Holle hologrammen

Date 13 september 2014

‘Wetenschappers maken hologrammen van zwevend stof,’ las ik deze zomer op nu.nl. Ze laten stofdeeltjes op geluidsgolven zweven, en laten ze ook bewegen en verschillende vormen aannemen. Wat dit met holografie te maken heeft is me onduidelijk, want het is gewoon een ordinaire projectie op een alternatief stoffelijk scherm. Een van de wezenlijke kenmerken van een hologram is immers dat elk deel ervan informatie over het geheel in zich heeft, en dat is hier niet het geval. Maar desalniettemin zou dit ik eerste opmaat kunnen zijn naar een nieuwe methode om 3D-projectie te realiseren, iets waar we al decennia lang reikhalzend naar uitkijken. Kennelijk snakken we ernaar om zo realistisch mogelijke werelden te scheppen, naast die van de echte real life-wereld. Ja, het liefst moet virtual reality zo echt zijn dat we haar niet meer van de werkelijkheid kunnen onderscheiden. Niet alleen om real life na te kunnen maken op plekken en momenten dat het ons goed uitkomt, maar ook om nieuwe werelden te kunnen scheppen, die niet meer van de echte wereld te onderscheiden zijn. Mundus vult decipi, ergo decipiatur – de wereld wil bedrogen worden, dus laat ze bedrogen worden. We doen daarvoor dan ook onze uiterste best om technieken te maken waarmee we de concrete werkelijkheid kunnen ontvluchten om ons te verliezen in nagemaakte werelden.

Maar virtual reality is niets nieuws. Al vanaf het moment dat mensen konden abstraheren, visualiseren en auditiviseren is eraan gewerkt. Neem alleen maar het spreken, taal. In onze gesprekken roepen we al beelden op bij elkaar, kunnen we ’s nachts over de zon praten, en de eerste rotstekeningen getuigden al van een wereld die ter plekke niet aanwezig was. Met het schrift konden we bij elkaar beelden oproepen – zelfs van een niet concreet geziene realiteit, zoals van elfen en draken. We gingen elkaar brieven schrijven waardoor mensen ondanks hun fysieke afstand zich toch dicht bij elkaar voelden. Er ontstond beeldende kunst waarin niet alleen getracht werd om een zo exact mogelijke kopie van de werkelijkheid weer te geven zoals in het realisme, maar ook om onbestaanbare werelden te scheppen, zoals in het surrealisme. En lang daarvoor was er al de oudste kunstvorm, muziek, waarmee kunstmatig emoties en gevoelens opgeroepen konden worden. Je kunt je zelfs afvragen of niet alles dat met creativiteit te maken heeft virtual reality is. Nieuwe werelden worden geschapen, ver van de alledaagse werkelijkheid. Terwijl de enige echte realiteit zich in het hier en nu om ons heen afspeelt. Het gekras van ruziënde kraaien in de boom, de koele wind als er een wolk voorbijdrijft, de smaak van aardbeien, anderen die we kunnen voelen tijdens een warme omhelzing, het zien van de twinkelende sterrenhemel in een heldere winternacht, kortom de naakte werkelijkheid waar zenmeesters zo graag over vertellen.

Verlichting stelt dan ook niets voor. Het stelt niets voor: er wordt niets vóór de realiteit gezet, niets tussen onszelf en de echte wereld. Het is zoals ik onlangs droomde – ja, ik kan dromen dat ik verlicht ben, volgens velen een contradictio in terminis – en daarin wist is dat het ontzettend gewoon was. Geen extase, geen jubelende blijheid of verlossing, geen kosmisch orgasme met bloemenregens en een overwelmend vredesgevoel. Kortom: verlichting is niets bijzonders, ja, eigenlijk het enige dat niet bijzonder is. Meer heeft hij niet nodig, los als hij is van alle hechtingen en vrij als hij is van geloof en behoefte aan de maakbaarheid van zichzelf en de wereld. Zoals Fritz Perls al zei: een roos is een roos is een roos. En daarmee is dan ook alles gezegd, daar kunnen geen heilige teksten, geen mantra’s, meditaties, gebeden en rituelen tegenop. Ik moet denken aan het verhaal van de stervende zenmeester van wie de volgelingen graag nog zijn laatste wijze woorden wilden horen voordat hij heenging. ‘Hoor je die vogel zingen?’ was het laatste dat hij zei. Ik weet niet of ik het verhaal hier goed weergeef, evenmin als ik nog weet wie die zenmeester was – Osho zal het wel eens verteld hebben – maar de essentie is duidelijk: niets is gewoner dan verlicht te zijn. Stel je er dan ook maar niets van voor en blijf gewoon bij de concrete werkelijkheid.

Concrete werkelijkheid? Maar hoe concreet is die werkelijkheid eigenlijk als we ons realiseren dat zelfs de meeste vaste stof voor het aller-allergrootste deel uit leegte bestaat, de leegte tussen de elementaire deeltjes waaruit die is samengesteld? Terwijl we zelfs van die deeltjes nauwelijks weten hoe concreet ze zijn? De grond onder mijn voeten voelt aan als compacte massa maar dat blijkt een illusie. De bladeren van mijn kastanje zijn helemaal niet groen maar rood, lijken alleen maar groen omdat ze zelf het rode licht in zich opnemen, de rode rakkers! Wat is de meeste pijn als we het accepteren en loslaten? Wat is zelfs het mooiste pianoconcert meer dan dansende moleculen in de lege lucht? Is die zogenaamde concrete werkelijkheid dan niet ook virtueel? Er kunnen toch geen twee realiteiten bestaan? En zeggen veel oosterse wijsheden niet dat uiteindelijk alles een spel, maya, illusie is? En zijn die twee werkelijkheden niet één omdat ze beide bezield zijn? Hoe kan ik een mooi gedicht als illusie bestempelen, of een mooi schilderij, een muziekwerk, ja zelfs een computerspel of hologram? Als we de wereld splitsen in die van real life en virtual reality gaan we voorbij aan de essentie van veel dat uit creatieve inspiratie geboren is: de ziel, dat onvindbare wezen, die bron van de schepping die niets anders wil dan verenigen.

Als we de werkelijkheid van virtuele werkelijkheden ontkennen, dan ontkennen we niet alleen de waarde en kracht van creativiteit, maar vinden we – en dat is eigenlijk nog erger – een pasklaar excuus om ons niet met de schijnwerkelijkheid van het zogenaamde concrete leven bezig te hoeven houden, die immers net zo goed virtual reality is als de dromen en idealen die de wereld gestalte geeft. Ja, ik heb eens een knuppel in een hoenderhok gegooid door te beweren dat virtual reality wel eens echter zou kunnen zijn dan die van real life. Dat werd me niet door iedereen in dank afgenomen. Ware rijkdom is niet het hebben van veel geld in de concrete wereld, maar het kunnen genieten van andere werkelijkheden, van creativiteit en kunst, van het Derde Pianoconcert van Beethoven, van je niet zo druk maken over bezit, of gewaardeerd en erkend willen worden. Ware rijkdom verschuilt zich vaak achter armoede en soberheid, en ware armoede presenteert zich graag als materiële rijkdom en status. De Meester omhelst beide werkelijkheden, ziet hoe ze zich in elkaar spiegelen, maar moet soms wel provoceren om je wakker te schudden, je geheugen op te frissen. Zodat je ontdekt dat je nooit geslapen hebt, zelfs in de dromen wakker was, en ziet dat er uiteindelijk maar één wereld is, één groot hologram dat tegelijkertijd een holle illusie is, vol van leegte.

Wij zijn hologrammen. Alles is in ons, en wij zijn in alles. Net zoals het hele heelal aanwezig is in een koekje, zoals ik in The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy las.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

The Fountainhead

Date 5 september 2014

In 1943 legde Ayn Rand met The Fountainhead, waarvan in Nederland in 2012 de elfde druk verscheen onder de titel De Eeuwige Bron, de vinger op een zere wond die vandaag de dag meer bloedt en ettert dan ooit. Het is het verhaal van architect Howard Roark – wellicht had de schrijfster Frank Lloyd Wright voor ogen – die zijn eigen kunstwerk liet opblazen omdat de realisatie ervan afweek van wat hij ontworpen had. Dat klinkt krankzinnig, maar uiteindelijk spreekt de jury hem toch vrij van schuld. En niet onterecht als we meegaan in de filosofie van Ayn Rand waarin het, net als in haar andere boeken, veelal gaat om het conflict tussen egoïsme en altruïsme, tussen zelfzucht en opoffering, tussen individu en collectief, tussen zelfstandigheid en afhankelijkheid, tussen scheppers en tweedehands mensen. Toneelgroep Amsterdam heeft het boek op de planken gezet op een locatie die uitstekend past bij een verhaal waarin een architect centraal staat: de nieuwe zaal die de Stadsschouwburg van Amsterdam sinds 2009 rijk is. Helaas is Ayn Rand niet kort van stof, wat er ook toe heeft geleid dat we ondanks de vroege aanvang pas tegen middernacht weer de schouwburg verlieten. Maar het was het waard!

Het toneel was één grote werkplaats waar tijdens de opvoering decors werden verwisseld. Het begon als architectenbureau en eindigde als drukkerij met een heus draaiende offsetpers, terwijl het gedurende de voorstelling allerlei locaties uitbeeldde, zoals een appartement met een prachtig uitzicht op het New York van vervlogen tijden. Het ene moment stonden er stoelen en banken, in een andere scène spelende bandrecorders en was er zachte livemuziek op de achtergrond, camera’s lieten zien hoe architecten op tekentafels zorgvuldig aan het ontwerpen waren en een reusachtig scherm liet de oorverdovende vernietiging van Cortlandt zien – de voor Roark mislukte behuizing voor de armen – waarbij wind en papier over het toneel raasden en fladderden. Dit alles bracht de vele lange dialogen tot leven, die zo kenmerkend zijn voor Ayn Rands boeken. Ik kan er met mijn verstand niet bij hoe de spelers al die teksten uit hun hoofd leren. Zoals Ramsey Nasr als Roark, met als tegenspeler Aus Greidanus jr. als architect Peter Keating die zijn eigen roem belangrijker vindt dan zijn werk, Hans Kesting als Gail Wynand die als krantenmagnaat uiteindelijk toch Roark gaat steunen en Halina Reijn als Dominique Francon die een relatie met alle drie had maar uiteindelijk toch voor Roark kiest.

The Fountainhead gaat niet alleen over psychologische, maatschappelijke en politieke kwesties, want het verhaal legt ook, als je dieper kijkt, een spirituele dimensie bloot. Ayn Rand wordt vaak beschouwd als een van de grondleggers van het neoliberalisme – denk aan haar vriendschap met Alan Greenspan en vele anderen die niet echt mijn vrienden zijn – maar dat neemt niet weg dat zij het over niet minder dan de essentie van onze hedendaagse crisis heeft. En ik moet toegeven: ik loop warm voor haar ideeën wanneer ze de wortels daarvoor blootlegt. Zoals John Galt in Atlas Shrugged zijn ideeën in een lange toespraak samenvat, staat in The Fountainhead de tien pagina’s durende verdedigingsrede van Howard Roark centraal: de eerste plicht van de mens is zichzelf te zijn, onafhankelijk te blijven, te scheppen. En dat is nooit in dank afgenomen: Prometheus werd aan een rots geketend, Adam werd uit het paradijs verdreven. ‘Door alle eeuwen heen zijn er mensen geweest die de eerste schreden op nieuwe paden zetten, met geen andere wapens dan hun eigen visioenen (…) en het antwoord dat ze kregen was haat.’ Maar ‘alleen door voor zichzelf te leven, was hij in staat dingen te presteren die nu de glorie van de mensheid vormen,’ verdedigt Roark zich. ‘Dat is het wezen van alle prestatie.’ En: ‘Die scheppende gave kan niet geschonken of ontvangen worden, gedeeld of geleend worden. Ze behoort toe aan afzonderlijke, individuele mensen. Wat met behulp van die gave geschapen wordt, is het eigendom van de schepper.’ En daarom mocht hij Cortlandt laten opblazen.

Ayn Rand ziet altruïsme dan ook als een groot kwaad, want het is ‘de leer die wil dat de mens leeft voor anderen en anderen boven zichzelf plaatst. Maar geen mens kan leven voor een ander mens. Hij kan zijn lichaam evenmin delen als zijn geest.’ Zolang mensen elkaar nodig hebben wordt er geparasiteerd, is er sprake van slavernij. Dat zouden veel hedendaagse neoliberalen ter harte kunnen nemen, want ze leven te vaak helemaal niet in de lijn van Ayn Rands gedachtengoed: ‘Roof, exploitatie en heerschappij veronderstellen slachtoffers. Ze impliceren afhankelijkheid. Ze vormen het terrein van de tweedehands mens.’ Ja, altruïsme wordt vaak gebruikt als middel tot uitbuiting, tot vandaag de dag worden we opgeroepen om sociaal te zijn, zorg voor elkaar te dragen. ‘Het “algemeen welzijn” van een collectief – een ras, een klasse, een staat – was de verontschuldiging en de rechtvaardiging van elke tirannie die, waar dan ook ter wereld, ooit over mensen is uitgeoefend.’ Rand spreekt van ‘het menselijk recht te streven naar geluk’ en ‘civilisatie is het proces dat de mens bevrijdt van de mensen.’ Individu tegenover collectief: het is een eeuwenoude strijd. Ik kan er echt warm van worden als ik deze woorden in het dikke boek nalees.

‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf,’ zeggen we tegenwoordig. Wat we rechtvaardigen met de veronderstelling dat we anderen niet gelukkig kunnen maken als we dat zelf niet zijn. Want hoe kan een zieke een zieke genezen? Zelf heb ik daar ook vaak in geloofd. ‘Als elk mens op de wereld één ander mens gelukkig maakt, is iedereen gelukkig,’ hoor ik mijn moeder nog zeggen. Maar ik vond het een nogal ingewikkelde manier om de wereld te verbeteren. Toch wordt hier de kern geraakt, en blootgelegd waar Ayn Rand de fout in gaat. Namelijk de aanname dat individuen bestaan, dat het geluk van een ander iets anders zou zijn dan mijn geluk. Terwijl onafhankelijkheid helemaal niet bestaat. Roark heeft het over wat met behulp van die gave geschapen wordt, waarmee hij zelf weer afhankelijk is van de gave, en niet in de gaten heeft dat hij zelf evenzeer parasiteert en zichzelf daarmee tot tweedehands mens degradeert. De mens kan zowel zijn lichaam als zijn geest heel goed delen! Wat is een orgasme anders? Wat is empathie anders?

‘Ik hou niet van je, Gail,’ bekent Dominique. ‘Zelfs daar geef ik niet om,’ antwoordt hij. ‘Alleen mijn liefde is van belang, niet jouw antwoord daarop.’ Maar hoe kan hij houden van iemand en tegelijkertijd niets om de ander geven? Met dit soort liefdesrelaties blijft de wereld van Ayn Rand een wereld van staal, zoals dat van de spoorrails in Atlas Shrugged, en eerlijk gezegd zie ik er niemand echt gelukkig zijn. Tegelijk leer ik hiermee dat met zowel altruïsme als egoïsme niets mis is – beide zijn nodig, als de twee kanten van de munt die leven heet. Maar altruïsme is zonder meer, zeker door de kerk, doorgeslagen en misbruikt, net zoals het egoïsme tegenwoordig doorslaat en de wereld in een crisis stort. En zolang beide zich niet verenigen zullen ze op en neer blijven golven in de geschiedenisboekjes. So long, Frank Lloyd Wright. Maar ook: so long, Howard Roark, so long, Ayn Rand. Ik heb genoten van de schoonheid van lelijkheid. Misschien omdat die zo open en bloot voor me lag, zoals bij Roark even letterlijk het geval was. Dank! Het was een fantastische voorstelling!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Communicatie

Date 30 augustus 2014

Slecht taalgebruik: ik kan er niet tegen en het ontneemt me vaak de lust om verder te lezen. Vandaag schreef een studente in de krant: ‘Hoe meer mensen een opvatting uitten, hoe serieuzer ik deze moet nemen.’ Dit lezend vind ik het juist moeilijk om haar serieus te nemen. En krijg ik steeds meer behoefte om mijn opvatting te uiten. Dat mensen die taal niet serieus nemen daarmee ook communicatie, en daarmee ook de ander niet serieus nemen. Het is even schofferend als plat praten, dat binnen sommige subculturen vaak verheerlijkt wordt maar in feite niets anders is dan luiheid en desinteresse. Ik ben dan ook typisch zo iemand die in een sollicitatiecommissie alle brieven met taalfouten meteen terzijde zou leggen. En dan niet zitten janken omdat je het op school niet geleerd hebt. Dan had je maar wat meer goede boeken moeten lezen. En beter moeten opletten!

Taal is een drager van informatie. Elke taalfout stoort, leidt de aandacht af en kan zelfs die informatie verminken, zoals het haperende geluid bij een slecht werkende telefoonverbinding. In Second Life weet een van mijn Amerikaanse vrienden niet eens het verschil tussen their en there, en als hij schrijft loopt alles achter elkaar door zonder hoofdletters en interpunctie. En hij is niet de enige die maakt dat ik e-mails soms meerdere malen moet lezen om te begrijpen wat er bedoeld wordt. Oké, ik denk dat deze jongen niet veel opleiding heeft, maar leer dan jezelf schrijven. En als je dat niet kan, doe het dan niet of laat het door een ander corrigeren of schrijven. Want de aandacht moet naar de inhoud gaan, en niet naar de vorm. Bij slecht taalgebruik voel ik me misbruikt, net zoals ik dat voel als ik mijn uiterste best moet doen om iets uit een verpakking te krijgen. Ja, terzijde leggen, die slecht geschreven brieven en artikelen!

Goed taalgebruik is onopvallend, leidt niet af van de boodschap. Daar zijn regels voor. Niet dat ik het daar altijd mee eens ben. Neem de blamage met de tussen-n in de spelling van 1996, waarmee de Nederlandse Taalunie een en ander nodeloos ingewikkeld maakte. Helaas is ze niet van plan deze zielenpijn veroorzakende blunder in de spelling van 2016 weer terug te draaien, dit in tegenstelling tot de paarde(n)bloemregel waarbij ze wel wat heeft ingebonden. Juist om wat meer vrijheid te hebben ligt vaak zowel het Groene Boekje als het Witte Boekje naast mijn toetsenbord. Want met woorden als insect, helikopter, lokaal en locatie heb ik het ook wel eens moeilijk. Het zijn echter niet de meest gruwelijke taalfouten als je daarmee de mist ingaat, omdat de regels je daar wel toe verleiden. Nee, het gaat eerder over blunders zoals de angst van de studente ‘dat ik voorbij wordt gestreefd’, de vele dt-fouten. Die zien er gewoon heel zielig en onopgeleid uit.

Over sommig taalgebruik kan ik me echt opwinden! Mensen die hun klassieken niet kennen mogen wat mij betreft geen informatica studeren, want maar al te vaak hebben ze het over data als een enkelvoud. ‘Uw data is veilig’ en zo. Afschuwelijk! Ze hebben nooit gehoord van het plurale tantum: het verschijnsel dat sommige woorden alleen maar in meervoud bestaan. Onkosten, notulen, financiën, media, aanstalten, ingewanden, Middeleeuwen, tropen, mazelen, valuta, bescheiden en andere varia: probeer er maar eens een enkelvoud van te maken. Het zal wel een overgevoeligheid van mij zijn, maar vanuit mijn eigen ervaring is het botheid van anderen om zo slordig met taal om te gaan. Zeker van die computerjongens had ik meer verstand verwacht, zodat ik me nog steeds afvraag waar hun hersens zit.

Zeker in de ambtelijke bestuurlijke wereld word je niet vrolijk van taalgebruik. Zo wordt informatie gecommuniceerd naar bewoners, terwijl met communicatie juist tweerichtingsverkeer is bedoeld. Elke voorwaarde is een randvoorwaarde geworden: iets dat zich kennelijk op de rand van de voorwaarde bevindt, dus wellicht zwakker dan een gewone voorwaarde. Veel beleidsstukken beginnen tegenwoordig met een missie, het woord controleren betekent niet meer dat je iets checkt maar dat je iets bestuurt, en verantwoordelijkheid opeisen is heel vrijblijvend omdat je er geen consequenties meer aan hoeft te verbinden. Als woorden steeds een andere betekenis krijgen maakt dat de communicatie niet makkelijker. Voor communicatie moet je iets doen, en dat is meer dan met copy and paste rapporten schrijven, of je vingers maar wat heen en weer laten trillen bij het plaatsen van een tweet. Ondanks onze sociale media communiceren we nog nauwelijks omdat we weinig over hebben voor echt contact met anderen. Want communiceren doe je niet alleen, dat doe je samen.

Zo, dit heb ik mooi gecommuniceerd. En nu maar hopen dat er in dit verhaal niet al te veel taalfouten zitten…

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Het Transgalactisch Liftershandboek

Date 21 augustus 2014

Ergens boven de Atlantische Oceaan hoorde ik het eerst van The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy. Een leuk Duits jongetje zat naast me en praatte zo enthousiast over deze sciencefiction van Douglas Adams dat ik het boek al snel kocht. Het zou echter nog een hele saturnuscyclus duren voordat ik het deze zomer echt ging lezen. Misschien ook omdat Jed McKenna er in zijn laatste boek uit citeerde, zodat het niet echt niks kon zijn en wellicht een spirituele onderlaag bevatte. Ik kocht het Nederlandse Het Transgalactisch Liftershandboek en raakte meteen helemaal in de ban ervan. Vooral ook om de gekke absurdistische humor, wat voor mij altijd al een wezenlijk kenmerk van spiritualiteit is geweest waaraan maar al te vaak wordt voorbijgegaan. Want humor is relativering en zolang je dat nog niet diep in je borst aan je hart voelt krabbelen ben je nog veel te serieus met jezelf en de Grote Vragen bezig om jezelf in vertrouwen aan het Bestaan te geven.

Miljoenen jaren geleden waren hyperintelligente wezens het zat om steeds naar het antwoord op levensvragen te zoeken, zodat ze een supercomputer bouwden die het antwoord moest geven op de vraag naar het Leven, het Heelal en de Rest. Zelfs deze supercomputer had er moeite mee en deed er 7,5 miljoen jaar over om het antwoord te vinden. En dat luidde: 42. Meer kon hij niet zeggen, alleen dat de vraag ook niet echt duidelijk geweest was. Waarop de computer een nog betere computer ging bouwen die op zoek moest gaan naar de vraag die bij het antwoord hoorde. Die computer heette Aarde. Maar helaas: vijf minuten voordat deze na miljoenen jaren het antwoord op de vraag naar de vraag zou geven werd deze gesloopt omdat zij moest plaatsmaken voor een transgalactische snelweg. Zo’n mooie computer kapotmaken! Of nog beter: onze aarde met alles erop en eraan als één groot computerprogramma!

Misschien is de Boom van Kennis wel ons smachten naar steeds meer weten. Hoewel er uiteindelijk eigenlijk niets te weten valt, want elk antwoord roept weer een nieuwe vraag op, zo niet een heleboel nieuwe vragen. Die boom waarvan we graag de vruchten eten is wellicht niets anders dan wat we vandaag een computer noemen: een slim apparaat dat niet meer uit onze levens is weg te denken en dat we steeds slimmer maken. Sterker nog: we maken hem slimmer dan wij zelf zijn, iets waarover Pepijn Vloemans onder de kop Slimmer dan wij vandaag in nrc.next schrijft. Hij noemt Deep Blue die Kasparov in 1997 versloeg, en IBM’s Watson die in 2011 Jeopardy! van menselijke kampioenen won, en nu de zelfrijdende auto die door Google wordt ontwikkeld. En last but not least: computers die zichzelf herprogrammeren en verbeteren.

Waar is het eind, het punt waarop singulariteit is bereikt, waarin computers veel meer intelligentie hebben dan wij zelf en de wereld en ons gaan besturen? ‘En dat is waar de problemen beginnen,’ schrijft Vloemans. ‘Het programma zal in een terra incognita van superintelligentie belanden. En daarmee kan het zich om een hele waaier van redenen tegen mensen keren: omdat het ons niet rationeel genoeg vindt; omdat we de superintelligentie kunnen uitzetten (…)’ – denk aan HAL 9000 uit 2001: A Space Odyssey. ‘De kern van het probleem is daarmee dat een zichzelf verbeterende intelligentie vroeg of laat onvoorspelbare dingen gaat doen. We kunnen er niet vanuit gaan dat we een vorm van intelligentie die krachtiger is dan de onze onder controle kunnen houden.’ Maar waar je bang voor bent, ben je meestal zelf. Ofwel: we zijn allang geprogrammeerd en gehypnotiseerd, en we leven allang in virtual reality!

Niets nieuws onder zon dus. Blijf avonturieren, als een liftende zwerver door het universum, geniet van humor, het absurde en het schijnbaar onmogelijke. Blijf bewust van je eigen bewustzijn. En, zoals de Hitchhiker’s Guide voortdurend adviseert: Don’t panic!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Leve het studentenleven!

Date 11 augustus 2014

‘Studieschuld? Het kan ook anders: ga werken,’ stond onlangs in studentenkrant nrc.next te lezen. Ja, je zou bijna vergeten dat niet gaan studeren na je middelbare opleiding óók een optie is. Gewoon je hart volgen en je eigen weg gaan, zoals in het artikel door drie jongeren wordt geïllustreerd. Daar lijkt me niks mis mee. Universiteiten zijn verworden tot commerciële kennisfabrieken, met elkaar concurrerend op een vrije onderzoeksmarkt. Met de daarbij horende inflatie van bachelor- en mastertitels, enigszins te vergelijken met scholen met hun wildgroei van toetsen en inflatie van criteria. ‘In mijn tijd,’ vertel ik nu even als wijze opa, ‘in mijn tijd was studeren minder vanzelfsprekend dan tegenwoordig. Toen was wetenschap nog wetenschap, waren studenten de bloem der natie en kon niet jan en allemaal beginnen aan willekeurige onzinstudies.’ Ja, het was elitair, maar sinds de jaren zestig is daar wel erg veel de klad in gekomen. Niet alleen omdat we meenden dat gelijkheid betekende dat iedereen even intelligent moest zijn, maar ook omdat de universitaire wereld zich door de markt heeft laten inpakken. Naar wat ooit zuivere wetenschap was moet je nu met een kaarsje zoeken.

Het leuke van dit advies in nrc.next vind ik dan ook dat het jongeren kan stimuleren om juist niet te gaan studeren, dan wel dit op eigen houtje te gaan doen. Dat het een signaal kan zijn dat de universitaire wereld als commercieel bedrijf helemaal verkeerd bezig is. Dat het een protest kan zijn tegen het opbouwen van hoge studieschulden, tegen onbetaalbare kamerhuur, tegen gekmakende concurrentie, tegen veel te hoge collegegelden. Zo kan de intelligentsia de universiteiten en hun beleidsmakers een koekje van eigen deeg geven: als jullie niet blij met ons zijn zoeken jullie het zelf maar uit, heren managers! Laat de universiteiten maar leeglopen. Want wij zijn mensen en geen producten van een kille kennisfabriek! Ja, wij zijn slim, en als jullie dat waarderen zullen jullie dat écht moeten waarderen, ofwel op waarde moeten schatten. Onze intelligentie moet gestimuleerd en beloond worden, iets wat trouwens uitstekend past in jullie eigen neoliberale opzet. Als jullie niet in ons willen investeren zijn we weg!

Ja, we hebben ook onze studentenverenigingen nodig, onze corpsen, ons bier en onze nachtelijke feesten. Omdat studeren niet alleen uit colleges, boeken en practica bestaat, maar ook uit het opbouwen van levenslange vriendschappen, uit dronkenschap en depressies, uit creativiteit en waaghalzerij, uit dolle seksuele escapades en liefdesverdriet. Want dat zijn de dingen die het leven compleet maken. Laat ons alles ervaren opdat we een héél mens, een homo universalis worden. Wij kunnen het ook niet helpen dat we slim zijn en daarom de mogelijkheid, zo niet de plicht hebben om bij te dragen aan kunst, cultuur en wetenschap. En als jullie politici en universiteitsbestuurders dat niet willen en het ons tegenmaken met al jullie management, dan gaan we wel onze eigen weg en gaan we werken voor de bloemenveiling, worden we controleur bij de NS of gaan we ons uitleven als cameraman. Dan haken we gewoon af!

Zijn wij elitair? Volgens het marktdenken hebben we groot gelijk. Maar wij doen niet aan marktdenken! Wij willen ons gewoon ontplooien en vinden dat we daar recht op hebben, juist omdat wij de mogelijkheid daartoe in ons hebben meegekregen. De mogelijkheid om echt outside the box te denken, om revolutionaire ideeën te ontwikkelen, om vingers op zere wonden te leggen, om valsheid en leugens door te prikken. Wij willen ons niet laten betuttelen en uitgeknepen worden door bestuurders voor wie het in universiteit louter om productie gaat, om winst en verlies. Wij verlangen dat jullie op zijn minst de intentie hebben om even logisch, helder en beargumenteerd besluiten te nemen als wij dat nastreven te doen. Maak je los van politiek en bedrijfsleven! Word zelfstandig!

Moeten we als samenleving investeren in studenten? Ja! Ook in hun bier en nachtelijke feesten? Ja! Moeten we hen een goede wetenschappelijke opleiding geven die hun denken stimuleert? Ja! Omdat velen vinden dat werken per definitie niet leuk hoort te zijn, menen ze dat een leuk studentenleven betekent dat er niet gewerkt wordt. Alsof werk dat niet leuk is tot betere resultaten leidt dan werk dat wél leuk is! Ja wij houden van het nachtleven, maar het is nu eenmaal zo dat slimme mensen laat naar bed gaan. Creativiteit is het doel van ons leven. Geef ons de ruimte daarvoor! Want zoals bloemen willen geuren en bloeien, verdort een samenleving als ze haar slimme mensen frustreert.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Nexus 5

Date 3 augustus 2014

Zodra je een nieuw mobieltje hebt merk je pas hoe traag de vorige was. Twee jaar geleden ruilde ik mijn Xperia in voor een S3, en nu was het opnieuw tijd voor vernieuwing. Sinds enkele dagen heb ik een Nexus 5 en weer ben ik heel blij met een nieuwe smartphone. Na ervaringen met Sony en Samsung was dus nu Nexus aan de beurt. Maar Nexus is niet echt een merk, want hij zat verpakt in een keurig kleurig doosje van Google, die steeds andere fabrikanten mobieltjes laat maken, zoals HTC, Samsung en nu LG, met daarin een pure Android, het open source besturingssysteem van Google. Zodat je geen last hebt van allemaal aanpassingen die fabrikanten er als een schil overheen leggen en waarvan je de meeste toch nooit gebruikt.

Je kunt van Google vinden wat je wilt, maar het feit dat ze open source ontwikkelen en gebruiken pleit voor deze gigant. Over wat open source is heerst nogal eens verwarring. Terwijl er ook al voorbeelden van zijn te vinden uit de tijd waarin we nog zonder computers en smartphones leefden. Als je een radio kocht kon je hem niet alleen openmaken, er werd ook nog een keurig schema bijgeleverd van hoe die in elkaar zat: je wist wat je kocht. Kom daar maar eens om bij Microsoft en Apple! Je kon dingen repareren en aanpassen, maar dat betekende nog niet dat je na een kleine aanpassing zonder blikken en blozen er je eigen merk op kon plakken om er winst mee te maken. En dankzij open source – wat dus iets anders betekent dan gratis – kan je ook veel makkelijker software en drivers maken omdat je weet hoe het besturingssysteem in elkaar zit. Alles past gewoon op elkaar.

Op de Nexus 5 staat nu de nieuwste Android: KitKat 4.4. Want als echte Amerikanen zijn ze bij Google verslaafd aan snoep, zoals blijkt uit de namen van vorige versies van Android. Slecht voor het gebit allemaal, maar ik geloof er wel in. Behalve dat mijn Nexus lekker snel draait wegens een quad-core processor, zorgen ook een dual-band Wi-Fi en natuurlijk 4G voor een flitsende werking: klikken is zien. Nieuw en handig is het groeperen van knopjes op je homescreen. Zo heb ik een icoontje met de naam ‘Locatie en reizen’ gemaakt, waaronder Maps, Earth, OsmAnd+, 9292, OV-Chip Checker, GPS Status en Locatiegeschiedenis. Die mapjes sparen je een hele hoop geswipe naar andere schermen uit. Foto’s maken gaat sneller omdat je met één veeg meteen kan zien of je foto is gelukt. Ook is het mogelijk om panoramafoto’s te maken. Googles Chrome-browser moet nog even wennen omdat die heel anders met bookmarks omgaat dan gebruikelijk is.

Ik heb mijn Nexus eerst naar Marcel laten sturen, zodat hij hem eerst kon rooten, ofwel Android helemaal openleggen, en er vervolgens de door hem ontwikkelde app XPrivacy op kon zetten. Hiermee kan je voor elke app instellen waarmee hij zich mag bemoeien, want het komt maar al te vaak voor dat ze van alles en nog wat van je willen weten, terwijl dat helemaal niet nodig is. Want waarom moet de gratis Superheldere LED Zaklamp toegang hebben tot mijn apparaat- en app-geschiedenis, foto’s, media, bestanden, camera, microfoon, informatie over Wi-Fi-verbinding en apparaat-ID en oproep? Helemaal niet gratis dus, maar ten koste van je identiteit. Dankzij het rooten staat nu ook Greenify op mijn Nexus, waarmee je programma’s inactief kunt zijn als ze niet open staan, zodat ze niet steeds op de achtergrond gaan rommelen zoals internetverbinding zoeken.

Al met al denk ik er weer twee jaartjes mee voort te kunnen. Duur allemaal? Ik ben eens gaan uitrekenen wat dit alles, mobieltje en abonnement samen, uiteindelijk kost. Voor mijn 200 belminuten per maand en 1G aan mobiel internetten ben ik, inclusief mijn Nexus 5, één euro per dag kwijt. Veel te goedkoop eigenlijk voor al het gemak en plezier dat ik eraan beleef!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Eerste Wereldoorlog

Date 28 juli 2014

Vandaag begon honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog, een oorlog die een frische fröhliche Krieg had moeten zijn. Eerst Oostenrijk tegen Servië, toen bijgestaan door Duitsland, Rusland, Frankrijk, Engeland en ga zo maar door. Nederland bleef neutraal en misschien is het daarom dat ik vandaag niets daarover zie op de voorpagina’s. Er is belangrijker nieuws dat halve kranten vult. Oekraïne. Af en toe ben ik bang dat het neerschieten van MH17 opnieuw een aanleiding is tot een grote oorlog, net als het doodschieten van de Oostenrijkse kroonprins in Sarajevo tot de Eerste Wereldoorlog leidde en het einde van de Belle époque aankondigde, net zoals we nu in Europa veel vredige decennia achter ons hebben liggen. Mijn hele generatie van babyboomers heeft hier nooit een oorlog in eigen land meegemaakt, wat op zich al uniek is. Mijn Wetenschappelijke Tante is de enige die ik gekend heb die nog vage herinneringen had aan de Eerste Wereldoorlog. Zelf ken ik die alleen uit geschiedenisboeken, artikelen en wandplaten in de klas op de lagere school.

Uiteraard was ik pacifist, dat hoorde zo bij een opmerkelijk deel van mijn generatie. En ik snapte inderdaad niks van oorlog, zodat ik echt niet mijn best hoefde te doen om afgekeurd te worden. Tijdens mijn keuring trachtte iemand me het nut van oorlog uit te leggen door steeds meer dingen van een tafel te graaien die van mij zouden zijn. In plaats van boos te worden reageerde ik met een ‘Tja…’ en een ‘Mwah…’ waarna ik maar weer terug moest naar mijn groep. Hij vergat me te vertellen waar die was, dus zat ik op gegeven moment ergens in een zaal morsetekens te ontcijferen, wat kennelijk niet de bedoeling was. Ook dat uitkleden tijdens die keuring vond ik vernederend. S5 dus, waarmee eind jaren zestig kwistig werd rondgestrooid, want jongens genoeg. Ik zou last krijgen van die S5 bij het krijgen van banen en zo, maar heb daar nooit iets van gemerkt. Maar toch voel ik me een beetje schuldig, zo niet laf tegenover die velen die hun leven voor onze vrijheid hebben gegeven. Hoewel ik dat waarschijnlijk ook wel gedaan had als het leger wat anders was georganiseerd, zonder al dat autoritaire onverstaanbare geschreeuw en zo, dat in een leger noodzakelijk schijnt te zijn.

Hoewel er in de Tweede Wereldoorlog veel meer slachtoffers vielen, wordt de Eerste ook wel eens de Grote Oorlog genoemd. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen als ik de verhalen hoor over de loopgraven en de onvoorstelbare taferelen die zich daar afspeelden. ‘Door alle verschrikkelijke en traumatische belevenissen in de loopgraven kregen sommige soldaten last van de zogenaamde shellshock,’ lees ik in Wikipedia. ‘Bij deze aandoening krijgt de soldaat last van tics of stuiptrekkingen, zoals trekjes bij de ogen, of zelfs rillingen. Shellshock werd beschouwd als een vorm van lafheid, zodat soldaten met deze verschijnselen meestal geëxecuteerd werden door hun eigen partij.’ Ik vraag me af waar je je rotter, eenzamer, zieker en meer klote kan voelen dan toen in zo’n loopgraaf. Misschien was de Eerste Wereldoorlog wel ellendiger omdat alles zo primitief was in vergelijking met de Tweede. Tegenwoordig zouden we geen landen meer isoleren met kabels met 4000 volt erop – zoals indertijd tussen Nederland en België – hoewel sommigen dat nu wellicht graag rond Europa zouden willen zien.

Het meest erge dat we hier de laatste jaren hebben meegemaakt zijn de oorlogen in de rest van de wereld, buiten Europa, hoewel het er wel op lijkt dat ze steeds meer dichtbij komen. Vooral te danken aan het geloof dat de hele wereld tot de Islam bekeerd moet worden. Nou lijkt me het jihadstrijden eigenlijk geen kunst, een frische fröhliche Krieg voor pubers, en geen lolletje voor al die maagden zelf die in het paradijs al die fanatieke knapen moeten bevredigen. Zouden er voor vrouwelijke jihadstrijders ook lekkere knullen klaarstaan? Of moeten die lesbisch worden? Maar daar staat weer de doodstraf op, en wat kan je daar wat mee bij iemand die al dood is? Ik snap niks van geloof, omdat dat meestal gewoon lafheid is om dingen zelf uit te zoeken. Geloof in je eigen geloof, geloof in je eigen utopie, geloof in groei, geloof in materie en geld, geloof in je eigen land – allemaal identificaties omdat je niet jezelf durft te zijn. Ja, MH17 zou wel eens een nieuw Sarajevo kunnen zijn. En als dat niet zo is gaat onze aarde wel aan milieurampen ten onder.

Is dat erg? Ik weet het niet. Het heelal is zo groot…

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Zomeravond

Date 17 juli 2014

Tjif tjaf tjif tjaf tjif tjaf… Loom zit ik in de tuin me voor te bereiden op een komende hittegolf. Het is zeven uur in de avond en de lucht begint gelukkig wat koeler te worden. Er kwinkeleren wat vogeltjes, die hun best doen om de elektrische heggensnoeier van de buren te overtreffen. Die zijn daar altijd mee bezig op de momenten waarop ik even van de zoele stilte wil genieten. Gelukkig moeten ze niets van groei hebben – waarvoor anders een heggensnoeier? – en dat pleit weer voor ze, want bedrijven en economieën die altijd maar moeten groeien wantrouw ik. Ook pleit voor die buren dat ze dit onder etenstijd doen en ze kennelijk net als ik een vreemd afwijkend dagritme hebben. Bovendien ben ik ook jaloers op hun heg, ik wou dat ik er zo eentje had. Het gebrom van een overvliegend vliegtuig sterft in het oosten weg terwijl in het westen een nieuwe machine nadert die net als zijn voorganger Oekraïne wel zal mijden. Want buiten mijn tuin lijkt de wereld in vuur en vlam te staan, hoofdzakelijk omdat hele mensenmassa’s het oneens zijn over God en zo. Nou, buiten Ford Europa bedoel ik eigenlijk. Derde vliegtuig in de verte, maar vogeltjes blijven kwinkeleren, vooral de tjiftjaf.

Heerlijk, zo’n lome zomeravond. Het enige wat me een beetje stoort is dat ik me verveel. Hoewel ik daarvan zou kunnen genieten omdat dat me maar een paar keer per jaar overkomt, vind ik het toch een beetje raar. Kennelijk wil ik iets doen, en gelukkig zijn er dan nog weblogjes te schrijven. Desnoods zoals nu op een iPad, het apparaat met Het Meest Onhandige Toetsenbord. Heb net het eerste deel van Het Transgalactisch Liftershandboek gelezen, en zou graag verder willen lezen, maar dat stuit op het technische bezwaar dat morgen pas deel twee in mijn brievenbus valt. Neem ik aan. Voor degenen die dit pas veel later zullen lezen: het duurt nu minstens een dag voordat een bestelling arriveert, en dat is heel lang! Als het nu vroeger was zou ik naar een boekwinkel zijn gegaan, dan kon ik vanavond verder lezen, maar het is niet vroeger omdat de tijd continu naar later gaat en niet naar vroeger. Ik zou dat boek trouwens zelf geschreven kunnen hebben – de auteur hield ook van Pink Floyd – maar dat is me nooit gelukt omdat ik (a) niet zo goed kan schrijven Douglas Adams, en (b) als dit wel het geval zou zijn het schrijven ervan overbodig zou zijn omdat het boek al geschreven is.

Er ligt op de tuintafel nog een tijdschrift, in tegenstelling tot de tafel binnen waar er nog een stuk of vijftig ongelezen op een stapel liggen. Ik kijk ernaar en puzzel of ik het zal gaan lezen of niet. HiQuarterly, een uitgave van de club Mensa waarvan je alleen lid mag worden als je slim bent. Waarom ze zich niet gewoon Tafel hebben genoemd weet ik niet, maar ik geef toe dat Latijn handiger is als je wereldwijd opereert, hoewel Esperanto mij dan meer voor de hand lijkt te liggen. Tablo dus. (Als student at ik vaak in een heel andere mensa, zo’n eetgelegenheid waar je gewoon aardappelen, boerenkool en gesmaakstofte puddinkjes kon krijgen, zaken waarvoor je in de meeste restaurants niet terechtkunt, alsof het net zoiets is als bij Van Dobben te vragen om een broodje pindakaas, om niet te spreken van een broodje pindakaas met appelstroop waarop ik mijzelf in mijn fijnproeverige jonge jaren vaak trakteerde.) Maar goed, het blad van de Tafel ligt op de tuintafel, en ik had er al drie artikels in gelezen. Over de macht van lokaal bestuur, over BDSM en over de film The Matrix – dit alles zijn toch leuke hobby’s voor hoogbegaafden. Toch? Maar kennelijk vind ik het nu leuker om maar een beetje te schrijven wat in me opkomt. Dat hoort ook bij het warme weer. De buurman is uitgeheggensnoeid, nu blaten wat duiven in de verte en hoor ik kinderen in een tuin. Straks zal de geur van barbecue wel binnendrijven als ik boven weer achter mijn computer zit.

Dan is er mijn elektronische sigaret, maar die is leeg. Gelukkig dat mijn vader niet hoeft mee te maken dat je een stopcontact (en energielevering) nodig hebt voor een sigaret. Opnieuw een vliegtuig, maar gelukkig hoor ik wegens de nogal windstille westenwind geen verkeer van de A27. Een hondje blaft ergens tussen de huizen. Ik neem mijn toevlucht tot een sigaartje. Wellicht hebben mensen zoals ik een extra affiniteit met alcohol en drugs (wat het verschil is weet ik niet) om hun hersentjes bij tijd en wijle wat te benevelen. Ik zou zo’n sigaartje best willen inhaleren (wat ik indertijd dus heel goed heb geleerd), maar ben daar toch een beetje bang voor. Over het algemeen ben ik best gezond voor mijn leeftijd. Het resultaat van mijn darmkankeronderzoek was gunstig. Bloeddruk schijnt perfect te zijn. En de teek die me vorige maand te pakken had blijkt best aardig te zijn, gezien de gunstige uitslag van de tekentest. (Niet te verwarren met de tekentoets uit de wereld van de statistiek.) Maar toch: tinnitusje hier, prostaatje daar en dat soort dingen, maar ik mag (van wie? van God?) niet klagen, wat ik trouwens ook niet van plan was. Dat het lichaam hier en daar wat mankementjes gaat vertonen en soms begint te haperen is een goede leerschool om er alvast aan te wennen zonder een lichaam te leven. We leven tenslotte om te sterven, nietwaar, als een feniks op zijn kop zal ik maar zeggen. Maar door nu – tjif tjaf tjif tjaf tjif tjaf – te zitten schrijven heb ik helemaal vergeten mijn sigaret weer in de lader te stoppen. Die lader moet zelf trouwens ook om de twee dagen opgeladen worden. Ingewikkeld.

Maar waar was ik gebleven? Ik geloof nergens. Net als Waf en Beertje, de twee knuffelbeesten die op de tafel zitten te wachten tot een van de katten van de buren weer eens langs komt sluipen. Beertje heb ik indertijd opgepikt in een winkeltje op het vliegveld van Minneapolis en is op een eigen vliegtuigstoel de oceaan overgevlogen omdat die naast mij leeg was. Aan het raampje nog wel. Waf kwam vele jaren later Beertje in gezelschap houden toen hij oppopte uit een ronde koker die een beloning was voor het feit dat ik Whiskas kocht voor mijn real life-katten toen ik in Amsterdam woonde. Snuf overleed aan suikerziekte, ondanks de vele spuitjes die ik hem heb gegeven, en is begraven in het dijklichaam van de metro. Snik kneep ertussenuit toen ik ergens in Zuid-Duitsland was en heb ik daarna alleen nog maar in bevroren toestand gezien: staande op zijn achterpootjes kon hij heel leuk naar je wuiven. Lucky is gewoon vredig ingeslapen in zijn mand voor de kachel in gezelschap van Waf en Beertje, en die hebben Vriend en ik stiekem begraven ergens in het Gijsbrecht van Amstelpark. Waarom ik dit schrijf? Opdat het niet onopgemerkt is gebleven, zoals Reve zou zeggen, en het bij deze opgenomen is in de akasharecords, tegenwoordig internet geheten.

Het is nu wel heel stil om me heen. Misschien kijken toch nog veel mensen naar het 8-uurjournaal. Zelf ben ik geen televisiekijker. Het ding is trouwens eergisteren opgehaald door de Kringloopwinkel, samen met onder andere een computer, twee faxapparaten, drie beeldschermen, een printer, een stofzuiger en twee knuffelbeesten die jaren lang niks anders te doen hadden dan vanuit een boekenplank de kamer in te zitten gapen. Dat geeft ook weer ruimte in de boekenkast, want straks moet ik weer plaats maken voor vijf delen van Het Transgalactisch Liftershandboek. Waarom ik ze trouwens niet als e-boek koop als ik zo ongeduldig ben? Ik vind dat gewoon niet lekker lezen, kan e-boeken niet ruiken, terwijl ze een laag knuffel- en bladergehalte hebben. Misschien ga ik ze ooit in Second Life lezen, maar nu nog niet. Dat was trouwens leuk, gisteren. Mocht ik Second Life niet binnen voordat ik voor akkoord had geklikt na de Terms of Services gelezen en akkoord bevonden te hebben. Bleken 16012 woorden te zijn (23 pagina’s ofwel 10,967 keer zo lang als deze weblog), dus ik heb het toch maar niet gelezen. Als je al dit soort overeenkomsten bij alles wat je op de computer, notebook, tablet of smartphone wil doen zou moeten lezen, zou je echt helemaal nergens meer aan toekomen, maar om de een of andere paradoxale reden schijnen ze toch rechtsgeldig te zijn.

Of ik niks beters te doen heb dan dit allemaal te vertellen? Nee dus. Gelukkig maar. Bovendien ligt en zit er verder niets op de tuintafel. Nou ja, mijn telefoontje, een hoesje voor mijn elektronische sigaret, een asbak, een visitekaartje en een groene aansteker. Maar daarover wellicht een volgende keer. Tjif tjaf tjif tjaf tjif tjaf…

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Trance

Date 8 juli 2014

Als genre in de popmuziek is trance niet te vinden in OOR’s Pop-encyclopedie 2014. Er is geen lemma voor, in de handleiding wordt verwezen naar ‘commerciële techno-variant’ en ook in de index achterin komt het niet voor. Vreemd. Hoewel Armin van Buuren wel onder Dance wordt genoemd, en vermeld wordt dat hij in 2012 voor de vijfde keer de beste DJ ter wereld ter wereld is geworden, krijgt hij toch niet de eer die hem volgens mij toekomt. Festivals als Het Ultra Music Festival 2014, waar hij een van zijn fantastische optredens geeft, lijken mij dan ook ondanks zijn adembenemende lichtshows onderbelicht. Hoewel ik niet weet of je daar nou blij mee moet zijn, heeft zelfs koning Willem-Alexander hem een handje gegeven. Misschien komt die weinige aandacht voor trance door het feit dat het meer om dansen lijkt te gaan dan om iets wat sommigen ‘serieuze’ popmuziek noemen. Ja, de Popencyclopedie vertelt wel dat dans vaak aan de roots ligt van populaire muziek, waarbij wel even vergeten wordt te vermelden dat dit ook voor klassieke muziek geldt, van Bachs Allemande BWV 815 tot Ravels Bolero. Dansen en muziek zijn nu eenmaal onafscheidelijk, als je lijf niet van buiten automatisch in beweging komt word je wel van binnen geroerd.

De roots van de hedendaagse elektronische trance zul je echter niet vinden in techno of house, maar in het eind van de jaren vijftig toen al geëxperimenteerd werd met het samplen van al dan niet kunstmatig verwerkte klanken. Daarvoor kunnen we teruggaan naar Natuurkundig Laboratorium van Philips in Eindhoven. Zelf maakte ik tijdens muziekles op de middelbare school voor het eerst kennis met elektronische muziek. Onze progressieve leraar liet ons het in 1962 verschenen Electronic Movements van Tom Dissevelt en Kid Baltan horen, en al snel had ik het vinyl in mijn bezit. Het plaatje heb ik nog steeds. Eind jaren zestig kwam er meer elektronisch gefabriceerde muziek, zoals Switched on Bach in 1968 met onder andere het Derde Brandenburgse Concert. Emerson Lake en Palmer introduceerden de Moog Synthesizer in 1970 aan het eind van hun Lucky Man. Het zou nog wel een aantal jaren duren voordat elektronisch opgewekte klanken een muzikale hoofdrol gingen spelen. Zoals bij de melodieuze Jean-Michel Jarre met zijn Equinoxe uit 1979. Maar vooral Duitse groepen waren hem voor, zoals Kraftwerk met Autobahn uit 1974, Tangerine Dream met hun dromerige en golvende Invisible limits uit 1976 en Klaus Schulze met filmmuziek van Body Love uit 1977, waarvan ik vooral het deel na de dertigste minuut mooi vind. Dat begint in de buurt van trance te komen, pure luistergeluiden waarop je je lekker kunt laten meedeinen.

Hoewel het vandaag de dag met zijn 140 beats per minuut wel wat anders klinkt, zoals in de Trance Collection uit 2007 van Maltadakiturk, is trance dus niet een echt nieuw verschijnsel. Met zijn hypnotiserende herhalingen kan het bijna niet anders dan tot dansen leiden. Vroeger zou ik dit zeker psychedelisch hebben genoemd, net als de lichtshows die tijdens uitvoeringen niet ontbreken. Even lekker zwemmen en zweven op golven van geluid en licht. Dat kan ook gewoon innerlijk beleefd worden. Overigens kan ook een klassiek orkest muziek maken die je in A State of Trance brengt, zoals György Ligeti (1923-2006) met zijn Atmosphères uit 1961 dat ik ken uit de film 2001: A Space Odyssey waar het met fantastische lichtbeelden gepaard gaat. Trance – in welke betekenis dan ook – betekent even ontsnappen aan de jachtige, hectische wereld van neoliberale verslaving aan materie en logica. Even naar een andere wereld, die even echt is als de alledaagse hypnose van werken en presteren. Iedereen heeft daar recht op. Ja, dat er méér is mag gevierd worden! En dat is iets van alle tijden.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Koning Voetbal

Date 5 juli 2014

Voetbal is de meest oneerlijke sport, schrijft Robbert Dijkgraaf onder de titel Koning Toeval in NRC Handelsblad van 14 juni. ‘In een voetbalwedstrijd is het betere team absoluut niet zeker van de overwinning. Een enkele gelukstreffer kan de wedstrijd beslissen. Dat grillige verloop maakt het natuurlijk zo spannend. (…) Voor een groot gedeelte zijn de uitkomsten van een jaar competitie gewoon het resultaat van dom toeval – geen welkom nieuws voor alle spelers, trainers en analisten, in de studio en thuis op de bank. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld tennis dat de ‘eerlijkste’ en daarom de meest voorspelbare sport is. Hier wint de beste speler bijna iedere keer, zelfs als de tegenstander nauwelijks slechter is.’ En het is bij voetbal vooral de strafschoppenreeks waar Koning Toeval regeert! En dat toeval maakt voetbal zo opwindend, daarbij kan je moeilijker in slaap vallen dan in Wimbledon waar de kans dat de beste het wint het grootst is.

Hoewel ik ooit in de jaren zeventig een voetbalwedstrijd heb bijgewoond en zelfs het boek getiteld De Ajaxieden een poos in mijn boekenkast heeft gestaan, behoor ik toch tot die minderheid die zich eigenlijk het liefst terugtrekt op een hutje op de hei tijdens deze spectaculaire weken waarin je geen normale tompouces meer kunt kopen en zelfs vergaderingen verzet worden omdat Nederland speelt. In de jaren tachtig is het me te vaak overkomen dat ik me, verheugend op een lievelingsprogramma, met koffie achter mijn tv nestelde, waarna bleek dat dat allemaal niet doorging want… voetbal! Ik heb toen best wat afgevloekt! Het moest verboden worden om af te wijken van wat in de tv-gids staat! Plan dat dan een beetje beter, jongens! Oké, ik heb ook wel eens op een veldje achter Uilenstede gevoetbald, maar eigenlijk vond ik tafelvoetbal in de sociëteit ervan leuker.

Aan de andere kant vind ik het wel iets hebben dat overburen op een grasveld achter het huis een partytent hebben opgezet om met zijn allen straks naar de kwartfinale te gaan kijken. In Second Life heb ik zelfs morgenavond een Football Party georganiseerd en mezelf al een outfit aangeschaft zodat ik als Arjen Robben zal binnenwandelen. Want dat schijnt een belangrijke voetballer te zijn en tja, ik vind het soms gewoon leuk om mee te doen met wat anderen leuk vinden en kan daar dan ook weer van genieten. Vind ik leuk. Maar wat het benauwende is, is dat opeens hele volksstammen opgaan in en zich vereenzelvigen met Oranje, waarbij ik me wel eens afvraag of hier niet de eerste kiemen van oorlog worden gelegd: wij tegen zij. Misschien is de rotschop van Remkes hier wel ontstaan? Trappen en schoppen lijken mij niet de meest elegante manieren om je tegenstanders mee te verslaan.

Iedereen wil zichzelf wel eens verliezen, zichzelf vergeten, er even niet meer zijn, opgaan in iets groots en overweldigends. Naast alcohol en drugs leent het voetbal zich daar uitstekend voor. Op zich is daar weinig mis mee, ware het niet dat de vraag blijft waarin je je verliest. In trance raken van klassieke muziek is toch iets anders dan van voetbal. En dat laatste vind ik toch een beetje eng. Niet dat voetbal niet mooi kan zijn – het is meer de wereld eromheen die me tegenstaat. Commercie, handel in spelers met exorbitante salarissen – dat soort dingen heeft voor mij het voetbal verpest. Ik heb ook nooit gesnapt waarom fans moeten betalen voor shirts waarmee ze reclame voor hun favoriete club maken. Toegegeven: toen de ArenA werd gebouwd heb ik daar een rondleiding genoten. Maar dat was meer omdat gebouwen me nu eenmaal intrigeren. Sindsdien ben ik er nooit meer geweest. En over toeval en eerlijkheid gesproken: 3-1 vanavond? Ik doe maar een gok, want bij voetbal kan dat moeilijk anders.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites