Blaricumse rebellen

Date 9 juli 2012

Vanmiddag heb ik weer eens meegemaakt hoe walgelijk politiek kan zijn. Met vier andere raadsleden zat ik in het mooie provinciehuis in Haarlem op de publieke tribune te luisteren naar gelieg, gemanipuleer, verdraaien van feiten – naar al dat soort dingen waardoor politiek, dit keer onder leiding van VVD-gedeputeerde Elisabeth Post, zich zo gehaat maakt. Alle zogenaamde vooroordelen over politiek en politici werden ter plekke bevestigd. Wij, als Blaricummers, zijn voor de meesten de gebeten hond omdat we niet mee willen werken aan de uitgaven van een dikke tien miljoen voor een vrije busbaan – het zogenaamde Meenttracé – door ons dorp, die helemaal niet nodig is omdat die hooguit een minuut tijdwinst oplevert. Zo simpel is het. Maar hoe leg je politici uit dat ze nodeloos geld over de balk gooien? Nee dus. Je kan van politici niet verwachten dat ze allemaal hoogbegaafd zijn, maar dit is toch wel een ander extreem! Wat een zootje toch dat de macht in handen heeft…

Blaricum is inmiddels vaak vergeleken met dat dorpje in Gallië dat weerstand biedt tegen de Romeinen. De hele raad is massaal tegen die vrije busbaan, die een klein deel moet uitmaken van de HOV tussen Huizen en Hilversum. Maar wel vinden twee oppositiepartijen in Blaricum dat je bij overmacht toch maar het beste eruit moet zien te halen door toe te geven aan deze provinciale idiotie. Redden wat er te redden valt, heet dat, maar ik vind het ronduit laf. Je gaat niet meewerken aan iets waar je tegen bent. ‘Als je verkracht wordt, vraag je ook niet of het wat minder kan,’ zei een inspreker tijdens een rondetafelgesprek, en er werd nog een andere pijnlijke vergelijking gemaakt die meteen werd afgehamerd. Wellicht terecht, maar je zou je wel kunnen afvragen hoe mensen toch zover kunnen komen dat ze dit soort radicale associaties maken. Wellicht omdat lafheid de kiem van veel ernstiger en grotere misstanden kan zijn?

Opvallend is het dat politici besluiten nemen over zaken waar ze nauwelijks verstand van hebben. ‘Wij vertrouwen het college,’ is het enige argument van het CDA na een betoog over bestuurlijk dualisme. Omwille van de coalitie met de VVD – uit welk netwerk dit potverterende spel komt – lulden en draaiden het CDA, de PvdA en D66 zich aan alle kanten uit de kritische noten van onder andere de SP, GroenLinks, Ouderenpartij en ChristenUnie-SGP, alle oppositiepartijen uiteraard. Arme Johan, je zal toch maar Commissaris van de Koningin zijn en dan met zo’n club zitten! Eigenlijk zouden coalities afgeschaft moeten worden, dan zou de politiek een stuk interessanter worden voor de buitenstaander, want dan zou elke partij gewoon weer voor zijn eigen standpunten kunnen opkomen. Maar goed, we hebben ze vanmiddag twee uur beziggehouden, en het is een ieder inmiddels wel duidelijk dat hierover wat ons betreft het laatste woord nog niet gesproken is. Zo lieten we vorige week in Hilversum een vliegtuigje rondcirkelen. Ja, ik ben blij dat ik bij de Blaricumse rebellen hoor!

Broers Jussen op zomerconcert

Date 2 juli 2012

Vrijdag is voor mij de zomer begonnen. Met Hein en Floor gegeten in Bellevue, lekker buiten. Omdat het sneller was dan met de bus is Vriend vanaf Tergooiziekenhuizen – een beroemde overstapplaats in het Gooi – komen lopen. Er rijden nog teveel bussen die maar eens in het uur rijden (áls ze al rijden) en dan ook nog slecht op elkaar aansluiten, en hier lijkt me dat hier een mooie taak is weggelegd voor onze provinciale mevrouw Post. Doet ze ook eens iets wat nuttigs. Maar goed, we zijn nog jonge gepensioneerden, dus even lekker lopen is best gezond. En de geitenkaassalade smaakte heerlijk. Glaasjes wijn. Sigaartjes. Ik vertelde Hein over hoe ik hem gisteren veelvuldig heb gezien op oude films uit begin jaren zeventig, die ik heb laten digitaliseren door Autofocus in Bussum. Elke maand pak ik weer een oude haspel dubbel 8-film en laat daar voor een euro of vijftig een dvd van maken. Wat waren we levendig, mooi en jong in die tijd! Na het eten wandelden we langs mooie stukjes Blaricum naar Rust Wat, waar elk jaar een zomerconcert plaatsvindt.

Want daar, onder het tentzeil boven het podium op het eiland te midden van de grote vijver gaven de broertjes Jussen een concert. Dat was één van de mooiste die ik daar heb meegemaakt! Echt twee wonderkinderen: Lucas is 19 en Arthur 15. Ze speelden Beethoven, Schumann, Rachmaninov en Chopin, en het is wonderbaarlijk hoe mooi jonge mensen dat soms kunnen. Want je zou zeggen: weinig levenservaring, dus hoe kan je gevoel en emotie in de muziek leggen? Maar wellicht is het juist dat blanco zijn van de jeugd, dat haar tot dit soort bijzondere prestaties in staat stelt. Een onbeschreven blad reflecteert het zonlicht beter dan een blad dat van ouderdom verbruind en verrimpeld is. Het meest genoot ik van drie preludes van Rachmaninov. Vaak speelde Arthur of Lucas solo, maar ze speelde ook quatre-mains. De afstand was te groot om echt hun gezichten en uitdrukkingen te kunnen zien, maar het was wel mooi hoe hun schaduwen het tentdoek achter hen tot leven bracht. Het is ontroerend te zien hoe jeugd door klassieke muziek gevangen kan zijn en op YouTube zijn mooie filmpjes van hen te vinden met muziek van bijvoorbeeld Schubert, Fauré en Beethoven.

Eenden en ganzen zwommen en kwaakten rond de waterlelies. Zwaluwen kriskrasten laag in de lucht. De wassende maan verschool zich langzaam achter de bomen. Twaalfhonderd mensen genoten in stilte. Hoewel ze wel wat teveel applaudisseerden, zoals tussen de delen van de Jachtsonate van Beethoven. Ik ook trouwens. Maar dat kwam ook omdat het programma niet echt overzichtelijk was. In de pauze met Hein een beetje rondgekeken en het viel hem om dat hier bijna geen dikke mensen waren te bekennen. We praatten over hoe gezondheid en opleidingsniveau samenhingen, zoals recentelijk bleek uit de overlevingskans van kankerpatiënten. Wethouder Gijs kwam langs met een wit wijntje waar hij geen raad mee wist, en bood het ons aan. Ik miste het gezelschap van dorpsblad hei & wei, dat hier toch had moeten zijn. Het concert was pas tegen elf uur afgelopen, na nog twee korte toegiften van de broertjes Jussen. Waarna we weer loom naar de auto slenterden en dankbaar waren voor het mooie weer op deze bijzondere dag. Kan het romantischer?

De Postkoets

Date 26 juni 2012

Gisteren hebben we als Blaricumse gemeenteraad een luid en duidelijk Nee! gezegd tegen plannen van de provincie om een vrije busbaan door ons dorpsgroen aan te leggen. Niet dat we tegen hoogwaardig openbaar vervoer, een HOV zijn, maar wel omdat we niet begrijpen wat een vrije busbaan in onze gemeente daaraan toevoegt. Als je iets voor niets kan krijgen maar er toch tien miljoen euro voor gaat betalen, ben je niet goed bij je hoofd. En dat is kennelijk het geval bij gedeputeerde Post van Noord-Holland, die coûte que coûte dat geld kwijt wil door betonnen bakken in ons groen te gaan storten, waardoor de HOV even snel door ons Blaricum komt als zónder dat beton, namelijk door gewoon mee te rijden op bestaande wegen. Dat weten we zeker, want ze waren bij de provincie zo stom om alvast een nieuwe buslijn 320 over die bestaande wegen te laten rijden, waardoor nu is gebleken dat de tijdwinst nu al even groot is als die van de HOV zou zijn na alle aanslag op groen, ruimte, herrie, veiligheid en andere overlast. Met andere woorden: er is er al een HOV, en daar zijn we blij mee ook. Er hoeft gewoon niets meer aan toegevoegd te worden! De Postkoets rijdt al!

Nu zit mevrouw Post wel met dat beton in haar maag. Want die vrije busbaan moet er komen in Blaricum. Anders stort haar hele kaartenhuis – zo heeft ze het zelf onlangs genoemd! – in elkaar. En ja, dit hele HOV-gedoe wordt inderdaad met plakband, paperclips en elastiekjes overeind gehouden. Hij moet rijden tussen Huizen, via Blaricum en de A27 naar Hilversum en ook daar zijn ze er nog lang niet uit hoe dat moet allemaal. Nee, de autoweg krijgt geen vrije busbaan, dat is onnodig. En de gemeente die het meest belang heeft bij de HOV, onze lieve christelijke buurgemeente Huizen die om de tien jaar de Bijvanck wil inpikken, wil zelf ook geen betonnen bakken, zodat ze die naar ons Blaricum doorschuiven. Ja, Huizen is een van de grotere gemeentes zonder treinstation en dat is natuurlijk zielig, maar dat is geen reden om een nieuwe Gooise moordenaar door kwetsbare gebieden in Blaricum te gaan jagen. En eigenlijk heeft Hilversum met zijn drie stations helemaal geen HOV nodig. Net als Bussum met twee stations. Maar ook bestuurders in de andere gemeenten in het Gooi sluiten zich aan bij de provincie die vindt dat de nutteloze vrije busbaan bij ons moet worden aangelegd.

Omdat totaal niet te begrijpen is waarom de provincie willens en wetens miljoenen over de balk wil gooien, rijst het vermoeden dat er heel andere belangen in het spel zijn. Zo hebben politici de neiging om een geurspoor na te willen laten, en wellicht hoopt de gedeputeerde dat de Plas van Mie tussen Blaricum en Laren ooit wordt omgedoopt tot de Plas van Post. Veel van wat rond die HOV gebeurt kan niet anders verklaard worden dan met een mix van achterkamertjes, chantage, dealen en partijbelangen. Vooral van de VVD, want die is wel opvallend vertegenwoordigd onder de volgelingen van Post. Het is dan ook heel moedig van onze coalitiegenoot VVD om met ons, Hart voor Blaricum, D66 en de PvdA een duidelijk Nee! te zeggen tegen de belachelijke plannen van de provincie. Complimenten, Ralf! Het maakte me gisteren blij dat we niet gebogen zijn voor de dreigementen van de provincie met een inpassingsplan, hoewel de lafheid van andere partijen en gemeenten om ons heen wel schrikbarend teleurstellend is en zichtbaar maakt waarom zoveel mensen geen vertrouwen meer hebben in de politiek.

Onder mensalen

Date 18 juni 2012

Het weekend doorgebracht in Baarlo, iets ten zuiden van Venlo, waar in kasteelboerderij De Berckt een Annual Gathering was van Mensa, de ‘High IQ Society’. Dat is één grote familie met meer dan 100.000 leden over de hele wereld, die geacht worden elkaar allemaal met jij en jou aan te spreken. Klinkt een beetje elitair, maar aan de andere kant: als je nu eenmaal ‘zo’ bent is het natuurlijk wel heerlijk ontspannen om je onder soortgenootjes te begeven die je zelf – hoe ongewoon ze ook zijn – weer als heel gewoon ervaart. En topsporters zullen ook wel clubs hebben waar je nooit van je leven bij kan komen als je niet met een optimaal lijf bent geboren. Vriend is meegegaan en genoot ook van de sfeer waarin je gewoon rustig jezelf kunt zijn zonder je zorgen te hoeven maken over of je haar wel goed zit, of over het al dan niet binnenstebuiten aanhebben van je T-shirt. Want het is een opvallend non-conformistische club, en ik verwonder me dan ook over het verband hiermee met hoge intelligentie.

Laat ik vooropstellen dat hoogbegaafdheid niet is wat je denkt dat het is. Dat maakt het uit de kast komen – voor zover dat zou moeten – heel lastig. Er zijn veel vooroordelen die ik het afgelopen weekend allemaal weer heb zien voorbijkomen. Zo zou een hoge intelligentie meteen voor elk probleem de meest briljante oplossing geven. Nee dus, want in je overklokte hersenen zijn talrijke oplossingen en mogelijkheden, tot het chaotische toe, waaruit je dan weer een keuze moet maken wat heel verlammend kan werken. Zelf ben ik ook wel eens Albert Heijn zonder haarshampoo uitgelopen omdat het kiezen uit 42 verschillende soorten me teveel werd. Zo zou een hoge intelligentie ertoe leiden dat je ook een hoge opleiding hebt. Nee dus, want velen van hen zitten te ‘suffen’ in de klas, omdat hun hersenen alweer vele andere paden bewandelen dan de bedoeling is, en ik ben niet de enige die na de lagere school een veel te laag advies heeft gekregen, want volgens het schoolhoofd zou ik de mulo nog niet eens gehaald hebben. Zo zouden hoogbegaafden, geholpen door hun slimheid, ook hoog op de maatschappelijke ladder staan. Nee dus, want je treft ze overal aan, en daar wordt ook expliciet rekening mee gehouden.

Maar hoe komt het dat hoge intelligentie lijkt samen te hangen met non-conformisme? Met associatief denken? Met hooggevoeligheid? Dat maakt allemaal dat het niet is wat het lijkt, en ik ben nieuwsgierig naar onderzoek hiernaar, hoewel ik wel mijn eigen ideeën hierover heb. Het zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat de verbindingen tussen de rationele linker- en de associatieve rechterhersenhelft beter zijn, zodat het logisch verstand – wellicht na een soort kookpunt bereikt te hebben – zich aanvult met wat ik intuïtie of creativiteit noem. Je zou kunnen zeggen dat hoogbegaafden dingen bedenken die je eigenlijk niet kunt bedenken. Een slim iemand ervaart ook de beperkingen van zijn eigen slimheid, ja toch? Althans als hij op zijn minst een beetje in zijn rechter hersenhelft zit. Dat maakt ook relativerend en minder krampachtig in het boetseren van gedachtenkronkels. Alleen voel je je daarmee niet echt thuis in een wereld waarin alles door technocratisch denken en management van A tot Z in regeltjes is verpakt. ‘Gewoon stoppen met denken,’ stelde ik eens tijdens een borrel van mensalen voor om een probleem op te lossen. Lol dus, want velen vinden dat juist moeilijk, óf omdat ze het leuk vinden, óf omdat ze er maar niet vanaf kunnen komen.

We hebben de afgelopen dagen dan ook aan iets als mindfulness of zijnsoriëntatie gedaan, waarbij we ons geblinddoekt door een partner door de tuin moesten laten leiden. Er was een workshop over chaos – een toestand die zich in ons denken nog wel eens voordoet – waarin we een idee kregen wat mindmapping eigenlijk is, maar ik heb daar niet zoveel mee. We aten en praatten met vele lotgenoten om steeds opnieuw dingen van onszelf te herkennen. We lagen drie uur in een opblaasbaar planetarium, waar een Nijmeegse student ons vertelde over botsende sterrenstelsels en hoe tijdens de big bang ook de tijd werd geschapen. Met dat laatste heb ik het altijd al wat moeilijk gehad, want hoe kun je nou tijd scheppen als je daar geen tijd voor hebt? Ook door gebrek aan tijd hebben we enkele activiteiten gemist, zoals familieopstellingen, karaoke en een lezing van een officier in Afghanistan. Maar we hebben ondanks de regen nog wel bij het kampvuur gezeten! Heerlijk, dat leven met en onder buitengewoon gewone mensen. Net een grote familie, en dat is het eigenlijk ook.

Geld

Date 13 juni 2012

Sommige mensen vinden dat ik een dromer ben, en inderdaad kan ik wel eens uit mijn ogen kijken alsof ik niet helemaal van deze wereld ben. En als mensen vooroordelen over me hebben, doe ik daar graag een schepje bovenop. Bijvoorbeeld door in virtuele werelden te duiken om vervolgens te verkondigen dat ze nog echt zijn ook. Dat zal wel mijn provocerende Watermankant zijn, die het regelmatig niet kan nalaten om dingen op zijn kop te zetten. In de jaren zestig liep het provoceren al op het Spui de gaten uit, en hoewel ik daar ter plekke nooit aan heb meegedaan had het wel mijn sympathie omdat je daarmee toch iets als waarheidsvinding uit de tent lokt. Wat was er verkeerd aan de ideeën van de Stichting Pro Lang Haar? Helemaal niets, zoals we vandaag de dag om ons heen kunnen zien. En laten we niet vergeten dat we zonder dromen wellicht nog steeds in de Middeleeuwen leefden, hoewel die waarschijnlijk lang niet zo duister zijn geweest als menig rationalist ons tegenwoordig wil doen geloven. Kortom: ik ben een dromer en geloof in dromen.

Maar sommige dromen gaan zelfs mij te ver. Neem nou de hele financiële crisis. Die zou nooit hebben bestaan als we tijdig beseft hadden dat de waarde van  geld op zich een collectieve droom is. Is het geloof in geld niet het toppunt van virtual reality? Toen we nog de gouden standaard hadden kon ik me er nog iets bij voorstellen, maar vandaag de dag is geld niets anders dan getallen in computers, en die kunnen daarom zomaar verdwijnen of verschijnen wanneer we dat maar willen of wanneer computer op hol slaat en dreigt de beurs te doen crashen. En dat is dan ook in royale mate gebeurd. Maar met zijn allen blijven we nog steeds geloven dat geld echt bestaat, terwijl zelfs Monopolygeld meer waard is omdat je dat tenminste nog in je handen moet hebben om er iets mee te kunnen doen. De oplossing van de crisis ligt dan ook heel erg voor de hand: schaf het geld af, bestempel het als een drug die verslavender is dan welke drug dan ook.

Als je echt je ogen open doet is er namelijk helemaal niets aan de hand, en is die hele crisis bedacht door mensen die ons angst willen aanjagen om zo macht over ons uit te oefenen. Laat iedereen gewoon doorgaan met de dingen te doen die hij doet, maar dan zonder geld. Doe je boodschappen, maar betaal er niet voor. De grootgrutter betaalt zijn facturen ook niet, facturen die natuurlijk wel gemaakt moeten worden, omdat ook die crediteuren gewoon blijven doen wat ze altijd deden, net als alle mensen op accountants- en belastingkantoren. Laten we collectief ons geloof in geld opzeggen, en alle financiële getallen zien voor wat ze werkelijk zijn: inkt op papier en pixels op een computerscherm. We gaan dus met zijn allen gewoon door met het leven zoals we dat gewend zijn, zonder opeens proletarisch te gaan winkelen en zo. Laten we wakker worden uit de droom dat geld echt iets voorstelt. En als we met zijn allen niet in staat zijn om geld te zien voor wat het is – niets namelijk – en we toch gaan plunderen en elkaar de hersens gaan inslaan, dan toont dat iets van onze ware aard die we tot nog toe achter de virtuele werkelijkheid van het geld verborgen hadden.

Nieuwe desktop

Date 8 juni 2012

De afgelopen weken ben ik druk bezig geweest met een nieuwe desktop in te richten. De vorige was inmiddels vijf jaar oud, dus die begon aardig retro te worden. De jongens van CompTech World.nl in Huizen hebben een nieuwe computer voor me gebouwd, en die bevalt me tot nog toe uitstekend. En het is een verademing dat computers niet altijd rammelkasten hoeven te zijn, want dank zij een Crucial SSD-disk, waarin de schijf is vervangen door flashgeheugen, start Windows 7 nu in 40 seconden op. Het is trouwens wel wennen als je Windows XP bent gewend, maar uiteindelijk vind ik dit besturingssysteem wat bediening betreft zo slecht nog niet. Net als Office 2010, hoewel het natuurlijk wel af en toe zoeken is in de diverse linten die je bovenin het beeld kunt toveren. Uiteraard is mijn grafische kaart, een AMD Radion HD 6670, veel sneller dan mijn vorige, wat onder andere mijn leven in Second Life minder schokkend en hakkelend maakt, ja, waardoor mijn hele digitale leven wat vloeiender en daardoor rustiger verloopt.

Het meeste werk was natuurlijk het overzetten van de software naar de nieuwe computer. Hier en daar heb ik nieuwe versies moeten kopen, zoals van het goede back-up-programma Acronis, dat eerst niet wilde installeren maar dat pijlsnel door chatten, telefoneren en gebruik van Teamviewer door een jongen van de helpdesk – uiteraard in India – in orde is gemaakt. Heel anders ging het bij de helpdesk van boekhoudsoftware King, waar men mij verzekerde dat mijn oude versie niet meer zou werken en ik dus voor zo’n kleine duizend euro moest investeren, terwijl Marcel en ik later uitvonden dat het probleem met een paar muisklikken op te lossen was. Niet echt reclame dus. Verder heb ik mijn favoriete e-mail archiefprogramma MailStore weer geïnstalleerd, waarmee ik al mijn 73.044 mails vanaf 2008 kan doorzoeken. Een mooi gelikt programma, en nog gratis ook, zodat ik niet begrijp waarom niet iedereen het gebruikt. Ook heb ik Abbyy FineReader aangeschaft, waarmee je teksten kan scannen om er bijvoorbeeld Word-documenten of doorzoekbare pdf’s van te maken.

Het is elke vijf jaar een heel gedoe, maar dwingt me wel tot een grote opruiming en reorganisatie van mijn computer. Welke programma’s gebruik ik eigenlijk nooit en installeer ik dus niet opnieuw? Hoe zet ik al mijn bestanden van verschillende soorten bij elkaar in overzichtelijke en makkelijk te vinden mappen? Tijdens al dit geïnstalleer had ik de nieuwe  computer met alleen een toetsenbord, beeldscherm en draadloos internet op de werktafel gezet, terwijl ik gewoon mijn oude vertrouwde bakkie bleef gebruiken. Tot het magische moment, een paar dagen geleden, waarop ik de computers verwisselde, waarmee de nieuwe nu ook met printers en geluid verbonden werd. En toen nog moest ik later toch nog een paar keer in de oude computer neuzen omdat ik wat bestanden, zoals een lettertype, had vergeten te kopiëren, of omdat bestanden verkreukeld waren overgekomen, zoals die van het mooie stamboomprogramma Aldfaer. En gelukkig blijken ook vrijwel alle oude DOS-programma’s, zij het binnen een venster, te blijven runnen, mede omdat ik voor de zekerheid er maar een 32-bitsversie van Windows in heb laten zetten.

Net als een auto vergt de digitale wereld onderhoud en af en toe wat investeringen van geld en moeite voor bijscholing. Maar de voordelen wegen er wel tegenop. Want of je nou wil e-mailen, dvd’s bekijken, bellen, publiceren, adresbestanden bijhouden, facebooken, horoscopen maken, fotoalbums samenstellen, plaatjes en films bewerken, boekhouden, de hele aarde kunnen bekijken, twitteren of op het internet surfen, dat was bijna allemaal niet mogelijk toen ik in 1980 de eerste computer, een TRS-80, onder mijn vingers had. Werken met een eenvoudige database, spreadsheet en tekstverwerker, wat simpele spelletjes doen of een correlatiecoëfficiënt berekenen (wel eerst zelf programmeren dan) en dat was het dan. Terwijl nu alle informatie pijlsnel binnen bereik is, communicatie bijna niets kost en het venster op de wereld heel goedkoop voor iedereen open staat. En niet alleen op deze wereld, maar ook op de zogenaamde virtuele werelden zoals Second Life waar het leven, ondanks de weinige aandacht van pers en media, steeds mooier en rijker wordt. En nu snel deze weblog publiceren, want daar ziet Robbie inmiddels naar me uit.

Bloemenregen

Date 27 mei 2012

Pinksteren is het feest van verlichting. Dat kan niet anders, want hoe moet ik anders de uitstorting van de Heilige Geest zien, het neerdalende inspirerende vuur waarmee de discipelen werden begiftigd? Het doet me denken aan Bhagwans prachtige verhaal over Boeddha’s discipel Subhuti, uit 1974, waarmee zijn boek …And the flowers showered begint. Dat heb ik vanmiddag in de tuin nog eens gelezen. Het is één van mijn lievelingsverhalen, misschien omdat het een van de eerste was die ik van Bhagwan las. Subhuti zat onder een boom en opeens werd hij door de goden geprezen om zijn toespraak over leegheid. Waarop hij zei dat hij helemaal niets had gezegd. ‘Jij hebt niets over leegheid verteld,’ antwoordden de goden. ‘Wij hebben geen leegheid gehoord. Dat is de ware leegheid.’ Waarop bloemen als regen over Subhuti neerdaalden.

Het lijkt een sprookjesachtig verhaal dat je vooral symbolisch moet opvatten, maar volgens Bhagwan is het juist heel concreet, mits je je zintuigen maar voor subtiele energieën openzet. En niet in de laatste plaats vertelt dit verhaal over de nondualiteit van het bestaan, want het gaat over het loslaten van het ego waarmee je je altijd van dat bestaan tracht te onderscheiden. Pas als je niet meer bestaat word je verlicht. En Subhuti was een nobody die zich altijd onopvallend ergens achterin de schare van Boeddha’s volgelingen bewoog. Juist voor die mensen, die zich niet meer onderscheiden en steeds meer willen, staat de poort naar verlichting wagenwijd open. Niemand kende hem en hij vond zichzelf volstrekt onbelangrijk – heel anders dan de vele schriftgeleerden die alle heilige teksten uit hun hoofd konden opdreunen maar juist daaraan een groot ego ontleenden dat hen in de weg stond naar die bevrijding.

Over wat leegheid is maakt Bhagwan onderscheid tussen negatieve en positieve leegheid. In het eerste geval is er sprake van frustratie, depressie, van regressie in plaats van groei. Bij positieve leegheid, wat een sublieme leegheid is, realiseer je je dat al je dromen nooit vervuld hadden kunnen worden. Het probleem ligt dan niet meer bij de dingen die je niet kan bereiken, maar bij het verlangen zélf, en dat laat je nu los. Dan komt verlichting, maar verlichting is geen ervaring en kan ook geen herinnering zijn, omdat er dan nog altijd sprake van dualiteit is. Het is altijd in het nu, het is ervaren. ‘Alle grenzen losten op. Het universum begon met hem te versmelten en hij versmolt in het universum.’ Maar zolang ik daar nog over droom als een romantisch sprookje dat eens werkelijkheid zal worden, ben ik nog niet wakker. Want als ik echt goed oplet blijkt de werkelijkheid een droom te zijn, en de droom werkelijkheid.

Winkelmandjes

Date 25 mei 2012

Straks ga ik boodschappen bij Albert Heijn doen. Biertjes halen en zo. Net te zwaar voor een winkelmandje, dus dat wordt een wagentje, ondanks het nieuwe alternatief dat er sinds enige tijd is: het winkelmandje op rolletjes. Maar ik durf niet zo’n mandje op wieltjes achter me aan te slepen. Alsof koffers en boodschappentassen op rolletjes al niet decadent genoeg zijn! Maar het kan kennelijk altijd nog zotter. Maar dat je je zo open en bloot laat kennen… Dat je niet eens meer in staat bent om een winkelmandje te drágen… Wie zijn nou de mietjes: zij of ik? Zo’n winkelmandje achter je aan zeulen zou ik zelf brutaal willen noemen. Net zoiets als heel openlijk De Telegraaf gaan zitten lezen. Ik zou het niet kunnen! Bovendien neem je met zo’n winkelmandje op plastic wieltjes (met daarin een pak keukenrollen) extra veel ruimte in, zodat de uitbreiding die onze Albert Heijn heeft ondergaan alweer teniet is gedaan. Of misschien wel juist bedoeld was om dit nieuwe speelgoed extra ruimte op de vloer te geven. Wat me wel verwondert is dat ik nog nooit over zo’n mandje ben gestruikeld.

Ja, je kan zo’n ding ook als gewoon winkelmandje gebruiken, maar dan blijft er nog een vervelend handvat uitsteken. Winkelmandjes zijn trouwens allemaal al veel te groot geworden de laatste jaren. Opdat we meer kopen natuurlijk. Maar ik wil helemaal niet meer kopen! Ook omdat ik diep in mijn hart al die consumptieve groei maar onzin vind. Bij onze C1000 hebben ze nu twee modellen mandjes: ouderwetse en nieuwerwetse, waarbij die laatste natuurlijk groter zijn. Dat betekent dus twee stapels mandjes bij de kassa’s (en regelmatig ook alléén bij de kassa’s). Voor zover je van stapels kunt spreken, want de helft van de klanten zet zijn winkelmandje schuin op het bovenste mandje, zodat een volgende klant dat weer recht mag zetten. Het zijn de kleine dingen waarin je de mensen leert kennen: bijvoorbeeld hoe ze hun winkelmandje neerzetten. Die stelling durf ik als psycholoog wel te verdedigen.

Vaak denk ik dat je helemaal geen tests en zo nodig hebt om iets over mensen te zeggen. Dat je ze vaak door kleine dingen leert kennen. Een auto met twee wielen op straat en twee wielen op het trottoir? Gewoon lafheid: wel overtreden maar toch niet helemaal. Telegraaflezer? Hufter. Zonnebril op? Iemand die zich niet wil laten kennen. Rood haar? Oppervlakkig, op uiterlijk gericht. Winkelwagentje voor zich uitrijdend bij de kassa? Man. Winkelwagentje achter zich aanslepend bij de kassa? Vrouw. En nu we toch weer in Albert Heijn terug zijn: ik ben ook zo ouderwets dat ik niet aan zelfscannen meedoe. Zijn ze nou helemaal? Hun werk voor nop aan mij uitbesteden! Maar misschien dat ik zelfscannend wat korting krijg? Dat zou ik eens moeten navragen. O ja: zelfscanners zijn types die slaafs met alle nieuwigheden meedoen. Of is dit allemaal te kort door de bocht? Maar dat kan best met zo’n winkelmandje, dat ligt goed op de weg. En wat die zelfscanners betreft: wat zou er gebeuren als klanten daarmee zichzelf gingen scannen?

Quisque sibi proximus

Date 14 mei 2012

Omdat ik een grote Bommelfan ben, verzamel ik opnieuw de avonturen van deze heer van stand, dit maal zoals de strips op ware grootte worden uitgegeven door De Bezige Bij. Deze uitgever was de eerste die de verhalen van Marten Toonder in boekjes publiceerde, en dat werden 46 pockets met meestal twee of drie verhalen, die tussen 1967 en 1989 het daglicht zagen. Ja, in herinner me nog dat het indertijd best gewaagd was om een stripverhaal uit te geven alsof het echte literatuur was. De plaatjes waren echter klein, net als in de later door dezelfde uitgever gebonden kleurige serie van 40 boekjes met elk één verhaal, die tussen 1994 en 1996 verschenen. Maar ook die collectie bevatte niet de volledige werken zoals die tussen 1990 en 2002 in leren banden en zeer zorgvuldig gedocumenteerd verschenen bij Uitgeverij Panda. En nu verschijnen dus alle verhalen in 60 deeltjes op krantenstripformaat, wat volgens mij het meest recht doet aan de oorspronkelijke werkelijkheid.

Vorige week verschenen drie nieuwe deeltjes met daarin het verhaal De liefdadiger uit 1964. De rode draad in dit verhaal is een versje dat begint met ‘Quisque sibi proximus’ waarmee je brekels kunt oproepen. In het begin weet nog niemand wat brekels eigenlijk zijn, maar heer Bommel weet er eentje op te roepen in het Savelbos onder de volle maan. Een keurig klein kereltje met bolhoed en een grote bril omdat hij eigenlijk niets ziet. Deze man, Lieven Brekel genaamd, roept altijd: ‘We blijven lachen!’ Enerzijds hangt hij de goeddoener uit met allemaal mis-uitvindingen zoals verpakkingen die je niet meer open kunt krijgen, maar anderzijds zorgt hij er ook voor dat heer Bommel letterlijk de klappen voor hem opvangt. ‘Dat is gemeen!’ roept Tom Poes. ‘Waarom stuurt u die woesteling naar heer Ollie?’ ‘Haha!’ lacht Brekel. ‘Nogal logisch! Anders zou hij míj hebben aangevallen, nietwaar? Haha. Stel je voor. Dan zou ik nu zo op de grond hebben gezeten. Nee hoor, ik blijf liever lachen. Trouwens, ieder is zichzelf het naast. Quisque sibi proximus. Zo is het toch? Haha!’

Wat een knappe typering van Mark Rutte die toen nog geboren moest worden! Want ook die lacht graag en gelooft nog steeds in de zegen van eigenbelang. Als dat niet zo was had de VVD wel afstand genomen van het zelfzuchtige neoliberalisme. Het gekke is dat ik al jaren het gevoel heb dat er iets is met zijn ogen, in de manier waarop hij kijkt. Alsof hij als brildrager toch nog een bril nodig heeft, zoiets. En dat kenmerkt ook Lieven Brekel. Wellicht symboliseert het slechte zicht van Brekel het gebrekkige inzicht in de consequenties van zijn geloof in zijn eigen hemd dat hem nader is dan zijn rok. Maar aan de andere kant vraag ik me af in hoeverre het Quisque sibi proximus niet eigenlijk ook voor mij geldt en wellicht zelfs een natuurwet is. Misschien is egoïsme zelfs noodzakelijk om te overleven. Zo eten we dieren, net als andere dieren, en eten we planten als we ons iets beschaafder gedragen. Maar we leven altijd ten koste van ander leven, van de natuur, hoe liefdevol, pacifistisch of alternatief we ook zijn. Rozenkruisers spreken zelfs heel somber van de ‘natuur des doods’…

Nou doen we meestal nogal moeilijk over de dood. We vinden het meestal heel erg, en slechts weinigen gaan feesten bij een begrafenis of crematie zoals sannyasins dat vaak doen. Terwijl het eigenlijk veel treuriger is dat iemand geboren wordt dan dat hij sterft, want elke incarnatie wijst er opnieuw op dat de reis nog niet is volbracht en er weer lijden te wachten staat, de verlichting nog niet gerealiseerd is. Rouwadvertenties bij geboorten en vrolijke kaarten bij sterfgevallen – ook dat had gekund. Als we wat minder moeilijk over sterven deden, hadden we misschien meer oog voor het zich vrijwillig offeren en was ook dat minder problematisch voor ons. Zoals het voor dieren misschien helemaal niet zo erg is om gedood en gegeten te worden – ik hoorde laatst iemand vertellen dat bij een dier de ziel snel uit het lichaam vlucht zelfs voordat het pijn kan voelen. Er is een tijd is om te eten en een tijd om gegeten te worden. Misschien dat ik daarom liever begraven wil worden, omdat ik bij crematie toch het gevoel blijf houden dat ik mijn lichaam aan de natuurlijke gang van zaken onttrek.

Het Quisque sibi proximus creëert een hel zolang dat ‘sibi’ er nog is, er nog zelven bestaan die niet doorhebben dat zij een organisch geheel vormen met al wat leeft en zich daarin verheugen. En dat lijkt de laatste decennia steeds minder het geval te zijn. Want steeds meer gaat het leven ten koste van anderen, die geacht worden zich op te offeren voor ego’s, decadentie en machtswellust van een steeds kleiner wordende onbevredigbare elite, die zo treffend is verwoord en verbeeld in Marten Toonders verhaal De bovenbazen. Maar als eten en gegeten worden met liefde en toewijding gebeurt, doen dieren er waarschijnlijk minder moeilijk over dan wij denken. Alles in de natuur houdt van elkaar, in welke betekenis dan ook. Is daar iets mis mee dan? Alleen als je zelfzuchtig bent en niet gegeten wil worden. Dan mag je ook niet eten, vind ik. Eerlijk is eerlijk!

Pim Fortuyn

Date 6 mei 2012

Wat heb ik gejankt op die dag, tien jaar geleden, toen Pim Fortuyn was vermoord! Alsof alle geloof, hoop en liefde in, op en voor een nieuwe politiek in één klap was weggevaagd, alsof een nieuwe bloem in de kiem was gesmoord. Alsof iets als ‘nieuwe politiek’ als een veel te gevaarlijke ontwikkeling bewust en misdadig met de grond gelijk was gemaakt, na een demonisering die door de ‘oude politiek’ was omhelsd. Ook velen die beter konden weten hebben er indertijd enthousiast aan meegewerkt door een sfeer te creëren waarin deze moord kon gebeuren, zoals NRC Handelsblad, Marcel van Dam, Paul Rosenmüller en de met tomaten gooiende SP. Zowel links als rechts was deze man met zijn verfrissende en guitige kijk op vernieuwing een doorn in het oog, en de wijze waarop het proces tegen de moordenaar achter de schermen gebeurde versterkt mijn vermoeden dat er nog steeds dingen zijn die we niet mogen weten, en die hopelijk toch eens boven water zullen komen.

Wat was er dan zo nieuw en verfrissend aan Pim Fortuyn? Wat was dan die ‘nieuwe politiek’? Openheid, eerlijkheid en transparantie waren de veel geproclameerde eigenschappen, die intussen zijn verwaterd tot vage visies en beleidslijnen, tot dekmantels van ‘oude politiek’. Meer dan ooit is de politiek tot een ondoordringbaar bolwerk geworden van leugen, bedrog en schijnheiligheid waar iedereen kan zien hoe sommigen de boel bewust zitten te belazeren, maar er geen vat op kan krijgen omdat ze zich, uit vlucht voor eigen verantwoordelijkheid, hebben ingedekt achter juridisch dichtgetimmerde wetten en regeltjes. Als je in de politiek duikt moet je wel een beetje in jezelf gecenterd zijn, want je maakt dingen mee waar de honden geen brood van lusten. Je wil gewoon niet weten wat ze allemaal achter de schermen uitspoken. En dat lijkt de afgelopen tien jaar alleen maar erger te zijn geworden.

Charisma is niet echt een eigenschap van politici. Maar dat had Fortuyn wél! En wellicht is charisma wel iets dat je uitstraalt als je zelf open, eerlijk en transparant bent. Dat je niet een rol gaat spelen, niet hypocriet bent, niet je ware aard verschuilt onder een schijnheilig jasje. Het volk doorziet dat meteen, voelt heel goed aan of iemand echt gewoon zichzelf is of de boel zit te belazeren. Dat kan je populistisch noemen, maar is de regering er uiteindelijk niet voor het volk? Pim kon vertellen over zijn homoseksuele avances en vrijpartijen, en het volk pikte dat en genoot er zelfs van. En ik moet er niet aan denken dat Balkenende toen met dat soort verhalen zou komen, want dan zou ik meteen straight worden. Pim was gewoon zichzelf, en is wat dat betreft een politiek unicum. Daarbij was hij in mijn ogen ook hoogbegaafd: hij schreef zelfs leesbare boeken die hij zelf heeft geschreven! Hij was humoristisch, nam hij geen blad voor de mond en was moeilijk in categorieën als ‘links’ of ‘rechts’ te pakken. Een van de weinige politici tegen wie je nooit ‘Doe eens normaal man!’ zou hoeven te roepen.

In Hilversum legde ik wat snel uit de tuin gegraaide bloemen neer op een herdenkingsplek. Drie dagen later – het was Hemelvaartsdag – was het afscheid nemen in de Laurentiuskerk in Rotterdam, na drieënhalf uur in rijen te hebben gestaan en geschuifeld, waar alle lagen van de bevolking aanwezig waren. Vlak voor ons legde een vader aan zijn zoon uit wat homoseksualiteit was, iets waar die jongen kennelijk nog nooit van had gehoord. Een korte groet aan zijn dode lichaam in de kerk. Daarna het condoleanceregister tekenen in het stadhuis aan de Coolsingel: ‘Lieve Pim, bedankt voor het feit dat je ons politiek hebt wakkergeschud. Ik hoop dat we wakker blijven. Een goede reis. Love.’ Maar ons land is politiek niet wakker gebleven. Zoveel als Pim tijdens zijn leven gehaat en gedemoniseerd was, zoveel meenden later zijn voetspoor te moeten claimen, zoals de xenofobe Geert Wilders die misschien wel slim is maar niet intelligent zoals Pim. Of vandaag de dag – gotspe – fractievoorzitter Stef Blok van de VVD die zich erfgenaam van Pim Fortuyn voelt na alle collaboratie met de PVV de afgelopen jaren.

Ja, ik heb ook op Pim gestemd tijdens de Tweede Kamerverkiezingen op 15 mei, waar de Lijst Pim Fortuyn meteen 26 zetels won, een zesde van het totaal aantal zetels. Natuurlijk is het onzinnig om op een dode te stemmen, maar ik vond dat ik dat toch moest doen. En het werd een rotzooitje, die LPF, door al die mensen die meenden dat ze de nieuwe Pim waren en zijn gedachtengoed het beste vertegenwoordigden. Maar daarmee waren ze nog geen Pim. Hij was een man om van te houden, en dat deed ik ook. En ik weet zeker dat ik niet de enige ben, tot vandaag de dag. Met Pim kreeg politiek een hart, bleken zelfs politici een hart te kunnen hebben. Bleken ze niet per se de machtswellustige egotrippers te zijn zoals ze zich tot vandaag de dag zo vaak ontpoppen, wars van medemenselijkheid, realiteitszin en redelijkheid. Ja, politici kunnen zelfs mensen zijn! In de gemeentepolitiek valt dat allemaal nog wel mee omdat die dicht bij het volk staat, maar daar in de provincie of Den Haag gaat alles weer zijn oude vertrouwde gangetje verder met mensen van wie je niet echt kunt houden. Maar toch: één witte raaf is voldoende bewijs dat er witte raven bestaan. Nogmaals dank, Pim!