De vleeseters

Date 19 februari 2017

Rutger Bregman eet geen vlees meer. Ook niet een beetje. Intussen zijn er zeven keer zoveel consumptiedieren – koeien, schapen, varkens en kippen – op aarde dan wilde dieren, en het is toch een beetje raar dat de meeste dieren leven om door mensen opgegeten te worden. Het leed dat dieren daarvoor lijden is verschrikkelijk, zelfs voor dieren die wat vriendelijker behandeld worden. En het derde argument dat Bregman tot vegetariër maakt, zijn de ontdekkingen dat dieren veel meer zelfbewustzijn, intelligentie en gevoel hebben dan door de vleeseters wordt aangenomen. Varkens zijn slimmer dan baby’s, en toch eten we geen baby’s. Ik lees vaker dat dieren waarschijnlijk veel meer op mensen lijken dan we willen weten. Als ik een hond op straat tegenkom vraag ik me af of dat dier wellicht een even helder bewustzijn heeft als ik, en wellicht het enige verschil tussen hem en mij is dat hij niet kan praten en ik wel. Of beter: dat we verschillende talen spreken. Het is dan ook een rare tegenstelling dat kattenfilmpjes op Facebook zo populair zijn, dat we het normaal vinden dat Bobbie met Kuifje probeert te praten en in Second Life veel mensen zich als dieren, ‘furries’ voordoen, zoals de nieuwe DJ die we sinds enkele weken in onze disco hebben.

Als kind snapte ik nooit wat er zo leuk was aan vissen, afgezien van het stomme gestaar naar een dobber. Dan werd me verteld dat vissen geen gevoel hadden zodat je het haakje rustig uit hun spartelende lijfje kon trekken. Of werd die hobby vergoelijkt met het weer terugwerpen van de gevangen dieren, alsof het zo leuk was om met een verscheurde bek en ingewanden verder te zwemmen. Honden-, stieren- en hanengevechten getuigden voor mij van een opperste decadentie, en ik vond en vind het dan ook helemaal oké als een stierenvechter op de horens wordt genomen. Gelukkig ben ik niet de enige die daarvan geniet. Maar ja, in sommige westerse landen hoort dat nu eenmaal bij hun cultuur en daar moet je van afblijven. ‘Wat u het kleinste mijner schepselen heeft aangedaan heeft u Mij aangedaan,’ zou Jezus eens gezegd hebben. Die uitspraak is me altijd bijgebleven en nog altijd bied ik een mug mijn excuses aan nadat ik hem heb doodgeslagen opdat ik eindelijk eens zou kunnen slapen, hoewel ook een stemmetje in me zegt dat het stomme dier er zelf om gevraagd heeft. Een hond die aan mijn broekspijp hangt geef ik het liefst een rotschop, maar dat is allemaal zelfverdediging.

Vlees eten is geen zelfverdediging, maar wat is het dan wel? Wat maakt het dat we zo inefficiënt werken door eerst dieren met maïs te voeden en dan die dieren op te eten in plaats van onszelf met dat maïs te voeden? Wat maakt vlees zo aantrekkelijk? Ik kan moeilijk tot een andere conclusie komen dan dat de meeste mensen bloeddorstige dieren zijn en het kennelijk verdommen om elkaar op te eten, wat veel eerlijker zou zijn, en beter voor het milieu en tegen de overbevolking. Maar ja, zoiets doe je niet, want wij mensen staan nu eenmaal veel hoger op de evolutionaire ladder dan dieren, hoewel sommige kannibalen gezegd hebben dat het juist dat was wat de mens tot een delicatesse maakte. Zo wordt de mens gekenmerkt door bloeddorst, Nietzsches Wille zur Macht, maar wat de mens echt tot mens maakt is dat hij daarvan af kan zien, de natuur niet meer als zijn vijand ziet. Mijn Wijze Tante heeft honderd jaar vegetarisch geleefd, dus vertel me niet dat het eten van vlees zo noodzakelijk is voor een goede gezondheid. Dat wordt ons allemaal aangepraat door de bio-industrie, en als er dan af en toe een stal afbrandt met enkele tienduizenden varkens erin, tja, dat hoort er nu eenmaal bij, en we gaan over tot de orde van de dag.

Als ik het voor het zeggen had – ja ook ik heb wel eens van die dromen – zouden vleeseters verplicht moeten worden excursies naar stallen te maken, tijdens veetransporten tussen de dieren mee te rijden, en natuurlijk de slachterij moeten bezoeken. En bij dit alles de dieren in de ogen kijken. Wat mij betreft kunnen er niet genoeg filmpjes op internet komen over het leed dat dieren wordt aangedaan om onnodige en irrationele behoeften te bevredigen. Niet dat dieren allemaal zo heilig en lief zijn, zoals katten die vogels verscheuren als zinloze hobby. Maar tot onmenselijke praktijken als onze ondierlijke bio-industrie zijn ze niet in staat. Misschien dat we ooit nog ontdekken dat ook planten bewustzijn hebben en gaat het sommigen moeite kosten om gewassen te eten. Maar we kunnen nu eenmaal niet overleven door iets van de natuur te verorberen. Spreek dan voor je bescheiden maaltijd een excuserend dankgebed uit, wat alleen kan als je echt houdt van wat je eet.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De verdwijndrift

Date 3 februari 2017

Soms zit ik helemaal niets te doen. Zoals nu. Zoals tot een minuut geleden bedoel ik, want nu zit ik alweer met mijn tablet op schoot te schrijven. Met de voordeur links van me, de schuurdeur rechts van me en een bergruimte boven me. Ik kijk uit op de straat waar af en toe rustig een auto rijdt, terwijl er soms een fietser voorbijkomt op het fietspad rechts van me, van achter de schuur. Wat geruis van de A27 ergens in de verte. Kwetterende vogels. Soms een kat die me beleefd negeert als hij langskomt, en nog somser een eekhoorn. Misschien is dat wel mijn voornaamste argument om te roken, als excuus om gewoon even niets te doen. Wat voor me uit te kijken. Het enige voor- en nadeel is dat mijn gedachten dan op hol slaan. Over wat Schopenhauer en Nietzsche van liefde en vriendschap vinden. Over een bestemmingsplan waarvan ik nog wat regels wil nalezen. Over een mailtje van de accountant die iets vraagt wat ik hem volgens mij al gegeven heb. Over PostNL die zijn tarieven weer eens flink verhoogd heeft. Free-floating thoughts, rondfladderende gedachten, zonder concentratie.

Over de doodsdrift van Freud, thanatos. Die volgens mij echt bestaat, hoewel ik hem liever verdwijndrift zou willen noemen. De behoefte om er gewoon even niet te zijn. Zoals de behoefte aan slaap, die toch iedereen moet kennen. Even niet denken, van de wereld zijn. Even niets te hoeven en te moeten, een korte vakantie in je eigen hoofd. Dat moet iedereen toch herkennen, zeker als je inbox meteen weer volloopt als je blij bent dat hij eindelijk weer eens helemaal leeg is. De beste manier om in slaap te komen is die mentale inbox in je hoofd, al dat gecommuniceer even te laten voor wat het is. Niet door er niet naar te luisteren, maar door de achterliggende stilte meer aandacht te geven. Aandacht voor wat Osho vaak noemt ‘the gap between the words’. Je kan niet in de wereld zijn als je er niet af en toe even uitstapt. Dan zou je helemaal doldraaien. Ook dat zou toch iedereen moeten herkennen? Nou nee, want ik vrees dat de meeste mensen wel degelijk aan het doldraaien zijn door niet af en toe even te genieten van een poosje niets. Op de vlucht zijn voor dat niets dat juist zo heerlijk kan zijn, als het liggen in een strandstoel zonder meteen weer een boek of telefoon te pakken.

Ik denk dat dit bedoeld wordt met het zijn in het helende hier en nu. Ik ben blij dat ik dat ken en verwonder mij om het treurniswekkende voortdurend met iets bezig zijn dat velen zo kenmerkt. Maar misschien is dat hun wijze om te verdwijnen, door ergens helemaal in op te gaan. Hoewel ik vaak het gevoel heb dat ze op de vlucht zijn, juist omdat ze niet stil kunnen zitten en zijn. Als er een test zou zijn om spiritualiteit te meten zou dat een zwaarwegende factor zijn: zit je wel eens stil te zijn, gewoon niets te doen? Kan je je mond houden, hoef je de leegte om je heen niet meteen te vullen met achtergrondmuziek? En niet meteen overal een blog over te schrijven, te facebooken, instagrammen of te twitteren? Of heb je allemaal hulpmiddelen nodig, zoals alcohol en drugs, om jezelf even op een laag pitje te zetten? Kan je jezelf en de belangrijkheid daarvan vergeten? Zo is elke verslaving uiteindelijk een spirituele behoefte aan het opheffen van jezelf. Ik ben er even niet.

Geen wonder dat in een hectische wereld als de onze zoveel verslavingen zijn. Dat wanneer doen belangrijker is dan zijn mensen toch altijd middelen vinden om te ontsnappen naar een andere wereld, en dat mag je van mij best doodsdrift noemen. Geen wonder dat seks en drugs steeds extremer worden, dat mensen steeds sterkere sensaties nodig hebben, want levensdrift kan niet zonder doodsdrift die je trouwens beter stervensdrift of verdwijndrift zou kunnen noemen. Ook ik voel die behoeften steeds sterker worden. Want niet alleen leef ook ik in een steeds hectischer wereld waarin je geacht wordt om nooit tevreden te zijn met wat je hebt, ook komt met mijn ouder worden het sterven steeds dichterbij en merk ik hoe belangrijk het is om te leren sterven. Als laatste uitdaging, als laatste experiment. Want sterven is, zoals Osho eens heeft gezegd, de culminatie van het leven. Leren verdwijnen, loslaten. Niet reïncarneren of in een alternatieve wereld zoals een hemel of een parallel universum belanden, want dan begint alles weer van voren af aan, moet je opnieuw de tafel van zeven leren, je veters leren strikken en een hersenschudding oplopen omdat je te wild fietst. Dat schiet niet op.

Het enige dat ik wens is bewustzijn waarin ik meemaak dat ik eigenlijk alles ben. Waarin alle dualiteit is opgeheven omdat ik besta als sprankelend en scherp bewustzijn, en niet besta als dat vermoeiende en vechtende ik. In het Tibetaanse Dodenboek wordt geleerd om alle identificaties los te laten, zodat alleen maar overblijft wat je eigenlijk bent: bewustzijn. Misschien is dit alles te veel gevraagd en te hoog gegrepen, maar ik zal toch ergens moeten beginnen?

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

70 jaar!

Date 30 januari 2017

70 jaar! Dat lijkt oud, maar het voelt zo jong! Is het dan toch waar dat het ware leven pas laat in je leven begint, dat veel soortgelijke beweringen geen troost- of wensdroom zijn maar gewoon realiteit? Dat het ouder worden na de helft van je leven gevolgd wordt door een jonger worden zodat je uiteindelijk als baby weer in de baarmoeder van het universum verdwijnt? Als de ervaring belangrijker is dan de realiteit zit er zeker een kern van waarheid in. Misschien niet lichamelijk, maar wel psychologisch, mentaal, geestelijk, spiritueel of hoe je datgene zou willen noemen waar het lichaam uiteindelijk een neerslag van is. En nu ben ik bezig met de terugtocht en elk lustrum daarvan is weer een mijlpaal. En nu was het ook nog Nieuwe Maan, een ideaal moment om thuis te komen in mijn watermanzelf.

Gebakjes bij de koffie op bed. Vriend had er vlaggetjes in gezet. Van hem drie mooie boeken. Van filosoof Jan Drost, die ik kende van zijn boek Denken helpt, het doorwrochte Het romantisch misverstand om mijn ideeën over romantiek wat bij te slijpen. Van Daan Dekker De betonnen droom over de geschiedenis van de Bijlmer die bij mij veel sentimenten oproept. En last but not least van Japke-d. Bouma, die we kennen van haar kostelijke columns in nrc.next, Uitrollen is het nieuwe doorpakken over het gebruik van jeukwoorden waarmee ik vooral in bestuurlijke en ambtelijke kringen veel word geconfronteerd. In de loop van de dag kwamen er ook veel felicitaties via sms, Facebook en e-mail binnen, met Robbie als eerste. Heel bijzonder dat je zoveel vrienden hebt die je nog nooit in real life bent tegengekomen!

Net als vijf jaar geleden heb ik een zaaltje gehuurd in het Blaricumse Bellevue. Dat was inclusief Berend die de koffie met gebak en drankjes en hapjes verzorgde. Twintig vrienden waren er, waarvan sommigen zelfs de ontberingen van het openbaar vervoer voor lief hadden genomen. Ik hield een toespraakje naar aanleiding van het boekje Ik kom in opstand dus wij zijn van Eva Rovers dat ik in mijn vorige weblog besprak. En ook nu weer mooie cadeautjes. Gelukkig had ik dit jaar wél een ‘wishlist’. Nog ontbrekende delen van Het transgalactisch liftershandboek. Enkele seizoenen van Breaking Bad. Ook kreeg ik Robert Mulders fotoboek Groeten uit Amsterdam. En van Sjoerd – ik noem hem bij naam omdat hij mijn ‘oudste’ vriend is want ik ken hem sinds kort vijftig jaar – het boek Waar verzet jij je tegen? waarin 101 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op deze vraag van Anton Corbijn. Voorlopig dus nog genoeg te lezen en te kijken, terwijl ik ook nog flessen wijn kreeg, een potje mango chutney, en geld en cadeaubonnen.

Ik vond het wel wat eng om vrienden uit te nodigen die elkaar soms nauwelijks of niet kenden, maar gelukkig verveelde niemand zich. Iemand zei: ‘We zijn allemaal een stukje van jou,’ en wellicht was het daarom dat het een leuke en klassiek gezellige avond was, ondanks of dankzij het hoofdthema ‘opstand’ of ‘verzet’. Wat eigenlijk best past bij een jaren zestig-freak zoals ik. Een mooie dag, waarna ik me voor het slapen gaan gewoon gelukkig voelde. Wat heb ik een mooie vrienden – dat is de échte rijkdom! Dank jullie wel allemaal!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Ik kom in opstand

Date 26 januari 2017

In de filosofische reeks Nieuw Licht verscheen onlangs Ik kom in opstand, dus wij zijn van Eva Rovers. Na een bespreking ervan in nrc.next lag het boekje binnen enkele dagen in mijn brievenbus. Want ik herkende opzettend veel van wat hier allemaal kort en bondig verteld werd over verzet, en waarom daar ondanks sociale media zo weinig van terechtkomt. De auteur baseert zich op het essay Ik kom in opstand uit 1951 van Nobelprijswinnaar Albert Camus, een filosoof, journalist en schrijver van wie ik niet veel meer wist dan dat hij bestaan heeft. De mens leeft in een absurde en zinloze wereld, en is het enige schepsel dat weigert te zijn wat het is – sterfelijk – en daartegen in opstand komt. Echter niet door ideologische of religieuze idealen na te streven, want uiteindelijk perverteren deze tot machtsblokken die de mens in slaap moeten houden, zoals met het communisme en het christendom is gebeurd. Nee, tegenover vormen van fysieke en mentale zelfmoord, is volgens Camus de ware opstand de absurditeit onder ogen zien.

In mijn eigen woorden: het getuigt juist van moed om te accepteren dat de dingen nu eenmaal zijn wat ze zijn: absurd, zonder betekenis, zinloos. En ik zou eraan willen toevoegen: pas dán komt de ware opstand tot leven, niet geleid door oordelen maar door spontane intuïtie, het hart dat beter voelt en weet wat nodig is dan het verstand. De mens komt dan tot wat Camus het ‘klaarlichte denken’ noemt, ‘dat vrij is van verstarde kaders en door religie of ideologie voorgeschotelde illusies.’ De mens in opstand, schrijft Rovers, ‘beseft bovendien dat hij niet de enige is die worstelt met de absurditeit, maar dat hij deze deelt met ieder ander mens. Daarom komt hij niet alleen voor zichzelf in opstand, maar ook voor anderen.’ Dan wordt verbondenheid mogelijk, en juist het gebrek daaraan heeft veel revoluties met behulp van digitale media, zoals de Arabische Lente en Occupy, doen stranden. Een groot netwerk is nog geen hecht netwerk, en verbondenheid kan alleen maar ontstaan als het doel zowel individueel als collectief is.

Onder de kop Pronken met de veren van de onschuld rekent Rovers vlijmscherp af met het alom gepropageerde idee dat het neoliberalisme, zoals dat vooral sinds de val van de Muur de westerse wereld domineert, géén ideologie zou zijn. ‘De ideologie van tegenwoordig heeft alleen een ander gezicht. Of beter gezegd: zij heeft geen gezicht. De huidige ideologie ligt als een onzichtbare deken over het dagelijks leven.’ Want de vrije markt, verheerlijkt als een soort mechanische natuurwet, bestaat helemaal niet zolang er gunstige belastingmaatregelen, uitzonderingen op milieuwetgeving en andere voordeeltjes te behalen zijn, en betekent uiteindelijk ‘vrijgesteld zijn van democratie.’ Geciteerd wordt Goebbels beroemde uitspraak: ‘Het geheim van propaganda is mensen zodanig doordringen van de gewenste ideeën, dat zij niet beseffen dat zij er überhaupt van doordrongen zijn.’ Zo vinden we het vanzelfsprekend dat de economie moet groeien, toenemende consumptie goed voor ons is, dat rendement ons hoogste goed is en dat alles meetbaar moet zijn. Om maar niet wakker te worden uit onze roes en de absurditeit onder ogen te zien.

Heel mooi vind ik wat Rovers over kunst schrijft. Kunst is volgens Camus de ‘opstand in zijn meest zuivere vorm: de kunstenaar wijst de wereld zoals die is af, hij neemt geen genoegen met de onbevattelijkheid van het leven en schept daarom een alternatief voor de werkelijkheid (…) vertelt geen afgerond verhaal, verdeelt de wereld niet in goed en kwaad. Hij wil geen moreel oordeel vellen, net zomin als hij uitsluitend vermaak wil bieden. Zijn kunst onderzoekt, werpt vragen op, schuurt en kan buitengewoon ongemakkelijk zijn omdat zij toont wat we liever niet zien: onzekerheid over de betekenis van het leven, twijfel in plaats van overtuiging en de afgrond in onszelf (…) De opstandige kunstenaar wil die angsten onderzoeken, want alleen door ze te ervaren kan hij ze bedwingen.’ Kunst is daarom geen vlucht uit de werkelijkheid maar een confrontatie ermee. In mijn eigen woorden: kunst is zowel realistisch als surrealistisch. Kunst kan per definitie nooit correct zijn, en dat wordt niet altijd gewaardeerd. Zelfs een gerenommeerd kunstfestival als de Groningse Noorderzon ging de mist in door Toys in the Attic te verwijderen.

Ik kom in opstand. Mijn woorden en schrijfsels zijn mijn barricaden. Ik hou van dromen, sciencefiction, fantasie en sprookjes. En van Second Life – wat zou Camus van deze herschapen wereld gevonden hebben?

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

50 jaar Bijlmermeer

Date 15 januari 2017

Onlangs bestond de Bijlmermeer 50 jaar. Daarvan heb ik een dikke 13 jaar als bewoner meegemaakt. Op 20 november 1973 betrok ik met Pim een mooie flat in Eeftink dat net opgeleverd was. En als ik ‘mooie flat’ zeg bedoel ik ook echt een mooie flat. Vier kamers op een oppervlak van een kleine honderd vierkante meter, omringd door jong groen, in degelijk beton en goed geïsoleerd. Er was wat mij betreft echt helemaal niks mis mee. Met de hele Bijlmer was voor mij helemaal niks mis. Een ideale woonwijk. Verkeer op de dreven, wandelen, fietsen en recreatie op het maaiveld. Het waren grote betonkolossen die als honingraten in grote zeshoeken aan elkaar waren geschakeld, met in hun midden ruim groen waar zo’n 600 woningen op uitkeken. Grootschalig massief beton maar tegelijk veel ruimte, licht en lucht. Na vier jaar kwam de eerste metro zodat je snel in de stad was, en ’s nachts waren er de nachtbussen. De eerste jaren heb ik me er nooit onveilig gevoeld. Een voor de vakantie volgepakte auto kon je rustig ’s nachts in de parkeergarage achterlaten. In winkelcentrum Ganzenhoef waren veel winkels waaronder twee supermarkten en de vermaarde bakkerij Jongejans, Al snel was ik betrokken bij een stichting die de collectieve ruimtes exploiteerde. En was ik vaak te vinden in de kroeg, want nachtbraken was, voor zover ik dat met mijn reguliere baan bij de Amrobank kon combineren, wel een hobby van me. Vriendjes, seks, ruzies en huilpartijen, feestjes, drank en muziek, het hoorde er allemaal bij. Niks mis met de Bijlmer dus.

Tot de onafhankelijkheid van Suriname in 1975, die grote gevolgen had voor de bevolkingssamenstelling van de wijk. Langzaam maar zeker stegen on-Hollandse geurtjes op uit de keukenramen als je over de galerijen liep. Die vond ik niet lekker, wat volgens mij niets met discriminatie te maken heeft maar gewoon met mijn biologie. Het getal zeven nestelde zich in mijn hoofd, als het percentage van cultuurvreemdheid dat een samenleving maximaal kan verdragen. Gecombineerd met werkloosheid werd de sfeer in de Bijlmer er niet beter op. Het nabijgelegen Gliphoeve werd berucht om zijn criminaliteit, en zo heeft een klein deel van de Surinamers het verpest voor iedereen. De jongens die hun muziek keihard op de galerij en de metrostations lieten spelen, types waarbij je bepaald niet het gevoel hebt dat het veilig is hen op hun gedrag aan te spreken. Asociaal gedrag en al dan niet zich rond drugs afspelende criminaliteit maakten de sfeer er niet vrolijker op. In de eerste jaren dat ik er woonde wandelde ik rustig in het donker rond, maar als snel werd dat oppassen geblazen en werd het ook enger om door de binnenstraten te wandelen. Men dacht de sfeer te verbeteren door flats een nieuw kleurtje te geven en Gliphoeve Geldershoofd te gaan noemen, maar dat werkte niet echt. Zelfs het verlagen van de huren en alles onder één woningcorporatie te brengen mocht niet baten. Maar ook de media deden hun best om het imago van de Bijlmer te verslechteren, zoals de gevangenis die helemaal niet in de Bijlmer stond ‘Bijlmerbajes’ te gaan noemen.

Uiteindelijk kwam het erop neer dat men het afbreken en opnieuw opbouwen van de Bijlmer prefereerde boven handhaving. Alsof dat goedkoper was. Maar handhaving is tot vandaag de dag niet echt een prioriteit van de politie. Ook tegenwoordig wordt het niet kunnen handhaven vaak aangevoerd als argument om regels niet in te voeren of te versoepelen, terwijl het volgens mij om een niet willen handhaven gaat. De Bijlmerramp in 1992 is wellicht ook een stimulans geweest om de wijk af te breken. Zo zijn veel plekken waar je leuke dingen hebt meegemaakt gewoon verdwenen. Moest ik Vriend tijdens een wandeling in de lucht wijzen naar de plek waar ik ooit door een vriendje lekker van achteren genomen was. Herinneringen die in de lucht hangen, net als de flat waarin ik woonde, waarvan ik de muren nog dankbaar had gekust toen ik naar Buitenveldert verhuisde. Eeftink 305, waar ik de zelfgemaakte wit geverfde boekenkasten tegen de muren schroefde om de vloer ruimer te laten ogen. Waar ik veel piano speelde totdat mijn benedenburen me plaagden door steeds mijn telefoon te laten rinkelen zodra ik weer aan de slag ging – dat schijnt humor te zijn. Waar ik een biels naar binnen sleepte om er een mooi martelpaaltje van te maken dat helaas weinig gebruikt is. Waar ik een blauwe maandag met Cor heb samengewoond, terwijl we ook na die tijd van elkaar zijn blijven houden. Maar tegelijk woonde ik in een verloederende wijk waar ik me halverwege de jaren tachtig niet meer thuis voelde. Het blijft voor mij een gotspe dat men dit prachtige project het heeft laten verliezen van de criminaliteit. Want er was niks mis met de Bijlmer, integendeel. Het was een prachtwijk.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

In de overgang

Date 6 januari 2017

Onder de titel ‘Er is alleen maar toon, geen debat’ sloot Bas Heijne het jaar af met een indringend essay in nrc.next waarin hij betoogt dat het debat weer heroverd moet worden op geschreeuw en gespin in de politiek. En terecht, want steeds meer mensen geven minder om feiten, en zelfs als vrijwel alle wetenschappers het over iets eens zijn weten grote massa’s het beter. Zoals Trump beter dan wie ook weet dat de klimaatverandering niet door de mens is veroorzaakt, zodat hij rustig verder kan gaan met stoken van kolen. Het lijkt een strijd tussen domheid en intelligentie waarbij de minder begaafden zich niet gehoord voelen en daarom boos zijn. Wellicht willen ze niet alleen het debat niet aangaan, maar kunnen ze dat ook niet. En natuurlijk is er altijd wel ergens een artikel op het internet te vinden waaruit zij hun gelijk putten. Dat is de intelligentsia te verwijten zolang zij niet in staat is om lager opgeleiden te overtuigen en hun frustraties en boosheid serieus te nemen om zo weer hun vertrouwen terug te winnen. Het idee van gelijkheid schuurt met het feit dat qua intelligentie mensen nu eenmaal verschillen en velen beter met hun handen en gevoelens aan de slag kunnen gaan in plaats van te gaan denken. Zoals de markies De Canteclaer in De Labberdaan stelt: ‘Als het janhagel gaat denken komt het tot de meest stuitende resultaten.’ Dat zien we nu gebeuren.

Maar omdat de samenleving steeds minder werkgelegenheid voor laag opgeleiden biedt, zitten die in het nauw, zodat de enige oplossing lijkt juist deze slachtoffers van robotisering en automatisering de vruchten van de technologische ontwikkelingen te laten plukken. Als er iets een niet meer te realiseren droom is, dan is dat wel de volledige werkgelegenheid, zodat juist voor de lager opgeleiden een gratis basisinkomen het meest voor de hand ligt. En was dat niet het oorspronkelijke doel van robotisering en automatisering? Dat we verlost zouden worden van werk en arbeid en we veel meer zouden gaan doen waar we echt voldoening in vinden? Gelukkig begint het steeds meer mensen, niet alleen aan de linkerkant maar ook aan de rechterkant van het politieke spectrum, te dagen dat we zo’n basisinkomen een kans moeten geven door ermee te gaan experimenteren. Je kunt domme mensen – en ik bedoel dit niet denigrerend – nu eenmaal niet kwalijk nemen dat ze dom zijn, net zoals je pubers niet kan verwijten dat hun denken zich niet echt op de lange termijn richt, en zoals je kinderen niet kwalijk kan nemen dat ze geen vierkantsvergelijkingen kunnen oplossen. Er zijn nu eenmaal lichaamsmensen, gevoelsmensen en denkmensen en die hebben allemaal recht op een eigen plek in de samenleving. Laat voetballers voetballen, kunstenaars kunst maken en denkers hun hersenen gebruiken, debatteren en problemen oplossen.

Daar is de politiek nog niet rijp voor, getuige het feit dat in een democratie iedereen evenveel stemrecht heeft, dus geacht wordt evenveel verstand te hebben van complexe ontwikkelingen. Een arts moet gestudeerd hebben voordat hij in mensen gaat wroeten, een automobilist moet een rijbewijs hebben voordat hij de weg op mag, maar mensen mogen wel zonder stembewijs het stemhokje in. Je hoeft helemaal geen verstand te hebben van hoe de maatschappij en politiek in elkaar zitten om toch invloed te hebben. Politiek is het enige vak waarvoor geen opleiding is vereist, en dat is te merken ook. Zo is bij ons de halve wijk tegen het aanleggen van een vrije busbaan, maar heeft bij provinciale verkiezingen juist gestemd op degene die dat wil doordrukken. Ik vond dat heel frustrerend te zien bij het tellen van de stemmen, want waar doe je het dan nog voor? Iets soortgelijks zou je ook moeten eisen als mensen een politieke partij beginnen, want alles wat vanuit de onderbuik oprispt komen we straks bij de Tweede Kamerverkiezingen – ik schreef bijna ‘Tweede Kamerverziekingen’ – op veel te lange onhanteerbare stembiljetten tegen. En wij straks maar weer sorteren en tellen. Ik moet toegeven dat het vereisen van zo’n stembewijs voor velen een brug te ver zal zijn omdat het de democratische beginselen zou aantasten. Maar als je er zo over denkt moet je het ook gerechtvaardigd vinden dat mensen zonder rijbewijs in een auto mogen stappen.

Bas Heijne ziet de groeiende polarisatie in de samenleving als een ideologisch conflict: ‘universalisme tegenover nationalisme, gelijkheidsdenken tegenover groepsdenken, het streven naar gezamenlijkheid tegenover identitaire eigenheid.’ Iets verderop spreekt bij van de tegenstelling tussen de Verlichting en de Contraverlichting: ‘Richten we onze samenleving in naar de idealen van de Verlichting, waarbij gelijkheid of individuele vrijheid vooropstaat en waarin de verbondenheid van een individu met alle mensen ongeacht afkomst, kleur, en wat dan ook wordt onderstreept? Of vallen we terug op de verhalen van eigenheid die de zogeheten Contraverlichting ons voorhoudt, waarbij de nadruk op eigenheid wordt gelegd – culturele, historische en culturele eigenheid?’ Hier lijken de hoog opgeleiden aan de kant van de Verlichting te staan, en de laag opgeleiden aan die van de Contraverlichting die als reactie op de rationele Verlichting gekenmerkt wordt door romantiek en conservatisme. Als je er zo naar kijkt lijkt het bijna astrologie omdat je er de weerstand tegen de komst van het Watermantijdperk in kunt herkennen. De romantiek van het verdwijnende tijdperk van de Vissen, zwelgend van gevoel voor eigenheid en kleinschaligheid, die plaats moet maken voor de rationele Aquarius die alles graag op wereldschaal aanpakt en niets wil weten van burgerlijke kleine gevoelens. Stad tegenover dorp, grootschaligheid tegenover kleinschaligheid, verstand tegenover gevoel, hoog opgeleid tegenover laag opgeleid – het lijkt allemaal samen te hangen.

Als romanticus voel ik me met het ene been in het Vissentijdperk staan en ben ik een conservatieve aanhanger van de Contraverlichting die niks wil weten van de megalomanie die de eigenheid van zijn eigen dorp dreigt te overspoelen, en die in opstand komt als het verstand het gevoel gaat overvleugelen. Maar met het andere been sta ik in het Watermantijdperk, gelovend in de zegeningen die techniek zoals het internet kunnen brengen, in een wereld waarin alle mensen wereldburgers zijn, en in de vrijheid, gelijkheid en broederschap die Aquarius belooft. Zo leven de liberaal en de conservatief allebei in mij, ben ik in de overgang. En niet alleen ik, maar de hele westerse samenleving.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Kerstnacht

Date 24 december 2016

Robbie nam me gisteravond mee naar het Oval Theatre, waar vlak voor het podium nog stoelen vrij waren. Het was te lang geleden dat we samen naar een theatervoorstelling waren geweest en we vonden het zo’n leuk idee dat we niet op het programma hebben gelet. Maar zodra het doek openging wist ik het. Een kerstshow! O help! Met van die uitbundige glitterdecors en kleurige nichtenkitsch! Ik wilde Robbie niet kwetsen, dus zei er maar niks van. Besloot om, nu ik hier toch zat, het een en ander maar over me heen te laten komen. O Holy Night doet me zweven in hemelse sferen die uitpuilen van onaardse schoonheid, waarheid en goedheid. Er valt langzame sneeuw over het toneel maar geen van de zangers heeft last van de kou. Silent Night, dat onsterfelijke lied dat in 1818 door Franz Grüber getoonzet is. Wat heb ik toch tegen dat van mierzoete romantiek druipende lied dat allemaal valse gevoelens van geborgenheid en vrede in je doet opwellen? Kerst als een feest van warmte die je elkaar nooit genoeg kunt toewensen en geven? Vergeet de oorlog, Nice en Berlijn in een intiem vredig samenzijn? Maar hoe kan dat in een wereld die schudt op zijn grondvesten?

Geleidelijk zink ik wat weg in mijn weerstand en twijfels. Wat is toch die weerstand van mij tegen deze hypnose van profetische visioenen? It’s the most wonderful time of the year wordt gezongen. Dansers huppelen en maken salto’s over de bühne, maar ik háát de decembermaand met al zijn hypocriete verplichtingen en kunstmatig samenzijn. Wat moet ik met al die sentimentele oppervlakkigheid? In Last Christmas gaat het alleen maar over dikke truien, warme sjaals, sneeuwballen gooien en gezelligheid, terwijl het toch eigenlijk over Jezus zou moeten gaan? Niet eens over Christus, want die is pas een dikke dertig jaar later tijdens zijn doop geboren, zodat kerstmis eigenlijk jezusmis zou moeten heten. Maar laten we het gezellig houden. Electronic Santa is een grappige afwisseling tussen alle snoezige kerstliederen, en geleidelijk begin ik me een beetje thuis te voelen in deze voorstelling, vooral omdat alles zo ontzettend mooi en knap is gearrangeerd en vormgegeven. De liefde waarmee dit alles in elkaar is gezet ontroert me. ‘Beetje koude rillingen,’ fluister ik Robbie toe, die met een ‘Ja hè?’ mijn gevoelens deelt.

Ik smelt, laat de koestering en de geborgenheid over me heen komen. Heb nog net geen tranen in mijn ogen. Is juist die geborgenheid het geheim van kerstmis? Dat ik mij ondanks alle bedreigingen, geweld en ellende in de wereld toch veilig durf te voelen, me durf over te geven aan een basisvertrouwen dat wellicht alleen in de heilige donkerte en stilte van een kerstnacht te vinden is? Een diep weten dat alles goed is zoals het is, dat er uiteindelijk niets anders dan verstilde vrede bestaat in de diepe kosmos, en dat al het andere illusie is? Dat oorlog en pijn alleen maar blijven bestaan zolang we erin geloven? Wat gebeurt er met me? Een Feliz Navidad wordt me toegewenst. Het is feest! Er wordt geschaatst over het toneel, applaus dendert door de zaal. Het kerstfeest gaat niet zozeer om de geboorte van iemand tweeduizend jaar geleden, maar om de geboorte van jezelf, het ontdekken van je eigen licht in de koude duisternis. Dan verlang je niet meer naar cadeautjes in de kerstboom, maar hooguit naar iemand om dit alles mee te delen, want All I want for Christmas is you.

Temidden van de woelige wereld daalt geluk op ons neer. Dat trekt zich niets aan van ellende en leed, en blijft als zegenende witte bloemen over ons regenen. Voor geluk is durf nodig, de lef om dit te ontvangen. Echte moed toont zich niet in strijd maar in overgave. So this is Christmas. Nog onder de indruk wandelen we na afloop het theater uit, de trappen af, de sneeuw in. Ik heb iets moois meegekregen dat me diep in mijn hart blij maakt. We geven elkaar afscheidskusjes. Dank je wel voor deze mooie avond, Robbie!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Dodendag

Date 11 december 2016

Het lijkt vandaag wel dodendag! Zes van de negen nieuwsberichten waarmee nu.nl vanmorgen opende gingen over de dood. Dodental aanslagen Istanbul loopt op tot 38. Zeker twintig doden bij aanslag in Caïro. Dodental door instorten kerk Nigeria stijgt naar 160. Doden bij bomexplosies in Somalische hoofdstad Mogadishu. A9 bij Amsterdam zondagochtend nog dicht na dodelijk ongeval. Tientallen doden door ongeluk met tankwagen op snelweg Kenia. De dood druipt als bloed over onze beeldschermen, bloed dat kruipt waar het heel goed gaan kan want hier in het Westen is de dood een diepe obsessie waarvoor we vrijwel continu op de vlucht zijn. In onze eigen wereld vermijden wij die als de pest, maar als die zich ergens buiten ons directe gezichtsveld ophoudt genieten we er graag van. Want als dat niet zo was dropen de media niet over van moord en doodslag, oorlogen en ongelukken, terrorisme en aanslagen, hongersnoden en ziektes. Met ons voortdurende bezigzijn werpen we de dood verre van ons en zolang die ver buiten onze persoonlijke grenzen waart voelen we ons veilig. Een schijnveiligheid, want de dood laat zich niet kisten en zal hoe dan ook in ons eigen leven toeslaan. Van leven ga je nu eenmaal dood.

Misschien is het wel goed dat de dood ons vanuit de media een beetje sadistisch blijft toegrijnzen. Hij is er nog! De dood is nog niet dood! Juist dat waar we bang voor zijn krijgen we aangereikt op een presenteerblaadje, dat we tegelijk zo snel mogelijk met het erbij horende leven uit het raam gooien. Immers de dood mag niet levend en al uit ons beeldscherm springen en in onze eigen huis- en slaapkamers belanden. Het gaat goed met onszelf en slecht met de wereld, en zo moet het ook blijven. Dood is iets voor anderen, en de media bevestigen dat. Echt leven is leren sterven, heb ik ooit ergens gelezen. Of zelf bedacht. Maar we blijven voortdurend voor het leven kiezen zonder de andere kant van de munt, de dood, op waarde te schatten. Dat is net zoiets als altijd wakker willen zijn en jezelf geen slaap gunnen. Velen zijn er dan ook trots op dat ze weinig slaap menen nodig te hebben, harde werkers te zijn, terwijl juist dit steeds maar bezig blijven in onze 24/7-samenleving de moeder van alle verslavingen is. We vermijden de stilte en rust en zijn dol op elke afleiding opdat we ons niet in onszelf hoeven te keren waar de dood geduldig op ons wacht.

Freud sprak niet alleen over eros, maar ook over thanatos als de doodsdrift die als een miskend verlangen diep in ons bewustzijn huist. Enerzijds is doodgaan taboe, zoals blijkt met alle moeizame discussies over euthanasie. Maar anderzijds genieten we ervan, dagen we haar uit, scheuren we op het scherp van de snede over snelwegen, bedrijven we levensgevaarlijke sporten en willen we al onze angsten overwinnen, willen we onbegaanbare bergen bedwingen. Dat is echter geen acceptatie van de dood maar het bevechten ervan. Daarmee komt thanatos wel een beetje in ons bewustzijn, maar dan wel als vijand terwijl ze evengoed onze vriend wil zijn en dat ook is. Net zoals de slaap dat is na een dag van intens leven. In het oneindige bestek van de kosmische tijd en ruimte is ons leven niet meer dan een flits van een microscopisch klein deeltje. We leven veel langer niet dan wel, en hebben in ons bruisende leven ook een vage herinnering aan en verlangen naar er gewoon niet te zijn. ‘Dan alleen is leven leven als het tot de dood ontroert,’ dichtte Boutens. Het ware leven is sterven, en wellicht is sterven pas het ware leven, de culminatie ervan zoals ik Osho eens heb horen zeggen. Zodat we daar ook niet zo moeilijk over hoeven te doen.

Te zijn én niet te zijn is het antwoord, dan smelten leven en dood samen. Ja, ik ben nog steeds een romanticus. Nu alleen nog de praktijk. Niet dat ik nu meteen dood wil, maar wel dat ik hoop mijn sterven bewust mee te zullen maken, bewust opgaand in het al.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Gemeentelijke mededelingen

Date 10 december 2016

Vanmorgen verschenen ze weer allemaal in mijn telefoon. De gemeentelijke mededelingen. Daarop kun je je abonneren, zodat je automatisch op de hoogte blijft van alle aangevraagde en verleende vergunningen. Op zich heel positief dat dit kan. Die vergunningen gaan over zaken als het bouwen van woningen, bruggen en bedrijfspanden, het plaatsen van dakkapellen, poorten en uitritten, het organiseren van evenementen, het toekennen van standplaatsen en – last but not least – het kappen van bomen. Die worden niet meer in een lokale krant of het dorpsblad gepubliceerd en dat is heel, heel jammer. Want je hoefde het blad maar open te slaan en je zag in een oogopslag wat er allemaal gewenst en toegestaan was, keurig gegroepeerd naar type vergunning. Sinds een paar jaar zijn echter alle vergunningen die betrekking hebben op de openbare ruimte bij elkaar geharkt onder de naam ‘omgevingsvergunning’ en zoals dat nu ‘naar de bewoners toe gecommuniceerd’ wordt maakt een en ander niet transparanter en toegankelijker. Een voorbeeld met een fictief adres.

Vette onderstreepte kop: ‘Aangevraagde omgevingsvergunning Gebint 3 Blaricum’. Dat maakt mij nieuwsgierig. Wil men bomen kappen of gaat het over iets anders?
Tweede regel, nu niet vet en onderstreept: ‘Aangevraagde omgevingsvergunning Gebint 3 Blaricum’. Dat stond er ook al boven, maar kennelijk moet dat nog even benadrukt worden.
Derde regel, in kleur: ‘Berichttype: omgevingsvergunning’. Nogmaals wordt mij op het hart gedrukt dat het over iets in de openbare ruimte gaat.
Vierde regel: ‘Uitgever: Gemeente Blaricum’. Ja, ik ben kennelijk niet in Bunschoten beland, dus alles lijkt nog goed te werken.
Vijfde regel: ‘Locatie: Blaricum, Gebint’. Zeker weten!
En dan gebeurt er een wonder!
Zesde regel: ‘Publicatiedatum 2016-12-09’. Iets nieuws dat nog niet gezegd is! Maar wat voor vergunning is nu aangevraagd op 12 september of 9 december?
Zevende regel, onderstreept: ‘https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016- (…)’ een link waarop ik kan klikken. Ik kon trouwens ook op de vet weergegeven kop klikken om bij hetzelfde uit te komen. Ik klik en wow! Dan zie ik waar de vergunning over gaat!

Elke zaterdagmorgen, net als ik denk dat een rustig weekend begonnen is maar de overheid kennelijk nog hard aan het werk is, begin ik zo al klikkend door te brengen. Om steeds te komen bij informatie die qua ruimte even makkelijk op de homepagina had kunnen staan zodat niet steeds heen en weer geklikt hoeft te worden. Soms vraag ik me af wie websites van overheden, zoals deze www.overheid.nl, in elkaar knutselt. In elk geval door iemand die hem zelf niet moet gebruiken. Wat heb ik aan termen als transparantie en toegankelijkheid als zoiets simpels zo ingewikkeld wordt gemaakt? Want wat je vroeger in luttele seconden kon overzien vergt nu een poos heen en weer klikken als je een beetje op de hoogte wil blijven van wat er binnen je gemeente gebeurt. En omdat het een landelijk gebruikte website is, zal ik wel niet de enige zijn die extra moeite moet doen om op de hoogte te blijven. Het lijken onbelangrijke kleine dingen, maar ze zijn o zo kenmerkend voor de manier waarop de overheid maar al te vaak met haar burgers omspringt.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De maanwassers

Date 30 november 2016

Bijna iedereen gelooft dat de schijngestalten van de maan ontstaan doordat zij steeds vanuit een andere hoek door de zon wordt verlicht. Niets is minder waar. Dat is namelijk het werk van Waf en Beertje. De laatste leerde ik in 1985 kennen op het vliegveld van Minneapolis, op terugreis van een festival in Rajneeshpuram. Ik werd meteen verliefd op hem en besteedde mijn laatste dollars aan hem. Meteen genoot hij van de luxe van een eigen zitplaats in het vliegtuig. Waf ontving ik zo’n tien jaar later als cadeautje van Whiskas, en kreeg zijn naam omdat hij als een vrolijk hondje uit de verpakking sprong. Waf en Beertje kunnen het uitstekend met elkaar vinden. Wel kan Beertje vaak om honing zeuren en Waf om salami, maar ze komen – hoewel ze het daar niet altijd mee eens zijn – niets tekort.

Beertje was al lang het zonnetje in huis, dus zat er niets anders op dan dat Waf het maantje in huis werd. Kennelijk kende Waf  het boek Geen water, geen maan van Osho, want hij begreep al snel dat de maan niet zonder water kon, dus gewassen moest worden. Daarmee ging hij na nieuwe maan steeds twee weken aan de slag, totdat het volle maan was om daarna twee weken even te rusten. Al snel is Beertje hem daarbij blijven helpen, en later bleken ze bij hun werk graag van maagdelijke blanco papiersnippertjes gebruik te maken. Hun drukste dagen zijn zo halverwege het wassen, tijdens het eerste kwartier, want dan groeit de maan het snelst. En als de maan vol is, dan is het maar hopen dat ze hun werk ook kunnen zien want het is sneu als na al hun gewas, waarvan ze soms pijnlijke pootjes overhouden, de maan achter wolken niet te zien is.

Tijdens wassende maan zijn Waf en Beertje op maandag vrijgesteld van corvee in het Astraaltje, een clubhuis voor dieren in het bos waar ze bijna elke nacht heen gaan. Daar drinken en praten de dieren bij een knus knetterend haardvuur. Als het Astraaltje gesloten is – elke maandag dus – gaan ze, al dan niet na het schoonmaken, graag een wandelingetje maken rond het Zwanenmeer. Daar is trouwens altijd de maan te zien, en soms organiseren ze buiten een feest waar ze dansen op muziek van de Rolling Stones die dan lekker hard mag klinken omdat er in de wijde omtrek niemand woont en alle dieren uit de omgeving al op het feest zijn. Ja, Waf en Beertje zijn soms echte feestbeesten! Maar dat mag ook wel, want als zij er niet waren, wie zou dan de maan wassen? Dankzij hen gaat voor niks de maan op!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites