moest toch op mijn eigen ervaring afgaan, en met deze Meester was helemaal niets mis. Integendeel zelfs – vandaar de hoofdletter.

Maar wat zocht ik dan bij een Meester? Waarom had ik die zo nodig dat ik naar India moest om me tussen het bontgekleurde volkje van sannyasins te begeven? In die malle jurken, met die ruige therapiegroepen, lange ochtendlezingen en radicale meditaties? Wat ik er zocht en vond was herkenning en daarmee erkenning. Herkenning en erkenning van dingen die ik diep van binnen al lang wist, een soort uit de kast komen binnen een eigen vertrouwde groep. Want natuurlijk zoek je soortgenoten op, zoals je dat ook kan doen als je homo of hoogbegaafd bent, of zoals iedereen graag met vakgenoten of lotgenoten omgaat. Wat kerken en sektes betreft was ik inmiddels een ervaringsdeskundige, niet bang om aan de meest enge bewegingen te snuffelen. Maar ‘het’ had ik daar niet gevonden, het ‘het’ dat ik meteen herkende in de eerste woorden die ik las van Osho, en waardoor ik meteen verliefd op hem werd. Want spiritualiteit is niet alleen iets van het hoofd, maar ook van het hart en van de dingen die je doet. Er kwam een innerlijke heelheid in me, die voor mij de jaren tachtig tot een fantastisch mooie tijd maakte, gewoon omdat ik vaak gelukkig was, meer dan ooit mezelf was. Ik was thuisgekomen.

Wat was dan die wijsheid die ik daar India bevestigd zag? Al bij de eerste taxirit in dat land voelde ik hoe daar de millennia oude diepe wijsheid in de bodem zat, in tegenstelling tot dat jonge, oppervlakkige en nog bleke christendom in het Westen. Natuurlijk had ik er al veel over gelezen en gepraat, maar dat is iets anders dan het mee te maken, het aan den lijve te voelen. De wijsheid van de waarheid die diep binnenin jezelf schuilt: dat het leven één groot spel, één hypnotiserende illusie is, gecreëerd door het denken dat – hoewel het niet anders kan – altijd onderscheid maakt tussen ik en de ander, tussen leven en dood, tussen oorzaak en gevolg, en ga zo maar door. Het denken verdeelt wat in feite één is, en schept problemen die er helemaal niet zijn. ‘The problem does not exist,’ zei Osho, en gelijk heeft hij, want probeer maar eens één grassprietje te vinden dat op de verkeerde plaats staat. Alles is er al, en alles is goed, en wie zijn wij om het beter te weten dan het bestaan zelf? Zelfs het woord ‘goed’ is al teveel omdat het een oordeel inhoudt, en wie zijn wij om te oordelen? Alles is zoals het is, en meer is er niet te zeggen.

Veel sannyasins meenden dat je volgens Osho het denken dan maar overboord moest gooien, maar ook dat is een gedachte. Het gaat erom dat je je niet vereenzelvigt met je gedachten, je gevoelens, je lichaam, met wat je doet of wat dan ook. Dat je de stille ‘watcher on the hill’ blijft, leeg bent van binnen en daarom openstaat voor wat je overkomt. Dat je de getuige blijft, net als een spiegel die zich niet druk maakt over wat hij reflecteert, net als de zon die geen onderscheid maakt in het geven van zijn warmte en licht. Het enige dat echt waar is, is wat hier en nu om je heen is, en de rest is allemaal bedacht. Dat kan klinken alsof er helemaal niets te doen is, maar ook dat is weer een gedachte, en die laat geen ruimte over voor spontaniteit, mee te gaan met wat zich aandient: ‘flow with the river’. Eigenlijk kan alleen hij die niet is, hij die leeg is goed doen, ‘Gods werken doen’. Veel zen dus, veel taoïsme en veel non-dualiteit bij Osho, en hij wist het behapbaar te maken voor westerlingen, ook omdat hij ragfijn aantoonde hoe godsdiensten meestal begonnen zijn met verlichte Meesters die allemaal hetzelfde verkondigden – geef je over aan en vertrouw op het goddelijke in jezelf – maar in de loop der eeuwen door de machtswellust van priesters en politici zijn gecorrumpeerd. Tracht het niet te begrijpen allemaal, want dat lukt je nooit. Een beroemde uitspraak van Osho is: ‘Life is not a problem to be solved, but a mystery to be lived’.

Dagelijks stuurt MySamasati mij een kort citaat van Osho. Daar kan ik dan even stil van worden. Zo vertelde hij eens dat verlichting besmettelijk is. Dat is dan ook de enige functie van een Meester: de mysterieuze overdracht van bewustzijn die in zijn nabijheid plaatsvindt. De ware Meester is er alleen maar, doet niets, is als een bloem die geurt voor hen die eraan willen ruiken, een vogel die zingt voor iedereen die het wil horen. Niets bijzonders dus, en juist daarom zo bijzonder.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

SlaveCity

Date 21 juli 2016

Deze week hebben we SlaveCity bezocht, een expositie van Joep van Lieshout in Museum De Pont in Tilburg. Het is de verbeelding van een futuristische, geheel zichzelf voorzienende stad waarin 200.000 mensen wonen, werken en leven. Een wereld die draait op rationalisme en exploitatie, die in tekeningen, beelden, berekeningen en maquettes tot leven wordt gewekt. Waarbij het gaat om ‘zoveel mogelijk profijt maken en geld verdienen met de mens,’ zoals Van Lieshout in een documentaire over onder andere dit project vertelt. Bij aankomst in het Welcoming Center wordt iedereen gecheckt op bruikbaarheid, en als mensen niet geschikt zijn om te werken, kunnen hun lichamen nog altijd nuttig zijn door ze tot biobrandstof te verwerken, ze voor consumptie geschikt maken of de organen ervan te transplanteren. Al bij binnenkomst van de tentoonstelling staat een operatietafel al klaar, geflankeerd door menselijke karkassen aan vleeshaken. Welkom in SlaveCity!

De meeste mensen komen te werken in een Call Center, achter lange rijen eentonige desks. Hun loon is geen geld maar seks waarvoor partners van diverse nationaliteiten ter beschikking staan. Wie de slavendrijvers zijn en hoe ze leven blijft, afgezien van de maquettes van gebouwen waarin zij wonen, wat buiten beeld op deze expositie. Het enige dat ik heb opgepikt is dat ze genieten van kunst en cultuur. Het zijn hoofdzakelijk de slachtoffers die we zien, die soms naast hun ingewanden op de vloer liggen. Of in een rek naast en boven elkaar, kunstmatig gevoed en ontlast met buizen in de mond en de kont om energie uit menselijke uitwerpselen te maken, waarbij ze extra alcohol toegediend krijgen om daarmee ‘onvreugden, opstanden en revolutie’ te verhinderen. Daarmee vergeleken leiden de slaven die een waterwagen duwen, en daarmee geld verdienen om allerlei utopische projecten mogelijk te maken, een gelukkig leven.

Wat ik mij wel afvraag is waar al die slaven vandaan komen, want het lijkt me niet ideaal om je levensbestemming in die stad te zoeken. Mij zullen ze niet zien aan de balie van het Welcoming Centre. Maar wellicht is het een soort verplichte tegenprestatie van werklozen, een straf voor criminelen of een soort derdelijnshulp van zorgverzekeraars. Ook vraag ik me af hoe zelfvoorzienend SlaveCity kan zijn als de 7,8 miljard euro winst afhankelijk is van het Call Centre, want ook daarvoor heb je mensen van buiten nodig die je moet overdonderen om producten en diensten aan de man te brengen. Maar het idee om inkomsten met een callcenter te verwerven is zeker actueel, doodgegooid als we tegenwoordig worden met ongevraagde telefoontjes, pop-upvensters op websites, schreeuwende reclames op pleinen en zelfs in de spiegels van openbare toiletten. Niet zozeer fysiek maar psychisch wordt de mens meer geëxploiteerd dan ooit.

SlaveCity roept aan de ene kant herinneringen op aan de berekenende rationaliteit van Duitse concentratie- en vernietigingskampen, en toont aan de andere kant de dystopie van een uit de hand gelopen neoliberale samenleving, die immers ook op efficiency en het zoveel mogelijk economisch profijt trekken uit de mens is gebaseerd. Een bezoek aan deze expositie is dan ook verplicht voor Mark Rutte en consorten, opdat zij zien waartoe hun visieloze visie kan leiden. SlaveCity is eigenlijk al in het heden aanwezig, en dringt zich ongemerkt door in de poriën van de samenleving. Niet echt om vrolijk van te worden. Hoewel? Moet ik mijn geluk laten bepalen door de omstandigheden? Liever niet. Na afloop wandelen we door het centrum van Tilburg. We drinken Belgisch bier op het terras van Langeboom, het is 31 graden, ik vang een Pokémon en de leuke jongen die ons bedient vraagt of ik spekjes in mijn geitenkaassalade wil. Dat lijkt me lekker, en dat is geen mensenvlees. Nog niet.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Duffe dagen

Date 18 juli 2016

Een paar weken geleden had ik een flinke griep te pakken, en hoewel die alweer een poosje over is voel ik me nog steeds futloos, duf en slaperig. Dat kan ik me ook wel een beetje permitteren, want het zomerreces is begonnen zodat het nu tijd is voor een beetje vakantie. Thuis. Want als iedereen weg is, is het zo heerlijk stil en rustig buiten. Ik hou van lege dagen waarop eigenlijk niets hoeft. Ja, ik heb de boekhouding van vorig jaar naar mijn accountant in Buitenveldert gebracht, en maakte kennis met zijn opvolger die net als ik klinische psychologie gestudeerd blijkt te hebben. Waar zo’n studie al niet nuttig voor is. Daarna heb ik van een massage genoten, en heb ik geen last meer gehad van een vervelende spierpijn die me zelfs uit mijn slaap hield. Moe en rozig wandelde ik door het veel te drukke Amsterdam naar stripwinkel Lambiek in de Kerkstraat, maar omdat die niet meer in de Kerkstraat was en naar de Koningstraat verhuisd bleek te zijn, had ik een probleem. Geen puf meer. Toen zag ik een fietstaxi, en omdat je alles eens meegemaakt moet hebben liet ik me door de stad hobbelen, me wat schuldig voelend door hard trappelende benen voor me, die in de hoogste versnelling tegen bruggen moesten opklauteren. Veel te duur natuurlijk omdat ik vergat af te dingen, maar ik bereikte wel mijn doel. Verschrikkelijk aardige mensen daar bij Lambiek. Ik kocht een paar stripboeken van Alex, want tijdens mijn griep was ik de avonturen van hem en zijn vriendje Enak weer gaan lezen, en vond ze weer net zo leuk als in de jaren zeventig. Daarna was het een drukte van jewelste op de walletjes, met weinig dames meer achter de vensters.

Dat was dus een heel vermoeiende dag, waarna ik alleen futloos wat in Second Life kon rondhangen, want daar heb ik geen last van moeheid. Eeuwig jong en zo. In die wereld heb ik sinds enkele dagen een tweede katje dat ik Happy heb genoemd, en dat wellicht leuk gezelschap is voor Hippy als ik niet online ben. En daarna dook ik weer met Alex in bed. Met de strip dan. Overdag trachtte ik steeds blogs te schrijven, over de aanslag in Nice, waarom de terroristen het op Frankrijk hebben gemunt. Vind het nog steeds moeilijk om de oorzaak van al deze ellende in de islam te zoeken, en dieper gravend kom ik bij ons eigen kapitalisme terecht, de decadentie van het Westen dat gelooft in Winst en Groei, en daarmee alles kapotmaakt. Uiteindelijk ook zichzelf door exploitatie van derdewereldlanden en klimaatveranderingen die hele volksverhuizingen veroorzaken. Nandan kwam op bezoek en we waren eigenlijk best somber over de toekomst van het Westen, dat aan zijn eigen grootheidswaan ten onder gaat. En aan technologieën waar het menselijk bewustzijn nog lang niet aan toe is. Ja, die islamieten hebben wel een beetje gelijk als zij het Westen decadent vinden, hoewel ik me dan wel afvraag wat je dan hier te zoeken hebt. Kunnen hele beschavingen ten onder gaan? Ik vrees van wel. Atlantis 2.0 is in aantocht.

Pokémon Go! Ik staar naar een avatartje op mijn telefoon dat naar de naam Satyamo luistert. Heb zelf onder andere een rugzakje, petje en ogen voor hem gekozen, maar vind hem wel een meisjesachtig type geworden. Dat heb ik dus weer. Hij staat in de tuin, een soort Google Maps laat de straten in de buurt zien, maar ik zie niet de real life omgeving op mijn schermpje en snap er eigenlijk niets van. Voel me te moe om nu als een zombie door de wijk te gaan wandelen terwijl ik niet eens weet wat ik moet doen. Ja, pokémons met een bal vangen, maar hoe? Maar ik moet toegeven dat het ook juist het leuke van dit spel is dat je zelf de spelregels moet ontdekken. Maar net als met geocaching voel ik me een beetje raar en bekeken als ik zo zoekend rondloop. Vlak achter het huis is ergens op een veldje zo’n cache verstopt en volgens een website vindt iedereen hem, behalve ik. Ik kan niet eens rustig daar op het bankje zitten zonder dat onvindbare ding in mijn rug te voelen knagen. Dan maar weer terug naar Facebook waar iemand beweert dat bijna-doodervaringen simpele hersenspinsels zijn, maar waarbij ik me dan weer afvraag hoe je dan je eigen lichaam van buiten af kan waarnemen. Ook daarover wil ik schrijven, maar ben te duf om de flow te pakken te krijgen. Ben twee uur bezig met een alinea die vervolgens in de map concepten verdwijnt tussen andere halve blogs die waarschijnlijk nooit het daglicht zullen zien.

Duffe dagen. Niet echt wakker zijn maar ook niet echt slapen. Misschien is het gewoon moeheid van een eigenlijk veel te drukke tijd waarin ik van alles wil en door elkaar doe. Wel enthousiast en vol overgave, maar ook veel. Wellicht zijn gewoon mijn hersens moegedacht. Willen ze teveel rare dingen weten die geen hond interesseert. Zoals hoe ik met duffe hersenen eigenlijk kan weten dat ik duf ben. Kan dufheid dufheid waarnemen? Pfffff, soms word ik moe van mezelf.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De escapist

Date 9 juli 2016

Voor het eerst ontmoette ik iemand die zich ‘escapist’ noemde, wat voor haar helemaal niets negatiefs betekende. Deze keer borrelden we in Rox in Amersfoort, en ik belandde met haar in een lui zithoekje. Zij met een of andere bloemetjesdrank en ik met mijn donkere Leffe. Een jeugdige energieke vrouw, die ik nog nooit eerder had ontmoet maar ook nu was dat geen belemmering. Want in onze club slaan velen bij voorkeur alle tijdrovende formaliteiten over om snel tot de kern van de zaak te komen. Omdat ze naast hoorn nu ook fagot ging spelen hadden we het over muziek, en via muzieksleutels, Smetana’s Die Moldau en de stad Praag waar ze wel tien keer was geweest, kwamen we al gauw bij de romantiek terecht. Waarbij ze bijna trots vertelde dat ze een escapist was, want romantici zijn per definitie escapisten, dagdromers waar helemaal niets mis mee is.

Mensen die mijn blogs lezen zullen begrijpen dat het meteen klikte tussen ons. Want ik begon natuurlijk meteen te vertellen over Second Life. En over virtual reality dat eigenlijk zo oud is als de mensheid, sinds hij de grotten van Lascaux begon te beschilderen. En zij deed er nog een schepje bovenop met kritiek op mindfulness, want benauwder en beperkter dan het hier en nu kan je blik nauwelijks zijn! Een wereld zonder dagdromen, zonder fantasie, die zich uitsluitend tot het alledaagse beperkt, wat stelt dat nou voor? Het leuke van deze vrouw die tegenover me zat was dat ze bepaald niet dromerig overkwam, maar juist heel helder en levendig uit haar ogen keek. Ik had dan ook niet de indruk dat ze als romanticus het dagelijkse wereldse leven verafschuwde, maar dat eerder als een opstapje naar andere werelden beschouwde.

Jezelf escapist noemen, dat vind ik een vondst. Ook omdat ik moet denken aan de titel van een boek waarover ik zojuist had geschreven: Opengebroken van J.C. Amberchele die verlicht werd in een gevangenis in de Verenigde Staten waar hij al tientallen jaren vastzat en wellicht nog een hele poos moet uitzitten. Want wat betekent escapisme anders dan ontsnapping? En net als bij de auteur van dat boek gaat het niet zozeer om een ontsnappen uit wat normaliter de reële wereld wordt genoemd, maar een ontsnappen in een andere wereld. Zeg maar gewoon: een ontdekkingsreis waarin je je leven – en wellicht daarmee ook dat van anderen – verrijkt met innerlijke werelden. Er is meer tussen hemel en aarde, en zonder dat ‘meer’ blijft er van het leven niet veel meer over dan óverleven, wat voor mijn gevoel bijna het tegengestelde is van leven. Je hebt het nodig, net als je ego of ikje, maar als het daarmee ophoudt leef je wel in geestelijke armoede.

Ik denk dat de meeste mensen niet durven te leven. Uit angst voor andere werelden, andere werkelijkheden die hun zekerheden ondermijnen zodat ze zich liever opsluiten in burgerlijke fatsoensnormen en trivialiteiten, zich liever aansluiten bij machthebbers dan hun eigen normen en waarden ontdekken. Daarom zijn de realisten de echte angsthazen en zullen ze alles wat buiten de geëigende paden gaat veroordelen en framen als onrealistisch, onhaalbaar, niet van deze tijd, of gewoon onzin zodat je er verder geen woorden aan hoeft vuil te maken. Uit de band springen betekent voor hen niet veel meer dan een extra glaasje drinken, of een heel voorzichtig gekozen extra tintje in hun maatpakken. Als grijze muizen leven ze in een kale wereld, zijn al dood voordat ze gestorven zijn. En alles waarmee je wel eens andere werelden zou kunnen ontdekken, zoals drugs, is taboe en moet te vuur en te zwaard bestreden worden.

Er zijn veel te weinig escapisten! Waarom zeggen niet veel meer mensen dag met hun handje tegen Mark Rutte en consorten om vervolgens hun eigen weg te gaan? Waarom doen de meeste mensen trouw wat hen van hogerhand wordt opgelegd, zelfs als het de grootste onzin is? Ja, ik ben al van jongs af aan een cultuurpessimist, en vind het dan ook geheel gerechtvaardigd als mensen willen ontsnappen aan de hypnotiserende gevangenis waarin we leven. Veel van wat er in onze samenleving gebeurt is niet meer te snappen, dus leve de ontsnappers!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De onderdompeling

Date 30 juni 2016

Ondergedompeld. Dat vind ik een prachtig woord. Virtual reality moet je onderdompelen in een andere werkelijkheid. Hoe meer, hoe beter. Nu is dit, hoewel het deze jaren in een stroomversnelling is beland, eigenlijk helemaal geen nieuw verschijnsel. Het bestaat al sinds de eerste rotstekeningen waarbij holbewoners zich wellicht verloren in de wereld van de jacht. Met de opkomst van het schrift ging het een stapje verder, ook daarin kon je je verliezen. Er waren zelfs mensen die dat verwerpelijk vonden en zworen bij het gesproken woord. Veel eeuwen later kreeg virtual reality een enorme boost met de uitvinding van de boekdrukkunst, en ik kan me voorstellen dat ook toen velen wezen op de gevaren, uit angst dat mensen alleen maar boeken gingen lezen en geen aandacht meer overhielden voor elkaar. Toen later de film op het toneel kwam brak ook paniek uit en sprongen mensen weg voor een op het doek aanstormende trein. Zo lijkt de hele geschiedenis van de mens te bestaan uit virtual reality, en wellicht is het creëren daarvan juist datgene wat de mens tot mens maakt. Het abstracte, het overstijgen van de alledaagse realiteit, creativiteit en kunst – wat is dat anders dan het scheppen van nieuwe werkelijkheden waarin de mens zich graag verliest?

Wat is er zo heerlijk aan dromen, slapen, seks, dansen, musiceren, voetballen, drugs, verliefdheid, schoonheid, gamen en creatief zijn? Dat je even verlost bent uit de beslommeringen van het concrete hier en nu. Dat er even geen ik is, dat je er even niet bent. Je verliest je in activiteiten, emoties en gedachten, en vergeet even de zorgen en verantwoordelijkheden van het reële leven. Zolang de wereld geen paradijs is, maken we dat paradijs wel zelf! Maar dan niet in deze wereld, maar in die van onze visioenen en idealen. Het is een vlucht uit de realiteit, en tegelijk doen we tijdens die vlucht inspiratie op voor een nieuwe realiteit. Zoals we vakantie nodig hebben om inspiratie op te doen, nieuwe plannen te maken en energie bij te tanken. We moeten soms even vacant, beschikbaar zijn, ons op stranden onder de zon leeg laten lopen zodat we er weer fris en gezond tegenaan kunnen.

Zonder virtual reality leefden we nog voor het Stenen Tijdperk. Want het is juist onze mogelijkheid om onszelf te verliezen, te laten onderdompelen, die ons inspiratie geeft om de wereld mooier te maken. Zonder dromen worden geen uitvindingen gedaan, en geen mooie boeken geschreven. Het is niet voor niets dat artiesten en uitvinders een hoog droom- en druggehalte hebben. En het is niet voor niets dat mensen bij een doop letterlijk ondergedompeld worden. Als er geen fantasten waren die schreven over idiote zaken, zoals parallelle universa en teleportatie, stond de wetenschap stil. In zekere zin is virtual reality ons geboorterecht, het basale recht om je in andere werelden te begeven. Het strijdtoneel met voor- en tegenstanders van virtual reality is geen andere dan dat tussen idealisten en realisten. Niet dat er geen excessen zullen zijn waarbij mensen ondergedompeld blijven in virtual reality omdat ze vergeten dat het lastig leven is zonder vlees en bloed. Maar worden de gevaren niet sterk overdreven en is de weerstand tegen virtual reality niet al te vaak ingegeven door angst voor het alternatieve?

De techniek voor onderdompeling heeft zijn eindpunt nog niet bereikt. Zo’n cardboard moet je zelf vasthouden en een wat professionelere viewer weegt wel zwaar aan je hoofd. Uiteindelijk zullen we ons in pakken moeten steken om ons hele lijf alle sensaties van een andere wereld te laten ondergaan. Hoe we in die van reuk, evenwicht, zwaartekracht, druk, pijn en smaak ondergedompeld gaan worden weet nog niemand, maar ook dat zal ooit uitgevonden worden. Dat wordt business. Er komt een tijd waarin we in een zoutwatertank kunnen drijven en ons kunstmatig laten voeden en beademen. Of dat er niet veel meer van ons overblijft dan een brain in a vat, alles ten eeuwige dage aangestuurd door een computer op zonne-energie. Althans als dat niet al het geval is. Shoppend in winkels zul je van alles kunnen krijgen. Het zal er druk zijn. Totdat een verlicht iemand ons de ultieme virtual reality ervaring zal verkopen waarvoor goed betaald moet worden. Wat dat is? Helemaal niets! Omdat we zonder al die spullen allang in virtual reality leven. Leuk om bij stil te staan.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Brexit

Date 24 juni 2016

Vandaag moet ik denken aan mijn vakantie in Londen, in 1968 toen Engeland nog een leuk land was. Ik kampeerde op een camping in Chigwell met mijn Gereformeerde Vriend (Niet Vrijgemaakt), die tijdens onze diverse trektochten niet snapte waarom we niet achter de vrouwen aangingen. Dat kwam niet eens bij me op. Jongens versieren trouwens ook niet, want mijn seksuele identiteit was nogal warrig in die jaren. Londen! Ik zag er voor het eerst 2001: A Space Odyssey en was meteen verkocht. We zagen er voor het eerst de film Yellow Submarine, en ik hoorde in een platenzaak voor het eerst nummers van het album A Saucerful of Secrets van Pink Floyd. En ik kletste me binnen in de burelen van EMI als vertegenwoordiger van een Pink Floyd fanclub, zonder erbij te vertellen dat die niet zoveel voorstelde. Eigenlijk voelde ik me best thuis in die stad. Dat was een tiental jaren later ook nog zo, maar daarna ben ik nooit meer geweest in het land dat indertijd met de Beatles en de Stones zo’n beetje het magisch centrum van alternatieve subcultuur in Europa was.

Jammer dat Engeland in de jaren negentig onder leiding van Margaret Thatcher verworden is tot het centrum van het neoliberalisme en daarmee grote delen van Europa’s vaste land heeft besmet. Dat het de wortels van de kredietcrisis in de Londense City de handen boven het hoofd heeft gehouden. Dat het niet echt mee wilde doen met Europa. Dan is het inderdaad beter om afscheid te nemen van elkaar. Misschien dat Europa gewoon een beetje te groot was met het Verenigd Koninkrijk er bij. Misschien dat Europa haar eigen ondergang over zich afroept door steeds maar te willen uitbreiden, waarbij haar lidstaten steeds meer autonomie verliezen en in een identiteitscrisis raken. Geef die Engelsen dan maar eens ongelijk. Meer dan ooit blijkt dat economische eenheid onvoldoende basis voor vereniging biedt. Mijn vriend sorteert de euromunten vaak op landen: die van Frankrijk – ook zo’n raar en volstrekt aspiritueel land – en rare Oostbloklanden wil hij zo weinig mogelijk zien. Een economische unie zonder politieke basis is een farce.

Ik denk dat de Engelsen groot gelijk hebben. Ze hebben het neoliberalisme gezaaid, maar zijn het nu zat om als marionetten aan de touwtjes van de Europese Commissie te dansen. Ik zal en kan niet ontkennen dat Europa ons veel voordelen en gemakken heeft gebracht, maar het is de vraag of deze opwegen tegen het verlies van soevereiniteit en identiteit. Alle Menschen werden Brüder is echter niet op te leggen omdat het alleen het resultaat van groei kan zijn. Een groei van binnenuit, en die kan niet geforceerd worden door wetgeving en economische maatregelen. Met het opofferen van haar identiteit ten gunste van geld en gemak heeft Europa haar ziel aan de duivel verkocht. Ik kan me niet echt een Europeaan voelen omdat ik weinig opheb met zuidelijke landen met een katholieke cultuur. En dan willen ze zelfs Turkije nog binnenhalen ook. Ik kan me voorstellen dat ik een beetje Vlaming ben, Duitser of Deen, dat ik een Neuropeaan ben. Juist door het overrulen van de eigen identiteit is Europa mislukt, en zou het me niets verwonderen als het verder uit elkaar valt. Omdat mensen het zat zijn en hun eigen leven weer gaan opeisen en willen inrichten.

Spiritueel bekeken is identiteit eigenlijk een stom spul, maar de enige weg om jezelf te verliezen is jezelf te vinden. Laten we daarom het materialisme en de megalomanie van de sharia die zich neoliberalisme noemt achter ons laten en weer een beetje normaal gaan doen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Mensaborrel

Date 11 juni 2016

Gisteravond eindelijk weer eens geborreld met gewone mensen. Op het terras van Luno Kitchen in Hilversum. Het was een mooie zomerse dag, en eindelijk weer eens tijd voor een familiebezoek. Want zo voelt het: ik was al heel lang niet meer op zo’n borrel geweest, maar toch voelde alles meteen heel vertrouwd aan, ondanks dat er voor mij nog maar één bekende van vroeger in ons groepje rond de houten tafel zat. De anderen ontmoette ik voor het eerst en tegelijk was het alsof ik hen al jaren kende. Een plek om mezelf te zijn, zonder discussies om wie er gelijk heeft, zonder grapjes om elkaar vliegen af te vangen, zonder elkaar af te troeven en de beste en de slimste uit te hangen, zonder elkaar in de rede te vallen, zonder oppervlakkige plichtplegingen. Lichte gesprekken over onderwerpen waar buiten onze familie nauwelijks aandacht voor is. En humor die niet in de laatste plaats over onszelf gaat.

Ik dronk mijn cappuccino en wilde vertellen op welke woonplekken ik me het meest thuisvoelde en waarom, wat verzandde in een gesprek over de opkomst en de afgang van de Bijlmermeer, en iemand anders verwoordde precies mijn eigen gevoelens en gedachten over deze woonwijk die in haar eerste decennium best mooi was om in te wonen. Ik sabbelde aan mijn elektrische sigaret en was gelukkig niet de enige die rookte en ook wel eens gestopt was met roken. Ik dronk een donker biertje en volgde stilletjes soms links en dan weer rechts van me een stukje van een gesprek, en merkte dat ik iedereen gewoon aardig vond. Heerlijk om gewoon lekker jezelf te zitten zijn en er helemaal niets hoeft of moet. Net toen ik wat borrelhapjes wilde bestellen werd ons verteld dat het terras om tien uur sloot, wat natuurlijk veel te vroeg was.

Blij wandelde ik over de zomeravondse Groest met al haar romantisch gevulde terrasjes in het donker, en nog steeds speelde het lome lied Fat old sun van Pink Floyd in mijn hoofd. Het leven was goed zoals het was. De hele dag hing er al een zomers gevoel van een verstilde vrede over me, en daar bovenop vervulden de afgelopen uren me met een verwondering over hoe gewoon en normaal mensen met elkaar kunnen omgaan, met aandacht en interesse voor elkaar, bereid om elkaar te helpen, en iedereen in zijn waarde te laten. Het meest wonderbaarlijke is dat dit allemaal kennelijk met intelligentie heeft te maken, want daardoor hebben we elkaar, als leden van de vereniging Mensa, leren kennen. Waar velen erachter komen dat hoogbegaafdheid een afwijking is waar je ook flink last van kunt hebben. Omdat wat voor jou gewoon is voor veel anderen ongewoon is en omgekeerd.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites