28 september 2012
Aan het begin van de zomer kan ik het me moeilijk voorstellen, maar aan het eind ervan verlang ik er best weer naar. De herfst. Na alle drukte breekt dan weer een tijd van verstilling aan. De kastanjes vallen, paddenstoelen genieten van een kortstondig leven en de avondschemering verspreidt een mysterieuze zweem waaronder alles even tot stilstand lijkt te komen. Het wordt weer tijd voor geritsel van bladeren, voor koelte, en voor verre geluiden achter de horizon. De paniek het leven niet ten volle te leven is voorbij, zodat we weer een beetje tot onszelf kunnen komen. We hoeven niet meer zo nodig in de zon te bakken, te reizen en op terrasjes te drinken. Alles heeft zijn tijd, zoals Prediker al zei.
Het was een drukke zomer dit jaar. Het begon met nieuwe buren die weken lang met veel kabaal hun hele huis leken te verbouwen. Ik weet nog steeds niet wie daar nou precies wonen, maar er is wel kort geleden een jongetje geboren als ik de versiersels achter hun keukenraam mag geloven. Kort nadat zij waren ingetrokken vertrokken hun buren aan de andere kant, die steeds huisraad in de tuin opsloegen, onder andere door planken van afgebroken kasten vanaf de verdieping op hun versteende terras te kletteren. Ook aan mijn andere kant zijn er nu nieuwe buren, maar die zijn heel rustig ingetrokken zodat niemand er last van had. Deze zomer heeft ook divers schilderwerk plaatsgevonden zodat er allemaal stellages rond onze blokjes woningen kwamen te staan, met alle onrust van dien. Nee, niet een echt rustige zomer.
Kabaal, dat is echt een nadeel van een wijk als hier, want de huizen staan dicht op elkaar en je kan snel uitrekenen dat er altijd wel iemand in de buurt is die lawaai maakt. Niet alleen met snoei- en bladblazergedoe, maar ook omdat huurwoningen verkocht worden en dus meteen een grote onderhoudsbeurt krijgen, inclusief verstening van de voortuintjes om een parkeerplaatsje voor de auto te maken. Eigenlijk is er altijd wel iemand bezig, en zo zijn momenten van stilte zeldzaam geworden. En dan heb ik het niet eens over hobbyisten die in de tuin gaan knutselen en over de jongens van de buitendienst die met veel overtollig lawaai het groen verzorgen. Geluidsarm tuingereedschap moet kennelijk nog uitgevonden worden.
Als ik ’s ochtends het slaapkamerraam opendoe en weer herrie hoor verlang ik naar de regen. Alsof dat de enige manier is om de wereld weer een beetje tot stilte te dwingen. Maar eigenlijk vind ik dat gek en vraag ik me af in hoeverre ik me aanstel. Toen ik in Buitenveldert woonde was er veel meer herrie om me heen en heb ik me daar veel minder druk om gemaakt. Kennelijk heeft het iets met verwachtingen te maken, een bepaald idee dat ik heb over het wonen in een bepaalde wijk van Blaricum. Heel geleidelijk verrommelt de buurt, en dat is niet alleen aan de bewoners te wijten. Zo verdommen bijvoorbeeld ook de jongens van de afvalstoffendienst het om de grijze bakken na het legen ervan weer een beetje normaal terug te zetten, en blokkeren ze op die manier zelfs regelmatig het fietspad.
Een van de laatste keren dat ik onder de kastanje van de lage zon zat te genieten, stelde ik me voor dat het geluid van de A27 dat van de branding van de zee was. Het gekke is dat het nog werkte ook. Toen hoorde het geraas er opeens bij. Opeens was het oordeel weg dat het ene geluid slecht zou zijn en het andere goed, het ene geluid gewenst is en het andere geluid ongewenst. Het hele bestaan is uiteindelijk een kosmische symfonie. Maar ik zou wel willen dat ik me vaker zo voelde, ook als een van die RAVO schoonmaakwagentjes, ‘die aan de strengste milieueisen voldoen’, langsraast. Of wanneer een motorrijder oorverdovend voorbijdendert, en ik stilletjes wacht op de klap. En zolang ik daar slecht tegen blijf kunnen, hou ik het idee dat al dat geluid eigenlijk heel ongezond is, in welke betekenis dan ook. Een sluipmoordenaar, die zich door de herfst even een beetje moet inhouden.
Gepost in Gezondheid en welzijn, Uit mijn leven
3 reacties »
25 september 2012
Het afgelopen weekend bij Piet en Mary in Leiderdorp doorgebracht. Ja, bij de Piet me in 1980 geholpen heeft aan mijn computerverslaving, zodat ik tot diep in de nacht met zijn TRS-80 zat te knutselen op een groen beeldschermpje waarop 25 regels van 80 tekens konden staan. Ook nu staat zijn huis nog vol met computers en diverse randapparatuur in diverse smaken. Een leven is te kort om alles te doen wat je leuk vindt – daar zijn we het over eens – dus wil ik toch nog een paar keer incarneren voordat ik verlicht in het niets opga. Wat we ook leuk vinden is astronomie, zodat we op zijn raambrede beeldscherm nog eens gekeken hebben naar een uitzending op 17 mei van De wereld draait door met Robbert Dijkgraaf: De oerknal: 13,7 miljard jaar in 45 minuten. In de Amsterdamse Koepelkerk geeft hij een heel levendig college over het ontstaan van ons heelal.
Uiteindelijk is ons heelal ontstaan uit een tennisbal compacte materie, waarmee geïllustreerd is hoe leeg alles om ons heen eigenlijk moet zijn. Op de vraag wat er dan vóór de oerknal was, antwoordt hij dat ons universum wellicht ontstaan is als een baby-universum uit een keten van andere universa. Ons heelal is dan niet het enige, maar we zijn erin gevangen en kunnen er niet uit. Gelukkig is ons heelal groot genoeg om daar geen claustrofobie van op te lopen, maar ik heb het er wel moeilijk mee dat er buiten dit ‘alles’, zoals ik het heelal begrepen heb, nog een ander ‘alles’ is. Kennelijk moet ik ‘heelal’ eigenlijk lezen als de verzameling van melkwegstelsels die uit onze oerknal zijn ontsproten. En heeft het met zwaartekracht te maken dat we daaruit niet kunnen ontsnappen.
Ik vraag me af of dat waar is. Dijkgraaf illustreert ons gevangen zijn met de scène uit The Truman Show waar Truman uiteindelijk toch uit zijn schijnwereld ontsnapt omdat zijn boot tegen een decor van wolken botst. Zo hobbel ik ook in mijn gefantaseerde ruimtevaartuigje steeds verder en verder tussen wolken van donkere materie het heelal in, af en toe corrigerend voor zwaartekracht omdat ik anders na zo’n yottameter gereisd hebben weer op de aarde beland, en dat was niet de bedoeling. Af en toe een beetje bijsturen dus, zodat ik na ontelbare incarnaties die andere universa tegenkom. Met kloppend hart, want ik ben wel benieuwd of dat nu die parallelle universa zijn waarover je vaak hoort.
Het meest ben ik geboeid door het idee dat er oneindig veel parallelle universa bestaan waarin alle mogelijkheden een eigen werkelijkheid hebben. Daar ben ik in een ander universum op de verkeerde trein gestapt, heb ik in weer een ander universum een ander beroep gekozen en ben ik in opnieuw een ander universum de popmusicus die ik vaak heb willen zijn. Elk moment kan een leven een andere kant uitgaan, en zo is er een oneindig aantal mogelijkheden. Maar omdat het aantal universa ook oneindig is past dat wel. ‘Alles gebeurt altijd overal tegelijk,’ noemde ik dat vroeger. ‘En ook niet,’ moest ik er later aan toevoegen. Als dit zo is zijn fantasieën en dromen niets anders dan contact met een andere, heel reële werkelijkheid. En als je dit weet stopt alle heimwee en verlangen omdat alles er allang is.
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven, Wetenschap
2 reacties »
18 september 2012
Soms stel ik me voor dat ik op mijn sterfbed lig en terugkijk op mijn leven. En dan concludeer ik dat het eigenlijk een rommeltje is geweest. Niet dat daar iets mis mee is, maar het liep niet altijd zoals het de bedoeling was. In mijn jonge jaren was ik waarschijnlijk soms iets te wild en deed ik wellicht gevaarlijke dingen. Zoals het opsnuiven van kamfer waar je een hartstilstand van kan krijgen. Of het te nonchalant omgaan met vriendjes die echt van me hielden. Het verraden van een klasgenootje die stiekem zijn eigen proefwerkcijfers in de lerarenagenda had veranderd doordat ik dat aan mijn moeder vertelde die actie ondernam. Ruzies met mijn ouders. Slordig omgaan met financiën. Een hekel aan mode en omgangsvormen omdat ik dat allemaal hypocriet gedoe vond. Allemaal van die dingen die ik nu toch anders gedaan zou hebben. Met uitzondering van dat laatste dan, want ik heb nog steeds een fobie voor nette pakken en het stellen van beleefdheidsvragen. Die slordigheid in de omgang zal mijn ascendant Boogschutter wel wezen.
Maar heb ik spijt? Soms wel, maar eigenlijk is alles gebeurd zoals het gebeuren moest, en in mijn meer verlichte buien denk ik met Edith Piaf: Non, je ne regrette rien. Vaak denk ik dat alles niet anders had kunnen zijn. Omdat het bij me hoorde, omdat het nou eenmaal zo moest zijn. Achteraf blijkt alles even voorspelbaar geweest als wat een kind met speelgoed, een puber met een brommer of een volwassene met zijn partner gaat doen. In die-en-die situatie kon ik gewoon niet anders dan zo-en-zo reageren. Op zo’n moment voelde het wel als een vrije keuze, maar was het dat ook? Ik betwijfel het. ‘Vrijheid is een gevoel,’ schreef ik eens in een verhaal. ‘En dat heeft niets te maken met een al dan niet gedetermineerd, gepredestineerd of geprogrammeerd zijn.’ En helemaal raar wordt het als mensen juist vrij willen zijn om daarmee zichzelf te kunnen zijn of uiten, want dan wil je je dus eigenlijk aan jezelf binden zodat je die vrijheid weer kwijt bent.
Voor mij geen vrije wil dus. Alleen de illusie ervan. Maar dit heeft wel vergaande consequenties. Als er geen vrije wil is, betekent dat dat mensen dus nooit eigen keuzes kunnen maken, of ergens verantwoordelijk voor kunnen zijn. Voor straf en beloning blijft er geen ruimte meer over. Er zijn geen goede en slechte mensen meer, geen weldoeners en criminelen. Ieder speelt zijn eigen rol en heeft uiteindelijk zelf helemaal niets te vertellen over hoe alles moet reilen en zeilen. Er is geen ego meer. Alles is illusie, Maya, waarover de Incredible String Band zingt: ‘Jesus and Hitler and Richard the Lionheart, three kings and Moses and queen Cleopatra, the cobbler, the maiden, the mender and the maker, the sickener and the twitcher and the glad undertaker, the shepherd of willows, the harper and the archer… All sat down in one boat together…’ De vrije wil is even onecht als de keiharde materie die voor bijna honderd procent uit leegte bestaat. Maar met deze illusies valt goed te leven, wellicht beter dan wanneer je serieus in de echtheid van dat alles gelooft. All this world is but a play.
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
2 reacties »
9 september 2012
Eigenlijk ervaar ik de liberalen als allesbehalve liberaal. Al sinds de jaren zestig ken ik ze niet zozeer als mensen die mij vrijheden geven – met uitzondering dan dat ze voor homo’s opkomen – maar als mensen die er een hobby van maken om van alles en nog wat te verbieden. Zo mag ik wat hen betreft geen alternatieve geneesmiddelen gebruiken, of een jointje roken of God lasteren, en zelfs de Jongeren van de VVD maken zich daar zorgen over. En niet onbescheiden mate van opportunisme in het toepassen van liberale principes is niet vreemd in de rechtse wereld, want degenen die de vrijheid toegedicht krijgen en voor wie ze het dus meestal zullen opnemen zijn vaak de grootsten, de rijksten en de machtigsten, geheel volgens de richtlijnen van de neoliberale ideologie. Waarmee tot vandaag de dag het stereotype beeld bevestigd wordt dat al in de jaren zestig in mijn studentenkring een vanzelfsprekendheid was. Daarin komen veel dikke mensen met onderkinnen voor, en het ‘ik zag mijn kont laatst in de spiegel, verrek dacht ik daar heb je Wiegel’ van Freek de Jonge doet Rutte een halve eeuw later nog huiveren om met deze cabaretier in debat te gaan.
Het oorspronkelijke liberalisme is verworden tot neoliberalisme, met zijn fanatieke ideologie van de vrije markt. Dat beeld is een heel slim gekozen frame waarmee verhuld wordt dat het daarbij om allesbehalve vrijheid gaat. In gedachten wandel je over de Albert Cuyp of op een romantisch dorpspleintje in het buitenland. Maar in de praktijk komt die erop neer dat de groten de kleintjes wegconcurreren, iets waarvan je het resultaat in hedendaagse winkelstraten aantreft waar alleen nog maar filialen van grote winkelketens te vinden zijn. Zo zijn doodse verloederde binnensteden zonder gezelligheid het resultaat van de liberale vrije markt, want als er een keuze gemaakt moet worden voor wie die vrijheid eigenlijk van toepassing moet zijn, zal rechts in de praktijk het vrijwel altijd opnemen voor die grootsten, rijksten en machtigsten. Die hebben immers zelf gevochten en hard gewerkt om het zo ver te schoppen, het zijn gewoon de besten, de atlassen die de wereld en de economie dragen. Net als in The Hunger Games kan er uiteindelijk maar één de beste zijn, en worden alle anderen geofferd als eerbewijs aan de redders van de samenleving.
Want laten we wel zijn: als het doel van het bedrijfsleven niet het bedrijf zelf maar de winst is, moet je je niet verbazen dat men die met zo weinig mogelijk werknemers wil bereiken. Een volmaakt bedrijf heeft namelijk helemaal geen werknemers meer, geleid als het wordt door een eenzame CEO achter de knoppen van een volledig geautomatiseerd productieproces. Die daarmee ook alle winst opstrijkt. En dat was dan ook het doel van het bedrijf. Niet meer gezamenlijk iets produceren om samen van rond te komen, maar groei, groei, groei en winst, winst, winst alsof de Club van Rome nooit heeft bestaan. Zo is de visie van liberalen met zichzelf in tegenspraak omdat aan de ene kant bedrijven moeten groeien, wat tot massale ontslagen leidt, en aan de andere kant werklozen een arbeidsmarkt worden opgeschopt die ze zelf om zeep hebben geholpen. Dat is op zijn minst sadistisch te noemen. De enige manier om dit te verhullen is de schuld bij de werklozen zelf te leggen door ze als luie, onwillige profiteurs te portretteren, terwijl de echte profiteurs de mensen aan de top zijn die er persoonlijk geen moeite mee hebben bedragen te graaien die gelijk zijn aan die van duizenden uitkeringen tegelijk.
De verwording van het liberalisme wordt gekenmerkt door de verheerlijking, zo niet vergoddelijking van de grootsten, de rijksten en de machtigsten, en daarmee ook van het egocentrisme. Als iedereen maar goed voor zichzelf zorgt komt het wel goed – een gedachte van Ayn Rand (1905-1982) die later uitgegroeid is tot het neoliberalisme met haar geloof in de zegen van de zelfzuchtige vrije markt, waarin het belang van het individu centraal staat, en dat wars is van elke vorm van hulpvaardigheid of medelijden. Ieder voor zich en God voor ons allen, maar dan wel zonder Christus die het opneemt voor zieken, zwakkeren en behoeftigen. Het woord ‘sociaal’ is om van te kotsen, en dat doen rechtse politici dan ook graag. Want uiteindelijk is ieders lot ‘eigen verantwoordelijkheid’ – iets waarvoor in alternatieve kringen vaak ‘karma’ van stal wordt gehaald – en is de staat ‘geen geluksmachine’. Had je maar beter je best moeten doen, slimmer moeten zijn, handen uit de mouwen moeten steken.
Het liberalisme kan een mooi gedachtengoed zijn, maar dat wordt teniet gedaan door haar naïeve geloof in het goede in de mens. Want wat vergeten wordt, is dat er slechts één jakkeraar op de weg nodig is om een verkeerschaos te veroorzaken. Zelfs al gedraagt vrijwel iedereen zich voorbeeldig, dan nog kan een enkeling de zaak voor iedereen verknallen. Als je zo in het goede in de mens gelooft en verkondigt dat de automobilist zelf heel goed weet wat redelijk rijgedrag is, waarom willen liberalen dan niet al die drempels op de wegen weghalen? Liberalen en libertairen willen graag dereguleren, terwijl een samenleving regels nodig blijft hebben zolang er mensen zijn die – al dan niet uit domheid, onbewustheid of egoïsme – alleen aan zichzelf denken en niet begrijpen dat de wereld heel kaal en doods wordt als iedereen alleen maar aan zijn eigenbelang denkt, als er geen oog meer is voor De magie van de harmonie, zoals het nieuwe boek heet van VVD’er Johan Witteveen, de ex-minister van financiën en voormalig voorzitter van het IMF die zichzelf ‘sociaalliberaal’ noemt. Als de sociale mens uitsterft, sterft de hele mensheid uit.
Er zijn dus ook liberalen die er anders over denken, die het liberalisme omarmen maar het asociale neoliberalisme haten. Dit soort geluid is bijvoorbeeld te vinden bij de Liberaal Democratische Partij, waar onder andere de Groningse professor Ankersmit de lijst duwt. Hij roept al jaren dat de VVD afstand moet nemen van haar neoliberale principes. Zolang dat niet gebeurt kan ik die partij niet anders zien dan als een groot kwaad dat mens, maatschappij en milieu in een afgrond stort. Overigens is de partij van Rutte niet de enige die het neoliberalisme omarmt, want ‘de markt’ waart als een vanzelfsprekend spook rond in vrijwel alle soorten van besturen en management, als zijnde het belangrijkste criterium op basis waarvan besluitvorming plaatsvindt. Zo gelooft het liberalisme in het goede in de mens, en maakt het neoliberalisme met haar heilsleer van de zelfzucht het slechtste in de mens los. Rutte ziet links zo’n beetje als het ergste dat de mensheid kan overkomen. Het mag duidelijk zijn dat ik het rechts van Rutte als een minstens even groot gevaar zie.
Gepost in Maatschappij en politiek
2 reacties »
31 augustus 2012
‘Als die Grieken dit allemaal hadden geweten hadden ze nooit de democratie bedacht…,’ twitterde Hans Laroes onlangs, voorheen hoofdredacteur van het NOS Journaal die blogt tegen onder andere het vrije marktdenken in de journalistiek. Ook deze dagen zien we weer hoe de media de democratie verzieken. Er is geen moment meer voor debat, voor argumenten, voor verdieping, en wat rest is een janboel van oppervlakkigheden, framing en stereotypen die stuk voor stuk getuigen van een diepe minachting en belediging van het eigen publiek. GeenStijl doet dat tenminste met open vizier en verdient wat dat betreft meer respect, daar weet je tenminste dat ze ‘nodeloos kwetsend’ zijn – iets dat door de media en onze politici op de buis nooit zal worden toegegeven. De televisie wil zoveel mogelijk kijkers en de politici zoveel mogelijk stemmen, dus het zal altijd gaan om de grote gemiddelde massa. En omdat alle quotiënten daarvan rond de 100 zijn, is die gemakkelijk te misleiden, en zo worden Henk en Ingrid misbruikt, en allesbehalve gestimuleerd om verder te kijken dan hun neuzen lang zijn. Die moeten in hun eigen doorzonwoning of vinexflatje blijven zitten, want bewustwording van het volk is het ergste dat politici kan overkomen.
Wat kan je van een volk en haar stemgedrag verwachten zolang De Telegraaf nog de grootste krant is? Hoe heeft het zover kunnen komen dat de eerste de beste die van toeten noch blazen weet evenveel stemrecht heeft als iemand die zich goed heeft geïnformeerd? Bij de Grieken mocht alleen het mannelijke, autochtone en vrije deel van de bevolking stemmen. Vrouw? Geen stemrecht! Buitenlander? Geen stemrecht! Slaaf? Geen stemrecht! Ook vandaag de dag zouden sommige politieke partijen dit Griekse beginsel graag willen omhelzen. En hoe verwerpelijk we dit ook mogen vinden, toch vraag ik me af wat ze daar indertijd mee beoogden. Wellicht interesseerden vrouwen, allochtonen en slaven zich toen nog niet zo voor politiek. Ja, wellicht was het juist bedoeld om te voorkomen dat mensen met minder kennis van zaken zouden meebeslissen. Wat weten buitenlanders nou van je eigen land en cultuur? En vrouwen zijn veel te emotioneel in hun keuzes. En slaven, tja, die horen gewoon te doen wat je hen opdraagt en zich verder nergens mee te bemoeien. Zodat je zeker weet dat mensen nagedacht hebben over hun keuze.
Want laten we eerlijk zijn. Het beroep van politicus is een van de weinige waarvoor geen diploma nodig is. En dat is dus te merken! Ik zou dus graag zien dat ze wat weten van bijvoorbeeld de Nederlandse geschiedenis, of dat ze kunnen rekenen. Misschien klinkt dat veeleisend, maar ik ga nog verder: om een stempas te bemachtigen zou je eigenlijk een diploma moeten overleggen, een stembewijs. Zodat je zeker weet dat een kiesgerechtigde het verschil weet tussen regering en parlement, en iets van de achtergronden van politieke partijen. Het recht om mee te beslissen moet dan echt verdiend, verworven worden. Net als bij een rijbewijs moet je er iets voor over hebben. Dat is het beste bewijs dat je geïnteresseerd, gemotiveerd en betrokken bent. Zolang dat niet het geval is kunnen alle debatten alleen maar nergens over gaan. Om dat te voorkomen pleit ik dus voor een nieuw soort democratie. Het is misschien vloeken in de kerk, maar de verwording van de huidige democratie vraagt erom.
Het weer doet raar, de poolzeeën raken bevaarbaar en Nederland heeft de grootste CO2-uitstoot van Europa. We laten toe dat onze overheid als een van de beste ons bespioneert, Dat ze ons, liberaal als ze zichzelf noemt, verbiedt om onze eigen genots- en geneesmiddelen te gebruiken, of om te sterven zoals wij dat zelf willen. Dat zij die de crisis hebben veroorzaakt nog steeds op vrije voeten zijn. Dat de economische waarde de enige waarde is die er nog bestaat. We laten toe dat het verschil tussen arm en rijk steeds groter wordt en dat de natuur verpest wordt, en dat het nergens meer stil en donker is. Over al dit soort dingen zou het moeten gaan, maar de politici hebben het liever over 130 kilometer op de snelweg, een gratis glaasje water in de horeca of verkrachting als voorbehoedsmiddel. Wij maken ons zorgen over misbruik van onze kinderen. En terecht. Tegelijk misbruiken we onze toekomstige kinderen door ons nageslacht met een ineenstortende wereld op te schepen. En dat alles omdat we het neoliberalisme niet doorzien, dat ons met zijn heilsleer van de zelfzucht een romantisch beeld voorspiegelt van een vrije markt waarin men elkaar doodvecht. Daarover zou het in de debatten moeten gaan! Wie is John Galt?
Gepost in Maatschappij en politiek
3 reacties »
25 augustus 2012
Breivik is toerekeningsvatbaar. Hiermee hebben de rechters hem veroordeeld tot 21 jaar celstraf. Maar het was wel even een interessante discussie: kan iemand zowel ‘gek’ zijn, iets waar iedereen het wel over eens is, als toerekeningsvatbaar? Dat klinkt alsof je zegt dat iemand tegelijk wel als niet verantwoordelijk is voor zijn daden. Alsof iemand schuldig is aan zijn eigen ziekte. De kille berekenende rationaliteit, waarmee hij zich excuseert nog niet genoeg mensen te hebben vermoord, beschouwen we als ‘krankzinnig’ terwijl we aan de andere kant zeggen dat hij ‘goed bij zijn verstand’ was toen hij zijn afschuwelijke daden beging. Van dat laatste is hij zelf ook overtuigd omdat hij het vernederend zou vinden als een psychopaat afgeschilderd te worden. En hij heeft zijn zin gekregen. Sommigen beweren zelfs dat hij hoogbegaafd is, wat geen reclame zou zijn voor uitmuntende denkers. Maar dat is even onzinnig als dat ik me als waterman aangesproken zou voelen omdat ook hij onder dat teken is geboren, hoezeer zijn doorgeslagen rationaliteit dan ook goed past in een dystopie van het Watermantijdperk.
De discussie over het al dan niet toerekeningsvatbaar zijn van Breivik is eigenlijk ontstaan omdat we appels met peren vergelijken. Als we in deze discussie alleen maar rationele argumenten betrekken en alleen naar zijn hersens kijken, kunnen we niet anders concluderen dan dat daar niks mis mee is. Maar met die constatering hebben we het moeilijk omdat we met ons water aanvoelen dat er toch iets niet klopt. En dat is ook zo, want ziekte is méér dan alleen iets dat zich alleen in je hersenen en je verstand afspeelt. Psychologische gezondheid is integratie van denken, voelen en handelen, heb ik geleerd. Die drie-eenheid kom je trouwens vaak in allerlei vormen tegen. Bhagwan had het over ‘head, heart and hand’. In de theosofie wordt onderscheid gemaakt tussen ons fysieke, astrale en mentale lichaam. In de astrologie herkennen we ze als Mercurius, Venus en Mars. Bij Plato kom je de deugden wijsheid, matiging en dapperheid tegen. En altijd komt het erop neer dat deze drie met elkaar in verbinding moeten blijven. Kortom: als de mens niet meer heel is heb je een probleem.
Gezondheid is dus niet iets mentaals, gevoelsmatigs of lichamelijks op zich, maar wordt bepaald door de mate waarin deze één geheel zijn. Natuurlijk kunnen lichaam, gevoel en denken zelf ook gebreken vertonen, maar als ze zich als afzonderlijke lichamen niets van elkaar aantrekken zal dat uiteindelijk toch tot problemen leiden. Als je teveel leeft vanuit je fysieke lichaam word je een materialist. Als je teveel vanuit je hart leeft word je een chaotische dromer. En als je teveel vanuit je verstand leeft kun je tot daden als die van Breivik in staat zijn. Zijn denken leidde tot afschuwelijke daden, maar dat kon alleen doordat hij, zoals hij zelf liet weten, bewust zijn gevoel uitschakelde. Dat deed hij onder andere door naar muziek te luisteren terwijl hij op Utøya 69 mensen doodschoot. Maar iemand die bang is voor zijn gevoel en daarvoor op de vlucht gaat is eigenlijk gewoon laf. En als psychologische gezondheid over méér gaat dan denken alleen – en volgens mij is dat zo – is Breivik gewoon ziek.
Ik geloof niet dat er iets als een vrije wil bestaat. Want hoe ouder ik word, hoe meer ik tot de conclusie kom dat alle dingen niet anders hadden kunnen lopen dan ze gelopen zijn. Dit betekent ook dat er eigenlijk geen verantwoordelijkheid bestaat. Maar dat wil nog niet zeggen dat we Breivik niet eenzaam zouden moeten opsluiten. Zonder contact met anderen op welke wijze dan ook, en wellicht zelfs in het donker. Want dan kan hij niet meer op de vlucht voor zichzelf. En de keuze tussen therapie en straf hoeft niet meer gemaakt te worden. Therapie is straf!
Gepost in Maatschappij en politiek, Psychologie
1 reactie »
14 augustus 2012
Sinds vorige week heb ik een nieuwe smartphone, de Samsung Galaxy SIII, minder niet. Daar heb ik mezelf op getrakteerd. Het was moeilijk kiezen tussen deze en de Sony Xperia S, zeker omdat ik de afgelopen jaren tot al mijn tevredenheid een Sony Xperia heb gebruikt, maar daarbij heeft de website phonearena.com me geholpen. De Xperia S was wel goedkoper en had een camera met 12 megapixel, maar het grotere en meer verfijnde beeldscherm, de batterijduur, de browser en de quad-core processor van de Galaxy hebben de doorslag gegeven, samen met een nieuwere versie van het besturingssysteem Android van Google, dat naar de naam Ice Cream Sandwich luistert. Dat klinkt lekker!
Uiteraard was ik een paar dagen bezig met het installeren van mijn geliefde apps uit de Play Store – een vreemde naam – en ik heb genoten van de snelheid waarmee dat allemaal gebeurde! Surfen op het internet, e-mailen, agenda bijhouden, twitteren, facebooken, chatten, bankieren, reizen plannen met Google Maps (ook met het openbaar vervoer), nieuws lezen, QR-codes lezen, muziek herkennen, YouTube filmpjes bekijken, het gaat allemaal even gelikt, snel en praktisch. Uiteraard heb ik er ook nog wat apps in waarmee ik rechtstreeks met Second Life in contact sta, waarmee ik horoscopen kan maken, de sterrenhemel kan bekijken en kan zien hoe laat zon, maan en planeten op- en ondergaan. Mijn agenda en contacten worden automatisch met mijn Google-account gesynchroniseerd. En dat allemaal terwijl ik nog geen handleiding had gezien!
Ik vind dit een wonder. Ga ik nu net als vele anderen de godganse dag met dat ding spelen? Want waar je ook komt, de helft van de mensen staat of zit met zijn smartphone in zijn hand van alles en nog wat te doen. Eigenlijk weet ik niet wat daar tegen is zolang het niet het sociale contact in de weg staat. De een zit in de trein een krant te lezen en de ander te internetten – wat is het verschil? Zelf hou ik het daar een beetje beperkt omdat ik het heerlijk vind te reizen, zo heerlijk dat ik laatst in de verkeerde trein stapte en een hele omweg via Den Bosch en Nijmegen naar Arnhem maakte, wat ik helemaal niet erg vond. Als je tussendoor niet uit- en incheckt maakt het voor de kosten niets uit. Lekker uit het raampje kijken: niets doen en de wereld aan je voorbij laten trekken, dat heeft bijna iets spiritueels en wellicht had het dat ook voor Albert Hammond.
Tegelijk heb ik de afgelopen weken opnieuw het boek Het Ondiepe van Nicholas Carr weer eens gelezen, waarin verteld wordt hoe het internetten onze hersenen deformeert. Het is niet alleen zo dat het internet een hulpmiddel, een instrument is waarmee wij een stuk van ons geheugen aan ‘the cloud’ uitbesteden, want onze hersenen passen zich ook fysiek aan aan de nieuwe manier waarop wij met informatie omgaan. Aandacht, diep denken, diep lezen leren we af. We worden steeds meer afgeleid door binnenkomende e-mails, nieuws en hyperlinks, en krijgen daardoor een steeds kortere aandachtsspanne. We lezen bijvoorbeeld een weblog in twaalf partjes omdat er elf verwijzingen in staan die we, nieuwsgierig als we zijn, toch willen aanklikken. Maar eeuwen geleden hebben we ook al met de boekdrukkunst ons geheugen uitbesteed, en maakten mensen zich zorgen over de conditie van het menselijk herinneringsvermogen. Maar dat neemt niet weg dat het internet de mens wel eens heel oppervlakkig zou kunnen maken, nauwelijks meer tot zelf nadenken in staat.
Zelf maak ik me daar niet zoveel zorgen over. Ik lees nog steeds boeken met meer dan honderd pagina’s en kan me nog steeds verliezen – en dus concentreren – op iets. Wat niet wegneemt dat ik bij tijd en wijle best ongeduldig ben en sommige teksten soms té diagonaal lees, omdat ik het dan niet kan opbrengen om 250 woorden te lezen wat ook in 25 woorden gezegd kan worden. Zoals met veel leeswerk voor de gemeenteraad bijvoorbeeld. Geniet, internet met mate, maar vergeet niet wat je wilde doen of waarnaar je op zoek was toen je je smartphone aanzette. En vergeet niet, net als ik deed, dat je er ook nog mee kan bellen. Desnoods met een klassieke kiesschijf met bijbehorend geratel.
Gepost in Computer en internet
2 reacties »
9 augustus 2012
Wat Blaricum zo mooi maakt is dat haar ziel wortelt in een bont verleden. Eeuwenlang deelden erfgooiers samen het gebruik van de meenten. Het landelijke dorp met eenvoudige mensen, levend en werkend in weilanden, bos en heide, trok kunstenaars aan, die achter de Utrechtse Heuvelrug in alle vrede en rust inspiratie vonden om te schilderen, te schrijven, mooie huizen te bouwen, te dichten en wat niet al meer.
Dat wil niet zeggen dat het altijd vrede was tussen de oorspronkelijke bevolking en de artistieke en spirituele nieuwkomers, zoals de christen-anarchisten die een dikke eeuw geleden een commune begonnen of de ‘artistieke bende’ die in de jaren zestig Jagtlust innam. De ziel van Blaricum is een sfeer, een gezonde sfeer van inspiratie en eigenwijsheid, waardoor het dorp dan ook vaak in de clinch lag met buurgemeenten als Laren en Huizen, en tot vandaag de dag nog wel eens rebels uit de hoek wil komen.
Dat alles had nooit kunnen bestaan zonder de vrede van groen, zonder weilanden, heide en bomen. Steeds meer onderzoekers ontdekken dat groen goed is voor de gezondheid, zodat we daar niet zuinig genoeg op kunnen zijn. Natuurlijk en kleinschalig leven stond aan de wieg van Blaricum en dat is, ondanks de graai naar groei en grootschaligheid, nog steeds te proeven.
De Gooi- en Eemlander, 9 augustus 2012
Gepost in Mijn dorp
Geen reacties »
31 juli 2012
Hoe het principe heet weet ik even niet, maar ik noem het nu maar solidariteit. Klinkt een beetje ouderwets in onze neoliberale tijden, dus als iemand een beter woord heeft hou ik me aanbevolen. Wat ik bedoel is dat het sterke het zwakke steunt, en dan wel binnen een bepaalde organisatie. Bijvoorbeeld dat niet-rendabele buslijnen gedeeltelijk bekostigd worden uit rendabele buslijnen. Dat we klassieke cd’s laten bestaan dankzij de verkoop van populaire cd’s. Dat de internetkabel van de boerderij midden in de polder betaald wordt uit de winst uit kabels in grote steden. Solidariteit – wat klinkt dat retro, zo niet verwerpelijk – betekent dat je niet elk bedrijfsonderdeel opheft dat geen winst maakt. Daar zijn bedrijven trouwens zelf ook niet echt consequent in, want waarom hebben ze hun afdeling Crediteuren dan niet allang verzelfstandigd?
Solidariteit is niet goed voor het bedrijfsleven en slecht voor de economie. Die hebben immers alleen oog voor groei en winst, waarbij het uitsluitend om kwantiteit gaat en de kwaliteit uit het oog verloren is. Zo heeft het College voor Zorgverzekeringen geadviseerd om medicijnen voor de ziektes van Pompe en van Fabry niet meer te vergoeden: deze zieken kosten ons gewoon teveel. Opschudding alom, zoals hier in De Volkskrant. Hoeveel is een leven waard? Wat mogen medische ingrepen kosten waardoor mensen een jaar langer leven? In Engeland is dat omgerekend € 37.000, en ons land € 80.000. Behandelingen voor de ziekte van Pompe kosten al snel een half miljoen per jaar, en na vijftien jaar behandelen is de gemiddelde levenswinst dan drie maanden, zonder dat er een betere kwaliteit van leven is gerealiseerd. Maar toch: je zal maar te horen krijgen dat je eigenlijk maar eerder dood moet omdat je te duur bent.
In ons huidige politieke en maatschappelijke klimaat zat deze discussie er uiteraard al lang aan te komen. Zo kun je je afvragen waarom medicijnen zoveel moeten kosten. Natuurlijk kan een geneesmiddel voor een kleine groep mensen zichzelf moeilijker bedruipen dan een populair medicijn dat het halve volk gebruikt. Het lijkt mij dat de opbrengst van geneesmiddelen de farmaceutische industrie geen windeieren legt. Dat de winst die zij op modemedicijnen als ritaline en antidepressiva maakt best voor een deel kan worden aangewend om minder populaire geneesmiddelen betaalbaar te houden. Dat is solidariteit. Maar de farmaceutische industrie is machtig, want zij beschikt uiteindelijk over leven en dood. Tenzij we natuurlijk minder ziek worden door een beetje gezonder te leven, en er een minder groot probleem van maken als het tijd is om dood te gaan.
Als ik zo’n zorgverzekering was zou ik het slimmer aanpakken. Ik zou mijn patiënten, eh… cliënten de mogelijkheid geven om de hun resterende levensjaren heel mooi door te brengen, dus de kwaliteit van hun leven te verbeteren. En dat kan van alles zijn. Al dan niet in een rolstoel luieren op Hawaï. In de skybox naar voetbalwedstrijden kijken. Mediteren in een Japans zenklooster. Toch nog eens naar New York. Je lekker ongezond dikvreten met patat. Vredig jointjes roken. Een wereldcruise maken. Of alleen maar naar dvd’s kijken. Allemaal van die dingen die mensen aan het eind van hun leven dolgraag nog willen doen. Geef ze die! En dan ben ik als zorgverzekeraar veel voordeliger uit ook. En leer ik de farmaceutische industrie een lesje waarin ik laat zien een veel goedkoper medicijn te hebben: kwaliteit van leven. Dat heeft zij dan aan zichzelf te danken wegens haar gebrek aan solidariteit.
Solidariteit. Misschien is het vandaag de dag toch te revolutionair om daarin te geloven en dat te verkondigen.
Gepost in Gezondheid en welzijn, Maatschappij en politiek
1 reactie »
27 juli 2012
Ook zonder Europa voel ik me een Europeaan. Daar heb ik dat hele Europa niet voor nodig. Het is een soort identiteitsgevoel waarbij de enige vage grenzen ergens rond de Balkan en Turkije liggen – misschien omdat de Islam daar meer aanbeden wordt, een godsdienst die zo radicaal afwijkt van Europese normen en waarden dat die daar eigenlijk niet thuishoort. Maar Griekenland dat daar middenin ligt hoort, als bakermat van onze beschaving, helemaal bij Europa. En ik kan me wel iets voorstellen bij de tegenstelling tussen Zuid-Europa en Noord-Europa, want dat lijkt veel op dat tussen twee andere primitieve godsdiensten: protestanten en katholieken. Strenge en sobere bezuinigers tegenover levensgenieters die het met God en ethiek niet zo nauw nemen. Calvinisten tegenover hedonisten. Maar ondanks die tegenstellingen en heel veel dat niet door de beugel kan, heeft Europa toch een van de grootste beschavingen gekend, hebben ooit kunstenaars en wetenschappers de mogelijkheid gekregen om te bloeien en onze cultuur met veel waardevols te verrijken. Dat is mijn Europa.
Op de website Mensa for Kids kwam ik een bijzonder gedicht tegen, waarvan velen wel de eerste en de laatste regel kennen. Het is van John Donne, een Engelse anglicaanse priester die leefde van 1572 tot 1631. Ook in dit gedicht speelt Europa al een rol. Maar sterker nog: wat is eenheid, wat is heelheid?
No man is an island,
entire of itself;
every man is a piece of the continent,
a part of the main;
If a clod be washed away by the sea,
Europe is the less,
as well as if a promontory were,
as well as if a manor of thy friend’s
or of thine own were:
Any man’s death diminishes me,
because I am involved in mankind,
and therefore never send to know
for whom the bell tolls,
it tolls for thee.
Het leuke van dit gedicht is dat er ritme noch rijm in zit. Misschien is dat niet zo verwonderlijk, want het lijkt ook te komen uit Meditation XVII van Donne, zodat het geen wonder is dat het zich op het grensgebied tussen poëzie en proza bevindt. Juist door dat gebrek aan ritme en rijm is het lastig om het uit je hoofd te leren. (Maar het is me toch gelukt!) Sommige dichters maken hiervan juist gebruik om ergens de nadruk op te leggen, dan verschijnt er een woord dat helemaal niet rijmt met de rest. Zoek het maar in dit mooie satirische liedje Good company van Queen!
Europe is the less… Of de zee een kloddertje modder of een hele rotspartij verslindt maakt niets uit. Als je maar het kleinste stukje van Europa afknabbelt is Europa Europa niet meer. Maar betekent dat niet eigenlijk ook dat als er maar een paar zandkorrels teveel aanspoelen Europa ook Europa niet meer is? Roemenië en Bulgarije: horen ze er wel bij? Het is juist het megalomane idee van een groot Europa dat Europa de das om doet. Op de lagere school leerde ik over de Benelux, wat al heel wat was. Later kreeg je de EEG, en dat ging ook nog wel. Maar Europa werd groter en groter, totdat Europa Europa niet meer was. Beetje bij beetje verloren we onze soevereiniteit, werd de macht naar hogere echelons gedelegeerd en kregen we steeds minder te zeggen over onze eigen straatjes, dorpen en steden. Zo hebben wij als gemeenteraadsleden, omdat steeds meer bevoegdheden worden overgeheveld naar hogere overheden, steeds minder in de melk te brokkelen. Erger nog: wij zijn de buffers die de klappen moeten opvangen van wanbeleid van provincies, regeringen en Europa. Zo is er bijvoorbeeld geen geld meer om het gras te maaien, en krijgen wij de klagende burgers op ons dak. En dit is nog maar het begin van de crisis.
Als Waterman vind ik natuurlijk dat de wereld één grote broederschap zou moeten zijn, maar Europa is allesbehalve dat. Kennelijk zijn we nog lang niet toe aan de verwerkelijking van dit grote ideaal, zodat ik vrees dat we een stapje terug moeten doen. Laten we opnieuw beginnen of op zijn minst een en ander radicaal anders gaan aanpakken. Ben ik nou voor of tegen Europa? Ik weet het niet, en het hangt er ook van af wat je met Europa bedoelt. Wellicht voelde mijn opa zich meer Nederlander dan Europeaan. Maar ik blijf me Europeaan voelen, wat er ook gebeurt.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »