Ganymedes

Date 13 november 2019

Jupiter heeft maar liefst 79 manen. Terecht, want Zeus had een rijk liefdesleven, dat is bekend. Io, Europa en Callisto cirkelen dan ook trouw om hem heen. En Ganymedes, die qua omvang de grootste van hen is, zelfs de grootste maan in ons zonnestelsel, in 1610 door Galilei ontdekt. Maar Ganymedes was niet alleen de kleinste, maar ook een jongen. De zoon van koning Tros die Troje heeft gesticht. In het Latijn werd deze puber ook wel Catamitus genoemd. Schandknaap. Van Zeus dus. Die vond hem zo mooi dat hij zich als adelaar vermomde en hem ontvoerde toen hij een kudde schapen stond te weiden. Hij nam hem mee naar de Olympus om schenker van de goden te worden, maar Zeus kennende zal hij wel meer met die jongen hebben uitgehaald. Je komt Ganymedes in veel beeldende kunst tegen. Rembrandt mocht hem niet zo geloof ik, die beeldde hem af als een dik klein mormel dat van angst piest terwijl hij in de klauwen van adelaar Zeus naar hoger sferen opstijgt.

Koning Tros was natuurlijk in alle staten en tranen. Volgens Homerus heeft Zeus hem als vergoeding twee paarden gegeven. Meer wijd verbreid is het verhaal dat hij de vader van de jongen beloonde met een mooi sterrenbeeld zodat hij hem in de hemel kon zien. Dat werd de Waterman, het eerste teken waar astrologen aan denken bij homoseksualiteit. Opvallend is trouwens dat het sterrenbeeld Arend schuin boven de Waterman te zien is, alsof Zeus zijn liefje nog steeds aan het ontvoeren is. Opvallend is ook dat homo’s ook wel uraniërs werden genoemd, en volgens astrologen het teken Waterman beheerst wordt door Uranus, de heerser van de hemel die later ontmand en onttroond is door Kronos, Saturnus. Best een zooitje, die Griekse mythologie waar ook homoseksualiteit, castratie en pederastie hun eigen plekje hebben. Maar ja, de Waterman wil vaak alles anders hebben en verafschuwt het zogenaamde normale leven. ‘Hij homo? Hij heeft het uitgevonden!’

Ik kom op dit alles door een boekje waarmee Vriend medio jaren negentig kwam aanzetten. God is gay. Nou, zo kan het wel weer. Een verhaal uit 1982 over een spirituele homobeweging in Santa Rosa, van Ezekiel Wright en Daniel Inesse. Hun fellowship gaf een driemaandelijks tijdschrift Ganymede uit en misschien heb ik daar ooit wel eens een exemplaar van in handen gehad. ‘Everything in the Universe affects everything else’ lees ik achterin het inmiddels beduimelde boekje. ‘A single thought has influence in the furthest reach of the Universe.’ Hoewel ik wel vragen heb bij de beschreven initiatie in hun Tayu Fellowship, is het toch aardig om te lezen. En voor mij was het de eerste keer dat ik mij bewust werd van het verhaal over Ganymedes. Wat ik natuurlijk een heel mooi verhaal vind, want een mooie jongen is voor mij nog altijd de kroon op de schepping. Maar of God homo is betwijfel ik. En je kan de titel natuurlijk ook gewoon lezen als dat God gewoon vrolijk is. Des te beter, want wat meer humor kan in religieuze en spirituele kringen geen kwaad.

Ik denk dat ik me een beetje met Ganymedes identificeer. Door God geliefd en genomen. Wat heerlijk dat ik een Waterman ben! En een van mijn leukste en lekkerste vriendjes was ook een Waterman en ik denk nog graag aan hem. Mmmm. ‘Astrology is a language. If you understand this language, the sky speaks to you. When you don’t follow your nature there is a hole in the universe where you were supposed to be,’ schreef de beroemde astroloog Dane Rudhyar. Zonder taal, zonder verhalen wordt de wereld koud en kaal. Zo ook vertelt het verhaal over Ganymedes over een diepere werkelijkheid en bestemming. In ons diepste wezen zijn we mooi en geliefd. Dat klinkt ongelooflijk, en toch is het zo.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Allerzielen

Date 2 november 2019

Met lichtjes op de graven worden op donkere begraafplaatsen de doden herdacht. Herfst, de tijd van verval, kou en stormen. November als een sinistere maand. Slachtmaand. De zon in Schorpioen. Halloween. Afgestorven groen op de straten, geel en goud voordat het zich overgeeft aan een dood van vruchtbare verrotting. Stilte waait over de naaktheid van de kale natuur. Tijd om stil te staan bij de dood, bij allen die ons zijn voorgegaan over de Styx. Meestal familie, vrienden en geliefden van wie we niet alleen zielsveel hebben gehouden, maar die we ook nog diep in ons hart koesteren. We willen het licht van onze ziel over dat van hen laten schijnen.

Waar zijn ze, die zielen? Leven ze nog steeds onzichtbaar onder ons of zijn ze bevrijd van het eeuwige spel van opgaan, blinken en verzinken? Soms voelen we hun aanwezigheid, soms lijken ze vertrokken naar hogere sferen. Hoe is het met hen? Kunnen ze ons iets vertellen over het mysterie van sterven en dood? Zien we hen terug na, of wellicht al tijdens ons sterven? Want we denken niet alleen aan hen als we een lichtje voor hen branden, maar ook aan onszelf. Aan het mysterie van leven en dood. Aan de enige zekerheid die we hebben, dat we hen eens zullen volgen.

Als we het lichaam hebben losgelaten, wat blijft er dan van ons over? Maar hoeveel en hoe vaak we ook daarover nadenken, een antwoord op deze meest obsederende vraag hebben we niet. Sommigen trachten dit probleem te ontraadselen door uitgebreide esoterische systemen op te bouwen. Geestvonkatomen. Astrale lichamen. Heerlijk knutselwerk allemaal, waar ik ook zelf bij tijd en wijle van heb genoten. Maar er bleef iets wringen. Het erover denken zelf. En dat is doodvermoeiend.

Het mooie is dat het antwoord klip en klaar voor je ligt als je daar in een gedachteloos moment per ongeluk even mee ophoudt. Omdat je dan even in een hier en nu iets van die onsterfelijkheid proeft. Tijd doet er even niet meer toe. Je kunt jezelf zelfs niet voorstellen dat er überhaupt iets als dood bestaat omdat alles leven is. Ook sterven is leven.

In de islam is helder sterven heel belangrijk, de bewuste overgave van jezelf aan Allah die ik zelf liever het Bestaan of het Al noem. Dat is dan ook iets wat ik alle zielen toewens, dat ze bewust zijn gestorven omdat dan iets als verlichting mogelijk is. Waarbij de kunstmatige grenzen tussen jezelf en de rest van de wereld oplossen om te versmelten met het Bestaan, ons aller zielen in liefde verbonden zijn. Niet als ideaal maar als werkelijkheid.

(De Idealist, november/december 2019)

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Pedojacht

Date 31 oktober 2019

Veertig jaar geleden, zondag 13 mei 1979. Ik zal die dag niet snel vergeten. Ik moest eigenlijk bij mijn moeder zijn, maar het vieren van Moederdag was een door haar dusdanig opgelegde verplichting dat ik er echt geen zin meer in had. Ik logeerde een paar dagen bij vrienden in Dordrecht. Zij kwam met een boek op me af. ‘Echt iets voor jou!’ Jan Foudraine, de auteur van de bestseller Wie is van hout die nu met een boek over een Indiase goeroe kwam? Wat was hier aan de hand? Bhagwan? Nooit van gehoord. Poona? Zei me niets. Maar omdat het écht iets voor mij zou zijn, begon ik Oorspronkelijk gezicht meteen te lezen. Met alle gevolgen van dien. Het was een van de eerste zonnige lentedagen en in de tuin las ik verder. In mijn slipje op een stretcher. Dat laatste had ik nóóit moeten doen.

Opeens lag hun blote zesjarige zoontje bovenop me. Kennelijk had ik hem meteen van me af moeten schudden, want sindsdien was ik pedofiel. Althans volgens zijn vader, die psychiater was en dat dus heel goed kon weten. Moeder maakte zich er niet zo druk over dat ik haar zoontje omhelsde. Ik werd er best wat opgewonden van, dat wel, maar het idee van seks kwam niet eens in me op. Daarvoor was het gewoon te leuk, te speels. Tussen vader en mij is het nooit meer goed gekomen. En vader en moeder bleven het oneens over mijn gedrag. Een paar jaar later zijn ze trouwens gescheiden omdat hij het met een patiënte aanlegde, zoals het psychiaters betaamt. Met haar ben ik tot vandaag de dag bevriend, zij het hoofdzakelijk via Facebook. Nog steeds grinniken we over het voorval. En het zoontje die ik jaren later eens bij haar ontmoette had er geen trauma aan overgehouden. Eerder ik zelf.

Maar ik las in het boek van Foudraine en vergat de maanden erna alles. Eerst naar Poona! Veel later zocht ik mijn vriend de psychiater, die inmiddels naar Rotterdam verhuisd was, eens op om het een en ander uit te praten. No way. Zoontje mocht niet eens bij moeder zijn als ik bij haar in een buitenwijk van Dordrecht kwam logeren. Moeder en ik konden er alleen maar wat om lachen als ik bij haar was. Ze was een tijd depressief en belde me eens op om te vertellen dat ze een eind aan haar leven wilde maken. ‘Daar wil ik bij zijn!’ riep ik enthousiast om de eerste trein naar Dordrecht te nemen. Ze heeft me later wel eens verteld dat dat wellicht geholpen heeft, omdat ik de eerste was die dat accepteerde en haar daar niet meteen met alle middelen van af wilde brengen. Maar ik geef toe: mijn spontane benadering was wel érg alternatief.

Maar ik ben wel huiverig gebleven voor contacten met kinderen. Zeker door de pedojacht van de laatste decennia. Stom van mij natuurlijk. Niet dat ik het goedpraat, maar ik zou er wel wat genuanceerder over willen denken. Wat als het initiatief tot vrijen van het kind zelf uitgaat? Want kinderen zijn heel nieuwsgierig. En knuffelen en vrijen is toch nog geen seks? Seks bedrijven met anderen die dat niet willen is toch nooit lekker? En wat is er tegen als zowel de volwassene als het kind er gewoon van geniet? Is dat dan altijd misleiding, misbruik met desastreuze gevolgen voor de psychoseksuele ontwikkeling? Omdat het kind nog niet volwassen is en daarom de gevolgen ervan nog niet kan overzien? Sommige liefjes van Michael Jackson houden nog steeds van hem, en wat is daar mis mee?

Complex allemaal. Je kan het alleen maar van geval tot geval bekijken. Voor mij zijn vriendschap, speelsheid en ongedwongenheid de beste criteria. De Griekse en Romeinse beschavingen die we zo vereren zaten vol met pedofilie! Soms hoorde het zelfs bij de opvoeding. De heksenjacht op pedofielen, die per definitie monsters zijn, loopt ook parallel met de overbescherming van onze kinderen. Zeker vandaag de dag zie je steeds meer ouders die het leven van hun kinderen van minuut tot minuut programmeren. Mijn vader druppelde rustig wat kwik in mijn hand want dat voelde zo leuk en gek. Stopcontacten waren nog bij de plint. Geen hekjes voor de trap. Een makkelijk te openen fles bleekwater in het keukenkastje. Alleen door de drukke stad naar school lopen. Soms vraag ik me af wat er van de overbeschermde kinderen van tegenwoordig terecht zal komen.

Mijn moeder waarschuwde me wel voor vreemde mannen. Nóóit mee meegaan! Ze zei er niet bij waarom niet. Of dat ze me zouden opeten of zo. Ik herinner me één keer dat een man me riep, in de Johannes Vermeerstraat, op weg naar school. Ik moest met hem mee omdat ik naar mijn opa moest. Rennen dus. En voortaan die straat vermijden. Soms betwijfel ik of die toenadering echt gebeurd is, ook omdat een kinderlokker wel betere argumenten kan bedenken. Deze zomer las ik over toestanden in het AMVJ aan de Vondelstraat en het zwembad aan de Heiligenweg, waar ik zelf ook vaak was. Ik ben er nooit benaderd. Wellicht omdat het schoolzwemmen was, veilig onder het oog van de meester. Of omdat die misstanden wellicht net een paar jaar daarvoor hadden plaatsgevonden. Of omdat ik niet zo’n aantrekkelijk jongetje was, wat ik natuurlijk zeer betwijfel.

Natuurlijk word je als ouder razend als blijkt dat je kind door een pedo misbruikt is, verleid of gedwongen is tot handelingen die het niet leuk vindt. Aan de andere kant zijn kinderen vaak speels en nieuwsgierig zodat er niet altijd sprake van misbruik hoeft te zijn. Soms nemen kinderen zelf het initiatief tot lichamelijk contact. Maar voor dit soort nuances is tegenwoordig geen ruimte meer, zodat elke pedo per definitie een monster is dat je niet in je straat wil hebben wonen, dat al dan niet chemisch gecastreerd moet worden of nog erger. Als het alleen om seks gaat zonder liefde, tederheid, speelsheid en wederzijds aanvoelen van elkaars grenzen is er inderdaad iets mis en moet er ingegrepen worden. Maar laten we elkaar niet fobisch maken voor elk fysiek contact met kinderen. En laten we elkaar niet meteen een pedo noemen als we ze knuffelen. Volwassenen zouden veel kunnen leren van de onbevangenheid van hun kinderen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Psychedelische revival

Date 28 oktober 2019

Psychedelica zijn eindelijk weer in opmars. Nou ja, ayahuasca is opeens verboden, alsof het een verschrikkelijk gevaarlijke drug is. Het is echter een stralend lichtpuntje dat steeds meer onderzoek aantoont dat psychedelica goed kunnen helpen om depressie te bestrijden, en volgens een artikel in de NRC zijn ze zelfs goed voor het klimaat omdat mensen zich door gebruik ervan meer verbonden voelen met de natuur. ‘Trippen tegen klimaatverandering’ kopte de bijlage Leven het afgelopen weekend. Het doet me goed dat na vijftig jaar de psychedelica eindelijk eens serieus worden genomen.

Drugs worden vaak op één hoop gegooid. Alsof er geen verschil is tussen middelen die het bewustzijn vernauwen en die het juist verruimen. Tussen drugs waaraan je verslaafd raakt en waarbij dat niet het geval is. Met een beetje oplettendheid kun je al snel zien dat juist de bewustzijnsvernauwende en verslavende drugs bon ton zijn, terwijl relatief onschuldige middelen in het verdomhoekje staan en bestreden worden. Alcohol versus lsd, een hele wereld van verschil. Opvallend is dat juist de psychedelische drugs het minst verslavend zijn en daarmee de minste ellende veroorzaken. Natuurlijk gaat ook daar wel eens iets mis, net als bij alcohol niet alles een puinhoop hoeft te worden. Tijd voor rehabilitatie van Timothy Leary.

Ook als het over drugs gaat zijn politici er heel goed in om precies de verkeerde maatregelen te nemen. Knap eigenlijk. Zoals nu weer met de belastingen waarmee de inkomensverschillen worden vergroot. Of het opvoeren van de maximumsnelheid terwijl juist het omgekeerde een harde noodzaak is. Of het inzetten van het sleepnet SrRI om uitkeringsfraude te bestrijden door de meest kwetsbare groepen verdacht te maken. Een overheid die zijn eigen burgers liever wantrouwt dan vertrouwt, verdient zelf geen vertrouwen. Maakt zichzelf verdacht zodat je op zoek gaat naar de ware intenties achter hun beleid.

In het geval van psychedelica is het hun grootste angst dat mensen bewust worden. Wat moet een wereld zonder depressies? Een wereld met mensen die zich verbonden weten met de natuur en het klimaat? Liever niet, want dat is allemaal slecht voor de economie. Gelukkige mensen zijn een gevaar voor de politiek. Je verliest je macht over hen, net zoals je met hel en verdoemenis moet dreigen om mensen binnen de kerk te houden. ‘Priests and politicians, the maffia of the soul’ noemde Osho het. De ergste verslaafden zijn de politici zelf, mensen met wie al te vaak geen verstandig woord is uit te wisselen. Zielige mensen die achter hun nette kleding vluchten voor hun eigen eenzaamheid aan de top. Een paar honderd microgram lsd zou hen goed doen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Charlie Dark

Date 15 oktober 2019

Afgelopen zondag was ik in theaterhuis De Berenkuil in Utrecht. Voor de presentatie van de nieuwe roman Charlie Dark van Gaby den Held. Hij had me daar als proeflezer een half jaar geleden al een digitale versie van gestuurd. Ik ken hem via Second Life, waar onze Brusselse vriend Honey ons aan elkaar heeft gekoppeld omdat we beiden schrijven. Al snel huurde hij daar een huis bij mij en ik moest een migraineaanval onderdrukken toen ik zag hoe hij dat na een poosje had ingericht. Overal kunstwerken aan pastelkleurig behangen muren, de tafel vol met eten, fruit, bloemen en drank. Het gezegde dat overdaad schaadt geldt kennelijk niet voor hem. Alleen de vloer en het plafond waren nog herkenbaar. Ook rondom zijn huis creëerde hij een weelde van bomen, planten, struiken, vlinders en bloemen. Zelfs aan de andere kant van het pad langs zijn huis, dat hij naar Robbie heeft genoemd. Wel heerlijk zitten daar, op stenen bankjes luisterend naar een verscholen uil.

Nu ik hem in real life ontmoette gaf ik hem een hug. Hij voelde goed, warm en open. Het kostte me weinig moeite hem en zijn vriend te herkennen, want inmiddels hadden we – onder andere via Facebook – elkaar al beter leren kennen. Hij heeft ook een leuke recensie van mijn boek geschreven op Goodreads. Het leuke is dat hij in een heel andere wereld leeft dan ik. Want waar ik me nog steeds een kind van de jaren zestig voel, komt zijn inspiratie vooral uit de jaren tachtig en vooral de muziek uit die tijd. Toen was ik nauwelijks meer te zien in de gay-scene die hij hier en daar in zijn boek beschrijft. Daar in De Berenkuil was ik natuurlijk niet de enige die niemand van de circa veertig bezoekers kende. Ik sprak een man aan die alleen aan een tafeltje stond. Die stelde zich voor als Tiemersma, dus ik vroeg of Douwe Tiemersma familie van hem was. ‘De filosoof? Nee,’ maar zijn voornaam was ook Douwe. De sfeer was warm en goed. Ik ging met hem het theaterzaaltje in en sloot me bij hem aan op de derde rij.

De presentatie was fantastisch. Gaby had een kort filmpje ter kennismaking met zijn boek laten maken. En dat niet alleen. Hij ging ook zingen en deed dat nog goed ook, misschien omdat hij daarvoor een paar zanglessen had genomen. Duistere geheimzinnige songs. The dark age of love van Coil en Les ailes de verre van Marc Seberg. Het laatste lied deed bijna tranen van ontroering uit mijn ogen springen terwijl ik de tekst totaal niet begreep. Vleugels van glas, lees ik achteraf en ja, vleugels komen steeds terug in het boek. De hoofdpersoon Angel krijgt vleugels om uit de onderwereld op te stijgen, maar de jongen waarop hij sinds zijn jeugd verliefd is – Charlie – heeft die niet. Pure romantiek, smachten naar en tegelijk genieten van een onbereikbare geliefde. Daar was ik in mijn studententijd ook goed in. Tijdens de presentatie werd niet alleen Gaby zelf geïnterviewd door de dagvoorzitter die vergat zichzelf voor te stellen, maar ook Sander en Sandor die de kaft hebben ontworpen en met wie ik den poos in de tuin heb zitten praten.

‘Voor Satyamo de romanticus,’ schreef Gaby in het boek dat ik bij de aanwezige uitgever kocht. Ja, ik wilde het gewoon kopen, want hij heeft indertijd ook mijn boek gewoon gekocht. Hij noemt me nog in zijn dankwoord aan proeflezers achterin. ‘Satyamo heeft me er bovendien van overtuigd dat ik een romantische schrijver ben. Dat had ik me nooit gerealiseerd. Hij zei dat mijn verhalen zich afspelen in “een sfeer van ontembare liefde die ondanks alles een heel leven lang blijft branden, zo niet obsederen.” Als dat geen romantiek is!’ In Charlie Dark wordt de romantiek extra versterkt door het soms in dromen, soms in de werkelijkheid, soms in het verleden en soms in het heden te laten afspelen, zodat je soms heerlijk in steeds andere werkelijkheden verdwaalt. Het ene moment leef je in een sprookje en het andere weer in een confronterende realiteit.

Wat is de kern van romantiek? Gevoel boven verstand. Lijden, zwelgen en smachten. Liefde voor de natuur en zelfs voor het bovennatuurlijke. Leven in de schaduw van dood en vergankelijkheid en daar soms zelfs naar verlangen. Dit alles omdat je diep van binnen weet dat er meer is tussen hemel en aarde. Waar ik daar vrolijk en licht speels mee omga, is Gaby meer mysterieus en donker macaber, maar beiden gaan we de diepte in. ‘De mentaliteit van de volbloed romanticus valt samen te vatten met het nog steeds modieuze begrip jezelf ontdekken,’ lees ik in Wikipedia. Genieten van een eindeloze reis. Nergens thuis zijn en tegelijk je juist daarin thuis voelen. En toen ik na afloop weer naar huis ging bleef ik de warmte van die reis in me voelen. Niets is gezonder dan onder gelijkgestemde reisgenoten te vertoeven. Dank je wel, Gaby!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Stirb und werde!

Date 12 oktober 2019

Misschien schrijf ik de laatste tijd wat teveel over sterven en dood. Dat kost me wellicht likes, maar ik kan het niet laten om met dit mysterie bezig te zijn. Misschien is dit ook omdat ik zelf een jaartje ouder word. Maar het blijft raar dat praten over de enige zekerheid die we hebben nog altijd taboe is. Meer dan ik dacht. Velen willen zich niet met dit onderwerp bezig houden omdat je er uiteindelijk toch niets over kan zeggen. Niemand is teruggekeerd van de dood en een bijna-doodservaring is nog geen échte doodservaring. Soms zien mensen het helemaal niet als een probleem, want als je er na het sterven helemaal niet meer bent, is er ook niemand meer om dat te ervaren en al dan niet erg te vinden. Geen probleem. Mijn vader dacht er ook zo over. Fijn dat Halloween er weer aan komt, dus ik mag nog even bloggen over de dood. Wat voor mij lang niet zo somber en negatief is als voor de meeste mensen. Integendeel zelfs.

Leven en dood. Als we het alleen maar over die twee hebben strandt elke discussie. Want het zou moeten gaan over leven, sterven en dood, zodat we het moeten hebben over die brug tussen leven en dood. Dan kunnen we er wellicht wat meer over zeggen. Want ondanks de vele opinies die we hebben over zaken als euthanasie en zelfmoord, gaat het bijna nooit over de ervaring van het sterven zelf. Velen willen dat niet meemaken. ‘Hij heeft er gelukkig niets van gemerkt,’ wordt dan gezegd. Daarbij wordt er dan van uitgegaan dat sterven verschrikkelijk is. Om daar meer inzicht in te krijgen is het zinvol om juist wél naar bijna-doodervaringen te kijken, want dat zijn eigenlijk sterfervaringen. En het is me te kort door de bocht om die als illusies of hallucinaties af te schilderen. Mensen weten na bijna-doodservaringen dat ze helemaal wakker waren. Van sommige ervaringen weet je gewoon dat ze echt zijn en geen droom. Als je droomt weet je niet dat je slaapt, maar als je wakker bent weet je wel dat je niet droomt.

In kunst is er vaak wél ruimte voor het sterven. ‘Dan alleen is leven leven als het tot de dood ontroert,’ dichtte Boutens. Misschien is schoonheid wel de omhelzing van sterfelijkheid. Misschien kan je de dood wel omhelzen als je liefste vriend. Misschien is het echte leven wel smachten naar het sterven. Misschien kan iets alleen maar mooi zijn in de schaduw van dood en verval. Misschien is het heerlijk om er even niet te hoeven zijn. Als je moe bent verlang je naar je bed. Als je levensmoe bent verlang je ernaar te sterven. En net als met gewoon moe zijn is met levensmoeheid niks mis. Ik vind dan ook – heel liberaal – dat iedereen het recht moet hebben om uit het leven te stappen. Oké, niet voor pubers met liefdesverdriet, tijdens een depressie of in een vlaag van verstandsverbijstering.

Freuds doodsdrift leeft in ons. We zijn bang voor de dood, maar tegelijk verlangen we ernaar. We zijn bang om te springen en tegelijk lokt de diepte. Daarom zoeken we het gevaar op, willen we steeds harder scheuren op de snelweg. Daarom zijn we verslaafd aan alcohol en drugs, aan vergetelheid. Daarom spelen jongeren stikkerdje door zichzelf of een ander kortstondig te wurgen. Om even in een andere wereld te zijn. Daarom zijn we verslaafd aan seks, waar het orgasme ook wel eens ‘de kleine dood’ wordt genoemd. Slaken we dan zuchten en kreten van pijn of van verlangen om er tenminste een kort moment niet meer te hoeven zijn, versmolten met de ander? ‘Und solang du dass nicht hast, dieses: stirb und werde, bist du nur ein trüber Gast auf der dunklen Erde,’ dichtte Goethe.

Sterven is een mysterie, en je zou dat ook als een wonder kunnen zien. Dus waarom denken we niet wat positiever over het sterven, in plaats van het te zien als iets engs wat eigenlijk niet bij het leven hoort? Waarom maken we er geen feestje van? Osho vertelde eens dat hij het in het licht van reïncarnatie vreemd vond dat mensen blij waren met een geboorte en verdrietig bij een sterven, alsof het zo leuk is om opnieuw je huiswerk over te moeten doen. En sterven met allemaal verdrietige mensen om je heen lijkt me ook niet ideaal. Alsof jij ze loslaat maar zij je vast willen houden. Alsof je eigenlijk niet dood mág gaan. Als je onbewust sterft mis je het mysterie, misschien wel de climax van het leven. Want hoe weinig we over de dood weten, des te meer kunnen we over het sterven leren. Opdat we ons dan de vele verhalen herinneren van mensen die het hebben meegemaakt, zoals die bijvoorbeeld zijn opgeschreven in het Tibetaanse Dodenboek. Opdat we voorbereid, klaar voor zijn voor de reis voorbij tijd en ruimte.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Cynisme

Date 28 september 2019

De cynicus verwerpt alle wereldse rijkdom en culturele gewoontes. Het gaat erom een leven te leiden dat trouw is aan de natuur en getypeerd kan worden als een ‘waar’ leven, namelijk een leven dat zich volledig bewust van zichzelf is en daardoor ook geen schaamte of verborgenheid tegenover derden mag tonen. Het cynisme bleef bestaan tot in de 5e eeuw.

Aldus Wikipedia over de oorspronkelijke filosofische stroming. Toch wel iets heel anders dan wat we tegenwoordig cynisme noemen. Het woord komt van het Griekse kunikos, hond. Ik weet niet waarom, maar het huidige cynisme zou je best honds kunnen noemen. In de negatieve betekenis dan, als een onbeschoft, onvoorspelbaar en brutaal dier dat voor je het weet aan je broekspijp hangt en de meest onbehouwen lelijke klanken kan voortbrengen. In mijn jeugd was ik bang voor honden. En terecht. Cave canem, wacht u voor de hond! Ook onterecht, want er zijn ook heel veel lieve, trouwe en aardige honden. Wethouder Rob – later burgemeester in een Noord-Hollandse gemeente – nam zijn hond vaak mee en ik ben best een beetje verliefd op het dier. Een golden retriever of zo – ik heb helemaal geen verstand van de verschillende merken, dus het zal wel iets zijn dat erop lijkt.

‘Cynisme is meer iets voor honden,’ zeg ik wel eens, maar daarmee bedoel ik dus de hondse honden. Cynici lijken op hen. Veel geblaf. Maar ook laf, want niets is makkelijker dan een cynicus te zijn. Tegenover alles wat goed is zijn wel bezwaren in te brengen. Neem nou Greta Thunberg. Ze is autistisch. Gemanipuleerd door haar moeder. En ze hoort natuurlijk niet te spijbelen. Alsof dat alles haar woorden minder waar zou maken. Argumenten van klimaatontkenners – die zijn er kennelijk nog steeds – die daarmee een excuus vinden om haar niet serieus te nemen. En zeker in de politiek zijn inhoudelijke argumenten vaak taboe, daar weet ik alles van. Ik schrik nog steeds als ik op Facebook verhalen tegenkom waarin Greta belachelijk wordt gemaakt. Maar gelukkig was er afgelopen vrijdag een fikse demonstratie in Den Haag – ook De Correspondent riep op om mee te gaan doen – die wellicht en kantelpunt zou kunnen betekenen, samen met al het wereldwijde protest dat deze dagen rijkelijk bloeit.

Cynisme is de makkelijke weg. Laf en dom. Wantrouwen. Niet op de feiten willen ingaan. Ook Rutger Bregman wordt naar aanleiding van zijn boek De meeste mensen deugen maar al te vaak met argusogen gelezen. Zeker in ons calvinistische landje horen mensen nu eenmaal slecht te zijn. In zonden geboren en zo, niet tot enig goeds in staat. Met zijn enge verhalen over het onderbewustzijn heeft ook Freud een zware steen toegedragen aan wat de vernistheorie wordt genoemd: beschaving is maar een dun laagje dat de menselijke monsterlijkheid in toom houdt. De mens als cynicus van zichzelf. Zolang we cynisme realistisch vinden en niet erkennen dat we daarmee masochisme en sadisme verheerlijken, gooien we onszelf in de hete hondsdagen van de hel waarmee we dan weer is ons eigen gelijk menen te bewijzen. Afijn, de grommende hellehonden hebben dan tenminste wat te doen.

Cynisme blijft voor mij dom en laf, angst en egotripperij, gebaseerd als het is op wantrouwen in het goede in de mens, in integriteit. Er is niet tegen te vechten, en misschien moeten we dat ook maar niet doen. Jezus zei al dat vechten zinloos is en om escalatie vraagt. Laat de cynici maar in hun eigen sop gaar koken zodat ze merken dat ze niet te vreten zijn.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Abbey Road

Date 26 september 2019

Kan muziek in je DNA zitten? Ik heb een beetje zitten rekenen en het zou me niks verbazen als dat inderdaad kon. Letterlijk dus. In elke cel zitten zo’n drie miljard basenparen, en daar kan je wel wat mee. Zeker omdat we nog weinig weten over de overgrote meerderheid ervan dat junk-DNA wordt genoemd. Wie weet gaan we wel muziek horen als we die raadselachtige zooi gaan sequencen. Onzin misschien, maar het idee spreekt me aan, want sommige muziek voelt aan alsof je ervan gemaakt bent, letterlijk zo diep in je genen is doorgedrongen dat je haar in al je cellen voelt trillen. Bij mij zit er dan vast een Abbey Road-gen tussen want dit album, dat verwijst naar de studio’s waar het is opgenomen, is voor mij een van de beste van The Beatles. Vandaag viert het zijn vijftigste verjaardag.

Ik verdenk nog steeds de hasj of de wiet van een soort genenmanipulatie in mijn lijf. Want daarmee wordt het verschil tussen binnen en buiten wat vloeibaarder zodat de klanken wat makkelijker in je lijf worden gegoten. Soms voel ik me weer een beetje stoned worden door alleen maar naar Abbey Road te luisteren. De climax van The Beatles. Daarna kwam nog het eerder opgenomen Let it be uit. Ook best mooi, maar meer een bijeengegaard rommeltje, geen echte eenheid zoals bijvoorbeeld Sgt. Pepper. Zodra ook maar één song van Abbey Road in mijn hoofd zit, speelt de muziek automatisch door, ook als ik aan heel andere dingen denk of met iets anders bezig ben. De enige manier om daarvan af te komen is het laatste nummer in gedachten af te spelen, in dit geval Her majesty dat niet eens op de hoes van de lp was vermeld. Dat helpt trouwens niet altijd, want soms wordt in mij de plaat gewoon omgedraaid en begint alles weer van voren af aan. Come together.

Misschien is het juist zo’n mooi album geworden omdat elke Beatle er zijn eigen bijdrage aan heeft gegeven terwijl het toch een geheel blijft, hoe verschillend ze ook zijn. Ringo met zijn onzinnige oppervlakkige teksten, zoals die over een gele duikboot, vind ik vaak groots, net zoals Toon Hermans groots kan zijn in onbenullige dingen. Ringo’s Octopus’s garden geeft lucht in de speelse onderwaterwereld. Even niet serieus. Daar kon Paul trouwens ook wel wat van met zijn Maxwell’s Silver Hammer waarin je hem na het woordje ‘writing’ even hoort gniffelen als je goed luistert. Een liedje dat ik vaak met mijn gitaar heb gezongen. En ook het korte Carry that weight van hem mag er zijn.

Tegenover al die oppervlakkigheid zijn er de andere twee Beatles, de meer politieke John met zijn openingsnummer en de spirituele George met Something en Here comes the sun. Ook dat laatste nummer zong ik zelf graag en dat vond en vind ik eigenlijk het allermooiste nummer van Abbey Road. Hoewel? Het ijle Because en het dromerige Sun king deden me ook vaak in andere werelden belanden. Nummers die op naam van zowel John, Paul en George staan. Ze kónden het dus echt wel, samenwerken! Zelfs ook nog een keer met Ringo erbij, en wel in de apotheose The end. Het einde van The Beatles, waarna ieder van hen zijn eigen pad volgde. Muziek zit nu eenmaal in je genen en ik heb wel eens horen zeggen dat de wereld en alles erop en eraan uit muziek is ontstaan.

Het zebrapad van Abbey Road heeft intussen iets als een monumentale status en tot vandaag de dag wordt het verkeer vaak opgehouden door mensen die zich erop laten fotograferen. Wat daar gebeurt is zelfs via een webcam van de studio live te volgen. Terwijl ik dit schrijf is die even niet bereikbaar, maar het is dan ook een soort Abbey Road-day vandaag.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Kwakkelzomer

Date 14 september 2019

Wellicht te vaak heb ik gedacht dat ziekte meer iets voor anderen was dan voor mij. Zelf lijd ik meestal aan wat mineure kwaaltjes, waarmee ik dan weer vrolijk verder leef. En als ik naar veel leeftijdgenootjes om me heen kijk ben ik daar best blij mee. Ik durf daar niet trots op te zijn, want wie weet bind je daarmee de kat de bel aan. Gezondheid is geen eigen verdienste maar gewoon een natuurlijke staat. Totdat er een kwakkelzomer aanbreekt, zoals afgelopen seizoen. Die hittegolven zijn niet het ergste. Ik bedoel die processierupsen die me goed te grazen hadden en een paar jeukende slapeloze nachten bezorgden. Niet vreemd met een levensgrote eik tegenover je huis en dan ook nog zo bloot mogelijk lekker voor het huis blijven zitten. Eigenwijze Satyamo.

Maar op gegeven moment werd ik wel een beetje iebel van de koffie. Een ander woord weet ik er niet voor te bedenken. Opgefokt? Afijn. Niet alleen maar op de decafé overgestapt, maar ook eens de bloeddrukmeter weer tevoorschijn gehaald. Dat ding bleek kapot. Of beter: hij sloeg op gegeven moment op tilt omdat een bovendruk van boven de 200 lastig voor hem is. Hmmm … Hoge bloeddruk past helemaal niet bij mij. Toch maar naar de dokter. Bloed prikken om een waslijst van waarden te meten. In grote lijnen weinig mis mee. Maar wel medicatie om die bloeddruk omlaag te krijgen. Bij de apotheker realiseerde ik me opeens dat ik nooit in mijn leven medicijnen heb gebruikt. Nu iets met spiertjes rond slagaders die wat moeten verslappen. Iets als een plaspil om vocht uit je bloed te verwijderen. Dat werkt, zodat een en ander nu weer een beetje normaal is.

Alleen die bijwerkingen! Licht in het hoofd, twee keer zowat tegen de grond door duizeligheid. Spontaan blozen (wat alleen maar mensen schijnen te kunnen). En ontzettend snel moe en uitgeput. Afgepeigerd na drie kwartier in de tuin werken. Nu ook nog mijn hart laten onderzoeken. Dat kan dagen lang ontzettend traag zijn. Mijn vader had ook een traag hart. Af en toe onregelmatig en soms wat gefladder, maar geen aankondigingen van een dreigend infarct zoals druk op de borst. Toch maar nader bekijken, maar van mijn dokter moest eerst die bloeddruk omlaag. Ik heb er moeite mee mijn eigen hart te wantrouwen.

Ik voel me deze dagen echt als een futloos oud mannetje. Maar ik vrees dat ook dat bij het leven hoort. Maar ik heb deze zomer wel twee prachtige zo niet revolutionaire boeken gelezen die net zijn verschenen. De meeste mensen deugen van Rutger Bregman waarin hij rijk gedocumenteerd afrekent met het idee dat we allemaal diep van binnen slecht zijn. Je kent dat wel: als we onze ware aard laten zien komt alle onderdrukte agressie en zo aan de oppervlakte. De vernistheorie. Het onbewuste als monster, dat ons vaak door religies is ingepraat en wat we nu vaak als vanzelfsprekend aannemen. Met als gevolg cynisme en wantrouwen jegens alles wat goed is. En ik las ook Gelukkiger dan je denkt dat Alan Watts tachtig jaar geleden op 24-jarige leeftijd schreef. Toegegeven: Watts was een icoon van de hippies, maar zijn heldere verhaal is wars van zweverigheid en het leest alsof het gisteren is geschreven. Geluk is bij hem min of meer identiek aan acceptie, verlichting en vrijheid.

De grootste vrijheid die je hebt is acceptatie. Die woorden van Watts cirkelden vanmorgen door mijn hoofd. Want je bent altijd vrij om te accepteren wat er nu eenmaal is. Ik noem dat overgave en vertrouwen. Niet alleen aan het leven maar tevens aan het sterven dat er ook bij hoort. Wat dat laatste betreft constateer ik iets raars bij mezelf. Dat ik niet zozeer bang ben om dood te gaan, maar meer voor de rotzooi die ik achterlaat en die anderen dan moeten opruimen. Dat ik meen niet gemist te kunnen worden voor anderen. Hoe moet het met de fractie? De Idealist? Hoe zou Vriend zonder mij verder moeten leven? Ik kan me gewoon niet permitteren om dood te gaan! Zullen anderen ervoor zorgen dat mijn boek alsnog de publiciteit krijgt die het verdient? En misschien nog wel het ergste: mensen gaan om mij treuren en zo. Piekeren over dat soort dingen is ook mij niet vreemd. De grootste vrijheid die je hebt is acceptatie.

Dat klinkt paradoxaal. Het gaat om een vrijheid die je voelt als je niet meer in eigen vrijheid gelooft. Dat je net als alles en iedereen een stukje natuur bent. Het weten dat dit ook voor iedereen en alles geldt. Dan is er geen plaats meer voor schuldgevoelens die altijd destructief zijn. Dan vallen oordelen weg. En dat geldt zelfs voor je eigen schuldgevoelens en oordelen, die je feitelijk door godsdiensten met de paplepel zijn ingegoten. Het gaat ook om loslaten, liever nu dan te laat als je op je sterfbed ligt. In zekere zin gaat het om leren sterven terwijl je leeft. Ziekte kan daartoe bijdragen. En o ja… ik wil graag helemaal naakt sterven, want zo ben ik ook geboren, maar wie regelt dat?

Het is ongebruikelijk om in een blog zo persoonlijk over ziekte en zo te schrijven. En het vaak over sterven te hebben. Van kinds af aan moet ik zo nodig altijd open en eerlijk zijn. Ik zweer bij naïviteit en onschuld. Transparantie zoals dat tegenwoordig heet. Dat heeft me ook wel eens gered. Het moet rond 1992 zijn geweest toen er rond vijf uur op een zomermorgen bij me werd aangebeld. Het was al licht en ik deed gewoon open, in mijn slipje. Twee vage duistere figuren voor me op de galerij. Wat ze wilden weet ik niet meer, maar toen ze me vroegen of ik alleen thuis was heb ik toch maar gelogen. Intussen ontsnapte mijn kat zodat ik hen voorbij moest lopen om die weer te pakken. Dat deed ik gewoon. Voordeur wagenwijd open. Die jongens hadden van alles kunnen doen maar deden niks. Ik denk omdat ik naakt was. Kleed je uit als je bedreigd wordt, zou ik bijna willen zeggen. Ik heb vaak aan dit voorval teruggedacht. Agressie is makkelijker vanaf een afstand dan vanaf dichtbij.

Ik kan moeilijk anders dan naïef en eerlijk zijn en zo. Mijn gevoel volgen. Zelfs in blogs. En het is goed voor mijn hart, want na dagen slaat het weer eens keurig zestig keer per minuut. Dat had ik een paar weken geleden ook toen ik mijn iPad op schoot had. Schrijven is mijn medicijn.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Rommelen in de marge

Date 12 september 2019

‘Er zijn maar vier dingen die een individu kan doen: minder vliegen, leven zonder auto, een plantaardig dieet volgen en minder kinderen hebben.’ Aldus Jonathan Saffran Foer onlangs in nrc.next over zijn boek Het klimaat zijn wij. De wereld redden begint bij het ontbijt.

De laatste keer dat ik gevlogen heb was op 10 september 2001. Mijn rijbewijs heb ik twee jaar geleden laten verlopen omdat ik nooit tot de aanschaf van een auto ben gekomen. Bij tijd en wijle eet ik nog wel wat vlees. En wat het maken van kinderen betreft heb ik nooit het voorbeeld van mijn ouders gevolgd. Een pluim voor mezelf dus, want ik voldoe voor zeven achtste aan de belangrijkste criteria voor milieuvriendelijkheid van Foer.

Tegelijk is het onterecht als ik mezelf prijs. Want ik ben niet iemand die zo nodig de halve wereld af moet vliegen om steeds weer nieuwe ervaringen op te doen – alleen al op Schiphol te zijn vind ik een crime. Wat moest ik met een auto toen ik nog in Amsterdam woonde met zijn uitgebreide openbaar vervoer? Vlees mis ik niet echt, want ik knabbel graag als een konijn aan heerlijke salades en zie me mijn mes niet in een biefstuk of vette burger zetten. En het afzien van kinderen is niet zo moeilijk met een partner van hetzelfde geslacht.

‘De ramp beklijft niet in ons voorstellingsvermogen, of in onze harten. Dus de vraag is hoe we de kwestie levend kunnen houden,’ zegt Foer. Ik denk dat dit de kern is van ons probleem met het klimaat en onze aarde. Daarvoor is het klimaat te abstract. Totdat we last krijgen van verschijnselen als processierupsen, ongebruikelijke droogte en fikse hittegolven. In zekere zin is het te hopen dat we nog meer last krijgen van het klimaat omdat we kennelijk nog wakkerder moeten worden geschud. Met wat zonnepanelen op het dak is onze schuld nog niet gecompenseerd.

Het gaat om ons gedrag, over ons hart voor deze aarde. Om het lef om mee te voelen met de natuur die we aan het afbreken zijn. Zolang we ons niet in dankbaarheid verbonden voelen met de aarde als onze grootste voedster blijft het rommelen in de marge.

(De Idealist, september/oktober 2019)

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites