De relatieve tijd

Date 9 januari 2019

Soms kan de tijd versnellen, soms kan de tijd vertragen. Daar wist Einstein alles van, en hoewel ik dat eigenlijk niet snap blijkt het toch waar te zijn. En dat is niet het enige waar ik niets van begrijp, want die wetenschappers zeggen daar bovenop ook nog eens dat de tijd ontstaan is. Met de oerknal. Ontstaan? Dat is toch een werkwoord? En werkwoorden geven toch aan in welke tijd een zin staat? Ze zeggen toch wat er gebeurt, zelfs als het stilstand is? Zonder tijd geen werkwoorden. ‘Ontstaan’ is een werkwoord, dus daar is tijd voor nodig. Maar die zou er volgens natuurkundigen vóór de big bang niet zijn. Er zou helemaal geen tijd zijn om de tijd te scheppen. Eigenwijs als ik ben concludeer ik dat er ook vóór de oerknal tijd bestond. Hoe zou hij anders kunnen knallen? Rare jongens, die wetenschappers. Ze geloven zowel in toeval als in oorzakelijkheid, in deeltjes die ook golven kunnen zijn, in materie maar niet in geest. Het lijkt wel een geloof! Je zal vandaag de dag maar een kwantummechanicien zijn, dan heb je het er maar druk mee!

Ook in onze subjectieve beleving kan de tijd vertragen en versnellen. Daarover las ik laatst via Blendle een interessant artikel van Ellemiek de Wit uit Quest onder de kop Verdraaide tijd. Met antwoorden op vragen waarom voor onze beleving tijd kan krimpen en uitdijen. Zo vertelde iemand tijdens een treinongeluk: ‘Het was als een film die zo langzaam wordt afgespeeld dat de beelden passeren met schokkerige bewegingen.’ Dat herken ik uit de beelden die ik voor me zag als ik stoned was, meestal natuurlandschappen waardoor ik zweefde. Ook bij bijna-doodervaringen schijnt dat voor te komen. Waarom? Bij angst en opwinding gaat je interne klok sneller tikken, iets waar ook warmte toe bijdraagt. Minuscule deeltjes van seconden worden waargenomen, je beleeft meer en dat is ook belangrijk om sneller op bedreigende situaties te reageren. Hoe sneller je interne klok draait, hoe langzamer je beleving van tijd is. Zo vinden snelle denkers anderen maar traag en omgekeerd.

Het omgekeerde gebeurt als de tijd voor je gevoel voorbijvliegt. Dan is de frequentie van je eigen klok lager en slobber je veel meer secondes tegelijk op dan zich in je buitenwereld afspelen. Dat gebeurt met name als je je niet focust op tijd, de tijd vergeet. Een feestje is voorbij voor je het weet. In tegenstelling tot het wachten voor de kassa of in de file verveel je je niet. Geef tijd aandacht en alles gaat langzaam voorbij, geef tijd geen aandacht en je blijkt weer veel later naar bed te gaan dan je bedoeling was. Als je ouder wordt gebeuren er steeds minder nieuwe dingen want het leven wordt meer en meer een routine, herhaling van dingen die je al vaker hebt meegemaakt, je beleeft minder. Je hapt hele blokken tijd tegelijk op en voor je het weet is het weer nieuwjaar. Dat komt ervan als je op je lauweren gaat rusten. Je ligt op je sterfbed voor je het weet. Actief blijven dus! Niet voor niets maken ouderen graag verre reizen en gaan ze andere gekke dingen doen. Want dan blijf je een beetje bij de tijd.

Zelf geef ik de voorkeur aan die vertraagde tijd. Want dan kan je leven veel langer duren. De socioloog Karen O’Reilly ontdekte dat ‘Britse emigranten onder de Spaanse zon meer in het hier en nu leefden. Dat maakt dat de tijd voor hen minder snel voorbij vliegt.’ Want warmte versnelt je interne klok zodat de tijd voor je vertraagt, wat ook gebeurt als je koorts hebt. Kortom: hoe meer je lééft, hoe langer je leeft, althans voor je eigen beleving. In mijn roman ga ik zelfs nog een stapje verder: wie zegt dat je tijd niet zo veel kan vertragen dat een seconde beleefd wordt als de eeuwigheid, iets wat ik ‘eeuwigheid in nu’ noem? Als je daarbij optelt dat volgens recent onderzoek de hersenen na je sterven toch nog een poosje blijven nasudderen, zou je al stervend in de hemel kunnen belanden! In het enige echte nu dat een ‘altijd’ wordt omdat er geen andere tijden meer zijn dat dit eeuwige moment, dat je in nul seconden beleeft.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Afscheid Aries Astro-Services

Date 5 januari 2019

Aries Astro-Services is niet meer. Na zo’n 25 jaar ben ik ermee gestopt. Kon ik er rond de eeuwwisseling nog van leven, het afgelopen jaar hield ik er hooguit tweehonderd euro per maand aan over en dat woog bepaald niet op tegen al het werk en de administratie. In het begin leverde ik veel horoscoopberekeningen en tekeningen, maar tegenwoordig haalt iedereen die uit zijn eigen computer. Ik kreeg het alleenrecht op de verkoop van de door Astrodienst in Zwitserland uitgebreide rapporten van beroemde astrologen als Liz Greene en Robert Hand, maar tegenwoordig zijn ook interpretaties van horoscopen overal op het internet te vinden. Daling van omzet dus. Ook de verhoging van de BTW is een mooi punt om ermee te stoppen, want ik zat er niet op te wachten om nu alle prijzen en de administratie aan te gaan passen.

Afgezien van veel door de jaren trouwe klanten, zaten er ook veel lastige tussen. Mensen zijn veel slordiger geworden. Vullen formulieren onvolledig in, laten geen telefoonnummer en soms zelfs ook geen naam achter op het antwoordapparaat, betalen vanaf onherkenbare bankrekeningen, want alles moet sneller en sneller. Soms gunnen ze je geen pindakaas op het brood door onmogelijke kortingen te eisen. ‘Mevrouw, dit is mijn aanbod en het is aan u om daarvan gebruik te maken of niet!’ Boos was ze! Want de klant is toch koning? Nooit meer iets van gehoord. Misschien niet zo zakelijk, maar wel zo rustig. Ik weet dat ik goede producten leverde, zelfs de mooiste en beste in het land, durf ik onbeschaamd te zeggen. Maar het land is veranderd. Ze zeggen dat astrologie de laatste jaren weer in opmars is, vooral onder jongeren. Ik merk daar weinig van, hoewel het wel gewoner wordt om in astrologie te geloven.

Veel mensen willen astrologie gebruiken om de toekomst te voorspellen. Hoe hun relatie zal verlopen, of het goed komt met hun kinderen of werk, dat soort dingen. In extrema wanneer ze dood gaan. Nou, lieve mensen, ik heb Saturnus en Pluto in het achtste huis, maar ik leef nog steeds hoor! Voor mij is astrologie in de eerste plaats een taal die veel duidelijker is dan wat de psychologie kan leveren. Maar zeker ook een diagnostisch instrument dat aangeeft wie en wat de spelers zijn in bepaalde levensgebieden. Zonder oordelen, want alle planeten hebben zowel hun goede als hun slechte kant en zijn meestal ook onderling met elkaar verbonden. Het is maar hoe je ermee omgaat. Zo kan een horoscoop een feest van herkenning zijn. Niet dat je uit een horoscoop haalt of iemand homoseksueel is, maar wel hoe hij daarmee omgaat. Voor Mellie Uyldert was astrologie de hoogste wetenschap, iets waar Govert Schilling het als bestrijder van bijgeloof vast niet mee eens is.

Je kan in de sterrenhemel zien wat je wil. Laat mensen maar eens in de nacht omhoog kijken. Wat voor de een tweelingen is, is voor de ander een paardekop of een koektrommel. Maar toch is in het collectief geheugen dat stukje van de hemel geladen met de energie van tweelingen. Niet bij mij alleen, maar bij iedereen die tussen 1942 en 1948 is geboren, stond Uranus in tweelingen. ‘Zo heeft de babyboom-generatie Uranus in Tweelingen,’ lees ik op een verloren pagina van mijn ex-website, ‘Ze maken enorm veel mee op het gebied van nieuwe communicatietechnieken.’ Dat kan je wel zeggen ja. Grappig trouwens dat geen astroloog indertijd de komst van het internet heeft voorspeld. Maar het is dan ook lastig om iets te voorspellen dat nog niet bestaat. Misschien hadden ze een nieuw model van telefoons kunnen verwachten, met druktoetsen of zo. Het lastige van voorspellingen is dat ze wel uitkomen maar heel anders uit blijken te pakken dan je denkt. Vandaar dat je er niet echt veel mee kan. Aries Astro-Services. Ik deed het graag, was verschrikkelijk enthousiast en kon mijn computerhobby erop uitleven. Het is mooi geweest. Echt mooi. Dank jullie wel, al mijn klanten in die 25 jaar! Mogen de sterren bij jullie zijn! Mogen? Dat zijn ze allang. Bij iedereen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De illusie van het getal

Date 31 december 2018

Volgens Stephen Hawking kan iets uit niets ontstaan. Want zoals plus en min samen nul zijn, kan uit nul ook plus en min ontstaan. Maar toch heb ik er moeite mee. Negatief en positief compenseren elkaar zodat er niets over blijft, en dat proces kan ook omgekeerd worden. Logisch toch? Maar ondanks dat heb ik er moeite mee. Omdat ik dat negatieve maar niet kan vinden.

Zo vroeg ik mij vroeger af hoe een negatieve koe er uit zou zien. Ja, ik zal op een fotonegatief wel eens een negatieve koe hebben gezien, maar dat is alleen een plaatje waar de kleuren zijn omgedraaid. En een koe is meer dan een plaatje, terwijl eigenlijk alles in zo’n kolossaal log beest op zijn kop zou moeten worden gezet. Poten omhoog? Ingewanden aan de buitenkant? Geen boe roepen maar iets als eob? Geen melk maar Coca-Cola? Ik ben er nooit uit gekomen.

Negatieve dingen kan ik niet vinden, pak weg ze pakken. Sommige eigenschappen kunnen we negatief noemen, maar dat zijn interpretaties van onze waarneming die ons denken ervan maakt, want onze biocomputer kan nu eenmaal niet zonder tegenstellingen functioneren. Is het sterven echt de antipode van geboren worden? Als we goed kijken zien we alleen maar dingen en gebeurtenissen. Een lichaampje dat uit een ander lichaam glipt, het uitblazen van een laatste adem.

Als je zo naar de wereld kijkt bestaat er eigenlijk niets negatiefs. Dan blijkt dat dat eigenlijk niet meer dan een verzinsel is. Tegen het einde van het jaar maken we de balans op, maar ook dan leven we in een bedachte wereld. In je boekhouding staan je tastbare bezittingen zoals je huis en voorraden aan de linkerkant. Daar tegenover zet je je schulden aan de rechterkant. Maar in feite doe je niets anders dan appels met peren vergelijken, iets heel concreets aan de debetzijde en iets wat bedacht of afgesproken is aan de creditzijde. Concrete werkelijkheid versus virtual reality.

Ik kan me zelfs er iets bij voorstellen dat lang geleden het getal 0 niet eens bestond. Bij 0 koeien kan ik me ook niets voorstellen. Een lege stal hooguit. Maar wie zegt me dat er niet 0 schapen in staan? Alles wat je met 0 vermenigvuldigt blijft 0. Iets waartegen ik als koe of schaap hevig zou protesteren: er zijn er 0 van mij, en niet van een ander dier! 0 koeien zijn niet te zien of te pakken, dus waar hebben we het eigenlijk over? Ik bedoel maar: virtual reality is dieper in ons doorgedrongen dan we ons bewust zijn. Zo geloven wij bijvoorbeeld in de onechte echtheid van geld, wetten, schuld, zelfs in die van onze persoonlijkheid.

Maar wat dan met onze gevoelens en emoties? Daar zijn haat, schoonheid en verdriet een soort negatieve liefde, lelijkheid en vreugde, zodat je ook hier weer appels met peren vergelijkt. Hoeveel haat kan er niet in liefde zitten, en hoeveel liefde in haat! Daarom kan je je heel dubbel voelen. Zou ik überhaupt iets of iemand kunnen haten als ik geen liefde voelde voor dat iets of die persoon? Wat is een relatie als er niet bij tijd en wijle fikse ruzies zijn? Wat is vreugde als je geen verdriet kent, twee emoties die soms in opperste vervoering kunnen samensmelten?

Nog een stapje verder. Zelfs het positieve is een illusie. Als er twee koeien in de wei staan, zijn dat nooit echt dezelfde koeien zodat de getallen an sich al de werkelijkheid vertroebelen. Als je goed oplet slaan ze eigenlijk nergens op. Alles is zichzelf en daarom niet met iets anders vergelijkbaar. Als we al die getallen overboord gooien blijft er alleen een neutrale isheid over. Wiskunde en boekhouding kunnen heel praktisch zijn, maar dat zegt nog niet dat er een waarheidsgehalte in zit. Zolang we geloven dat ze echt zijn, hebben we het ware, goede en schone nog niet in ons verenigd.

Een mooie nieuwjaarswens: laten we ophouden met waarde te hechten aan onze dromen over getallen en het maken van vergelijkingen. Zelfs als het getal 2019 is. Gooi alle oordelen overboord en laat alles zijn zoals het is. Dat is vrede.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Moedige slachtoffers

Date 26 december 2018

Advocaat Bénédicte Ficq vertelde onlangs in de Gooi- en Eemlander over haar strijd tegen de tabaksindustrie. Rokers zijn bewust verslaafd gemaakt en het is verdomd moeilijk om daarvan af te komen. Ze zijn geen slappelingen maar slachtoffers. Daar heb ik nooit zo bij stilgestaan. Tien jaar geleden stond bij de Jellinek tabak op de derde plaats van de top-15 van gevaarlijke drugs – alleen heroïne en crack scoorden hoger, terwijl LSD en paddo’s helemaal onderaan bungelden. Ook de drankindustrie mag blij zijn met haar vierde plaats. Het lijkt me dan ook beter dat we hier in de gemeente na commissie- en raadsvergaderingen gezamenlijk een jointje gaan roken in plaats van wijn schenken. Maar een motie van mij zal het waarschijnlijk niet halen omdat ik weer eens een paar bruggen te ver bezig zal zijn.

Ik heb iets met verslaving. Neptunus aan mijn midhemel. Jupiter in mijn twaalfde huis. Het zit ook een beetje in de familie. Misschien rookte mijn moeder toen ze zwanger was van mij. Wist zij veel. Tot mijn vijftigste heb ik stevig gerookt, twee pakjes per dag. Opeens radicaal gestopt, waarbij ik me voortdurend voorhield dat ik de baas was, en niet mijn smachtende lichaam. Het was trouwens niet mijn gezondheid waarom ik stopte, maar omdat ik me bij de Rozenkruisers had aangesloten, van wie je niet alleen moet afzien van roken, maar ook van seks, drank en televisie. Dat laatste omdat de straling ervan schadelijk zou zijn. Onzin natuurlijk, maar ik had daar toch weinig moeite mee en tot vandaag de dag vraag ik me af waarom ik überhaupt een televisie in huis zou moeten hebben. En naar de radio luister ik ook al nooit. Misschien zouden discussieprogramma’s leuk zijn, maar daar praat toch iedereen door elkaar heen en daar word ik horendol van. Ik zal wel weer hooggevoelig zijn of zoiets.

Tien jaar later ben ik toch weer begonnen met roken. Ik zie het nog steeds voor me. Na een zomerse vergadering of feestje of feestje zat ik bij fractievoorzitter Carien op de stoep, en Huib bood me een sigaartje aan. Dat inhaleer je toch niet, dacht ik, dus dat kan toch geen kwaad? En ik mocht Huib graag, niet alleen omdat hij in een dixielandbandje speelde maar ook omdat hij me vaak complimentjes gaf. Na een jaar of vijf ging ik over naar elektrische sigaretten, hoewel nog geen hond weet wat voor schade die allemaal kunnen aanrichten. Huisarts Joke, ook in de raad, vraagt me wel eens met haar doordringende ogen naar mijn ervaringen en gedachten over mijn elektrisch roken, maar kan er ook nog niet over oordelen. Behalve natuurlijk dat het een verslaving is. ‘Geen tabak, alleen een klein beetje nicotine,’ verdedig ik mijzelf vaak.

Vreemd dat ik in de verdediging schiet. Want uit het verhaal van Ficq begrijp ik dat ik er maar weinig verantwoordelijk voor ben. Dat het in mijn lijf zit, dat steeds hunkert naar de ervaring van de allereerste sigaret, dat even wegzweven in witte wolkjes die mijn hele lichaam doordenken, een soort kortstondige mix van dronkenschap en wegzweven. Dat komt natuurlijk nooit meer terug, en weinig van dat gevoel zal nog lijken op de eerste sigaret die ik in 1968 van Menno kreeg. Is hij dan de boosdoener? Welnee, roken was toen nog heel gewoon. Dat deed je ook op je werk, zodat de kantoorruimtes er mistig moeten hebben uitgezien. En het was natuurlijk goede business voor de tabaksproducenten, die tot vandaag de boel belazeren met hun metingen van nicotinegehaltes, net zoals de auto-industrie de hoeveelheden CO2-uitstoot flatteert. Zware straffen zou je zeggen. Welnee. Zo weinig mogelijk zichtbaar in de winkel. Plaatjes van de enge gevolgen op sigarettenpakjes, zodat ik vaak blij was met de sigarendoosjes met een naakte man, die hulpeloos op bed ligt omdat hij impotent is. Wel zo rustig eigenlijk.

Politici zijn niet sterk in het aanpakken van de wortels van problemen. Willen graag wat polderen om iedereen te vriend te houden. Bovendien zou een radicale aanpak van roken en alcohol slecht zijn voor de economie – een argument dat in veel kringen doorslaggevend is. Ficq stapte als advocaat gewoon naar de rechtbank en klaagde tabaksproducenten aan voor pogingen tot moord, zware mishandeling en valsheid in geschrifte. Nul op het rekest natuurlijk, maar ze blijft doorgaan. ‘Stel: je produceert een auto waarin elk half uur iemand verongelukt, omdat-ie uit winstbejag veel te goedkoop is geproduceerd,’ zegt ze. ‘Ondanks dat mag die auto de weg op.’ Terwijl in Nederland per jaar zo’n duizend mensen sterven aan de gevolgen van roken. Ik weet niet of ik dat ook ga doen. Ben ik een slappeling? Dat herken ik niet en ik werp het ver van me, zoals politici wel vaker zeggen. Maar wat roken betreft is dat meer terecht dan onterecht.

Ook rokers moeten meer uit de kast komen, gewoon erkennen dat zij slachtoffers zijn van een perverse industrie die veel te lang is getolereerd. Toegegeven: er wordt wel wat actie ondernomen om het roken te verminderen. Zoals minder zichtbare verkoop, die plaatjes op de verpakkingen, het rookvrij maken van kantoren, restaurants en cafés. Niks mis mee, zeker mee doorgaan. Jammer voor mij dat de samenleving, en vooral de jeugd, tegen mensen als ik beschermd moet worden. Maar dat hoort er nu eenmaal bij als je slachtoffer van een verslaving bent. Laat ik dat maar gewoon accepteren en mezelf niet wijsmaken dat ik een slappeling ben. Voor mij getuigt juist dát van een moed die ik elke roker toewens.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Mijn eerste koorjaar

Date 20 december 2018

Vandaag werd ik precies een jaar geleden gestrikt voor het Blaricums Gemengd Koor. Gisteravond sloten we het jaar af met een etentje in ons dorpshuis De Blaercom. Ik kon het niet laten om onderstaand toespraakje te houden,

Komt hij nou of komt hij niet? Me er niet van bewust dat alles een kwartier eerder begon dan ik gewend was, zat ik rustig aan de bar een cappuccino te drinken terwijl Hennie met gekromde tenen bezig was met het gebruikelijke inzingen. Komt hij nou of komt hij niet? Precies een jaar geleden had ze me na een politieke ledenvergadering hier aangesproken. Of ik ook kon zingen. Tja eh … Ik hield wel van zingen, wat ik vroeger heel vaak deed, mijzelf met de gitaar begeleidend. Of ik het leuk zou vinden om in een koor te zingen. Ze zochten tenoren. Was ik een tenor? Tja, nooit zo over nagedacht. Zing eens wat! Dus stond ik hier in De Blaercom brutaal mijn lievelingskoraal te zingen. … Aber deine Gnad und Huld ist viel grösser als die Sünde die ich stets bei mir befinde. Dat vond ik altijd prachtige woorden uit de Mattheus. En mijn stem zou best eens die van een tenor kunnen zijn. Jippie! Hoopvol keek ze me aan. Ik moest in januari maar eens komen! Tja, eh …

Ik had nog wat stoute schoenen, dus die trok ik maar aan op die woensdag in januari. Na een herinneringsmailtje van Hennie kon ik niet anders. Mijn broer zingt al jaren in een koor, en dat is eens wat anders dan me eindeloos met politiek en spiritualiteit bezig te houden. Ja, ik hou er als Waterman van om de meest onmogelijke tegenstellingen te verbinden, zoals raadswerk en non-dualiteit. En het is gewoon even héél iets anders. Nog een nipje cappuccino en dan maar naar binnen lopen. Nog voor ik me kon voorstellen zat ik al naast Hennie terwijl Lex met vreemde gebaren ons reeksen klanken liet zingen. Hennie – of was het Titia? – stopte me wat papieren in handen. Plons! Meteen het diepe in dus. Tja. In de pauze testte koorleider Lex het bereik van mijn stem en ja, ik was een tenor. Hennie meteen hartstikke blij met mij. Of in elk geval met mijn stem, want twee tenoren in een koor was wel wat weinig. En ik vond het best leuk. Alsof zingen je even helemaal in een andere wereld stortte.

Van het een kwam het ander. Maar het viel best tegen! Sommige mensen kunnen snel noten lezen, wat bij mij ongeveer 10 seconden per noot duurt. Zeker als er vier mollen aan het begin staan. Dit In tegenstelling tot Karina die direct van het blad speelt. Hoe dóét ze dat toch, waar heeft ze die rechtstreekse zenuwlijntjes tussen haar ogen en handen vandaan? Ik heb nooit gesnapt dat mensen dat kunnen. Vroeger speelde ik wat piano, maar ik moest muziekstukken helemaal uit het hoofd leren voordat ik het lekker kon spelen, het eerste deel van de Beethovens Mondscheinsonate, wat werkjes uit het Wohltemperierte Klavier van Bach. Of de Regendruppelprelude van Chopin, waar ik het pas denderend kon laten stortregenen als ik niet meer naar de bladmuziek hoefde te kijken. Maar hier in het koor werd het nog erger, want van Lex moest ik drie dingen tegelijk doen. De muziek lezen, de tekst lezen en alsof dat al niet moeilijk genoeg was óók nog naar hém kijken! Terwijl ik maar één aandacht heb! Sommige mensen hebben meer aandachten, wat voor mij een onbegrijpelijk mysterie is. Ik deed dus maar wat mij het beste uit kwam. En ik troostte me met de gedachte dat het allemaal niet zo perfect hoefde te zijn als bij Ton Koopman.

Ik ben een type dat niet zo goed tegen drukte kan en daarom vaak even de stilte moet opzoeken en alleen wil zijn. Misschien is roken – een doodzonde voor zangers – daarom zo aantrekkelijk, dan kan ik me even terugtrekken voor mijn eigen huisdeur of die voor het BEL kantoor of het gemeentehuis. En die van De Blaercom tijdens de pauze. Het zal wel iets psychiatrisch zijn. Iets met hooggevoeligheid of hoogbegaafdheid of zo. Sorry. Een rare langharige snuiter ben ik altijd geweest, eigenlijk nooit de jaren 60 ontgroeid. Toch ging het zingen best goed. Althans als ik Lex mag geloven, die zich misschien een beetje inhoudt omdat hij geen tenoren wil verspelen. En ik schijn niet de enige te zijn die bij tijd en wijle er wel eens naast zingt, of de verkeerde partij, of een ritmisch huppeltje verkeerd pakt. Als de laatste noot – bij voorkeur een picardische terts – maar goed is. Eind goed, al goed.

Ik heb genoten van ons zingen op die hete meidag in Lutjegast. Meer dan van het kerstconcert, want met veel in mijn ogen minder klassieke liedjes heb ik niet zoveel. The Holly and the Ivy – waar heeft die klimop zich in het lied verstopt? best leuk allemaal, maar geef mij maar Vivaldi en Mozart. Wel heel aardig van Lex dat hij mijn tip om Cantique de Noël te gaan zingen serieus heeft genomen, want dat is volgens mij één van de betere kerstliederen. Hoewel? ‘Voici le rédempteur’? Alsof Jezus opeens in een mandje uit de hemel wordt neergelaten waarmee we allen verlost zijn? Hmmm … Jauchzet, frohlocket! Met paukenslagen en trompetgeschal wordt de komst van de verlosser gevierd! Alsof die niet in eerste instantie in jezelf geboren moet worden, zoals Silezius al dichtte. Want ik geloof dat we allemaal diep van binnen zwanger zijn van de Christus ín ons, die alleen in donkerte en stilte geboren kan worden, en niet onder bombastisch feestgebruis.

Muziek is voor mij de hoogste kunst, wellicht omdat die alleen in het hier en nu speelt en de afstand tussen de muziek en jezelf verdwijnt. Je wórdt de muziek, wordt er één mee en bént dat ook – iets wat voor mij moeilijker is bij beeldende kunsten. En voor mij vertelt de mooiste muziek over stilte. Het Miserere van Lotti. Et in terra pax uit het Gloria van Vivaldi. Wat wel een vierde probleem bij het zingen oplevert, want ik vind het zo mooi dat ik ervan volschiet en een dikke keel van krijg. En dat zingt zo onhandig. Maar toch: ik denk dat het goed is als we ons zoveel mogelijk in de teksten verdiepen zodat we weten, zodat we léven wat we zingen. Lex attendeert ons daar terecht vaak op. Zonder bezieling blijft zingen alleen maar een reeks nootjes afraffelen. Het zou het mooiste zijn als we konden zingen zonder partituur in onze handen, maar dat is wellicht nog iets teveel gevraagd. Ik heb genoten en blijf genieten van die magische astrale groepsziel die we delen. Van momenten waarop we de techniek voorbij gaan, in klanken in elkaar opgaan.

Ik ben er dankbaar voor dit met jullie mee te maken. En dat ik leuke mensen heb leren kennen, Zoals Hennie op wie ik – mag ik het zeggen? – best een beetje verliefd ben. Zoals Nico die me een mooi jasje heeft gegeven, waarin ik nog een muntje van twee euro vond. Zoals Ingrid die al decennia geleden klant van mijn astrologische bedrijfje was, en wier dochter nu artikelen voor mijn De Idealist – de opvolger van Mellie Uylderts De Kaarsvlam – schrijft. En bij wie – Ingrid dan – ik zelfs al een keer thuis ben geweest, hoewel het wel even zoeken was. Jammer dat Vincent weg is. Niet alleen omdat we een bas missen, maar ook omdat hij vlak bij mij woont zodat ik met slecht weer met hem mee kon rijden, een taak die onze gulle voorzitter Noor heeft overgenomen. Het is rond deze dag een jaar geleden dat ik gestrikt werd voor dit koor. En hoewel ik geen strikjes kan strikken, bevalt dit me tot vandaag de dag uitstekend, terwijl ik me nog steeds een beginneling voel. Dank jullie allemaal voor de magie die ik met jullie mag leven, en ik verheug me nu al op het jubileumconcert in maart. Muziek is magie, en wat is er mooier dan dat met elkaar te delen? Goede Kerst toegewenst! Opdat – op zijn minst een beetje – Christus in jullie geboren mag worden!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Eeuwige vriendschap

Date 9 december 2018

Al vaker heb ik verteld over mijn leven op de campus Uilenstede in Amstelveen, maar gisteren wáren we er. Met vrijwel allen die er vijftig jaar geleden in de nieuwbouw van eenheid 198 kwamen wonen Wellicht vroeg menig bewoner zich af wat die 17 ouwelullen daar zochten toen we op de liften stonden te wachten. ‘Hé, die trap naar de kelder was er vroeger niet’, ‘Volgens mij hing hier een plattegrond of zoiets’ en ‘Ging niet één van de liften naar alleen de even of oneven etages?’ Toen we in pakketjes op de zevende verdieping waren geland vond ik het echt wel spannend worden voor de deur, waar een studente ons toegang zou verlenen, want in tegenstelling tot vroeger was die nu op slot. De namen van de bewoners ernaast verrieden ons dat dat er dertien vrouwen en één man woonden, terwijl we er met mannen – zeg maar jongens – indertijd als eerste bewoners introkken. De seksen werden indertijd nog keurig gescheiden, want alles werd indertijd nog door de Vrije Universiteit beheerd. Zelf vond ik het niet zo erg om met alleen jongens samen te wonen, maar velen verzonnen trucjes om te ontsnappen aan de laatste stuiptrekkingen van het godvruchtige leven.

Daar stonden we dan op de lange gang die veel nauwer was dan we dachten. Linksaf de keuken in. Er stonden nu twee vierpits kookplaten in plaats van één. De keuken was wat groter gemaakt door het balkon erbij te trekken, wat ook meer privacy geeft voor degenen die ertegenover wonen. De voorraadkastjes hingen tegen een andere muur. Maar de koelkast met de televisie erbovenop stonden nog op dezelfde plek, de televisie waarop we zo vaak naar de Fabeltjeskrant keken. Vlakbij de ingang naar de keuken was de telefoon verdwenen, zodat de naast wonende die niet meer steeds hoeft op te nemen. Privé postbusjes, waar je vroeger makkelijk elkaars kascheques kon jatten, wat trouwens nooit gebeurde. De deuren van de bewoners waren degelijk op slot, waar indertijd de meest primitieve sleutels waren en sommigen zelfs soms dezelfde sleutels hadden, wat we ook niet een echt probleem vonden. Zo kon ik rustig Caspers waterkoker lenen als hij niet thuis was, en was het makkelijker voor hem om mijn wietplant te verzorgen als ik op vakantie was. Dat met hasj en zo zag hij samen met bijna iedereen niet zo zitten, maar onze vriendschap was belangrijker.

Er bleken maar twee bewoners thuis te zijn toen we op deuren klopten om een blik te werpen in de kamers waar we vijf jaar of meer hebben gewoond. Maar we werden hartelijk welkom geheten door de studentes die wél thuis waren. Wat waren die kamers klein, terwijl ze indertijd zo groot waren! Maar voor de toch wel hoge huur van 100 gulden – nu zo’n 450 euro – hadden we wél een eigen toilet en douche. De witte tegels tegen de muren en de kleine bruine tegeltjes op de vloer leken nooit vervangen te zijn. Oké, er was geen draadomroep meer – iemand moest even uitleggen wat dat was – maar verder leek er weinig veranderd. Dezelfde tussenschotten op de balkons waar mensen wel eens overheen klommen als ze hun sleutels kwijt waren. Een enkele keer kwam het voor dat iemand in zo’n geval vanaf de bovenburen naar beneden klom. Aan de westzijde was het uitzicht nauwelijks veranderd met zijn Augustinuskerk aan de horizon. Maar aan de oostzijde was veel nieuwbouw verrezen op de plek waar ooit de A3 was gepland, hoewel het zicht toch wat vertrouwd was door een sliert vliegtuigen die over onze hoofden vloog. Mijn telefoontje mat hooguit 90 decibel, iets wat indertijd wel iets meer was.

Op de gang maakte Eduard een groepsfoto zoals hij die in 1973 maakte, maar nu wel in kleur. Gelukkig voor mij hoefden we niet dezelfde kleren aan als indertijd, wat me een jaar zoeken op internet zou hebben gekost. Hoewel ik al geruime tijd eigenlijk naar de kapper moet, leek dat me voor juist deze gelegenheid ongepast. Intussen heeft Eduard in de loop der decennia een hele collectie foto’s van alle reünies, die hij voorafgaand aan ons bezoek bij Wim thuis onder koffie en broodjes op de muur heeft gebeamd. Na afloop van ons bezoek aan eenheid 198 hebben we voortreffelijk gegeten in Restaurant Kronenburg, ergens ten zuiden van Uilenstede waar vroeger weilanden waren. Daar hield ik een vrolijke, maar politiek sombere speech. Aquarius is geen Sinterklaas of Kerstman, zoals we een halve eeuw geleden dachten. En is het zo moeilijk om alle politieke spelletjes te doorzien? ‘Soms denk ik dat ik zelf gek ben. Dat is ook in zekere zin zo, alleen heet dat nu hoogbegaafd.’ Ik schijn best een goede speecher te zijn.

Casper, aan het eind van zijn leven als longarts, werd er helemaal blij van en ik had na afloop een hartverwarmend gesprek met hem, zelfs over spiritualiteit. Hij noemt zichzelf heel romantisch, en dat moet wel zo zijn want hij genoot van de finale van de film Death in Venice. Ondanks het feit dat hij mijn verliefdheid nooit heeft kunnen beantwoorden zijn we altijd de dikste vrienden gebleven. ‘Ware vriendschap trekt zich niets aan van de grenzen van ruimte en tijd,’ had ik betoogd. Ik had het nog mooier kunnen zeggen: de dood scheidt ons niet, maar verbindt ons. Die bewaar ik voor de volgende reünie. Eeuwige vriendschap. Nou, halfeeuwig dan. Een band als tussen ons is magisch, zelfs al zien we elkaar soms jaren niet. Even thuis zijn onder de intelligentsia, heerlijk!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Feest!

Date 30 november 2018

Zoals vaak zie ik weer tegen december op. Niet omdat dat zo’n heerlijke maand is om je in donkere guurte eenzaam en depressief te gaan voelen, maar omdat het de meest hectische tijd van het jaar is, zodat ik blij ben als de frisse wind van een nieuw jaar eroverheen gaat. We werden al voorbereid met Black Friday en Cyber Monday, dagen die ons met de neus drukken op onze consumptieplicht, maar waar ik nooit van had gehoord. De naam Black Friday vind ik trouwens al niet zo vrolijk klinken. Maar dat komt natuurlijk omdat we, racistisch als we zijn, zwart meestal met iets negatiefs associëren. Foute boel! Niet correct! Bij Cyber Monday kan ik me ook niets voorstellen. Een maandag die gewijd is aan het geheel van digitale systemen, zodat we kennelijk heel veel internet moeten consumeren. Zoiets. Het feestje is kennelijk dat we de hele dag continu achter onze laptops en smartphones mogen en gaan hangen.

Maar goed. Morgen is het december en 31 dagen later sluiten we alle hectiek met vuurwerk en kabaal af. Eindelijk rust. In januari gaan we weer gewoon doen. Nog even doorbijten. Eerst Sinterklaas, waar onze meeste aandacht gaat naar de kleur van Piet. Omdat het zwart met onderdanigheid associeert. Terwijl ik dit schrijf wordt de post aangereikt. Zouden postbodes ook niet zwart mogen zijn? Moeten dan alle werknemers, die maar al te vaak loonslaven zijn, wit zijn? En waarom wordt er niet even hard gevochten voor een zwarte Sint? En zouden niet eigenlijk alle CEO’s – zo noem je bazen tegenwoordig – zwart moeten zijn? Het lastige van emancipatie is dat alle rollen omgekeerd moeten worden, met als gevolg dat er een nieuwe discriminatie ontstaat. Kleur en sekse worden belangrijker dan talenten en vaardigheden, en ik kan me voorstellen dat werkgevers daar wel eens moe van worden. Maar het past wel in onze westerse traditie waarin het uiterlijke belangrijker wordt gevonden dan het innerlijke. Ik denk dat kinderen niks van deze discussie snappen. Ik ook niet trouwens.

En dan de Kerst. Nog erger. waar daar weet bijna niemand meer wat er eigenlijk gevierd wordt. Er werd een verlosser geboren, die al onze problemen zou oplossen. Halleluja! Slechts weinigen zijn zich ervan bewust dat het om een verlossing van en door jezelf gaat, dat je jezelf alleen kan baren in het diepste van je duisternis. ‘Was Christus duizendmaal in Bethlehem geboren, en niet in u, gij zijt toch eeuwiglijk verloren,’ dichtte Silesius, en daar houd ik mij aan. Maar in plaats daarvan nestelen we ons knus onder oplichtende kerstbomen en slingers, en zingen we zoetgevooisde juichende liederen over de Verlosser. Geen hond die op zijn eentje de gure donkere sneeuwvlakten zal opzoeken in plaats van gezellig met glühwein van gebraden beesten te gaan smullen. Bij minder gelovige mensen komt de Kerstman met een rare rode muts op een slee vol cadeautjes aanschuiven. Tja, je moet toch wat als het buiten donker en koud is. Vaak gaan we, net als bij sinterklaas, liedjes zingen. Die hebben meestal dusdanige teksten dat de lust in het zingen ervan velen voor de rest van hun leven vergaat.

Feesten zouden spontaan uit jezelf of een collectief moeten oprijzen. Die kan je niet organiseren omdat ze happenings zijn. Als ze dan toch worden voorgeschreven en gepland, is dat door kerken en commercie om macht over mensen te krijgen. Dan kan dat niet anders dan tot onechtheid en hypocrisie leiden. Vier je eigen feest! Laat het in je opwellen! Geef je kinderen spontaan cadeautjes als je dat voelt, zelfs al is het augustus! Dat zijn échte verrassingen. Plan niet wanneer je je eigen goddelijkheid gaat ontdekken, want dat kan zomaar onverwacht gebeuren als je in stilte bent. Alleen dan. Maak je eigen feest, want dan is het helemaal van jou en hoort het bij jou. Anders ben je, hoe wit je ook bent, een slaaf.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Blaricum blijft Blaricum!

Date 22 november 2018

Eindelijk gerechtigheid! Na jaren strijd heeft de provincie Noord-Holland de handdoek in de ring gegooid, waarmee voor Blaricum, Laren en Huizen de jarenlang dreigende fusie van de baan is, samen met die van Wijdemeren met Hilversum. De ambtenaren van onze BEL Combinatie slaken een diepe zucht van verlichting nu eindelijk duidelijkheid is over de toekomst van onze dorpen. Een groot cadeau dat gisteren onverwacht uit de hemel viel. Het door minister Ollongren onlangs gepubliceerde concept voor een nieuw beleid voor gemeentelijke herindelingen was al voldoende voor de provincie om de stekker uit de door haar opgelegde fusies in het Gooi te trekken. Daarin stelde ze, in tegenstelling van de verwachtingen, dat de rol van de provincie niet versterkt gaat worden en dat gebrek aan bestuurskracht geen reden moest zijn om fusies op te leggen. Dat laatste was voor de provincie een paar jaar geleden het belangrijkste argument om een herindeling te starten. Toen bleek dat we genoeg van die kracht hadden, verzonnen ze andere redenen om een fusie toch door te drukken.

Heeft de minister, die er intussen al veel gemeentelijke fusies doorheen heeft gejaagd, nu het licht gezien? Dat geloof ik niet. Haar partij D66 ziet de bui al hangen en is bang voor verlies van stemmen nu er de laatste jaren steeds meer weerstand is tegen samenvoegingen van gemeenten. De lokale politiek is in opmars en wint steeds meer zetels in gemeenteraden. Omdat inwoners van kleinere gemeenten vrezen de eigenheid, de identiteit van hun dorp te verliezen. ‘Als je voor fusie bent, ben je tegen democratie!’ heb ik vaak geroepen. Omdat het bestuur dan verder van de inwoners komt te staan, in welke betekenis dan ook. Omdat kleinere gemeenten overruled kunnen worden door de grotere gemeenten waarmee ze moeten fuseren. Zo is de inmiddels ex-gemeente Haren terecht bang haar eigen voorzieningen te verliezen en dat groene gebieden tussen haar gemeente en de stad Groningen bebouwd gaan worden. Culturen worden verplicht samen te smelten, maar als zoiets niet organisch groeit vraag je om moeilijkheden. Het vertrouwen in de politiek neemt af, zoals deze week ook bleek uit de erbarmelijk lage opkomst bij de verkiezingen van 37 nieuwe fusiegemeenten.

Blaricum blijft Blaricum! Dat was onze slogan voor de verkiezingscampagne in het afgelopen voorjaar. Uit bescheidenheid zal ik niet vermelden wie hem bedacht heeft, maar het woord is wel werkelijkheid geworden en de dominantie van de lokale politiek in ons dorp heeft hier diverse acties opgeleverd om fusie te voorkomen. ‘Ook dát nog!’ zal de minister gemopperd hebben toen ook onze gemeenteraad haar verzocht naar de provincie Utrecht te mogen verhuizen. We hadden al meer akkefietjes met de provincie, en zowel geografisch, landschappelijk als cultureel hoort het Gooi eigenlijk helemaal niet bij Noord-Holland. Zo hebben vele kleine broeiende en protesterende steentjes door het hele land bijgedragen aan angst bij de landelijke partijen hun invloed te verliezen. En terecht. En nu heeft Noord-Holland niet alleen van ons, maar ook van de minister een mep gekregen, en is er weer een stukje democratie gered. Sinds 1900 is het aantal gemeenten in Nederland drastisch gedaald: van de 1121 zijn er nu nog maar 380 over. Genoeg is genoeg! Als gemeenten zelf willen fuseren of er echt een rotzooitje van maken is fusie een terechte maatregel, maar als dat niet zo is, is het een megalomane machtswellustige hobby van politici in hogere bestuurslagen.

Hier in Blaricum zijn we natuurlijk hartstikke blij. ‘We zijn weer baas in eigen huis,’ zegt onze fractievoorzitter Willem Pel. Maar ik heb te doen met gemeenten als Haren voor wie Ollogrens nieuwe beleid te laat is gekomen. Ons werk is niet voor niets geweest, en nu hebben we eindelijk meer tijd en energie om ons bezig te gaan houden met zaken die er écht toe doen. Omdat Blaricum Blaricum blijft.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Mijn Bijlmer

Date 18 november 2018

De laatste tijd zwerf ik vaak in gedachten en zelfs dromen door de Bijlmer van de jaren zeventig en tachtig. Omdat de prachtige autobiografisch roman Wees onzichtbaar van Murat Isik zich daar afspeelt en ik daar in die tijd heb gewoond. Omdat ik alle decors ken – tot de indeling van zijn woning toe – komen jeugd, puberteit en volwassenheid van hoofdpersoon Metin extra tot leven. Zeker in onze huidige tijd waarin steeds meer wantrouwen en haat oplaait tegen alles wat niet wit is, is het een waardevol boek. Ook om ons als Europeanen alvast voor te bereiden op onze eigen exodus naar het zuiden als het hier veel kouder gaat worden door het omkeren van de golfstroom. Maar Denkend aan de Bijlmer in die tijd word ik weemoedig en boos.

Weemoedig omdat er met het concept van de Bijlmer niks mis was. De betonnen droom is de titel van een boek van Daan Dekker dat Vriend me een paar jaar geleden cadeau gaf. De meeste mensen associëren de Bijlmer met onpersoonlijke hoogbouw, maar vergeten het overdadige groen, het van de leefwereld gescheiden autoverkeer op de dreven en de degelijke, ruime en goed geïsoleerde flats van zo’n honderd vierkante meter. Dat die woningen prachtig waren, daar zijn vriend en vijand het over eens. Veertien jaar heb ik in Eeftink gewoond waar ik veel vrijwilligerswerk deed in de bewonersvereniging. In de eerste jaren werkte ik bij de bank op het Rembrandtplein waarheen het lang reizen met bus 58 was omdat de metro nog in aanbouw was. Daarna ging ik mijn studie afmaken, precies in het jaar waarin de metro ging rijden en zijn tijdelijke eindpunt vrijwel onder het faculteitsgebouw lag. Na mijn afstuderen in 1981 heb ik een tijd van een uitkering geleefd, iets wat toen niet zo erg was als tegenwoordig.

Boos was ik omdat de wijk ging verloederen. Met name omdat Van Thijn in 1984 de binnenstad ging schoonvegen waardoor de wijk met junks werd overstroomd. Ik kan die junks geen ongelijk geven dat ze naar Gliphoeve verkasten, maar ik ging niet meer ‘s nachts lopend naar huis vanaf metrostation Ganzenhoef. De tijd van stank en onveiligheid in de binnenstraten en trappenhuizen, van geluidsoverlast, angst voor inbraak en annexatie van obscuur geworden bergruimtes brak aan. Om het verval tegen te gaan werden lapmiddelen ingezet zoals het verven van de balkons en gedwongen overname van de flats door woningcorporatie Nieuw Amsterdam. Een en ander zou niet meer te handhaven zijn en uiteindelijk besloot men alles maar weer af te breken, alsof dat alles goedkoper was. Er stonden wel degelijk visies en idealen aan de grondvesten van de Bijlmer, die later door de politiek verraden zijn. De winkeltjes in de binnenstraten zijn er nooit gekomen. Media geilden erop deze wijk zwart te maken en zijn medeschuldig aan de ondergang. De negatieve framing begon vroeg met een film als Blue movie, en ook een benaming als Bijlmerbajes droeg ertoe bij, terwijl die gevangenis helemaal niet in de Bijlmer stond.

Als ik aan de oorspronkelijke Bijlmer denk, denk ik aan ruimte, licht en lucht. Aan metro’s met nog leren kussens op de banken, aan het uitzicht als je ermee hoog in de lucht tussen de honingraatflats naar Kraaiennest reed, aan het Gaasperpark met zijn Floriade en planetarium. In 1987 zag ik het niet meer zitten en was dolblij met een sociaal woninkje in Buitenveldert dat weliswaar twee keer zo klein was maar waar ik weer veilig onder ‘gewone’ mensen woonde en dat bovendien dicht bij Uilenstede was waar ik de mooiste jaren van mijn leven heb doorgebracht. De Bijlmerramp moest toen nog komen, een gebeurtenis die het definitieve einde van de klassieke Bijlmer inluidde. Hoewel ik er al lang niet meer woonde zag ik later met bloedend hart hoe flats werden afgebroken en er weer allemaal conventionele wijkjes met kleine tuintjes werden gebouwd. Waar je weer straten moest oversteken.

De betonnen droom was voorbij. Maar dank zij de mooie roman van Isik wandel ik er de laatste tijd nog vaak in rond. In wat mijn Bijlmer was.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Verruim je geest

Date 5 november 2018

Verruim je geest. Dat is de titel van een recent boek van Michael Pollan over psychedelica. Psychedelica? LSD en paddestoelen? Die tijd is toch allang voorbij? Nee dus. De onderzoeksjournalist is namelijk ook gedoken in de ontwikkelingen ná de jaren zeventig, en dat is heel veel. Ik dacht met het lezen van dit dikke degelijke boek alleen even mijn kennis bij te spijkeren, maar dat viel knap tegen. Want een en ander is echt niet gestopt na Timothy Leary die met zijn iets te fanatieke enthousiasme veel tegenkrachten heeft opgeroepen. Psychedelica werden geassocieerd met de tegencultuur van hippies en jongeren die niet in Vietnam wilden vechten en alleen daarom al hadden ze de gevestigde orde tegen zich. Ze zouden dan ook heel gevaarlijk zijn, je chromosomen beschadigen, psychoses veroorzaken, je van het balkon laten springen omdat je dacht te kunnen vliegen, en meer van dat soort dingen die in de werkelijkheid eigenlijk best meevielen. Natuurlijk zijn er ongelukken gebeurd en moet je er uiterst omzichtig mee omgaan, maar volgens mij is alcohol gevaarlijker.

Maar het onderzoek ging ondergronds verder, tot vandaag de dag. De CIA zag daar trouwens wel wat in, want wie weet waren psychedelica ideale waarheidsserums. Van de 285 noten en 125 literatuurverwijzingen in het boek gaan vele over die research. Niet alleen over de psychologische effecten, waar blijkt dat ze een goede therapie voor angsten, verslavingen en depressie kunnen zijn met een langdurige gunstige effect, maar ook over wat die middelen met je hersens doen. In je hoofd zit een drietal hersengebieden die samen het Default Mode Network vormen, dat actief is als je hersenen zich in een rusttoestand bevinden en dat verantwoordelijk is voor hogere ‘meta-cognitieve’ activiteiten als zelfreflectie, mentale projecties, ‘tijdreizen’ en ‘theory of mind’, het vermogen om bepaalde geestestoestanden bij anderen te vermoeden of te herkennen. Minder activiteit daarvan – en dat is het effect van psychedelica – gaat gepaard met desintegratie van het zelfgevoel. De entropie in de hersenen neemt toe, hersengebieden communiceren veel meer met elkaar omdat er meer verbindingen worden geactiveerd, wat bijvoorbeeld de vaak gerapporteerde synesthetische ervaringen verklaart.

Entropie betekent chaos, en dat klinkt eng. Net als desintegratie van het zelfgevoel. Maar het betekent niets anders dan dat het onderscheid tussen je eigen ik en de wereld om je heen vervaagt. In positieve woorden: je voelt je meer verbonden met de wereld om je heen. Sterker nog: je ervaart het! Verbondenheid, een één zijn met de natuur, anderen, God of wat dan ook. Een dieper inzicht dat je je hele leven kan bijblijven. Hallucinaties? Dat klinkt te makkelijk als velen dezelfde ervaringen hebben. Het is alsof je hersenen andere sporen gaan volgen, vaste denkpatronen tijdelijk worden uitgewist. Pollan vergelijkt het met van een berg af sleeën: hoe meer mensen er voor je waren, hoe automatischer je slee de al gebaande sporen volgt. Misschien is de psychedelisch ervaring wel het enige echte ‘outside the box’-denken. Je hersenen worden gereset, de activiteit van het DMN neemt meetbaar af, en ik durf zelfs te beweren dat je waarneming – ook van je innerlijk – er waarheidsgetrouwer van wordt. Zeker als je je realiseert dat van onze ‘default’-waarneming ook bepaald niet alles klopt omdat die door onze hersenen in een behapbaar geheel wordt omgezet. Kun je van een ronddraaiend masker echt de binnenkant zien? Meestal niet.

Onze hersenen moeten ons wel belazeren. want voor overleven is een persoonlijkheid, een ik nodig met al zijn angsten en verlangens. Heel praktisch, wat echter tegelijk betekent dat we in een leugen leven. Oosterse wijsheden vertellen trouwens niets anders. Psychedelica moet je dan ook uitsluitend in een veilige en beschermde omgeving gebruiken, nooit alleen maar met een therapeut als reisgids die er zelf ervaring mee heeft. Al vóór Leary wees onderzoeker Al Hubbard op het vitale belang van set en setting voor het slagen van de reis. Maar waarom zou je psychedelica willen gebruiken? Omdat ze bijvoorbeeld angst bij stervenden doet afnemen, ze je kunnen helpen om van een verslaving af te komen, en betere antidepressiva blijken dan al die middelen die artsen en psychiaters je voorschrijven. De farmaceutische industrie zal er echter niet blij mee zijn, want voor hun omzet zal je hun middelen wel moeten blijven gebruiken, net zoals veel producten ervoor gemaakt zijn om op een zeker moment kapot te gaan. Psychedelica bewerkstelligen dat je minder opgesloten blijft in je eigen hoofd, vast blijft zitten in je eigen denkpatronen. Mooi dat dit alles – zij het nogal ondergronds – door veel onderzoeken bevestigd wordt.

Er is één referentie die ik nog mis in Pollans werk: het cultboek De psychedelische ervaring van Leary, Alpert en Metzner, dat ik nog steeds trouw in mijn boekenkast koester en waarin teksten uit het Tibetaanse Dodenboek als wegwijzer worden gebruikt. Dat gaat echt de mystieke kant op en is daarom, althans voorlopig, een brug te ver. Ik heb me jaren afgevraagd hoe het toch zou kunnen dat chemische middelen die op je fysieke hersenen werken dit soort ervaringen kunnen oproepen. Het antwoord is eigenlijk heel simpel: juist omdat ze je hersenen even uitschakelen, in elk geval dat deel dat ervoor zorgt dat je persoonlijkheid een beetje in stand wordt gehouden: angsten en verwachtingen die je allesbehalve in het hier en nu laten leven. Even meemaken hoe de werkelijkheid heel anders in elkaar zit dan je denkt. Dat geeft te denken. Of beter: niet te denken – een kunst die we in het westen hebben verloren.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites