Hoe Bhagwan in mijn leven kwam

Date 13 mei 2019

Vandaag hoorde ik precies veertig jaar geleden voor het eerst van Bhagwan, die zich later Osho zou gaan noemen. Als ik niet nog datzelfde jaar in mijn eentje op het vliegtuig naar India was gestapt, was mijn verdere leven er echt totaal anders gelopen. Samen met dat van vele anderen verscheen mijn verhaal in 2012 in het door Nandan samengestelde boek Hoe Osho in mijn leven kwam.

Ik was bijna 33 jaar – de ideale leeftijd om verlicht te raken. Maar wellicht ook om mijn leven een radicale wending te geven. Nu ben ik zowat dubbel zo oud en nog steeds niet verlicht, hoewel de smaak daarvan me nooit meer los zal laten.

Het gebeurde op de eerste zomerdag van 1979, op 13 mei. Ik lag in mijn slipje in de tuin van vrienden in Dordrecht en las het door hen aanbevolen boek Oorspronkelijk Gezicht van Jan Foudraine, die nu Swami Deva Amrito heette. ‘Bhagwan! Poona! Dat is vast iets voor jou,’ hadden ze me aanbevolen. Nou, dat heb ik geweten. Want al bij de eerste pagina’s kreeg ik het onrustige vermoeden dat ‘de Bhagwan’ niet de eerste de beste goeroe was. De dagen erna werden een feest van herkenning en bevestiging, er viel van alles uit mijn leven op zijn plaats en daarover schreef ik maanden lang enthousiast mijn dagboek vol. Eindelijk was er een religie waarin ik me helemaal thuis en gekend voelde, en waarvan de ideeën naadloos aansloten bij de mijne, zoals over mystiek en de eenheid van alles. Ik nummerde zelfs de dagen na die dag in mei, alsof toen al voor mij een nieuwe kalender, een nieuw leven begon. Ik ging naar Amitabh, de boot aan de Amsterdamse Prins Hendrikkade, deed mijn eerste meditaties en genoot ervan hoe lichamelijkheid gerijmd werd met spiritualiteit. Ik kocht en beluisterde cassettes, las de prachtig vormgegeven boeken – de wereld was te klein om mijn vreugde te vieren over het feit dat er ook anno 1979 verlichte mensen rondliepen. Om mensen als Jezus of Boeddha te vinden hoefde ik niet eeuwen terug te reizen, want ik kon ze ook gewoon in het hier en nu ontmoeten.

Die zomer ging ik alleen op vakantie. Ik kon gebruik maken van een appartement van een vriend in Saint-Tropez en had boeken en cassettes van Bhagwan meegenomen. Dronken – en niet in de eerste plaats van drank – zwierf ik bloot in oranje tuinbroek over de kades, genoot van terrasjes, muziek, mensen en vrede. Van de maan en de sterren, van straatzangers, muziekbandjes en Pink Floydklanken in lome kleurige nachten. Van lange uitputtende wandelingen naar de stranden onder de hete zon. Het was een continue roes van blijheid, acceptatie, vrede, vertrouwen, lekker in mijn lijf zitten, bewogen worden zonder te bewegen. En het wonderbaarlijke was dat ik alleen was – iets wat ik eerdere vakanties nooit gedurfd zou hebben – en juist daarom één van de mooiste vakanties van mijn leven had. Ik hield van alles en iedereen, vond alles mooi en goed. The flowers showered, ook over mij. Ik dronk de smaak van verlichting. Die roes heeft maanden lang geduurd, ook toen ik weer verder ging met mijn studie psychologie. Het kon niet uitblijven dat ik op gegeven moment in het vliegtuig naar India zat, waar ik meteen voelde hoe de grond doortrokken was van millennia diep doorleefde religie. Daar lag het beloofde land achter de kleurige horizon, en zou ik Bhagwan in het echt gaan meemaken.

Bij Bhagwan voelde ik me helemaal thuis en de ashram was de sprookjeswereld waarover ik al lang in psychedelische visioenen had gedroomd. Het bestond echt allemaal! De toespraken van Bhagwan in de Buddhahall waren niet alleen doortrokken van stilte en eenvoud waarin leven en sterven omarmd werden, maar ook van zen en paradoxen, en van grappen en humor. Ik begon me zelfs af te vragen of dit alles niet één grote grap was, want Bhagwan had vaak verteld dat verlichting niet voor serieuze mensen was weggelegd. Ik stopte mijn vraag in het daarvoor bestemde busje. ‘And in fact, this whole thing is a joke: your misery, my enlightenment,’ besloot Bhagwan zijn lezing op 16 december, die later onder de titel Don’t take enlightenment seriously gepubliceerd werd. Naast zijn prachtige en lange toespraken waren er de meditaties met ontroerende klanken van Deuter, die toen Chaitanya Hari heette. De Kundalini, de Nadabrahma en de Gourishankar waarop ik effortless meedanste, meezoemde en deinde. En dan waren er natuurlijk de therapiegroepen, compleet met woede, angsten, vloeken, seks en vechten, maar ook met tederheid en omhelsd worden en later vrijen met de mooiste en liefste jongen van de groep. En geheimzinnige black-outs, waarbij de hele ashram in het donker werd gezet en velen zich afvroegen wat voor magische en occulte dingen er toen allemaal gebeurden.

Op 14 januari 1980 zat ik in het Chuang Tzu Auditorium voor Bhagwan en ik schrok ervan dat hij echt helemaal léég was – iets wat in het Westen niet altijd een compliment voor iemand is. Ik nam sannyas, een gebeurtenis waarvan ik me achteraf weinig herinner – iets wat veel sannyasins is overkomen. Bhagwan gaf me de ontzettend mooie naam Satyamo, wat volgens hem ‘ultieme waarheid’ betekende, en waarvan de klank aanvoelde alsof die op mijn lijf geschreven was. Nou vond ik dat ‘ultieme’ wel erg veel van het goede, en zelfs tot vandaag de dag laat ik dat maar even weg als ze me vragen wat mijn naam betekent. Waarheid. Wat is waarheid? Dat is een vraag die me al zowat mijn hele leven bezighoudt. Wellicht leefde ik bij Bhagwan in een romantische sprookjeswereld. Maar die was voor mij wel helemaal waar en is dat tot vandaag de dag. Omdat deze me een hogere, diepere werkelijkheid liet zien dan de alledaagse werkelijkheid die we geheel onterecht ‘realiteit’ noemen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Herdenking

Date 5 mei 2019

Ook dit jaar was ik weer bij de dodenherdenking. Een stille tocht door het dorp naar het parkje met het oorlogsmonument. Een blazersensemble dat heinweemuziek speelt. Toespraken, ook van twee kinderen die het daar best moeilijk mee hebben. Veteranen op hoge leeftijd. Mensen in uniform, in de juiste houding van respect. Twee minuten stilte, wat ik eigenlijk altijd te kort heb gevonden. Het Wilhelmus waarmee ik het met mijn tenorstem altijd wat moeilijk heb. Vijf vliegtuigjes die in formatie overvliegen. Minuten waarin de tijd stil lijkt te staan. Het kost me moeite de tranen in mijn ogen te bedwingen in de overrompelende stilte waarin naast het gebrom van de vredebrengende vlieguigjes alleen het gefluit van vogels is te horen.

Daar sta ik dan. Een beetje voor schut met mijn S5 waardoor ik nooit in militaire dienst ben geweest. Kort na de oorlog geboren, fantaserend over hoe mijn ouders er een paar honderd meter verderop doorheen zijn gekomen. Ik voel me een verwende babyboomer, en dat ben ik ook. In de jaren zestig heb ik geleerd discipline te haten en sindsdien heb ik heel weinig met strijdmachten. Vietnam en zo. Maar toch. Ze staan voor me, met de handen aan de pet. Opeens heb ik bewondering voor hen. Mensen die de vrede in het land belangrijker vinden dan zichzelf. Die zich onderwerpen aan iets groters. Alsof hun strijd méér is dan onbewust machogedrag, ze tot iets in staat zijn wat ik nooit heb geleerd en ook niet kan. Vechten. Tot hier en niet verder. Doen wat gedaan moet worden.

Bloemen leggen. Een bakje koffie. Ik kon het niet nalaten die oudste veteraan, die met zijn twee krukken nog nauwelijks kon lopen, een hand te geven. ‘Bedankt voor alles.’ Meer niet, want alle woorden zouden tekort schieten, zo niet hypocriet zijn. Want ik ken de oorlog alleen uit films en verhalen. Al mijn voorstellingen over hoe het was zijn in zwart-wit en missen de kleur van het gevoel. Van angst, dreiging, maar ook onverzettelijkheid. In de schaduw van mijn ouders had ik soms het gevoel dat ik mijn vrolijke leven niet mocht leven, terwijl hun generatie daar juist voor gevochten had. Ik voelde me in de tweestrijd van medelijden en vreugde. Alsof ik de pagina met een hongerend kind uit Biafra niet mocht omslaan. Ellende die nog steeds overal in de wereld te vinden is.

Innerlijke vrede overstijgt geluk en verdriet. Zolang ik die niet in me heb, is alles voor niets geweest. Ik vraag me af of ik daarvan geproefd zou hebben zonder die jongens die indertijd gewoon deden wat gedaan moest worden. Ja, ik voel me in stilte dankbaar en zing ondanks de onzinnige tekst het Wilmelmus mee. De tijd verdwijnt even en verdriet en geluk vermengen zich in het hier en nu tot dankbaarheid.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Mijn romantische pad

Date 30 april 2019

Voelen boven denken, het subjectieve boven het objectieve, metafysische filosofie boven rationeel-analytische en pragmatische-utilitaire filosofie, synthese en holisme boven analyse, het ambigue en ironische boven ondubbelzinnigheid en helderheid, kunst boven wetenschap, creativiteit in de kunst boven nabootsing, het spirituele boven materialisme, zin boven nut, kwaliteit boven kwantiteit, organische natuurbeschouwing boven mechanische natuurbeschouwing, de mens die zich deel weet van de natuur boven de mens die de natuur wil beheersen en gebruiken. Aldus Wikipedia over romantiek.

Ik kan er niet meer onderuit: ik ben een pure romanticus. En dus niet verlicht in de betekenis van aanhanger van de Verlichting als historische stroming waar de romantiek zich tegen verzette. Integendeel. ‘De romantiek stelde voorop het gevoel, de fantasie, de verbeelding, de intuïtie, het onderbewuste, het onverklaarbare en het raadselachtige, vervormend in het demonische dat in de gothic novel ook elders in Europa navolging kreeg als literair genre,’ lees ik verder. ‘Deze emotionaliteit en verlangen naar beleving van het onverklaarbare leidden in radicale vorm ook tot uittreden uit de maatschappij, bekering tot het ultramontane katholicisme, intreding in het klooster en als uiterste tot zelfmoord. Dit wordt wel de zwarte romantiek genoemd. Als vroeg voorbeeld geldt Goethes Die Leiden des jungen Werthers, een roman die eindigde met de zelfmoord van de hoofdpersoon, en rondom navolging kreeg.’

Tja. Daar zit ik dan als wereldvreemde. Maar dat ben ik altijd wel een beetje geweest. Een boel beetjes zelfs. Van jongs af aan geobsedeerd door sterven en dood, zoals het hoort. ‘Eens zal ik heerlijk liggen slapen. Niemand zal me wakker kunnen maken’ was ooit een kort dichtseltje van me. Mijn allereerste verhaal heette Een Vriend, en die ging dus ook dood aan het eind, dat kon niet anders. Sommigen vinden mij somber of macaber en wellicht heb ik veel lezertjes van mijn blogs en verhalen daarmee weggejaagd. ‘Schrijf nu eens over iets anders, Satyamo,’ hoor ik ze denken. Maar de dood is het enige échte probleem dat er bestaat, en daarmee de wortel van alle andere problemen. Want de dood is meestal niet een vriend waarvan je mag houden. En waarom zou je je daarmee bezighouden? Dat zien we te zijner tijd wel. Je kan er toch niets over weten want niemand is er ooit van teruggekeerd. Hooguit van een beetje dood zijn zoals bij bijna-doodervaringen. Maar bijna is nog niet helemaal, dus terug naar de orde van de dag.

Nooit écht gelovend in wat velen ‘realiteit’ noemen omdat er een wereld is die daar ver bovenuit stijgt. Voor mij is Plato’s ideeënwereld échter dan de zichtbare wereld. Wat velen ‘echt’ noemen is voor mij meestal ‘onecht’ en omgekeerd. Lastig. Ruzie ober wie er nu écht aan het dromen is. Zeker omdat ik ervan overtuigd ben dat de ‘realiteit’ zijn wortels heeft in die bovenzinnelijke wereld. Tijdens mijn doctoraalstudie – Master voor jonge lezertjes – mocht ik met een vriend parapsychologie als bijvak hebben. Best revolutionair voor de Vrije Universiteit eigenlijk, bij Tenhaeff in de Utrechtse collegebanken mogen zitten. Fantasie, creativiteit en dromen vinden hun neerslag in de concrete wereld. God heeft de wereld geschapen, het Woord is vlees geworden, ideeën gaan aan alles vooraf. En niet omgekeerd. Volgens mij.

Niet dat de realiteit niet mooi is. Nu ik dit schrijf zit een merel ergens boven mijn hoofd te zingen, en de sering een paar meter verderop geurt nog steeds. En waarom is dat zo mooi? Juist omdat schoonheid iets raadselachtigs heeft, omdat het iets wil vertellen over een mysterieuze andere wereld. Me eraan herinnert dat ik daar deel van ben. Je zou het zelfs bewustzijnsverruiming of -uitbreiding kunnen noemen. Mijn ik dat méér, ruimer is dan ikzelf. Verbinding. Atman dat met Brahman versmelt. ‘Life is not a problem to be solved, but a mystery to be lived’ was een van Bhagwans – hij noemde zichzelf toen nog geen Osho – beroemdste uitspraken. En waarom is de sterrenhemel zo mooi? Zelfde verhaal. Waarom geloof ik in astrologie? Idem. Waarom hou ik van het zonnige strand? Omdat alle elementen daar verenigd en te beleven zijn: vuur, aarde, lucht en water. Waarom raken mensen verslaafd aan drugs, of nog erger: aan alcohol? Om even in een andere wereld te zijn, want het is doodvermoeiend om steeds jezelf te moeten zijn. Waarom zijn we geobsedeerd door seks? Om even in de ‘kleine dood’, het orgasme weg te zweven.

Daarom zou ik Freuds doodsdrift liever een ‘verdwijndrift’ willen noemen. Niks mis mee. Want iedereen kent de behoefte aan slaap, er even niet te hoeven zijn. Eigenlijk ben je er al niet meer als je in het zo bezongen hier en nu bent. Daar is geen plaats voor oordelen, voor angsten en verlangens, voor de ratio, en velen beleven dit als bijna een verlossing. Gevoel boven verstand dat pretendeert niet te dromen maar niets anders dan dat doet. Zijn tegenover worden. Zin boven nut. Speelsheid tegenover het serieuze werk. Ik ga nog een stapje verder. In het hier en nu vallen veel van die tegenstellingen samen. Sterven is leven, het subjectieve is het objectieve, verstand is gevoel, materie is geest. ‘Laat de isheid van alles toe,’ adviseert Eckhart Tolle, want daarbij wordt de dualiteit van alles overstegen.

Romantici baden zich graag in gevoel. Daar heb ik het moeilijk mee. Niet zozeer met dat bad, maar met wat er met ‘gevoel’ wordt bedoeld. Is dat ook emotie? Intuïtie? Een innerlijk weten? Het is in elk geval iets dat het verstand niet begrijpen kan. In mijn lievelingsfilm, Kubricks 2001: A Space Odyssey, komt niet het minste greintje gevoel voor, maar toch roept die hele diepe gevoelens in me op. Misschien omdat ik er niets van snap, en de stilte van het heelal en van het raadselachtige gedrag van computer HAL 9000 me zo boeit. Ook een gevoel. Een gevoel van overweldigd zijn door het mysterie en me daar thuis te voelen, erin opgelost te willen worden. Noem het een ‘hoger’ gevoel. Wat is een mooier graf dan dat van Frank Poole, oneindig zwevend in de zwarte ruimte? Romantischer kan het bijna niet.

Een romanticus is niet verlicht. Want daarvoor leeft hij nog steeds teveel in de dualiteit. Maar zonder een onblusbaar heimwee en vurig verlangen naar die andere werelden, naar de échte wereld, zal niemand ooit verlicht raken.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Kappen met kappen!

Date 15 april 2019

Natuurbehoud kan zijn: minder bos. Aldus de kop boven een artikel in nrc.next waarin Harrie Hekhuis, hoofd Beheer & Productie Staatsbosbeheer, uitlegt waarom er soms bomen moeten worden gekapt. Voor het versterken van de biodiversiteit, wat echter niet goed samengaat met dat van het klimaat. De eerste vraagt om meer open landschappen zoals open duinen en heidegebied omdat anders bepaalde soorten uitsterven. De tweede vraagt om meer bomen voor de CO2-reductie. Omdat anders, concludeer ik, het klimaat als geheel overhoop wordt gehaald. Iets dat al in volle gang is. Het Middellandse Zeegebied wordt nú al als tropisch beschouwd, en allemaal enge ziekten knabbelen aan de grenzen van Europa.

Niet alleen Staatsbosbeheer, maar ook andere organisaties die zich met de natuur bezighouden willen soms graag bomen kappen voor de biodiversiteit. Zo wilde het Goois Natuur Reservaat een paar jaar geleden graag tienduizend bomen kappen tussen de Hoorneboeg en het Hilversums Wasmeer. Ook Natuurmonumenten kapt graag, zoals op de Sallandse Heuvelrug waar zij dertig hectare bos wilde laten verdwijnen. Met dit alles verdwijnt jaarlijks 1.500 tot 3.500 hectare bos in Nederland. Ze beloven wel dat elders herplant zal plaatsvinden, het zogenaamde ‘compenseren’, maar het duurt decennia voordat jonge boomjes weer evenveel CO2 opslurpen als hun om zeep geholpen soortgenoten. De hoogste tijd om diverse lidmaatschappen op te zeggen.

In zijn artikel vertelt Hekhuis dat Nederland maar voor tien procent uit bos bestaat. Wat weinig is als je het bijvoorbeeld met Duitsland vergelijkt waar dat dertig procent is. Staatsbosbeheer wil 5.000 hectare nieuw bos realiseren, wat meer is dan de 1.350 hectare die is gekapt. Een mooi voornemen, maar in feite doe je dan niets anders dan het probleem vooruitschuiven. Want er wordt nu een probleem geschapen door ‘dunning’ van bomen, maar ze beloven dat dit over een paar decennia is gecompenseerd. Terwijl het klimaat een probleem is dat nú opgelost moet worden. Er is geen tijd meer om te polderen met Shell. Het tegenwoordige beleid komt er eigenlijk op neer dat je de longen uit iemands lijft haalt met de belofte er over een paar jaar weer nieuwe in te zetten.

Wat mij betreft mag eigenlijk geen enkele boom meer gekapt worden, tenzij die ziek is of een gevaar oplevert. Ook in Blaricum gaan ze wat raar om met kapvergunningen. Ooit maakte ik mee dat enkele bomen gekapt zouden worden omdat ze ziek waren. Toen ik om een heronderzoek vroeg bleek dat helemaal niet het geval te zijn. Als er ergens een nieuwe woning gebouwd wordt, wordt het heel normaal gevonden dat daaromheen honderden bomen moeten verdwijnen voor een riante tuin. En als je een kapvergunning aanvraagt wordt die meteen voor drie bomen tegelijk gegeven in plaats van een prijs per te kappen boom te berekenen. En in plaats van maar meteen zo’n vergunning af te geven, zou je inwoners ook kunnen adviseren ze te snoeien als ze er last van hebben, bijvoorbeeld omdat ze te veel licht wegnemen. Geleidelijk begint men er achter te komen dat het veel verstandiger is de natuur wat meer zijn eigen gang te laten gaan. Dat wilde tuinen veel beter zijn dan keurig aangelegde tuinen. Alleen al het woord ‘beheer’ suggereert dat de mens het veel beter weet dan de natuur zelf, die veel complexer in elkaar zit dan we meestal bevroeden. Kappen met kappen dus. De vogels zullen daar dankbaar voor zijn.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Puinruimen

Date 13 april 2019

‘Psychiaters en psychologen zijn er niet om de troep van de overheid op te ruimen,’ schrijft wetenschappelijk journalist Malou van Hintum vandaag in de NRC onder de kop Psychiater kan armoede niet oplossen. Het is ‘volstrekt normaal om psychisch van slag te raken door onzekerheid en armoede.’ Zoals door flexwerk van zo’n twee miljoen mensen in ons land. Zoals de onveiligheid van het leven in beschadigde woningen in Groningen. Het zijn maar twee voorbeelden van hoe de overheid ons in de stress jaagt. En de psychiaters en psychologen mogen dan de problemen oplossen. Van Hintum vindt dat minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge, vergelijkbaar met een milieueffectrapportages een psyche-effectrapportage zou moeten vragen. Opdat therapeuten zich weer kunnen richten op hun kerntaak: ‘hulp en steun geven aan kinderen en volwassenen met psychische aandoeningen die te wijten zijn aan pech, ongeluk, stom toeval, erfelijkheid en wat dan ook.’

Wat te doen? De auteur vindt dat deze slachtoffers van overheid natuurlijk geholpen moeten worden, maar constateert tevens dat je hiermee het systeem in stand houdt. En dat niet alleen, want met die psychische hulp bevestigen ze ongewild ‘het idee dat het aan deze mensen zelf ligt dat ze geen psychische reserves meer hebben, terwijl ze in werkelijkheid overvraagd worden.’ Hun problemen zijn volgens de overheid – in mijn eigen woorden – ‘eigen verantwoordelijkheid’. Als je ziek wordt is dat je eigen schuld. Ik ben geen complotdenker, maar vraag me wel eens af wat er nu áchter dat neoliberale beleid ligt dat alles, ook de gezondheidszorg, aan de markt overlaat. Wat in de praktijk betekent dat de overheid zich van haar eigen verantwoordelijkheid terugtrekt met de stroom van privatisering die sinds de jaren negentig over ons is uitgestort. Een overheid die steeds minder doet, wat ik niet terugvind in een verlaging van mijn aanslag van de belastingdienst.

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een klassiek voorbeeld van hoe de overheid haar verantwoordelijkheid over de schutting gooit. Richting gemeenten, die allemaal taken te verwerken krijgen zonder evenredige vergoeding daarvoor. Om de een of andere reden hebben de gemeenten, vertegenwoordigd door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), gepikt dat die wet zomaar doorgevoerd kon worden. Wat mij betreft had die gemeenteclub wel een sterkere vuist kunnen maken. Dure jaarcongressen, zelfs met een optreden van Golden Earring, dat wel, maar haar vuisten zijn niet sterk. Tegelijk het dilemma van wat te doen bij chantage Ook hier: moeten wij de hulpbehoevenden in de steek laten omdat de overheid veel te weinig om hen geeft? Met als gevolg nóg meer stress, psychische aandoeningen, ziekten, armoede en wat niet al omdat je als hulpverlener en gemeente weigert het puin van de overheid op te ruimen? Alleen daarmee confronteer je de overheid met haar eigen misdadigheid, leg je de wortel van de problemen bloot. Maar je kan het als gemeente en hulpverlener niet over je hart verkrijgen. Ik hoor Mark Rutte en rechtse partijen nooit afstand nemen van de neoliberale religie die de samenleving verziekt. En dan klagen rechtse mensen dat de samenleving, tot de omroep toe, te links is! Kennelijk moet het nog erger worden allemaal.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Luisteren, samenvatten en doorvragen

Date 7 april 2019

Afgelopen week was er een workshop voor raadsleden. Hoewel ik omviel van de slaap hebben wethouder Anne-Marie en fractievoorzitter Willem mij toch overgehaald om erheen te gaan. Ik had me immers aangemeld en zo’n workshop kost de gemeente best wat geld. Te weinig slaap wordt kennelijk niet als een excuus beschouwd, terwijl een slapeloze nacht je IQ met tien punten doet dalen. De wereld zou er dus mooier uitzien als politici wat meer zouden slapen. En niet alleen daar wordt weinig slaap vaak als een verdienste beschouwd in plaats van gewoon ongezond gedrag, want dat geldt voor het hele bedrijfsleven. Politici die zitten slapen? Was het maar zo!

Bovendien heb ik een hekel aan workshops. Het woord alleen al. Maar die van vorige week, gegeven door ProDemos, was best aardig. Met de gebruikelijke dia’s waarop de tekst zo klein is dat je die niet kunt lezen. Gelukkig kregen we achteraf een folder mee waarin alles is samengevat. De slechte leesbaarheid kon trouwens niet aan mij liggen, want ik heb sinds anderhalve week een nieuwe bril. Bij het praatje vooraf vertelde een van de cursusleiders dat ProDemos ‘voor democratie’ betekent. ‘Zolang het maar geen forum is,’ flapte ik eruit, waarop de burgemeester die erbij stond wat ineenkromp omdat politieke standpunten bij dit soort bijeenkomsten niet echt gewenst zijn. ‘Hou je alsjeblieft even in, Satyamo,’ zag ik haar denken.

Participatie. Inwonersparticipatie. Dat was het onderwerp. En dat klinkt veel eenvoudiger dan het in de praktijk is. Over mensen die minder snel naar de stembus gaan als ze ergens vóór zijn dan als ze ergens tégen zijn. Over de verschillende soorten inwonersparticipatie sinds de jaren zeventig. Over de gevolgen van ontzuiling. Over je rol van gemeenteraadslid. Over luisteren naar elkaar. Voor dat laatste moesten we in groepjes van twee LSD gebruiken: luisteren, samenvatten en doorvragen, zonder je eigen mening te laten weten. Daarmee had ik dank zij mijn psychologische achtergrond niet zo moeilijk. Groepsleider Hans Koekkoek constateerde na afloop dat niet iedereen er goed in was. Weinig oogcontact, achterover hangen terwijl de ander zijn verhaal vertelt. Dat soort dingen.

Voor mij was dat de moraal van deze werkwinkel. Luister écht naar inwoners! Ze weten het vaak beter dan jij! En als je ze niet tevreden kunt stellen, zeg dan eerlijk waarom! De zaal was even muisstil toen de groepsleider vertelde dat alles op zijn pootjes belandt als je maar luistert, open bent, een gevoel van ‘samen’ niet alleen verkondigt maar dan ook in de praktijk brengt. Hij is of was zelf burgemeester, en had daar mooie ervaringen mee. Politici hebben de neiging om hun gebrek daaraan te verbloemen met mooie taal. Ze spreken over ‘communiceren’ en als ik dat woord hoor ben ik altijd op mijn qui vive. Maar al te vaak heb ik gehoord dat iets met inwoners is ‘gecommuniceerd’ terwijl er gewoon een briefje in de al dan niet elektronische bus wordt gestopt.

Luisteren, samenvatten en doorvragen. Dat zijn niet de beste vaardigheden van politici. Ze interrumperen maar al te graag voor je uitgesproken bent, en voor je het weet kwaken ze allemaal door elkaar heen. Sommigen houden ellenlange betogen waardoor ze de anderen spreektijd ontnemen. Zitten liever te broeden op replieken dan zich bezig te houden met wat de anderen wérkelijk bezighoudt. Aandacht en macht zijn dan belangrijker dan een gevoel van samen zijn. Het zou goed zijn als we als politici wat meer LSD gebruikten. In de jaren zestig geloofde ik daar letterlijk in, maar de soort ervan die we vorige week gebruikten kan zeker geen kwaad. Zouden we vaker moeten doen. Idee. Leren luisteren, samenvatten en doorvragen. Zolang we dat niet doen zullen we de ander nooit begrijpen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Weg met de feiten!

Date 30 maart 2019

Tja. Als blogger moet je over van alles en nog wat een mening hebben. Zeker omdat er niets anders overblijft in tijden waarin de feiten er niet meer toe doen. Wel lekker makkelijk eigenlijk. Je roept maar wat. Je hoeft nergens meer over na te denken. Gelukkig maar. Weg met de wetenschap die de waarheid meent in pacht te hebben! Weg met de kunst die pretendeert schoonheid te brengen! Weg met de media die toch alleen maar nepnieuws verkondigen! Eindelijk bevrijd uit de klauwen van de feiten. Die bestaan gewoon niet. En wat heerlijk om niet meer alles wat je zegt en schrijft te hoeven onderbouwen. Iedereen die in zijn eigen werkelijkheid leeft en niet meer hoeft na te denken! Wat een rust!

Ik hoef er niet meer zo moeilijk over te doen om te schrijven wat in me opkomt. Bijvoorbeeld dat rechtse mensen dommer zijn dan linkse mensen. Vroeger vond ik dat ik daarvoor dan wel met bewijs daarvan moest komen opdraven. Dat hoef ik lekker niet meer. En dat doe ik ook niet meer, omdat het gewoon zo is. Nu mag ik er heerlijk op los bashen, en daar zal ik graag gebruik van maken. Nu het denken op zich al het meest stomme is dat een mens kan doen – ‘the mind is very cunning,’ riep Osho al vaak – kunnen we eindelijk weer terugkeren naar de wereld waarin het geloof belangrijker was dan de rede. En terecht, want wat heeft de rede ons eigenlijk meer gebracht dan wat materiële welvaart?

Feiten bestaan niet, dus wat je zelf gelooft is gewoon waar. En zelfs waarheid bestaat niet, evenmin als de werkelijkheid. Allemaal illusie! Wees vrij! Leef naar wat in je opkomt. Je bent niemand verantwoording schuldig! Alles is oké! Ontken wat je niet zint en steek rustig je kop in het zand. Creëer je eigen wereld, trek je niets van andere betweters aan, durf daarin alleen te staan. Je hoeft niet te bewijzen dat de aarde plat is, want voor jou is dat gewoon zo. Je hoeft zelfs niet eens naar jezelf op zoek te gaan, want dat weet Google veel beter dan jij zelf. Laat de samenleving maar vergruizen tot los zand met iedereen in zijn eigen bubbel. Tracht de wereld niet te verbeteren, want die bestaat niet. Heerlijk, zo’n samenleving zonder feiten. Ik mag zelfs van mening zijn dat feiten wél bestaan. Hoewel? Dat weer net niet, ben ik bang. Maar voor het overige mogen we nu wél eindelijk geloven in waar we zin in hebben. Dat lucht op. Nou ja, voor zover er nog lucht is om van deze verademing te genieten.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Romantische schrijvers

Date 23 maart 2019

Het leuke van de boeken van Gaby den Held is dat de verhaallijnen verhaspeld zijn met dromen en herinneringen, zodat je soms niet meer weet wat de echte realiteit is. Een kameraadje in Second Life heeft ons aan elkaar gekoppeld, zodat we nu elkaars boeken lezen. Dat dit op dit virtuele platform gebeurde is eigenlijk niet zo verwonderlijk, want romantici drijven nu eenmaal op andere werelden. Ik ben nu dus bezig met het proeflezen van zijn binnenkort bij Uitgeverij IJzer te verschijnen roman Charlie Dark. Net als in zijn boek Maan gaat het over de liefde voor een jeugdkameraadje, nog lang voordat seksuele lusten opborrelen. Heel herkenbaar, omdat ik wel eens denk dat vriendschap eigenlijk veel belangrijker is dan met elkaar in bed te duiken. Met volwassenheid beginnen de problemen en worden mensen steeds onbereikbaarder voor elkaar omdat ze steeds meer hun openheid, spontaniteit en naïviteit verliezen. Als kind ben je nog echt, maar na de puberteit ontstaat de strijd om het bestaan, om bezit van elkaar. Vroeger droomde ik wel eens van het idee dat iedereen na zijn veertiende jaar de brandstapel op moest. Misschien niet zo’n gek idee eigenlijk, want het zijn de volwassenen die cynisch worden en alles verpesten.

Gaby heeft ook mijn boek gelezen, en is de eerste die het echt mooi vindt. ‘Wat vooral opvalt is de lieflijke sfeer die je onmiddellijk meevoert. De hoofdpersonages zijn bijna zonder uitzondering sympathiek waardoor de vermeende gruwelijkheid van het kannibalisme op de achtergrond raakt,’ schrijft hij in een review. ‘Ook alle rituelen zijn zo liefdevol beschreven dat je er helemaal in meegaat. Het verhaal leest bijzonder vlot en heeft de sfeer van een spannend jongensboek.’ Zo had ik het zelf nog niet eens bekeken. En zo leer je van elkaar, leer je je eigen schrijfsels beter kennen. Gaby is net als ik een romanticus. Eindigt bij mij de liefde in een glorieus sterven, bij hem blijven de liefdes onbeantwoord en leiden zelfs tot zelfmoord. Mijn ‘en ze stierven nog lang en gelukkig’ is bij hem een sfeer van ontembare liefde die ondanks alles een heel leven lang blijft branden, zo niet obsederen. Maar is die bezetenheid die liefde heet niet veel belangrijker dan de teleurstellingen waarop die kan uitlopen? En is genieten van, zo niet zwelgen in lijden niet de kern van de romantiek? ‘Lijd alsof het het ervaren van geluk is,’ hoorde ik ooit de toen 20-jarige Arthur Jussen zeggen voordat hij achter de vleugel plaatsnam. Dat is romantiek.

Gaby heeft nu een huis bij ons in Sweetgrass gehuurd. Hij kon een deur niet open krijgen en toen ik die op een kier wilde zetten stortte het hele huis ineen. De volgende dag ben ik anderhalf uur bezig geweest met alles weer op zijn plek te zetten. Net als Pink Floyd hén ik iets met architectuur. En soms hou ik van uitdagingen, zodat ik dat eigenlijk best een leuke klus vond. Gaby geniet nu van de ruimte in en buiten het huis, kijkt uit over het zwanenmeer en ik heb zijn radio op een klassieke zender gezet. We praten veel met elkaar. Niet alleen in Second Life, maar ook via de mail. Hij vertelt over hoe de omslagen van zijn boeken tot stand komen, en ik over het laten vertalen van mijn boek, wat fantastisch gebeurt en waardoor ik veel nieuwe Engelse woorden en uitdrukkingen leer. Schrijven als hobby, iets mooiers is er gewoon niet. Gaby schrijft veel gedetailleerder dan ik en er lopen soms iets teveel personages in zijn boeken rond, maar dat laatste kan ook aan mij liggen want bij films kan ik ook niet veel meer dan van drie personen onthouden wie ze eigenlijk zijn.

Second Life en Real Life lopen bij ons dus soms door elkaar heen. Maar dat vind ik niet erg, want eigenlijk hou ik niet zo van dat onderscheid. Gaby waarschijnlijk ook niet. Romantici kijken nu eenmaal veel verder dan hun neus lang is en leven daarom ook in andere werelden dan de alledaagse realiteit. Soms is voor hen het aardse leven niets dan een tranendal, maar tegelijk houden ze daarvan. De kern van het masochisme. Omdat er méér is. Iets moois dat sterven ontstijgt. De dood als vriend in plaats van als vijand. Die niet scheidt maar juist verbindt – een idee dat ik tot mijn verwondering later ook bij mijn Wijze Tante tegenkwam. Sommigen vinden romantiek een vlucht uit de werkelijkheid, maar romantici weten wel beter en zien juist hun ontkennen en vermijden van die andere werkelijkheid als een vlucht. Een vlucht voor dood en pijn die uiteindelijk toch onvermijdelijk zijn. ‘The only way you can endure your pain is to let it be painful,’ zei Shunryu Suzuki. Maar ik geef toe dat dat een hele kunst is. Een kunst die Wagner begreep toen hij zijn ouverture van Tannhäuser componeerde, die exact bij het begin en het einde van mijn eigen boek past. Alsof lijden de enige verlossing is van het lijden. Lijden als geluk.

Ik had onderschat hoeveel energie je kan opdoen van het contact met een soortgenoot. Dank je wel, Gaby, voor onze vriendschap!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Verbeter de wereld …

Date 16 maart 2019

Het is wonderbaarlijk hoe lone wolves op internet ongemerkt rustig hun gang kunnen gaan met het delen en verspreiden van hun denkbeelden en plannen. Ik ben voor een totaal vrij internet, ook als daarop de meest verschrikkelijke ideeën worden verspreid. Dat is openheid, dat is transparantie. Het internet is van niemand en iedereen moet ervan afblijven. Dat geeft ook de mogelijkheid om dreigend gevaar op te sporen, maar in het geval Tarrant hebben kennelijk teveel mensen zitten suffen. Verbieden en filteren helpt niet, want dan gaat alles ondergronds en vindt daar zijn weg wel. Als je minder islam wilt is dat oké, maar als je die ‘kebab’ wil vermoorden ben je minstens even verkeerd bezig als Jodenhaters die ooit van een Endlösung droomden.

Alle godsdienst is primitief. Omdat geloofd wordt in de autoriteit van heilige boeken, van de woorden van imams en priesters. Uiteindelijk is het allemaal angst die met diverse pseudo-zekerheden wordt verdrongen. Angst voor de dood die je uit het hoofd wordt gepraat met mooie beloften over het paradijs. De christelijke hemel lijkt me maar een saaie bedoening, en met al die maagden kan ik ook weinig. Want ook dat moet op gegeven moment gaan vervelen. Veel religieuze leiders zijn net politici, en voor Osho was er dan ook weinig verschil zodat hij ze ‘the maffia of the soul’ noemde. Terecht. Dat is het nadeel van zélf in de politiek te duiken, geconfronteerd als je wordt met allerlei perverse machtsspelletjes. Politiek is ook religie.

Wat bezielt iemand om hele volkeren te willen uitmoorden? Angst voor verlies van identiteit. En ik geef toe: ik hoor liever kerkklokken bengelen dan geroep vanaf een minaret. Ik kom ook op voor de eigenheid van ons dorp en ben daarmee in zekere zin conservatief. Maar ik ga toch geen mensen doodmaken? Ik had een aantal jaar een heel aardige buurvrouw met hoofddoekje. En onze gemeentesecretaris draagt er ook een, en ze is er gewoon bij als we de regenboogvlag hijsen. Misschien had ze het daar moeilijk mee, maar toch. Ja, ik geloof dat verreweg de meeste moslims gewoon aardige mensen zijn, dus ik zie het probleem niet zo.

Oké, misschien radicaliseren moslims meer op het fysieke vlak, maar dat doen niet-moslims minstens even erg op het psychische vlak met hun aanbidding van het Gouden Kalf. Wat is erger: lichamelijk of psychisch leed? Of zoals ik mij in mijn boek afvraag: wat is erger, kannibalisme of neoliberalisme? We denken dat we het goed hebben in het Westen, maar is dat geen zelfbedrog? Ja, materieel genieten we van onze welvaart die stukken groter is dan die van onze ouders en waarschijnlijk ook dan die van onze kinderen. Maar op psychisch gebied is het toch een en al armoe hier? Ik vraag me soms af wat al die mensen in het Westen zoeken, want dat kan toch alleen maar tot teleurstellingen leiden? Ik denk dat de klimaatverandering een cruciale rol speelt in de behoefte je heil elders dan in je eigen land te zoeken.

Er is maar één panacee. Bewustzijn. Geen zelfverheerlijking, want werkelijk bewustzijn beperkt zich niet tot onze eigen ikjes, landjes en wereld. Werkelijk bewustzijn gelooft nergens in. Dat oordeelt niet, en weet dat de anderen ook in hem zelf leven. Dat is de enige instelling waarmee dát gedaan wordt wat gedaan moet worden. Veroordeling en haat hebben de wereld nooit verder gebracht. Bewustzijn wel, zodat alleen meditatie ons kan redden. Onderzoeken wie of wat we werkelijk zijn, waarin geen god of duivel te vinden is, waarbij oordelen wegvallen en je een innerlijke rust en vrede vindt. Alleen dat kan tot het juiste handelen leiden, en al het andere blijft aanmodderen met de kraan open. Begin bij jezelf.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Alleen maar Zijn

Date 28 februari 2019

De groep verspreidt zich over de sobere houten banken, waarna Lucas binnenkomt en voor het altaar gaat staan en zijn armen zegenend opheft.

‘Hét is met jullie,’ spreekt Lucas. ‘Hét is het naamloze dat sommigen God noemen, anderen Allah, de Kracht of het Bestaan. Hét is het Mysterie, de Grond van al wat is. Hét is dat wat alles doordringt en in alles aanwezig is. Hét is het Wezen dat alles verbindt, wat tijd en ruimte overstijgt. Hét is het onzichtbare Licht en de onzichtbare Ruimte. Hét is Alles en Niets tegelijk. En dit Hét is met ons allemaal, want iedereen en alles is Hét.’

Dan zwijgt Lucas en staat hij een poosje alle bezoekers rustig in zich op te nemen. Wat moet Mark nou met deze woorden? Vager kan het bijna niet, maar tegelijk voelt hij dat Lucas’ woorden glashelder zijn. Is hier sprake van een soort religieloze religie, een futuristische godsdienst waarin God zowel wel als niet bestaat? En als alles Hét is, wat is Hét dan anders dan de energie en elementaire deeltjes waaruit alles bestaat? En wat is daar dan zo bijzonder aan? Maar toch spreekt deze nietszeggendheid hem aan, alsof daarmee meer dan alles gezegd is. Maar wat bedoelde Lucas dan toen hij zei dat het Alles Niets is, of dat het Niets Alles is? Hij is niet de enige die in verwarring is, want iedereen blijft verbaasd zwijgen om dit te verwerken.

‘Je hoeft alleen maar te ervaren,’ begint Lucas na een lange pauze. ‘Meer hoef ik niet te zeggen, gewoon omdat er niet meer te zeggen is. Geen gebeden, schriftlezingen, godsdienstoefeningen en meditaties kunnen Hét openbaren, die staan Hét zelfs in de weg. Je hoeft alleen maar te Zijn. En juist dit is een plek om het te ervaren, want daarvoor is rust en stilte nodig. Blijf alleen en blijf in de Stilte. Ik zie jullie straks,’ en hij loopt geruisloos de kerk uit.

Uit mijn roman Strandvliet

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites