Verdwijnende sterren

Date 10 juni 2019

Voor elke ster die je ziet, zie je er negen niet. Aldus de titel van een artikel over lichtvervuiling van Marjolijn van Heemstra in De Correspondent dat ik op Facebook zette. En er komt een tijd waarin lezers zich afvragen waar dat allemaal over gaat. Sterren? Wat zijn dat? Die beroemde mensen zie je toch op de televisie en niet in de lucht? Want het wordt nog erger. Het Russische bedrijf StarRocket wil graag haar advertenties in de hemel plaatsen. Heb je meteen het maximale bereik, want iedereen ziet ze. Dat zullen ze in een volgende fase wel persoonlijker willen maken, zodat de één onderbroeken in de lucht ziet hangen en de ander snelle auto’s langs de hemel ziet scheuren. Een fase verder en je ziet dat ook overdag boven je hoofd. Tot vandaag de dag roept dat teveel weerstand op, dus het zal de komende jaren nog rustig blijven daarboven. Maar de reclame-industrie is machtig en keihard, dus volgende generaties zullen hier hoe dan ook mee worden opgescheept.

Waarschijnlijk behoor ik tot een van de laatste generaties die nog van een maagdelijke sterrenhemel heeft genoten, die ooit nog de Melkweg heeft gezien. Want het wordt nog erger, zo las ik dit weekend in een artikel van Bruno van Wayenburg in de NRC. Elon Musks bedrijf Starlink gaat 1.584 satellieten rond de aarde laten draaien zodat iedereen waar ook ter wereld van internet wordt voorzien. Later komen er nog 12.000 satellieten bij. Amazon wil er 3.236 in de lucht, en Samsung lanceert er graag nog 4.600. Als dat allemaal doorgaat zie je in de toekomst alleen maar satellieten in de lucht, met hier en daar een zwak sterretje dat er tussendoor glipt. En zoals we een halve eeuw geleden speurden naar de eerste Spoetnik, zullen sterrenliefhebbers dan speuren naar een échte ster aan de hemel. Een soort urban exploring, maar dan een speurtocht naar de ouderwetse sterren achter al dat hemellicht van satellieten. Er zullen wellicht tijden komen waarin men denkt dat de hemel écht een koepel is, al of niet met een god die zich daar achter verschuilt.

‘Brüder, über’m Sternenzelt muss ein lieber Vater wohnen,’ dichtte Schiller. Ware woorden, mits je ze niet te letterlijk opvat. Want uiteindelijk zijn we allemaal uit sterren geboren, en is onze fascinatie daardoor niets anders dan een diep heimwee om daarnaar terug te keren. Alsof we alleen daar echt thuis zijn. Religie, politiek, en zeker ook de reclamejongens vinden het al millennia lang ongewenst als mensen God gaan ontdekken. Dat is niet goed voor de macht en de handel. Dus worden we al vele eeuwen lang gehersenspoeld door zowel de religieuze als de politieke en commerciële wereld die ons allemaal pseudogodjes aanbiedt opdat we niet verder gaan zoeken. Mensen die God echt vinden, zoals verlichten en mystici, zijn het grootste gevaar dat er is. Die leveren niets op, zijn vaak ongehoorzame rebellen die in hun eigen-wijsheid niet meer vatbaar zijn voor aardse geneugten die geluk en vrede zouden brengen. Niet dat ze niet van aardse dingen genieten, maar er is zoveel meer!

De kosmos is het Al. Het Al is God. Daar is Spinoza het vast mee eens. De mens vervreemden van het Al is dus de mens vervreemden van God, van zijn oorsprong, zijn bron. Soms denk ik dat het het beste is als onze cultuur ten onder gaat. Dat we weer helemaal opnieuw moeten beginnen. Misschien is dat ook niet zo erg. Want we zijn echt niet alleen in de kosmos en je kan op je vingers natellen dat er nog veel meer leven is dan alleen op onze aarde. Ongeveer oneindig gedeeld door één. Maar voor dat besef moet je wel de sterren kunnen zien.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

D-Day

Date 6 juni 2019

D-day. Romantischer kon het bijna niet. Soldaten die zich – nu 75 jaar geleden – doodvochten na in Frankrijk op onder andere de kusten van Calais en Dieppe geland te zijn. De film De langste dag, nog in zwart-wit. Strijd. Sneuvelen – wat was er mooier? Ik was zeventien. In een schriftje met een gele harde kaft schreef ik er zelf een verhaal over in 21 hoofdstukjes. Een vriend, heette het, en van-zelfsprekend ging die vriend dood. Een soort Ode an die Freundschaft, zal ik maar zeggen. Mijn romantiek was ontwaakt. Mooi! Maar het verhaal droop zo van de romantiek dat ik me er nu bijna voor schaam. Niet meer te pruimen. Ik heb het nog de sympathieke leraar Nederlands laten lezen. Die had geen commentaar toen hij het me teruggaf. Waarschijnlijk had hij al door hoe mijn vork in mijn steel zat, en wist hij niet hoe hij daarmee om moest gaan. Een tijdje later is het schriftje zoekge-raakt. Ik onderzocht alle hoeken van mijn kamertje en kasten in het ouderlijk huis, maar heb mijn eerste verhaal nooit meer teruggevonden.

Met Johan begon ik zelfs een oorlogsdocumentatie. Welke slagen er wanneer en waar hadden plaatsgevonden. Net als ik was hij geboeid door dit alles. Er kwam natuurlijk niet veel meer van te-recht dan wat aantekeningen en de ware oorzaak ervan was wellicht dat ik méér op die veertienjari-ge jongen verliefd was dan op de oorlog. Mijn moeder had dat natuurlijk veel eerder door dan ik zelf, maar hij mocht toch rustig bij me blijven slapen. Dat ging niet in min bed, maar daar dacht ik zelf in de verste verte niet aan. Het ging om vriendschap, zijn aanwezigheid, zijn schoonheid – want Johan was, ook volgens mijn moeder, best een mooi jongetje – en misschien ook de geur van zijn haar. Maar seks? Dat bestond nog niet voor me. Ik wist niet veel meer dan dat dat iets was tussen jongens en meisjes. Maar ik snapte niets van meisjes, en nog minder van wat mijn klasgenootjes nou zo interessant aan ze vonden. Ondanks dat mijn moeder me alle ruimte gaf, had ik nog steeds niet door dat seks er wel eens bij zou kunnen horen, dat ik homo zou kunnen zijn. Omdat dat gewoon niet bestond. En áls het al bestond zou het alleen een fase zijn, zoals ik wel eens had gehoord, en waar decennia later zelfs Foudraine in zou blijken te geloven. Fases kunnen heel lang duren.

Later verloor de oorlog zijn romantiek. Vietnam. De PSP met de blote vrouw op posters. We ver-guisden de oorlog, iets wat al begon tijdens mijn keuring voor militaire dienst. Wegens overschot aan babyboomers hadden ze ook mij maar een S5 gegeven en ik vond dat best allemaal. Zag het ook niet zo zitten om gedrild te worden, blindelings commando’s op te volgen van sergeanten die onver-staanbaar naar je stonden te schreeuwen. Bovendien dreigen ze een échte man van je te maken. Ik heb niks met echte mannen – die maken alleen maar de wereld kapot. Is al dat machogedoe echt no-dig om met een leuk leger de vijand te bestrijden? Is het niet juist dat machogedoe wat de oorlog veroorzaakt? Mannen zijn alleen goed om kinderen te krijgen, laat ik een paar vrouwen grappen in mijn boek. Neuken in de keuken en dan meteen de oven in met ze. Stomme wezens, die mannen. Gelukkig hebben ze het de laatste tijd wel eens moeilijk met hun man-zijn. Gaan dan allemaal man-nengroepen in zweethutten doen en zo. Er groeit op zijn minst een beetje bewustzijn.

Nee, het was 75 jaar geleden niet zo romantisch op de Franse stranden. Geen prachtige beelden van een met bloed doordrenkt strand bij een ondergaande zon. Misschien was het wel bewolkt. En zeker was niet iedere jongen zo verlicht dat hij het heerlijk vond om zo pijnlijk te sterven voor de vrede in Europa, niet eens wetend of dat wel bereikt zou worden. En tegelijkertijd heb ik het aan hen te dan-ken dat ik nooit een oorlog aan den lijve heb meegemaakt. Dat klinkt tegenstrijdig, want hoe kan geweld, dus ook tegengeweld, tot vrede leiden? Dat bereik je alleen als beide partijen er op gegeven moment geen zin meer in hebben, zoals Engelsen en de Duitsers die in de Eerste Wereldoorlog in het niemandsland tussen de loopgraven de pest aan alles hadden en samen Kerst gingen vieren. Misschien was dat wel een grotere D-day dan die van driekwart eeuw geleden.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Mijn hemel

Date 30 mei 2019

Nadat Christus uit de doden was opgestaan en nog een poos op aardse dreven verbleef, is hij uiteindelijk naar de hemel gevaren. Een bootje had hij niet nodig, zelfs geen vleugels. Hij moet nog ergens in de hemel zitten, ter rechterhand van God. Dat lijkt me een beetje saai. De hele hemel lijkt me saai. Echt een plek om je dood te vervelen. Terwijl je niet eens dood kan. In het begin kan het nog wel leuk zijn. Zeker als er allemaal mooie jongens voor je klaar staan, die je allemaal mag nemen als beloning voor je goede werk op aarde. Maar ook dat gaat vervelen. Je kan niet oneindig lang blijven neuken, drinken en feesten. Het kan bijna niet anders dan dat je na verloop van tijd weer terugverlangt naar de aarde, maar reïncarneren is ook geen optie want zoiets bestaat niet in de hemel. Althans niet in de hemel waar God met zijn zoon zitten te niksen. Bhagwan grapte er wel eens over, dat hij liever in de hel was dan in de hemel met zijn voortdurende engelengezang en trompettergeschal.

Aan de andere kant: is niksen niet het mooiste dat een mens kan doen? Het taboe daarop, met duivels en oorkussens en ons arbeidsethos en zo, is op zich al verdacht: gij zult niet niksen! Zweet in uws aanschijns en zo. Werken zullen we! We hebben zelfs een Partij voor de Arbeid! Ik word wat melancholisch als ik denk hoe de mensen duizenden jaren geleden maar vier uur per dag hoefden te werken. Heb ik ergens gelezen. Wat is er toch misgegaan? Toen hadden ze nog de tijd om niksend bij een kampvuur naar de sterren te kijken. Toen was niksen nog heel gewoon. Mensen hadden toen de tijd, terwijl tegenwoordig de tijd de mensen heeft. Voor niks gaat de zon op. In mijn jeugd vond ik dat prachtig: de zon die steeds opnieuw opkomt, zonder dat je er iets voor hoeft te doen! Wees blij! Pas later leerde ik dat die uitdrukking juist het tegengestelde bedoelde, dat je er iets voor over moet hebben als je iets wil bereiken. Raar.

Als ik zelf aan het niksen sla gebeuren juist de mooiste dingen. Kan ik tijden kijken naar de binnenkant van een mandarijnenschil. Hoe mooi! Of neem een spinnetje, wat een prachtig mechaniekje is dat! Dat bouw je niet even na. En soms kunnen er prachtige vlekken op de muur of het papier zitten. Als ik niet bij tijd en wijle zou niksen, zou al dat moois me ontgaan. Misschien heeft God wel groot gelijk als hij op zijn troon aan het niksen is! We willen altijd maar bezig zijn, iets doen, en daarmee gaan we voorbij aan veel schoonheid die overal om ons heen voor het oprapen ligt. Schoonheid, ook van oude vervallen fabrieksgebouwen en de merel door een kat opengereten is. Eigenlijk is alles schoonheid, maar die openbaart zich pas als je doelloos wat aan het niksen bent, zonder gedachtenplan. Daarom heb ik het wel eens moeilijk met museumbezoek waar je systematisch schoonheid gaat opzoeken die zo nodig verklaard en uitgelegd moet worden. Zie ons eens cultureel doen! Terwijl de hele wereld één groot museum is!

Laat mij maar niksen. Dat is mijn hemelvaart!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Voor Europa

Date 23 mei 2019

Europa. Vandaag stemmen over we verder gaan met deze puber. Ik ben voor. Natuurlijk gaat met Europa een en ander mis, maar als je de voordelen tegenover de nadelen zet, blijft er toch een positief eigen vermogen over. Bovendien kunnen we moeilijk anders dan ons gezond en sterk te maken tussen de andere wereldmachten. Als Wateman geloof ik erin. Blijf ik een idealist tegen alle klippen op. Het toetreden van landen is in ons enthousiasme iets te vlug gegaan. En zolang landen nog ruziën over waar er vergaderend moet worden, zijn ze nog teveel met hun eigenbelang bezig. En zo is er nog wel meer kritiek te leveren. Maar laten we nou eens ophouden met al die negativiteit en de eenwording van al onze culturen gaan vieren. Sinds mijn jeugd ben ik verliefd op wat later het Europese volklied zou worden.

O Freunde, nicht diese Töne!
Sondern laßt uns angenehmere anstimmen
Und freudenvollere!

Freude, schöner Götterfunken,
Tochter aus Elysium,
Wir betreten feuertrunken,
Himmlische, dein Heiligtum!
Deine Zauber binden wieder,
Was die Mode streng geteilt;
Alle Menschen werden Brüder,
Wo dein sanfter Flügel weilt.

Wem der große Wurf gelungen,
Eines Freundes Freund zu sein,
Wer ein holdes Weib errungen,
Mische seinen Jubel ein!
Ja, wer auch nur eine Seele
Sein nennt auf dem Erdenrund!
Und wer’s nie gekonnt, der stehle
Weinend sich aus diesem Bund.

Freude trinken alle Wesen
An den Brüsten der Natur:
Alle Guten, alle Bösen
Folgen ihrer Rosenspur.
Küsse gab sie uns, und Reben,
Einen Freund, geprüft im Tod;
Wollust ward dem Wurm gegeben,
Und der Cherub steht vor Gott!

Froh, wie seine Sonnen fliegen
Durch des Himmels prächt’gen Plan,
Laufet, Brüder, eure Bahn,
Freudig, wie ein Held zum Siegen.

Seid umschlungen, Millionen,
Diesen Kuß der ganzen Welt!
Brüder! Über’m Sternenzelt
Muß ein lieber Vater wohnen.
Ihr stürzt nieder, Millionen?
Ahnest du den Schöpfer, Welt?
Such’ ihn über’m Sternenzelt!
Über Sternen muß er wohnen.

Sinds vanmorgen speelt de hele Negende van Beethoven in mijn hoofd. Vanaf de eerste maten van het eerste deel tot en met de schepper die boven de sterren woont. Laten we goed gestemd meezingen. Over stemmen gesproken. In de kieswijzer beland ik bij Groen Links en de Partij voor de Dieren. Niet echt nieuw voor me. Mijn keuze valt de laatste jaren op de laatste. Ik wil niets horen van anderen die menen dat je het beste op een grote partij kan stemmen, want dan wordt een kleine partij nooit groot. En in zogenaamd strategisch stemmen geloof ik al helemaal niet. Daar is democratie helemaal niet voor bedoeld, want dan komen ze er nooit achter waar je eigenlijk vóór bent. Ergens tegen zijn is makkelijk. Ergens voor zijn is moeilijker, want dan moet je meer verantwoordelijkheid nemen. En ik wil de dieren niet in de steek laten.

En wellicht is dit een van de laatste kansen om niet te verkruimelen tot allemaal eigen landjes, de grenzen weer dicht te gooien – iets waarvan we later wel eens heel erg veel spijt kunnen krijgen. Uiteindelijk zijn we allemaal wereldburgers.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Hoe Bhagwan in mijn leven kwam

Date 13 mei 2019

Vandaag hoorde ik precies veertig jaar geleden voor het eerst van Bhagwan, die zich later Osho zou gaan noemen. Als ik niet nog datzelfde jaar in mijn eentje op het vliegtuig naar India was gestapt, was mijn verdere leven er echt totaal anders gelopen. Samen met dat van vele anderen verscheen mijn verhaal in 2012 in het door Nandan samengestelde boek Hoe Osho in mijn leven kwam.

Ik was bijna 33 jaar – de ideale leeftijd om verlicht te raken. Maar wellicht ook om mijn leven een radicale wending te geven. Nu ben ik zowat dubbel zo oud en nog steeds niet verlicht, hoewel de smaak daarvan me nooit meer los zal laten.

Het gebeurde op de eerste zomerdag van 1979, op 13 mei. Ik lag in mijn slipje in de tuin van vrienden in Dordrecht en las het door hen aanbevolen boek Oorspronkelijk Gezicht van Jan Foudraine, die nu Swami Deva Amrito heette. ‘Bhagwan! Poona! Dat is vast iets voor jou,’ hadden ze me aanbevolen. Nou, dat heb ik geweten. Want al bij de eerste pagina’s kreeg ik het onrustige vermoeden dat ‘de Bhagwan’ niet de eerste de beste goeroe was. De dagen erna werden een feest van herkenning en bevestiging, er viel van alles uit mijn leven op zijn plaats en daarover schreef ik maanden lang enthousiast mijn dagboek vol. Eindelijk was er een religie waarin ik me helemaal thuis en gekend voelde, en waarvan de ideeën naadloos aansloten bij de mijne, zoals over mystiek en de eenheid van alles. Ik nummerde zelfs de dagen na die dag in mei, alsof toen al voor mij een nieuwe kalender, een nieuw leven begon. Ik ging naar Amitabh, de boot aan de Amsterdamse Prins Hendrikkade, deed mijn eerste meditaties en genoot ervan hoe lichamelijkheid gerijmd werd met spiritualiteit. Ik kocht en beluisterde cassettes, las de prachtig vormgegeven boeken – de wereld was te klein om mijn vreugde te vieren over het feit dat er ook anno 1979 verlichte mensen rondliepen. Om mensen als Jezus of Boeddha te vinden hoefde ik niet eeuwen terug te reizen, want ik kon ze ook gewoon in het hier en nu ontmoeten.

Die zomer ging ik alleen op vakantie. Ik kon gebruik maken van een appartement van een vriend in Saint-Tropez en had boeken en cassettes van Bhagwan meegenomen. Dronken – en niet in de eerste plaats van drank – zwierf ik bloot in oranje tuinbroek over de kades, genoot van terrasjes, muziek, mensen en vrede. Van de maan en de sterren, van straatzangers, muziekbandjes en Pink Floydklanken in lome kleurige nachten. Van lange uitputtende wandelingen naar de stranden onder de hete zon. Het was een continue roes van blijheid, acceptatie, vrede, vertrouwen, lekker in mijn lijf zitten, bewogen worden zonder te bewegen. En het wonderbaarlijke was dat ik alleen was – iets wat ik eerdere vakanties nooit gedurfd zou hebben – en juist daarom één van de mooiste vakanties van mijn leven had. Ik hield van alles en iedereen, vond alles mooi en goed. The flowers showered, ook over mij. Ik dronk de smaak van verlichting. Die roes heeft maanden lang geduurd, ook toen ik weer verder ging met mijn studie psychologie. Het kon niet uitblijven dat ik op gegeven moment in het vliegtuig naar India zat, waar ik meteen voelde hoe de grond doortrokken was van millennia diep doorleefde religie. Daar lag het beloofde land achter de kleurige horizon, en zou ik Bhagwan in het echt gaan meemaken.

Bij Bhagwan voelde ik me helemaal thuis en de ashram was de sprookjeswereld waarover ik al lang in psychedelische visioenen had gedroomd. Het bestond echt allemaal! De toespraken van Bhagwan in de Buddhahall waren niet alleen doortrokken van stilte en eenvoud waarin leven en sterven omarmd werden, maar ook van zen en paradoxen, en van grappen en humor. Ik begon me zelfs af te vragen of dit alles niet één grote grap was, want Bhagwan had vaak verteld dat verlichting niet voor serieuze mensen was weggelegd. Ik stopte mijn vraag in het daarvoor bestemde busje. ‘And in fact, this whole thing is a joke: your misery, my enlightenment,’ besloot Bhagwan zijn lezing op 16 december, die later onder de titel Don’t take enlightenment seriously gepubliceerd werd. Naast zijn prachtige en lange toespraken waren er de meditaties met ontroerende klanken van Deuter, die toen Chaitanya Hari heette. De Kundalini, de Nadabrahma en de Gourishankar waarop ik effortless meedanste, meezoemde en deinde. En dan waren er natuurlijk de therapiegroepen, compleet met woede, angsten, vloeken, seks en vechten, maar ook met tederheid en omhelsd worden en later vrijen met de mooiste en liefste jongen van de groep. En geheimzinnige black-outs, waarbij de hele ashram in het donker werd gezet en velen zich afvroegen wat voor magische en occulte dingen er toen allemaal gebeurden.

Op 14 januari 1980 zat ik in het Chuang Tzu Auditorium voor Bhagwan en ik schrok ervan dat hij echt helemaal léég was – iets wat in het Westen niet altijd een compliment voor iemand is. Ik nam sannyas, een gebeurtenis waarvan ik me achteraf weinig herinner – iets wat veel sannyasins is overkomen. Bhagwan gaf me de ontzettend mooie naam Satyamo, wat volgens hem ‘ultieme waarheid’ betekende, en waarvan de klank aanvoelde alsof die op mijn lijf geschreven was. Nou vond ik dat ‘ultieme’ wel erg veel van het goede, en zelfs tot vandaag de dag laat ik dat maar even weg als ze me vragen wat mijn naam betekent. Waarheid. Wat is waarheid? Dat is een vraag die me al zowat mijn hele leven bezighoudt. Wellicht leefde ik bij Bhagwan in een romantische sprookjeswereld. Maar die was voor mij wel helemaal waar en is dat tot vandaag de dag. Omdat deze me een hogere, diepere werkelijkheid liet zien dan de alledaagse werkelijkheid die we geheel onterecht ‘realiteit’ noemen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Herdenking

Date 5 mei 2019

Ook dit jaar was ik weer bij de dodenherdenking. Een stille tocht door het dorp naar het parkje met het oorlogsmonument. Een blazersensemble dat heinweemuziek speelt. Toespraken, ook van twee kinderen die het daar best moeilijk mee hebben. Veteranen op hoge leeftijd. Mensen in uniform, in de juiste houding van respect. Twee minuten stilte, wat ik eigenlijk altijd te kort heb gevonden. Het Wilhelmus waarmee ik het met mijn tenorstem altijd wat moeilijk heb. Vijf vliegtuigjes die in formatie overvliegen. Minuten waarin de tijd stil lijkt te staan. Het kost me moeite de tranen in mijn ogen te bedwingen in de overrompelende stilte waarin naast het gebrom van de vredebrengende vlieguigjes alleen het gefluit van vogels is te horen.

Daar sta ik dan. Een beetje voor schut met mijn S5 waardoor ik nooit in militaire dienst ben geweest. Kort na de oorlog geboren, fantaserend over hoe mijn ouders er een paar honderd meter verderop doorheen zijn gekomen. Ik voel me een verwende babyboomer, en dat ben ik ook. In de jaren zestig heb ik geleerd discipline te haten en sindsdien heb ik heel weinig met strijdmachten. Vietnam en zo. Maar toch. Ze staan voor me, met de handen aan de pet. Opeens heb ik bewondering voor hen. Mensen die de vrede in het land belangrijker vinden dan zichzelf. Die zich onderwerpen aan iets groters. Alsof hun strijd méér is dan onbewust machogedrag, ze tot iets in staat zijn wat ik nooit heb geleerd en ook niet kan. Vechten. Tot hier en niet verder. Doen wat gedaan moet worden.

Bloemen leggen. Een bakje koffie. Ik kon het niet nalaten die oudste veteraan, die met zijn twee krukken nog nauwelijks kon lopen, een hand te geven. ‘Bedankt voor alles.’ Meer niet, want alle woorden zouden tekort schieten, zo niet hypocriet zijn. Want ik ken de oorlog alleen uit films en verhalen. Al mijn voorstellingen over hoe het was zijn in zwart-wit en missen de kleur van het gevoel. Van angst, dreiging, maar ook onverzettelijkheid. In de schaduw van mijn ouders had ik soms het gevoel dat ik mijn vrolijke leven niet mocht leven, terwijl hun generatie daar juist voor gevochten had. Ik voelde me in de tweestrijd van medelijden en vreugde. Alsof ik de pagina met een hongerend kind uit Biafra niet mocht omslaan. Ellende die nog steeds overal in de wereld te vinden is.

Innerlijke vrede overstijgt geluk en verdriet. Zolang ik die niet in me heb, is alles voor niets geweest. Ik vraag me af of ik daarvan geproefd zou hebben zonder die jongens die indertijd gewoon deden wat gedaan moest worden. Ja, ik voel me in stilte dankbaar en zing ondanks de onzinnige tekst het Wilmelmus mee. De tijd verdwijnt even en verdriet en geluk vermengen zich in het hier en nu tot dankbaarheid.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Mijn romantische pad

Date 30 april 2019

Voelen boven denken, het subjectieve boven het objectieve, metafysische filosofie boven rationeel-analytische en pragmatische-utilitaire filosofie, synthese en holisme boven analyse, het ambigue en ironische boven ondubbelzinnigheid en helderheid, kunst boven wetenschap, creativiteit in de kunst boven nabootsing, het spirituele boven materialisme, zin boven nut, kwaliteit boven kwantiteit, organische natuurbeschouwing boven mechanische natuurbeschouwing, de mens die zich deel weet van de natuur boven de mens die de natuur wil beheersen en gebruiken. Aldus Wikipedia over romantiek.

Ik kan er niet meer onderuit: ik ben een pure romanticus. En dus niet verlicht in de betekenis van aanhanger van de Verlichting als historische stroming waar de romantiek zich tegen verzette. Integendeel. ‘De romantiek stelde voorop het gevoel, de fantasie, de verbeelding, de intuïtie, het onderbewuste, het onverklaarbare en het raadselachtige, vervormend in het demonische dat in de gothic novel ook elders in Europa navolging kreeg als literair genre,’ lees ik verder. ‘Deze emotionaliteit en verlangen naar beleving van het onverklaarbare leidden in radicale vorm ook tot uittreden uit de maatschappij, bekering tot het ultramontane katholicisme, intreding in het klooster en als uiterste tot zelfmoord. Dit wordt wel de zwarte romantiek genoemd. Als vroeg voorbeeld geldt Goethes Die Leiden des jungen Werthers, een roman die eindigde met de zelfmoord van de hoofdpersoon, en rondom navolging kreeg.’

Tja. Daar zit ik dan als wereldvreemde. Maar dat ben ik altijd wel een beetje geweest. Een boel beetjes zelfs. Van jongs af aan geobsedeerd door sterven en dood, zoals het hoort. ‘Eens zal ik heerlijk liggen slapen. Niemand zal me wakker kunnen maken’ was ooit een kort dichtseltje van me. Mijn allereerste verhaal heette Een Vriend, en die ging dus ook dood aan het eind, dat kon niet anders. Sommigen vinden mij somber of macaber en wellicht heb ik veel lezertjes van mijn blogs en verhalen daarmee weggejaagd. ‘Schrijf nu eens over iets anders, Satyamo,’ hoor ik ze denken. Maar de dood is het enige échte probleem dat er bestaat, en daarmee de wortel van alle andere problemen. Want de dood is meestal niet een vriend waarvan je mag houden. En waarom zou je je daarmee bezighouden? Dat zien we te zijner tijd wel. Je kan er toch niets over weten want niemand is er ooit van teruggekeerd. Hooguit van een beetje dood zijn zoals bij bijna-doodervaringen. Maar bijna is nog niet helemaal, dus terug naar de orde van de dag.

Nooit écht gelovend in wat velen ‘realiteit’ noemen omdat er een wereld is die daar ver bovenuit stijgt. Voor mij is Plato’s ideeënwereld échter dan de zichtbare wereld. Wat velen ‘echt’ noemen is voor mij meestal ‘onecht’ en omgekeerd. Lastig. Ruzie ober wie er nu écht aan het dromen is. Zeker omdat ik ervan overtuigd ben dat de ‘realiteit’ zijn wortels heeft in die bovenzinnelijke wereld. Tijdens mijn doctoraalstudie – Master voor jonge lezertjes – mocht ik met een vriend parapsychologie als bijvak hebben. Best revolutionair voor de Vrije Universiteit eigenlijk, bij Tenhaeff in de Utrechtse collegebanken mogen zitten. Fantasie, creativiteit en dromen vinden hun neerslag in de concrete wereld. God heeft de wereld geschapen, het Woord is vlees geworden, ideeën gaan aan alles vooraf. En niet omgekeerd. Volgens mij.

Niet dat de realiteit niet mooi is. Nu ik dit schrijf zit een merel ergens boven mijn hoofd te zingen, en de sering een paar meter verderop geurt nog steeds. En waarom is dat zo mooi? Juist omdat schoonheid iets raadselachtigs heeft, omdat het iets wil vertellen over een mysterieuze andere wereld. Me eraan herinnert dat ik daar deel van ben. Je zou het zelfs bewustzijnsverruiming of -uitbreiding kunnen noemen. Mijn ik dat méér, ruimer is dan ikzelf. Verbinding. Atman dat met Brahman versmelt. ‘Life is not a problem to be solved, but a mystery to be lived’ was een van Bhagwans – hij noemde zichzelf toen nog geen Osho – beroemdste uitspraken. En waarom is de sterrenhemel zo mooi? Zelfde verhaal. Waarom geloof ik in astrologie? Idem. Waarom hou ik van het zonnige strand? Omdat alle elementen daar verenigd en te beleven zijn: vuur, aarde, lucht en water. Waarom raken mensen verslaafd aan drugs, of nog erger: aan alcohol? Om even in een andere wereld te zijn, want het is doodvermoeiend om steeds jezelf te moeten zijn. Waarom zijn we geobsedeerd door seks? Om even in de ‘kleine dood’, het orgasme weg te zweven.

Daarom zou ik Freuds doodsdrift liever een ‘verdwijndrift’ willen noemen. Niks mis mee. Want iedereen kent de behoefte aan slaap, er even niet te hoeven zijn. Eigenlijk ben je er al niet meer als je in het zo bezongen hier en nu bent. Daar is geen plaats voor oordelen, voor angsten en verlangens, voor de ratio, en velen beleven dit als bijna een verlossing. Gevoel boven verstand dat pretendeert niet te dromen maar niets anders dan dat doet. Zijn tegenover worden. Zin boven nut. Speelsheid tegenover het serieuze werk. Ik ga nog een stapje verder. In het hier en nu vallen veel van die tegenstellingen samen. Sterven is leven, het subjectieve is het objectieve, verstand is gevoel, materie is geest. ‘Laat de isheid van alles toe,’ adviseert Eckhart Tolle, want daarbij wordt de dualiteit van alles overstegen.

Romantici baden zich graag in gevoel. Daar heb ik het moeilijk mee. Niet zozeer met dat bad, maar met wat er met ‘gevoel’ wordt bedoeld. Is dat ook emotie? Intuïtie? Een innerlijk weten? Het is in elk geval iets dat het verstand niet begrijpen kan. In mijn lievelingsfilm, Kubricks 2001: A Space Odyssey, komt niet het minste greintje gevoel voor, maar toch roept die hele diepe gevoelens in me op. Misschien omdat ik er niets van snap, en de stilte van het heelal en van het raadselachtige gedrag van computer HAL 9000 me zo boeit. Ook een gevoel. Een gevoel van overweldigd zijn door het mysterie en me daar thuis te voelen, erin opgelost te willen worden. Noem het een ‘hoger’ gevoel. Wat is een mooier graf dan dat van Frank Poole, oneindig zwevend in de zwarte ruimte? Romantischer kan het bijna niet.

Een romanticus is niet verlicht. Want daarvoor leeft hij nog steeds teveel in de dualiteit. Maar zonder een onblusbaar heimwee en vurig verlangen naar die andere werelden, naar de échte wereld, zal niemand ooit verlicht raken.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Kappen met kappen!

Date 15 april 2019

Natuurbehoud kan zijn: minder bos. Aldus de kop boven een artikel in nrc.next waarin Harrie Hekhuis, hoofd Beheer & Productie Staatsbosbeheer, uitlegt waarom er soms bomen moeten worden gekapt. Voor het versterken van de biodiversiteit, wat echter niet goed samengaat met dat van het klimaat. De eerste vraagt om meer open landschappen zoals open duinen en heidegebied omdat anders bepaalde soorten uitsterven. De tweede vraagt om meer bomen voor de CO2-reductie. Omdat anders, concludeer ik, het klimaat als geheel overhoop wordt gehaald. Iets dat al in volle gang is. Het Middellandse Zeegebied wordt nú al als tropisch beschouwd, en allemaal enge ziekten knabbelen aan de grenzen van Europa.

Niet alleen Staatsbosbeheer, maar ook andere organisaties die zich met de natuur bezighouden willen soms graag bomen kappen voor de biodiversiteit. Zo wilde het Goois Natuur Reservaat een paar jaar geleden graag tienduizend bomen kappen tussen de Hoorneboeg en het Hilversums Wasmeer. Ook Natuurmonumenten kapt graag, zoals op de Sallandse Heuvelrug waar zij dertig hectare bos wilde laten verdwijnen. Met dit alles verdwijnt jaarlijks 1.500 tot 3.500 hectare bos in Nederland. Ze beloven wel dat elders herplant zal plaatsvinden, het zogenaamde ‘compenseren’, maar het duurt decennia voordat jonge boomjes weer evenveel CO2 opslurpen als hun om zeep geholpen soortgenoten. De hoogste tijd om diverse lidmaatschappen op te zeggen.

In zijn artikel vertelt Hekhuis dat Nederland maar voor tien procent uit bos bestaat. Wat weinig is als je het bijvoorbeeld met Duitsland vergelijkt waar dat dertig procent is. Staatsbosbeheer wil 5.000 hectare nieuw bos realiseren, wat meer is dan de 1.350 hectare die is gekapt. Een mooi voornemen, maar in feite doe je dan niets anders dan het probleem vooruitschuiven. Want er wordt nu een probleem geschapen door ‘dunning’ van bomen, maar ze beloven dat dit over een paar decennia is gecompenseerd. Terwijl het klimaat een probleem is dat nú opgelost moet worden. Er is geen tijd meer om te polderen met Shell. Het tegenwoordige beleid komt er eigenlijk op neer dat je de longen uit iemands lijft haalt met de belofte er over een paar jaar weer nieuwe in te zetten.

Wat mij betreft mag eigenlijk geen enkele boom meer gekapt worden, tenzij die ziek is of een gevaar oplevert. Ook in Blaricum gaan ze wat raar om met kapvergunningen. Ooit maakte ik mee dat enkele bomen gekapt zouden worden omdat ze ziek waren. Toen ik om een heronderzoek vroeg bleek dat helemaal niet het geval te zijn. Als er ergens een nieuwe woning gebouwd wordt, wordt het heel normaal gevonden dat daaromheen honderden bomen moeten verdwijnen voor een riante tuin. En als je een kapvergunning aanvraagt wordt die meteen voor drie bomen tegelijk gegeven in plaats van een prijs per te kappen boom te berekenen. En in plaats van maar meteen zo’n vergunning af te geven, zou je inwoners ook kunnen adviseren ze te snoeien als ze er last van hebben, bijvoorbeeld omdat ze te veel licht wegnemen. Geleidelijk begint men er achter te komen dat het veel verstandiger is de natuur wat meer zijn eigen gang te laten gaan. Dat wilde tuinen veel beter zijn dan keurig aangelegde tuinen. Alleen al het woord ‘beheer’ suggereert dat de mens het veel beter weet dan de natuur zelf, die veel complexer in elkaar zit dan we meestal bevroeden. Kappen met kappen dus. De vogels zullen daar dankbaar voor zijn.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Puinruimen

Date 13 april 2019

‘Psychiaters en psychologen zijn er niet om de troep van de overheid op te ruimen,’ schrijft wetenschappelijk journalist Malou van Hintum vandaag in de NRC onder de kop Psychiater kan armoede niet oplossen. Het is ‘volstrekt normaal om psychisch van slag te raken door onzekerheid en armoede.’ Zoals door flexwerk van zo’n twee miljoen mensen in ons land. Zoals de onveiligheid van het leven in beschadigde woningen in Groningen. Het zijn maar twee voorbeelden van hoe de overheid ons in de stress jaagt. En de psychiaters en psychologen mogen dan de problemen oplossen. Van Hintum vindt dat minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge, vergelijkbaar met een milieueffectrapportages een psyche-effectrapportage zou moeten vragen. Opdat therapeuten zich weer kunnen richten op hun kerntaak: ‘hulp en steun geven aan kinderen en volwassenen met psychische aandoeningen die te wijten zijn aan pech, ongeluk, stom toeval, erfelijkheid en wat dan ook.’

Wat te doen? De auteur vindt dat deze slachtoffers van overheid natuurlijk geholpen moeten worden, maar constateert tevens dat je hiermee het systeem in stand houdt. En dat niet alleen, want met die psychische hulp bevestigen ze ongewild ‘het idee dat het aan deze mensen zelf ligt dat ze geen psychische reserves meer hebben, terwijl ze in werkelijkheid overvraagd worden.’ Hun problemen zijn volgens de overheid – in mijn eigen woorden – ‘eigen verantwoordelijkheid’. Als je ziek wordt is dat je eigen schuld. Ik ben geen complotdenker, maar vraag me wel eens af wat er nu áchter dat neoliberale beleid ligt dat alles, ook de gezondheidszorg, aan de markt overlaat. Wat in de praktijk betekent dat de overheid zich van haar eigen verantwoordelijkheid terugtrekt met de stroom van privatisering die sinds de jaren negentig over ons is uitgestort. Een overheid die steeds minder doet, wat ik niet terugvind in een verlaging van mijn aanslag van de belastingdienst.

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een klassiek voorbeeld van hoe de overheid haar verantwoordelijkheid over de schutting gooit. Richting gemeenten, die allemaal taken te verwerken krijgen zonder evenredige vergoeding daarvoor. Om de een of andere reden hebben de gemeenten, vertegenwoordigd door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), gepikt dat die wet zomaar doorgevoerd kon worden. Wat mij betreft had die gemeenteclub wel een sterkere vuist kunnen maken. Dure jaarcongressen, zelfs met een optreden van Golden Earring, dat wel, maar haar vuisten zijn niet sterk. Tegelijk het dilemma van wat te doen bij chantage Ook hier: moeten wij de hulpbehoevenden in de steek laten omdat de overheid veel te weinig om hen geeft? Met als gevolg nóg meer stress, psychische aandoeningen, ziekten, armoede en wat niet al omdat je als hulpverlener en gemeente weigert het puin van de overheid op te ruimen? Alleen daarmee confronteer je de overheid met haar eigen misdadigheid, leg je de wortel van de problemen bloot. Maar je kan het als gemeente en hulpverlener niet over je hart verkrijgen. Ik hoor Mark Rutte en rechtse partijen nooit afstand nemen van de neoliberale religie die de samenleving verziekt. En dan klagen rechtse mensen dat de samenleving, tot de omroep toe, te links is! Kennelijk moet het nog erger worden allemaal.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Luisteren, samenvatten en doorvragen

Date 7 april 2019

Afgelopen week was er een workshop voor raadsleden. Hoewel ik omviel van de slaap hebben wethouder Anne-Marie en fractievoorzitter Willem mij toch overgehaald om erheen te gaan. Ik had me immers aangemeld en zo’n workshop kost de gemeente best wat geld. Te weinig slaap wordt kennelijk niet als een excuus beschouwd, terwijl een slapeloze nacht je IQ met tien punten doet dalen. De wereld zou er dus mooier uitzien als politici wat meer zouden slapen. En niet alleen daar wordt weinig slaap vaak als een verdienste beschouwd in plaats van gewoon ongezond gedrag, want dat geldt voor het hele bedrijfsleven. Politici die zitten slapen? Was het maar zo!

Bovendien heb ik een hekel aan workshops. Het woord alleen al. Maar die van vorige week, gegeven door ProDemos, was best aardig. Met de gebruikelijke dia’s waarop de tekst zo klein is dat je die niet kunt lezen. Gelukkig kregen we achteraf een folder mee waarin alles is samengevat. De slechte leesbaarheid kon trouwens niet aan mij liggen, want ik heb sinds anderhalve week een nieuwe bril. Bij het praatje vooraf vertelde een van de cursusleiders dat ProDemos ‘voor democratie’ betekent. ‘Zolang het maar geen forum is,’ flapte ik eruit, waarop de burgemeester die erbij stond wat ineenkromp omdat politieke standpunten bij dit soort bijeenkomsten niet echt gewenst zijn. ‘Hou je alsjeblieft even in, Satyamo,’ zag ik haar denken.

Participatie. Inwonersparticipatie. Dat was het onderwerp. En dat klinkt veel eenvoudiger dan het in de praktijk is. Over mensen die minder snel naar de stembus gaan als ze ergens vóór zijn dan als ze ergens tégen zijn. Over de verschillende soorten inwonersparticipatie sinds de jaren zeventig. Over de gevolgen van ontzuiling. Over je rol van gemeenteraadslid. Over luisteren naar elkaar. Voor dat laatste moesten we in groepjes van twee LSD gebruiken: luisteren, samenvatten en doorvragen, zonder je eigen mening te laten weten. Daarmee had ik dank zij mijn psychologische achtergrond niet zo moeilijk. Groepsleider Hans Koekkoek constateerde na afloop dat niet iedereen er goed in was. Weinig oogcontact, achterover hangen terwijl de ander zijn verhaal vertelt. Dat soort dingen.

Voor mij was dat de moraal van deze werkwinkel. Luister écht naar inwoners! Ze weten het vaak beter dan jij! En als je ze niet tevreden kunt stellen, zeg dan eerlijk waarom! De zaal was even muisstil toen de groepsleider vertelde dat alles op zijn pootjes belandt als je maar luistert, open bent, een gevoel van ‘samen’ niet alleen verkondigt maar dan ook in de praktijk brengt. Hij is of was zelf burgemeester, en had daar mooie ervaringen mee. Politici hebben de neiging om hun gebrek daaraan te verbloemen met mooie taal. Ze spreken over ‘communiceren’ en als ik dat woord hoor ben ik altijd op mijn qui vive. Maar al te vaak heb ik gehoord dat iets met inwoners is ‘gecommuniceerd’ terwijl er gewoon een briefje in de al dan niet elektronische bus wordt gestopt.

Luisteren, samenvatten en doorvragen. Dat zijn niet de beste vaardigheden van politici. Ze interrumperen maar al te graag voor je uitgesproken bent, en voor je het weet kwaken ze allemaal door elkaar heen. Sommigen houden ellenlange betogen waardoor ze de anderen spreektijd ontnemen. Zitten liever te broeden op replieken dan zich bezig te houden met wat de anderen wérkelijk bezighoudt. Aandacht en macht zijn dan belangrijker dan een gevoel van samen zijn. Het zou goed zijn als we als politici wat meer LSD gebruikten. In de jaren zestig geloofde ik daar letterlijk in, maar de soort ervan die we vorige week gebruikten kan zeker geen kwaad. Zouden we vaker moeten doen. Idee. Leren luisteren, samenvatten en doorvragen. Zolang we dat niet doen zullen we de ander nooit begrijpen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites