ABN Amro

Date 3 mei 2007

De nadagen van ABN Amro lijken in zicht. En dat is niet geheel onterecht, want helaas heeft deze bank zich de laatste decennia ontwikkeld tot een arrogante, zelfingenomen instelling die van enige moraal geen kaas heeft gegeten. Kantoren sluiten, zich laten betalen voor pasjes, nauwelijks dagafschriften toesturen, het houdt niet echt over allemaal. Als je in de schulden zit word je ontvangen in een kaal achterkamertje waar zelfs geen koffie wordt geschonken, maar als je een leuke erfenis hebt gehad word je door een account-manager met bloemetjes in tekstballonnetjes benaderd. Dat is althans mijn ervaring. ‘Wij handelen in geld,’ was hun devies toen ik er in de jaren zeventig werkte, en dat is het tot vandaag de dag gebleven. Voor wat er met het geld wordt gedaan voelt zij zich niet verantwoordelijk, evenmin als de wapenindustrie zich dat voelt voor de ellende die er met hun producten wordt veroorzaakt. Het voormalige hoofdkantoor op het Rembrandtplein in Amsterdam staat leeg, en in gedachten zie ik scheuren in de eens zo robuuste muren verschijnen.

Twee scheuren op één dag. Want vanmiddag kreeg ik een e-mailtje van de voortdurend alerte en bepaald niet onsympathieke Vereniging van Effectenbezitters met de mededeling dat het gerechtshof in Amsterdam heeft bepaald dat WOL, ABN Amro en Goldman Sachs beleggers hebben misleid met de beroemde beursintroductie van World Online op 17 maart 2000. Ik roep al jaren dat ik nog geld van Nina Brink krijg, en het lijkt erop dat ik waarlijk nog iets ga terugzien van de € 4.053,24 die ik indertijd heb geclaimd. Het totaal van alle claims gaat om miljarden, dus ik ben benieuwd hoe dat verder afloopt. Alsof dat niet genoeg is, heeft de rechtbank vandaag ook nog eens beslist dat ABN Amro de verkoop van haar dochter LaSalle aan de Bank of America moet terugdraaien. Waardoor een fusie met Barclays weer in het gedrang komt. ‘Catastrofaal’ volgens topman Rijkman Groenink, alsof die man zelf niet een catastrofe is. Want je moet toch wel heel pervers zijn om een fusie te willen waarbij totaal zinloos 12.800 mensen op straat komen te staan

Ik heb er van 1973 tot 1977 gewerkt. Daar op het Rembrandtplein bij de Amrobank, op diverse afdelingen. En ik vond het nog leuk ook. Vooral de Inlichtingendienst Buitenland waar ik zoekgeraakt geld opspoorde door alle mutaties stap voor stap, van tussenrekening naar tussenrekening, van bank naar bank, te volgen. De communicatie verliep met de telefoon, buizenpost, brieven en vraag- en antwoordformuliertjes, terwijl je dagafschriften bekeek in ordners en op microfiches. Omdat roken toen heel normaal was, moet de lucht altijd blauw zijn geweest, maar dat is uit mijn herinnering gewist. Onze afdeling zat samen op een zaal met de effectenadministratie en de boekhouding, en onze procuratiehouder De Kraak was het klassieke voorbeeld van een dorre, droge boekhouder, die ik ondanks dat toch graag mocht. Was het toeval dat de mooiste jongens het langst bij hem aan zijn bureau aangeschoven zaten? Maar ik ook gedroeg me niet altijd netjes tussen de archiefkasten. Een leuke tijd dus. Waarin slechts fluisterend over de Raad van Bestuur werd gesproken en je op je tenen langs haar vergaderruimte op de vijfde verdieping sloop. Waarin ik de personeelssalarissen in een plastic tas meenam in lijn 4 als ik kas moest draaien in een bijkantoor op het Rokin. Waarin verschillende mensen om me heen aan hartaanvallen doodgingen, dus misschien was het wel goed om op gegeven moment toch maar weer verder te gaan studeren in de psychologie

Nog voor ik hoorde van deze twee uitspraken, lag ik vanmorgen al met ABN Amro in de clinch. Want ik sta wel eens een dag rood. Soms zelfs twee dagen! En sinds ongeveer een jaar worden overboekingen na een paar dagen teruggedraaid, gestorneerd, als ze dat merken. Een tikkeltje kinderachtig misschien, zeker als je ook een effectenrekening bij hen hebt, maar dat is hun goed recht. Zo stond ik gisteren negatief, wat ik tijdig keurig heb verholpen, zodat alles er weer positief uitzag. Laat ik nu vandaag zien dat ze daarna alsnog allemaal betalingen van mij weer hebben teruggedraaid – ik dacht al: wat ben ik rijk! Die betalingen moest ik allemaal handmatig opnieuw invoeren. Ik heb daar een klacht over ingediend. Via internetbankieren, want aan telefoneren begin ik niet meer. En daar viel mijn oog op de mededeling dat ABN Amro nu ook acte de présence geeft op Second Life. Compleet met een SLURL, ofwel een URL of adres in Second Life. Dus ik daarheen. Weldra werd ik door een hostess aangesproken, maar ik kon haar alleen maar vertellen dat het een sombere dag was voor ABN Amro. Vanwege LaSalle en WOL. Ze ging er niet op in. Ik wenste haar sterkte. Waarvoor ze mij dankte en weer vertrok. Over vijf jaar krijg ik maandelijks € 91,00 pensioen van ze. Ik hoop dat ze dat goed verzekerd hebben, want bestaan ze dan nog wel?

Landjepik

Date 28 april 2007

Tussen het gereformeerde Zandwijk en het meer katholieke Oldegeppel heeft het nooit zo geboterd. In vroeger tijden ging men elkaar regelmatig met de hooivork te lijf, en eerlijk gezegd is er niet zoveel veranderd. Want Zandwijk vindt nog steeds dat zij recht heeft op Oldegeppelse grondgebieden. Zo staat het ook vandaag weer in de Ooi- en Geemlander. Zandwijk wil Graasland – nota bene de wijk waarin ik woon – en de binnenkort te bouwen Oldegeppelermeent inpikken. Zij formuleert dat dan iets netter door te zeggen dat zij een grenscorrectie wil. En voert als argument onder andere aan dat de bestuurskracht van Oldegeppel niet voldoende is om naast het Oude Dorp ook nog deze twee wijken te kunnen behappen. Waarmee Zandwijk wil laten blijken hoe betrokken ze is op het wel en wee van de Graaslandse medemens. Het is schokkend te zien hoe leden van de raad en het college van onze buurgemeente dit allemaal zonder blikken of blozen durven te verkondigen. Een gotspe.

Iedereen weet inmiddels dat het puur eigenbelang van Zandwijk is. Die gemeente zit tegen de grens van 40.000 inwoners aan te hikken en wil zich verzekeren van een ruim overschot om dit aantal veilig te stellen. Hoewel het niet mijn beste kant is, heb ik begrepen dat er ook andere vreugdevolle en vruchtbare methoden zijn om een bevolking te vergroten, maar wellicht ligt dat niet zo in de Zandwijkse volksaard. Wat overblijft is de grond van een naburige gemeente te claimen, inclusief inwoners. Kan ze haar eigen bestuurskracht vergroten door van 25 naar 27 raadsleden te gaan, en wellicht na oplevering van de Oldegeppelermeent zelfs naar 29. Met als prettig bijverschijnsel een verhoging van de maandelijks vergoeding met zo’n € 150,-. Want niet alleen het aantal raadsleden, maar ook de hoogte van hun vergoeding loopt op met de grootte van een gemeente. Vraag me niet waarom.

Het enige redelijke argument van Zandwijk is te vinden in de ligging van Graasland en de toekomstige Oldegeppelermeent. Die schurken inderdaad meer tegen Zandwijk aan dan tegen het Oude Dorp van Oldegeppel, en enkele ontsluitingswegen zouden een natuurlijke grens kunnen aangeven. Maar Duivendrecht wordt door Amsterdam omringd, en de Heuvelstadse Meent ligt tegen Blikkum aan, dus waar heb je het over. Aan de andere kant loopt er een riviertje door Zandwijk dat ook een natuurlijke grens zou kunnen zijn als je alles ten oosten ervan aan Oldegeppel toewees. Ik heb er serieus over nagedacht om daar op 1 april op de bruggen blauwe gemeenteborden ‘Oldegeppel’ neer te zetten. Het zou immers veel bijdragen aan de bestuurskracht van onze gemeente als deze wat groter werd, en een grote gemeente als Zandwijk zou toch best kunnen helpen door een deel van haar grondgebied af te staan? Dat mag bij een grenscorrectie om hooguit 10% van de bevolking gaan, zo heeft onze Parmantige Wethouder ons geruststellend laten weten. Zodat we niet zo bang hoeven te zijn omdat de voorstellen die Zandwijk aan de Provincie heeft gestuurd zo’n 50% van de Oldegeppelers betreft, dus wat ze wil kan helemaal niet.

Het is niet de eerste keer dat Zandwijk Graasland wil inpikken. Persoonlijk laat ik me niet meer zien bij bijeenkomsten of wat dan ook van Zandwijk. Want ik vind dat je niet eens met zo’n gemeente moet willen samenwerken. En zit ik te broeden op een initiatiefvoorstel. Omdat het te gek voor woorden is, en dat heb ik fractie en coalitie ook laten weten. Gérard Bouton van het CDA mailde me dat we als verstandige en wijze mensen in dialoog moesten blijven met Zandwijk. Zucht… Leven we dan nog steeds in de jaren zestig? Hebben we nog steeds niet geleerd om grenzen te stellen: tot hier en niet verder? Moeten we ons daarom maar van alles laten aanleunen en braaf afwachten wat de Hoge Heren gaan beslissen? Is dat bestuurskracht?

UMTS

Date 20 april 2007

Met Fractiegenootje Rob (2,21 m) naar een bijeenkomst over UMTS geweest, georganiseerd door het Gewest en bedoeld om colleges, ambtenaren en raadsleden hierover objectief voor te lichten. Daar zaten we dan in het gemeentehuis van Vechtstad, waar mensen van het Antennebureau en een arts van de GGD toch enige moeite hadden met ons te overtuigen van de veiligheid van dit draadloze communicatienetwerk, dat over enkele jaren het huidige gsm-netwerk vervangen moet hebben. Elektromagnetische straling is immers heel natuurlijk; een bepaald frequentiebereik is het licht dat we met onze ogen opvangen. En radio- en televisiegolven zijn tot nog toe veilig gebleken. Terwijl ook onze DECT-telefoons, routers, inductiekookplaten, gps-ontvangers, afstandsbedieningen voor auto’s en audiovisuele apparatuur, detectiepoortjes in winkels, draadloze muizen en veel andere apparatuur er gebruik van maakt. Een verband tussen UMTS en specifieke gezondheidsklachten als hoofdpijn, slapeloosheid, concentratieverlies kan niet met een biologisch mechanisme verklaard worden. Bovendien zijn de resultaten van het onderzoek hiernaar niet consistent, zodat een en ander nog niet wetenschappelijk is vastgesteld. De arts toonde ons met zijn niet uit lezingen weg te branden powerpointpresentatie een lijst van eisen die aan wetenschappelijk onderzoek zijn gesteld, en ik stak meteen mijn vinger op.

‘Ik heb vroeger geleerd dat onderzoek ook valide moet zijn,’ zei ik. ‘Ofwel dat een test meet wat die geacht wordt te meten. En dat mis ik in dit rijtje van eisen en bij het Zwitserse Onderzoek.’ Het was dit ‘Zwitserse Onderzoek’ dat vorige zomer zou aantonen of UMTS al dan niet schadelijk is voor de gezondheid en waarvan de uitslag voor velen doorslaggevend zou zijn voor verder beleid. Niet schadelijk, was de uitkomst. Nou ja, alleen dan voor de korte termijn. En zolang je kinderen en zieken er niet bij betrok… Kortom: ook als dit onderzoek de schadelijkheid van asbest had gemeten in plaats van die van UMTS, zouden we rustig kunnen gaan slapen. Dat heb ik ook verteld, gisteren, maar een echt antwoord hierop kreeg ik niet. Evenmin op mijn opmerking dat het raar is dat het licht op groen wordt gezet terwijl nog niet eens de veiligheid ervan is aangetoond. Ja, ik was een beetje lastig gisteren. Net als Fractiegenootje Rob (2,21 m), die net als ik twijfelde aan de objectiviteit van deze voorlichting. Alleen al het vele gebruik van het woord ‘objectief’ is al een reden van wantrouwen. Bovendien – ik kon het niet laten – vroeg ik waarom het subjectieve niet meetelde, dat kan je toch best meten met vragenlijsten en zo? Die opmerking was duidelijk een zendmast te ver, kwam teveel uit een andere wereld.

We kregen mooie geruststellende folders mee. Onder andere van de World Health Organization. Volgens haar is er ‘geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat de zwakke radiofrequente velden van basisstations en draadloze netwerken nadelige gezondheidseffecten veroorzaken.’ Aldus Fact sheet 304, dat trouwens alweer bijna een jaar oud is. We kregen ook informatie van het Antennebureau, dat ontkent dat er steeds meer elektrosmog in onze omgeving is, want de totale sterkte van alle velden in onze woonomgeving neemt dank zij slimmere technieken niet toe. Ik moest denken aan Schiphol, volgens welk meer vliegtuigbewegingen minder geluidsoverlast veroorzaken. Ook werd ons gewezen op de website www.antenneregister.nl, van het Antennebureau, waar je na het intikken van je postcode kunt zien wat voor antennes er allemaal in de buurt staan, hoe hoog ze zijn, sinds wanneer ze in gebruik zijn en diverse technische gegevens. Maar er werd uiteraard niets verteld over de website van Stop UMTS!

Deze straling blijkt trouwens nauwelijks te stoppen, want daarvoor is al teveel in de wetgeving dichtgetimmerd, zodat je als gemeente vrijwel machteloos bent om er iets tegen te doen. Wel moet de eigenaar van de grond of het gebouw toestemming geven voor het bouwen van een antenne-installatie. En moet een zogenaamde ‘instemmingsprocedure’ worden gevolgd als het gaat om huurders in een woongebouw: dan mag de installatie niet geplaatst worden als meer dan 50% van de woonadressen ertegen is. Maar al met al blijft het wonderbaarlijk dat politici beter weten wat gezond voor ons is dan de medici, hoewel ook deze laatsten wel eens duistere banden aangaan met instanties waar het commerciële belang prevaleert. Waar geld belangrijker is dan objectieve gezondheid. En waar subjectieve gezondheid nauwelijks een rol lijkt te spelen. Terwijl het juist dat is wat beleefd wordt!

OV-nepkaart

Date 6 april 2007

Nieuwsgierig als ik ben heb ik me in Amsterdam een OV-chipkaart aangeschaft. Om mee te experimenteren. Omdat ik vind dat Big Brother zich maar met zijn eigen zaakjes moet bezighouden, schafte ik me een anonieme OV-chipkaart aan. Dat was moeilijk. Die kon je wel uit een automaat halen die ook muntgeld accepteerde, maar toen ik wilde betalen bleek hij alleen plastic geld te lusten. Zodat de kaart alleen daarom al niet meer anoniem zou zijn, want bestanden zijn makkelijk aan elkaar te koppelen. Maar op station Weesperplein kon ik aan een loket keurig zo’n kaart cash betalen: € 3,- voor de kaart zelf – die vijf jaar geldig is – waarop ik een saldo van € 7,- liet programmeren. Net als bij de banken vraag ik me af waarom ik eigenlijk moet betalen voor de kaart zelf, want in feite heb ik dan nog niks. Daarna moest ik vier reizen met de metro maken voordat op mijn kaart het juiste bedrag was afgeschreven. Waarbij het opvalt alle drie foutieve betalingen in mijn nadeel waren, wat geen toeval kan zijn.

De eerste reis ging van het Weesperplein naar de Van der Madeweg. Onwennig hield ik mijn kaart tegen de kaartlezer, die me inderdaad vertelde dat ik € 7,- had. Toen ik na het uitchecken mijn saldo bekeek, stond er nog maar € 4,50 op mijn kaart, zodat er € 2,50 was afgeschreven voor twee zones die in totaal 3 ‘strippen’ ofwel € 1,35 zouden moeten kosten. Hoewel het maar om een teveel gaat van € 1,15 gaat wel om 85% dat ik duurder uit was! Gelukkig zijn er automaten waarmee je de laatste tien transacties kunt laten printen. Waarop ik nu zag dat ik helemaal niet ingecheckt was op het Weesperplein! Zodat ik zwart had gereden, en nu het maximale tarief is berekend. Er blijken namelijk twee soorten paaltjes te zijn waartegen je je kaart kunt houden: met de ene soort lees je alleen je saldo, en met de andere check je in: ‘Goede reis.’ Wist ik veel… Afijn, dat is dan leergeld, hoewel ik niet begrijp waarom ik dat moet betalen en waarom dat niet wat duidelijker is aangegeven.

De tweede reis ging van station Kraaiennest naar Diemen-Zuid. Beide liggen in zone 5125, waarbij het laatste op de zonegrens ligt. Zou moeten liggen, want deze keer werd toch maar een zone extra berekend: € 1,35 in plaats van € 0,90, wat maar 50% teveel is, dus het gaat nu beter dan de vorige keer. Opnieuw een lijst van transacties laten afdrukken, die meteen als bewijs dient dat ik belazerd ben, want alle tijden en stations staan erop. Briefje naar het Amsterdamse vervoerbedrijf GVB. Briefje terug dat ze om deze klacht te behandelen het nummer van mijn OV-chipkaart nodig hebben. Naïef als ik ben gaf ik dat nummer, waarna Vriend me er fijntjes op attendeerde dat vanaf nu de anonieme chipkaart niet meer anoniem was.

De derde reis ging gisteren van station Duivendrecht naar station Amstel. Toen ik uitcheckte bleek mijn saldo € 0,25 negatief te zijn. Weer een transactiestrookje laten afdrukken. Er was € 3,40 berekend voor een rit van één zone die € 0,90 zou moeten kosten. Dat is 378% teveel. Maar het staat toch echt op de bon! Check in Duivendrecht. Check uit Amstel. Mijn ogen dwaalden over de strook met alle gegevens en ontdekten opeens dat ik niet rond 13.00 was ingecheckt, maar de nacht ervoor om 1:30 uur! Zonder het te weten had ik 12 uur en 47 minuten gedaan over dit traject van drie haltes. En mijn enige bewijs dat dit niet het geval was, is de onwaarschijnlijkheid dat ik ’s nachts rond die tijd op de metro ga staan wachten in Duivendrecht. Ik ken maar één ander die midden in de nacht op iets stond te wachten dat nooit komen zou: Dorus op een vluchtheuveltje in Den Haag, alweer enkele decennia geleden. Een tijd waarin nog geen elektronisch geld bestond. Waarin je voor ƒ 15,98 verder kon reizen dan de de 11 metrohaltes die ik ermee heb afgelegd.

Wat mij betreft voorlopig dus geen OV-chipkaart. Want je wordt gewoon belazerd. Wat niet wegneemt dat ik doorga met mijn experimenten. Want ik ben nu eenmaal nieuwsgierig.

Second Life

Date 28 maart 2007

Vorige week heb ik me in de wereld van Second Life gestort. Ik ben nu eenmaal nieuwsgierig naar wat er allemaal met computers wordt gedaan, terwijl ook de wereld van virtual reality me altijd heeft geboeid. Zo stond ik jaren geleden eens ergens in Den Haag met een helm op en een zware handschoen aan om me heen te kijken in een wereld die er helemaal niet was. Als je een beetje spiritueel bloed in je lijf hebt moet je hier natuurlijk niets van hebben, want afgezien van de mogelijke verslaving eraan leidt deze schijnwereld je alleen maar af van het hier en nu, van de bewuste zintuiglijke beleving van en contact met de directe werkelijkheid.

Was het maar zo simpel. Want als dat zo is, geldt dat voor alle spellen. Ook met een potje Monopoly of Risk kun je de wereld om je heen vergeten. Of met het kijken naar een film. Of met het oplossen van een Sudoku. Of met het lezen van een goed boek. Weg met In de ban van de ring en Harry Potter! Bijna alles wat we doen leidt van het hier en nu af. Zo beschouwd moeten we dus ophouden met televisiekijken en lezen omdat ze onze spirituele ontwikkeling tegenhouden. Streng in de leer als we zijn in ons land, mag er geen spel meer gespeeld worden en dienen we alleen te genieten van de frisse buitenlucht, en mogen we ons alleen aarden en gronden in de concrete werkelijkheid van tastbare aarde, water, lucht en vuur om ons heen.

Maar ik ben niet zo streng in de leer, want dan zou je ook kinderen moeten ontmoedigen om hun spelletjes te spelen. Waarin niet alleen de werkelijkheid wat minder serieus wordt genomen zodat iets als relativering kan ontstaan, maar waarin ook ruimte wordt geschapen voor een andere wereld waarin ze helemaal in het hier en nu leven: die van fantasie en sprookjes. Daar komt enthousiasme en inspiratie vandaan, en wat is onze concrete werkelijkheid anders dan een neerslag van ideeën en gedachten uit die andere wereld, van een dagdroom in een al dan niet collectief astraal veld? Wat zijn wij anders dan gedachtespinsels van God? En is de Oosterse religieuze wereld niet doordrenkt van het idee dat alles een spel, maya is? Zo kun je in een virtuele wereld niet alleen leren om in de echte wereld vliegtuigen en auto’s te besturen, maar ook dat de echte wereld eigenlijk onecht is…

Ik dus naar www.secondlife.com. Daar moet je bij het begin beginnen, ofwel eerst jezelf creëren, want je gaat onder een nieuwe naam als een zelfgeschapen poppetje, als avatar, op het beeldscherm door het tweede leven wandelen. Lichaam, hoofd, ogen, oren, neus, mond, kin, torso, benen, huidskleur, gezichtsdetails, make-up, lichaamsdetails, haarkleur, haarstijl, wenkbrauwen, gezichtsbeharing en ogen kun je allemaal naar eigen wens vormgeven, zodat je echt je eigen ideale lichaam kunt scheppen. Je krijgt ook wat basiskleding mee waarvan je de maten en kleuren zelf kunt instellen. Na je gekleed te hebben met een keuze uit hemd, broek, schoenen, sokken, jas, handschoenen, onderhemd, onderbroek en rok kun je verder wat rondkijken op Orientation Island. Als je daar hebt geoefend in onder andere het lopen en vliegen, kun je naar Help Island om te leren van basisbouwstenen, zogenaamde prims, objecten te maken die je allemaal dingen kunt laten doen.

Een heerlijke wereld om eens met mezelf te experimenteren. Wat zal er gebeuren als ik daar nogal uitdagend gekleed ga rondlopen, voor zover ik dat nog ‘gekleed’ mag noemen? Al snel adviseerde een medebewoner me om dat maar niet in First Life te doen, en ik moet toegeven dat ik al een paar potenrammers achter me aan heb gehad. Maar kort daarop sloeg ik een leuk vriendje aan de haak, met wie ik inmiddels Help Island heb verlaten en eindelijk in de ‘echte’ SL-wereld ben gearriveerd. We verkennen die wereld. En elkaar. Ik maak foto’s van hem en van ons. We belanden op Sally Island in een romantische tuin en chatten over van alles en nog wat. Want net zoals ik van vlees en bloed in FL besta, bestaat ook hij in het echt. Beiden laten we onze eigen elektronische ideale zelfbeelden met elkaar spelen. Die avatars gedragen zich heel natuurlijk. Maken zonder dat je het vraagt allemaal gebaartjes. Staan altijd wel een beetje te wiebelen als ze stilstaan. Knipperen met hun ogen, laten haren in de wind wapperen, kijken een beetje in het rond om zich heen.

Gisteren hebben we samen heerlijk gedanst! In SL word je nooit moe, dus we konden er maar niet mee ophouden… Omdat er weinig beperkingen zijn, voel je je daar heerlijk vrij. Hoef je nooit te eten of naar het toilet, en hoef je niet bang te zijn voor agressie omdat je toch niets kan overkomen, omdat je toch onsterfelijk bent. Ja, dat leer ik ook in deze wereld: dat ik eigenlijk onsterfelijk ben! Dit virtuele spel heeft geen bepaald doel of een opdracht. Je hoeft nooit bezig te zijn met het overleven waarmee FL zo doordrenkt is. Zodat er niet meer valt te doen dan dit tweede leven te leven en in te vullen zoals je dat zelf wilt. In SL kun je dingen bedenken en meemaken, waar je in FL een voorbeeld aan kunt nemen! Zo betrapte ik me er onlangs op dat ik bepaalde houdingen en gebaartjes van mijn avatar – die ik nota bene zelf geschapen heb – overnam, zelfs zijn rust uitstraalde en iemand lang en diep in de ogen keek…

Ook de zakenwereld begint SL te ontdekken. ABN Amro opent er haar Financial Centers, en met een zeker wantrouwen zie ik dit soort ontwikkelingen tegemoet. Want zodra de commercie zich ermee gaat bemoeien is de lol er meestal snel van af. Er kan immers reclame worden gemaakt. En er is virtueel geld. De Linden Dollar is niet alleen te koop, maar kan ook verkocht worden voor ‘echt’ geld – hoewel je natuurlijk zou kunnen zeggen dat geld per definitie virtueel is, zeker na het loslaten van de gouden standaard. Zo kun je in SL geld verdienen voor FL, gewoon door dingen te gaan maken en te verkopen, of te handelen in vastgoed. Wellicht zelfs door speculatie, want de koers van de L$ – momenteel zo’n kwart eurocent – is ook aan fluctuatie onderhevig.

Maar toch ben ik niet zo bang dat de commercie SL even onleefbaar zal maken als ze FL heeft gemaakt. Je kunt namelijk alleen maar macht over mensen hebben als ze bang zijn. Zonder angst voor armoede, voor geen dak boven het hoofd te hebben, voor honger en dorst, voor ziekte, uitputting en pijn staan de zakenjongens, religieuze leiders en politici met lege handen. Onsterfelijke mensen zijn niet te chanteren en te manipuleren, maar genieten gewoon van het hier en nu, zonder doel. En zo kunnen we nog heel wat leren van Second Life. Vliegend over eilanden beland je weer zacht verend met beide benen op de grond. Het is een mooie wereld, die alleen daarom al verslavend kan zijn, zodat je wel moet weten hoe lang je gaat spelen, hoe laat je offline gaat. Maar als het zover is heb ik wel het gevoel er iets van meegenomen te hebben. De virtuele wereld is lang niet zo virtueel als ze lijkt!

Matthäuspassion

Date 18 maart 2007

Gisteren met Vriend naar Monnickendam geweest. Daar dirigeerde Pieter Jan Leusink de Matthäuspassion met onder andere zijn Holland Boys Choir, waarmee hij een jaar of tien geleden furore maakte. Maar na al die jaren kan dat beter het Holland Guys Choir worden genoemd. De lijdensweg van Christus werd er in precies drie uur doorheen gejaagd, inclusief pauze van een half uur. Als een Chailly zonder sjaal leidde Leusink dansend en stampend orkest, zangers en solisten zo snel naar de finale dat het moment van de kruisiging me helemaal ontgaan is. En de Grote Kerk staat er nog steeds, is nog niet ingestort met zijn hellende muren, scheve pilaren en schuine steunbalken. De sopraan liet haar turkooise kledij vloeken met de rest van de uitvoerenden. De Christus was een echte, heel serieuze Christus. En de evangelist zong ons indringend toe, voorovergebogen boven zijn partituur, met veel benadrukte woorden zoals een moeder haar peuters of een weervrouw haar luisteraars toespreekt. Gelukkig is dit meesterwerk van Bach niet kapot te krijgen, zodat ik er toch van genoten heb. Bovendien weet ik nu waar Monnickendam ligt.

De Matthäus zou onderdeel moeten uitmaken van het inburgeringsexamen, want als er iets typisch Nederlands is, dan is het wel de liefde voor dit werk. Wat was het heerlijk om – ook een jaar of tien geleden – de Meezing-Matthäus mee te maken in de Mozes en Aäronkerk! Met al die huisvrouwen die uit volle borst het Erbarme Dich meezongen! En wat was het bijzonder om eens bij zo’n uitvoering in Naarden te zijn, waar Gustav Leonhardt dirigeerde – een mooiere uitvoering is bijna onmogelijk. Daar was verstilling te beluisteren, waren rust en eenvoud te voelen, in scherp contrast met de dramatiek van gisteravond, waarbij de evangeliserende uitvoerenden hun uiterste best deden om te laten blijken dat ze Bach héél goed hadden begrepen.

Bij ons thuis werd er altijd op Goede Vrijdag naar de Matthäus geluisterd of gekeken. Met de tekstboekjes in de hand waren we gekluisterd aan radio of zwart-wittelevisie. Voor de aria’s had ik niet altijd geduld, want als je alles gehoord had begon het hele verhaal weer van voren af aan. En ook begreep ik weinig van de alt, die maar bleef maar jammeren dat Jezus weg was, in plaats van achter hem aan te rennen. Maar dat woog allemaal niet op tegen de majestueuze schoonheid die ik tot vandaag de dag bij dit ongeëvenaarde muzikale bouwwerk ervaar. Alsof ik door de klanken rechtstreeks in contact kwam met een andere wereld en de teksten me doorboorden en overtuigden van een werkelijkheid en waarheid die het alledaagse overstijgt, en waartegen zich de normale werkelijkheid grauw en levenloos aftekent.

Ik hoef niet christelijk opgevoed te zijn om onder de indruk te zijn van het verhaal. Het heeft ook geen zin om me af te vragen of het allemaal echt gebeurd is of niet. Juist omdat het over zoiets universeels gaat, laat deze passiemuziek zulke diepe sporen na, kan ik erdoor geraakt worden. Omdat het over lijden gaat, dat een betekenis krijgt. Over sterven, dat niet zinloos is. Over overgave, zonder welke geen echte bevrijding mogelijk is. Over het eigen, kleine eigenbelang, dat zich vrijwillig schenkt aan iets dat het persoonlijke overstijgt. Over het goddelijke, dat bijna tastbaar schittert in de klanken die Bach zo mooi componeerde. Dat in ons allemaal en overal om ons heen aanwezig is. Maar dat ik alleen kan herkennen nadat ik me heb bevrijd van mijn eigen beperkte ik, als ik het lef heb om te durven sterven. Wat de enige manier is om de dood te overleven.

Oom

Date 16 maart 2007

Vandaag is mijn neefje jarig. En dan moet ik altijd denken aan de dag waarop ik dat voor het eerst hoorde, in 1973. Bij Toon, die in zo’n chique witte torenflat aan de Van Nijenrodeweg in Amsterdam zijn eigen onderzoeksbureau had. Die me een tijdje in dienst had om zijn rapporten met behulp van zijn bolkopschrijfmachine en secuur knip- en plakwerk mooi vorm te geven. Sindsdien is het opmaken van drukwerk altijd een hobby van me gebleven. Toon was een stuk ouder dan Alex, Pim en ik die daar regelmatig over de vloer kwamen, en we noemden hem dan ook vaak oom Toon. Dat vond hij helemaal niet leuk. Want hij wilde graag bij ons jongeren horen, zoals wij graag bij de betere standen wilden verkeren. En daar, op de negende verdieping, vertelde oom Toon me opeens met een glunderend gezicht dat ik oom was geworden. Mijn moeder had hem gebeld en het hem verteld.

O…
Wat was een oom eigenlijk? Mijn broer had een zoontje gekregen. Maar ik had nooit contact met mijn broer, en tussen mijn moeder en mijn broer boterde het ook niet echt. Eigenlijk geloofde ik helemaal niet in familierelaties, en daarom zei het me ook niet veel. Je vrienden zijn je familie en je familie zijn je vrienden, zo simpel lag dat voor mij. En tot vandaag de dag voel ik zoiets, en moet ik bij termen als neef en zwager nog altijd heel lang nadenken. Mijn Wijze Tante is de dochter van een broer van mijn grootvader en ik zeg altijd dat ik een achterneef van haar ben, maar of dat echt klopt… Ik weet het niet. Misschien ben ik wel een oud-achterneef, of een bet-achterneef of zo. Wie interesseert het? Ik was dus oom, vanaf die 16de maart 1973, maar ik kwam niet op het verste idee om iemand daarover te gaan bellen om te feliciteren of zo. The Dark Side of the Moon van Pink Floyd was net uit, en ik genoot van nummers The Great Gig in the Sky en Brain Damage.

Het was een decadente periode waarin ik genoot van sex, drugs and rock-’n-roll. Ik was gestopt met mijn doctoraalstudie psychologie aan de Vrije Universiteit (waar zelfs parapsychologie als bijvak was geaccepteerd) en deed uiterst mijn best om me niet om de toekomst te bekommeren. Bij oom Toon verdiende ik geld om van te leven. Het was de tijd waarin nog niemand sprak van ongewenste intimiteiten op de werkvloer. Wat ons betreft waren die trouwens niet ongewenst, hoewel ze soms wel het werk bemoeilijkten waarvoor ik was aangenomen. Zeker als er bij tijd en wijle een joint bij kwam. Joint! Wie kent dat woord nog? En wat was het eigenlijk een mooi woord: je rookte met zijn allen iets waardoor je met elkaar werd verbonden. Drugs waren toen nog magische middelen met een ideaal, middelen waarmee je iets trachtte te bereiken dat je tegenwoordig instant verlichting noemt. We lazen De Psychedelische Ervaring, van Timothy Leary en anderen, dat gebaseerd was op het Tibetaanse Dodenboek, maar of we die teksten echt begrepen betwijfel ik achteraf.

Vanaf dezelfde bank waarop ik zat toen ik hoorde dat ik oom was, maakte ik in die tijd de mooiste duiksprong van mijn leven. Bijna over de lage tafel heen, naar een voor mij onweerstaanbare jongen die het gelukkig wel leuk vond om zo onverwachts overvallen te worden. Zo simpel ging dat in die tijd. Zelfs Pim, die in het algemeen toch een hetero was, kon het niet nalaten onzedelijke handelingen te verrichten toen we samen met oom Toon in één bed sliepen – vraag me niet hoe we daar beland waren. En toen oom Toon op vakantie was moest ik zijn flat beschermen tegen Alex, die er een lsd-party wilde organiseren. Het was de tijd waarin ik uitdagend in strakke, blote kleren – rode corduroy broek, te kort geel velours hemdje, blauw hesje, that’s all – er ook wel een beetje om vroeg om gebruikt te worden. Werk, seks, muziek, drugs… het liep allemaal door elkaar heen. Een maffe tijd, maar ook een tijd die ik niet gemist zou willen hebben.

Intussen is mijn neefje ouder dan ik toen was, en ben ik ouder dan oom Toon toen was. Mijmeringen op een halfzonnige dag waarop ik me herinner hoe ik bij oom Toon oom werd.

Migraine

Date 13 maart 2007

Gisteravond had ik eindelijk weer eens een echt scotoom. Zo’n witte waterachtige glinsterende rafelcirkel die heel klein in het centrum van je gezichtsveld begint, zodat je een poosje niet meer kunt lezen. Die zacht trillend steeds groter wordt totdat hij na een minuut of twintig uit het beeld verdwijnt. Deze in de visuele hersenschors opgewekte illusies worden vanwege hun hoekigheid ook wel fortificaties genoemd, terwijl ze ook onder de veel te mooie naam aura bekendstaan. Voordat de redactievergadering van ons dorpsblad Wei & Hei begon vertelde ik Sybert trots dat ik er weer eens ‘last’ van had, hoewel de kleur ervan net iets te blauwig was, datzelfde blauw waaraan ik een hekel heb als het uit autolampen komt. Volgens hem kwam dat omdat het opeens veel zonniger was, en inderdaad was het gisteren de eerste lentedag. Edo en Bram begonnen met het bouwen van een schutting in de achtertuin en we zaten heerlijk koffie te drinken in het eerste lentezonnetje. Ook heb ik gisteren het vogelhuisje opgehangen, dat vanmorgen meteen door de koolmeesjes werd geïnspecteerd. Migraine krijg je juist op dit soort dagen van ontspanning.

Gelukkig geen hoofdpijn deze keer. Die hoofdpijnen heb ik in mijn middelbare schooltijd vaak gehad, echter zonder de mooie visuele bijverschijnselen – een achterstand die ik de laatste jaren weer heb ingehaald. In een boek Migraine van Oliver Sacks staan al die hallucinaties mooi en uitgebreid beschreven. Naast de scotomen die gisteren mijn beeld verrijkten zijn er de fosfenen die zich bij mij voordoen als oplichtende draaiende witte fonteintjes ergens onderin het beeld – met name als ik vanuit het daglicht opeens weer in het donker kom – en last but not least de hallucinatoire vormconstanten. Ja, sorry, ik heb het woord ook niet bedacht. Maar ze zijn wel heel mooi! Zonder te weten dat het iets abnormaals was heb ik vaak ’s nachts in bed genoten van allemaal glanzende gekleurde blokjes en vormpjes die stil in de donkerte voorbijgleden. Het doet een beetje denken aan de screensaver Dazzle, daarvan moet de maker ook een migrainelijder zijn. Toen ik op een slapeloze nacht er eens rustig van wilde genieten en het beeld zwart bleef, realiseerde ik me ineens dat die kleurige figuurtjeswereld kennelijk niet normaal was.

Sommige dingen zijn voor jezelf zo vanzelfsprekend dat je er niet eens bij stilstaat dat die voor anderen niet zo gewoon zijn. Zo komen sommige mensen er pas heel laat achter dat ze kleurenblind zijn. In het donker warrelt er altijd wel iets voor mijn ogen, alsof er een soort ruis of tintelende sneeuw is. Daar vroeg ik Vriend laatst nog naar, maar voor hem is het echt donker als het donker is. Zoals hij ook niks hoort als er niks te horen is, terwijl er bij mij nog altijd een zachte tinnitus in mijn oren fluit. Het gekke is dat ik niet echt last heb van die verschijnselen. Soms is het vervelend, maar op andere tijden lijken deze zintuigljke gestoordheden juist de donkerte en de stilte te benadrukken, ze manifest te laten worden. Meestal luisteren we naar de geluiden, maar niet naar de achtergrond, de drager ervan, de stilte. Meestal kijken we naar dingen, maar niet naar de duisternis en de ruimte waarbinnen die zich voordoen. Zo kunnen bepaalde afwijkingen je helpen om met een diepere werkelijkheid in contact te komen.

Heel symbolisch is dat ik niet meer tegen een visuele regelmaat kan. De lichtbanen van lamellen en luxaflexen kunnen uiterst irritant zijn. Als de zon door een al te regelmatig geplante bomenrij langs het fietspad schijnt durf ik niet meer naar de grond te kijken. En in de vloermat bij de achteringang van station Amersfoort zit een bepaald patroon waar zodanig blauwe vlammen uit kunnen slaan dat ik er niet naar durf te kijken. Alsof er dan toch een soort kortsluiting in mijn hoofd dreigt te ontstaan. Misschien wel heel psychedelisch, maar toch wat eng. Want al bladerend door het boek van Oliver Sacks kom ik veel gevallen tegen waarop ik niet echt zit te wachten. Maar aan de andere kant herinneren sommige verschijnselen me juist aan de oplichtende sprookjeswereld, die ik vooral zag al ik wat gerookt had. Waarin alles zich als kleurige lichtkorrels met een frekwentie van het alfaritme verstild schokkend voortbeweegt; het leven als een film met zo’n 8 à 12 beeldjes per seconde. Zoals ik in een stroboscopisch licht dansende mensen tegelijk zie bewegen en stilstaan, zo herinnert dit soort hallucinaties me aan een andere werkelijkheid.

Hakhout

Date 10 maart 2007

Twee jaar geleden protesteerde ik al, toen aan de andere kant van de wijk de kaalslag was begonnen. Bosjes werden tot op de grond kaalgesnoeid en zagen er uit alsof een helikopter er op zijn kop overheen had gevlogen. Veel mensen waren opeens hun privacy kwijt omdat je zo bij hen zo naar binnen kon kijken om te zien wat er gegeten werd met de kerst. Over dit zinloze geweld publiceerde ik op de lokale website DO, De Oldegeppeler, en in februari 2005 sprak ik hierover in tijdens een commissievergadering. ‘Weet u wat hakhout is?’ begon Johan van de PvdA me neerbuigend te ondervragen. Sindsdien is het nooit meer goed gekomen tussen ons. Intussen is het twee jaar verder en zijn de helikopters verder doorgedrongen in de wijk, sporen van struikenstronken achter zich latend. Drie weken geleden hebben ze mijn achtertuin blootgelegd, zodat ik een afspraak heb moeten maken voor het plaatsen van een schutting. Wat € 1000,- kost.

Vorige week stonden die jongens met kettingszagen bij mijn voortuin. In paniek schreeuwde ik naar hen vanuit het slaapkamerraam, maar omdat ze oorkleppen op hadden hoorden ze me niet. Zodat nu ook de hele voortuin bloot ligt. Dat wordt straks nog eens € 1000,-. Waarom? Omdat ooit ergens iemand bij de gemeente vond dat veel groen met de grond gelijk gemaakt moest worden. Ze schijnen te denken dat het daardoor mooier wordt of zo. En ze hebben het recht daartoe – had ik maar niet zo naief moeten zijn om te geloven dat ze die bosjes zouden laten staan. Dat ze uit een soort gewoonterecht zouden mogen blijven groeien en bloeien na de vele jaren waarin ze het groen maar hun gang hebben laten gaan.

De grens tussen Zandwijk en Oldegeppel loopt dwars door onze wijk heen. Vroeger kon je nog zien waar de gemeentegrens lag door naar het groenonderhoud te kijken: als dat opeens minder werd dan was je in Zandwijk aangekomen. Nu is dat verschil er niet meer. Lommerrijke rustieke plekjes en paadjes zijn verdwenen, intiem groen heeft plaatsgemaakt voor kil kaal. Vorige week is ook de boom voor mijn schuur weggezaagd en aan de overkant van het fietspad waaraan ik woon is ook al het groen rigoureus weggehakt. Het eens zo romantische volgroene laantje ziet er nu uit alsof je door een achterbuurt loopt. Ook mijn buurvrouw kan er niet meer tegen, stuurt verontruste mails naar de wethouder. Die heeft, na diverse klachten en een wijkschouw met ons, gisteren tijdens een commissievergadering eindelijk toegezegd dat het nu uit is met die kaalslag, en dat voortaan bewoners betrokken zullen worden bij het groenonderhoud. Maar ik kan er niet echt blij om zijn, want het kwaad is al geschied en met deze kaalslag had al heel lang geleden gestopt moeten zijn.

Sommige mensen zijn zich totaal niet bewust van wat ze anderen aandoen door zo in te grijpen in hun leefomgeving. De emoties die ze allemaal oproepen met iets dat totaal zinloos is. De schade die ze aanrichten door het uitvoeren van werk waaraan geen visie of beleid ten grondslag lijkt te liggen. Alsof ze nooit gehoord hebben van de voordelen van groen. Dat we het niet alleen nodig hebben voor de kooldioxide, maar ook tegen geluidsoverlast en fijnstof. Dat het rustgevend is, en vogels en vleermuizen herbergt. Dat het not done behoort te zijn om groen te verwijderen. Groen is voor mij heilig, daar moeten ze van afblijven. Het verwijderen van bosjes en struiken waarover nog nooit iemand heeft geklaagd en die niemand in de weg staan – die juist altijd zo hebben bijgedragen aan de intieme sfeer van de wijk – is bovendien ook nog eens pure geldverspilling. Ik ben deze dagen kwaad en depressief. Er is nog veel te doen in de raad!

Advaita

Date 28 februari 2007

‘Ik herken zo die advaita in haar,’ vertelt Diana me terwijl we naast het bed van mijn Wijze Tante zitten. Ze is opgenomen in een antroposofisch verpleegtehuis en heeft nogal last van haar geheugen zodat ze niet altijd weet wie je bent als je bij haar op bezoek gaat. ‘Ik wéét het wel,’ zegt ze dan diep peinzend in haar hoofd zoekend. Ja, ze weet het zeker, niet zozeer een naam maar wel het wezen van iemand. En wat is belangrijker? Ook nu hebben mijn tante en ik elkaar weer lang diep in de ogen gekeken en dan voel ik diep in haar vrede en geluk, verstilling. Ik wilde dat ze altijd zo was.

‘De v spreek je in het Sanskriet altijd als een w uit,’ vertelt ze me in de auto als ze me terugbrengt naar Heuvelstad zodat ik daar de bus kan nemen. ‘Dus niet veda’s maar weda’s En niet advaita, maar á-dwaita, met het accent op de a, want het betekent niet-twee.’ Het doet me goed nu eens van een ander te horen dat zij die ‘leer’ van het non-dualisme herkent in wat mijn Wijze Tante allemaal te vertellen heeft. Ik ben zelf ook opgegroeid met de idee dat alles één is, terwijl ik ook geloof dat dit de top van de piramide is die je beklimt als je op zoek bent naar bevrijding, realisatie, vrede, geluk of hoe je het ook noemen wilt. Dingen waar we in newageland natuurlijk veel mee bezig zijn. En die maar al te vaak vaag worden gevonden. En terecht, want heldere definities van de dingen waarover we praten ontbreken nogal eens, ook omdat het not done is om op zo’n rationele manier over godsdienstige, religieuze of spirituele aangelegenheden te praten.

Bij godsdienst met zijn rituelen om wat je doet: bevrijding komt van buitenaf en wordt gegarandeerd door bidden, zingen en andere rituelen. Planeet: Mars. Bij religie gaat het om wat je voelt: je wordt verlost door een in het hart beleefde her-binding, wat de betekenis is van het Latijnse re-ligio, je wordt met het goddelijke verenigd. Planeet: Venus. Voorbij de meer actieve en manlijke godsdienst, en de meer passieve en vrouwelijke religie, vinden we de meer neutrale spiritualiteit, waarbij het gaat om bewustzijn, afstand nemen, wat vaak geassocieerd wordt met het denken. Dit niet in de betekenis van systemen ontwerpen en leerstelsels bestuderen, maar in die van objectiveren, puur schouwen, kijken naar dat wat zich aan het bewustzijn voordoet, zonder oordeel. Planeet: Mercurius. Godsdienst is primitiever dan religie, terwijl religie weer primitiever is dan spiritualiteit. Alle drie zijn ze wegen waarin antwoord op wezenlijke vragen gezocht en gevonden worden, afhankelijk van waar je aan toe bent.

De piramide staat in een woestijn van godsdiensten die het vaak niet met elkaar eens zijn en elkaar bevechten. Sommige mensen zien de piramide, verlangen naar de top en gaan haar beklimmen. De vele wegen die de zoekers langs de verschillende zijden beklimmen zijn allemaal religies, die uiteindelijk op de top samenkomen. Daar blijken ze allemaal één en hetzelfde te zijn. Steeds meer mesen ontdekken dit: Osho, Wolter Keers, Jan van Delden, Alexander Smit, Justus Kramer Schippers, Leo Hartong, Francis Lucille, Philip Renard, Eckhart Tolle, Tyohar, Tony Parsons, Adyashanti… Het lijkt alsof de laatste jaren er steeds meer mensen verlicht, gerealiseerd raken. Dat is misschien maar goed ook, want onze samenleving verkeert in een crisis. Een crisis van het hart. Te vaak is het hart, is het gevoel taboe. Bij religie was plaats voor het hart, voor liefde, voor respect, voor verbinding, voor heelheid. Met het afzweren van de religie sinds de jaren zestig kunnen we twee kanten op: terugvallen naar een primitievere, harteloze godsdienst of doorgroeien naar een spiritueel leven, waarin het hart een eigen plek heeft en tegelijk overstegen wordt. Want bij elke crisis is er de keuze tussen een terugval of een sprong voorwaarts.

Je zou ook kunnen zeggen: religie is een verlangen naar eenheid, a-dwaita. Maar zolang er nog verlangen is, is er tweeheid. Mystiek is ook door zo’n verlangen gekleurd. Met dit alles is niks mis, maar dit verlangen moet wel zijn eigen plek krijgen als een middel, en niet als een doel op zich. Net als auto’s: die zijn er om je te verplaatsen en niet om te aanbiddden. En dank zij het feit dat ik geen auto heb en het verpleeghuis van mijn Wijze Tante buiten werktijden onbereikbaar is met het openbaar vervoer, zat ik met Diana in haar auto over advaita te praten. Ik denk erover om er in De Vuurfakkel die ik voor haar verzorg wat meer aandacht aan te gaan wijden.