6 mei 2012
Wat heb ik gejankt op die dag, tien jaar geleden, toen Pim Fortuyn was vermoord! Alsof alle geloof, hoop en liefde in, op en voor een nieuwe politiek in één klap was weggevaagd, alsof een nieuwe bloem in de kiem was gesmoord. Alsof iets als ‘nieuwe politiek’ als een veel te gevaarlijke ontwikkeling bewust en misdadig met de grond gelijk was gemaakt, na een demonisering die door de ‘oude politiek’ was omhelsd. Ook velen die beter konden weten hebben er indertijd enthousiast aan meegewerkt door een sfeer te creëren waarin deze moord kon gebeuren, zoals NRC Handelsblad, Marcel van Dam, Paul Rosenmüller en de met tomaten gooiende SP. Zowel links als rechts was deze man met zijn verfrissende en guitige kijk op vernieuwing een doorn in het oog, en de wijze waarop het proces tegen de moordenaar achter de schermen gebeurde versterkt mijn vermoeden dat er nog steeds dingen zijn die we niet mogen weten, en die hopelijk toch eens boven water zullen komen.
Wat was er dan zo nieuw en verfrissend aan Pim Fortuyn? Wat was dan die ‘nieuwe politiek’? Openheid, eerlijkheid en transparantie waren de veel geproclameerde eigenschappen, die intussen zijn verwaterd tot vage visies en beleidslijnen, tot dekmantels van ‘oude politiek’. Meer dan ooit is de politiek tot een ondoordringbaar bolwerk geworden van leugen, bedrog en schijnheiligheid waar iedereen kan zien hoe sommigen de boel bewust zitten te belazeren, maar er geen vat op kan krijgen omdat ze zich, uit vlucht voor eigen verantwoordelijkheid, hebben ingedekt achter juridisch dichtgetimmerde wetten en regeltjes. Als je in de politiek duikt moet je wel een beetje in jezelf gecenterd zijn, want je maakt dingen mee waar de honden geen brood van lusten. Je wil gewoon niet weten wat ze allemaal achter de schermen uitspoken. En dat lijkt de afgelopen tien jaar alleen maar erger te zijn geworden.
Charisma is niet echt een eigenschap van politici. Maar dat had Fortuyn wél! En wellicht is charisma wel iets dat je uitstraalt als je zelf open, eerlijk en transparant bent. Dat je niet een rol gaat spelen, niet hypocriet bent, niet je ware aard verschuilt onder een schijnheilig jasje. Het volk doorziet dat meteen, voelt heel goed aan of iemand echt gewoon zichzelf is of de boel zit te belazeren. Dat kan je populistisch noemen, maar is de regering er uiteindelijk niet voor het volk? Pim kon vertellen over zijn homoseksuele avances en vrijpartijen, en het volk pikte dat en genoot er zelfs van. En ik moet er niet aan denken dat Balkenende toen met dat soort verhalen zou komen, want dan zou ik meteen straight worden. Pim was gewoon zichzelf, en is wat dat betreft een politiek unicum. Daarbij was hij in mijn ogen ook hoogbegaafd: hij schreef zelfs leesbare boeken die hij zelf heeft geschreven! Hij was humoristisch, nam hij geen blad voor de mond en was moeilijk in categorieën als ‘links’ of ‘rechts’ te pakken. Een van de weinige politici tegen wie je nooit ‘Doe eens normaal man!’ zou hoeven te roepen.
In Hilversum legde ik wat snel uit de tuin gegraaide bloemen neer op een herdenkingsplek. Drie dagen later – het was Hemelvaartsdag – was het afscheid nemen in de Laurentiuskerk in Rotterdam, na drieënhalf uur in rijen te hebben gestaan en geschuifeld, waar alle lagen van de bevolking aanwezig waren. Vlak voor ons legde een vader aan zijn zoon uit wat homoseksualiteit was, iets waar die jongen kennelijk nog nooit van had gehoord. Een korte groet aan zijn dode lichaam in de kerk. Daarna het condoleanceregister tekenen in het stadhuis aan de Coolsingel: ‘Lieve Pim, bedankt voor het feit dat je ons politiek hebt wakkergeschud. Ik hoop dat we wakker blijven. Een goede reis. Love.’ Maar ons land is politiek niet wakker gebleven. Zoveel als Pim tijdens zijn leven gehaat en gedemoniseerd was, zoveel meenden later zijn voetspoor te moeten claimen, zoals de xenofobe Geert Wilders die misschien wel slim is maar niet intelligent zoals Pim. Of vandaag de dag – gotspe – fractievoorzitter Stef Blok van de VVD die zich erfgenaam van Pim Fortuyn voelt na alle collaboratie met de PVV de afgelopen jaren.
Ja, ik heb ook op Pim gestemd tijdens de Tweede Kamerverkiezingen op 15 mei, waar de Lijst Pim Fortuyn meteen 26 zetels won, een zesde van het totaal aantal zetels. Natuurlijk is het onzinnig om op een dode te stemmen, maar ik vond dat ik dat toch moest doen. En het werd een rotzooitje, die LPF, door al die mensen die meenden dat ze de nieuwe Pim waren en zijn gedachtengoed het beste vertegenwoordigden. Maar daarmee waren ze nog geen Pim. Hij was een man om van te houden, en dat deed ik ook. En ik weet zeker dat ik niet de enige ben, tot vandaag de dag. Met Pim kreeg politiek een hart, bleken zelfs politici een hart te kunnen hebben. Bleken ze niet per se de machtswellustige egotrippers te zijn zoals ze zich tot vandaag de dag zo vaak ontpoppen, wars van medemenselijkheid, realiteitszin en redelijkheid. Ja, politici kunnen zelfs mensen zijn! In de gemeentepolitiek valt dat allemaal nog wel mee omdat die dicht bij het volk staat, maar daar in de provincie of Den Haag gaat alles weer zijn oude vertrouwde gangetje verder met mensen van wie je niet echt kunt houden. Maar toch: één witte raaf is voldoende bewijs dat er witte raven bestaan. Nogmaals dank, Pim!
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
3 reacties »
27 april 2012
Esoterie en spiritualiteit worden nogal eens verward. Op zich niet zo verwonderlijk omdat het woord spiritualiteit veel lijkt op het woord spiritisme, en dan zit je al snel in de wereld van occultisme en parapsychologie. Van telepathie, helderziendheid, telekinese, van uittredingen, stigmata en wonderbaarlijke genezingen, van klopgeesten, spoken en contacten met overledenen. En ik moet toegeven dat ook in die wereld een stukje van mijn leven ligt, zij het alweer wat jaartjes geleden. Ja, op de Vrije Universiteit in Amsterdam had ik parapsychologie zelfs officieel als bijvak van mijn doctoraalstudie psychologie – dat was bij uitzondering aan mij en Björn voorbehouden. Niet dat er veel van terecht is gekomen, want tja… jaren zestig. En ik herinner me niet veel meer dan dat ik een paar blauwe maandagen in Utrecht bij professor Tenhaeff, immer geassisteerd door de toegewijde mevrouw Louwerens, in de collegebanken heb gezeten.
Maar het was wel een hobby van me in de tijd. Met Björn, Peter, Sjoerd, Mik en enkele anderen was ik eind 1969 in de Experimentele Studiegroep Parapsychologie ESP beland, en we deden onderzoek naar telepathie bij kinderen. We geloofden namelijk dat vooral kinderen gevoelig zouden zijn voor parapsychologische indrukken, dus gingen we naar lagere scholen in Amsterdam waar we leerlingen plaatjes op kaarten lieten ‘raden’ die de proefleider, een van ons, voor de klas zat te bekijken. Zenerkaarten heetten die, maar we hadden de afbeelding wel aangepast op de leefwereld van kinderen. Op gegeven moment ben ik de groep uit het oog verloren, en wat de resultaten van het onderzoek waren weet ik ook niet, hoewel ik later wel heb opgevangen dat Björn er verder mee was gegaan.
Het was een leuk vermaak, die parapsychologie. Voor feestjes en verjaardagen vond ik de twee spellen het leukst. Het eerste spel. Iemand moet even uit de kamer terwijl een stuk of zeven anderen afspreken wie ze in gedachten gaan nemen. Dan mag die ander weer binnenkomen en gaat middenin een door de anderen gevormde kring staan. Die doet zijn ogen dicht en draait wat in het rond en laat zich vallen, wat dan geheid in de armen van de afgesproken persoon gebeurt. Uit eigen ervaring weet ik dat je dan echt een soort zuigkracht voelt als je daar in die kring wat rond staat te draaien. Het tweede spel. Zet iemand op een stoel. Twee mensen steken hun wijsvinger onder de knieholten en twee anderen onder de oksels. Probeer hem of haar dan op te tillen. Lukt niet. Dan hetzelfde met diepe synchrone ademhalingen van de vier. Lukt wel! Maar als je wilt experimenteren kan je natuurlijk ook trachten een beeld op te vangen dat een ander in gedachten voor zich heeft. Hoe groot is statistisch de kans dat je dan ‘raadt’ dat de ander denkt aan iets als een naakte man in boslandschap? Niet groot lijkt me.
Maar we gingen ook naar het Forestershuis in Amsterdam waar Gerard Croiset seances gaf. En Uri Geller heeft toch een keer een horloge van me gerepareerd: ik was het ding helemaal vergeten toen ik het een tijdje later werkend aantrof. En we draaiden glaasjes over een ouijabord, maar dat bekwam me niet zo goed. Het was namelijk in de tijd dat ik nog steeds erg mijn best deed om heteroseksueel te zijn en degene aan de andere zijde openbaarde meer dan ik wilde weten. Bovendien zijn het niet de meest hoogstaande entiteiten die, aardegebonden als ze nog zijn, contact met je zoeken: een zekere Has uit Haarlem die we aan de lijn kregen was daar beroemd om, zoals ik later ergens las. Op het randgebied tussen psychologie en parapsychologie ligt hypnose, en ook dat was natuurlijk leuk om te doen. Vooral als je iemand een posthypnotische suggestie meegeeft, wat ik deed bij Arjen: als ik aan een wratje op mijn kin ging pulken moest hij met zijn gitaar een bepaald liedje gaan zingen. Dat deed ie dan ook, maar na afloop bleef hij ontkennen dat hij gehypnotiseerd was geweest. Ik scheen dat wel goed te kunnen, won er zelfs een fles wijn mee tijdens een practicum, want ook dat leerde ik in mijn doctoraalstudie aan de kennelijk progressieve Vrije Universiteit.
Maar wat is er nou zo leuk aan al dat parapsychologische gedoe? Het heeft iets met kracht en macht te maken. Als puber dook ik diep onder de wol als ik teveel dacht aan de lamp aan het plafond in mijn kamertje, angstig wachtend op het gekletter van glas want kennelijk zou ik het niet leuk vinden als gedachten tot zo iets in staat waren. In kerkgebouwen heb ik dat nog steeds een beetje als ik immens zware luchters aan lange stalen kabels zie hangen. Nou was ik überhaupt al een angstig kind, waarvoor mijn moeder me dan naar een psychiater stuurde, met wie ik dan zat te schaken. Maar die lamp is altijd trouw aan het plafond blijven hangen, ondanks het feit dat hij er als een Saturnus uitzag. En tot de jaren tachtig had ik vaak nachtmerries over mistige monsters die zoemend en ongrijpbaar om me heen zweefden, waarvan ik wel wat herken in de dementors uit de verhalen van Harry Potter. Tot ik op een nacht zwetend wakker werd en daar eigenlijk helemaal geen zin meer in had. ‘Zoek het zelf maar uit,’ vloekte ik van binnen om me vervolgens op mijn rechterzij te draaien en als een roos in slaap te vallen. Nooit meer last van gehad.
Parapsychologie, occultisme en esoterie liggen dicht bij elkaar. In die betekenis dat ze alle gaan over niet normale werelden waar ‘nuchtere’ wetenschappers niet zoveel van moeten hebben. Onbewijsbaar en zo. De Rozenkruisers weten nog wel raad met esoterie, zeker als je in hun literatuur duikt. Zo wilden ze weten of ik gedoopt was toen ik toetrad, en beloofden ze de mooiste dingen als ik te zijner tijd in goede bewustzijnsstaat ‘het stofkleed aflegde’. Maar eerlijk gezegd had ik ook daar een houding van ‘jullie doen je best maar’, want veel meer was ik onder de indruk van de oorverdovende stilte in hun zuivere tempels die doorstraald leken van een astraal licht. Jammer dat ze, afgezien van hun chaotische leer, zo afwijzend stonden tegenover mensen als Eckhart Tolle, wat voor mij een reden was voor de enige soort van uittreding die ik ooit heb meegemaakt.
Bijzonder? Kennelijk moet je al dit soort krankzinnige dingen hebben meegemaakt om er niet meer in te geloven. Niet dat ik er niet meer in geloof omdat het onwaar is, maar juist omdat het waar is en wel degelijk echt bestaat. Ik geloof er niet meer in, in die betekenis dat het niets met spiritualiteit heeft te maken. Want het gaat om macht en kracht, en is dan toch weer een spelletje van het ego. Als in zenverhalen over de weg van de monnik wordt verteld, onderscheidt de meester vaak drie fasen: voordat hij op het pad is zijn rivieren rivieren en bergen bergen, op het pad zijn rivieren geen rivieren en bergen geen bergen meer, maar uiteindelijk zijn rivieren weer rivieren en bergen bergen. Voor de verlichte is de wereld weer gewoon gewoon.
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit, Uit mijn leven
3 reacties »
21 april 2012
Anders Breivik doet de discussie over ziekte en verantwoordelijkheid weer hevig oplaaien. Kan je iemand die ziek is toerekeningsvatbaar verklaren? Is Breivik ziek? Nee, want hij moordt bij zijn volle, zij het kille verstand. Ja, want alleen een gestoord iemand kan zo tekeer gaan als hij. We zijn het er (bijna) allemaal over eens dat deze man gek is, maar we kunnen dat niet hard maken, hoe graag we dat ook zouden willen. Zelfs de DSM, de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, die tot enkele decennia geleden een eigen plekje gaf aan homoseksualiteit, geeft geen handvatten om hem als ziek te bestempelen. En eigenlijk willen we dat ook niet omdat we vinden dat hij gestraft moet worden. En levenslang is niet voldoende voor hem! Lijfstraffen verdient hij! Levend villen! Ophangen aan de hoogste boom, die vent! Zelfs als hij tot levenslange marteling veroordeeld zou worden, zullen weinigen het daar echt moeilijk mee hebben. Geen vergelding, geen wraak kan genoeg zijn voor dit menselijke monster.
Mij lijkt het het beste om hem alleen, afgezonderd van welke communicatie met de buitenwereld dan ook, volstrekt alleen op een eenzaam eiland achter te laten. Daar groeien dan wat vruchten om te eten en verder zoekt hij het maar uit. Dat is niet alleen het beste voor de samenleving, maar ook een therapie die volgens Bhagwan heel goed werkt. Reken maar dat je jezelf dan tegenkomt! De mate waarin iemand alleen kan zijn zegt iets over zijn psychische gezondheid. Typerend was hoe Jan Wolkers het wel, maar Godfried Bomans het niet uithield toen hij in 1971 alleen op Rottumerplaat werd achtergelaten. Bij zo’n eenzame afzondering moet Breivik uiteraard geen mogelijkheid krijgen om zelfmoord te plegen. Want dat zou hij wel willen, bang als hij is voor de emoties en gevoelens die dan in hem zullen bovenkomen. Helaas zal het wel niet mogen volgens de rechten van de mens, want de kans is groot dat het als een niet toegestane marteling wordt beschouwd.
Uiteindelijk zijn we allemaal verantwoordelijk. Dat wil natuurlijk niemand weten, want het is altijd de ander die slecht is. Zelf zouden we immers nooit in staat zijn om zulke bloedbaden aan te richten. En achteraf ook nog vinden dat het nog niet goed genoeg is gebeurd, zoals Breivik ook nog oud-premier Brundtland had willen onthoofden. Ja, die van het rapport Our Common Future dat in 1987 een vervolg was op dat van de Club van Rome. Zoiets zieks zou in onze hoofden niet opkomen! Maar toch denk ik dat Breivik dit allemaal niet zonder ons had kunnen doen. Dat zijn daden de som zijn van alle collectieve kwade wensjes en gemene boosheidjes die we allemaal wel eens hebben. Dat mogen dan kleine verwensingen en kwaadheden zijn waar niemand zich druk over maakt en waarover we ons nauwelijks schuldig voelen. Maar als je die allemaal bij elkaar optelt krijg je iets als een monster, dat niets anders is dan de accumulatie van dat alles in een persoon in wie dit zich dan ontlaadt en die we dan als hoofdschuldige kunnen aanwijzen.
Marten Toonder verwoordt en verbeeldt dat prachtig in zijn verhaal Het monster Trotteldrom uit 1964. Een monster dat niets anders bleek te zijn dan een grote agressieve kluit van Trotten, de bewoners van het geteisterde eiland zelf. Die niet in de gaten hadden dat ze bij tijd en wijle zelf het monster schiepen waarvoor ze in grotten vluchtten, waaruit ze even later als een groot collectief gedrocht tevoorschijn kwamen om hun eigen eiland te ruïneren. Dat monster heet nu Breivik, maar is ook onder andere namen zoals Hitler bekend. En deze monsters blijven bestaan zolang we zelf de kleine monstertjes in ons blijven ontkennen. Alsof het kleine kwaad geen kwaad is en een beetje agressie best mag, zo niet gezond is en erbij hoort. Dat allemaal komt voort uit de angst voor zelfkennis, angst te zien dat we uiteindelijk even goed als slecht zijn. Om die te ontwijken schakelen we onze emoties even uit, en dat gebeurt net zolang tot er iemand opstaat die zoveel emoties uitschakelt dat hij tot de wreedste daden in staat is.
Gepost in Maatschappij en politiek, Psychologie, Spiritualiteit
7 reacties »
16 april 2012
Gelukkig hoef je hier in het noorden niet vóór 1 mei een wietpas aan te schaffen. Nou was ik dat toch niet van plan, want vroeger heb ik genoeg gerookt. Maar je zal maar in het zuiden van het land wonen en bij tijd en wijle graag een jointje lusten, dan moet je je wel apart laten registreren! En hop, daar gaat weer een stuk privacy verloren. ‘Alle blowers in een database,’ kopt een artikel van Simone Fennell en Arnold Roosendaal vandaag in nrc.next. Straks kan je wellicht de Verenigde Staten niet meer in, vrezen ze, want die jongens menen natuurlijk ook het recht te hebben om in dit wietbestand te gaan snuffelen. Nou vind ik dat persoonlijk niet zo’n probleem, want ik zou toch al niet weten waarom ik überhaupt naar de Verenigde Staten zou willen. Niet dat ik hier in Nederland zoveel privacy heb – als ik dat geloofde zou ik mezelf voor de gek houden. Dat is natuurlijk ook mijn eigen schuld. Dan had ik maar geen weblogs moeten schrijven, een anonieme OV-chipkaart moeten aanschaffen, de huur cash moeten betalen, geen mobieltje en internet moeten hebben en dat soort dingen. Kortom: had ik gewoon niet moeten willen léven. Lekker thuis, gordijnen dicht, geld in een oude sok, ’s avonds kaarslicht en groenten uit de tuin. Zou volgens mijn Wijze Tante heel goed kunnen, maar ik zou toch wat missen.
Wat drugs betreft laten de liberalen zich van hun oude vertrouwde opportunistische zijde zien. Zo vragen de auteurs vragen zich af hoe het zou zijn als je in de slijterij geen vijfde fles wijn mag kopen omdat je er van de week al vier hebt gekocht. Waarom mag alcohol wel en mogen drugs niet? Wat heeft drank dat drugs niet hebben? O ja, rond alcohol is geen crimineel circuit en rond drugs wel! Maar dat is juist ontstaan omdat ze verboden zijn! Wat zou er van al die criminaliteit overblijven als drugs even normaal werden behandeld als alcohol? Niet veel denk ik, en reken maar dat dan wel een groot deel van alle criminaliteit in één klap is opgeheven. Blijft alleen de vraag over wat de grootste schade geeft: criminaliteit of druggebruik. Waar vallen de meeste doden en gewonden? Want als de ellende die druggebruik veroorzaakt groter is dan die rond de handel erin, moet je het wellicht bij het oude vertrouwde beleid laten. Maar ik geloof dat niet. En ik ben ook nog zo onverlicht dat ik er principes op nahou, waardoor ik de betutteling niet kan uitstaan van een overheid die me voorschrijft welke drugs ik wél en welke ik niet mag gebruiken. Want alcohol is natuurlijk ook een drug.
Aanleiding voor dit artikel in nrc.next is een kort geding dat woensdag in Den Haag wordt gevoerd tegen de invoering van de wietpas in Zeeland, Brabant en Limburg. Reden: schending van de privacy en discriminatie. Gelijk hebben ze, hoewel het artikel er niet bij zegt wie ‘ze’ zijn. Maar na een paar seconden zoeken op internet blijken dat advocaten namens eigenaren en personeel van coffeeshops te zijn. Het runnen van een coffeeshop lijkt me trouwens een nogal schizofreen beroep. Want je mag iets verkopen dat je niet mag inkopen. Ik heb nooit gesnapt hoe dat kan. Typisch logica van politici, want teveel van hen zijn nauwelijks tot redelijk denken in staat. Maar niet teveel getreurd, want de coffeeshop wordt een besloten club! En dat kan eigenlijk best knus en gezellig worden. In een halfdonkere kamer achter fluwelen gordijnen met zijn allen liggend en zittend op kussens rond de waterpijp, genietend van een rustig kabbelende muziekje… Wat wil een mens nog meer? Privacy! Want zodra je na zo’n relaxt avondje weer thuiskomt en achter je computer zit, word je meteen door Google, Facebook en Neckermann bestookt met advertenties van de heerlijkste wiet!
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
11 april 2012
Het lijkt erop dat de meeste verlichte mensen, spirituele leiders, jnani’s, gnostici of hoe je ze ook wilt noemen, het eens zijn over de eerste stappen op het pad naar bevrijding: ken uzelve, het gnothi seauton dat te lezen is in de aan Apollo gewijde tempel van Delfi. ‘Tell me who you are,’ was dan ook de opdracht die we kregen in de Enlightenment Intensive groep in de ashram van Bhagwan in Poona. ‘Ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten,’ dichtte Willem Kloos. De vraag naar wie je bent wordt door Adyashanti aangevuld met de vraag naar wat je bent, waaraan ik zelf de vraag naar waar je bent zou willen toevoegen. Dat vind ik onder andere gedaan bij Douwe Tiemersma van het Advaitacentrum, die over een verruiming van de ‘zelfsfeer’ spreekt, maar nu kom ik het ook tegen in het boek Ik ben / Zijn van Nisargadatta Maharaj (1897-1981) dat ik nu aan het lezen ben. Deze verlichte meester, die ook veel Nederlanders zoals Wolter Keers op het nonduale pad heeft geïnspireerd, is bepaald niet de eerste de beste en glanst van directheid en radicalisme waarmee hij zijn bezoekers toespreekt, zoals dat bijvoorbeeld ook het geval is bij Jed McKenna van wie binnenkort de ‘ware’ identiteit bekend zal worden gemaakt in de Koorddanser, iets waarover ik op haar website een discussie heb gestart.
Het verhaal gaat dat Nisargadatta in een kamertje aan een drukke straat in Bombay woonde, boven een winkeltje waar hij onder andere sigaretten verkocht, in de geur van een urinoir aan de overkant. Dat hij rookte en andere dingen deed die niet altijd in religieuze kringen werden gewaardeerd: ‘Mijn lichaam heeft een paar gewoonten overgehouden die best mogen doorgaan totdat het sterft. Dat kan geen kwaad.’ Hij maakte zich daar dus niet zo druk over, gewoon omdat hij zijn lichaam niet was. ‘Lichaam en geest zijn symptomen van onwetendheid’ is dan ook de titel van een van de hoofdstukken uit zijn dikke boek, dat een vertaling is van zijn beroemde I Am That. Je bent je lichaam niet omdat je de waarnemer van het lichaam bent, en zo ben je ook de geest (‘mind’, bij hem zowel denken als voelen, het geheel van angsten en verlangens) niet omdat je de waarnemer van de geest bent. Daar kom je achter als je je voortdurend concentreert op het enige wat je zeker weet: ‘Ik ben’. En zelfs dat ‘ik’ verdwijnt uiteindelijk in het Absolute: ‘Zoals het heelal het lichaam is van de geest, zo is de geest het lichaam van het allerhoogste.’ Het is niet zo dat de geest zich in het lichaam bevindt, maar dat het lichaam zich in de geest bevindt. Je zegt wel dat je geboren bent, maar hoe weet je dat eigenlijk? Herinner je je dat dan? Het is dit soort elementaire antwoorden dat het lezen van de gesprekken in dit boek zo boeiend maakt.
Alles is één. Ook dat zegt Nisargadatta herhaaldelijk. Dat betekent uiteindelijk ook dat zelfs het verschil tussen subject en object wegvalt. Daarom is het ook onmogelijk om te beschrijven wat verlichting eigenlijk is, omdat taal gebaseerd is op het maken van onderscheid, gebruikmaakt van verschillen die in het Absolute niet bestaan. Alleen poëzie, proza, muziek en andere wegen van het hart kunnen een glimp ervan laten doorsijpelen in ons beperkte want dualistische bewustzijn, want de geest zal het nooit begrijpen, zoals ook Bhagwan ons zo vaak heeft ingehamerd. Met Tony Parsons kun je zeggen dat je niet bestaat, maar tegelijk kun je constateren dat je uiteindelijk alles bent. Atman wordt Brahman heet dat in India: je wordt niets minder dan het Al of God omdat je bewustzijn je niet meer beperkt is tot je lichaam, geest of waarnemer van lichaam en geest. Die ‘ervaring’ moet wel de ultieme bevrijding zijn! Maar onze geest blijft dromen en geloven in illusies, en zolang we de schijn-heiligheid daarvan niet doorleven, blijven we bang om te sterven. ‘De dood brengt ons vrijheid en kracht. Om vrij te zijn in de wereld moet je ten opzichte van de wereld dood zijn. Vanaf dat ogenblik is het heelal jouw bezit – het wordt je lichaam, een vormgeving en een instrument.’
Gepost in Spiritualiteit
Geen reacties »
30 maart 2012
En nu ga ik eens een lekker elitair weblogje schrijven. Dat is weer eens een ander geluid. Aanleiding zijn de studenten die in opstand komen. Staatssecretaris Zijlstra (VVD) wil de basisbeurs voor de masteropleiding afschaffen, en daarmee mag je niet alvast tijdens je bachelor beginnen. Het collegegeld voor een tweede studie gaat fiks omhoog. Als je meer dan een jaar extra over bachelor en master doet moet je drieduizend euro bijbetalen. Bovendien krijgen studenten twee jaar minder een gratis ov-kaart – die trouwens indertijd ingesteld was om verhoging van collegegeld te compenseren. Typisch maatregelen van een partij die gruwt van kunst en wetenschap. Studenten moeten maar gaan lenen, is het devies, want dank zij hun studie gaan ze later ook meer verdienen en dan kunnen ze dat mooi terugbetalen. Waarom zouden Henk en Ingrid moeten betalen voor de opleiding van een student, die volgens hen toch hoofdzakelijk in zijn nest ligt te rotten, bier zuipt, in studentencorpora de malloot uithangt en doet alsof het leven één feest is? Het gevolg is dat er nu al in totaal 5,8 miljard geleend is door studenten die een gemiddelde schuld hebben van 14,5 duizend euro. Wat volgens Zijlstra ook gebruikt wordt voor wereldreizen en tv’s, waarmee hij het beeld van de luie, feestvierende en profiterende student graag nog even aandikt.
Op het eerste gezicht klinkt het best redelijk dat studenten geld moeten lenen. Dat de belastingbetaler niet op hoeft te draaien voor studerende knapen en meiden waarvan de meesten later een goedbetaalde baan of florerend bedrijf hebben. Studenten werken immers niet, ze produceren niets, worden alleen zelf wijzer van hun studie, dus waarom zou de staat dat moeten betalen? Toch gaat deze redenering mank. Omdat zij ervan uitgaat dat studenten niet zouden werken. Want als je zegt dat studenten niet werken, dan geldt dat ook niet voor mensen die tijdens hun loopbaan een cursus volgen, zich in de baas zijn tijd bijscholen, die in hun werk het internet raadplegen omdat ze iets moeten opzoeken. En als je het begrip werken koppelt aan productiviteit, blijft er helemaal weinig over omdat het grootste deel van de arbeidstijd verloren gaat aan overhead, waarvan het vaak overbodige management berucht is geworden. Wat is werk? Laten we ons eerst afvragen wat we daarmee bedoelen, en dan kunnen we verder praten. Voor mij is studeren gewoon werken. Zeker als marsmannetje zou ik echt geen verschil zien tussen wat studenten doen en wat andere grote groepen mensen doen: allen houden zich bezig met beeldschermen, met lezen, schrijven, documenteren, onderzoeken, communiceren, vergaderen, schrijven, leren, presenteren.
Een student kan niet op korte termijn de samenleving van de meest fantastische vondsten voorzien, maar op lange termijn wel. Zonder studenten droogt de samenleving uit en zal er in de toekomst van innovatie zeker geen sprake zijn. Vroeger werden ze wel ‘de bloem der natie’ genoemd, en terecht. Dat klinkt wat ouderwets, alsof ze een elite vormen die beter is dan de gewone, gemiddelde mens. Natuurlijk kan een elite verworden tot een respectloos autoritair allegaartje. Dat is ook vaak gebeurd en ook tegenwoordig zie je dit veel, maar dat is niet het wezen ervan. Er zijn nu eenmaal verschillen tussen mensen – niet in hun diepste zielen maar tussen hun persoonlijkheden waarvan sommige ons wetenschap en cultuur kunnen brengen. Maar in plaats van blij te zijn met onze intelligensia gaan we steeds meer op haar bezuinigen. Nog erger: we haten haar, wat blijkt uit de maatregelen van het huidige kabinet. Misschien is deze haat naar studenten wel gewoon jaloezie. Omdat ze werk hebben dat ze leuk vinden. Omdat ze ergens enthousiast over zijn. Omdat ze plezier in het leven hebben. Hou op met dat beknibbelen op studenten, want je beknibbelt op je eigen toekomst. Creativiteit kan alleen in vrijheid bloeien, en niet onder het juk van bijbaantjes en schulden.
Het gaat om creativiteit die kansen en alle ruimte moet krijgen. Voor nieuwe uitvindingen, voor kunst. Vroeger begrepen ze daar meer van, toen kende de adel ook zijn plichten. In de Renaissance vertaalde Marsilio Ficino het Corpus Hermeticum van het Grieks in het Latijn. Dat kon hij doen dank zij zijn mecenas Cosimo de Medici. Kunstenaars en wetenschappers kregen alle vrijheid om hun inspiratie vorm te geven, en hoefden zich niet bezig te houden met het invullen van belastingformulieren. Het is de vraag hoe Florence er zou hebben uitgezien, wat Bach nog gecomponeerd zou hebben, wat er nog in de musea aan de muren zou hangen als er geen adel was en geen koningen waren die het noblesse oblige nog in hun vaandel voerden. En je begint je af te vragen hoe verlicht de Verlichting eigenlijk was toen de koppen van de adel moesten rollen aan het begin van de Franse Revolutie. In zijn lijkrede gaf Gustav Leonhardt, één van de grootste zo niet de grootste musicus van de afgelopen decennia, af op de Verlichting. En gelijk heeft hij, want toen werden materialisme, de rationalisme en individualisme geboren, en ontstond er geleidelijk een nieuwe elite, een nieuwe noblesse maar nu zonder verplichtingen, zonder oblige. Wellicht waren de Middeleeuwen minder donker dan we op school moesten leren, en gaan we onder leiding van onze politici juist nu die donkere, barbaarse Middeleeuwen tegemoet.
Gepost in Maatschappij en politiek
1 reactie »
20 maart 2012
‘Happy rez day,’ msn’de Robbie vannacht.
Want vandaag ben ik vijf jaar een bewoner van Second Life, en een verjaardag heet daar een rez day. Van het woord rezzen dat iets als creëren, verschijnen betekent. Om iets te maken of te bouwen in Second Life moet je eerst bouwblokjes rezzen, en die kan je dan weer een vorm geven, met textures beplakken, aan elkaar koppelen, massa geven, doorschijnend maken, van scripts voorzien en ga zo maar door. Maar het woord rezzen wordt ook gebruikt voor je eigen avatar, en de mijne ontstond op 20 maart 2007 toen ik voor het eerst uit pure nieuwsgierigheid de wereld van Second Life betrad. Nou, dat heb ik geweten!
Vijf jaar! Soms verwonderen mensen zich erover dat Second Life nog steeds bestaat, want in de pers hoor je er weinig meer over. In 2007 was het even een hype, en dook ook de commercie in deze wereld. Dat werd een flop, waarschijnlijk omdat veel bewoners van Second Life niet echt zitten te wachten op marketing en reclame. Het aantal bezoekers is volgens mij door de jaren heen tamelijk constant. Misschien een lichte toename, maar weinig dat beantwoordt aan de eisen van het groeimodel zoals we dat in Real Life kennen, waar alles per definitie steeds groter moet worden. Alsof de bomen zelfs tot boven de stratosfeer zouden moeten uitsteken om hun takken naar ruimteschroot uit te rekken. Nee, in Second Life is het leven lekker relaxed, zoals het filmpje A day at Sweetgrass, waarnaar ik al eerder verwees, laat zien.
Second Life is een spel zonder opdracht. Je kan je eigen wereld scheppen en velen maken er dan ook fantastische dingen, waarvan het uiterlijk steeds realistischer wordt. Zo zijn er hele steden ontstaan waarin je vele eeuwen in het verleden terug kan gaan, dan wel in een toekomstige wereld van sciencefiction of cyberpunk terechtkomt. Je reist per zeppelin of teleportatie. Of lopend of te paard. Of gewoon met de trein of de auto. Of, zoals ik, bij Robbie achterop de tandemfiets. Je bezoekt musea waar je met behulp van augmented reality van alles op de hoogte wordt gehouden. Ook is het mooi om theaters te bezoeken en concerten bij te wonen. Maar niet alleen de wereld wordt aangekleed, ook de eigen avatars worden steeds fotorealistischer uitgedost.
Maar het is niet alleen de ontroerende explosie van creativiteit die Second Life zo bijzonder maakt. In niet mindere mate zijn het de vriendschappen die zich daar ontwikkelen. Vriendschappen tussen mensen die elkaar meestal nooit in vlees en bloed zien, omdat ze in Real Life vaak op verschillende continenten wonen. Eerst komen er vragen op als: ‘Hoe weet je dat die andere avatars echt zijn wie ze pretenderen te zijn?’ maar in de loop der jaren ontwikkel je niet alleen een gevoel voor wie de boel zit te belazeren en wie niet, maar wordt ook die vraag zelf steeds minder belangrijk. Omdat je zonder fysieke aanwezigheid makkelijker contact kunt hebben met iemands ideaal, iemands wezen, iemands ziel. Hoe virtueel is Second Life, hoe onecht is het poppenhuis waarin ik nu al vijf jaar speel? Nope! Al vijf jaar heb ik daar mijn hart verloren en dát is zeker niet virtueel!
Gepost in Second Life
Geen reacties »
13 maart 2012
Sinds vorige week heb ik, na tien jaar zonder, eindelijk weer een echte piano. Een tien jaar oude gave Yamaha U1, waarop ik nu weer de wijsjes kan gaan spelen waarvan ik vroeger genoot. Verder dan wat eenvoudige beginnerswerkjes ben ik nog nooit gekomen, en voorlopig hou ik het dan ook bij het meest simpele van Bach, Beethoven, Clementi en Chopin. En als ik die eindelijk weer in mijn vingers heb ga ik verder met Satie. Ik ben blij dat dit eindelijk weer kan, want een huis zonder piano is eigenlijk een huis zonder ziel. Mijn oudste herinneringen gaan terug aan mijn peutertijd in Blaricum, toen mijn vader altijd Die Mühle van Jensen speelde voor het slapen gaan. En eigenlijk heb ik altijd in huizen met piano’s gewoond, met uitzondering van mijn studententijd in Uilenstede. Maar zodra ik daarna in de Bijlmermeer belandde sleepte ik al gauw met vriendje Pim een piano naar binnen en ik denk dat ik in die periode van mijn leven het meest piano heb gespeeld. Tot de benedenbuurman steeds mijn telefoon liet overgaan als ik begon te spelen, wat ik eerst niet doorhad en had moeten doorgaan voor een ‘grap’. De lol ging ervan af en ook later in Buitenveldert was ik me pijnlijk bewust van meeluisterende buren. Zelfs als ze zeiden dat ze het mooi vonden stimuleerde dat niet echt.
Maar hier staan aan weerskanten van het huis nog steeds woningen leeg, zodat ik rustig mijn gang kan gaan. Maar het is wel even wennen, en ik moet me soms echt vastbijten in het opnieuw leren lezen van noten. Soms zit ik een poos stil te tellen voordat ik ze heb. Gelukkig zijn er vaak herkenbare patronen, zoals van grondtoon, terts en kwint, de me wat makkelijker afgaan. Maar het is ook vaak zuchten en volharden. Ik heb dat eerste deel van Beethovens Mondscheinsonate vroeger toch gemakkelijk foutloos gespeeld, en wat zit ik nu te klunzen? Ook de noten van Chopins romantische Regendruppelprelude doen me nu zweten, net als het allereenvoudigste Preludium in C-groot uit Bachs Wohltemperierte Klavier. Maar toch voel ik dat bepaalde loopjes nog in mijn vingers zitten en met enige hulp van Vriend zal het me wel weer lukken om te zijner tijd een en ander wat beschaafd ten gehore te brengen. Waaronder ook sonatines van Clementi, niet alleen bedoeld als vingeroefeningen voor pianoles, maar ook omdat ze gewoon leuk zijn, zoals deze eerste Sonatine opus 36 nr. 1. Voorlopig zal ik me niet vervelen achter de piano.
Als ik Vriend hoor spelen kan ik heel ontroerd raken. Dan voelt het alsof ik naar zijn ziel luister en wellicht vind ik muziek daarom de hoogste en meest magische kunstvorm. Omdat muziek eigenlijk niet van deze wereld is. Terwijl niet alleen volgens Tolkien in zijn Silmarillion, maar ook volgens veel oosterse religies de wereld uit geluid, Om, is ontstaan. En het zou me niets verwonderen als zelfs het Woord waarmee alles volgens het Johannesevangelie begon eigenlijk een geluid was. Volgens het Tibetaanse Dodenboek is geluid ook het einde, want de oren vormen het zintuig dat het langst in tact blijft en stervenden worden met woorden begeleid, lang nadat ze ogenschijnlijk al uit hun lichaam vertrokken zijn. Muziek is ook de meest abstracte kunstvorm omdat die het verst afstaat van de materiële werkelijkheid, waaraan andere kunsten zoals schilderkunst, dans, literatuur, poëzie, film, beeldhouwkunst en architectuur nogal eens refereren. Door muziek kan je rechtstreeks met het goddelijke in contact komen omdat het een shortcut to heaven is. Een ongrijpbare en niet te begrijpen verbinding van je eigen hart met dat van anderen en dat van het Al. En het is fijn om daaraan mee te kunnen doen, hoe stuntelig en gebrekkig mijn vingers zelfs nog met de toetsen spelen. Even tellen, die doorgestreepte noot onder het onderste lijntje moet dus een e zijn. Es bedoel ik.
Gepost in Muziek, Spiritualiteit, Uit mijn leven
6 reacties »
6 maart 2012
Het lijkt erop dat de neoliberalen, na het mislukken van hun economische experiment in Chili onder leiding van dictator Pinochet, nu Europa als proeftuin hebben aangewezen. En daar draait nu, na een voorzichtig opstarten in de jaren tachtig, het economisch laboratorium op volle toeren opdat onderzoek zal uitwijzen dat alleen de ongelimiteerde vrije markt ons de heilsstaat zal brengen. Daarvoor moet natuurlijk eerst de oude economie worden afgebroken, een sloopwerk dat door veel regeringen graag ter hand wordt genomen. Hoewel voor een groeiend aantal mensen dit neoliberalisme zich als een nepliberalisme ontpopt, vinden overheden nog steeds dat ze hun experiment juist nu moeten doorzetten: wellicht gloort dan binnenkort een nieuw vurig licht aan de stalen horizon. Dus, Europeanen, even doorbijten nu! En niet meteen zitten te janken als je een poosje de broekriem moet aantrekken, jullie zijn toch geen watjes!
Het idee achter de vrije markt is dat zelfzucht altijd tot de beste resultaten leidt. Dus laat iedereen maar met elkaar concurreren, dan komt uiteindelijk de beste en de goedkoopste uit de strijd om de survival of the fittest. Maar als de strijd is gestreden blijft er maar één winnaar over, en dan is het hek van de markt omdat het dan alleen nog maar die ene is die het uiteindelijk voor het zeggen heeft. Dan hebben we helemaal geen keuze meer omdat onze computers door Microsoft worden bestuurd, onze bussen door Connexxion en onze banken door Standard & Poor’s. Als de neoliberale utopie wordt gerealiseerd ontstaat er een wereld die qua vrijheid en gelijkvormigheid niet onderdoet voor die van het communisme achter het IJzeren Gordijn. Want ook daar berustte de macht slechts bij enkelen, wat ook de bedoeling van het neoliberalisme is. Er blijft uiteindelijk één bank over met één werknemer die achter een computer zit, en die heeft gewoon al het geld.
Het is natuurlijk niet de bedoeling dat teveel mensen dit spelletje doorhebben, dat geeft maar onrust zoals bij de Occupybeweging. Daarom moet je alles ondermijnen wat tot enig bewustzijn zou kunnen leiden, en dat verklaart ook de rechtse haat tegen wetenschap, cultuur, natuur en onderwijs. Van frisse lucht zouden mensen wel eens wakker kunnen worden, en rare ideeën kunnen opdoen in plaats van thuis De Telegraaf te lezen, zoals het hoort. Eenheidsworsten moeten we worden, winkelend in fantasieloze koopgoten, verdoofd starend naar geestverminkende programma’s, kritiekloos consumerend wat op onze bordjes wordt gelegd. Stimuleer het egoïsme en daarmee ook de hufterigheid, maar ontzeg die ego’s wel een beetje bewustzijn op welk vlak dan ook. Al die idealisten die zeggen dat we allemaal gelijk zijn zullen hun zin krijgen. In het Nieuwe Neoliberale Europa zal er nog maar één god zijn: het Gouden Kalf. Iedereen heeft gewoon een IQ, EQ, SQ of wat voor Q dan ook van 100. Met uitzondering van de Graaier Aan De Top natuurlijk.
We stonden erbij en we keken ernaar. Terwijl zich in Homs een nieuw Srebrenica voltrekt en we kennelijk nauwelijks tot een eenheid in staat zijn, laten we dit allemaal maar toe. We blijven het pikken dat onze regeringsleiders de verschillen tussen arm en rijk alleen maar laten toenemen en hun eigen verantwoordelijkheid voor de kredietcrisis op ons afwentelen. Natuurlijk hebben ook wij zelf schuld aan de crisis door maar meteen toe te happen als we aflossingsvrije hypotheken konden krijgen, door een wissel te trekken op de toekomst. Met een ‘Reis nu, betaal later’ lokte al in de jaren tachtig reisbureaus in de Bijlmermeer de Surinamers het vliegtuig in. Maar ik ben nog van die ouderwetse generatie die vroeger gespaard heeft voordat ze zich dure dingen aanschafte. Die wellicht ook daarom, net als Rob Wijnberg, nog in een huurhuis woont.
Een nieuw dieptepunt van het neoliberale experiment in Europa is de manier waarop wij nu met Griekenland omgaan. Een nieuw Versailles dreigt, met gevolgen die niet alleen de bakermat van onze cultuur rampspoed zullen brengen, maar heel Europa daarin gaan meeslepen. Onlangs stond in nrc.next de oproep van Griekse en Franse intellectuelen aan de Europese intelligensia: steun het Griekse verzet! ‘Overal in Europa zien we hoe regeringen van technocraten verschijnen die zichzelf als “redders” presenteren en de soevereiniteit van het volk volledig veronachtzamen. Dit is een keerpunt van het parlementaire systeem: we zien hoe “volksvertegenwoordigers” de controle weggeven aan bankiers en financiële experts en afstand nemen van hun beslissingsbevoegdheid. (…) Kortom, de verregaande plunderingen die kenmerkend zijn voor het kapitalisme vinden hier hun institutionele vervolmaking. (…) Het gebruik van militaire termen is hier niet ongepast: we hebben te maken met een oorlog die gevoerd wordt met financiële, politieke en juridische middelen, een klassenstrijd tegen de samenleving in zijn geheel. (…) Kunnen we stil blijven terwijl een Europees volk systematisch wordt gestigmatiseerd? (…) Kunnen we zwijgen in het aangezicht van een geforceerde mars naar een systeem dat zelfs het idee van sociale solidariteit verbiedt?’
In dit opinieartikel van Vicky Skoumbi, Michel Surya en Dimitris Vergetis, dat door veel Europese intellectuelen is ondertekend en in 15 talen is verschenen, wordt opgeroepen tot de vorming van een Europees comité van intellectuelen en kunstenaars in solidariteit met het Griekse volk en hun verzet. Die kunnen moeilijk anders dan tot de conclusie komen dat wat met Griekenland gebeurt wel eens het eind van de Europese beschaving zou kunnen inluiden. Want we laten zomaar toe dat onze cultuur – in welke betekenis dan ook: sociaal, cultureel, economisch, maatschappelijk – tot de grond toe wordt afgebroken. Maar misschien verdienen we juist daarom wel niet beter, en krijgen niet alleen volken de regeringen die ze verdienen, maar ook hele continenten. En is alles wellicht wel goed zoals het is.
Zeus bracht, vermomd als witte stier, het mooie meisje Europa naar Griekenland. Ik hoop dat Zeus haar bijtijds meeneemt naar andere oorden zodat ze niet vermoord wordt door het fundamentalistische nepliberalisme.
Gepost in Maatschappij en politiek
1 reactie »
28 februari 2012
Zo in de loop der jaren wordt me steeds duidelijker dat virtual reality mijn hobby en specialiteit wordt. Het lijkt me een leuk onderwerp om lezingen over te geven en ik heb me dan ook gestort in het maken van een powerpointpresentatie, Impress-presentatie moet ik eigenlijk zeggen, want zo heet de Libre Office-tegenhanger van dit programma dat ervoor zorgt dat presentator en publiek elkaar nog maar zelden recht in de ogen kijken. Plaatjes verzamel ik, zoals van het beroemde schilderij van Magritte Ceci n’est pas une pipe. Wat is realiteit? Wat is schijn? Wat is echt? Wat is illusie? Wat is werkelijkheid? Het zijn van die eenvoudige vragen waarop velen de antwoorden menen te weten, maar schijn en werkelijkheid – virtual en non-virtual reality – zijn moeilijker te scheiden dan je meestal denkt. Bestaat een fata morgana? Is de schijn zelf echt? Heeft iemand ooit een rechte lijn gezien? Is geld niet een illusie omdat het niets concreets meer vertegenwoordigt? Kortom: heerlijk om goede en stevige gesprekken over te voeren, bij voorkeur bij een knappende open haard.
Andere werelden. Het idee dat onze materiële wereld niet de enige is, is niet echt origineel. Maar theosofen en antroposofen hebben deze oosterse ideeën heel goed verwesterd, en zelf is mij veel bijgebleven van wat Rozenkruiser Max Heindel zegt over de zeven werelden. Om het toch maar een beetje dicht bij huis te houden: naast onze materiële wereld is er onder andere ook een astrale gevoelswereld en een mentale denkwereld. Deze drie zijn voor mij voorlopig voldoende. Sferen die je kan proeven, gevoelens die op bepaalde plekken hangen noem je dan astrale velden. Gedachten en ideeën die in de lucht hangen heten dan mentale velden. Ik hou van die driedeling omdat ze parallel loopt met die van handelen, voelen en denken, die je heel vaak ziet als je erop let, en die ik de laatste dagen regelmatig tegenkom in het boek Ik Ben/Zijn van Nisargadatta Maharaj. Er bestaan natuurlijk nog meer hogere en fijnstoffelijker werelden, maar voorlopig wil ik alleen de vraag stellen of deze werelden echt zijn of niet, waarmee tegelijkertijd die vraag is gesteld over onze materiële wereld: is this all there is?
Juist in onze zogenaamde ‘verlichte’ wereld met zijn suprematie van materie en rationaliteit, mag er best eens op gehamerd worden dat er méér is, en dat dat wat méér is even reëel en concreet is als de beperkte materialistische wereld waarin alles alleen om economie lijkt te draaien. Gevoelens en ideeën zijn minstens even echt, en niet een ‘droom’. Oosterse filosofieën draaien dat om: onze materiële wereld is een droom waaruit wij kunnen ontwaken, een filosofie die ook door The Beatles dichterbij ons zijn gebracht, en door George Harrison in zijn lied Living in the material world. Maar of het nu om werkelijkheid of een droom gaat: voor mij is de ene wereld niet minder waard, echt of reëel dan de andere, en horen ze allemaal bij het leven. Vandaar dat je moeilijk de ene een schijnwereld kunt noemen en de andere niet: gedachte- en gevoelswerelden zijn even echt als die van de materie. Sterker nog: zou er zonder gedachten, ideeën, en zonder gevoelens, liefde, überhaupt een materiële wereld bestaan?
Ooit noemde ik een weblog Virtuele vrienden. Dat is trouwens ook het antwoord op de vraag die ik in de vorige weblog stelde: de titel van het boek is steeds gelijk aan de naam van de eerste blog erin. Je hoeft dus alleen te kijken naar de eerste weblog na de genoemde 6 juni 2010. In die blog vertel ik over de echtheid van virtualiteit, over hoe ik iemand ken die ik nooit ‘in het echt’ heb ontmoet. Dat blijft een wonder, net zoals het een wonder is dat muziek ons zo kan beïnvloeden, of dat we allemaal geïnspireerd en geobsedeerd kunnen zijn door bepaalde gedachten en ideeën. Uiteraard heb je een probleem als je al deze werelden door elkaar heen gaat halen – bijvoorbeeld iets astraals voor iets concreets aanziet of zo – maar je hebt ook een probleem als je die andere werelden ontkent of uit de weg gaat. ‘Begin eerst maar in deze wereld je zaakjes op orde te krijgen voordat je toe bent aan andere, hogere werelden,’ wordt dan gezegd. Terwijl het volgens mij juist onmogelijk is om een beetje leuk in deze wereld rond te wandelen zonder contact met die andere werelden.
Zoals ik al eerder zei: virtual reality bestaat eigenlijk niet. Maar dat maakt het juist wel zo leuk om erover te vertellen!
Gepost in Computer en internet, Psychologie, Second Life, Spiritualiteit
Geen reacties »