Lagere school

Date 30 mei 2020

Een paar weken geleden kreeg ik een mailtje van René. Meer dan een halve eeuw heb ik niet meer aan hem gedacht. Op de lagere school in Slotervaart was hij een vriendje van me en hij had me herkend van foto’s ergens op het internet. Knap hoor! Hij stuurde me twee klassefoto’s uit die tijd. Daar wist ik hem met enige moeite nog wel uit te pikken. Net als de twee Dicks met wie ik bevriend was en vaak speelde. Net als de agressieve Ruud waarvoor ik best bang was omdat hij me vaak in mijn buik stompte. We schrijven eind jaren vijftig. Les in een houten noodschooltje, zwemles in het AMVJ bij het Leidseplein. Een paar dagen in Huize Erica in Huizen, dat inmiddels is afgebroken. De meeste kinderen op die klassefoto’s herken ik niet, en een aantal van hen vaag. En als jongens hadden we wel héél korte broeken aan!

René heeft een beter geheugen dan ik. Zeker voor de namen van de meisjes in onze klas. Kennelijk interesseerden die me toen al niet zo. Maar het verwondert me wat hij zich allemaal van mij herinnert. Het planetariumpje dat ik in mijn kamer bouwde. Mijn vader die aan een degelijk bureau boeken uit het Frans vertaalde. Mijn broer die altijd met radiootjes aan het knutselen was. De leraar die zo’n moeilijke achternaam had dat je die bijna altijd verkeerd schreef en nog op je donder kreeg ook, en die René als ‘generaal’ omschrijft. Dat mijn vader net als zijn eigen vader bij de PTT werkte. Hij wist zich ook te herinneren dat ik een Beatlesfan was, maar dat kan helemaal niet omdat er toen nog geen Beatles waren. Hebben we later nog contact gehad dan? Ik herinner me dat niet. Wel dat hij een kamertje aan de straatkant op de eerste verdieping van hun huis had en dat hij speelgoed had dat ik heel leuk vond. Maar wat dat speelgoed was herinner ik me weer niet.

Zo kunnen herinneringen een beetje door elkaar heen gaan lopen. Onze hersenen vervalsen ze ook wel eens. Zo herinner ik me echt bij een brand in Blaricum tussen veel omstanders te hebben toegekeken terwijl ik daar helemaal niet bij had kunnen zijn. Zo plaatste René een Märklin-trein in het huis van een van de twee Dicks, terwijl die volgens mij in mijn eigen kamertje rondreed. Hij herinnert zich dat mijn broer net als mijn vader ‘Erik’ heet, maar dat is toch echt niet zo. Er wordt dan ook vaak op gewezen dat je voorzichtig moet zijn met verklaringen van getuigen. Kennelijk kunnen onze hersenen realiteit en al dan niet gewenste fantasie niet altijd uit elkaar houden. En ik heb altijd al veel fantasie gehad zodat ik als angstig kind vaak spoken zag.

Het rare van herinneringen is dat ze eigenlijk per definitie niet kloppen. Nou ja, de al dan niet vage beelden voor een deel wel, maar de ervaring daarvan niet. Omdat je altijd vanuit het hier en nu zit te koekeloeren. Ja, het was een heerlijke stille rustige tijd eind jaren vijftig, maar hebben we dat toen zo ervaren? Dat zou inderdaad zo zijn als we nu met een tijdmachine terugreisden. Zonder mobieltjes, internet en verkeerslawaai zouden we in een verstild paradijs belanden dat we in werkelijkheid helemaal niet zo hebben beleefd. Lekker rustig werken op een schrijfmachine, en kleine brievenbusjes waar alles in paste, een simpele telefoon met draaischijf. Dat was allemaal heel gewoon, maar dat zouden we nu niet meer zo gewoon vinden als we uit de tijdmachine stapten.

Het is wonderbaarlijk hoe lang herinneringen in de hersenen opgeslagen kunnen blijven. Ik heb lang geloofd dat dat eigenlijk helemaal niet kon, dat onze hersenpan daar te klein voor is. Maar toen ik eens ben gaan rekenen bleek er zat plaats voor dat alles te zijn. Zo begon René opeens over mutus, dedit, nomen en cocis, wat te maken heeft met een goocheltrucje met kaarten van mij. Nooit meer aan gedacht. Nou je het zegt: ik hield van goochelen. Mijn grootvader deed dat ook al. En ik stond als kind vaak met mijn neus gedrukt tegen de etalage van Witbaard aan de Ferdinand Bolstraat. Dat ik dat zo leuk vond verwondert me niet zo want ik speelde graag met illusie en werkelijkheid. Nog steeds trouwens.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Rust

Date 23 mei 2020

Die lockdown bevalt me eigenlijk wel. Dat kan ik in mijn positie natuurlijk makkelijk zeggen, zonder kinderen, zonder werk waar ik elke dag heen moet en zonder vrienden die besmet zijn. Wel zo rustig zo. Ik las dat het gemiddelde geluidsniveau met 3 dB is gedaald in ons land. Dat lijkt niet veel, maar elke 3 dB betekent wel een halvering van het geluid dat we te verwerken krijgen! En ik ben niet de enige die van de toegenomen stilte geniet. De impact van geluid op ons psychische welzijn is veel groter dan we denken. Zo kan lawaai bijvoorbeeld tot depressies leiden, iets wat ik best herken, zeker als de buren van de gelegenheid gebruik maken om eens flink in hun tuin – of wat daarvoor doorgaat – tekeer te gaan. En wellicht is de gemiddelde bloeddruk van Nederlanders met enkele tientallen kwikmillimeters gedaald. Hoewel? Als je met je kinderen thuis zit te werken kan ook het omgekeerde wel eens het geval zijn. Hoe dan ook: in het geheel genomen is zo’n lockdown heel gezond. Dan heb je geen ramadan meer nodig om tot rust te komen. Jammer dat de economie daar slecht tegen kan zodat het leidt tot werkloosheid, wat op zich weer een goed signaal kan zijn om onze normen en waarden over economie eens grondig te herzien.

Maar intussen blijf ik wel genieten van de lockdown! En dat is helemaal niet zo vreemd, lees ik vandaag in de NRC. Floreren in de lockdown heet een artikel van Titia Ketelaar. ‘RUST De anderhalvemetersamenleving lijkt gemaakt voor introverte mensen,’ staat erboven. Voor alle duidelijkheid: ‘Extraverten krijgen energie uit sociale contacten. Ze houden van drukke verjaardagsfeestjes, van brainstormvergaderingen waarbij iedereen roept, van de koetjes-en-kalfjesgesprekken bij de koffieautomaat. Zij zitten sinds half maart thuis zonder al die dingen waarvan ze energie krijgen. Alleen-zijn kan dan snel voelen als eenzaamheid. Introverten merken het tegenovergestelde: zij floreren bij alleen-zijn. Zij vermaken zich prima met een boek op de bank. Dat is voor hen niet ongezellig, ze zijn niet verlegen, onzeker of mensenschuw – wat vaak wordt gedacht. Maar grote groepen en drukte kost hun energie. Om op te laden zoeken introverten de stilte op. Dus binnenblijven, op zichzelf zijn of met één iemand afspreken doen zij al van nature graag.’

Na dit lesje psychologie hoef ik er helemaal niet meer aan te twijfelen dat ik introvert ben. Zo roep ik steeds dat ik digitaal vergaderen ideaal vind omdat dit meer overzicht en structuur geeft. Ik ben een echte thuiswerker. Daarover schrijft Marloes Bouwmeester, eigenaar van trainingsbureau De succesvolle introvert, dat introverten bij thuiswerken gedijen en zelfs productiever zijn, en hoopt ze dat introverte eigenschappen de komende tijd meer waardering krijgen. ‘Assertiviteit is niet altijd de norm geweest,’ zegt ze. Zij ziet dat er steeds meer erkenning komt voor introverte kwaliteiten. ‘Want gereserveerder worden is “de logische respons” op deze pandemie.’ Hoogleraar Evolutionaire psychologie Mark van Vugt ziet zelfs een sterke correlatie tussen introversie en pandemie. ‘De anderhalvemetersamenleving in het “informele Nederland” zal daarom voor iedereen aanpassingen vergen, denkt hij. Maar vooral voor extraverten.’ Zo’n pandemie dwingt mensen om tot rust te komen. Als dat niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks.

‘We should not go back to normal,’ staat bij een plaatje van een overbelaste aardbol op Facebook. ‘Because normal was the problem.’ Helemaal mee eens dus.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

2001: A Space Odyssey

Date 20 mei 2020

In 1968 zag ik hem voor het eerst. In Londen. Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey. Niet dat ik iets van de film snapte. Hij was wellicht zo mooi juist omdát ik niets van de film begreep. In elk geval niets van het eind van de film als het door HAL 9000 bestuurde ruimteschip voorbij Jupiter komt, door psychedelische landschappen zweeft en Dave belandt in een 18e-eeuwse slaapkamer waar hij onder het toeziend oog van de mysterieuze monoliet sterft en uiteindelijk als foetus en sterrenkind een nieuw leven begint. De al aan het begin van de film met paukenslagen van Richard Stauss’ Also sprach Zarathustra aangekondigde nieuwe mens is geboren, vooral dankzij het volhardende werk van HAL – één lettertje verder en er staat IBM – wat veel mensenlevens in het ruimteschip heeft gekost. Een dystopie over computers die de macht overnemen? Of juist een lofzang voor computers die ervoor zorgen dat er een nieuwe mens komt? Want als je het aan de mensen zelf overlaat lijkt daarvan niets terecht te komen. Juist vanwege menselijke emoties mislukt er zoveel van alle goede bedoelingen. Maar ook Dave en Frank tonen daar niet veel van, wat de kritiek opleverde dat er in de film vrijwel geen gevoelens en emoties voorkomen.

Juist dat gebrek aan gevoelens wekte bij mij het gevoel van een hyperemotie op. Het heelal is er echt stil en daarom zo realistisch. HAL schakelt Frank uit als hij zich in zijn pod buiten het ruimteschip begeeft door hem een zetje te geven waardoor hij voor eeuwig in de stille oneindige ruimte blijft zweven. Een mooier graf kan ik niet bedenken, want zelf heb ik maar al te vaak het gevoel dat ik niet echt op aarde thuishoor, gelokt door de roep van de sterren om tussen hen te verdwijnen. ‘You will find me in the skies,’ zing ik in een afscheidsliedje van mezelf uit de jaren tachtig. Al dat soort gevoelens worden in de film versterkt door de prachtige keuze van muziek, niet in de laatste plaats door die van György Ligeti zoals zijn Atmosphères waar ik koude rillingen van krijg. Maar ook de mooie blauwe Donau van die andere Strauss beleef je opeens heel anders dan bij een nieuwjaarsconcert. Uiteraard was ik een van de eersten om dat alles op een langspeelplaat aan te schaffen, en eind 1968 nam ik een aantal mensen van mijn studentenflat mee om de film in Amsterdam te gaan bekijken. Tegenwoordig heb ik de film uiteraard op dvd, terwijl ook een groep van Facebook eraan is gewijd.

Typisch iets voor Watermannen, leerde ik op mijn eerste lessen in astrologie. Ruimtevaart, computers, en weinig op hebben met gevoelens en emoties. Dat laatste heb ik nooit zo ervaren, tenzij je daaronder uitsluitend dat huis-, tuin- en keukengedoe met janken en lachen schaart. Rubricks film ademt voor mij juist stilte uit. Omdat ruimteschepen geen kabaal maken als ze in de versnelling gaan, liefst bij voorkeur sneller dan het licht. Omdat mensen weinig met elkaar praten maar gewoon hun werk doen. Want de missie was om achter die mysterieuze zwarte langwerpige monoliet aan te gaan, die al eerder in de oertijd en later op de maan was aangetroffen. Een monoliet die onder veel fans van de film inmiddels een soort afgodsbeeld is geworden, net als HAL, inclusief uitspraken van hem. ‘Open the door, HAL!’ ‘I am sorry Dave, I am afraid I can’t do that.’ En als Dave uiteindelijk de computer demonteert door hem van allerlei geheugenmodules te ontdoen wordt HAL kinds en begint hij een kinderliedje te zingen, steeds langzamer. Maar toch: de opdracht werd voltooid en ergens voorbij logica, tijd en ruimte werd een nieuwe mens geboren. Ondanks de mens. En vandaag de dag ervaar je deze film uit 1968 nauwelijks als gedateerd. En het is nog steeds mijn lievelingsfilm!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

5G

Date 13 mei 2020

Vandaag of morgen zal ik wel ergens lezen dat het coronavirus zich ook verspreidt via glasvezel en koperdraad, zodat we ook thuis achter onze computers niet meer veilig zijn. Dat niet alleen, want corona surft ook graag op elektromagnetische straling, zodat we ook onze telefoons met een mond- en oorkapje moeten afschermen. Er is altijd wel een aantal onderzoekers dat dit wetenschappelijk weet te onderbouwen en de strijd aangaat met overheden en telecomproviders die uit eigenbelang blijven roepen dat al die straling heel veilig is. Wat is waar? Dat moeten we maar zelf uitzoeken, net als wat de beste manier is met de pandemie om te gaan.

Zo herinner ik me de hevige discussies die een jaar of vijftien geleden oplaaiden rond UMTS, dat volgens het zogenaamde Zwitserse onderzoek veilig was. Nou, ik ben indertijd zelf dat onderzoek eens gaan lezen, maar was niet echt overtuigd. Maar dat prutswerk werd overal als heilig verwelkomd: kassa voor zowel de staat als de telecomproviders. Het heeft me ook heel sceptisch gemaakt over onderzoekbureaus. Hetzelfde zie je binnen de politiek. Daar zitten te weinig bètajongens en -meisjes om zelf een onderbouwde mening te kunnen vormen zodat van alles en nog wat wordt uitbesteed aan onderzoekbureaus. Die laatste zijn tuk op eventuele nieuwe opdrachten en praten de opdracht gevende overheden dan ook graag naar de mond.

Ik weet dus zelf niet meer hoe veilig of onveilig 5G is. Van UMTS heb ik zelf geen last gehad. Denk ik, want wie weet had ik meer vitaliteit en gezondheid gehad als dat er nooit was gekomen. Wel weet ik dat mensen wel degelijk last kunnen hebben van straling, zoals Jimmy’s broer Chuck die zich in aluminiumfolie hult in de fantastische serie Better call Saul. Dan wordt het afwegen van voor- en nadelen, wat heel lastig is omdat de ellende van ziekte moeilijk in geld is uit te drukken. Hoeveel is een gezond jaar van een mensenleven waard? Dat zijn dezelfde discussies als rond de huidige pandemie: hoe weeg je gezondheid af tegen economie? Bovendien gaat het bij 5G niet alleen om fysieke veiligheid. Wat te denken van de volgbaarheid van gebruikers als telefoons zo nauwkeurig gevolgd kunnen worden door de explosie van zendmasten? Hoe gaan de masten de openbare ruimte ontsieren? De toren van de Kruiskerk in Huizen staat nu al vol!

Natuurlijk geniet ik ook van mijn snelle mobieltje en moet ik er niet aan denken dat het weer trager zou worden. Maar dat wil nog niet zeggen dat ik het vroeger gemist zou hebben als 4G er nooit gekomen was. Ofwel: heb ik behoefte aan een sneller internet, aan 5G? En is het verantwoord aan iets te beginnen zolang er nog twijfels zijn? Niet doen dus. Waarom zou je? Ik vind het mooi zoals het is en moet denken aan de show Waar heb dat nou voor nodig uit de tijd toen televisie nog televisie was. Waarom moet alles steeds sneller en perfecter? Kunnen we dan nooit eens ophouden met groeien en verbeteren? Zijn we er ooit gelukkiger door geworden? Ja even, maar daarna voelt alles weer als heel normaal. Eigenlijk zou de wereld een poosje eens helemaal stil moeten staan. Er is kennelijk een pandemie voor nodig om ons zo ver te krijgen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

My samasati

Date 29 april 2020

The beauty of truth is that the moment you hear the truth something inside you responds, says yes. It is not an agreement of the mind, remember, it comes from your totality of your being. Every fiber of your being, every cell of your body, nods in tremendous joy, Yes!

Deze woorden van Osho vond ik vanmorgen in mijn mailbox. En elke keer krijg ik een andere korte tekst onder de kop My Samasati – mijn meditatie. Je kunt je daarop abonneren en krijgt zo elke dag een nieuwe tekst toegestuurd. Net zoals anderen graag elke dag een korte tekst uit de bijbel lezen. Het woord ‘meditatie’ is niet echt terecht, want eigenlijk kan je niet op iets mediteren omdat het een zijnstoestand is, een openheid waarin je voor alles ontvankelijk bent, wat alleen met een open en lege geest kan. Zeker in kerkelijke kringen is het woord de laatste decennia vervuild, gebruikt als wellicht aansprekend alternatief voor het bestuderen van iets, wat toch heel anders is. Studie vraagt om een mentale focus en meditatie is iets heel anders. Dat is loslaten en alles accepterend tot je laten komen, een ‘flow with the river’, ook als je merkt dat je liever tegen de stroom op zwemt. Dan gaat het er niet meer om of je het ergens mee eens bent of niet, maar om een onbevooroordeeld kijken naar dat wat is.

Mensen denken vaak dat je naar een goeroe gaat om iets te leren. Net zoals veel mensen het spiritueel vinden als je lange religieuze teksten uit het hoofd kan reciteren, wat volgens mij niet veel anders is dan je eigen hersens te spoelen. Nee, bij een meester ben je niet om kennis op te doen maar juist voor het tegengestelde, om te ont-leren. Want juist al dat weten is een versperring op het spirituele pad. Maar wat schiet je feitelijk op met al die kennis? Veel spirituele systemen geef ik het voordeel van de twijfel en ik ben de laatste om te zeggen dat mensen als Helena Blavatsky en Rudolf Steiner onzin verkondigen. Maar wat heb ik eraan? Ik moet toegeven best een fan van Max Heindel te zijn geweest en met rode oortjes zijn boek De wereldbeschouwing der Rozekruisers uitploos, een prachtig alles verklarend systeem. Maar toch. Het blijft kennis en wat schoot ik ermee op als ik weet dat er kosmische nachten zijn en dat we ons nu op het dieptepunt van zeven wereldtijdperken bevinden? Leidde dat me naar de weg naar binnen, naar eigen ervaringen, naar een weten in plaats van kennis?

Maar als een goeroe je geen kennis geeft, wat dan wel? Voor mij was dat herkenning van dingen die ik eigenlijk allang wist, een soort bevestiging van dat wat moeilijk onder woorden is te brengen en hooguit door poëzie en muziek is te verklanken. Osho zei vaak dat het om het oppakken van een vibratie gaat. Niet alleen met je hoofd maar met je hele wezen. Iets, nee alles trilt in je mee en zegt ‘Ja!’ Aan de ene kant blijft weinig over van dingen waar je zo graag in geloofde, maar aan de andere kant borrelt er een hoger weten op waarvan je met je hele wezen voelt dat het waarheid, realiteit is. Want je hele lijf juicht mee, van koude rillingen tot erotische gewaarwordingen toe. Het weten dat alles één is en je onlosmakelijk verbonden bent met alles, dat alles uiteindelijk stilte, leegte en vrede is. The grass grows by itself. Dan lijkt het alsof er eigenlijk niets te doen is, maar juist dan rijst uit de bron het goede, ware en schone op, het juiste handelen en creativiteit. Dan bega je vanzelf Boeddha’s achtvoudige pad.

Dat is niet iets dat een ander je kan leren, maar je kunt je wel laten inspireren door anderen. Dat kan een verlicht of gerealiseerd iemand zijn, maar ook de buurvrouw, of een spelend kind. Of muziek. Of de geur van de sering die nu bloeit. Als je jezelf vergeet bestaan er geen problemen meer. Zoals Osho vaak zei: ‘Life is not a problem to be solved, but a mystery to be lived.’

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Goede reis, Piet!

Date 28 april 2020

Gisteren is Piet overleden. Piet, die ik veertig jaar geleden leerde kennen in de taxi tussen Bombay en Poona, Met hem heb ik al die weken een kamer gedeeld, eerst in het drukke centrum en later in een wat rustiger hotel. Het klikte meteen tussen ons en we hebben dan ook veel met elkaar opgetrokken en lief en leed gedeeld over het leven in de ashram van Bhagwan. Hij was huisarts in Leiderdorp en vijftien jaar ouder dan ik. Het was voor mij, en zeer waarschijnlijk ook voor hem, de meest intense periode van het leven. In de vroege donkerte scheurden we in riksja’s naar de commune om de ‘Dynamic meditation’ te doen, met onze lungi’s fladderend over onze lijven in de frisse ochtendlucht. Tijdens lezingen van Bhagwan in de boeddhahal, die een oase van stilte achter zijn woorden waren, moesten we vaak zitten in wat Piet het ‘stinkersvak’ noemde, want beiden rookten we graag en waren dan ook vaak in de ‘smoking temple’ te vinden. We zaten vaak in andere therapiegroepen waar we het niet altijd even makkelijk mee hadden. We konden alles met elkaar delen.

Hij had een heerlijk gevoel voor humor en relativisme. En had het vaak over een computer die hij thuis had, iets waarvan ik maar weinig begreep want wie had er nou zo’n ding in huis? Terug in Nederland heb ik hem begin jaren tachtig vaak opgezocht waarbij ik vaak meerdere dagen bij hem bleef logeren. Daar was die computer, een TRS-80, en ik werd er meteen verliefd op. Daarop begon ik te schrijven over ons Indiaas avontuur. In hoofdletters, want kleine letters bestonden nog niet. Dat werd later mijn boek Terug naar huis. Hij woonde toen alleen, en vele avonden zaten we rokend en drinkend tot diep in de nacht te bomen over van alles en nog wat. Ik voelde me heel welkom, gelukkig en thuis in zijn huis dat ik vanwege idiote ontwikkelingen en gebeurtenissen vaak ‘Huize Chaos’ heb genoemd. Burgerlijkheid is het laatste waarvan je Piet zou kunnen verdenken. De ene keer zette hij mij op de Oude Rijn achter zijn huis achter het stuur van een boot terwijl hij het dek ging schrobben zodat ik doodsangsten uitstond. De andere keer nam hij me mee achterop zijn motor waarbij we in een greppel belandden en onder zijn toezicht heb ik ooit gewindsurft, zij het niet meer dan een meter of twintig. Een paar jaar later leerde hij Mary kennen en ik heb nog getuigd bij hun huwelijk. Toen werd Hansje geboren, en het was dezelfde Hans die me gisteren een seintje stuurde dat Piet de afgelopen dagen erg achteruit was gegaan, dat het niet lang meer zou duren.

Ik dus hals over kop met bus, twee treinen en bus naar Leiderdorp. Er was een dozijn mensen op bezoek, waaronder ook kinderen van Mary en uit Piets eerste huwelijk, met partners. Daar lag Piet vredig in bed te slapen, op zijn linker zij. Vanuit de slaapkamer had hij nog de Maan en Venus gezien, maar was al geruime tijd niet meer bij bewustzijn gekomen. Ik hield zijn pols vast, legde mijn hand op zijn hoofd. Omdat we geloofden dat hij ons nog kon horen, heb ik vijf minuten alleen bij hem gezeten om wat woorden van dank te zeggen, een paar herinneringen op te halen en hem een goede reis te wensen. Volgens Mary was ik zijn laatst overgebleven vriend na al die jaren en ik betrapte me erop me soms te weinig bewust te zijn van hoeveel mensen van me houden. Twee uur later was hij overleden, heel rustig, vredig en accepterend. Vorige zomer hebben Vriend en ik nog een paar dagen bij hem gelogeerd. Toen ging hij al achteruit en ik zie nog hoe we elkaar bij ons vertrek lang nawuifden, hij achter zijn looprek voor de voordeur. Alsof het wel eens het laatste afscheid zou kunnen zijn.

Het klinkt misschien een beetje raar, maar ik ben blij dat je zo vredig afscheid van het leven hebt genomen, Piet! Het leven hoefde ook niet meer zo voor jou. Mij rest niets dan dankbaarheid je vriend geweest te zijn en je een goede reis in het mysterie te wensen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Mijn romantische roman

Date 18 april 2020

In deze stille dagen ben ik veel bezig met mijn boek Strandvliet. Zoals trouwe lezers zullen weten is dit dat enge boek over jongeren die in een verborgen subtropisch stadje elkaar enthousiast opeten volgens de leidraad van een oud mystiek geschrift. Daarin wordt onder andere verteld dat het eten van mensenvlees ver boven dat van dieren of – nog erger – planten staat. Dat je je het beste met het ‘hogere’ kan voeden heb ik trouwens niet zelf bedacht, want ik las het in een serieus boek over menseneters waarin de woorden van een echte kannibaal worden aangehaald. Heerlijk om zo’n waarde op zijn kop te zetten. Daar geniet ik van. Van sterven maak ik een feestje, elkaar opeten is de ultieme liefde en dat soort dingen. En dat ga ik dan nog stevig onderbouwen ook, waarbij ik als een echte provo diep van binnen zit te grinniken. Vraag me niet hoe serieus mijn humor is, want dat weet ik zelf ook niet.

Zeg er maar wat van. Tegelijk gooi ik serieuze vragen in de groep zoals het recht op sterven en sadomasochisme. Kannibalen kunnen best aardige mensen zijn! De meeste boeken en films erover zijn platvloers, en dus heb ik een lichtere en vrolijke variant bedacht, inclusief mijn gebruikelijke humor. Zoals mijn vriend en schrijver Gaby den Held in een recensie op Goodreads schreef: ‘De hoofdpersonages zijn bijna zonder uitzondering sympathiek waardoor de vermeende gruwelijkheid van het kannibalisme op de achtergrond raakt. Ook alle rituelen zijn zo liefdevol beschreven dat je er helemaal in meegaat. Het verhaal leest bijzonder vlot en heeft de sfeer van een spannend jongensboek.’ Een heel romantische roman, waar de eerste vier en de laatste twee minuten van Wagners ouverture Tannhäuser uitstekend passen bij de reis naar het verborgen stadje en bij de finale van het avontuur: een smachtend lokkend noodlot.

Voor de essentie van het boek combineerde ik drie ontdekkingen. Eén. Ik las ergens dat de hersenen nog best een poos kunnen napruttelen als iemand gestorven is. Twee. In een voor de klok korte droom kun je lange avonturen beleven. Drie. Tijdens het sterven kan je verlicht raken, zoals te lezen is in het Tibetaanse Dodenboek waarover de psychedelische Timothy Leary ook vertelt. ‘Nu in eeuwigheid, eeuwigheid in nu,’ wordt dan ook vaak in Strandvliet gescandeerd als iemand geheel vrijwillig en verlangend het leven verlaat. Zo heeft het boek ook een spirituele dimensie. Omdat ik het niet zozeer over de dood wil hebben, maar over het sterven. Want over de dood weten we niets, maar wel over die overgang tussen leven en dood. Denk bijvoorbeeld aan bijna-doodervaringen, die veel meer serieuze aandacht verdienen.

Het boek schrijven was nog het minst moeilijke van alles. Gewoon opschrijven van de film die zich voor mijn geestesoog afspeelde. Een heerlijke flow. Wel wat studie hier en daar opdat je niet teveel onzin gaat opschrijven. En omdat kannibalen de anatomie hebben uitgevonden bezocht ik ook het prachtige Body Worlds. Na dit alles komen dan de correctierondes waarin je na maanden nog steeds fouten ontdekt. En dan die uitgevers waarvan sommigen zelfs te beroerd zijn om je even te melden dat ze het niet zullen uitgeven. Het is nu bij de uitstekende print-on-demand uitgever Pumbo waar nu ook een versie voor de e-reader is te krijgen. Je kan het zelfs bij boekhandels en bol.com bestellen.

Vorig jaar heb ik alles in het Engels laten vertalen. Sandfleet. Een dure grap, maar wel heel leuk en leerzaam. Voor veel woordspelingen moest ik Engelse alternatieven verzinnen, iets waarbij de vertaalster checkte of die wel goed zouden overkomen. Zo werd de ‘klaarkomst’ – als iets waarop je, net als Toon Hermans’ appelmoes, moet wachten tot die voorbijkomt – nu ‘welcumming’. Die Engelse versie is sinds vorige week bij Amazon te koop. Iets waarvoor ik vanwege een ander paginaformaat weer opnieuw door de hele lay-out moest. Nu dat allemaal rond is kan ik rustiger sterven, dan is het boek tenminste in de wereld. Hoewel ik betwijfel of er mensen zijn die me dan willen opeten.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Cadeautje

Date 13 april 2020

Misschien kunnen wij boomers een mooi cadeautje geven aan hen die jonger zijn. Het coronavirus zijn vrije loop laten. Jongeren hebben er niet zoveel last van en onze generatie heeft een mooi leven gehad. Moet voor ons de hele wereld op zijn kop staan? Ja, Bob Dylan zong al over veranderende tijden. Laat ons boomers maar viraal gaan. Wat is slechts een decennium langer leven vergeleken met een halve eeuw of meer die jongeren nog te leven hebben? En ze hebben het al moeilijk genoeg met banen en huisvesting. Laten we ze de kans geven door een écht offer te brengen!

Kennelijk ben ik niet de enige die daar zo over denkt. Zo vertelde Peter Giesen een week geleden in De Volkskrant over de plaatsvervangende gouverneur Dan Patrick in Texas. ‘Amerikaanse senioren, offer u zelf op zodat Amerika niet geofferd hoeft te worden!’ Nog mooier en romantischer maakte Damiaan Denys het in de NRC: ‘We moeten het virus omarmen.’ In de keuze tussen gezondheid en economie kiezen deze mensen kennelijk voor de economie. Net als ik, hoewel die dan over méér moet gaan dan geld alleen, zoals de onlangs overleden Arnold Heertje betoogde. Youp van ’t Hek kiest echter voor de gezondheid: ‘Is dit niet het moment om gezond bankroet te gaan?’ Ook daar is wat voor te zeggen want je neemt wel het risico dat na het offer van ouderen en zwakkeren de wereld weer op zijn oude voet verder gaat zodat we niks hebben geleerd van de coronacrisis.

Rutte noemde de keuze tussen gezondheid en economie een ‘schijntegenstelling’. En dat zou het ook moeten zijn als je ook gezondheid bij de economie betrekt. Meestal resulteert dat er echter in dat gezondheid in geld werd uitgedrukt. Eén QALY, een ‘quality adjusted life year’ staat voor één levensjaar in perfecte gezondheid en de koers daarvan schommelt tussen de € 50.000 en (in ons land) € 80.000, en zo kun je uitrekenen of je mensen moet redden of niet. Het lijkt me beter om geld in gezondheid uit te drukken, ofwel je af te vragen welke gezondheidsschade de economie aanricht. En dat is veel. Het is tekenend dat de lockdown gezondere lucht oplevert en daardoor juist ook levens redt. Volgens sommigen zelfs meer dan het aantal sterfgevallen door het virus. Elk nadeel heeft zijn voordeel.

Nu leren we om stil te zijn, iets waar echt helemaal niets mis mee is. Ik moet er niet aan denken dat de samenleving na ons zelfoffer weer terugkeert naar het hectische leven van de afgelopen decennia. En ik wil me niet aan het neoliberalisme offeren. Als de crisis zo ingrijpend is dat er concrete signalen zijn dat er echt wezenlijke dingen aan het veranderen zijn, als jongeren zich ervan bewust worden dat het leven om meer draait dan geld alleen, ja, dan wordt het een ander verhaal. Dus jongens en meisjes, als jullie wakker worden heb ik een mooi cadeautje voor jullie! Dan zal ik mijn resterende QALY’s in mijn testament laten opnemen zodat een van jullie eindelijk een huis kan kopen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Waf en Beertje

Date 10 april 2020

De meeste mensen denken dat ik alleen met Vriend samenwoon, maar wij beiden hebben sinds decennia meer gezelschap in huis. Waf en Beertje.

Beertje is eigenlijk een Amerikaan want ik kocht hem toen ik, na een bezoek aan de roemruchte commune van Bhagwan in Oregon, door de luchthaven van Minneapolis drentelde, zomer 1985. Hij stond daar in een winkeltje en ik werd meteen verliefd op hem. In het vliegtuig was een plaats naast me vrij, dus die heb ik aan hem gegeven. Ik woonde nog in de Bijlmer en hij stond altijd op het zelfgemaakte witte kastje naast mijn bed. Waf is er medio jaren negentig bij gekomen, toen ik in Buitenveldert woonde waar Vriend vaak logeerde. Hij was een geschenk van een merk kattenvoer en werd opgepropt in een koker afgeleverd, en wij vonden hem wel iets van een hond hebben, vandaar zijn naam. Zo hadden Beertje en Waf elkaar als speelkameraadje. En het was wonderbaarlijk hoe beide dieren hun eigen karakter ontwikkelden. Soms liggen ze op de bank of op bed te suffen, maar Beertje houdt dan vol dat hij dan aan het mediteren is. Soms is dat, als hij op zijn buik ligt, de neusmeditatie. Misschien dat hij daardoor bij tijd en wijle zo goed kan zweven.

Het begon er indertijd mee dat Beertje altijd het zonnetje in huis is. Altijd opgewekt, maar hij kan niet zo goed tegen wat geplaagd worden. ‘Nou hoor!’ piept hij dan. Waf is wat meer ingetogen en vindt mensen maar rare wezens. En omdat Beertje een zonnetje is, werd Waf het maantje. Hij voelt zich dan ook verantwoordelijk voor de Maan, want na elke Nieuwe Maan gaat hij hem wassen zodat die na zo’n twee weken weer stralend vol is. Beertje is hem daarbij gaan helpen. Ja ik weet het: de meeste mensen denken dat het wassen van de Maan komt omdat de Zon hem steeds meer gaat beschijnen. Maar dat is niet zo. Dat is het werk van Waf en Beertje – het is maar dat u het weet en niet in al dat astronomische nepnieuws gaat geloven. Elke Nieuwe Maan zet Vriend een bakje met snippertjes neer, want die kunnen onze beesten goed gebruiken bij het wassen. De eerste dag één snippertje, de tweede dag twee, de derde dag vier enzovoort. Na een week moeten ze het hardste werken, en nadat de Maan half vol is sturen ze elke dag steeds minder snippertjes naar de Maan totdat die weer helemaal vol is. Zo doen ze ook wat voor de kost.

Elke zondagavond krijgt Beertje honing en Waf Hongaarse salami. Daar zijn ze dol op. En elke zaterdagnacht gaan ze feesten. In het Astraaltje, waar ook veel andere dieren komen. Met muziek van de Rolling Stones en zo. Ze gaan dan echt uit hun dak. Wel hebben elke maand een maandagavond corvee in het Astraaltje om alles weer op te ruimen en schoon te maken, want voor niets gaat de Maan op. Maar tijdens een wassende Maan hoeft dit niet, dan werken ze al genoeg. Als ze geen corvee hebben op maandag gaan ze wandelen in het bos. Zelfs als het regent. Dan trekken ze hun laarsjes aan, Beertje twee en Waf vier. Kortom: hun leven is best goed en onbezorgd en wellicht kunnen we wel een voorbeeld aan hen nemen, aan Beertje die altijd de optimist is en Waf die zich nergens zorgen over maakt. Als we op reis gaan, gaan ze altijd mee en voor het eten wensen ze ons altijd een goede maaltijd. Beertje heeft een rood strikje waar hij heel trots op is, maar Vriend moet het bij tijd en wijle wel weer op orde brengen als ze weer eens teveel hebben gefeest. Door de jaren heen heeft Waf wel zijn snorharen verloren, maar hij schijnt goed zonder te kunnen.

Sommige onwetenden noemen Waf en Beertje knuffelbeesten, alsof ze niet meer zijn dan wat in pluche verpakt zaagsel, met kralen voor hun ogen. Maar wij weten beter. Wij houden van Waf en Beertje en liefde bezielt alles. Wellicht waren wij zelf in een vorig leven knuffelbeesten van God.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De thuisblijfsituatie

Date 23 maart 2020

Het is wel even wennen, zo’n lege agenda, maar het geeft wel rust. En de wereld is heerlijk stil, wat best gezond is. En zelf kom ik aan allerlei klusjes toe die al een tijdje zijn blijven liggen. Eindelijk een nieuwe iPad aangeschaft. Bezig met de publicatie van de Engelse versie van mijn boek bij Amazon. Nu kan ik eindelijk de website van De Idealist, de digitale opvolger van De Kaarsvlam, inrichten. En dat alles zonder haast. Second Life is virusvrij, dus daar kan ik zonder angst verder leven. Het is boeiend te zien hoe creatief mensen worden tijdens een crisis zoals nu. Last but not least binnen de gemeente, waar we met een werkgroep binnenkort op afstand met Zoom gaan vergaderen. Wij gaan er alleen maar uit voor boodschappen en de twee keer dat we per week buiten eten laten we de maaltijd bezorgen of halen we die af. De komende maanden zal blijken of inderdaad de meeste mensen deugen, zoals Rutger Bregman schrijft, hoewel er natuurlijk altijd wel wat aso’s zullen blijven die bijvoorbeeld gaan hamsteren en die het geen reet interesseert hoe anderen hun kont gaan afvegen.

Op Facebook zag ik hoe iemand de letters van het woord ‘coronavirus’ had verwisseld zodat het ‘carnivorous’ werd, vleesetend. Daar lijkt inderdaad in China de oorsprong van het virus te zijn. En niet alleen van dit virus. ‘Nature strikes back,’ heb ik gereageerd, en ik kan de natuur geen ongelijk geven. We hadden ons veel ellende bespaard als we veel minder of helemaal geen vlees hadden gegeten, en er niet op zo’n ondierlijke manier mee waren omgegaan. Zowel in Italië als Noord-Brabant blijkt het carnaval een ideale gelegenheid geweest te zijn om het coronavirus te verspreiden. ‘De meest waarschijnlijke oorsprong van het woord carnaval ligt in het Italiaanse carne levare (Kerklatijn: carnem levare), wat “opheffen/wegnemen van het vlees” betekent,’ lees ik in Wikipedia. Alvorens tot de vasten over te gaan, kon men zich nog even lekker te buiten gaan aan het eten van vlees. Zoveel uitbundige mensen bij elkaar is uiteraard een ideale besmettingshaard, maar de vleselijke roots van het carnaval vind ik toch opmerkelijk.

Zo normaal als het was om de hele wereld te bevliegen, wat aan de verspreiding van het virus heeft bijgedragen, zo gewoon is het nu om thuis te blijven. Een ramp voor de economie en wellicht staan de merites van het kapitalisme en het neoliberalisme nu ook op de helling. Want mensen gaan nu ontdekken dat er meer is dan werk en geld. Ik hoor al geluiden van mensen die zich beginnen te realiseren hoe hectisch hun leven tot voor kort was. Mensen staan te zingen en te klappen op balkons, en delen via de media mooie liederen met elkaar zoals You’ll never walk alone, waarvan ik even vol schoot. Het wordt weer normaal om aardig en behulpzaam voor elkaar te zijn en rekening met elkaar te houden. Dat is winst. Soms is een crisis nodig om mensen wakker te schudden. Natuurlijk weet niemand hoe lang dit nog gaat duren, maar tot nog toe is gebleken dat mensen in crisissituaties niet meteen monsters worden, en Rutger Bregman zal wel op het puntje van zijn stoel zitten om te kijken hoe het nu verder gaat.

De wereld zal nooit meer dezelfde zijn. Toevallig zaten we een dag na 9/11 in een vliegtuig en starend naar de wereld onder ons had ik datzelfde gevoel van op een keerpunt te staan. Ik wist nog niet dat dit gevoel werkelijkheid zou worden, net zomin als ik dat nu weet. Maar een crisis kan het beste in de mensen naar boven brengen, iets wat we nu al een beetje zien gebeuren. Het is wel even wennen om veel thuis te zijn, en het is eigenlijk raar als we het daar moeilijk mee hebben. Alsof dat iets onnatuurlijks is. Terwijl we ons nergens beter op ons gemak kunnen voelen dan in de thuisblijfsituatie.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites