De thuisblijfsituatie

Date 23 maart 2020

Het is wel even wennen, zo’n lege agenda, maar het geeft wel rust. En de wereld is heerlijk stil, wat best gezond is. En zelf kom ik aan allerlei klusjes toe die al een tijdje zijn blijven liggen. Eindelijk een nieuwe iPad aangeschaft. Bezig met de publicatie van de Engelse versie van mijn boek bij Amazon. Nu kan ik eindelijk de website van De Idealist, de digitale opvolger van De Kaarsvlam, inrichten. En dat alles zonder haast. Second Life is virusvrij, dus daar kan ik zonder angst verder leven. Het is boeiend te zien hoe creatief mensen worden tijdens een crisis zoals nu. Last but not least binnen de gemeente, waar we met een werkgroep binnenkort op afstand met Zoom gaan vergaderen. Wij gaan er alleen maar uit voor boodschappen en de twee keer dat we per week buiten eten laten we de maaltijd bezorgen of halen we die af. De komende maanden zal blijken of inderdaad de meeste mensen deugen, zoals Rutger Bregman schrijft, hoewel er natuurlijk altijd wel wat aso’s zullen blijven die bijvoorbeeld gaan hamsteren en die het geen reet interesseert hoe anderen hun kont gaan afvegen.

Op Facebook zag ik hoe iemand de letters van het woord ‘coronavirus’ had verwisseld zodat het ‘carnivorous’ werd, vleesetend. Daar lijkt inderdaad in China de oorsprong van het virus te zijn. En niet alleen van dit virus. ‘Nature strikes back,’ heb ik gereageerd, en ik kan de natuur geen ongelijk geven. We hadden ons veel ellende bespaard als we veel minder of helemaal geen vlees hadden gegeten, en er niet op zo’n ondierlijke manier mee waren omgegaan. Zowel in Italië als Noord-Brabant blijkt het carnaval een ideale gelegenheid geweest te zijn om het coronavirus te verspreiden. ‘De meest waarschijnlijke oorsprong van het woord carnaval ligt in het Italiaanse carne levare (Kerklatijn: carnem levare), wat “opheffen/wegnemen van het vlees” betekent,’ lees ik in Wikipedia. Alvorens tot de vasten over te gaan, kon men zich nog even lekker te buiten gaan aan het eten van vlees. Zoveel uitbundige mensen bij elkaar is uiteraard een ideale besmettingshaard, maar de vleselijke roots van het carnaval vind ik toch opmerkelijk.

Zo normaal als het was om de hele wereld te bevliegen, wat aan de verspreiding van het virus heeft bijgedragen, zo gewoon is het nu om thuis te blijven. Een ramp voor de economie en wellicht staan de merites van het kapitalisme en het neoliberalisme nu ook op de helling. Want mensen gaan nu ontdekken dat er meer is dan werk en geld. Ik hoor al geluiden van mensen die zich beginnen te realiseren hoe hectisch hun leven tot voor kort was. Mensen staan te zingen en te klappen op balkons, en delen via de media mooie liederen met elkaar zoals You’ll never walk alone, waarvan ik even vol schoot. Het wordt weer normaal om aardig en behulpzaam voor elkaar te zijn en rekening met elkaar te houden. Dat is winst. Soms is een crisis nodig om mensen wakker te schudden. Natuurlijk weet niemand hoe lang dit nog gaat duren, maar tot nog toe is gebleken dat mensen in crisissituaties niet meteen monsters worden, en Rutger Bregman zal wel op het puntje van zijn stoel zitten om te kijken hoe het nu verder gaat.

De wereld zal nooit meer dezelfde zijn. Toevallig zaten we een dag na 9/11 in een vliegtuig en starend naar de wereld onder ons had ik datzelfde gevoel van op een keerpunt te staan. Ik wist nog niet dat dit gevoel werkelijkheid zou worden, net zomin als ik dat nu weet. Maar een crisis kan het beste in de mensen naar boven brengen, iets wat we nu al een beetje zien gebeuren. Het is wel even wennen om veel thuis te zijn, en het is eigenlijk raar als we het daar moeilijk mee hebben. Alsof dat iets onnatuurlijks is. Terwijl we ons nergens beter op ons gemak kunnen voelen dan in de thuisblijfsituatie.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De smaak van stilte

Date 16 maart 2020

Simon & Garfunkel zongen er al over. The sound of silence. Meestal hoor je alleen stilte als er opeens geen geluid meer is. De meeste mensen vinden stilte eng, die moet dan maar weer gauw gevuld worden met woorden of muziek. Maar die kunnen ook aandacht vragen. Bijvoorbeeld als ik aan het begin van een betoog in de raad een volgens velen te lange stilte laat vallen. Dat doe ik niet eens bewust, dat gebeurt gewoon, maar ik hoor mensen zich afvragen waarmee ik nu weer uit de bus zal komen. Alsof mijn eigen stilte ook stilte om me heen schept. En een stilte van een paar seconden is al héél lang. Wie kent dat niet? Het gezegde ‘Alsof er een dominee voorbijkomt,’ is niet altijd positief bedoeld. Sommige mensen zetten bij van alles en nog wat een muziekje op. Ja, sommigen laten zelfs de tv aanstaan als je bij hen op bezoek komt. Onbegrijpelijk en eigenlijk ook onbeleefd. En hoeveel mensen lopen er niet met oortjes in hun oortjes rond? Niks voor mij allemaal.

Luisteren naar de stilte is heerlijk voor het slapen gaan. Dan ervaar ik de stilte als een soort grondtoon die overal aanwezig is, achter kleine geluidjes zoals het aanslaan van de pomp van de verwarming, achter mijn eigen tinnitus in mijn oren en het geruis in mijn hersenen. Eigenlijk hoor je iets dat je niet hoort, maar wat toch aanwezig en voelbaar is. Net zoals je kan kijken naar de donkerte, die Simon & Garfunkel al in de eerste regel van hun lied welkom heten. Niets is ontspannender dan naar stilte te luisteren, waarbij ik me natuurlijk ontzettend vaak betrap op het luisteren naar gedachten en fantasieën in mijn hoofd. Zodra ik me ervan bewust word dat ik naar de stilte lig te luisteren is de stilte alweer verdwenen. Ernaar luisteren is niet iets wat je kan doen, maar om van te genieten als het over je komt. En je gedachteloze aandacht er dan bij te houden. Dat is meditatie, een zijn zonder oordelen. Wel een vrijwel onmogelijke meditatie als de buren weer met bladblazers aan de slag gaan.

En toch. De stilte is er in feite overal en altijd. Geluiden ontstaan door onze persoonlijke manier van waarnemen, afhankelijk van de oren waarmee we zijn uitgerust. In feite zwijgt alles, is de hele kosmos stilte, wat het waarschijnlijk zo fijn maakt om naar de sterren te kijken. Dan voel je iets van je bron, de leegte waaruit alles is ontstaan en naar terug zal keren. Zo kan je genieten van een leegte die nog betekenisloos is omdat gedachten erover ver te zoeken zijn. Voor even dan, want voor je het weet nemen je hersenen het weer over. Of val je in slaap. Ik weet geen beter advies voor slapelozen dan naar de stilte te luisteren. Maar toegegeven: het is niet altijd even makkelijk om de smaak van stilte te pakken te krijgen. Maar toch: ga luisteren naar wat je nu écht hoort. En rustige geluiden kunnen je daarbij helpen, zoals dat van de regen op het raam of dak. Zelfs dat van onweer. Natuurlijke geluiden zijn bijna altijd mooi en getuigen van de stilte.

Soms stralen mensen stilte uit. Ik was eens bij pater Van Kilsdonk op bezoek in de Pieter de Hoochstraat waar het ondanks ons gesprek heel stil was. Ik zat aan de voeten van Osho die toen nog Bhagwan heette: hij praatte, maar was een en al stilte en leegte. In mijn jonge jaren kon ik in bed genieten van het verre geluid van vrachtauto’s die in de vroege ochtend melk rondbrachten. We waren in tempels van Rozenkruisers waar de stilte bijna oorverdovend was. Die namen ons eens mee in een grot in Frankrijk en daar zaten we met zo’n honderd bezoekers in de stilte. En toen deden ze ook nog eens het licht uit. Prachtig! Voor de primitieve mens moet de wereld ook heel stil zijn geweest. En als ik nu naar de onstuimige jaren zestig zou terugkeren, zou ik die waarschijnlijk ook heel stil vinden, zo zonder internet en mobieltjes. De laatste decennia is er weinig van stilte overgebleven, wat ronduit ongezond is.

Iets soortgelijks geldt voor licht. Zelfs de hemel wordt besmet met duizenden satellieten. Gelukkig is de A27 hier vlak bij een paar kilometer niet verlicht. Voor de natuur. Lijkt me goed voor de automobilist zodat die goed uit zijn doppen moet blijven kijken. Autorijden moet heel slecht voor je ogen zijn want zelfs overdag zijn de koplampen aan. Nergens is het meer echt donker. Zelfs niet in onze slaapkamer waar Vriend indertijd op mijn verzoek verduisterende rolgordijnen heeft gemonteerd. Ja, afgelopen winter was het even echt donker op de gang zodat ik daar even op mijn rug op de vloer ben gaan liggen met een onzichtbaar bedreigend trapgat naast me. Ook hier is het weer goed naar de nachtelijke hemel te kijken, naar de oneindige donkerte die alle sterren als een baarmoeder omvat en in zich koestert. Zullen generaties na mij nog stilte en donkerte kennen? Als er gekozen moet worden tussen gezondheid en economie, wordt meestal voor het laatste gekozen. Net als bij de bestrijding van het coronavirus.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Het echte weten

Date 13 maart 2020

Uiteraard wil ik verlicht worden. Gerealiseerd. Bevrijd. Ik heb niet voor niets honderden teksten van spirituele meesters gelezen, gehoord, overdacht en bediscussieerd. Maar verlicht ben ik nog steeds niet. Veel spirituele meesters vinden dat logisch. In mijn eigen woorden: zolang ik er ben is de verlichting er niet, en als de verlichting er is ben ik er niet. Zodat ik heel erg mijn best ga doen om er niet meer te zijn. Maar ook dat verlangen en streven is weer iets van mijn ik, zodat ik eigenlijk niets kan doen op het spirituele pad, dat volgens velen dan ook eigenlijk een dwaalweg is. Voor zover het überhaupt bestaat. Tja.

In veel spirituele tradities is de belangrijkste op zoek naar jezelf te gaan. Wie of wat ben ik? ‘Ken uzelf,’ staat in de tempel van Delphi te lezen. Zoeken dus, en ook daar wil ik weer heel goed in zijn. Een heilloze zoektocht, want wat ik ook in mijn innerlijk vind – een ego en zo – kan ik ook niet zelf zijn omdat de waarnemer nooit het waargenomene kan zijn. Op die manier blijft er weinig van me over. Maar dat is wellicht ook de bedoeling, dat je uiteindelijk nooit jezelf kunt vinden. Het is net zo’n paradoxale opdracht als een koan bij zen. Maar wacht even. Ben ik dan niet de waarnemer, bewustzijn? Shit! Maar ook die neem ik weer waar. Het enige wat ik kan verzinnen is dat bewustzijn zichzelf kan kennen, ontsnapt aan de cartesiaanse dualiteit van subject en object. Dat klinkt best mooi. Hebbes!

Ik hou van paradoxen. En zeker niet minder van humor. Aan dat laatste ontbreekt het nogal eens in de spirituele wereld. Zo van: als je verlicht wordt ontdek je dat je dat eigenlijk altijd al geweest bent. Lol! Aan het begin van het pad zijn rivieren rivieren, op het pad zijn rivieren geen rivieren, en aan het eind van het pad zijn ze weer gewoon rivieren. In Second Life knutselde ik een deur in elkaar. Je kan er gewoon doorheen lopen, maar als je aan de andere kant terugkijkt is hij er niet meer. Spiritualiteit als spel en vice versa. Dat kom je ook in de spirituele wereld tegen, de hele kosmos als een goddelijk dualistisch spel. ‘Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen,’ dichtte Bomans.

Ik geniet van dit soort verhalen. Het spel van de dualiteit als noodzaak om tot bewustzijn te komen. Dan trilt er iets in me mee, een fysieke vibratie die door mijn lijf golft. Een herkenning, een opnieuw kennen van iets wat ik niet kan bedenken. Alsof alles in me roept en juicht: ‘Dit is wáár!’ Dat is voor mij het échte weten en een nieuw stapje op het spirituele pad dat eigenlijk niet bestaat. Uiteindelijk gaat het om herkenning, herontdekking van wat er altijd al geweest is. Een beetje afstand nemen van je eigen gedachten kan daar een mooie opstap voor zijn. Als idealen alleen als bedenksels in je hoofd zitten kunnen ze niet veel uithalen, maar als ze getuigen van een diep weten is er niets mooier dan ze te omhelzen. 

(De Idealist, maart/april 2020)

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Spirituele stapjes

Date 28 februari 2020

Ben ik intussen na het bewandelen van veel spirituele paden verlicht? Nee omdat ik me nog te vaak identificeer met gedachten, emoties, mijn lichaam, wat ik doe, kortom met van alles wat zich in mijn bewustzijn voordoet. Ja, omdat ik net als iedereen allang verlicht ben maar het nog niet weet. Verlicht zijn betekent voor mij rusten in mezelf en alleen maar waarnemen zonder daar oordelen aan vast te knopen. Gewoon de wereld even laten zijn zoals die is, wat gepaard gaat met innerlijke rust, stilte en leegte. Wie kent die ervaring niet, waarin alles goed is zoals het is en er eigenlijk helemaal niets meer hoeft? Waarin begrippen als goed en slecht, mooi en lelijk hun betekenis verliezen? Echt bewustzijn is leegheid waarin zich van alles uit je binnen- en buitenwereld manifesteert en het heerlijk is om er gewoon naar te kijken zonder het in te vullen met gedachten, angsten en verlangens. Kortom: verlichting is gewoner dan gewoon, een natuurlijke staat van acceptatie en vrede. Niets bijzonders.

Maar voor je het weet gaat je denken ermee aan de slag. O, is dit verlichting? En floep, weg is het! Zo werkt het denken, het ego nu eenmaal. Dat wil alles pakken en zit er voor je het weet over te praten of een blog over te schrijven. Op zich ook niks mis mee. Laat die gedachtenfabriek maar zijn werk doen. Ook hier kan je weer naar kijken, zien hoe dat hier en nu gevuld wordt met angsten en verlangens. Het beste wat je kan doen is je die innerlijke stilte te her-inneren. Verlichting is geen toestand die je met je wilskracht kan bereiken, want elk willen leidt af van het hier en nu, van dat wat is. Dat is het gemene van het spirituele pad, dat het eigenlijk niet bestaat. Dat je eigenlijk allang dat bent wat je zoekt. Je zoekt naar je bril terwijl je hem ophebt. Kortom: we weten drommelsgoed wat verlichting is maar laten ons bij het minste geringste afleiden. Een piepje van onze telefoon en we zijn alles meteen vergeten. Wat dat betreft is onze samenleving heel ongezond, want zij draait om afleiding door en aandacht voor uiterlijkheden.

Als ik er ben is de verlichting er niet meer, en als er verlichting is ben ik er niet meer. Want wie of wat ik ook denk te zijn ben ik niet. Het enige wat ik kan zeggen is dat ik de leegte, het bewustzijn ben waarin zich van alles voordoet. Dus zelfs als ik een ik waarneem ben ik dat niet. In het hier en nu is geen plaats voor zingeving of een vrije wil. Het leven heeft geen zin of bedoeling omdat het altijd hier en nu is. En zou het een doel hebben, wat is dan dáár het doel weer van? En wat is het willen anders dan dat je vindt dat dingen anders zouden moeten zijn als ze nu eenmaal zijn? Wie zijn wij om daarover te oordelen? Wat zou er van het goede overblijven als het kwade er niet meer was? Hoe zou iets mooi kunnen zijn als er geen lelijkheid was? Ooit schreef ik een verhaal waarin ik in de Zevende Hemel belandde die, net als het paradijs, ideaal is. Heerlijk was dat. Totdat. Want na verloop van tijd ging ik me toch vervelen zodat ik mijn stoute schoenen aantrok en bij God aanklopte om Hem ter verantwoording te roepen. En Hij troostte me met de gedachte dat ik helemaal niet in de hemel was.

Ons denken kan net zo min zonder polariteit als een computer zonder bits. Tegelijk bestaat die dualiteit niet omdat alle tegenpolen met elkaar verstrengeld zijn en zonder elkaar betekenisloos worden. Zo is acceptatie de enige weg naar bewustwording. Misschien is dat ook wel de echte liefde, want die wil niets veranderen, wil niets opdringen en is niet agressief. Iets kan je alleen maar tot bloei laten komen als je het zichzelf laat zijn. Wat overblijft is trouw blijven aan je onpersoonlijke herinneringen, die momenten waarop je overvallen werd door een verstilde vrede, waarin alles oké was, je je thuis voelde en er niets meer hoefde. Misschien is het daarom zo heerlijk om naar het nachtelijk firmament te staren omdat je jezelf herkent in de donkere leegte waarin zich een spel van sterren afspeelt, sterren die allemaal een stukje van jou zijn maar waarmee je je niet meer vereenzelvigt. Laat je niet wijsmaken dat dit soort ervaringen een illusie zijn want in feite zijn ze de enige die dat juist niet zijn. Een blik in de hemel is een blik in jezelf.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Kernenergie? Ja graag!

Date 19 februari 2020

Kernenergie? Ja graag! Met deze provocerende leuze op de voorpagina kondigt de laatste Maarten! een pleit voor kernenergie aan van Ed Croonenberg, over wie aan het eind nog even expliciet vermeld wordt dat volgens hem ‘klimaatverandering reëel is en veroorzaakt wordt door de mens.’ Over dat laatste zijn we het gelukkig steeds meer eens, met uitzondering dan van een paar hardnekkige struisvogels volgens wie alles behalve wij zelf de aarde aan het opstoken zijn. Een moedig artikel, en ik moet toegeven dat ik zelf ook wel eens soortgelijke gedachten koester. Want kernenergie is fantastisch om de uitstoot van kooldioxide en andere schadelijke uitlaatstoffen radicaal te beperken. Er is maar één middel dat nog beter scoort: gewoon met zijn allen minder energie gebruiken, wat ik op korte termijn niet zo snel zie gebeuren.

Het boeiende van dit artikel is dat de auteur gewoon nuchtere feiten geeft. De schrikbeelden van Tsjernobyl en Fukushima zijn op onze netvliezen gebrand, terwijl alleen al de kolencentrales in Duitsland 2.500 doden per jaar veroorzaken. Terwijl we ook niet mogen vergeten dat in Frankrijk met zijn 58 kerncentrales de luchtkwaliteit aanzienlijk beter is dan in omliggende landen. ‘Wie zonder vooroordelen naar de cijfers kijkt, ziet dat kernenergie tot de veiligste, schoonste, betrouwbaarste en meest compacte vormen van energieopwekking behoort,’ aldus Croonenberg. Het opstoken van biomassa is gewoon dom en leidt tot ver in de huidige eeuw juist tot méér uitstoot. Terwijl we juist haast hebben. In 2013 heeft kernenergie ons niet alleen 64 gigaton aan kooldioxide-uitstoot bespaard, maar er bovendien voor gezorgd dat 1,84 miljoen mensen niet aan luchtvervuiling zijn gestorven. Dat is toch echt iets meer dan het aantal slachtoffers van Tsjernobyl waarvan het uiteindelijke aantal door de Wereldgezondheidsorganisatie op 4.000 wordt geschat.

‘Dat neemt niet weg dat je zeer voorzichtig met radioactief afval dient om te gaan,’ zegt Croonenberg. ‘Over het algemeen lukt dat de mensheid goed terwijl ‘van alle radioactiviteit die een gemiddeld persoon ontvangt 1 procent afkomstig is van de nucleaire industrie.’ Dank zij kernenergie kunnen we bijvoorbeeld MRI-scans maken en kanker behandelen. En 85 procent van de straling komt uit de natuur zelf waarvan de hemel ook een klein aandeel heeft met zijn kosmische straling. Door dat laatste is vliegen een relatief radioactieve manier van reizen. ‘Beter geïnformeerde mensen maken zich vooral zorgen over proliferatie: het risico dat weapon grade nucleaire brandstof in handen valt van terroristen en schurkenstaten,’ realiseert de auteur zich. ‘Die kans bestaat, al zijn er geen aanwijzingen dat het ooit gebeurd is.’ Hallo? Wat deed de Enola Gay dan boven Hiroshima en Nagasaki?

Intussen zitten we door de ramp in Fukushima wel met veel radioactieve vervuiling in omliggende wateren en nog veel verder, en had het niet veel gescheeld of alles was toen in 2011 veel erger geworden. Maar wat voor rampen gebeuren er nu al door de stijging van de zeespiegel? Moeten we van twee kwaden dan maar niet voor het minst kwade kiezen? Hele landen en gebieden die onder water verdwijnen: is dát geen aanslag op mens en natuur? Hele volkeren wiens land onvruchtbaar is geworden waardoor oorlogen ontstaan en we opgezadeld worden met een niet meer in te dammen migratie? Al met al zet dit me aan het denken. Ook kerncentrales worden steeds veiliger en om je blind te staren op een oude rammelkast zoals in Tsjernobyl is niet geheel terecht. Gewerkt wordt aan thoriumreactors en kernfusie. Aan het recyclen van kernafval. En waarom hebben we het niet over die andere 450 kerncentrales in de wereld waar we géén last van hebben?

Wat kan de wedloop op het klimaat op kortere termijn beter helpen? De trage gang van een halfhartige energietransitie waarmee we de komende decennia worden opgestookt? Of het bouwen van kerncentrales die steeds veiliger worden? Weinig kans voor het laatste, denk ik, want het is nog steeds taboe. Wellicht is onze angst voor kernenergie wel een diepgewortelde angst voor onszelf, voor onze eigen kern. We leven nog steeds met het idee dat mensen diep van binnen slecht zijn, dat we de plutonische krachten in ons zo diep mogelijk in het onbewuste achter slot en grendel moeten zetten omdat bij het vrijmaken ervan onze ware monsterlijke aard zal toeslaan. Uranium in de reactor als het beest in ons. Door onze eigen angst missen we echter een nuchtere kijk op kernenergie, dus zullen we de discussie daarover maar niet eens opnieuw gaan aanzwengelen?

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Gordelroos

Date 7 februari 2020

Net als kinderen kunnen ook kinderziekten heel eigenwijs zijn als ze hun zin niet krijgen. Na zich zo’n zeventig jaar in mijn ruggenmerg te hebben verstopt slaat het waterpokkenvirus alsnog toe. Gordelroos, heet het dan opeens, en dat legt me al de hele week plat. Vriend heeft helemaal niets aan me deze dagen. En ik trouwens ook niet. Mijn bovenlijf kleurt vlekkerig rood. Jeuk. Geprik. Irritatie. Ik kijk liever niet naar mezelf in de spiegel. Is het een impressionistisch schilderij van een rozenperk op mijn schouder, borst en rug? Alles kost me de grootste moeite. Zo lag ik laatst met een droge mond in bed en het kostte me veel denkwerk en moeite om het bekertje water naast me te pakken. Vannacht zijn er wat blaasjes opengesprongen en was het een grote natte boel in mijn nek. Smerig. Nou ja, ‘smerig’ is ook maar een oordeel. Hemdjes verwisselen. Handen regelmatig met zeep wassen.

Op de een of andere manier heb ik me gisteren toch even naar beneden weten te slepen. Gewapend in diverse lagen kleding zit ik nu lekker even buiten. Niet alleen om wat te roken, maar ook om wat gezonde frisse lucht rond mijn hoofd te voelen. En even van de stilte te genieten. In bed kan ik ook heerlijk van de stilte liggen genieten, alsof me dat herinnert aan hoe ik als kind wel eens ziek in bed lag. Een stilte die meer een sfeer is dan een geluid. Af en toe kwetteren en kraaien wat vroege voorjaarvogels ergens boven me. Het is stil op straat, ik weet niet waarom. Misschien is het ook zo stil omdat ik mijn gehoorapparaatjes niet in heb. Dat is toch een duidelijk voordeel van die dingen, dat je af en toe het geluid kunt dempen door ze juist niet in je oren te stoppen. Ja, ik ben even lekker van de wereld en mensen die me wat beter kennen zullen weten dat ik dat niet echt erg vind.

Ik zit hooguit twee uurtjes achter de computer boven. Dat was eergisteren en gisteren eigenlijk niet zo gezond, want ik voelde al hoe mijn bloeddruk steeg. Mysterieuze berichten van Zilveren Kruis over hoe ik mijn declaratieoverzicht kon inzien. Dat lukte me niet en omdat de afzender No Reply heette. Ik moest de DigiD app gebruiken. Waar dan? Hoe dan? Heb die uiteindelijk op mijn telefoontje gevonden zodat ik na een half uur stoeien toch dat overzicht vond. Waar uiteindelijk alleen maar vage dingen in stonden over ziekenhuiskosten en ik nóg niet wist waarvoor ze al die bedragen voor me hadden betaald. Gisteren iets soortgelijks met een brief van PostNL, zodat ik besloot ze maar een ouderwetse brief te schrijven. Veel makkelijker. Gelukkig hadden ze zelf hun fout ontdekt zodat er vandaag een creditnota in de bus lag. Maar het liedje No Reply van The Beatles zit wel steeds in mijn hoofd. Bedrijven doen steeds meer hun best om zo onbereikbaar mogelijk te zijn. Soms is het internet heel ongezond voor je.

Gelukkig ben ik niet vaak ziek. Ik heb van de week alle afspraken gecanceld. Misschien volgende week ook nog. Gelukkig is het even rustig binnen de gemeente. Veel mensen zeggen dat gordelroos heel pijnlijk is. Ik weet dat niet. Wat is pijn? Als je elk onprettig gevoel meetelt is dat zeker het geval. Maar om nou te zeggen dat ik lig te kreunen en te janken, nee, niet echt. Afgelopen nacht slecht geslapen door de jeuk. Best wat blaasjes opengedrukt. Nog meer troep. Afijn, er gebeurt tenminste wat. Maar de rozen blijven nog steeds uitbundig bloeien en prikken op mijn lijf. Nu zit ik even boven te roken. Nood breekt wet. Ik heb me zelden zo futloos en afgepeigerd gevoeld als de laatste dagen. Ik volg de website Thuisarts, door mijn dokter aanbevolen omdat ze hem zelf ook gebruikt. Met zoiets wordt het internet toch weer wat gezonder. Vriend haalt nu boodschappen. Straks een klus waar ik tegenop zie: eindelijk weer scheren en douchen en ik word al moe als ik eraan denk. En daarna heb ik al meer dan genoeg gedaan vandaag. Pfff …

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Hoe eerlijk is de NRC?

Date 1 februari 2020

Vandaag opnieuw zo’n mooie advertentie in de NRC gezien. Ontdek Antarctica, met onder andere de National Geographic. Dertien dagen inclusief retourvlucht voor € 11.450. Beetje prijzig, dus toch maar verder bladeren in de krant. Ik kan morgen nog naar een vakantiebeurs voor bijzondere reizen. Monniken in Tibet zien, een echte leeuw tijdens een safari. Ja, reizen moeten wel bijzonder zijn, zeker voor de lezers van deze kwaliteitskrant met een gemiddeld goed gevulde portemonnee. Hoe verder weg, hoe beter. Hoe minder alledaags, hoe beter. En daarvoor biedt de NRC tal van mogelijkheden in haar advertenties. Silverjet, travel in style. Labrys Reizen: groepsreizen op niveau met kleine groepsgroottes. Turkish Airlines: de beste maaltijden op tien kilometer hoogte. Met Friendship cruises naar Peru, waarvoor je wel eerst naar Lima moet vliegen, voor € 7.598 per persoon. VCK Cruises. Incento. Koning Aap, met wie je CO2-positief reist. Met Air Cruise naar China en Japan. Soms worden er reizen aangeboden naar Australië, inclusief privévliegtuig om dat werelddeel te bevliegen. En NRC zelf biedt academische reizen aan, onder andere naar Zuid-Afrika.

Als ik die grote torenhoge witte cruiseschepen zie die al kilometers uit de verte de skyline verpesten, heb ik de neiging om wat depressief te worden. Die zitten vast vol met boomers, net als al die vluchten die ook niet echt vriendelijk zijn voor het klimaat. Vluchten, ja dat is het. Zich onverzadigbaar volproppen met ervaringen. Op Facebook zie ik ook wel eens vrienden die onbeschaamd vertellen over de uithoeken van de wereld waarheen ze gevlogen zijn. Gewoon lekker thuis blijven is taboe, alsof het niet juist daar is waar uiteindelijk de grootste uitdagingen liggen. Ik heb al bijna twintig jaar niet meer gevlogen en daarvoor maar een keer of zes. Toegegeven: dat vond ik best leuk. Wat me ook tegenhoudt is de hectiek van Schiphol zelf. Daar wil ik niet bij horen, want dat is echt een plek om helemaal gek te worden. Misschien reflecteert al dat sensatie zoekende gereis wel een gebrek aan innerlijk reisvermogen en fantasie. ‘The farther one travels, the less one knows,’ citeerde George Harrison de Tao Te Ching in zijn lied The inner light.

Ik ben niet de enige die zich stoort aan al die reisadvertenties in de NRC, want ik las er niet lang geleden een ingezonden brief over. Natuurlijk zal de krant tegenwerpen dat ze die advertenties nodig heeft. Maar hoever ga je daarin mee als je pretendeert een kwaliteitskrant te zijn? Als De Telegraaf ze zou plaatsen zou dat normaler overkomen, maar in een kwaliteitskrant? Je kan het probleem ook naar de lezers toeschuiven, die kennelijk niet genoeg betalen voor kwaliteit. Want zonder die advertenties zou hij duurder worden, wat natuurlijk wel veel eerlijker is. Misschien zou de NRC in twee versies moeten verschijnen: naast de gebruikelijke een wat duurdere eerlijke versie zonder dubieuze advertenties. Maar die keuze is er dus niet. Evenmin als bij bijvoorbeeld Facebook dat me ook een betaald advertentieloos abonnement zou kunnen aanbieden. Zouden er echt geen mensen zijn die voor eerlijkheid kiezen, en zou dat geen hype kunnen worden? Waarom kunnen we überhaupt niet zonder advertenties? Het wordt steeds duidelijker dat die een aanslag op je hersenen zijn en daarmee slecht voor de volksgezondheid. In het vroegere Rusland waren advertenties in de openbare ruimte verboden, en gelijk hadden ze. Je kan tegenwoordig geen straat meer oversteken zonder door dit soort vandalisme bestookt te worden.

We willen alles gratis en vinden dat steeds vanzelfsprekender. Zo verkopen we onze ziel. En verkoopt ook NRC zijn ziel. Het enige eerlijke aan hun reisadvertenties is dat de prijzen ervan niet op een 9 eindigen. Hoe hypocriet kun je zijn?

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Verjaardag

Date 30 januari 2020

Ik ben dinsdag jarig. Cadeaus afleveren bij Rob Uyldert, Louis Bouwmeesterstraat 13-1.

Dat sloeg waarschijnlijk op mijn elfde verjaardag. Ik had met losse rubberen lettertjes een stempel gemaakt, zodat ik briefjes met deze tekst in de bussen van de buurt kon stoppen. En dat deed ik dan ook. Mijn moeder kreeg een boos telefoontje over de brutaliteit van haar zoontje. Maar ze kon er zelf wel om lachen. Waarschijnlijk had ik haar niet eens verteld dat ik de buurt met mijn ongepaste oproep had bestookt. En op mijn verjaardag verscheen opeens Alfred met een of twee zusjes in het trappenhuis, kinderen van een joods gezin dat twee blokken achter me woonde. We zijn jaren lang vriendjes van elkaar gebleven. Ik snapte niks van hun verhalen over Uruguay waar ze kennelijk hadden gewoond en de geur van hun houten speelgoed stond me tegen. Ja, ik had wel gehoord dat ze joods waren, maar daar snapte ik niets van. Van andere religies trouwens ook niet. Er was iets met God en kerken en zo, maar daarmee hield het wel op. Niet dat mijn ouders areligieus waren, maar ze vonden altijd dat ik dat allemaal zelf moest uitzoeken, wat ik heel prijzenswaardig vind. Hoe dan ook: door mijn brutale oproep had ik er een nieuw vriendje bij.

In je jeugd verheug je je al dagen van tevoren op je verjaardag. Een jaar was toen nog heel lang. Een van de mooiste cadeaus die ik van mijn ouders kreeg was op mijn achttiende verjaardag Beatles for Sale, een heuse langspeelplaat met zeven liedjes op iedere kant. Langspeelplaten waren toen duur, achttien gulden vijftig. Die van de Rolling Stones waren een gulden goedkoper, maar daar stonden dan ook twee nummers minder op. Het waren jaren waarin ik met Robin op de zaterdag wat bijverdiende met het wassen van auto’s in de buurt. Met een beetje geluk kon ik dan het eind van de middag een Suske en Wiske kopen voor tweeënhalve gulden. Met hem heb ik ook eens ’s zomers gewerkt in een kistenfabriek, ergens in Oud-West. De Haan, heette die geloof ik. Levensgevaarlijk werk met al die machines, waarmee je tegenwoordig ouders de stuipen op het lijf zou jagen. Aan het eind van de week kreeg je je loon contant in een loonzakje.

Drie jaar later gaf studievriend Sjoerd me het album Picknick van Boudewijn de Groot en ik was best overrompeld door zo’n mooi en duur geschenk. 1968. Ik woonde nog net thuis. Het meest originele en gekke geschenk dat ik ooit van een vriend heb gekregen was een knaap die hij meebracht. Inclusief touwen om heerlijk met hem te kunnen spelen. En plein publice, misschien heb ik toen gebloosd. Maar hij was lekker, die jongen. Dat was toen ik in de Bijlmer woonde en verjaardagen nog uitbundig vierde. Slepen met kratjes bier en zo. Naarmate je ouder wordt voel je je steeds meer verjaard op je verjaardag. Gaat de blik steeds minder naar de toekomst en meer naar het verleden. Vragen als: heb ik eigenlijk wel mijn bestemming bereikt? Wat was ook alweer de bedoeling van het leven? Hoeveel jaar heb ik nog en hoe zullen die eruitzien? Hoelang zal ik voor het leven blijven vechten dan wel mijn lijf de rust gunnen om heel natuurlijk af te takelen?

Geef een beleving als cadeau! Dat lazen we ergens. Want spullen heb ik al veel te veel. De boekenkast is gewoon vol. Dus gaf vriend me een paar dagen eerder een concert in de Grote Kerk in Hilversum waar Cantate op de Brink Bachs Brich dem Hungrichen dein Brot uitvoerde, waar ik weer even van vol schoot. Gevolgd door een etentje in het uitstekende Indiase Restaurant Ganesha. Verder een mooie spirituele tekst over de Leegte die eigenlijk ons diepste wezen is, waarmee hij me iets van zichzelf gaf. En natuurlijk regende het afgelopen dinsdag op mijn verjaardag zelf gelukwensen, iets waar Sybert het eerste mee was. Niet helemaal, want vorige week kwam Nandan al langs met een doos met 30 chocolaatjes van Mon Chérie. Toen ik écht jarig was feliciteerde Vriend me om klokslag 0:00 uur – we hadden net weer een aflevering van de Netflix-serie Ares bekeken. ’s Ochtends een mailtje van Robbie die ondanks koorts toch even zijn bed verliet, gevolgd door whatsapps van veel gemeenteraadsleden felicitaties van Facebookvrienden. Die avond was er gemeenteraad en het scheelde niet veel of ze hadden mijn stoel versierd.

Ik ben weer verjaard. Tja. Al snel ga je, al ouder wordend, steeds meer mijmeren over of je je bestemming in het leven bereikt hebt of nog denkt te bereiken. En eerlijk gezegd weet ik dat niet en ben ik daar ook niet zoveel mee bezig. Daarvoor leef ik teveel bij de dag. Ik kan hooguit zeggen dat ik best aardig mijn eigenwijze zelf ben gebleven, me het meest thuis voelend in de kosmos tussen de sterren. Seid umschlungen Millionen, diesen Kuss der ganzen Welt, Brüder über’m Sternenzelt muss ein lieber Vater wohnen. Alsof die vader daar is waar de leegte is, zich verstopt heeft in de ruimte die overal is. Daar is vrede, daar is stilte, daar is mijn bestemming, hoewel het misschien nog wat levens duurt voordat ik er echt mee versmelt. Ja, ik weet het, eigenlijk zou ik zelfs daar niet naar moeten verlangen, maar ik kan niet anders dan dit verlangen te leven in een al dan niet smachtend hier en nu.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Slapen

Date 21 januari 2020

Meestal ga ik rond één uur slapen en word ik rond tien uur weer wakker. Als je mij mijn gang laat gaan slaap ik negen uur per nacht. Maar als ik ’s ochtends ergens heen moet, zet ik de wekker extra vroeg omdat ik er een hekel heb om haastje-repje uit huis te gaan. Bij voorkeur word ik niet meteen helemaal wakker, maar sluimer nog even na met resten van dromen in mijn hoofd. Toen ik bij de Amrobank werkte zette ik ’s morgens de wekker extra vroeg. Extra tijd om rustig koffie te drinken en muziek te luisteren alvorens de voordeur achter me dicht te trekken, de drukte in. Even bijkomen. Ook hou ik er niet van om zodra ik in bed lig meteen het licht uit te doen, maar eerst wat te lezen en een simpele sudoku te doen. De overgang tussen waken en slapen, en omgekeerd, moet niet te abrupt zijn, maar ik weet dat de meeste mensen zich niet de tijd gunnen of kunnen permitteren om rustig in slaap te vallen of wakker te worden.

Nu ik dit schrijf worden vijfentwintig meter voor me de containers geleegd. Dat wordt door de échte hardwerkende Nederlanders gedaan. ‘Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers,’ is de titel van een mooi boek van Rutger Bregman en Jesse Frederik bij uitgeverij De Correspondent. Maar ik weet niet of ze echt gezond leven met hun zware werk in de buitenlucht. Gunnen ook zij zichzelf de tijd om te sluimeren tussen waken en slapen en waken? Komen zij toe aan de noodzakelijke acht uur slaap? Steeds vaker lees ik dat het ongezond is om te weinig te slapen. Slapen schijnt toch niet iets voor hardwerkende Nederlanders te zijn. En na een slapeloze nacht is je intelligentie meteen met tien punten gedaald. Ik begrijp de mensen dan ook niet die er trots op lijken te zijn dat ze weinig slapen, alsof dat een soort prestatie is in plaats van ronduit ongezond. Ik denk dat de wereld er veel vrediger zou uitzien als mensen wat meer sliepen.

Slapeloosheid vind ik een ramp. Wie niet? En terecht. Maar onze hectische samenleving vraagt erom. Vorige week was ik zo stom om ’s avonds veel te lang door te werken, en daar lag ik dan klaarwakker in bed. Met na verloop van tijd een steeds groter wordende neurotische dwanggedachte dat ik toch écht eens in slaap moest vallen, ook omdat ik de volgende dag vroeg op moest. De eerste uren kan ik nog wel genieten van de stilte en de donkerte, van de veiligheid in mijn warme bed, met soms even een hallucinatie die me vertelt dat mijn hersenen aan het overschakelen zijn, zoals van een geluid dat er helemaal niet is. Dan kan ik ook genieten van oplichtend gedwarrel om me heen dat met een mooi woord ‘visual snow’ heet, zodat het bijna lijkt alsof ik spoken zie. Totdat ik het toch écht tijd vind dat ik in slaap moet vallen. Nee dus.

Slaap is helend. Ik denk dat ik een groot deel van mijn gezondheid daaraan te danken heb. En dromen is zo belangrijk omdat ze je toch iets kunnen vertellen over je diepere wezen. Vaak is het gewoon onzin – afgelopen nacht zat ik het midden in een raadsvergadering op te nemen voor travestie – maar zelfs dan zijn mijn hersenen kennelijk met een noodzakelijke schoonmaak bezig. Maar ik droom ook vaak dat ik kan vliegen, wat eigenlijk heel gemakkelijk is. En handig. Dat is echt genieten. Sommige mensen treden zelfs soms uit tijdens hun slaap, maar dat is me nog nooit overkomen. Zo kunnen zich tijdens je dromen ongekende mogelijkheden openbaren. Niet dat ik verwacht in dit lichaam te kunnen vliegen, maar het laat me wel zien dat mijn geest losstaat van de natuurkundige wetten van tijd en ruimte. En ik heb een echte droomwereld met zijn vaste plekjes. Een hotel ergens in Frankrijk, een station ergens in België, een stad ergens in Duitsland. Ik reis wat af soms.

In oude culturen was de slaap iets heiligs. Jammer dat we dat hebben verloren. Want je kunt nog zo gezond leven, als je niet genoeg slaapt en een wekker nodig hebt doet dat weer veel teniet. En ook als je niet droomt is het heerlijk om even niet thuis te geven. Wakker Nederland slaapt eigenlijk, maar slapende Satyamo is wakker!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De muziekwereld

Date 8 januari 2020

Volgens veel spirituele tradities is alles uit muziek geschapen. Noem het Aum. Of het woord van God. Of lees Tolkien er maar op na. Geen wonder dat muziek zoveel in je teweeg kan brengen. Muziek herinnert je aan je uiteindelijke oorsprong en is een thuis waarnaar je terug verlangt. Was de muziek van de schepping wellicht eentonig in het begin, uiteindelijk is het uitgegroeid tot een fantastisch orkestraal spel van klanken. Dank zij dit alles is muziek de hoogste kunst die er bestaat. Ook omdat je samen kan kunt musiceren, iets wat niet van alle kunstvormen gezegd kan worden want schilderijen en boeken worden meestal door iemand alleen gemaakt.

Muziek is een spel. We spreken niets voor niets van piano spelen. Laatst was ik helemaal in de muziekwereld. Daar zaten een sopraan, een alt, een tenor en een bas te muziekkwartetten. Heb je voor mij van Beethoven het Vioolconcert? Van Wagner de Tannhäuser? Van Vivaldi de Vier Jaargetijden? Van Schumann het Pianoconcert? Een speelse manier om muzikale rijkdom te verwerven! Best gezellig om zo in een kwintencirkel bij elkaar te zitten. Totdat de deur van de nabijgelegen Thomaskerk open geblazen wordt door een toccata van Bach en alle kerkgangers overal in een rondo vliegen. Tijd voor een lekker hapje, maar gelukkig zijn bij een stalletje heel lekkere adagio’s, allegro’s en andantes te verschalken. Met prestokoffie erbij. En dan? Sommige kwarten, kwinten en sexten besluiten de toonladder te gaan beklimmen, waarbij de primes blijven aarzelen en de secundes de anderen niet kunnen bijhouden.

De noten klimmen graag mee omdat ze ook de top willen bereiken. Met uitzondering van de hele en halve noten, want die zijn gewoon te lui. Bovendien hebben ze geen vlaggetjes om te laten wapperen. Ze houden ook zelden van triolen. Geef hen maar een uitgebreide fermata om lekker te kunnen slapen. Dat lukt hen niet altijd, want probeer maar eens in te dommelen met krijsende walküre om je heen. Erger dan muggen.

Het mag duidelijk zijn dat de muziekwereld een bonte wereld is. Zo bont dat sommigen, zoals de piano en de viool, regelmatig dissonanten worden zodat hun aanwezigheid niet op prijs wordt gesteld. Om niet uit de toon te vallen gaan ze dan ook regelmatig naar het stembureau. Zeg eens A? Soms klinkt de viool belabberd omdat er iets aan zijn strijkstok is blijven hangen, en wordt het orgel wel eens moe van zijn eigen pijpen. Soms is er ruzie tussen een bes en een ais, raken violen en bassen hun sleutels kwijt, en vinden muzikanten hun opmaten niet zodat ze in verkeerde orkestjes terechtkomen. Maar ondanks diverse tegenvallers geniet iedereen in de muziekwereld, waar Partituur de koning is, want een dictatuur is hen vreemd. Vrijheid blijheid.

Soms zetten de sopranen en de tenoren stiekem hun stokjes omlaag en steken de alten en de bassen hun stokjes omhoog, omdat iedereen er wel eens van geniet om buiten de lijntjes te springen en verwarring te zaaien. Humor moet er ook zijn, en als er ruzie dreigt is er altijd de zwaan die volgens een legende ooit een huisdier van Saint-Saëns was. Ja, de meeste componisten zijn er zelf ook om toe te horen of hun werken wel goed worden uitgevoerd zodat er geen discussies meer zijn over al dan niet authentieke uitvoeringspraktijken. Voor zover ze niet door de kinderen gestoord worden, want de kleine tertsjes willen graag grote tertsjes worden, maar zonder hulp van de picardische tertsjes is dat lastig. Ruzie alom.

Ik ben blij met de vrolijke en bonte muziekwereld en drink daar graag een wohltemperiert biertje op!

(Toespraak voor Blaricums Gemengd Koor op 8 januari 2020)

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites