Eeuwige vriendschap

Date 9 december 2018

Al vaker heb ik verteld over mijn leven op de campus Uilenstede in Amstelveen, maar gisteren wáren we er. Met vrijwel allen die er vijftig jaar geleden in de nieuwbouw van eenheid 198 kwamen wonen Wellicht vroeg menig bewoner zich af wat die 17 ouwelullen daar zochten toen we op de liften stonden te wachten. ‘Hé, die trap naar de kelder was er vroeger niet’, ‘Volgens mij hing hier een plattegrond of zoiets’ en ‘Ging niet één van de liften naar alleen de even of oneven etages?’ Toen we in pakketjes op de zevende verdieping waren geland vond ik het echt wel spannend worden voor de deur, waar een studente ons toegang zou verlenen, want in tegenstelling tot vroeger was die nu op slot. De namen van de bewoners ernaast verrieden ons dat dat er dertien vrouwen en één man woonden, terwijl we er met mannen – zeg maar jongens – indertijd als eerste bewoners introkken. De seksen werden indertijd nog keurig gescheiden, want alles werd indertijd nog door de Vrije Universiteit beheerd. Zelf vond ik het niet zo erg om met alleen jongens samen te wonen, maar velen verzonnen trucjes om te ontsnappen aan de laatste stuiptrekkingen van het godvruchtige leven.

Daar stonden we dan op de lange gang die veel nauwer was dan we dachten. Linksaf de keuken in. Er stonden nu twee vierpits kookplaten in plaats van één. De keuken was wat groter gemaakt door het balkon erbij te trekken, wat ook meer privacy geeft voor degenen die ertegenover wonen. De voorraadkastjes hingen tegen een andere muur. Maar de koelkast met de televisie erbovenop stonden nog op dezelfde plek, de televisie waarop we zo vaak naar de Fabeltjeskrant keken. Vlakbij de ingang naar de keuken was de telefoon verdwenen, zodat de naast wonende die niet meer steeds hoeft op te nemen. Privé postbusjes, waar je vroeger makkelijk elkaars kascheques kon jatten, wat trouwens nooit gebeurde. De deuren van de bewoners waren degelijk op slot, waar indertijd de meest primitieve sleutels waren en sommigen zelfs soms dezelfde sleutels hadden, wat we ook niet een echt probleem vonden. Zo kon ik rustig Caspers waterkoker lenen als hij niet thuis was, en was het makkelijker voor hem om mijn wietplant te verzorgen als ik op vakantie was. Dat met hasj en zo zag hij samen met bijna iedereen niet zo zitten, maar onze vriendschap was belangrijker.

Er bleken maar twee bewoners thuis te zijn toen we op deuren klopten om een blik te werpen in de kamers waar we vijf jaar of meer hebben gewoond. Maar we werden hartelijk welkom geheten door de studentes die wél thuis waren. Wat waren die kamers klein, terwijl ze indertijd zo groot waren! Maar voor de toch wel hoge huur van 100 gulden – nu zo’n 450 euro – hadden we wél een eigen toilet en douche. De witte tegels tegen de muren en de kleine bruine tegeltjes op de vloer leken nooit vervangen te zijn. Oké, er was geen draadomroep meer – iemand moest even uitleggen wat dat was – maar verder leek er weinig veranderd. Dezelfde tussenschotten op de balkons waar mensen wel eens overheen klommen als ze hun sleutels kwijt waren. Een enkele keer kwam het voor dat iemand in zo’n geval vanaf de bovenburen naar beneden klom. Aan de westzijde was het uitzicht nauwelijks veranderd met zijn Augustinuskerk aan de horizon. Maar aan de oostzijde was veel nieuwbouw verrezen op de plek waar ooit de A3 was gepland, hoewel het zicht toch wat vertrouwd was door een sliert vliegtuigen die over onze hoofden vloog. Mijn telefoontje mat hooguit 90 decibel, iets wat indertijd wel iets meer was.

Op de gang maakte Eduard een groepsfoto zoals hij die in 1973 maakte, maar nu wel in kleur. Gelukkig voor mij hoefden we niet dezelfde kleren aan als indertijd, wat me een jaar zoeken op internet zou hebben gekost. Hoewel ik al geruime tijd eigenlijk naar de kapper moet, leek dat me voor juist deze gelegenheid ongepast. Intussen heeft Eduard in de loop der decennia een hele collectie foto’s van alle reünies, die hij voorafgaand aan ons bezoek bij Wim thuis onder koffie en broodjes op de muur heeft gebeamd. Na afloop van ons bezoek aan eenheid 198 hebben we voortreffelijk gegeten in Restaurant Kronenburg, ergens ten zuiden van Uilenstede waar vroeger weilanden waren. Daar hield ik een vrolijke, maar politiek sombere speech. Aquarius is geen Sinterklaas of Kerstman, zoals we een halve eeuw geleden dachten. En is het zo moeilijk om alle politieke spelletjes te doorzien? ‘Soms denk ik dat ik zelf gek ben. Dat is ook in zekere zin zo, alleen heet dat nu hoogbegaafd.’ Ik schijn best een goede speecher te zijn.

Casper, aan het eind van zijn leven als longarts, werd er helemaal blij van en ik had na afloop een hartverwarmend gesprek met hem, zelfs over spiritualiteit. Hij noemt zichzelf heel romantisch, en dat moet wel zo zijn want hij genoot van de finale van de film Death in Venice. Ondanks het feit dat hij mijn verliefdheid nooit heeft kunnen beantwoorden zijn we altijd de dikste vrienden gebleven. ‘Ware vriendschap trekt zich niets aan van de grenzen van ruimte en tijd,’ had ik betoogd. Ik had het nog mooier kunnen zeggen: de dood scheidt ons niet, maar verbindt ons. Die bewaar ik voor de volgende reünie. Eeuwige vriendschap. Nou, halfeeuwig dan. Een band als tussen ons is magisch, zelfs al zien we elkaar soms jaren niet. Even thuis zijn onder de intelligentsia, heerlijk!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Feest!

Date 30 november 2018

Zoals vaak zie ik weer tegen december op. Niet omdat dat zo’n heerlijke maand is om je in donkere guurte eenzaam en depressief te gaan voelen, maar omdat het de meest hectische tijd van het jaar is, zodat ik blij ben als de frisse wind van een nieuw jaar eroverheen gaat. We werden al voorbereid met Black Friday en Cyber Monday, dagen die ons met de neus drukken op onze consumptieplicht, maar waar ik nooit van had gehoord. De naam Black Friday vind ik trouwens al niet zo vrolijk klinken. Maar dat komt natuurlijk omdat we, racistisch als we zijn, zwart meestal met iets negatiefs associëren. Foute boel! Niet correct! Bij Cyber Monday kan ik me ook niets voorstellen. Een maandag die gewijd is aan het geheel van digitale systemen, zodat we kennelijk heel veel internet moeten consumeren. Zoiets. Het feestje is kennelijk dat we de hele dag continu achter onze laptops en smartphones mogen en gaan hangen.

Maar goed. Morgen is het december en 31 dagen later sluiten we alle hectiek met vuurwerk en kabaal af. Eindelijk rust. In januari gaan we weer gewoon doen. Nog even doorbijten. Eerst Sinterklaas, waar onze meeste aandacht gaat naar de kleur van Piet. Omdat het zwart met onderdanigheid associeert. Terwijl ik dit schrijf wordt de post aangereikt. Zouden postbodes ook niet zwart mogen zijn? Moeten dan alle werknemers, die maar al te vaak loonslaven zijn, wit zijn? En waarom wordt er niet even hard gevochten voor een zwarte Sint? En zouden niet eigenlijk alle CEO’s – zo noem je bazen tegenwoordig – zwart moeten zijn? Het lastige van emancipatie is dat alle rollen omgekeerd moeten worden, met als gevolg dat er een nieuwe discriminatie ontstaat. Kleur en sekse worden belangrijker dan talenten en vaardigheden, en ik kan me voorstellen dat werkgevers daar wel eens moe van worden. Maar het past wel in onze westerse traditie waarin het uiterlijke belangrijker wordt gevonden dan het innerlijke. Ik denk dat kinderen niks van deze discussie snappen. Ik ook niet trouwens.

En dan de Kerst. Nog erger. waar daar weet bijna niemand meer wat er eigenlijk gevierd wordt. Er werd een verlosser geboren, die al onze problemen zou oplossen. Halleluja! Slechts weinigen zijn zich ervan bewust dat het om een verlossing van en door jezelf gaat, dat je jezelf alleen kan baren in het diepste van je duisternis. ‘Was Christus duizendmaal in Bethlehem geboren, en niet in u, gij zijt toch eeuwiglijk verloren,’ dichtte Silesius, en daar houd ik mij aan. Maar in plaats daarvan nestelen we ons knus onder oplichtende kerstbomen en slingers, en zingen we zoetgevooisde juichende liederen over de Verlosser. Geen hond die op zijn eentje de gure donkere sneeuwvlakten zal opzoeken in plaats van gezellig met glühwein van gebraden beesten te gaan smullen. Bij minder gelovige mensen komt de Kerstman met een rare rode muts op een slee vol cadeautjes aanschuiven. Tja, je moet toch wat als het buiten donker en koud is. Vaak gaan we, net als bij sinterklaas, liedjes zingen. Die hebben meestal dusdanige teksten dat de lust in het zingen ervan velen voor de rest van hun leven vergaat.

Feesten zouden spontaan uit jezelf of een collectief moeten oprijzen. Die kan je niet organiseren omdat ze happenings zijn. Als ze dan toch worden voorgeschreven en gepland, is dat door kerken en commercie om macht over mensen te krijgen. Dan kan dat niet anders dan tot onechtheid en hypocrisie leiden. Vier je eigen feest! Laat het in je opwellen! Geef je kinderen spontaan cadeautjes als je dat voelt, zelfs al is het augustus! Dat zijn échte verrassingen. Plan niet wanneer je je eigen goddelijkheid gaat ontdekken, want dat kan zomaar onverwacht gebeuren als je in stilte bent. Alleen dan. Maak je eigen feest, want dan is het helemaal van jou en hoort het bij jou. Anders ben je, hoe wit je ook bent, een slaaf.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Blaricum blijft Blaricum!

Date 22 november 2018

Eindelijk gerechtigheid! Na jaren strijd heeft de provincie Noord-Holland de handdoek in de ring gegooid, waarmee voor Blaricum, Laren en Huizen de jarenlang dreigende fusie van de baan is, samen met die van Wijdemeren met Hilversum. De ambtenaren van onze BEL Combinatie slaken een diepe zucht van verlichting nu eindelijk duidelijkheid is over de toekomst van onze dorpen. Een groot cadeau dat gisteren onverwacht uit de hemel viel. Het door minister Ollongren onlangs gepubliceerde concept voor een nieuw beleid voor gemeentelijke herindelingen was al voldoende voor de provincie om de stekker uit de door haar opgelegde fusies in het Gooi te trekken. Daarin stelde ze, in tegenstelling van de verwachtingen, dat de rol van de provincie niet versterkt gaat worden en dat gebrek aan bestuurskracht geen reden moest zijn om fusies op te leggen. Dat laatste was voor de provincie een paar jaar geleden het belangrijkste argument om een herindeling te starten. Toen bleek dat we genoeg van die kracht hadden, verzonnen ze andere redenen om een fusie toch door te drukken.

Heeft de minister, die er intussen al veel gemeentelijke fusies doorheen heeft gejaagd, nu het licht gezien? Dat geloof ik niet. Haar partij D66 ziet de bui al hangen en is bang voor verlies van stemmen nu er de laatste jaren steeds meer weerstand is tegen samenvoegingen van gemeenten. De lokale politiek is in opmars en wint steeds meer zetels in gemeenteraden. Omdat inwoners van kleinere gemeenten vrezen de eigenheid, de identiteit van hun dorp te verliezen. ‘Als je voor fusie bent, ben je tegen democratie!’ heb ik vaak geroepen. Omdat het bestuur dan verder van de inwoners komt te staan, in welke betekenis dan ook. Omdat kleinere gemeenten overruled kunnen worden door de grotere gemeenten waarmee ze moeten fuseren. Zo is de inmiddels ex-gemeente Haren terecht bang haar eigen voorzieningen te verliezen en dat groene gebieden tussen haar gemeente en de stad Groningen bebouwd gaan worden. Culturen worden verplicht samen te smelten, maar als zoiets niet organisch groeit vraag je om moeilijkheden. Het vertrouwen in de politiek neemt af, zoals deze week ook bleek uit de erbarmelijk lage opkomst bij de verkiezingen van 37 nieuwe fusiegemeenten.

Blaricum blijft Blaricum! Dat was onze slogan voor de verkiezingscampagne in het afgelopen voorjaar. Uit bescheidenheid zal ik niet vermelden wie hem bedacht heeft, maar het woord is wel werkelijkheid geworden en de dominantie van de lokale politiek in ons dorp heeft hier diverse acties opgeleverd om fusie te voorkomen. ‘Ook dát nog!’ zal de minister gemopperd hebben toen ook onze gemeenteraad haar verzocht naar de provincie Utrecht te mogen verhuizen. We hadden al meer akkefietjes met de provincie, en zowel geografisch, landschappelijk als cultureel hoort het Gooi eigenlijk helemaal niet bij Noord-Holland. Zo hebben vele kleine broeiende en protesterende steentjes door het hele land bijgedragen aan angst bij de landelijke partijen hun invloed te verliezen. En terecht. En nu heeft Noord-Holland niet alleen van ons, maar ook van de minister een mep gekregen, en is er weer een stukje democratie gered. Sinds 1900 is het aantal gemeenten in Nederland drastisch gedaald: van de 1121 zijn er nu nog maar 380 over. Genoeg is genoeg! Als gemeenten zelf willen fuseren of er echt een rotzooitje van maken is fusie een terechte maatregel, maar als dat niet zo is, is het een megalomane machtswellustige hobby van politici in hogere bestuurslagen.

Hier in Blaricum zijn we natuurlijk hartstikke blij. ‘We zijn weer baas in eigen huis,’ zegt onze fractievoorzitter Willem Pel. Maar ik heb te doen met gemeenten als Haren voor wie Ollogrens nieuwe beleid te laat is gekomen. Ons werk is niet voor niets geweest, en nu hebben we eindelijk meer tijd en energie om ons bezig te gaan houden met zaken die er écht toe doen. Omdat Blaricum Blaricum blijft.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Mijn Bijlmer

Date 18 november 2018

De laatste tijd zwerf ik vaak in gedachten en zelfs dromen door de Bijlmer van de jaren zeventig en tachtig. Omdat de prachtige autobiografisch roman Wees onzichtbaar van Murat Isik zich daar afspeelt en ik daar in die tijd heb gewoond. Omdat ik alle decors ken – tot de indeling van zijn woning toe – komen jeugd, puberteit en volwassenheid van hoofdpersoon Metin extra tot leven. Zeker in onze huidige tijd waarin steeds meer wantrouwen en haat oplaait tegen alles wat niet wit is, is het een waardevol boek. Ook om ons als Europeanen alvast voor te bereiden op onze eigen exodus naar het zuiden als het hier veel kouder gaat worden door het omkeren van de golfstroom. Maar Denkend aan de Bijlmer in die tijd word ik weemoedig en boos.

Weemoedig omdat er met het concept van de Bijlmer niks mis was. De betonnen droom is de titel van een boek van Daan Dekker dat Vriend me een paar jaar geleden cadeau gaf. De meeste mensen associëren de Bijlmer met onpersoonlijke hoogbouw, maar vergeten het overdadige groen, het van de leefwereld gescheiden autoverkeer op de dreven en de degelijke, ruime en goed geïsoleerde flats van zo’n honderd vierkante meter. Dat die woningen prachtig waren, daar zijn vriend en vijand het over eens. Veertien jaar heb ik in Eeftink gewoond waar ik veel vrijwilligerswerk deed in de bewonersvereniging. In de eerste jaren werkte ik bij de bank op het Rembrandtplein waarheen het lang reizen met bus 58 was omdat de metro nog in aanbouw was. Daarna ging ik mijn studie afmaken, precies in het jaar waarin de metro ging rijden en zijn tijdelijke eindpunt vrijwel onder het faculteitsgebouw lag. Na mijn afstuderen in 1981 heb ik een tijd van een uitkering geleefd, iets wat toen niet zo erg was als tegenwoordig.

Boos was ik omdat de wijk ging verloederen. Met name omdat Van Thijn in 1984 de binnenstad ging schoonvegen waardoor de wijk met junks werd overstroomd. Ik kan die junks geen ongelijk geven dat ze naar Gliphoeve verkasten, maar ik ging niet meer ‘s nachts lopend naar huis vanaf metrostation Ganzenhoef. De tijd van stank en onveiligheid in de binnenstraten en trappenhuizen, van geluidsoverlast, angst voor inbraak en annexatie van obscuur geworden bergruimtes brak aan. Om het verval tegen te gaan werden lapmiddelen ingezet zoals het verven van de balkons en gedwongen overname van de flats door woningcorporatie Nieuw Amsterdam. Een en ander zou niet meer te handhaven zijn en uiteindelijk besloot men alles maar weer af te breken, alsof dat alles goedkoper was. Er stonden wel degelijk visies en idealen aan de grondvesten van de Bijlmer, die later door de politiek verraden zijn. De winkeltjes in de binnenstraten zijn er nooit gekomen. Media geilden erop deze wijk zwart te maken en zijn medeschuldig aan de ondergang. De negatieve framing begon vroeg met een film als Blue movie, en ook een benaming als Bijlmerbajes droeg ertoe bij, terwijl die gevangenis helemaal niet in de Bijlmer stond.

Als ik aan de oorspronkelijke Bijlmer denk, denk ik aan ruimte, licht en lucht. Aan metro’s met nog leren kussens op de banken, aan het uitzicht als je ermee hoog in de lucht tussen de honingraatflats naar Kraaiennest reed, aan het Gaasperpark met zijn Floriade en planetarium. In 1987 zag ik het niet meer zitten en was dolblij met een sociaal woninkje in Buitenveldert dat weliswaar twee keer zo klein was maar waar ik weer veilig onder ‘gewone’ mensen woonde en dat bovendien dicht bij Uilenstede was waar ik de mooiste jaren van mijn leven heb doorgebracht. De Bijlmerramp moest toen nog komen, een gebeurtenis die het definitieve einde van de klassieke Bijlmer inluidde. Hoewel ik er al lang niet meer woonde zag ik later met bloedend hart hoe flats werden afgebroken en er weer allemaal conventionele wijkjes met kleine tuintjes werden gebouwd. Waar je weer straten moest oversteken.

De betonnen droom was voorbij. Maar dank zij de mooie roman van Isik wandel ik er de laatste tijd nog vaak in rond. In wat mijn Bijlmer was.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Verruim je geest

Date 5 november 2018

Verruim je geest. Dat is de titel van een recent boek van Michael Pollan over psychedelica. Psychedelica? LSD en paddestoelen? Die tijd is toch allang voorbij? Nee dus. De onderzoeksjournalist is namelijk ook gedoken in de ontwikkelingen ná de jaren zeventig, en dat is heel veel. Ik dacht met het lezen van dit dikke degelijke boek alleen even mijn kennis bij te spijkeren, maar dat viel knap tegen. Want een en ander is echt niet gestopt na Timothy Leary die met zijn iets te fanatieke enthousiasme veel tegenkrachten heeft opgeroepen. Psychedelica werden geassocieerd met de tegencultuur van hippies en jongeren die niet in Vietnam wilden vechten en alleen daarom al hadden ze de gevestigde orde tegen zich. Ze zouden dan ook heel gevaarlijk zijn, je chromosomen beschadigen, psychoses veroorzaken, je van het balkon laten springen omdat je dacht te kunnen vliegen, en meer van dat soort dingen die in de werkelijkheid eigenlijk best meevielen. Natuurlijk zijn er ongelukken gebeurd en moet je er uiterst omzichtig mee omgaan, maar volgens mij is alcohol gevaarlijker.

Maar het onderzoek ging ondergronds verder, tot vandaag de dag. De CIA zag daar trouwens wel wat in, want wie weet waren psychedelica ideale waarheidsserums. Van de 285 noten en 125 literatuurverwijzingen in het boek gaan vele over die research. Niet alleen over de psychologische effecten, waar blijkt dat ze een goede therapie voor angsten, verslavingen en depressie kunnen zijn met een langdurige gunstige effect, maar ook over wat die middelen met je hersens doen. In je hoofd zit een drietal hersengebieden die samen het Default Mode Network vormen, dat actief is als je hersenen zich in een rusttoestand bevinden en dat verantwoordelijk is voor hogere ‘meta-cognitieve’ activiteiten als zelfreflectie, mentale projecties, ‘tijdreizen’ en ‘theory of mind’, het vermogen om bepaalde geestestoestanden bij anderen te vermoeden of te herkennen. Minder activiteit daarvan – en dat is het effect van psychedelica – gaat gepaard met desintegratie van het zelfgevoel. De entropie in de hersenen neemt toe, hersengebieden communiceren veel meer met elkaar omdat er meer verbindingen worden geactiveerd, wat bijvoorbeeld de vaak gerapporteerde synesthetische ervaringen verklaart.

Entropie betekent chaos, en dat klinkt eng. Net als desintegratie van het zelfgevoel. Maar het betekent niets anders dan dat het onderscheid tussen je eigen ik en de wereld om je heen vervaagt. In positieve woorden: je voelt je meer verbonden met de wereld om je heen. Sterker nog: je ervaart het! Verbondenheid, een één zijn met de natuur, anderen, God of wat dan ook. Een dieper inzicht dat je je hele leven kan bijblijven. Hallucinaties? Dat klinkt te makkelijk als velen dezelfde ervaringen hebben. Het is alsof je hersenen andere sporen gaan volgen, vaste denkpatronen tijdelijk worden uitgewist. Pollan vergelijkt het met van een berg af sleeën: hoe meer mensen er voor je waren, hoe automatischer je slee de al gebaande sporen volgt. Misschien is de psychedelisch ervaring wel het enige echte ‘outside the box’-denken. Je hersenen worden gereset, de activiteit van het DMN neemt meetbaar af, en ik durf zelfs te beweren dat je waarneming – ook van je innerlijk – er waarheidsgetrouwer van wordt. Zeker als je je realiseert dat van onze ‘default’-waarneming ook bepaald niet alles klopt omdat die door onze hersenen in een behapbaar geheel wordt omgezet. Kun je van een ronddraaiend masker echt de binnenkant zien? Meestal niet.

Onze hersenen moeten ons wel belazeren. want voor overleven is een persoonlijkheid, een ik nodig met al zijn angsten en verlangens. Heel praktisch, wat echter tegelijk betekent dat we in een leugen leven. Oosterse wijsheden vertellen trouwens niets anders. Psychedelica moet je dan ook uitsluitend in een veilige en beschermde omgeving gebruiken, nooit alleen maar met een therapeut als reisgids die er zelf ervaring mee heeft. Al vóór Leary wees onderzoeker Al Hubbard op het vitale belang van set en setting voor het slagen van de reis. Maar waarom zou je psychedelica willen gebruiken? Omdat ze bijvoorbeeld angst bij stervenden doet afnemen, ze je kunnen helpen om van een verslaving af te komen, en betere antidepressiva blijken dan al die middelen die artsen en psychiaters je voorschrijven. De farmaceutische industrie zal er echter niet blij mee zijn, want voor hun omzet zal je hun middelen wel moeten blijven gebruiken, net zoals veel producten ervoor gemaakt zijn om op een zeker moment kapot te gaan. Psychedelica bewerkstelligen dat je minder opgesloten blijft in je eigen hoofd, vast blijft zitten in je eigen denkpatronen. Mooi dat dit alles – zij het nogal ondergronds – door veel onderzoeken bevestigd wordt.

Er is één referentie die ik nog mis in Pollans werk: het cultboek De psychedelische ervaring van Leary, Alpert en Metzner, dat ik nog steeds trouw in mijn boekenkast koester en waarin teksten uit het Tibetaanse Dodenboek als wegwijzer worden gebruikt. Dat gaat echt de mystieke kant op en is daarom, althans voorlopig, een brug te ver. Ik heb me jaren afgevraagd hoe het toch zou kunnen dat chemische middelen die op je fysieke hersenen werken dit soort ervaringen kunnen oproepen. Het antwoord is eigenlijk heel simpel: juist omdat ze je hersenen even uitschakelen, in elk geval dat deel dat ervoor zorgt dat je persoonlijkheid een beetje in stand wordt gehouden: angsten en verwachtingen die je allesbehalve in het hier en nu laten leven. Even meemaken hoe de werkelijkheid heel anders in elkaar zit dan je denkt. Dat geeft te denken. Of beter: niet te denken – een kunst die we in het westen hebben verloren.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Laat ons griezelen!

Date 31 oktober 2018

Sommige mensen moeten niks van Halloween hebben, maar ik vind het prachtig en dacht er even serieus over na om grote van binnen verlichte pompoenen bij de ingang van ons huis te plaatsen, griezeligheid die voor de voorbijgangers opeens uit het donker opdoemt. Kinderen zijn er gek op, dat bleek ook vanmiddag in het winkelcentrum vol met heksen, geraamtes en andere krijsende engerds. Maar ook zogenaamde volwassenen genieten bij tijd en wijle graag van akelige films, angstaanjagende kermisattracties, bergen beklimmen, het lezen van detectives en horror. Niks mis mee, en heel gezond om je met je eigen angsten te confronteren. Tegenstanders vinden dat er al genoeg ellende is in de wereld, dat het een perverse hobby is, net als de slachtpartijen in computerspellen die een slechte invloed zouden stimuleren. Dat laatste heb ook ik wel eens gepropageerd, maar ik heb me bedacht.

‘Face it, ga eropaf!’ is een instructie die ik niet alleen bij gedragstherapie tegenkom, maar ook bij psychedelische therapieën voor onder andere angsten, depressies en verslavingen waarover ik deze dagen lees in het dikke en ruim gedocumenteerde boek Verruim je geest van Michael Pollan dat ik deze dagen met rode oortjes lees en waarover ik heus nog wel een blog zal schrijven. Het kan heel goed zijn je eigen duistere kanten onder ogen te zien, de poten onder de comfortabele stoel van je eigen heiligheid en goedheid door te zagen. En dat begint bij zelfonderzoek, speuren naar je onbewuste, ofwel de dingen waar je liever even niet aan denkt en die juist daardoor steeds meer macht over je ziel krijgen. Mijn moeder vertelde me eens dat ze het heel eng vond om een vis open te snijden maar dat ze, toen ze zich over haar angst heen had gezet, verwonderd was over hoe mooi zo’n beest eigenlijk in elkaar zat.

Dingen zijn alleen maar griezelig als je ze niet ziet. Toegegeven: een pompoen met een lichtje achter boze ogen is niet het meest angstaanjagende dat er is, maar kan wel een symbool zijn voor vrede sluiten met je eigen angst. Laat ons griezelen, laat het een opstapje zijn. Als we ergens van kunnen leren is het wel van onze kinderen, die wellicht meer verlicht zijn dan wij die ons volwassen noemen en zich in allerlei zekerheden en oordelen hebben ingepakt, waardoor we zo slecht in het hier en nu kunnen leven. Met Allerzielen en slachtmaand, optrekkende mist en duisternis, vallende bladeren en het mysterie van donkerte en dood in het verschiet, kortom de maand van de Schorpioen, past Halloween met zijn Ierse wortels helemaal bij dagen als vandaag. Vier de andere kant van het leven, verzoen je met je angst die eigenlijk meestal het toppunt van virtual reality is.

Kort samengevat: Happy Halloween!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Topman Kok

Date 24 oktober 2018

Topman Kok nam pot, palindroomde mijn vader die graag met woorden speelde. En kennelijk ook visionaire kwaliteiten had, want Kok was nog lang geen minister van Financiën. Dat Kok in 1994 promoveerde tot minister-president is mijn vader gelukkig bespaard gebleven. Hij moest niets van het socialisme hebben en vond het van de gekke dat de arbeiders die tegenover ons huis aan de Louis Bouwmeesterstraat nieuwe huizenblokken bouwden een auto hadden. ‘Ze hebben allemaal met een áúto!’ riep hij verontwaardigd nadat hij tussen de bosjes bij de bouwplaats had gekeken. Misschien was dat jaloezie omdat hij zelf geen auto had, maar het kan ook zijn dat hij gewoon geen auto had omdat hij geen behoefte had aan iets dat hij voornamelijk als een statussymbool kende. Wat het natuurlijk in die tijd ook vaak was. Van Den Uyl moest hij ook niets hebben, en ook ik vond het verdacht dat hij wél in het als chic staand bekende Buitenveldert woonde. Nee, ik ben niet echt socialistisch opgevoed, want socialisten dachten alleen maar aan geld en materie. Het CDA, dát was het, want daar heersten tenminste nog normen en waarden. Maar mijn probleem met die partij was dat ik eigenlijk niet zo in hun God geloofde.

De vakbondsleider werd geleidelijk een bemiddelaar. Van Ram naar Weegschaal. In zijn horoscoop van Saturnus in Ram naar Zon in Weegschaal dan. Van rood naar zacht blauw dat al snel naar paars verkleurde. Het was tijdens zijn presidentschap dat het neoliberalisme vat begon te krijgen op de politiek, dat er steeds meer gepolderd werd om het zoveel mogelijk mensen naar de zin te maken, met als gevolg dat velen juist óntevreden werden in de ontstane kleurloosheid. Ideologie maakte plaats voor marktwerking. Het afschudden van ideologische veren sluit daar naadloos op aan – denk aan Ruttes olifant – maar nu lees ik dat hij niet de veren bedoeld zou hebben, maar overbodige veren. Vaag verhaal. Want wat waren dan die nieuwe veren waarvoor plaats moest worden gemaakt? Topsalarissen voor bestuurders van ING? Voor mij blijft hij nog steeds de eerste verrader van het socialisme, minzaam kijkend naar het zaad van het neoliberalisme dat werd gezaaid. Tja, dat kan gebeuren met een Weegschaal aan de top. Had mijn vader dan toch gelijk? Links heeft geen visie meer en sterft daarom uit. Rechts heeft dan tenminste nog de visie dat visies uit den boze zijn, daar weet je tenminste waar je aan toe bent.

Indertijd vroeg ik me af of ik wel in het Nederland van Rutte zou willen blijven wonen. Een Amerikaanse vriend wilde eigenlijk weg uit de Verenigde Staten als Trump aan de macht zou komen. Maar Trump is heilig als je hem vergelijkt met Bolsonaro, vertelde een Braziliaanse vriend me onlangs. Onder het neoliberalisme wordt iedereen op zichzelf teruggeworpen – eigen verantwoordelijkheid en zo, zie maar hoe je straks aan je medicijnen komt – en weet niemand meer waar hij aan toe is.. Geen wonder dat de roep om een sterke man floreert, iemand die tenminste ergens voor stáát. Het is beter weten waar je aan toe bent en ergens bij te horen, dan alleen in onzekerheid achter te blijven. Althans voor de meeste mensen. Voor een betere wereld moeten nu eenmaal offers worden gebracht, zoals joden en homo’s. En desnoods de hele wereld zelf. En Kok stond aan het begin van dit alles: hij stond erbij en keek ernaar. Van mij geen lovende woorden zoals in de ontelbare overlijdensadvertenties waarmee we deze dagen worden overspoeld.

Dat is niet netjes van me, want over de doden niets dan goeds. En ook hij speelde maar de rol van zijn eigen persoonlijkheid, een rol die door velen werd gewaardeerd en gedragen. Op Srebrenica na dan. Uiteindelijk zocht ook hij naar liefde en geluk, en kun van hem hooguit zeggen dat hij verdwaald was. Volgens velen krijgt zo iemand wel een herkansing in een volgend leven, en wordt iedereen uiteindelijk na veel vallen en opstaan wel verlicht. Volgende keer beter, Wim, goede reis en doe je best!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Alsof-werelden

Date 10 oktober 2018

Christiaan Weijts schreef een paar weken geleden in nrc een artikel over virtual reality. Met daarin niet alleen een utopische maar ook een dystopische visie daarop. De clou is dat deze techniek zo verfijnd kan worden dat je niet meer doorhebt dat je in een kunstmatige wereld leeft. In de jaren 80 schreef ik een verhaal waarin hersenen rechtstreeks met een computer waren verbonden – het zogenaamde brain in a vat. Dat werd me in dat verhaal door een vriend gedemonstreerd, en kijkend in wat er allemaal in die hersenen afspeelde ontdekte ik dat dat mijn eigen leven was. Kortom: je kan niet weten of je in real life al in virtual reality bent ondergedompeld. Dat niet wetende doen we daar nog een schepje bovenop: terwijl we zelf nooit kunnen of real life al virtual reality is, zijn we bezig binnen onze al dan niet echte wereld nóg zo’n wereld te creëren. Wellicht virtual reality binnen virtual reality, zodat we nog verder van de werkelijkheid afdwalen. Of zijn we een spiegel aan het maken waardoor we kunnen gaan zien dat het zogenaamde real life al virtual reality is? Veel oosters gedachtegoed vertelt dat trouwens al. Maya.

Zo kan de kunstmatige werkelijkheid die we zelf scheppen bijdragen aan een filosofische discussie over wat nu eigenlijk de echte werkelijkheid is. Terwijl we dat strikt logisch gezien helemaal niet kunnen weten. Stel je eens voor dat je niet alleen een bril op hebt waarmee je een al dan niet gewenste kunstmatige wereld ziet, maar dat je die ook kan horen, voelen, ruiken en proeven. Dat je je erin kunt bewegen, evenwicht, tast en pijn kunt voelen. Hoe zou je dan nog, anders dan door herinnering, weten dat je in virtual reality bent? Christiaan Weijts lanceert in zijn artikel het verschil tussen beleven en ervaren. ‘Zintuigelijke stimuli kun je coderen en digitaal simuleren, maar zijn dat werkelijk alle ingrediënten van onze ervaringen?’ vraagt hij zich af. ‘Je kunt straks elke ervaring met een muisklik opwekken, maar geldt dat ook voor zoiets als: met je kinderen in zee zwemmen, een zomeravond met vrienden op een terras eten, drinken en lachen of een reis met je geliefde? Virtuele simulaties bieden belevenissen, geen werkelijke ervaringen die ons diepgaander raken en veranderen, en waar altijd echt contact met echte anderen aan te pas komt.’

Ervaren heeft dan kennelijk, in tegenstelling tot beleven, iets met realiteitszin te maken. Zoiets als wakend weten dat je wakker bent, maar dromend niet weten dat je droomt. Wat ben je blij als je uit een nachtmerrie wakker wordt, want dan besef je dat het maar een droom was en geen werkelijkheid. De vraag is nu of we in virtual reality onze realiteitszin kunnen kwijtraken. Tegelijk doet niemand er moeilijk over als we ons in andere werelden laten dompelen door bijvoorbeeld films, boeken, fantasie en kunst. Dan zijn we ook even in andere werelden en zonder die belevenissen zou ons leven gortdroog en saai worden. Christiaan Weijts zegt het ook zelf. ‘Virtual reality is natuurlijk zo oud als het kampvuur. Al sinds we elkaar verhalen vertellen, kunnen we ons verplaatsen in fictieve werelden. We hebben alleen steeds geavanceerdere hulpmiddelen uitgevonden die ons daarbij helpen. Het kampvuur evolueerde tot amfitheaters, romans, hoorspelen, bioscopen en Netflix. En het is niet toevallig dat juist in verhalen, toneelstukken, romans en films de personages van alles uitvreten wat ons daarbuiten de kop zou kosten.’ In dat laatste ben ik zelf trouwens ook heel goed. 😉

Virtual reality kan ons inspireren, net zoals dromen dat kunnen. Christiaan Weijts onderkent dan ook het nut van wat hij ‘alsof-werelden’ noemt: ‘Aristoteles zag al hoe het theater zorgde voor een ‘catharsis’, een zuivering van gevoelens die in de echte samenleving schadelijk konden zijn. Volgens Freud zoekt onze fantasie de duistere kanten van het bestaan op zodat we er beter mee om kunnen gaan als we er in werkelijkheid mee geconfronteerd worden. De wetenschappelijke discussie of porno nu wel of niet voor minder seksueel geweld zorgt, is nog niet beslecht, maar het nut van ‘alsof’-werelden lijkt mij onmiskenbaar.’ Maar hoe ‘alsof’ zijn ze eigenlijk? Zijn virtuele werelden echt minder echt omdat je je erin kan verliezen? Omdat ik even geen ‘ik’ meer heb? En wat is er mis met jezelf te verliezen? En kan iemand überhaupt zichzelf vinden hij zichzelf niet kan verliezen? Zijn de momenten waarop we van de wereld zijn niet juist de ogenblikken waarop we inspiratie opdoen, juist omdat er dan geen ik is? Is wat Christiaan Weijts beleven noemt dan géén ervaren?

Kijkend naar mijn avatar in Second Life ben ik geneigd te zeggen dat ik dat ben. En dat is natuurlijk niet zo, want ik ben het zelf die ernaar zit te kijken. Tegelijk ben ik het wel omdat ik zelf deze avatar heb gemaakt. Ook als ik een verhaal schrijf identificeer ik me met de mensen die daarin rondlopen. Maar waar komen al die rollen die ik speel vandaan? Ik zou iets theatraal kunnen zeggen dat ik mijn ziel erin heb gelegd, dus het is maar net of je de ziel al of niet belangrijker of echter of realistischer vindt dan je real life materiële wereld. Maar misschien hoeven we niet te kiezen en kunnen we alle werelden naast elkaar laten bestaan omdat ze allemaal even echt zijn. Plato’s ideeënwereld, fantasieën en sprookjes, dromen, trance, virtual reality, psychedelische en mystieke ervaringen – zijn dan allemaal even echt en kunnen elkaar bevruchten. Er bestaat gewoon niet iets dat onecht is. Als ik op een avatar verliefd ben is dat gewoon echt, net zoals ik van onze knuffeldieren hou. Het gaat uiteindelijk om mijn ervaring, en een belevenis is ook een ervaring. De vraag in hoeverre dat ‘echt’ is lijkt me niet te beantwoorden, en is wellicht niet relevant. Alleen bewustzijn is echt.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Op naar Utrecht!

Date 1 oktober 2018

Ja, toegegeven. Ook ik ben als Blaricums raadslid enthousiast medeschuldig aan het initiatief om Laren en onze gemeente naar de provincie Utrecht te laten verhuizen. ‘Het is welletjes,’ zoals onze fractievoorzitter Willem Pel zegt. Niet alleen lokaal, maar ook in De Volkskrant hebben we aandacht gekregen. Het is niet onze eerste slechte ervaring met de provincie die graag oplossingen bedenkt voor problemen die er helemaal niet zijn. Eerder lagen we met haar overhoop over waar en hoe de HOV door Blaricum moest rijden, een hoogwaardig openbaar vervoer dat er allang is. Bus 320, waar je niemand over hoort klagen, integendeel. Nu wil de provincie ook uit het Goois Natuurreservaat stappen: wel de lusten maar niet de lasten van hun mooie tuin hier. En dan nu het opleggen van een fusie van ons en Laren met de gemeente Huizen. Als opstap naar één grote Gooistad. We willen weg uit deze doordrammende provincie. Vind je het gek. Gedeputeerde Jack van der Hoek (D66) heeft ‘met een glimlach’ kennis genomen van ons verzoek aan minister Kajsa Ollongren (ook D66) die al veel fusies door een slapende Tweede Kamer heeft geloodst, zoals recent die van Groningen met Haren en Ten Boer. Een glimlach van Jack van der Hoek. Hautainer en minachtender kan het bijna niet.

Het is logisch dat de provincie ingrijpt als gemeenten er een zooitje van maken. Het was alleen een hele klus voor de provincie om dat zooitje te vinden. Gebrek aan bestuurskracht bijvoorbeeld. Tijdens een bijeenkomst in De Witte Bergen hoorde ik een jongen van bureau Berenschot dat definiëren als ‘bereiken wat je bereiken wilt.’ Nou, wat mij betreft hoeven we niets te bereiken, zijn we tevreden met zoals het gaat. Omdat we al bereikt hebben met wat we willen met onze BEL Combinatie, een gemeenschappelijke regeling waarin de ambtenaren van Blaricum, Eemnes en Huizen samenwerken. Maar goed. Dan kun je een vaag begrip als bestuurskracht nog altijd meten met andere indicatoren – excuses voor wat managementtaal waarmee je als bestuurder toch wordt besmet. Cijfers en zo, waarmee velen menen kwaliteit te kunnen kwantificeren. Ze vinden dus allemaal instrumenten uit waarmee het tijdpad naar de stip op de horizon toekomstbestendig wordt. Niet gelukt, want hoe ze ook meten en berekenen: onze gemeenten blijken steeds bestuurskrachtig te zijn.

Wel jammer voor de provincie dat er geen bijpassend probleem is voor de gevonden oplossing van fusie. Ze zoeken het dus nu in de toekomst. Kleine gemeenten die zich sterk moeten maken tussen grote gemeenten als Amsterdam, Utrecht, Almere en Amersfoort. Maak je sterk, bereid je voor op concurrentie. Alsof je je nu alvast moet voorbereiden op een oorlog die er nog niet is, terwijl het juist angst is die juist oorlogen dichterbij brengt. Maar wellicht kan een fusie zélf wel aantonen dat je niet bestuurskrachtig bent. Want dan ligt alles jarenlang overhoop en heb je door al dat gereorganiseer weinig tijd meer over voor wat écht belangrijk is. En het is ook maar afwachten of je alle investeringen er op lange termijn uit haalt. Zo toonde het onderzoek van CEOLO aan dat dat echt niet het geval hoeft te zijn. Laatst reed ik mee met iemand die niet begreep wat ik tegen de fusie van onze gemeenten had. Maar op mijn vraag wat nu het eigenlijke probleem was had hij geen antwoord. Dat blijf ik vragen: wat is het probleem?

Wat ik tegen fusie heb? Dat ze bijvoorbeeld straks hier in de Bijvanck torenflats kunnen neerzetten. Net zoals de gemeente Huizen dat een jaar of tien geleden al vlakbij heeft gedaan. Met prachtige balkonhekjes, dat wel, maar ook mooie monsters blijven monsters. Met een fusie verlies je de controle over je eigen wijk of buurt. Verafgelegen bestuurders weten echt niet meer wat er in jouw omgeving afspeelt en wat daar belangrijk is. De afstand tussen burger en bestuur wordt groter, en daarmee is het een aanslag op de democratie. Want hoeveel heb je straks in de gemeenteraad van Gooistad nog in de melk te brokkelen als vertegenwoordiger van 10.000 inwoners in een gemeente van 250.000 inwoners? D66 zou zich beter gewoon 66 moeten noemen, dat is eerlijker. Een pluim trouwens voor de VVD in Laren die zich – in tegenstelling tot hun partijgenoten bij ons – achter het initiatief voor afscheiding van Noord-Holland heeft geschaard.

‘Als ik zie wat er allemaal in gemeenten gebeurt, vraag ik me af in welke wereld ik leef,’ hoorde ik de Commissaris van de Koning Johan Remkes onlangs zeggen op een bijeenkomst met gemeenteraden in Haarlem. Hilarisch gelach in de zaal, want bestuurders in hogere echelons weten echt niet meer wat er leeft onder de bevolking. Om de acht seconden gleed de bril van zijn neus, waarmee eigenlijk alles al was gezegd. Visie is taboe in de VVD, en ze realiseren zich meestal niet dat gemeenten de roots van de democratie zijn, zoals ik heb gelezen in het prachtig historisch gedocumenteerde boek Gemeente in de genen van Wim Voerman en Geerten Waling. Als je voor fusie bent, heb je gewoon maling aan democratie. Geef dat dan ook gewoon toe. En wat de ons welkom hetende provincie Utrecht betreft: zelfs een kind kan zien dat het Gooi een geografisch vreemd aanhangsel van Noord-Holland is dat qua natuur en cultuur helemaal niet bij haar past. Op naar Utrecht!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Sandalen voor PostNL

Date 28 september 2018

21 september. Een kaartje van PostNL. ‘Er is een pakket voor u bezorgd uit het buitenland.’ Huh? Van wie dan? Dat staat er niet bij. Ja, ik heb twee maanden geleden sandalen in Engeland besteld die nooit zijn aangekomen. Zouden die al die tijd over de wereld hebben gewandeld? Dan zullen ze al aardig versleten zijn. Weten ze bij PostNL dan echt niet wie de afzender is? Ik vind het toch een beetje eng. Misschien zitten er wel drugs of wapens in, en word ik gearresteerd zodra ik me bij Albert Heijn vertoon om het af te halen. Bovendien is de afstand tot die PostNL-locatie twee keer zo groot als die tot de meest dichtbije Albert Heijn. Mysterieus. Ik hou niet van dat vage gedoe. Brieven zonder afzender gooi ik ook het liefst linea recta in de papierbak. Als ik gebeld word en geen nummer zie, zit ik ook graag een tijdje voor de telefoon te puzzelen of ik zal opnemen of niet. Ik vind dat allemaal net zoiets als iemand die met een bivakmuts bij mijn voordeur staat. Terwijl ik in het dagelijks leven eerder te laag dan te hoog op paranoia scoor.

‘De totale kosten voor het invoeren van dit pakket bedragen EUR 19,30.’ Ook dat nog! Welke kosten? Kost het teveel drukinkt om dat ook even te vermelden? ‘Kijk voor meer informatie op post.nl/pakketbuitenland.’ Daar wordt verwezen naar track & trace. Klik. Daar moet ik mijn barcode en postcode invullen. ‘Bezorgd op Vrijdag 21 september om 10:27 uur.’ Was het maar waar! O, ze bedoelen bij die Albert Heijn! ‘Toon details.’ Klik. ‘Afzender onbekend.’ En: ‘Gewicht: 0,86 kg. Afmetingen: 13,5 x 27 x 37 cm.’ En: ‘Rembours- / inklaringskosten € 19,30.’ Rembours? Ik had alles al keurig via PayPal betaald. Inklaringskosten? In de menubalk klik ik op ‘Ontvangen’ en ‘Pakket uit het buitenland.’ ‘Als je een pakket ontvangt uit een land binnen de Europese Unie, dan betaal je geen extra kosten,’ lees ik. Omdat in een pakket met het aangegeven gewicht en formaat keurig een paar sandalen past, lijkt het erop dat het uit Engeland komt, dat nog net tot de EU behoort. Of neemt de douane alvast een voorschot op de Brexit?

Toegegeven: ik had er al eerder over met PostNL gebeld, want ik had met de track & trace van de Engelse leverancier het pakket in Nederland opgespoord, waar PostNL me verwees naar een webformulier dat ik moest invullen. Gelukkig zag ik nog net voor het invullen daarvan onderaan staan dat ik voor behandeling € 13,- voor afhandelingskosten moet betalen. Nee dus. Stuur maar terug, die sandalen! Inmiddels heb ik al andere gekocht en in dit jaargetij heb ik er weinig meer aan. ‘Zonder afhalen retour zenden?’ zie ik een paar pagina’s terug op de site van PostNL. Klik. Daar moet ik mijn e-mailadres en wachtwoord invullen om in te loggen. ‘Wachtwoord vergeten?’ wordt me gevraagd. En: ‘Geen account? Maak er één, dat is zo gebeurd.’ Pfff … Ik doe helemaal niets, PostNL. Zoekt u het maar lekker uit. Twee maanden wachten voordat ik iets hoor over een pakketje uit het buitenland vind ik toch echt iets te lang, zeker als ik met extra kosten word geconfronteerd. Eet u ze maar lekker op, die sandalen!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites