Horror vacui

Date 16 juni 2021

The soul is the nothingness. The body is something, the soul is nothing. The body is filled, the soul is empty.

Aldus Osho in 1975 over het verschil tussen lichaam en ziel (in Tao: the three treasures deel 2, hoofdstuk 2). Het lichaam dat iets is, en de ziel die niets is. Ik denk dat weinig mensen het met hem eens zijn. Alsof de ziel niet bestaat, ons diepste wezen niets anders dan leegte is. Ziel. Het is niet altijd duidelijk wat met dat woord bedoeld wordt. Er wordt aangenomen dat we zoiets hebben. Als kind begreep ik dat het iets met vleugeltjes in je hoofd was, en dat buiten je lichaam kon wegvliegen. Later begreep ik dat het iets was dat na je sterven naar de hemel of de hel kon gaan, of wat kon reïncarneren. Ik kon daar weinig mee. Het was mijn allerdiepste wezen, maar echt gevonden heb ik hem nooit. Ook niet toen ik psychologie studeerde, want dat ging over gedachten, gevoelens en gedrag, maar niet over mijn echte ziel of zelf.

Op zoek naar jezelf. Jezelf zijn. Voor jezelf opkomen. Jezelf geven. Zelf beslissen. Jezelf verbeteren. Jezelf verliezen. Op de keper beschouwd is dat allemaal misschien wel de vaagste vaagtaal. Je kan er maar beter niet naar vragen als je wil weten wat iemand ermee bedoelt. Dat gaat allemaal over de ziel van de psychologie, maar zelden over de ziel van ons wezen. We ervaren het allemaal, maar niemand kan zeggen wat dat nou eigenlijk is. Terwijl niets méér over onszelf gaat dan juist dat. In de tweede helft van mijn leven werd mij meer en meer duidelijk dat mijn ziel, mijn echte ik, het bewustzijn was van al mijn indrukken en doen. Dan worden gedachten, gevoelens en gedrag minder belangrijk omdat die weinig vertelden over mijn wezenlijke zelf. Ik bleef the watcher on the hill, zoals Osho dat vaak noemde. Nou ja, laatst niet, toen ik samen met mijn fysiotherapeut de mantra ‘Ik ben hier, de pijn is daar’ herhaalde.

Maar een ziel, bewustzijn, die niets is, die leegte is? Stel je voor: in wezen ben je helemaal niets! En kan een niets, een leegte dan bewustzijn hebben? Aan de andere kant lijkt het me wel zo rustig om gewoon niets te zijn. Net zoals het de grootste vrijheid is om geen keuzes te hoeven maken, want daar worden we, zeker de laatste tijd, heel moe van. ‘Nergens is vrede. Wees nergens,’ vertelde Freek de Jonge in De Openbaring, waarin het niets een centrale rol kreeg. En stel je eens voor dat onze ziel, ons bewustzijn niets anders dan niets is. Dan is de hele kosmos één grote bewuste ziel. Wat wil je nog meer? Ik vind het een fantastisch idee, maar de meeste mensen zijn toch liever iets dan niets. Iets tegenover niets. Maar als je echt nonduaal denkt, en gelooft dat alles één is zodat er eigenlijk geen tegenstellingen meer kunnen bestaan, dan is iets hetzelfde als niets. Dan kun je hooguit zeggen dat het iets een gestold niets is.

We zijn meestal bang voor leegte, voor het niets. Als we iets denken gaan we meteen daarna iets anders denken. Een muur moet met posters en schilderijen behangen worden. Glazen moeten vol zijn, net als onze magen. Stilte vullen we met een praatje of muziek. We zien liever grazige weiden dan kale akkers. Van alles moet versierd worden. We moeten in beweging zijn en niet stilzitten. In het donker zijn we bang, zo zonder licht. Nietsdoen is ongewenst. We vrezen de leegte omdat we ons wezen vrezen. De meest wezenlijke ziekte? Horror vacui!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Seksuele sport

Date 9 juni 2021

Seks en sport blijven een probleem voor elkaar. Zo lees ik in een artikel in nu.nl dat het merendeel van de voetbalprofs de lbthi-acceptatie in hun kringen een onvoldoende geven. Zo is er tot vandaag de dag geen enkele homo- of biseksuele voetballer in de competitie. De spelers zelf wijzen op homo-onvriendelijke spreekkoren, de machocultuur in de voetbalwereld en de rol van de media. Stephan Hakkers van de Alliantie Gelijkspelen ziet echter toch bij de spelers zelf een groot draagvlak. En tegelijk legt hij de verantwoordelijkheid bij de spelers zelf, zoals in Duitsland waar achthonderd spelers in het betaald voetbal aangaven iemand te zullen steunen als hij uit de kast komt. Kortom er is nog ontzettend veel te winnen. Homo’s in een machowereld, waar intussen wel graag ‘We are the champions’ van Queen gezongen wordt – niet echt een popgroep van heterojongens. Ik vind het moeilijk om de echte schuldigen aan te wijzen van de gebrekkige emancipatie. Want de spelers zelf, de jongens op de tribunes, de machocultuur en de media lijken elkaar te bevestigen en te versterken. En voor zover er homohaat is, kun je die prachtig kwijt in deze wereld. Alleen aan het eind van een wedstrijd is er een beetje plek voor iets homoachtigs als de shirtjes uit gaan en de jongens elkaar omhelzen en knuffelen.

Maar niet alleen in de voetbalwereld is seks een lastig iets. ‘Dat sexy pakje, is dat nou nodig?’ kopt een recent artikel in het AD over de outfits van vrouwelijke sporters. ‘Die nauwsluitende topjes. Dat blote middenrif. Maar bovenal die krappe bikinibroekjes,’ moppert Inge Claringbould, onderzoeker gender en diversiteit aan de Universiteit Utrecht. ‘Ik vind het zó stereotiep. Dat vrouwen er zo uit moeten zien om hun sport aan de man te brengen en dat hun kleding afleidt van waar het om gaat: de prestatie.’ Kijk naar Dafne Schippers, beachvolleybal, tennisspeelsters of turnsters. In de mediawereld maken fotografen graag foto’s waar hun borsten en billen suggestief in beeld zijn. Daar zit natuurlijk ook een hele commerciële wereld achter. Waarom moeten vrouwelijke sprinters wél blote buiken hebben en de Usain Bolts niet, vraagt sportpsycholoog Karin de Bruin zich af. Het gaat niet meer om de sportprestaties, maar om de seks. Bij mij ook wel een beetje, moet ik toegeven, want ik droom ervan dat voetballers zich ook eens in topjes met blote navels gaan hullen. En een paar decennia geleden hadden ze nog échte korte broeken aan! Misschien zijn sport en seks wel moeilijker te scheiden dan je zou willen, want het gaat bij beide om het lichaam.

In de sportgeschiedenis belanden we al snel bij de oude Grieken. Jonge Grieken dan, en dan meestal de mannen. In tegenstelling tot vandaag de dag werd sport daar naakt beoefend. Ons woord ‘Gymnasium’ stamt daarvan af, en het betekent letterlijk ‘naaktschool’. Maar toen we gingen gymmen trokken we daar altijd wat lichte kleren voor aan. En gympjes, welk woord een contradictio in terminis is. Als je naakt gaat sporten is je hele lichaam zichtbaar, dus zie je ook hoe alle spieren al dat prachtige werk doen. Niks op tegen, zou je zeggen, ware het niet dat wij tegenwoordig alle naaktheid met seks associëren. Wellicht was dat in de Griekse cultuur, waar mannelijke schoonheid hoog in het vaandel stond en jongensliefde heel gewoon was, ook in zekere mate het geval. Maar dan nog, want je kunt je ook afvragen of dat dan zo erg is. Nee, wij zelf zijn het probleem door alle naaktheid te onderdrukken en het juist daardoor met seks te associëren. Alsof je een mooi lijf niet gewoon mooi of leuk kan vinden zonder er meteen op te willen springen. Ik ben geen gevaar voor Frenkie de Jong.

Hoe minder krampachtig we met seksualiteit omgaan, hoe makkelijker we ons blootgeven. Het is juist de vrouwenkleding die seksualiseert en de mannenkleding die het omgekeerde doet, en dat geldt niet alleen in de sportwereld. Als je echt gelijkwaardigheid van de geslachten wilt, zou alle kleding uniseks moeten zijn. En die homo’s in de sportwereld? Die moeten natuurlijk allemaal uit de kast komen, en er eventueel voor bedanken een rol in die machocultuur te spelen. Dan maar naar de Gay Games, maar het is jammer dat die nodig zijn.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Kosmologisch bewustzijn

Date 29 mei 2021

We zijn ontheemd. Dat is het gevoel dat ik overhoud van het lezen van In lichtjaren heeft niemand haast van Marjolijn van Heemstra, dat afgelopen week bij De Correspondent verscheen. Het is ‘een zoektocht naar meer ruimte in ons leven’ en dan heel letterlijk. De ruimte in. De rode draad van het boek is het overzichtseffect, de verpletterende en levensveranderende ervaring van veel ruimtevaarders toen ze de aarde zagen, zwevend als een blauwwitte bol in de oneindige leegte. Een gevoel van nabijheid dat juist door afstand ontstaat. Alsof je pas dan van de aarde kan houden. Ik voel me verwant met de schrijfster die naar een overweldigende verwondering zoekt die ze pas tussen de sterren kan vinden.

Ze zag de Hubble Ultra Deep Field in de Space Expo in Noordwijk, een samenstelling van observaties die door de beroemde telescoop was opgevangen en die haar deed denken aan een joodse scheppingsmythe waarin een vat vol licht in miljarden stukken breekt. Volgens mij is dat niet een mythe maar gewoon de realiteit, want we zijn uiteindelijk uit sterrenstof geboren. Ze citeert de theoloog Wil van den Bercken die de term ‘kosmologisch bewustzijn’ muntte: ‘Sinds ik me heb laten verpletteren door waar we ons bevinden sta ik anders in het leven. Het relativeert. En dan vooral de politieke waanzin. Alle grenzen die we trekken tussen onszelf en anderen zijn lachwekkend in het licht van onze aanwezigheid in de grenzeloze kosmos.’

Alsof we pas vanuit de diepe duisternis het licht kunnen zien. Heemstra vertelt over culturen waarin het duister een tijd is voor genezing, waar het juist aangemoedigd wordt om ’s nachts malend wakker te liggen, want pas dan kun je de volle omvang zien van pijn, twijfel en verdriet. Ze zoekt de donkerte op, wandelend over de nachtelijke Utrechts Heuvelrug of in het Vliegenbos vlak bij haar huis in Amsterdam-Noord. Ze vindt het verschrikkelijk dat er door lichtvervuiling steeds minder sterren te zien zijn, alsof we daarmee de band met onze oorsprong verliezen. ‘De ontdekking van het donker geeft me in de dagen en nachten die volgen een aangenaam gevoel van ruimte. Het is alsof er in mijn hoofd een luik is geopend dat wegleidt van dagen vol licht en haast.’ Sinds ik dat las denk ik in bed wel eens het plafond weg, en daarna het dak en de wolken, zodat ik de sterren weer zie.

Het boek staat vol wetenschappelijke ditjes en datjes. Dat we door de rotatie van de aarde op onze breedtegraad per uur een dikke duizend kilometer in de rondte draaien. Klopt, heb ik nagerekend. Maar door de baan die we jaarlijks om de zon draaien is dit zo’n honderd keer zoveel. Om niet te spreken over de verplaatsing van de zon in ons melkwegstelsel die nog eens zeven keer zo snel gaat. De schrijfster vertelt over reizen naar Mars en hoe reizigers zelfvoorzienend kunnen zijn door gebruikt voedsel en zuurstof te hergebruiken met behulp van algen. Over hoe het aardoppervlak onder onze voeten dertig centimeter op en neer deint door de aantrekkingskracht van de maan. Over de Voyagers I en II die in 1977 Golden Records meenamen opdat die ooit in een onmetelijk verre toekomst door een andere beschaving ontdekt en begrepen kunnen worden. Over de manier waarop naar tweelingplaneten van onze aarde wordt gezocht. Over een juridisch vacuüm: van wie is de ruimte eigenlijk?

Van reizen in de ruimte kan je een ‘astrofobie’ oplopen, want je raakt elk gevoel voor oriëntatie kwijt. Daar is geen boven en beneden, en kan je je aardig verloren en eenzaam voelen in de peilloze zwarte diepte of hoogte. ‘To boldly go where no one has gone before’ is een niet te onderschatten uitdaging. Maar voor mij persoonlijk hoeven we niet zo nodig de ruimte in. Het liefst laat ik andere werelden zoveel mogelijk met rust, en besmet ik ze niet met onze aardse troep. Tenzij we van onze ruimtereizen iets kunnen leren dat veel astronauten is overkomen: kosmologisch bewustzijn.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Tweede prik

Date 22 mei 2021

Voor de tweede keer laten we ons door een taxi naar de priklocatie in Huizen brengen, die met het openbaar vervoer niet echt goed te bereiken is. Die witte tent is zo groot dat je er wel een paar dozijn gezinnen in zou kunnen huisvesten. Een wereld op zich onder de doeken die met veel kabaal de rukwinden makkelijk doorstaan. Het valt me op hoe vriendelijk we overal worden ontvangen en geholpen. Nadat een gastvrouw ons heeft gevraagd of we onze ‘aaidies’ bij ons hadden, moesten we een paar minuten wachten om aan een balie in te checken. Daar wordt gevraagd naar onze vorige vaccinatiekaart van vijf weken geleden – keurig op een A4’tje afgedrukt – en uit de printer achter de medewerker rolt al snel een nieuwe kaart op papier. We hebben het bewijs van de tweede vaccinatie al in handen voordat we geprikt waren. Nu niet meteen weglopen.

Dan doorlopen naar een rij prikhokjes en daar tegenover een paar minuten wachten op een stoeltje. Dan naar binnen, jas uit, en de prik is bijna voordat ik het merk gezet. Net als de vorige keer vrijwel niets van te voelen. Vervolgens naar de ruimte voor het nazitten, want de GGD wil wel dat je een kwartiertje even rustig bent voor het geval je onverwachte bijwerkingen krijgt. Plastic schotten tussen de stoelen, maar Vriend en ik gaan gewoon naast elkaar zitten op stoelen waar dat niet het geval is. Nergens kom je zo uit de kast als hier. Ook dit allemaal onder het toeziend oog van een medewerker die iedereen goed in de gaten houdt. Opnieuw die vriendelijkheid zodat het lijkt alsof ze ontzettend blij zijn met iedereen die zich laat vaccineren. Ik bel alvast de taxi en ga nog even naar het toilet. Intussen blijft de bulderende wind trekken aan het fladderende dak, waaronder verse lucht via grote dikke pijpen in het rond wordt geventileerd.

Voor zover ik het kan zien wordt hier alleen Pfizer geprikt. AstraZeneca is intussen een beetje op de achtergrond geraakt wegens de combinatie van een lagere beschermingsfactor, haperende leveringen, grotere pauzes tussen de twee prikken en heel soms problemen met mogelijke bloedstolling. Ik ben blij en voel me op een ongemakkelijke manier bevoorrecht. In India vallen er duizenden doden per dag en wordt gevochten voor zuurstof. Om over andere delen van de wereld zoals Afrika en Brazilië nog maar te zwijgen. Maar het is geen optie om me uit solidariteit met andere landen dan maar niet te laten vaccineren. Kan ik het helpen dat ik in Europa geboren ben? We staan te weinig stil bij de stinkende best die laboratoria hebben gedaan om vaccins te ontwikkelen en te testen, en dat allemaal binnen een dik jaar. En wat kost zo’n dosis Pfizer eigenlijk, waarvan ik er twee à 3 cc heb gekregen? Om nog maar te zwijgen over het bouwen van de priklocaties en de immense logistiek eromheen. Een grote pluim voor de GGD!

Wel mondkapjes blijven dragen. En die anderhalve meter en zo. Want hoewel je zelf veel minder kwetsbaar bent, en eventueel niet naar het ziekenhuis hoeft omdat corona dan minder hard toeslaat, kan je nog anderen besmetten omdat het virus nog rustig op je lijf kan blijven rondscharrelen. Ik voel me een stuk veiliger nu. Hoewel het natuurlijk ook kan zijn dat mijn lijf nu vol zit met microchips die via ingenieuze wegen mijn hersenen gaan overnemen zodat ik straks een keurige dociele burger word of zal gaan snakken naar babybloed. Maar als ik hierover ga puzzelen blijf ik steken bij de vraag wie ik zelf eigenlijk ben, en dan blijft er uiteindelijk niets van me over.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Zondag

Date 16 mei 2021

Elf graden. Ik zit weer onder mijn afdakje. Een milde regen, tikketikketik. Als ik mijn voeten een beetje onder me houd blijven mijn pantoffels droog. Een klein slakje kruipt bij de muur van het huis. Twee meter verderop sleept zich een grotere slak voort, bijna onder de zwangere sering die door de regen zwaar naar beneden bungelt. Die groeit in de loop van de jaren steeds verder omhoog. Nog een meter of vier en hij komt via het raam de slaapkamer binnen. Ik hoor merels naar elkaar fluiten, soms een tjiftjaf. Het gekoer van een duif. Ik vind duiven best aardige dieren, net als honden, maar de geluiden die ze voortbrengen heb ik nooit echt muzikaal gevonden, net als die van honden. Boven mij vliegt een koosmeesje op en neer naar het vogelhuisje. Buiten mijn zicht, maar ik heb vanmorgen vanuit de slaapkamer gezien. Over een paar weken zullen nieuwe meesjes uitvliegen. Verder is het op wat straatgeluidjes na heerlijk stil. Ja, toch nog even een vliegtuig ergens in of tussen de natte wolken.

Ideaal weer om van de stilte te genieten. In een volgend leven ga ik in een christelijk dorpje wonen, want daar is het ook stil op de zondag. Dan een of twee keer naar de kerk kan ook geen kwaad. Rustig ernaar wandelen en in de kerk genieten van de stilte, daar kan al het gepraat van de dominee niet tegenop, evenmin als het orgelspel de stilte kan verbreken. God spreekt zwijgend en ziet dat het goed is. Ik heb mijn telefoontje naast me op een stoel het zwijgen opgelegd. Daar vindt nu een politieke discussie plaats. Straks zal ik wel zien dat er nog 46 ongelezen berichten zijn. Nu even niet. Want het is zondag. Sommige mensen vinden dat raar, maar ik blijf het recht opeisen op één dag stilte in de week, net als het recht op acht of negen uur slaap. Rust, stilte, slaap – ik kom dat nog te weinig tegen in wat er allemaal voor onze gezondheid wordt geadviseerd.

Ik ben niet de enige die zich het afgelopen jaar als een stil jaar zal herinneren. Waarin ik soms extra moest nadenken over welke dag van de week het eigenlijk was. Zou mijn ov-chipkaart nog steeds werken? Komende week moet ik mijn fiets meenemen naar de fysiotherapeut – ook fietsen moet ik weer leren. Banden oppompen na anderhalf jaar! Ik zie best op tegen het leven zoals dat voor de coronacrisis was. Dankzij medische perikelen was het voor mij het afgelopen jaar extra rustig. Veel thuis, veel taxi’s. Eerst een gordelroos, die mijn schouder nog steeds prikt en soms even steekt. Vraag me niet waarom, maar alleen antidepressiva schijnen daartegen te helpen. Omdat ik niet depressief ben, ben ik bang daar juist veel te manisch van te worden. Ik denk aan ons koor, waar ik toen wegens die gordelroos even niet welkom was. God moet wel over ons hebben gewaakt want we zongen tot een dag voor de lockdown, maar zijn er nog steeds. Eind augustus opnieuw opstarten, geprikt en wel.

Zo’n lockdown is voor mij een goede tijd voor revalidatie. Afgelopen zomer kreeg ik een pacemaker. Ik zag er erg tegenop, maar het plaatsen ervan was eigenlijk een fluitje van een cent. Daarna ging het lopen steeds moeilijker, wat na een heel gezoek uiteindelijk toch een versleten heup bleek te zijn. Ik kon het inderdaad wel eens op mijn heupen krijgen, maar was dat zó erg? Nog meer dan bij die pacemaker verwachtte ik dat de operatie wel eens uitgesteld zou kunnen worden, maar dat gebeurde niet. Wat ben ik toch een bofkont! Dat gevoel heb ik wel eens vaker. Dat ik rijk ben, niet in de laatste plaats van binnen. Dat God goed voor me zorgt. Ik mag dan een afwijkeling zijn met een rare levensloop, krankzinnige ideeën en wilde fantasieën, maar toch voel ik iets van het ‘existence takes care’ waar Osho het zo vaak over had. Dat ik vaak een geluksvogel ben die altijd weer op zijn pootjes terechtkomt. Niemand is zo rijk als ik. Dat zit ergens in mijn dankbare hart.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Antroposofie

Date 9 mei 2021

Tommy Wieringa moet niks van antroposofen hebben, lees ik in zijn column in de NRC. ‘Niets fascistisch is de antroposofie kortom vreemd,’ concludeert hij na een opsomming van kritieken die de aanhangers ervan al decennia te verduren krijgen, waarbij nazistische sympathieën meestal de hoofdtoon voeren. En al op school deden zijn oren zeer van ‘alle quatsch over de superioriteit over het blanke ras, de invloed van etherische en astrale lichamen op onze ontwikkeling en de biologisch-dynamische voedingsleer waaruit slechts een vreugdeloos soort sadisme sprak.’ Ook noemt hij een vrouw die op haar sterfbed geen morfine mag krijgen omdat ze dan ‘haar weg naar het licht niet zou kunnen vinden. Ze zou verdoofd arriveren in de geestelijke wereld.’ Toen ik dat las moest ik meteen denken aan de islam, waar het heel belangrijk is om helder te sterven. Daar ben ik het helemaal mee eens. Als ik Allah of God was zou ik het ook niet appreciëren als nieuwe bezoekers van mijn rijk dronken, stoned of suf binnenkwamen. In zijn column is Wieringa helemaal in zijn element. ‘Wanneer iemand zoiets op een straathoek staat te verkondigen, geef je hem een eurootje.’

Ik ben geen antroposoof, maar ik heb me ooit wel wat in die leer en de theosofie en verdiept. De laatste tijd laat iemand mij boeken van Steiner bezorgen omdat hij denkt dat ik mijn in 2009 overleden Mellie Uyldert ben en nog contact met haar heb. Ik heb hem vriendelijk geschreven dat ik tot dat laatste niet in staat ben, en dat het zinloos is mij die boeken te sturen. Ik heb wel eens geprobeerd wat van Steiner te lezen, maar ik kan niet tegen die dikbedrukte pagina’s zonder witregels. De teksten denderen als een trein zonder adempauzes maar door. Voor mij geen longreads maar toolongreads. Terwijl ik, zeker in vergelijking met de jongeren van tegenwoordig, best wat lange teksten kan behappen. Daar staan ze dan in mijn boekenkast. De weg tot zelfinzicht in hogere werelden. Meditatie. Kosmische hiërarchieën. Geisteswissenschaftliche Gesichtspunkte zur Therapie. Meditative Betrachtungen und Anleitungen zur Vertiefung der Heilkunst. Anthroposophisches Menschenkenntnis und Medizin. In een van die boeken las ik ergens dat het bloed zelf stroomt en niet door het hart wordt rondgepompt. Klinkt onzinnig, maar ik hou wel van mensen die bestaande opvattingen op hun kop zetten. Maar wie belangstelling voor die boeken heeft mag ze komen halen.

Ben ik tegen antroposofie? Ik denk dat je met kwaadsprekerij voorbijgaat aan de historische context waarbinnen deze leer opgang deed. Misschien bestaan er wel hogere en lagere mensen en rassen, maar als dat zo is geeft dat nog geen rechtvaardiging voor ongelijke behandeling. Mensen groeien nu eenmaal, en een brugpieper is niet meer of minder dan een basisscholier of iemand in het voortgezet onderwijs . En volken hebben zich in heel verschillende klimaten ontwikkeld, wat natuurlijk ook invloed heeft. Dat onze materiële wereld niet de enige is waarin we leven, staat voor mij buiten kijf, en ik smulde indertijd van Max Heindels boek De Wereldbeschouwing der Rozenkruisers. Een heerlijk esoterisch boek waarin gewoon alles staat wat je weten wilt. Over fijnstoffelijke werelden, over rondtes waarin en bollen waarop zich alles ontwikkelt, en in het licht daarvan ook onze eigen ontwikkeling als individu. Over dat onze huidige persoonlijkheid slechts een van de zeven voertuigen is waarin of waarmee we eindeloos door de kosmos reizen. Ik kan het nu niet meer navertellen, maar het is een prachtig systeem. Ook tijdens de tempeldiensten van de School van het Gouden Rozekruis werd daar vaak over verteld.

Het interesseert mij niet meer. Vroeger dus wel, en ik herinner me hoe verwonderd ik was toen De Geheime Leer van Blavatsky me in een etalage aanstaarde. Hoezo geheim? Zware kost allemaal, en je moest er wel aan toe zijn om je al deze theo- en antroposofische kennis eigen te maken. Was ik daar wel aan toe? En wat zouden de gevolgen van mijn studie zijn als ik daar nog niet rijp voor was? Want esoterische ontwikkeling is wel iets dat jaren vraagt, waarbij je geen stap mag overslaan als je geen hel en verdoemenis over jezelf wilt uitroepen. Ik zal de laatste zijn om te zeggen dat het onzin is allemaal, maar wat heb ik aan al die kennis? Wat kan ik ermee? En ben ik diep van binnen toch weer niet met mijn eigen ikje bezig, tracht ik dan niet stiekem mijn eigen spirituele hachje te redden door al die waarheid in pacht te nemen en te hebben? En het is zo bloedserieus allemaal! Geen sprankje humor of speelsheid! Hoe kan een zwaarmoedig leven tot bevrijding, tot verlichting leiden? Voor het weten dat alles één en met elkaar verbonden is, dat mijn eigen ik de verlichting in de weg staat, dat er méér is dan onze materiële wereld en dat de wonderen de wereld nog niet uit zijn heb al die kennis niet nodig.

Wat ik wel nodig heb is het voortdurende besef dat het juist het streven naar die verlichting is die de verlichting in de weg staat. En dat het juist speelsheid, relativering en humor zijn waarmee je je eigen grenzen kunt doorbreken. Dat je jezelf niet zo serieus moet nemen. Een beetje regen doet de seringen geuren, waarmee ik een vleugje opvang van mijn oorsprong en bestemming, mijn thuis. Dat vertelt me meer dan al die boeken, hoe waar het ook mag zijn wat erin geschreven is. God is overal en in alles aanwezig, en om dat te voelen hoef je alleen maar even te ruiken. Mmm …

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Tao

Date 30 april 2021

Tao waarover gesproken kan worden is niet de ware Tao.

Met deze eerste woorden uit Lao Tse’s Tao Te Tsjing zou ik eigenlijk meteen deze blog moeten beëindigen. Want voor wat Tao is schieten woorden te kort. Woorden horen bij het verstand, het denken, logica, en Tao stijgt daar bovenuit. Woorden beperken en dwingen tot vormen, terwijl Tao juist het vormloze is. Vormen veranderen en zijn daardoor eindig, niet alleen in de ruimte maar ook in de tijd. Het vormloze is oneindig, zowel in ruimte als tijd, en is daardoor eeuwigdurend en alomtegenwoordig. We hechten aan vormen zoals ons lichaam, en gaan voorbij aan dat wat alle vormen als een moeder in zich draagt. Vergelijk het met leegte, die is ook altijd overal te vinden, en het is juist die leegte die het leven mogelijk maakt, net zoals een huis zijn functie krijgt door de leegte tussen de muren ervan. Leegte omhelst alles. Misschien mag je Tao ook vergelijken met het niets, waaruit het iets wordt geboren, wat volgens Stephen Hawking heel goed schijnt te kunnen. Maar wat kun je zeggen over Tao, leegte of niets? Niets dus.

Veel avonden beluisteren Vriend en ik lezingen van Osho uit 1975. Ik heb hem die een paar jaar geleden op een audio-cd gegeven, met 39 lezingen onder de titel Tao: The Three Treasures, waarvan ik de vier boeken indertijd uit India heb meegenomen. Osho becommentarieert daar de teksten uit de vertaling van Lin Yutang uit 1948, die ook gewoon op het internet zijn te vinden. Er zijn veel vertalingen in omloop en hier en daar lijken ze nauwelijks op elkaar. Lao Tse heeft de tekst op plankjes geschreven toen hij China wilde verlaten en door een wachter op een bergpas daartoe werd gedwongen, zo’n tweeënhalfduizend jaar geleden. Ik heb wel eens gehoord dat al die plankjes door elkaar kwamen te liggen zodat het moeilijk was ze weer te op de juiste volgorde te leggen. Lao Tse moest opschrijven wat niet op te schrijven was, maar hij had geen keuze. Als je Tao wilt begrijpen zal dat niet lukken, want het is het ongemanifesteerde, zonder vorm, zodat logisch en wetenschappelijk ingestelde mensen er weinig mee kunnen. Je hoeft er ook niets mee te kunnen, want zelfs dat is iets van het denken dat alles wil begrijpen, ofwel er grip op wil krijgen. Alleen kunst zoals poëzie en muziek kunnen een hint geven, je iets van de onbestemde geur van Tao laten proeven.

In Tao zijn is in leegte zijn, en daarmee de ultieme bevrijding. Op zoek naar je ware zelf blijk je die leegte te zijn waarin alles zich manifesteert als een goddelijk spel, leela. De wijze is leeg, en dat heb ik heel letterlijk ervaren toen ik aan de voeten van Osho zat. Ik voelde me daar zelfs wat schuldig over, want is innerlijke leegte niet vaak het ergste wat je een mens kunt verwijten? Maar ook een fluit is leeg, en toch komt er muziek uit, juist omdat hij van binnen leeg is. Soms ervaar ik mezelf ook als een leeghoofd, en het blijkt inderdaad mogelijk om een man met nauwelijks hersens te zijn. Ook als we diep in de materie duiken, blijkt die voor bijna honderd procent uit leegte te bestaan, zodat alle vastigheid eigenlijk een illusie is. Niet dat we nu met ons hoofd tegen een muur moeten gaan bonken om de echtheid van het gemanifesteerde te voelen, maar het is wel goed te weten dat die pijn ons diepste innerlijk niet treft. We kunnen onszelf in de materie verliezen, maar iets als verlichting of bevrijding zullen we daar nooit mee bereiken. Bereiken? Eigenlijk kan je het niet bereiken omdat je het altijd al bent.

Wat te doen? Niets. Wat te weten? Niets. De wijze doet niets, de wijze weet niets. Je kunt niet bedenken wat je al weet, en je kunt niet bereiken wat je al bent. Juist uit dat niet-doen rijst het juiste handelen op: wu wei, flow. Daar hebben we het hier in het Westen moeilijk mee, want we moeten werken om te leven, voor niets gaat de zon op, geluk moet je verdienen en elk blokje tijd moet gevuld, gedood worden. We zijn altijd bezig, zodat zelfs ontspannen een activiteit van ons wordt. ‘Nietsdoen: zo doe je dat’ luidt de kop van een artikel in Psychologie Magazine. Een echte vakantie kan je niet plannen. Ooit stapte ik met Alex gewoon in de auto, op weg naar het zuiden. We wisten niet waarheen en het werd een van de mooiste vakanties. En als we niet fysiek bezig zijn, zijn we dat wel in ons hoofd. Wie luistert er nog naar de stilte, wie verliest zich nog in de leegte tussen de sterren? Wat je dan overkomt is niet onder woorden te brengen en tegelijk zo alles doordringend aanwezig omdat we daar iets van ons ware zelf in proeven, de levende leegte, het onnoembare niets, Tao.

Straks bloeien de seringen weer voor het huis, en zal mijn neus vaak even met ze vrijen om hun zweem van iets onbegrijpelijks op te snuiven. Zoals Osho vaak zei: het leven is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een mysterie om te leven.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De fundamenten

Date 25 april 2021

‘Hoe konden jullie geloven in een idee van groei terwijl heel jullie handelen was gericht op de vernietiging van wat je had? Hadden jullie dan geen geweten?’ Dat zijn volgens Ramsey Nasr de vragen die wellicht al onze kinderen en kleinkinderen ons zullen stellen. Zoals we nu mensen in het verleden veroordelen – denk aan middeleeuwse heksenvervolgingen, de VOC, slavernij, racisme – zo zullen toekomstige generaties óns veroordelen. We wéten dat we de aarde vernietigen, maar we zijn verlamd, we wéten nu wel dat we het weten, horen het gapend aan en vallen bijna in slaap van de apocalyps. Ons gedrag van de afgelopen decennia zal de geschiedenis ingaan als ‘irrationeel, amoreel, egocentrisch, onverantwoordelijk en volstrekt misdadig.’ Aldus de veelzijdige kunstenaar in zijn recent verschenen boek De fundamenten, dat volgens de achterflap ‘een indringende hartenkreet en een politieke oproep tot opstand’ is. Ik heb het boek inmiddels twee keer gelezen.

We staan op een keerpunt, maar we zijn verlamd. We gunnen iedereen op de wereld dezelfde welvaart als wij hebben. Maar daarvoor zijn drie aardbollen nodig, dus we laten het maar bij wat het is. We gunnen onszelf onze eigen welvaart, maar die alleen al vernietigt onze aarde. De meeste mensen willen best iets inleveren voor een beter milieu, maar we zijn in de houdgreep van het bedrijfsleven, dat zelf weer in de houdgreep van aandeelhouders is. En de laatsten willen groei en winst. En de overheid vindt het best allemaal. Nasr vertelt hoe die enerzijds 4,5 miljard euro uitgeeft aan subsidies voor fossiele brandstoffen en anderzijds hetzelfde bedrag aan subsidies voor CO2-besparing. Die kan je dus tegen elkaar wegstrepen. Hij vertelt over booking.com dat 65 miljoen aan coronasteun ontving, terwijl het zelf zo’n vijf miljard verdiende. ‘En wij maar eigen verantwoordelijkheid nemen en failliet gaan,’ concludeert hij. Veel Nederlanders willen verandering, maar blijven stemmen op partijen die zulke veranderingen juist willen tegenhouden. Hoe dat kan? We hebben een januskop.

We zijn niet rationeel. Het kind dat geen vlees wil eten is het enige rationele wezen aan tafel. Nasr’s verhaal lijkt wel het programma van de Partij voor de Dieren. Hij is vegetariër geworden en ziet een verband tussen de verwerpelijke manier waarop we met dieren omgaan en de coronapandemie. Vlees eten is niet alleen amoreel maar ook irrationeel, want voor één kilo hamburgers heb je acht kilo graan nodig om runderen te voeren. Het is ook irrationeel om alleen empathie te hebben voor wat dichtbij is. Nasr vertelt over een experiment in Katendrecht waar twee varkens door de buurt werden vertroeteld maar de hel losbrak toen die geslacht zouden worden. Het is volstrekt rationeel om te zien dat de mens maar een stofje in de evolutie is, toevallig ontstaan door een meteoorinslag die zijn grote vijanden, de dinosaurussen, fataal werd. De mens doet er niet zoveel toe, neemt niet zo’n bijzondere plaats in de dierenwereld in. ‘De ijsbeer heeft het recht je te doden,’ krijgt hij te horen tijdens een schietcursus op Spitsbergen. Het duurde even voordat hij dat niet meer belachelijk vond en hij zich het rechtsbeginsel van de dieren begint te beseffen.

Recht. Niet alleen dat van de zich superieur voelende mens, maar ook dat van dieren en bomen. En zelfs dat van ons nageslacht dat in de Urgenda-zaak als rechtspersoon werd aanvaard. Een proces dat wereldwijd navolging vindt, en daar kunnen we blij mee zijn. In België is een rechtszaak namens 82 bomen aangespannen, waarvoor zich meer dan 65.000 mede-eisers hebben aangemeld. En het gaat hier niet om een sentimenteel hippie-ideaal, maar om het wekken van bewustzijn van onze plaats in de natuur. ‘Het recht op een vorm van natuurlijk gedrag zou voor alle levende wezens moeten gelden.’ Het is niet het doden van dieren wat Nasr tot het vegetarisme heeft bekeerd – dieren doden elkaar ook – maar de wijze waarop we met dieren omgaan. We hebben niet het recht ze te martelen, in onnatuurlijke omstandigheden te laten leven, zonlicht en een grazige wei te onthouden, ze hun eigen biggen of kalveren niet te laten zogen en ze continu door inseminatie zwanger te maken. En is het niet onze misdadige omgang met dieren die de coronapandemie heeft veroorzaakt? Ik kan de natuur hiermee niet echt ongelijk geven. Het virus, dat zijn we zelf.

Het is tijd voor revolutie. Niet als bloederig geweld, maar als terugkeer vanuit de huidige ongewenste situatie. ‘In een wereld geconditioneerd door de groeigedachte betekent revolutie: een terugkeer naar minder.’ Dat hoeft geen lagere levensstandaard of minder geluk te betekenen. Nasr’s boek is daarmee in de eerste plaats een politieke oproep. Weet niet alleen wat je eet, maar ook waarop je stemt. Als we écht onze eigen verantwoordelijkheid nemen, dan komen we in opstand!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Trams en treinen

Date 18 april 2021

Als kind had ik al iets met het openbaar vervoer. Vooral met trams, want dat waren kleine treintjes die je over smalle sporen in het asfalt de hele stad konden laten zien. Later had ik zelf een treintje, van Märklin, gekocht bij Merkelbach in de Kalverstraat. Mijn broer en ik knutselden op een grote tafel een emplacement bij elkaar met vier wissels, twee kruiswissels, een kruispunt en levensgevaarlijke spoorbomen die pas dichtgingen als de locomotief er vlak voor reed. Een primitief stoomlocomotiefje was het, want echte locomotieven waren erg duur, om niet te spreken van het aanleggen van een complete bovenleiding. Een paar huisjes en een stationnetje van Faller, die je heel voorzichtig in elkaar moest lijmen, versierden het kleine landschapje. Waar dat alles later gebleven is, weet ik niet.

De lijnen 7 en 10 stopten bij ons voor de deur. Sommigen hadden voorop een kantelbord met hun route en bestemming, dat aan de eindpunten werd omgedraaid. Bij de latere trams werden dat films met alleen de bestemming, die de bestuurder met een zwengeltje bediende. Maar misschien nog meer was ik onder de indruk van de tramlijnkleuren die voorop de wagens te zien waren. Lijn 7 had drie horizontale banen in blauw, wit en blauw, en lijn 10 gewoon een rood vierkant. Ik verzamelde die kleuren, en mijn vader hielp me daarbij omdat hij in een personeelsblad van de PTT een serie artikelen schreef over het openbaar vervoer in Amsterdam. Tot vandaag de dag dragen de trams nog altijd die kleuren. Sommigen betwisten hun nut, maar mijn vader zei dat die bedoeld waren om al vanuit de verte te kunnen zien welke tram er aan kwam denderen.

Trams hadden twee wagons. Met op de eerste niet alleen een bestuurder, maar ook een conducteur, en op de bijwagen ook nog een conducteur. Echt luxe waren de trams met harmonicadeuren van de lijnen 24 en 25, zogenaamde drieassers, waarmee we naar mijn opa op de chique Minervalaan reden. Ik denk niet dat er een tramlijn is die tot vandaag de dag dezelfde route heeft gehouden. Niet alleen omdat die vaak verlengd is naar nieuwe wijken, maar ook omdat de stad zelf verandert, zoals met het verbeteren van de brug over het Vondelpark zodat lijn 3 erover kon tijden. In 1968 kwam onder die betonnen brug een beatkelder, waar zelfs Pink Floyd heeft opgetreden. Ook zijn in de loop der decennia veel haltes vervallen. Snelheid boven alles, wat tot vandaag de dag afbreuk doet aan het fijnmazige openbaar vervoer. Meer lopen naar haltes is heel gezond, ook als het regent.

Terug naar nog vroeger. Toen ik geboren werd reed de Gooise Moordenaar voor het laatste jaar een flinke steenworp van ons huis, het netwerk op rails dat diverse dorpen in de regio met elkaar verbond, en ook met Amsterdam. Er gebeurden 117 dodelijke ongelukken mee, vandaar zijn naam. Ik heb hem dus nooit meegemaakt, anders dan een historisch ritje in 2001 in Huizen over een baanvak van achthonderd meter. En natuurlijk op de website over de Gooise Stoomtram. Maar fractiegenoot Han Landman doet zijn uiterste best om hem weer nieuw leven in te blazen, zij het dan op luchtbanden. Maar het zal nooit de vroegere moordenaar worden, alleen al omdat hij niet op echte rails zal rijden. En zijn het niet juist de rails die trams en treinen zo leuk maken? Het vaste spoor dat hen belet om overal op straat rond te gaan zwerven? En zal die moordenaar dan een even mooie dienstregeling hebben? Op de lagere school kregen we les in het lezen van het spoorboekje, en toen stonden de routes van de trams nog op de stadsplattegrond.

Vaste tijden, vaste routes. Wat is daar zo mooi aan? Mijn horloge ziet er zelfs uit als een stationsklok, maar in Google Maps zijn nauwelijks spoorlijnen te vinden zodat ik me soms moeilijk op de kaart kan oriënteren. Misschien vinden we het nu wel allemaal zo mooi omdat het duidelijkheid en zekerheid schiep, verlangen naar een leven waarvan de route te plannen was. Misschien zijn trams en treinen wel mooi omdat je je er veilig in voelt, veiliger dan in een bus of auto. Tijdens de rit kan je lekker om je heen zitten kijken, het straatleven en landschappen aan je voorbij zien trekken. Daarom wil ik altijd bij het raampje zitten, lekker niksen of een beetje dromen. Als ik reis wil ik reizen, en niet een boek lezen of wat dan ook. Ik wil de wereld aan me voorbij zien trekken. Ja, dan ben ik eigenlijk zelf een trein, zoals Albert Hammond zingt.

Han, die voor de Gooise Moordenaar vecht, is trouwens ook een fan van modelsporen, en heeft me vaak uitgenodigd om eens bij zijn hobbyclub te komen kijken. Wie weet kom dat er eindelijk eens van nu ik mijn eerste prik tegen corona heb gekregen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Even VVD bashen

Date 10 april 2021

Wat heerlijk om nu eens lekker de VVD te bashen! Sorry, maar ik kan het even niet laten. Ja, dat mag even, en bovendien hebben we nog wat in te halen. Het debacle rond Ruttes geheugen was een van de druppels die de etterende gierput deed overlopen. Iedereen weet dat hij gelogen heeft, alleen is hij dat zelf vergeten. De beste manier om mensen in je leugens te laten geloven is jezelf wijsmaken dat je de waarheid spreekt. En dan staat hij als hobby nog voor de klas les te geven ook! Ik zou mijn kind direct van die school halen.

Maar laten we het op advies van Tjeenk Willink niet over de poppetjes hebben, maar over de cultuur van de VVD zelf, die – in elk geval tot vandaag de dag – trouw is aan het neoliberalisme. Dat legt volgens Wikipedia ‘sterke nadruk op marktwerking en vrijhandel en het terugdringen van de invloed van vakbonden, staatsbedrijven en andere collectieve voorzieningen.’ Nou, dat hebben we de afgelopen decennia geweten! Want ondertussen ‘zucht de gemiddelde Nederlandse burger al dertig jaar onder de knoet van het neoliberalisme,’ vatte Ewald Engelen samen in De Groene Amsterdammer. ‘Inkomens stagneren; het milieu gaat naar de kloten; de verzorgingsstaat is duur, slecht en een labyrint geworden; de woonlasten behoren tot de hoogste van Europa en de hypotheekschulden tot de hoogste van de wereld; de belastingdruk voor werkenden is in tien jaar Rutte alleen maar gestegen; terwijl het grootbedrijf minder en minder aan de schatkist afdraagt; en Nederland internationaal bekend staat als het grote zwarte fiscale gat van multinationals; om over integriteitskwesties en andere affaires maar te zwijgen.’

Vroeger dacht ik dat de VVD een partij was voor elitaire dikke en rijke mensen. Die zijn inderdaad vaak van de VVD. Maar het is een Volkspartij van Vrijheid en Democratie, en het lukt ze waarlijk om steeds grote delen van het minder bedeelde volk achter zich te krijgen. Of beter: van de dommere mensen die slechte kranten lezen. Vraag me niet waarom, maar ooit belandde ik op een vroege ochtend in een garage vol stadsbussen ergens in Amsterdam-West, net voordat die met hun eerste ritten begonnen. Daar werd vrolijk en gratis op elke chauffeursstoel een krant geslingerd. De Telegraaf! Ik vond dat volksverlakkerij, een ongepaste gemeentelijke inmenging. Hou het volk dom. Laat het geloven dat je haar belangen behartigt, en jaar na jaar tuinen miljoenen die op de VVD stemmen erin. Het is namelijk helemaal geen volkspartij, dat blijkt wel uit de ravage die aanhangers ervan achterlaten. Dat de VVD het hoogste scoort op integriteitskwesties zou ook te denken moeten geven. Als er ergens gesodemieter is in bestuurdersland is het toch wel erg vaak bij de VVD.

De discussie moet inderdaad niet gaan over de poppetjes, maar over de cultuur van de VVD. Maar daarover is met haar aanhangers nauwelijks een zinnig gesprek mogelijk. Dat heb ik wel eens getracht te beginnen met een mederaadslid of een wethouder van die partij, dat dan vaak eindigt met een ‘We hebben het er nog wel eens over’. Nooit dus. ‘Als er iemand rechts is, ben ik het wel,’ zei een voormalig fractiegenootje ooit, waarop hij met gepaste nonchalance zijn dure telefoontje op tafel wierp. Er klonk trots door in zijn stem, en het was meteen duidelijk dat we daarover niet verder hoefden te praten. Ik kan echter niet zeggen dat ik alle VVD’ers onaardig vind, want er waren er een paar in de raad met wie ik verder best kon opschieten. Een van hen is een enthousiaste verzamelaar van historisch vinyl en aan hem heb ik wat van mijn eigen popcollectie toevertrouwd. Ik zou zelfs durven beweren dat ik bij meerdere VVD’ers hier in het dorp best welkom ben. Voor zover ze tenminste deze blog niet gelezen hebben. Alsof ze mij mijn linkse gebrek, zij het minzaam, niet kwalijk nemen. Ik weet immers niet beter.

Alle VVD’ers liegen, vertelt Marcel van Roosmalen van wiens droge columns in de nrc ik al jaren geniet. Dat durf ik niet te beweren, hooguit dat ze allemaal dom zijn. Met uitzondering van hen aan de top, want die zijn slim genoeg om hele volksmassa’s dusdanig te manipuleren dat ze tegen hun eigen belangen in stemmen. Als ik de vuilnismannen zie langskomen vind ik inderdaad dat die meer verdienen dan bankiers, zoals Rutger Bregman schreef. Maar ik vrees dat velen van hen denken dat de VVD hen daarbij zal helpen. Maar ja, dát is politiek …

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites