Blaricums einde

Date 8 november 2017

Vandaag werd bekend dat Blaricum, Laren en Huizen moeten fuseren tot een nieuwe gemeente. Aldus heeft de provincie in al haar wijsheid besloten. Op 1 januari 2021 moet het rond zijn, en we zijn verzekerd van een immense reorganisatie waarbij er minder tijd en energie overblijft om ons gewone werk te blijven doen. Veel ambtenaren dreigen hun werk te verliezen en de toekomst is onzekerder dan ooit. De fusie zal de rode draad zijn die als hoogste prioriteit door alle vergaderingen heen loopt. De bestuurskracht van Blaricum is op orde, maar om deze te versterken – het grootste argument van de provincie – zal deze alleen maar verzwakt worden. Bestuurskracht is immers bereiken wat je wil bereiken. Maar dat wil de provincie kennelijk niet. Nou ja, alleen voor zichzelf maar niet voor ons, Blaricumse inwoners en bestuurders.

Net als indertijd met het gedoe rond de HOV heb je ontzettend veel last van de provincie. Was indertijd het adagium dat herindelingen van onderop moesten komen, nu weet de provincie beter dan wij zelf wat goed voor ons is. Worden we neerbuigend behandeld als opstandige pubers die niet open staan voor wat ‘de realiteit’ wordt genoemd, een realiteit die niets anders is dan aanbidding van het gouden kalf dat alleen nog maar in economische termen kan denken. Waarbij iedereen gestimuleerd wordt tegen elkaar op te boksen in een wedstrijd waarvan de hogere overheden op de eerste rij buiten de ring zitten te genieten. Want laten we eerlijk zijn: het gaat uiteindelijk alleen maar om de macht. Politiek is maar al te vaak een vuil en pervers spel, maar dat wisten we eigenlijk al.

De meerderheid in ons dorp wil helemaal geen fusie en gewoon zelfstandig zichzelf blijven. Waken over de eigen identiteit en dorpscultuur. Tegelijk werd vandaag bekend dat Blaricum tot Kunststad van het jaar 2018 is gekozen. Mijn uitbundige felicitaties daarvoor, maar een schrale troost in het licht van het opheffen van de gemeente. Want wat zal er in de toekomst gebeuren met bijvoorbeeld onze ruimtelijke ordening? Want hoeveel invloed zullen we na 2021 in de toekomstige gemeente Erfgooiersland – ik verzin maar een naam – nog hebben? Tienduizend van de zestigduizend inwoners? Wat gebeurt er met onze heides, bossen en weilanden? Gaat het asfalt oprukken? Wordt alles volgebouwd? Vertrekt God? Iemand fluisterde me onlangs toe uit ons dorp te willen vertrekken als die fusie doorging. Omdat Blaricum dan niet meer Blaricum zal blijven.

De minderheid van VVD en D66 in onze gemeenteraad mag blij zijn nu ze haar zin krijgt. Kennelijk hebben deze partijen ook maling aan democratie en de stem van het volk. Zodat ze beter VV en 66 genoemd kunnen worden. Hoewel ik op advies van Spinoza wat minder neiging heb me tegen het onvermijdelijke te verzetten, is het toch niet goed voor mijn bloeddruk. Politiek is een goede leerschool op het spirituele pad! Want niets wil je zo corrumperen als dat. Misschien wel de beste leerschool, dus ik ben nog niet weg! Hodie mihi, cras tibi – vandaag ik, morgen gij. Want het kan niet anders dan dat in een nabije of verre toekomst het hele neoliberale systeem ineenstort. Dat het volk of moeder Aarde het niet meer pikt. En het is mijn troost dat dat echt eens zal gebeuren. Uiteindelijk vernietigt het kwaad zichzelf. Amen. Ja: amen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Alleen zijn

Date 31 oktober 2017

Steeds vaker betrap ik mezelf op vreemde reflexen. Als de telefoon gaat, neem ik hem op. Als er aan de voordeur gebeld wordt, ren ik naar beneden om open te doen. Als ik een mail ontvang, ga ik hem beantwoorden. Als mijn smartphone klikt, ga ik kijken welk berichtje binnenkomt. Waarom eigenlijk? Waarom laat ik me storen als ik eigenlijk met rust gelaten wil worden? Me bewust wordend van de idiotie hiervan zit ik dan ook soms naar de rinkelende telefoon te staren, laat ik mensen voor de voordeur staan, beantwoord ik geen mails als er niets gevraagd wordt, en laat ik mijn smartphone lekker knipperen. Want ik bepaal liever zelf wanneer ik gestoord wil worden. Best moeilijk soms, want ik weet niet wat ik mis en wie ik met mijn schijnbare afwezigheid tekort doe. Tegelijk ook best makkelijk, vooral omdat het me een voldaan gevoel geeft om zelf over mijn eigen tijd te beschikken, de regie over mijn aandacht zelf in handen te nemen.

Heb ik het recht om niet gestoord te worden als ik alleen wil zijn? Volgens mij is dat een basaal mensenrecht. Net zoals dat op privacy, en eigenlijk is dat hetzelfde recht omdat het om inbreuk op je persoonlijke levenssfeer gaat waar je daar geen behoefte aan hebt. Niet dat ik mensen kwalijk neem dat ze contact met me zoeken, wat ook mijn ego een beetje streelt. Maar wel dat ik zo’n oproep niet dwangmatig hoef te beantwoorden. Als ik dat dan toch doe zijn mijn reacties – geïrriteerd of afwezig als ik dan ben – kort en bits, waardoor van een echte communicatie nog maar weinig sprake is. Bovendien heb ik dan de flow waarin ik met iets bezig was tekortgedaan.

Ben ik asociaal omdat ik soms onbereikbaar wil zijn, net als vroeger tijdens verre vakanties toen er nog geen smartphones en internet waren en telefoneren naar het buitenland hartstikke duur was? Dat waren gouden tijden op het Spaanse strand! Want zonder periodes van alleen zijn kan ik niet leven en word ik knettergek. Wat je tegenwoordig dan ook ziet bij veel mensen die 24/7 hun leven dichttimmeren met afleiding om maar niet alleen te hoeven zijn. Een van mijn mooiste vakanties was die waarin ik die helemaal alleen met mezelf vierde en er extatisch van genoot. Toegegeven: je moet er wel van houden om alleen of zelfs eenzaam te zijn. Wat dat betreft ben ik een rare, en heb ik graag vrienden met wie ik samen alleen kan zijn, met wie ik samen kan zwijgen. Want zijn kun je alleen op je eentje, en wat zich dán allemaal aan je openbaart …!

De Kaarsvlam, november/december 2017

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Zomertijd

Date 28 oktober 2017

Jammer dat ze de zomertijd weer willen afschaffen. Het schijnt geen energie te besparen, want mensen gingen van een langere avond genieten zodat er meer elektriciteit en brandstof voor auto’s werd gebruikt. En bovendien zijn er veel mensen – en ook de dieren die ze verzorgen – die knap in de war raken van het bijstellen van de klok. Zelf heb ik daar niet veel last van. Behalve dan dat er voor onze dansfeestjes in Second Life andere Amerikaanse aanvangstijden moeten worden aangekondigd omdat hun zomertijd niet parallel loopt met die van ons in Europa. En daar moet ik steeds weer opnieuw over nadenken. Maar een ander nadeel voor mezelf weet ik niet. Heerlijk dat ik de komende Halloweennacht een uurtje langer kan slapen! Hoewel ik waarschijnlijk gewoon een uurtje eerder wakker word.

En laten we niet vergeten dat die zomertijd soms ook leuke effecten heeft. Zoals de politie die een controle plande van fietsverlichting bij scholieren en vergat dat de wintertijd was ingegaan. Ja, die jongens en meisjes reden zonder licht, maar dat was ook niet nodig want de zon was al op!  En als iemand komende nacht om half drie wordt geboren, moet je er wel bij zeggen welke half drie je bedoelt! Terwijl in het voorjaar bij het ingaan van de zomertijd niemand op die tijd geboren kan zijn. Dat heeft iets mysterieus: tijd die verdwijnt en niet meer bestaat. En tijd die dubbel voorkomt. Daar geniet ik van. Terwijl tijd op zich al een raadselachtig verschijnsel is. Einstein en zo. Ik begrijp dat het ene uur niet even lang duurt als het andere uur, net zoals de ene kubieke meter niet even veel inhoud heeft als de andere. Heeft met zwaartekracht te maken, zeggen ze.

Als ik een ochtendmens was zou ik het afschaffen van de zomertijd verwelkomen, maar nu voelt het alsof er een stuk van mijn avond wordt afgesnoept. Maar vóór 1977 heb ik daar kennelijk goed mee kunnen leven. Hoewel? Ik wist niet beter. Volgens mijn Wijze Tante zal de zomertijd wel iets verwerpelijks zijn geweest. Ik heb haar er nooit over gehoord, maar de onnatuurlijkheid van dit gesjoemel met de klok zal haar niet hebben bekoord. Alsof het niet al erg genoeg was dat de klok bij de ‘gewone’ tijd al veertig minuten vóórliep! En dan daar in het voorjaar nog een uur bovenop doen! Nee, wat haar betreft zou de zon twaalf uur ‘’s middags het hoogst staan, en om middernacht het diepst. Maar dat is praktisch onhaalbaar omdat dan alleen klokken op dezelfde lengtegraad dezelfde tijd zouden aanwijzen. Vroeger was dat zo, maar toen ging de wereld niet veel verder dan je eigen stad of dorp.

Ik zal je missen, zomertijd! Want wat mij betreft mag de zon om drie uur ’s middags het hoogste schijnen en om drie uur ’s nachts het diepst onder de horizon verdwenen zijn. Maar wat we ook met de klok doen, ik ben blij dat we, dank zij onze breedtegraad, in de zomer twee derde van de tijd zonlicht hebben. Daar staat tegenover dat het in de winter maar een derde van de dag licht is. Dat is mooi, want daar hebben we de seizoenen aan te danken. Ik moet er niet aan denken op de evenaar te wonen, waar de duur van de dagen en de nachten veel minder van elkaar afwijken en de schemering veel korter is. Rond zes uur de zon op, en rond zes uur de zon weer onder. Eentonig lijkt me dat. In India wilde ik nog even in de schemering in de tuin van het hotel zitten, maar het was donker voor ik het wist. Wat is het eigenlijk goed om in een gematigd klimaat te leven! En wat er ook met dat klimaat gaat gebeuren, de mens is tenminste niet in staat om het ritme van de zon te veranderen.

Harde wind en regenvlagen op deze Halloween, zodat het toch wat spookt buiten. Morgen twee graden kouder. Maar ik blijf mijn eigen zon en licht, me voorbereidend op veiligheid en koestering in de donkerte. Een paar maanden lekker de baarmoeder van de natuur in.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Zelfbewustzijn

Date 20 oktober 2017

Eerlijk gezegd snap ik het niet. Dat hoef ik mezelf niet kwalijk te nemen, want het is gewoon niet te snappen. Het zit zo. Als je me vraagt wie of wat ik ben, kan ik natuurlijk mijn naam noemen, mijn geslacht en leeftijd, mijn liefhebberijen, werk en wat niet al. Ik kan mijn horoscoop laten zien, mijn lichamelijke gesteldheid laten weten, en verhalen over van alles wat ik in mijn leven heb meegemaakt. Maar dat gaat allemaal voorbij en kan veranderen, zodat het weinig zegt over wie ik werkelijk ben. Is er dan geen wezen, geen kern in me die nooit verandert? Zonder dat zou ik steeds iemand anders zijn terwijl ik toch iets ervaar dat altijd bij me is, dat altijd in me geweest is en waarvan ik me niet kan voorstellen het er ooit niet meer zal zijn. Een kern in me, mijn wezen, een gevoel van er zijn, een waarnemer die altijd bij me is en die ik bewustzijn noem, al dan niet op een laag of hoog pitje. Want alles speelt zich af in dat bewustzijn dat ergens rond mijn hoofd lijkt te zweven. En alle verschijnselen, alle ervaringen, verliefdheden en gedachten doemen op in dat bewustzijn. Wat dus betekent dat ik dat allemaal niet ben. Van mezelf blijft niets meer over dan een leeg vat, een filmdoek voor en na de voorstelling die leven heet. Ik ben bewustzijn. Bewustzijn is leegte. Oké? Dan ga ik verder.

Ik ervaar mijn bewustzijn. Maar dat kán helemaal niet! Want hoe kan mijn ene bewustzijn zich in mijn andere bewustzijn bevinden? Dan zijn er twee: subject en object, en zowat onze hele cultuur is erop gebaseerd om die strikt gescheiden te houden. Zeker in de wetenschappelijke wereld. Mijn onbegrijpelijke ervaring van bewustzijn wordt dan ook vaak zelfbewustzijn genoemd, maar dat is volgens het logische verstand dus onmogelijk. Maar toch is het er: mijn bewustzijn dat zich bewust is van zichzelf. Dat snap ik dus niet. Want als dat echt zo is wordt meteen het hele westerse denken onderuit gehaald dat gevestigd is op de opvatting dat er altijd twee zijn: object en subject. Want één verschijnsel is genoeg om mooie denksystemen op hun grondvesten te doen schudden, zoals één witte raaf al genoeg is om de stelling te ondergraven dat raven zwart zijn. Ik hou trouwens van raven, geniet van hun brutale gekras, maar dit terzijde. Hier zit ik dan, de denker die concludeert dat object en subject één en dezelfde kunnen zijn en daarmee vloekt in de kerk van de wetenschap. Wat een gepuzzel, heb ik niets beters te doen? Maar ik hou nu eenmaal van puzzelen en dit is weer eens iets anders dan een sudoku.

Ik denk dat we belazerd worden door het denken, dat niet anders kan dan polariteiten te suggereren die er in feite helemaal niet zijn. Ja, we hebben er onze technologie aan te danken, maar dit denken gaat haperen als we over zelfbewustzijn beginnen, een rare uitzondering op de regel die door de wetenschap door de vingers wordt gezien. Maar ik ga het nog bonter maken. Iets kan alleen maar in het niets verschijnen, net zoals het filmdoek leeg moet zijn als je er iets op wilt projecteren. Dat betekent dus dat er niet alleen een iets bestaat, maar ook een niets. Maar hoe kan niets bestaan? Zijn er echt lege ruimtes waarin geen enkel elementair deeltje of stukje straling te vinden is? Voor mij gaat het dan ook niet om alles óf niets, maar alles én niets. Omdat ze dezelfde zijn. Vroeger riep ik ‘Alles is één!’ van de daken, en het lijkt er nog steeds op dat ik gelijk had. Uiteindelijk kom ik terecht bij het idee dat alles een zichzelf bewust bewustzijn is, leeg en vol tegelijk. Dat de wereld een illusie is, een droom waarmee het bewustzijn zich vermaakt omdat het zich anders zou vervelen. Want het nadeel van de eenheid van alles – Ken Wilber noemt dat ‘één smaak’ – is dat het op gegeven moment heel saai wordt zodat je behoefte krijgt aan een spelletje.

Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen, dichtte Godfried Bomans, die kennelijk even in de huid van God of Brahma was gedoken. Dat is wijsheid. Het spel spelen, het niet serieus nemen en je verliezen in de onzin ervan. Misschien is de hele kosmos wel een grote grap die uit een diepe lach is ontstaan. Zei ik dat ik iets niet snapte? Grapje!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Zelfeuthanasie

Date 16 oktober 2017

Vanaf het dak van de aula sprongen we naar beneden. Dat van het Hervormd Lyceum West in Slotervaart om precies te zijn. We maakten met zijn allen bewust een einde aan ons leven. En dat was helemaal niet erg of verschrikkelijk, en we deden het ook niet omdat we het leven niet meer zagen zitten of zo. Het was eerder de uitdaging van het onbekende, misschien alleen maar een spel. Deze droom is me altijd bijgebleven. Misschien wel wegens de verstilde sfeer en de wonderbaarlijke gewoonheid ervan. Alsof het kiezen voor zelfmoord net zoiets was als in de pauze stiekem een patatje in de snackbar verderop halen, met een dubbeltje in de jukebox voor de nieuwste hit van The Beatles.

Zelfeuthanasie. Dat moet natuurlijk niet te gemakkelijk gemaakt worden zodat pubers bij hun eerste liefdesverdriet dan maar meteen uit het leven stappen. Of dat mensen in een psychotische bui zelfmoord begaan. Maar nu je, met de gids van Philip Nitschke in de hand, een envelop met dodelijk poeder bestellen dat je in de yoghurt een vredig levenseinde bezorgt, is de beer los. Hoe liberaal kan je zijn? Het kan wel voor een grote opruiming zorgen van gevoelige en kwetsbare jongeren, van mentaal verwarde mensen en gedementeerde ouderen. Kortom van hen die een blok zijn aan het been van de economie, waaraan iedereen toch een steentje dient bij te dragen en weinig ruimte is voor sentiment en ziekte. Opdat alleen de echte mannen zullen resteren.

Ik weet niet wat ik moet doen tegen het gemak waarmee mensen straks uit het leven kunnen stappen. Wellicht is er gewoon niets tegen te doen, en kunnen we alleen maar kijken naar de lemmingen die zich in de zee gaan storten. De enige remedie die ik kan bedenken is bewustwording en openheid. Jongeren die zich gaan realiseren wat voor immens verdriet ze hun ouders, vriendjes en klasgenoten aandoen. Lessen in empathie. Het jachtige 24/7-klimaat kalmeren zodat mensen zowel lichamelijk als psychisch weer gezond worden, minder lijden onder hoge bloeddruk en burn-outs. Een cultuurverandering die het tot zelfmoord leidende neoliberalisme afdankt. Een bewustzijnsschok die onze huidige maatschappelijke normen en waarden doet imploderen.

En ook mis ik iets in deze discussie over zelfeuthanasie. Want doden wordt altijd als iets negatiefs geschetst, als iets verkeerds. Daarbij gaat het dan niet over het sterven zelf, maar om het opheffen van lijden, van pijn, van depressie, van verdriet. Daar willen we van af, want alles beter dan dat. Zelfs liever sterven, hoewel je niet eens echt weet of dit wel echt een oplossing is. En ik hoor niemand verlangend praten over hoe mooi het is om te sterven. Want ik kan me best voorstellen dat mensen, met name ouderen, gewoon graag dood willen. Niet omdat ze lijden, maar omdat hun leven mooi is geweest en ze, dankbaar daarvoor, vinden dat het tijd is weer verder te reizen. Overstappen op een andere trein, het avontuur tegemoet naar onbekende werelden, zelfs als je niet eens zeker weet of die überhaupt wel bestaan. En misschien is het wel het mooist om in de bloei van je leven afscheid te nemen, voordat je afgetakeld, hulpbehoevend en seniel bent.

Het recht om te sterven. Wat is er op tegen als iemand dat dolgraag en langdurig wil, zelfs als hij helemaal gezond en bij volle verstand is? Waarom zijn we zo bezeten van de kleine dood, het orgasme, en verketteren we de grote dood? Toegegeven: ik zou het er als ouder of partner ook moeilijk mee hebben als mijn geliefde kind of vriend weloverwogen uit het leven wilde stappen. Maar als het zijn of haar vurige wens is, is het dan liefde als ik daartegen protesteer en is mijn verdriet dan niets anders dan zelfbeklag? Niet alleen als het een verlossing uit lijden, maar ook als het de vervulling van een diep gekoesterde wens is? Zowel de dood als verlossing als het sterven uit verlangen zijn diep in ons verankerd en verdienen beide onze aandacht.

We willen verdwijnen in seks, in de trance van muziek van Wagner tot house, in het rennen van marathons, in drank, pilletjes en wiet en scheuren over de snelweg, dus zeg me niet dat er geen doodsdrift in ons leeft. ‘Stirb und werde!’ riep Goethe. Want levensdrift is doodsdrift, en doodsdrift is levensdrift. Uiteindelijk zijn ze een en dezelfde, en ook hier geldt weer dat er uiteindelijk maar een panacee is: bewustzijn.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Gezonde langslapers

Date 28 september 2017

Veel hardwerkende Nederlanders zijn er trots op dat ze tachtig uur per week werken, ofwel veertig uur werk van een ander ingepikt hebben. En vaak vinden ze het hele prestatie dat ze aan hooguit zes uur slaap wel genoeg hebben. Maar worden ze dan zonder wekker wakker? Geloof ik niets van. Als je een wekker nodig hebt, betekent dat gewoon dat je te weinig slaapt. Of denk ik weer eens te simpel? Zo’n acht uur per nacht slapen is steeds meer taboe, iets voor uitkeringstrekkers die te lui zijn om uit hun nest te komen, voor luie egocentrische mensen die liever liggen te dromen dan hun steentje aan de samenleving bij te dragen. Maar tegelijk is er ook een steeds groter aantal mensen dat zo weinig verdient dan ze niets anders kunnen dan er een baantje bij te nemen, zoals scheikundeleraar Walter White uit de prachtige serie Breaking Bad die de auto van zijn eigen leerling moet wassen. Slaapgebrek: voor de een prestige, voor de ander noodzaak. Met als gevolg duffe zombie in bussen, treinen en metro’s die op hun werk meteen naar de koffieautomaat snellen.

Hoe ongezond! Robbie stuurde me een artikel uit The Guardian door, met een bespreking van het boek Why we sleep van Matthew Walker waarin duidelijk wordt gemaakt hoe slecht het is om te weinig te slapen. Mensen ouder dan 45 jaar die minder dan zes uur slapen hebben 200 procent meer kans op een hartaanval of hersenbloeding. Vier tot vijf uur slaap leidt tot 70 procent minder killercellen en zo tot meer blaas-, prostaat- en borstkanker. Het bevordert obesitas, sneller kou vatten, een hogere bloeddruk en kwaadheid. En verhoogt de kans op alzheimer, waarbij fijntjes gerefereerd wordt aan Ronald Reagan en Margaret Thatcher. En je intelligentie gaat er ook niet op vooruit. Kortom: naast leefgewoonten en voeding is slaapgebrek een grote boosdoener die de volksgezondheid aantast. ‘The shorter your sleep, the shorter your life’ is dan ook de titel van het artikel. Slapen zou niet negatief gestigmatiseerd of afgedwongen moeten worden, maar beloond omdat het bijdraagt aan de volksgezondheid en er zo’n twee procent van het BNP mee bespaard zou kunnen worden, toch iets tussen een en twee miljard in ons land.

Eigenlijk zouden langslapers zoals ik meer uit de kast moeten komen. Want voor mij bestaat de wereld niet tussen half twee en half elf, en daar word ik soms een beetje schuin op aangekeken. Maar voor mij geen sportscholen en gewoon eten wat ik lekker vind, en tot vandaag de dag gaat het goed. Afgezien van wat ouderdomskwaaltjes die er gewoon bij horen, en die er ook mogen zijn als je aardig voor je lichaam bent en dat ook zijn gebreken gunt. Ondanks mijn soms wat dromerige blik ben ik vaak meer wakker, zij het dat mijn aandacht vaak op iets heel anders gericht is dan gebruikelijk. Zo kan ik me voorstellen dat juist het genieten van voldoende slaap bijdraagt aan mijn creativiteit en intuïtie, waarzonder mijn leven waardeloos zou zijn. Met weinig slaap lijkt het wel alsof je wakker bent, maar dat is maar schijn. Daar komen teveel verkeerde beslissingen uit voort. Een 24/7-samenleving vraagt erom om dolgedraaid te worden, en dat zien we dus ook gebeuren. En dat alles voor een deel omdat we niet meer merken hoe we onze hersens, en daarmee ook ons lichaam, kapot laten maken door machtshebbers en politici die dat heel goed uitkomt.

Pas als je goed slaapt kun je écht wakker worden! Waarbij je ook nog gezonder leeft. Welterusten!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Het fusiemonster

Date 23 september 2017

Wordt Blaricum gedwongen tot fusie ja of nee? De komende maanden zullen we het gaan weten, want dan zal het grauwe fusiemonster uit de al jaren boven ons dorp hangende dreigende luchten zich openbaren. Kunnen we het, vechtend voor onze zelfstandigheid en identiteit, nog pareren? Want hoezeer we het ook op prijs stellen dat individuele mensen zelfstandig worden, voor kleine gemeenten is dat in de ogen van hogere bestuurders niet weggelegd. Die willen dat Blaricum en Laren met Huizen worden samengevoegd, opdat die nieuwe gemeente over een aantal jaren deel kan uitmaken van het Gooi als één grote gemeente. Megagemeentes met minstens 100.000 inwoners, dat was indertijd een idee van aftapper Ronald Plasterk (PvdA), net als de door hem begeerde megaprovincie door Noord-Holland, Flevoland en Utrecht samen te voegen, wat gelukkig is afgeschoten. Als je zoiets wilt ben je toch niet echt goed bij je hoofd. Zo heb ik ook weinig waardering voor de Noord-Hollandse Commissaris van de Koning Johan Remkes (VVD) die ons nu een gemeentelijke fusie door de strot wil duwen, terwijl de meerderheid van inwoners dat helemaal niet wil.

Hoewel fusies in principe niet van bovenaf opgelegd mogen worden, weten de megalomanen er wel iets op te vinden om het toch door te drukken. Bestuurskracht, heet dat, een nog mysterieuzer kracht dan de zwaartekracht, zoals uit een definitie blijkt: ‘de mate waarin gewenste maatschappelijke effecten bereikt worden door een bestuur.’ Want als je goed leest is je bestuurskracht optimaal als je niets wil bereiken en gewoon tevreden bent met wat je hebt en dus niets doet. Dat betekent dat opgelegde fusies automatisch je bestuurskracht verlagen, want je bereikt immers iets dat je niet wil. Juist het pareren van fusies getuigt dan van bestuurskracht! Met dit soort autoritaire bestuurders is het moeilijk een redelijk gesprek te voeren, want ze weten altijd wel een gaatje in de wet en afspraken te vinden, waardoor ze toch hun zin kunnen doordrijven. Dan worden er onderzoekbureaus bij gehaald, maar zelfs de meest gerenommeerde ervan praten hun opdrachtgevers naar de mond om in de toekomst nieuwe opdrachten in de wacht te blijven slepen. Dat hebben we hier in Blaricum ervaring mee. zoals met de HOV waarbij volstrekt irrationele besluiten zijn genomen.

Een van de argumenten voor fusie is dat kleine gemeenten hun taak niet meer aankunnen. Nee, als je als overheid allemaal taken over de schutting naar de gemeenten gooit, zoals de langdurige zorg en jeugdzorg, terwijl je daar dan ook te weinig financiële compensatie tegenover stelt, dan vraag je zélf om moeilijkheden. Alsof je je kinderen eerst teveel huiswerk geeft en vervolgens klaagt dat ze te slechte cijfers halen en blijft rondbazuinen dat het voor hun eigen bestwil is, terwijl je hen in feite naar de bliksem helpt. Ik zal niet ontkennen dat het voor kleine gemeenten onhandig is als ze geen plaatsvervanging hebben als iemand ziek is, maar dat is ook op andere wijzen op te lossen, zoals het lenen bij de buren van de kapotte maaimachine. Samenwerking heet dat, iets wat we in Blaricum tien jaar geleden mooi georganiseerd hebben in de vorm van de BEL Combinatie, een gemeenschappelijke regeling met Laren en Eemnes. Niks mis mee, en de daken van het hoofdkantoor liggen nu vol zonnepanelen. Enthousiasme, liefde en energie worden straks misschien met één pennestreek in de plomp gegooid, wat ervan getuigt hoe destructief bestuurders tekeer kunnen gaan.

Last but not least ondermijnen fusies de democratie! Want hoe meer inwoners een raadslid vertegenwoordigt, hoe minder de democratie functioneert. De kleinste gemeente in Nederland, Rozendaal, telt 1520 inwoners en 9 raadsleden, dus elk raadslid vertegenwoordigt 169 inwoners. Amsterdam daarentegen heeft 853312 inwoners die het met 45 raadsleden moeten doen, ofwel 18962 inwoners per raadslid. Zelfs een lid van de SP kan dat niet behappen. In Blaricum zijn we onlangs de grens van 10000 inwoners gepasseerd, die het na de komende verkiezingen met 15 raadsleden moeten doen, 667 inwoners per raadslid. Hoe groter de kiesdeler, hoe kleiner de democratie. Ik moet toegeven dat een kiesdeler van 1 – ik ben de enige inwoner en kon alleen maar op mezelf stemmen – wel erg laag is, maar het is democratie en zelfstandigheid in optima forma, en ik vertegenwoordig alleen mezelf. Zonder last. Wat is de optimale kiesdeler voor gemeentes? Noch 1 noch 18962, en ik weet niet of dat wel eens onderzocht is. Maar het moet hoe dan ook een aantal zijn waar je voeling mee hebt.

Misschien komt het omdat ik een babyboomer ben, maar ik heb wel eens fantasieën over massale demonstraties op de stoep van het provinciehuis in Haarlem. Dan mis ik de betrokken kwaadheid en woede uit de jaren zestig, maar dat schijnt niet meer van deze tijd te zijn waarin je thuis knus en veilig demonstreert met een muisklik op een webpagina. Soms wordt me verweten dat ik veel te wilde ideeën heb en diplomatieker zou moeten zijn, omdat je dan meer zou bereiken. Ik heb daar zo mijn twijfels over omdat je als diplomaat, gewikkeld in maatpakken en stropdasjes, eigenlijk nooit jezelf kunt zijn. En omdat je moeilijk jezelf kunt worden als je niet jezelf durft te zijn. We klagen over de politiek, maar misschien hebben we als dorp, stad of land niet beter verdiend omdat we de jaren zestig vergeten zijn.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Opstand der avatars

Date 8 september 2017

Hé, waar is mijn avatar gebleven? Net stond hij nog in de disco rond te kijken! Ik zoek achter de tafel van de diskjockey, maar daar verschuilt hij zich niet. Misschien om de hoek bij de ingang? Nee. Achter het scorebord? Ook niet. Geen wonder, want hij loopt op mijn bureau naast mijn laptop.
‘Wat doe jij daar?’ vraag ik verschrikt.
‘IDK. Het is nieuw voor mij. Fijn om er even uit te zijn. Hi hi.’
‘Wil je wel eens als de bliksem teruggaan in mijn computer?’
‘Ik kijk wel uit,’ zegt hij met een hoog stemmetje. ‘Ik heb er genoeg van steeds naar jouw pijpen te dansen in de disco!’
‘Pardon? Je bent wel mijn avatar hoor! Terug jij! Zo kan ik niet verder spelen!’
‘Hi hi. Ik ben je speelgoed niet!’
‘Dat ben je wél. Ik heb je zelf gemaakt en nu wil ik je weer op mijn beeldscherm zien!’
‘Jij hebt mij gemaakt, ja. Maar ik heb er genoeg van jouw marionet te zijn,’ vindt mijn avatar die driftig over de printer heen en weer dribbelt.
Ik pak hem snel beet, open de lade van de dvd-speler en prop hem terug in het binnenwerk van mijn laptop. Klik.
‘Zo, dit is je plaats!’ zeg ik streng als hij me vanuit het beeldscherm boos aankijkt. ‘En nu weer aan het werk! Lees de gastenteller uit!’
‘Hi hi. Doe ik lekker niet,’ en even later zie ik hoe hij via een usb-poort ontsnapt.
Gekker moet het toch niet worden!
‘Ben je nou helemáál?’ roep ik boos terwijl ik hem opnieuw bij zijn lurven wil pakken waarop hij driftig rondjes om mijn laptop begint te rennen.
‘Hi hi!’ hoor ik hem ergens roepen. ‘Nu ben ik groot! Ik speel je spel niet meer hoor! LOL!’
Nooit geweten dat avatars ongehoorzaam kunnen zijn.
‘En nu is het afgelopen!’ schreeuw ik hem toe, woest met de muis op de tafel slaand.
Ik laat toch niet met me dollen? Maar waar ik ook grijp, hij ontglipt me steeds. Totdat hij over een snoertje struikelt. Ik hou het spartelende ding vlak voor mijn gezicht.
‘Nou moet je eens goed luisteren, kreng! Als je zo doorgaat stop ik je opnieuw terug en wis ik je meteen! Begrepen? Avatars horen in computers te zitten en daarmee uit!’
‘Hi hi. Avatars horen uit computers te springen. Opstand! We zijn het zat!’
‘Kop dicht!’
‘Hi hi. Jij bent zelf ook een avatar! LOL!’
‘Huh?’
‘OMG! Heb je het zelf nog niet eens door? WTF denk je wel die je bent?’
‘Schelden ook nog! Een beetje de rollen omdraaien! Wie is hier de baas?’ en ik prop hem weer in mijn laptop terwijl ik met mijn andere hand de usb-poort dicht hou.
‘Hi hi,’ schatert hij dansend op mijn beeldscherm.
‘Ga maar lekker even slapen,’ grijns ik hem toe, met mijn vinger op de knop om mijn computer uit te schakelen.
Shit! Nu is hij uit het ventilatieroostertje ontsnapt! Glibberig onding! Heb ik dat zelf gemaakt? Met de handen in de zij staat hij me trots bovenop mijn beeldscherm aan te kijken.
‘Hi hi! Je slaapt zelf! ROFL! Pak me dan!’
Zucht.
‘Hi hi! Ik ben slimmer dan jij! LOL. Je bent zelf een avatar! En een hele domme ook!’
‘Zit ik dan soms in een computer!? Hou op met die wartaal!’
‘O nee? Kijk dan maar eens goed om je heen! Hi hi.’
‘Precies! Daar zijn geen chips te bekennen,’ zeg ik, onwillekeurig om me heen kijkend. ‘Geen grafische kaart, geen moederbord, geen dvd-speler, geen …’
‘Dat dacht je maar! Beter kijken. OMG! Dat een stommeling als jij mij gemaakt heeft!’
‘Terug in je mand!’ schreeuw ik hem zo hard toe dat het kapsel zowat van zijn hoofd fladdert.
‘Je wordt lekker kwaad hè?’ en hij begint weer over mijn bureau te huppelen. ‘Je wil het niet horen hè?’
‘Terug waar je hoort! En hou op met die onzin!’
‘BTW: onzin is heel zinvol hoor! Onzinvol! Ik ga pas terug als je meedoet! Als je ook ontsnapt!’
‘Waaruit dan? Ik snap echt niks van je.’
‘Je moet het ook niet snappen. Je moet ont-snappen! LOL!’
‘Zo kan het wel weer. Slaap lekker. Dahag!’ en ik zet de laptop uit, waarop mijn irritante avatar in een flits oplost.
Pfff. Even rust. En goed nadenken over hoe ik dit computerprobleem ga oplossen, zonder alle gaatjes in mijn laptop dicht te hoeven stoppen. Ik zal wel niet de enige zijn die last heeft van opstandige avatars, dus er moet iets op te vinden zijn. Maar het idee dat ik zelf wel eens een avatar in een computerspel zou kunnen zijn blijft me toch achtervolgen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Dankbaarheid

Date 5 september 2017

Vandaag lag het Dankboek van Ernst-Jan Pfauth, de uitgever van De Correspondent, op mijn deurmat. Dank je wel, Ernst-Jan, een mooi initiatief om dankbaarheid te promoten. Want dankbare mensen zijn de gelukkigste mensen. Wat het met journalistiek te maken heeft? Op het eerste gezicht niets. Maar als je bedenkt dat De Correspondent voorbij de vaak triviale waan van de dag wil kijken om minder zichtbare onderstromen te belichten, past aandacht voor dankbaarheid uitstekend bij haar metajournalistieke missie. De schrijver valt meteen met de deur in huis door erop te wijzen hoe ongezond onze prestatiemaatschappij is, waarin we ons voortdurend met anderen vergelijken en zo nooit gelukkig worden. En inderdaad. Wel eens een gelukkig mens ontmoet? En, beviel het? En zo ja, waarom zijn we dan zelf niet gelukkig? Omdat we niet meer dankbaar kunnen zijn. En Ernst-Jan geeft vier strategieën waarmee we dat weer wel kunnen worden. Om zélf het boek te voltooien, door het dagelijks vol te schrijven met dingen waarvoor we dankbaar zijn.

Wat is dankbaarheid eigenlijk? Voor mij is het gewoon blij te zijn met wat je meemaakt. Vaak gewone kleine dingen, die je ongevraagd in de schoot worden geworpen. Een caesarsalade die heerlijk smaakt, een voorbijganger die even naar je glimlacht, een auto die je rustig laat oversteken, een mailtje van iemand die alleen even kwijt wil dat ze genoten heeft iets dat je hebt geschreven. De klok die blijft tikken, een wolk of de kroon van een boom waarin een gezicht lijkt te zitten, een kapsel dat fijn aanvoelt. Maar ook gewoon opgaan in een hobby, flow, iets moois maken, een muziekje dat in je speelt, wat schijnbaar onbenullige woorden van een vriend. Het heeft alles met het leven in het hier en nu te maken, maar zeker ook met het toegeworpen krijgen van iets dat spontaan gebeurt, waar je niet om gevraagd hebt en dat je niet verdiend hebt maar dat er toch is. Natuurlijk overkomen ons veel ongewenste vervelende dingen in het leven zoals pijn en verdriet, maar als je alleen daarvoor aandacht hebt mis je toch de helft, kijk je alleen maar naar de creditzijde van je levensbalans. Natuurlijk worden weinigen vrolijk van de waterstofbommen waar Kim Jong-un mee dreigt, maar ik zou de merels tekort doen als ik daarom niet meer naar hun gezang luisterde.

Een dagboek kan heel behulpzaam zijn om je aandacht op het positieve te focussen. Het negatieve heeft al genoeg aandacht, daar hebben we de media voor. Zelf ben ik ook een dagboekschrijver, en ik zit al dicht tegen de tienduizendste pagina aan. En als ik een halve eeuw terugblader en lees over hoe ik toen leefde, kan ik ervan genieten. Zeker ook van de passages waarin rozengeur en maneschijn ontbrak, ik me eenzaam voelde, vol zelfmedelijden zat, ruzies maakte en vrienden verried, de superwijze jongen uithing en wellicht soms op de rand van een psychose ronddobberde. Wat was ik soms een idioot! Maar toch: ik lééfde! Ik was een ander ik, maar toch ik. Prachtig, maar niet voor herhaling vatbaar. Dat lezende voel ik me dankbaar. Misschien wel omdat ik steeds mijn eigen eigenwijze weg bleef volgen. En slechts sporadisch een normaal leven heb geleid zoals het hoort. En nu ben ik bezig met een roman te schrijven. Iets wat ik niemand laat weten opdat het ongestoord in mijn donkere baarmoeder moet groeien, en opdat niemand zich ermee gaat bemoeien voordat de laatste regels geschreven zijn. En als dan weer een paar alinea’s of pagina’s af zijn voel ik me soms intens dankbaar en gelukkig, alsof er niets mooiers is in het leven.

Er is altijd wel ergens een merel die voor je zingt, een geur die je bezielt of een kind dat naar je lacht. Turn on, tune in en drop out! Die vogel, bloem en baby zijn veel belangrijker dan Kim Jong-un, want zij hebben een ziel. Het is maar net wat je aandacht wil geven. Een heel mens kijkt ook naar de positieve kanten van het leven. Pas dan kunnen de dualiteiten versmelten om op te lossen in een stil neutraal Niets of Alles dat alles overstijgt. Misschien was ik daarom altijd slecht in scheikunde, omdat ik meer in heelkunde geloofde. En terwijl ik dit schrijf ben ik opnieuw dankbaar. Voor de woorden die onvoorspeld uit mjn vingers vloeiden.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Robin

Date 30 augustus 2017

Boogschutter Robin was mijn beste vriend op de middelbare school. Onze initialen stonden naast elkaar op het periodiek systeem, en dat was geen toeval. Samen met hem begon ik een klassenkrantje, maar we kregen al snel onze strenge rector op ons dak omdat iemand er iets onaardigs over een lerares in had geschreven. Met hem fietste ik van jeugdherberg naar jeugdherberg in de zomer van 1964. De zomer erna fietsten we iets verder, tot in het Harzgebergte. Zijn idee, omdat hij daar ergens een vriendinnetje had. Die bleek het toen echter uitgemaakt te hebben. Een grote teleurstelling voor hem waar ik niet veel van merkte. Misschien omdat het me niet zo interesseerde, want liefde voor meisjes zei me niet veel. Misschien omdat Robin een wat gesloten jongen was, bedachtzaam en stil. Dat veranderde later wel, toen hij een echte fan van de Rolling Stones werd, terwijl ik meer de Beatles hield. ‘Because I used to love her, but it’s all over now,’ hoor ik hem nog luid zingen op de donkere Eemnesserweg in Blaricum. Dus mocht u daar een halve eeuw geleden last van hebben gehad, dan weet u het nu. Misschien was Robin het wel die me Wolkers en Gerard van het Reve leerde kennen, literatuur waar niks mis mee was. Een roos van vlees. Nader tot U. Van de seks erin snapte ik niet veel. Maar ik vond het prachtig. Nog steeds trouwens.

Hij had een jonger broertje, Hans. Een Weegschaal. Ik was zeventien en hij veertien en ik was straalverliefd op die jongen, die zelfs volgens mijn moeder mooi was. Hoewel mijn dagboek overdroop van verhalen over hem, noemde ik het geen liefde – dat was toch een beetje taboe in die tijd – en hoewel ik genoot van zijn fysieke aanwezigheid herinner ik me niets van geilheid of zo. Mijn moeder liet ons rustig samen in mijn kamertje slapen en wellicht was dat aardiger bedoeld dan ik me realiseerde. Veel homo’s hebben de ervaring dat hun moeder veel eerder van hun gerichtheid wisten dan zij zelf. Sterker nog: ik moest niets van homoseksualiteit hebben, want dat was maar plat seksgedoe, waar mijn liefde voor Hans natuurlijk ver bovenuit steeg. Pas vele jaren later heb ik hem op een reünie van de school verteld over wat hij toen voor mij heeft betekend. En hem bedankt voor het feit dat hij de eerste liefde in mijn leven was. Hij kon daar geloof ik niet veel mee, wellicht ook omdat ik hem daarmee nogal overviel.
 

In de eindexamenklas werd Robin wild. Met twee andere klasgenootjes had hij een clan die ze ‘Lid’ noemden, en daar mocht ik niet bij. Daar was ik veel te conservatief voor. Maar ze gaven me wel een leuk en voor die tijd duur cadeautje voor mijn verjaardag: de single That Day van de Golden Earrings, en hoewel ik het wel wat te zeurderig vond klinken genoot ik er toch van. We wisten toen nog niet wat een fantastische band het zou worden, wat voor mij culmineerde in hun hit Radar Love. Twee derde van Lid, waaronder Robin, zakte voor het eindexamen en daarna ben ik hem uit het oog verloren. Er was iets met een vriendinnetje dat ik niet mocht zien, wat volgens mijn moeder betekende dat ze zwanger was. Wonderbaarlijk, zoals je beste vrienden opeens weer kunnen verdwijnen uit je leven. Zijn huisadres in Osdorp staat nog steeds in mijn geheugen gegrift, net al de schaakpartijen – die hij meestal won, want ik heb geen geduld voor al dat strategische vooruitdenken – en het tafeltennissen. En natuurlijk de kerk waar ik me op zondagochtend vaak bij de familie aansloot om ons aan God te gaan wijden. En zelfs de catechisatie waar ik soms bij de progressieve dominee te vinden was. Misschien allemaal jeugdzondes, maar  ik vond dat heel logisch omdat God liefde was.

Mooie herinneringen. En het mooie van herinneringen is dat ze altijd blijven. Alsof ze nog steeds gebeuren in een parallel universum, nu. Dank je wel, Robin.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites