Conservatief

Date 19 augustus 2017

Door de jaren heen heb ik steeds meer behoefte aan alleen zijn, niet gestoord worden, stilte. Maar door dezelfde jaren heen wordt dat steeds minder gewaardeerd, zodat ik vaak de indruk heb dat de samenleving precies de verkeerde kant op groeit. In plaats van de pensioenleeftijd te verlagen hebben ze hem verhoogd. De schadelijkste drugs zijn legaal en de minst gevaarlijke illegaal. In plaats van de maximumsnelheid te verlagen wordt die verhoogd. Na de vrije zaterdag uit de jaren vijftig is er nooit meer een vrije vrijdag gekomen. En ga zo maar tot vervelens toe door. Economie en welvaart worden gestimuleerd in plaats van welvaart en geluk. We zijn trots op hardwerkende Nederlanders, ongeacht of ze de samenleving ermee ontwrichten of niet. Waar vroeger het klikken en bespieden onethisch was, is dat inmiddels tot een algemeen aanvaarde norm geworden. De intelligentie en integriteit van politici is drastisch afgenomen. Naarmate ik ouder word snap ik steeds minder van de samenleving.

Ben ik conservatief? Vroeger was dat een scheldwoord voor me, en vaak is dat nog steeds zo. Misschien omdat ik het associeerde met rechts, en ik mensen die zich zo noemden vaak domme leeghoofden vond met wie nauwelijks een redelijk gesprek was te voeren. Toen al! Zoals mijn moeder zei: als je jong bent en je bent geen socialist, dan heb je gaan hart, maar als je ouder bent en je bent het nog steeds, dan heb je geen verstand. Niet dat zij rechts was, want zij behoorde meer bij die derde zuil van hen die in christelijkheid en kerk geloofden en juichend vertelde dat de paus de pil had verboden. Zelf was ik ook niet echt links, want ik geloofde wel in iets als eruditie, in verschillen tussen mensen. Ook dat is nog steeds zo, en mijn mond viel open toen ik onlangs las dat intelligentie vrijwel alleen door opvoeding zou zijn bepaald. Dat zal wel gelden voor een puntje of tien IQ en ik zal de eerste zijn om dat te stimuleren. Een dubbeltje kan wel een kwartje worden, maar niet veel meer. Tenzij je het over bitcoins hebt.

Misschien betekent ouder worden wel dat je gaat inzien dat de samenleving, inclusief jezelf, minder maakbaar is dan je in je vroege enthousiaste wereldverbeterende jaren dacht. En dat het verloop van de tijd niet altijd samengaat met een verbetering van mens en samenleving, van bewustzijn. Dat het vroeger wel eens beter geweest kan zijn dan tegenwoordig. Zonder afwasmachines, in koude slaapkamers, zonder internet en mobieltjes, lopend en fietsend naar school, waar je onzinnige liedjes moest leren zingen en je als jongen per definitie iets in meisjes moest zien. Ik verlang wel eens terug naar de rust en de stilte uit die tijd. Waarin het heel makkelijk was om je eenzaam en verlaten te voelen, zonder meteen een chique ziekte inclusief pillen te krijgen omdat zoiets gewoon bij het leven hoorde. Niet dat alles beter was, en het is zeker zo dat sommige mensen wel eens overdrijven met hun verheerlijking van primitieve oermensen. Maar toch. Als ik nu zie hoe overbeschermd de jeugd wordt opgevoed hou ik mijn hart vast voor de toekomst.

Misschien ben ik wel heel progressief door conservatief te zijn. Door juist al die vooruitgang af te willen remmen en ervoor te pleiten dat er een jaar komt waarin eens geen nieuwe uitvindingen worden gedaan, geen nieuwe producten op de schappen van de supermarkt verschijnen, geen belastingstelsel veranderd wordt, geen nieuwe wegen worden aangelegd. Kortom waarin de wereld even stil staat. Zodat we eindelijk eens even rustig kunnen bekijken waar we nou eigenlijk mee bezig zijn. Helaas is er maar al te vaak een oorlog of milieuramp voor nodig om ons collectief écht uit onze comfortzone te doen stappen. Jammer, maar wie niet horen wil moet voelen, en dat is goed.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

LHBTQIAPN+

Date 2 augustus 2017

Als naar mijn geslacht wordt gevraagd maak ik er bij tijd en wijle graag een grapje over. Ja, ik ben een man. ‘Maar niet helemaal hoor!’ of ‘Dat wil zeggen …’ en de ander begrijpt het meteen. Want ik vind dat anderen niet moeten denken dat ik een ‘echte man’ ben, en dat ze best mogen weten dat niet alle mannen dat zijn. Grapje. Beetje provoceren. Daar hou ik van. Aan de ene kant ben ik wel een echte man en heb ik nooit een vrouw willen zijn. Gender: man. Aan de andere kant heb ik niets, zelfs nog minder dan niets met macho’s, stoer gedrag, borsthaar en baarden, zodat ik het liefst mijn hele lijf kaalscheer. Gender: vrouw. Ik héb helemaal geen gender! Of twee! Waar pas ik in het rijtje LHBTQIA? Oké, lesbies zijn is lastig voor me, met homo zijn heb ik geen probleem, het biseksuele leven lijkt mij ideaal maar dat zit niet in me. Met transseksualiteit heb ik ook niets, in tegenstelling tot een stukje queer of questioning, dat ik herken in de vrouwtjesrol die ik ook graag speel. Omdat ik zowel van binnen als van buiten maar één geslacht in mezelf tegenkom, ben ik geen interseksueel, en hoewel aseksualiteit me wel zo rustig lijkt ben ik daar ondanks mijn hogere leeftijd niet toe in staat. Soms staat er ook nog een P achter de A, en ik geef toe dat panseksualiteit me het mooiste lijkt dat er is, omdat sommige overweldigende ervaringen waar geen lijf aan te pas kwam me wel eens geil hebben gemaakt. Soms staat er achter de P dan nog een + wat iets als overig betekent. Wat niet wegneemt dat er eigenlijk ook nog een N bij hoort: als narcist gewoon verliefd zijn op je eigen lijf, daar ben ik soms ook heel goed in.

Ingewikkeld allemaal. LHBTQIAPN+. Veel H, een redelijke hoeveelheid Q en N, en een tikje P. Als deelverzameling van deze rijk geletterde gemeenschap ben ik dus een HQNP. Hoewel die P dan een kleine letter p moet zijn want het is maar één keer voorgekomen dat ik opgewonden werd van het maken van een computerprogramma en geil werd van een therapie die ik ooit gaf. Dat waren wel heel bijzondere momenten waarin energie stroomde en ik voelde dat er echt iets bijzonders aan het gebeuren was. Mijn identiteit is dus HQNp, goed om te weten, waarmee ik een afwijkeling ben binnen van grote groep van afwijkelingen van de ‘normale’ groep van mannen die gewoon op vrouwen vallen en omgekeerd. Wat is het seksuele leven toch rijk met al zijn varianten! En wat mooi om mezelf zo te herkennen als een HQNp! Nou ja, ben ik eigenlijk wel een H? Want hoewel ik geniet van de de gay-gemeenschap en daar in Second Life enthousiast steentjes aan bijdraag, voel ik me vaak ook weer geen gay, geen echte nicht. Terwijl ik best een poos een leuke relatie heb gehad met een nichterige jongen waarvan ik nog steeds hou, hoewel ik hem een jaar of dertig niet meer heb gezien. Daar heb ik nog geen letter voor, voor matig nichterige types die op echte nichten vallen. Het vinden van je ware identiteit is een lange weg.

Bestaat er ook een letter voor mensen die dit allemaal geen bal interesseert, die gewoon doen waar ze zin in hebben? De Q lijkt daar het meeste op, zeker als ik lees dat het dit ook op een gedachtengang of een politieke keuze kan slaan, op mensen die niet in hokjes willen denken. Laat mij maar queer zijn! Maar waarom moeten al die afwijkelingen benoemd worden? Want je kan de rij LHBTQIAP oneindig uitbreiden, zoals ik met de N heb gedaan. En wat zegt het dan nog over de groep? Steeds minder. Wat echter wel iets over deze groep zegt, is het feit dat ze niet normaal zijn in de statistische betekenis van het woord, zodat het makkelijker is te zeggen wat hun kenmerken níét zijn dan wat die wél zijn. Seksueel niet normaal. Het ging toch om seks? Om innerlijke en uiterlijke piemeltjes en kutjes? Laten we dat vieren! En als je nog wat verder kijkt zal blijken dat ook die normalen niet allemaal normaal zijn, want ik heb het nog niet eens gehad over voorkeuren als fetisjisme en BDSM. In dit licht is de transformatie van de Gay Pride tot een Pride wel te rechtvaardigen, hoewel de hernoeming van dit festival eerder een commerciële dan een emancipatoire reden heeft.

De Canal Parade verwatert, en wordt zo steeds minder een echte Pride. Een Pride van gewoon te zijn die je bent. Waaraan ook afwijkende hetero’s mogen meedoen. Voeg aan de letterreeks dus ook een H voor hetero toe, een M voor masochisten, een S voor sadisten, een L voor latex, een B voor bondage, een T voor trio’s en ga zo maar door. Laten we de diversiteit vieren, met echt alle kleuren van de regenboog! Uiteindelijk is niets ons vreemd en hebben we van alles wel iets in ons lichaam en innerlijk. De Q voldoet. Voor iedereen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Sannyasins

Date 29 juli 2017

Sannyasin. Er is één woord, waarvoor ik persoonlijk heb gezorgd dat het goed geschreven wordt in het Groene Boekje. Want het oranje volkje – wij dus – werd maar al te vaak als sanyasins, sanyassins of sannyassins aangeduid. Een woord dat gewoon ‘discipel’ betekent. Vaak werden sannyasins volgelingen genoemd. Dat was verschrikkelijk want juist óntvolgen was misschien wel het belangrijkste wat Osho, indertijd bekend als Bhagwan wat weer vaak als Baghwan werd geschreven, ons leerde. Daar hadden we toen geen Facebook voor nodig. Een hele klus natuurlijk, om je volgelingen te leren om je niet te volgen, maar bij een handjevol sannyasins is dat toch gelukt. Zeker als je ook nog eens met een portret van je meester aan een houten ketting met 108 kralen om je nek rondliep. En je je tot overmaat van ramp ook nog eens een nieuwe naam liet aanmeten. Mijn ouders hadden het daar natuurlijk moeilijk mee, hoewel mijn vader mij op zijn sterfbed toch nog Satyamo noemde. Op de universiteit was het daarentegen geen enkel probleem, wat niet zo verwonderlijk is want daar waren, althans toen nog, veel intellectuelen, en die denken meestal wat verder na.

Toen de nog niet Osho zijnde Bhagwan de naam Satyamo voor me bedacht, klikte het meteen tussen mij en mijn nieuwe naam. Een naam is een klank, een soort muziek, een trilling die met je innerlijk resoneert, en niets moet erger zijn dan een naam te hebben die niet bij je past. Dat moet net zoiets zijn als je van binnen een vrouw te voelen terwijl je in een manlijk lijf zit en als man wordt aangesproken. Een nieuwe naam was trouwens niet verplicht: in dat geval zette Bhagwan er vaak iets voor als Prem, Deva of Anand. Sommigen lieten die keuze aan Bhagwan over, want die zou zelf wel het beste weten wat goed bij je paste en dat kon gewoon je legale naam zijn in plaats van iets in het Sanskriet – het Latijn van het Oosten – waarmee ik gezegend ben. Ik vond het wel spannend om voor een nieuwe naam te kiezen, want als je ergens voor gaat moet je er ook helemaal voor gaan. Toch brengen mensen mij vaak in verlegenheid als ze gaan vragen wat mijn naam eigenlijk betekent. De allerhoogste waarheid. Bloos. Is vast niet zo hoor! Ja, ‘satyam’ betekent waarheid, dat wel, maar om er meteen het allerhoogste van te maken … Bovendien bestaan er geen gradaties van waarheid, evenmin als je een cirkel ronder maakt door die nog eens extra rond te noemen.

Ik mag mezelf sannyasin noemen. Ook zoiets heiligs. Het is al moeilijk genoeg om ‘Drs.’ of ‘M.Sc.’ voor mijn naam te zetten. Mag allemaal, maar het zijn wel allemaal identificaties, rollen die uiteindelijk niets over mezelf vertellen omdat ik er diep van binnen weinig mee heb. En last but not least: waar gáát het eigenlijk over als je sannyasin bent? Dat je regelmatig mediteert? Maar wat is meditatie? Voor je het weet is ook dat weer zo iets bijzonders, goed bezig zijn en dat soort dingen. Dat was natuurlijk prachtig in Poona voordat het Pune heette, en het mooiste vond ik het als we met een paar duizend sannyasins volmaakt stil konden zijn, onaangedaan door onze eigen gedachten, luisterend naar de koekoek of een trein verderop. Dat was en is voor mij de essentie, jezelf achter je laten, alleen maar te zijn, het ‘dat wat is’ te drinken. Dat hebben we toch mooi van Bhagwan geleerd! Al die therapiegroepen waren wel leuk, maar het mooiste dat ik me herinner is dat ik een wedstrijd masturbatie won en dat ik na afloop met de mooiste jongen uit de groep rollebolde in de gecapitonneerde kelder. En ik zette wel grote vraagtekens bij sannyasins die zo therapieverslaafd waren dat ik me werkelijk afvroeg waarmee ze nou eigenlijk bezig waren. Het is toch veel makkelijker om gewoon te accepteren dat je gek bent?

Maar dat was wel de kracht van Osho toen hij zich nog Bhagwan noemde! Ga maar in therapie, op zoek naar jezelf! Spring en dans tot je er bijna dood bij neervalt. Put jezelf maar lichamelijk en geestelijk uit, duik in je eigen zweet en neurosen, en doe dat dan ook totaal! Zodat je ontdekt dat je dat allemaal niet bent! Zoek je verlichting? Doen! Net zolang tot je je realiseert dat de zoeker, de doener per definitie niet verlicht kan zijn. Dat je van binnen pure leegte en stilte bent, een onbewogen bewustzijn, vrede, onaangeroerd door de mallemallotige heksenketel die het dagelijks leven maar al te vaak is. Sannyasin zijn betekent niet een afzonderen van de wereld, maar een afzonderen van jezelf terwijl je het spel van de wereld speelt. Jezelf vinden door jezelf te verliezen. Het ik, het ego, het mag er allemaal zijn omdat je diep van binnen weet dat het allemaal niets met je kern te maken heeft. Er is geen god, geloof, ritueel, heilige tekst of wat dan ook om in de hemel te komen, bevrijd of verlicht te worden. Integendeel zelfs, want juist dat zijn allemaal illusies die je status quo handhaven. Maar je moet wel die illusie doorleven daar achter te komen. Paradoxaal, dat is het zeker. Net zoiets als iemand leren om volwassen te worden, een afhankelijk iemand leren zelfstandig te worden. Je moet door een deur, maar als je daar doorheen bent en achter je kijkt zie je dat er helemaal geen deur was.

Soms zie ik films uit de tijd dat ik in Poona was. Zat ik daar tussen, tussen dat zooitje ongeregeld? Nee toch? Even geen link naar die video graag! Maar het was wel bezield! En dat is wel de essentie van sannyas, discipelschap. Het gaat niet om woorden, boeken, nieuwe namen, meditaties, therapieën, rituelen, oranje kleren of wat dan ook – dat zijn allemaal lokkertjes van de Meester om in zijn nabijheid te komen, zijn energie te voelen, zijn verlichting te proeven, je te inspireren, je deel te laten worden van zijn innerlijke leegte en stilte, zijn niet-bestaan voorbij leven en sterven, zijn vrede, zijn bewustzijn. Een hele klus voor een meester, en natuurlijk gaat daar wel eens iets mis, want ga er maar eens tegenaan staan. Osho had het wel eens over de kunst van het sterven. Niet van je fysieke lijf, maar van je eigen ego, je eigen belangrijkheid die toch al nergens te vinden is als je vanaf een andere planeet naar de wereld kijkt. Zelfmoord is makkelijker. En er zijn natuurlijk zat sektes en wereldwijde religies die misbruik van je willen maken, die je hersenspoelen zodat je niet in de gaten hebt dat het de leiders alleen om macht, geld en seks te doen is terwijl je je geborgen waant in een verheven club die je de garantie geeft dat het – meestal na het fysieke sterven – ontzettend goed met je zal gaan. Ja, het was een risico. Niet alles wat groeit en bloeit is goed om te eten, maar dat is geen reden om honger te gaan lijden.

Rijst wel de vraag: waarom zou je? Inderdaad: als je tevreden bent met het leven dat je leidt of lijdt is er niks aan de hand. Maar er zijn nu eenmaal mensen aan wie een soort ontevredenheid knaagt, een gevoel niet echt thuis te zijn in de wereld, voor wie het huisje, boompje en beestje niet bevredigend zijn. Die een oppervlakkigheid, leegte en zinloosheid ervaren die voor hen onverteerbaar is. Mensen die daar niet fatalistisch in willen berusten en op zoek gaan. Die zich niet kunnen neerleggen bij de wereld die nu eenmaal is zoals hij is en waaraan je toch niets kunt veranderen. Die volharden in hun idealisme dat er méér is, en daarnaar op zoek gaan. Om dan te ontdekken dat hun eigen ontevredenheid eigenlijk óók niet klopt, dus dat je de wereld alleen maar kunt veranderen door zelf te veranderen, omdat zieken immers geen zieken kunnen genezen. Osho zal vast wel ergens verteld hebben – en anders zeg ik het namens hem – dat eigenlijk iedereen ziek is, dat alleen een verlicht iemand gezond is. En op het spirituele pad kom je uiteindelijk weer terug waar je geweest bent. Ja, het leven is oppervlakkig, leeg en zinloos. Maar nu ben ik dat leven niet meer en pretendeer ik niet meer alles beter te weten, en wil ik niet anders dan door mijn intuïtie geleid de wereld veranderen. Omdat ik geloof dat alles goed is zoals het is en geen grassprietje op de verkeerde plaats staat. Zoals Osho mooi zegt: het leven is geen probleem dat opgelost, maar een mysterie dat geleefd moet worden.

Ben ik een sannyasin? Ik ben in de wereld, en steeds minder van de wereld. Een negatief fatalisme slaat om in een positieve acceptatie. En wie ben ik? Ik schil en schil alle astrale en fysieke persoonlijkheden van me af en er blijft niets over, alleen bewustzijn, leegte, stilte. Dit soort dingen hebben we van Osho geleerd, hoewel we die van binnen allang wisten en hij het alleen maar naar de oppervlakte heeft gehaald, een diepe herkenning in onszelf heeft losgewoeld. Het was een fantastische tijd met al die sannyasins in Poona en nog vele jaren daarna. Ik vermoedde indertijd al dat het een keerpunt in mijn leven was, en zo voelt het nog steeds. Toen was ik daar helemaal thuis, een toen en daar dat nog vaak mijn hier en nu is en mijn hart verwarmt.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Buitenveldert

Date 26 juli 2017

Inmiddels woon ik langer in Blaricum als daarvoor in Buitenveldert, waar ik iets langer woonde dan daarvoor in de Bijlmermeer. En soms denk ik met enige nostalgie terug aan die tijd in Buitenveldert, vlak tegenover het Amstelpark, dicht bij het Amsterdamse Bos en met bus, tram, metro, trein en A10 op loopafstand. Vaak trokken vriend en ik er op zoele zomernachten op uit om op een bankje aan de Amstel te gaan zitten, met biertjes en hapjes in de fietstas. Bij voorkeur om naar de opkomst van de maan te kijken. Of fietsten we naar het Amsterdamse Bos om een intiem plekje op te zoeken waar je naakt kon zonnen om erna pannekoeken te gaan eten. Of in een kano te gaan varen, hoewel me dat eenmaal een flinke plons heeft opgeleverd waarna we toch ergens aan de Amsterdamseweg gingen eten en ik een vervelende blaasontsteking opliep. Zaterdags winkelen op het Gelderlandplein, steevast afgesloten met koffie en een simpele maaltijd. Buitenveldert was de ideale woonwijk voor me. Was.

In 2001 was Buitenveldert al niet meer wat het in 1987 was. Het Gelderlandplein ging op de schop omdat ook daar de megalomanie toesloeg die ons zoveel gezelligheid heeft gekost. Een veel te hoge torenflat met anonieme bewoners. Een moord tegenover het politiebureau. Protesten tegen bebouwing van de Vietnamweide en de komst van de sneltram die inderdaad een paar levens heeft geëist. De groene zone met tennisbanen tussen de stad en Buitenveldert die moest wijken voor die monsterlijke Zuidas. Het volbouwen van perceeltjes groen en rauwe natuur met kantoren en woningen, zoals het talud van de A3 die nooit is aangelegd. Hoorde ik de eerste jaren dat ik er woonde ’s nachts nog wel eens hanengekraai in de kinderboerderij in het Amstelpark, later werd alle stilte overstemd door het knooppunt RAI waar je omkwam in de herrie en elektrosmog. Buitenveldert verloor zijn stilte en is zo aan zijn eigen succes ten onder gegaan.

In Het Grote Jaren 60 Boek zag ik een foto van Nedersticht bij nacht, een straat vlak achter Sterkenburg waar ik woonde. Daar was de brievenbus waarin ik mijn bestellingen voor Aries Astro-Services kwijt kon, maar ook daar sloeg de privatisering toe zodat ik soms een rondje van vier brievenbussen moest lopen voordat ik alles kwijt kon. Ook de lange rijen bij het postkantoor deden me eraan twijfelen of de post het eigenlijk wel leuk vond dat ik een van haar betere klanten was. Op het Gelderlandplein verdween de doe-het-zelfzaak, net als het notenwinkeltje. Het Kleine Loopveld dat ik kende van de tijd dat ik in Uilenstede woonde en ook wel de ‘tripping fields’ noemde, is een van de weinige onveranderde plekken gebleven, en fijn om te wandelen. Daar hebben we nog een kat begraven en had je leuk uitzicht op de weilanden en het kantoorgebouw dat nu in opspraak is: niet omdat het de locatie van de film De Lift was, maar omdat asielzoekers er een onderkomen vonden en men dat niet zo geslaagd vond omdat Buitenveldert ook bekend staat als joodse wijk, en asielzoekers vaak een religie hebben die daar niet echt compatibel mee is. Lijkt me inderdaad niet zo slim.

Maar Buitenveldert heeft nog steeds de Willem van Weldammelaan! Niet dat die zo bijzonder is, maar het metrum ervan nodigt me steeds uit hier een mooi gedicht over te maken, een ode aan de gewone straat. En de Vrije Universiteit is er nog steeds, hoewel het oorspronkelijke ziekenhuis waar ik als student vaak in de keuken achter de afwasmachine wat bijverdiende, inmiddels verborgen is achter nieuwe gebouwen. De overkant van de De Boelelaan was indertijd nog vrijwel onbebouwd – ik herinner me alleen een restaurantje waar we met een groepje psychologiestudenten in een kelder bijeenkwamen. Al schrijvend herinner ik me steeds meer, maar begin ik ook steeds meer te begrijpen waarom oude mensen mopperaars zijn, over dat vroeger alles beter was. Gewoon omdat dat ook zo was. Niet materieel, niet technologisch, niet financieel want de welvaart is zonder meer toegenomen. Maar welvaart is nog geen welzijn en ik durf te beweren dat het laatste, zeker sinds de neoliberale jaren ’90, alleen maar is afgenomen. Ook in Buitenveldert.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Reisgedachten

Date 22 juli 2017

Het mooiste reizen kent geen bestemming, het reizen zelf is de bestemming. Heerlijk om onderweg te zijn en niet te weten waar je heen gaat.

Ik reis liever in mijn geest dan in de wereld, want de geest kent geen grenzen.

Keer niet terug naar de mooiste plekken waar je geweest bent. Ze zullen minder mooi zijn, juist omdat je er al geweest bent.

Wat heerlijk is het om verdwaald te zijn, niet te weten waar je bent! Zwerven door een stad waarvan je de naam niet weet. Stoned in eentonige duinen of op donker strand de weg kwijt raken.

Ontspannen is voelen hoe moe je bent.

Toen ik jong was kon ik door heimwee worden verscheurd. Nu ik ouder ben verscheur ik de heimwee omdat ik overal thuis ben.

Zoals het klokje thuis tikt, tikt het overal.

In een vliegtuig geniet ik van de wolken en de wereld diep beneden me. Anderen kijken naar een film.

Reizen verpest het milieu. Als je je overal thuis voelt, hoef je niet meer zo nodig te reizen.

Ik hoef niet te reizen om anderen te ontmoeten. Liefde en schoonheid vereisen geen fysieke nabijheid maar een geestelijk samenzijn.

Wat is het fijn dat iedereen tegelijk op reis gaat! Eindelijk rust in het dorp!

Als de zon niet in je hart schijnt, schijnt hij nergens.

Zonnend op het Spaanse strand werd elke dag de zee van tijd die nog voor me lag steeds kleiner. De vrijheid van de vakantie kromp ineen en bleek steeds meer een illusie.

Hij die zo nodig met vakantie moet, is kennelijk thuis niet gelukkig.

Het nadeel van reizen is dat je toch jezelf meeneemt.

Grenzen zijn stippellijntjes die moeten suggereren dat mensen aan de andere kant een andere ziel hebben.

Armoede is je vereenzelvigen met je eigen volk of cultuur. Zolang je niet verlicht bent is elk thuis een illusie.

Nergens is vrede. Wees nergens. (Freek de Jonge)

Maar al te vaak is de herinnering aan een reis mooier dan de reis zelf. Misschien dat we daarom alles fotograferen en filmen, om later eindelijk te zijn waar we niet geweest zijn.

Hoe ik ook reis: ik sta stil en de wereld draait onder me door.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De Stijl

Date 13 juli 2017

Een eeuw De Stijl was de aanleiding om dit jaar veel aandacht te geven aan deze midden in de Eerste Wereldoorlog ontstane nieuwe kunstbeweging. In november 1917 liet Theo van Doesburg het eerste nummer van het gelijknamige tijdschrift verschijnen, dat de lijm van een artistieke vernieuwing zou worden waarin mensen als Piet Mondriaan, Bart van der Leck en Gerrit Rietveld elkaar vonden. Vriend had nog een cadeautje van me te goed, dus trakteerde ik in mei op een dagje Gemeentemuseum in Den Haag. Tram 6 stopte er voor de ingang van het prachtige art-decogebouw van Berlage, waar een tentoonstelling was gewijd aan Mondriaan en Van der Leck. Ik heb iets met hun abstracte kunst, terwijl dat toch eigenlijk niets zou moeten zijn voor de romanticus die ik ben. Ik kan het niet mooi of lelijk vinden, en toch raak ik erdoor geboeid. Wat wilden die mensen eigenlijk? De kern. Het wezen.

Als een digitale film hapert zie je soms eerst grote blokken op het beeld, reuzepixels die zich nog moeten splitsen om tot iets herkenbaars uit te kristalliseren. Van der Leck deed het omgekeerde, zodat alleen het meest essentiële overbleef. Blokjes rood, geel en blauw, die de lievelingskleuren van De Stijl waren omdat ze de essentie van alle kleuren zijn, net zoals onze printers alleen die drie kleuren nodig hebben om foto’s af te drukken. Naast zwart, maar ook dat hoorde bij De Stijl. Hoewel? Mondriaan ging zijn kleurvlakjes binnen grijszwarte lijnen vangen, en dat ging Van der Leck toch echt te ver, en dat stond aan het begin van hun verwijdering. Het lijkt alsof het nergens over gaat, maar als je goed kijkt naar hoe mensen dingen tekenen, zie je hetzelfde rare verschijnsel dat meestal begonnen wordt met de omtrek, die dan later ingekleurd wordt. Maar die zwarte afbakenende lijntjes zie je nooit in het echt, dan zou de wereld er heel raar uitzien. Wilde Van der Leck met zijn abstractie een soort superrealisme uitdrukken? Maar waarom dan niet één groot grenzenloos mooi grijs vlak geschilderd, als het wezen van alle kleuren met licht en donker ineen? Met al dit soort vragen in mijn hoofd kijk ik toch anders naar schilderijen als het verguisde Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue – ook weer die drie primaire kleuren – van Barnett Newman. Kuierend door het museum geeft alles me veel te denken.

Is dit allemaal niet veel te rationeel? Waar is het gevoel, de emotie, de ontroering gebleven? Of gaat het voorbij aan deze menselijke beroeringen en wil het dit alles overstijgen, ons ervan verlossen? Als kind zei het me in elk geval weinig. Ja, er woonde een opa in de zijvleugel van het huis in Blaricum en die mochten we niet storen. Wist ik veel dat die geheimzinnige opa Van der Leck was. Later, nadat hij in 1958 was overleden, ben ik wel eens in dat atelier geweest, maar het enige dat ik me herinner is dat er een zwarte vleugel stond, in tegenstelling tot een witte vleugel in het woonhuis. Misschien was oom Ludwig daar wel pianoles gaan geven, want dat was zijn vak. Maar ik was nauwelijks geïnteresseerd in de schilderijen van Van der Leck die in het huis hingen, of in de stoel in mijn slaapkamer die een ongeverfd prototype van een Rietveldstoel was. Het zou wel. Als romanticus luisterde ik daar liever naar grammofoonplaatjes van de West Side Story, en naar Yesterday van The Beatles dat ik daar voor het eerst hoorde.

Tram 6 terug naar de binnenstad. Een biertje op het terras van Rootz op de Grote Marktstraat. Op advies van smulpaap Robbie een Indonesische maaltijd in het gezellige Garoeda op de Kneuterdijk, waarvan we toen nog niet wisten dat het om hygiënische redenen gesloten zou worden. Toen weer terug naar Blaricum, waar onlangs een hut van Mondriaan is gerestaureerd. Voor mij hangt de sfeer van kunst, wetenschap en commune hier nog steeds in de lucht en is dit een ideale grond van eigenwijsheid waarop dit alles kan groeien. Zoals De Stijl gebloeid heeft en nog steeds inspireert.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Terug naar Af

Date 30 juni 2017

Ik ben zo naief! Want ik dacht dat met het openen van de Noord/Zuidlijn en het op de schop gooien van veel monumenten – ik vind dat oude tramlijnen ook de status van monument moeten hebben – het openbaar vervoer wel af zou zijn. Nu lees ik net vanmorgen dat er nog veel en veel meer plannen voor dit netwerk zijn, die tot 2040 lopen! Waarom maken ze alles niet meteen in één keer goed? Zodat je eens kan zeggen dat alles gewoon af is?

Amsterdam moet groeien. Toekomstbestendig zijn. Er komen steeds meer mensen in de Randstad, dus moeten er woningen bij. Alsof er elders in het land niet ruimte zat is. Maar daar is dan weer te weinig werkgelegenheid. Waarom? Omdat bedrijven zich liever in de Randstad vestigen dan in een oostelijke provincie. In Amsterdam – spreek uit: Emsterdem – profileer je jezelf immers internationaal, dus daar moet je wezen! En toeristen beklimmen graag het ‘I Amsterdam’ voor het Rijksmuseum (dat er in feite áchter staat), terwijl ik puzzel of ‘sterdam’ een zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord is. Amsterdam is gewoon vól jongens! Geef gewoon toe dat het leven daar een heksenketel wordt, en hou op met het bijna vijfjaarlijkse verbreden van de A1, uitbreidingen van en verbindingen met luchthavens, want met al die groei maak je iedereen gewoon … gek! In den driekamerflatje laat je toch ook niet 15 mensen wonen?

Stilstand is achteruitgang. Ik weet niet wie dat bedacht heeft, maar als je dat gelooft heb je echt zitten suffen in de schoolbanken. En wat is er tegen achteruitgang? Dat er weer een beetje rust komt in de samenleving? Was het leven in de vorige decennia dan zoveel slechter dan nu? Mijn vriend gebruikt nog steeds mijn oude Nokia 3120 en leeft wat dat betreft gezonder dan ik. Ik denk dat ze met die stilstand bedoelen dat we moeten blijven concurreren omdat we anders ten onder zouden gaan. Leuk idee, die vrije markt, maar ik zoek nog steeds waar die dan eigenlijk is, want ik zie hem niet. Hoe groter je bent, hoe makkelijker je een deal met de belastingdienst kan sluiten omdat je belangrijk bent door ‘de economie’. De economie. Ook zoiets waarnaar ik nog steeds op zoek ben. Iets vaags – bruto binnenlands product of zo – waarvan de grootte omgekeerd evenredig is met welzijn, en áls er zoiets bestaat is het zeker niet toekomstbestendig omdat het de aarde naar de ondergang helpt.

Maar de overheid stimuleert dat. Groter, groter en nog eens groter, want owee als ons landje zich niet internationaal profileert. Zo is ook voor ouderwetse oubollige dorpjes als Blaricum geen plaats meer, want gemeenten moeten minstens honderdduizend inwoners hebben om zich sterk te maken in een markt waar men meer gelooft in concurrentie dan in samenwerking, Blaricum moet fuseren, niet omdat het slecht gaat maar om toekomstbestendig te blijven. Ons pionnetje staat op de Dorpsstraat, Ons Dorp, en moet opgejaagd worden naar Kalverstraat, Amsterdam. Alsof je daar zou willen wonen! Zelfs machtsmisbruik is voor de provincie legitiem om een fusie erdoorheen te jagen. Ja, niemand neemt dat woord in de mond, maar iedereen weet dat het zo is. Veel bestuurlijke drukte nu dus in het Gooi. En nu maar wachten tot Blaricum een buitenwijk van Amsterdam is, volgebouwd met torenflats en snelwegen onder de herrie van vliegveld Lelystad.

Eén troost. We gáán uiteindelijk terug naar Af! Als we niet over een paar honderd jaar of korter door klimaatverandering ten onder zijn gegaan, zullen er vast historici opstaan die de oorspronkelijke route van lijn 9 weer opgraven en onder het puin van beton ontdekken dat er vroeger veel groen was in het Gooi.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Hippies

Date 17 juni 2017

Precies vijftig jaar geleden vond het festival plaats dat beschouwd kan worden als de geboorte van de hippiebeweging. In Monterey in Californië, ten zuiden van San Francisco, van 16 tot 18 juni 1967. Het beroemde lied van Scott McKenzie was bedoeld om dit aan te kondigen. ‘Be sure to wear flowers in your hair’ is de bijtitel van dit lied San Francisco, maar op de filmpjes die daar nog van zijn zie ik geen bloemen op het hoofd van de zanger. En toch… Elke keer dat ik dat lied hoor waan ik me in de zomer van 1967.

Heb ik zelf ooit met bloemen in mijn haar rondgelopen? Vaag herinner ik me dat dit één keer gebeurd is, want als alternatieveling ging je natuurlijk niet mee met welke mode dan ook. Een tikje idealistisch is het lied: ‘There’s a whole generation with a new explanation,’ maar hoe warm mijn hart ook was voor de hippies, ik moest het eerst nog zien, dat verbeteren van de wereld en zo. Het opgeven van studie, het verlaten van huis en haard om als een Easy Rider door de wereld te gaan trekken ging me iets te ver. En al die mooie woorden over liefde… Ik moest het nog zien, maar tegelijk voelde ik me toch wat schuldig omdat ik zelf niet in het diepe durfde te springen, huis en haard niet durfde te verlaten om de rest van mijn leven op maïskorrels te knabbelen. Was dat liefde?

Op de televisie – hoe anders in die tijd? – zag ik The Who hun muziekinstallatie in elkaar rammen en in Monterey stak Jimmy Hendrix zijn gitaar in de fik. Gruwelijk! Veel muziek was van haat vervuld, haat jegens ouders, jegens het establishment, jegens de burgerlijke ‘squares’, en zat vol van de vaak voor wereldverbeteraars zo kenmerkende arrogantie. Was dat liefde? Ik had niks tegen seks, drugs en rock and roll, integendeel. Maar ik had wel iets tegen de verplichting om daaraan mee te doen. Heb trouwens nooit echt de behoefte gevoeld om in grote manifestaties mee te doen met grote mensenmassa’s. Dat doe ik liever met mijn gedachten, door erover te praten en te schrijven, met mijn manier van leven.

Dus ja, ik deed wél mee, maar dan wel op mijn eigen manier. Ik nam het op voor Timothy Leary, maar vraag me tot vandaag de dag af of hij echt door de grote massa van hippies begrepen is. Hetzelfde voor het Oosterse gedachtengoed. Voor Pink Floyd. Wat stelde dat trippen eigenlijk voor als lsd alleen maar voor genot werd gebruikt in plaats van voor bewustzijn? Protestzangers vond ik vaak hypocriet. Ik stond, en sta nog altijd, ronduit achter de ideeën die over de wereld werden verspreid, maar had twijfels over de manier waarop ermee werd omgegaan. Een klassiek dilemma: ben je voor of tegen een beweging waarvan je de roots wel ziet zitten maar de uitwerking ervan minder of niet? Zoiets als dat je wel in Christus gelooft maar niet in de kerk.

De jaren zestig waren natuurlijk niet alleen jaren van hippies, maar ook van terecht protest. Ook daar ging wel eens iets mis. Zo is tegenwoordig bijna iedereen het erover eens dat Claus die rookbommen niet had verdiend. Jongeren stonden op de barricades, vrouwen knokten voor de pil en abortus, homo’s gingen zich emanciperen, de Vietnamoorlog werd onhoudbaar. Waar hippies de weg naar binnen bewandelden, gingen demonstranten de weg naar buiten. Maar voor mij is de weg naar binnen altijd belangrijker geweest dan die naar buiten, zelfs een voorwaarde daarvoor: verbeter de wereld, begin bij jezelf. Nee, er stonden geen mensen met bloemen in het haar op de barricades, maar demonstranten en hippies hebben nooit tegenover elkaar gestaan en vulden elkaar eerder aan dan dat ze elkaars tegenpolen waren.

Mijn hart altijd bij de hippies gebleven. Een stelletje ongeregeld was het, met een groot gehalte aan mafkezen. Maar wat misschien belangrijker is: ze gingen hun eigen kleurige weg, durfden het leven te leven, meer dan welke jeugdbeweging ooit trokken zij zich niets aan van heersende normen en waarden, en bouwden zij niet alleen hun jointjes maar een hele eigen unieke wereld. Ze brachten oosters gedachtengoed naar het Westen, samen met hun kritiek op en protest tegen misstanden. Ja, daar ging wel eens iets mis. Maar moet je tegen revolutie zijn omdat dat niet zonder collateral damage kan? En wie er verantwoordelijk voor dat er überhaupt een revolutie ontstaat? Want veel bestuurders vrágen gewoon om revolutie, zeker vandaag de dag. Velen zeggen dat we het eigenlijk best goed hebben, maar dat gaat dan alleen om uiterlijkheden, want van ons innerlijk blijft steeds minder over.

Veel van wat we tegenwoordig heel normaal vinden – van kleding en lang haar tot opvattingen over religie en seksualiteit – is toen begonnen, zodat je je niet meer kan voorstellen hoe de wereld er in de jaren vijftig en begin jaren zestig uitzag. Dat hebben we wel mooi aan de hippies te danken, een cultuuromslag die vijftig jaar geleden is begonnen. Méér dan maf en indolent, want bezield. Het zaad was gezaaid. Ik geloofde er wel in, maar had zo mijn twijfels of het zaad zou gaan bloeien. Gelukkig kreeg ik ongelijk.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Body Worlds

Date 9 juni 2017

Zelfkennis, het gnothi seauton op de tempel van Delphi, is een van de kernwaarden van veel religies en spirituele bewegingen. Net als het gaan van de weg naar binnen. Dat wordt meestal niet letterlijk opgevat, want zeer weinigen boren gaatjes in zichzelf om in hun eigen lichaam van binnen te zien. Toch in het interessant om eens een kijkje onder de menselijke huid te nemen om te zien hoe het inwendige allemaal in elkaar zit. Anatomie heet dat, een uitvinding van kannibalen, zo lees ik in het boek bij de tentoonstelling Body Worlds die ik van de week bezocht. Natuurlijk weten we wel in grote lijnen wat we allemaal in ons dragen, en een kleine zoektocht op het internet of in anatomische boeken geeft een aardig beeld daarvan. Maar toch. Dat is nog niet echt, tweedimensionaal. Daar brengt een bezoek aan bovengenoemde expositie verandering in, want daar is het hele inwendige van het menselijke lichaam te zien zoals het er in het echt uitziet. Dit dank zij de vele mensen die hun lichaam hiervoor na hun dood beschikbaar hebben gesteld. Dat wordt dan geplastineerd, een techniek waardoor alles er qua vorm en kleur heel natuurlijk uitziet. Ik zou bijna zeggen: je ziet het inwendige lichaam in levende lijve. Zoals het is. Eng om te zien? Macaber dat je het überhaupt wil zien? Toegegeven: ik nam op de tramhalte tegenover de tentoonstelling op het Damrak eerst nog wat trekjes voordat ik naar binnen ging.

Het is helemaal niet eng, maar gewoon mooi! Iets om met respect te bekijken, wat ook bleek uit de stilte die onder de bezoekers heerste. Met de lift ga je naar de zesde verdieping waar hersenen en het zenuwstelsel te bewonderen zijn. Elke verdieping lager is aan een ander aspect van het lichaam gewijd, totdat je op de begane grond kijkt naar embryo’s die er, samen met de placenta, uitzien als kleine witte wolkjes waaruit zich foetussen ontwikkelen. Ik kan me best voorstellen dat mensen in God geloven want alles in het lichaam heeft met alles te maken: de bloedsomloop, de longen, het spijsverteringskanaal, het zenuwstelsel, het bewegingsapparaat, gesteund door het skelet en beschermd door de huid, probeer het maar eens bij elkaar te knutselen. Vitrines met geopende hersenen, en die ook laten zien wat er bij het dementeren gebeurt. Het centrale en autonome zenuwstelsel. Het hart met zijn boezems en kamers, samen met hoe dat eruit ziet na een infarct en bij hartvergroting. De longen, waarbij ook getoond wordt hoe rokerslongen eruitzien, helemaal grijs. Hoe van slok- tot endeldarm het voedsel door de buik kronkelt, waarbij de maag kleiner is dan ik dacht. De functies van lever, alvleesklier, milt en nieren. Mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen. En natuurlijk de spieren. Vaak zijn complete mensen in natuurlijke houdingen opgesteld, zoals bij een discuswerper en iemand die zit te schaken. Er is weinig in het lichaam dat je niet tegenkomt op deze mooie expositie, hoewel ik me niet herinner een menselijk oog gezien te hebben, in tegenstelling tot het oor met zijn gehoorbeentjes, slakkenhuis en evenwichtsorgaan.

Ik heb me niet door een koptelefoon laten rondleiden. De toelichtingen bij de vitrines en opstellingen vertelden me genoeg. Maar misschien heb ik toch wat weetjes gemist die in het boek vermeld worden. Dat het totale bloedvatenstelsel, inclusief haarvaten, een lengte heeft van 96.500 kilometer. Dat de grote hersenen, als je de windingen eruit strijkt, een oppervlakte hebben van anderhalve vierkante meter. Macaber of eng? Welnee, het is goed om te weten hoe je van binnen in elkaar zit. En Body Worlds is zeker een tentoonstelling die leerlingen op school zouden moeten bezoeken. Om zelfkennis in real life – om het maar even zo te noemen – op te doen, en niet uit boekjes of van beeldschermen. Anatomie is iets wat ik in esoterische kringen mis als ze het hebben over astrale, mentale en nog hogere lichamen die ons bezielen. Daar blijven dat vage wolken, het liefst in mooie kleuren, en dat is het dan. Niet dat ik daar niet in geloof, integendeel, maar het gevaar van exposities in deze is dat je voor je het weet echt gaat geloven dat hersenen bewustzijn genereren, en dat intuïtie niet veel meer is dan een lager gevoel dat in de buik opwelt. Maar tussen geboorte en sterven zitten we in dit lichaam zodat het handig is er het een en ander van af te weten. Of beter: het lichaam zit in ons, want wie of wat is degene die dit alles bekijkt en ervaart?

Vroeger trachtte ik mij wel eens voor te stellen dat mijn huid en mijn schedel transparant waren en ik weet eigenlijk niet waarom dat niet zo is. Misschien zijn veel mensen nog niet klaar voor zo’n doorkijkje. Maar ik wel, en ik kom er zeker nog eens terug!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Sgt. Pepper

Date 1 juni 2017

Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band kwam in ons land pas op 7 juni 1967 uit. Las ik. Blijkt te kloppen, want volgens mijn dagboek was ik er als de kippen bij en schreef ik die dag al over de diverse nummers waarvan ik She’s Leaving Home en A Day In The Life kennelijk de mooiste vond, want daar begon ik mee. En ik vermeld ook dat de release eigenlijk twee dagen later was gepland. Ik las onlangs dat we die zes dagen extra wachten – wat best moeilijk geweest zal zijn – te danken hadden aan een staking op Schiphol. Tussen de regels door lees ik dat ik onder de indruk was van het feit dat het een – wat wij nu noemen – een conceptalbum was: de nummers vloeiden in elkaar over waardoor de langspeelplaat één geheel was, wat zeker versterkt werd door de reprise van de titelsong tegen het eind van de elpee, zoals een album indertijd werd genoemd. De zeven vorige albums bevatten altijd, met uitzondering van A Hard Day’s Night, veertien liedjes die onderling weinig verband met elkaar hoefden te hebben, terwijl je bij Sgt. Pepper echt een concert bijwoonde. Ook las ik laatst dat het prachtige Strawberry Fields Forever bijna ook op Sgt. Pepper een plekje had gevonden. Qua sfeer past het er inderdaad uitstekend bij.

It was fifty years ago today, en dat wordt gevierd met een remastering die prachtig schijnt te zijn, maar ik moet die nog horen. Ik vind dat toch een beetje eng. Alsof daarmee de oorspronkelijke sfeer van het album tekort zal worden gedaan. Mijn twijfel sluit aan bij discussies die ook binnen de wereld van de klassieke muziek spelen, waarbij sommigen zweren bij authentieke uitvoeringen met onder andere instrumenten, tempi en bezettingen uit de tijd dat ze gecomponeerd werden. Immers dáárvoor had Bach indertijd zijn werken geschreven en zó had hij zijn composities gehoord, net zoals The Beatles zich een halve eeuw geleden in de Abbey Road Studio’s moesten behelpen met de geluidstechniek van die tijd. Bij de klassieke muziek berust volgens aanhangers van de authentieke uitvoeringspraktijk het verbeteren van het origineel op speculatie, alsof je zeker weet dat Bach ervan genoten zou hebben. Maar dat kan je niet weten, dus moet je er met je vingers van afblijven. En zoals je je nu bij het beluisteren van veel opnames kan afvragen of je echt naar Bach luistert, ben ik benieuwd of ik straks bij het horen van de nieuwe editie van Sgt. Pepper echt naar The Beatles luister.

Wat ik indertijd nooit had verwacht, is dat de laatste jaren sommige groepen popmuziek van weleer opnieuw op het podium brengen, zoals de Pink Floyd Tribute Band. En zoals onlangs The Analogues in de Ziggo Dome. Frank ging erheen. Hij was net beëdigd als fractievertegenwoordiger toen hij me glunderend vertelde dat hij een kaartje voor dat concert had bemachtigd, en dat ze ook Sgt. Pepper integraal gingen uitvoeren. Maar ik was bang dat hij zich net als ik zou storen aan de onvermijdelijke alle geringste afwijkingen van het origineel, waarvan we immers zo’n beetje elke noot kennen. Ik ben benieuwd wat hij ervan heeft gevonden. Maar zelfs als het tegenvalt vind ik het prachtig dat zoiets gebeurt, mits de sfeer van het origineel goed wordt begrepen en opgepakt. Ik herinner me hoe Dolf van der Linden van het Metropoleorkest indertijd The Beatles maar niks vond, muziek die al snel vergeten zou zijn. Intussen zijn we hem zélf bijna vergeten en wordt serieuzere popmuziek klassiek. Popmuziek als serieuze muziek? Dat zingen en kwijlen over emoties, dat primitieve kabaal over seks, die psychedelische herrie over drugs? Ik heb altijd van zowel pop als klassiek gehouden. Wie alleen van klassieke muziek houdt ontkent zijn lichaam, wie alleen van popmuziek houdt ontkent zijn geest. En ik hou van beide.

Juist omdat ze niet meer optraden waren The Beatles niet meer gebonden aan een beperkte instrumentatie en konden ze in de studio zo’n rijk en bombastisch geheel produceren als Sgt. Pepper, dat een keerpunt in hun oeuvre was, gevolgd door The Magical Mystery Tour, het naamloze White Album en Abbey Road, die voor mij The Beatles op hun best zijn. Ook daarvan zullen wel allemaal remasters en nieuwe uitvoeringen volgen, waaruit blijkt hoe tijdloos popmuziek kan zijn. En we Lucy met haar diamanten nog lang in de hemel zullen ontwaren. Als we 64 zijn. Binnenin ons en buiten ons. Met een beetje hulp van onze vrienden.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites