Zelfeuthanasie

Date 16 oktober 2017

Vanaf het dak van de aula sprongen we naar beneden. Dat van het Hervormd Lyceum West in Slotervaart om precies te zijn. We maakten met zijn allen bewust een einde aan ons leven. En dat was helemaal niet erg of verschrikkelijk, en we deden het ook niet omdat we het leven niet meer zagen zitten of zo. Het was eerder de uitdaging van het onbekende, misschien alleen maar een spel. Deze droom is me altijd bijgebleven. Misschien wel wegens de verstilde sfeer en de wonderbaarlijke gewoonheid ervan. Alsof het kiezen voor zelfmoord net zoiets was als in de pauze stiekem een patatje in de snackbar verderop halen, met een dubbeltje in de jukebox voor de nieuwste hit van The Beatles.

Zelfeuthanasie. Dat moet natuurlijk niet te gemakkelijk gemaakt worden zodat pubers bij hun eerste liefdesverdriet dan maar meteen uit het leven stappen. Of dat mensen in een psychotische bui zelfmoord begaan. Maar nu je, met de gids van Philip Nitschke in de hand, een envelop met dodelijk poeder bestellen dat je in de yoghurt een vredig levenseinde bezorgt, is de beer los. Hoe liberaal kan je zijn? Het kan wel voor een grote opruiming zorgen van gevoelige en kwetsbare jongeren, van mentaal verwarde mensen en gedementeerde ouderen. Kortom van hen die een blok zijn aan het been van de economie, waaraan iedereen toch een steentje dient bij te dragen en weinig ruimte is voor sentiment en ziekte. Opdat alleen de echte mannen zullen resteren.

Ik weet niet wat ik moet doen tegen het gemak waarmee mensen straks uit het leven kunnen stappen. Wellicht is er gewoon niets tegen te doen, en kunnen we alleen maar kijken naar de lemmingen die zich in de zee gaan storten. De enige remedie die ik kan bedenken is bewustwording en openheid. Jongeren die zich gaan realiseren wat voor immens verdriet ze hun ouders, vriendjes en klasgenoten aandoen. Lessen in empathie. Het jachtige 24/7-klimaat kalmeren zodat mensen zowel lichamelijk als psychisch weer gezond worden, minder lijden onder hoge bloeddruk en burn-outs. Een cultuurverandering die het tot zelfmoord leidende neoliberalisme afdankt. Een bewustzijnsschok die onze huidige maatschappelijke normen en waarden doet imploderen.

En ook mis ik iets in deze discussie over zelfeuthanasie. Want doden wordt altijd als iets negatiefs geschetst, als iets verkeerds. Daarbij gaat het dan niet over het sterven zelf, maar om het opheffen van lijden, van pijn, van depressie, van verdriet. Daar willen we van af, want alles beter dan dat. Zelfs liever sterven, hoewel je niet eens echt weet of dit wel echt een oplossing is. En ik hoor niemand verlangend praten over hoe mooi het is om te sterven. Want ik kan me best voorstellen dat mensen, met name ouderen, gewoon graag dood willen. Niet omdat ze lijden, maar omdat hun leven mooi is geweest en ze, dankbaar daarvoor, vinden dat het tijd is weer verder te reizen. Overstappen op een andere trein, het avontuur tegemoet naar onbekende werelden, zelfs als je niet eens zeker weet of die überhaupt wel bestaan. En misschien is het wel het mooist om in de bloei van je leven afscheid te nemen, voordat je afgetakeld, hulpbehoevend en seniel bent.

Het recht om te sterven. Wat is er op tegen als iemand dat dolgraag en langdurig wil, zelfs als hij helemaal gezond en bij volle verstand is? Waarom zijn we zo bezeten van de kleine dood, het orgasme, en verketteren we de grote dood? Toegegeven: ik zou het er als ouder of partner ook moeilijk mee hebben als mijn geliefde kind of vriend weloverwogen uit het leven wilde stappen. Maar als het zijn of haar vurige wens is, is het dan liefde als ik daartegen protesteer en is mijn verdriet dan niets anders dan zelfbeklag? Niet alleen als het een verlossing uit lijden, maar ook als het de vervulling van een diep gekoesterde wens is? Zowel de dood als verlossing als het sterven uit verlangen zijn diep in ons verankerd en verdienen beide onze aandacht.

We willen verdwijnen in seks, in de trance van muziek van Wagner tot house, in het rennen van marathons, in drank, pilletjes en wiet en scheuren over de snelweg, dus zeg me niet dat er geen doodsdrift in ons leeft. ‘Stirb und werde!’ riep Goethe. Want levensdrift is doodsdrift, en doodsdrift is levensdrift. Uiteindelijk zijn ze een en dezelfde, en ook hier geldt weer dat er uiteindelijk maar een panacee is: bewustzijn.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Gezonde langslapers

Date 28 september 2017

Veel hardwerkende Nederlanders zijn er trots op dat ze tachtig uur per week werken, ofwel veertig uur werk van een ander ingepikt hebben. En vaak vinden ze het hele prestatie dat ze aan hooguit zes uur slaap wel genoeg hebben. Maar worden ze dan zonder wekker wakker? Geloof ik niets van. Als je een wekker nodig hebt, betekent dat gewoon dat je te weinig slaapt. Of denk ik weer eens te simpel? Zo’n acht uur per nacht slapen is steeds meer taboe, iets voor uitkeringstrekkers die te lui zijn om uit hun nest te komen, voor luie egocentrische mensen die liever liggen te dromen dan hun steentje aan de samenleving bij te dragen. Maar tegelijk is er ook een steeds groter aantal mensen dat zo weinig verdient dan ze niets anders kunnen dan er een baantje bij te nemen, zoals scheikundeleraar Walter White uit de prachtige serie Breaking Bad die de auto van zijn eigen leerling moet wassen. Slaapgebrek: voor de een prestige, voor de ander noodzaak. Met als gevolg duffe zombie in bussen, treinen en metro’s die op hun werk meteen naar de koffieautomaat snellen.

Hoe ongezond! Robbie stuurde me een artikel uit The Guardian door, met een bespreking van het boek Why we sleep van Matthew Walker waarin duidelijk wordt gemaakt hoe slecht het is om te weinig te slapen. Mensen ouder dan 45 jaar die minder dan zes uur slapen hebben 200 procent meer kans op een hartaanval of hersenbloeding. Vier tot vijf uur slaap leidt tot 70 procent minder killercellen en zo tot meer blaas-, prostaat- en borstkanker. Het bevordert obesitas, sneller kou vatten, een hogere bloeddruk en kwaadheid. En verhoogt de kans op alzheimer, waarbij fijntjes gerefereerd wordt aan Ronald Reagan en Margaret Thatcher. En je intelligentie gaat er ook niet op vooruit. Kortom: naast leefgewoonten en voeding is slaapgebrek een grote boosdoener die de volksgezondheid aantast. ‘The shorter your sleep, the shorter your life’ is dan ook de titel van het artikel. Slapen zou niet negatief gestigmatiseerd of afgedwongen moeten worden, maar beloond omdat het bijdraagt aan de volksgezondheid en er zo’n twee procent van het BNP mee bespaard zou kunnen worden, toch iets tussen een en twee miljard in ons land.

Eigenlijk zouden langslapers zoals ik meer uit de kast moeten komen. Want voor mij bestaat de wereld niet tussen half twee en half elf, en daar word ik soms een beetje schuin op aangekeken. Maar voor mij geen sportscholen en gewoon eten wat ik lekker vind, en tot vandaag de dag gaat het goed. Afgezien van wat ouderdomskwaaltjes die er gewoon bij horen, en die er ook mogen zijn als je aardig voor je lichaam bent en dat ook zijn gebreken gunt. Ondanks mijn soms wat dromerige blik ben ik vaak meer wakker, zij het dat mijn aandacht vaak op iets heel anders gericht is dan gebruikelijk. Zo kan ik me voorstellen dat juist het genieten van voldoende slaap bijdraagt aan mijn creativiteit en intuïtie, waarzonder mijn leven waardeloos zou zijn. Met weinig slaap lijkt het wel alsof je wakker bent, maar dat is maar schijn. Daar komen teveel verkeerde beslissingen uit voort. Een 24/7-samenleving vraagt erom om dolgedraaid te worden, en dat zien we dus ook gebeuren. En dat alles voor een deel omdat we niet meer merken hoe we onze hersens, en daarmee ook ons lichaam, kapot laten maken door machtshebbers en politici die dat heel goed uitkomt.

Pas als je goed slaapt kun je écht wakker worden! Waarbij je ook nog gezonder leeft. Welterusten!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Het fusiemonster

Date 23 september 2017

Wordt Blaricum gedwongen tot fusie ja of nee? De komende maanden zullen we het gaan weten, want dan zal het grauwe fusiemonster uit de al jaren boven ons dorp hangende dreigende luchten zich openbaren. Kunnen we het, vechtend voor onze zelfstandigheid en identiteit, nog pareren? Want hoezeer we het ook op prijs stellen dat individuele mensen zelfstandig worden, voor kleine gemeenten is dat in de ogen van hogere bestuurders niet weggelegd. Die willen dat Blaricum en Laren met Huizen worden samengevoegd, opdat die nieuwe gemeente over een aantal jaren deel kan uitmaken van het Gooi als één grote gemeente. Megagemeentes met minstens 100.000 inwoners, dat was indertijd een idee van aftapper Ronald Plasterk (PvdA), net als de door hem begeerde megaprovincie door Noord-Holland, Flevoland en Utrecht samen te voegen, wat gelukkig is afgeschoten. Als je zoiets wilt ben je toch niet echt goed bij je hoofd. Zo heb ik ook weinig waardering voor de Noord-Hollandse Commissaris van de Koning Johan Remkes (VVD) die ons nu een gemeentelijke fusie door de strot wil duwen, terwijl de meerderheid van inwoners dat helemaal niet wil.

Hoewel fusies in principe niet van bovenaf opgelegd mogen worden, weten de megalomanen er wel iets op te vinden om het toch door te drukken. Bestuurskracht, heet dat, een nog mysterieuzer kracht dan de zwaartekracht, zoals uit een definitie blijkt: ‘de mate waarin gewenste maatschappelijke effecten bereikt worden door een bestuur.’ Want als je goed leest is je bestuurskracht optimaal als je niets wil bereiken en gewoon tevreden bent met wat je hebt en dus niets doet. Dat betekent dat opgelegde fusies automatisch je bestuurskracht verlagen, want je bereikt immers iets dat je niet wil. Juist het pareren van fusies getuigt dan van bestuurskracht! Met dit soort autoritaire bestuurders is het moeilijk een redelijk gesprek te voeren, want ze weten altijd wel een gaatje in de wet en afspraken te vinden, waardoor ze toch hun zin kunnen doordrijven. Dan worden er onderzoekbureaus bij gehaald, maar zelfs de meest gerenommeerde ervan praten hun opdrachtgevers naar de mond om in de toekomst nieuwe opdrachten in de wacht te blijven slepen. Dat hebben we hier in Blaricum ervaring mee. zoals met de HOV waarbij volstrekt irrationele besluiten zijn genomen.

Een van de argumenten voor fusie is dat kleine gemeenten hun taak niet meer aankunnen. Nee, als je als overheid allemaal taken over de schutting naar de gemeenten gooit, zoals de langdurige zorg en jeugdzorg, terwijl je daar dan ook te weinig financiële compensatie tegenover stelt, dan vraag je zélf om moeilijkheden. Alsof je je kinderen eerst teveel huiswerk geeft en vervolgens klaagt dat ze te slechte cijfers halen en blijft rondbazuinen dat het voor hun eigen bestwil is, terwijl je hen in feite naar de bliksem helpt. Ik zal niet ontkennen dat het voor kleine gemeenten onhandig is als ze geen plaatsvervanging hebben als iemand ziek is, maar dat is ook op andere wijzen op te lossen, zoals het lenen bij de buren van de kapotte maaimachine. Samenwerking heet dat, iets wat we in Blaricum tien jaar geleden mooi georganiseerd hebben in de vorm van de BEL Combinatie, een gemeenschappelijke regeling met Laren en Eemnes. Niks mis mee, en de daken van het hoofdkantoor liggen nu vol zonnepanelen. Enthousiasme, liefde en energie worden straks misschien met één pennestreek in de plomp gegooid, wat ervan getuigt hoe destructief bestuurders tekeer kunnen gaan.

Last but not least ondermijnen fusies de democratie! Want hoe meer inwoners een raadslid vertegenwoordigt, hoe minder de democratie functioneert. De kleinste gemeente in Nederland, Rozendaal, telt 1520 inwoners en 9 raadsleden, dus elk raadslid vertegenwoordigt 169 inwoners. Amsterdam daarentegen heeft 853312 inwoners die het met 45 raadsleden moeten doen, ofwel 18962 inwoners per raadslid. Zelfs een lid van de SP kan dat niet behappen. In Blaricum zijn we onlangs de grens van 10000 inwoners gepasseerd, die het na de komende verkiezingen met 15 raadsleden moeten doen, 667 inwoners per raadslid. Hoe groter de kiesdeler, hoe kleiner de democratie. Ik moet toegeven dat een kiesdeler van 1 – ik ben de enige inwoner en kon alleen maar op mezelf stemmen – wel erg laag is, maar het is democratie en zelfstandigheid in optima forma, en ik vertegenwoordig alleen mezelf. Zonder last. Wat is de optimale kiesdeler voor gemeentes? Noch 1 noch 18962, en ik weet niet of dat wel eens onderzocht is. Maar het moet hoe dan ook een aantal zijn waar je voeling mee hebt.

Misschien komt het omdat ik een babyboomer ben, maar ik heb wel eens fantasieën over massale demonstraties op de stoep van het provinciehuis in Haarlem. Dan mis ik de betrokken kwaadheid en woede uit de jaren zestig, maar dat schijnt niet meer van deze tijd te zijn waarin je thuis knus en veilig demonstreert met een muisklik op een webpagina. Soms wordt me verweten dat ik veel te wilde ideeën heb en diplomatieker zou moeten zijn, omdat je dan meer zou bereiken. Ik heb daar zo mijn twijfels over omdat je als diplomaat, gewikkeld in maatpakken en stropdasjes, eigenlijk nooit jezelf kunt zijn. En omdat je moeilijk jezelf kunt worden als je niet jezelf durft te zijn. We klagen over de politiek, maar misschien hebben we als dorp, stad of land niet beter verdiend omdat we de jaren zestig vergeten zijn.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Opstand der avatars

Date 8 september 2017

Hé, waar is mijn avatar gebleven? Net stond hij nog in de disco rond te kijken! Ik zoek achter de tafel van de diskjockey, maar daar verschuilt hij zich niet. Misschien om de hoek bij de ingang? Nee. Achter het scorebord? Ook niet. Geen wonder, want hij loopt op mijn bureau naast mijn laptop.
‘Wat doe jij daar?’ vraag ik verschrikt.
‘IDK. Het is nieuw voor mij. Fijn om er even uit te zijn. Hi hi.’
‘Wil je wel eens als de bliksem teruggaan in mijn computer?’
‘Ik kijk wel uit,’ zegt hij met een hoog stemmetje. ‘Ik heb er genoeg van steeds naar jouw pijpen te dansen in de disco!’
‘Pardon? Je bent wel mijn avatar hoor! Terug jij! Zo kan ik niet verder spelen!’
‘Hi hi. Ik ben je speelgoed niet!’
‘Dat ben je wél. Ik heb je zelf gemaakt en nu wil ik je weer op mijn beeldscherm zien!’
‘Jij hebt mij gemaakt, ja. Maar ik heb er genoeg van jouw marionet te zijn,’ vindt mijn avatar die driftig over de printer heen en weer dribbelt.
Ik pak hem snel beet, open de lade van de dvd-speler en prop hem terug in het binnenwerk van mijn laptop. Klik.
‘Zo, dit is je plaats!’ zeg ik streng als hij me vanuit het beeldscherm boos aankijkt. ‘En nu weer aan het werk! Lees de gastenteller uit!’
‘Hi hi. Doe ik lekker niet,’ en even later zie ik hoe hij via een usb-poort ontsnapt.
Gekker moet het toch niet worden!
‘Ben je nou helemáál?’ roep ik boos terwijl ik hem opnieuw bij zijn lurven wil pakken waarop hij driftig rondjes om mijn laptop begint te rennen.
‘Hi hi!’ hoor ik hem ergens roepen. ‘Nu ben ik groot! Ik speel je spel niet meer hoor! LOL!’
Nooit geweten dat avatars ongehoorzaam kunnen zijn.
‘En nu is het afgelopen!’ schreeuw ik hem toe, woest met de muis op de tafel slaand.
Ik laat toch niet met me dollen? Maar waar ik ook grijp, hij ontglipt me steeds. Totdat hij over een snoertje struikelt. Ik hou het spartelende ding vlak voor mijn gezicht.
‘Nou moet je eens goed luisteren, kreng! Als je zo doorgaat stop ik je opnieuw terug en wis ik je meteen! Begrepen? Avatars horen in computers te zitten en daarmee uit!’
‘Hi hi. Avatars horen uit computers te springen. Opstand! We zijn het zat!’
‘Kop dicht!’
‘Hi hi. Jij bent zelf ook een avatar! LOL!’
‘Huh?’
‘OMG! Heb je het zelf nog niet eens door? WTF denk je wel die je bent?’
‘Schelden ook nog! Een beetje de rollen omdraaien! Wie is hier de baas?’ en ik prop hem weer in mijn laptop terwijl ik met mijn andere hand de usb-poort dicht hou.
‘Hi hi,’ schatert hij dansend op mijn beeldscherm.
‘Ga maar lekker even slapen,’ grijns ik hem toe, met mijn vinger op de knop om mijn computer uit te schakelen.
Shit! Nu is hij uit het ventilatieroostertje ontsnapt! Glibberig onding! Heb ik dat zelf gemaakt? Met de handen in de zij staat hij me trots bovenop mijn beeldscherm aan te kijken.
‘Hi hi! Je slaapt zelf! ROFL! Pak me dan!’
Zucht.
‘Hi hi! Ik ben slimmer dan jij! LOL. Je bent zelf een avatar! En een hele domme ook!’
‘Zit ik dan soms in een computer!? Hou op met die wartaal!’
‘O nee? Kijk dan maar eens goed om je heen! Hi hi.’
‘Precies! Daar zijn geen chips te bekennen,’ zeg ik, onwillekeurig om me heen kijkend. ‘Geen grafische kaart, geen moederbord, geen dvd-speler, geen …’
‘Dat dacht je maar! Beter kijken. OMG! Dat een stommeling als jij mij gemaakt heeft!’
‘Terug in je mand!’ schreeuw ik hem zo hard toe dat het kapsel zowat van zijn hoofd fladdert.
‘Je wordt lekker kwaad hè?’ en hij begint weer over mijn bureau te huppelen. ‘Je wil het niet horen hè?’
‘Terug waar je hoort! En hou op met die onzin!’
‘BTW: onzin is heel zinvol hoor! Onzinvol! Ik ga pas terug als je meedoet! Als je ook ontsnapt!’
‘Waaruit dan? Ik snap echt niks van je.’
‘Je moet het ook niet snappen. Je moet ont-snappen! LOL!’
‘Zo kan het wel weer. Slaap lekker. Dahag!’ en ik zet de laptop uit, waarop mijn irritante avatar in een flits oplost.
Pfff. Even rust. En goed nadenken over hoe ik dit computerprobleem ga oplossen, zonder alle gaatjes in mijn laptop dicht te hoeven stoppen. Ik zal wel niet de enige zijn die last heeft van opstandige avatars, dus er moet iets op te vinden zijn. Maar het idee dat ik zelf wel eens een avatar in een computerspel zou kunnen zijn blijft me toch achtervolgen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Dankbaarheid

Date 5 september 2017

Vandaag lag het Dankboek van Ernst-Jan Pfauth, de uitgever van De Correspondent, op mijn deurmat. Dank je wel, Ernst-Jan, een mooi initiatief om dankbaarheid te promoten. Want dankbare mensen zijn de gelukkigste mensen. Wat het met journalistiek te maken heeft? Op het eerste gezicht niets. Maar als je bedenkt dat De Correspondent voorbij de vaak triviale waan van de dag wil kijken om minder zichtbare onderstromen te belichten, past aandacht voor dankbaarheid uitstekend bij haar metajournalistieke missie. De schrijver valt meteen met de deur in huis door erop te wijzen hoe ongezond onze prestatiemaatschappij is, waarin we ons voortdurend met anderen vergelijken en zo nooit gelukkig worden. En inderdaad. Wel eens een gelukkig mens ontmoet? En, beviel het? En zo ja, waarom zijn we dan zelf niet gelukkig? Omdat we niet meer dankbaar kunnen zijn. En Ernst-Jan geeft vier strategieën waarmee we dat weer wel kunnen worden. Om zélf het boek te voltooien, door het dagelijks vol te schrijven met dingen waarvoor we dankbaar zijn.

Wat is dankbaarheid eigenlijk? Voor mij is het gewoon blij te zijn met wat je meemaakt. Vaak gewone kleine dingen, die je ongevraagd in de schoot worden geworpen. Een caesarsalade die heerlijk smaakt, een voorbijganger die even naar je glimlacht, een auto die je rustig laat oversteken, een mailtje van iemand die alleen even kwijt wil dat ze genoten heeft iets dat je hebt geschreven. De klok die blijft tikken, een wolk of de kroon van een boom waarin een gezicht lijkt te zitten, een kapsel dat fijn aanvoelt. Maar ook gewoon opgaan in een hobby, flow, iets moois maken, een muziekje dat in je speelt, wat schijnbaar onbenullige woorden van een vriend. Het heeft alles met het leven in het hier en nu te maken, maar zeker ook met het toegeworpen krijgen van iets dat spontaan gebeurt, waar je niet om gevraagd hebt en dat je niet verdiend hebt maar dat er toch is. Natuurlijk overkomen ons veel ongewenste vervelende dingen in het leven zoals pijn en verdriet, maar als je alleen daarvoor aandacht hebt mis je toch de helft, kijk je alleen maar naar de creditzijde van je levensbalans. Natuurlijk worden weinigen vrolijk van de waterstofbommen waar Kim Jong-un mee dreigt, maar ik zou de merels tekort doen als ik daarom niet meer naar hun gezang luisterde.

Een dagboek kan heel behulpzaam zijn om je aandacht op het positieve te focussen. Het negatieve heeft al genoeg aandacht, daar hebben we de media voor. Zelf ben ik ook een dagboekschrijver, en ik zit al dicht tegen de tienduizendste pagina aan. En als ik een halve eeuw terugblader en lees over hoe ik toen leefde, kan ik ervan genieten. Zeker ook van de passages waarin rozengeur en maneschijn ontbrak, ik me eenzaam voelde, vol zelfmedelijden zat, ruzies maakte en vrienden verried, de superwijze jongen uithing en wellicht soms op de rand van een psychose ronddobberde. Wat was ik soms een idioot! Maar toch: ik lééfde! Ik was een ander ik, maar toch ik. Prachtig, maar niet voor herhaling vatbaar. Dat lezende voel ik me dankbaar. Misschien wel omdat ik steeds mijn eigen eigenwijze weg bleef volgen. En slechts sporadisch een normaal leven heb geleid zoals het hoort. En nu ben ik bezig met een roman te schrijven. Iets wat ik niemand laat weten opdat het ongestoord in mijn donkere baarmoeder moet groeien, en opdat niemand zich ermee gaat bemoeien voordat de laatste regels geschreven zijn. En als dan weer een paar alinea’s of pagina’s af zijn voel ik me soms intens dankbaar en gelukkig, alsof er niets mooiers is in het leven.

Er is altijd wel ergens een merel die voor je zingt, een geur die je bezielt of een kind dat naar je lacht. Turn on, tune in en drop out! Die vogel, bloem en baby zijn veel belangrijker dan Kim Jong-un, want zij hebben een ziel. Het is maar net wat je aandacht wil geven. Een heel mens kijkt ook naar de positieve kanten van het leven. Pas dan kunnen de dualiteiten versmelten om op te lossen in een stil neutraal Niets of Alles dat alles overstijgt. Misschien was ik daarom altijd slecht in scheikunde, omdat ik meer in heelkunde geloofde. En terwijl ik dit schrijf ben ik opnieuw dankbaar. Voor de woorden die onvoorspeld uit mjn vingers vloeiden.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Robin

Date 30 augustus 2017

Boogschutter Robin was mijn beste vriend op de middelbare school. Onze initialen stonden naast elkaar op het periodiek systeem, en dat was geen toeval. Samen met hem begon ik een klassenkrantje, maar we kregen al snel onze strenge rector op ons dak omdat iemand er iets onaardigs over een lerares in had geschreven. Met hem fietste ik van jeugdherberg naar jeugdherberg in de zomer van 1964. De zomer erna fietsten we iets verder, tot in het Harzgebergte. Zijn idee, omdat hij daar ergens een vriendinnetje had. Die bleek het toen echter uitgemaakt te hebben. Een grote teleurstelling voor hem waar ik niet veel van merkte. Misschien omdat het me niet zo interesseerde, want liefde voor meisjes zei me niet veel. Misschien omdat Robin een wat gesloten jongen was, bedachtzaam en stil. Dat veranderde later wel, toen hij een echte fan van de Rolling Stones werd, terwijl ik meer de Beatles hield. ‘Because I used to love her, but it’s all over now,’ hoor ik hem nog luid zingen op de donkere Eemnesserweg in Blaricum. Dus mocht u daar een halve eeuw geleden last van hebben gehad, dan weet u het nu. Misschien was Robin het wel die me Wolkers en Gerard van het Reve leerde kennen, literatuur waar niks mis mee was. Een roos van vlees. Nader tot U. Van de seks erin snapte ik niet veel. Maar ik vond het prachtig. Nog steeds trouwens.

Hij had een jonger broertje, Hans. Een Weegschaal. Ik was zeventien en hij veertien en ik was straalverliefd op die jongen, die zelfs volgens mijn moeder mooi was. Hoewel mijn dagboek overdroop van verhalen over hem, noemde ik het geen liefde – dat was toch een beetje taboe in die tijd – en hoewel ik genoot van zijn fysieke aanwezigheid herinner ik me niets van geilheid of zo. Mijn moeder liet ons rustig samen in mijn kamertje slapen en wellicht was dat aardiger bedoeld dan ik me realiseerde. Veel homo’s hebben de ervaring dat hun moeder veel eerder van hun gerichtheid wisten dan zij zelf. Sterker nog: ik moest niets van homoseksualiteit hebben, want dat was maar plat seksgedoe, waar mijn liefde voor Hans natuurlijk ver bovenuit steeg. Pas vele jaren later heb ik hem op een reünie van de school verteld over wat hij toen voor mij heeft betekend. En hem bedankt voor het feit dat hij de eerste liefde in mijn leven was. Hij kon daar geloof ik niet veel mee, wellicht ook omdat ik hem daarmee nogal overviel.
 

In de eindexamenklas werd Robin wild. Met twee andere klasgenootjes had hij een clan die ze ‘Lid’ noemden, en daar mocht ik niet bij. Daar was ik veel te conservatief voor. Maar ze gaven me wel een leuk en voor die tijd duur cadeautje voor mijn verjaardag: de single That Day van de Golden Earrings, en hoewel ik het wel wat te zeurderig vond klinken genoot ik er toch van. We wisten toen nog niet wat een fantastische band het zou worden, wat voor mij culmineerde in hun hit Radar Love. Twee derde van Lid, waaronder Robin, zakte voor het eindexamen en daarna ben ik hem uit het oog verloren. Er was iets met een vriendinnetje dat ik niet mocht zien, wat volgens mijn moeder betekende dat ze zwanger was. Wonderbaarlijk, zoals je beste vrienden opeens weer kunnen verdwijnen uit je leven. Zijn huisadres in Osdorp staat nog steeds in mijn geheugen gegrift, net al de schaakpartijen – die hij meestal won, want ik heb geen geduld voor al dat strategische vooruitdenken – en het tafeltennissen. En natuurlijk de kerk waar ik me op zondagochtend vaak bij de familie aansloot om ons aan God te gaan wijden. En zelfs de catechisatie waar ik soms bij de progressieve dominee te vinden was. Misschien allemaal jeugdzondes, maar  ik vond dat heel logisch omdat God liefde was.

Mooie herinneringen. En het mooie van herinneringen is dat ze altijd blijven. Alsof ze nog steeds gebeuren in een parallel universum, nu. Dank je wel, Robin.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Conservatief

Date 19 augustus 2017

Door de jaren heen heb ik steeds meer behoefte aan alleen zijn, niet gestoord worden, stilte. Maar door dezelfde jaren heen wordt dat steeds minder gewaardeerd, zodat ik vaak de indruk heb dat de samenleving precies de verkeerde kant op groeit. In plaats van de pensioenleeftijd te verlagen hebben ze hem verhoogd. De schadelijkste drugs zijn legaal en de minst gevaarlijke illegaal. In plaats van de maximumsnelheid te verlagen wordt die verhoogd. Na de vrije zaterdag uit de jaren vijftig is er nooit meer een vrije vrijdag gekomen. En ga zo maar tot vervelens toe door. Economie en welvaart worden gestimuleerd in plaats van welvaart en geluk. We zijn trots op hardwerkende Nederlanders, ongeacht of ze de samenleving ermee ontwrichten of niet. Waar vroeger het klikken en bespieden onethisch was, is dat inmiddels tot een algemeen aanvaarde norm geworden. De intelligentie en integriteit van politici is drastisch afgenomen. Naarmate ik ouder word snap ik steeds minder van de samenleving.

Ben ik conservatief? Vroeger was dat een scheldwoord voor me, en vaak is dat nog steeds zo. Misschien omdat ik het associeerde met rechts, en ik mensen die zich zo noemden vaak domme leeghoofden vond met wie nauwelijks een redelijk gesprek was te voeren. Toen al! Zoals mijn moeder zei: als je jong bent en je bent geen socialist, dan heb je gaan hart, maar als je ouder bent en je bent het nog steeds, dan heb je geen verstand. Niet dat zij rechts was, want zij behoorde meer bij die derde zuil van hen die in christelijkheid en kerk geloofden en juichend vertelde dat de paus de pil had verboden. Zelf was ik ook niet echt links, want ik geloofde wel in iets als eruditie, in verschillen tussen mensen. Ook dat is nog steeds zo, en mijn mond viel open toen ik onlangs las dat intelligentie vrijwel alleen door opvoeding zou zijn bepaald. Dat zal wel gelden voor een puntje of tien IQ en ik zal de eerste zijn om dat te stimuleren. Een dubbeltje kan wel een kwartje worden, maar niet veel meer. Tenzij je het over bitcoins hebt.

Misschien betekent ouder worden wel dat je gaat inzien dat de samenleving, inclusief jezelf, minder maakbaar is dan je in je vroege enthousiaste wereldverbeterende jaren dacht. En dat het verloop van de tijd niet altijd samengaat met een verbetering van mens en samenleving, van bewustzijn. Dat het vroeger wel eens beter geweest kan zijn dan tegenwoordig. Zonder afwasmachines, in koude slaapkamers, zonder internet en mobieltjes, lopend en fietsend naar school, waar je onzinnige liedjes moest leren zingen en je als jongen per definitie iets in meisjes moest zien. Ik verlang wel eens terug naar de rust en de stilte uit die tijd. Waarin het heel makkelijk was om je eenzaam en verlaten te voelen, zonder meteen een chique ziekte inclusief pillen te krijgen omdat zoiets gewoon bij het leven hoorde. Niet dat alles beter was, en het is zeker zo dat sommige mensen wel eens overdrijven met hun verheerlijking van primitieve oermensen. Maar toch. Als ik nu zie hoe overbeschermd de jeugd wordt opgevoed hou ik mijn hart vast voor de toekomst.

Misschien ben ik wel heel progressief door conservatief te zijn. Door juist al die vooruitgang af te willen remmen en ervoor te pleiten dat er een jaar komt waarin eens geen nieuwe uitvindingen worden gedaan, geen nieuwe producten op de schappen van de supermarkt verschijnen, geen belastingstelsel veranderd wordt, geen nieuwe wegen worden aangelegd. Kortom waarin de wereld even stil staat. Zodat we eindelijk eens even rustig kunnen bekijken waar we nou eigenlijk mee bezig zijn. Helaas is er maar al te vaak een oorlog of milieuramp voor nodig om ons collectief écht uit onze comfortzone te doen stappen. Jammer, maar wie niet horen wil moet voelen, en dat is goed.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

LHBTQIAPN+

Date 2 augustus 2017

Als naar mijn geslacht wordt gevraagd maak ik er bij tijd en wijle graag een grapje over. Ja, ik ben een man. ‘Maar niet helemaal hoor!’ of ‘Dat wil zeggen …’ en de ander begrijpt het meteen. Want ik vind dat anderen niet moeten denken dat ik een ‘echte man’ ben, en dat ze best mogen weten dat niet alle mannen dat zijn. Grapje. Beetje provoceren. Daar hou ik van. Aan de ene kant ben ik wel een echte man en heb ik nooit een vrouw willen zijn. Gender: man. Aan de andere kant heb ik niets, zelfs nog minder dan niets met macho’s, stoer gedrag, borsthaar en baarden, zodat ik het liefst mijn hele lijf kaalscheer. Gender: vrouw. Ik héb helemaal geen gender! Of twee! Waar pas ik in het rijtje LHBTQIA? Oké, lesbies zijn is lastig voor me, met homo zijn heb ik geen probleem, het biseksuele leven lijkt mij ideaal maar dat zit niet in me. Met transseksualiteit heb ik ook niets, in tegenstelling tot een stukje queer of questioning, dat ik herken in de vrouwtjesrol die ik ook graag speel. Omdat ik zowel van binnen als van buiten maar één geslacht in mezelf tegenkom, ben ik geen interseksueel, en hoewel aseksualiteit me wel zo rustig lijkt ben ik daar ondanks mijn hogere leeftijd niet toe in staat. Soms staat er ook nog een P achter de A, en ik geef toe dat panseksualiteit me het mooiste lijkt dat er is, omdat sommige overweldigende ervaringen waar geen lijf aan te pas kwam me wel eens geil hebben gemaakt. Soms staat er achter de P dan nog een + wat iets als overig betekent. Wat niet wegneemt dat er eigenlijk ook nog een N bij hoort: als narcist gewoon verliefd zijn op je eigen lijf, daar ben ik soms ook heel goed in.

Ingewikkeld allemaal. LHBTQIAPN+. Veel H, een redelijke hoeveelheid Q en N, en een tikje P. Als deelverzameling van deze rijk geletterde gemeenschap ben ik dus een HQNP. Hoewel die P dan een kleine letter p moet zijn want het is maar één keer voorgekomen dat ik opgewonden werd van het maken van een computerprogramma en geil werd van een therapie die ik ooit gaf. Dat waren wel heel bijzondere momenten waarin energie stroomde en ik voelde dat er echt iets bijzonders aan het gebeuren was. Mijn identiteit is dus HQNp, goed om te weten, waarmee ik een afwijkeling ben binnen van grote groep van afwijkelingen van de ‘normale’ groep van mannen die gewoon op vrouwen vallen en omgekeerd. Wat is het seksuele leven toch rijk met al zijn varianten! En wat mooi om mezelf zo te herkennen als een HQNp! Nou ja, ben ik eigenlijk wel een H? Want hoewel ik geniet van de de gay-gemeenschap en daar in Second Life enthousiast steentjes aan bijdraag, voel ik me vaak ook weer geen gay, geen echte nicht. Terwijl ik best een poos een leuke relatie heb gehad met een nichterige jongen waarvan ik nog steeds hou, hoewel ik hem een jaar of dertig niet meer heb gezien. Daar heb ik nog geen letter voor, voor matig nichterige types die op echte nichten vallen. Het vinden van je ware identiteit is een lange weg.

Bestaat er ook een letter voor mensen die dit allemaal geen bal interesseert, die gewoon doen waar ze zin in hebben? De Q lijkt daar het meeste op, zeker als ik lees dat het dit ook op een gedachtengang of een politieke keuze kan slaan, op mensen die niet in hokjes willen denken. Laat mij maar queer zijn! Maar waarom moeten al die afwijkelingen benoemd worden? Want je kan de rij LHBTQIAP oneindig uitbreiden, zoals ik met de N heb gedaan. En wat zegt het dan nog over de groep? Steeds minder. Wat echter wel iets over deze groep zegt, is het feit dat ze niet normaal zijn in de statistische betekenis van het woord, zodat het makkelijker is te zeggen wat hun kenmerken níét zijn dan wat die wél zijn. Seksueel niet normaal. Het ging toch om seks? Om innerlijke en uiterlijke piemeltjes en kutjes? Laten we dat vieren! En als je nog wat verder kijkt zal blijken dat ook die normalen niet allemaal normaal zijn, want ik heb het nog niet eens gehad over voorkeuren als fetisjisme en BDSM. In dit licht is de transformatie van de Gay Pride tot een Pride wel te rechtvaardigen, hoewel de hernoeming van dit festival eerder een commerciële dan een emancipatoire reden heeft.

De Canal Parade verwatert, en wordt zo steeds minder een echte Pride. Een Pride van gewoon te zijn die je bent. Waaraan ook afwijkende hetero’s mogen meedoen. Voeg aan de letterreeks dus ook een H voor hetero toe, een M voor masochisten, een S voor sadisten, een L voor latex, een B voor bondage, een T voor trio’s en ga zo maar door. Laten we de diversiteit vieren, met echt alle kleuren van de regenboog! Uiteindelijk is niets ons vreemd en hebben we van alles wel iets in ons lichaam en innerlijk. De Q voldoet. Voor iedereen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Sannyasins

Date 29 juli 2017

Sannyasin. Er is één woord, waarvoor ik persoonlijk heb gezorgd dat het goed geschreven wordt in het Groene Boekje. Want het oranje volkje – wij dus – werd maar al te vaak als sanyasins, sanyassins of sannyassins aangeduid. Een woord dat gewoon ‘discipel’ betekent. Vaak werden sannyasins volgelingen genoemd. Dat was verschrikkelijk want juist óntvolgen was misschien wel het belangrijkste wat Osho, indertijd bekend als Bhagwan wat weer vaak als Baghwan werd geschreven, ons leerde. Daar hadden we toen geen Facebook voor nodig. Een hele klus natuurlijk, om je volgelingen te leren om je niet te volgen, maar bij een handjevol sannyasins is dat toch gelukt. Zeker als je ook nog eens met een portret van je meester aan een houten ketting met 108 kralen om je nek rondliep. En je je tot overmaat van ramp ook nog eens een nieuwe naam liet aanmeten. Mijn ouders hadden het daar natuurlijk moeilijk mee, hoewel mijn vader mij op zijn sterfbed toch nog Satyamo noemde. Op de universiteit was het daarentegen geen enkel probleem, wat niet zo verwonderlijk is want daar waren, althans toen nog, veel intellectuelen, en die denken meestal wat verder na.

Toen de nog niet Osho zijnde Bhagwan de naam Satyamo voor me bedacht, klikte het meteen tussen mij en mijn nieuwe naam. Een naam is een klank, een soort muziek, een trilling die met je innerlijk resoneert, en niets moet erger zijn dan een naam te hebben die niet bij je past. Dat moet net zoiets zijn als je van binnen een vrouw te voelen terwijl je in een manlijk lijf zit en als man wordt aangesproken. Een nieuwe naam was trouwens niet verplicht: in dat geval zette Bhagwan er vaak iets voor als Prem, Deva of Anand. Sommigen lieten die keuze aan Bhagwan over, want die zou zelf wel het beste weten wat goed bij je paste en dat kon gewoon je legale naam zijn in plaats van iets in het Sanskriet – het Latijn van het Oosten – waarmee ik gezegend ben. Ik vond het wel spannend om voor een nieuwe naam te kiezen, want als je ergens voor gaat moet je er ook helemaal voor gaan. Toch brengen mensen mij vaak in verlegenheid als ze gaan vragen wat mijn naam eigenlijk betekent. De allerhoogste waarheid. Bloos. Is vast niet zo hoor! Ja, ‘satyam’ betekent waarheid, dat wel, maar om er meteen het allerhoogste van te maken … Bovendien bestaan er geen gradaties van waarheid, evenmin als je een cirkel ronder maakt door die nog eens extra rond te noemen.

Ik mag mezelf sannyasin noemen. Ook zoiets heiligs. Het is al moeilijk genoeg om ‘Drs.’ of ‘M.Sc.’ voor mijn naam te zetten. Mag allemaal, maar het zijn wel allemaal identificaties, rollen die uiteindelijk niets over mezelf vertellen omdat ik er diep van binnen weinig mee heb. En last but not least: waar gáát het eigenlijk over als je sannyasin bent? Dat je regelmatig mediteert? Maar wat is meditatie? Voor je het weet is ook dat weer zo iets bijzonders, goed bezig zijn en dat soort dingen. Dat was natuurlijk prachtig in Poona voordat het Pune heette, en het mooiste vond ik het als we met een paar duizend sannyasins volmaakt stil konden zijn, onaangedaan door onze eigen gedachten, luisterend naar de koekoek of een trein verderop. Dat was en is voor mij de essentie, jezelf achter je laten, alleen maar te zijn, het ‘dat wat is’ te drinken. Dat hebben we toch mooi van Bhagwan geleerd! Al die therapiegroepen waren wel leuk, maar het mooiste dat ik me herinner is dat ik een wedstrijd masturbatie won en dat ik na afloop met de mooiste jongen uit de groep rollebolde in de gecapitonneerde kelder. En ik zette wel grote vraagtekens bij sannyasins die zo therapieverslaafd waren dat ik me werkelijk afvroeg waarmee ze nou eigenlijk bezig waren. Het is toch veel makkelijker om gewoon te accepteren dat je gek bent?

Maar dat was wel de kracht van Osho toen hij zich nog Bhagwan noemde! Ga maar in therapie, op zoek naar jezelf! Spring en dans tot je er bijna dood bij neervalt. Put jezelf maar lichamelijk en geestelijk uit, duik in je eigen zweet en neurosen, en doe dat dan ook totaal! Zodat je ontdekt dat je dat allemaal niet bent! Zoek je verlichting? Doen! Net zolang tot je je realiseert dat de zoeker, de doener per definitie niet verlicht kan zijn. Dat je van binnen pure leegte en stilte bent, een onbewogen bewustzijn, vrede, onaangeroerd door de mallemallotige heksenketel die het dagelijks leven maar al te vaak is. Sannyasin zijn betekent niet een afzonderen van de wereld, maar een afzonderen van jezelf terwijl je het spel van de wereld speelt. Jezelf vinden door jezelf te verliezen. Het ik, het ego, het mag er allemaal zijn omdat je diep van binnen weet dat het allemaal niets met je kern te maken heeft. Er is geen god, geloof, ritueel, heilige tekst of wat dan ook om in de hemel te komen, bevrijd of verlicht te worden. Integendeel zelfs, want juist dat zijn allemaal illusies die je status quo handhaven. Maar je moet wel die illusie doorleven daar achter te komen. Paradoxaal, dat is het zeker. Net zoiets als iemand leren om volwassen te worden, een afhankelijk iemand leren zelfstandig te worden. Je moet door een deur, maar als je daar doorheen bent en achter je kijkt zie je dat er helemaal geen deur was.

Soms zie ik films uit de tijd dat ik in Poona was. Zat ik daar tussen, tussen dat zooitje ongeregeld? Nee toch? Even geen link naar die video graag! Maar het was wel bezield! En dat is wel de essentie van sannyas, discipelschap. Het gaat niet om woorden, boeken, nieuwe namen, meditaties, therapieën, rituelen, oranje kleren of wat dan ook – dat zijn allemaal lokkertjes van de Meester om in zijn nabijheid te komen, zijn energie te voelen, zijn verlichting te proeven, je te inspireren, je deel te laten worden van zijn innerlijke leegte en stilte, zijn niet-bestaan voorbij leven en sterven, zijn vrede, zijn bewustzijn. Een hele klus voor een meester, en natuurlijk gaat daar wel eens iets mis, want ga er maar eens tegenaan staan. Osho had het wel eens over de kunst van het sterven. Niet van je fysieke lijf, maar van je eigen ego, je eigen belangrijkheid die toch al nergens te vinden is als je vanaf een andere planeet naar de wereld kijkt. Zelfmoord is makkelijker. En er zijn natuurlijk zat sektes en wereldwijde religies die misbruik van je willen maken, die je hersenspoelen zodat je niet in de gaten hebt dat het de leiders alleen om macht, geld en seks te doen is terwijl je je geborgen waant in een verheven club die je de garantie geeft dat het – meestal na het fysieke sterven – ontzettend goed met je zal gaan. Ja, het was een risico. Niet alles wat groeit en bloeit is goed om te eten, maar dat is geen reden om honger te gaan lijden.

Rijst wel de vraag: waarom zou je? Inderdaad: als je tevreden bent met het leven dat je leidt of lijdt is er niks aan de hand. Maar er zijn nu eenmaal mensen aan wie een soort ontevredenheid knaagt, een gevoel niet echt thuis te zijn in de wereld, voor wie het huisje, boompje en beestje niet bevredigend zijn. Die een oppervlakkigheid, leegte en zinloosheid ervaren die voor hen onverteerbaar is. Mensen die daar niet fatalistisch in willen berusten en op zoek gaan. Die zich niet kunnen neerleggen bij de wereld die nu eenmaal is zoals hij is en waaraan je toch niets kunt veranderen. Die volharden in hun idealisme dat er méér is, en daarnaar op zoek gaan. Om dan te ontdekken dat hun eigen ontevredenheid eigenlijk óók niet klopt, dus dat je de wereld alleen maar kunt veranderen door zelf te veranderen, omdat zieken immers geen zieken kunnen genezen. Osho zal vast wel ergens verteld hebben – en anders zeg ik het namens hem – dat eigenlijk iedereen ziek is, dat alleen een verlicht iemand gezond is. En op het spirituele pad kom je uiteindelijk weer terug waar je geweest bent. Ja, het leven is oppervlakkig, leeg en zinloos. Maar nu ben ik dat leven niet meer en pretendeer ik niet meer alles beter te weten, en wil ik niet anders dan door mijn intuïtie geleid de wereld veranderen. Omdat ik geloof dat alles goed is zoals het is en geen grassprietje op de verkeerde plaats staat. Zoals Osho mooi zegt: het leven is geen probleem dat opgelost, maar een mysterie dat geleefd moet worden.

Ben ik een sannyasin? Ik ben in de wereld, en steeds minder van de wereld. Een negatief fatalisme slaat om in een positieve acceptatie. En wie ben ik? Ik schil en schil alle astrale en fysieke persoonlijkheden van me af en er blijft niets over, alleen bewustzijn, leegte, stilte. Dit soort dingen hebben we van Osho geleerd, hoewel we die van binnen allang wisten en hij het alleen maar naar de oppervlakte heeft gehaald, een diepe herkenning in onszelf heeft losgewoeld. Het was een fantastische tijd met al die sannyasins in Poona en nog vele jaren daarna. Ik vermoedde indertijd al dat het een keerpunt in mijn leven was, en zo voelt het nog steeds. Toen was ik daar helemaal thuis, een toen en daar dat nog vaak mijn hier en nu is en mijn hart verwarmt.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Buitenveldert

Date 26 juli 2017

Inmiddels woon ik langer in Blaricum als daarvoor in Buitenveldert, waar ik iets langer woonde dan daarvoor in de Bijlmermeer. En soms denk ik met enige nostalgie terug aan die tijd in Buitenveldert, vlak tegenover het Amstelpark, dicht bij het Amsterdamse Bos en met bus, tram, metro, trein en A10 op loopafstand. Vaak trokken vriend en ik er op zoele zomernachten op uit om op een bankje aan de Amstel te gaan zitten, met biertjes en hapjes in de fietstas. Bij voorkeur om naar de opkomst van de maan te kijken. Of fietsten we naar het Amsterdamse Bos om een intiem plekje op te zoeken waar je naakt kon zonnen om erna pannekoeken te gaan eten. Of in een kano te gaan varen, hoewel me dat eenmaal een flinke plons heeft opgeleverd waarna we toch ergens aan de Amsterdamseweg gingen eten en ik een vervelende blaasontsteking opliep. Zaterdags winkelen op het Gelderlandplein, steevast afgesloten met koffie en een simpele maaltijd. Buitenveldert was de ideale woonwijk voor me. Was.

In 2001 was Buitenveldert al niet meer wat het in 1987 was. Het Gelderlandplein ging op de schop omdat ook daar de megalomanie toesloeg die ons zoveel gezelligheid heeft gekost. Een veel te hoge torenflat met anonieme bewoners. Een moord tegenover het politiebureau. Protesten tegen bebouwing van de Vietnamweide en de komst van de sneltram die inderdaad een paar levens heeft geëist. De groene zone met tennisbanen tussen de stad en Buitenveldert die moest wijken voor die monsterlijke Zuidas. Het volbouwen van perceeltjes groen en rauwe natuur met kantoren en woningen, zoals het talud van de A3 die nooit is aangelegd. Hoorde ik de eerste jaren dat ik er woonde ’s nachts nog wel eens hanengekraai in de kinderboerderij in het Amstelpark, later werd alle stilte overstemd door het knooppunt RAI waar je omkwam in de herrie en elektrosmog. Buitenveldert verloor zijn stilte en is zo aan zijn eigen succes ten onder gegaan.

In Het Grote Jaren 60 Boek zag ik een foto van Nedersticht bij nacht, een straat vlak achter Sterkenburg waar ik woonde. Daar was de brievenbus waarin ik mijn bestellingen voor Aries Astro-Services kwijt kon, maar ook daar sloeg de privatisering toe zodat ik soms een rondje van vier brievenbussen moest lopen voordat ik alles kwijt kon. Ook de lange rijen bij het postkantoor deden me eraan twijfelen of de post het eigenlijk wel leuk vond dat ik een van haar betere klanten was. Op het Gelderlandplein verdween de doe-het-zelfzaak, net als het notenwinkeltje. Het Kleine Loopveld dat ik kende van de tijd dat ik in Uilenstede woonde en ook wel de ‘tripping fields’ noemde, is een van de weinige onveranderde plekken gebleven, en fijn om te wandelen. Daar hebben we nog een kat begraven en had je leuk uitzicht op de weilanden en het kantoorgebouw dat nu in opspraak is: niet omdat het de locatie van de film De Lift was, maar omdat asielzoekers er een onderkomen vonden en men dat niet zo geslaagd vond omdat Buitenveldert ook bekend staat als joodse wijk, en asielzoekers vaak een religie hebben die daar niet echt compatibel mee is. Lijkt me inderdaad niet zo slim.

Maar Buitenveldert heeft nog steeds de Willem van Weldammelaan! Niet dat die zo bijzonder is, maar het metrum ervan nodigt me steeds uit hier een mooi gedicht over te maken, een ode aan de gewone straat. En de Vrije Universiteit is er nog steeds, hoewel het oorspronkelijke ziekenhuis waar ik als student vaak in de keuken achter de afwasmachine wat bijverdiende, inmiddels verborgen is achter nieuwe gebouwen. De overkant van de De Boelelaan was indertijd nog vrijwel onbebouwd – ik herinner me alleen een restaurantje waar we met een groepje psychologiestudenten in een kelder bijeenkwamen. Al schrijvend herinner ik me steeds meer, maar begin ik ook steeds meer te begrijpen waarom oude mensen mopperaars zijn, over dat vroeger alles beter was. Gewoon omdat dat ook zo was. Niet materieel, niet technologisch, niet financieel want de welvaart is zonder meer toegenomen. Maar welvaart is nog geen welzijn en ik durf te beweren dat het laatste, zeker sinds de neoliberale jaren ’90, alleen maar is afgenomen. Ook in Buitenveldert.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites