4 oktober 2013
Hij zal wel een beroemde tennisser zijn. Of een zwemmer of atleet. Een echte man. Trots toont hij zijn horloge, een Breitling. Op de achtergrond staat een straaljager gereed. Of een snelle auto. En aan zijn blik te zien is hij niet blij, want het tonen daarvan hoort niet bij het imago van de macho. Ik zie hem regelmatig, veel te vaak dus, in advertenties van nrc.next. Kan me niet voorstellen dat veel lezers zo’n horloge kunnen betalen, maar aan de andere kant hoeft Breitling er maar een handvol van te verkopen om de advertentie te financieren. Een enkele keer besloeg die advertentie zelfs een hele pagina, een hele pagina macho, dus een hele pagina aankijken tegen het type man dat onze samenleving naar de knoppen helpt.
Toch zijn er vrouwen die het heel geëmancipeerd vinden om op dat soort mannen te vallen. Zoals deze week Paulien Derwort in nrc.next onder de kop ‘Vrouwen willen een echte man, geen knaapje met V-hals en crème’. Ze wijst erop dat mannen en vrouwen wel gelijkwaardig zijn, maar zeker niet gelijk. Ze zijn ‘verschillend en voorzien zo in elkaars behoefte door het anders-zijn.’ Maar wat doen die mannen? Ze klaagt dat we tegenwoordig de hipster hebben: ‘Knaapjes op gympen, met V-halzen, zonder lichaamshaar. Jongens die aan bikramyoga doen, die met kinderwagens door het park skeeleren, en die de rekening in een restaurant delen. Waar zijn de echte gentlemen in godsnaam gebleven?’ Volgens Derwort wil de vrouw ‘financieel onafhankelijk zijn, maar vindt het wel charmant als hij betaalt bij het diner (…) opkijken naar hun man op het gebied van status en intelligentie.’ Ze wil meer testosteron in mannen want ‘een echte vrouw wil ook een echte man.’
Ik snap soms weinig van vrouwenemancipatie. Kennelijk mogen vrouwen wel emanciperen maar mannen niet. Want die laatsten mogen geen hipsters zijn en worden lekker ouderwets in hun stereotype rol gedrukt. ‘Vrouwen vinden het prettig als een man de deur openhoudt, de touwtjes in handen heeft, initiatief neemt en blijft verrassen,’ schrijft Derwort. Met als noodkreet: ‘Mannen van Nederland: man up! Het zwakke geslacht heeft een sterke tegenhanger nodig.’ Een oproep aan mannen om vrouwen te helpen emanciperen. Zoals minister Bussemaker dit voorjaar al eerder deed door mannen en vaders op te roepen ook hun steentje bij te dragen aan de vrouwenemancipatie. Alsof je in een wedstrijd bewust de bal aan je voorbij laat gaan om de tegenstander wat meer kans te geven. Zoiets doe je misschien met kinderen, zoals mijn vader mij mijn eerste partijtje schaak liet winnen. Maar tegenover volwassenen kan het bijna niet kleinerender.
Natuurlijk is het hebben van gelijke rechten iets anders dan dat mannen en vrouwen gelijk zouden zijn. Maar de emancipatie is zo doorgeslagen omdat men dacht dat die gelijke rechten alleen maar door een gelijk zijn gerealiseerd konden worden. Zichzelf willen zijn – wat mij het doel van emancipatie lijkt – is verworden tot een juist niet zichzelf zijn. De vrouw die man wil worden, die de overall wil aantrekken. Met als gevolg dat er een heleboel manwijven zijn ontstaan waar veel heteromannen homo van worden. Want de door Derwort gewaardeerde ‘echte mannen’ willen misschien ook echte vrouwen, en dan vervallen beide geslachten weer in hun klassieke rolpatroon dat in de jaren zestig zo nodig doorbroken moest worden.
Emanciperen is iets dat je alleen alleen kunt doen. Niet eens als groep. Emanciperen betekent integratie van het manlijke en vrouwelijke in je, en niet een doorslaan naar het tegengestelde. Emanciperen betekent dat vrouwen ook manlijk mogen zijn, en mannen ook vrouwelijk. Pas als dat is gerealiseerd kunnen ze in harmonie leven. Op naar de androgyne mens, want dat is natuurlijk de ultieme oplossing van alle problemen rond de strijd der seksen!
Gepost in Maatschappij en politiek, Psychologie
1 reactie »
30 september 2013
Eindelijk heb ik weer eens de Melkweg gezien. In Duitsland, op een stille plek waar nachten nog nachten zijn. Want maar al te vaak bouwen we niet alleen muren om landen, waarover ik in de vandaag online gegane De Correspondent heb gelezen, maar ook om ons waarnemingsvermogen, rond ons bewustzijn. Bewustzijnsvernauwing noem ik dat. We verzamelen steeds meer licht en kabaal om ons heen, afleiding waardoor we steeds minder in staat zijn om even verstild de diepte in te gaan. We slapen te weinig en werken te hard en beiden zijn ongezond – daar worden wetenschappers het steeds meer over eens. De waardering voor ‘hardwerkende Nederlanders’ is eigenlijk propaganda voor ongezond leven, minstens even ongezond als drugs omdat ook dit je hele leven dag en nacht doordrenkt. Weinigen zijn echt uitgeslapen en dat kan op de lange duur niet goed gaan.
Eindelijk heb ik weer eens de Melkweg gezien. Zo’n moment van verstilling, een korte pauze waarin even niets méér hoeft dan gewoon wat in het rond kijken, wie kent dat nog? Zonder muziek op de achtergrond om het gezellig te maken, zonder gepraat over hoe mooi het is allemaal, zonder oordeel of het wel goed is wat er allemaal om ons heen gebeurt. Alsof elk moment waarop alles even stilstaat gevuld moet worden met popcorn van bezigheden en gedachten, want ledigheid is des duivels oorkussen – dat zit diep in onze genen ingebakken. Werken zullen we, en als we niet werken zijn we nutteloze losers, fantasten, luie donders. Ja, er is zelfs een politieke partij die arbeid in haar naam propageert, alsof dat de mooiste bestemming van de mens is. Maar dat geldt alleen voor mensen die van hun werk houden. Terwijl de meesten dingen doen of moeten doen die ze eigenlijk helemaal niet leuk vinden, met als gevolg dat ze hun werk niet echt goed doen. Gelukkig is hij die echt leeft voor zijn werk omdat hij ervan geniet – totdat hij als dank gepromoveerd wordt naar ander werk, want al dat genieten hoort natuurlijk niet eeuwig te duren.
Eindelijk heb ik weer eens de Melkweg gezien. Die mooie glinsterende sliert over de hemelkoepel, waar je eigenlijk helemaal niets van snapt. En die toch bestaat. Met de app Google Sky Map op mijn smartphone speurde ik naar sterrenbeelden en ontdekte ik zelfs stukjes van de Waterman aan de zuidelijke hemel. De anderen waren en wilden al naar bed, maar het liefst was ik nog een uur buiten gebleven, op een stretcher dwalend tussen de sterren. Gezien heb ik het niet, maar het kan heel goed zijn dat sommige van die sterren andere melkwegstelsels waren, oneindig ver weg van mij vandaan. Alsof ik zelfs over de grootste afstanden contact met ze maakte, alleen maar door ze te zien. Als kind dook ik al in sterrengidsen en boeken over het heelal, alsof ik al iets voorproefde van wat het was om er in het echt in te duiken. De oneindige ruimte, leegte en stilte om je heen te voelen, die uiteindelijk toch alles doordringt, ja, zelfs het wezen van alles is.
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
2 reacties »
24 september 2013
Natuurlijk heb ook ik zo mijn herinneringen aan vorige levens. Nou ja, een beetje vaag zijn ze wel, en soms lijken ze meer uit gevoelens en emoties te bestaan dan uit beelden, maar ze zijn wel heel aanwezig. Misschien moeten we dit soort paranormale ervaringen ook niet al te letterlijk nemen. Neem nu mensen die aura’s zien. Die zien ze als mooie gekleurde wolken rond het lichaam, maar wellicht is zo’n beschrijving meer een uitdrukking van een sfeer die iemand oppikt dan van een echte concrete waarneming. Want zo’n ervaring is niet te beschrijven in termen van alledaagse zintuiglijke ervaringen, zodat een toevlucht moet worden genomen tot een gebrekkige vertaling ervan. Als je het zo beschouwt zien we eigenlijk allemaal aura’s, maar noemen de meesten van ons dat niet zo. Onlangs waren mijn fractiegenootjes het helemaal met me eens toen ik zei dat een raadslid van een andere partij iets ‘zwarts’ om zich heen had, een donkere uitstraling, terwijl ik dat nooit echt gezien heb toen ik haar in real life eens goed bekeek. Kortom: we zijn veel paranormaler dan we meestal willen toegeven. Of nog beter: er is niets bijzonders aan paranormale verschijnselen. Iedereen die eerlijk tegenover zichzelf is zal moeten toegeven dat hij dit soort ervaringen heeft gehad. Maar het maakt het natuurlijk wel interessant om het ‘paranormaal’ te noemen.
Zo ook met vorige levens. Er zijn altijd wel ergens herinneringen die we niet kunnen plaatsen. Gewoon omdat we die ooit eens in een film hebben gezien, waarbij we ons erg identificeerden met wat er gebeurde. Of omdat we erover hebben gehoord of gelezen en diep geschokt waren. Of omdat we ooit er een mooie of lelijke droom over hebben gehad. Want laten we eerlijk zijn: ons geheugen rammelt nog wel eens. Afgezien van het feit dat we ons eigenlijk nooit dingen kunnen herinneren zoals ze echt waren – omdat we zelf inmiddels veranderd zijn en alles vanuit een afwijkend referentiekader meemaken – hebben we nog altijd iets als een onderbewustzijn. In gewone woorden: dingen waar we liever niet aan denken, terwijl ze er natuurlijk wel zijn. Elke keer als je wakker wordt gaat meestal de deur weer dicht en weten we niets meer van de afgelopen uren. Terwijl we eigenlijk voortdurend bewust waren, ook tijdens onze slaap. Ook tijdens onze geboorte, maar ook ik herinner me daar weinig van. Gek eigenlijk dat ik toch stellig aanneem dat ik geboren ben – volgens mijn moeder zo makkelijk dat ze het nauwelijks in de gaten had – en maar van horen zeggen aanneem dat toen mijn leven begon.
Er is veel onderzoek gedaan naar reïncarnatie. Daar kun je natuurlijk je twijfels over hebben, en dat is vaak terecht. Vaak betekent echter nog niet altijd. Want hier en daar kom je een casestudy tegen die zó goed in elkaar zit dat die weinig ruimte voor scepticisme overlaat. Mensen die zich dingen herinneren, inclusief opvallende details, die ze nooit meegemaakt kunnen hebben en waarover ze nooit gelezen of gehoord kunnen hebben. Die ze nooit in een film kunnen hebben gezien en zo. Herinneringen waarvoor wetenschappers zoveel kunst- en vliegwerk nodig hebben om ze te verklaren dat het eenvoudiger is om reïncarnatie van stal te halen. En wetenschappers zouden voor de meest eenvoudige verklaring moeten kiezen. Bovendien geloven ze wel in die gekke kwantummechanica, dus waarom niet in zaken als reïncarnatie, homeopathie of astrologie? Al was er maar één onderzoek dat reïncarnatie verschrikkelijk ontzettend onmiskenbaar aannemelijk maakt, dan hebben de wetenschappers toch nog een levensgroot probleem. Zelfs als je gelooft dat herinneringen aan vorige levens niet de eigen herinneringen zijn, maar herinneringen van anderen die opgepikt worden, moet je nog in helderziendheid en astrale velden en zo geloven. Daar houden wetenschappers niet zo van.
Of ik in reïncarnatie geloof? Ja en nee. Want hierover kan je eeuwig blijven discussiëren als je niet duidelijk bent over wat of wie er nu eigenlijk van het ene lichaam in het andere nestelt. Pas als je dat weet kun je verder, en zolang je dat niet weet is de vraagstelling onduidelijk en daardoor het probleem onoplosbaar. Ben je de geest, de ziel, de persoonlijkheid, het ik, het denken? Wat bedoel je daar allemaal mee? Wat is je kern waarom dit allemaal draait? Sterker nog: bestaat er zoiets als een ‘wezen’ van iemand, een diepste ‘zelf’? Is het niet een beetje zielig om onszelf tot onze eigen ziel te beperken? De vraag naar het al of niet bestaan van reïncarnatie is onoplosbaar zolang de klassieke spirituele vraag ‘Wie ben ik?’ niet is beantwoord. Zijn we eigenlijk niet een onbeperkt en verruimd bewustzijn? En is het niet ons diepste verlangen om alle schillen van ons af te gooien, alle matroesjka’s om ons heen te verbranden om in oneindigheid te vervluchtigen? Is het niet daarom dat ik verliefd ben op de kosmos? Dat mezelf zo herken in de diep flonkerende sterrenhemel in de stille nacht? Een ik dat zich in een niet-ik herkent? Boeiend is dat. Maar wellicht een eerste stap op weg naar een reïncarnatie die eigenlijk niet bestaat omdat ze een illusie is.
Gepost in Spiritualiteit
2 reacties »
14 september 2013
Life is not a problem to be solved, but a mystery to be lived. Gisteravond was deze waarheid van Osho heel concreet te beleven in Muziekgebouw aan ’t IJ, waar het audiovisuele project Superposition van de Japanner Ryoji Ikeda (1966), wonend en werkend in Parijs, werd uitgevoerd. We zaten op het balkon van een uitverkochte zaal, gewapend met oordopjes om eventueel te gebruiken als we last kregen van hoge frequenties en volumes van het geluid, maar zonder brilletjes tegen eventuele epileptische aanvallen wegens te snelle en intense lichtflitsen. De voorstelling begon in het donkere duister met een lage dreunende frequentie die met toenemend volume in de muisstille zaal geleidelijk een soort hypnose aankondigde. Gevolgd door wiskundige beelden en formules op de twaalf schermen op het podium, twee grote naast elkaar en een rij van tien kleine schermen eronder. Overweldigende elektronische muziek – of mag ik het alleen geluid noemen? Twee mensen op het podium die in morse teksten op de schermen schreven die snel onleesbaar werden. Of kruiswoordraadsels leken te maken. Patronen van interfererende geluidsgolven. Scatterdiagrammen. Zwevende sterrenstelsels. Ja, wat eigenlijk allemaal? Soms leken beelden bedoeld om je helemaal gek te maken met snel flitsende beelden. En dit in een zwijgende zaal mee te maken is veel meer overdonderend dan delen van dit 74 minuten durende neopsychedelische kunstwerk op YouTube terug te zien.
Maar waar zat ik nou eigenlijk zo gebiologeerd naar te kijken? Wat was de boodschap? Het roept iets van ontroering en ontzag bij me op. Zeker als ik me kan verliezen in sterrenstelsels en kosmische avonturen die me, mede wegens de Ligeti-achtige muziek, doen denken aan de spannendste passages uit mijn lievelingsfilm 2001: A Space Odyssey uit 1968. Ik raak er zo van onder de indruk omdat het me niet alleen in een trance brengt door al deze informatie waarmee mijn hersenen niet zoveel kunnen, maar vooral omdat het me aan iets diep onzegbaars in mezelf herinnert. Wiskunde en abstractie als de bron van muziek die zelf weer de schepper van ons en het heelal is. Zoiets. Een mysterie dat uiteindelijk niet met je hersenen te vatten is maar dat je alleen maar ervaren kunt. Hetzelfde mysterie van de kwantummechanica waarnaar dit kunstproject is genoemd. Met dat tweespletenexperiment waarin deeltjes pas een plek krijgen als ze worden geobserveerd. Waar superpositie eigenlijk betekent dat het nog zit te treuzelen of en waar het zich zal openbaren. Of het als een nonlokale golf eigenlijk overal is, of dat het zich als een deeltje op een aanwijsbare plaats bevindt. Ook daarnaar verwijst dit werk van Ikeda door soms twee mogelijke uitspraken naast elkaar te projecteren, wellicht om je te dwingen uit je eigen superpositie tot een keuze te komen.
Rare gedachten krijg ik van het kijken naar deze voorstelling. Wat is waarneming? Want het lijken niet zozeer de keuzes die ons vastleggen en onze wereld bepalen, maar onze waarnemingen ervan. Als ik de kwantummechanica mag geloven krijgen dingen pas een plek als we ze observeren. Zolang de boom niet gezien wordt, blijft hij nog een golf van mogelijkheden die zich door het hele heelal verspreid lijkt te zijn. Alsof de waarneming de wereld concretiseert. Alsof materie juist door observatie wordt bewerkstelligd, zodat zelfs de drones eraan bijdragen. Waarbij het voor mij nog steeds de vraag is wat waarneming nou eigenlijk is. Is het het ‘nemen’ van iets dat waar is, waardoor iets als objectiviteit mogelijk is? Of gaat dat ‘waar’ meer over de plek wáár deze mysterieuze input plaatsvindt, over wáár de waarnemer eigenlijk is? Volgens veel neurowetenschappers zie ik de beelden met mijn visuele hersenschors, maar daar geloof ik niks van. Alsof er achterin mijn hoofd een soort filmscherm staat opgesteld waarnaar gekeken wordt. Maar door wie of wat dan? Uiteindelijk zal het er wel op neerkomen dat er eigenlijk helemaal geen waarnemer is, maar dat is nog niet helemaal in overeenstemming met mijn waarneming. Ik bedoel maar: als een kunstwerk zoals Superposition al dit soort vragen oproept is het zeker geslaagd. Hoewel je er wel een beetje gek voor moet zijn om er open voor te staan. Zoals ik, met hart en ziel.
Gepost in Muziek, Spiritualiteit, Uit mijn leven
1 reactie »
10 september 2013
Een rare generatie zijn wij, babyboomers. Maar een aardige generatie. Daar denkt niet iedereen hetzelfde over, zelfs de babyboomers zelf verschillen daarover wel eens van mening. Vorige week nog had ik op Facebook een discussie met iemand die mensen van mijn generatie helemaal niet zo zag zitten. Omdat velen van ons na de jaren zestig hun idealen zouden hebben verraden. Genoemd werden mensen als Cohn Bendit die later hun maatschappijkritiek hebben opgegeven, en ook het idealistisch begonnen D’66 dat inmiddels de VVD rechts aan het inhalen is. Ja, die voorbeelden kloppen, maar het is de vraag in hoeverre die representatief zijn voor onze hele generatie van babyboomers, die kort na de oorlog zijn geboren en die de jaren zestig op hun geweten hebben. Dat wij niet allemaal goed bij ons hoofd waren werd ook nog eens geïllustreerd met onze communistische neigingen, het gedweep met Mao en het Rode Boekje. Alsof we toen al wisten in wat voor afgrijselijkheden de zogenaamde Culturele Revolutie zou uitmonden. Overigens heb ik me nooit zo met die verheerlijking verbonden gevoeld, maar dat komt misschien omdat ik meer aan de hippiekant dan aan de protestkant verbleef. Want hoeveel we ook met elkaar sympathiseerden, we waren het niet altijd eens over waar de Revolutie moest beginnen: in jezelf of in de wereld.
Ja, omdat wij als kinderen fel gewenst waren na de oorlog, hebben we best wel narcistische trekjes meegekregen. Wij waren het die de wereld zouden verbeteren! Wat we volgens critici uiteindelijk veel te weinig hebben gedaan. Maar kan je de babyboomers, ons dus, het instorten van hun idealen verwijten omdat sommigen van hen in de loop der jaren toch gezwicht zijn voor macht en geld, graaiers zijn geworden, hun ideologische veren hebben laten vallen. Want als groep hebben we toch meer bereikt dan de generaties na ons. Mag ik dat zeggen? Een beetje tegengas op alle kritiek op babyboomers kan dan ook geen kwaad. Ja, ik ben zo brutaal om onszelf te verheerlijken, want zonder de jaren zestig was er geen emancipatie van vrouwen, homo’s en lesbo’s geweest, woedde er nog steeds een oorlog in Vietnam, leefden we nog steeds in een kleurloze kneuterige maatschappij, geloofden we nog steeds in God en autoriteiten, droegen we nog altijd kortgeknipte kapsels en grijze pakken, en waren het milieu en dierenwelzijn nooit op politieke agenda’s gekomen. Ik bedoel maar.
Ja, het waren linkse jaren. Met idealen en visies, dingen die vandaag de dag openlijk verafschuwd worden terwijl aan alle kanten duidelijk wordt dat juist door het gebrek daaraan we in een wereldwijde crisis beland zijn. Voor ons babyboomers is het juist onvoorstelbaar hoe laks veel jongeren zijn, hoe ze alles maar pikken en niet massaal in opstand komen tegen overheden die hen bespioneren en belazeren, en tegen ondernemers die hen zonder enig respect en service hersenspoelen met reclames en leugens. Den Uyl zou een potverteerder geweest zijn, terwijl zijn opvolgers er vaak een veel grotere rotzooi van maakten. Helaas is met rechtse lieden van tegenwoordig zelden een zinnig woord te wisselen, die gooien nodeloos miljoenen over de balk voor hun eigen macht en status. Juist ná de jaren zestig is het Gouden Kalf in ere hersteld als ultiem orakel voor besluitvorming. Alleen geld speelt nog een rol in een wereld waarin materialisme hoogtij viert en zorg verworden is tot een product dat je moet inkopen. Wij babyboomers snappen deze wereld niet meer en voelen ons er steeds minder in thuis.
Maar gelukkig voelen velen van ons nog met hun wortels in de jaren zestig verbonden, en begrijpen we dat de haat voor ons niets anders is dan jaloezie op ons positieve idealisme waaruit we kracht hebben geput om indertijd de wereld op zijn kop te zetten. En we zijn blij met elke jongere die hier een lichtpuntje van oppakt en ook wakker wil worden in een wereld die steeds meer op een gedeformeerd jachtig en efficiënt gekkenhuis lijkt. Hoewel we nu eigenlijk maar snel dood moeten en wellicht veel zorg zullen gaan ontberen die de afgelopen jaren vanzelfsprekend is geworden, blijven we ouderwetse idealisten met een visie op een betere wereld, die niet alleen bij de wereld maar ook bij onszelf is begonnen. Hij die zelf niet kan genieten van het leven kan dat moeilijk voor andere bewerkstelligen, en hij die dat niet voor anderen wil bereiken kan zelf nooit van het leven genieten. Want mens en wereld zijn één. En wij waren, en velen van ons zijn dat nog steeds, de eersten om dat te roepen en te realiseren. Ja, een rare generatie zijn wij, babyboomers.
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
31 augustus 2013
Minister Ivo Opstelten van de VVD zal tevreden zijn. En de belastingdienst ook. Hoewel? Ze moesten de Big Brother award van de digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom samen delen, en dat is niet echt een rechtse hobby. Ivo had liever de prijs alleen voor zichzelf gehad. Beetje sneu voor hem, want hij doet zo zijn best om ons land veilig te maken! Maar toch: ‘Opstelten mocht de Publieksprijs mee naar huis nemen vanwege zijn hackvoorstel, zijn plannen voor kentekenregistratie en een hele reeks andere voorstellen en uitspraken waaruit zijn desinteresse voor privacy blijkt.’ Ja, het liefst stopt Ivo achter elke lantaarnpaal een camera, en verbergt hij in elke boom een tros microfoons. Bij gebrek aan beter, want het liefst laat hij alle bomen kappen opdat zijn drones ons kunnen betrappen als we toch stiekem in onze tuin een kernbom aan het monteren zijn, een feestje van Al Qaeda organiseren of op onze iPad en weblogje schrijven dat hem niet bevalt.
Ivo doet zo ontzettend verschrikkelijk zijn best om ons land veilig te maken, en krijgt alleen stank voor dank! We moeten juist blij zijn met de veiligheid die hij ons schenkt! Straks gaat hij iedereen een gratis Google glass geven zodat hij echt van iedereen precies kan zien waar hij is, wat hij doet, waar hij naar kijkt, wat zijn hartslag is, wie hij ziet, wat hij leest. En omdat we straks alleen maar via de smartwatch onze boodschappen en belastingaangifte kunnen doen, kunnen we niet meer buiten deze uiterst praktische en comfortabele hulpmiddelen die ons leven veiliger en veiliger maken. Gelukkig maar.
De vraag is alleen of we deze veiligheid eigenlijk wel willen. In het verkeer vallen veel meer doden dan door terroristische aanslagen, dus het is de vraag hoe belangrijk het eigenlijk is om terrorisme te bestrijden. ‘Terrorisme is hier geen dreiging,’ vertelt Edwin Bakker, hoogleraar (contra)terrorisme aan de Universiteit van Leiden en directeur van het Centre for Terrorism & Counterterrorism in Den Haag, ons vandaag in NRC Handelsblad. Maar waarom zet Ivo dan zo’n buitenproportioneel en kosten verslindend apparaat op om ons allen te bespieden? Wat wil de VVD eigenlijk, die aan de ene kant een niet bestaande onveiligheid wil bestrijden, terwijl haar minister Schultz van Haegen vorig jaar juist een wel bestaande onveiligheid stimuleerde door de maximumsnelheid op snelwegen te verhogen?
Ik kan dus nauwelijks geloven dat onveiligheid wegens mogelijk terrorisme het hoofdmotief is om ons allemaal te bespioneren en onze privacy aan alle kanten te schenden. Het middel is veel en veel meer erger dan de kwaal. Door wat simpel en logisch denken kan ik niet anders dan tot de conclusie komen dat er een behoefte achter zit aan totalitaire controle ten dienste van macht en eigenbelang. Zo ken ik de VVD weer, die ik wat dit betreft – op een paar uitzonderingen na – nooit als echt liberaal heb ervaren. Daar kan Ivo wat luchtig en badinerend over doen in een speelse reactie, maar inmiddels stimuleert de bodyscan me niet echt om ooit nog in een vliegtuig te stappen, evenmin als ik door het elektronisch patiëntendossier nog graag naar de dokter ga, of de OV-chipkaart me het openbaar vervoer in lokt. Ja, meneer Opstelten, wij houden u ‘heel nauwlettend in de gaten.’
Als je iemand bespioneert wantrouw je die. Kun je zelfs een mogelijke terrorist in hem zien. Maar wantrouwen roept wantrouwen op, want al dit volgen en bespieden van burgers is niet anders dan een motie van wantrouwen jegens hen, een twijfel aan hun integriteit. Zeker nu ook al jaren een volstrekt immorele omgekeerde bewijslast in zwang is gekomen, waarbij je zelf moet aantonen dat je onschuldig bent – als dat al mogelijk is – in plaats van dat de overheid of haar vertegenwoordigers hun beschuldiging hard moet maken. Overheden vragen gewoon om acties van mensen als Assange en Snowden, en verdienen dat ook – zeker omdat ze zelf zo graag als transparant willen overkomen. Ik hou er niet van bespied te worden door iets of iemand die ik niet ken. Ik huiver om de telefoon op te nemen als er niets in de nummermelder staat, om een envelop te openen waarop geen afzender is vermeld, of een vrouw aan te spreken wiens gezicht ik niet kan zien. Als je elkaar niet met open vizier kan tegemoet reden is er iets goed mis.
Vroeger keek ik al naar mijn telefoon, zo’n plastic druktoetsding aan een snoer dat voor je het wist te kort was. Hoe wist ik eigenlijk zeker dat er niet door de hoorn meegeluisterd werd als die op de haak lag? In rumoerige tijden rond Osho heeft Nandan de BVD, sinds 2002 AIVD geheten, al eens stiekem op bezoek gehad, en wellicht was dat ook bij mij het geval. En nu zitten we als ratten in de val, verslaafd en afhankelijk als we zijn gemaakt van smartphones en internet, die door overheden heel stilletjes misbruikt worden om marionetten van ons te maken, die zich heel gehoorzaam neerleggen bij een voorgeprogrammeerd zombiebestaan waarin vrijheid een idealistische droom uit een ver verleden is. Gelukkig beginnen steeds meer mensen dat in de gaten te krijgen, en zolang er zelfs nog maar één iemand is die zijn nek uitsteekt is er nog hoop.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
27 augustus 2013
Verantwoordelijkheid en opportunisme lijken hand in hand te gaan. Als het goed gaat met ons is het onze eigen verdienste, en alleen door eigen verdienste kan het goed gaan met ons. Als het slecht gaat met ons leggen we de schuld bij anderen, en alleen die anderen zijn de oorzaak ervan dat het slecht gaat met ons. Vraag het maar aan autorijders, die vinden zichzelf altijd beter rijden dan hun medeweggebruikers. Als de ander een fout maakt is die gewoon een hufter, maar als ze zelf in de fout gaan hebben ze duizend redenen die ze een ander niet gunnen als die zich op de weg misdraagt. Excuses gelden alleen voor jezelf en de anderen zijn dan intrinsiek fout. We pleiten meestal onszelf vrij van schuld, dan kunnen we het niet helpen, maar de ander moet zwaar gestraft worden. Dat geldt niet alleen voor ons individuele leven, maar ook in de verwarrende relatie tussen de overheid en burgers. De eerste zegt dat we ‘met z’n allen’ voor iets hebben gekozen en wijst daarom alle verantwoordelijkheid voor eigen doen en laten af. En de burgers voelen zich belazerd en geven de overheid de schuld van misstanden waarvoor zij zichzelf niet verantwoordelijk voelen. Die patstelling wordt van beide kanten almaar versterkt zodat ze steeds verder van elkaar verwijderd raken.
Het water waarmee beide partijen in onschuld hun handen wassen lijkt voorlopig niet op te raken, maar het is wel verspilling. Terwijl beide gelijk hebben. Maar ook de zaak slechts vanuit hun eigen stellingen belichten. Laat ik er even van uitgaan dat er misstanden zijn, dat er een crisis is. Wederzijds wantrouwen die onze verzorgingsstaat aan alle kanten ondermijnt en afbreekt. Een overheid die niets te immoreel vindt om ons te bespioneren, en burgers die het heerlijk vinden om overheden te bespioneren. Hoewel ik vind dat de overheid de eerste zou moeten zijn om deze patstelling te doorbreken en zij schromelijk tekortschiet, wil ik daarmee niet zeggen dat burgers lieverdjes zijn. Als we alleen maar kijken naar de manier waarop de laatsten zich in het verkeer gedragen zegt dat al genoeg over de mentaliteit van ‘het volk’: als je maar één dag alle verkeersovertredingen zou beboeten waren we, inclusief de kosten van die maatregel zelf, meteen uit de staatsschuld!
Staatsschuld! Laten we eerlijk zijn: we hebben decennia lang op te grote voet geleefd. Vroeger spaarde je nog wel eens voor iets dat je wilde hebben. Maar we zijn ons in een luxe gaan baden die we ons helemaal niet konden permitteren zodat we geld moesten lenen. ‘Vlieg nu, betaal later,’ schreeuwde een reisbureau in de Bijlmer in de jaren tachtig. En we tuinden erin. Een van de toppunten was wel de aflossingsvrije hypotheek. Ook daar vlogen we in. Zo maakten we het geld van generaties na ons op, raakten pensioenkassen leeg, en nu zitten we met de brokken. Hoelang kan je het schuldenplafond blijven opschroeven? Hoe hoger het boven ons hoofd groeit, hoe wankeler het wordt. Natuurlijk hebben velen daar niet aan meegedaan, en die worden nu meegezogen in de cycloon van bezuinigingen. Die vinden helemaal niet dat we ‘met z’n allen’ gekozen hebben voor de neoliberale destructie van onze samenleving. Dat is het nadeel van democratie, en zolang De Telegraaf de grootste krant van Nederland is verwacht ik daar ook niet al te veel van. Het wakker schudden en bewustmaken van mensen gebeurt altijd maar door een kleine groep. Dat is altijd zo geweest, en zal altijd zo blijven.
De enige weg om uit de crisis te komen en een samenleving te maken waarin men in vertrouwen weer een beetje aardig voor elkaar is, is een spirituele weg. Wat ik daarmee bedoel? Dat we onszelf en onze groep eens moeten gaan overstijgen, want spiritualiteit is altijd verbindend, helend, polariteiten overstijgend. Daarin vinden we onszelf niet beter dan de ‘slechte’ ander, die ook zijn redenen en motivaties heeft om te zijn zoals hij is. Dan is er plaats om het een en ander ook vanuit het standpunt van die andere ‘slechte’ te zien, ja zelfs te re-specteren, hem opnieuw te bekijken. Dan slaan we ons niet meer op de spirituele borst omdat we vroeger al zo vaak gewaarschuwd hadden, maar niemand geluisterd heeft. Alsof dát spiritueel is, want dan komt opnieuw een ikje met zijn eigen status als een duiveltje uit een doosje. Dan realiseren we ons dat we uiteindelijk toch ‘met z’n allen’ voor deze wereld hebben gekozen. Wellicht niet in dit leven zelf, maar door te kiezen hierin geboren te worden. Respect voor het Grote Gebeuren, het Raadsel waarin we een rol spelen, als machthebber of slachtoffer. Pas dan zijn we geen machtswellusteling of slachtoffer meer. Spiritualiteit betekent bewustzijn en alleen als we een sprong hebben gemaakt die het ikje, het individuele overstijgt, voorbij goed en slecht, realiseren we ons dat alle behoefte om te verbeteren, inclusief onszelf, arrogantie is. En dat er eigenlijk helemaal geen probleem is.
Dan accepteren wij de wereld zoals hij is. Inclusief ons lijden. Dan klagen wij er niet meer over dat de goeden onder de slechten moeten lijden, omdat dit juist de definitie van goedheid is. Dan is ons lijden geen lijden meer, maar ervaren we het als een geschenk dat we aan anderen geven. Ja, de onschuld, het lam Gods lijkt te worden geslacht, maar dat is nu juist zijn overwinning en kracht. Voor de buitenstaander lijkt dit op masochisme, maar voor hem is de vrijheid en ruimte van overgave grootser dan de pijn. En wie lijdt er nu eigenlijk? Qui tollis?
Gepost in Maatschappij en politiek, Spiritualiteit
1 reactie »
14 augustus 2013
Drie platvissen in de pan. Met de neuzen naar elkaar toe. Met tussen hen drie andere platvissen, met hun staarten naar elkaar toe, vullen ze keurig de pan. Hoewel? De pan is groter dan ik dacht, dus om die zes vissen leg ik nog een ring van twaalf kleinere vissen. Alles sluit mooi op elkaar aan. En nog is mijn pan groter dan ik dacht, dus maak ik nog een ring van 24 nog kleinere vissen eromheen. En nu heb ik nog steeds een heleboel nog kleinere platvisjes over. Nog een mooie rand van 48 kleintjes dan. Lastig, maar het lukt. Zo kan ik wel even doorgaan. Omdat de visjes van elke nieuwe ring half zo groot zijn, lijkt het alsof ik de pan maar niet vol krijg, netjes tot de rand. Een ring van 96 visjes, dan een van 192 visjes, dan 384, dan 768, 1536, 3072… Tot ik besef dat ik eindeloos zo door kan gaan omdat de pan nooit echt helemaal gevuld zal zijn.
Ik weet niet of de graficus M.C. Escher op deze manier in de keuken zijn inspiratie heeft opgedaan voor zijn Cirkellimiet, maar het is wel een plaat waarnaar ik eindeloos kan kijken. Wat ik dan ook deed toen mijn vader begin jaren zestig met een boek over zijn wonderbaarlijke werk thuiskwam. En nog steeds kijk ik er graag naar, omdat een begrensd oppervlak de oneindigheid lijkt te bevatten. De visjes in elke nieuwe ring, vanuit het centrum bekeken, zijn steeds half zo groot en 1+1/2+1/4+1/8+1/16+1/32 enzovoorts zal nooit 2 worden. Zodat de straal van de cirkel maar 2 van de grootste vissen lang is. En stel nu eens dat de visjes in elke omringende cirkel niet 2 keer zo klein zijn, maar bijvoorbeeld 1,0000001 keer zo klein. Dan nog zou alles binnen één – zij het veel grotere – cirkel passen – en zouden de visjes wellicht niet eens zien dat hun buren een pietsie kleiner of groter waren dan zij zelf. Ze zouden dan in een onbeperkte ruimte zwemmen, zodat mijn pan voor hen de oneindige kosmos was!
Sommige mensen geloven niet in oneindigheid, en het is inderdaad niet voor te stellen dat het heelal eindeloos is, dat je steeds verder kunt reizen in de zwarte stille diepte tussen sterrenstelsels. Maar volgens de 23-jarige enthousiaste astronomiestudent Luc Hendriks geloven sterrenkundigen niet in oneindigheid, zo schrijft hij op zijn website Heel.al. Het bevestigt mijn indruk dat veel astronomen tamelijk rationeel zijn ingesteld en weinig oog hebben voor zaken waar het verstand niet bij kan. Zoals oneindigheid. Dan heet het bijvoorbeeld dat de ruimte gewoon ophoudt te bestaan, dat de ruimte zelf zijn grenzen heeft, zodat de vraag wat zich erachter bevindt gewoon illegitiem is. Maar dat betekent dan wel dat ik, net zoals een vis in de oceaan op een zeker moment op het land zal stranden, uiteindelijk op het einde van het heelal zal botsen. Want zelfs als ik in een ruimte als die van de cirkellimiet reis, betekent dat nog niet dat zich niets buiten die wereld kan bevinden, zoals vissen die uit de pan gesprongen zijn of in de pan van een naburig restaurant liggen. Ook als de ruimte gekromd is, en je daardoor een beperkte actieradius hebt, kan je af en toe wat bijsturen om toch rechtdoor te gaan.
Ook met tijd kunnen astronomen nogal speels omgaan. Zo hoor ik vaak dat de vraag naar wat er vóór de oerknal was ook illegitiem is, omdat er toen nog geen tijd bestond. De oerknal schiep, naast de ruimte, dan ook de tijd. Maar hoe kan je tijd creëren zonder daarvoor de tijd te hebben? Wat voor verklaringen mensen ook aandragen voor waar tijd vandaan komt, er is altijd iets voor nodig dat gebeurt, een werkwoord. Zo zeggen sommigen dat tijd een product is van het denken, maar hoe kan je denken zonder tijd? Al met al vind ik het dus veel aannemelijker dat tijd en ruimte gewoon oneindig zijn, zonder begin of eind. Daarvoor is slechts één axioma nodig, namelijk dat oneindigheid bestaat, en hoef je geen ingewikkelde constructies te bedenken om van alles en nog wat te verklaren. De consequentie is dan wel dat alle mogelijke werelden wel ergens bestaan, en dat er overal kopieën van mezelf rondwaren die andere keuzes hebben gemaakt in hun leven, met alle gevolgen van dien. Want het aantal keuzes dat ik in mijn leven maak is beperkt, hoeveel het er ook zijn. En in de oneindigheid past nu eenmaal met het grootste gemak een beperkt aantal manifestaties van mezelf. Ergens is mijn geest uit zijn superpositie gevallen zodat er ontelbare ikken rondwaren, als stamcellen die zich in alle richtingen ontwikkelen.
De cirkellimiet is een mooi voorbeeld van hoe we door illusie misleid kunnen worden. Want in dat mooie boek van Escher staan nog meer cirkellimieten, zodat het niet zo is dat zich buiten die ene cirkellimiet niets meer bevindt. Heerlijk is het zoals zo’n pan met visjes je op reis neemt door het mysterie van oneindigheid, net zoals bijvoorbeeld de Boom van Pythagoras, die ook een oneindig aantal takken heeft maar toch niet tot in de hemel kan groeien. Gelukkig kunnen haar vruchten aan de boom ontsnappen. En gelukkig kunnen vissen uit de pan springen. En dat vind ik eigenlijk niet zo erg, want ik hou eigenlijk helemaal niet van vis.
Gepost in Wetenschap
Geen reacties »
9 augustus 2013
Homo! Zolang dat nog een scheldwoord is, is er nog veel te doen aan homo-emancipatie. Want ondanks alle geboekte vooruitgang heb ik er nog steeds een beetje moeite mee mijn vriend bij de bushalte een afscheidszoen te geven. En ik wantrouw niet alleen aanhangers van primitieve godsdiensten, want ook leuke Hollandse knapen kunnen discrimineren dat het een lieve lust is. Mietje! Oké, Nederland was het eerste land om het homohuwelijk in te voeren en daar mogen we best trots op zijn, zeker nu dit in steeds meer landen navolging vindt. Jammer alleen dat de sportwereld niet echt enthousiast meedoet. ‘Ik ben homo, en ik ben uit het profvoetbal gevlucht,’ zegt Arnold Smit in nrc.next van vandaag. Dit als reactie op nogal stompzinnige uitspraken van voetbalanalist René van der Gijp in het tv-programma Holland International: ‘Er zijn gewoon weinig homofiele voetballers. Er zullen er wel een of twee zijn, maar voetbal is geen sport voor homo’s.’ Hij ziet ze dan ook nooit in de kleedkamers, wat niet zo verwonderlijk is omdat ze nog in de kastjes zitten waarin hij niet wil of durft te kijken. Mietje! Volgens René moeten homo’s maar ‘gewoon in een kapperszaak werken’, waarmee hij tegelijk zegt dat ze maar uit de buurt van het voetbalveld moeten blijven. Soms denk ik dat voetbal juist een sport voor homo’s is. Die heerlijke geur van jongenslijven in de kleedkamers, om over al die glimmende lijven onder de douches nog maar niet te spreken. De omhelzingen na een doelpunt, het uittrekken van de shirtjes na afloop, jongens die met jongens stoeien…
Nu dreigen de Olympische winterspelen in Sotsji ook een heikel gebeuren te worden. Want ook Rusland schaart zich bij de primitieve randgebieden van Europa waar men het niet zo nauw neemt met de mensenrechten. Aandacht voor homo-, bi- en transseksualiteit in het bijzijn van jongeren onder de 18 of het dragen van uiterlijke kenmerken die verwijzen naar deze geaardheid, zoals een regenboogvlag, zijn strafbaar. Ook voor buitenlanders. Dus ook voor deelnemers aan de winterspelen, laat Poetin weten. Dat roept protest op, en het was dan ook heel mooi om vorige week zaterdag het portret van de Russische president te zien op een van de eerste boten van de Canal Parade. En Stephen Fry, Brits schrijver, acteur en tv-maker, riep in een open brief aan David Cameron op tot een algemene boycot van de winterspelen. ‘Poetin deed wat Hitler deed,’ schrijft hij recht voor zijn raap. Poetin ‘maakt zondebokken van homoseksuelen, net zoals Hitler dat met de Joden heeft gedaan.’ En: ‘Iedere keer dat er in Rusland (en dat gebeurt aan de lopende band) een homoseksuele tiener tot zelfmoord wordt gedreven, een lesbische vrouw ‘correctief’ wordt verkracht, homoseksuele mannen en vrouwen dood worden geslagen door neonazistische knokploegen, terwijl de Russische politie werkeloos toekijkt, wordt de wereld ietsje kleiner.’ Terwijl ik dit lees moet ik inderdaad denken aan de donkere jaren van voor de Tweede Wereldoorlog, en zie ik in gedachten stille voorlopers van de Kristallnacht. Dat lijkt overdreven maar ik moet helaas constateren dat dit toch heel geleidelijk dichterbij komt. Zelfs in ons eigen land als we niet oppassen. Dat Amsterdam een week in het jaar roze gekleurd is, is hartstikke nodig, want het gaat toch om minstens vijf procent van de bevolking.
Niemand kiest er zelf voor om homo of lesbisch te zijn. Zo ben je nu eenmaal geboren, maar het wordt al te vaak afgeschilderd als een vrije keuze, een modieuze gril terwijl het gewoon een biologisch verschijnsel is dat ook bij veel andere diersoorten voorkomt. Voor een homo is heteroseksualiteit even vreemd als voor een hetero homoseksualiteit is. Zoals een heteroman er niet aan moet denken het met een andere man te doen, moet een homoman er niet aan denken om het met een vrouw te doen. Vroeger geloofden psychiaters dat het een ontwikkelingsstoornis was die bij een bepaalde leeftijd hoorde, maar dat zou je natuurlijk ook van heteroseksualiteit kunnen zeggen. Waarom in dat laatste blijven steken als je kinderen op de aarde hebt gezet? Dan heeft het toch nut meer? Ja, voortplanting is niet de beste kant van homo’s en lesbo’s, en ik heb een donkerroze vermoeden dat niet zozeer het vallen op het eigen geslacht de aanleiding van homohaat is, maar het feit dat ze zo weinig kinderen maken, wat niet echt past in een maatschappij die gebaseerd is op productie en groei. Gek genoeg zijn homo’s wél door hetero’s gemaakt! Ik denk dat veel haat ook voortkomt uit jaloezie op mensen die gewoon van elkaar genieten zonder zich zorgen over zwangerschap en kinderen te hoeven maken, mensen die gewoon speels en vrolijk, gay zijn. Waarin de mannen niet allemaal macho’s hoeven te zijn die zichzelf zo nodig moeten waarmaken, en wat meer openstaan voor hun zachte vrouwelijke kant. Die dat van nature hebben meegekregen. En als er iets is dat bestreden moet worden, is het wel het ontsnappen uit de rat race van voortplanten en presteren, en last but not least de confrontatie van mannen met hun eigen zachte kant, met de vrouw in hen zelf. Die durven veel macho’s niet onder ogen te zien, daar zijn ze gewoon te laf voor. En wat roep je zo’n stoere jongen toe? Mietje!
Gepost in Maatschappij en politiek
1 reactie »
7 augustus 2013
Diplomatie hoort bij het leven. Maar is ook juist dat wat het leven onleefbaar maakt. Onze dagelijkse omgang, en last but not least de politiek en het zakenleven, is ermee doorspekt. Het is de tegenhanger van eerlijkheid en openheid, en daardoor niet te combineren met transparantie en duidelijkheid. Diplomatie is dealen. Voor wat hoort wat. Diplomatie is van het zakelijke verstand dat een leugentje om bestwil goedkeurt om een ander doel te bereiken. Door diplomatie weten we nooit of iemand meent wat hij zegt en blijven zijn ware bedoelingen voor ons verborgen. Diplomatie offert het heden aan de toekomst, en zal dat ook in die toekomst weer blijven doen. Zo creëert diplomatie wantrouwen, terwijl het bedoeld was als een indirecte weg om iets te bereiken, wat via de directe weg niet lijkt te lukken. Met diplomatie belazeren we elkaar en weten we nooit de achterliggende motivaties en bedoelingen van de ander of de andere partij. Als diplomaten laten we ons niet kennen en hullen we onze ware bedoelingen in het duister.
We zijn ermee opgegroeid en stellen nooit meer vragen naar de legitimiteit van diplomatie. Wil je wat bereiken in de wereld, dan moet je aardig gevonden willen worden, aan de verwachtingen van anderen voldoen. Kinderen leren al heel snel hoe ze anderen kunnen manipuleren en dit is zo vanzelfsprekend geworden dat we ons er nauwelijks van bewust zijn hoe verziekt onze omgangsvormen zijn. Bij sollicitaties worden we gedwongen om oneerlijk te zijn, niet onszelf bloot te geven. Ook heel letterlijk door keurige kleding aan te trekken alsof dat iets zegt over onze vaardigheden en capaciteiten. We hebben niet meer door dat een das ons de strop omdoet. We vinden het heel gewoon om af te dingen op de prijs en laten het achterste van onze tong niet vertellen wat iets ons werkelijk waard is. We sluiten onafgesproken deals met ongewenste verplichtingen: als ik aardig ben voor jou zal jij ook aardig voor mij zijn. En zo blijven we onze zondagen doorbrengen met onze schoonmoeders opdat er geen spanningen en ruzies in de familie ontstaan.
Raar woord eigenlijk, want wat heeft dat met diploma’s te maken? Op de Etymologiebank lees ik dat het van het Griekse δίπλωμα komt, ‘dubbelgevouwen (van brief), namelijk twee houten wastafeltjes met elk een verzonken waslaag met ingekraste tekst, met de schrijfkant op elkaar geplaatst, zodat de houten achterkanten het schrift beschermden (…)’ Een soort dichtgeslagen boekje dus, en wie weet wat er in staat… Een soort verborgen agenda. Vooral in de politiek is het gebruik ervan zo toegenomen dat niemand meer weet waar hij met een ander aan toe is. En politiek wordt niet alleen in bestuursland bedreven, maar ook in huiskamers en op straat. Voor wat hoort wat, dus als jij nu met mij naar de film gaat, zal ik morgen de afwas doen. En als ik jou te eten uitnodig verwacht ik wel dat je een bloemetje of een fles wijn meebrengt, want anders vind ik je een onbeschofte profiteur. En als jullie meedoen aan het leggen van een vrije busbaan krijg er een mooi ecoduct voor terug.
Wat er mis is met dit onderhandelen? Dat je niet meer weet waar iemand echt voor staat, zoals nu bij regerende politieke partijen het geval is. Dat je niet meer weet wat de echte prijs is van iets dat je wilt kopen. Dat je niet meer weet of de gasten het eten écht lekker vonden. Zo is diplomatie de voedingsbodem van wantrouwen en staat het elk spontaan initiatief in de weg. Ik heb respect voor mensen als ze van iets zeggen dat er niet over te onderhandelen is – als ze zich daar in de praktijk aan houden tenminste, want dat blijkt achteraf niet altijd het geval. Maar al te vaak wordt hen rigiditeit en gebrek aan samenwerking verweten, alsof het aangaan van compromissen een deugd is, terwijl het resultaat vlees noch vis is, en werkelijke keuzes uit de weg worden gegaan. Ja, sommige onderhandelaars bereiken hun doel maar de vraag is hoe lang dit stand houdt, gebaseerd als het is op zelfverraad. Nee, geef mij maar het koppige – volgens velen puberale – vasthouden aan je eigen normen en waarden.
Diplomatie is natuurlijk ook een spel, maar het blijft de vraag hoe nuttig het is om dit mee te spelen. Ik ben realistisch genoeg om te weten dat je diplomatie niet van de ene dag op de andere om zeep kan en moet helpen, maar wel om te zien dat hierin de oorzaak ligt van het onbetrouwbare imago van politici en zakenmensen. Want je weet nooit wat je aan ze hebt. Een imago dat we ook over en voor onszelf oproepen zolang we het, zelfs al is het maar op beperkte huiselijke schaal, meespelen. Eerlijk duurt het langst, maar daar hebben we tegenwoordig veel te weinig tijd en geduld voor. Misschien is het wel juist die diplomatie die politiek een onbetrouwbaar imago geeft en zo ongeliefd maakt. En misschien is het wel juist het gebrek aan diplomatie waardoor mensen als Pim Fortuyn en Geert Wilders zo gewild waren en zijn. Want wat je ook van ze vindt, ze zeggen waar het op staat en daar zouden velen een voorbeeld aan kunnen nemen. Dat is moed.
Gepost in Maatschappij en politiek, Psychologie
1 reactie »