Alsof-werelden

Date 10 oktober 2018

Christiaan Weijts schreef een paar weken geleden in nrc een artikel over virtual reality. Met daarin niet alleen een utopische maar ook een dystopische visie daarop. De clou is dat deze techniek zo verfijnd kan worden dat je niet meer doorhebt dat je in een kunstmatige wereld leeft. In de jaren 80 schreef ik een verhaal waarin hersenen rechtstreeks met een computer waren verbonden – het zogenaamde brain in a vat. Dat werd me in dat verhaal door een vriend gedemonstreerd, en kijkend in wat er allemaal in die hersenen afspeelde ontdekte ik dat dat mijn eigen leven was. Kortom: je kan niet weten of je in real life al in virtual reality bent ondergedompeld. Dat niet wetende doen we daar nog een schepje bovenop: terwijl we zelf nooit kunnen of real life al virtual reality is, zijn we bezig binnen onze al dan niet echte wereld nóg zo’n wereld te creëren. Wellicht virtual reality binnen virtual reality, zodat we nog verder van de werkelijkheid afdwalen. Of zijn we een spiegel aan het maken waardoor we kunnen gaan zien dat het zogenaamde real life al virtual reality is? Veel oosters gedachtegoed vertelt dat trouwens al. Maya.

Zo kan de kunstmatige werkelijkheid die we zelf scheppen bijdragen aan een filosofische discussie over wat nu eigenlijk de echte werkelijkheid is. Terwijl we dat strikt logisch gezien helemaal niet kunnen weten. Stel je eens voor dat je niet alleen een bril op hebt waarmee je een al dan niet gewenste kunstmatige wereld ziet, maar dat je die ook kan horen, voelen, ruiken en proeven. Dat je je erin kunt bewegen, evenwicht, tast en pijn kunt voelen. Hoe zou je dan nog, anders dan door herinnering, weten dat je in virtual reality bent? Christiaan Weijts lanceert in zijn artikel het verschil tussen beleven en ervaren. ‘Zintuigelijke stimuli kun je coderen en digitaal simuleren, maar zijn dat werkelijk alle ingrediënten van onze ervaringen?’ vraagt hij zich af. ‘Je kunt straks elke ervaring met een muisklik opwekken, maar geldt dat ook voor zoiets als: met je kinderen in zee zwemmen, een zomeravond met vrienden op een terras eten, drinken en lachen of een reis met je geliefde? Virtuele simulaties bieden belevenissen, geen werkelijke ervaringen die ons diepgaander raken en veranderen, en waar altijd echt contact met echte anderen aan te pas komt.’

Ervaren heeft dan kennelijk, in tegenstelling tot beleven, iets met realiteitszin te maken. Zoiets als wakend weten dat je wakker bent, maar dromend niet weten dat je droomt. Wat ben je blij als je uit een nachtmerrie wakker wordt, want dan besef je dat het maar een droom was en geen werkelijkheid. De vraag is nu of we in virtual reality onze realiteitszin kunnen kwijtraken. Tegelijk doet niemand er moeilijk over als we ons in andere werelden laten dompelen door bijvoorbeeld films, boeken, fantasie en kunst. Dan zijn we ook even in andere werelden en zonder die belevenissen zou ons leven gortdroog en saai worden. Christiaan Weijts zegt het ook zelf. ‘Virtual reality is natuurlijk zo oud als het kampvuur. Al sinds we elkaar verhalen vertellen, kunnen we ons verplaatsen in fictieve werelden. We hebben alleen steeds geavanceerdere hulpmiddelen uitgevonden die ons daarbij helpen. Het kampvuur evolueerde tot amfitheaters, romans, hoorspelen, bioscopen en Netflix. En het is niet toevallig dat juist in verhalen, toneelstukken, romans en films de personages van alles uitvreten wat ons daarbuiten de kop zou kosten.’ In dat laatste ben ik zelf trouwens ook heel goed. 😉

Virtual reality kan ons inspireren, net zoals dromen dat kunnen. Christiaan Weijts onderkent dan ook het nut van wat hij ‘alsof-werelden’ noemt: ‘Aristoteles zag al hoe het theater zorgde voor een ‘catharsis’, een zuivering van gevoelens die in de echte samenleving schadelijk konden zijn. Volgens Freud zoekt onze fantasie de duistere kanten van het bestaan op zodat we er beter mee om kunnen gaan als we er in werkelijkheid mee geconfronteerd worden. De wetenschappelijke discussie of porno nu wel of niet voor minder seksueel geweld zorgt, is nog niet beslecht, maar het nut van ‘alsof’-werelden lijkt mij onmiskenbaar.’ Maar hoe ‘alsof’ zijn ze eigenlijk? Zijn virtuele werelden echt minder echt omdat je je erin kan verliezen? Omdat ik even geen ‘ik’ meer heb? En wat is er mis met jezelf te verliezen? En kan iemand überhaupt zichzelf vinden hij zichzelf niet kan verliezen? Zijn de momenten waarop we van de wereld zijn niet juist de ogenblikken waarop we inspiratie opdoen, juist omdat er dan geen ik is? Is wat Christiaan Weijts beleven noemt dan géén ervaren?

Kijkend naar mijn avatar in Second Life ben ik geneigd te zeggen dat ik dat ben. En dat is natuurlijk niet zo, want ik ben het zelf die ernaar zit te kijken. Tegelijk ben ik het wel omdat ik zelf deze avatar heb gemaakt. Ook als ik een verhaal schrijf identificeer ik me met de mensen die daarin rondlopen. Maar waar komen al die rollen die ik speel vandaan? Ik zou iets theatraal kunnen zeggen dat ik mijn ziel erin heb gelegd, dus het is maar net of je de ziel al of niet belangrijker of echter of realistischer vindt dan je real life materiële wereld. Maar misschien hoeven we niet te kiezen en kunnen we alle werelden naast elkaar laten bestaan omdat ze allemaal even echt zijn. Plato’s ideeënwereld, fantasieën en sprookjes, dromen, trance, virtual reality, psychedelische en mystieke ervaringen – zijn dan allemaal even echt en kunnen elkaar bevruchten. Er bestaat gewoon niet iets dat onecht is. Als ik op een avatar verliefd ben is dat gewoon echt, net zoals ik van onze knuffeldieren hou. Het gaat uiteindelijk om mijn ervaring, en een belevenis is ook een ervaring. De vraag in hoeverre dat ‘echt’ is lijkt me niet te beantwoorden, en is wellicht niet relevant. Alleen bewustzijn is echt.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Op naar Utrecht!

Date 1 oktober 2018

Ja, toegegeven. Ook ik ben als Blaricums raadslid enthousiast medeschuldig aan het initiatief om Laren en onze gemeente naar de provincie Utrecht te laten verhuizen. ‘Het is welletjes,’ zoals onze fractievoorzitter Willem Pel zegt. Niet alleen lokaal, maar ook in De Volkskrant hebben we aandacht gekregen. Het is niet onze eerste slechte ervaring met de provincie die graag oplossingen bedenkt voor problemen die er helemaal niet zijn. Eerder lagen we met haar overhoop over waar en hoe de HOV door Blaricum moest rijden, een hoogwaardig openbaar vervoer dat er allang is. Bus 320, waar je niemand over hoort klagen, integendeel. Nu wil de provincie ook uit het Goois Natuurreservaat stappen: wel de lusten maar niet de lasten van hun mooie tuin hier. En dan nu het opleggen van een fusie van ons en Laren met de gemeente Huizen. Als opstap naar één grote Gooistad. We willen weg uit deze doordrammende provincie. Vind je het gek. Gedeputeerde Jack van der Hoek (D66) heeft ‘met een glimlach’ kennis genomen van ons verzoek aan minister Kajsa Ollongren (ook D66) die al veel fusies door een slapende Tweede Kamer heeft geloodst, zoals recent die van Groningen met Haren en Ten Boer. Een glimlach van Jack van der Hoek. Hautainer en minachtender kan het bijna niet.

Het is logisch dat de provincie ingrijpt als gemeenten er een zooitje van maken. Het was alleen een hele klus voor de provincie om dat zooitje te vinden. Gebrek aan bestuurskracht bijvoorbeeld. Tijdens een bijeenkomst in De Witte Bergen hoorde ik een jongen van bureau Berenschot dat definiëren als ‘bereiken wat je bereiken wilt.’ Nou, wat mij betreft hoeven we niets te bereiken, zijn we tevreden met zoals het gaat. Omdat we al bereikt hebben met wat we willen met onze BEL Combinatie, een gemeenschappelijke regeling waarin de ambtenaren van Blaricum, Eemnes en Huizen samenwerken. Maar goed. Dan kun je een vaag begrip als bestuurskracht nog altijd meten met andere indicatoren – excuses voor wat managementtaal waarmee je als bestuurder toch wordt besmet. Cijfers en zo, waarmee velen menen kwaliteit te kunnen kwantificeren. Ze vinden dus allemaal instrumenten uit waarmee het tijdpad naar de stip op de horizon toekomstbestendig wordt. Niet gelukt, want hoe ze ook meten en berekenen: onze gemeenten blijken steeds bestuurskrachtig te zijn.

Wel jammer voor de provincie dat er geen bijpassend probleem is voor de gevonden oplossing van fusie. Ze zoeken het dus nu in de toekomst. Kleine gemeenten die zich sterk moeten maken tussen grote gemeenten als Amsterdam, Utrecht, Almere en Amersfoort. Maak je sterk, bereid je voor op concurrentie. Alsof je je nu alvast moet voorbereiden op een oorlog die er nog niet is, terwijl het juist angst is die juist oorlogen dichterbij brengt. Maar wellicht kan een fusie zélf wel aantonen dat je niet bestuurskrachtig bent. Want dan ligt alles jarenlang overhoop en heb je door al dat gereorganiseer weinig tijd meer over voor wat écht belangrijk is. En het is ook maar afwachten of je alle investeringen er op lange termijn uit haalt. Zo toonde het onderzoek van CEOLO aan dat dat echt niet het geval hoeft te zijn. Laatst reed ik mee met iemand die niet begreep wat ik tegen de fusie van onze gemeenten had. Maar op mijn vraag wat nu het eigenlijke probleem was had hij geen antwoord. Dat blijf ik vragen: wat is het probleem?

Wat ik tegen fusie heb? Dat ze bijvoorbeeld straks hier in de Bijvanck torenflats kunnen neerzetten. Net zoals de gemeente Huizen dat een jaar of tien geleden al vlakbij heeft gedaan. Met prachtige balkonhekjes, dat wel, maar ook mooie monsters blijven monsters. Met een fusie verlies je de controle over je eigen wijk of buurt. Verafgelegen bestuurders weten echt niet meer wat er in jouw omgeving afspeelt en wat daar belangrijk is. De afstand tussen burger en bestuur wordt groter, en daarmee is het een aanslag op de democratie. Want hoeveel heb je straks in de gemeenteraad van Gooistad nog in de melk te brokkelen als vertegenwoordiger van 10.000 inwoners in een gemeente van 250.000 inwoners? D66 zou zich beter gewoon 66 moeten noemen, dat is eerlijker. Een pluim trouwens voor de VVD in Laren die zich – in tegenstelling tot hun partijgenoten bij ons – achter het initiatief voor afscheiding van Noord-Holland heeft geschaard.

‘Als ik zie wat er allemaal in gemeenten gebeurt, vraag ik me af in welke wereld ik leef,’ hoorde ik de Commissaris van de Koning Johan Remkes onlangs zeggen op een bijeenkomst met gemeenteraden in Haarlem. Hilarisch gelach in de zaal, want bestuurders in hogere echelons weten echt niet meer wat er leeft onder de bevolking. Om de acht seconden gleed de bril van zijn neus, waarmee eigenlijk alles al was gezegd. Visie is taboe in de VVD, en ze realiseren zich meestal niet dat gemeenten de roots van de democratie zijn, zoals ik heb gelezen in het prachtig historisch gedocumenteerde boek Gemeente in de genen van Wim Voerman en Geerten Waling. Als je voor fusie bent, heb je gewoon maling aan democratie. Geef dat dan ook gewoon toe. En wat de ons welkom hetende provincie Utrecht betreft: zelfs een kind kan zien dat het Gooi een geografisch vreemd aanhangsel van Noord-Holland is dat qua natuur en cultuur helemaal niet bij haar past. Op naar Utrecht!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Sandalen voor PostNL

Date 28 september 2018

21 september. Een kaartje van PostNL. ‘Er is een pakket voor u bezorgd uit het buitenland.’ Huh? Van wie dan? Dat staat er niet bij. Ja, ik heb twee maanden geleden sandalen in Engeland besteld die nooit zijn aangekomen. Zouden die al die tijd over de wereld hebben gewandeld? Dan zullen ze al aardig versleten zijn. Weten ze bij PostNL dan echt niet wie de afzender is? Ik vind het toch een beetje eng. Misschien zitten er wel drugs of wapens in, en word ik gearresteerd zodra ik me bij Albert Heijn vertoon om het af te halen. Bovendien is de afstand tot die PostNL-locatie twee keer zo groot als die tot de meest dichtbije Albert Heijn. Mysterieus. Ik hou niet van dat vage gedoe. Brieven zonder afzender gooi ik ook het liefst linea recta in de papierbak. Als ik gebeld word en geen nummer zie, zit ik ook graag een tijdje voor de telefoon te puzzelen of ik zal opnemen of niet. Ik vind dat allemaal net zoiets als iemand die met een bivakmuts bij mijn voordeur staat. Terwijl ik in het dagelijks leven eerder te laag dan te hoog op paranoia scoor.

‘De totale kosten voor het invoeren van dit pakket bedragen EUR 19,30.’ Ook dat nog! Welke kosten? Kost het teveel drukinkt om dat ook even te vermelden? ‘Kijk voor meer informatie op post.nl/pakketbuitenland.’ Daar wordt verwezen naar track & trace. Klik. Daar moet ik mijn barcode en postcode invullen. ‘Bezorgd op Vrijdag 21 september om 10:27 uur.’ Was het maar waar! O, ze bedoelen bij die Albert Heijn! ‘Toon details.’ Klik. ‘Afzender onbekend.’ En: ‘Gewicht: 0,86 kg. Afmetingen: 13,5 x 27 x 37 cm.’ En: ‘Rembours- / inklaringskosten € 19,30.’ Rembours? Ik had alles al keurig via PayPal betaald. Inklaringskosten? In de menubalk klik ik op ‘Ontvangen’ en ‘Pakket uit het buitenland.’ ‘Als je een pakket ontvangt uit een land binnen de Europese Unie, dan betaal je geen extra kosten,’ lees ik. Omdat in een pakket met het aangegeven gewicht en formaat keurig een paar sandalen past, lijkt het erop dat het uit Engeland komt, dat nog net tot de EU behoort. Of neemt de douane alvast een voorschot op de Brexit?

Toegegeven: ik had er al eerder over met PostNL gebeld, want ik had met de track & trace van de Engelse leverancier het pakket in Nederland opgespoord, waar PostNL me verwees naar een webformulier dat ik moest invullen. Gelukkig zag ik nog net voor het invullen daarvan onderaan staan dat ik voor behandeling € 13,- voor afhandelingskosten moet betalen. Nee dus. Stuur maar terug, die sandalen! Inmiddels heb ik al andere gekocht en in dit jaargetij heb ik er weinig meer aan. ‘Zonder afhalen retour zenden?’ zie ik een paar pagina’s terug op de site van PostNL. Klik. Daar moet ik mijn e-mailadres en wachtwoord invullen om in te loggen. ‘Wachtwoord vergeten?’ wordt me gevraagd. En: ‘Geen account? Maak er één, dat is zo gebeurd.’ Pfff … Ik doe helemaal niets, PostNL. Zoekt u het maar lekker uit. Twee maanden wachten voordat ik iets hoor over een pakketje uit het buitenland vind ik toch echt iets te lang, zeker als ik met extra kosten word geconfronteerd. Eet u ze maar lekker op, die sandalen!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Dit was het nieuws niet

Date 24 september 2018

Een medicijn voor de waan van de dag. Dat is het credo van De Correspondent. Rob Wijnberg legt het in de inleiding van hun alweer achtste boek Dit was het nieuws niet nog eens uit. Wat tegenwoordig nieuws heet gaat alleen over sensationele, uitzonderlijke, negatieve en recente gebeurtenissen. Dat pakt onze aandacht, maar daardoor worden onze hersens wel gespoeld met een wereldbeeld dat allesbehalve realistisch is. Dat is de waan van de dag, en sluit heel aardig aan bij weerstand die ik vaak voel als ik het zogenaamde nieuws tot me neem. In die betekenis is eigenlijk vrijwel al het nieuws nepnieuws omdat het suggereert dat alleen dat sensationele, uitzonderlijke, negatieve en recente belangrijk is. ‘Vergeet nepnieuws,’ begint Wijnberg in zijn voorwoord. ‘Echt nieuws is minstens zo misleidend.’ Maar nieuwsmedia zijn afhankelijk van adverteerders zodat ze moeilijk anders kunnen.

Het was dan ook een briljant idee van Wijnberg om iets te gaan proberen dat niet afhankelijk van reclame was, dus een uitgave waarvoor gewoon eerlijk betaald zou worden. Ik ben dan ook lid van het eerste uur van De Correspondent en mijn naam staat zelfs in een lijst van mensen die wat extra’s hebben gegeven bij de startup, vijf jaar geleden. En nu is De Correspondent zelfs bezig met internationaal te gaan! Echte onafhankelijke journalistiek, waarin vraagtekens worden gesteld bij veel vigerende opvattingen. De meeste mensen zijn niet slecht, arme mensen zijn niet altijd dom, de meeste terroristen zijn geen moslim, er is helemaal geen tsunami van vluchtelingen, we hebben het best goed hier in het westen. De meest wild lijkende ideeën om problemen uit de wereld te helpen blijken soms helemaal niet zo wild te zijn, maar gewoon realistisch onderbouwd. En het mooie is dat De Correspondent steeds serieuzer wordt genomen.

Kijk eens verder dan je neus lang is, dus niet zozeer naar wat er nu gebeurt maar naar wat er altijd gebeurt en juist daardoor aan de aandacht lijkt te ontsnappen. Niet alleen wat er vandaag gebeurt is belangrijk. Klimaatrampen zijn erg, maar zonder aandacht voor de diepere achterliggende oorzaken zullen ze blijven. Veel problemen zijn op te lossen, we hoeven geen doemdenkers te worden. Maar dat kan alleen als we ons niet laten meesleuren door sensaties, meer aandacht geven aan het gewone in plaats van het uitzonderlijke, afscheid nemen van negativiteit en oog hebben voor de grotere lijnen in de geschiedenis. Misschien is het woord ‘journalistiek’ ook slecht gekozen, want het suggereert dat het alleen over vandaag gaat. Ce jour. Het ware nieuws is niet nieuw maar iets dat al lang gebeurt.

Dat zijn de rode draden van artikelen in De Correspondent, en vanwege het eerste lustrum verschijnt een compilatie ervan in Dit was het nieuws niet, dat vanavond ook als e-book verschijnt, 291 pagina’s met ‘21 onmisbare verhalen die niet zo snel in het journaal zullen komen, maar wél een dieper inzicht geven in hoe de wereld werkt.’ Over dilemma’s van deze tijd, ontwikkelingen op de achtergrond, mensen die een podium verdienen, ideeën die de wereld kunnen veranderen en oplossingen die hoop geven. Kennismaken met het e-book? Er zit geen beveiliging op, en ik mag het van de redactie uitlenen of cadeau doen! Dus laat het maar weten als je belangstelling hebt! Voor het échte nieuws!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Eigen tijd

Date 21 september 2018

Gaan we de zomertijd afschaffen, zodat we niet twee keer per jaar een uur in de war zijn? Moet de nieuwe tijd die van de huidige zomer- of wintertijd worden? Als je van mening bent dat je zo natuurlijk mogelijk met het zonlicht dient om te gaan, zou je moeten pleiten voor de wintertijd zoals die tot 1977 werd aangehouden. En eigenlijk zou je dan de klok in de herfst nóg verder moeten terugdraaien, want zelfs in de winter staat de zon bij ons pas rond 12.40 op zijn hoogste punt. Wat wij nu wintertijd noemen is eigenlijk een herfsttijd. Voor het meest natuurlijke leven straks dus graag twéé uurtjes extra slapen in de nacht van 27 op 28 oktober! Heerlijk voor alle vroege vogels die bij de tijd willen leven, jammer voor de genieters van lange zomeravonden zoals ik. De klok loopt dan niet meer 40 of 100 minuten voor, maar slechts 20 minuten achter op de ware plaatselijke tijd. En dat houden we dan zo, het hele jaar rond. Gewoon Greenwich Mean Time die ons natuurlijke ritme het meest benadert. In de zomer daglicht tussen rond 4 uur ’s nachts en 8 uur ’s avonds en in de winter tussen 8 uur ’s morgens en 4 uur ’s middags. Plus die 20 minuten dan, want de zon staat bij ons altijd al een stukje verder dan in Greenwich.

Het is natuurlijk veel makkelijker om al die tijdzones weer af te schaffen en de werkelijke plaatselijke tijd weer in te voeren. Zodat iedereen weer in zijn eigen tijdzonetje kan leven waar om 12 uur ’s middags de zon het meest verlichtend straalt en om 12 uur ’s nachts de duisternis het diepst is. Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat tijdzones noodzakelijk waren voor de spoorwegen, handel en wat dan ook. Maar het blijft een heel gedoe en met onze huidige technologie niet meer echt noodzakelijk. Laten we met de tijd meegaan en onze telefoons en computers zelf de tijd laten aanpassen! Die weten precies waar we ons bevinden. Als ik bijvoorbeeld met iemand in San Francisco aan het chatten ben en zeg dat het bedtijd wordt, dan snapt hij dat omdat hij meteen ziet dat het bij mij al negen uur later is. Of ik mail iemand in New York dat mijn vlucht om 17.00 zal aankomen, wat aan zijn kant automatisch vertaald wordt naar 11.00 uur. Dat kunnen ook heel andere tijden zijn, afhankelijk van de door de ontvanger ingestelde tijdzone.

Iedereen kan naar eigen willekeur in zijn eigen tijd leven, omdat alle informatie over tijd daaraan wordt aangepast. Als langslaper kan ik mijn klok rustig een paar uurtjes laten voorlopen zodat het voor mijn buurman 7 uur kan zijn terwijl ik lekker tot 9 uur meen uit te slapen. De straatverlichting floept in het oosten eerder aan dan in het westen, en de winkels gaan daar eerder open. Ook de files verplaatsen zich van oost naar west. De een leest heel andere openingstijden van winkels en vertrek- en aankomsttijden van treinen en bussen dan de ander omdat die zijn aangepast aan de persoonlijk ingestelde tijdzone. Het zal weinig zin hebben om iemand op straat te vragen hoe laat het is, maar dat doet toch al bijna niemand meer, net zoals mensen steeds liever op hun mobieltje zien hoe laat vluchten arriveren en vertrekken. Je moet alleen voorzichtig zijn met mondelinge en schriftelijke afspraken, maar die worden steeds vaker geappt of automatisch in je digitale agenda geplempt en kunnen dus aangepast worden.

Geef iedereen zijn eigen tijd, net zoals we iedereen zijn eigen ruimte gunnen! Tijdzones zijn uit de tijd. Die waren een noodzakelijk kwaad dat nu overbodig is geworden. Waarom moet het per se voor iedereen even laat zijn? Oké, liever niet tijdens de lunch even naar San Francisco gaan bellen, want daar wordt waarschijnlijk niet opgenomen. Alles op zijn tijd. Alles en iedereen op zijn eigen tijd!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Op sterven na dood

Date 19 september 2018

Op sterven na dood. Ofwel: je bent bijna dood en hoeft hiervoor alleen nog maar te sterven. Een laatste zetje te krijgen om de overkant van de Styx te bereiken. Kennelijk leef je nog terwijl je sterft, ben je nog niet dood terwijl het lichaam van je afglijdt. Geen ervaring moet zo bijzonder zijn, zodat ik dat graag zo bewust mogelijk mee wil maken. ‘Hij heeft er gelukkig niets van gemerkt,’ wordt wel eens van iemand gezegd die bijvoorbeeld in zijn slaap is overleden. Hoezo gelukkig? De dood bestiert als diepste basale angst ons hele leven, en juist als we die onder ogen kunnen zien willen we niets weten van dit mysterie? Vreemd. Volgens sommigen kan het sterven juist de climax van het leven zijn, het moment van verlichting zoals we bijvoorbeeld in het Tibetaanse Dodenboek lezen.

Als het gaat over het leven na de dood wordt altijd het leven na het sterven bedoeld. Want over dood zijn weten we eigenlijk niets. Zelfs niet of er uiteindelijk wel zoiets bestaat. Maar over sterven kunnen we wél wat zeggen. En het is jammer dat het sterven – toch wel de meest intieme ervaring die je kan hebben – vrijwel altijd in een negatief daglicht wordt gesteld. Want waarom zou sterven niet heerlijk kunnen zijn, net zoals doodmoe in een diepe slaap vallen? Het idee dat we er wellicht een feest van zouden kunnen maken is maar al te vaak vloeken in de kerk. Terwijl zoveel mensen die het sterven hebben overleefd er prachtige verhalen over vertellen! Het is zelfs mogelijk dat we tijdens het sterven al in het paradijs zijn. Want tijd en ruimte zijn door de hersenen bedacht, zodat we in een eeuwig hier en nu, of in een overal en altijd, terechtkomen als het denken op een laag pitje wordt gezet. Zou zomaar kunnen.

Naast het recht op leven zou iedereen ook het recht op sterven moeten hebben. Omdat sterven iets is waarnaar je ook kunt verlangen, net zoals naar een orgasme dat ook wel de kleine dood wordt genoemd. Sterven, niet als vlucht, niet in een onbezonnen opwelling, maar als ultieme viering van het leven, van bewustzijn. Misschien schuilt achter onze stervensangst wel een diep verlangen naar bewustzijn dat vredig en stil in zichzelf rust, dat genoeg heeft aan zichzelf en daarmee versmelt met de eenheid die alles omvat. Door sommigen God genoemd, of het Bestaan, of Brahman, en wat ik zelf het liefste Het noem. Wellicht vloeien hier romantiek en spiritualiteit ineen, en is het heel gezond te erkennen dat we niet alleen naar het leven maar ook naar het sterven verlangen. Want wie niet kan sterven kan ook niet leven.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Stress

Date 9 september 2018

Een stelletje criminelen zijn het bij de ING! Too big to jail, zoals Joris Luyendijk onlangs in De Correspondent verzuchtte. Echt iets om je druk over te maken, vooral ook omdat je weet dat Hamers echt niet in de gevangenis zal belanden en wel een ander mooi baantje zal vinden, en dat na een paar sissers en verhogen van de tarieven van ING alles uiteindelijk hetzelfde zal blijven. Het is maar een klein voorbeeld van hoe mensen de stress in worden gejaagd, net als werknemers, studenten, politieagenten, zorgverleners en noem maar op. Een prestatiemaatschappij vraagt om verzieking van zichzelf, want hoe je je best ook doet, alles kan altijd groter, beter, efficiënter, sneller en winstgevender. Zelfs als alles op rolletjes draait. Geen wonder dat stress de grootste volksziekte – dan wel de veroorzaker daarvan – lijkt te worden. Neoliberalisme is in feite neokannibalisme, want in plaats van dat het onze lijven opvreet zuigt het onze zielen leeg. Zo is volgens mij de reclame-industrie misdadiger dan de wapenindustrie omdat ze voortdurend onze hersenen bestookt, onze aandacht vernietigt met haar onophoudelijke gestalk.

In de wetenschapsbijlage van NRC dit weekend een helder artikel van Niki Kortweg over Giftige stress. Hoe de bijnieren adrenaline en cortisol aanmaken, waardoor de prefrontale cortex voor onze aandacht, en de hippocampus voor ons geheugen, overbelast raken, terwijl de amygdala die angst en agressie regelen juist groeien van deze hormonen. Stress is soms noodzakelijk, maar ‘wat onze gezondheid pas echt aantast,’ vertelt neuro-endocrinoloog Bruce McEwen, ‘zijn de subtiele, langdurige invloeden vanuit onze omgeving: armoede of verwaarlozing binnen de familie, leven in een vervuilde buurt vol herrie, belastend werk, slecht slapen, eenzaamheid, te veel of te ongezond eten, te weinig bewegen, roken, drinken.’ Niet echt topprioriteiten in het regeringsbeleid. ‘De laatste jaren wordt steeds duidelijker dat chronische stress een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van depressie, en waarschijnlijk ook van dementie,’ zegt Paul Lucassen, hoogleraar neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Bij die aandoeningen, en ook bij angststoornissen en schizofrenie, zien wetenschappers krimp in de prefrontale hersenschors en in de hippocampus, en juist groei van de amygdala, en is er ook een verstoring van de functies van deze hersengebieden.’

Conclusie: om stress in toom te houden moet je drie maal per week 45 minuten stevig doorwandelen, 7 à 8 uur slapen per nacht, en niet te vaak eten en dan met zo weinig mogelijk suiker en niet al te veel koolhydraten. En last but not least mediteren. ‘Ook mediteren kan helpen het brein te herstellen,’ zegt McEwen. ‘Als mensen piekeren over dingen die ze niet kunnen veranderen, creëren ze interne stress. Mindfulness meditatie leert mensen te stoppen met piekeren.’ Want stress ontstaat vooral omdat je je hersens niet meer kunt stilzetten, geen afstand meer kunt nemen, niet terug kan keren naar het hier en nu, je je niet kunt overgeven aan slaap zonder daarvoor pillen nodig te hebben. Als we daartoe niet meer in staat zijn, vragen we om moeilijkheden. Iets dat voortdurend onder spanning staat moet op gegeven moment wel ontploffen. Ontspanning, een echte vrije dag, gewoon even niets plannen en gewoon doen waar je zin in hebt, dat is voor veel mensen een andere wereld. Maar die is toch echt bij tijd en wijle nodig als je je hersenen niet wil laten crashen.

Meer mediteren dus. Een half uur per dag. En als je daar geen tijd voor hebt twee uur per dag, zoals leraren wel eens zeggen. Want dan heb je het écht nodig!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Mooie momenten

Date 30 augustus 2018

Tussen het hotel en Albert Heijn bevindt zich een IBM Services Centre met een koe in de etalage. Daar zit ik graag op de vensterbank aan mijn elektrische sigaret te sabbelen. Nog voordat ik mijn eerste cappuccino heb gedronken, met half slapende hersenen in de frisse ochtend. Veertien graden. Mijn kleding heeft niet meer om het lijf dan een korte broek, T-shirt en sandalen. Net iets te koud en daardoor juist lekker. Westelijke wind, kracht 4. Eksters krassen in een boom. Bussen 1, 3, 4, 5, 6 en 10 rijden vlijtig af en aan. Een student met grijs hemdje en rugtas stapt uit. Zonlicht op de terrassen aan de overkant. Een schoonmaker bezemt het trottoir schoon zodat ik even opzij ga, wat voor hem niet hoeft. Een sirene in de verte. Fietsers rijden hun mobieltjes achterna. Voorbijgangers, millennials en babyboomers, groeten me soms. Op mijn schoot de zojuist gekochte nrc.next die ik nog niet ga lezen. Alles is vrede en goed zoals het is. Vakantie. Ik ben vacant, leeg.

Na het ontbijt gaan we op het terras aan de overkant zitten. Voor Vriend een dubbele espresso en voor mij een cappuccino. Ik lees over het Deense dorpje Hurup, de enige plaats waar ik ooit met een vrouw in bed heb gelegen. Op aanraden van een vriend, want ik moest het toch eens proberen. Tja, daar lag ik dan in het donker met een vrouw. Wat nu? Geen flauw idee, zodat het letterlijk niks werd. Moet heel frustrerend voor haar zijn geweest. Maar ik denk graag terug aan de weidse Deense landschappen. En het lekkere eten daar. Iets vreemds fladdert trillend rond de bloemen op het tafeltje. De serveerster googelt en vindt dat het een kolibrievlinder is. Een nieuwe natuur verovert Europa en eigenlijk verheug ik me daarop. Ik droom van hittegolven, zware stortregens en palmbomen. De natuur past zich makkelijker aan dan mensen, die alles vooral bij het oude willen houden.

Ik ben een rare vakantieganger. Want waar de meeste mensen op zoek gaan naar avontuur, bezienswaardigheden en uitdagingen, hoeft er voor mij helemaal niets te gebeuren. Wat rondhangen is genoeg voor mij. Ik heb echt geen zin om de Martinitoren weer eens te gaan beklimmen. Ooit maakte ik met een vriend een dagtochtje in een touringcar door Barcelona. Dit zien en dat zien. Uitstappen en instappen. Het enige dat ik me herinner is dat ik na afloop doodmoe was, terwijl ik toch in de kracht van mijn leven was. Dit nooit meer. Ik ben wel eens vaker in die stad geweest, maar herinner me niet veel meer dan een visrestaurant aan de Ramblas en die mooie kerk van Gaudi. Laat mij maar lekker aan het toen nog ongerepte strand liggen niksen. Of hier op dit terrasje. Vriend en ik weten eigenlijk niet goed wat we vandaag zullen gaan doen. Ik ben geen plannenmaker. Gewoon wat rondzwerven is genoeg, en je komt altijd wel ergens terecht.

Een tentoonstelling over virtual reality. Stenen met uitzwermende lichtvonken, en met een bril op zien dat je geen lichaam hebt – eigenlijk heel realistisch omdat vaste materie een illusie is – terwijl robots van draadstructuren om je heen wandelen. Kermis op de Grote Markt waar mensen zich in alle dimensies laten rondslingeren door de lucht, hun verdwijndrift bevredigend in een sensationeel hier en nu. Vanuit een terras spieden naar studenten die stiekem via een zijingang het gebouw van Vindicat binnengaan, terwijl ik me afvraag of je voor je goede fatsoen nog wel lid kan zijn van die vereniging. Als een oude nicht leuke en mooie jongens spotten. Slenteren door het Noorderplantsoen waar het festival Noorderzon wordt opgebouwd. Een biertje bij De Pintelier. Nieuwe sandalen kopen. Eten in het prachtige art-nouveaurestaurant De Drie Gezusters. Een uitstapje naar Leeuwarden voor de tentoonstelling over M.C. Escher.

Maar vooral hier en daar op een bankje lekker zitten niksen, genietend van de sfeer wat om je heen kijken. Want er hoeft niet veel te gebeuren. Dat is voor mij vakantie.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Offerfeest

Date 20 augustus 2018

Het offerfeest is niet zomaar een feest, want er zijn maar liefst vijf dagen en zestigduizend schapen, runderen en geiten voor gereserveerd. Het wordt niet voor niets het Grote Feest genoemd. Dit alles omdat Ibrahim in opdracht van Allah zijn zoon wilde slachten. Hetzelfde verhaal als Abraham die van God opdracht kreeg om Isaak te offeren. Althans volgens een prachtig verhaal dat zowel in de Koran als de Bijbel voorkomt. Moet je je voorstellen! Samen met je vader hout sprokkelen. En als je hem dan vraagt waar het offerdier is krijg je te horen dat je dat zelf bent! Moet je je nog uitkleden ook en braaf op de brandstapel gaan liggen! Dan zwaait Pa met een mes dat op het ultieme moment door een onzichtbare hand wordt tegengehouden. Grijpt Allah of God toch nog op het laatste moment in. Wel fijn dat het offer wordt afgeblazen, maar je zit geheid de rest van je leven met een fiks trauma, want als zelfs je eigen vader je naar het leven staat vertrouw je de rest van je leven niemand meer. Kindermisbruik waarbij vergeleken die priesters van tegenwoordig heilig zijn.

‘Ook bij rituele slacht joden problemen,’ meldt nrc.next onhandig in een streamer bij een artikel hierover. Dat slaat niet op dat gedoe van Ibrahim met zijn zoon, maar op het ritueel slachten dat tegenwoordig halal moet gebeuren. Onverdoofd. Binnen veertig seconden dood. Zo hoort het kennelijk. Daar moet meer controle op zijn. Dierenartsen erbij. Pas als het dier maar niet dood wil gaan mag je het verdoven. Extra kosten voor de slagers van die schapen, runderen en geiten die symbool staan voor de onschuld die sterven moet, net als indertijd met Jezus het geval was. Maar wat is er in godsnaam te vieren aan het aanrichten van zo’n bloedbad? Niet dat ik iets heb tegen dit soort rituelen, maar ze moeten wel uit vrije wil van het slachtoffer gebeuren. En dat is meestal niet het geval, en zeker niet bij dieren. Daarom zou dit feest dan ook echt verboden moeten worden. Net als besnijdenis trouwens door joden en islamieten. Blijf met je poten van die pikkies en kittelaartjes af, stelletje pedofielen!

Weinig hoor ik over de diepere symbolische betekenis van het offerfeest. Het offeren van je kind en daarmee van je nageslacht is het offeren van je creativiteit, van hoop, van nieuw leven, van licht aan de horizon. Je bent nog steeds op weg naar het beloofde land en krijgt dan te horen dat dit feestje niet doorgaat. Au! Vergeet de toekomst maar! Weg met alle plannen en idealen waarvoor je wellicht je hele leven hebt gevochten! Je wordt keihard teruggeworpen in het hier en nu, want het leven is nergens anders te vinden dan in het hier en nu. Ben je bereid om al je verlangens en verwachtingen op te geven, de zin die je aan je leven geeft? Om je controle los te laten en te vertrouwen op God of het Bestaan? Om het mysterie te leven dat dingen vaak anders lopen dan je had gedacht? Niet meer vast te klampen aan zekerheden? Te leven volgens wat nogal bombastisch Gods wil heet, en wat we tegenwoordig iets als flow noemen? Zijn we in staat onszelf te offeren? Ons te laten nemen door God?

Pas dan komt alles goed. Dan wordt de zoon met het mes van zijn touwen bevrijd en richt hij zich op van de brandstapel en wordt zijn naakte lijf gezegend en getooid met kleren van onschuld. Het kind in ons wordt herboren, en dit welkom heten is pas een echt offerfeest. Het offer van het eigen eigenwijze ik, zonder welk geen echt feest mogelijk is.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Hier en daar

Date 18 augustus 2018

Toen ik drugs gebruikte was ik er eigenlijk nog niet klaar voor, en nu ik er wel klaar voor ben gebruik ik ze niet meer. Even terug naar de jaren zestig dus. Wat ik toen gebruikte valt waarschijnlijk helemaal in het niets in vergelijking met wat er tegenwoordig allemaal doorheen wordt gejaagd. Maar toch. Oké, ik was bij tijd en wijle een stevige blower. Genoot ervan, maar kon het soms ook wel eng vinden. Een soort angst om bezeten te worden. In mijn hoofd dan. Niet leuk. Maar het was dus ook heerlijk. In een half duistere kamer op een zitzak half liggen dromen en wakker zijn tegelijk. Als ik vandaag de dag naar Abbey Road van The Beatles luister word ik nog steeds een beetje stoned. Als je high bent staan je zintuigen wijd open en neem je soms de meest subtiele en vaak ook zogenaamd onbenullige dingen waar. Die je dan nog belangrijk vindt ook, en misschien wel terecht. In Maxwell’s Silver Hammer is ergens een ingehouden lachje van Paul McCartney te horen dat waarschijnlijk niemand meer zal opvallen, maar dat nog steeds diep in mijn buik kriebelt als ik het hoor. Luister maar eens goed.

Onlangs schreef Hendrik Spiering in nrc een uitgebreid gedegen artikel over lsd in het cultuurkatern van nrc.next. Alles is liefde. Het ego valt weg. Ik werd de cello. Dat laatste maakte indruk op me. ‘Ik werd de cello,’ vertelt de Amerikaanse journalist Michael Pollan van wie het boek How to change your mind onlangs is verschenen. Wat voor mij Abbey Road was, was voor hem de tweede cellosuite van Bach. Ik werd het liedje van McCartney. Het kwam niet alleen maar uit de meeschaterende geluidsboxen maar ook uit mij! Ook ik zelf was een vibrerende geluidsbox. Dat voelde heerlijk en gekoesterd aan, maar was tegelijk ook eng. Dat was inderdaad te gek, maar ook te gek. Want dat kón natuurlijk helemaal niet. Ik snapte er niets van en voelde soms vreemde krachten om mij heen waren die bezig waren mijn hersens over te nemen. Pas de laatste tijd begrijp ik meer van wat er aan de hand was. Gewoon non-lokaal bewustzijn. Bewustzijnsverruiming, maar dan letterlijk. Kennelijk dacht ik indertijd nog dat bewustzijn in mijn hersenen zat in plaats van omgekeerd.

Velen maken trouwens die denkfout. Als je met chemie je bewustzijn kan veranderen, moet dat bewustzijn dus ook materieel zijn. Dan is bewustzijn een soort bijverschijnsel van hersenactiviteit. Dat betekent dan dat bewustzijn daar nooit aan vooraf kan gaan. Terwijl ik juist het omgekeerde ervaar. Zeker als ik ‘s morgens wakker word. Mijn bewustzijn ervaart mijn denken, hoe de computer onder mijn schedel weer uit zijn slaap wordt opgestart. Ik verkeer eerst in een zachte nevel. Het is niet zo dat ik eerst wakker word, nadenk over welke dag het vandaag is en vervolgens me daarvan bewust ga worden. Ervaring kan best zonder bewustzijn – het meeste in en buiten ons merken we niet eens op – maar bewustzijn kan best zonder de ervaring, kan heel goed met zichzelf tevreden zijn, zonder al die input van buiten en van binnen, en zonder de verwerking daarvan in de vorm van gedachten, angsten en verlangens.

Juist omdat ze de materiële hersen een poosje al dan niet gedeeltelijk plat leggen of in de war sturen kunnen sommige drugs het bewustzijn erachter ruimte geven. Alsof ze hersenwolken wegjagen en je weer een blik op de hemel krijgt. En dan gebeuren er natuurlijk allemaal dingen die niet te snappen zijn maar er toch gewoon zijn. Een soort onpersoonlijk – en daarom is eigenlijk alleen dat objectief te noemen – bewustzijn. Dan worden verschijnselen als empathie, telepathie en intuïtie mogelijk. Dan ben ik niet meer ik, maar ook jij. Dan komt de zilveren hamer van Maxwell niet alleen uit de geluidsboxen maar ook uit mij. Ook later had ik dit soort ervaringen, vooral bij klassieke muziek zoals het Adagio uit het Klarinetconcert van Mozart tijdens een openluchtconcert in het Blaricumse Rust Wat. Kennelijk geloofde ik vroeger dat dat niet kon en was het daarom verwarrend en beangstigend dat dingen tegelijk hier én daar kunnen gebeuren. Moest ik er decennia lang wat ervaringen mee opdoen om dit een plek te geven. Of beter: géén plek te geven.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites