Rijbewijs

Date 26 februari 2006

Iedereen heeft een auto. Zeker hier in Oldegeppel. Alleen ik niet. Sterker nog: ik woon zelfs aan een fietspad! En regelmatig valt De Vogelvrije Fietser bij me op de deurmat. Alles is in het dorp makkelijk te befietsen en als na een vergadering iedereen in zijn auto stapt grap ik graag iets als: ‘Zo, geen geld meer voor een fiets?’ Want het zijn meestal niet de goedkoopste auto’s die hier rondrijden. En ook niet altijd de meest sociale auto’s. Hoewel ik afgelopen zomer plotseling voorrang kreeg van een Jaguar die van rechts kwam, zoiets kan ook alleen maar in ons dorp gebeuren…

Het gekke is dat ik wel een rijbewijs heb. Dat nog geldig is ook. Terwijl het toch wel een aantal jaren geleden is dat ik reed. Het laatste ritje waarin ik achter het stuur zat was ergens in de buurt van Antwerpen, in een rode Fiat 500 waar we nauwelijks met ons tweeën in pasten toen we op weg waren naar Pineda, ons geliefde oord aan de Spaanse kust. Misschien was het ook wel een Fiat 200 of 100, want hij was heel klein. Dat ritje was in 1973, dus alweer 33 jaar geleden. Nooit meer gereden sindsdien. En toch mag ik zo in een auto wegrijden als ik wil. Gelukkig wil ik dat niet.

Waarom ik geen auto heb? Misschien omdat de allereerste auto waarin ik ooit zat stonk. Ergens in de jaren vijftig ben ik wellicht geconditioneerd om er een hekel aan te hebben. Aan de andere kant is één van mijn leukste liedjes die ik ooit schreef On The Road Again, maar daarin zat ik niet achter het stuur, maar was ik bijrijder in een lelijke eend tijdens reizen naar Denemarken, naar mensen die we in Pineda hadden ontmoet. Ik ben me ook een keer doodgeschrokken van de keer dat ik rechts werd ingehaald op de A1 – heette die toen al zo? – wat volgens mij niet kon omdat ik gewoon de maximum snelheid reed. Op de linkerbaan. Toen ik weer naar de rechterbaan wilde, gaf mijn vriend gelukkig een tikje tegen het stuur. Eigenlijk wist ik toen al dat het nooit wat met me zou worden op de weg.

Echt nodig had ik een auto maar af en toe. Om een mailing naar het postbantoor te brengen. Of een nieuwe computer of printer te vervoeren, dat soort dingen. Dan deed ik een beroep op vrienden, die het meestal nog graag deden ook, het me zelfs aanboden voordat ik er erg in had. Tot vandaag de dag. Want eigenlijk ben ik een ideale zelfstandige, die zijn werk aan huis doet. Bovendien heb ik verder weinig met auto’s. Kan ze nauwelijks uit elkaar houden, moet echt met mijn neus op een merkje gaan liggen voordat ik weet wie de fabrikant is. Er is maar één auto waarop ik ooit verliefd ben geweest, en dat is de Smart. Maar toen ik die erfenis kreeg en me daar rustig op kon tracteren, belegde ik liever in aandelen. Uiterst onverstandig achteraf, want dat was in 1999, en ik krijg nog steeds geld van Nina Brink.

Als bijrijder moet ik geen makkelijke zijn. Sta duizend angsten uit. Snap niet dat het überhaupt mag dat mensen zomaar in auto’s over die wegen scheuren. Al dat gejaag en bumpergekleef geeft me diep van binnen een gevoel van hier wil ik niet bij horen. En dan heb ik het niet eens over de uitlaatgassen die massaal en continu in de lucht verdwijnen. En laatst hoorde ik dat de lucht in de auto even slecht is voor de gezondheid als roken. Die mensen vanwege de files steeds langer inademen. Files die niet zijn op te lossen door de A6 met de A9 te verbinden, want na een paar jaar staat alles toch weer vol, dat is dweilen met de kraan open. Het openbaar vervoer is steeds minder een alternatief, dus wat er overblijft is: thuisblijven! Mensen dicht bij hun huis laten werken. Of beter gezegd: thuiswerken, wat tegenwoordig met adsl en internet toch geen probleem meer hoeft te zijn. Ook voor besprekingen en vergaderingen hoef je vandaag de dag toch de deur niet meer uit? Een andere oplossing van het mobiliteitsprobleem zie ik niet.

Mijn vriend de tandarts neemt me graag mee naar Duitsland waar hij een vakantiehuisje heeft. En ik verheug me al op de volgende keer. Lekker in de auto naar muziek luisteren. Soezend op het geronk van de motor in slaap sukkelen. Op plekken komen die anders niet bereikbaar zijn. Slimme routes uitstippelen zodat je optimaal geniet in een minimum van tijd. Ook vroeger reed ik vaak met anderen mee. Toen heette het wel eens liften. Zo belandde ik in idiote situaties, en kwam terecht in steden waarvan ik nauwelijks wist hoe ze heetten en waar ze lagen. O, dat heerlijke gevoel van verdwaald te zijn, van niet te weten waar je bent! Dat heb ik Pim Fortuyn nooit vergeven: dat hij met het invoeren van de OV-jaarkaart het liften de nek om heeft gedraaid. Gelukkig werd ik er toen ook een beetje te oud voor, want je kan niet eeuwig de hippie blijven uithangen. Hoewel…?

Brand

Date 4 februari 2006

Sinds kort heeft ons dorp geen recreatiewoningen meer. Want de laatste is vorige week afgebrand. Het huisje stond op een groot terrein in een villawijk aan de grens van het dorp, en als ik de berichtgeving mag geloven hebben jongeren er hun restanten vuurwerk op uitgeleefd. Wat eigenlijk wel voorspelbaar was. Want hoewel één of twee jaar geleden een nieuw hek om het terrein is geplaatst, was er voor die jongeren geen betere plek denkbaar om hun kattenkwaad uit te halen. Er wordt geschreven dat de eigenaar om een vergunning voor permanente bewoning was gevraagd, en dat de gemeente die om de een of andere onduidelijke reden heeft geweigerd. Ik vind het gevaarlijk om na zo’n bericht dan maar meteen conclusies te gaan trekken, maar het nodigt wel uit tot nader onderzoek.

In mijn archief vond ik een enveloppe met foto’s uit het begin van de jaren tachtig. Want toen huurden mijn ouders gedurende zeven jaar elke zomer dat huisje, waar ze dan zo’n vier maanden zaten. Zodat ze er in hun laatste levensfase toch nog zo’n 2,5 jaar hebben gewoond. Vooral voor mijn moeder, die eigenlijk nooit afscheid heeft kunnen nemen van mijn geboortedorp, was De Oude Tuin een zalige oase. Foto’s: mijn ouders voor het huisje, mijn ouders in de ruime tuin, mijn vader achter de grasmaaimachine. En ik, in oranje kleren wuivend, bovenop de nok van het dak.

Ik was net sannyasin, woonde in de Bijlmermeer, en ging er eens in de twee weken op bezoek. En enkele keer fietste ik samen met mijn vader – die toen al de 70 was gepasseerd – van Amsterdam naar het dorp of terug. Waarbij hij een keer bij de brug in een tussenliggend plaatsje van zijn fiets viel, wat gelukkig goed afliep. Terwijl mijn moeder liever in de tuin achterbleef ging ik vaak met mijn vader naar Albert Heijn, of naar een snackbar waar ik vandaag de dag ook nog wel eens kom. Of eenden voeren op de Brink. Of gewoon wat rondstruinen in de bosrijke omgeving.

Maar ook herinner ik me een fikse ruzie met mijn moeder die er niet om loog. En dat mijn ouders vonden dat ik veel te weinig kleren aanhad, terwijl ik op zomerse dagen een sportbroekje en een hesje ruim voldoende vond om in rond te huppelen. Dat sommige vrienden van mij daar ook wel eens kwamen. Dat mijn ouders opnieuw contact legden met vrienden uit de tijd dat ze nog niet uit het dorp waren wegverhuisd. Dat mijn ouders ook daar wel eens ruzie met elkaar hadden en ze ieder in hun eigen stuk van de tuin vertoefden. Dat mijn vader een elektrische piano had meegenomen waar ik spontaan een klassiek wijsje op speelde dat me, zoals elk onafgemaakt lied, tot vandaag de dag achtervolgt.

Maar bovenal herinner ik me vrede, rust en stilte in die tuin. Want het was natuurlijk ook voor mij een verademing om af en toe even in mijn geboortedorp te zijn. In mijn herinnering was het er altijd zomer. Maar waarschijnlijk ben ik er nooit heengegaan als het regende.

Het huisje is in rook opgegaan, maar herinneringen doen dat niet, liggen voor eeuwig vast in het Veld. Hoe meer je in het Nu leeft, hoe meer je erachter komt dat in het Nu zowel het verleden als de toekomst samenkomen. En dat heimwee en verlangen eigenlijk onnodig zijn omdat verleden en toekomst heel concreet in het Nu aanwezig zijn.

Kappen!

Date 2 februari 2006

Vandaag zijn er opnieuw bomen gekapt in mijn straatje, dat trouwens een fietspad is. Terwijl de vele bomen juist één van de redenen waren om hier te komen wonen. Het hoge en royale groen, waaronder de woningen half verscholen zijn, gaf de wijk juist een sprookjesachtig karakter. Net als in het oude dorp verderop. Sinds ik hier woon zijn er gemiddeld zo’n twee bomen per jaar in mijn directe omgeving verdwenen, en het is de vraag of de twee eiken die er vandaag aan moesten geloven de laatste slachtoffers van de kap-manie zijn, die de laatste jaren woedt in deze wijk. Verdriet en kwaadheid om dit nutteloze geweld zijn er mede de oorzaak van dat ik me met de politiek in het dorp ben gaan bemoeien.

De eik voor mijn slaapkamer staat er gelukkig nog steeds. Omdat we indertijd een sympathieke wethouder hadden die je gewoon eens uitnodigde om te komen praten, en die concludeerde dat het blote feit dat een boom op een kaplijst stond nog geen argument was om een rood-wit lint om de stam te knopen. Protest tegen de kap van andere bomen in de buurt heeft niet veel meer opgeleverd dat dat de gemeente in de rechtbank beloofde voortaan wat duidelijker te zijn in haar berichtgeving over de bezwaartermijn. Wat uiteraard niet gold voor de populieren waarvoor ik toen vocht, en het is het afgelopen jaar een heel spektakel geweest zoals die trotse bomen door boven de woningen uittorende hoogwerkers werden verwijderd en meteen in de versnipperaar verdwenen. Ik kon wel janken.

Als mensen niet van bomen houden, als ze per se in doorzonwoningen willen wonen, laat ze dan niet hier komen wonen. Er zijn genoeg fantasieloze woonwijken waar het zonlicht geen grassprietje, tegel of baksteen onberoerd laat. Hier in de wijk zijn zeldzame vogels, juist vanwege de lommerrijke omgeving. En het groen dempt veel verkeerslawaai. Beschermt tegen uitlaatgassen. Geeft bescherming tegen storm. Geeft koelte in de zomer. Geeft zuurstof. En als je slim bent kun je je hangmat ertussen ophangen. Ja, bomen zijn best een slimme uitvinding van moeder natuur! Bovendien léven bomen en gaat het niet aan om dat leven op een kille technocratische manier te vernietigen.

Natuurlijk zal er wel eens iemand balen omdat hij geen zon in zijn tuin heeft, maar als dat al te gek wordt valt daar toch over te praten? Natuurlijk zal er wel eens ergens een tak op een dak vallen, maar daar is toch een verzekering voor? Natuurlijk zullen wortels wel eens riolen verstoppen, maar daarom hoef je toch nog niet de hele boom weg te halen? Natuurlijk poepen er vogels vanuit bomen op auto’s, maar je kunt niet ongebreideld parkeerplaatsen blijven aanleggen want daarvan zijn er toch nooit genoeg. Natuurlijk zijn er wel eens bomen ziek, maar als een tak er een beetje raar uitziet hoeft toch nog niet altijd de hele boom weg?

Nu is kappen met kappen! één van de slogans geworden die ik bedacht heb voor de verkiezingscampagne van mijn partij. En is groenonderhoud één van de programmapunten geworden. Want ik ben niet de enige die zich stoort aan al die bomenkap en het slordige, ongeïnteresseerde groenonderhoud. Zo kan het niet doorgaan. Ik hou van mijn dorp. Toen mijn wijk werd gebouwd heeft men zijn uiterste best gedaan om een dorpse sfeer te scheppen. De bezieling van de mensen, die 30 jaar geleden deze wijk bouwden, lijkt verloren. Het goede van het verleden dient gerespecteerd te worden en – zonder sentimenteel of romantisch te worden – weer te worden gerestaureerd. Wat dat betreft ben ik conservatief.

De laatste huisarts

Date 25 januari 2006

Het afgelopen weekend bij Piet geweest. Heb hem in december 1979 leren kennen toen ik voor het eerst naar India, naar Bhagwan ging, in het kielzog van Jan Foudraines enthou­siasmerende boek Oorspronkelijk gezicht. Al die weken in Poona huurden we samen een hotelkamer en trokken we veel met elkaar op. Terug in Nederland zaten we al snel bij hem thuis tot diep in de nacht drinkend en rokend lange gesprekken te voeren. Hij was huisarts en ik bijna afgestudeerd in de psychologie, en in ons geval klikte dat uitstekend. Tijdens lange logeerpartijen was ik er kind aan huis. Trachtte hij me te leren windsurfen en boten te besturen en een schizofrene knaap aan het dansen te brengen. Alleen dat laatste lukte een beetje. Op zijn TRS-80-computer schreef ik Terug naar huis over mijn avonturen bij Bhagwan en raakte ik meteen aan computers verslaafd. Een paar jaar later getuigde ik bij zijn huwelijk met Mary.

Ik vond het heerlijk om weer in dat huis te zijn, waar ik me minstens even lekker voel als Harry Potter in Het Nest. Als hobby hebben we deze keer bloeddruk, hartfrequentie en suiker gemeten. Voor het eten, na het eten, ’s morgens vóór de koffie en weer vóór en na het eten. We deden het meerdere keren omdat dit soort waarden nogal fluctueert in de loop van de dag. ’s Ochtends was mijn bloeddruk maar 125/75 bij een hartfrequentie van 55, maar de avond ervoor nog 155/80 bij een frequentie van 80. Suiker 5,1, of 5,2, maar na een kaasfondue 5,9. Maar gelukkig eindigde mijn suiker de laatste avond op 5,2 waarbij Piet aanmerkte: ‘Deze fraaie waarden direct na het eten van zuurkool met spek en worst!’

Rond 1997 is Piet met zijn praktijk gestopt. Rond het benoemen van een opvolger is toen veel commotie geweest omdat hij degene aan wie hij zijn patiënten moest overdragen niet zo zag zitten. Natuurlijk hebben we het afgelopen weekend gepraat over de gezondheidszorg. Piet was één van de laatste echte huisartsen die ons land gekend heeft. Iemand voor wie de huisarts niet iemand was met een ‘van 9 tot 5-baan’. Iemand die vaak zijn patiënten bezocht, iets wat ook steeds minder voorkomt. Iemand bij wie het onmogelijk was dat patiënten huilend de praktijk verlieten, zoals bij zijn opvolger. Iemand die aandacht had voor zijn patiënten, voor wie een patiënt méér was dan een biologisch mechanisme dat gerepareerd moest worden. Iemand die zich afvroeg wat er zich allemaal achter de ziekte verschool. Iemand bij wie je je als patiënt begrepen en vertrouwd voelde.

Maar zou Piet het nu opnieuw doen? Huisarts willen worden? Hij betwijfelt het. En dat kan ik me ontzettend goed voorstellen. Wat eens een geneeskunst was is een geneeskunde geworden. De ziel is eruit. Er is geen plaats meer voor een door jaren ervaring verfijnde intuïtie. Nu geldt alleen nog maar het ‘meten is weten’. Bepalen ministers en verzekeringsmaatschappijen wie ziek is en wie gezond, wie welk medicijn of hulpmiddel nodig heeft. Worden huisartsen gebruikt als instrument om politiek beleid door te drukken. Dat krijg je ervan als een minister van Volksgezondheid alles behalve medicijnen heeft gestudeerd en ziekenhuizen gerund worden door managers in plaats van door een geneesheer-directeur, zoals het hoort. Word ik conservatief? Ga ik niet met mijn tijd mee? ‘Gelukkig niet,’ denk ik dan wel eens…

We hebben gewandeld over het koude Katwijkse strand. Lekker uitgewaaid. Mooie wolkenluchten, kitesurfers die in rubber pakken over de branding dansten. Stranden zijn zo gezond om te vertoeven omdat ze vanaf de prehistorie nooit zijn veranderd en je daarom, met je ogen ontspannen rustend op de verten, lijken te verbinden met het ruimte- en tijdloze.

Van de partij

Date 15 januari 2006

Het is wel even wennen in de politiek. Na jaren in de publieke tribune alle perikelen in het dorp gevolgd te hebben, na verhalen op websites en ingezonden brieven in kranten geschreven te hebben, komt toch nog onverwachts iemand van je lievelingspartij op je af. Of je voor de komende raadsverkiezingen op de kieslijst wilt staan. Of nog beter: of je op een verkiesbare plaats op die lijst wil staan. Na enig beraad en een gesprek met de voorzitter besluit ik om mijn hart te blijven volgen, waartoe het ook moge leiden. Het is een lokale partij, die ons mooie dorp mooi wil houden en die vecht voor een betere, meer open en heldere manier van besturen. Ik denk dat lokale partijen steeds belangrijker gaan worden. Niet alleen omdat steeds meer mensen afknappen op de landelijke politiek en de grote landelijke partijen, maar ook om zoveel mogelijk invloed op hun eigen leefomgeving te behouden. Want die wordt steeds meer bedreigd door provincie, land en Europa die alles steeds grootschaliger willen aanpakken.

En zo stond ik op de partijvergadering in de dorpszaal, bijgestaan door de tegenwoordig bijna onvermijdelijke Powerpoint-presentatie, een verhaal te vertellen. Iets waar ik helemaal geen ervaring mee had, wat een totaal nieuwe wereld voor me was. Gelukkig heb ik niet zoveel problemen met spreken in het openbaar en wist ik na het toveren van verkeerde dia’s op het scherm wel wat grappige opmerkingen te improviseren. Een leuke avond was het, waarin ik me echt gedragen voelde door de aanwezigen. Want de hele verkiezingscampagne wordt wel voor en rond jouw groepje van potentiële raadskandidaten georganiseerd. Ook voor mij dus. Opdat ik straks onze idealen zal uitdragen. Dat vertrouwen heb ik, iets waarvan ik me heel bewust word als er onverwachte vragen uit de zaal komen, waarop de antwoorden het partijstandpunt moeten vertegenwoordigen. En tegelijk word ik een stukje van de partij, voelen anderen zich medeverantwoordelijk voor alles wat ik op politiek en aanverwant gebied doe. Daardoor ben ik weer wat minder vrij, en moet ik er goed op letten niet zomaar wat losse ongefundeerde kreten de media in te sturen. Het is mijn partij, maar ik ben ook van de partij.

Er is iets waardoor ik dit alles leuk ga vinden. Hoe zitten bestemmingsplannen nou eigenlijk precies in elkaar? Wat zijn je mogelijkheden als raadslid? Wat is dualisme? Hoe zit überhaupt het hele bestuur in elkaar, plaatselijk, provinciaal en landelijk? Hoe lees ik een begroting? Kan ik een amendement amenderen? Wie zit waar en voor wat in het gemeentehuis? Steeds meer zit ik op het internet naar antwoorden op deze vragen te snuffelen. En vind ze ook, dank zij Google dat zijn bits in goud waard is. Om met rode oortjes verder te lezen. Bhagwan had het vaak over priests and politicians: the maffia of the soul. Als je me een paar jaar geleden verteld had dat ik zó in de ban van politiek zou raken, had ik je met hele grote argusogen aangekeken. En gelukkig zijn er ook nog aardige, integere politici. Zoals er ook aardige, integere priesters zijn.

Sannyas

Date 14 januari 2006

Vandaag heet ik precies 26 jaar Satyamo. Want op 14 januari 1980 zat ik bij Bhagwan in Poona, werd ik sannyasin. Hij legde zijn hand op mijn hoofd, met zijn duim op mijn derde oog. De Verlichte is iemand die niet bestaat, en zo voelde Bhagwan ook voor mij: zijn woorden kwamen niet uit hemzelf maar uit een mysterieuze diepte waarvan hij het instrument was, de ‘holle bamboe’, zou hij zeggen. Hij was een oneindig lege pop van papier-maché, en ik voelde me schuldig dat te constateren. Want bij ons in het westen is het geen compliment als je van iemand zegt dat hij ‘leeg’ is, in het oosten is het juist een compliment. Dat is even wennen. Uit die oneindig diepe mysterieuze bron kwamen de volgende woorden.

This is your new name: Swami Satyamo.
Satyamo means the ultimate truth. Truth is not available through the intellect. Truth is available only through intuition. Truth cannot be found by logic, by thinking, by the head; it can only be found by the heart, by feeling, by love.
So the whole problem before a seeker is how to shift the energy from the head to the heart. The whole gestalt has to be changed. Our society teaches us how to take the whole energy to the head. It excludes all other centers, it denies energy to all other centers, it takes everything towards the head.
Our society is head-oriented, so it is not an accident that millions of people are crazy, mad, insane. Their heads are boiling with too much energy and their hearts are empty because no energy moves there. The heart remains undernourished, goes on shrinking – and it is through the heart that one can be bridged with life, with god. Only through the heart is there a possibility of rejoicing, of becoming sane, of attaining to the ultimate truth.
Sannyas is only a beginning, a small beginning, of changing the gestalt, of moving the energy from the head to the heart. It can be done, energy can be moved to any center. It is only a question of understanding what our problem is. Once we know the problem the solution is not far away. In fact the problem contains the solution. Understood rightly, you will find the solution in the problem, you will find the answer in the question itself.
So now this is going to be your work: shifting your energy from the head to the heart. Feel more, sing, dance, participate in music; watch the stars, the sunset, the sunrise, the flowers, the trees, and you will feel yourself coming closer to the heart. And avoid argumentation, logic-chopping, hair-splitting. Avoid that, it leads nowhere. It takes you more and more into the desert, more and more away from you and your truth.

Ik had me geen mooiere naam kunnen wensen, zeven letters die qua klank en vibratie precies bij me pasten. Sindsdien is Satyamo altijd mijn roepnaam gebleven, met uitzondering van een paar mensen die vonden dat dat toch niet mijn ‘echte’ naam was. Maar wat is echt? En wat is een naam? Kan een Verlichte je niet beter een naam geven dan je fysieke ouders? Natuurlijk is het moeilijk voor ouders als hun zoon iemand anders dan hen ervaart als een gids voor leven en sterven. En zich dan ook nog door zo iemand een andere naam laat aanmeten. Maar ik kon ook niet anders als een daad stellen waarin ik duidelijk maakte wat mijn levensinstelling was, waar ik me thuis voelde.

14 januari 2006: volle maan in mijn achtste huis. Precies driehoek Jupiter in Schorpioen in 12. De afgelopen nachten storen rare dromen mijn slaap, dromen waarin ik misdaden bega en me afvraag of ik die moet verzwijgen of niet. Waarin ik met het grootste gemak hoge heuvels beklim die ik uit vorige dromen ken. Ja, ik geloof dat er echt een droomwereld is waarin we steeds weer terugkeren. Met zijn eigen landschappen en vertrouwde plekken. Het achtste huis is in de astrologie onder andere het huis van de dood, van seksualiteit, van psychologie – kortom van dingen die met (mogelijke) transformatie te maken hebben. En mijn grote stommiteit is dat ik teveel naar die overgave smacht, naar transformatie, naar de ervaring van verlicht raken, die een orgasme van ziel en lichaam moet zijn. Want dan ben ik niet meer in het hier en nu, terwijl die ervaring alleen maar in het hier en nu te vinden is. Ook dat leerde ik bij Bhagwan, die zich later Osho noemde. Stapje bij stapje me overgeven aan het hier en nu, aan dat wat is, als zwemlessen in de zee van vertrouwen.

Te zijn en niet te zijn

Date 12 januari 2006

Gisteravond een mooi concert in het Concertgebouw: Gustav Leonhardt met het Orchestra of the Age of Enlightenment met zang van Cappella Amsterdam. Leonhardt is één van de grootste klassieke muzikanten die ik ken en een vlaag van ontroering ging door me heen toen ik hem de beroemde rode loper zag afdalen. Werken van Purcell, waarvan ik Hail, bright Cecilia Z 328 het mooist vond. Leonhard is iemand die dirigeert door niet te dirigeren, wiens handen meedansen met de muziek. Hij is iemand die er eigenlijk niet is, zich bijna excuseert voor zijn fysieke aanwezigheid. Die onder klaterend applaus met enkele buiginkjes en hoofdknikjes wil zeggen dat het zo wel genoeg is allemaal. Eens zag ik hem klavecimbel spelen in een kerk. Bach. Achter zijn instrument zat hij gewoon niets te doen. Ja, zijn handen bewogen over het klavier, betoverd als ze waren door de klanken die uit het klavecimbel kwamen, maar zelf was hij één en al de stilte, die hij bijna tastbaar om zich heen verspreidde.

Te zijn of niet te zijn, dat is de vraag. Te zijn én niet te zijn, dat is het antwoord. Sommige mensen kunnen definitief de illusie van hun afgescheiden ik – dat ze niet één zouden zijn met het bestaan, de kosmos, het Al, God of hoe je het ook noemen wilt – van zich afschudden. Ik noem dat soort mensen verlicht. Ze zijn aanwezig als heel gewone mensen, maar tegelijk voel je in hun aanwezigheid dat ze eigenlijk helemaal niet bestaan, leeg zijn, en dat ze het goddelijke door zich heen laten vloeien en alles accepteren dat op hun pad komt. Ik denk dat we allemaal bij tijd en wijle flarden van dat eenheidsbewustzijn oppikken. En als we dat bewust herkennen, en ons niet door ouders, leraren, priesters of psychiaters hebben laten wijsmaken dat we droomden of hallucineerden, dat weten we dat dit het doel van ons leven is. Dan gaan we ervoor mediteren, studeren, reizen, goeroes bezoeken, bidden om te leren hoe we onszelf moeten verliezen. Wat natuurlijk allemaal niet werkt omdat we er zelf nog steeds zijn, strevend en vechtend voor iets dat er allang is.

Er is maar één ding te ‘doen’: bewust zijn in het hier en nu. Zonder ideeën van wat er ervaren zou moeten worden, zonder oordelen en verlangens, maar gewoon open voor alles wat zich voordoet. Dan gebeurt alles vanzelf, valt alles op zijn plek, wordt alles weer héél. Dan is er geen ego meer, dat zo nodig moet scoren, dan is er geen persoonlijkheid meer die als een dier reuksporen wil nalaten en zijn omgeving besmet met zijn eigen megalomane driften. Helaas komen we dat in de politiek juist heel veel tegen, dat ego, dat zichzelf belangrijk vinden. Wat niet verwonderlijk is, want je krijgt kracht en macht. Maar gebruik je die om je eigen ideeën door te drukken, om te commanderen, of gebruik je die om het systeem waarin je zit gezond te maken, te helen, om te regisseren?

De psychotherapeut Carl Rogers (1902-1987) ging uit van genezende, helende, integrerende, gezond makende krachten in de mens zelf. Vertrouwen in het eigen organisme staat dan ook centraal in zijn client centered therapy. Er valt voor een therapeut dan ook niets te commanderen; zelfs de kleinste aanwijzingen en suggesties zijn al snel uit den boze. Ik heb deze benadering altijd als heel spiritueel ervaren – meer dan welke andere vorm van psychotherapie dan ook – mede omdat uitgegaan wordt van een onvoorwaardelijke acceptatie van dat wat is. Wat je als therapeut moet uitstralen teneinde het bij de client te bevorderen. Termen als ‘gekte’ en ‘ziekte’ zijn dan taboe, kunnen niet meer zijn dan een praktische aanwijzing van afwijkend gedrag, zonder veroordeling ervan.

Terug naar de politiek. Laat nu eens de maatschappij of een deel ervan de cliënt zijn, en het bestuur en de politici de therapeuten. Want zouden politici dat niet eigenlijk de heelmakers, de geneesheren van de samenleving moeten zijn? Precies het tegengestelde van wat ze nu zijn? Moet het verdeel en heers niet vervangen worden door een heel en genees? Waarom niet uitgegaan van vertrouwen in de maatschappij, vertrouwen in mensen? Terug naar de echte democratie? Zoals Jan Schaefer eens heeft gezegd: ‘Democratie is geen systeem, maar een mentaliteit.

Een nieuw begin

Date 11 januari 2006

Wees in de wereld, maar niet van de wereld. Osho en vele andere wijzen hebben erop gewezen dat spiritualiteit iets anders is dan je terugtrekken van de wereld, er niets meer mee te maken willen hebben, boven de materie staan. Toch willen velen in newageland weinig te maken hebben met uiterlijke aangelegenheden zoals maatschappelijk bewustzijn en politiek. Verbeter de wereld, begin bij jezelf heet het dan, waarbij het laatste zoveel aandacht vraagt dat aan het eerste vrijwel niet wordt toegekomen. Anderen vinden politiek een vuil spelletje waarmee je je maar niet moet bemoeien, te smerig om aan te raken. Waarbij het kennelijk belangrijker gevonden wordt dat je jezelf niet bevuilt dan dat je met jouw bewustzijn misschien iets aan die ander zou kunnen geven: het reiken van een schone hand.

De politieke wereld is een sterk geladen astraal veld, waarin het misschien best moeilijk is om jezelf te blijven, iets waarvan Rob Oudkerk treffend getuigt in zijn boek Geen weg terug. Maar dat betekent ook dat politiek een testplatform is voor je eigen spirituele ontwikkeling, omdat je juist daar gauw door de mand valt. Voor mij betekent spiritualiteit het loslaten van identificaties, je niet meer vereenzelvigen met de uiterlijke en innerlijke wereld en alleen maar de getuige blijven. Ik heb de diepe overtuiging dat je dán het beste in contact bent met je bron, met creativiteit, en dat je alleen op basis van ‘niet-zijn’ de beste beslissingen kan nemen.

Juist in de politiek is behoefte aan vernieuwing. Wat ook betekent dat intelligensia, kunstenaars, wetenschappers en alternatievelingen zich in die wereld moeten gaan roeren. Dat ze méér moeten doen dan roepen dat er toch niets meer aan te doen is, dat er over hen wordt beslist, en zo in de slachtofferrol blijven hangen. Juist bij hen ligt de verantwoordelijkheid om de huidige ‘oude politiek’ tot de orde te roepen. Want zoals het nu in het land en de wereld gaat is het niet goed en is het te laat om je de luxe van defaitisme te kunnen veroorloven. En hoe je het ook wendt of keert: het land moet toch bestuurd worden.

Ik kom uit de wereld van newage. Niet dat ik daar altijd trots op ben, want dat is bij tijd en wijle een volstrekt onzinnige, narcistische en maffe wereld. Maar daar vind ik wel iets dat in de ‘gewone’ wereld steeds meer een zeldzaamheid wordt: bezieling. Ik ben een kind van de jaren zestig en in de grond van mijn hart misschien nog steeds een hippie. Sinds een kwart eeuw wordt mijn leven gekleurd door Osho, die zich indertijd Bhagwan noemde, vandaar mijn naam die Sanskriet is voor ‘allerhoogste waarheid’. Heb psychologie gestudeerd en ben een computerfan van het eerste uur. Run een astrologisch bureau dat rapporten, tekeningen en berekeningen levert op postorderbasis (www.ariesastro.nl). Ben de laatste tijd het meest gegrepen door non-duale filosofie, waarin ervan wordt uitgegaan dat alles één is en elke tweeheid illusie. Dat laatste ligt heel dicht bij de leer van Boeddha en zen. Maar ik ben nog niet verlicht en meen voorlopig nog dat er dingen gedaan moeten worden. Dat er gewerkt moet worden aan gezondheid, heelheid. Niet alleen van lichaam en geest, maar ook maatschappelijk.

Voor mij is het heel nieuw, die politiek. Maar daardoor tegelijk de hoogste tijd om me daar eens tegenaan te gaan bemoeien. Ik stort me erin.