Vindicat

Date 29 september 2016

Eerlijk gezegd heb ik het nooit begrepen. Mijn broer wel. Die liet zich kaalscheren om lid te worden van het studentencorps. Een ontgroening heeft me altijd met een gevoel van afschuw vervuld. Van de weeromstuit zocht ik het studentenleven in De Olofspoort, hoewel ik daar niet veel meer heb gedaan dan een lange tekst van George Harrison langs de lambrisering te schilderen, Gerard Reve te interviewen en wat aan de bar te hangen. Een wellicht maffe sfeer daar, maar alles is beter dan dat machogedoe van die studentencorpora. Ik begreep dat zo’n ontgroening een echte man van je maakt, maar als er iets is wat de wereld naar de klote helpt zijn het wel echte mannen. Zoals bij het Groningse Vindicat waar een bangalijst circuleerde met gegevens van vrouwen die ‘met hun kut over een kanon’ moesten worden getrokken. Je zal daar als manlijke homo maar tussen zitten, maar ik neem aan dat die De Kast, een steenworp verderop in de Oosterstraat, worden ingejaagd.

Echte mannen. Nou ja, echte mannen? Zo’n knaapje dat nog nat achter de oren is en zich ‘rector’ noemt kan ik moeilijk serieus nemen. Maar toch worden in die kringen vriendschappen voor het leven gesloten. Velen aan de top van politiek en bedrijfsleven hebben elkaar daar leren kennen,  waarbij de ontgroening bijdraagt aan een sterke onderlinge band waarmee later de handen boven elkaars hoofden worden gehouden. Lijden verbroedert, het doorstaan ervan vergroot zelfvertrouwen. Dat er af en toe een dode bij valt moet je maar voor lief nemen. Zoals eerder bij Vindicat een student overleed na het drinken van twee liter jenever, waar ze nog steeds reclame voor maken bovenop hun gebouw. En ‘Hooghoudt’ symboliseert wellicht meer dan alleen een sterk verslavende drug: ze hebben letterlijk van alles hoog te houden daar. Uiteraard zijn niet alleen bij Vindicat – zullen we het maar Vindikut noemen? – misstanden rond ontgroeningen te vinden.

Rutger Bregman vergelijkt studentencorpora met geheimzinnige sektes waartegen het halve land in opstand zou komen als ze islamitisch waren. Maar omdat dat niet zo is worden geheimhouding, het eigen rechter spelen, vernedering en mishandeling door de vingers gezien en gedoogd. Het studentenleven behoort immers sinds kort bij ons Immaterieel Cultureel Erfgoed! Terwijl ze hun eigen sharia hebben, zwijgcontracten laten tekenen en vrouwonvriendelijk zijn. Echt iets om trots op te zijn! ‘Handhaaft en beschaaft’ is de betekenis van de volledige naam van dit oudste Nederlandse studentencorps. Dat lukt dus niet echt. Gelukkig is deze beker aan me voorbijgegaan, kind van de jaren zestig als ik ben, opgevoed met slogans als ‘Beter langharig dan kortzichtig’. En totaal niet begrijpend waarom ik me moet laten pesten en vernederen om ergens bij te mogen horen. Alsof ik niet goed ben zoals ik ben. Zo masochistisch ben ik nou ook weer niet.

Volgende zomer zullen ze wel weer staan te hossen op het balkon dat uitkijkt over de Grote Markt. En zal het bier weer rijkelijk vloeien, bier dat steeds meer naar bloed gaat smaken.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Lof der lafheid

Date 21 september 2016

Een volk dat voor tirannen zwicht zal meer dan lijf en goed verliezen. Dan dooft het licht …

Aldus Van Randwijk op het oorlogsmonument bij het Weteringscircuit in Amsterdam. Daar moest ik gisteravond aan denken tijdens de gemeenteraadsvergadering waarin de grote meerderheid boog voor de macht. Omdat het niet anders kan, omdat je geen andere keuze hebt, om erger te voorkomen, heet het dan. Maar mensen hebben alleen maar macht als hen die gegeven wordt, als die erkend wordt, als je je daardoor laat manipuleren en chanteren, en dingen gaat doen die je principieel helemaal niet wil. Met buigen voor de macht versterk je de macht, in ons geval van de nogal psychopathische provinciale gedeputeerde Elisabeth Post die systematisch weigert naar argumenten en het volk te luisteren. Die miljoenen over de balk gooit om haar eigen volstrekt irrationele plannen door te drukken voor haar VVD-speeltje dat naar de naam HOV luistert. Die de meest voor de hand liggende oplossing voor dat hoogwaardig openbaar vervoer niet ‘HOV-waardig’ vindt, iets dat ze in mijn ogen dus zélf niet is.

Ja, natuurlijk is iedereen het met mij en mijn partij eens dat de provincie bij monde van mevrouw Post, in de rug gedekt door de Commissaris van de Koning Johan Remkes, een besluit neemt dat bepaald niet de beste oplossing is voor het probleem dat er eigenlijk helemaal niet is. Zo hield ik gisteren een betoog waarin ik stelde dat de huidige bus 320 eigenlijk allang HOV-waardig is en dat er dus nauwelijks iets hoeft te veranderen. Waarna ik talrijke argumenten aanvoerde waarom je moest blijven kiezen voor meerijden van de bus over het huidige tracé, en niet over het door Post gewenste tracé dat door ons college werd voorgesteld. Daar heb ik geen enkel tegenargument op gehoord. Kennelijk zijn die er niet, en dat maakt het zo tragisch. Iedereen wéét dat het een slecht besluit is, maar besluit toch een andere weg te gaan, zich te laten chanteren, want de macht heeft nu eenmaal de macht en de realiteit gebiedt om uiteindelijk het beste voor de gemeente en haar inwoners te kiezen. Vreemd dat politici zich voegen naar de realiteit, terwijl ze er juist zijn om die te creëren.

Wat gisteravond in Blaricum is gebeurd is exemplarisch voor waarom mensen steeds minder vertrouwen hebben in de politiek. En terecht. Achteraf hoorde ik dat mensen in de goed gevulde publieke tribune het liefst hun stoelen hadden omgedraaid om met hun rug naar de raad te gaan zitten. Hadden ze wat mij betreft best mogen doen. Als politici niet eens meer voor hun eigen standpunt durven uit te komen, als ze te lui zijn om zélf eens in de stukken te duiken en een eigen mening te vormen, en als ze niet de moed hebben hun rug recht te houden, is het hek van de dam en is het vragen om burgerlijke ongehoorzaamheid. Als argumenten niet meer tellen verwordt politiek tot een laag en leeg spel dat alleen draait om de macht. ‘Bestuurskracht is bereiken wat je wil bereiken,’ werd ons eergisteren verteld door bureau DeLoitte op een bijeenkomst van alle raden in het Gooi in De Witte Bergen. Wat het hoogwaardig openbaar vervoer betreft scoort Blaricum daar dus niet hoog op. Tenzij je wil bereiken dat de macht aan de macht blijft, hoe onredelijk zij ook is.

Blaricum als laffe gemeente. Een lafheid die getuigt van een mentaliteit waarop onze ouders, die de oorlog hebben meegemaakt, niet trots geweest zouden zijn. Hier dooft het licht …

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Wél iets te verbergen!

Date 18 september 2016

Van de week Het Grote Privacy Experiment bijgewoond. Een fantastische bijeenkomst in een uitverkochte Stadsschouwburg van Utrecht, georganiseerd door De Correspondent. Met oprichter Rob Wijnberg, publicist Maxim Februari, schrijver Tommy Wieringa, Europarlementariër Sophie in ’t Veld, correspondent klimaat Jelmer Mommers, directeur Bits of Freedom Hans de Zwart en ethisch hacker Wouter Slotboom. En natuurlijk Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis, want deze manifestatie was ter ere van hun nieuwe boek Je hebt wél iets te verbergen. Dat lag dinsdag in mijn brievenbus, en dat was weer rode oortjes geblazen! Want het leest als een spannend boek over hoe heel stilletjes data van ons verzameld en gebruikt worden, en dat is veel meer dan we ons meestal bewust zijn. We willen niet dat we gevolgd worden, maar tegelijkertijd strooien we door gebruik van onder andere Google en Facebook onze data royaal om ons heen, een verschijnsel dat onder de naam privacy paradox bekend staat. We hebben niet in de gaten dat tientallen anderen over onze schouders meekijken als we met onze telefoon in de zak aan het winkelen zijn, en daarom maken we ons er niet zo druk over. Ook omdat velen vinden dat ze niets te verbergen hebben.

Na veel lezingen en discussies bracht Wouter Slotboom de zaal lacherig aan het schrikken. Met bureau en al reed hij het podium op, en alle bezoekers die op een open wifinetwerk waren ingelogd moesten hun hand opsteken. Daar was mijn hand niet bij, want ik vind het vaak teveel moeite en hou het daarom liever bij 4G, hoewel ik dan wel het risico loop mijn databundel te overschrijden. Maar Slotboom constateerde op zijn eigen computer dat er veel méér mensen op het openbare netwerk waren ingelogd dan opgestoken handen, en hij wist ragfijn van enkele bezoekers te vertellen waar ze geweest waren, welke foto’s ze hadden gepost, wat hun voorkeuren waren, of ze een partner hadden en andere gegevens die, om hun identiteit te beschermen, razendsnel over het scherm vlogen. In de meeste gevallen kon de gehackte bezoeker niet anders dan dat bevestigen, en een van hen kreeg het dringende advies om zijn iOS-besturingssysteem bij te werken. Kortom: log nooit in op openbare netwerken! Eigenlijk wil je helemaal niet weten wat ze over je te weten kunnen komen als je een beetje slordig met je telefoon omgaat. En dat niet alleen als je inlogt, want het is altijd na te gaan waar je telefoon zich bevindt, en daaruit is veel meer te concluderen dan je denkt! Dat was een mooi slot van de avond en ik hoop dat we binnenkort alle lezingen en discussies kunnen nalezen.

Het boek heb ik inmiddels uit. Wat me is bijgebleven is dat het internet eigenlijk één grote chaos is waarin alles, met zijn talrijke aan elkaar gekoppelde databestanden, zodanig met elkaar verbonden is dat oorzaak en gevolg niet meer te onderscheiden zijn. En probeer dan maar eens iets te repareren wat er fout is gegaan. Het meest klassieke voorbeeld van hoe dat mis kan gaan is dat van Alexander Dolmatov, die uiteindelijk zelfmoord pleegde, en een van de hoofdstukken heet dan ook niet voor niets Kafka in de polder. Maar nog huiveringwekkender is hoe onze data die we overal achterlaten gebruikt worden door adverteerders en overheden, en hoe regels voor de uitwisseling van data ronduit overtreden worden, bijvoorbeeld door de Nationale Politie aan de Belastingdienst. Je denkt dat Google je zoektermen van objectieve antwoorden voorziet, en dat de advertenties die je tegenkomt niet speciaal voor jou bedoeld zijn, maar het tegenovergestelde is waar. Zij het dan dat dit niet al te opvallend is zodat het geen argwaan oproept. Zo krijg ik zelf de laatste tijd advertenties op Facebook voor T-shirts met een opgedrukte tekst die vertelt dat je oudere psychologen niet moet onderschatten, en later hetzelfde over ouderen die van Pink Floyd houden, en dat kan echt geen toeval zijn. Juist omdat je je data vrijgeeft word je ingepakt in de eigen voorkeuren, wordt je wereld vernauwd, denk je eigen keuzes te maken terwijl dat helemaal niet zo is.

Want daarop is de reclame gebaseerd: je zodanig manipuleren dat je het gevoel hebt vrije keuzes te maken terwijl dat helemaal niet zo is. Het populaire nudging blijft, hoe je het ook wendt of keert, een onbewuste gedragsbeïnvloeding en is daarom niets anders dan misbruik van de psychologie. Het rondstrooien van data in de schoot van commercie en overheid is dan ook een soort psychologische zelfmoord. ‘Hoe kun je dus zeggen dat je niets te verbergen hebt als je niet weet welke datasporen je achterlaat?’ vragen Martijn en Tokmetzis in het laatste hoofdstuk van hun boek. ‘Hoe kun je zeggen dat je niets te verbergen hebt als je niet weet wie er bij jouw data kunnen? Hoe kun je zeggen dat je niets te verbergen hebt als je niet weet wat er met jouw data gebeurt?’ Met als conclusie: ‘We moeten fundamenteel anders over data en privacy gaan praten. Ongebreidelde surveillance die buiten het zicht om plaatsvindt en die leidt tot ondoorzichtige invloed op ons leven, vormt een bedreiging voor fundamentele kernwaarden als burgerschap, autonomie en democratie.’

Wie zegt niets te verbergen te hebben is als iemand die zijn bewakers boeien en kettingen geeft om zich naakt te laten vastketenen en te laten gebruiken. En dat niet als een wellicht leuk spel omdat alle identiteit ermee verloren gaat.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Toen er nog tijd was

Date 11 september 2016

Gisteren zijn we teruggegaan naar de tijd toen er nog tijd was. In 1976 was ik getuige op het huwelijk van Hein en Floor. In T-shirt, want zelfs de gedachte dat je je voor zoiets netjes zou kunnen kleden kwam in die tijd niet eens in je op, althans niet bij mij. En kennelijk kon dat niet zoveel kwaad, want gisteren vierden zij hun 40-jarig huwelijk. Het was stralend weer en onderweg maakte ik voor Facebook nog een foto met niets anders dan de strakblauwe hemel erop. Vriend en ik wandelden door het verstilde ruime landschap bij Beekbergen, langs boomgaarden en maïsvelden. Doel: het spoorwegmuseum van de Veluwse Stoomtram Maatschappij. Eerst een receptie met zo’n 120 bezoekers, die zich later in groepen verdeelden voor een rondleiding waarbij van alles verteld werd over een nostalgisch spoorwegwezen. Vooral de stoomlocomotieven waren mooi. Loodzware machines, druipend van roet, olie en vet en luid sissend stoom afblazend, die getuigden van een verloren ambacht waarin nog liefde, geduld en aandacht voor het maken van iets moois bestond. Gemaakt in een tijd waarin spullen nog niet gemaakt werden om zo snel mogelijk te verslijten, maar om gewoon goed te zijn.

We gingen op reis met de stoomtrein en werden daarvoor over zes wagons verdeeld. Wij belandden in een restauratiewagen. Met een lampje voor het raam en twee echte rozen op de tafel, waar tijdens onze tocht door het Gelders landschap eerst koffie en thee werden geschonken, later soep werd geserveerd, en waar we een lunch genoten die we in aan een buffet in een andere wagon konden samenstellen. De reis verliep heerlijk langzaam, met diverse stops voor overwegen waar handmatig het verkeer werd gestopt, wat naar ons verteld werd soms gebeurde met het zwaaien met een vlag. Omdat het een intellectueel publiek was, waren contacten met onbekenden snel gelegd, en was het niet zo’n probleem als je niet meer precies wist wie wie was omdat je hem of haar vijftien jaar geleden voor het laatst had gezien tijdens een boottocht over de Rijn. Zoals we daar in de houten wagons rustig door de landschappen gleden voelde ik me in een scène van een western. En genoot ik tegelijk van een soort elitaire luxe, ook omdat we vrijwel continu de aandacht kregen van het in gepaste kledij ons verzorgende ‘personeel’, dat ons op de terugweg vanaf Dieren naar Beekbergen zelfs van een royale hoorn met heerlijk schepijs voorzag.

De tijd toen er nog tijd was. Vandaag de dag hebben we nergens tijd meer voor, en vervluchtigt onze aandacht in sociale media waarbij we ons liever achter beeldschermpjes met elkaar verbinden dan in real life. In die oude treinen praatten mensen nog met elkaar, hoewel ik moet toegeven dat het tegenwoordig in het openbaar vervoer wel lekker rustig is als iedereen over zijn beeldschermpje zit gebogen. Steeds meer lees ik over hoe slecht het is dat we zo hard werken, en veel te weinig slapen en dromen. Burn-out en bore-out zijn volksziekten aan het worden. We willen ons het liefst met warp 10 of teleportatie zo snel mogelijk naar de verste uithoeken van de wereld verplaatsen, maar raken daardoor het gevoel van reizen en onderweg zijn kwijt. Landschappen flitsen aan ons voorbij, en als we op onze bestemming zijn delen we als homo smartphonicus snel wat foto’s in de vaak asociale media om weer snel verder te gaan naar de volgende bestemming die we ook niet echt zullen zien. Eigenlijk zouden we alle vervoermiddelen die harder gaan dan 40 kilometer per uur moeten dumpen, en zou je in Facebook niet meer dan enkele tientallen vrienden mogen hebben.

Wellicht is de herinnering aan die tijdloze tijd wel dat wat zo’n spoorwegmuseum zo mooi maakt. Een herinnering die misschien alleen maar door vrijwilligers belevendigd kan worden, omdat professionals met hun Excel-denken alles efficiënt willen maken en juist daardoor de bezieling missen. Ja, het spoorwegmuseum draait dan ook dankzij 150 à 200 vrijwilligers, waaronder zich gelukkig ook jongeren bevinden. Zoals je Chef Trein die zich trots in klassiek ornaat liet fotograferen terwijl hij later weer onder de buffers moest kruipen om wagons te ontkoppelen. Wat is het toch belangrijk om dit soort herinneringen aan vervlogen tijden in leven te houden! Wellicht gaat de wereld even snel achteruit als zij vooruit gaat, en zou het gezond zijn om alle ontwikkelingen bij tijd en wijle een poosje stil te zetten. Zoals ook onze trein soms gewoon lekker stil stond onder de zon boven het glooiende zomerse landschap met een roofvogel in de blauwe lucht. Het was een prachtige dag.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Zelfmoord

Date 8 september 2016

‘Denken aan zelfmoord is heel normaal. Ik doe het ook weleens,’ luidt de kop boven een interview met David van Reybrouck in het Belgische Knack dat ik op Blendle las. Dit naar aanleiding van de dood van Joost Zwagerman die een jaar geleden, na lang tegen zelfdoding van anderen en zichzelf gestreden te hebben, de hand aan zichzelf sloeg. Achteraf zou hij het waarschijnlijk niet met zichzelf eens zijn. Van Reybrouck vertelt niet alleen over zijn relatie en ervaringen met Zwagerman, maar doet ook heftige uitspraken over, ja, noem het maar gewoon ‘zelfmoord’. Moedig om erover te schrijven want ‘in onze samenleving rust er niet alleen een taboe op zelfmoord, er is een nog groter taboe op de zelfmoordgedachte!’ En: ‘We moeten leren dat het een heel gewone, normale gedachte is. Natuurlijk heb ik daar ook al aan gedacht. Wie niet?’ Maar juist omdat die heel normaal is, hoeven we niet bang te zijn voor de zelfmoordgedachte. En: ‘Het zijn vaak niet de meest melancholische, introverte mensen die zelfmoord plegen. Veeleer de vrolijke, creatieve, sociale en actieve mensen.’ Oh help! Het is al moeilijk genoeg om een blog onder de titel ‘Zelfmoord’ te schrijven, en nu behoor ik ook nog eens tot de doelgroep!

De grootste risicogroep wordt gevormd door de mensen die al eerder een zelfmoordpoging hebben gedaan, constateert Van Reybrouck. En met die mensen wordt vrijwel niets gedaan. ‘Wie pillen neemt, wordt op de spoed leeggepompt en mag twee dagen later weer naar huis.’ Bovendien is groep van mensen die een eind aan hun leven maken veel groter dan we meestal denken. ‘Sinds 2000 zijn er wereldwijd meer mensen gestorven door zelfmoord dan tijdens de hele Eerste Wereld­oorlog: één miljoen per jaar.’ In Vlaanderen plegen elke dag drie mensen zelfmoord en zijn er dertig pogingen daartoe. ‘We doen altijd alsof het om enkelingen gaat en weigeren de werkelijke omvang te zien. Ik word daar niet goed van. Het gaat om een samenleving als geheel die doldraait. Wie is er ziek? Het suïcidale individu of de samenleving die zoveel individuen suïcidaal maakt?’ Alsof ik Jan Foudraine door de mond van Van Reybrouck hoor spreken. Preventie begint volgens hem niet met een zelfmoordlijn. ‘Dat is de laatste schakel. Preventie begint door vanaf de kleuterschool te werken aan innerlijke rust, aandacht voor het nu, goed ademhalen, je hersens rust gunnen.’ Hij noemt dat ‘mindfulness’, waar Osho, Foudraine en ik zouden spreken over ‘meditatie’.

Van Reybrouck ziet een verband tussen zelfmoord en het geweld in onze samenleving. ‘Maar het geweld in onze maatschappij negeren we. De op prestatie en consumptie gerichte samenleving waarin we nu leven is intrinsiek gewelddadig.’ Wat volgens mij zijn wortels heeft in een doorgeslagen individualisme en een a- dus ook immoreel neoliberalisme dat uiteindelijk gebaseerd is op het recht van de sterkste en de slimste, met zijn doorgeschoten geloof in marktwerking waar reclame en ander bedrog de boventoon zijn gaan voeren. Ook ik denk wel eens: ‘In deze wereld wil ik eigenlijk helemaal niet leven! Wegwezen! Over mijn lijk!’ Zeker als je in de politiek duikt, zoals ik, heb je bij tijd en wijle niet alleen de behoefte om anderen gewoon van kant te maken – gewoon omdat het beter zou zijn als sommige mensen er niet waren, politiek als leerschool voor terrorisme dus – maar ook om het zelf helemaal niet meer te zien zitten om je te laten besmeuren met smerige en perverse machtsspelletjes. Maar als ik uit de politiek stap is het hypocriet van mezelf omdat ik dan juist het ‘laissez faire’ toepas dat ik mijn vijanden verwijt. Ik krijg bij tijd en wijle dus een stevige depressie voor mijn kiezen, maar eigenlijk is dat wel normaal en gezond, ook omdat ik daarmee wat minder tot de vrolijke mensen behoor die een hoger risico op zelfmoord hebben.

Depressie is misschien wel de grootste uitdaging die je op het spirituele pad tegenkomt. Het zich bewust zijn van de behoefte en de mogelijkheid van zelfmoord is misschien wel de koninklijke poort naar ware verlossing, vrijheid en vrede. Gewoon omdat het er mag zijn. Erkennen dat er, zoals Freud zei, niet alleen een levensdrift is, maar ook een doodsdrift. Dat je soms behoefte hebt er even niet te zijn, net als bij het slapen gaan. Dat er een ‘dark night of the soul’ is waar je gewoon doorheen moet. Echter omdat je met dit inzicht je identificaties met vrolijke rollen loslaat is dit, paradoxaal genoeg, de ideale remedie tegen zelfmoord. Depressies los je alleen op door er diep in te duiken. Zonder meteen tot actie over te gaan, want ook dat is vaak een vlucht. Meditatie, mindfulness – en dat heeft niets met geloof of religie te maken – zou inderdaad al op de kleuterschool geleerd moeten worden. Heel moedig van Van Reybrouck om in dit eerlijke en schokkende interview hiervoor een lans te breken! Misschien mag ik mezelf wel gelukkig prijzen met de depressieve buien die ik vaak, vooral in mijn jonge jaren, gehad heb en soms nog steeds heb. Omdat ik zonder die buien wellicht niet meer leefde.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Twaalf zonnen

Date 30 augustus 2016

Stevie Wonder zong in 1984 over een Libra sun. Ik had me toen net in de astrologie gestort en vond dat een prachtig beeld. De weer wat lager staande zon, die na een drukke en hitsige zomer een verstilde vrede en verkoelende rust brengt in september en oktober. Alsof de zon niet altijd dezelfde is, alsof er minstens evenveel zonnen zijn als tekens in de dierenriem. Volgens astronomen is dat niet zo want de aarde cirkelt niet om twaalf zonnen, en dat we de zon steeds anders ervaren komt door de wisseling van de seizoenen die ontstaat door de helling van de aardas.

Ook astrologen geloven dat er maar één zon is, maar dan wel een zon die zich steeds door andere achterliggende sterrenstelsels laat inspireren, waardoor de kwaliteit van haar levengevende kracht steeds verandert. Ook onzin natuurlijk, want wat in werkelijkheid gebeurt is dat we onze gemoedstoestanden projecteren op sterrenbeelden waarin we kunnen zien wat we willen, zoals wolkenformaties de meest fantastische taferelen kunnen laten zien. Toch kunnen we bij koud weer moeilijk de zon in een wild en warm tropisch dier als de Leeuw zien, en bij een natuur in uitbundige bloei past geen Steenbok die over kale rotsen springt.

Waarom iemand als ik, die zich master of science mag noemen, dan toch in die onzin gelooft? Misschien wel omdat het onwetenschappelijk is om in toeval te geloven. Wat we niet kunnen voorspellen noemen we toeval, maar dat zegt niet dat de wet van oorzaak en gevolg niet meer opgaat. Onlangs genoot ik van prachtige wolken, waarin ik niets anders kon zien dan rare sprookjesbeesten, en juist dat toonde aan dat toeval niet bestaat. Ik kon er geen koelkast, schildpad of hijskraan in ontwaren, en zo kan ik me voorstellen dat velen juist hetzelfde zien in de sterrenbeelden achter de zon. De zon komt dit jaar op 22 september in de Weegschaal, en dat kan geen toeval zijn. Met haar loop door de dierenriem is de zon als de wijzer van een klok die de juiste tijd aanduidt.

En is de zon daarmee zelf veranderd in een Libra sun? Dat moet wel, want alles waar je naar wijst zegt iets over jezelf. Alles leeft en is bezield, net als de wolken die wellicht een blauwdruk zijn van iets dat geconcretiseerd wil worden. Zelfs stenen leven, zij het in een wat trager tempo dan wij, maar wat is tijd? Noem mij een animist, maar dat is dan wel omdat ik niet in toeval en wel in logica geloof.

De Kaarsvlam, september/oktober 2016

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De datadictatuur

Date 22 augustus 2016

Moet ik mij als donateur van Bits of Freedom eigenlijk niet schamen dat ik er niet alles aan doe om mijn eigen privacy te beschermen? Durf ik straks op Het Grote Privacy Experiment te vertellen dat ik een Google account heb? Ik ben zo eigenwijs! Heb helemaal geen zin om mijn leven door spionnen te laten beheersen, dus ook niet om constant rekening met ze te houden. Oké, ik hou niet van  cookies, en zogenaamde tracking cookies zouden gewoon verboden moeten worden, al was het alleen maar omdat ze ongevraagd op mijn eigen harddisk zitten te rommelen. En natuurlijk laat ik adblockers graag mijn webpagina’s opschonen. Veel advertenties in gratis apps en games zijn trouwens niet eens weg te krijgen als je ervoor wilt betalen. Dat vind ik stom van Mark Zuckerberg: ik betaal graag een paar tientjes per jaar voor het gebruik van zijn chaotische Facebook, mits hij mijn privacy respecteert, en daar zou hij nog winst op maken ook. Zo had ik laatst een ideaal patiencespel voor mijn mobieltje gevonden, maar ik werd zo afgeleid door de advertenties erin dat het onspeelbaar was, en ik kon geen advertentievrije versie kopen.

Durf ik schaamteloos te vertellen dat ik Google zelfs mijn tijdlijn laat bijhouden, zodat ik altijd kan zien wanneer ik waar geweest ben? Dat kan tegen me gebruikt worden. Maar ook voor me als ik niet op de plaats delict was. Voor het gemak ga ik er maar van uit dat Google alles van me weet en wellicht is ‘gewoon doen’ de beste manier om niet op te vallen. Want misschien trekken juist overbeschermde computers en telefoons aandacht: die hebben iets te beschermen! En dat is niet pluis, zelfs als het alleen om principiële redenen is. Hoewel ik mij niet kan voorstellen dat mijn data echt interessant zijn, anders dan voor commerciële doeleinden. Maar een en ander neemt niet weg dat het eens uit moet zijn met al dat gehark en gegraai naar data. Daarover las ik in de NRC een interview met Dirk Helbing, hoogleraar computationele sociologie op de TU Delft en de Zwitserse  ETH in Zürich. Hij zegt dat big data en grootschalige surveillance door overheden tot een nieuw soort totalitaire samenleving leiden. ‘Ik vrees op korte termijn misschien zelfs oorlog als bedrijven en overheden zo doorgaan als nu. Fascisme 2.0 of communisme 2.0.’

Helbing zegt dat de samenleving te complex is om van bovenaf met big data te sturen. ‘Wat er gebeurt in de digitale economie, alles en iedereen raakt met elkaar verbonden. Denk aan sociale netwerken, slimme infrastructuur, elektriciteitsnetwerken, internet of things. Alles wordt op die manier ook afhankelijk van alles, er ontstaan ontelbare verbindingen: een gebeurtenis aan de ene kant van de wereld kan aan de andere kant razendsnel gevolgen hebben. Dat maakt de samenleving zoveel complexer dat beheersing van bovenaf door data te verzamelen en daarop beslissingen te baseren een illusie is. We kunnen niet eens de verkeerslichten in een stad volledig optimaliseren, omdat die systemen al te complex zijn. Laat staan dat dat voor een hele maatschappij kan.’ Dat doet me denken aan de chaostheorie met enerzijds de onmogelijkheid om dingen goed te voorspellen – hoe graag weermensen en economen dar ook zouden willen – en anderzijds het feit dat kleine oorzaken grote gevolgen kunnen hebben.

Het is trouwens zeer twijfelachtig of je met analyse van big data terroristen op het spoor komt. Die blijken in de praktijk weer net iets anders te zijn en te opereren als de computers berekend hebben. En als je als overheid en bedrijf je burgers en klanten respecteert, zit je hen niet aan alle kanten te besnuffelen. Geen wonder dat steeds meer mensen overheden en bedrijven wantrouwen, want daar vragen ze zelf om. ‘We moeten het democratisch kapitalisme opnieuw uitvinden,’ zegt Helbing.  ‘Systemen moeten met behulp van digitale technologie juist zo ontworpen worden dat ze zelforganiserend worden, zonder dat grote bedrijven of overheden daarin een centrale rol spelen.’ Zoals peer-to-peer-marktplaatsen en de bitcoin met zijn blockchain. ‘Dat maakt de weg vrij voor een échte deeleconomie waarin iedereen zowel producent als consument kan zijn, en waarbij mensen zélf bepalen wat er gebeurt in plaats van dat het hun wordt opgelegd door data.’ Als dat zou kunnen!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Homotrots

Date 13 augustus 2016

De Gay Pride is weer voorbij en eerlijk gezegd vind ik het nu wel weer even mooi geweest allemaal. Want ik wil nu weer een poosje vergeten dat ik homo ben. Ik wil gewoon weer even gewoon zijn, en zo voel ik me ook, net zoals hetero’s zich gewoon gewoon voelen. Wat niet wegneemt dat er nog altijd velen zijn die mij niet normaal vinden, en zolang hetero’s homo’s discrimineren blijft er werk aan de winkel. Emanciperen dus. Maar het lullige van emancipatie is dat dit niet kan zonder discriminatie. Of beter: een tegen-discriminatie die naar de andere kant kan doorslaan. Zie eens hoe vrolijk wij leven en dansen, hoe blij we zijn dat we homo zijn! We zijn er trots op dat we homo zijn! Een hetero zou eens moeten beweren dat hij trots op zijn geaardheid is! Dan is de boot aan, zeker op de Amsterdamse grachten!

Ik snap niets van trots. Toen we nog peuters waren zei mijn moeder ooit tegen mij en mijn broer: ‘Jij bent mijn liefde en jij bent mijn trots.’ Waarop mijn broertje vroeg: ‘Mama, mag ik niet je liefde zijn?’ En gelijk had hij, want wat is nou trots? Het eerste dat Van Dale noemt is ‘vervuldheid van en het doen blijken van het (al dan niet gerechtvaardigde) gevoel dat men meer is dan anderen’. Ik vind het altijd heel eng als ouders trots zijn op hun kinderen, net alsof ze er met de eer van de prestatie van hun kroost vandoor gaan. Oké, je kan ergens blij mee zijn, maar om er meteen trots op te worden… Voor mij betekent gay dan ook niets anders dan blij, de blijheid die je voelt als je jezelf kunt zijn, en je speels kunt leven omdat je niet verantwoordelijk bent voor kinderen. Maar moet je er trots op zijn dat je met een wat andere biologie geboren bent? Nope.

Toch ben ik blij met de Gay Pride. Niet trots, want is eigenlijk van de gekke dat zoiets überhaupt nodig is. Maar wel blij dat zovelen zo massaal uit de kast komen. Eenieder die zichzelf vindt stemt tot blijheid. Soms wordt het wel een beetje ordinair, zoals de EuroPride T-shirts van de HEMA waar Vriend en ik tegenaan liepen toen we naar de Canal Parade gingen kijken. ‘Liever één worst in de hand dan twee op mijn shirt,’ mompelde Vriend. Wellicht is het ook ordinair van mezelf dat ik de boten met de meeste blote jongens het leukste vind, zoals die van OUTtv en van Body Talk waarop Let the sun shine in werd gezongen. Alsof die toch nog iets uitstralen van de wildheid en enthousiasme waarmee elke revolutie begint. En is uit de kleren gaan niet net zoiets als uit de kast komen?

Moet dat nou, al die blote jongens in strings? Dat vragen velen zich af. Maar ik geniet ervan, net zoals veel hetero’s genieten van blote vrouwen. Met dat laatste word je in veel reclame doodgegooid, en ik maar wachten op een knaap in een kort topje! Dat is niet eerlijk! Terwijl de hele wereld nu de navel van Dafne Schippers kent, blijven de heren laf hun lijf verhullen onder veel te lange shirts en shorts. Zoals bij beachvolleybal, wat een verschil tussen de seksen! Een verschil dat er eigenlijk helemaal niet hoort te zijn. Op de boot van BNN stond een genderblender, en dat is het mooiste wat er is! Weg met de geslachten, iedereen androgyn! We hebben allemaal wel iets van het andere geslacht in ons. En wow, wat zouden er veel problemen zijn opgelost als we dat hele verschil tussen man en vrouw eens loslieten! Misschien is dat wel de enige échte emancipatie!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Pokémon Go

Date 3 augustus 2016

In het park betrapte Jan met zijn hondje me op het vangen van pokémon. Hij dacht dat dit spel iets voor tien- tot vijftienjarigen was. ‘Dat ben ik ook,’ verdedigde ik me. Op een bankje met uitzicht op een gym aan de overkant praatten we wat bij over de politiek. Ondanks het feit dat we ook nog eens vlakbij een pokéstop zaten, onderbrak ik het spel in plaats van elke vijf minuten mijn rugzak bij te vullen met pokéballs, revives, potion, razz berry’s en andere mooie spullen die je daar voor nop kan oppikken. En dat allemaal om zoveel mogelijk pokémon te verzamelen die her en der verstopt zijn. Augmented reality heet dat, een verrijking van real life door er virtual reality overheen te projecteren. Hoewel ik al op level 12 zit ben ik toch nog maar een beginneling, want ik heb er nog maar 32 van de 150 pokémon. En het zijn van de schattige fantasiebeestjes waar je meteen verliefd op wordt. Allemaal met hun eigen karakter, capaciteiten, combat power en meestal in staat tot evolutie mits je hen maar vol candy stopt, zodat je bijvoorbeeld een weedle kan upgraden naar een kakuna, die je weer kan laten evolueren tot een beedrill. Ze zullen trouwens wel slechte gebitjes hebben, die pokémon, maar die zijn in de virtuele wereld makkelijk weg te poetsen. Het leukste vind ik meowth, seel, gastly, krabby, goldeen, magikarp en eevee, die allemaal te zien zijn in de pokédex op de officiële site van Pokémon.

Sommige mensen vragen zich af of de jongeren niets beters te doen hebben dan pokémon vangen. Klimaatverandering, volksverhuizingen, terroristische aanslagen, oorlogen en last but not least politiek dreigen de wereld kapot te maken. Aleppo wordt uitgehongerd, criminele bankiers lopen nog steeds vrij rond, mensenrechten worden wereldwijd geschonden en wat doen de jongeren? Pokémon spelen! Alsof ze niks beters te doen hebben! Ga de straat op, protesteer en tracht nog te redden wat er te redden valt in onze polariserende en verbrokkelende samenleving! Ga de politiek in, leg je niet neer bij wat realiteit heet maar ga die zelf maken! Nee hoor. Pokémon spelen is veel leuker, en dat doen inmiddels zo’n honderd miljoen mensen wereldwijd! Verdwaasd lopen die door straten en over pleinen, zich onbewust van alle problemen die ze daarbij voor anderen, en soms ook voor zichzelf, veroorzaken. Je durft niet eens meer op straat naar je telefoon te kijken of je wordt ervan verdacht ook bij die zombies te horen! Je zal maar een pokéstop voor je huisdeur hebben! In New York wil men pedofielen verbieden om Pokémon te spelen. In ons land klaagt Binnenlands Bestuur over de overlast, spreekt van ‘Pokémonterreur op rustige plaatsen’ en klaagt erover dat spelers niet altijd even goed letten op hun omgeving, met alle gevolgen van dien. In de laatste update waarschuwt Niantic, de maker van Pokémon, daar trouwens nog eens extra voor: ‘Remember to be alert at all times. Stay aware of your surroundings.’

Genoeg voer voor criticasters dus. Jongeren gaan nu eindelijk weer eens de straat op, dus wat wil je nou eigenlijk? Dat ze keurig gaan voet- en basketballen op omrasterde pleintjes en veldjes? Dat ze bijeenkomen in door de gemeente geplaatste hangplekken waar zelfs het gras stoned is van de wiet die er wordt gerookt? Pokémon zorgt voor een lekkere lichaamsbeweging, hoewel de pokéstops natuurlijk niet te dicht bij elkaar moeten staan zoals hier bij winkelcentrum Oostermeent in Huizen en in Kijkduin, waar het nogal chaotisch maar ook heel gezellig werd. Want spelers voelen zich één grote familie en je krijgt gemakkelijk contact met elkaar. Zo hielpen een paar jongeren me wat verder op weg toen we laat in de avond voor het station in Hilversum op de bus zaten te wachtten. ‘Supersociaal’ noemt Vera Mulder het spel in een leuk geïllustreerd artikel in De Correspondent die zich afficheert als medium dat ‘voorbij de waan van de dag’ wil kijken. ‘Pokémon Go herbetovert onze wereld,’ schreef Peter van Duyvenvoorde onlangs in Trouw. ‘De hype laat wel zien wat de mens in wezen nog steeds is: een naar betovering zoekend wezen dat in het diepst verlangt te leven in een bezielde wereld.’ Wat we ook zien in de populariteit van In de ban van de ring en Harry Potter.

Is Pokémon een hype? Involveert De Correspondent zich met de waan van de dag? Ik denk van niet. Juist omdat het, net als de verhalen van Tolkien en Rowling, een diepere laag in ons manifest maakt. Een in onze materialistische wereld onontgonnen gebied van betovering en bezieling, die we met onze rationele cultuur ontkend en onderdrukt hebben. Een gebied van ontspanning en speelsheid waarvoor in onze op efficiency en productie gerichte samenleving geen plaats meer is. Laat homo ludens, de spelende mens, gelukkig zijn. En alleen gelukkige mensen kunnen de wereld verbeteren.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Osho

Date 27 juli 2016

Osho is mijn Meester. Wow, wat klinkt dat onderdanig! Zeker als je dan ook nog een hoofdletter gebruikt. Want een meester is maar al te vaak iemand die de baas over je is. Zoals de strenge schoolmeester of iemand die je in een seksueel spel tot gehoorzaamheid dwingt. Maar het kan ook gewoon iemand zijn die boven je staat, gewoon omdat hij zijn vak goed kent, zoals iemand met de meestertitel in een gilde. En wat te denken van al die afgestudeerden met een mastertitel? Zo ben ik zelf een meester in de wetenschap! Niet alle meesters zijn op macht belust, wat niet wegneemt dat ze in spirituele kringen best verdacht zijn. Er zijn voorbeelden te over die enig wantrouwen rechtvaardigen. Zo waren er in de tijd dat ik belandde bij Osho – die zich toen nog Bhagwan noemde – fanatieke sektenjagers zoals Sipke van der Land die in 1980 een hele televisieserie wijdde aan diverse spirituele stromingen. Soms waren zijn verdachtmakingen terecht, maar van Osho had hij, ondanks het feit dat ik hem zelf zag filmen op de ashram in Pune, niets begrepen. Want ik merkte daar niets van de macht, uitbuiting en indoctrinatie die Osho zo vaak in de schoenen werd geschoven. En tja, ik moest toch op mijn eigen ervaring afgaan, en met deze Meester was helemaal niets mis. Integendeel zelfs – vandaar de hoofdletter.

Maar wat zocht ik dan bij een Meester? Waarom had ik die zo nodig dat ik naar India moest om me tussen het bontgekleurde volkje van sannyasins te begeven? In die malle jurken, met die ruige therapiegroepen, lange ochtendlezingen en radicale meditaties? Wat ik er zocht en vond was herkenning en daarmee erkenning. Herkenning en erkenning van dingen die ik diep van binnen al lang wist, een soort uit de kast komen binnen een eigen vertrouwde groep. Want natuurlijk zoek je soortgenoten op, zoals je dat ook kan doen als je homo of hoogbegaafd bent, of zoals iedereen graag met vakgenoten of lotgenoten omgaat. Wat kerken en sektes betreft was ik inmiddels een ervaringsdeskundige, niet bang om aan de meest enge bewegingen te snuffelen. Maar ‘het’ had ik daar niet gevonden, het ‘het’ dat ik meteen herkende in de eerste woorden die ik las van Osho, en waardoor ik meteen verliefd op hem werd. Want spiritualiteit is niet alleen iets van het hoofd, maar ook van het hart en van de dingen die je doet. Er kwam een innerlijke heelheid in me, die voor mij de jaren tachtig tot een fantastisch mooie tijd maakte, gewoon omdat ik vaak gelukkig was, meer dan ooit mezelf was. Ik was thuisgekomen.

Wat was dan die wijsheid die ik daar India bevestigd zag? Al bij de eerste taxirit in dat land voelde ik hoe daar de millennia oude diepe wijsheid in de bodem zat, in tegenstelling tot dat jonge, oppervlakkige en nog bleke christendom in het Westen. Natuurlijk had ik er al veel over gelezen en gepraat, maar dat is iets anders dan het mee te maken, het aan den lijve te voelen. De wijsheid van de waarheid die diep binnenin jezelf schuilt: dat het leven één groot spel, één hypnotiserende illusie is, gecreëerd door het denken dat – hoewel het niet anders kan – altijd onderscheid maakt tussen ik en de ander, tussen leven en dood, tussen oorzaak en gevolg, en ga zo maar door. Het denken verdeelt wat in feite één is, en schept problemen die er helemaal niet zijn. ‘The problem does not exist,’ zei Osho, en gelijk heeft hij, want probeer maar eens één grassprietje te vinden dat op de verkeerde plaats staat. Alles is er al, en alles is goed, en wie zijn wij om het beter te weten dan het bestaan zelf? Zelfs het woord ‘goed’ is al teveel omdat het een oordeel inhoudt, en wie zijn wij om te oordelen? Alles is zoals het is, en meer is er niet te zeggen.

Veel sannyasins meenden dat je volgens Osho het denken dan maar overboord moest gooien, maar ook dat is een gedachte. Het gaat erom dat je je niet vereenzelvigt met je gedachten, je gevoelens, je lichaam, met wat je doet of wat dan ook. Dat je de stille ‘watcher on the hill’ blijft, leeg bent van binnen en daarom openstaat voor wat je overkomt. Dat je de getuige blijft, net als een spiegel die zich niet druk maakt over wat hij reflecteert, net als de zon die geen onderscheid maakt in het geven van zijn warmte en licht. Het enige dat echt waar is, is wat hier en nu om je heen is, en de rest is allemaal bedacht. Dat kan klinken alsof er helemaal niets te doen is, maar ook dat is weer een gedachte, en die laat geen ruimte over voor spontaniteit, mee te gaan met wat zich aandient: ‘flow with the river’. Eigenlijk kan alleen hij die niet is, hij die leeg is goed doen, ‘Gods werken doen’. Veel zen dus, veel taoïsme en veel non-dualiteit bij Osho, en hij wist het behapbaar te maken voor westerlingen, ook omdat hij ragfijn aantoonde hoe godsdiensten meestal begonnen zijn met verlichte Meesters die allemaal hetzelfde verkondigden – geef je over aan en vertrouw op het goddelijke in jezelf – maar in de loop der eeuwen door de machtswellust van priesters en politici zijn gecorrumpeerd. Tracht het niet te begrijpen allemaal, want dat lukt je nooit. Een beroemde uitspraak van Osho is: ‘Life is not a problem to be solved, but a mystery to be lived’.

Dagelijks stuurt MySamasati mij een kort citaat van Osho. Daar kan ik dan even stil van worden. Zo vertelde hij eens dat verlichting besmettelijk is. Dat is dan ook de enige functie van een Meester: de mysterieuze overdracht van bewustzijn die in zijn nabijheid plaatsvindt. De ware Meester is er alleen maar, doet niets, is als een bloem die geurt voor hen die eraan willen ruiken, een vogel die zingt voor iedereen die het wil horen. Niets bijzonders dus, en juist daarom zo bijzonder.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites