Ave verum

Date 13 februari 2019

Vriend is het er niet mee eens. Met de tekst van het Ave verum van Mozart dat we volgende maand gaan zingen. Dit lied gaat over het lichaam van Christus, en niet over de geest. Maar ik vind het prachtig. Juist daarom. Omdat het wellicht revolutionair was om zijn lichaam te groeten. Want het is het lichaam dat heeft geleden.

Ave verum corpus. Gegroet, waarachtig lichaam. In mijn oren klinkt dat best erotisch. Net zoals binnen de katholieke kerk dat lichaam tijdens de eucharistie zelfs opgegeten wordt. En Christus’ bloed wordt gedronken. Alsof zijn lichaam heilig is. Net zoals een kannibaal ooit gezegd heeft dat mensenvlees een delicatesse is, juist omdat de mens iets hoogstaands is. ‘Eet van het hogere, desnoods van het gelijke, maar nooit van het lagere,’ is een devies uit mijn boek dat dus minder origineel is dan het lijkt. Want katholieken doen dat al heel lang, zeker omdat ze in transsubstantiatie geloven: de hostie is écht het vlees en de wijn écht het bloed van Christus. Ze zijn dus eigenlijk kannibalen, en daar is in hun geval niks mis mee. Als je heilig of verlicht bent gaat die energie vast ook in je lichaam zitten.

Natum de Maria virgine. Geboren uit de maagd Maria. Die maagdelijkheid is volgens mij vaak veel te letterlijk opgevat. Zo zou ik het veel gehoorde woord ‘unigenite’ het liefst vertalen met ‘uit eenheid geboren’ in plaats van ‘eniggeboren’ (zoon van God), dus niet uit een tweeheid van man en vrouw, maar uit de eenheid die het bestaan is. Ik kan me trouwens moeilijk voorstellen dat God geen andere zonen en dochters had.

Vere passum, immolatum in cruce pro homine. Dat werkelijk voor de mens heeft geleden aan het kruis. Ik heb begrepen dat er volgens Rudolf Steiner toen een soort explosie van energie heeft plaatsgevonden, een kantelpunt in de geschiedenis. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Alsof Christus’ energie in een explosie vrij kwam. De energie van goddelijkheid werd over de mensheid uitgestrooid, verlichting werd over de wereld uitgezaaid, in overgave verenigde hij zich met God, het bestaan of hoe je het albewustzijn ook noemen wil. Volgens mij werd Jezus toen Christus, en niet tijdens zijn doop in de Jordaan, hoewel hij tijdens dat laatste zich wellicht bewust werd van zijn bestemming.

Cujus latus perforatum unda fluxit sanguine. Uit wiens doorboorde zijde bloed vloeide. Die regels maken het verhaal even een beetje pervers, maar daardoor krijgt het wel kleur, komt het verhaal over zijn sterven wel tot leven. 

Esto nobis praegustatum in mortis examine. Laat ons dit een voorsmaak zijn tijdens de beproeving van de dood. Maar wat gaan we dan proeven, en wat smaakt dan zo lekker of verschrikkelijk? Ons eigen sterven! Alsof Christus een voorbeeld geeft van hoe je sterven moet. Door het lijden vrijwillig te accepteren en het juist daardoor te overwinnen. Elk beetje intelligent en bewust mens lijdt in deze wereld, in de dualiteit. Geen leven zonder lijden. Liefde lijdt. Maar overgave is de enige weg. Niet steeds pijn en lijden ontvluchten of ontkennen, maar het erkennen als een onvermijdbare realiteit. Uiteindelijk zijn we allemaal diep van binnen een Christus, maar het realiseren daarvan kan niet zonder lijden zolang we nog steeds geloven in ons eigen van anderen en de wereld afscheiden ik, dat per definitie zich niet wil verenigen met het bestaan of God.

O Jesu dulcis, o Jesu pie, o Jesu fili Mariae! O zoete Jezus, o trouwe Jezus, o Jezus, zoon van Maria! We mogen dankbaar zijn dat Jezus ons het voorbeeld heeft gegeven over hoe ook wij een Christus kunnen worden. Echt! Het is bewezen dat het kan! Maar of het echt zo gebeurd is weet ik niet. Evenmin of Christus het ermee eens zou zijn dat we zijn lichaam gingen opeten.

Ik had dominee moeten worden.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Ongezondheid

Date 3 februari 2019

Hoe ongezond mag ik zijn? Dat vraagt Bas Heijne zich af in Blad, een maandelijkse bijlage van de NRC die ik deze keer voor het eerst bekijk omdat hij niet meer glossy is. Hij vertelt hoe hij door zijn zorgverzekeraar genudged wordt een app te gebruiken om zijn mentale gezondheid voortdurend in de gaten te houden. Dat doet mijn verzekeraar ook, die heeft me een paar jaar geleden zelfs een gratis bloeddrukmeter gegeven, naast een onderzoek naar van alles en nog wat. Opdat mogelijke ziektes zo snel mogelijk ontdekt worden en in de kiem worden gesmoord. Of ik al of niet rookte, werd me gevraagd. Ja, elektronisch, maar die mogelijkheid stond niet bij de antwoorden. Ik vulde dus in dat ik rookte, met allemaal enge perspectieven en gezondheidsadviezen ten gevolge. Ik doe daar dus niet meer aan mee. Ook omdat ik vind dat verzekeraars niet op de stoel van de huisartsen moeten gaan zitten.

Tijdens een nieuwjaarsreceptie voegde ik me bij een paar jongens met wearables. Ze wisten precies hoeveel ze nog moesten lopen en vergeleken hun prestaties met elkaar. Ik had meteen een leuk excuus om een van die knapen aan te raken door hem bij de pols te pakken. Vijftig, vertelde ik hem, en dat bleek nog te kloppen ook. Hoe slecht moet je in je lijf zitten om al dat gedoe aan je lichaam te hangen? Maar het is echt een rage, waarbij ik denk aan de mogelijke toekomst die Yuval Noah Harari schetst in zijn boek Homo Deus. Daarin is de mens een machine die dank zij biotechnologie het eeuwige leven gaat verwerven, aan God gelijk wordt. Ook in zijn hersenen, die regelmatig geüpdatet zullen worden. Zou zomaar kunnen. En alleen de rijksten zullen zich het nieuwste van het nieuwste kunnen permitteren waardoor de rest van de mensen eigenlijk overbodig wordt. Die ontwikkeling is allang begonnen met de polsbandjes van die jongens. Nee, ik hou niet van wearables. Van recepties trouwens ook niet.

Ik ben geen gezondheidsfreak. Erop vertrouwend dat mijn eigen lijf wel weet wat goed voor me is, eet ik gewoon wat ik lekker vind. Zo lepel ik graag bij tijd en wijle graag een potje doperwtjes leeg. Met veel scheutjes Maggie. Zoals ik vroeger wel eens zei: een boterham belegd met kaas, tomaat, ei met wat mayonaise, en een sigaret toe, zijn alles wat ik nodig heb. Slechte eetgewoonten heb ik waarschijnlijk van mijn vader, want als ik bij hem kwam eten aten we een blik van Hak leeg. Met uitzondering van het longemfyseem waaraan hij uiteindelijk overleed, heb ik hem nooit op ziektes betrapt. Kort samengevat: ik heb relatief weinig met voeding en gezondheid, blijf eigenwijs geloven dat mijn lijf me wel vertelt wat het hebben wil. Ook als het kroketten zijn. Als je het overleven belangrijker vindt dan het leven zelf, vergeet je echt te leven. Een gezonde geest in een gezond lichaam? Dan zouden de mensen door de toenemende gezondheid hier in het Westen ook gezondere geesten hebben gekregen? Ik zie dat niet, integendeel. Voor mij gaat de geest aan het lichaam vooraf. Wellicht is het juist onze angst voor de dood die uiteindelijk zo’n rotzooitje van deze wereld maakt. Alsof sterven niet gewoon bij het leven hoort en zelfs iets heel moois zou kunnen zijn.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

72

Date 30 januari 2019

Een ruime meerderheid van de gemeenteraad, verdeeld over alle fracties, heeft me gefeliciteerd met mijn verjaardag, samen met de griffier en twee wethouders. Zodat echt officieel vaststaat dat ik nu 72 jaren oud ben. Vriend gaf me een tondeuse die ik laatst bij de kapper zag liggen en waarop ik meteen verliefd werd, samen met allerlei lekkers en een kaartje met een mooie tekst over het Hier en Nu, iets waarop ook Osho me wees in zijn dagelijkse citaat op mijn telefoontje. Ook veel vrienden van Facebook hebben zich niet onbetuigd gelaten. Vind ik leuk, soms zelfs geweldig. Verder een kaartje hier, een telefoontje en een uitgebreide brief daar. Gelukswensen van het koor waarin ik zing. En natuurlijk cadeautjes van de kapper en NS. Dat is intussen allemaal alweer eergisteren, zodat nu nog lang niet jarig ben.

72. Is dat oud? Fysiek voel ik wel wat ouderdomsgebrekjes opkomen, zodat ik wat voorzichtiger de trap oploop en zo. Maar diep van binnen ben ik nog steeds die jaren-zestig-hippie. Eigenwijs en provocerend. graag dingen op zijn kop zettend. Een mooi getal trouwens, het spiegelbeeld van een priemgetal, deelbaar door twee, drie, vier, zes, acht en negen. En vriend schreef op zijn kaart dat 72 gelijk is aan twee tot de macht drie maal drie tot de macht twee. We houden van sudoku’s oplossen en puzzelen, schijnbaar zinloze activiteiten die wel goed zijn voor je hersenen. Bovendien geloof ik in de kwaliteit van getallen. Zes is wijsheid, harmonie en schoonheid, twaalf is perfectie, dus 72 zit wel goed. Een mooie leeftijd dus. Dat mag ook wel tegen die tijd.

In mijn jeugd was ik nog een keer per jaar jarig, en dat was een hele lange tijd. Maar nu lijken verjaardagen elkaar steeds sneller op te volgen. Komt er een tijd waarin ik tijdens mijn verjaardag nog bezig ben de cadeautjes van het vorige jaar uit te pakken? Waarom krijg je eigenlijk cadeautjes? Is het dan een soort prestatie, een beloning voor het feit dat je nog steeds leeft? Alsof je dat zelf in de hand hebt! Moet het je stimuleren om maar zo lang mogelijk te blijven leven? Of is het gewoon blijheid van partners, familie en vrienden dat je er nog steeds bent? En waarom willen mensen op hun sterfbed geen cadeautjes, al is het maar als souvenir na een lange reis in de stof die achteraf als een flits aan je voorbij is gegaan?

Ik heb mijn verjaardag rustig doorgebracht. Dat op zich is al een cadeautje, een hele dag voor jezelf. Waarop je geëxcuseerd bent om alle verplichtingen te laten varen waar je even geen zin in hebt. Een vakantiedag. Vroeger hoorde daar uitbundige feesten tot diep in de nacht bij, maar tegenwoordig word ik al moe als ik daaraan denk. Toch heb ik ook daar leuke herinneringen aan. Zoals die keer ergens in de jaren 70 dat ik van een vriend een wel heel bijzonder cadeautje kreeg. Hij had een leuke knaap meegebracht. Inclusief touwen, zodat ik leuk met hem kon stoeien. Ik weet niet wat de andere aanwezigen op het feest ervan dachten, maar ik vond het – wellicht wat ongemakkelijk blozend – helemaal te gek en bijzonder origineel, helemaal uit het hart gegrepen. Eergisteren gaf Hein me iets dat ook helemaal bij me past: het dikke zware boek Pink Floyd Compleet over mijn lievelingsgroep, waarvan ik fan van het eerste uur ben en die de rode draad van mijn spirituele ontwikkeling heeft begeleid en ontsponnen. Allemaal verjaarsgedachten. Even stilstaan bij je eigen ont-wikkeling zoals mijn Wijze Tante het noemde. Waar was ik blij mee het afgelopen jaar? Wat heb ik geleerd en zou ik nu heel anders doen? Tegelijk laat ik dit soort vragen en voornemens steeds meer los. Want het hier en nu is voldoende en vol van zegen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Mijn tegenprestatie

Date 25 januari 2019

De verplichte tegenprestatie komt weer op de agenda. Want staatssecretaris Tamara van Ark vindt dat gemeenten, zoals Amsterdam en Groningen – en dank zij mijn initiatief ook Blaricum – harder moeten worden aangepakt als ze deze niet verplicht opleggen aan mensen in de bijstand. Voor wat hoort wat, iedereen moet meedoen, de inclusieve samenleving en dat soort geloofsartikelen worden geüpgraded tot meetbare missies die Van Ark graag over de ontschotte schuttingen van de gemeenten gooit. Politiek is religie.

Dat gemeenten niet tekenen voor dit verplicht vrijwilligerswerk, dan wel dit veel te weinig opleggen, is haar een doorn in het oog. En doornen in ogen beperken nu eenmaal het zicht en de visie, met alle gevolgen van dien. Dan grijp je snel terug naar de oudtestamentische wrekende  God en ga je geloven dat straf écht helpt. Korten op uitkeringen, en als gemeenten dat niet met hun inwoners doen doet zij dat zelf wel met de gemeenten. Zo simpel is het. Maar geen psycholoog zal bevestigen dat straf echt helpt, zodat het geloof dat je daarmee problemen oplost op zich al een leugen is.

Uiteindelijk gaat alles nog steeds om geld en is die hele tegenprestatie alleen maar bedoeld om aan goedkope arbeidskrachten te komen en mensen te dwingen om mee te doen met de dolgedraaide arbeidsmarkt waarin de meeste werkgevers nooit tevreden zijn zolang mensen niet steeds langer, harder en efficiënter gaan werken. Die werkgevers kunnen vaak niet anders omdat wij het zelf zijn die alles goedkoop en snel willen hebben. Het is een vicieuze cirkel die uiteindelijk de hele planeet kapotmaakt.

Als je mensen zo graag aan het werk wil zetten, betaal daar dan een eerlijk loon voor, en zet alles op alles om passende arbeid voor werklozen te vinden, of bied hen opleidingen aan. Ja, de verplichte tegenprestatie zou een opstap naar regulier werk zijn. Misschien dat dat soms wel eens het geval is, maar ‘niet als die dwingend wordt opgelegd,’ volgens Monique Kremer, bijzonder hoogleraar actief burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Als mensen actief blijven, is dat vaak goed voor hun welzijn, gezondheid en sociale relaties. Maar als de gemeente dwingende taal gaat gebruiken, werkt dat averechts,’ zegt ze. ‘We weten dat heel sterke sollicitatieverplichtingen meestal contraproductief zijn voor mensen die al lang geen werk hebben.’

Zelf heb ik in de jaren tachtig ook langdurig van de bijstand geleefd. Ik ken de angst, vooral na die keer dat ik opeens duizend gulden – toen een groot bedrag – moest terugbetalen omdat de Sociale Dienst achteraf meende mij teveel uitgekeerd te hebben, maar dat ik na lange tijd heb teruggekregen omdat bleek dat er een fout was gemaakt. Dank zij juridische bijstand, iets waar Sander Dekker ­­­­­­­­­­– van dezelfde politieke partij als Tamara – graag op wil beknibbelen. Ik ken de stigmatisering en de vernedering van werklozen. ‘Als je echt werk wilt,’ zei een man met die ik meeliftte, ‘kun je morgen meteen aan de slag,’ en hij knikte in de richting van Aalsmeer. Ja hallo? Was ik dáárvoor opgeleid?

Mensen onder hun niveau te laten werken werkt echt niet, dan vraag je om problemen. Je kan als gemeente hoger opgeleiden de straten laten schoonmaken – krijgen die ook gele hesjes? – maar mensen die geen passend werk doen verdorren, met alle psychische gevolgen van dien. Zo wandelde ik ooit naar metrostation Diemen-Zuid toen daar veel bouwactiviteiten waren. Het leek me eigenlijk heerlijk om zo lekker concreet met mijn handen te werken, maar al snel  realiseerde ik me dat ik mij onder mijn collega’s niet echt thuis zou voelen. Naar vrouwen fluiten, De Telegraaf lezen en constant muziek aan mijn kop hebben was en is niet echt mijn ding.

Maar al te vaak wordt gepropageerd dat je zelf verantwoordelijk bent voor je werkloosheid. In mijn geval waren het niet de fusies van allerlei psychotherapeutische instellingen tot grootschalige RIAGGS, maar deed ik zelf niet genoeg mijn best, was ik te lui om uit mijn bed te komen en kreeg ik de bekende stigmatiserende oordelen over me heen geslingerd. Het beginnen van mijn eigen eenmansbedrijfje heb ik ook als een soort wraak ervaren: één werkloze minder waarop jullie je vernederende machtswellust kunnen uitleven! Ik bedoel maar, ik was in mijn leven student, een werkloze die spontaan vrijwilligerswerk deed, werknemer bij de Amrobank en zelfstandige met zijn eigen eenmansbedrijfje, zodat ik mij op al die terreinen wel ervaringsdeskundige mag noemen.

Je kan natuurlijk op uitkeringen gaan korten, maar wat lost dat op? Dan kunnen mensen niet meer rondkomen, komen ze letterlijk in de kou omdat ze hun energierekening niet meer kunnen betalen, gaan ze te goedkoop dus slecht voedsel eten, belanden op straat, verzanden in de criminaliteit en prostitutie omdat ze geld nodig hebben, omdat ze in leven willen blijven. Maar dat laatste is kennelijk teveel geëist, dus richten we voedselbanken op – een schande dat die überhaupt bestaan in een rijk land als het onze – en gaan we daklozen opvangen, druggebruik bestrijden en wat niet al. Alsof dat geen geld kost.

Hier in het Gooi gaat regionaal aan werkgelegenheid gewerkt worden door het koppelen van werklozen, gemeenten, werkgevers en het UWV, zodat al die instellingen meer van elkaar weten waardoor zoveel mogelijk mensen op de juiste plek kunnen belanden. Zelf zie ik het als een nuttige maar slechts tijdelijke oplossing. Ik kom het niet nalaten ervoor te waarschuwen dat het wellicht voor onze kinderen en kleinkinderen niet meer werkt. Want op gegeven moment is er écht geen werk meer, hebben robots alles overgenomen. Daar moeten we nu al over nadenken, voor het te laat is. Maar ik werd alleen maar aangegaapt en kreeg antwoorden op vragen die ik helemaal niet gesteld had. Sorry jongens, dat ik wat geïrriteerd reageerde. Een goed plan, maar zonder visie op de waarde van werk blijven het ad hoc oplossingen. En die tegenprestatie? Ik duik mijn oude dossiers maar weer eens op en heb voorlopig weer wat te doen. Mijn tegenprestatie.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De relatieve tijd

Date 9 januari 2019

Soms kan de tijd versnellen, soms kan de tijd vertragen. Daar wist Einstein alles van, en hoewel ik dat eigenlijk niet snap blijkt het toch waar te zijn. En dat is niet het enige waar ik niets van begrijp, want die wetenschappers zeggen daar bovenop ook nog eens dat de tijd ontstaan is. Met de oerknal. Ontstaan? Dat is toch een werkwoord? En werkwoorden geven toch aan in welke tijd een zin staat? Ze zeggen toch wat er gebeurt, zelfs als het stilstand is? Zonder tijd geen werkwoorden. ‘Ontstaan’ is een werkwoord, dus daar is tijd voor nodig. Maar die zou er volgens natuurkundigen vóór de big bang niet zijn. Er zou helemaal geen tijd zijn om de tijd te scheppen. Eigenwijs als ik ben concludeer ik dat er ook vóór de oerknal tijd bestond. Hoe zou hij anders kunnen knallen? Rare jongens, die wetenschappers. Ze geloven zowel in toeval als in oorzakelijkheid, in deeltjes die ook golven kunnen zijn, in materie maar niet in geest. Het lijkt wel een geloof! Je zal vandaag de dag maar een kwantummechanicien zijn, dan heb je het er maar druk mee!

Ook in onze subjectieve beleving kan de tijd vertragen en versnellen. Daarover las ik laatst via Blendle een interessant artikel van Ellemiek de Wit uit Quest onder de kop Verdraaide tijd. Met antwoorden op vragen waarom voor onze beleving tijd kan krimpen en uitdijen. Zo vertelde iemand tijdens een treinongeluk: ‘Het was als een film die zo langzaam wordt afgespeeld dat de beelden passeren met schokkerige bewegingen.’ Dat herken ik uit de beelden die ik voor me zag als ik stoned was, meestal natuurlandschappen waardoor ik zweefde. Ook bij bijna-doodervaringen schijnt dat voor te komen. Waarom? Bij angst en opwinding gaat je interne klok sneller tikken, iets waar ook warmte toe bijdraagt. Minuscule deeltjes van seconden worden waargenomen, je beleeft meer en dat is ook belangrijk om sneller op bedreigende situaties te reageren. Hoe sneller je interne klok draait, hoe langzamer je beleving van tijd is. Zo vinden snelle denkers anderen maar traag en omgekeerd.

Het omgekeerde gebeurt als de tijd voor je gevoel voorbijvliegt. Dan is de frequentie van je eigen klok lager en slobber je veel meer secondes tegelijk op dan zich in je buitenwereld afspelen. Dat gebeurt met name als je je niet focust op tijd, de tijd vergeet. Een feestje is voorbij voor je het weet. In tegenstelling tot het wachten voor de kassa of in de file verveel je je niet. Geef tijd aandacht en alles gaat langzaam voorbij, geef tijd geen aandacht en je blijkt weer veel later naar bed te gaan dan je bedoeling was. Als je ouder wordt gebeuren er steeds minder nieuwe dingen want het leven wordt meer en meer een routine, herhaling van dingen die je al vaker hebt meegemaakt, je beleeft minder. Je hapt hele blokken tijd tegelijk op en voor je het weet is het weer nieuwjaar. Dat komt ervan als je op je lauweren gaat rusten. Je ligt op je sterfbed voor je het weet. Actief blijven dus! Niet voor niets maken ouderen graag verre reizen en gaan ze andere gekke dingen doen. Want dan blijf je een beetje bij de tijd.

Zelf geef ik de voorkeur aan die vertraagde tijd. Want dan kan je leven veel langer duren. De socioloog Karen O’Reilly ontdekte dat ‘Britse emigranten onder de Spaanse zon meer in het hier en nu leefden. Dat maakt dat de tijd voor hen minder snel voorbij vliegt.’ Want warmte versnelt je interne klok zodat de tijd voor je vertraagt, wat ook gebeurt als je koorts hebt. Kortom: hoe meer je lééft, hoe langer je leeft, althans voor je eigen beleving. In mijn roman ga ik zelfs nog een stapje verder: wie zegt dat je tijd niet zo veel kan vertragen dat een seconde beleefd wordt als de eeuwigheid, iets wat ik ‘eeuwigheid in nu’ noem? Als je daarbij optelt dat volgens recent onderzoek de hersenen na je sterven toch nog een poosje blijven nasudderen, zou je al stervend in de hemel kunnen belanden! In het enige echte nu dat een ‘altijd’ wordt omdat er geen andere tijden meer zijn dat dit eeuwige moment, dat je in nul seconden beleeft.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Afscheid Aries Astro-Services

Date 5 januari 2019

Aries Astro-Services is niet meer. Na zo’n 25 jaar ben ik ermee gestopt. Kon ik er rond de eeuwwisseling nog van leven, het afgelopen jaar hield ik er hooguit tweehonderd euro per maand aan over en dat woog bepaald niet op tegen al het werk en de administratie. In het begin leverde ik veel horoscoopberekeningen en tekeningen, maar tegenwoordig haalt iedereen die uit zijn eigen computer. Ik kreeg het alleenrecht op de verkoop van de door Astrodienst in Zwitserland uitgebreide rapporten van beroemde astrologen als Liz Greene en Robert Hand, maar tegenwoordig zijn ook interpretaties van horoscopen overal op het internet te vinden. Daling van omzet dus. Ook de verhoging van de BTW is een mooi punt om ermee te stoppen, want ik zat er niet op te wachten om nu alle prijzen en de administratie aan te gaan passen.

Afgezien van veel door de jaren trouwe klanten, zaten er ook veel lastige tussen. Mensen zijn veel slordiger geworden. Vullen formulieren onvolledig in, laten geen telefoonnummer en soms zelfs ook geen naam achter op het antwoordapparaat, betalen vanaf onherkenbare bankrekeningen, want alles moet sneller en sneller. Soms gunnen ze je geen pindakaas op het brood door onmogelijke kortingen te eisen. ‘Mevrouw, dit is mijn aanbod en het is aan u om daarvan gebruik te maken of niet!’ Boos was ze! Want de klant is toch koning? Nooit meer iets van gehoord. Misschien niet zo zakelijk, maar wel zo rustig. Ik weet dat ik goede producten leverde, zelfs de mooiste en beste in het land, durf ik onbeschaamd te zeggen. Maar het land is veranderd. Ze zeggen dat astrologie de laatste jaren weer in opmars is, vooral onder jongeren. Ik merk daar weinig van, hoewel het wel gewoner wordt om in astrologie te geloven.

Veel mensen willen astrologie gebruiken om de toekomst te voorspellen. Hoe hun relatie zal verlopen, of het goed komt met hun kinderen of werk, dat soort dingen. In extrema wanneer ze dood gaan. Nou, lieve mensen, ik heb Saturnus en Pluto in het achtste huis, maar ik leef nog steeds hoor! Voor mij is astrologie in de eerste plaats een taal die veel duidelijker is dan wat de psychologie kan leveren. Maar zeker ook een diagnostisch instrument dat aangeeft wie en wat de spelers zijn in bepaalde levensgebieden. Zonder oordelen, want alle planeten hebben zowel hun goede als hun slechte kant en zijn meestal ook onderling met elkaar verbonden. Het is maar hoe je ermee omgaat. Zo kan een horoscoop een feest van herkenning zijn. Niet dat je uit een horoscoop haalt of iemand homoseksueel is, maar wel hoe hij daarmee omgaat. Voor Mellie Uyldert was astrologie de hoogste wetenschap, iets waar Govert Schilling het als bestrijder van bijgeloof vast niet mee eens is.

Je kan in de sterrenhemel zien wat je wil. Laat mensen maar eens in de nacht omhoog kijken. Wat voor de een tweelingen is, is voor de ander een paardekop of een koektrommel. Maar toch is in het collectief geheugen dat stukje van de hemel geladen met de energie van tweelingen. Niet bij mij alleen, maar bij iedereen die tussen 1942 en 1948 is geboren, stond Uranus in tweelingen. ‘Zo heeft de babyboom-generatie Uranus in Tweelingen,’ lees ik op een verloren pagina van mijn ex-website, ‘Ze maken enorm veel mee op het gebied van nieuwe communicatietechnieken.’ Dat kan je wel zeggen ja. Grappig trouwens dat geen astroloog indertijd de komst van het internet heeft voorspeld. Maar het is dan ook lastig om iets te voorspellen dat nog niet bestaat. Misschien hadden ze een nieuw model van telefoons kunnen verwachten, met druktoetsen of zo. Het lastige van voorspellingen is dat ze wel uitkomen maar heel anders uit blijken te pakken dan je denkt. Vandaar dat je er niet echt veel mee kan. Aries Astro-Services. Ik deed het graag, was verschrikkelijk enthousiast en kon mijn computerhobby erop uitleven. Het is mooi geweest. Echt mooi. Dank jullie wel, al mijn klanten in die 25 jaar! Mogen de sterren bij jullie zijn! Mogen? Dat zijn ze allang. Bij iedereen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De illusie van het getal

Date 31 december 2018

Volgens Stephen Hawking kan iets uit niets ontstaan. Want zoals plus en min samen nul zijn, kan uit nul ook plus en min ontstaan. Maar toch heb ik er moeite mee. Negatief en positief compenseren elkaar zodat er niets over blijft, en dat proces kan ook omgekeerd worden. Logisch toch? Maar ondanks dat heb ik er moeite mee. Omdat ik dat negatieve maar niet kan vinden.

Zo vroeg ik mij vroeger af hoe een negatieve koe er uit zou zien. Ja, ik zal op een fotonegatief wel eens een negatieve koe hebben gezien, maar dat is alleen een plaatje waar de kleuren zijn omgedraaid. En een koe is meer dan een plaatje, terwijl eigenlijk alles in zo’n kolossaal log beest op zijn kop zou moeten worden gezet. Poten omhoog? Ingewanden aan de buitenkant? Geen boe roepen maar iets als eob? Geen melk maar Coca-Cola? Ik ben er nooit uit gekomen.

Negatieve dingen kan ik niet vinden, pak weg ze pakken. Sommige eigenschappen kunnen we negatief noemen, maar dat zijn interpretaties van onze waarneming die ons denken ervan maakt, want onze biocomputer kan nu eenmaal niet zonder tegenstellingen functioneren. Is het sterven echt de antipode van geboren worden? Als we goed kijken zien we alleen maar dingen en gebeurtenissen. Een lichaampje dat uit een ander lichaam glipt, het uitblazen van een laatste adem.

Als je zo naar de wereld kijkt bestaat er eigenlijk niets negatiefs. Dan blijkt dat dat eigenlijk niet meer dan een verzinsel is. Tegen het einde van het jaar maken we de balans op, maar ook dan leven we in een bedachte wereld. In je boekhouding staan je tastbare bezittingen zoals je huis en voorraden aan de linkerkant. Daar tegenover zet je je schulden aan de rechterkant. Maar in feite doe je niets anders dan appels met peren vergelijken, iets heel concreets aan de debetzijde en iets wat bedacht of afgesproken is aan de creditzijde. Concrete werkelijkheid versus virtual reality.

Ik kan me zelfs er iets bij voorstellen dat lang geleden het getal 0 niet eens bestond. Bij 0 koeien kan ik me ook niets voorstellen. Een lege stal hooguit. Maar wie zegt me dat er niet 0 schapen in staan? Alles wat je met 0 vermenigvuldigt blijft 0. Iets waartegen ik als koe of schaap hevig zou protesteren: er zijn er 0 van mij, en niet van een ander dier! 0 koeien zijn niet te zien of te pakken, dus waar hebben we het eigenlijk over? Ik bedoel maar: virtual reality is dieper in ons doorgedrongen dan we ons bewust zijn. Zo geloven wij bijvoorbeeld in de onechte echtheid van geld, wetten, schuld, zelfs in die van onze persoonlijkheid.

Maar wat dan met onze gevoelens en emoties? Daar zijn haat, schoonheid en verdriet een soort negatieve liefde, lelijkheid en vreugde, zodat je ook hier weer appels met peren vergelijkt. Hoeveel haat kan er niet in liefde zitten, en hoeveel liefde in haat! Daarom kan je je heel dubbel voelen. Zou ik überhaupt iets of iemand kunnen haten als ik geen liefde voelde voor dat iets of die persoon? Wat is een relatie als er niet bij tijd en wijle fikse ruzies zijn? Wat is vreugde als je geen verdriet kent, twee emoties die soms in opperste vervoering kunnen samensmelten?

Nog een stapje verder. Zelfs het positieve is een illusie. Als er twee koeien in de wei staan, zijn dat nooit echt dezelfde koeien zodat de getallen an sich al de werkelijkheid vertroebelen. Als je goed oplet slaan ze eigenlijk nergens op. Alles is zichzelf en daarom niet met iets anders vergelijkbaar. Als we al die getallen overboord gooien blijft er alleen een neutrale isheid over. Wiskunde en boekhouding kunnen heel praktisch zijn, maar dat zegt nog niet dat er een waarheidsgehalte in zit. Zolang we geloven dat ze echt zijn, hebben we het ware, goede en schone nog niet in ons verenigd.

Een mooie nieuwjaarswens: laten we ophouden met waarde te hechten aan onze dromen over getallen en het maken van vergelijkingen. Zelfs als het getal 2019 is. Gooi alle oordelen overboord en laat alles zijn zoals het is. Dat is vrede.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Moedige slachtoffers

Date 26 december 2018

Advocaat Bénédicte Ficq vertelde onlangs in de Gooi- en Eemlander over haar strijd tegen de tabaksindustrie. Rokers zijn bewust verslaafd gemaakt en het is verdomd moeilijk om daarvan af te komen. Ze zijn geen slappelingen maar slachtoffers. Daar heb ik nooit zo bij stilgestaan. Tien jaar geleden stond bij de Jellinek tabak op de derde plaats van de top-15 van gevaarlijke drugs – alleen heroïne en crack scoorden hoger, terwijl LSD en paddo’s helemaal onderaan bungelden. Ook de drankindustrie mag blij zijn met haar vierde plaats. Het lijkt me dan ook beter dat we hier in de gemeente na commissie- en raadsvergaderingen gezamenlijk een jointje gaan roken in plaats van wijn schenken. Maar een motie van mij zal het waarschijnlijk niet halen omdat ik weer eens een paar bruggen te ver bezig zal zijn.

Ik heb iets met verslaving. Neptunus aan mijn midhemel. Jupiter in mijn twaalfde huis. Het zit ook een beetje in de familie. Misschien rookte mijn moeder toen ze zwanger was van mij. Wist zij veel. Tot mijn vijftigste heb ik stevig gerookt, twee pakjes per dag. Opeens radicaal gestopt, waarbij ik me voortdurend voorhield dat ik de baas was, en niet mijn smachtende lichaam. Het was trouwens niet mijn gezondheid waarom ik stopte, maar omdat ik me bij de Rozenkruisers had aangesloten, van wie je niet alleen moet afzien van roken, maar ook van seks, drank en televisie. Dat laatste omdat de straling ervan schadelijk zou zijn. Onzin natuurlijk, maar ik had daar toch weinig moeite mee en tot vandaag de dag vraag ik me af waarom ik überhaupt een televisie in huis zou moeten hebben. En naar de radio luister ik ook al nooit. Misschien zouden discussieprogramma’s leuk zijn, maar daar praat toch iedereen door elkaar heen en daar word ik horendol van. Ik zal wel weer hooggevoelig zijn of zoiets.

Tien jaar later ben ik toch weer begonnen met roken. Ik zie het nog steeds voor me. Na een zomerse vergadering of feestje of feestje zat ik bij fractievoorzitter Carien op de stoep, en Huib bood me een sigaartje aan. Dat inhaleer je toch niet, dacht ik, dus dat kan toch geen kwaad? En ik mocht Huib graag, niet alleen omdat hij in een dixielandbandje speelde maar ook omdat hij me vaak complimentjes gaf. Na een jaar of vijf ging ik over naar elektrische sigaretten, hoewel nog geen hond weet wat voor schade die allemaal kunnen aanrichten. Huisarts Joke, ook in de raad, vraagt me wel eens met haar doordringende ogen naar mijn ervaringen en gedachten over mijn elektrisch roken, maar kan er ook nog niet over oordelen. Behalve natuurlijk dat het een verslaving is. ‘Geen tabak, alleen een klein beetje nicotine,’ verdedig ik mijzelf vaak.

Vreemd dat ik in de verdediging schiet. Want uit het verhaal van Ficq begrijp ik dat ik er maar weinig verantwoordelijk voor ben. Dat het in mijn lijf zit, dat steeds hunkert naar de ervaring van de allereerste sigaret, dat even wegzweven in witte wolkjes die mijn hele lichaam doordenken, een soort kortstondige mix van dronkenschap en wegzweven. Dat komt natuurlijk nooit meer terug, en weinig van dat gevoel zal nog lijken op de eerste sigaret die ik in 1968 van Menno kreeg. Is hij dan de boosdoener? Welnee, roken was toen nog heel gewoon. Dat deed je ook op je werk, zodat de kantoorruimtes er mistig moeten hebben uitgezien. En het was natuurlijk goede business voor de tabaksproducenten, die tot vandaag de boel belazeren met hun metingen van nicotinegehaltes, net zoals de auto-industrie de hoeveelheden CO2-uitstoot flatteert. Zware straffen zou je zeggen. Welnee. Zo weinig mogelijk zichtbaar in de winkel. Plaatjes van de enge gevolgen op sigarettenpakjes, zodat ik vaak blij was met de sigarendoosjes met een naakte man, die hulpeloos op bed ligt omdat hij impotent is. Wel zo rustig eigenlijk.

Politici zijn niet sterk in het aanpakken van de wortels van problemen. Willen graag wat polderen om iedereen te vriend te houden. Bovendien zou een radicale aanpak van roken en alcohol slecht zijn voor de economie – een argument dat in veel kringen doorslaggevend is. Ficq stapte als advocaat gewoon naar de rechtbank en klaagde tabaksproducenten aan voor pogingen tot moord, zware mishandeling en valsheid in geschrifte. Nul op het rekest natuurlijk, maar ze blijft doorgaan. ‘Stel: je produceert een auto waarin elk half uur iemand verongelukt, omdat-ie uit winstbejag veel te goedkoop is geproduceerd,’ zegt ze. ‘Ondanks dat mag die auto de weg op.’ Terwijl in Nederland per jaar zo’n duizend mensen sterven aan de gevolgen van roken. Ik weet niet of ik dat ook ga doen. Ben ik een slappeling? Dat herken ik niet en ik werp het ver van me, zoals politici wel vaker zeggen. Maar wat roken betreft is dat meer terecht dan onterecht.

Ook rokers moeten meer uit de kast komen, gewoon erkennen dat zij slachtoffers zijn van een perverse industrie die veel te lang is getolereerd. Toegegeven: er wordt wel wat actie ondernomen om het roken te verminderen. Zoals minder zichtbare verkoop, die plaatjes op de verpakkingen, het rookvrij maken van kantoren, restaurants en cafés. Niks mis mee, zeker mee doorgaan. Jammer voor mij dat de samenleving, en vooral de jeugd, tegen mensen als ik beschermd moet worden. Maar dat hoort er nu eenmaal bij als je slachtoffer van een verslaving bent. Laat ik dat maar gewoon accepteren en mezelf niet wijsmaken dat ik een slappeling ben. Voor mij getuigt juist dát van een moed die ik elke roker toewens.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Mijn eerste koorjaar

Date 20 december 2018

Vandaag werd ik precies een jaar geleden gestrikt voor het Blaricums Gemengd Koor. Gisteravond sloten we het jaar af met een etentje in ons dorpshuis De Blaercom. Ik kon het niet laten om onderstaand toespraakje te houden,

Komt hij nou of komt hij niet? Me er niet van bewust dat alles een kwartier eerder begon dan ik gewend was, zat ik rustig aan de bar een cappuccino te drinken terwijl Hennie met gekromde tenen bezig was met het gebruikelijke inzingen. Komt hij nou of komt hij niet? Precies een jaar geleden had ze me na een politieke ledenvergadering hier aangesproken. Of ik ook kon zingen. Tja eh … Ik hield wel van zingen, wat ik vroeger heel vaak deed, mijzelf met de gitaar begeleidend. Of ik het leuk zou vinden om in een koor te zingen. Ze zochten tenoren. Was ik een tenor? Tja, nooit zo over nagedacht. Zing eens wat! Dus stond ik hier in De Blaercom brutaal mijn lievelingskoraal te zingen. … Aber deine Gnad und Huld ist viel grösser als die Sünde die ich stets bei mir befinde. Dat vond ik altijd prachtige woorden uit de Mattheus. En mijn stem zou best eens die van een tenor kunnen zijn. Jippie! Hoopvol keek ze me aan. Ik moest in januari maar eens komen! Tja, eh …

Ik had nog wat stoute schoenen, dus die trok ik maar aan op die woensdag in januari. Na een herinneringsmailtje van Hennie kon ik niet anders. Mijn broer zingt al jaren in een koor, en dat is eens wat anders dan me eindeloos met politiek en spiritualiteit bezig te houden. Ja, ik hou er als Waterman van om de meest onmogelijke tegenstellingen te verbinden, zoals raadswerk en non-dualiteit. En het is gewoon even héél iets anders. Nog een nipje cappuccino en dan maar naar binnen lopen. Nog voor ik me kon voorstellen zat ik al naast Hennie terwijl Lex met vreemde gebaren ons reeksen klanken liet zingen. Hennie – of was het Titia? – stopte me wat papieren in handen. Plons! Meteen het diepe in dus. Tja. In de pauze testte koorleider Lex het bereik van mijn stem en ja, ik was een tenor. Hennie meteen hartstikke blij met mij. Of in elk geval met mijn stem, want twee tenoren in een koor was wel wat weinig. En ik vond het best leuk. Alsof zingen je even helemaal in een andere wereld stortte.

Van het een kwam het ander. Maar het viel best tegen! Sommige mensen kunnen snel noten lezen, wat bij mij ongeveer 10 seconden per noot duurt. Zeker als er vier mollen aan het begin staan. Dit In tegenstelling tot Karina die direct van het blad speelt. Hoe dóét ze dat toch, waar heeft ze die rechtstreekse zenuwlijntjes tussen haar ogen en handen vandaan? Ik heb nooit gesnapt dat mensen dat kunnen. Vroeger speelde ik wat piano, maar ik moest muziekstukken helemaal uit het hoofd leren voordat ik het lekker kon spelen, het eerste deel van de Beethovens Mondscheinsonate, wat werkjes uit het Wohltemperierte Klavier van Bach. Of de Regendruppelprelude van Chopin, waar ik het pas denderend kon laten stortregenen als ik niet meer naar de bladmuziek hoefde te kijken. Maar hier in het koor werd het nog erger, want van Lex moest ik drie dingen tegelijk doen. De muziek lezen, de tekst lezen en alsof dat al niet moeilijk genoeg was óók nog naar hém kijken! Terwijl ik maar één aandacht heb! Sommige mensen hebben meer aandachten, wat voor mij een onbegrijpelijk mysterie is. Ik deed dus maar wat mij het beste uit kwam. En ik troostte me met de gedachte dat het allemaal niet zo perfect hoefde te zijn als bij Ton Koopman.

Ik ben een type dat niet zo goed tegen drukte kan en daarom vaak even de stilte moet opzoeken en alleen wil zijn. Misschien is roken – een doodzonde voor zangers – daarom zo aantrekkelijk, dan kan ik me even terugtrekken voor mijn eigen huisdeur of die voor het BEL kantoor of het gemeentehuis. En die van De Blaercom tijdens de pauze. Het zal wel iets psychiatrisch zijn. Iets met hooggevoeligheid of hoogbegaafdheid of zo. Sorry. Een rare langharige snuiter ben ik altijd geweest, eigenlijk nooit de jaren 60 ontgroeid. Toch ging het zingen best goed. Althans als ik Lex mag geloven, die zich misschien een beetje inhoudt omdat hij geen tenoren wil verspelen. En ik schijn niet de enige te zijn die bij tijd en wijle er wel eens naast zingt, of de verkeerde partij, of een ritmisch huppeltje verkeerd pakt. Als de laatste noot – bij voorkeur een picardische terts – maar goed is. Eind goed, al goed.

Ik heb genoten van ons zingen op die hete meidag in Lutjegast. Meer dan van het kerstconcert, want met veel in mijn ogen minder klassieke liedjes heb ik niet zoveel. The Holly and the Ivy – waar heeft die klimop zich in het lied verstopt? best leuk allemaal, maar geef mij maar Vivaldi en Mozart. Wel heel aardig van Lex dat hij mijn tip om Cantique de Noël te gaan zingen serieus heeft genomen, want dat is volgens mij één van de betere kerstliederen. Hoewel? ‘Voici le rédempteur’? Alsof Jezus opeens in een mandje uit de hemel wordt neergelaten waarmee we allen verlost zijn? Hmmm … Jauchzet, frohlocket! Met paukenslagen en trompetgeschal wordt de komst van de verlosser gevierd! Alsof die niet in eerste instantie in jezelf geboren moet worden, zoals Silezius al dichtte. Want ik geloof dat we allemaal diep van binnen zwanger zijn van de Christus ín ons, die alleen in donkerte en stilte geboren kan worden, en niet onder bombastisch feestgebruis.

Muziek is voor mij de hoogste kunst, wellicht omdat die alleen in het hier en nu speelt en de afstand tussen de muziek en jezelf verdwijnt. Je wórdt de muziek, wordt er één mee en bént dat ook – iets wat voor mij moeilijker is bij beeldende kunsten. En voor mij vertelt de mooiste muziek over stilte. Het Miserere van Lotti. Et in terra pax uit het Gloria van Vivaldi. Wat wel een vierde probleem bij het zingen oplevert, want ik vind het zo mooi dat ik ervan volschiet en een dikke keel van krijg. En dat zingt zo onhandig. Maar toch: ik denk dat het goed is als we ons zoveel mogelijk in de teksten verdiepen zodat we weten, zodat we léven wat we zingen. Lex attendeert ons daar terecht vaak op. Zonder bezieling blijft zingen alleen maar een reeks nootjes afraffelen. Het zou het mooiste zijn als we konden zingen zonder partituur in onze handen, maar dat is wellicht nog iets teveel gevraagd. Ik heb genoten en blijf genieten van die magische astrale groepsziel die we delen. Van momenten waarop we de techniek voorbij gaan, in klanken in elkaar opgaan.

Ik ben er dankbaar voor dit met jullie mee te maken. En dat ik leuke mensen heb leren kennen, Zoals Hennie op wie ik – mag ik het zeggen? – best een beetje verliefd ben. Zoals Nico die me een mooi jasje heeft gegeven, waarin ik nog een muntje van twee euro vond. Zoals Ingrid die al decennia geleden klant van mijn astrologische bedrijfje was, en wier dochter nu artikelen voor mijn De Idealist – de opvolger van Mellie Uylderts De Kaarsvlam – schrijft. En bij wie – Ingrid dan – ik zelfs al een keer thuis ben geweest, hoewel het wel even zoeken was. Jammer dat Vincent weg is. Niet alleen omdat we een bas missen, maar ook omdat hij vlak bij mij woont zodat ik met slecht weer met hem mee kon rijden, een taak die onze gulle voorzitter Noor heeft overgenomen. Het is rond deze dag een jaar geleden dat ik gestrikt werd voor dit koor. En hoewel ik geen strikjes kan strikken, bevalt dit me tot vandaag de dag uitstekend, terwijl ik me nog steeds een beginneling voel. Dank jullie allemaal voor de magie die ik met jullie mag leven, en ik verheug me nu al op het jubileumconcert in maart. Muziek is magie, en wat is er mooier dan dat met elkaar te delen? Goede Kerst toegewenst! Opdat – op zijn minst een beetje – Christus in jullie geboren mag worden!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Eeuwige vriendschap

Date 9 december 2018

Al vaker heb ik verteld over mijn leven op de campus Uilenstede in Amstelveen, maar gisteren wáren we er. Met vrijwel allen die er vijftig jaar geleden in de nieuwbouw van eenheid 198 kwamen wonen Wellicht vroeg menig bewoner zich af wat die 17 ouwelullen daar zochten toen we op de liften stonden te wachten. ‘Hé, die trap naar de kelder was er vroeger niet’, ‘Volgens mij hing hier een plattegrond of zoiets’ en ‘Ging niet één van de liften naar alleen de even of oneven etages?’ Toen we in pakketjes op de zevende verdieping waren geland vond ik het echt wel spannend worden voor de deur, waar een studente ons toegang zou verlenen, want in tegenstelling tot vroeger was die nu op slot. De namen van de bewoners ernaast verrieden ons dat dat er dertien vrouwen en één man woonden, terwijl we er met mannen – zeg maar jongens – indertijd als eerste bewoners introkken. De seksen werden indertijd nog keurig gescheiden, want alles werd indertijd nog door de Vrije Universiteit beheerd. Zelf vond ik het niet zo erg om met alleen jongens samen te wonen, maar velen verzonnen trucjes om te ontsnappen aan de laatste stuiptrekkingen van het godvruchtige leven.

Daar stonden we dan op de lange gang die veel nauwer was dan we dachten. Linksaf de keuken in. Er stonden nu twee vierpits kookplaten in plaats van één. De keuken was wat groter gemaakt door het balkon erbij te trekken, wat ook meer privacy geeft voor degenen die ertegenover wonen. De voorraadkastjes hingen tegen een andere muur. Maar de koelkast met de televisie erbovenop stonden nog op dezelfde plek, de televisie waarop we zo vaak naar de Fabeltjeskrant keken. Vlakbij de ingang naar de keuken was de telefoon verdwenen, zodat de naast wonende die niet meer steeds hoeft op te nemen. Privé postbusjes, waar je vroeger makkelijk elkaars kascheques kon jatten, wat trouwens nooit gebeurde. De deuren van de bewoners waren degelijk op slot, waar indertijd de meest primitieve sleutels waren en sommigen zelfs soms dezelfde sleutels hadden, wat we ook niet een echt probleem vonden. Zo kon ik rustig Caspers waterkoker lenen als hij niet thuis was, en was het makkelijker voor hem om mijn wietplant te verzorgen als ik op vakantie was. Dat met hasj en zo zag hij samen met bijna iedereen niet zo zitten, maar onze vriendschap was belangrijker.

Er bleken maar twee bewoners thuis te zijn toen we op deuren klopten om een blik te werpen in de kamers waar we vijf jaar of meer hebben gewoond. Maar we werden hartelijk welkom geheten door de studentes die wél thuis waren. Wat waren die kamers klein, terwijl ze indertijd zo groot waren! Maar voor de toch wel hoge huur van 100 gulden – nu zo’n 450 euro – hadden we wél een eigen toilet en douche. De witte tegels tegen de muren en de kleine bruine tegeltjes op de vloer leken nooit vervangen te zijn. Oké, er was geen draadomroep meer – iemand moest even uitleggen wat dat was – maar verder leek er weinig veranderd. Dezelfde tussenschotten op de balkons waar mensen wel eens overheen klommen als ze hun sleutels kwijt waren. Een enkele keer kwam het voor dat iemand in zo’n geval vanaf de bovenburen naar beneden klom. Aan de westzijde was het uitzicht nauwelijks veranderd met zijn Augustinuskerk aan de horizon. Maar aan de oostzijde was veel nieuwbouw verrezen op de plek waar ooit de A3 was gepland, hoewel het zicht toch wat vertrouwd was door een sliert vliegtuigen die over onze hoofden vloog. Mijn telefoontje mat hooguit 90 decibel, iets wat indertijd wel iets meer was.

Op de gang maakte Eduard een groepsfoto zoals hij die in 1973 maakte, maar nu wel in kleur. Gelukkig voor mij hoefden we niet dezelfde kleren aan als indertijd, wat me een jaar zoeken op internet zou hebben gekost. Hoewel ik al geruime tijd eigenlijk naar de kapper moet, leek dat me voor juist deze gelegenheid ongepast. Intussen heeft Eduard in de loop der decennia een hele collectie foto’s van alle reünies, die hij voorafgaand aan ons bezoek bij Wim thuis onder koffie en broodjes op de muur heeft gebeamd. Na afloop van ons bezoek aan eenheid 198 hebben we voortreffelijk gegeten in Restaurant Kronenburg, ergens ten zuiden van Uilenstede waar vroeger weilanden waren. Daar hield ik een vrolijke, maar politiek sombere speech. Aquarius is geen Sinterklaas of Kerstman, zoals we een halve eeuw geleden dachten. En is het zo moeilijk om alle politieke spelletjes te doorzien? ‘Soms denk ik dat ik zelf gek ben. Dat is ook in zekere zin zo, alleen heet dat nu hoogbegaafd.’ Ik schijn best een goede speecher te zijn.

Casper, aan het eind van zijn leven als longarts, werd er helemaal blij van en ik had na afloop een hartverwarmend gesprek met hem, zelfs over spiritualiteit. Hij noemt zichzelf heel romantisch, en dat moet wel zo zijn want hij genoot van de finale van de film Death in Venice. Ondanks het feit dat hij mijn verliefdheid nooit heeft kunnen beantwoorden zijn we altijd de dikste vrienden gebleven. ‘Ware vriendschap trekt zich niets aan van de grenzen van ruimte en tijd,’ had ik betoogd. Ik had het nog mooier kunnen zeggen: de dood scheidt ons niet, maar verbindt ons. Die bewaar ik voor de volgende reünie. Eeuwige vriendschap. Nou, halfeeuwig dan. Een band als tussen ons is magisch, zelfs al zien we elkaar soms jaren niet. Even thuis zijn onder de intelligentsia, heerlijk!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites