Reisgedachten

Date 22 juli 2017

Het mooiste reizen kent geen bestemming, het reizen zelf is de bestemming. Heerlijk om onderweg te zijn en niet te weten waar je heen gaat.

Ik reis liever in mijn geest dan in de wereld, want de geest kent geen grenzen.

Keer niet terug naar de mooiste plekken waar je geweest bent. Ze zullen minder mooi zijn, juist omdat je er al geweest bent.

Wat heerlijk is het om verdwaald te zijn, niet te weten waar je bent! Zwerven door een stad waarvan je de naam niet weet. Stoned in eentonige duinen of op donker strand de weg kwijt raken.

Ontspannen is voelen hoe moe je bent.

Toen ik jong was kon ik door heimwee worden verscheurd. Nu ik ouder ben verscheur ik de heimwee omdat ik overal thuis ben.

Zoals het klokje thuis tikt, tikt het overal.

In een vliegtuig geniet ik van de wolken en de wereld diep beneden me. Anderen kijken naar een film.

Reizen verpest het milieu. Als je je overal thuis voelt, hoef je niet meer zo nodig te reizen.

Ik hoef niet te reizen om anderen te ontmoeten. Liefde en schoonheid vereisen geen fysieke nabijheid maar een geestelijk samenzijn.

Wat is het fijn dat iedereen tegelijk op reis gaat! Eindelijk rust in het dorp!

Als de zon niet in je hart schijnt, schijnt hij nergens.

Zonnend op het Spaanse strand werd elke dag de zee van tijd die nog voor me lag steeds kleiner. De vrijheid van de vakantie kromp ineen en bleek steeds meer een illusie.

Hij die zo nodig met vakantie moet, is kennelijk thuis niet gelukkig.

Het nadeel van reizen is dat je toch jezelf meeneemt.

Grenzen zijn stippellijntjes die moeten suggereren dat mensen aan de andere kant een andere ziel hebben.

Armoede is je vereenzelvigen met je eigen volk of cultuur. Zolang je niet verlicht bent is elk thuis een illusie.

Nergens is vrede. Wees nergens. (Freek de Jonge)

Maar al te vaak is de herinnering aan een reis mooier dan de reis zelf. Misschien dat we daarom alles fotograferen en filmen, om later eindelijk te zijn waar we niet geweest zijn.

Hoe ik ook reis: ik sta stil en de wereld draait onder me door.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De Stijl

Date 13 juli 2017

Een eeuw De Stijl was de aanleiding om dit jaar veel aandacht te geven aan deze midden in de Eerste Wereldoorlog ontstane nieuwe kunstbeweging. In november 1917 liet Theo van Doesburg het eerste nummer van het gelijknamige tijdschrift verschijnen, dat de lijm van een artistieke vernieuwing zou worden waarin mensen als Piet Mondriaan, Bart van der Leck en Gerrit Rietveld elkaar vonden. Vriend had nog een cadeautje van me te goed, dus trakteerde ik in mei op een dagje Gemeentemuseum in Den Haag. Tram 6 stopte er voor de ingang van het prachtige art-decogebouw van Berlage, waar een tentoonstelling was gewijd aan Mondriaan en Van der Leck. Ik heb iets met hun abstracte kunst, terwijl dat toch eigenlijk niets zou moeten zijn voor de romanticus die ik ben. Ik kan het niet mooi of lelijk vinden, en toch raak ik erdoor geboeid. Wat wilden die mensen eigenlijk? De kern. Het wezen.

Als een digitale film hapert zie je soms eerst grote blokken op het beeld, reuzepixels die zich nog moeten splitsen om tot iets herkenbaars uit te kristalliseren. Van der Leck deed het omgekeerde, zodat alleen het meest essentiële overbleef. Blokjes rood, geel en blauw, die de lievelingskleuren van De Stijl waren omdat ze de essentie van alle kleuren zijn, net zoals onze printers alleen die drie kleuren nodig hebben om foto’s af te drukken. Naast zwart, maar ook dat hoorde bij De Stijl. Hoewel? Mondriaan ging zijn kleurvlakjes binnen grijszwarte lijnen vangen, en dat ging Van der Leck toch echt te ver, en dat stond aan het begin van hun verwijdering. Het lijkt alsof het nergens over gaat, maar als je goed kijkt naar hoe mensen dingen tekenen, zie je hetzelfde rare verschijnsel dat meestal begonnen wordt met de omtrek, die dan later ingekleurd wordt. Maar die zwarte afbakenende lijntjes zie je nooit in het echt, dan zou de wereld er heel raar uitzien. Wilde Van der Leck met zijn abstractie een soort superrealisme uitdrukken? Maar waarom dan niet één groot grenzenloos mooi grijs vlak geschilderd, als het wezen van alle kleuren met licht en donker ineen? Met al dit soort vragen in mijn hoofd kijk ik toch anders naar schilderijen als het verguisde Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue – ook weer die drie primaire kleuren – van Barnett Newman. Kuierend door het museum geeft alles me veel te denken.

Is dit allemaal niet veel te rationeel? Waar is het gevoel, de emotie, de ontroering gebleven? Of gaat het voorbij aan deze menselijke beroeringen en wil het dit alles overstijgen, ons ervan verlossen? Als kind zei het me in elk geval weinig. Ja, er woonde een opa in de zijvleugel van het huis in Blaricum en die mochten we niet storen. Wist ik veel dat die geheimzinnige opa Van der Leck was. Later, nadat hij in 1958 was overleden, ben ik wel eens in dat atelier geweest, maar het enige dat ik me herinner is dat er een zwarte vleugel stond, in tegenstelling tot een witte vleugel in het woonhuis. Misschien was oom Ludwig daar wel pianoles gaan geven, want dat was zijn vak. Maar ik was nauwelijks geïnteresseerd in de schilderijen van Van der Leck die in het huis hingen, of in de stoel in mijn slaapkamer die een ongeverfd prototype van een Rietveldstoel was. Het zou wel. Als romanticus luisterde ik daar liever naar grammofoonplaatjes van de West Side Story, en naar Yesterday van The Beatles dat ik daar voor het eerst hoorde.

Tram 6 terug naar de binnenstad. Een biertje op het terras van Rootz op de Grote Marktstraat. Op advies van smulpaap Robbie een Indonesische maaltijd in het gezellige Garoeda op de Kneuterdijk, waarvan we toen nog niet wisten dat het om hygiënische redenen gesloten zou worden. Toen weer terug naar Blaricum, waar onlangs een hut van Mondriaan is gerestaureerd. Voor mij hangt de sfeer van kunst, wetenschap en commune hier nog steeds in de lucht en is dit een ideale grond van eigenwijsheid waarop dit alles kan groeien. Zoals De Stijl gebloeid heeft en nog steeds inspireert.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Terug naar Af

Date 30 juni 2017

Ik ben zo naief! Want ik dacht dat met het openen van de Noord/Zuidlijn en het op de schop gooien van veel monumenten – ik vind dat oude tramlijnen ook de status van monument moeten hebben – het openbaar vervoer wel af zou zijn. Nu lees ik net vanmorgen dat er nog veel en veel meer plannen voor dit netwerk zijn, die tot 2040 lopen! Waarom maken ze alles niet meteen in één keer goed? Zodat je eens kan zeggen dat alles gewoon af is?

Amsterdam moet groeien. Toekomstbestendig zijn. Er komen steeds meer mensen in de Randstad, dus moeten er woningen bij. Alsof er elders in het land niet ruimte zat is. Maar daar is dan weer te weinig werkgelegenheid. Waarom? Omdat bedrijven zich liever in de Randstad vestigen dan in een oostelijke provincie. In Amsterdam – spreek uit: Emsterdem – profileer je jezelf immers internationaal, dus daar moet je wezen! En toeristen beklimmen graag het ‘I Amsterdam’ voor het Rijksmuseum (dat er in feite áchter staat), terwijl ik puzzel of ‘sterdam’ een zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord is. Amsterdam is gewoon vól jongens! Geef gewoon toe dat het leven daar een heksenketel wordt, en hou op met het bijna vijfjaarlijkse verbreden van de A1, uitbreidingen van en verbindingen met luchthavens, want met al die groei maak je iedereen gewoon … gek! In den driekamerflatje laat je toch ook niet 15 mensen wonen?

Stilstand is achteruitgang. Ik weet niet wie dat bedacht heeft, maar als je dat gelooft heb je echt zitten suffen in de schoolbanken. En wat is er tegen achteruitgang? Dat er weer een beetje rust komt in de samenleving? Was het leven in de vorige decennia dan zoveel slechter dan nu? Mijn vriend gebruikt nog steeds mijn oude Nokia 3120 en leeft wat dat betreft gezonder dan ik. Ik denk dat ze met die stilstand bedoelen dat we moeten blijven concurreren omdat we anders ten onder zouden gaan. Leuk idee, die vrije markt, maar ik zoek nog steeds waar die dan eigenlijk is, want ik zie hem niet. Hoe groter je bent, hoe makkelijker je een deal met de belastingdienst kan sluiten omdat je belangrijk bent door ‘de economie’. De economie. Ook zoiets waarnaar ik nog steeds op zoek ben. Iets vaags – bruto binnenlands product of zo – waarvan de grootte omgekeerd evenredig is met welzijn, en áls er zoiets bestaat is het zeker niet toekomstbestendig omdat het de aarde naar de ondergang helpt.

Maar de overheid stimuleert dat. Groter, groter en nog eens groter, want owee als ons landje zich niet internationaal profileert. Zo is ook voor ouderwetse oubollige dorpjes als Blaricum geen plaats meer, want gemeenten moeten minstens honderdduizend inwoners hebben om zich sterk te maken in een markt waar men meer gelooft in concurrentie dan in samenwerking, Blaricum moet fuseren, niet omdat het slecht gaat maar om toekomstbestendig te blijven. Ons pionnetje staat op de Dorpsstraat, Ons Dorp, en moet opgejaagd worden naar Kalverstraat, Amsterdam. Alsof je daar zou willen wonen! Zelfs machtsmisbruik is voor de provincie legitiem om een fusie erdoorheen te jagen. Ja, niemand neemt dat woord in de mond, maar iedereen weet dat het zo is. Veel bestuurlijke drukte nu dus in het Gooi. En nu maar wachten tot Blaricum een buitenwijk van Amsterdam is, volgebouwd met torenflats en snelwegen onder de herrie van vliegveld Lelystad.

Eén troost. We gáán uiteindelijk terug naar Af! Als we niet over een paar honderd jaar of korter door klimaatverandering ten onder zijn gegaan, zullen er vast historici opstaan die de oorspronkelijke route van lijn 9 weer opgraven en onder het puin van beton ontdekken dat er vroeger veel groen was in het Gooi.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Hippies

Date 17 juni 2017

Precies vijftig jaar geleden vond het festival plaats dat beschouwd kan worden als de geboorte van de hippiebeweging. In Monterey in Californië, ten zuiden van San Francisco, van 16 tot 18 juni 1967. Het beroemde lied van Scott McKenzie was bedoeld om dit aan te kondigen. ‘Be sure to wear flowers in your hair’ is de bijtitel van dit lied San Francisco, maar op de filmpjes die daar nog van zijn zie ik geen bloemen op het hoofd van de zanger. En toch… Elke keer dat ik dat lied hoor waan ik me in de zomer van 1967.

Heb ik zelf ooit met bloemen in mijn haar rondgelopen? Vaag herinner ik me dat dit één keer gebeurd is, want als alternatieveling ging je natuurlijk niet mee met welke mode dan ook. Een tikje idealistisch is het lied: ‘There’s a whole generation with a new explanation,’ maar hoe warm mijn hart ook was voor de hippies, ik moest het eerst nog zien, dat verbeteren van de wereld en zo. Het opgeven van studie, het verlaten van huis en haard om als een Easy Rider door de wereld te gaan trekken ging me iets te ver. En al die mooie woorden over liefde… Ik moest het nog zien, maar tegelijk voelde ik me toch wat schuldig omdat ik zelf niet in het diepe durfde te springen, huis en haard niet durfde te verlaten om de rest van mijn leven op maïskorrels te knabbelen. Was dat liefde?

Op de televisie – hoe anders in die tijd? – zag ik The Who hun muziekinstallatie in elkaar rammen en in Monterey stak Jimmy Hendrix zijn gitaar in de fik. Gruwelijk! Veel muziek was van haat vervuld, haat jegens ouders, jegens het establishment, jegens de burgerlijke ‘squares’, en zat vol van de vaak voor wereldverbeteraars zo kenmerkende arrogantie. Was dat liefde? Ik had niks tegen seks, drugs en rock and roll, integendeel. Maar ik had wel iets tegen de verplichting om daaraan mee te doen. Heb trouwens nooit echt de behoefte gevoeld om in grote manifestaties mee te doen met grote mensenmassa’s. Dat doe ik liever met mijn gedachten, door erover te praten en te schrijven, met mijn manier van leven.

Dus ja, ik deed wél mee, maar dan wel op mijn eigen manier. Ik nam het op voor Timothy Leary, maar vraag me tot vandaag de dag af of hij echt door de grote massa van hippies begrepen is. Hetzelfde voor het Oosterse gedachtengoed. Voor Pink Floyd. Wat stelde dat trippen eigenlijk voor als lsd alleen maar voor genot werd gebruikt in plaats van voor bewustzijn? Protestzangers vond ik vaak hypocriet. Ik stond, en sta nog altijd, ronduit achter de ideeën die over de wereld werden verspreid, maar had twijfels over de manier waarop ermee werd omgegaan. Een klassiek dilemma: ben je voor of tegen een beweging waarvan je de roots wel ziet zitten maar de uitwerking ervan minder of niet? Zoiets als dat je wel in Christus gelooft maar niet in de kerk.

De jaren zestig waren natuurlijk niet alleen jaren van hippies, maar ook van terecht protest. Ook daar ging wel eens iets mis. Zo is tegenwoordig bijna iedereen het erover eens dat Claus die rookbommen niet had verdiend. Jongeren stonden op de barricades, vrouwen knokten voor de pil en abortus, homo’s gingen zich emanciperen, de Vietnamoorlog werd onhoudbaar. Waar hippies de weg naar binnen bewandelden, gingen demonstranten de weg naar buiten. Maar voor mij is de weg naar binnen altijd belangrijker geweest dan die naar buiten, zelfs een voorwaarde daarvoor: verbeter de wereld, begin bij jezelf. Nee, er stonden geen mensen met bloemen in het haar op de barricades, maar demonstranten en hippies hebben nooit tegenover elkaar gestaan en vulden elkaar eerder aan dan dat ze elkaars tegenpolen waren.

Mijn hart altijd bij de hippies gebleven. Een stelletje ongeregeld was het, met een groot gehalte aan mafkezen. Maar wat misschien belangrijker is: ze gingen hun eigen kleurige weg, durfden het leven te leven, meer dan welke jeugdbeweging ooit trokken zij zich niets aan van heersende normen en waarden, en bouwden zij niet alleen hun jointjes maar een hele eigen unieke wereld. Ze brachten oosters gedachtengoed naar het Westen, samen met hun kritiek op en protest tegen misstanden. Ja, daar ging wel eens iets mis. Maar moet je tegen revolutie zijn omdat dat niet zonder collateral damage kan? En wie er verantwoordelijk voor dat er überhaupt een revolutie ontstaat? Want veel bestuurders vrágen gewoon om revolutie, zeker vandaag de dag. Velen zeggen dat we het eigenlijk best goed hebben, maar dat gaat dan alleen om uiterlijkheden, want van ons innerlijk blijft steeds minder over.

Veel van wat we tegenwoordig heel normaal vinden – van kleding en lang haar tot opvattingen over religie en seksualiteit – is toen begonnen, zodat je je niet meer kan voorstellen hoe de wereld er in de jaren vijftig en begin jaren zestig uitzag. Dat hebben we wel mooi aan de hippies te danken, een cultuuromslag die vijftig jaar geleden is begonnen. Méér dan maf en indolent, want bezield. Het zaad was gezaaid. Ik geloofde er wel in, maar had zo mijn twijfels of het zaad zou gaan bloeien. Gelukkig kreeg ik ongelijk.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Body Worlds

Date 9 juni 2017

Zelfkennis, het gnothi seauton op de tempel van Delphi, is een van de kernwaarden van veel religies en spirituele bewegingen. Net als het gaan van de weg naar binnen. Dat wordt meestal niet letterlijk opgevat, want zeer weinigen boren gaatjes in zichzelf om in hun eigen lichaam van binnen te zien. Toch in het interessant om eens een kijkje onder de menselijke huid te nemen om te zien hoe het inwendige allemaal in elkaar zit. Anatomie heet dat, een uitvinding van kannibalen, zo lees ik in het boek bij de tentoonstelling Body Worlds die ik van de week bezocht. Natuurlijk weten we wel in grote lijnen wat we allemaal in ons dragen, en een kleine zoektocht op het internet of in anatomische boeken geeft een aardig beeld daarvan. Maar toch. Dat is nog niet echt, tweedimensionaal. Daar brengt een bezoek aan bovengenoemde expositie verandering in, want daar is het hele inwendige van het menselijke lichaam te zien zoals het er in het echt uitziet. Dit dank zij de vele mensen die hun lichaam hiervoor na hun dood beschikbaar hebben gesteld. Dat wordt dan geplastineerd, een techniek waardoor alles er qua vorm en kleur heel natuurlijk uitziet. Ik zou bijna zeggen: je ziet het inwendige lichaam in levende lijve. Zoals het is. Eng om te zien? Macaber dat je het überhaupt wil zien? Toegegeven: ik nam op de tramhalte tegenover de tentoonstelling op het Damrak eerst nog wat trekjes voordat ik naar binnen ging.

Het is helemaal niet eng, maar gewoon mooi! Iets om met respect te bekijken, wat ook bleek uit de stilte die onder de bezoekers heerste. Met de lift ga je naar de zesde verdieping waar hersenen en het zenuwstelsel te bewonderen zijn. Elke verdieping lager is aan een ander aspect van het lichaam gewijd, totdat je op de begane grond kijkt naar embryo’s die er, samen met de placenta, uitzien als kleine witte wolkjes waaruit zich foetussen ontwikkelen. Ik kan me best voorstellen dat mensen in God geloven want alles in het lichaam heeft met alles te maken: de bloedsomloop, de longen, het spijsverteringskanaal, het zenuwstelsel, het bewegingsapparaat, gesteund door het skelet en beschermd door de huid, probeer het maar eens bij elkaar te knutselen. Vitrines met geopende hersenen, en die ook laten zien wat er bij het dementeren gebeurt. Het centrale en autonome zenuwstelsel. Het hart met zijn boezems en kamers, samen met hoe dat eruit ziet na een infarct en bij hartvergroting. De longen, waarbij ook getoond wordt hoe rokerslongen eruitzien, helemaal grijs. Hoe van slok- tot endeldarm het voedsel door de buik kronkelt, waarbij de maag kleiner is dan ik dacht. De functies van lever, alvleesklier, milt en nieren. Mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen. En natuurlijk de spieren. Vaak zijn complete mensen in natuurlijke houdingen opgesteld, zoals bij een discuswerper en iemand die zit te schaken. Er is weinig in het lichaam dat je niet tegenkomt op deze mooie expositie, hoewel ik me niet herinner een menselijk oog gezien te hebben, in tegenstelling tot het oor met zijn gehoorbeentjes, slakkenhuis en evenwichtsorgaan.

Ik heb me niet door een koptelefoon laten rondleiden. De toelichtingen bij de vitrines en opstellingen vertelden me genoeg. Maar misschien heb ik toch wat weetjes gemist die in het boek vermeld worden. Dat het totale bloedvatenstelsel, inclusief haarvaten, een lengte heeft van 96.500 kilometer. Dat de grote hersenen, als je de windingen eruit strijkt, een oppervlakte hebben van anderhalve vierkante meter. Macaber of eng? Welnee, het is goed om te weten hoe je van binnen in elkaar zit. En Body Worlds is zeker een tentoonstelling die leerlingen op school zouden moeten bezoeken. Om zelfkennis in real life – om het maar even zo te noemen – op te doen, en niet uit boekjes of van beeldschermen. Anatomie is iets wat ik in esoterische kringen mis als ze het hebben over astrale, mentale en nog hogere lichamen die ons bezielen. Daar blijven dat vage wolken, het liefst in mooie kleuren, en dat is het dan. Niet dat ik daar niet in geloof, integendeel, maar het gevaar van exposities in deze is dat je voor je het weet echt gaat geloven dat hersenen bewustzijn genereren, en dat intuïtie niet veel meer is dan een lager gevoel dat in de buik opwelt. Maar tussen geboorte en sterven zitten we in dit lichaam zodat het handig is er het een en ander van af te weten. Of beter: het lichaam zit in ons, want wie of wat is degene die dit alles bekijkt en ervaart?

Vroeger trachtte ik mij wel eens voor te stellen dat mijn huid en mijn schedel transparant waren en ik weet eigenlijk niet waarom dat niet zo is. Misschien zijn veel mensen nog niet klaar voor zo’n doorkijkje. Maar ik wel, en ik kom er zeker nog eens terug!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Sgt. Pepper

Date 1 juni 2017

Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band kwam in ons land pas op 7 juni 1967 uit. Las ik. Blijkt te kloppen, want volgens mijn dagboek was ik er als de kippen bij en schreef ik die dag al over de diverse nummers waarvan ik She’s Leaving Home en A Day In The Life kennelijk de mooiste vond, want daar begon ik mee. En ik vermeld ook dat de release eigenlijk twee dagen later was gepland. Ik las onlangs dat we die zes dagen extra wachten – wat best moeilijk geweest zal zijn – te danken hadden aan een staking op Schiphol. Tussen de regels door lees ik dat ik onder de indruk was van het feit dat het een – wat wij nu noemen – een conceptalbum was: de nummers vloeiden in elkaar over waardoor de langspeelplaat één geheel was, wat zeker versterkt werd door de reprise van de titelsong tegen het eind van de elpee, zoals een album indertijd werd genoemd. De zeven vorige albums bevatten altijd, met uitzondering van A Hard Day’s Night, veertien liedjes die onderling weinig verband met elkaar hoefden te hebben, terwijl je bij Sgt. Pepper echt een concert bijwoonde. Ook las ik laatst dat het prachtige Strawberry Fields Forever bijna ook op Sgt. Pepper een plekje had gevonden. Qua sfeer past het er inderdaad uitstekend bij.

It was fifty years ago today, en dat wordt gevierd met een remastering die prachtig schijnt te zijn, maar ik moet die nog horen. Ik vind dat toch een beetje eng. Alsof daarmee de oorspronkelijke sfeer van het album tekort zal worden gedaan. Mijn twijfel sluit aan bij discussies die ook binnen de wereld van de klassieke muziek spelen, waarbij sommigen zweren bij authentieke uitvoeringen met onder andere instrumenten, tempi en bezettingen uit de tijd dat ze gecomponeerd werden. Immers dáárvoor had Bach indertijd zijn werken geschreven en zó had hij zijn composities gehoord, net zoals The Beatles zich een halve eeuw geleden in de Abbey Road Studio’s moesten behelpen met de geluidstechniek van die tijd. Bij de klassieke muziek berust volgens aanhangers van de authentieke uitvoeringspraktijk het verbeteren van het origineel op speculatie, alsof je zeker weet dat Bach ervan genoten zou hebben. Maar dat kan je niet weten, dus moet je er met je vingers van afblijven. En zoals je je nu bij het beluisteren van veel opnames kan afvragen of je echt naar Bach luistert, ben ik benieuwd of ik straks bij het horen van de nieuwe editie van Sgt. Pepper echt naar The Beatles luister.

Wat ik indertijd nooit had verwacht, is dat de laatste jaren sommige groepen popmuziek van weleer opnieuw op het podium brengen, zoals de Pink Floyd Tribute Band. En zoals onlangs The Analogues in de Ziggo Dome. Frank ging erheen. Hij was net beëdigd als fractievertegenwoordiger toen hij me glunderend vertelde dat hij een kaartje voor dat concert had bemachtigd, en dat ze ook Sgt. Pepper integraal gingen uitvoeren. Maar ik was bang dat hij zich net als ik zou storen aan de onvermijdelijke alle geringste afwijkingen van het origineel, waarvan we immers zo’n beetje elke noot kennen. Ik ben benieuwd wat hij ervan heeft gevonden. Maar zelfs als het tegenvalt vind ik het prachtig dat zoiets gebeurt, mits de sfeer van het origineel goed wordt begrepen en opgepakt. Ik herinner me hoe Dolf van der Linden van het Metropoleorkest indertijd The Beatles maar niks vond, muziek die al snel vergeten zou zijn. Intussen zijn we hem zélf bijna vergeten en wordt serieuzere popmuziek klassiek. Popmuziek als serieuze muziek? Dat zingen en kwijlen over emoties, dat primitieve kabaal over seks, die psychedelische herrie over drugs? Ik heb altijd van zowel pop als klassiek gehouden. Wie alleen van klassieke muziek houdt ontkent zijn lichaam, wie alleen van popmuziek houdt ontkent zijn geest. En ik hou van beide.

Juist omdat ze niet meer optraden waren The Beatles niet meer gebonden aan een beperkte instrumentatie en konden ze in de studio zo’n rijk en bombastisch geheel produceren als Sgt. Pepper, dat een keerpunt in hun oeuvre was, gevolgd door The Magical Mystery Tour, het naamloze White Album en Abbey Road, die voor mij The Beatles op hun best zijn. Ook daarvan zullen wel allemaal remasters en nieuwe uitvoeringen volgen, waaruit blijkt hoe tijdloos popmuziek kan zijn. En we Lucy met haar diamanten nog lang in de hemel zullen ontwaren. Als we 64 zijn. Binnenin ons en buiten ons. Met een beetje hulp van onze vrienden.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Gemaakt van muziek

Date 31 mei 2017

Ik ben niet gemaakt van atomen, maar van muziek. Want soms is die zo mooi dat je er koude rillingen van krijgt, dat je mee vibreert en elke cel in je lijf elke noot, elk instrument, elke melodie en elke stem meezingt. Ik ben van Pink Floyd gemáákt, realiseerde ik me onlangs toen ik weer eens naar The Dark Side of the Moon luisterde, op goed volume. Ik luister niet naar de klanken en de teksten, ik bén ze. Alsof ik zelf de magneetband ben waarop de muziek indertijd is opgenomen, de matrijs ben waarmee het vinyl werd gestanst. De apotheose van dit album, de nummers Brain Damage en het aansluitende Eclipse, zijn in mijn wezen gegrift, zodat ze soms dagen lang in mijn hoofd kunnen spelen als ik ze maanden of langer niet meer uit mijn boxen of in oortjes heb gehoord. Misschien speel ik daarom zo weinig muziek de laatste jaren en blijft mijn kast met de prachtigste cd’s lang onberoerd. Ik moet toegeven dat ik er soms wel een beetje gek van word als ik muziek niet meer uit mijn hoofd kan zetten – gekte is trouwens een centraal thema van Pink Floyd – en de beste remedie om mijn hoofd weer een beetje stil te leggen is de muziek in real life te gaan beluisteren.

Muziek is voor mij de hoogste kunstvorm. Iets bekijken geeft afstand, iets beluisteren gaat rechtstreeks je hoofd in. Zelfs zodanig dat de muziek overal lijkt te zijn. Bij het orkest waar je naar luistert en tegelijk in je hoofd. Met andere woorden: muziek is de meest nonlokale kunst en omdat het letterlijk ín je is raak je er makkelijk mee gevuld. Toegegeven: onder het genot van misschien een jointje te veel was ik daar vroeger wel eens bang voor. Een klein onopvallend lachje middenin Maxwell’s Silver Hammer van The Beatles deed me schateren in mijn buik, maar ik vond het wel verwarrend en eng om door de muziek bezeten te worden. Dan schrok ik me elke keer wezenloos als na rustige en vredig kabbelende klanken – ook een huismerk van Pink Floyd – opeens een muur van snijdend en overweldigend geluid als een zee over me heen denderde in de derde minuut van het nummer Sysyphus (Part 4). Want deze groep kon wel aardig wild tekeer gaan, zoals in het rauwe Interstellar Overdrive dat ik nog steeds een prachtig nummer vind omdat je zo heerlijk rondtolt in de ruimte, ook helemaal echt Pink Floyd – spacy, psychedelisch.

Ook mijn geheugen is muziek. A Hard Day’s Night en Help! van The Beatles herinneren mij aan zomervakanties in Blaricum, We Can Work It Out aan de kleedkamer bij gymnastiek in januari, Good Day Sunshine aan het hete zand van het Sloterbad en ga zo maar eindeloos door. Muziek is het papier waarop mijn herinneringen zijn geschreven, en daarmee het ideale middel om me bepaalde gebeurtenissen weer voor de geest te halen. Zeg me welke muziek er was, en ik vertel je wat ik weet van die tijd. Wat ik weet omdat ik het voelde waardoor het diep in mijn merg is doorgedrongen. Dat geldt ook voor veel klassieke muziek. Bij sonates van Beethoven zit ik rond 1965 in Badhoevedorp in de kamer van een klasgenootje, bij An Der Schönen Blauen Donau van Strauss zwelg ik in 1968 een Londense bioscoop van 2001: A Space Odyssey en de Walkürenritt van Wagner rond 1995 aan een leuk primitief computerspelletje. Maar waar klassieke muziek me, meer dan popmuziek, aan herinnert is het tijdloze. Voorbij de wereld van gedachten en gevoelens waar geen woorden voor zijn, voorbij leven en sterven. Herinneringen aan een alles doordringende eeuwigheid.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Verstrengeling

Date 24 mei 2017

Over een paar decennia hebben we voor het overdragen van informatie helemaal geen kabels of straling meer nodig, waarmee ook het probleem van de elektrosmog verleden tijd zal zijn. Natuurlijk zal 5G er komen, en zal nog veel glasvezel worden uitgerold, maar over enkele tientallen jaren zal dit een ouderwetse achterhaalde techniek blijken om informatie uit te wisselen. Volgens de theorie van de kwantummechanica is er namelijk een veel snellere (want buiten de tijd) en veel meer uitgestrekte (want buiten de ruimte) methode om zenders en ontvangers aan elkaar te koppelen. Als het zover is – en experimenten laten zien dat het kan – zullen begrippen als mbps en bereik alleen nog maar in documenten uit grootvaders tijd te vinden zijn. Een berichtje naar de andere kant van het zonnestelsel zal per omgaande beantwoord kunnen worden en ook wordt het onmogelijk om gegevens te onderscheppen.

De kern hiervan is de kunst om elementaire deeltjes te verstrengelen, ofwel dat het ene deeltje het tegengestelde gaat doen van wat het andere doet. Begrippen als spin en lading komen dan op het toneel. Tijd en ruimte spelen daarin geen rol, en juist daarom is het helemaal niet strijdig met onze gangbare opvattingen die bijvoorbeeld zeggen dat niets sneller dan het licht kan. Gewoon omdat er geen snelheid en ruimte meer zijn als dingen tegelijk en op zowat oneindige afstand van elkaar gebeuren. Voor snelheid is beweging nodig, en die is er niet. Het mag duidelijk zijn dat computers ook veel sneller kunnen werken als ze geen stroompjes door draadjes meer hoeven te sturen. Bovendien werken kwantumcomputers sneller omdat ze werken met qubits die méér zijn dan een nul of een één. Een ingewikkeld verhaal, dat ook ik wel beter zou willen snappen. Maar ik begrijp wel dat die verstrengeling de kern ervan is.

Wellicht zijn deeltjes in onze hersenen verstrengeld met deeltjes in die van een ander, met die in een object, en wellicht met deeltjes die zich in een andere tijd bevinden. Daarmee zouden verschijnselen als telepathie, helderziendheid en kijken in het verleden en de toekomst verklaard kunnen worden. Maar het zal voor neurochirurgen best een hele klus zijn om die te vinden. En áls je al ergens een paar qubits in iemands hersenen vindt, heb je zijn partners in die andere tijd en/of ruimte nog niet gevonden. Sciencefiction allemaal? Ik denk dat de meeste science met fiction is begonnen. De transistor is in 1947 uitgevonden en de ontwikkeling ervan is razendsnel gegaan. Wellicht zullen de jongeren van nu er later alleen nog maar herinneringen aan hebben, omdat al onze huidige technologie hopeloos verouderd is. Maar deze toepassing van kwantummechanica zal alleen ten goede leiden als we als mensen ons zélf verstrengelen met elkaar, met de natuur en de planeet

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Weg met de man!

Date 15 mei 2017

Mannen hebben het maar moeilijk vandaag de dag. Maar daar hebben ze natuurlijk zelf om gevraagd. Want geef toe: zij zijn de eersten om de samenleving te ontwrichten. Of het nu een president, een bankier, een religieus leider is, of een inbreker of iemand is die te hard over de weg scheurt, meestal is het een man. Criminelen zoals hackers, oplichters en maffiosi zijn ook meestal mannen. Ergo: zonder mannen zou de wereld er een stuk beter uitzien. Maar sinds vrouwen zich terecht steeds meer emanciperen, voelen mannen zich extra bedreigd zodat ze als katten in het nauw steeds raardere sprongen maken, zodat ik soms wel eens denk dat het einde van de wereld nabij is. Ik vermoed dat voor de meeste vrouwen piemels geen decimeters lang hoeven te zijn, net zoals ze het vaak fijn vinden als mannen ook eens voor de kinderen gaan zorgen of een lekkere maaltijd gaan bereiden, kortom als mannen wat vrouwelijker durfden te zijn, zoals vrouwen zelf ook voor hun manlijke kant opkomen. Want dat zou natuurlijk het mooiste zijn, als iedereen zowel vrouw als man durfde te zijn. Ik geloof heilig in de androgyne mens.

Bij mij moet je er niet over beginnen dat de vrouwenemancipatie doorgeslagen is, want daar hebben mannen zelf om gevraagd, en het is wellicht de enige manier om gelijkheid af te dwingen. Mannen zijn vaak bang en laf, zeker de macho’s onder hen. En hoe meer hun testosteron bedreigd wordt, hoe gevaarlijker ze worden. Als er weer zo’n motorrijder met hels kabaal voorbijkomt, wordt de psycholoog in me wakker die me vertelt dat die stoere kerels waarschijnlijk een heel klein pikkie in hun leren broek hebben. Zielig, maar ook niet om medelijden mee te hebben. Ik moet toegeven dat amazones niet mijn lievelingsvrouwen zijn, maar van hen begrijp ik meer dan van die suffe onbewuste heteromannen die dromen van snelle, zogenaamd sportieve wagens, van macht en de beste prestaties in bed. Toen ze nog jongens waren, waren mannen wel leuk, maar na de puberteit begint de ellende. Met mannen is ook nauwelijks te praten, wat vooral in de politiek nogal onhandig is. Want wat je ook beweert, ze zullen altijd met tegenargumenten komen, en vertellen dat ze allang weten of hebben meegemaakt wat jou bezighoudt, want echt luisteren kunnen ze niet.

Weg met de man! Ja toch? Ze zijn nergens goed voor. Met uitzondering dan van de creatieve kunstenaars en wetenschappers onder hen, maar die zijn alleen maar zo dank zij hun vrouwelijke kant: intuïtie. Die mogen, ja moeten blijven. Maar voor de rest… Je hebt er een paar nodig voor de instandhouding van de soort, en zelfs daarbij kun je je afvragen of dat per se moet. Maar verder? Dat wordt héél diep nadenken. Misschien dat ze vroeger dachten dat besnijdenis zou helpen hun driften wat in te dammen, maar daar merk ik weinig van in het Midden-Oosten. Terwijl we meer dan ooit ons bekommeren om het welzijn van onze kinderen, vinden velen het toch acceptabel om stukjes van pikjes af te snijden. De perverseling die de besnijdenis bedacht heeft moet voor het gerecht gedaagd worden, zelfs al is het God zelf. Velen geloven dat ook Hij een man is, nou, dat hebben we geweten! Onze samenleving druipt van het testosteron, dat veel gevaarlijker is dan koolstofdioxide en methaan. Mannen zijn goed om voor een nageslacht te zorgen maar daar houdt het wel zo’n beetje mee op. Neuken in de keuken en dan linea recta de oven in met ze. Meteen geen overbevolking en voedselschaarste meer.

O help, wat schrijf ik nou weer? Ik ben zelf een man!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Dodenherdenking

Date 4 mei 2017

4 mei is de stilste dag van het jaar. Althans in mijn jonge jaren toen ik in het gloednieuwe Slotervaart woonde. In de jaren waarin Loe de Jong gedurende vijf jaar De Bezetting op de televisie presenteerde, met bijbehorende pocketboekjes die ik natuurlijk ook had. Twee minuten stilte waarop al het verkeer op straat stopte en iedereen, zweeg. Maar nu weet ik zeker dat het geraas van auto’s op de snelwegen gewoon door zal gaan, dat het merendeel van de bevolking het domweg vergeet, niet weet, niet wil, of wel iets anders aan zijn drukke hoofd heeft dan herdenken. Zo raakt heel stilletjes en geleidelijk de Tweede Wereldoorlog in de vergetelheid, en realiseren we ons steeds minder wat onze ouders en grootouders hebben meegemaakt en gedaan, waarvoor velen hebben gevochten en betaald met hun leven. Alsof we niet meer willen weten wat er voor onze vrijheid gekost heeft, alsof die een vanzelfsprekendheid is waarvoor we niemand meer dankbaar hoeven te zijn.

De herdenking verwatert omdat we steeds meer zijn gaan herdenken. Door alle discussies betrappen Fokke en Sukke zichzelf erop dat ze tóch aan vluchtelingen hebben gedacht. Want dominee Rikko Voorberg vindt dat we ook de duizenden moeten herdenken die verdronken in de Middellandse Zee. Waar is het eind als we ons niet meer tot de Tweede Wereldoorlog beperken maar alle slachtoffers van geweld moeten herdenken? Gaat het over een paar jaar ook over christenen die voor de leeuwen werden gegooid tot en met de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh? De Vietnamoorlog? De slachtoffers van 11 september? Syrië, Aleppo? Als we alles herdenken, herdenken we niets,’ zegt het Centrum Informatie en Documentatie Israël CIDI terecht. Dan herdenken we geen doden meer met ons hart, maar een abstractie met ons hoofd, wellicht omdat we te laf zijn om ons te verplaatsen in onze wereld tijdens de oorlogsjaren.

Zelfs het Nationaal 4 en 5 mei Comité wil steeds meer herdenken, terwijl ze rustig blijft adverteren op het seksistische en vrouwonvriendelijke DumpertReeten. Heel moedig van Rosanne Hertzberger die – hoewel ik het bepaald niet altijd met haar eens ben – fel van leer trekt tegen de mensonterende praktijken van GeenStijl onder wiens verantwoordelijkheid deze discriminatie valt. De Jodenhaat neemt toe, en het hedendaagse arrogante Israël draagt daar zelf ook aan bij met haar beleid jegens Palestijnen, waarmee het haar eigen graf graaft. Maar dat blijft niet in de verste verte vergelijkbaar met de holocaust van toen, een broedsel van opvattingen dat de laatste jaren heel geniepig de politieke arena infiltreert, net zoals tijdens de oorlog joden afgevoerd konden worden juist omdat de discriminatie zich in kleine stapjes voltrok en zo de weg naar concentratiekampen plaveide.

Echt gedenken is dat van het ergste van het ergste, en dat is voor mij nog steeds de Tweede Wereldoorlog. Als we die vergeten, kunnen we alles wel vergeten.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites