3 juni 2013
Het bestaan is veel slimmer dan we denken en is stilletjes al heel druk bezig met ons uit de crisis te helpen. Op een wijze die geen politicus of wetenschapper kan bedenken, laat staan een wereldreddende spirituele goeroe. Die crisis in immers ontstaan uit de verheerlijking van het eigenbelang en de daaruit voortvloeiende controlezucht. Dat kan je bevechten, maar alles wat je bestrijdt lijkt daarmee alleen maar sterker te worden. Goldman Sachs, waarvan de baas er vandaag de dag nog steeds met miljoenen vandoor gaat, krijgt er alleen maar nieuwe energie van. Protesteren doet polariseren en dat is juist wat de crisis alleen maar erger maakt. Je kan met ego’s geen ego’s bestrijden. Want laten we eerlijk zijn: het is juist onze eigen machteloosheid die we zo moeilijk kunnen accepteren. We willen geen muppets zijn, over ons heen laten lopen, het zomaar laten gebeuren dat een handjevol graaiers de wereld en de mensheid naar de knoppen helpt, en menen dat wij hen met hun eigen wapens moeten bestrijden. Waarmee we onszelf hebben laten verleiden om terug te vechten, en ons verlaagd hebben tot datgene dat we juist willen verheffen. Het bestaan weet wel beter, en heeft zo zijn eigen middelen om ons uit de crisis te helpen.
The environment strikes back. Maar dan wel uit een totaal onverwachte hoek. De zweep erover! Maar dan heel letterlijk. Want om te beginnen moeten we gezonder en gelukkiger worden, uit de holen van ons miskend en misbruikt zijn kruipen om met positieve moed het lef te hebben om te ervaren hoe macht en overgave ook in onszelf leven. De confrontatie met onszelf aangaan. Ons eigen ego en zelfbeeld vergeten om op te gaan in het spel van onderwerping en onderworpen worden. Ons verliezen in een schemerachtige wereld waarin we in halfdonkere kelders en op spookachtige zolders ons door duistere krachten in vervoering laten brengen. Daar wordt in trance alles één en is alles grijs, zijn we heiligen noch zondaars, goed noch slecht, en laten we in ons spel de diepere wezens in ons zien die we vele jaren, vele levens, vele millennia onderdrukt hebben. De deksels van de krochten van ons collectief onderbewustzijn gaan open en in de eerste lichtstralen blijken de gevreesde monsters en duivels een lichtvoetig en vrolijk spel te spelen dat uitstijgt boven het kwaad waarvoor we zo bang waren. God en satan omhelzen elkaar en blijken altijd de beste vrienden te zijn geweest. Er zijn zelfs veel meer dan vijftig tinten grijs omdat alles grijs is! Dat noem ik praktisch non-dualisme!
En wat blijkt? Die zogenaamde dubieuze wereld van BDSM blijkt een heel gezonde wereld te zijn! En zij die het praktiseren blijken zelfs gelukkiger te zijn dan mensen die alleen maar huis-, tuin- en keukenseks bedrijven. Dat bleek onlangs uit een onderzoek van de Universiteit van Tilburg. Maar we hadden zonder zo’n onderzoek ook wel kunnen bedenken dat BDSM (bondage, discipline, sadisme, masochisme) eigenlijk seks in optima forma is. Want overgave is toch eigenlijk de essentie van seks? Jezelf in de ander en in jezelf verliezen? Verdwijnen? Opgaan in een trance waarin je je eigen lijf laat oplossen in dat van de ander, zo niet de hele wereld om je heen? Seks wordt toch niet voor niets door sommige religies gezien als een gouden weg naar bevrijding? Wat is spelen met pijn anders dan het ultieme voorspel van het sterven, dat vaak niet even gemakkelijk gebeurt als veel romantici ons willen voorspiegelen? Wat is vastgebonden worden anders dan een les in vertrouwen in machteloosheid van je strak geknevelde naakte lijf? Ga me niet vertellen dat die flagellanten, die zichzelf tot bloedens toe met de zweep aftuigden, er niet van genoten! En eindelijk, ja eindelijk gaan steeds meer mensen dit ontdekken, en het kan niet anders zijn dan dat dit voortkomt uit een diepe behoefte zichzelf te verliezen. En dat is iets waar spiritualiteit ten diepste over gaat.
Wees dus straks niet verwonderd als de dokter je geen pillen meer voorschrijft of verwijst naar een andere poli. Want de medicijnen die je bij de apotheek afhaalt zijn dan geen pillen of druppels meer, maar zwepen, boeien en touwen, en dildo’s, maskers en tepelklemmen. En schrik niet als de poli een speelhuis is geworden dat vol staat met kruisen, martelbanken en slings. Reken maar dat je van deze therapie echt opgelucht en gezond tintelend van energie thuiskomt. Want niets is meer helend dan het in overgave kwijtraken van je krampachtige ikje, je ego. Dan ben je gewoon gelukkig, en alleen gelukkige mensen kunnen de wereld verbeteren. Eindelijk eens een weg die echt alternatief is!
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit
4 reacties »
26 mei 2013
Slecht taalgebruik zet me meteen op het verkeerde been. Ik vind het een ramp als mensen zo weinig moeite nemen om een beetje goed Nederlands te schrijven, en vind dat schofferend naar de lezer. En dan heb ik het niet alleen over spelling, maar ook het misbruik van en gebrek aan punten, komma’s en andere leestekens waardoor je zinnen soms meerdere malen moet lezen om ze te begrijpen. Het is maar goed dat ik niet in een sollicitatiecommissie zit, want ik zou alle brieven in slecht Nederlands meteen opzij leggen, autochtoon of niet. In plaats van dat ze zelf wat moeite doen om iets begrijpelijks op papier te zetten, moet je als lezer extra je best doen om te volgen wat er gezegd wil worden. Het type mensen dat hun auto op de stoep zet en met een ‘Ja maar je kan er toch omheen lopen?’ antwoordt als je er wat van zegt. Zelfs veel gelezen nieuwssites als nu.nl maken taalbrokken waar mijn verstand bij stilstaat. Wat laten die mensen zich toch kennen!
Waarom slecht taalgebruik me zo irriteert? Omdat taal een middel voor communicatie is, de drager van de boodschap, en daarom onopvallend op de achtergrond moet blijven. Slecht en afwijkend taalgebruik leidt af van de inhoud, en moet niet functioneren als een knetterende stoorzender. Als je niet behoorlijk kunt schrijven, doe ik het dan gewoon niet! Soms voel ik zelfs de neiging om mensen in Facebook te ontvrienden als ze het steeds meer hebben over hun als ze hen bedoelen, over welke als ze die bedoelen, over me als ze mijn bedoelen en ga zo maar voort. Niet dat je alles volgens het Groene Boekje hoeft te schrijven maar dan moet een alternatieve spelling of neologisme wel een funksie hebben! En sommige officiële schrijfwijzen stuiten ook mij tegen de borst, bijvoorbeeld dat je actie met een toch wat ouderwets aanvoelende c schrijft in plaats van met de meer progressief ogende k. Klavecimbels, helikopters en insecten bezorgen ook mij problemen, zelfs tijdens het schrijven van deze blog.
Uiteraard dacht ik er in mijn jonge progressieve jaren anders over en schreef ik liever over staatsjonrestoraatsies en zo, maar dat heb ik later toch weer achter me gelaten. En ik ben niet de enige die bij het verschijnen van het Groene Boekje in 1995 op zijn achterste poten kwam te staan. Toen kregen we dat gedoe met die tussen-n, bedacht door een aantal academici die achter hun bureau vol pannenkoeken mij veel zielenleed bezorgden. Ik ga ervan uit dat de Taalunie die onzin in de editie van 2015 straks weer terugdraait. Dat zou getuigen van ruggengraat! En dan heb ik het nog niet eens over de schrijfwijze van planten en kruiden, die paardenbloemregel. Of over het gebruik van accenten en de schrijfwijze van samenstellingen. Het lijkt erop dat de Nederlandse Taalunie onze taal heel academisch en rationeel wilde maken, maar voorbij ging aan de mensen die deze spelling zouden en soms moesten gaan gebruiken.
Geen wonder dat in 2005 het Witte Boekje van het Genootschap Onze Taal verscheen, waarvan de spelling door NRC, De Volkskrant, Trouw, Elsevier gebruikt wordt. Het is ook veel praktischer dan het Groene Boekje omdat er bijvoorbeeld ook de spelling van eigennamen en uitdrukkingen te vinden zijn, terwijl het Groene boekje hoofdzakelijk losse woorden geeft. Is het er van af komen, ervan af komen, er vanaf komen, er van afkomen, ervanaf komen of er vanafkomen? Probeer dat maar eens in het Groene Boekje te vinden! Terwijl het Witte Boekje van Onze Taal vol staat met dit soort voorbeelden. Daar heb je wat aan. Zeker als je, zoals ik, vaak teksten en drukproeven corrigeert, zoals die van het dorpsblad hei & wei.
Nu kun je natuurlijk stellen dat het abominabele taalgebruik ook te danken is aan slecht onderwijs, maar dan blijf ik me er toch over verwonderen dat mensen kennelijk niet zien hoe woorden worden geschreven, dat hen niet opvalt dat in Facebook staat vind ik leuk en niet vindt ik leuk, dat soort dingen. Ik ben geen fan van hen die bij alles op ‘eigen verantwoordelijkheid’ wijzen, maar dat kan toch geen argument zijn om zelf niet meer op te letten? Of taal gewoon lelijk te maken, zoals maar al te vaak in het computerwereldje gebeurt, waar steeds meer gesproken wordt over de tablet, de notebook en router als rauter wordt uitgesproken. Dat doet pijn. En helemaal als ze het over media en data als enkelvoud hebben, maar kennelijk realiseren ze zich niet dat er ook pluralia tantum bestaan, woorden die gewoon geen enkelvoud kennen, zoals ingewanden en onkosten. ‘De data is veilig,’ schrijven ze dan onbeschaamd. Ik vraag me af waar hun hersens zit.
Het zal wel een tic van mij zijn, die taal. Heb ik van mijn schrijvende vader en grootvader. En ook ik zie wel eens taalfouten over het hoofd. Maar ik blijf het moeilijk vinden om slecht geschreven teksten, net als plat gepraat, serieus te nemen. En nu maar hopen dat er in deze blog niet teveel taalfouten zitten…
Gepost in Diversen
10 reacties »
19 mei 2013
Onlangs droomde ik dat ik verlicht was. Dan wel op zijn minst de smaak ervan te pakken kreeg. Het was anders dan ik gedacht had: gewoon een heel heldere verstilde waarneming. Geen extatische overgave, geen jubelende engelen, geen kolkende energiestromen maar gewoon ‘dit’. Waarin je alleen maar met Bhagwan kunt roepen: ‘Ah, this!’ zoals een lezingencyclus van hem heette toen ik in Poona was. Een ‘Ah, this!’ van herkenning van iets dat je altijd al hebt geweten. O ja, dat is waar ook, ik was het even vergeten. Zoiets. Waarbij het eigenlijk alleen om een verandering van waarneming gaat. En ik moet toegeven: waarneming is eigenlijk iets heel vreemds als je er even op let wat er feitelijk gebeurt. We zeggen zo makkelijk ‘Ik zie dit’ of ‘Ik hoor dat’ maar wat is waarneming nu wérkelijk? Daarvoor moet je even opletten. Even stil zijn. Je mond houden. Alleen maar kijken.
Waarneming zou eigenlijk echt objectief moeten zijn, vond ik lang geleden. Toen geloofde ik dat concentratie daar een voorwaarde voor was. Heel letterlijk. Dus ik liggend op bed steeds naar hetzelfde punt in het plafond blijven staren. Leuk is dat, want na een poosje verdwijnt alles. Maar ik merkte ook dat het fysiek nogal uitputtend was, en veel verder ben ik er indertijd, zo rond 1967, niet mee gekomen. Hoewel? De eye-gazing meditatie die we een Poona deden leek er wel wat op. Daarbij keken we elkaar heel lang in de ogen, en daarbij zweefde ik op gegeven moment weg in een vreemde ruimte die ik niet anders kan omschrijven dan dat hij binnenstebuiten in elkaar zat. Fantasie allemaal? Liet ik me belazeren door bewust overbelaste neuronen onder mijn schedeldak?
Met dat soort biologische Swaabse verklaringen ben ik nooit echt tevreden. Te makkelijk. Ze verklaren niet het gevoel, het wéten van realiteit, het bewustzijn van echtheid. Die rare zekerheid dat je iets écht heb meegemaakt en het geen droom of hallucinatie was. Ook dát zou volgens de biologen een hallucinatie zijn. Maar wie garandeert me dat hun geloof dat wij ons brein zijn niet óók een hallucinatie is? Hier kom je nooit uit. Evenmin als de zenmeester waarover Bhagwan vertelde. Die had gedroomd dat hij een vlinder was, en wist nu niet meer wie hij was: Chuang Tse die droomde dat hij een vlinder was of een vlinder die nu droomde dat hij Chuang Tse was… Onoplosbaar. Of nog beter: geen van beide. Omdat hij degene was die zich dit afvroeg of, nog een stapje verder, puur bewustzijn.
Ik neem waar. Klinkt een beetje consumptief. Waargeven bestaat nog niet. Hoewel? In de kwantumwereld is dat al heel gewoon: de waarnemer beïnvloedt het waargenomene, zodat iets als objectiviteit op losse schroeven staat. Door waarnemen máák je als het ware iets waar, je creëert en werkelijkheid en in die betekenis is het eigenlijk waargeven, en niet nemen. Tegelijk vraag ik me vaak af wáár de waarneming eigenlijk gebeurt, want soms lijkt het meer op een daarneming, dat het daar gebeurt waar ik niet ben. Ik hoor de merel echt in de boom fluiten en niet tussen mijn oren. Biologen zullen zeggen dat ik het geluid naar buiten projecteer, maar dan zijn we weer terug bij de illusie die op zich ook weer een illusie kan zijn. De merel kan zowel in mijn hoofd als in de boom zingen.
Waar ben ik eigenlijk? Die kwantummechanica zorgt wel voor een heerlijke verwarring. Door haar weten we meer over non-lokaliteit: iets gebeurt dan niet op een bepaalde plek, is niet echt aan te wijzen. Net als elektronen die eigenlijk golfjes zijn zolang je ze niet betrapt, en probeer maar eens de plek van een golf aan te wijzen. Je kan hooguit zeggen dat die hier méér is dan daar, maar daar houdt het wel mee op. Ik denk dus dat waarneming of waargeving dus ook hierneming, hiergeving, daarneming en daargeving kunnen zijn. Even makkelijk. Alles is één grote oceanenzee van golven, alles gebeurt overal tegelijk, hooguit hier een beetje meer dan daar. Wat voor mystici altijd al een vanzelfsprekendheid is geweest. Omdat ze oplettende waarnemers waren. Zo simpel is het. Hoewel? Droomde ik nu dat ik verlicht was of droom ik nu dat ik niet verlicht ben?
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit
2 reacties »
16 mei 2013
Vaak word ik gezien als iemand die in sprookjes gelooft. Naief en goedgelovig, met veel te veel vertrouwen en optimisme. Ze kunnen me van alles op de mouw spelden. Als iemand tegen me liegt, me iets wijsmaakt, is dat zijn probleem en niet het mijne. Vind ik. Ik ga ervan uit dat iemand de waarheid spreekt, tot het tegendeel is bewezen. Ik maak voor mezelf wel uit wat waarheid en werkelijkheid zijn, wat de realiteit is. En als sprookjes daar centraal in staan, zijn die voor mij werkelijkheid.
Daar is niks mis mee. Zolang ik althans het dagelijkse leven er niet mee verwar. Want iedere wereld heeft zijn eigen domein, en sprookjesfiguren zal ik niet snel op straat of in de supermarkt tegenkomen. Als ik meen dat engelen echt van aards vlees en bloed rond me heen zweven heb ik een probleem. Die wonen nu eenmaal in een fijnstoffelijke wereld die ik met mijn fysieke ogen niet kan waarnemen, ondanks de voorstellingen die ik van hen heb, en die ook nodig zijn om er iets over te vertellen. De zogenaamde aardse werkelijkheid is nu eenmaal een andere dan die in hogere sferen, en alleen het geheel van al die werelden is eigenlijk de werkelijkheid.
Als je werkelijkheden door elkaar haalt, er geen onderscheid meer tussen kan maken, heb je een echt probleem waar psychiaters hele enge namen aan geven. Als je bijvoorbeeld denkt dat de koning echt is neergedaald uit een romantische wereld, als je meent dat hij het goddelijke op aarde vertegenwoordigt ben je raar bezig. Dat is letterlijk idealiseren: ideaal en materiële werkelijkheid door elkaar halen. Plato zou wellicht zeggen dat de koning de verstoffelijking is van de koning als idee. Maar daarmee zijn ze niet identiek. Ja, uiteindelijk wel op het diepste niveau, maar je kunt alle werelden pas verbinden als je eerst duidelijk onderscheid tussen hen hebt gemaakt.
Sprookjes zijn niets anders dan vingers die naar de maan wijzen, en zo zou de koning niets anders moeten zijn dan een verwijzing naar de koning in onszelf. Hoewel we dat diep van binnen ook wel aanvoelen, verheerlijken we vaak de koning van vlees en bloed. Opdat we niet de koning in onszelf, onze eigen kern en autoriteit hoeven te ontmoeten. Een ware koning toont ons ons eigen koningschap. Om dat in onszelf te ontdekken moeten we naakt en eerlijk tegenover onszelf zijn. En daar is moed voor nodig, durf om tegen jezelf te zeggen: ‘Daar sta je dan…’
De Kaarsvlam, mei/juni 2013
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit
4 reacties »
11 mei 2013
Precies honderd jaar geleden werd mijn moeder geboren. Op nummer 41 van de Jacob Obrechtstraat in Amsterdam. Als kind was ik daar vaak, je moest een lange trap op en er hing een wat sombere sfeer rond de zware meubels. Er hing een achter glas gestolpte Christus aan de muur, die ik een beetje eng vond. Ik leerde daar Verkade-albums kennen, en chocolaadjes van Droste die in een rond tinnen doosje zaten. Zij las De Tijd en bewaarde de strips van Kuifje De zaak Zonnebloem voor me, die ik allemaal in een schrift met harde kaft plakte. Op het plein waar het huis op uitkeek lagen in het zand nieuwe rioleringsbuizen waar ik makkelijk doorheen kon lopen, maar die later steeds kleiner leken te worden toen dat niet meer lukte. Op de ronde houten tafel lagen zware tijdschriften in kleur, waar ik niet veel van begreep omdat ze over mode gingen. Want uit die wereld kwam mijn grootmoeder, die onder andere bij Maison de Bonneterie heeft gewerkt en volgens mijn moeder ook kleding maakte voor mensen van adel en koninklijke huize. Maar dat is een wereld waar ik helemaal niets, maar dan ook niets mee heb, hoe hard mijn oma ook heeft gewerkt. En dat was nodig ook, want ik heb begrepen dat haar man, die niet ouder geworden is dan 56 jaar, niet zoveel deed voor de kost en nogal aan de drank was.
In die wereld is mijn moeder dus opgegroeid. Ze vertelde me vaak over lange wandelingen langs de Zuidelijke Wandelweg, over feesten en tennissen, en over het genieten van lange zomeravonden die later verdwenen leken te zijn. Waarbij ze even vergeten was dat de zomertijd na de oorlog was afgeschaft. Ik heb begrepen dat de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw misschien wel heel mooie jaren waren, ideaal voor een gelukkige jeugd, en met heerlijke muziek die ook ik vandaag de dag nog graag hoor. Hoe rauw en wreed moet daar de Tweede Wereldoorlog overheen gekomen zijn, na een lange periode met dreigende sfeer van duister onheil over Europa! Mijn ouders trouwden in 1939 en verhuisden, na enkele jaren in Amsterdam gewoond te hebben, tijdens de oorlog naar Blaricum, naar het huis op Zwaluwenweg 3 waar in 1942 mijn broer en in 1947 ik zelf werd geboren. Ik tracht me dat wel eens voor te stellen, over hoe de sfeer hier toen in het dorp was. Hoorde van mijn ouders verhalen over hoe je stiekem naar de radio luisterde, hoe mannen werden verleid om naar het Hilversumse Sportpark te komen, waarna ze meteen op transport werden gezet, hoe mijn vader zich voor de Duitsers verborgen wist te houden. Hoe stil het op straat geweest moet zijn, hoe koud de hongerwinter was, hoe kaal het dorp was omdat de bomen werden opgestookt.
En na de oorlog kwam ik er dus, als babyboomer. Het land was bevrijd en dat werd gevierd met vele nieuwe kinderen. Een generatie waarop ik niet altijd even trots ben, maar die volgens mij wel echt geleefd heeft, zeker in de jaren zestig. Onze moeders wensten niets dan het beste voor ons, maar konden tegelijk de oorlog niet vergeten. Als jongere begreep ik daar weinig van. In 1952 verhuisden we naar Amsterdam en als puber keek ik graag naar Lou de Jongs televisieserie De Bezetting. Maar niet alleen de tv was zwart-wit, ook het denken in goed en kwaad, zodat we in een anti-Duitse sfeer opgroeiden. Het was vooral mijn moeder die vaak naar programma’s over de oorlog keek, en ik begreep niet waarom ze dat toch steeds deed omdat het geheid in huilen eindigde. Tijdens herdenkingen was het nog echt stil op straat en tot vandaag de dag sluit ik me daar graag bij aan, zij het nu weer in Blaricum. Pas op latere leeftijd begreep ik wat meer over hoe trauma’s werken, hoe die zich letterlijk in je geest en lichaam nestelen en hoe moeilijk het is om daarvan los te komen. Iets als meditatie kende de generatie van mijn ouders nauwelijks, en ik voelde me vaak gechanteerd om iets te moeten voelen wat ik niet wilde en niet kon voelen.
Zo ook moederdag. Die was bij mijn moeder min of meer verplicht, terwijl ze tegelijkertijd vaderdag maar een commerciële verkooptruc vond. Dat werd dus niks, zeker omdat het vrijwel met haar verjaardag samenviel in de toch al emotionele meimaand. Tegelijk hield mijn moeder ontzettend veel van me, benauwend veel tot het intieme af. En ze vond het meer dan normaal dat ik ook zoveel van haar zou houden, wat natuurlijk vragen om moeilijkheden was. Mijn relatie met haar was niet echt vrij van ruzies, evenmin als haar relatie met mijn vader. Ooit adviseerde ik hen dan ook om te scheiden, wat ze toen ook hebben gedaan. Maar mijn ouders konden uiteindelijk toch niet buiten elkaar. Zoals mijn vader later ooit verzuchtte: ‘Het huwelijk is mislukt, maar de scheiding is ook mislukt…’
Ik denk dat mijn moeder heel eenzaam is geweest, zich onbegrepen voelde. Er waren dingen waarover ze niet wilde praten omdat ze te emotioneel waren en ze bang was dat niet te overleven. Echt open en blij – dat wat ze juist in mij waardeerde – heb ik haar zelden meegemaakt. In de jaren tachtig zaten mijn officieel gescheiden ouders zeven zomers in een recreatiewoning in Blaricum. Daar genoot ze echt van, zoals ze er ook van zou genieten als ze wist dat ik hier weer woon. Maar moederdag heb ik zelden veel aandacht gegeven. Het had voor mij altijd iets geforceerds, maar vaak voldeed ik toch aan mijn verplichting om de lieve vrede te bewaren. Ik vond het oneerlijk dat er geen kinderdag was, zelfs de dieren waren beter af! In mei 1979 was er een van die moederdagen waarin ik helemaal niets van me liet horen, en prompt ontdekte ik Bhagwan. Die me leerde dat eigenlijk het hele bestaan een moeder is: existence takes care. Moederdag om een dagje aan mijn moeder te denken, en dat doe ik bij deze op mijn eigen manier. Dag moeder!
Gepost in Uit mijn leven
2 reacties »
29 april 2013
‘Ik ben heel erg een hippie, terwijl ik helemaal niet uit die tijd kom. Qua stijl zit ik net voor de hippietijd, ben ik een beetje dandy, old-fashioned, best wel Engels. Je hebt van hippies uit de sixties het idee dat ze voor universele liefde waren, of het nou voor een of voor tien personen was. Dat idee vind ik wel mooi,’ aldus de toen 24-jarige Jacco Gardner in de Gooi- en Eemlander van 2 februari. Zes dagen later in nrc.next: ‘Van zanger Jacco Gardner verschijnt volgende week de cd Cabinet Of Curiosities. Op dit debuut klinkt Gardner als een kasteelheer die aan de opiumpijp heeft gehangen en zijn zinsbegoochelingen in muziek vertaalt. (…) De combinatie van klavecimbel, klokkenspel, speelgoedpiano, elektrische gitaar, akoestische gitaar, bas, drum en ijselijke achtergrondkoortjes omschrijft hij zelf als ‘sprookjesachtig’; muziek om mee te ontsnappen uit het dagelijkse bestaan.’ Mijn interesse was meteen gewekt, ook omdat hij er, moet ik er eerlijk bij zeggen, op foto’s leuk uitziet. Ik kocht dan ook snel zijn cd.
‘Neo-psychedelische sixties muziek’! Dan ben ik natuurlijk snel verkocht. Op YouTube vond ik snel hits als Clear the air, Where will you go en Summer’s game maar ook een live-uitvoering op het Groningse Eurosonic Noorderslag Festival van zijn inmiddels beroemde The ballad of little Jane. Inmiddels reist hij rond met zijn live-band met Keez Groenteman (gitaar), Jasper Verhulst (basgitaar) en Jos van Tol (drums) en maakte hij een drieweekse tournee door Amerika en gaf hij optredens in veel Europese landen, zoals op zijn website is te lezen. Een bliksemcarrière voor een knaap die zelf nooit de jaren zestig heeft meegemaakt, maar er hevig door geïnspireerd is en daar ook geen geheim van maakt. Een van zijn belangrijkste bronnen is Syd Barrett van de vroege Pink Floyd, en er is niet veel fantasie voor nodig om de sfeer van sommige nummers uit het eerste album The piper at the gates of dawn uit 1967 te herkennen. Maar ook groepen als Q65, the Motions, de Zombies en Cuby & The Blizzards inspireerden hem en het is dan ook niet zo verwonderlijk dat hij componist/producer Jean Audier ontmoette, die hem inwijdde in de muziektechniek van die roerige jaren met haar creatieve explosies.
In een vpro-interview praat Jacco zelfs bijna als een hippie! ‘Toch noemt hij zichzelf niet nostalgisch,’ zoals in het interview in nrc.next te lezen is, waarin hij zegt: ‘Ik hou van de muziek en de stijl uit de jaren zestig, maar ik verlang niet naar dat tijdperk. Hoe kan ik terugverlangen naar een tijd waarin ik er niet was? Ik vind allerlei dingen van toen, zoals originele vinyl-lp’s, geweldig. Maar niet uit nostalgie. Ik vind het geweldig omdat het nieuw voor me is.’ En dat is toch heel bijzonder, dat de inmiddels 25-jarige Gardner als nieuw beleeft wat al zowat een halve eeuw oud is. Zou het dan toch waar zijn? Dat echte mooie dingen niet vergaan, tijdloos zijn, en overgedragen worden van hart tot hart? Dat alles zich eigenlijk in het hier en nu afspeelt, en dus ook de jaren zestig? Dat je er niet naar terug kunt verlangen omdat ze er eigenlijk nog steeds zijn? De jaren zestig (ca. 1963-1973) blijven voor mij de mooiste jaren van de vorige eeuw. Des te blijer maakt het me dat de sfeer van die tijd vandaag de dag opnieuw wordt opgepakt. Dank je, Jacco!
Gepost in Muziek
2 reacties »
21 april 2013
Bestaat het bewuste kwaad? Kan iemand bij vol bewustzijn slechte dingen doen? Kijkend naar het huidige regeringsbeleid ben ik geneigd die vraag met een volmondig ‘Ja!’ te antwoorden. Want met hun volhardend, inconsequent en chaotisch kapotbezuinigen lijken Rutte en consorten er willens en wetens op uit de samenleving naar de knoppen te helpen. Alsof Nederland een experimenteel proefveld is geworden van een maatschappelijk experiment met als doel het ultrakapitalistische neoliberalisme te doen zegevieren. Die heilsstaat kan alleen bereikt worden met de radicale afbraak van oude normen en waarden, de vernietiging van het socialisme, om op de puinhopen van crisis en armoede verse grondvesten van kapitalisme en vrije markt als betonnen heipalen de grond in de rammen. Wat neoliberalen willen is goed te vergelijken met een uiterlijke jihad waarin de hele wereld bekeerd moet worden tot de dollar als het enige en ware geloof en zelfzuchtigheid als de alleenzaligmakende moraal. Zoals links kan doorslaan naar fanatiek communisme, kan rechts verworden tot radicaal neoliberalisme, en beide ontmoeten elkaar aan de andere kant van de cirkel waar uiteindelijk slechts enkele potentaten alle macht in handen hebben. Wellicht is niet zozeer het verschil tussen Noord-Korea en de Verenigde Staten de bron van hun conflict, maar juist hun overeenkomst.
Egocentrisme versus altruïsme, vechten tegenover verbinden, concurreren als tegenhanger van samenwerken vormen de basis van de conflicten waarin de wereld afgelopen decennia is vastgelopen. In nog minder woorden: ik tegenover de ander. Dat is ons ook met veel paplepels ingegoten, alsof het een onvermijdbare polariteit is die dwingt tot een keuze. Waarin ik óf voor mezelf moet kiezen óf voor de ander. Eigenbelang tegenover dat van anderen, wat zich politiek heeft vertaald naar liberaal tegenover sociaal, rechts tegenover links. Sinds mensenheugenis staan die twee, ook in allerlei varianten, tegenover elkaar. Met als gevolg schizofrene vraagstellingen welke van de twee het beste is, welke de basis moet zijn van ethisch en politiek handelen. Met aan de rechterkant het ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’ en aan de linkerkant een sociaal engagement en altruïsme dat helaas snel voorbijgaat aan eigen behoeften en noden, en waarin men weigert gelukkig te zijn zolang dit niet met de hele mensheid wordt gedeeld.
Het onderscheid tussen het zelf en de ander is echter de meest misleidende droom waarin we geloven, en die uiteindelijk alleen maar tot rampspoed kan leiden. Want de ander is niet iemand die wezenlijk anders is dan ik zelf, maar een uitbreiding van mij. Als ik de grenzen van mezelf wat ruimer om me heen kan leggen, word ik die anderen en de wereld om me heen. Begrijp ik de ander en zijn motivaties. Daarom is de crisis in feite een spirituele crisis, omdat de toestanden in de wereld niet meer houdbaar zijn zolang we in de illusie blijven geloven dat er ikjes met eigenbelangetjes bestaan. Voorbij en buiten onszelf treden, onszelf kunnen relativeren betekent inwijding in een beleving waar het geluk en de pijn van de ander ons eigen geluk en pijn worden. Empathie betekent dat we niet alleen onszelf zijn maar ook de ander. Dat is meer dan woorden, en een doorleving. Dan is ons bewustzijn meer dan een wolkje dat rond ons eigen hoofd zweeft en vindt letterlijke bewustzijnsverruiming plaats. En met dit bewustzijn is het onmogelijk om kwaad te doen.
Individualisme is verworden tot dualisme, tot gespletenheid waarin we onszelf kunstmatig hebben losgescheurd uit de eenheid van het bestaan, en waarin we te laf zijn om onszelf los te laten en te weten en te voelen wat er in anderen leeft. Het is niet verwonderlijk als blijkt dat mensen die zich met spiritualiteit bezighouden – wat eerder een helend dan een vechtend karakter heeft – zich links van het politieke spectrum bevinden, zoals Hans Gerding onlangs in de laatste Prana met als thema spirituele crisis stelde. Net als kunstenaars en wetenschappers die hun inspiratie aan hun openheid, aan iets voorbij henzelf, hebben te danken. De grote weerstand tegen links getuigt dan ook van een grote weerzin tegen spiritualiteit, terwijl dat eigenlijk het enige antwoord is op de crisis. Bewustzijn is het enige medicijn dat deze wereld nog kan redden, al het andere zijn doekjes voor het bloeden waarmee we wellicht nog een paar extra jaren kunnen winnen, maar die de apocalyps nog alleen maar radicaler maakt. Maar niet teveel getreurd: er zijn wel vaker beschavingen ten onder gegaan, en de kosmos is zo oneindig groot…
Gepost in Maatschappij en politiek, Spiritualiteit
7 reacties »
10 april 2013
Trance is niet alleen een stroming binnen de popmuziek, maar ook te vinden in moderne klassieke muziek, zoals minimal music. Het Canto Ostinato van Simeon ten Holt (1923-2012) is wellicht een van de meest treffende voorbeelden daarvan, en dat mochten we afgelopen zondag meemaken in Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam waar dit anderhalf uur durende meeslepende muziekwerk voor een uitverkochte zaal werd uitgevoerd door pianist Ivo Janssen, samen met vier slagwerkers achter vibrafoons en marimba’s. Het mooie van dit Canto Ostinato is dat binnen een gegeven stramien de uitvoerenden veel vrijheid hebben wat betreft instrumentatie en herhaling van de 106 secties waaruit dit meesterwerk, geschreven tussen 1976 en 1979, bestaat. Zo heb ik een cd met een uitvoering op twee vleugels van Kees Wieringa en Polo de Haas, en is op YouTube een 60 minuten durende uitvoering op vier vleugels te zien. Al luisterend dein je mee op hypnotiserende herhalingen, die in verbindende ‘bridges’ uiteenspatten tot nieuwe wervelingen waarin je meegezogen wordt in kolkende kleurige klanken, zodat ik mijn ogen niet echt droog kon houden.
Pure schoonheid golfde vanaf het podium de muisstille zaal in, en ik genoot van een van de marimbaspelers zoals hij, heel losjes en ontspannen met de muziek mee leek te dansen, en van de sierlijke wijze waarop hij met zijn stokjes, en ook even met de blote handen, zijn instrument bespeelde. Zelden heb ik een zo bezielde uitvoering van een muziekwerk gehoord waarin alle spelers zo goed op elkaar waren afgestemd, in welke betekenis dan ook. De meeslepende cadens van het Canto Ostinato heeft volgens mij ook te maken met het 5-telsritme dat erin verwerkt zit. Dat geeft een extra deinend karakter aan de muziek, en zoiets trof ik lang geleden al aan in popmuziek bij The Byrds. Minimal music of trance heeft trouwens ook al veel voorgangers in de popmuziek, want als ik naar Nehalennia van Armin van Buuren luister doet me dat sterk denken aan een van mijn lievelingsgroepen in de jaren zeventig, Tangerine Dream, terwijl Jean Michel Jarre er ook wel wat van kon. ‘Eigenlijk verkoop ik trillende lucht,’ vertelt de inmiddels beroemde Armin, die toch een gewone jongen blijft, in nrc.next van 5 april, alsof ook die woorden iets aangeven van een hypnotiserend effect waardoor dit soort muziek, samen met lichtshows waarvan je in de jaren zestig alleen maar kon dromen, ook wel ‘dance’ wordt genoemd.
Maar dat is tegelijk een heel andere wereld dan die we zien in een interview met de wat boertige Simeon ten Holt in zijn huisje in Bergen, waarin ook passages van andere muziekwerken van hem te horen zijn. De populariteit van zijn Canto Ostinato noemt hij een hype, maar wat mij betreft een terechte hype. Ooit attendeerde Hein ons op dit werk, waarvoor we meteen enthousiast raakten. En ik associeer het nog steeds met Kasteel Groeneveld in Baarn omdat we daaruit eens die muziek hoorden opstijgen toen we daar in de buurt fietsten. Verlangend wachtend op het hoofdthema, dat pas in de 74ste sectie uit de klanken oprijst. ‘Dat heeft vooral effect,’ staat in de toelichting bij de uitvoering in Muziekgebouw aan ’t IJ te lezen, ‘omdat je op dat moment al een uur lang hebt zitten luisteren naar golvende, hypnotische herhaling – daardoor komt het als een flinke emotionele schok.’ En dat is meer dan waar. Ik heb nooit gedacht dat moderne klassieke muziek zo ontroerend kan zijn. Na het abrupte einde na anderhalf uur was de zaal secondenlang muisstil voordat er een daverend applaus uitbrak, compleet met geroep en gefluit. En terecht! Ware schoonheid bestaat nog.
Gepost in Muziek
2 reacties »
4 april 2013
In het laatste nummer van Koorddanser staat de Watkins Top 100. Dat is een lijst van very important spiritual persons, van visps die elk jaar samengesteld wordt door uitgeverij Watson in Londen. Die mag alleen namen van nog levende mensen bevatten, laat de toelichting weten, dus Boeddha en Bhagwan zal je er niet in tegenkomen. Verder moeten de personen ‘een unieke spirituele bijdrage hebben geleverd op wereldwijde schaal’ en vaak op Google zijn opgezocht. Een en ander is te vinden op de website van Watkins. De top-100 wordt aangevoerd door de Dalai Lama, maar van ontzettend veel mensen op de lijst heb ik eerlijk gezegd nog nooit gehoord. Lievelingsverlichten van mij komen er wel op voor: Eckhart Tolle (3), Adyashanti (54) en Tony Parsons (71). Maar ik zie ook veel namen waarbij ik me serieus afvraag of je ze wel spiritueel zou kunnen noemen, zoals Oprah Winfrey (8), Neale Donald Walsch (21), Joseph Ratzinger (33), Louise Hay (45) en James Redfield (46). Er zitten ook veel lieve mensen bij waar helemaal niets mis mee is, zoals Nelson Mandela (12) en Desmond Tutu (19), en mensen die op een bepaald randwetenschappelijk vakgebied floreren zoals Erich von Däniken (43), Ken Wilber (50), Lynne McTaggart (66), Liz Greene (76) en Rupert Sheldrake (87). Kortom: een allegaartje van mensen die veel anderen hebben geïnspireerd om eens op een andere manier naar de werkelijkheid te kijken. Alternatievelingen.
Daar op zich is niks mis mee. Integendeel. Maar ik blijf wel met twee dingen in mijn maag zitten. Namelijk wat ‘spiritueel’ is, en wat ‘belangrijk’ is. Als je deze lijst ziet is het vrijwel onmogelijk om de eerste vraag te beantwoorden. Want je had evengoed van vaips kunnen spreken, very important alternative persons. Maar wat alternatief is, is daarmee nog niet spiritueel en een top-100 als deze geeft dan ook goed weer hoe het begrip ‘spiritueel’ is vervaagd, zodat niemand eigenlijk meer weet wat ermee wordt bedoeld. Ofwel: elke alternatieveling kan zich ‘spiritueel’ noemen. Wat dan ook gebeurt. In onze vorige paus kan ik weinig spiritueels herkennen, maar daar zal hij zelf wel anders over denken. En hoe knap Liz Greene ook als astrologe mag zijn, ik zie nog niet wat dat met spiritualiteit te maken heeft. Zo maakt deze Watkins top-100 ons pijnlijk bewust van het feit dat eigenlijk niemand weet wat spiritualiteit eigenlijk inhoudt.
Geen wonder dat velen het maar een vaag wereldje vinden, en er dan ook niet veel interesse voor tonen. Het is de hoogste tijd om eens helder te formuleren wat we ermee bedoelen, waarin het zich onderscheidt van astrologie, (para)psychologie, ufologie, charismatisch leiderschap, wetenschap, mystiek, complotologie, sjamanisme, occultisme, acupunctuur en natuurverheerlijking, om maar wat te noemen. Al vaker heb ik gepleit voor: bewustwording van de eenheid van al dat is, niet alleen in de zichtbare wereld maar ook in en met de onzichtbare werelden, zowel in heden, verleden als toekomst, waarmee ik dus het nondualisme er een centrale rol in geef. ‘Eenheid’ is een begrip dat je bij deze alternatieven ontzettend vaak tegenkomt, maar wat niet altijd consequent is doorgevoerd. In eenheid is geen plaats voor polarisatie zodat de wereld niet meer in te delen is in hemel en hel, in goed en kwaad, in mooi en lelijk omdat het verschil daartussen bedacht is, een gebrek aan bewustzijn dat boven het denken uitstijgt. Spiritualiteit is daarmee per definitie helend, verbindend en niet verdelend, vechtend.
En dan die tweede vraag: wat maakt iemand een belangrijk spiritueel persoon? Als ik Bhagwan die vraag zou stellen, wist ik zijn antwoord al. Namelijk dat niet alleen een persoon nooit spiritueel kan zijn omdat het ‘ik’ van die persoon het spirituele al uitsluit. En ook dat iemand die spiritueel is nooit ‘belangrijk’ kan zijn omdat hij niet meer aan zijn ego vastkleeft. Vele eersten zullen de laatsten zijn, dat wel, en velen die zichzelf onbelangrijk vinden zullen uiteindelijk de belangrijksten blijken te zijn, maar om te spreken van ‘spiritueel belangrijke persoon’ is een contradictio in terminis in het kwadraat! Bovendien zou Bhagwan de humor erin missen. Belangrijke personen zijn heel slecht in het relativeren van zichzelf, daarvoor nemen ze zichzelf veel te serieus. En omgekeerd: als mensen heel serieus zijn kan je er donder op zeggen dat ze niet spiritueel zijn. Veel serieuze dingen, zoals een spirituele top-100, kan ik moeilijk serieus nemen. Terwijl ik humor juist heel serieus neem, als iemand begrijpt wat ik bedoel.
Gepost in Spiritualiteit
1 reactie »
21 maart 2013
Wat is nieuws? Voor mij is het nieuws dat De Correspondent nu ik dit schrijf 10.895 leden heeft en daarmee 74% van haar doel heeft bereikt. Het is een initiatief van Rob Wijnberg om een digitaal medium te maken dat nieuws brengt dat voorbij de waan van de dag gaat, ‘de dieperliggende structuren en ontwikkelingen achter het nieuws’ in beeld wil brengen. Voorbij de simplificatie, oppervlakkigheid en frames. Onafhankelijk van adverteerders die maar al te vaak invloed hebben op wat ons als ‘nieuws’ wordt voorgeschoteld. En waarbij nieuws veel meer binnen een context wordt geplaatst. De uiteindelijke vorm moet nog gevonden worden, maar het zit er dik in dat het een soort combinatie van blogs wordt van mensen die zich van harte aan De Correspondent committeren. Met Rob Wijnberg, Femke Halsema, Joris Luyendijk, Arnon Grünberg, Henk Hofland, Alexander Klöpping, Jelle Brandt Corstius, Jos de Putter, Teun Gautier, Joris van Casteren, Ewald Engelen, Dick Wittenberg, Jeroen Smit… Niet de eersten de besten.
Rob Wijnberg, een leeuw uit 1982, is filosoof. Al voordat hij hoofdredacteur van nrc.next werd was ik een fan van hem. Hij schreef boeken als Nietzsche en Kant lezen de krant, En mijn tafelheer is Plato en onlangs als manifest van zijn huidige project De Nieuwsfabriek. Een half jaar geleden werd hij door hoofdredacteur Peter Vandermeersch ontslagen omdat nrc.next onder zijn hoede te weinig newsy was. Zo had hij het gepresteerd om op Prinsjesdag de voorpagina te vullen met een Australische asielzoeker. Terwijl het juist de kracht en het onderscheidende element van nrc.next was om niet meteen hijgerig te gaan schrijven over wat anderen schrijven en dat zo nodig in de vaart der meningen meegenomen moet worden, zoals bij de meeste media het geval is. Daarmee haalde Vandermeersch het hart uit nrc.next. Om op 3 januari alsnog de voorpagina te vullen met het huwelijk van Rafael van der Vaart en Sylvie Meijs. Newsy! Dat een hoofdredacteur zo’n woord alleen al in zijn mond neemt voorspelt niet veel goeds.
Zijn ontslag maakte voor Rob Wijnberg wel de weg vrij om zijn eigen gang te gaan en een medium te beginnen dat ook nog aan iets als waarheidsvinding wil doen. Want na lezing van De Nieuwsfabriek ben ik er heilig van overtuigd dat we door veel media ronduit belazerd worden door beelden van onze wereld te scheppen waar weinig van klopt. Zo is onze welvaart veel groter dan ons wordt voorgespiegeld. Neemt criminaliteit af. Is aandacht voor terreur veel te groot in verhouding tot andere gevaren. Is er consensus onder wetenschappers dat de klimaatverandering echt is en door menselijk handelen wordt veroorzaakt. Omdat dat soort nieuws slecht verkoopt dan wel niet geliefd is door adverteerders, wordt ons maar al te vaak angst aangepraat dan wel de werkelijkheid verdoezeld. Halve land onder water was ooit een kop van De Telegraaf, die ik niet vergeten ben. Het is trouwens ook niet voor niets dat ik nauwelijks naar de radio luister of televisie kijk, want daar kakelt te vaak iedereen door elkaar heen en mogen de meest complexe problemen in hooguit vijftien woorden worden opgelost.
Toen hij enkele dagen geleden met De Correspondent begon zat hij aan tafel bij De Wereld Draait Door. In paars, brutaal openhangend overhemd. Ja, ik vind hem ook een leuke knaap (bloos), zodat het erop lijkt dat in hem iets van Plato’s schoonheid, waarheid en goedheid samenkomen. En dat geeft hoop. Ik was er dan ook heel snel bij om zestig euro te geven aan dit project. Heb er zelfs nog vijftig bovenop gedaan. Om echt van start te gaan moeten er over 27 dagen minstens 15.000 leden zijn. Als dat niet gehaald wordt krijgt iedereen gewoon zijn geld terug. En als dat wel gehaald wordt ben ik een jaar lang abonnee. Voor ‘dagelijks nieuwe artikelen die het nieuws van context voorzien, door uitgesproken correspondenten, overal digitaal beschikbaar, zonder advertenties’. Op naar de nieuwe journalistiek! Doorbreek de mediacratie! Word lid van De Correspondent!
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »