65 jaar!

Date 28 januari 2012

En vandaag ben ik ook zelf 65 jaar! Dat vond ik vroeger héél oud! Tegen die tijd liep je met een wandelstok rond, had je een vals gebit, werd je vergeetachtig en zat je in een bejaardenhuis voor je uit te staren. En gingen jongeren voor je stáán in bus of tram. Dat vond mijn vader trouwens helemaal niet leuk toen dat voor het eerst gebeurde, want dat betekende voor hem dat hij écht oud geworden was. Gelukkig is dat mij nog nooit overkomen, maar dat komt ook omdat ik er tien jaar jonger uitzie dan ik ben. Dat heb ik trouwens mijn hele leven al gehad: in mijn jonge jaren was ik gauw vijf jaar jonger, hoewel ik op de middelbare school altijd wat ouwelijk was zodat ze me wel eens ‘avus’ noemde, grootvader. Maar dat kwam ook door mijn eigen wat belerende en verheven houding die ik uitstraalde, iets waarop ik achteraf toch niet zo trots ben. Gelukkig ging ik psychologie studeren en was dat niet alleen theorie maar ook praktijk, zodat ik me wat minder zorgen ging maken over al dan niet geaccepteerd worden en erbij horen. Wat ook scheelt is dat mijn haar nooit gekaald heeft en de grijze plukken erin nog altijd in de minderheid zijn. Dat heb ik van mijn moeder, met als bijeffect dat ik het nog steeds te vaak te lang laat groeien. En als het dan weer eens bijgeknipt is, zoals van de week, zie ik er nog jonger uit.

Terwijl ik nooit echt gezond geleefd heb. En me ook relatief weinig zorgen gemaakt heb over mijn gezondheid. Alsof ziektes niet voor mij zijn weggelegd, en iets zijn waar hoofdzakelijk anderen last van hebben. Natuurlijk heb ik zo mijn oprukkende kwaaltjes, maar als ik om me heen kijk en merk wat leeftijdgenootjes soms allemaal al achter de rug hebben word ik daar niet echt jaloers op. Afkloppen! Ja, ik ben sneller moe, zie me niet meer echt tot nachtbraken in staat, of tot het bezoeken van popconcerten. En ik moet extra opletten bij het nogal wild de trap op- en aflopen, want het breken van een heup is best pijnlijk en onhandig. Er is wat vaker iets met mijn gebit aan de hand, ik heb wat sneller koude handen en voeten, soms last van extrasystolie, wat migraine en vaak tinnitus. En andere dingetjes waarover ik lekker naar goed burgerlijk gebruik kan gaan klagen. Maar dat doe ik niet. Omdat ik nog steeds fit naar het dorp op en neer fiets, mijn bloeddruk en mijn gewicht meestal heel netjes zijn en zich nog geen enge ziektes aan me hebben geopenbaard. Terwijl ik toch 28 jaar stevig heb gerookt (en niet alleen sigaretten), bijna niks aan sport heb gedaan en meestal gewoon gegeten heb wat ik lekker vind. Kortom: volg mijn voorbeeld en lééf. Dat is heel gezond, als ik op mijn eigen ervaring mag afgaan.

Ik ben een babyboomer. Een echte dan, want tegenwoordig heet geloof ik iedereen een babyboomer die in de eerste tien jaar na de oorlog is geboren. Je weet wel: de generatie die zo nodig in de jaren zestig de wereld op zijn kop wilde zetten en daar nog een beetje in slaagde ook. Bij velen van hen zijn de idealen van vroeger nu ver te zoeken, alsof ze een heuse persoonlijkheidsverandering hebben ondergaan. ‘Als je jong bent en geen socialist bent, heb je geen hart,’ zeggen ze wel eens. ‘Als je volwassen bent en nog steeds socialist bent, heb je geen verstand.’ Nou, dan maar geen verstand, en zonder dat verstand heb ik me aardig weten te redden in het leven. Eerst eeuwige student, dan een baantje bij de bank, dan leven van een uitkering en tenslotte een eigen bedrijfje – alles meegemaakt dus. Nooit echt rijk geweest en nooit echt arm. Geen eigen huis, maar ook geen schulden. Relatief zorgeloos en van God los. Brutaal genoeg om af en toe het recht op te eisen me gelukkig te voelen, wat in veel kringen not done is zolang er nog ellende op de wereld bestaat. Alternatief genoeg om in gekke dingen te geloven als Bhagwan, psychedelica, astrologie en dergelijke onzin. De zin van onzin, heerlijk!

Wel gaat de tijd steeds sneller als je ouder wordt. Vroeger was een jaar onoverzichtelijk lang maar tegenwoordig herinner ik me voorvallen uit vorige jaren alsof ze een paar weken geleden gebeurd zijn. Misschien komt dat omdat een jaar een steeds kleiner deel van je leven wordt en daarom steeds korter lijkt. Toen ik vijftien was leek dertig me stokoud, want dat was nog een heel leven erbij zoals ik dat al achter me had liggen. Nu hoef ik voor mijn vorige verjaardag slechts anderhalf procent in mijn leven terug te gaan, bijna niks dus. En als ik vroeger oude mensen zag en hen traag vond, realiseerde ik me niet dat dit betekende dat voor henzelf de wereld en alles juist heel snel ging! Ja, ook de dagen zijn korter geworden en voor ik het weet is er alweer een dag voorbij. Ik hoor het me nu al zeggen als ik sterf: ‘Het leven is voorbijgevlogen!’ En toch… Eigenlijk ben ik altijd jong en nooit ouder geworden dan een jaar of twintig. Alsof mijn diepste ontwikkeling daar is blijven steken en ook niet verder hoefde omdat het volmaakt was. Het tijdloze ik aan wie dit allemaal voorbijgaat. Dat is misschien allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar wel heel goed voelbaar. En nu heb ik nog een aantal jaren om erachter te komen dat ik eigenlijk helemaal niet besta. Voor niets gaat de zon op. Mag ik dat Niets zijn?

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Auteursrecht

Date 25 januari 2012

Stel je hebt als moeder een mooie zoon. Heb je zelf gemaakt, jouw creatie. Nou ja, met beetje hulp van een man dan, maar dat stelt niet zoveel voor. In hoeverre is die zoon dan ook jouw bezit? Mag iedereen zomaar met hem aan de haal? Mag iedereen hem zomaar gebruiken? Mag hij zonder jouw toestemming in het leger worden ingezet? Nee toch? Als hij trouwt zal er eerst een bruidsschat moeten worden betaald, want voor niets gaat de zon op. Als moeder moet je tenslotte ook leven!

Dat moet zo ongeveer de redenatie zijn van al die organisaties die zo nodig voor creatievelingen moeten opkomen. Alleen niet voor hun creaties, want liever dan anderen daarvan te laten meegenieten, zijn ze heel blij met wetten als de Stop Online Piracy Act  (SOPA) en de Protect IP Act (PIPA), die dat zoveel mogelijk trachten te beperken. In het voetspoor van architect Roark, die in Ayn Rands The Fountainhead zijn eigen bouwsel opblaast, blijft men van mening dat het geschapene eigendom blijft van de schepper en daarom niet zomaar kosteloos aan iedereen ter beschikking mag worden gesteld. Voor wat hoort wat. De componist heeft een mooi liedje gemaakt en dient daarvoor beloond te worden. Omdat artiesten meestal niet de meest assertieve types zijn zetten hordes mensen en organisaties zich voor hen in. Die verdienen er vaak meer aan dan de artiest zelf, maar dat is nog altijd beter dan dat de kunstenaar uiteindelijk op straat met koude vingers op een viool staat te krabbelen.

Inmiddels zijn dat soort organisaties zulke machtsblokken geworden dat ze naar eigen willekeur zomaar sites uit de lucht kunnen halen. Dat doen ze graag, want volgens BREIN ofwel Bescherming Rechten Entertainment Industrie Nederland – waarnaar ik graag met een link had verwezen als hun site momenteel niet door de opvlammende cyberwar onbereikbaar was –  is iedereen per definitie verdacht van illegaliteit. Want waarom anders moet ik op een legaal gekochte dvd allemaal waarschuwingen van deze organisatie lezen, die ik niet eens even mag skippen terwijl het toch mijn eigen echt legaal gekochte schijfje is? Daar zitten natuurlijk allemaal ingewikkelde juridische constructies achter, zoals dat ook met software het geval is, en die er in het kort op neerkomen dat het zowel wel als niet je eigendom is.

En weinigen hebben in de gaten dat de verdachtmaker meestal zelf het meest verdacht is. Omdat je met het wantrouwen van anderen juist dat wantrouwen creëert. Niemand voelt zich er lekker bij om gecontroleerd te worden. Iemand die mij wantrouwt, wantrouw ik ook. Zo bedenken ze dat kopers alvast een boete moeten krijgen in de vorm van een thuiskopieheffing op cd’s, dvd’s en cd-roms omdat er toch wel illegaal materiaal op zal komen te staan. Dat is volgens Leon Rijnbeek, voorzitter van de STOBI ofwel Stichting overlegorgaan blanco informatiedragers, in nrc.next van vandaag ‘net zoiets als alvast een boete betalen als je een auto koopt omdat je vervolgens dan ongestraft door rood kunt rijden.’

De cruciale vraag is natuurlijk: wat is belangrijker: opkomen voor auteursrechten of voor een vrij internet? Ik kies voor het laatste. Zeker omdat auteursrecht eigenlijk een neoliberaal kwaad is. Het gaat ervan uit een creatie het eigendom is van een artiest. Daarom zal je op geen enkele verzamel-cd met hits uit de jaren zestig ook maar één nummer van de echte Beatles of Rolling Stones vinden. Maar elke kunstenaar kan ervan getuigen dat wat hij maakt eigenlijk niet van hem is, maar door inspiratie is ingegeven. De artiest is alleen een doorgeefluik en voor dat werk, en het zich eigen maken van de daarvoor benodigde vaardigheden, moet hij beloond worden. Maar tegelijk moet kunst bevrijd worden uit de klauwen van wat voor soort rechten dan ook, want  kunstenaars zien niets liever dan dat hun hartekinderen vrij uitvliegen over de wereld zodat iedereen ervan kan genieten.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De Kaarsvlam 65 jaar!

Date 19 januari 2012

Sinds 2004 verzorg ik voor Mellie Uyldert haar blad De Kaarsvlam dat – net als ik zelf trouwens – deze maand 65 jaar geleden het levenslicht zag. Vol enthousiasme heb ik dan ook het eerste nummer van de 66e jaargang gemaakt waarvan ik iedereen, zolang de voorraad strekt, graag een gratis proefexemplaar stuur. Mellie Uyldert, van wie ik een achterneef ben, was vooral in de vorige eeuw bekend als ‘kruidenvrouwtje’, maar zeker niet minder als astrologe. Tot vandaag de dag worden haar boeken over deze onderwerpen als standaardwerken beschouwd. Lang voordat in de jaren zestig met name door de hippiebeweging de new age tot bloei kwam schreef zij al over deze onderwerpen, en gaf zij lezingen, cursussen en radiotoespraken. Ook over religie, sprookjes, edelstenen, metalen, geomantie, gezondheid, psychologie en al die andere onderwerpen die vandaag de dag in ons materialistische tijdperk te vaak als zweverig worden beschouwd. Momenteel ben ik bezig met een inhoudsopgave van alle artikelen in die 65 jaargangen, en het blijft me niet alleen verwonderen hoe rijk en gedifferentieerd haar wereld is, maar ook hoe actueel sommige artikelen zijn die soms meer dan een halve eeuw geleden zijn geschreven en die ik dan ook graag opnieuw publiceer.

Mellie noemde haar lijfblad oorspronkelijk een ‘maandblad gewijd aan de bewustwording der nieuwe normen.’ Over wat die normen dan wel zijn hebben we binnen het bestuur van de Mellie Uyldert Stichting veel gebrainstormd. Eén van de wortels van haar filosofie is het denken in analogieën waarin samenhangen tussen lichaam, ziel en geest, en die tussen de aarde, planten, dieren, mensen en sterren worden blootgelegd, en wel door associaties en verbanden die het logisch verstand niet altijd legt.  Een andere wortel is het holisme waarin geen enkel verschijnsel op zichzelf staat en alles diep met elkaar verbonden is, iets wat ik in modernere termen het ‘holografisch paradigma’ noem – in een hologram is immers in elk deel het geheel aanwezig. Een derde kenmerk is het nondualisme of a-dvaita (wat letterlijk betekent: ‘niet-twee’) dat je bij bijna alle verlichte meesters tegenkomt en dat alle dualiteit tot illusie verklaart: de tegenstellingen van leven en dood, goed en kwaad, mooi en lelijk, waarheid en leugen zijn allemaal schijn die bedriegt. Dit alles gesteund door de universele taal van de astrologie, en als psycholoog moet ik eerlijk bekennen het astrologische persoonlijkheidsmodel intelligenter te vinden dan veel van de psychodiagnostiek die ik op de universiteit heb geleerd.

Bij Mellie draait alles in haar werken en denken om heling waarbij ‘licht kan worden gebracht door de bewustwording van de eenheid van al dat is, niet alleen in de zichtbare wereld maar ook in en met de onzichtbare werelden, zowel in heden, verleden als toekomst,’ zoals ik dat in 2007 formuleerde. Alleen een geheeld mens vindt God, de bevrijding of hoe je het ook noemen wilt in zichzelf en is altijd zijn eigen autoriteit, en Mellie had dat ook een gruwelijke hekel aan napraters en navolgers die zelf nauwelijks de moeite nemen een eigen mening te vormen. Ze had een geweldig broertje dood aan luiheid en gemakzucht, en wellicht is dit thema actueler dan ooit, nu we in een tijdperk zijn beland waarin we eigenlijk vinden dat we geen moeite meer hoeven doen voor het vervullen van onze wensen. Want wie spaart er nog voor iets dat hij wil hebben en wie leert er nog zijn eigen hersenen te gebruiken in plaats van voortdurend terug te vallen op Google en Wikipedia? Geboren in de Blaricumse commune van christen-anarchisten, die in het begin van de vorige eeuw in Blaricum floreerde, is zij als dochter van een imker en een joodse onderwijzeres in een antiautoritaire sfeer opgegroeid, en daarop is zij dus haar hele leven stevig blijven hameren.

Het kan dus niet zo zijn dat De Kaarsvlam een herhaling blijft van wat Mellie allemaal gezegd en geschreven heeft, want dan zou ik zelf ook een van de napraters en navolgers zijn die zij zo haatte. Maar het is wel zo dat ik een traditie voortzet waarin spiritualiteit voorbij de oppervlakkigheid gaat die  we maar al te vaak in gesprekken, artikels en tijdschriften aantreffen. Wat op zich ook weer een onderwerp is waarover wel eens gesproken en geschreven mag worden: in hoeverre is de spirituele wereld doorgeslagen naar een knus, egocentrisch en  zelfbevredigend wereldje? Waarin onder het mom van zelfontplooiing en -ontwikkeling, karma, ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’ allerlei neoliberale principes worden uitgeleefd, waarin men zich met een spiritueel ego onttrekt van verantwoordelijkheden voor anderen en de wereld? Natuurlijk kan iemand die zelf niet goed in zijn vel of ziel zit weinig goeds uitstralen en bewerkstelligen, maar als dat ‘begin bij jezelf’ een eindeloos beginnen blijft – wat zich uit in verslaving aan meditatie en therapie – stel ik daar grote vraagtekens bij. De wereld verbeteren en jezelf verbeteren gaan hand in hand, en als dat niet zo is klopt er iets niet en wordt er kennelijk nog te weinig in de diepte gegaan. Daarom ben ik blij met enkele nieuwe medewerkers, zoals Nisarg den Brinker en Heidrun Herberth-Labots die in hun artikels over de natuur en astrologie de oppervlakkigheid van snelle geneesmiddeltjes en troostende of alarmerende toekomstvoorspellingen overstijgen. Zij hebben Mellie Uyldert gekend, en genoten net zoals ik haar vertrouwen.

De Kaarsvlam op eigen benen. Er zijn nog veel ongepubliceerde artikelen van Mellie – niet om rücksichtslos te geloven of na te volgen, maar om aan het denken te zetten. Voor mensen voor wie er meer is tussen hemel en aarde in de steeds vluchtiger wordende wereld die ons bindt aan de droom waarin materie en eigen ‘spirituele’ zelfzucht het hoogste goed is. Met dit alles in gedachten ben ik de 66e jaargang begonnen – vertrouwend op inspiratie en wat op wat op mijn pad komt. Ook zelf zal ik er geleidelijk aan meer in gaan schrijven, vooral over internet en ontwikkelingen die daarmee samenhangen. Tot nu toe heb ik me hoofdzakelijk beperkt tot een redactioneel voorwoord, boekbesprekingen en hier en daar een toelichting. Maar nogmaals: overtuig jezelf en mail me rustig voor een proefexemplaar. Van het laatste nummer heb ik wat extra exemplaren laten drukken. Contactformulier.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Cyberromantiek

Date 10 januari 2012

Oké. Ik ben een romanticus. En ook wat cyber. Dat wil zeggen: sinds een paar jaar. Daarvoor vond ik die mystificatie van het internet maar niks. Dat was gewoon een digitaal middel om informatie, in welke vorm dan ook, uit te wisselen. En daar was niets idealistisch of geheimzinnigs aan. Voor mij bracht de computer geen contact met parallelle universa of astrale werelden. Nee, dat gefantaseer kon alleen iets zijn voor mensen die computers niet begrepen, en er daarom bovennatuurlijke en buitenmenselijke mogelijkheden in meenden te ontdekken. Timothy Leary die wilde sterven aan het internet was voor mij nu echt doorgeslagen en de weg kwijt. Een computer was gewoon een computer. Totdat ik ervaringsdeskundige werd, en een computer opeens geen computer meer was. Geleidelijk ontdekte ik dat er méér waar was van al die dromerij dan ik aanvankelijk wilde toegeven. Ja, het was even schrikken, maar mijn nuchterheid was niet meer overeind te houden, en ik moest toegeven dat die doldwaze romantiek een groot echtheidsgehalte had en werkelijk nieuwe werelden aan me openbaarde.

Steeds meer bleek dat het internet een echte verbindende kracht was, die niet beperkt bleef tot het uitwisselen van informatie. Ik merkte dat het ook een middel was om gevoelens te delen. Eigenlijk net zoals je die kunt delen door brieven naar elkaar te schrijven, of mooie boeken te lezen die je ontroerden. Want was dat eigenlijk ook niet magie? Dat inkt op papier een drager kon worden van immateriële communicatie? Dat digitale prints op een cd je tot het diepst van je wezen konden raken? Dat zielen met elkaar in contact konden komen door radio en televisie? Dat kón toch eigenlijk helemaal niet? En dan heb ik het niet alleen over hoe mensen verbonden kunnen raken en zich organiseren met behulp van Facebook of Twitter, zoals we in de Arabische Lente zagen en zien. Maar ook over hoe je in computergames betrokken kunt raken in wonderbaarlijke werelden, en een band kunt krijgen met medespelers die je in ‘real life’ nog nooit hebt gezien. Het internet kan ‘immersief’ zijn: je vergeet dat je achter een computer zit of aan het twitteren bent, en verdrinkt in een virtuele wereld. Net zoals je bij het lezen van een spannend boek of bij het luisteren van mooie muziek even van de wereld bent.

Juist het ervaren van de echtheid van zogenaamde virtuele werelden maakt het voor sommigen tot een gevaarlijke verslaving aan een schijnwereld vol illusies, en bij anderen tot een bevrijdende verlossing van de materiële wereld met al zijn beperkingen. Maar eigenlijk is er niet zoveel verschil, want ook real life zit vol illusies en schijn terwijl ‘virtuele’ vriendschappen heel echt en reëel kunnen aanvoelen. ‘Virtual reality bestaat niet,’ concludeerde ik dan ook op een blog van de Koorddanser onder de titel Mijn avatar en ik. Het ‘verschil tussen de second-life wereld en de wereld waarin we met ons lichaam leven is natuurlijk het fysieke: aanraking, zowel lichamelijk als energetisch. Een groot verschil; denk aan de massages!’ reageerde Prabhu Haremaker bij wie ik regelmatig op tafel lig, en ik moet toegeven dat het heerlijk is om mijn lichaam onder zijn handen te laten verwennen, hoewel er soms wel even een pijnpunt doorgedrukt moet worden. Het is inderdaad zo dat internet afhankelijk is van in real life ontwikkelde en gebouwde computers, net zoals de mooie gedichtenbundel niet kan bestaan zonder dat ooit mensen papier en inkt hebben gemaakt. Maar het omgekeerde geldt ook: hoe zouden computers hebben kunnen bestaan zonder ideeën en gedachten uit een niet-materiële wereld?

Zo lijken virtual reality en real life door elkaar te lopen en met elkaar te versmelten. Ze zijn afhankelijk van elkaar en beïnvloeden elkaar, zijn niet echt van elkaar te scheiden. Nu is het leuke dat onze spiegelneuronen daar net zo over lijken te denken. Daarover schrijft Lynne McTaggart in haar boek De verbinding. ‘Als we de gedragingen van iemand anders waarnemen, moeten we – om er iets van te begrijpen – deze ervaring mentaal herscheppen alsof we de gedraging zelf uitvoeren.’ Maar ‘ook kopiëren we alle gewaarwordingen en gevoelens die ermee zijn verbonden, in overeenstemming met onze ervaringen uit het verleden,’ zegt ze een paar pagina’s verder op bladzijde 103. Zo maken die spiegelneuronen iets als empathie begrijpelijk, en verklaren ze waarom het voor mijn subjectieve beleving niet zoveel uitmaakt of iets nu ‘echt’ is of niet.  Ja, ik zou me wel kunnen voorstellen dat iemand mij virtueel lekker zou kunnen masseren. De voordelen en de gevaren van virtual reality zijn niet zozeer de onechtheid, maar juist de echtheid ervan.

Gevoelens delen via het internet. Contact hebben en beleven zonder fysieke nabijheid. Met Twitter en Facebook teksten op schermpjes toveren die aanzetten tot acties van flashmobs tot Occupy, gedragen als je je weet door een immense, zij het onzichtbare, gemeenschap van gelijkgestemden. We kunnen bijna niet anders dan euforisch worden van alle mogelijkheden die het internet ons biedt. Natuurlijk komt deze technologie veel overheden ongelegen, maar hoezeer zij onze activiteiten ook bespioneren en onze contacten willen blokkeren, uiteindelijk zullen zij het onderspit delven omdat hackers hen altijd te slim af zullen zijn. Intelligentie en snelheid zijn nu eenmaal geen kernkwaliteiten van overheidsapparaten, en het internet is inmiddels geworden tot iets als een hologram, waarin alle informatie op alle plekken te vinden is en niet meer beperkt is tot een bepaalde computer op een specifieke locatie. Het kan bijna niet anders dan dat het internet een nieuw tijdperk inluidt. Noem het zo je wilt Aquariustijdperk, want we hebben het hier natuurlijk wel over iets dat echt watermanlijk is!

Ben ik romantisch? De romanticus gelooft in zijn dromen, in subjectieve ervaringen, leeft van gevoel, fantasie en intuïtie. Wil weg uit het huidige maatschappelijke leven omdat hij dat afwijst. Keert zich tegen materialisme en rationalisme zoals dat indertijd in de zogenaamde Verlichting verheerlijkt werd. Ervaart de bezieling van alles en verlangt naar oneindigheid en versmelting met het Al. Geniet van het verlangen om het verlangen zelf en is daarom helemaal in het hier en nu. Maar het smachten naar binden en verenigen – Alle Menschen werden Brüder – is wellicht het meest wezenlijke van de romantiek. En is dit laatste niet juist een wezenlijke kenmerk van het internet geworden? Al zoekend kom je het woord cyberromantiek wel eens tegen, maar dan beperkt het zich meestal tot mensen die via het internet op elkaar verliefd zijn. Dat kan heel reëel zijn, maar bij mij is het begrip ruimer. Gaat het om hetzelfde dat in de eerste helft van de negentiende eeuw de wereld bezielde.

Zo opent digitale technologie de weg naar werelden die er bovenuit stijgen en maakt zij de weg vrij voor wezenlijk contact en echte creativiteit die de wereld zo nodig heeft. Een nieuwe wereld waarin we allemaal één zijn en met elkaar versmelten. Ja, ik ben een romanticus in hart en nieren. Terwijl juist doordat ik me dit realiseer een computer weer gewoon een computer wordt.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Chaos of kosmos?

Date 1 januari 2012

Wellicht kunnen we het vorige jaar 2011 als een van de meest chaotische jaren van de afgelopen decennia beschouwen. En daarmee als een goede aanloop voor het cruciale jaar 2012. Alsof dan de chaos compleet zal zijn. Maar wat is een chaos eigenlijk? In elk geval een toestand waar geen touw meer aan vast te knopen is, waar alle maatschappelijke orde ver te zoeken is, en die doet denken aan anarchie. In de thermodynamica hebben ze daar het mooie begrip entropie voor – dat goed te vergelijken is met wat wij wanorde noemen –  en volgens haar ‘tweede wet’ wordt de entropie in een geïsoleerd systeem vanzelf groter. Met andere woorden: doe niks en alles vervalt tot een wanorde waarbij alle verschillen worden afgevlakt, en er alleen maar een grijze en vormloze massa overblijft waar alles gewoon hetzelfde is als al het andere. Dan is alles echt één.

Bij de Grieken was de chaos het Niets waaruit alles is ontstaan, een soort zwart gat. Alleen niet een gat waarin alles verdwijnt, maar een waaruit alles ontspringt. Ook lijkt het er steeds meer op dat dit Niets, dit vacuüm, eigenlijk niet Niets is, maar gevuld is met ether, het Veld of Higgsdeeltjes. Alsof dat de bouwstenen zijn van onze concrete wereld van vormen, verschillen, geuren en kleuren, van onderscheid. De chaos is dan de grond van de kosmos, en dan zie ik een dans waarin soms de chaos tot kosmos opbloeit, en soms de kosmos weer tot chaos vervalt. Wat me erg doet denken aan wat Mellie Uyldert abstractie en concretie noemt, en wellicht te vergelijken is met de polariteit van het ongemanifesteerde en het gemanifesteerde, van inhoud en vorm, van eenheid en veelheid, van mystiek en alledaagsheid, van overgave en strijd.

De dans tussen chaos en kosmos speelt zich niet alleen af in het mysterieuze oneindige heelal, waarin we ons in deze wintermaanden al starend kunnen verliezen. We zien die ook op het maatschappelijk vlak, en wat dat betreft lijken we met de huidige crisis op een keerpunt te staan. Veel van wat gedurende vele, vele jaren liefdevol is opgebouwd wordt nietsontziend afgebroken. Ongemerkt leven we al meer in de Orwelliaanse wereld van 1984 dan we ons bewust zijn. Dat vinden we niet goed. Maar hoe spiritueel zijn we eigenlijk zolang we blijven denken in termen van goed en slecht? Is het de niet de angst voor de chaos in onszelf, die we op de buitenwereld projecteren met alle gevolgen van dien? Onze eigen angst voor de dood, om in het Al op te lossen? Zolang dat zo is blijft alle kritiek en wereldverbetering hypocriet. De chaos confronteert ons met onszelf, met ons diepste wezen, of we willen of niet.

De Kaarsvlam, januari/februari 2012

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

2012

Date 28 december 2011

Eigenlijk geloof ik er niks van. Dat 2012 een rampjaar zal worden. Bovendien is het al de zoveelste keer in mijn leven dat de wereld vergaat. Rond 1960 hoorde ik al van mensen die een berg opkropen omdat het einde nabij was. Alsof de Cubacrisis in 1962 niet gevaarlijker en meer kans op slagen had. Toen had je natuurlijk het jaar 1984 dat door Orwells boek een ware verschrikking moest betekenen, en later het jaar 1999 met een bijzondere zonsverduistering die ik gelukkig in het zuiden van Duitsland in al haar pracht heb meegemaakt. Echter zonder dat de wereld verging. Een millenniumbug mocht ook niet helpen. Ook min of meer verlichte meesters hebben zich vergrepen aan dystopieën, zoals de toch wel iets chaotische Jan van Rijckenborgh, die in zijn Demasqué een stem op de radio laat inbreken, en de soms dramatische Osho die voorspelde dat plaatsen als San Francisco, Tokyo en Bombay onder natuurrampen zouden bezwijken.

Een film als 2012 is, ondanks de spectaculaire beelden, dus niet aan mij besteed. Evenmin als complottheorieën, zoals die van David Ray Griffin over de aanslagen op de Twin Towers en van de toch min of meer spirituele Marcel Messing die zich in zijn boek Worden Wij Wakker? bezondigt aan deze paranoiafilie. Ze zijn natuurlijk wel leuk, die theorieën, maar per definitie niet falsifieerbaar, dus onwetenschappelijk. Maar dat betekent weer wel dat je er naar smaak al dan niet in mag geloven of niet. Voor mij niet dus, ik hou niet van dat zaaien van angst waarmee je alleen maar negatieve energieën om je heen verspreidt. Hoewel? Je moet ook niet de ogen sluiten voor wat zich in werkelijkheid afspeelt. En als je vaak naar andere werkelijkheden dan de alledaagse kijkt, zoals ik wel eens schijn te doen, kom je toch wel eens een complot tegen. En dan gaat het meer om een vigerende ideeënwereld dan om personen, meer om grote culturele lijnen dan om voorvallen en incidenten. Die vallen natuurlijk vaak samen, maar als je de wereld wilt veranderen, zoals ik als een echte puber nog wel eens schijn te willen, kun je beter op de achterliggende gedachten en idealen insteken, dan op de gevolgen daarvan op het economische en maatschappelijke. vlak. Alles begint met een idee. Toch? Anders is het dweilen met de kraan open.

Mijn complottheorie luidt dus dat het neoliberalisme wel voor de vernietiging van de aarde, de realisatie van ‘2012’ zal zorgen. En dat het huidige kabinet, juist omdat het daar geen expliciete afstand van doet, er wel voor zal zorgen dat de verschillen tussen arm en rijk groter worden – iets waardoor ook de totale bevolking armer wordt, als ik Lynne McTaggart in haar boek De verbinding mag geloven. En dat niet alleen: de nekken van milieu, natuur en cultuur worden ferm, slim en doortastend omgedraaid, en dat is dan ook het ideaal van de doorgewinterde neoliberaal: je kan alleen een nieuwe wereld beginnen als de oude tot de grond toe is afgebroken. De Occupy-beweging laat de eerste klanken van verzet zien, en nu er aan huurwoningen, pensioenen, privacy, natuurbeheer en rechtszekerheid wordt geknabbeld, maar de 130 kilometer en de hypotheekrenteaftrek heilige huisjes blijven is de koers duidelijk. Zelfs de koningin maakt zich zorgen in haar kersttoespraak. Ze vierde kerstavond stiekem met kinderen en aanhang hier in de dorpskerk van Blaricum. Nou ben ik helemaal niet zo’n fan van de koninklijke familie, maar het is toe te juichen dat zelfs een staatshoofd onrustig begint te worden. Er zijn tekens, heel veel tekens aan de muur. Spannend!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Zonder diploma

Date 22 december 2011

Voor politiek bedrijven heb je geen diploma nodig. En dat is te merken ook. Maar wel heel raar eigenlijk, dat je zomaar over van alles mag en kan beslissen zonder er enig verstand van te hoeven hebben. Verstand? Maar al te vaak gedraagt zijn soort jongens verstandelijk beperkt, want hoe zou je anders voor die 130 kilometer kunnen zijn? Niet alleen jongens trouwens, want in Haarlem is er meisje Post die hoe dan ook onze wijk wil omwoelen voor een miljoenen kostende vrije busbaan die vrijwel geen tijdwinst oplevert. Het is wonderbaarlijk dat politici en bestuurders toch steeds maar blijven wegkomen met hun belachelijke en volstrekt irrationele besluiten. Met als gevolg dat mijn vertrouwen in hogere overheden soms met de dag daalt. Als er een diploma vereist was om politiek te mogen bedrijven, hadden velen dat waarschijnlijk nooit gehaald. Maar een volk krijgt nu eenmaal de regering die het verdient, dus ik mag concluderen dat de Wijsheid van het huidige kabinet een afspiegeling is van die van het volk.

Nu is dat volk natuurlijk ook hartstikke stom geweest door voor haar eigen slavendrijvers te stemmen. Het rechtse raadsel – waarom rechts in opmars is terwijl juist neoliberale hobby’s ons in de crisis hebben gestort – is nog steeds niet opgelost. Het enige dat ik kan bedenken is dat mensen heel graag bij winnaars willen horen, puur uit een gevoel van overleving en veiligheid. Net als bij die velen die tijdens de oorlog uit behoud van eigen hachje heulden met de Duitsers, is het eigen lijfbehoud kennelijk een veel sterkere kracht dan we meestal vermoeden. Kan je mensen dat kwalijk nemen? Kan je iemand verwijten dat hij dom is? Is het niet een kenmerk van domheid dat je je eigen domheid niet ziet? Maar dat neemt niet weg dat ook mijn vertrouwen in ‘het volk’ met de dag afneemt. Want geef toe: het is toch van de gekke dat niet alleen voor politici, maar ook voor stembusgangers geen diploma nodig is? Toon eerst maar eens aan dat je het verschil weet tussen een parlement en een kabinet, dat je de basisbeginselen van links en rechts onder de knie hebt en wat gemeenteraadsleden eigenlijk doen. Pas dan praten we verder.

Eigenlijk heb ik een bloedhekel aan Henk en Ingrid. Die zijn te stom om voor de duvel te dansen, hangen hun tuinen vol met vlaggetjes als er weer eens gevoetbald wordt, zijn te lui om hun winkelmandje te dragen, toeteren altijd als ze wegrijden en hangen voortdurend het slachtoffer uit van regeltjes waarvan de door henzelf gekozen ontregelende overheid er steeds meer maakt. Ze doen me sterk denken aan de man van Mien waarover Robert Long in 1974 zo mooi zong: ‘Het gaat tenslotte om de poen, want maakt het uit zo’n stukkie groen, ze motte dat geouwehoer maar eens vergeten.’ Ben ik elitair omdat ik gruw van de afvlakking van de samenleving onder een politieke ideologie die idealen heeft afgezworen? Die alleen nog maar gelooft in de macht van het geld en een diepgewortelde haat jegens natuur en cultuur koestert? De verheffing van het volk, ooit een ideaal van socialisten, is verworden tot de verhuftering van het volk, gestimuleerd door geloof in individualisme dat wars is van enig sociaal bewustzijn.

Links van me staat een huis al meer dan een jaar leeg. Als ik uit de slaapkamer kijk staat het huis aan de overkant ook al meer dan een jaar leeg. Mijn buurman rechts is deze dagen bezig zijn huis leeg te ruimen, zodat ook dat volgende maand leeg komt te staan. Hij gaat naar Engeland, en ik kan hem geen ongelijk geven dat hij weg wil uit ons land dat steeds meer vervuilt in welke betekenis dan ook. Maar misschien zie ik het te somber. Want aan de andere kant werkt alles eraan mee om de crisis alleen nog maar te verergeren, net zoals dat in Europa gebeurt. En hoe sneller dat allemaal gebeurt, hoe beter. En dank zij internet ruiken we steeds beter de stank die uit de riolen van onze samenleving opstijgen. Waarmee we geconfronteerd worden met de gevolgen van onze laksheid om nergens meer moeite voor te hoeven doen, waarin al onze behoeften stante pede bevredigd moeten worden en we menen dat voor geld diploma’s gekocht kunnen worden. Eindelijk gaat de echte crisis beginnen! 2012! Er schijnt licht aan de horizon! De dagen lengen weer!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Autocratie

Date 6 december 2011

‘We weigeren in te zien dat automobilisten anderen de vrijheid ontnemen.’ Zo begint een artikel van Marcel ten Hooven in nrc.next van 5 december onder de kop ‘Lekker doorrijden, ten koste van de sukkelende stakkers.’ Nou kan je je afvragen wie de ‘stakkers’ zijn: zij die eenzaam in hun auto zitten of zij die in real life in de wind fietsen of tussen echte mensen lopen, staan en zitten op straat, bus of trein. Hoewel ik me op de fiets in de regen, op een leeg kruispunt wachtend op het groene licht, heus wel eens een stakker, een slachtoffer, lekker zielig voel. Met mij wordt te weinig rekening gehouden en zo. Maar toch bestrijd ik dat ik auto’s haat omdat ik er zelf geen heb, en denk ik dat eerder het omgekeerde het geval is. Want op die momenten dat ik zat geld had bleef het aanschaffen van zo’n ding het laatste waar ik aan dacht. Ik heb nog een rijbewijs uit 1973 dat ik voor de zekerheid keurig laat verlengen, dus ik mag nog altijd zo in een auto stappen na 38 jaar niet gereden te hebben. Maar ook dat is vrijheid.

‘Wie zich buiten het automobilisme bevindt, weet dat het een zelfvernietigende begoocheling is, maar binnen de tovercirkel is men overtuigd van het eigen gelijk,’ citeert de auteur NRC-columnist Henk Hofland in 1989. ‘Daar heeft zich een autocentrisme ontwikkeld met al zijn magie, irrationalisme en zelfbedrog.’ De auto verspilt energie maar draagt wel bij aan de vrijheidsromantiek. In mijn eigen woorden: een romantiek die veel lijkt op die van het wilde westen, en ik moet toegeven indertijd het liedje On The Road Again te hebben gemaakt. Om dat heerlijke gevoel met nog meer snelheid te kunnen bevredigen stelt minister Schultz van Haegen (VVD) dan ook graag 132 miljoen en vijf extra verkeersslachtoffers per jaar ter beschikking: ‘Je bent sneller op de plek van bestemming en het sluit ook beter aan bij de beleving van de weggebruiker.’ De beleving! Maar ik moet toegeven dat ik bij tijd en wijle graag meegeniet, ondanks al mijn gekanker op auto’s. Waar Hein, die ons regelmatig meeneemt naar Duitsland, het overigens helemaal mee eens is.

‘In werkelijkheid gaat het gebruik van de auto gepaard met een inperking van de vrijheid van anderen dan de automobilist,’ schrijft Ten Hooven in nrc.next. De auto legt beslag op schaarse ruimte. Bedreigt de veiligheid. Ontneemt kinderen speelruimte en bewegingsvrijheid. Drukt fietsers van de straat. Maakt van wegen gevaarlijke barrières. Dwingt ter bescherming tegen geluid en uitlaatgassen tot geluidswallen, dubbele ramen en airconditioning. Drukt een stempel op het landschap. Ontneemt je de vrijheid om met 90 km/u over de snelweg te rijden. En naast deze weet ik er zelf ook nog wel een paar. Zoals de ruimte die de auto schept voor huftergedrag, zoals te dicht op kruisingen, op stoepen en op fietspaden parkeren. Systematisch gas geven bij oranje licht. Bumperkleven. En altijd net wat harder rijden dan toegestaan is. Zodat drempels moeten worden aangelegd, die fietsers de vrijheid ontnemen om vrij van hobbels over straat te rijden. En dan dat eeuwige toet-toet als de visite van de buren vertrekt!

Tja, die rechtse hobby kost ons wat! En dat allemaal voor een paar minuten tijdwinst en het bevredigen van primitieve lusten. Maar één troost is er! Als ik mag geloven wat Lynne McTaggart in haar boek De Verbinding schrijft, hebben ego’s een veel grotere kans op hart- en vaatziekten dan anderen. Wellicht gewoon omdat ze niet vanuit hun hart leven, denk ik dan simpel. Dat geldt enerzijds voor ons ijskoude kabinet dat zichzelf verziekt, en anderzijds voor de Henken en Ingrids die te dom zijn om te beseffen dat je een verbinding niet met je auto moet maken, maar met je hart. Want hun ingeblikte ikjes scheuren op en neer op de wegen, en ze hebben niet door dat het echte leven zich pas laat zien als ze de autodeur achter zich dichtslaan. Ga lopen, fietsen, paardrijden! Wat zijn we toch gehecht aan onze auto, een vel van glanzend blik, en laten we ons daardoor beheersen alsof het ons eigen lichaam was! Misschien moest John Galt wel niet het dollarteken in de lucht schrijven, maar een heilige auto op de wolken projecteren.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De grote grap

Date 1 december 2011

Ik was bijna 33 jaar – de ideale leeftijd om verlicht te raken. Maar wellicht ook om mijn leven een radicale wending te geven. Nu ben ik zowat dubbel zo oud en nog steeds niet verlicht, hoewel de smaak daarvan me nooit meer los zal laten.

Het gebeurde op de eerste zomerdag van 1979, op 13 mei. Ik lag in mijn slipje in de tuin van vrienden in Dordrecht en las het door hen aanbevolen boek Oorspronkelijk Gezicht van Jan Foudraine, die nu Swami Deva Amrito heette. ‘Bhagwan! Poona! Dat is vast iets voor jou,’ hadden ze me aanbevolen. Nou, dat heb ik geweten. Want al bij de eerste pagina’s kreeg ik het onrustige vermoeden dat ‘de Bhagwan’ niet de eerste de beste goeroe was. De dagen erna werden een feest van herkenning en bevestiging, er viel van alles uit mijn leven op zijn plaats en daarover schreef ik maanden lang enthousiast mijn dagboek vol. Eindelijk was er een religie waarin ik me helemaal thuis en gekend voelde, en waarvan de ideeën naadloos aansloten bij de mijne, zoals over mystiek en de eenheid van alles. Ik nummerde zelfs de dagen na die dag in mei, alsof toen al voor mij een nieuwe kalender, een nieuw leven begon. Ik ging naar Amitabh, de boot aan de Amsterdamse Prins Hendrikkade, deed mijn eerste meditaties en genoot ervan hoe lichamelijkheid gerijmd werd met spiritualiteit. Ik kocht en beluisterde cassettes, las de prachtig vormgegeven boeken – de wereld was te klein om mijn vreugde te vieren over het feit dat er ook anno 1979 verlichte mensen rondliepen. Om mensen als Jezus of Boeddha te vinden hoefde ik niet eeuwen terug te reizen, want ik kon ze ook gewoon in het hier en nu ontmoeten.

Die zomer ging ik alleen op vakantie. Ik kon gebruik maken van een appartement van een vriend in Saint-Tropez en had boeken en cassettes van Bhagwan meegenomen. Dronken – en niet in de eerste plaats van drank – zwierf ik bloot in oranje tuinbroek over de kades, genoot van terrasjes, muziek, mensen en vrede. Van de maan en de sterren, van straatzangers, muziekbandjes en Pink Floydklanken in lome kleurige nachten. Van lange uitputtende wandelingen naar de stranden onder de hete zon. Het was een continue roes van blijheid, acceptatie, vrede, vertrouwen, lekker in mijn lijf zitten, bewogen worden zonder te bewegen. En het wonderbaarlijke was dat ik alleen was – iets wat ik eerdere vakanties nooit gedurfd zou hebben – en juist daarom één van de mooiste vakanties van mijn leven had. Ik hield van alles en iedereen, vond alles mooi en goed. The flowers showered, ook over mij. Ik dronk de smaak van verlichting. Die roes heeft maanden lang geduurd, ook toen ik weer verder ging met mijn studie psychologie. Het kon niet uitblijven dat ik op gegeven moment in het vliegtuig naar India zat, waar ik meteen voelde hoe de grond doortrokken was van millennia diep doorleefde religie. Daar lag het beloofde land achter de kleurige horizon, en zou ik Bhagwan in het echt gaan meemaken.

Bij Bhagwan voelde ik me helemaal thuis en de ashram was de sprookjeswereld waarover ik al lang in psychedelische visioenen had gedroomd. Het bestond echt allemaal! De lezingen van Bhagwan in de Buddhahall waren niet alleen doortrokken van stilte en eenvoud waarin leven en sterven omarmd werden, maar ook van zen en paradoxen, en van grappen en humor. Ik begon me zelfs af te vragen of dit alles niet één grote grap was, want Bhagwan had vaak verteld dat verlichting niet voor serieuze mensen was weggelegd. Ik stopte mijn vraag in het daarvoor bestemde busje. ‘And in fact, this whole thing is a joke: your misery, my enlightenment,’ besloot Bhagwan zijn lezing op 16 december, die later onder de titel Don’t take enlightenment seriously gepubliceerd werd. Naast zijn prachtige en lange lezingen waren er de meditaties met ontroerende klanken van Deuter, die toen Chaitanya Hari heette. De Kundalini, de Nadabrahma en de Gourishankar waarop ik effortless meedanste, meezoemde en deinde. En dan waren er natuurlijk de therapiegroepen, compleet met woede, angsten, vloeken, seks en vechten, maar ook met tederheid en omhelsd worden en later vrijen met de mooiste en liefste jongen van de groep. En geheimzinnige black-outs,  waarbij de hele ashram in het donker werd gezet en velen zich afvroegen wat voor magische en occulte dingen er toen allemaal gebeurden.

Op 14 januari 1980 zat ik in het Chuang Tzu Auditorium voor Bhagwan en ik schrok ervan dat hij echt helemaal léég was – iets wat in het Westen niet altijd een compliment voor iemand is. Ik nam sannyas, een gebeurtenis waarvan ik me achteraf weinig herinner – iets wat veel sannyasins is overkomen. Bhagwan gaf me de ontzettend mooie naam Satyamo, wat volgens hem ‘ultieme waarheid’ betekende, en waarvan de klank aanvoelde alsof die op mijn lijf geschreven was. Nou vond ik dat ‘ultieme’ wel erg veel van het goede, en zelfs tot vandaag de dag laat ik dat maar even weg als ze me vragen wat mijn naam betekent. Waarheid. Wat is waarheid? Dat is een vraag die me al zowat mijn hele leven bezighoudt. Wellicht leefde ik bij Bhagwan in een romantische sprookjeswereld. Maar die was voor mij wel helemaal waar en is dat tot vandaag de dag. Omdat deze me een hogere, diepere werkelijkheid liet zien dan de alledaagse werkelijkheid die we geheel onterecht ‘realiteit’ noemen.

Deze weblog is, samen met veel verhalen van anderen over hoe Bhagwan/Osho in hun leven kwam, ook te vinden op http://www.vrienden-van-osho.nl/hoe-osho-in-mijn-leven-kwam.html.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Sneller dan licht

Date 24 november 2011

Maximumsnelheden zijn er om overtreden te worden. Niet alleen voor de gemiddelde automobilist maar ook voor vele dromers en fantasten zoals ik. Sneller dan licht! Je storten in wormgaten, reizen door de tijd, parallelle universa bezoeken, de vierde dimensie! Wat wil je nog meer? ‘Faster than light if you want to,’ zongen de Moody Blues in 1968, maar pas vandaag de dag ontstaat er paniek onder natuurkundigen omdat neutrino’s zich sneller dan licht lijken te kunnen voortsnellen. En dat zou de hele relativiteitstheorie op zijn kop zetten, met speculaties over en weer over de gevolgen daarvan. En daarom ben ik maar eens opnieuw Prismaboekje 478 uit 1962 gaan lezen, dat ik sinds mijn middelbareschooltijd gekoesterd heb. Net als Vriend trouwens, die het toen ook al las: Relativiteitstheorie voor de leek dat James A. Coleman in 1954 schreef en dat volgens de binnenflap hoog geprezen werd door niemand minder dan Einstein zelf.

Ik lees dat de relativiteitstheorie een speciale (1905) en een algemene theorie (1916) kent. Bij de eerste gaat het om objecten met een hoge constante snelheid, terwijl het bij de tweede om versnelling gaat, die overigens niet te onderscheiden is van zwaartekracht. Die eerste theorie zegt onder andere dat de ether, de drager van lichtgolven niet gevonden kan worden, en dat de lichtsnelheid altijd constant is ten opzichte van de waarnemer. Dus hoe snel je je ook beweegt: het licht raakt je altijd met een snelheid van 299.792,458 km/s. Dat gaat al tegen al je logische gevoel in. Maar het wordt nog gekker als van een waargenomen object de lengte minder wordt, de tijd langzamer gaat lopen en de massa toeneemt naarmate zijn snelheid die van het licht nadert. In het dagelijks leven in onze trage aardse dreven merken we daar vrijwel niets van, want in de praktijk treedt pas een halvering of verdubbeling op bij zo’n 259.627,884 km/s, en dat is echt héél hard!

Wat ik al lezend steeds in de gaten moet houden is dat dit alles geldt voor de waarnemer voor wie een object zo snel beweegt. In mijn eigen bijna lichtsnelle ruimteschip merk ik niets van dit alles en loopt mijn klok heel normaal, maar als ik naar een klok op de zich snel verwijderende of naderende aarde kijk blijkt die knap achter te lopen. Vanaf de aarde gezien zie ik er steeds dunner uit en neemt mijn massa toe, maar zelf constateer ik niets van dit alles. Boeiend in dit verhaal is de zogenaamde klokparadox: als ik terug ben bij iemand op de aarde zal het voor ons beiden bij de ander vroeger zijn als voor onszelf. Omdat we niet allebei jonger kunnen zijn dan de ander geeft dit te denken. Maar dat probleem schijnt te worden opgelost met de algemene relativiteitstheorie die over versnellingen gaat, en dat versnellen en afremmen is in de praktijk wel nodig bij zo’n experimenteel uitje. Maar echt snappen doe ik het nog niet.

Terug naar de neutrino’s. Als die enige massa hebben – en dat schijnt zo te zijn – zouden ze volgens de speciale relativiteitstheorie bij de lichtsnelheid een oneindig grote massa hebben, zou er geen beweging meer in te constateren zijn en zou het deeltje afgeplat zijn omdat de lengte ervan nul is, kortom: het deeltje zou niet bestaan en toch een oneindige massa hebben. En dat allemaal omdat de lichtsnelheid is opgenomen in die zogenaamde Lorentzfactor. Moet je je voorstellen: zo’n neutrino kan dus onzichtbaar op je afkomen, maar geeft een klap die zelfs het hele heelal niet overleeft omdat zijn massa oneindig is. Geen wonder dat sommigen zich zorgen maken over experimenten in Genève die mogelijk zwarte gaten kunnen veroorzaken. Maar hoe hard zo’n neutrino ook voortraast, voor ons lijkt hij met zijn stilstaande tijd de onbeweeglijke beweger. En het is maar gelukkig dat lichtdeeltjes geen massa hebben want anders zouden er, omdat ze nu eenmaal de neiging hebben om zich even snel als het licht voort te planten, heel veel ongelukken gebeuren.

Maar tegelijk hoor ik dat lichtdeeltjes, fotonen, wèl massa hebben. Want er bestaat wel degelijk iets als lichtdruk, waardoor je in het zonlicht molentjes in luchtledige glazen stolpjes kunt laten draaien En bovendien wordt licht afgebogen door andere grote massa’s met als gevolg dat schijnbaar rechte lijnen heel krom kunnen zijn. Dan denk je de aarde steeds verder achter je te laten, en komt die aarde opeens weer in zicht! Dat heet dan heel mooi ruimtekromming en in 1954 was de straal van het heelal nog 3*1023 kilometer. Wat een wereld en wat een raadsels! Vaak denken mensen dat ik een dromer en een fantast ben, maar hier kan ik echt niet tegenop! Misschien had ik het allemaal wel gesnapt als ik natuurkunde had gestudeerd, maar uiteindelijk vond ik innerlijke reizen interessanter zodat het psychologie werd. Zodat ik – wellicht heel onwetenschappelijk – blijf geloven dat de snelheid van het licht niet de grootste snelheid is. Of nog erger: dat eigenlijk alles overal tegelijkertijd gebeurt. En dat het geen toeval is dat dit allemaal speelt in een tijd waarin steeds meer mensen verlicht raken, ondanks of dankzij dit spelen met licht.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites