Puzzelen

Date 8 november 2021

Hersengymnastiek. In mijn jeugd vond ik dat een rare term. Maar toen geloofden we nog dat er weinig beweging in onze hersenen zat. Met het ontdekken van de neuroplasticiteit bleken ze veel flexibeler, soepeler en plooibaarder te zijn dan we aannamen, zodat er veel nieuwe verbindingen worden gemaakt. Geen wonder dat onze bovenkamer maar liefst een vijfde van onze energie gebruikt. Van de vijf boterhammen is er dus één voor je hersenen. Met pindakaas graag. Bewegen, slaap, training, ontspannen, sociale contacten en muziek zijn volgens de hersenstichting belangrijk om je brein gezond te houden. Bewegen is niet mijn beste kant, maar in slapen ben ik héél goed en ook de rest valt bij mij wel mee. En dat trainen gaat over puzzeltjes, mentale uitdagingen. Daarmee verminder je het risico op hersenaandoeningen zoals dementie. En het is leuk omdat het dopamine vrijmaakt, daarmee voelen we ons tevreden en beloond.

Ik ga naar bed en sta op met een puzzeltje. Voor het slapen gaan doe ik graag nog even een eenvoudige sudoku op mijn telefoontje. Zonder glaasje wijn, want na mijn laatste operatie eind januari heb ik daar de eerste weken niet meer aan gedacht en dat heb ik maar zo gelaten. Bovendien is alcohol eigenlijk een hele stomme en verdovende drug. Puzzelen is veel leuker. Bij de koffie storten Vriend en ik ons op de dagelijkse puzzel In het midden van de NRC, een soort mix van een kruiswoordraadsel en een cryptogram. Daarna ga ik meestal even buiten zitten roken, waarbij ik soms een hele poos met een leeg hoofd voor me uit kan zitten kijken. Dan geniet ik stilletjes van zwervende gedachten die ik de vrije loop laat. Dat zijn ook mijn meest creatieve momenten, daarvoor moet ik gewoon even een poosje niets doen. Ik kan me dan ook niets voorstellen bij mensen die meteen actief worden zodra ze een voet buiten hun bed hebben gezet.

Toen ik in de jaren 70 bij de Amrobank werkte, stond ik graag een half uur of meer eerder op om nog even lekker rokend en koffie drinkend naar muziek te luisteren voordat ik op bus 58 stapte. Bij die bank was ik trouwens ook goed in puzzelen. Puzzelen waar zoekgeraakt geld gebleven was, en in mijn geval naar het buitenland. Zonder computers, met microfiches en tussenrekeningen waarlangs je het spoor van het geld moest volgen. Toen later de computer in de huiskamer verscheen, was ik daar snel aan verslaafd. Een programmaatje maken waarmee je de teller van een cassettespeler koppelde aan het tijdsverloop. Of waarmee je een correlatiecoëfficiënt berekende, iets wat ik één keer met de hand heb gedaan. Ik ging soms letterlijk met de listings naar bed. En ik maakte natuurlijk een programma waarmee je een horoscoop kon berekenen, waarbij al snel zaken als rechte klimming, declinatie en boldriehoeksmeting om de hoek kwamen kijken.

Een maand geleden heb ik me opnieuw weer eens in Visual Basic gestort, dat nog steeds bestaat in het gratis Visual Studio van Microsoft. Na een kwart eeuw wordt dat wel bijspijkeren, maar ik vind het gewoon leuk, en dat is de enige reden dat ik het doe want ik heb geen speciaal doel voor ogen. Ik hou niet van doelen, die staan me te ver van het hier en nu af. Een ‘ik doe maar wat’ is trouwens iets wat een groot deel van mijn leven kenmerkt en wat me niet ongelukkiger heeft gemaakt dan mensen bij wie alles een doel of nut moet hebben. En laat ik trouwens Second Life niet vergeten, waar ik de afgelopen maand schuifdeuren voor de disco in elkaar heb geknutseld en op een kilometer hoogte een skybox heb opgezet. Voor de komende Beatles-party heb ik disco volgehangen met draaiende albums van de groep, met niet alleen de dertien Engelse maar ook met nog vier elpees die alleen in Amerika waren verschenen. Ook het zoeken naar die laatste was puzzelen. In dit soort dingen zet ik graag mijn tanden. Ik moet daar trouwens ook nog achter vuurwerk aan. Hoe doe je dat?

Laat mij maar puzzelen!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Het Tibetaanse Dodenboek

Date 31 oktober 2021

In het Oosten is meer wijsheid te vinden dan in het Westen. Met name het boeddhisme, zen en taoïsme getuigen van een spirituele diepgang die we in onze cultuur zelden aantreffen. En dat heeft alles te maken met het materialisme dat ons eeuwenlang met de paplepel is ingegoten, de identificatie met ons lichaam die duur betaald wordt met onze doodsangst, die uiteindelijk de wortel is van al onze angsten. We durven de dood niet recht in de ogen te kijken. We steken onze koppen in het zand en hebben niet in de gaten dat we juist daardoor ons eigen geluk in de weg staan. Ook voor mij werd het daarom eens tijd om eindelijk, nadat het een halve eeuw in mijn boekenkast stond te wachten, het Tibetaanse Dodenboek eens te gaan lezen. Want je kunt pas echt leven als je kunt sterven. De teksten van de Bardo Thödol, ofwel bevrijding door het horen, zijn eeuwenlang mondeling overgebracht en waarschijnlijk op schrift gesteld door Padma Sambhava, een yogaleraar die in de achtste eeuw het boeddhisme naar Tibet bracht.

Het boek gaat over de drie bardo’s ofwel fasen van wat je allemaal meemaakt of mee kan maken tussen je sterven en opnieuw geboren worden. En dat is een hele odyssee, met als doel te voorkomen dat je opnieuw geboren zult worden en dus niet voor de zoveelste keer een wereldlijk leven in maya, begoocheling, illusie zult moeten doorbrengen. Want zolang je niet verlicht bent, zo leren we overal in het Oosten, blijf je incarneren, net zolang tot je je lesjes hebt geleerd. Wat die verlichting is laat zich moeilijk in woorden vatten. Iets als: je verdwijnt als individu, je versmelt met het goddelijke. Je bereikt je oorsprong en bestemming, een bewustzijn zonder ik, voorbij de wereld van dualiteiten. Dat is nirwana, niet mooi of lelijk, niet goed of slecht, geen hemel of hel maar een puur en leeg bewustzijn dat zich nergens meer mee vereenzelvigt. Het logische denken zal daar niets van begrijpen, alleen kunstenaars zoals musici en dichters kunnen een tipje van maya’s sluier oplichten.

De Bardo Thödol bestaat uit drie delen, met teksten die de stervende, overledene of opnieuw geboren wordende gedurende zeven weken moeten worden ingefluisterd voordat hij of zij opnieuw als embryo in de moederschoot verschijnt. Citaten waardoor de overledene herinnerd moet worden aan de goddelijke aard die we allemaal bezitten. Teksten die de overledene als het even kan al tijdens zijn leven heeft bestudeerd. In de praktijk lijkt me dat voorlezen alleen tijdens het sterven een paar uur te doen, want daarna is het heel lastig om continu, zeven keer zeven dagen, te blijven reciteren in de afwezigheid van het lichaam van de gestorvene. Dit suggereert wel dat zeven weken van rouw en bidden voor de overledene geen slecht idee zijn. Echter de teksten geven wel aan dat je de lengte van deze periodes niet al te letterlijk moet opvatten. Als de gestorvene al tijdens de eerste fase bevrijd is, lijkt het zinloos om dan nog weken te blijven citeren. Hoe dan ook: toon geen emoties zoals verdriet, want dan denk je meer aan jezelf dan aan die ander. Het voorlezen kan het beste door een leraar, een goeroe gedaan worden, maar dat kan ook door een goede vriend of iemand die het vertrouwen van de overledene had.

Direct na het sterven begint het Chikhai Bardo van vier dagen. In de eerste uren worden we geconfronteerd met het ‘primaire heldere licht’, en is het de kunst om te ontdekken dat we dat zelf zijn. Dit is meteen een sprong in het diepe, en daarin kunnen we meteen ons diepste wezen herkennen, bewustzijn dat vol is van leegte, ongevormd, onbegrensd en tijdloos. Dan bereiken we in één klap de boeddha-natuur en zijn er geen nieuwe incarnaties meer nodig. Dan is het wiel van samsara tot stilstand gebracht, en hoeven we ons in een volgend leven niet weer opnieuw een lichaam en een persoonlijkheid aan te meten. Wordt dit primaire heldere licht niet meteen herkend, dan wordt ons door het ‘secundaire heldere licht’ nog een tweede kans geboden, een fase waarin we buiten het lichaam raken, niet meer weten of we levend of dood zijn en het geklaag en gejammer van nabestaanden horen zonder erop te kunnen reageren.

Herkennen we ook dit licht niet, dan worden we verder in het diepe getrokken in het Chönyid Bardo van 14 dagen. Het heldere licht maakt plaats voor een mandala van godheden die allemaal projecties van jezelf zijn. In de eerste week rijzen er 42 goden van vrede uit je hart, en in de tweede week 58 toornige goden van gramschap uit je brein als illusies op. De teksten hameren er voortdurend op dat je niet bang moet zijn – dood ben je toch al – en dat ze je beschermgoden zijn, zelfs de bloed drinkende goden die zich in afschuwelijke gestalten manifesteren. Zo lijkt dit tweede bardo een reis door de hemel en daarna door de hel, niet om je schrik aan te jagen maar de illusie ervan door te prikken. Het is alsof er steeds zwaardere middelen in stelling worden gebracht om je tot bevrijding te verleiden: gaat het niet goedschiks, dan maar kwaadschiks, en hoe strakker de strop om je hals knelt, hoe alerter je wordt.

Als al dit zwaardere werk om aan het rad van samsara te ontsnappen geen soelaas heeft geboden – en bij de meeste mensen is dit zo – belanden we in het Sidpa Bardo van 31 dagen. Daarin komt het verlangen naar een lichaam weer in zicht, maar krijg je toch nog tips om aan een nieuwe incarnatie te ontsnappen, door ‘het sluiten van de toegang tot de moederschoot’. Tegelijk moet je jezelf laten leiden naar de meest geschikte plek voor een nieuwe geboorte. En mocht het zover komen, dan is de vereniging van het zaad met de eicel een moment van een geweldige extase. Je bent weer terug. In de versie die ik las geeft Carl Jung een uitgebreide inleiding waarin hij aan de hand van deze bardo het ontstaan van het oedipuscomplex verheldert. Voor hem is het Tibetaanse Dodenboek het toppunt van dieptepsychologie, vooral wegens alle archetypen die je tijdens je reis tegenkomt. Ook Timothy Leary heeft graag gebruik gemaakt van dit dodenboek omdat het volgens hem een model is voor bewustzijnsverruiming, in zijn geval in de vorm van een lsd-trip.

Met hun streven naar verlichting en om niet meer geïncarneerd te worden, lijkt het alsof er in Oosterse religies een soort zelfmoord wordt gepropageerd. Het gaat echter niet om een fysieke suïcide maar om het doden van het ik of ego, dat per definitie ongelukkig maakt. Het kost levens om dat te ontdekken, om in te zien dat alles wat vorm heeft eindig is in tijd en ruimte, en daarom nooit echte bevrediging kan schenken. Sommige mensen zijn ‘jonge zielen’ die vol enthousiasme het avontuurlijke leven met zijn nastreven van genot aangaan. Anderen zijn ‘oude zielen’ die het na vele levens wel gezien hebben en beginnen te beseffen dat alleen het opofferen van zichzelf bevrijding geeft. Met dat laatste is niks mis, want pas als we kunnen sterven kunnen we écht leven. Zo geeft de Bardo Thödol ons stervenslessen, en daarmee levenslessen. Het is dan ook allesbehalve een somber en macaber boek omdat het ons van de grote illusie van de dood kan verlossen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Het goede voorbeeld

Date 22 oktober 2021

Deze Second Lifer geeft het goede voorbeeld. Aldus Lena Bril vandaag in De Correspondent. Fijn om te horen, want die Second Lifer ben ik. Hoe het zo gekomen is? Ik plaatste een reactie op een artikel van haar over de metaverse, het leven in digitale werelden als verrijking van real life. Second Life is daar een voorloper van. Mark Zuckerberg wil ook zoiets, want het bouwen van een metaverse staat zo hoog op zijn agenda dat hij hiervoor een nieuwe tak van zijn consortium opricht die wellicht de naam Horizon krijgt. Ik ben benieuwd en hoop dat dit niet zo chaotisch wordt als Facebook. In Second Life word ik niet gestoord door advertenties en vriendschapsvoorstellen, en ik wil graag dat dit in de metaverse zo blijft.

Lena Bril – een van de dochters waar Martin Bril graag over schreef – wilde een interview met mij, zodat we twee weken geleden samen zoomden. Ze vertelde me dat ze filosofie heeft gestudeerd en vroeg me bij welke filosoof ik me het meeste thuis voelde. Overvallen door haar vraag stamelde ik iets over Plato, maar haar lievelingsfilosoof was Spinoza. Ja natuurlijk, helemaal raak! God als identiek met de natuur en zo. Ja, ik ben eigenlijk zelfs een pantheïst. Het was juist haar filosofische achtergrond waardoor ze snel begreep wat ik allemaal bedoelde. Misschien heeft ook mijn artikel Second Life – Het leven als spel daartoe bijgedragen. Wat me tijdens dit interview intrigeerde is dat ze in mijn ogen zo jong was en toch oprechte interesse heeft in de verhalen van een boomer zoals ik.

Mijn foto’s uit Second Life vond ze prachtig. Daarop zag ze dingen die ik zelf nooit zo bewust had waargenomen, zoals dat ik een anarchistenlogo op een hesje draag. Ik vertelde haar hoe ik me onlangs zorgen maakte over een digitaal katje dat was weggelopen, en hoe opgelucht ik was toen ik hem na een paar dagen weer terugvond. Ja, dat soort gevoelens gaat best diep, en dat neem je in real life mee. Een omhelzing in Second Life voel je niet met je lichaam, maar wel in je hart. Het is maar wat je belangrijker vindt. Lena stuurde me keurig haar verhaal – zij het nog zonder titel en tussenkopjes. Dat heb ik eergisteren nog bij zitten schaven en toen was het wat haar betreft meteen af. De conclusie: Second Life is een verrijking van real life en die twee werelden vloeien in elkaar over.

Het is een mooi artikel geworden, dank je wel Lena! Ook de titel is prachtig gekozen. Deze Second Lifer geeft het goede voorbeeld.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Alcohol en drugs

Date 9 oktober 2021

Alcohol en drugs. Vaak worden die samen in één adem genoemd. Alsof alcohol géén drug is! En dat niet alleen. Het is een van de gevaarlijkste drugs, aldus de Jellinek die zich baseert op gegevens van het RIVM, ons allen sinds de pandemie welbekend. Deze instelling voor verslavingszorg publiceerde in 2009 een top 15 van de gevaarlijkste drugs. Bovenaan staat crack, cocaïne die je uit een pijpje rookt of boven een verhit velletje cocaïne inademt. Op de tweede plaats heroïne waarover Doe Maar zong. Op de derde plaats tabak, waar ik echt wel ervaring mee heb, maar ik weet nog steeds niet hoe ik de vraag of ik rook moet beantwoorden omdat ik sinds een jaar of tien elektrische sigaretten rook: geen tabak, maar wel een minimale hoeveelheid nicotine. En daar is dan op de vierde plaats alcohol wat gevaarlijker is dan cocaïne, methamfetamine – ja, dat spul van de fantastische serie Breaking Bad – en amfetamine op de vijfde tot zevende plaats. Dat laatste, ‘speed’, heb ik één keer gebruikt en wat voelde ik me groots! In een grandioze zelfoverschatting dacht ik in één nachtje wel even de tentamenstof voor de volgende dag te kunnen leren. Nee dus en nooit weer.

Ik snap er dus eigenlijk niets van dat alcohol zo legaal is. Je kan nergens meer komen of er wordt een glaasje geschonken. Vandaag zag ik weer een advertentie voor NRC-lezers waarin een prachtige wijn werd aanbevolen. Houtgerijpte Manadero garnacha, wat dat ook mag zijn. Ik behoor kennelijk toch niet echt tot de echte elite van NRC-lezers. Mijn ergste ervaring met alcohol was net als die met speed in mijn studententijd. Terwijl ik steeds maar bleef zingen over ‘nog een glaasje drank’ werd mijn glas steeds aangevuld. Dat werd een halve fles whisky of whiskey, dat weet ik niet meer. De volgende dag was ik dus een wrak. Maar sinds januari heb ik bijna niets meer gedronken, een blikje bier en twee glazen wijn. Dat komt omdat ik in het ziekenhuis niets mocht drinken en bij thuiskomst er gewoon niet meer aan dacht. Ook omdat ik onder de oxycodon zat, een opiaat met een soortgelijke werking als morfine en dat daarom best wel eens de tweede plek zou kunnen delen met heroïne. Maar ik werd er helemaal niet suf van, zoals ik begrepen had uit het album De blauwe lotus van Kuifje. Het schijnt zeer verslavend te zijn, dus ik ben er toen wat eerder mee gestopt dan voorgeschreven was.

Minder verslavend dan amfetaminen staat GHB wat vroeger voor narcose bij operaties werd gebruikt, maar in een update van 2020 vermeldt de Jellinek dat het nu wel eens wat hoger op de lijst zou kunnen staan. Op de negende plaats staan slaap- en kalmeringsmiddelen. Zelf heb ik die nooit of misschien een enkele keer gebruikt, maar mijn moeder was in de jaren 60 verslaafd aan Bromural waarvan ze vlekken op haar huid kreeg. Ik kon die tabletten gewoon bij de apotheek voor haar kopen en deed dat ook. Van drug nummer 10 heb ik wel vaak genoten: cannabis. Als weed. Maar vaker als hasj, ofwel de gedroogde hars verkruimeld in tabak. En dan met drie vloeitjes een jointje bouwen. Ik leerde stevig inhaleren. ‘Opdat het gelijkmatig in je bloed komp,’ zoals Koot en Bie dat in 1977 noemden in hun Hengstenbal. Op plaats 11 van deze drugsparade staat ketamine en wat dat is moet ik eerlijk gezegd even opzoeken. Een kristal of poeder dat in ziekenhuizen als pijnstiller wordt gebruikt, en daarbuiten thuis, op festivals en huisfeesten wordt gesnoven. Het wordt een ‘dissociatief tripmiddel’ genoemd: je kan hallucinaties krijgen, niet meer weten waar je armen en benen zijn, het gevoel krijgen op te lossen in de omgeving en zelfs uit je lichaam te treden. Kortom vanaf hier krijgt de rangschikking van drugs een psychedelisch kleurtje, want de plaatsen 12 tot en met 15 staan xtc voor festivals, qatbladeren om op te kauwen, lsd om te slikken en paddo’s die onder andere voor ceremonies worden geconsumeerd. Nooit gebruikt allemaal, op twee keer lsd na dan.

Het grappige is dat psychedelica – en voor mij hoort cannabis daar ook bij – de minst schadelijke drugs zijn maar meer worden bestreden dan alcohol. Gebruik ervan wordt soms oogluikend toegestaan en in de stad zijn veel coffeeshops te vinden, maar men is maar al te blij als er weer eens een wietplantage wordt opgerold of een massa pillen in beslag wordt genomen. Dit terwijl er niks mis is met een bezoek aan de Heineken Experience en wijnkenners zelfs een speciale status hebben – zeker binnen NRC-kringen waar ook veel wordt genoten van verre vliegreizen. Jaarlijks aantal doden door alcohol 1.900. Aantal sterfgevallen door xtc en amfetaminen 4, door cannabis 0. Ketamine, qat, lsd en paddo’s worden door Jellinek niet eens genoemd. En als we zoveel energie stoppen in het bestrijden van covid, waarom dan niet evenveel in dat van tabaksgebruik dat evenveel doden nalaat, namelijk tien keer zoveel als die van alcohol? Waarom is er zoveel inconsistentie in het beleid van de overheid? Waarom wordt zelfs het gebruik van paddo’s verboden en kunnen we wel rookwaar kopen bij de supermarkt, zij het niet meer bij de Lidl? Het zal wel met de vrije markt te maken hebben.

In de jaren zestig, toen tabak nog heel gewoon was, had ik daar een simpele verklaring voor. Men zag liever dat mensen zich verslaafden en verdoofden met alcohol en tabak in plaats van dat ze wakker zouden worden. Overheden houden niet van bewustzijnsverruiming.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Niemand neukt meer

Date 5 oktober 2021

Niemand neukt meer is de titel van het laatste boek van Cazimir Maximillian, dat zich in het coronajaar 2020 afspeelt. De potentiële lezer zij getroost: ook in dit boek vinden diverse vrijpartijen plaats en de auteur weet die zowel realistisch als romantisch prachtig te beschrijven. De jongeren Remco en Kevin in de opvang Creatieve Vlindertjes verlangen er smachtend naar en weten – zij het psychisch beschadigd – uit hun betuttelende en vernederende zorg te ontsnappen. Tegelijk begint protagonist Thomas in ’s-Hertogenbosch met zijn vrienden Casey en Rindert uitgeverij Lucifer, voor alternatieve schurende literatuur en kunst. Daar is ook zijn eigen boek Een Nederlands liefdesverhaal uitgegeven. Tegelijk maakt in Apeldoorn Jan-Willem ruzie met zijn vrouw Paolo die niet mee wil doen met al zijn wappie-acties zoals jagen op pedofielen. Deze drie verhaallijnen ontmoeten elkaar als Jan-Willem er achter komt dat Thomas in zijn boek een relatie met de vijftienjarige Cheryl heeft, en als dichteres Daniëlle, de coach van Remco, bij Lucifer solliciteert en later Remco en Kevin op sleeptouw meeneemt. Ja, er komen veel personen voor in Cazimirs boeken en daar heb ik het ook wel eens moeilijk mee, maar het past allemaal keurig in elkaar.

In de leegte van de lockdown vlamt de agressie van Jan-Willem en zijn broer Bert op, die niet alleen tegen vaccinaties en mondkapjes demonstreren, maar ook ten strijde trekken tegen pedofielen, de uitrol van 5G en geheime organisaties die zich tegoed doen aan babybloed. Uitgeverij Lucifer wordt al snel het doelwit, want niet alleen het boek van Thomas, maar ook die van Rindert over kannibalisme en van Nico met foto’s van kinderen zijn verdacht. Het lijkt erop dat ze hun boeken precies in de verkeerde tijd het licht hebben laten zien. Het drietal voelt zich het slachtoffer van een hetze tegen alles wat maar een beetje van het normale afwijkt en wil tegengas geven tegen de ongenuanceerde en ongefundeerde verdachtmakingen die over hen op sociale media worden verspreid. Eerst ontstaat er een kat-en-muisspel tussen enerzijds de mensen van Lucifer, gesteund door de vrienden die uit de Creatieve Vlindertjes zijn ontsnapt, en anderzijds Jan-Willem en Bert die aanhangers vinden bij de stoere van drillrap genietende bende De Hellhoppers. Echte confrontaties kunnen niet uitblijven en tijdens het lezen houd je je hart vast over hoe dit gaat aflopen.

De auteur beschrijft de hersenloze autoritaire wereld van de wappies, die met hun asociale gedrag vechten tegen de problemen die ze zelf veroorzaken. Maar het boek geeft ook in geuren en kleuren prachtige impressies van het leven en de liefde, voor zover mogelijk, tijdens de lockdown. Indrukken die versterkt worden omdat het meeste zich afspeelt in herkenbare plaatsen zoals Amsterdam, Utrecht en ’s-Hertogenbosch. Wel zou er een redactionele kam door het boek gehaald mogen worden, maar als je je aan schrijffouten stoort geef je kennelijk meer om de vorm dan om de inhoud. En die laat zich met rode oortjes lezen. Het is moedig van de auteur dat hij stelling neemt en pleit voor meer nuance in hoog oplopende discussies over controversiële onderwerpen in de media.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Een beter milieu begint …

Date 28 september 2021

Mensen zich schuldig laten voelen is de beste manier om macht over hen te krijgen. Kerkleiders weten dat al eeuwen lang, maar ook onze politici zijn daar niet vies van. Niet zij, maar wij allemaal zijn schuldig aan de toenemende uitstoot van CO2! En om dat binnen de perken te houden moeten we allemaal een steentje bijdragen. Zonnepanelen op het dak. Minder douchen. Energiezuinige apparaten gebruiken. Woningen isoleren. Afval scheiden. Carpoolen. Stoppen met vlees eten. Dat wordt ons sinds 1991 aanbevolen, toen de campagne Een beter milieu begint bij jezelf begon. Een ideaal middel van de overheid en bedrijven om de eigen verantwoordelijkheid richting de burger van zich af te schuiven. Jaap Tielbeke schreef als antwoord zijn boek Een beter milieu begint niet bij jezelf dat ik elektronisch kreeg toegestuurd omdat ik HUMAN had gesteund met haar actie voor zendtijd. Rutger Bregman is niet enthousiast over dit boek. ‘Jaap Tielbeke geeft toe dat hij geen groene stroom afneemt en nog steeds voor een paar tientjes naar Italië vliegt. Ik had weinig zin om daarna nog verder te lezen na pagina 18.’ Valt me een beetje tegen van je, Rutger, want de auteur heeft wel een punt.

De laatste jaren ontstaat er een samenleving waarin we elkaar steeds meer de maat nemen. Heb jij nog geen zonnepanelen? Wat, heb jij gevlógen? Weet je wel dat er palmolie in je pindakaas zit? Heb je nog geen hybride of elektrische auto? Eet je nog steeds vlees? We zondigen allemaal. Maar wat we vergeten is dat we vaak gedwongen worden om te zondigen omdat we afhankelijk zijn gemaakt van een systeem dat op fossiele brandstoffen is gebouwd. Dat moet zo snel mogelijk worden afgebouwd. Het bedrijfsleven zal daarbij, afhankelijk als dat is van zijn aandeelhouders niet snel het voortouw nemen. De grootste schuldigen aan een klimaatramp zijn de overheden zelf, want ‘alleen regeringen hebben de macht om kolencentrales te sluiten of belasting te heffen op CO2’, constateert Tielbeke. ‘Klimaatverandering is namelijk in de eerste plaats een kwestie van politiek.’ Een gevoel van urgentie is echter weinig te proeven bij onze regering. Net zoals de huidige kabinetsformatie gaat alles veel te traag terwijl er nog maar weinig tijd is te verliezen.

Een beter milieu begint bij de politiek! Dat is de titel van het laatste hoofdstuk van Tielbekes boek. Ofwel het heeft geen zin om met een milieuvriendelijk beladen wagentje bij de kassa te staan om vervolgens op de VVD te gaan stemmen. Tielbeke citeert wat hoogleraar Joyeeta Gupta zei op een discussieavond over de Green New Deal, ‘dat Nederlandse politici de neiging hebben om draagvlak te zien als iets waarachter ze zich kunnen verschuilen, in plaats van als iets wat gecreëerd kan worden door duidelijk leiderschap te tonen.’ Maar tja, daar is visie voor nodig, en dat is niet de sterkste kant van onze grootste regeringspartij. Het klimaat zou topprioriteit moeten zijn voor onze keuzes in het stemlokaal. En we moeten ons niet laten wijsmaken dat ‘de mensheid’ schuldig is, dat we allemaal medeplichtig zijn, want daarmee wordt verhuld wie de ware vervuilers zijn. In Nederland stoten de tien grootste vervuilers drie keer zoveel uit als alle huishoudens bij elkaar.

Er is niks mis met de zonnepanelen op onze daken. Maar in vergelijking met wat bedrijven en agrariërs allemaal over ons uitstorten is het maar een druppeltje op de gloeiende aarde. Dus laten we onszelf hiervoor niet op de borst slaan. Een wellicht belangrijker effect is dat we een signaal afgeven, van ons laten horen, protesteren. Minder vliegen, autorijden, bomen kappen, vlees eten en noem maar op – zeker doen! ‘Kinderschaamte’ loert aan de horizon, want per kind produceer je per jaar evenveel CO2 als met het gebruik van 24 auto’s. Maar naast dit alles moeten we wel op de juiste partijen stemmen en onze aandelenpakketten opschonen, want dat heeft meer effect. Dan hoeven we ons geen schuldgevoel te laten aanpraten, want een beter milieu begint niet bij onszelf, maar bij Shell, Tata Steel, KLM en noem maar op.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Subsidie voor Singer

Date 22 september 2021

In een tijd waarin cultuur vaak het ondergeschoven kindje is, vinden wij het bijna een eer om bij te dragen aan de heropeningsactie van het Singer museum in het komende voorjaar. Zonder cultuur is – net als zonder creativiteit – leven bijna onmogelijk, want cultuur gaat over verhalen, fantasie, beelden, anders naar de wereld kijken. Hoewel het in de brochure Museum Singer Laren – Klaar voor de toekomst wat onderbelicht is, heeft ook Blaricum een rijke historie van beeldend kunstenaars, van mensen die (ook) hier gewoond en/of gewerkt hebben.

Denk aan William Singer, de broers Dooijewaard, Lou Loeber, Leo Gestel, Co Breman, David Schulman, Sal Meijer, Kees van Urk, Raoul Hynkes, Herman Kruyder, Herman Heijenbrock, Jan Voerman jr., Theo Lohman, Evert Pieters, Bob ten Hoope, Geni Peter en Tineke Bot. En nu in de toekomstige Nardinc-vleugel ook plaats voor het modernisme komt, is het wel gepast om Bart van der Leck te noemen, en natuurlijk Piet Mondriaan: ook hij werkte in een ‘tiny house’ waarvan sinds kort een renovatie staat aan onze Eemnesserweg.

Wij zijn blij met de fantastische plannen voor dé culturele ontmoetingsplek in het Gooi. Zeker omdat er ook gewerkt wordt aan bijvoorbeeld de culturele educatie van kinderen, genot voor demente bejaarden en schilderworkshops voor kinderen en volwassenen. Dit alles naast podiumkunsten in het theater en exposities in de beelden. Hoe dan ook zijn we ervan overtuigd dat mensen bij en voor Singer ‘goed bezig’ zijn – mag ik zeggen: ‘bezield’? De liefde voor Singer blijkt ook duidelijk uit de vele donaties van particulieren en van instellingen, stichtingen en fondsen.

Een bijdrage van € 50.000 van Blaricum is dan ook uiterst gepast. En hoewel de meesten van ons een museumkaart hebben, is het fantastisch dat alle inwoners straks een gratis kaartje krijgen om het vernieuwde Singer te bewonderen.

Mijn pleidooi voor een subsidie voor Singer Laren in de raadsvergadering van 21 september 2021

 

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Samen met soulmate

Date 18 september 2021

Maria is een soulmate van me. We begrijpen elkaar meteen zonder iets te hoeven zeggen of uitleggen en hebben hetzelfde gevoel voor humor. En elkaar ontmoeten is altijd weer een feest van herkenning. En we hebben er bij tijd en wijle veel lol in gewoon gek te zijn en te doen. Moet kunnen.

Ze stond op mijn verlanglijstje van vrienden die ik weer eens in real life wilde zien. In haar geval geen overbodige luxe want de vorige keer dat ik haar in het wild ontmoette is minstens tien jaar geleden, toen ze nog in Dordrecht woonde. Bovendien is ze een van de weinigen die heeft genoten van mijn roman Strandvliet, dus een goede smaak heeft. Hoogste tijd dus om na al ons telefoneren, facebooken, appen en mailen weer eens op de trein te stappen. Richting Den Haag dus, waar ze sinds een jaar of drie een flatje heeft in Loosduinen, helemaal bovenin op de zevende verdieping. Bijpraten over van alles en herinneringen ophalen. Dat is veel, want we kennen elkaar al sinds de jaren zestig. Haar pad ging zacht uitgedrukt niet altijd over rozen na haar scheiding van een man die psychiater was, die er met een cliënt vandoor ging en diverse trauma’s heeft achtergelaten. Het verwonderde me hoe actief ze nog altijd volop in het leven staat, met een gezonde maling aan het burgerlijke leven. En misschien kent niemand mij zo goed als zij.

Het was lekker weer en we zaten veel op de galerij aan de voorkant en het balkon aan de achterkant, waar ik toch wat last van hoogtevrees had. We konden lekker buiten eten bij het Turkse restaurant Marmaris, een kilometer verderop. Dat lukt me lopend nog wel. Hoewel mijn culinaire verstand niet echt bijzonder is zodat ik nauwelijks kan navertellen wat ik eigenlijk gegeten heb, durf ik dit restaurant toch aan te bevelen. Hoe heet een vrouwelijke ober? Oberin? Hoe dan ook heeft het bedienend personeel er de laatste jaren een taak bij gekregen: het maken van foto’s, dus ook van ons. Maria aan een Afflichem en ik aan een ginger ale. Na afloop zouden we om elf uur gaan slapen, maar er kwamen nog diverse fotoalbums en reisverslagen tevoorschijn. Het mooie van de reizen die ze met een vriend maakte is dat ze allesbehalve toeristische plekken opzoekt, waar soms veel meer cultuurhistorie voor het oprapen ligt. Het was dus toch laat toen ik op de logeerkamer belandde. Achteraf zag ik dat ik vlak onder een UMTS-mast had geslapen, maar dat was niet oorzaak van nog lang wakker liggen. Eerder het nagonzen van een drukke dag.

De volgende dag wilde ik per se naar Kijkduin. Om na vele jaren weer eens de zee te zien. En de plek waar iedereen indertijd gek werd van de Pokémonjagers. Misschien ook een plek waar Robbie in zijn studententijd op een terras werkte. En omdat ik de naam ervan zo mooi vond. Twee kilometer lopen, maar wel met een rustbankje halverwege. Een regenboogbank zelfs, dus ik op de foto. Daar in Kijkduin zaten we twee uur op het terras van Habana Beach. We waren nog steeds niet uitgepraat, terwijl iets verderop twee jongens, een jongen en een meisje of twee meisjes zaten. We kwamen er niet uit. Uiteindelijk gaven we twee lesbische meisjes de grootste kans. Het weer was lekker en het leven was goed op deze elfde september, twintig jaar nadat. Het eind van de middag belandden we weer op haar flat, en na wat kleine hapjes nam ik weer afscheid. Ik moest nog wat schrijven in mijn boek dat ik voor haar had meegenomen: Terug naar Huis dat ik in 1980 schreef over mijn reis naar Poona, naar Bhagwan. ‘Voor Maria, bij wie het allemaal begonnen is.’ Want als zij me indertijd niet dat boek van Amrito had gegeven, had mijn leven wellicht een totaal andere loop gehad.

Een soulmate hoef je niet veel te zien terwijl je er toch voor elkaar bent en blijft. Dank je wel, Maria!

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

De mooiste jongen

Date 8 september 2021

‘The most beautiful boy on the earth.’ Zo heet een documentaire, lees ik vandaag in de nrc, over Tadzio uit de Visconti’s film Death in Venice. Of beter: over de nu 66-jarige acteur Björn Andrésen die in 1971 in een matrozenpakje de vijftienjarige jongen speelde in de verfilming van het boek van Thomas Mann. Het verhaal speelt zich rond 1900 af terwijl Venetië geteisterd wordt door een epidemie van cholera. Daarin doet Tadzio het hart smelten van de ouder wordende componist Gustav von Aschenbach. Lees Mahler, want het adagietto uit zijn vijfde symfonie kleurt de film perfect met een romantisch smachten bij het aanschouwen van Tadzio’s schoonheid. Die prijkt trouwens ook op de kaft van het boek De jongen van Germaine Greer uit 2003, waarin zij met woord en beeld pleit voor de schoonheid van nog niet volwassen jongens en het raar vindt dat in onze cultuur schoonheid vooral aan vrouwen wordt toegekend.

Zeker in onze tijd met zijn pedojagers ligt dit onderwerp gevoelig. Gustav raakt Tadzio met geen vinger aan, en zelfs in de verste verte is niets erotisch of seksueels te proeven. Het gaat puur over het overdonderd worden door schoonheid. Zo ziet Ramsey Nasr, die in 2019 heel moedig dit verhaal met Toneelgroep Amsterdam op de planken heeft gezet, in een interview in Trouw. Tadzio als een kunstwerk, een beeld. ‘En dát herken ik: je staat voor een kunstwerk en bent sprakeloos (…) waarbij je gewoon niet weet wat je overkomt. Je kunt niet verklaren welke kracht en uitwerking het op je heeft. Dat overkomt Von Aschenbach. De jongen wordt een obsessie, een verslaving.’ In Manns Der Tod in Venedig loopt het verhaal slecht af, want Von Aschenbach sterft terwijl hij Tadzio door de zee ziet lopen en gebaren. Ik weet niet of je dat een slechte afloop mag noemen, want wat is er mooier dan sterven in het aanschouwen van de schoonheid?

Germaine Greer vertelt in het voorwoord van haar boek dat het vaak moeilijk is te erkennen dat mannen wel degelijk mooi zijn, ‘in elk geval gedurende een bepaalde periode van hun leven, en dat sommige mannen zelfs van een onthutsende, zeg maar gerust goddelijke schoonheid zijn (…) wanneer zijn wangen nog glad zijn, zijn lichaam onbehaard, zijn hoofd bedekt met een weelderige haardos, zijn blik helder, zijn houding beschroomd en zijn buik plat.’ Hoewel jongens bij haar erotischer zijn dan Tadzio, gaat het ook bij haar in de eerste plaats om schoonheid. Waar ligt de grens tussen schoonheid, erotiek en seksualiteit? Ik denk dat dit met bezitsdrang te maken heeft. Echte schoonheid wil en kan je je niet toe-eigenen, die laat je gewoon over je heen komen zoals een mooi muziekstuk. Je voelt je dankbaar en tegelijk klein omdat die al met de geringste aanraking al vernietigd zou kunnen worden, als een valse noot. Schoonheid nodigt uit om te zijn, niet om te hebben. Mooie bloemen moet je niet plukken, maar laten leven en geuren.

Schoonheid koester je door ervan af te blijven. Pas dan alleen kan ze bloeien. Von Aschenbach bleef ervan af, wilde er tot de dood van genieten. In zekere zin is schoonheid ook de dood. Van je bezitterige en hoogmoedige ik. Hij is in schoonheid gestorven, de naar de verte gebarende Tadzio aanschouwend. Hij heeft zichzelf erin verloren en ik kan me geen mooiere dood wensen. En ja, ik kan me geen mooiere jongen voorstellen.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites

Als je alles kunt zijn

Date 29 augustus 2021

Als je alles kunt zijn, word je vanzelf niets. Zo besluit antropoloog Roanne van Voorst een artikel vorig weekend in nrc. Ik vind dat een prachtige conclusie die te denken geeft. Het artikel gaat liefde en seks in virtuele werelden, en is vooral op de 3D-wereld van Second Life geënt. Daar zijn maandelijks nog altijd zo’n half miljoen gebruikers actief. In haar verhaal vertelt ze over haar eigen ontdekkingsreis naar liefde en seks op dit platform. Die begint met veel gestuntel, maar volgens haar zijn daar zestienhonderd mentoren om beginners de weg te wijzen. Dat laatste wist ik niet, hoewel ik wel de ervaring heb dat ze je met van alles en nog wat helpen als je vragen of problemen hebt. Second Life begon in 2003 en sinds de hausse in 2007 ben ik er regelmatig te vinden. Als ik de problemen van nieuwe bezoekers hoor, word ik me ervan bewust in de loop der jaren ontzettend veel geleerd te hebben. ‘Secondliven,’ zoals dat volgens Van Dale heet, is een vak op zich. Als er ooit een leerstoel voor komt, solliciteer ik daar graag naar.

Het begint allemaal met het je aanmeten van een avatar met een naam. Met een mooi lichaam en een outfit die goed bij je passen. Zeg maar je ideale zelf. Tegenwoordig kunnen we bijna alles online zien en beleven, betoogt Roanne, en zien we onszelf voortdurend in de spiegel op profielfoto’s op sociale media, en dus ook als we naar onze eigen avatars kijken. Je wordt ‘verliefd op jezelf in virtuele vorm’. Omdat ze zich in de haast een manlijke avatar had aangemeten werd het voor haar nog verwarrender. Ze belandt als man in een kroeg waar ze door een andere man werd benaderd. Maar omdat ze zelf in real life een vrouw is, begon ze zich af te vragen of die romantische man wel écht een man was. ‘Flirten met een man die je oma kan zijn,’ is dan ook de kop boven haar artikel. Die vrouw met enorme borsten had in het echt misschien wel een jongensachtig lichaam. Of was een jongen. Zelf ken ik ook zo’n community in Second Life waar je alleen maar vrouwen ziet, en ik kan me moeilijk van de indruk onttrekken dat de meesten ervan mannen zijn die het heerlijk vinden om allemaal vrouwen om zich heen te hebben.

Zo heb ik ook wel soms mijn twijfels, zoals met een leuke knaap, klein van gestalte, die ik inmiddels al zowat mijn hele tweede leven ken. We dansen samen en omarmen elkaar en ik ben best wat verliefd op hem. Maar als je elkaar wat langer kent, sijpelen in gesprekken soms wat real life gebeurtenissen door. Dat alles combinerend heb ik hem onlangs bekend dat hij volgens mij een hoogleraar in cultuurgeschiedenis was. Omdat hij vaak naar Berkeley vloog en rollenspelen in oude culturen speelde. Het klopte allemaal, en bovendien is hij net als ik op gevorderde leeftijd. Hij zal niet de enige oudere zijn die de gay-party’s bezoekt die ik organiseer. Toch blijft hij, nu ik dat weet, dezelfde lieve jongen voor me. Jongen? Big Brother Linden Labs in San Francisco houdt een en ander wel in de gaten. In real life moet je volwassen zijn, ofwel bijvoorbeeld een creditcard hebben, en ook je avatar moet aan enkele criteria voldoen waaruit blijkt dat je geen puber meer bent. Althans als je liefde en seks wilt, want daarvoor moet je volgewassen zijn.

Net als in de werelden van social media, mode en beauty maakt ook in Second Life iedereen zichzelf mooier dan hij of zij in real life is. Je hebt daarbij een ideaal van jezelf voor ogen, en dat beeld zit in je ziel. Ik vraag me af wat daar mis mee is. Is het realiteitsgehalte van de ziel dan minder dan die van het lichaam? In real life en virtuele werelden kun je meerdere identiteiten aannemen, zodat je je kunt afvragen wat je ware zelf is. Lijkt mijn avatar misschien meer op mij dan mijn eigen lijf? Maar is de zoektocht naar ‘Wie ben ik?’ er uiteindelijk niet een van spirituele aard? Hoe verder je zoekt, hoe minder er van jezelf overblijft, en die bevrijding van het ik is geen lot maar een zegen. Als je alles kunt zijn, word je vanzelf niets.

  • Facebook
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites