Hippies

Date 17 juni 2017

Precies vijftig jaar geleden vond het festival plaats dat beschouwd kan worden als de geboorte van de hippiebeweging. In Monterey in Californië, ten zuiden van San Francisco, van 16 tot 18 juni 1967. Het beroemde lied van Scott McKenzie was bedoeld om dit aan te kondigen. ‘Be sure to wear flowers in your hair’ is de bijtitel van dit lied San Francisco, maar op de filmpjes die daar nog van zijn zie ik geen bloemen op het hoofd van de zanger. En toch… Elke keer dat ik dat lied hoor waan ik me in de zomer van 1967.

Heb ik zelf ooit met bloemen in mijn haar rondgelopen? Vaag herinner ik me dat dit één keer gebeurd is, want als alternatieveling ging je natuurlijk niet mee met welke mode dan ook. Een tikje idealistisch is het lied: ‘There’s a whole generation with a new explanation,’ maar hoe warm mijn hart ook was voor de hippies, ik moest het eerst nog zien, dat verbeteren van de wereld en zo. Het opgeven van studie, het verlaten van huis en haard om als een Easy Rider door de wereld te gaan trekken ging me iets te ver. En al die mooie woorden over liefde… Ik moest het nog zien, maar tegelijk voelde ik me toch wat schuldig omdat ik zelf niet in het diepe durfde te springen, huis en haard niet durfde te verlaten om de rest van mijn leven op maïskorrels te knabbelen. Was dat liefde?

Op de televisie – hoe anders in die tijd? – zag ik The Who hun muziekinstallatie in elkaar rammen en in Monterey stak Jimmy Hendrix zijn gitaar in de fik. Gruwelijk! Veel muziek was van haat vervuld, haat jegens ouders, jegens het establishment, jegens de burgerlijke ‘squares’, en zat vol van de vaak voor wereldverbeteraars zo kenmerkende arrogantie. Was dat liefde? Ik had niks tegen seks, drugs en rock and roll, integendeel. Maar ik had wel iets tegen de verplichting om daaraan mee te doen. Heb trouwens nooit echt de behoefte gevoeld om in grote manifestaties mee te doen met grote mensenmassa’s. Dat doe ik liever met mijn gedachten, door erover te praten en te schrijven, met mijn manier van leven.

Dus ja, ik deed wél mee, maar dan wel op mijn eigen manier. Ik nam het op voor Timothy Leary, maar vraag me tot vandaag de dag af of hij echt door de grote massa van hippies begrepen is. Hetzelfde voor het Oosterse gedachtengoed. Voor Pink Floyd. Wat stelde dat trippen eigenlijk voor als lsd alleen maar voor genot werd gebruikt in plaats van voor bewustzijn? Protestzangers vond ik vaak hypocriet. Ik stond, en sta nog altijd, ronduit achter de ideeën die over de wereld werden verspreid, maar had twijfels over de manier waarop ermee werd omgegaan. Een klassiek dilemma: ben je voor of tegen een beweging waarvan je de roots wel ziet zitten maar de uitwerking ervan minder of niet? Zoiets als dat je wel in Christus gelooft maar niet in de kerk.

De jaren zestig waren natuurlijk niet alleen jaren van hippies, maar ook van terecht protest. Ook daar ging wel eens iets mis. Zo is tegenwoordig bijna iedereen het erover eens dat Claus die rookbommen niet had verdiend. Jongeren stonden op de barricades, vrouwen knokten voor de pil en abortus, homo’s gingen zich emanciperen, de Vietnamoorlog werd onhoudbaar. Waar hippies de weg naar binnen bewandelden, gingen demonstranten de weg naar buiten. Maar voor mij is de weg naar binnen altijd belangrijker geweest dan die naar buiten, zelfs een voorwaarde daarvoor: verbeter de wereld, begin bij jezelf. Nee, er stonden geen mensen met bloemen in het haar op de barricades, maar demonstranten en hippies hebben nooit tegenover elkaar gestaan en vulden elkaar eerder aan dan dat ze elkaars tegenpolen waren.

Mijn hart altijd bij de hippies gebleven. Een stelletje ongeregeld was het, met een groot gehalte aan mafkezen. Maar wat misschien belangrijker is: ze gingen hun eigen kleurige weg, durfden het leven te leven, meer dan welke jeugdbeweging ooit trokken zij zich niets aan van heersende normen en waarden, en bouwden zij niet alleen hun jointjes maar een hele eigen unieke wereld. Ze brachten oosters gedachtengoed naar het Westen, samen met hun kritiek op en protest tegen misstanden. Ja, daar ging wel eens iets mis. Maar moet je tegen revolutie zijn omdat dat niet zonder collateral damage kan? En wie er verantwoordelijk voor dat er überhaupt een revolutie ontstaat? Want veel bestuurders vrágen gewoon om revolutie, zeker vandaag de dag. Velen zeggen dat we het eigenlijk best goed hebben, maar dat gaat dan alleen om uiterlijkheden, want van ons innerlijk blijft steeds minder over.

Veel van wat we tegenwoordig heel normaal vinden – van kleding en lang haar tot opvattingen over religie en seksualiteit – is toen begonnen, zodat je je niet meer kan voorstellen hoe de wereld er in de jaren vijftig en begin jaren zestig uitzag. Dat hebben we wel mooi aan de hippies te danken, een cultuuromslag die vijftig jaar geleden is begonnen. Méér dan maf en indolent, want bezield. Het zaad was gezaaid. Ik geloofde er wel in, maar had zo mijn twijfels of het zaad zou gaan bloeien. Gelukkig kreeg ik ongelijk.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Body Worlds

Date 9 juni 2017

Zelfkennis, het gnothi seauton op de tempel van Delphi, is een van de kernwaarden van veel religies en spirituele bewegingen. Net als het gaan van de weg naar binnen. Dat wordt meestal niet letterlijk opgevat, want zeer weinigen boren gaatjes in zichzelf om in hun eigen lichaam van binnen te zien. Toch in het interessant om eens een kijkje onder de menselijke huid te nemen om te zien hoe het inwendige allemaal in elkaar zit. Anatomie heet dat, een uitvinding van kannibalen, zo lees ik in het boek bij de tentoonstelling Body Worlds die ik van de week bezocht. Natuurlijk weten we wel in grote lijnen wat we allemaal in ons dragen, en een kleine zoektocht op het internet of in anatomische boeken geeft een aardig beeld daarvan. Maar toch. Dat is nog niet echt, tweedimensionaal. Daar brengt een bezoek aan bovengenoemde expositie verandering in, want daar is het hele inwendige van het menselijke lichaam te zien zoals het er in het echt uitziet. Dit dank zij de vele mensen die hun lichaam hiervoor na hun dood beschikbaar hebben gesteld. Dat wordt dan geplastineerd, een techniek waardoor alles er qua vorm en kleur heel natuurlijk uitziet. Ik zou bijna zeggen: je ziet het inwendige lichaam in levende lijve. Zoals het is. Eng om te zien? Macaber dat je het überhaupt wil zien? Toegegeven: ik nam op de tramhalte tegenover de tentoonstelling op het Damrak eerst nog wat trekjes voordat ik naar binnen ging.

Het is helemaal niet eng, maar gewoon mooi! Iets om met respect te bekijken, wat ook bleek uit de stilte die onder de bezoekers heerste. Met de lift ga je naar de zesde verdieping waar hersenen en het zenuwstelsel te bewonderen zijn. Elke verdieping lager is aan een ander aspect van het lichaam gewijd, totdat je op de begane grond kijkt naar embryo’s die er, samen met de placenta, uitzien als kleine witte wolkjes waaruit zich foetussen ontwikkelen. Ik kan me best voorstellen dat mensen in God geloven want alles in het lichaam heeft met alles te maken: de bloedsomloop, de longen, het spijsverteringskanaal, het zenuwstelsel, het bewegingsapparaat, gesteund door het skelet en beschermd door de huid, probeer het maar eens bij elkaar te knutselen. Vitrines met geopende hersenen, en die ook laten zien wat er bij het dementeren gebeurt. Het centrale en autonome zenuwstelsel. Het hart met zijn boezems en kamers, samen met hoe dat eruit ziet na een infarct en bij hartvergroting. De longen, waarbij ook getoond wordt hoe rokerslongen eruitzien, helemaal grijs. Hoe van slok- tot endeldarm het voedsel door de buik kronkelt, waarbij de maag kleiner is dan ik dacht. De functies van lever, alvleesklier, milt en nieren. Mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen. En natuurlijk de spieren. Vaak zijn complete mensen in natuurlijke houdingen opgesteld, zoals bij een discuswerper en iemand die zit te schaken. Er is weinig in het lichaam dat je niet tegenkomt op deze mooie expositie, hoewel ik me niet herinner een menselijk oog gezien te hebben, in tegenstelling tot het oor met zijn gehoorbeentjes, slakkenhuis en evenwichtsorgaan.

Ik heb me niet door een koptelefoon laten rondleiden. De toelichtingen bij de vitrines en opstellingen vertelden me genoeg. Maar misschien heb ik toch wat weetjes gemist die in het boek vermeld worden. Dat het totale bloedvatenstelsel, inclusief haarvaten, een lengte heeft van 96.500 kilometer. Dat de grote hersenen, als je de windingen eruit strijkt, een oppervlakte hebben van anderhalve vierkante meter. Macaber of eng? Welnee, het is goed om te weten hoe je van binnen in elkaar zit. En Body Worlds is zeker een tentoonstelling die leerlingen op school zouden moeten bezoeken. Om zelfkennis in real life – om het maar even zo te noemen – op te doen, en niet uit boekjes of van beeldschermen. Anatomie is iets wat ik in esoterische kringen mis als ze het hebben over astrale, mentale en nog hogere lichamen die ons bezielen. Daar blijven dat vage wolken, het liefst in mooie kleuren, en dat is het dan. Niet dat ik daar niet in geloof, integendeel, maar het gevaar van exposities in deze is dat je voor je het weet echt gaat geloven dat hersenen bewustzijn genereren, en dat intuïtie niet veel meer is dan een lager gevoel dat in de buik opwelt. Maar tussen geboorte en sterven zitten we in dit lichaam zodat het handig is er het een en ander van af te weten. Of beter: het lichaam zit in ons, want wie of wat is degene die dit alles bekijkt en ervaart?

Vroeger trachtte ik mij wel eens voor te stellen dat mijn huid en mijn schedel transparant waren en ik weet eigenlijk niet waarom dat niet zo is. Misschien zijn veel mensen nog niet klaar voor zo’n doorkijkje. Maar ik wel, en ik kom er zeker nog eens terug!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Sgt. Pepper

Date 1 juni 2017

Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band kwam in ons land pas op 7 juni 1967 uit. Las ik. Blijkt te kloppen, want volgens mijn dagboek was ik er als de kippen bij en schreef ik die dag al over de diverse nummers waarvan ik She’s Leaving Home en A Day In The Life kennelijk de mooiste vond, want daar begon ik mee. En ik vermeld ook dat de release eigenlijk twee dagen later was gepland. Ik las onlangs dat we die zes dagen extra wachten – wat best moeilijk geweest zal zijn – te danken hadden aan een staking op Schiphol. Tussen de regels door lees ik dat ik onder de indruk was van het feit dat het een – wat wij nu noemen – een conceptalbum was: de nummers vloeiden in elkaar over waardoor de langspeelplaat één geheel was, wat zeker versterkt werd door de reprise van de titelsong tegen het eind van de elpee, zoals een album indertijd werd genoemd. De zeven vorige albums bevatten altijd, met uitzondering van A Hard Day’s Night, veertien liedjes die onderling weinig verband met elkaar hoefden te hebben, terwijl je bij Sgt. Pepper echt een concert bijwoonde. Ook las ik laatst dat het prachtige Strawberry Fields Forever bijna ook op Sgt. Pepper een plekje had gevonden. Qua sfeer past het er inderdaad uitstekend bij.

It was fifty years ago today, en dat wordt gevierd met een remastering die prachtig schijnt te zijn, maar ik moet die nog horen. Ik vind dat toch een beetje eng. Alsof daarmee de oorspronkelijke sfeer van het album tekort zal worden gedaan. Mijn twijfel sluit aan bij discussies die ook binnen de wereld van de klassieke muziek spelen, waarbij sommigen zweren bij authentieke uitvoeringen met onder andere instrumenten, tempi en bezettingen uit de tijd dat ze gecomponeerd werden. Immers dáárvoor had Bach indertijd zijn werken geschreven en zó had hij zijn composities gehoord, net zoals The Beatles zich een halve eeuw geleden in de Abbey Road Studio’s moesten behelpen met de geluidstechniek van die tijd. Bij de klassieke muziek berust volgens aanhangers van de authentieke uitvoeringspraktijk het verbeteren van het origineel op speculatie, alsof je zeker weet dat Bach ervan genoten zou hebben. Maar dat kan je niet weten, dus moet je er met je vingers van afblijven. En zoals je je nu bij het beluisteren van veel opnames kan afvragen of je echt naar Bach luistert, ben ik benieuwd of ik straks bij het horen van de nieuwe editie van Sgt. Pepper echt naar The Beatles luister.

Wat ik indertijd nooit had verwacht, is dat de laatste jaren sommige groepen popmuziek van weleer opnieuw op het podium brengen, zoals de Pink Floyd Tribute Band. En zoals onlangs The Analogues in de Ziggo Dome. Frank ging erheen. Hij was net beëdigd als fractievertegenwoordiger toen hij me glunderend vertelde dat hij een kaartje voor dat concert had bemachtigd, en dat ze ook Sgt. Pepper integraal gingen uitvoeren. Maar ik was bang dat hij zich net als ik zou storen aan de onvermijdelijke alle geringste afwijkingen van het origineel, waarvan we immers zo’n beetje elke noot kennen. Ik ben benieuwd wat hij ervan heeft gevonden. Maar zelfs als het tegenvalt vind ik het prachtig dat zoiets gebeurt, mits de sfeer van het origineel goed wordt begrepen en opgepakt. Ik herinner me hoe Dolf van der Linden van het Metropoleorkest indertijd The Beatles maar niks vond, muziek die al snel vergeten zou zijn. Intussen zijn we hem zélf bijna vergeten en wordt serieuzere popmuziek klassiek. Popmuziek als serieuze muziek? Dat zingen en kwijlen over emoties, dat primitieve kabaal over seks, die psychedelische herrie over drugs? Ik heb altijd van zowel pop als klassiek gehouden. Wie alleen van klassieke muziek houdt ontkent zijn lichaam, wie alleen van popmuziek houdt ontkent zijn geest. En ik hou van beide.

Juist omdat ze niet meer optraden waren The Beatles niet meer gebonden aan een beperkte instrumentatie en konden ze in de studio zo’n rijk en bombastisch geheel produceren als Sgt. Pepper, dat een keerpunt in hun oeuvre was, gevolgd door The Magical Mystery Tour, het naamloze White Album en Abbey Road, die voor mij The Beatles op hun best zijn. Ook daarvan zullen wel allemaal remasters en nieuwe uitvoeringen volgen, waaruit blijkt hoe tijdloos popmuziek kan zijn. En we Lucy met haar diamanten nog lang in de hemel zullen ontwaren. Als we 64 zijn. Binnenin ons en buiten ons. Met een beetje hulp van onze vrienden.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Gemaakt van muziek

Date 31 mei 2017

Ik ben niet gemaakt van atomen, maar van muziek. Want soms is die zo mooi dat je er koude rillingen van krijgt, dat je mee vibreert en elke cel in je lijf elke noot, elk instrument, elke melodie en elke stem meezingt. Ik ben van Pink Floyd gemáákt, realiseerde ik me onlangs toen ik weer eens naar The Dark Side of the Moon luisterde, op goed volume. Ik luister niet naar de klanken en de teksten, ik bén ze. Alsof ik zelf de magneetband ben waarop de muziek indertijd is opgenomen, de matrijs ben waarmee het vinyl werd gestanst. De apotheose van dit album, de nummers Brain Damage en het aansluitende Eclipse, zijn in mijn wezen gegrift, zodat ze soms dagen lang in mijn hoofd kunnen spelen als ik ze maanden of langer niet meer uit mijn boxen of in oortjes heb gehoord. Misschien speel ik daarom zo weinig muziek de laatste jaren en blijft mijn kast met de prachtigste cd’s lang onberoerd. Ik moet toegeven dat ik er soms wel een beetje gek van word als ik muziek niet meer uit mijn hoofd kan zetten – gekte is trouwens een centraal thema van Pink Floyd – en de beste remedie om mijn hoofd weer een beetje stil te leggen is de muziek in real life te gaan beluisteren.

Muziek is voor mij de hoogste kunstvorm. Iets bekijken geeft afstand, iets beluisteren gaat rechtstreeks je hoofd in. Zelfs zodanig dat de muziek overal lijkt te zijn. Bij het orkest waar je naar luistert en tegelijk in je hoofd. Met andere woorden: muziek is de meest nonlokale kunst en omdat het letterlijk ín je is raak je er makkelijk mee gevuld. Toegegeven: onder het genot van misschien een jointje te veel was ik daar vroeger wel eens bang voor. Een klein onopvallend lachje middenin Maxwell’s Silver Hammer van The Beatles deed me schateren in mijn buik, maar ik vond het wel verwarrend en eng om door de muziek bezeten te worden. Dan schrok ik me elke keer wezenloos als na rustige en vredig kabbelende klanken – ook een huismerk van Pink Floyd – opeens een muur van snijdend en overweldigend geluid als een zee over me heen denderde in de derde minuut van het nummer Sysyphus (Part 4). Want deze groep kon wel aardig wild tekeer gaan, zoals in het rauwe Interstellar Overdrive dat ik nog steeds een prachtig nummer vind omdat je zo heerlijk rondtolt in de ruimte, ook helemaal echt Pink Floyd – spacy, psychedelisch.

Ook mijn geheugen is muziek. A Hard Day’s Night en Help! van The Beatles herinneren mij aan zomervakanties in Blaricum, We Can Work It Out aan de kleedkamer bij gymnastiek in januari, Good Day Sunshine aan het hete zand van het Sloterbad en ga zo maar eindeloos door. Muziek is het papier waarop mijn herinneringen zijn geschreven, en daarmee het ideale middel om me bepaalde gebeurtenissen weer voor de geest te halen. Zeg me welke muziek er was, en ik vertel je wat ik weet van die tijd. Wat ik weet omdat ik het voelde waardoor het diep in mijn merg is doorgedrongen. Dat geldt ook voor veel klassieke muziek. Bij sonates van Beethoven zit ik rond 1965 in Badhoevedorp in de kamer van een klasgenootje, bij An Der Schönen Blauen Donau van Strauss zwelg ik in 1968 een Londense bioscoop van 2001: A Space Odyssey en de Walkürenritt van Wagner rond 1995 aan een leuk primitief computerspelletje. Maar waar klassieke muziek me, meer dan popmuziek, aan herinnert is het tijdloze. Voorbij de wereld van gedachten en gevoelens waar geen woorden voor zijn, voorbij leven en sterven. Herinneringen aan een alles doordringende eeuwigheid.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Verstrengeling

Date 24 mei 2017

Over een paar decennia hebben we voor het overdragen van informatie helemaal geen kabels of straling meer nodig, waarmee ook het probleem van de elektrosmog verleden tijd zal zijn. Natuurlijk zal 5G er komen, en zal nog veel glasvezel worden uitgerold, maar over enkele tientallen jaren zal dit een ouderwetse achterhaalde techniek blijken om informatie uit te wisselen. Volgens de theorie van de kwantummechanica is er namelijk een veel snellere (want buiten de tijd) en veel meer uitgestrekte (want buiten de ruimte) methode om zenders en ontvangers aan elkaar te koppelen. Als het zover is – en experimenten laten zien dat het kan – zullen begrippen als mbps en bereik alleen nog maar in documenten uit grootvaders tijd te vinden zijn. Een berichtje naar de andere kant van het zonnestelsel zal per omgaande beantwoord kunnen worden en ook wordt het onmogelijk om gegevens te onderscheppen.

De kern hiervan is de kunst om elementaire deeltjes te verstrengelen, ofwel dat het ene deeltje het tegengestelde gaat doen van wat het andere doet. Begrippen als spin en lading komen dan op het toneel. Tijd en ruimte spelen daarin geen rol, en juist daarom is het helemaal niet strijdig met onze gangbare opvattingen die bijvoorbeeld zeggen dat niets sneller dan het licht kan. Gewoon omdat er geen snelheid en ruimte meer zijn als dingen tegelijk en op zowat oneindige afstand van elkaar gebeuren. Voor snelheid is beweging nodig, en die is er niet. Het mag duidelijk zijn dat computers ook veel sneller kunnen werken als ze geen stroompjes door draadjes meer hoeven te sturen. Bovendien werken kwantumcomputers sneller omdat ze werken met qubits die méér zijn dan een nul of een één. Een ingewikkeld verhaal, dat ook ik wel beter zou willen snappen. Maar ik begrijp wel dat die verstrengeling de kern ervan is.

Wellicht zijn deeltjes in onze hersenen verstrengeld met deeltjes in die van een ander, met die in een object, en wellicht met deeltjes die zich in een andere tijd bevinden. Daarmee zouden verschijnselen als telepathie, helderziendheid en kijken in het verleden en de toekomst verklaard kunnen worden. Maar het zal voor neurochirurgen best een hele klus zijn om die te vinden. En áls je al ergens een paar qubits in iemands hersenen vindt, heb je zijn partners in die andere tijd en/of ruimte nog niet gevonden. Sciencefiction allemaal? Ik denk dat de meeste science met fiction is begonnen. De transistor is in 1947 uitgevonden en de ontwikkeling ervan is razendsnel gegaan. Wellicht zullen de jongeren van nu er later alleen nog maar herinneringen aan hebben, omdat al onze huidige technologie hopeloos verouderd is. Maar deze toepassing van kwantummechanica zal alleen ten goede leiden als we als mensen ons zélf verstrengelen met elkaar, met de natuur en de planeet

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Weg met de man!

Date 15 mei 2017

Mannen hebben het maar moeilijk vandaag de dag. Maar daar hebben ze natuurlijk zelf om gevraagd. Want geef toe: zij zijn de eersten om de samenleving te ontwrichten. Of het nu een president, een bankier, een religieus leider is, of een inbreker of iemand is die te hard over de weg scheurt, meestal is het een man. Criminelen zoals hackers, oplichters en maffiosi zijn ook meestal mannen. Ergo: zonder mannen zou de wereld er een stuk beter uitzien. Maar sinds vrouwen zich terecht steeds meer emanciperen, voelen mannen zich extra bedreigd zodat ze als katten in het nauw steeds raardere sprongen maken, zodat ik soms wel eens denk dat het einde van de wereld nabij is. Ik vermoed dat voor de meeste vrouwen piemels geen decimeters lang hoeven te zijn, net zoals ze het vaak fijn vinden als mannen ook eens voor de kinderen gaan zorgen of een lekkere maaltijd gaan bereiden, kortom als mannen wat vrouwelijker durfden te zijn, zoals vrouwen zelf ook voor hun manlijke kant opkomen. Want dat zou natuurlijk het mooiste zijn, als iedereen zowel vrouw als man durfde te zijn. Ik geloof heilig in de androgyne mens.

Bij mij moet je er niet over beginnen dat de vrouwenemancipatie doorgeslagen is, want daar hebben mannen zelf om gevraagd, en het is wellicht de enige manier om gelijkheid af te dwingen. Mannen zijn vaak bang en laf, zeker de macho’s onder hen. En hoe meer hun testosteron bedreigd wordt, hoe gevaarlijker ze worden. Als er weer zo’n motorrijder met hels kabaal voorbijkomt, wordt de psycholoog in me wakker die me vertelt dat die stoere kerels waarschijnlijk een heel klein pikkie in hun leren broek hebben. Zielig, maar ook niet om medelijden mee te hebben. Ik moet toegeven dat amazones niet mijn lievelingsvrouwen zijn, maar van hen begrijp ik meer dan van die suffe onbewuste heteromannen die dromen van snelle, zogenaamd sportieve wagens, van macht en de beste prestaties in bed. Toen ze nog jongens waren, waren mannen wel leuk, maar na de puberteit begint de ellende. Met mannen is ook nauwelijks te praten, wat vooral in de politiek nogal onhandig is. Want wat je ook beweert, ze zullen altijd met tegenargumenten komen, en vertellen dat ze allang weten of hebben meegemaakt wat jou bezighoudt, want echt luisteren kunnen ze niet.

Weg met de man! Ja toch? Ze zijn nergens goed voor. Met uitzondering dan van de creatieve kunstenaars en wetenschappers onder hen, maar die zijn alleen maar zo dank zij hun vrouwelijke kant: intuïtie. Die mogen, ja moeten blijven. Maar voor de rest… Je hebt er een paar nodig voor de instandhouding van de soort, en zelfs daarbij kun je je afvragen of dat per se moet. Maar verder? Dat wordt héél diep nadenken. Misschien dat ze vroeger dachten dat besnijdenis zou helpen hun driften wat in te dammen, maar daar merk ik weinig van in het Midden-Oosten. Terwijl we meer dan ooit ons bekommeren om het welzijn van onze kinderen, vinden velen het toch acceptabel om stukjes van pikjes af te snijden. De perverseling die de besnijdenis bedacht heeft moet voor het gerecht gedaagd worden, zelfs al is het God zelf. Velen geloven dat ook Hij een man is, nou, dat hebben we geweten! Onze samenleving druipt van het testosteron, dat veel gevaarlijker is dan koolstofdioxide en methaan. Mannen zijn goed om voor een nageslacht te zorgen maar daar houdt het wel zo’n beetje mee op. Neuken in de keuken en dan linea recta de oven in met ze. Meteen geen overbevolking en voedselschaarste meer.

O help, wat schrijf ik nou weer? Ik ben zelf een man!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Dodenherdenking

Date 4 mei 2017

4 mei is de stilste dag van het jaar. Althans in mijn jonge jaren toen ik in het gloednieuwe Slotervaart woonde. In de jaren waarin Loe de Jong gedurende vijf jaar De Bezetting op de televisie presenteerde, met bijbehorende pocketboekjes die ik natuurlijk ook had. Twee minuten stilte waarop al het verkeer op straat stopte en iedereen, zweeg. Maar nu weet ik zeker dat het geraas van auto’s op de snelwegen gewoon door zal gaan, dat het merendeel van de bevolking het domweg vergeet, niet weet, niet wil, of wel iets anders aan zijn drukke hoofd heeft dan herdenken. Zo raakt heel stilletjes en geleidelijk de Tweede Wereldoorlog in de vergetelheid, en realiseren we ons steeds minder wat onze ouders en grootouders hebben meegemaakt en gedaan, waarvoor velen hebben gevochten en betaald met hun leven. Alsof we niet meer willen weten wat er voor onze vrijheid gekost heeft, alsof die een vanzelfsprekendheid is waarvoor we niemand meer dankbaar hoeven te zijn.

De herdenking verwatert omdat we steeds meer zijn gaan herdenken. Door alle discussies betrappen Fokke en Sukke zichzelf erop dat ze tóch aan vluchtelingen hebben gedacht. Want dominee Rikko Voorberg vindt dat we ook de duizenden moeten herdenken die verdronken in de Middellandse Zee. Waar is het eind als we ons niet meer tot de Tweede Wereldoorlog beperken maar alle slachtoffers van geweld moeten herdenken? Gaat het over een paar jaar ook over christenen die voor de leeuwen werden gegooid tot en met de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh? De Vietnamoorlog? De slachtoffers van 11 september? Syrië, Aleppo? Als we alles herdenken, herdenken we niets,’ zegt het Centrum Informatie en Documentatie Israël CIDI terecht. Dan herdenken we geen doden meer met ons hart, maar een abstractie met ons hoofd, wellicht omdat we te laf zijn om ons te verplaatsen in onze wereld tijdens de oorlogsjaren.

Zelfs het Nationaal 4 en 5 mei Comité wil steeds meer herdenken, terwijl ze rustig blijft adverteren op het seksistische en vrouwonvriendelijke DumpertReeten. Heel moedig van Rosanne Hertzberger die – hoewel ik het bepaald niet altijd met haar eens ben – fel van leer trekt tegen de mensonterende praktijken van GeenStijl onder wiens verantwoordelijkheid deze discriminatie valt. De Jodenhaat neemt toe, en het hedendaagse arrogante Israël draagt daar zelf ook aan bij met haar beleid jegens Palestijnen, waarmee het haar eigen graf graaft. Maar dat blijft niet in de verste verte vergelijkbaar met de holocaust van toen, een broedsel van opvattingen dat de laatste jaren heel geniepig de politieke arena infiltreert, net zoals tijdens de oorlog joden afgevoerd konden worden juist omdat de discriminatie zich in kleine stapjes voltrok en zo de weg naar concentratiekampen plaveide.

Echt gedenken is dat van het ergste van het ergste, en dat is voor mij nog steeds de Tweede Wereldoorlog. Als we die vergeten, kunnen we alles wel vergeten.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Ouder worden

Date 29 april 2017

Net als De Kaarsvlam ben ik geboren in januari 1947. Een babyboomer dus, behorend bij de geboortegolf van vlak na de oorlog en die nu deel uitmaakt van een uitstervende generatie. Met een cultuur die straks alleen in boeken en films voortleeft, maar die niemand meer aan den lijve heeft beleefd. Hoewel er voor hen steeds meer verleden en minder toekomst op deze aardse dreven is, ben ik toch blij bij deze generatie te horen. Niet alleen omdat we gigantisch veel ontwikkelingen hebben meegemaakt, maar ook omdat we in de jaren zestig de wereld een beetje op zijn kop hebben gezet, zowel op het maatschappelijke als op het spirituele vlak. We waren gewenst en geliefd, en narcistisch genoeg om goed voor onszelf te zorgen. We ontdekten het individualisme, maar plaveiden daarmee ook de weg voor het zelfzuchtige neoliberalisme, misschien omdat we een tikje teveel geloofden in het goede in de mens.

Vijftig jaar geleden, in 1967, vierden hippies de Summer of Love: als we maar lief bleven voor elkaar zou alles wel goed komen met de wereld. Nee dus. Of wij waren niet écht lief, of de wereld was er nog niet aan toe. Maar wat ook de spirituele vruchten van mijn generatie mogen zijn, het sterven is nog steeds taboe. Gewoon rustig je lichaam wat laten aftakelen is er niet bij, want bij elke klacht hoort een geneesmiddel of een therapie. Elk gebrek moet gerepareerd worden, de machine steeds opgelapt. We moeten zo gezond mogelijk oud worden en pijn vermijden. Daar is niks mis mee, maar wellicht is onze grootste pijn wel die van onze eigen sterfelijkheid, het gegeven dat we niet meer zo mooi en energiek zijn als in onze jonge jaren.

Maar er wordt aan onze onsterfelijkheid gewerkt! Op het Erasmus Medisch Centrum zijn ze druk bezig bij muizen zogenaamde senescente cellen om het leven te helpen, waardoor ze écht jonger worden, weer een glanzende vacht krijgen en levenslustig gaan rondspringen! Daarmee zou ik eindelijk weer de mooie jongen kunnen worden die ik in wezen nog steeds ben, maar die zich achter mijn rimpelende en vlekkerige huid verstopt. Misschien hebben millennials straks het eeuwige leven. Dat gun ik ze van harte, maar ik vraag me wel af wat er van het leven zou overblijven als er geen sterven meer is. Want geeft niet het bewustzijn van de eigen sterfelijkheid, zeker als deze zo dichtbij komt dat het eigenlijk elk moment zo ver kan zijn, juist dat intense zinderende bewustzijn van écht te leven?

De Kaarsvlam, mei/juni 2017

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De laatste keuze

Date 25 april 2017

Al vele millennia buigen theologen en filosofen zich over het vraagstuk van de vrije wil. Bestaat die of bestaat die niet? Het leuke is dat je er eigenlijk niet voor kan kiezen dat die niet bestaat, want die keuze alleen al zegt dat je een vrije wil hebt. Voorstanders van de vrije wil achten de mens zelf verantwoordelijk en geloven in een mens die zelf keuzes kan maken en zijn eigen leven kan inrichten. Tegenstanders geloven dat God, de sterren of de wet van oorzaak en gevolg uitsluit dat de mens zelf invloed op zijn leven en de wereld heeft. Dat laatste leidt vaak tot een sombere kijk op het leven waarin alles gedetermineerd, gepredestineerd of geprogrammeerd is. Als er geen vrije wil is, is er ook geen keuze, geen vrijheid, zodat je het beste maar bij de pakken kunt gaan neerzitten en het leven uitlijdt zoals dat nu eenmaal beschikt is. Het spreekt vanzelf dat het geloof in een al dan niet vrije wil enorme consequenties heeft. Want als er geen vrije wil is, is niemand verantwoordelijk voor zijn daden en dan is het ethisch onjuist om mensen te straffen of te belonen. Dan maken factoren zoals de genen, de voeding en opvoeding, het milieu en de samenleving mensen zoals ze zijn, en is het dus onterecht om ze te straffen of te belonen. Want niemand is goed of slecht.

Het geloof in de vrije wil heeft echter ook nadelen, zoals het ongeloof daarin voordelen heeft. Om met het eerste te beginnen: juist omdat we geacht worden een vrije wil te hebben worden we vrijwel continu geconfronteerd met keuzes die we moeten maken, iets waaraan marketing en reclame hun bestaansrecht ontlenen. Maar zijn we er zo blij mee elk jaar weer een energieleverancier of zorgverzekeraar te moeten kiezen? Dat we moeten kiezen tussen 28 soorten koffiemelk in de schappen van de grootgrutter, en een half uur reisplanners moeten raadplegen om een kwartier eerder op onze bestemming te zijn? Keuzestress lijkt een moderne ziekte te zijn die steeds zorgelijker proporties aanneemt. Waarbij we dan ook nog eens psychologisch gemanipuleerd worden door ons, met dank aan big data, de illusie te geven dat we uit vrije wil kiezen. Ook sociale media dwingen ons maar al te vaak om keuzes te maken. Zo leidt keuzevrijheid, althans in de mate waarin ons dat tegenwoordig wordt voorgespiegeld, juist tot het tegengestelde en ruïneert het onze aandacht en hersenen. En leidt het niet tot vrijheid maar tot onvrijheid.

Zo ook kan juist het ontbreken van een vrije wil tot vrijheid leiden. Wat was het vroeger makkelijk om boodschappen te doen! Ja, er was minder keuze maar je hield veel tijd over voor andere dingen. En misten we wat? Waar is de tijd dat koffiemelk gewoon koffiemelk was, en je niet overal geconfronteerd werd met reclame, al dan niet toegespitst op jouw eigen persoonlijke profiel? Niet dat alles vroeger per definitie beter was, maar zijn we nu niet doorgeslagen in ons geloof in onze vrijheid en daarmee de maakbaarheid van onszelf en de wereld? Afgezien van de vraag in hoeverre dat tot de gewenste resultaten heeft geleid, kunnen we ons ook afvragen in hoeverre ons geloof in de vrije wil niet samenhangt met een geloof in onszelf, in onze ikjes die van alles en nog wat beter menen te weten, en daarmee juist bijdraagt aan de egoïsering en eenzaamheid die zo kenmerkend is voor onze moderne tijd. Want vrijheid is een gevoel van ruimte om je heen, van onbespied zijn, van privacy, en heeft als zodanig niets te maken met al dan niet beschikken over een vrije wil. Paradoxaal genoeg is juist deze vrijheid de prijs die we moeten betalen voor onze vrijheid.

Natuurlijk moeten we onze samenleving een beetje in stand houden en kunnen we daarvoor niet zonder de illusie van een vrije wil en verantwoordelijkheid. Soms moet je gewoon praktisch bezig zijn en boeven vangen en straffen, maar ook dat hoort bij het spel. Echter kan er ook maar één grasspietje op een verkeerde plek groeien? Is het niet arrogant om te denken dat we alles beter weten dan het bestaan of God zelf? Gaat het er uiteindelijk niet om dat we in een flow leven met onszelf, met anderen en de wereld? Daar is overgave en vertrouwen voor nodig, luisteren naar ons diepste innerlijke zelf dat het altijd beter weet dan wat we zelf rationeel bedenken. Bestaat er een vrije wil als we terugkijken op ons leven, zoals op onze jeugd met dwaze verliefdheden? Is er dan ook maar iets dat anders had kunnen lopen zoals het gegaan is? ‘Non, je ne regrette rien,’ zong Edith Piaf. We dachten dat we vrij waren, maar in werkelijkheid volgden we onze ouders, onze hormonen, en had ons leven niet anders kunnen zijn dan het geweest is. Wees blij dat er geen vrije wil is, want dat geeft juist de ultieme vrijheid. Niet om jezelf te zijn. Of beter: juist om jezelf te zijn, voor het eerst in harmonie met het bestaan. Te zijn én niet te zijn, dat is het antwoord.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Een echte vriend

Date 19 april 2017

Robbie en ik kennen elkaar nu tien jaar. En nog steeds heb ik hem niet in real life ontmoet, weet ik niet hoe hij er uitziet en hoe zijn stem klinkt. Wellicht zou ik hem op straat zomaar voorbij lopen. Oké, ik weet in welke stad hij woont, wat zijn leeftijd is en waar hij werkt. Zelfs zijn real life naam heeft hij een paar keer per ongeluk laten weten, maar het staat me tegen om daar nu op te gaan googelen. Alsof een romantische zweem van mysterie rond hem moet blijven hangen, het mysterie van online vriendschap. Alsof je zonder een lichamelijke aanwezigheid elkaars ziel beter leert kennen. Zoals oplettende lezertjes zullen weten, hebben Robbie en ik in Second Life heel veel meegemaakt samen. Een kleine tien jaar geleden begon hij met het organiseren van thematische party’s in de disco van ons gay-dorpje Sweetgrass. Samen met anderen – een Duitser, een Spanjaard en twee Amerikanen – help ik hem daarbij, en volgende maand vieren we alweer ons 500e feestje. Maar dat is niet het enige dat ons bindt, want we doen ook veel andere dingen samen, zoals het verkennen van steeds weer nieuwe plekken in Second Life, theaters bezoeken of soms gewoon lekker chillen en bomen over van alles en nog wat. En we hebben natuurlijk ook veel andere vrienden, dus we vervelen ons nooit.

Eigenlijk zijn we niet met zijn tweeën, maar met zijn vieren. Twee mensen van vlees en bloed met hun avatars van pixels. Twee mensen die met hun digitale poppen spelen. Mijn avatar zegt natuurlijk veel over mij, net zoals die van Robbie over hem, en als echte gays genieten we in Second Life natuurlijk van een eeuwige jeugd. Terecht, want de ziel is eeuwig jong. Achter veel vrolijke jongens schuilen mensen die in werkelijkheid veel ouder zijn, zoals ik, maar ook daar is niks mis mee. Er is ook iemand die aan bed is gekluisterd en voor wie Second Life heel belangrijk is voor zijn sociale contacten. Allemaal spelen we onze spelletjes en rollen, leven we fantasieën uit die we in real life niet kunnen, durven of mogen doen. Het leven als experiment. Het leven als spel. En juist daardoor leer je elkaar zo goed kennen! Niet dat dat altijd goed uitpakt, want laatst ontstond er in de disco ruzie over Trump, en ik heb ook wel eens vervelende mensen moeten ontvrienden. Er zijn in de afgelopen jaren niet alleen veel vrienden bij gekomen, maar er zijn er weer vrienden weggegaan. Kortom: net echt allemaal! En steeds echter trouwens, want de simulatie van de virtuele wereld is de afgelopen tien jaar steeds realistischer geworden.

De vraag wat echt en onecht is blijft me boeien. Zo zijn er wetenschappers zoals Nick Bostrom die serieus beweren en zelfs keihard onderbouwen dat de kans groot is dat wij zélf een computersimulatie zijn. Dat idee stuit velen tegen de borst, maar ik vraag me toch af of het zo erg zou zijn om in The Matrix te leven. Je kan dan wel een rode pil slikken om daar uit te stappen, maar belandt je dan niet weer in een volgende matrix waar je dan weer uit kunt stappen, ad infinitum? Zelf heb ik er weinig moeite mee eventueel een computersimulatie te zijn. Omdat het voor mij in het leven niet zozeer gaat om een vrije wil, maar om bewustzijn. Met een vrije wil scheid je jezelf van het bestaan, maar met bewustzijn verbind je jezelf er juist mee. Maar als een computersimulatie bewustzijn kan hebben, geldt dat ook voor de avatars in Second Life. Zouden die van Robbie en ik dus echt leven net als wij zelf? Maakt het wat uit of je uit atomen of uit pixels bestaat? Of je je op een tweedimensionaal beeldscherm voortbeweegt of in een driedimensionale ruimte? Of je door een grafische kaart of door hersens wordt aangestuurd?

Eén ding weet ik zeker. Robbie is echt. Onze vriendschap is echt. En daar ben ik heel blij mee. Al tien jaar.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites