Coronatranen

Date 22 oktober 2020

Willen de echte mietjes opstaan? Wat een huilie huilie over de coronamaatregelen! Hou toch eens op met dat zelfmedelijden en die betweterij over de oorzaak en de bestrijding van de pandemie! Als iedereen zijn eigen plan gaat trekken krijgen we het virus er nooit onder! Eensgezindheid en loyaliteit zijn nu belangrijker dan ooit. Zelfs als sommige maatregelen minder effectief blijken dan de bedoeling was. Het virus speelt met ons, en als we in dit spel allemaal onze eigen spelregels gaan hanteren zal corona zeker winnen! En die wetenschappers hebben niet voor niets gestudeerd. Ja, ook zij zullen wel fouten maken maar dat kan bijna niet anders op dit nog onontgonnen terrein. Toegegeven: het is niet makkelijk om te erkennen dat anderen het beter weten dan jij zelf. Maar tegenwoordig gedragen teveel mensen zich alsof zij op zijn minst afgestudeerd zijn in virologie. Egootjes die het allemaal beter weten, maar dat schiet niet op. Soms krijg ik de neiging om alle vrienden die het op Facebook beter weten te ontvrienden.

Wat klagen die jongeren nou? Ja, lullig dat ze geen eindexamenfeestje hebben kunnen vieren. Dat er aan het begin van hun studie zo weinig is overgebleven van kennismakings- en introductieweken. Natuurlijk is dat sneu. Maar het zijn echt doetjes als je denkt aan hun ouders en grootouders die de wereldoorlog hebben meegemaakt, en de Spaanse griep. En die jongeren zijn ronduit een gevaar voor de samenleving als ze tóch in vliegtuigen stappen, blijven feesten en zich niets gelegen laten liggen aan de anderhalvemeter. Voor je het weet wordt op Facebook gesproken over ‘opsluiten’ en ‘muilkorven’. ‘Ja hallo? Maak er een drama van …’ reageerde ik. Soms lees ik zelfs dat het virus helemaal niet bestaat! Of dat corona een griepje is, waarvan je makkelijk herstelt zoals Trump in een doorgestoken toneelspel laat zien. Alsof de overheid voor haar lol al die maatregelen neemt die de economie schaden! En is het niet voor een groot deel aan de jongeren zelf te danken dat we straks een tweede lockdown krijgen?

Ik snap die jongeren ook niet echt. Want als ze op straat zijn lopen ze voortdurend naar hun telefoontje te kijken, alsof ze dat niet thuis kunnen doen. En op een terras zitten ze liever met elkaar te whatsappen dan in real life met elkaar te praten. Wat doen ze in de buitenlucht anders dan anderen in de weg te lopen en te zitten? Natuurlijk missen ze fysiek contact, maar is dat belangrijker dan hun vrienden, ouders en familie te besmetten, zo niet een ongemakkelijke dood in te jagen? Toegegeven: veel jongeren weten niet beter, opgevoed als ze zijn in een samenleving waarin egoïsme hoog in het vaandel staat, en nu zitten we met de brokstukken van dat neoliberale beleid, waarin alles ‘eigen verantwoordelijkheid’ is, dus kennelijk ook het besmet raken. Geen wonder dat Rutte zich ongemakkelijk voelt. Het is natuurlijk heel mooi om voor zorgpersoneel dat zijn stinkende best doet te applaudisseren, maar van applaus alleen kan je niet leven.

En wellicht komt er na die tweede lockdown nog een derde, want het vinden van een werkzaam vaccin laat toch nog even op zich wachten. We mogen in onze handjes knijpen als we de komende zomer weer ‘terug naar normaal’ kunnen gaan. Alleen … juist dat normale is het probleem! De wijze waarop met elkaar, de natuur en de aarde omgaan staat echt niet los van de uitbraak van het virus. ‘The nature strikes back,’ en geef haar eens ongelijk! Wat dat betreft ben ik best somber. Hoewel? Wat is er mis mee als er eens een Grote Opruiming gaat plaatsvinden? En als we zelf zo hardleers zijn, zijn er misschien wel andere volken die ergens vanuit de sterren naar de Aarde kijken en zo een voorbeeld krijgen van hoe het juist niet moet. En uiteindelijk is alles in evenwicht, en het werkelijk goede, schone en ware gaat nooit verloren.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De humor van het hart

Date 11 oktober 2020

Neti neti – niet dit, niet dat. Wat je ook pakt, het is niet wat je denkt dat het is. Voortdurende ontkenning, zaken op zijn kop zetten. Je denkt dat je iets weet, en dan wordt het meteen onderuit gehaald. Je hersens worden even in de war gebracht. Wat goed is blijkt opeens slecht te zijn, wat mooi is lelijk, wat waarheid is onwaar. Gefopt worden, knagen aan zekerheden, genieten van het onverwachte. Relativering tot er niets meer overblijft. Het ene dat het zo goed het andere kan zijn. Paradoxen. Een loopje nemen met het denken. Niets dat overeind blijft staan. Heerlijk allemaal, en het is de kern van humor. Misschien is humor wel het mooiste spirituele pad. Je realiseren dat alles één grote grap is. Niets meer serieus nemen.

Na deze woorden geschreven te hebben word ik op mijn wenken bediend, want er komt net een mail binnen met een prachtige tekst van Osho over humor. Wat heet synchroniciteit … Nu ken ik Osho intussen al veertig jaar, en zijn verhalen over humor heb ik altijd prachtig gevonden. Was sannyas en alles wat op de ashram in Poona gebeurde niet één grote grap, vroeg ik hem op een briefje dat ik in de vragenbus stopte. Ja! Zelfs onze ellende en verlichting waren één grap! Toen was ik helemaal verkocht. Hij vertelde eens een mooi verhaal over oordelen. Een jongen die gelukkig werd met een mooi nieuw paard. Toen dat wegliep was hij ongelukkig. Maar toen het weer met andere paarden terugkwam was hij weer gelukkig. En toen hij er af viel brak hij zijn been en werd hij ongelukkig. Maar door zijn handicap hoefde hij niet het leger in, zodat hij weer gelukkig was. Hoe relatief is geluk? En hoe misplaatst is het om overal een oordeel over te hebben? Laat dat los!

Humor voel ik diep van binnen in mijn hart. Mijn glimlach schijnt dat ook wel eens uit te stralen. Al in mijn jonge jaren fulmineerde ik tegen serieuzeriken. Wat is dat eigenlijk, iets serieus nemen? Ik associeer dat met de ernst van een situatie of gedachte inzien. Bijvoorbeeld dat sterven en dood iets verschrikkelijks zijn, in plaats van iets dat je dankbaar over je heen mag laten komen. De mensen in kerken zijn serieus, zwaarmoedig en daarmee niet gelukkig. Maar hoe kan iemand die niet gelukkig is iets bijdragen aan een betere wereld? Het is wonderbaarlijk dat mensen in onze rijke westerse samenleving ondanks hun weelde toch ongelukkig blijven. En niets is kwalijker dan ongeluk niet serieus te nemen, dat allemaal maar als een spel te zien. Nee, ik ga niet hardop staan lachen als iemand verdriet heeft. Dan verwordt lachen tot uitlachen wat een egospelletje is. Humor is niet iets wat je doet maar wat je bent.

Alles is relatief. Dat te weten vraagt om een glimlach, die tegenwoordig te vaak achter mondkapjes verscholen is. Daarover schrijft Maxim Carlier vandaag in nrc.next. “Een glimlach was tot nu toe een van de kleine gebaren die nog bescheiden en onschuldig gedeeld konden worden, zonder pretenties of verwachtingen. De pracht van de glimlach schuilt juist in zijn ogenschijnlijke futiliteit, zijn weerloosheid. Kunnen wij ons de schoonheid van Mona Lisa voorstellen zonder haar glimlach? Naar mijn idee is de glimlach het waard om verdedigd te worden tegen de doodscultus die we om ons heen zien.” Een glimlach is een onschadelijk binnenpretje waarvan je heel erg kan genieten als je stoned bent. Anderen zien dat je een binnenpretje hebt en genieten stilletjes mee, ook als ze niet begrijpen wat er nu eigenlijk zo leuk is. Een glimlach is besmettelijk en het is jammer dat mondkapjes ons ook daartegen beschermen. Elk voordeel heeft zijn nadeel, maar ik begrijp dat er gewerkt wordt aan transparante mondkapjes.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De drie van Brandgat

Date 7 oktober 2020

Drie schrijvers van verschillende generaties: Cazimir Maximillian (1990), Gaby den held (1965) en Satyamo Uyldert (1947), voelen zich niet thuis in het Nederlandse schrijverslandschap. Om hen heen zien ze truttigheid en navelstaarderij. Maar dan lezen ze elkaars werk. Onmiddellijk is er wederzijdse bewondering en herkenning, hoe groot de verschillen onderling ook zijn. Vervolgens besluiten ze niet meer in hun eentje tegen de de bierkaai te vechten, maar zich te verenigen! Gezamenlijk stichten ze het schrijversplatform Brandgat. Een veilige haven voor eigenzinnige schrijvers. Zaterdag 3 oktober 2020 was de oprichtingsvergadering.

Leeftijdsverschil speelt geen rol bij Cazimir, Satyamo en Gaby. Ze herkennen in elkaars werk een specifieke eigengereide stem. Die stem is fantasierijk en wars van modes en trends. Maar daarbij houdt de vergelijking op. Want verschillen zijn er zeker!
Zo grossiert Cazimir in meeslepende verhalen over jonge mensen aan de zelfkant van de samenleving waarbij geweld en seks niet wordt geschuwd. Maar er is ook plaats voor ontroering en van zijn antihelden ga je oprecht houden. Zij dreigen ten onder te gaan, maar houden zich dapper staande tot het bittere einde.
Satyamo bouwt liefdevolle paradijzen waar spiritualiteit de scepter zwaait. Zo schiep hij Strandvliet, een plek waar men met toewijding en devotie leeft volgens de principes van de Codex Anthropophagus, een oud geschrift volgens welk het eten van mensenvlees ver boven dat van dieren staat, het innerlijk vuur met het uiterlijk vuur verenigd moet worden en sterven een spiritueel orgasme is.
Gaby den Held behandelt in zijn proza thema’s als genderdysforie, seksuele fluïditeit, seksuele intimidatie, suïcide, dader- en slachtofferschap op bedrieglijk lichtvoetige en vanzelfsprekende wijze. Prangende vertelsels vermomd als sprookjes. Soms bizar en grotesk, maar je staat altijd met één been in de werkelijkheid, als bij een magisch realistisch schilderij.

Skypeverbinding met Blaricum
Deze drie schrijvers kwamen zaterdag 3 oktober 2020 bijeen voor de oprichtingsvergadering van Brandgat. Cazimir toog naar Utrecht waar Gaby resideert. Omdat corona weer de kop op stak werd er via skype verbinding gemaakt met Satyamo in Blaricum.

Uitgeverij of schrijverscollectief
Toen de schrijvers de vraag werd gesteld wat zij precies onder Brandgat verstaan kwamen er wel verschillen aan het licht, hoewel deze niet onoverkomelijk waren. Zo was het Cazimir’s doel om van Brandgat een bedrijf te maken in de vorm van een uitgeverij. Lichtend voorbeeld zou dan De correspondent zijn die zowel platform, online tijdschrift als uitgever is. Voor Satyamo en Gaby was Brandgat vooral bedoeld om elkaar als schrijver te ondersteunen door elkaars werk te redigeren, te beoordelen, van elkaars netwerk gebruik te maken en een klankbord te zijn voor elkaar. Een uitgeverij als lange termijn doel zagen ze evenwel zeker als mogelijkheid. Het één hoeft het ander niet uit te sluiten.

De missie van Brandgat
Tijdens deze vergadering werd al snel de missie van Brandgat bepaalt: Brandgat is een literair platform voor de tegendraadse schrijver waar ook andere vormen van kunst welkom zijn. De nadruk ligt evenwel op de literatuur. Het platform biedt de leden steun, een netwerk en een podium. In de toekomst zou via het platform een uitgeverij opgericht kunnen worden.
Na het avondmaal zette de vergadering zich voort en werden de onderwerpen met betrekking tot Brandgat nog meer uitgediept. Het was voor het eerst dat alle drie de schrijvers elkaar live spraken, maar het leek alsof ze elkaar al jaren kenden. Vol vuur, hoop en vastberadenheid werden plannen gesmeed voor de korte- en lange termijn.

We zijn begonnen!
Zoals nog niet zo lang geleden Jeroen Pauw altijd zei: ‘We zijn begonnen!’ U zult van ons horen.
Een website is er in ieder geval al. Lees de verhalen van de Brandgat leden: https://brandgat.wordpress.com

Tekst van Gaby den Held

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De sfeer van schoonheid

Date 28 september 2020

Decors hebben me altijd geboeid. Vanuit links en rechts worden nieuwe werelden uit de coulissen geschoven of dalen ze geruisloos uit de toneeltoren neer op het podium. Ik herinner me de sfeer achter de coulissen tijdens toneelstukken die we op de middelbare school opvoerden. Bertold Brecht en William Saroyan. De schijnwerpers als je op het toneel stond. De donkere leegte waarin de toeschouwers zaten waarvoor je speelde. Je ouders keken mee maar je zag ze niet. Een van die toneelstukken eindigde met een zoen van mij, die volgens onze regisseur en wiskundeleraar wel wat enthousiaster mocht. Licht uit, het doek weer dicht en dan weer terug de coulissen in en je gewone kleren weer aantrekken.

‘Eigenlijk is het allerbelangrijkste van een roman het decor,’ zei Ilja Leonard Pfeijffer in vpro’s Zomergasten. Want de sfeer, de wereld waarin het boek zich afspeelt blijft je het meest bij. Toen ik zijn woorden hoorde realiseerde ik me opeens dat hij zich vroeger fanatiek in de wereld van Second Life stortte en er zelfs een boekje over had geschreven. Op een symposium over deze virtuele wereld hoorde ik hem eens zeggen dat hij echt niet zonder kon. Op zich niet verwonderlijk want Second Life is een en al sfeer, decor, dat door talloze bezoekers is opgebouwd. Alsof ook daar de wereld waarin zich iets afspeelt belangrijker is dat wát zich daarbinnen afspeelt.

Second Life is een ongeëvenaarde explosie van creativiteit en fantasie, waarvan het zogenaamde echte leven slechts een fletse en gebrekkige afspiegeling is. Want in real life, IRL, kun je niet vliegen en moet je helemaal via een brug omlopen om aan de overkant van de gracht te komen. Je kan niet om een hoekje kijken, mensen dragen hun naam niet in een ballonnetje boven hun hoofd, teleportatie bestaat nog steeds niet en we hebben nog steeds last van ziektes en sterven. Ja, real life zou een goed voorbeeld kunnen nemen aan Second Life. Daar knutselde ik eens een deur in elkaar. Als je erdoorheen liep en dan achterom keek, was die opeens verdwenen. Een spiritueel doordenkertje.

Je oudste jeugdherinneringen zijn vaak ook meer sfeer dan inhoud. Ik lig in een wieg en voel de zomerse verstilde warmte boven korenvelden. Ik hoor een onzichtbare merel zingen in de verte, alsof hij mij over magische wereld vertelt. Met mijn neus in de seringen raak ik in een zweem van verlangen en herinnering waarvoor woorden hopeloos tekort schieten. En de enkele keer dat ik ’s ochtends vroeg buiten loop, lijkt de frisse lucht soms stilletjes doorzeefd met een trillende vredige aanwezigheid. Dan is de sfeer, het decor als een grondtoon die in een uitgestrekte ruimte alles doordrenkt, en ik betreur degenen die dat niet kennen. Hoe echt is dat wat de meeste mensen het echte leven noemen?

De mooiste muziek vertelt over de stilte. De mooiste gedichten over dat wat niet in woorden te vangen is. Ware kunst is niet van deze wereld. Je raakt in een andere sfeer, in een zwijgend decor. Je wordt er even stil van. Alles stopt. Het decor is werkelijkheid geworden, en je eigen gedachten en besognes bestaan even niet. Zonder besmetting met de sfeer van schoonheid is de wereld kaal en troosteloos. Kunst is het decor dat God ons gegeven heeft om onze eigenwijze levens in te spelen. Om ons te herinneren aan dat wat er eigenlijk altijd en overal al is. Stilte en sfeer als een bezielende grondtoon die overal te horen en te ervaren is.

Zonder decor geen toneelspel, zonder ruimte geen inhoud, zonder sfeer geen leven.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Natuurvoeding

Date 16 september 2020

Ik wil sterven zoals ik geboren ben. Naakt. Zo wil ik ook begraven worden. Het weten dat mijn blote lijf met zand overgoten zal worden om langzaam in de aarde op te lossen zal me vrediger doen sterven. Trouwe lezertjes zullen dit wel weer een macabere wens van me vinden. En ik betwijfel of nabestaanden van mij deze wensen willen en kunnen realiseren. Terwijl het toch de meest natuurlijke wijze is om mensen weer terug te geven aan moeder Aarde. Maar ik geef toe dat het heel wat moet zijn om een bloot dood lijf met plofjes zand te bedekken. Dat is voor de meeste mensen nog een brug te ver.

Maar die brug komt gelukkig wel dichterbij. Want we kunnen ons tegenwoordig ook laten begraven in ‘loop cocoons’, kisten van levende schimmeldraden ofwel mycelium. Na een paar maanden is alles opgelost en ben je weer één met de natuur. Echte natuurvoeding. ‘Stel je voor dat je een doodkist laat groeien van het mycelium van champignons,’ schreef Robbie me vanmorgen. ‘Je vriendje wordt er dan in begraven en het mycelium verteert het lichaam. Na enige tijd groeien er champignons op het graf die voor een deel uit stukjes van je vriendje bestaan. Je kunt de champignons plukken en eten en daardoor stukjes van je vriendje opeten. Eindelijk een wettelijk toegestane oplossing voor de menseneters onder ons. ;-)’

Nu heb ik weinig met champignons, maar misschien ga ik ze in zo’n geval wel lekker vinden. En waarom zou je je tot champignons beperken? Misschien kan je zo ook wel een appelboompje op je graf laten bloeien, en komen er doodskisten in alle smaken. Zo worden we niet alleen één met de nabestaanden, maar ook met de hele natuur om ons heen, want die schimmeldraden zijn het internet van al wat groeit om ons heen. Ik las in een prachtig boek van Peter Wohlleben dat bomen via dat mycelium met elkaar communiceren, dat er een heel ondergronds netwerk is waarvan we ons nauwelijks bewust zijn. Ze kunnen echt elkaar laten weten waar Staatsbosbeheer met kettingzagen dreigt, of op welke begraafplaats er wat lekkers te eten valt!

Het enthousiasme voor deze nieuwe doodskisten laat wel de behoefte zien om weer één te worden met de natuur. En zelf kan ik ook moeilijk anders dan in zo’n doos van schimmels begraven te willen worden. Liever bloot en zonder kist, dat wel. Dat is het meest natuurlijk, maar voor velen nog een graf te ver. Ik zou hooguit met een club van blootgravers kunnen beginnen. Maar we zijn op de goede weg. Leve de schimmels, aan wie we trouwens ook nog veel andere mooie dingen te danken hebben, van alles van antibiotica tot lsd. Redenen genoeg om ze bij tijd en wijle extra lekkere hapjes te gunnen. Want onszelf aan de natuur teruggeven is wellicht de mooiste vorm van natuurvoeding. Dan doen we ook eens iets terug.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Achter het decor

Date 10 september 2020

Eigenlijk draait alle literatuur rond liefde en dood. Al dan niet bruut gewelddadig, esoterisch verlossend of masochistisch verlangend. Zeker bij romantici, die daar graag nog het lijden aan toevoegen. Ja, ik geloof in Freuds doodsdrift naast de levensdrift, hoewel ik me soms afvraag wat het verschil is. Zelf speek ik liever over een verdwijndrift, die het uitdagen van de dood zo aantrekkelijk maakt. Hoogtevrees is ook een diepteverlangen. Over de dood zelf tasten we in het duister, want niemand is ervan teruggekeerd. Maar er is wel iets over het sterven te zeggen, de overgang tussen leven en dood.

Oplichtende hersenen
Je kunt daarbij denken aan bijna-doodervaringen van mensen die zeggen best veel beleefd en ervaren te hebben op het randje van leven en dood, voordat ze weer terugkeerden in hun zware logge lijf. Niet iedereen ervaart dat in een fysiek kritisch stadium, maar dat wil niet zeggen dat het onzin is allemaal. Lees Pim van Lommel er maar op na. Zo gaan die ervaringen vaak samen met een gevoel van wakker zijn, van echtheid, en kunnen ze soms dingen uit hun directe omgeving navertellen die ze helemaal niet zouden kunnen weten. Genoeg materiaal om serieus aandacht te geven. Je moet wel in je achterhoofd blijven houden dat dit allemaal niets zegt over de dood, maar des te meer over het sterven.

Wanneer is iemand echt dood, echt gestorven? Als het hart niet meer klopt? Dan zou ik met mijn pacemaker moeilijk dood te krijgen zijn, anders dan dat dit ingenieuze instrumentje in mijn lijf wordt uitgeschakeld. En misschien mag dat wel niet eens volgens de euthanasiewet. O ja, je kan ook nog hersendood zijn: dan is het EEG een vlakke lijn geworden, maar het kan nog drie dagen duren voordat het zo ver is. Sterker nog: je hersenen kunnen even gaan oplichten terwijl je lichaam geen levenstekenen meer vertoont. Daar lig je dan. Je hoort dat de arts je dood verklaart en toch ben je er.

Verstoorde tijdbeleving
Je kent het wel. Je ligt een kwartiertje te dromen, maar de droom zelf duurt uren of langer. Kennelijk is de beleving van tijd aan fluctuaties onderhevig. Het omgekeerde van een algehele narcose waarbij je voor je gevoel wakker wordt op het moment dat je onder zeil werd gebracht. Die verstoring van het tijdbeleven komen we trouwens ook tegen in de verslagen van mensen die een bijna-doodervaring hebben gehad. Gooi de klokken, horloges en wekkers maar in de prullenmand. Die zijn heel praktisch voor het dagelijkse leven, maar zeggen niet zoveel over onze beleving van de tijd. Als je je verveelt duurt de tijd lang, en als je helemaal in iets opgaat is de tijd voor je het weet verstreken. Niet eerlijk trouwens, maar we zullen het daarmee moeten doen.

Maar hoe lang duurt het sterven nu eigenlijk? Als de beleving van tijd zo relatief is, kan het heel kort of heel lang duren. Misschien wel heel kort voor mensen die er eigenlijk niets over willen weten. ‘Hij heeft er gelukkig niets van gemerkt,’ wordt dan wel eens gezegd van mensen die heel snel zijn doodgegaan. Ik weet niet of dat echt gelukkig is, want wie weet wat zo iemand gemist heeft tijdens die periode die we misschien ook wel het vagevuur, het vage vuur kunnen noemen. Vraag het maar op straat. Wie wil het sterven bewust meemaken? Liever niet, laat het maar zo snel mogelijk afgelopen zijn. Wel een beetje raar eigenlijk, dat we niets willen meemaken van het enige dat ons zeker allemaal zal overkomen.

Een weg naar verlichting
Veel spirituele tradities geloven dat er iets als verlichting bestaat. Je weet wel, dat wat Boeddha is overkomen. Dat gaat dan gepaard met het verlies van het ego, je eigen ik-heid die we doorgaans met al onze krachten verdedigen, maar die een ervaring van versmelten met het Bestaan, God, Allah of hoe je het ook noemt in de weg staat. Het ik als een oppervlaktespanning waarin we ons veilig voelen, maar dat tegelijkertijd een ultieme bevrijding in de weg staat. Een verlichting die, navrant genoeg, eigenlijk niet te bereiken is omdat dat wat het nastreeft zelf ook weer een ik is. Vandaar vaak veel nadruk op niets-doen, genade. Met name zen en het taoïsme gaan daar leuk mee om in hun werelden vol wu-wei en paradoxen.

Of neem het Tibetaanse Dodenboek waarin de stervende teksten worden voorgelezen opdat toch nog iets als die verlichting wordt ervaren. Timothy Leary gebruikte gedeelten ervan voor het begeleiden van lsd-trips, want in zijn visie zou je ook daarmee iets als verlichting kunnen bereiken. Centraal in dit stervensproces – want dat is het eigenlijk – staat dat je je niet moet laten afleiden door demonen en engelen die zich in je geest voordoen, maar dat je je moet laten leiden door het heldere licht. Hier is lsd dus geen genotsmiddel maar iets wat je kan helpen op het spirituele pad, ook omdat je daarmee je doodsangst verliest. Verlicht raken tijdens je sterven kan ook minder hoogdravend, zoals bijvoorbeeld in het boek Pauls ontwaken van Frederik van Eeden waarin zijn zoon volkomen helder sterft, iets wat volgens de Koran ook zo zou moeten.

Dus …
Combineer nu de drie bovenstaande constateringen, en je ziet de mogelijkheid dat sterven niet alleen heel fijn kan zijn, maar bovendien dat het wegens een andere beleving van de tijd ook nog eens eeuwig kan duren terwijl het lichaam al fysiek dood is. Ik zeg bewust dat het een mogelijkheid is en niet dat het altijd zo is. Dat kan ik gewoon niet weten. Maar het is wel de diepste rode draad die door mijn boek Strandvliet loopt, en de kern van de Codex Anthropophagus volgens welke daar geleefd wordt. ‘Nu in eeuwigheid, eeuwigheid in nu,’ wordt er gescandeerd. Want het grappige van het nu is dat het er altijd is. Het boek is ook bedoeld om over dit soort dingen eens na te gaan denken en te discussiëren. Want waarom kan het sterven geen feestje zijn? Het kannibalisme is het decor, als ultieme vorm van liefde en in elkaar opgaan. Liefde en dood. Ik blijf een romanticus.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Angel en Charlie

Date 5 september 2020

Romantiek gaat vaak over de schoonheid van het lijden, over het genieten van smachtende verlangens. Liefde en dood. Ik las het boek Charlie Dark van Gaby den Held. Een impressie.

Slootje springen kan heel gevaarlijk zijn, want sommige sloten slokken je op voor je het weet. Dat overkwam Angel en zijn jeugdvriendje Charlie. Ze belandden in de onderwereld waar de hemel altijd grijs is. Een magische droomwereld vol mysterieuze dieren, bomen, gebouwen en mensen. Pure fantasy. Ze raken elkaar kwijt en Angel blijft naar Charlie verlangen en zoeken. Als ze elkaar weer gevonden hebben, willen ze terug naar de bovenwereld, naar de hemel, maar dat kan niet zonder vleugels. Angel krijgt die en Charlie vraagt of je daarvoor dan niet gaten in je kleren op je rug moet knippen.

Zijn deze avonturen dromen van Angel? Die wil zich als jongen prostitueren om geld te verdienen en wordt opgepikt door de flamboyante Nathan die hopeloos verliefd op hem wordt. Liefde teruggeven is oneerlijk en moeilijk, want Nathan is niet de Charlie met wie Angel in zijn jeugd zo graag speelde. Elkaar aantrekken en tegelijk afstoten, bij iemand willen zijn die tegelijk niet je ideaal is. Zo spelen niet alleen Charlie en Nathan een gevaarlijk spel, maar ook Angel zelf. Een spel van en met liefde dat o zo herkenbaar is.

De hoofdstukken in deze roman gaan afwisselend over het leven in een sprookjesachtige onderwereld en die in de realiteit waarin we leven, werelden die in de persoon van Charlie aan elkaar geschakeld zijn, alsof het om twee parallelle universa gaat. Over een onbereikbaar ideaal dat willens en wetens toch smachtend wordt nagestreefd en waarin je tegen de klippen op blijft geloven. In die zin is Charlie Dark een romantisch boek, rijk gelardeerd met lijden, seks en dood, en bont geïllustreerd met vele al dan niet realistische personages die alle verhalen opfleuren.

In zekere zin is het een verwarrende roman, want wat is droom en wat is werkelijkheid? Wat is belangrijker: het leven van het ideaal of de praktische onbereikbaarheid ervan? Jezelf trouw blijven of je neerleggen bij wat de harde werkelijkheid wordt genoemd? Kan je houden van iemand die alleen in je dromen bestaat? En zijn dromen minder waar of echt dan wat de werkelijkheid wordt genoemd? Allemaal vragen die deze roman oproept. Maar intussen ben ik zelf ook verliefd op Charlie, in welke gedaante dan ook.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

To Boddah

Date 30 augustus 2020

Even vanuit mijn jaren zestig-bubble in de jaren negentig gedoken. 405 pagina’s lang. To Boddah, een boek van Cazimir Maximillian.

Bloed spettert in het rond en gutst uit lichamen. Kinderen worden verkracht en zelfs vermoord. Studenten worden in elkaar geslagen. Door al dit geweld zou je kunnen denken dat To Boddah – genoemd naar een fictief vriendje van Kurt Cobain – een goedkoop sensationeel verhaal is. Maar toch is het literatuur. Want het is niet alleen ruw, maar ook mooi en soms gevoelig beschreven wat zich afspeelt rond jongeren die in de hete zomer van 1994 in De Pijp in Amsterdam wonen. Een Surinaamse rapper. Een niets ontziende crimineel. Een knaap die steeds jonge meiden versiert. Een in Friesland opgepikte onderduiker die een halve eeuw in een bunker heeft gewoond. Een twaalfjarige weesjongen die zichzelf prostitueert om voor zijn jongere zusje te kunnen zorgen. Een knaap die de zelfmoord van de zanger van Nirvana niet kan verwerken. Jongens die keihard dealen. In deze wilde wereld gaat bijna geen pagina voorbij zonder dat er enkele joints worden opgestoken. En er wordt ook regelmatig op los geneukt, seksscenes die heel mooi zijn beschreven zonder vulgair te worden.

Ze wonen allemaal op twee naast elkaar liggende panden, waar ook de hoofdpersoon Bertram zijn stek heeft. Die heeft in zijn ouderlijke woonplaats Hippolytushoef een jongen in het ziekenhuis geslagen en leeft voortdurend in spanning leeft over de juridische gevolgen en mogelijke wraakneming. Tegelijk wordt hij tot over zijn oren verliefd op de pianospelende Jasna uit Joegoslavië, die aan de overkant van de straat bij haar ouders woont. Al lezend stelen sommigen van deze bende je hart, zoals Bertram, rapper Wally, Jasna en weesjongen Thijs. Maar aan anderen blijf je een hekel hebben, zoals de dealer Bennie die een woonboot in de fik steekt omdat de bewoners ervan hem niet aanstaan. De sfeer van To Boddah is fenomenaal. Een wereld die ook in het echt bestaat, zij het niet zo compact als in het boek waarin kennelijk diverse toestanden en wantoestanden in één roman van 405 pagina’s zijn samengevat. Een voorbeeld daarvan lees ik net vandaag in de krant, over hoe drillrappers tekeer gaan in, ja, in De Pijp in Amsterdam.

Het is een voor mij totaal onbekende wereld. Een wereld die zich tegelijk in de bekende wereld afspeelt, zoals in de Bijlmer en vele straten en pleinen in Amsterdam. De muziek staat vrijwel altijd aan in verschillende woningen, maar de titels en groepen waarvan genoten wordt zeggen me helemaal niets. Zo word ik uit mijn eigen bubbel getrokken, maar wel met rode oortjes want je wil steeds verder lezen. Schrijver Cazimir Maximillian (1990) is, zoals hij over zichzelf schrijft op de achterkant van het boek, ‘een excentrieke schrijver die zijn vingers brandt aan zeer omstreden onderwerpen. Hij is laagopgeleid, momenteel werkloos en woont op Wieringen.’ Een nadeel van het boek is dat ook taalfouten hem niet vreemd zijn, zodat een redacteur een stevige klus aan zou hebben aan de correctie ervan. Maar of dat een echt nadeel is betwijfel ik, want juist daardoor wordt het ruwe en rauwe leven benadrukt. Zo laten dus.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Schrijversland

Date 28 augustus 2020

Een gemeenschappelijke vriend bracht ons met elkaar in contact. In Second Life dan. Hij wist dat ik schreef en kende ook een andere schrijver. Angelus. Ik zocht hem op en we raakten aan de praat. Dat klikte, en al snel verhuisde hij naar Sweetgrass waar ik woon. Hij was dagen bezig met zijn huis in te richten. Vol met schilderijen, bloemen, een tafel vol fruit en lekkers, een apart kamertje om te schrijven, een ouderwets ligbad, een weelderige tuin vol vlinders, vogels en zelfs met een verscholen uil. Op tafel lagen zijn eigen boeken, en ook dat van mij. Hij wilde samen een schrijverscollectief beginnen, maar daar was weinig animo voor in Second Life.

Dan maar in real life. Daar las ik het manuscript van een nieuw boek van hem. En ik vond het mooi, zodat ik een half jaar later naar Utrecht ging om de presentatie van Charlie Dark bij te wonen. Meteen een hug te midden van de drukte. Misschien raar als je elkaar voor het eerst ziet, maar soms weet je al meteen dat het gewoon klikt, zoals nu met Gaby den Held. Later plaatste hij een leuke recensie van mijn boek op Goodreads. Een half jaar geleden introduceerde hij Cazimir Maximillian, zodat we nu met zijn drieën al een schrijverscollectiefje hebben. Van hem las ik met rode oortjes To Boddah, en nu was ik aan de beurt om daar een recensie over te schrijven, terwijl hij nu mijn boek aan het lezen is. Pure cult volgens hem. Wat ons bindt is liefde voor het excentrieke, grenzen opzoeken en daar graag nog even overheen gaan. Bijzonder zijn onze leeftijdsverschillen, zodat we in allemaal een andere achtergrond hebben. We zijn van 1947, 1965 en 1990, en toch klikt het. Onze naam is Brandgat en we hebben een groep op Facebook. Een website is in de maak maar nog niet online. En soms chatten we honderduit in een groepje in Messenger.

Soms grappen we dat we zelf maar een uitgeverij moeten beginnen. Want het is moeilijk, zo niet onmogelijk om als onbekende de boekenwereld binnen te dringen. Welke beginnende schrijver herkent dat niet. Manuscript opsturen, en meestal hoor je dan niets. Als dat na drie maanden nog zo is mag je, zo zeggen de meeste, ervan uitgaan dat ze er niets mee doen. En nee, ze zullen niet vertellen waarom ze je boek afwijzen want daar kunnen ze niet aan beginnen met de berg van manuscripten die dagelijks in hun brievenbus ploft. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen want voor je het weet ontstaan er discussies omdat iedereen natuurlijk vindt dat zijn eigen boek wel waardig voor publicatie is. Net als wij zelf trouwens. Maar het is niet echt uitnodigend voor nieuw bloed in de literaire wereld, en eigenlijk ook wel een beetje onbeschoft. Zes uitgevers à twee maanden benaderen, waarbij je stinkende best doet op mee te sturen brieven en synopsissen, en je bent alweer een jaar verder.

Alleen Gaby is het gelukt om een uitgever vinden. Cazimir en ik doen het met ‘printing on demand’-bedrijven: het boek wordt pas gedrukt als het besteld wordt. Hij bij Brave New Books en ik bij Pumbo. Dat maakt het niet minder leuk, want je bent optimaal vrij zoals bij het ontwerpen van de kaft. Wel extra gedoe met aanvragen van een ISBN-nummer waarvoor je bij het Centraal Boekhuis geregistreerd moet zijn, want pas dan is je boek bij bijvoorbeeld bol.com of gewoon bij de Bruna om de hoek te bestellen. Voor mij al dit soort dingen dubbel omdat ik mijn boek zo nodig in het Engels moest laten vertalen, maar waardoor het nu wel over de hele wereld bij Amazon te krijgen is. Je kan ook je eigen verkoopprijs en marges bepalen, ook van de digitale versies van je boek. Rijk zullen we er niet van worden, maar het is maar wat je belangrijker vindt: dat je geesteskind in de wereld geboren wordt of je eigen portemonnee. Voor ons is het een hobby omdat we nu eenmaal bevlogen zijn.

Als je met anderen over je schrijfsels in gesprek gaat, leer je ook je eigen boek beter kennen. Zo heb ik er nauwelijks bij stilgestaan dat de meeste kannibalen in mijn boek blanken zijn. Maar achteraf vind ik het wel leuk dat het nu eens geen zwarten met botten door hun neus zijn die mensen in een kookpot stoppen. Wat me van mijn eigen verhalen opvalt is dat ik, net als Cazimir, weinig over het uiterlijk van personen schrijf, dat mag de lezer naar eigen goeddunken invullen. En als het over gedachten van personen gaat, vertel ik die alleen maar van de hoofdpersoon. In mijn geval twee hoofdpersonen omdat twee verschillende avonturen parallel lopen. Kortom: wat doe ik eigenlijk als ik schrijf? Pas achteraf werd ik mij daar bewust van. En daar is niks mis mee. Ik hou niet van organiseren, plannen, een scenario maken. Ik doe maar wat. Als ik van tevoren weet hoe een verhaal zich ontrolt is de lol er voor mij af. In die hele procedure van schrijven tot publicatie is het eerste nog het makkelijkst.

En nu ben ik bezig met promotie. Dat wordt een filmpje, waarvoor iemand deze maanden heel mooie schetsen maakt, en waarvoor ik via een bureau iemand met de juiste stem gevonden heb om de tekst te laten inspreken. Tot nog toe heeft deze hobby me best veel geld gekost. We worden er materieel niet rijk van. Maar daarin staan we niet alleen in schrijversland. Het aantal schrijvers dat van zijn boeken kan leven is heel, heel klein. Voor ons is inspiratie is nu eenmaal belangrijker dan wat dan ook. We houden van onze geesteskinderen, ja, leven zelfs voor ze!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Handhaving

Date 8 augustus 2020

Zomer. Luid brullende motoren scheuren met ongekende snelheden over de buiten- en binnenwegen. Mag helemaal niet. Mensen klagen dat de politie niets doet. Dat er meer gehandhaafd zou moeten worden. Herkenbaar? Zeker weten, en bepaald niet alleen als het om gemotoriseerde macho’s gaat die het openbare leven verzieken. En als je in de bestuurlijke wereld vraagt waarom er niet meer gehandhaafd wordt, is het steevaste antwoord dat de politie of de veiligheidsregio daar niet de capaciteit voor heeft. Of dat je andere urgentere gevallen dan moeten laten liggen, want politiek bedrijven betekent keuzes maken. Vaak gaat het zelfs nog verder. We voeren regels maar niet in omdat ze toch niet te handhaven zijn. We kunnen immers niet op elke hoek van de straat een politieagent of boa neerzetten. Daar zou je geld voor moeten vrijmaken en dat is er natuurlijk niet. Zo wordt de uitvoerende macht de baas van de democratisch gekozen wetgevende macht.

Ik vind het echt kul, dat argument dat je niet kan handhaven. Wees eerlijk en zeg dat je gewoon niet wil handhaven! Want het kan best. Te weinig capaciteit ervoor? Zorg er dan voor dat er meer geld, dus capaciteit is. En waar je dat geld vandaan haalt? We geloven bijna allemaal in het principe dat de vervuiler betaalt, en waarom zou dat hier niet het geval hoeven zijn? Laat de wetsovertreders dus zelf maar voor de handhaving opdraaien. Het moet hen gewoon veel meer kosten. Bereken maar hoeveel dat is, gewoon in uren die daarvoor nodig zijn, inclusief die van opleiding en diverse administratie. Dat worden gigantische boetes, maar misschien maakt het de overtreders ervan bewust welke schade hun wangedrag veroorzaakt, waarvoor de maatschappij collectief moet opdraaien. Maar het zou natuurlijk nog mooier zijn als je overtredingen onmogelijk maakt. Voorzie bijvoorbeeld auto’s van snelheidsbegrenzers die weten waar je rijdt en dus ook hoe hard je mag rijden. Simpel toch? De techniek is er. Natuurlijk zullen automobilisten erover klagen dat hun vrijheid wordt beknot, hun mogelijkheid om de wet te overtreden.

Ik denk niet dat ik Mark Rutte voor zo’n betuttelend idee kan vinden. Want niet liberaal. Die vindt dat burgers zelf hun verantwoordelijkheid moeten nemen en huivert ervoor om regeltjes op te leggen. Als er ingegrepen moet worden, gooit hij dat het liefst over de schutting naar de gemeenten en de mensen zelf. Eigen verantwoordelijkheid heet dat. Je gaat zélf over het succes of het falen in je leven. Maar ik zie me toch niet op mijn fietsje op de snelweg achter een oorverdovend brullende motorrijder aan scheuren. Ik kan het ook anders zeggen. Als het waar is dat Rutte zo denkt heeft hij tegen beter weten in toch een visie. Dat mensen het toch maar zelf moeten uitzoeken. Een visie zo stevig als een olifant, maar die het sluimerende voorland is van anarchie. En het is makkelijk om te zeggen dat je alles aan jezelf te danken hebt als je zelf je natje en je droogje hebt. En met zo’n visie kom je makkelijk weg als je uitkeringen wil verlagen. In het begin van de coronacrisis begon ik wat sympathie voor Rutte te voelen, maar kijk nu eens hoe moeilijk hij het ermee heeft! Want hij houdt niet van regeltjes opleggen en handhaven.

Het is wel jammer dat er überhaupt gehandhaafd moet worden, en je zou naar een maatschappij moeten streven waar dat nauwelijks meer nodig is. In kleine gemeenten, waar de mensen elkaar meer kennen en meer met elkaar verbonden zijn, is zo’n utopie makkelijker te realiseren dan in grote steden. Maar voorlopig zullen het toch met handhaving moeten doen. Opdat de wereld niet een totale chaos wordt. Net zoals ik denk dat we ons voorlopig maar even met relatief best veilige thoriumcentrales moeten behelpen om de ergste klimaatrampen te voorkomen. Totdat groene en duurzame energie de enige en vanzelfsprekende realiteit is. En is je maintiendrai niet de wapenspreuk van Nederland? Die zal Rutte wel ergens hebben verstopt.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites