Hondenplaag

Date 19 november 2014

Gisteravond had ik niet één maar twéé honden aan mijn broekspijp hangen. Terwijl ik rustig langs een speelweide in de donkerte fietste, rende zo’n beest blaffend op me af. Gewoon rustig doorfietsen, Satyamo! Dat hielp niet. En even later kwam er nog een kleiner kefbeest bij. En maar grommen! Met hun tanden in mijn jeans kwam ik tenslotte tot stilstand, en eindelijk hoorde ik in de verte een vrouw fluiten naar die krengen, waarop ze verdwenen. Maar ik durfde niet terug te fietsen om haar aan te spreken, want ik kon in de donkerte niet zien of ze de honden aan de lijn deed. Maar ik was wel pissig, het liefst had ik die honden doodgetrapt. Stomme beesten. De uitlaatster was zeker aan het whatsappen, facebooken of twitteren in plaats van haar honden in de gaten te houden. En ik zou haar alsnog willen aanspreken, maar hoe vind ik haar? Op dezelfde tijd daar weer eens gaan kijken? Beetje eng idee. En hoe doe je aangifte tegen iemand die je in het donker niet eens hebt gezien? Lastig.

Ik hou niet zo van honden en die krengen weten dat. Toegegeven: er bestaan wel een paar aardige modellen zoals golden retrievers. Toen ik in de Bijlmer woonde had Max er zo een die bij mij kwam logeren als hij zelf met zijn vriend op vakantie ging. Lief beest om mee te wandelen in het Bergwijkpark. Maar in het algemeen heb ik niet zo’n hoge pet van die beesten. Twee jaar geleden had ik er ook eentje aan mijn broek hangen, waarop ik de eigenares wel even ter verantwoording riep en ze keurig nog dezelfde avond een briefje van vijftig in mijn bus deed om nieuwe jeans van te kopen. Maar gisteravond is mijn broek heel gebleven. En ik zelf ook trouwens. Ja, ik weet heus wel dat die beesten zich misdragen door het misselijke gedrag van hun eigenaren. Twee of drie huizen verderop hebben ze een hond die ik ’s zomers regelmatig luidruchtig uitscheld als hij weer eens door de tuin rent. Onterecht eigenlijk. Weet dat beest veel…

Op het autovrije straatje naar het winkelcentrum staat vaak een autootje. Hondenuitlaatservice. Op zich natuurlijk leuk dat mensen daar geld mee verdienen, want het houdt niet alleen hen maar ook de honden van de straat. En van het fietspad. Op datzelfde straatje lopen hond en eigenaar soms links en rechts van het fietspad. Dan kan ik me soms moeilijk inhouden om, heel onschuldig fluitend, door de lange lijn te fietsen die tussen die twee is gespannen. Die lange lijnen zijn wel een vondst, dat moet ik toegeven, maar wat ontbreekt is een sterke veer in het handvat, waarmee je de hond in één zwiep weer bij zijn halsband hebt. Wat me ook leuk lijkt is mijn neus eens in de gulp van de eigenaar te steken als zo’n beest weer eens aan mijn kruis snuffelt. Waarom zou een hond iets wel mogen wat een mens niet mag? Waarom mag hij wel wel piesen op straat, en mag ik niet wildplassen? De dierenemancipatie is echt een beetje uit de hand gelopen!

‘Hij doet niks hoor!’ wordt dan vaak geroepen als een hond je weer eens lastigvalt. Dééd hij maar niks! En dan dat altijd bezig gehouden willen worden. Gooi je een stok weg, brengt hij hem weer terug om je vervolgens smekend met lieve ogen te vragen om hem weer weg te gooien. Zucht. Misschien moet ik voortaan maar een stuk hout meenemen als ik ga fietsen. Twee stukken dan. Het eerste om weg te gooien en het tweede om zijn hersens in te rammen als hij niet achter de eerste aangaat. Dierenmishandeling? Nee, pure archaïsche verdediging is het! En de natuurlijke selectie een handje helpen, zodat alleen die honden overblijven die zich een beetje weten te gedragen zonder de buurt te terroriseren met geblaf, gebijt en gepoep. Ja, ik weet het wel, er zijn ook lieve en aardige honden en wellicht hebben enkele exemplaren zelfs een beetje bewustzijn. In de jaren zestig vroegen we ons zelfs af of honden verlicht konden zijn.

Maar intussen zit ik er maar mee. Moet ik voortaan, zelfs bij hondenweer, een andere route gaan fietsen? Moet er meer gehandhaafd worden? Hondenpolitie? Want intussen ben ik zelf de gebeten hond. Want hoe vaak ze ook roepen dat het niet zo is, mijn ervaring is dat blaffende honden wél bijten! En dat die beesten me soms als een hond behandelen. Ja, hondsbrutaal zou ik het willen noemen! Maar geen hond die erom geeft. Word ik cynisch? Nou, liever niet, want dat woord betekent eigenlijk… honds! Ben ik nu al besmet dan?

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De Muur

Date 9 november 2014

Wat waren we blij toen de Muur viel! Op televisie de beelden zagen van de eerste mensen die er overheen klommen, er op stonden en juichten! Ook omdat dit alles zo wonderbaarlijk zonder bloedvergieten was gebeurd. Oost en West werden weer verenigd na een decennialang durende Koude Oorlog in de sfeer waarvan ik ben opgevoed, met als dieptepunt de Cubacrisis in 1962, waarin door De Sovjet-Unie met atoombommen werd gedreigd. Wat Barry Goldwater in 1964 nog eens herhaalde door op soortgelijke wijze in een verkiezingsfilmpje voor de democraten – ook niet altijd lieverdjes – de Vietnamoorlog (1955-1975) te willen beslechten. Maar ook aan het oostfront werd wel eens gedreigd met nucleair geweld, zoals door Andropov in 1983. Dat was best eng. Gelukkig was er hier en daar best humor, zoals in de film Dr. Strangelove van Stanley Kubrick in 1964, de televisieserie M.A.S.H. die met hun beroemde lied Suicide is painless tussen 1972 tot 1983 voor cynische vreugde zorgde, de Beatles met hun hit Back in the U.S.S.R. in 1968 en Europe die in 1986 haar fantastische hit The final countdown zong. Maar nu, in 1989, was dat allemaal voorbij. Met Gorbatsjov als een van de eersten die de Sovjet-Unie deed wankelen.

Maar nu, vandaag precies een kwart eeuw geleden, was het feest. Zelf ben ik, op een vliegstop in Moskou na, nooit in De Sovjet-Unie geweest maar ik had wel altijd het beeld van een kale, kille en koude vreugdeloze wereld. Achteraf vind ik het wel leuk dat reclame er verboden was, iets waar we hier in het westen ook wel wat meer aan mogen doen. En soms betrap ik mezelf erop ook nog wel andere communistische trekjes te hebben. In mijn studententijd werd ik in mijn kringen natuurlijk geacht op pro-Russisch te zijn, op of zijn minst anti-Amerikaans. Eigenlijk was ik geen van beiden, net zoals ik van zowel de Beatles als de Rolling Stones hield, wat eigenlijk ook niet kon. Ja, ik stond vaak heel dubbel tegenover protestzangers zoals Boudewijn de Groot met zijn Welterusten meneer de president omdat je met haat geen problemen kan oplossen. En toen studenten met het Rode Boekje van Mao Zedong gingen dwepen snapte ik er helemaal niets meer van. Communisme was voor mij even vreemd als kapitalisme. Ja, ik was links, en dat ben ik altijd gebleven, en heb nooit begrepen hoe mensen bij hun volle verstand rechts kunnen zijn.

Maar hoe blij we ook waren met de val van de Muur, het betekende ook de overwinning van het kapitalisme dat sinds die tijd bij gebrek aan tegenwicht echter dusdanig uit de hand is gelopen dat we intussen in een wereldwijde economische crisis zijn beland en het milieu naar de bliksem gaat. Want ongeremd kapitalisme staat niet los van het materialisme en het neoliberalisme dat de laatste decennia zo’n opgeld heeft gedaan. Iets waaruit sommigen pas de laatste jaren, zo niet de laatste maanden, een beetje wakker beginnen te worden. Van milieusceptici hoor je steeds minder, en terecht. Mensen als Rutger Bregman laten zien hoe verschillen tussen arm en rijk geheel uit de klauwen zijn gelopen en funest zijn voor de samenleving. Iemand als Thomas Piketty toont hoe de rijken nog rijker worden, juist door niets te doen. Ik hou niet van geweld en diefstal omdat ik niet geloof dat zoiets echt werkt, maar intussen zijn de kapitaalkrachtigen wel bezig Robin Hood wakker te schudden. Terwijl we vieren dat de Muur gevallen is – NS bood me al een enkeltje Berlijn aan voor € 25 – bouwen we nieuwe muren rond Fort Europa om onze rijkdom te verdedigen tegen anderen waarvan we vinden dat ze daar geen recht op hebben. En nu is het wachten op het moment waarop die muur valt.

Tear down the wall! Dat zong Pink Floyd in The Wall in 1979. Toen ging het niet over de Berlijnse Muur, maar over de psychologische muur waarmee we ons maar al te vaak beschermen tegen traumatische ongewenste herinneringen, die ook een deel zijn van onszelf. Je zou ook kunnen zeggen: de muur van het ego of ik, de muur in onszelf waardoor we niet tot heelwording in staat zijn. En ik geloof dat we niet verder komen als we niet eerst die innerlijke muren afbreken, en onze eigen angst en hebzucht onder ogen zien. Pas dan kunnen collectieve muren worden afgebroken en pas dan kan Europa bloeien.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Mijn blauwe lot

Date 7 november 2014

‘Heeft u een BLAUW LOT met een winnend lotnummer ontvangen?’ staat op de envelop die bij mijn bestelling zit. ‘Als dat zo is en u op reglementaire wijze reageert, dan is € 2.000,00, € 4.500,00 of € 30.000,00 voor u!’

Spannend! Er staan allemaal stempels van bevestigingen op: ‘NOMINATIE PRIJZEN’ en ‘BEVESTIGING WINKANSEN’ zijn ‘GOEDGEKEURD’. Onder ‘PRIJSBEDRAGEN VASTGESTELD’ staat ‘BEVESTIGD’ en onder ‘GOEDKEURING VOOR UITGIFTE’ is ‘LOT INGESLOTEN’ gestempeld. Dus: ‘OPEN ONMIDDELLIJK DEZE ENVELOP!’ Als ik die omdraai staat voor de zekerheid nog eens te lezen: ‘Open onmiddellijk deze envelop! DE INHOUD KAN WAARDEVOL ZIJN!’ Attent dat ze me er nogmaals op wijzen. Ook hier nog enkele opmerkingen zoals ‘STRIKT VERTROUWELIJK’, ‘SPOED’ en ‘DIRECTIE GOEDGEKEURD’ en wel door K. de Vries. Maar is dat niet die arme werknemer die steeds door Fokke en Sukke wordt geplaagd? Afijn, niet al te lang getreuzeld, Satyamo, en de envelop openen voordat die mooie prijs aan je neus voorbijgaat! Spoed!

Er zit een kleine ‘TOPPERCATALOGUS’ in, met op de voorplaat een ‘Prinsessenfee met waxinelichthouder’. Moet een typfoutje zijn, want zo’n ding was toch voor de koning bedoeld? Voor ‘slechts’ € 9,99, en dat is toch heel wat minder dan € 10,00. Het catalogusje, staat, net als een los velletje met aanbiedingen, vol met dingen die hoofdzakelijk door vrouwen worden begeerd: wetende dat ik een man ben, kennen ze me dus heel goed! Maar niet teveel getreuzeld, want daar gaat het nu even niet om. Ik leg de ‘Meebesteltip’ dus even opzij. Hoewel? Op de achterzijde staat het reglement afgedrukt. Maar dat zijn maar 6,5-punts lettertjes, dus dat zal wel niet zo belangrijk zijn. En ik heb teveel haast om die 1.309 woorden te lezen. Net als de terms of service of de license agreement bij computerprogramma’s: als ik die allemaal moet gaan lezen kom ik niet meer aan computeren toe. Ze kunnen toch moeilijk van me verwachten dat ik weet waarmee ik allemaal akkoord ben gegaan?

Vervolgens vind ik een brief van Garant-o-Matic, waarvan de naam me doet vermoeden dat ik echt een prijs heb gewonnen. ‘Gooi uw lot alstublieft niet weg, vooral niet omdat het een winnend lot kan zijn!’ Dat klinkt beter dan wanneer ik een lot heb waarmee ik niet kan winnen, toch? ‘Er zijn in het “Gouden Prijzenfestijn” maar 3 mogelijk WINNENDE BLAUWE LOTEN voor de geldprijzen.’ En: ‘Stuur uw lot waarop uw lotnummers staan vermeld tezamen met uw van een bestelling voorziene bestelformulier naar ons terug.’ En: ‘Ga dus NU voor het geluk dat ik u zo van harte gun! U hebt niets te verliezen. Reageer NU!’ Oké, als ik een blauw lot heb zal ik wel iets goedkoops bestellen. Misschien zit er ook iets voor slipjesfetisjistische mannen zoals ik tussen. Nu word ik wel razend nieuwsgierig, want op de achterzijde staat: ‘Er is ook nog een PHILIPS Ultraslanke Smart LED-TV & Immersive Sound 5.1. Home Theater t.w.v. € 5.000,00 te winnen!’ Wow!

Ik heb een blauw lot! Mijn hart gaat sneller kloppen. Zou het dan toch waar zijn? Er zullen toch echt ergens mensen een prijs moeten winnen! En waarom zou ik dat niet zijn deze keer? ‘EENMALIGE UITGIFTE’ staat met rode letters op het lot. En daarboven het lotnummer BP352 7473. ‘DIT LOT TERUGSTUREN’. Dat zou ik inderdaad bijna vergeten. Ook hier staat weer de handtekening van K. de Vries op: ‘Door het plaatsen van mijn handtekening bevestig ik, dat dit één van de geregistreerde BLAUWE LOTEN is,’ schrijft hij. Op het lot ontdek ik trouwens dat er maar liefst drie lotnummers op staan: HT1122417, HS1123376 en HR1124335 voor de drie geldprijzen, en ook nog HN1545953 voor die ultraslanke tv. Met mijn blauwe lot heb ik dus eigenlijk vier loten gewonnen! Dat schiet op! Toen ze me vroegen of ik een blauw lot met een winnend lotnummer had ontvangen, bedoelden ze dus niet dat een blauw lot een winnend lot is, maar een lot waarmee je vier andere loten kan krijgen, en dat ik die dus gewonnen heb! Dat vind ik royaal: vier loten!

Zo’n kans kan ik niet laten liggen, dus nu snel uitzoeken wat ik ga bestellen. Een 3-delige echte zoetwaterparel-sieradenset? Maar ik hou eigenlijk niet zo van opzichtige sieraden. Een herenhorloge? Maar ik heb mezelf net vorige maand op een Mondaine getrakteerd. Poezenslofjes? Dat vinden huisteddy’s Waf en Beertje vast niet leuk. Een sneeuwschep? De vraag is echter of het ooit nog eens gaat sneeuwen hier. Dinerkaarsen? Maar ik weet niet of die ook op tafel mogen bij een romantisch pianoconcert. Wat vervelend nou dat ik niks kan vinden! Hoewel ik lang niet alles heb dat ik geacht word te willen hebben – een vaatwasser, een auto en vijf keer per jaar op vakantie om te ontstressen – heb ik toch het gevoel dat ik alles al heb. Maar als dat zo is, waarom heb ik dan die spannende envelop niet meteen weggegooid? Dat doet me denken aan Matteüs 26. Mijn geest is gewillig maar mijn vlees is zwak. Of beter: mijn vlees is gewillig, maar mijn geest is zwak. En dat weet meneer De Vries heel goed! Hij leeft ervan!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Zonnepanelen

Date 28 oktober 2014

Vorige week was het nieuwe maan. Een mooi moment om zonnepanelen op je dak te laten leggen. Een nieuw begin. De maan vertegenwoordigt in de astrologie je huis, en de zon de zon, dus wat wil je nog meer. Wel een eng gezicht, die jongens die met zware panelen rustig de ladder opklimmen. Er bleek een dakpan kapot, zodat ik op advies van Frans snel op de fiets ben gestapt om bij Van IJken in Eemnes maar meteen twee nieuwe te halen. Rond een uur of één werkte alles. Tien zwarte panelen, parallel geschakeld omdat dat meer energie oplevert. Met via de nok een leiding naar de omvormer die de gelijkstroom omzet in wisselstroom die via een kabel naar de meterkast wordt gestuurd.

Alles is gedaan door Spaar met de Zon, waarvan al eerder iemand op bezoek is geweest om een en ander te inventariseren en te adviseren. Het dak is exact op het zuidzuidwesten gericht dus dat zat wel goed. Wel moesten een paar bomen op de erfgrens met de buren stevig gekortwiekt worden. Wat me confronteerde met een milieudilemma, want bomen en zonne-energie zijn niet altijd pijnloos te verenigen. Het was wel spannend om te kijken of de elektriciteitsmeter nu echt terug ging lopen, en dat deed hij inderdaad, zelfs toen de computer nog aanstond. Hopelijk ben ik daardoor de slimme meter te slim af, want hier in huis is nog zo’n ouderwets mechanisch ding uit 1997. Die automatisch ‘saldeert’ en niet afzonderlijk geleverde en teruggeleverde stroom registreert.

De op zolder hangende omvormer stuurt allerlei gegevens draadloos via een repeater en mijn router het internet op, waar ik op de portal van SolarEdge precies kan volgen wat al die zonnepanelen opleveren. Terwijl ik dit schrijf wordt 472,5 W geleverd, en gisteren was voor de tijd van het jaar best een goede dag met een opbrengst van 5,354 kWh waarmee ik drie uur had kunnen stofzuigen. Heel leerzaam allemaal, want elektriciteitsleer is niet mijn sterkste kant. Een kWh of kilowattuur is 1000 wattuur of 1000 uur 1 watt aan vermogen. En een watt is weer het product van spanning en stroom, van volt en ampère, zeg maar van snelheid en hoeveelheid energie. Zoiets. Al met al zullen de zonnepanelen ongeveer evenveel energie gaan opleveren als we gebruiken.

Wat is er nu zo leuk aan het zelf opwekken van je energie? In de eerste plaats dat het gratis is, want op zonlicht bestaat nog geen belasting, en je wordt bijna letterlijk door de natuur gevoed. In de tweede plaats dat het een gevoel van zelfstandigheid en onafhankelijkheid geeft, van voor jezelf kunnen zorgen. En last but not least in de derde plaats dat je milieubewust bezig bent omdat je minder CO2 de lucht in stuurt, wat veel meer is dan je denkt. Zo’n 6 kWh per dag, zoals we schatten, zal gauw zo’n 3 kilo per dag, of 1 ton per jaar aan CO2 schelen. Als ik de NRC Weekend van afgelopen zaterdag mag geloven, zijn zonnepanelen een echte hype aan het worden, maar soms is er niks mis met hypes. En hoewel ik me niet kan voorstellen hoe dat er concreet uitziet, is tijdens het schrijven van deze blog toch weer een pondje CO2 bespaard.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Doodgaan voor dummies

Date 17 oktober 2014

‘Sterven is niet erg,’ zei mijn Wijze Tante vaak om aan het eind van haar leven heel rustig met een glimlach heen te gaan. Met haar honderd levensjaren had ze al het eeuwige leven voordat ze doodging. Toch sterft niet iedereen zo vredig en gemakkelijk als zij. Dat komt misschien ook omdat we er zo’n probleem van maken. We houden er niet van om dingen niet te weten, zeker als het gaat om onszelf, om sterven en dood. Vroeger dacht ik dat een levensverzekering me van sterven zou vrijwaren, maar dat bleek een verkooptruc te zijn. De laatste tijd denk ik vaker dan anders aan sterven en de dood. Als romanticus doe ik dat graag trouwens. Alsof dat het enige belangrijke in het leven is. Gisternacht droomde ik er zelfs van: een paar dagen later zou ik doodgeschoten worden door een terrorist of zo, ik verstopte me op kamertjes maar wist tegelijk dat dit niet zou helpen. Ik bekeek mijn lichaam en vond het raar dat het over een paar dagen niet meer zou bestaan. De sfeer van de droom is me de hele dag bijgebleven, gepaard met een diep narcistisch verdriet.

Niemand is bang voor de dood. Althans in woord en geschrift heb ik van weinigen vernomen dat ze er bang voor zijn. Dat is not done. Zeker in spirituele kringen moet je je huiswerk overdoen als je het moeilijk hebt met sterven en dood. De meesten menen dat sterven iets is als een overstap in een ander voertuig, en dat het er alleen om gaat de goede aansluiting te hebben zodat ze niet tegen de kont van een wegrijdende bus of trein aankijken. Hun leven bestaat uit het bestuderen van dienstregelingen in religieuze en esoterische boeken, en het leren hoe ze moeten uitchecken als het moment daar is. Ik vraag me dan altijd af wat de reis in die volgende bus of trein nu zo bijzonder, zo anders maakt. Want hoeveel maagdelijke knullen er ook voor je klaarstaan en klaarkomen, en hoeveel drank en drugs je ook in het paradijs mag gebruiken: op gegeven moment moet dat gaan vervelen. Dat hiernamaals moet echt een foutje van God geweest zijn. Stom van hem. Vergissen is kennelijk ook goddelijk.

Andere spirituelen – maar ook gewone mensen – zeggen niet bang voor de dood te zijn omdat die er alleen maar is als ze er zelf niet meer zijn. Probleem opgelost. Mijn vader dacht er ook zo over. Klinkt plausibel, ware het niet dat je – net zoals je niet zeker weet dat je het sterven wel zult overleven – niet zeker weet dat je het niet zult overleven. Kort samengevat: het is allemaal hupsafladder onder de noemer geloof, ofwel iets niet uit eigen ervaring weten. Niemand is ooit teruggekomen van de andere kant, dus we kunnen er niets over zeggen. En waarom zouden we degenen die wel teruggekomen zijn van gene zijde, zoals mensen met bijna-doodervaringen waarover Pim van Lommel vertelt, wel moeten geloven? Of de spiritisten, die contact onderhouden met overleden familie en vrienden? Allemaal geen eigen ervaring. Geloof. Zelfs de zekerheid dat ik geboren ben is maar een geloof dat me aangepraat is, want ik herinner me er niks van.

Maar nu ga ik toch weer eens moeilijk zitten doen – dat zit kennelijk in mijn aard. Ik bedoel: wat bedoel ik eigenlijk met eigen ervaring? Want alle herinneringen zijn vals, al was het alleen maar omdat ik ze altijd vanuit mijn huidige context bekijk. Kan ik me bijvoorbeeld nog echt voorstellen dat er een wereld was zonder internet? Alleen al het feit dat ik in mijn voorstelling het internet mis, zegt al genoeg. Wat was de wereld toen stil en rustig. Ja, dat vind ik nu, maar in de jaren zestig was ik me daar niet van bewust. Wie zegt me dat ik meegemaakt heb wat ik denk meegemaakt te hebben? Het enige dat er overblijft is het hier en nu, en mijn eigen bewustzijn daarvan, en al het overige is speculatie. Dat is mijn enige zekerheid, de enige echte ervaring. Zelfs als ik me vorige levens herinner kan dat illusie zijn, zelfs als ik na een bijna-doodervaring me de fantastische dingen herinner kan dat een fata morgana zijn, opgewekt in een korte flitsdroom waarin de tijd uitgerekt was. Het bewijst niets allemaal.

Sterven blijft een mysterie. Het enige dat ik erover kan zeggen is dat ik hoop het bewust mee te zullen maken, wellicht met woorden uit het Tibetaanse Dodenboek in mijn oren gefluisterd. Als over iemand na zijn overlijden gezegd wordt dat hij er gelukkig weinig van heeft gemerkt, zet ik daar grote vraagtekens bij. Wakker blijven tot je laatste snik als het even kan. Zo simpel is het. Maar in mijn droom was het best moeilijk om afscheid te nemen van mijn lichaam, alsof ik geofferd zou worden aan het bestaan, en ik was er diep verdrietig over dat dit moest gebeuren. En wat dat laatste betreft was deze droom geen bedrog, en heeft ze me wakker geschud voor de enige zekerheid die er bestaat, die van het sterven. Wat dat dan ook is.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Voor wat hoort wat

Date 12 oktober 2014

‘Maar we hadden toch om deze tijd afgesproken?’ vroeg ik als jongetje voor het huis van mijn grootvader op de Minervalaan toen mijn ouders nog op de stoep heen en weer bleven drentelen. ‘Maar je moet de gastvrouw wat extra tijd geven om zich op te maken,’ legde mijn moeder uit. Ik snapte dat niet. Moest tante – ze was de tweede vrouw van mijn grootvader – dan niet op tijd zijn voor het ontvangen van ons, haar gasten? Het was een van de eerste keren dat ik geconfronteerd werd met beleefdheid, goede manieren. maar deep down heb ik er nooit echt in geloofd. Alleen al bij de gedachte aan nette pakken en stropdassen krijg ik het spuugbenauwd.

Onlangs heb ik Maria weer eens opgezocht in Dordrecht. Ouderwets bomen tot diep in de nacht. Veel herinneringen uit de bonte jaren zestig en zeventig. Een maf amateuristisch speelfilmpje die ik met haar en haar partner opnam op een zolder in Rotterdam-Zuid weer eens bekeken. Zij bekende me dat ze in die tijd soms wat bang voor me was, omdat ik nogal direct de waarheid kon zeggen. Toegegeven: ooit heb ik een kerstviering in de Laurenskerk verpest door steeds te vloeken op al die onzin. Ben ik in de loop der jaren mijn wilde jaren verloren? Maar toch stond ik er niet bekend om vaak naar de kapper te gaan.

Beleefdheid is nooit mijn sterkste kant geweest. Dat zit gewoon niet in mijn jaren 60-genen. Daar moet ik altijd heel bewust mijn best voor doen. Want ik mag anderen niet in verlegenheid brengen en zo. We moeten het tenslotte gezellig houden. Ja, mijn moeder was heel trots op me toen ik eens in de tram met een gracieus gebaar voor iemand opstond, maar dat begreep ik weer niet omdat ik het gewoon spontaan deed. En dat is altijd de crux voor me geweest. Vaak vind ik het leuk om gewoon aardig voor anderen te zijn. Maar dat moet spontaan gebeuren, echt zijn, want anders is het allemaal hypocrisie.

Vriend heeft me in de jaren negentig het boek Hoe hoort het eigenlijk? van Amy Groskamp-ten Have gegeven. Best leuk om te lezen hoe alles eigenlijk hoort, en ik bewaar het zorgvuldig, maar het is wel een cursus politiek bedrijven. Natuurlijk gaat het niet aan om in een restaurant boeren te laten en zo. Maar dat neemt niet weg dat het te vaak betekent dat je voldoet aan de verwachtingen van anderen, een soort Catch-22 waarin iedereen elkaar gevangen houdt zodat iedereen zich netjes kleedt en gedraagt om de ander te behagen, en vraag niet wie van beide partijen dat eigenlijk diep in zijn hart leuk vindt.

Als iemand je vraagt hoe het met je gaat hoor je, zoals ik recentelijk ontdekte, daarna ook te vragen hoe het met die ander gaat – iets dat je bij sommige mensen maar beter uit je hoofd kan laten. Als je bij anderen gaat eten word je geacht om de gastheer en -dame later zelf ook voor het eten uit te nodigen. Heb ik niet vaak gedaan, omdat ook in mijn naïviteit geloofde dat die anderen het gewoon leuk vonden om me uit te nodigen, zonder er iets voor terug te willen hebben. En soms wil ik zelf anderen iets geven, maar vinden ze het moeilijk aan te nemen omdat ze zich dan verplicht voelen. Zucht…

Eens per maand komt Sybert bij me op de thee. Muntthee. Dat vind ik gewoon leuk. En op een koude winteravond gaan Vriend en ik bij hem en Marianne eten, om daarna bij de open haard te genieten van een goed glas. Port bijvoorbeeld. Dat komt uit onszelf. Niet omdat het zo hoort en we een winst- en verliesrekening bijhouden van wederzijdse giften en ontvangsten. Maar gewoon omdat we ervan genieten. Onder echte vrienden bestaat geen voor wat hoort wat. Zo kan Hoe hoort het eigenlijk? in één regel worden samengevat: Zoek jezelf broeders, vind jezelf, wees en blijf alleen jezelf! Zo hoort het eigenlijk!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De getuige

Date 5 oktober 2014

Daar kan ik nou een hele poos naar kijken: het inmiddels tot nationaal monument verheven zebrapad op Abbey Road, gezien door de webcam die bij de gelijknamige studio is opgehangen en dag en nacht laat zien wat daar gebeurt. En regelmatig zie je dan mensen die zich op dat zebrapad laten fotograferen, bij voorkeur in een groepje van vier mensen die met wijde passen de straat oversteken, zoals op de hoes van de in september 1969 verschenen elfde lp Abbey Road van The Beatles. Grappig, hoe 45 jaar later zes witte rechthoeken op de weg en twee knipperbollen beroemd zijn geworden. Het lijkt een beetje op een bedevaartplek. Het laat zien hoe belangrijk iets schijnbaar onbelangrijks kan worden. En ik maar spieden door die webcam naar dat zebrapad, waar eigenlijk niet veel bijzonders gebeurt. Het verkeer gaat gewoon door, dag in, dag uit, nacht in, nacht uit.

Misschien is dat het juist wat het zo boeiend maakt: het bijzondere van het triviale, het belangrijke van het alledaagse, het mooie van het onbeduidende waar je meestal niet op let. Zoals ook in het dagelijks leven: een langzaam glijdende slak, een vogel die roept in de nacht, een dood insectje of andere zogenaamde onbelangrijkheden. Die bij bijvoorbeeld ook te zien in het werk van Pannekoek, waarvan etsen zijn ingeplakt in Veertien etsen van Frans Lodewijk Pannekoek voor arbeiders verklaard van – in 1967 nog – Gerard Kornelis van het Reve. De eerste zin van dit korte verhaal vind ik prachtige proza, en ik ben dan ook heel zuinig op de eerste druk die ik kort na verschijnen met Sinterklaas van mijn ouders kreeg. Juist omdat we maar al te vaak menen dat alleen grootse dingen en gebeurtenissen belangrijk zijn, maakt het zo urgent om aandacht aan kleine dingen te geven.

Eigenlijk is er geen verschil tussen groot en klein. Ik kan me klein voelen onder een ontzagwekkende sterrenhemel, maar als ik mezelf onder de microscoop leg blijken er ook immense oneindig diepe fantastische werelden in mezelf te zijn. Oneindigheid strekt zich niet alleen in de kosmos uit, maar gaat ook in de diepte in, zodat niet alleen ik zelf maar alles wat er is oneindig grote sterrenstelsels met alles erop er eraan in zich herbergt. Dat is een wonder om getuige van te zijn, een van de wonderen van het alledaagse die ik maar al te vaak al te graag van de daken heb geroepen. Dan voel ik me een beetje als Hermes die de Smaragden Tafel schrijft: ‘Het is waar, zonder leugen, zeker en zeer waar. Wat lager is, is zoals wat hoger is.’ Ik mis wel enthousiaste uitroeptekens in de tekst, maar ik weet niet of die in het Arabisch bestaan.

Getuige zijn. Vaak was ik dat graag bij huwelijken van vrienden. En ook was ik jaloers op de discipelen van Jezus die, bevlogen van het wonder, de wereld introkken om overal te vertellen over de echtheid van wat ze gezien hadden. Ja, ik heb vaak een apostel willen zijn! En dat voel ik me eigenlijk nog steeds, een verhalenverteller die van zijn ervaringen wil getuigen, alsof dat het doel van het leven is. Wellicht mijn belangrijkste en laatste identificatie met een rol die uiteindelijk ook losgelaten zal worden. Want ook daarvan kan ik een stille getuige blijven. Wat alleen maar lukt als ik ophoud met zelf iets te doen, iets waar Osho continu op wijst. Meditatie is niets anders dan pure waarneming. Open en zonder oordelen, zodat je niets anders dan de waarheid kunt zien. Zodat je, net als Reve in De Avonden, kan besluiten met ‘Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven.’ Dat is liefde.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Non-lokaliteit

Date 30 september 2014

Soms vraag ik me af of anderen dat ook kennen. Dat rare gevoel van tja… van wat met een mooi woord non-lokaliteit wordt genoemd. Vooral met muziek. Ik kom nu op dit onderwerp omdat ik laatst weer eens The Beatles hoorde en nu het nummer Maxwell’s silver hammer in mijn hoofd speelt. Een heerlijk grappig lied waardoor ik me vroeger vaak prettig gekieteld voelde, maar dat kwam ook door de hasj die ik blowde op de zitzak in Pims halfduistere studentenkamer. Het voelde alsof The Beatles zelf in mijn hoofd zaten te spelen. In dat nummer komt ook ergens een bijna onhoorbaar gniffellachje van Paul voor dat een kriebelend genotsgolfje door mijn lijf deed tintelen. Het lied ging natuurlijk nergens over, maar dat maakte het des te leuker zodat ik het ook zelf graag zong onder het plukken van de akkoorden op mijn gitaar.

Maar het was ook wel wat raar en eng omdat mijn hoofd zo leeg aanvoelde. The Beatles in mijn hoofd in plaats van hersenen – niet in de geluidsboxen waar ze eigenlijk thuishoorden en waaruit ze kennelijk stiekem wisten te ontsnappen om zich onder mijn schedeldak te nestelen. Waarbij ik wel eerlijk moet zeggen dat ik mee nooit echt heb kunnen voorstellen dat er hersenen in mijn hoofd zitten, daarvoor is naast mijn gedachten, ideeën, fantasieën, beelden en muziek echt geen plek meer. Als ze ooit zouden ontdekken dat mijn hoofd écht leeg is zou me dat niet verwonderen. Ik ben een leeghoofd, maar hersenwetenschappers zullen ongetwijfeld zeggen dat dit een illusie is, hoewel er tussen alle elementaire deeltjes van mijn grijze massa wel enorm veel leegte is waarin zich nog van alles kan afspelen. Bewustzijn bevoorbeeld.

Meestal blijven The Beatles netjes alleen in de geluidboxen zitten. En soms, als ze door een koptelefoon of dopjes in mijn oren zingen, zitten ze alleen in mijn hoofd. Mijn vader vertelde me ooit dat hij het een griezelige ervaring vond om muziek door een stereo-koptelefoon te beluisteren – hij was met mono opgegroeid en moest überhaupt weinig van stereo hebben. De ervaring van non-lokaliteit heb ik dus alleen als de muziek echt van buiten komt, zoals bij geluidsboxen of een orkest dat speelt. En dat buiten is dan tegelijk binnen! Misschien is dit wel letterlijk bewustzijnsverruiming waarmee dat als een veelarmig dier naar buiten vlamt en de bron van de muziek omstrengelt. Bewustzijn als een Octopus’s garden, zoiets.

Wanneer ik in gedachten beelden zie of dingen hoor, of gewoon iets aan het denken ben, voelt dat voor mij heel reëel aan. Pas als ik de binnenwereld niet meer kan onderscheiden van de buitenwereld is er iets beangstigends aan de gang. In een halve slaap hoor ik wel eens de deurbel rinkelen, maar ik weet dan al snel dat dit en hallucinatie is. Gelukkig maar. Het bespaart veel kosten van psychiaters en hun enge medicijnen als ik de binnen- en buitenwereld een beetje uit elkaar weet te houden. Maar het zijn juist dit soort ervaringen, ontsproten aan een simpel knus liedje van The Beatles, die me de overtuiging hebben gegeven dat de werkelijkheid heel anders in elkaar zit dan we meestal vermoeden.

Sommige ervaringen, zoals ik ze ook heb bij klassieke concerten, zijn dus voor mij moeilijk te lokaliseren. Dat ze niet óf hier óf daar zijn, maar hier én daar tegelijk. Een magisch Come together, dwars door de ruimte heen. Maar dat is niet te snappen, want volgens ons logische denken hoort alles een eigen plekje te hebben. Stel je voor: als alles overal is wordt het toch een rotzooitje? En dan heb ik het er nog niet eens over dat ik soms het gevoel heb dat zoiets ook voor de tijd geldt, dat alles tegelijk gebeurt. Dan blijft er alleen chaos over, dus is het soms toch wel praktisch om mezelf wijs te maken dat er alleen maar een hier en nu is, een benauwend klein partje van de totale werkelijkheid.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Gratis geld

Date 24 september 2014

Wat een onzin! Als je arme mensen gratis geld geeft worden ze lui, gaan ze aan de drank en de drugs, lanterfanten, voor de tv hangen, en nemen criminaliteit, schulden en verloedering alleen maar toe. En wie moet dat allemaal betalen? Rutger Bregman haalt dit allemaal vlijmscherp onderuit in zijn recente boek Gratis geld voor iedereen, de eerste uitgave van De Correspondent. Want die arme mensen gáán helemaal niet aan de drank en de drugs en maken van hun leven géén puinhoop als je ze gratis geld geeft. Integendeel, ze gaan er juist op vooruit, tonen initiatieven, gaan zich scheren, durven te ondernemen en doen vrijwilligerswerk. En het kóst helemaal geen geld omdat al dat gratis geld ruimschoots wordt gecompenseerd door lagere kosten van uitkeringen, zorg, subsidies, controle, opvang en wat niet al om de minst bedeelden te helpen. Talrijke experimenten hebben aangetoond dat iedereen er alleen maar beter op wordt als je iedereen een basisinkomen geeft, ongeacht zijn of haar eigen financiële situatie. Maar toch kiezen we niet voor deze win-winoplossing. Voor die keuze zijn geen rationele argumenten, zodat die eerder iets zegt over ons arbeidsethos en de stigmatisering van mensen aan de onderkant van onze samenleving.

Dat arbeidsethos – er bestaat zelfs een Partij voor de Arbeid – gaat de samenleving de nek omdraaien. Wie niet werkt zal niet eten, heet het dan. Maar waarom eigenlijk? Want eigenlijk zeg je daarmee: wie niet werkt zal niet leven. En wat is werk? De wereld gaat aan vlijt ten onder. In een tijd waarin robots en computers steeds meer werk van ons overnemen hebben we nog steeds een droom van volledige werkgelegenheid. Alsof al die hardwerkende Nederlanders, die maar al te graag in een slachtofferrol duiken, zo’n heerlijk leven hebben! Thuis gekomen zakken ze achter de tv en gaan ze aan de drank. En hebben ze, uitgeblust als ze zijn, nog maar weinig energie en aandacht voor partner, kinderen en hond, en hebben ze geen fut meer om een artikel te lezen dat meer dan vijfhonderd woorden omvat, want Facebook en Twitter vragen al het uiterste van hun uitgebluste geest. Precies hetzelfde leven als wat ze de onderkant van de samenleving verwijten, zij het dan in nette pakjes in mooie auto’s en in een keurig huis. En dat allemaal omdat een of andere idioot heeft bedacht dat economie moet groeien. Zelfs bomen en mensen houden daar op een gegeven moment mee op, dus zo natuurlijk is dat niet.

Bregman vindt dan ook dat we eigenlijk naar een vijftienurige werkweek toe moeten, zodat mensen eindelijk weer eens fris en uitgeslapen dingen gaan doen die er écht toe doen. Was dat niet een utopie van vroeger, toen de meeste mensen nog, zoals Bregman dat herhaaldelijk noemt, ‘arm, hongerig, bang, vies, dom, ziek en lelijk’ waren? We droomden er toch van dat machines ons werk zouden overnemen? En nu kan dat, maar doen we het toch niet! Is ons arbeidsethos dan zo sterk? Welnee, dat wordt ons alleen maar op de mouw gespeld opdat we slaven zouden blijven van een vrije markt, die er uiteindelijk voor moet en zal zorgen dat één procent van de mensen veertig procent van al het geld heeft zoals nu in Amerika, en liefst nog veel meer. Hoe lang zal het dan nog duren voordat we opnieuw arm, hongerig, bang, vies, dom, ziek en lelijk zijn? En is er dan nog wel een leefbaar milieu? Want dat is, zoals Naomi Klein zegt, moeilijk te verenigen met het kapitalisme. Wat is er tegen om grondstoffen zwaarder te belasten en voedsel en werk daarvan te vrijwaren? Wat is er tegen om inkomsten- en vermogensverschillen binnen de perken te houden, zeker als je hoort dat een samenleving als totaal daaronder lijdt als die uit de hand lopen?

Niemand kiest ervoor om arm te zijn. Armoede is niet zozeer een gebrek aan ‘eigen verantwoordelijkheid’ of domheid, maar een gebrek aan… geld! Armoede vreet aan je, beperkt je denkvermogen tot bezig zijn met hoe vandaag de dag te overleven. Die ‘domheid’ is niets anders dan een gebrek aan bandbreedte van je denken, volgens Bregman goed te vergelijken met hoe je IQ met 13 punten afneemt na een slapeloze nacht. Als je honger hebt eet je gewoon de laatste banaan op die je hebt en is denken aan de volgende dag echt een brug te ver. Terwijl armoede echt niet noodzakelijk is, ja, zelfs een smet is op een samenleving die zich beschaafd noemt. Volgens de 26-jarige Bregman kan het anders, zelfs op een heel simpele manier, gewoon door geld te geven, waarmee we op de langere termijn veel goedkoper uitkomen en gelukkiger worden. Waarom we daar niet voor kiezen? Omdat we ons laten indoctrineren, framen door hen die veel geld en macht hebben, hun praatjes geloven waarmee werklozen worden gestigmatiseerd. Voor hen zijn vrije, gelukkige mensen het grootste gevaar. Zoals Rutger Bregman met zijn moedige frisse ideeën.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Holle hologrammen

Date 13 september 2014

‘Wetenschappers maken hologrammen van zwevend stof,’ las ik deze zomer op nu.nl. Ze laten stofdeeltjes op geluidsgolven zweven, en laten ze ook bewegen en verschillende vormen aannemen. Wat dit met holografie te maken heeft is me onduidelijk, want het is gewoon een ordinaire projectie op een alternatief stoffelijk scherm. Een van de wezenlijke kenmerken van een hologram is immers dat elk deel ervan informatie over het geheel in zich heeft, en dat is hier niet het geval. Maar desalniettemin zou dit ik eerste opmaat kunnen zijn naar een nieuwe methode om 3D-projectie te realiseren, iets waar we al decennia lang reikhalzend naar uitkijken. Kennelijk snakken we ernaar om zo realistisch mogelijke werelden te scheppen, naast die van de echte real life-wereld. Ja, het liefst moet virtual reality zo echt zijn dat we haar niet meer van de werkelijkheid kunnen onderscheiden. Niet alleen om real life na te kunnen maken op plekken en momenten dat het ons goed uitkomt, maar ook om nieuwe werelden te kunnen scheppen, die niet meer van de echte wereld te onderscheiden zijn. Mundus vult decipi, ergo decipiatur – de wereld wil bedrogen worden, dus laat ze bedrogen worden. We doen daarvoor dan ook onze uiterste best om technieken te maken waarmee we de concrete werkelijkheid kunnen ontvluchten om ons te verliezen in nagemaakte werelden.

Maar virtual reality is niets nieuws. Al vanaf het moment dat mensen konden abstraheren, visualiseren en auditiviseren is eraan gewerkt. Neem alleen maar het spreken, taal. In onze gesprekken roepen we al beelden op bij elkaar, kunnen we ’s nachts over de zon praten, en de eerste rotstekeningen getuigden al van een wereld die ter plekke niet aanwezig was. Met het schrift konden we bij elkaar beelden oproepen – zelfs van een niet concreet geziene realiteit, zoals van elfen en draken. We gingen elkaar brieven schrijven waardoor mensen ondanks hun fysieke afstand zich toch dicht bij elkaar voelden. Er ontstond beeldende kunst waarin niet alleen getracht werd om een zo exact mogelijke kopie van de werkelijkheid weer te geven zoals in het realisme, maar ook om onbestaanbare werelden te scheppen, zoals in het surrealisme. En lang daarvoor was er al de oudste kunstvorm, muziek, waarmee kunstmatig emoties en gevoelens opgeroepen konden worden. Je kunt je zelfs afvragen of niet alles dat met creativiteit te maken heeft virtual reality is. Nieuwe werelden worden geschapen, ver van de alledaagse werkelijkheid. Terwijl de enige echte realiteit zich in het hier en nu om ons heen afspeelt. Het gekras van ruziënde kraaien in de boom, de koele wind als er een wolk voorbijdrijft, de smaak van aardbeien, anderen die we kunnen voelen tijdens een warme omhelzing, het zien van de twinkelende sterrenhemel in een heldere winternacht, kortom de naakte werkelijkheid waar zenmeesters zo graag over vertellen.

Verlichting stelt dan ook niets voor. Het stelt niets voor: er wordt niets vóór de realiteit gezet, niets tussen onszelf en de echte wereld. Het is zoals ik onlangs droomde – ja, ik kan dromen dat ik verlicht ben, volgens velen een contradictio in terminis – en daarin wist is dat het ontzettend gewoon was. Geen extase, geen jubelende blijheid of verlossing, geen kosmisch orgasme met bloemenregens en een overwelmend vredesgevoel. Kortom: verlichting is niets bijzonders, ja, eigenlijk het enige dat niet bijzonder is. Meer heeft hij niet nodig, los als hij is van alle hechtingen en vrij als hij is van geloof en behoefte aan de maakbaarheid van zichzelf en de wereld. Zoals Fritz Perls al zei: een roos is een roos is een roos. En daarmee is dan ook alles gezegd, daar kunnen geen heilige teksten, geen mantra’s, meditaties, gebeden en rituelen tegenop. Ik moet denken aan het verhaal van de stervende zenmeester van wie de volgelingen graag nog zijn laatste wijze woorden wilden horen voordat hij heenging. ‘Hoor je die vogel zingen?’ was het laatste dat hij zei. Ik weet niet of ik het verhaal hier goed weergeef, evenmin als ik nog weet wie die zenmeester was – Osho zal het wel eens verteld hebben – maar de essentie is duidelijk: niets is gewoner dan verlicht te zijn. Stel je er dan ook maar niets van voor en blijf gewoon bij de concrete werkelijkheid.

Concrete werkelijkheid? Maar hoe concreet is die werkelijkheid eigenlijk als we ons realiseren dat zelfs de meeste vaste stof voor het aller-allergrootste deel uit leegte bestaat, de leegte tussen de elementaire deeltjes waaruit die is samengesteld? Terwijl we zelfs van die deeltjes nauwelijks weten hoe concreet ze zijn? De grond onder mijn voeten voelt aan als compacte massa maar dat blijkt een illusie. De bladeren van mijn kastanje zijn helemaal niet groen maar rood, lijken alleen maar groen omdat ze zelf het rode licht in zich opnemen, de rode rakkers! Wat is de meeste pijn als we het accepteren en loslaten? Wat is zelfs het mooiste pianoconcert meer dan dansende moleculen in de lege lucht? Is die zogenaamde concrete werkelijkheid dan niet ook virtueel? Er kunnen toch geen twee realiteiten bestaan? En zeggen veel oosterse wijsheden niet dat uiteindelijk alles een spel, maya, illusie is? En zijn die twee werkelijkheden niet één omdat ze beide bezield zijn? Hoe kan ik een mooi gedicht als illusie bestempelen, of een mooi schilderij, een muziekwerk, ja zelfs een computerspel of hologram? Als we de wereld splitsen in die van real life en virtual reality gaan we voorbij aan de essentie van veel dat uit creatieve inspiratie geboren is: de ziel, dat onvindbare wezen, die bron van de schepping die niets anders wil dan verenigen.

Als we de werkelijkheid van virtuele werkelijkheden ontkennen, dan ontkennen we niet alleen de waarde en kracht van creativiteit, maar vinden we – en dat is eigenlijk nog erger – een pasklaar excuus om ons niet met de schijnwerkelijkheid van het zogenaamde concrete leven bezig te hoeven houden, die immers net zo goed virtual reality is als de dromen en idealen die de wereld gestalte geeft. Ja, ik heb eens een knuppel in een hoenderhok gegooid door te beweren dat virtual reality wel eens echter zou kunnen zijn dan die van real life. Dat werd me niet door iedereen in dank afgenomen. Ware rijkdom is niet het hebben van veel geld in de concrete wereld, maar het kunnen genieten van andere werkelijkheden, van creativiteit en kunst, van het Derde Pianoconcert van Beethoven, van je niet zo druk maken over bezit, of gewaardeerd en erkend willen worden. Ware rijkdom verschuilt zich vaak achter armoede en soberheid, en ware armoede presenteert zich graag als materiële rijkdom en status. De Meester omhelst beide werkelijkheden, ziet hoe ze zich in elkaar spiegelen, maar moet soms wel provoceren om je wakker te schudden, je geheugen op te frissen. Zodat je ontdekt dat je nooit geslapen hebt, zelfs in de dromen wakker was, en ziet dat er uiteindelijk maar één wereld is, één groot hologram dat tegelijkertijd een holle illusie is, vol van leegte.

Wij zijn hologrammen. Alles is in ons, en wij zijn in alles. Net zoals het hele heelal aanwezig is in een koekje, zoals ik in The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy las.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites