5 mei 2011
Vandaag is het twintig jaar geleden dat mijn moeder overleed. Op Bevrijdingsdag 1991. Alsof ze zelf die dag daarvoor had uitgekozen. Het was een zondag, en toen ik met een taxi opeens in de straat voor haar huis in Slotervaart stond, hingen bij de buren overal vlaggen te wapperen. Bevrijding! Verdriet, maar ook opluchting. Ze lag er vredig bij en ik aaide haar, en ik had volgens mijn dagboek voor het eerst in mijn leven het gevoel dat ik haar kon aaien. Wel een beetje laat eigenlijk.
Mijn relatie met mijn moeder was berucht in mijn vriendenkring. Daarin kleefde alles door dubbelheid aan elkaar. Ze hield ontzettend veel van me. Teveel dus. Geen wonder dat ik wat narcistische trekjes heb. Ze bewonderde me. En ze vocht ook voor me, bijvoorbeeld om me op een behoorlijke middelbare school te krijgen, wat volgens het schoolhoofd te hoog gegrepen voor me was. En last but not least was ze een overbezorgde en dominante moeder, die haar kinderen toch als een soort bezit beschouwde en ze niet kon loslaten. Ze had zich diep in mijn ziel genesteld en leek overal met me mee te kijken, waar ik ook was. Ze had een heilig geloof in pausen en psychiaters, en toen ik uit de kast kwam vond ze dat ik toch maar eens met een psychiater en een pater moest gaan praten. De eerste kon natuurlijk helemaal niets met mijn verhaal, zodat ik er geen enkele moeite mee had mijn moeder daarmee gerust te stellen. De tweede vroeg nog voordat het gesprek begonnen was of ik nog thuis woonde, want als dat zo was moest ik maar heel snel het huis uit. Gelukkig woonde ik toen al op Uilenstede. Op die studentencampus gingen nieuwe werelden van vrije seks en drugs voor me open, waarover mijn ouders zich niet geheel onterecht zorgen maakten. Stom natuurlijk om hen dat allemaal te vertellen, maar ik hou nou eenmaal van openheid in relaties.
Ondanks alle ruzies en onenigheden heb ik tegelijk mijn mystieke en spirituele tendensen van mijn moeder. Alleen waren ze bij haar bedolven onder angst en onzekerheid, en toegedekt met het katholieke geloof waar ik nooit iets van begrepen heb. Ik geloof zonder meer dat ze een gezonde, gelukkige jeugd heeft gehad – tennissen op mooie zomeravonden in de jaren twintig toen er ook zomertijd was. Ja, ik vind het zelfs aannemelijk dat ze eenheidservaringen heeft gekend. De planeet Neptunus en het twaalfde huis, die niet alleen voor dit soort ervaringen staan maar ook voor eenzaamheid, drugs, verslavingen en andere weerstanden tegen en stimuleringen van dit soort bewustzijn, spelen een dominante rol in haar horoscoop. Haar vader was alcoholist, zelf raakte ze in haar latere leven verslaafd aan slaapmiddelen als Bromural, Valium en Librium totdat ze er huiduitslag van kreeg, waarbij ze eerlijk zei dat ze die nodig had omdat ze allemaal emoties niet aankon. Alsof ze heel bewust de deksel op een put bleef drukken. Die ik er dan weer van af wilde halen in mijn alternatieve wereld van psychotherapie en drugs. ‘De waarheid! Anders liever dood!’ schreef ik haar eens in een enthousiaste brief, maar dat werd me niet in dank afgenomen.
Waar het misgegaan is in haar leven weet ik niet. Wel was een van haar meest traumatische ervaringen het verhuizen uit Blaricum naar Amsterdam in 1952. Iets wat mijn vader per se wilde omdat hij het zat was om zes dagen in de week met de bus heen en weer te forenzen. Maar wat mijn moeder als het verjagen uit het paradijs moet hebben ervaren. En dat was het ook. Ook voor mij, want langs het hoge graan in de eng naar de kleuterschool in het bos lopen is heel iets anders dan trams 7 en 10 op de Weteringschans te trotseren. Het mooie landelijke uitzicht op de boerderij met hooiberg van Borsen en het aangrenzende weiland werd nu vervangen door dat op het Rijksmuseum, druk verkeer voor de deur, boven- en benedenburen, en voor mijn broer het Barlaeus een steenworp verderop. Ik geloof dat mijn moeder het mijn vader nooit vergeven heeft. Ik heb dan ook weinig tot geen herinneringen aan spontaan contact tussen die twee, een lieve zoen, fijne hug of knuffel. Geen wonder dat ze beiden in opstand kwamen toen ik al dat soort dingen ging uitleven die zij zo uitbundig onderdrukt hadden.
In haar laatste jaren zijn mijn ouders, op initiatief van mijn moeder, zeven zomers in Blaricum gaan doorbrengen. In een recreatiehuisje aan de Melkweg, vlak bij de ‘hut van Mie’. Dat was in de jaren tachtig, en vaak zocht ik ze op warme zomerdagen in schamele oranje kleding op. Dan zaten we vaak in de tuin of in het huisje, maar ik wandelde ook met mijn vader door Blaricum waarbij we in de verste verte niet hadden kunnen vermoeden dat ik ook nog eens in dit dorp zou terugkomen om er zelfs in de gemeenteraad te belanden. Maar als ze niet in Blaricum was lag mijn moeder meestal op bed, vaak depressief en kankerend op mijn vader. Tot op haar laatste dagen lag ik in de clinch met haar. ‘Agressie, geïrriteerdheid… Ergernis! Bezig gehouden worden! Door een moeder die steeds maar blijft doen alsof ze dood gaat (…) Ook komt Saturnus verdacht dichtbij mijn Zon (Saturnus is heer Zon),’ schreef ik een paar dagen daarvoor nog in mijn dagboek. Ik geloof dat ik soortgelijke dingen gezegd heb toen ik haar voor de laatste keer zag, want ook haar ziektes gaven haar excuses om niet echt dicht bij elkaar te hoeven komen, om emoties te vermijden. Maar ze was ook echt moe van de chemokuur, waarmee ze dan ook was gestopt. Echt afscheid is er niet geweest. Want over doodgaan werd hooguit in bedekte termijn gesproken.
Was het oneindig verdriet wat ze onderdrukte? Ingehouden woede waarvoor ze bang was? Angst voor intimiteit die haar zo afstandelijk kon doen zijn? Geboren in 1913 was ze wel van een heel andere generatie, met een heel andere mentaliteit dan een babyboomer zoals ik, in wie de normen en waarden uit de jaren zestig zijn ingebrand. Ik ervaar mijn moeder ook als slachtoffer van de katholieke kerk, waarin ze tot haar laatste snik bleef geloven, een instituut dat het leven voor de dood tot een hel maakt. Waarbij ik vurig hoop dat mensen er na de dood nog aan kunnen ontsnappen, ze wellicht nog tijdens het sterven de perverse autoritaire machtswellust ervan doorzien. Zodat eindelijk de deksels weer van de putten kunnen. En mensen weer zonnig, vrolijk kunnen lachen, zoals op een mooie zomeravond in de jaren twintig. Want ondanks de verknipte relatie die ik met mijn moeder had, heb het voor haarzelf verborgen geheim van humor en spiritualiteit van haar gestolen.
In een wereld waarin het steeds meer om uiterlijkheid en oppervlakkigheid gaat, wordt het steeds belangrijker om op Bevrijdingsdag de oorlog in onszelf achter ons te laten. Hopelijk heeft mijn moeder dat in stilte gedaan, toen, op 5 mei 1991.
Gepost in Uit mijn leven
Geen reacties »
27 april 2011
Een vroege zomerse Pasen in Duitsland gevierd. Heb me lekker laten opwarmen door het paasvuur – Hein bracht een biertje – waarbij mijn bril en smartphone gelukkig niet gesmolten zijn. Halfbloot door de bergen gebanjerd. Op terrasjes buiten gegeten en gedronken. Een leuke knaap die ons bediende in Bad Wildungen, waar ik me steeds in een chique badplaats in Zuid-Frankrijk waan. Films bekeken en Risk gespeeld. Dat alles omlijst door veel muziek uit de jaren zestig in de auto en het vakantiehuisje. En op de terugweg de Wewelsburg bezocht, waar zich in de kelder van de noordelijke toren een crypte bevindt, die van 1933 tot 1945 het occulte centrum van de SS moest voorstellen. Het was koud daar. Je kon er alleen komen via een museum dat aan Himmler en zijn vrienden was gewijd. En wat me even opviel was niet zijn dagboek dat ergens gelegen moet hebben, maar juist iets heel gewoons dat ik al honderden keren heb gezien: een echt manlijke Duitse soldaat, een trotse Ariër met ontbloot bovenlijf. De macho. En meteen was ik weer in 2011.
Peter van Rietschoten, die al ruime tijd de mooiste foto’s van het dorpsleven op zijn site Oog op Blaricum laat zien, beval onlangs het boek Wat een hufter! van Bas van Stokkom aan. Daarin is een heel hoofdstuk aan machocultuur gewijd. Als zijnde één van de oorzaken van huftergedrag. Hij noemt onder andere een onderzoek van Motivaction uit 2009 dat spreekt van de ‘grenzeloze generatie’ waar ouderlijke onmacht, opvoedingsonzekerheid en gemakzuchtig verwennen het moderne geëmancipeerde gezin plagen. ‘Het grootste deel van de jongeren is hedonistisch en materialistisch ingesteld. “Jezelf goed voelen” staat voorop. Ze zijn gefocust op uiterlijkheden, kicks, geld, consumptie en netwerken. “Leuk” is de norm geworden. De jongste generatie heeft zich massaal bekeerd tot de commerciële zenders en heeft weinig op met etiquette en regels voor omgangsvormen, veel minder dan hun leeftijdsgenoten tien jaar terug.’ (p. 60-61) Dit alles wordt gewijd aan een veel te permissieve opvoeding, en de stap naar machogedrag is snel gezet. ‘Vrijetijdsarena’s als megadisco’s lijken een premie te zetten op een stoere en onbevreesde houding en het opsnuiven van gevaren.’ (p. 64)
‘Tot in de jaren tachtig stonden deze expressieve aspecten van mannelijk gedrag minder op de voorgrond. Op straat en in uitgaanscentra werd mannelijkheid niet zo sterk geprofileerd. Jongeren ontleenden weliswaar ook prestige aan kicks, stoned zijn of gekke muziek. Maar je opwerpen als een machoman werd geassocieerd met autoritair gedrag.’ (p. 69) Ja, zo herinner ik het me ook. Ik ben geneigd om een scheidslijn rond 1984 te trekken, het jaar waarin de kleurige Nederlandse popgroep Doe Maar zijn hit Macho lanceerde. Die jongens durfden nog te zingen dat ze liever dan lief waren. Of dat ze bang waren. Toen mocht en kon dat nog. En het kan geen toeval zijn dat in die jaren tegelijk de opgang van het neoliberalisme begon, dat immers ook een sterke nadruk legt op zelfzuchtigheid en de stoere sterke Atlas, die als Übermensch de wereld draaiend moet houden en niet gehinderd wil en mag worden door overheid en medemenselijkheid.
Zo lijkt de macho steeds opnieuw terug te keren. Of dat nou is als Romein, als nazi, als jongere, of als neoliberaal, de ongebreidelde manlijke heers- en expressiezucht drijft steeds opnieuw hele werelden en culturen naar de ondergang. Als psycholoog kun je natuurlijk zeggen dat die macho’s een minderwaardigheidscomplex hebben en hun vrouwelijke kanten onderdrukken. Net zoals ik vermoed dat de penislengte van scheurende en knetterende motorrijders niet echt bovenmaats is. Maar misschien ben ik zelf als watje ook wel bang voor macho’s. Ben ik bang voor mijn eigen manlijkheid, en vind ik het daarom zo fijn om zoet en lief met vriendjes om te gaan. Ik vond het al zó moeilijk om het gras bij het vakantiehuisje te maaien! Omdat daarmee wel duizend vrolijke zonnige paardenbloemen het leven moesten laten! Maar misschien was dat wel een goede oefening voor me. Zodat ik straks als een echte man gewoon een boom kan omhakken. Of levende kuikentjes in de hakselaar kan stoppen. En gewoon wat lekker kan rondhufteren. Omdat dat kan.
Gepost in Maatschappij en politiek, Mijn dorp, Psychologie, Uit mijn leven
Geen reacties »
18 april 2011
In januari 1947 begon Mellie Uyldert met De Kaarsvlam. In dezelfde maand werd ik geboren. Dat schept een band, en sinds 2004 verzorg ik dit blad voor de Mellie Uyldert Stichting. Twee jaar geleden overleed mijn Wijze Tante, zodat ik nu alleen voor dit werk verantwoordelijk ben. Ik ben heel blij daarin vaste schrijvers over kruiden en astrologie gevonden te hebben in Nisarg den Brinker en Heidrun Herberth-Labots. Elke Kaarsvlam brengt ook voor mij weer nieuwe verrassingen met zich mee. Daarvoor maak ik graag gebruik van stapels nog ongepubliceerde manuscripten, maar ook van artikelen die decennia geleden al in dit blad hebben gestaan. Waaronder onderstaande boommeditatie, die eerder in het novembernummer van 1968 verscheen.
Men staat rechtop en vrij, de voeten iets uit elkaar, stevig op de grond geplant, de armen schuin omhoog met uitgespreide vingers als takken met bladeren; de ogen gesloten ter concentratie. Terwijl de leidster de woorden uitspreekt (wie alleen is, kan ze in zichzelf spreken of denken of desnoods van een band beluisteren) leeft men zich in het boomwezen in, men wordt een boom:
Ik ben een boom. Mijn wortels grijpen diep in de aarde en zuigen haar voedende krachten op, ik voel ze opstijgen in mij. Hoe zeker en veilig sta ik in Moeder Aarde verankerd!
Een vroege morgenwind doet mijn takken bewegen en de nesten van de vogels wiegen. Kleine geluidjes ontwaken. Een haan kraait in de verte. Mijn liefste vogel vliegt op uit zijn nest tot in mijn top – een verrukte kreet begroet de streep morgenrood die verschijnt aan de kim. Nu vallen de anderen juichend in! Ik draag hun koor op mijn takken en drink de gloed in die opengaat in het oosten. Daar verschijnt zij: de Zon! Haar vurig gezicht komt boven, in het roze-oranje, en mijn sap snelt haar tegemoet, mijn bladeren richten zich op, tintelen doet zij mij! De zon groet mij en mijn broeders bij onze naam, en wij groeten terug, de vogels juichen – als orgelmuziek vervult de zonnekracht heel de lucht. Mijn bladen gaan nu ademen en werken, maken van zonlicht en koolzuur hun groene bladmoes en voedsel voor heel mijn lichaam!
Gelukkig sta ik in het krachtveld tussen aardsteun en zonnezegen, bereidend mijn heil daarvan. De nevel-elfen zijn langs mijn stam omhoog gevlucht. Het wordt warm beneden, de kevertjes kriebelen over mijn stam; de bijen zoemen aan, mijn bloesem opent zich en begint een gesprek met hen. Ik zend mijn geur uit voor heel deze goede aarde, omvlijd door de zonnewarmte. Ik word er slaperig van.
Nu is het middag geweest. Mijn takken en bladeren verslappen (armen dalen). Ik ben verzadigd. Nu vloeien mijn voedzame sappen omlaag langs de bladnerven, de steel, de twijg, door mijn sterke takken mijn stam in, en elke cel drinkt ervan. De zon gaat dalen en laat mij haar vuur in mijn binnenste. Mijn vogels fladderen aan, naar hun nest. Een koele wind fluistert zijn avondgroet door mijn takken.
De zon neemt afscheid in haar groot avond-goud – nu is zij verdwenen. Ik sluit mij, voel de vochtige nevel om mijn voet. Het daglicht kruipt weg. Het ritselt in het gras, de egel en de muisjes komen buiten. Daar verrijst, in statige rust, de lieve Maan. Konijntjes springen tevoorschijn in haar melkwitte licht dat vloeit over de hei. Zij buitelen en dansen en wij bomen staan maar, de elfen spelen verstoppertje om onze stammen, er is veel tinkelend en ritselend gerucht. Maar ik moet mijn nachtwerk doen: mijn cambium voeden dat nieuwe cellen bouwt, voorraden opbergen, reparaties uitvoeren, afgedankt weefsel naar buiten werken voor kleine beestjes. Ik kijk naar binnen in mijn levensbedrijf en daal met mijn sap in mijn wortels af, die oude verhalen vertellen uit aarde’s diepten. Alle gebeuren wordt door haar als geschiedenis opgezogen en ik droom met haar mee, door het maanlicht bedwelmd.
Sterren fonkelen aan. En ik voel hoe mijn takken zich uitbreiden om die gouden vruchten te dragen – terwijl mijn wortelharen voelen en voelen – al wat in de hele aardbol gefluisterd wordt. Ik ben het Al en het Al stroomt door mij heen. Ik ben de wereldboom Yggdrasil.
Morgen zal ik weer krimpen tot één boom in het bos, die zijn werk doet in nemen, omzetten en geven. Een boom die, groeiend uit Zon en Aarde, planten en elfen, dieren en mensen, beschermt, voedt en verheugt.
Diep in mijn binnenste kernhout zal ik blijvend weten, al word ik duizend jaar oud, dat ik het Al in mij draag, opgevouwen overdag, ontplooid in de nacht. Ik ben Yggdrasil. Ik, boom, ben het Al.
Vorige week kreeg ik een e-mail van mijn verhuurder Vesteda. Al eerder schreef ik over het ontgroenbeleid van deze woongalerie. Buren die er nog maar kort wonen hebben geklaagd over de grote boom in mijn achtertuin. ‘De kastanjeboom neemt teveel zonlicht voor deze huurders uit hun tuin weg. Daarnaast staat de kastanjeboom te dicht op de erfgrens. Daarom verzoek ik u dan ook om de kastanjeboom uit uw achtertuin te verwijderen. Met vriendelijke groet.’
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
1 reactie »
13 april 2011
Ik heb schaamlapjes altijd heel spannend gevonden. Als 8- of 9-jarig jongetje was ik medio jaren vijftig al geboeid door plaatjes in het album De Wonderlijke Gebarentaal der Indianen van Meurisse chocolade. Daarop waren vaak halfblote beschilderde indianen te zien, die naast hun veren soms niets meer dan een lapje droegen. Er hing een zweem van zoete geheimzinnigheid om die getekende plaatjes: de gebarentaal – van Aanvallen tot en met Zon – heb ik nooit geleerd, maar schaamlapjes ben ik tot vandaag de dag spannend blijven vinden. En dat was misschien een onbewuste reden voor mij om in de politiek te duiken.
Want maar al te vaak ben je als gemeenteraadslid het schaamlapje voor hogere overheden. Je kan niet om besluiten van het rijk en de provincie heen, maar in de praktijk ben jij de buffer tussen burgers en overheid, ben je de muur waarachter provincie, Den Haag en Europa zich beschermen en die de eerste klappen moet opvangen. Hoewel ik daar hier in Blaricum weinig van merk, worden gemeenteraadsleden meer dan vroeger bedreigd door burgers. Die denken immers dat jij het voor het zeggen hebt in je dorp of stad, wat maar voor zo’n tien procent waar is omdat steeds meer beslist wordt door hogere overheden. Dat de gemeenteraad het hoogste orgaan van het gemeentebestuur is, en dat besluiten zoveel mogelijk van onderop genomen moeten worden – het zogenaamde subsidiariteitsbeginsel – wordt vaak alleen met de mond beleden.
Zo zitten we hier in Blaricum met de dreiging van de aanleg van Hoogwaardig Openbaar Vervoer waarbij onze wijk wordt verpest door betonnen bakken, verdwijnen van groen, gevaarlijke oversteekplaatsen en veel herrie. Die HOV moet Huizen met Hilversum verbinden. Als echt aangetoond was dat je daarmee echt veel sneller en efficiënter vervoer werd gerealiseerd, kon ik me daar nog wel iets bij voorstellen. Maar de plannen ervoor hangen met plakband, paperclips en elastiekjes aan elkaar. Gemeenteraadsleden worden verzopen onder stapels rapporten waarin vaak appels met peren worden vergeleken. Het meest dure en lastige gedeelte dat de meeste tijdwinst zou opleveren, een vrije busbaan langs de A27, wordt op de lange baan geschoven. En last but not least: de tijdwinst blijkt slechts anderhalve minuut te zijn, en daarvoor stelt de provincie 24 miljoen beschikbaar. Wat volgens ons gewoon weggegooid geld is, en daarom hebben we, samen met bewonersgroepen, vorige maand een mooi aanbod gedaan om dit bedrag te bezuinigen door het niet uit te geven. Geen reactie.
Wel reactie! Eergisteren! In de provincie hebben VVD, PvdA, D66 en CDA een coalitieakkoord geschreven, dat volgende week maandag bekrachtigd moet worden. Daarin staat te lezen: ‘5. Wij zetten onverminderd in op de aanleg van een vrij liggende HOV-infrastructuur tussen Huizen en Hilversum. In Blaricum/Huizen kiezen wij daarbij voor het zogenaamde Meenttracé.’ Terwijl besprekingen met de stuurgroep van dit project nog bezig zijn, wordt dwars over de wil en de argumenten van bestuur en bevolking heen gewalst. Kennelijk is men daar in Haarlem niet voor rede vatbaar en besluit men op puur irrationele – dus emotionele – argumenten 24 miljoen gemeenschapsgeld over de balk te gooien, voor iets dat zich steeds meer als een prestigeproject lijkt te ontpoppen. Waardoor de leefbaarheid van onze wijk ernstig wordt aangetast.
Ik merk dat ik daar kwaad over ben. Ontzettend kwaad. Dat politiek eigenlijk slecht is voor mijn bloeddruk en gezondheid. Of misschien juist goed omdat ik er een sterk hart van krijg. Door dit soort gebeurtenissen, waarin burgers niet worden gehoord en de meest absurde beslissingen worden genomen – zoals de verhoging van het griffierecht waarmee Opstelten de rechtsstaat een rotschop geeft – kan ik me steeds meer voorstellen van de kwaadheid en blinde opgekropte woede. Zelfs als die op mij uitgeleefd zou worden. Misschien moet je ook wel een beetje masochistisch zijn om in de politiek te gaan. Of van schaamlapjes houden zoals ik. Alleen wil ik dat niet van een ander zijn – de gedachte vind ik niet echt prettig – en ga ik het liever zelf dragen. Ik zie mezelf wel zitten. In mijn schaamlapje op de trap van het provinciehuis. Het weer staat het toe. Waar zijn de ludieke acties gebleven?
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
1 reactie »
3 april 2011
Afgelopen week heb ik op Radio De Nieuwe Mens, ook te vinden op http://www.ridderradio.com, het neoliberalisme eens goed doorgenomen. Van Ayn Rand via Milton Friedman en Alan Greenspan tot en met kredietcrisis, bankrovers en hufters. Ik kreeg er een droge mond van. Op de webcam liet ik het boek De utopie van de vrije markt van Hans Achterhuis zien, en prompt werd de auteur een paar dagen later door Stichting Maand van de Filosofie, Filosofie Magazine en Trouw benoemd tot eerste Denker des Vaderlands. Filosofie raakt de laatste jaren steeds meer in. Eerder schreef ik al over Rob Wijnberg, een filosoof die een half jaar geleden op 27-jarige leeftijd hoofdredacteur werd van nrc.next, dat inmiddels mijn lijfblad is geworden. Er bestaan gelukkig nog altijd mensen die nog kunnen denken.
Waarom aandacht voor het neoliberalisme op een spirituele omroep? Omdat het de donkere, duistere tegenkracht is van de toenemende aandacht voor spiritualiteit gedurende de laatste decennia. Een filosofie die gebaseerd is op de virtue of selfishness en die heel geleidelijk, vooral sinds de jaren tachtig, het maatschappelijke leven ontwricht. Dat willen aanhangers ook: verbeteren heeft geen zin want pas als je een samenleving tot op de bodem afbreekt kun je op schone grond iets nieuws beginnen. De zegeningen van de zelfzucht staan aan de wortels van het geloof in een ongebreidelde vrije markt, die uiteindelijk de enige rechtvaardige toekomst van de mensheid kan brengen. Deze leer rechtvaardigt maatschappelijke en economische experimenten, waarbij zelfs hele landen opgeofferd mogen worden aan experimenten, zoals de Chicago Boys, gesteund door de Amerikaanse regering, dat met Chili deden door Pinochet aan de macht te helpen.
Ik ben echt geschrokken toen ik de wortels van het neoliberalisme ontdekte. Het gevaar van die leer is dat die zo krankzinnig is dat je geneigd bent hem niet meer serieus te nemen, maar inmiddels doordringt zij alle poriën van de samenleving. De ongebreidelde vrije markt betekent feitelijk de macht van de sterksten, en veel topmensen gedragen zich dan ook als de atlassen uit Ayn Rands opus magnum Atlas Shrugged, zonder welke de wereld tot stilstand zou komen. Deze ‘Übermenschen’ hebben helemaal het contact met de werkelijkheid verloren. ING legt alleen aan haar rijke klanten verantwoording af van haar bonusbeleid en geeft daarmee aan er nog steeds niets van begrepen te hebben. Lloyd Blankfein van Goldman Sachs toucheerde onlangs nog even zo’n 19 miljoen dollar.
De Gooi- en Eemlander kopte afgelopen zaterdag met Topsalarissen schaden bedrijfsleven. Gerard Mertens, hoogleraar financiële analyse aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam legt de vinger op de zere plek als het gaat over beloning omdat het beter gaat met het bedrijf. ‘Ze vermelden er niet bij dat de opleving veelal het gevolg is van kostenreducties, onder meer bij het personeel. Het solidariteitsprincipe is topbestuurders kennelijk volkomen vreemd (…) Hoe rechtvaardig is het als de topman tachtig keer zoveel verdient als de laagst betaalde werknemer?’ Als door jouw salarisverhoging tientallen gezinnen in de problemen komen omdat kostwinners op straat komen te staan, waarom is dat dan geen misdaad tegen de menselijkheid, vraag ik me af. En intussen loopt Alan Greenspan, die toch een grote bijdrage heeft gegeven aan de kredietcrisis, nog altijd op vrije voeten rond. Foutje, bedankt.
Een van de redenen waarom ik juist in spirituele kringen aandacht hiervoor vraag is dat in die kringen meestal maar naar de halve werkelijkheid wordt gekeken. In de laatste Koorddanser constateert Linda Wormhoudt wel hoe mensen elkaar steeds ‘licht en liefde’ toewensen – en daar word ik zelf ook soms even niet goed van – maar weinig aandacht geven aan duistere kanten en krachten van het leven. En één zo’n kracht die ons naar Mordor voert is het neoliberale denken wat zich ook manifesteert in het toegenomen individualisme. Op weg naar de uitzending stond mijn trein te wachten op een andere trein die vertraagd was. Dan kun je twee dingen denken. Eigen schuld, dikke bult: als jij vertraging hebt zoek je het zelf maar uit en ik ga niet op je wachten. Of: als ik je nu even voor laat gaan loopt het hele treinennet wellicht wat soepeler. Het is een keuze voor het individu of voor de samenleving als geheel, voor eigenbelang of dat van ons allemaal samen. Voor het hoofd of voor het hart.
Het neoliberalisme kent alleen het hoofd. Vandaar dat managers al het werk tot in de kleinste partjes kunnen opsplitsen en puur rationeel kunnen verdelen. Het gevolg is alleen dat iemand die een straatje moet vegen in 3 minuten en 31 seconden het weggegooide blikje niet zal meenemen omdat dit meer dan 12 cm verwijderd vanaf het verharde wegoppervlak in de berm ligt. En over de mensonterende gevolgen van management in de zorg zal ik het maar niet hebben. Ik vertelde over alle soorten prikzusters, verplegers en andere hulpvaardigen voor mijn moeder, die het huis in- en uitrenden, maar van wie mijn vader echt niet meer wist wie nou eigenlijk waarvoor kwam. Het verstand, de ratio, is maar al te vaak een alleenheerser die alleen aan zijn eigen ikje denkt. Alsof hij geen deel uitmaakt van een veel groter organisch geheel, waarin ook nog iets als verbinding en liefde bestaat. Zo kunnen verstandig lijkende dingen eigenlijk heel dom zijn. Waar alleen de ratio regeert is geen plaats meer voor het hart. Waar geen hart meer is sterft het leven. Maar hoe breng je dat neoliberalen aan het verstand?
Gepost in Maatschappij en politiek, Spiritualiteit, Uit mijn leven
4 reacties »
25 maart 2011
Gebruiksvriendelijke software is op langere termijn een aanslag op onze mentale vermogens. Gemak dient de mens, heet het. Nee dus. Mijn Wijze Tante voerde zowat haar hele leven een kruistocht tegen het gemak, omdat dit op wat langere termijn alleen maar verslapping teweegbrengt. Had zij het vooral over fysiek gemak, hier gaat het om mentaal gemak. Gebruiksvriendelijke computerprogramma’s worden beter verkocht, maar zijn even slecht voor ons denken als fastfood voor ons lichaam. Het feit dat de woorden gebruiksvriendelijk en gebruikersvriendelijk in de praktijk vrijwel synoniem zijn, toont al aan dat we nauwelijks beseffen dat gebruiksvriendelijke programma’s niet bepaald gebruikersvriendelijk zijn. Want de gebruiker betaalt uiteindelijk met zijn eigen verstand, zoals de fysiek luie mens betaalt met zijn lichaam. Ik kom hierop omdat in het boek Het ondiepe van Nicholas Carr, waarover ik vorige week schreef, een leuk onderzoek uit 2003 van een Nederlandse klinisch psycholoog wordt aangehaald.
Christof van Nimwegen liet ‘twee groepen vrijwilligers een lastige puzzel oplossen op de computer (…) De ene groep gebruikte software die zodanig was ontworpen dat hij zo behulpzaam mogelijk was (…) De andere groep gebruikte een kaal programma en kreeg op geen enkele manier hulp.’ Uiteraard deed de groep die extra hulp van de computer kreeg het in eerste instantie het beste. Maar ‘naarmate de test vorderde, nam de behendigheid van de groep zonder de extra software sneller toe. Op het eind konden degenen zonder de extra software de puzzel sneller oplossen (…)’ (p. 271) Na acht maanden kon de groep die geen hulp had gehad de puzzel zelfs twee keer zo snel oplossen als de groep die hulp had gehad. Een soortgelijk onderzoek waarin twee groepen proefpersonen met behulp van kalendersoftware vergaderingen moesten plannen had hetzelfde resultaat. ‘De bevindingen wijzen er volgens van Nimwegen op dat wanneer we probleemoplossing en andere cognitieve taken uitbesteden aan computers, we daarmee het vermogen verminderen van onze hersenen om “stabiele kennisstructuren – of schema’s op te bouwen”, kennisstructuren die we in nieuwe situaties zouden kunnen toepassen. Een polemist zou het nog scherper zeggen: hoe slimmer de software, des te dommer de gebruiker.’ (p. 272-273)
Software is om te gebruiken, niet om vriendelijk te zijn. Vroeger dacht ik dat denken alleen in de alternatieve wereld taboe was, maar dat geldt ook in de wereld van de vrije markt waar men profiteert van gemakzucht en hoofdzakelijk belust is op kortetermijnwinst. Het is juist deze mentale luiheid, de gebruiksvriendelijkheid die ons de laatste decennia steeds dommer maakt. Zonder gps weten we de weg niet meer. Zonder spellchecker kunnen we niet meer schrijven. Zonder kassa kan een caissière geen wisselgeld meer uitrekenen. En Facebook zoekt wel uit wie mijn vrienden zijn. Dat zijn de offers die we brengen voor het gemak. Net als onze steeds dikker worden lijven zijn ook onze hersenen steeds minder in beweging te krijgen. De vraaggerichte commercie zorgt ervoor dat we altijd in onze eigen kringetjes van vrienden en belangstellingen blijven rondcirkelen, en dat elk alternatief, alle creativiteit in de kiem wordt gesmoord. Gebruiksvriendelijkheid sust ons geleidelijk in een slaap van domheid, die al dieper in de samenleving is doorgedrongen dan we willen weten. Verdomming. Het klinkt als een vloek, maar die roepen we over onszelf uit.
Gepost in Computer en internet, Gezondheid en welzijn, Psychologie
3 reacties »
18 maart 2011
Net op tijd! Het staat nu officieel vast dat ik hoogbegaafd ben, maar daar had ik niet nog een jaar mee moeten wachten. Want daarvoor hang ik teveel aan het internet, en dat schijnt volgens het boek Het Ondiepe – Hoe onze hersenen omgaan met internet van Nicholas Carr nou niet bepaald de intelligentie te bevorderen. Je leert er om snel dingen te vinden en pagina’s te scannen, maar echt lezen is er niet meer bij! Informatie wordt oppervlakkig verwerkt en onze hersenen, die veel plastischer zijn dan we tot op heden vermoedden, passen zich daar keurig bij aan. In mijn eigen woorden: de kwantiteit van de informatie die we tot ons nemen gaat ten koste van de kwaliteit. In zijn boek haalt Carr daarvan talrijke onderzoeken aan, die steeds weer hetzelfde laten zien: hyperlinks en multitasking leiden ons teveel af om onze hersenen een en ander goed te laten verwerken. Je ziet het verschil al als je mensen pagina’s laat lezen met en zonder hyperlinks, en hen dan achteraf overhoort. Dan blijken teksten met hyperlinks veel slechter te zijn doorgedrongen dan die zonder links. Ook voor multitasking geldt een dergelijk verhaal: het tast zaken als geheugen, concentratie en begripsvermogen aan, en zuigt ons in het triviale ‘ondiepe’. Een spannend boek, maar niet echt optimistisch over het internet.
Maar hoe herkenbaar tegelijk! De voortdurende afleiding geeft ons weinig kans om ons in iets te verdiepen. Je kijkt naar een pagina op je scherm. Daar staan allemaal reclames en boodschappen in de marges, en soms er dwars overheen zodat je ze moet wegklikken. Ik ken mensen die van alles doen, zelfs een gedeelte van hun scherm fysiek afdekken, om daarvan verlost te zijn. Tip: diep in de nacht surfen maakt het vaak wat rustiger. Maar dan nog heb je al die hyperlinks in je tekst, waarbij je bewust of onbewust bij elke link weer je hersens aan het werk zet voor de beslissing: volgen of niet volgen? En als je hem volgt moet je weer terug zien te komen. Of juist niet. En terwijl je zo zit te surfen laat een knipperende taakbalk je weten dat iemand met je wil chatten. Of hoor je een geluidje dat er een nieuwe mail is binnengekomen. En voor je het weet ben je ergens anders dan waar je zijn wilde. Plong! Een sms’je in het mobieltje dat naast me ligt! Ook als ik niet online ben brandt mijn smartphone soms in mijn handen om te checken of er nog nieuwe mail is. Of nieuws over de kernramp in Japan. Of iets interessants op Facebook. Of gewoon een grappige tweet van onze wethouder die zijn hond uitlaat. Eigenlijk is internet een pure verslaving van hersencellen die hunkeren naar steeds meer en meer voer om te verwerken.
Maar ik vind het zo ontzettend boeiend allemaal! Wij watermannen hebben nu eenmaal iets met nieuwe technologieën. En het internet heeft ook het grote voordeel dat het mensen met elkaar verbindt. Hoewel dat vaak oppervlakkige verbindingen zijn. Eén echte vriend in real life is beter dan tien vrienden online! Maar ook dat gaat niet altijd op, want het is ook mijn ervaring dat je online niet alleen echte vriendschappen kunt onderhouden of herstellen, maar zelfs nieuwe vrienden kunt krijgen. Zoals in Second Life. Maar dat komt misschien omdat er daar nauwelijks computers zijn en omdat je daar zonder mobieltje rondloopt. Maar het is misschien wel wat onhandig dat je een computer nodig hebt om computers te ontvluchten. En ik moet toegeven dat ik in Second Life maar heel zelden een boek lees. Dat doe ik nog wel vaak in het echte leven. Nog. Want als je een boek aan het lezen bent over waarom mensen geen boeken meer lezen, is de kans groot dat het je laatste boek is. Dank zij het internet, dat maar al te vaak een aanslag op onze intelligentie doet. Waarvan het gebruik dus eigenlijk heel link is. Hyperlink.
Gepost in Computer en internet, Psychologie, Second Life, Uit mijn leven
1 reactie »
14 maart 2011
Zaterdagmiddag lekker door Utrecht gebanjerd. Voor het eerst zacht zonnig weer, dus de straten en de grachten waren overvol. Inclusief een draaiorgel dat Are You Lonesome Tonight? speelde en een straatzanger die achter het stadhuis mooie liedjes zong met een zuivere stem en goed gitaarspel. Wat ik in Utrecht deed? Om één uur moest ik me melden bij Regardz la Vie, een zalencentrum boven de Bijenkorf. Want daar is om de zoveel maanden een testmiddag van Mensa, en zo belandde ik in een groep van zo’n veertig mensen, waaronder veel jongeren, van wie ik niemand kende en die zich graag wilden voorstaan op hun… intelligentie!
Ach ja, je moet wat. Misschien is het juist dat heerlijke gevoel van ‘Waar ben ik nou weer beland?’ dat me, op zoek naar rariteiten en zeldzaamheden, naar deze plek lokte. Want Mensa is een wereldwijde organisatie van mensen die zich hoogbegaafd noemen. En op hun website staat een thuistest die ik heb gedaan, met als resultaat dat mijn intelligentie waarschijnlijk voldoende zou zijn om lid te worden van deze vereniging van bollebozen. Maar daarvoor moest ik wel de eindtest doen, en daarvoor was ik nu hier in Utrecht. Je bent geslaagd als je scoort boven het 98e percentiel, wat wil zeggen dat je intelligenter bent dan 98% van de bevolking. Intelligentie is namelijk per definitie verdeeld volgens een normaalkromme waarvan het gemiddelde 100 en de standaardafwijking rond de 16 is. Voor zover ik iets van statistiek begrijp en de tabellen in mijn vergeelde boek nog steeds kloppen, moet ik dus een IQ van minstens 132,864 hebben om mee te mogen doen in deze club.
Mijn moeder zei me altijd dat ik een IQ van 144 had. Hoewel ze inderdaad royaal was met adviesbureaus en psychiaters, heb ik dat eigenlijk nooit serieus genomen, vooral omdat ze me heel graag, zeg maar te graag beklemmend verheerlijkte. Tijdens regenachtige vakanties in Pruttel speelden Vriend en ik graag testjes uit Prismaboekjes, waaruit vaak onwaarschijnlijk hoge scores tot tegen de 150 kwamen. Even onwaarschijnlijk als de score van 81 die ik onlangs op de Nationale IQ-test van BNN wist te produceren, en waarvan ik een mooi certificaat heb uitgeprint. Zelf heb ik altijd het getal 137 in mijn hoofd, maar weet niet meer waar ik dat vandaan heb. Misschien van tijdens mijn eigen studie, toen ik ook wat stoeide met de Groninger Intelligentie Test en de Wechsler Adult Intelligence Scale, die indertijd zo’n beetje de norm waren.
Maar waarom zou je in je intelligentie geïnteresseerd zijn? Sterker nog: wat is intelligentie eigenlijk? Die vraag geldt voor veel aspecten van je persoonlijkheid, en elke beginner op het spirituele pad weet dat dit weinig zegt over je wezenlijke zelf, en je je daarmee dus niet moet verbinden. In alternatieve kringen is het dan ook not done om veel aandacht aan je verstand te geven, en begeef ik me dus als mindtripper op glad ijs. Het grappige bij dit alles is dat bijna niemand echt weet wat intelligentie nou eigenlijk is. Sommige zeggen gewoon dat intelligentie is wat een zo’n test meet, waarmee die test per definitie 100% valide is. Tegelijk weet eigenlijk iedereen wat intelligentie is – van willekeurige voorbijgangers is dat zelfs redelijk in te schatten zonder dat je een woord met hen hebt uitgewisseld.
Volgens Wikipedia en de vakliteratuur heeft intelligentie met van alles en nog wat te maken, zoals abstract en logisch kunnen denken, met relaties kunnen ontdekken, leggen en doorzien, met inzicht, leren, geheugen en ruimtelijke oriëntatie, om er maar een paar te noemen. Maar volgens anderen gaat het ook om creativiteit en wijsheid, waarmee intelligentie méér is dan alleen het logische rationele verstand, dat ik eigenlijk intellect zou willen noemen. Om het een en ander nog ingewikkelder te maken wordt er ook nog onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten intelligentie, waarvan vooral de emotionele intelligentie populair is geworden. Maar wat intelligentie ook is, het lijkt hoe dan ook iets te maken te hebben met je hersenen, en iets te zeggen over hoe geïntegreerd, efficiënt, snel en levendig de bedradingen daar met elkaar omgaan. Zelf geloof ik niet zo in de stoffelijkheid van het denken, maar eerder dat de hersenen en activiteiten daarin een neerslag zijn van iets dat zich op immaterieel niveau afspeelt.
Juist omdat de hersenen er zo’n grote rol bij spelen, lijkt de mate van intelligentie al bij de geboorte meegegeven. Die verandert meestal weinig in de loop van een leven – hooguit een punt of tien schat ik – zodat het eigenlijk heel discriminerend is om mensen te verwijten dat ze dom zijn. Je kunt het ze zelfs niet kwalijk nemen dat ze niet beseffen dat ze dom zijn, want ook dat hoort erbij. Maar voor intelligente mensen is het verdomd moeilijk om domheid te begrijpen, met als gevolg dat je jezelf maar dom vindt. Soortgelijke verhalen las ik van hoogbegaafden, die echt niet snappen wat er nou eigenlijk met hen en de wereld aan de hand is. En als ze er na een excentrieke jeugd achter komen dat ze hoogbegaafd zijn, verklaart dat opeens veel van hun buitenissige gedrag en gedachten. Een te weinig aan hersenen kan een probleem zijn, maar een teveel ook. Je ziet sneller de gevolgen, je kijkt verder dan je neus lang is, je doorgrondt beter de oorzaken, je voelt het wanneer redenaties niet kloppen, je gelooft niet meer in schijnoplossingen en doekjes voor het bloeden.
Hoogbegaafden zijn geen mensen die alleen met elkaar over de relativiteitstheorie praten, in een paar luttele seconden de Rubiks kubus oplossen en wars zijn van gevoel en jolijt. Ze kunnen ook humor hebben, zoals degene die me inschreef en me bij serieuze controle van mijn gegevens betrapte op verwisseling van een IJ en een Y in mijn achternaam, maar daar later weer relativerend om moest lachen. Ze organiseren zelfs spelletjesavonden! Maar tijdens de testzitting had ik weinig warme of koude gevoelens over de deelnemers en wist ik echt niet of dit een club was waar ik bij zou willen horen. Na uitpluizen of wat naast me zat een jongen of een meisje was, en ik voorzichtig wat contact met hem trachtte te maken lukte het me niet om meer dan drie woorden uit hem te krijgen.
En nu maar wachten op de uitslag van de verschillende tests. Ik heb er best mijn twijfels over, maar ook als ik niet mee mag doen zal ik deze club een warm hart toedragen. Omdat het meer dan ooit belangrijk is dat intelligentie zich verenigt. Niet alleen als club waarin mensen elkaar kunnen vinden, maar ook als signaal naar regeringen die alles wat met intelligentie te maken heeft met verve bestrijden en zoveel mogelijk de kop willen indrukken. En niet in het laatst in Nederland. Na afloop wandel ik weer in het zonnige Utrecht, een beetje daas en moe, misschien ook omdat hersenen meer fysieke energie vreten dan we denken. Maar waar gaat dit allemaal eigenlijk over? In Japan woedt een tsunami! En hier in Blaricum maken we ons druk over een snelle buslijn die niemand wil. Terwijl ik zelf kennelijk niets beters te doen heb dan in mijn hersenen te gaan wroeten. Achter het stadhuis zingt Rupert Blackman zijn liefdesliedjes. Ik geniet ervan en koop een cd van hem. Ook daarvoor moest ik misschien wel hier in de domstad zijn. Domstad?
Gepost in Psychologie, Uit mijn leven
6 reacties »
7 maart 2011
Eigenlijk gaat het uitstekend met het milieu! Gelukkig is er een Groene Rekenkamer die ons er bijvoorbeeld op wijst dat een beetje straling eigenlijk best gezond is. Zo mag ik het horen. Want ik heb het niet zo met die overbezorgde en betuttelende maatregelen van de overheid. Neem nou al dat gedoe met asbest. Toen ik het huis van mijn overleden moeder ontruimde en daar vrolijk het asbest verwijderde dat zich bij de open haard bleek te bevinden, brak mijn broer meteen in paniek uit toen hij me daar in die witte wolk zag zitten. Ja hoor eens, ik ben toch geen mietje? Mijn vader liet ons als kinderen fijn met bolletjes kwik spelen omdat dat zo raar hobbelig zwaar in je handen heen en weer rolde. Moet kunnen, daar word je toch groot en sterk van? Tegenwoordig hebben mensen steeds minder weerstand. Geen wonder als je je kinderen overbeschermd opvoedt. Beveiligde stopcontacten, niet te dicht bij de vloer. Flessen bleekwater die je nauwelijks open kan krijgen. Hekjes bovenaan de trap opdat kinderen niet naar beneden donderen. Geen wonder als je volwassenen verplicht helmen op brommers en bouwterreinen te dragen, glazenwassers niet meer op hoge ladders mogen werken en je in de auto niet harder dan 120 kilometer mag rijden. Tien kilometer harder rijden geeft maar 9% meer gewonden in het verkeer, zoals onlangs in Verkeersnet was te lezen, dus moeten we daarvoor onze vrijheid opofferen?
Ik ben het dan ook helemaal niet eens met Jaap Dirkmaat, je weet wel, die jongen die bomen de das wil omdoen. Of zoiets. Ook een mietje trouwens, en afgelopen zaterdag stond een uitgebreid interview met hem in de Gooi en Eemlander. Je kent dat wel: jeremiëren over de Club van Rome, de afbraak van de natuur, het vervuilde grondwater, uitgeputte landbouwgronden en lege zeeën. En dan zijn er weer die grutto’s en korenwolven: opeten die beesten, want daar word ik echt moe van! Alles zou opwarmen en intussen zitten we hier al een dik jaar met koude noordelijke winden waardoor we nauwelijks een behaaglijke zomer hebben gehad. Valt toevallig samen met de overwinning van Rutte sinds maart vorig jaar, en sommige malloten zien daar een verband tussen. Onzin natuurlijk. Eerder toont het aan dat de natuur je grootste vijand is, die dan ook met verve bestreden dient te worden. Al eerder citeerde ik uit De Bovenbazen van Marten Toonder grootmagnaat AWS, voor wie de natuur de vijand van het kapitaal is, een gruwel en een vloek omdat ze gratis werkt. De natuur is er om gehaat te worden. Zo is het toevallig ook nog eens een keer.
Terug naar de Groene Rekenkamer die – ‘eerlijk over het milieu’ – bestuurders graag van haar nieuwsbrieven voorziet. Het is echt te gek wat ze schrijft: ‘De schitterende natuur van Tsjernobyl heeft echt geen last van straling,’ aldus de kop van een artikel van Ron Chesser. Dat wordt echt een feestje als we op 26 april de 25-jarige verjaardag van die kernramp mogen vieren. Terwijl ik dat lees veert mijn hart op. Vooral bij nacht lijkt het me prachtig in die omgeving. Al die oplichtende struiken en bomen, het kleurig verlichte water en de nog altijd nazengende warmte passen precies bij de psychedelische visioenen waarvan ik vroeger zo graag genoot. Misschien moet ik daar maar eens heen om de schitterende gezondheid van de natuur op me in te laten werken. Maar voor ik naar de stralende tuinen van Tsjernobyl ga, wil ik nog even mijn milieustudie afronden. De Groene Rekenkamer adviseert me namelijk om niet zomaar te geloven wat ze zeggen, maar het ook te controleren. Want alleen ‘door confrontatie van opvattingen komt U achter de waarheid.’ Kun je nagaan hoe eerlijk en integer de Groene Rekenkamer is! Ik begin maar meteen: hoe groen is de Groene Rekenkamer? Mmm. Misschien wat chemisch groen, maar niet echt van chlorofyl. Maar wacht eens: als hun naam al misleidt, zou dat dan ook met de inhoud zo kunnen zijn?
Zelf onderzoeken, wie doet dat nou nog vandaag de dag? Toch hoort dat eigenlijk, en daar heb ik voor geleerd. Daar ga ik dan. Hoe natuurlijk is het dat natuur die in miljoenen jaren is opgebouwd binnen enkele decennia verdwijnt? Hoe toevallig is het dat juist nu de dingen gebeuren waarover Robert Long al in 1974 zong dat het aardig uit de hand liep? Hoe wetenschappelijk is het om het Intergovernmental Panel on Climate Change te verketteren omdat er tussen de vele onderzoeken en conclusies enkele zijn aangetroffen die niet betrouwbaar en/of valide zijn? Hoe gevaarlijk is het om milieuscepticus te zijn, zelfs als je 99% kans hebt het gelijk uiteindelijk aan je kant te krijgen, waarmee je aangeeft een risico van 1% te nemen dat de wereld naar de bliksem gaat? Hoe kortzichtig is het om de natuur te haten, waarop Jaap Dirkmaat antwoordt: ‘Goh, wat gek. Wat je eet en drinkt, de benzine voor je auto, wat je voorouders hebben gegeten en gedronken, de kleren die ze droegen, álles wat je gebruikt, komt uit de natuur. Als je niet geïnteresseerd bent in de aarde die je voedt, moet je maar op de maan gaan wonen.’ Zo simpel is het. De zachte krachten laten de laatste tijd te weinig van zich horen. Dus heb ik toch maar € 25 op rekening 159218535 van Das & Boom te Beek-Ubbergen overgemaakt. Omdat ik nu eenmaal van korenwolven, geitenwollen sokken en mietjes hou.
Gepost in Gezondheid en welzijn, Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
2 reacties »
27 februari 2011
Gisteren met Ewald meegereden naar Stoutenburg bij Amersfoort, waar hij voor de derde keer met Menno een Dag van Niks organiseerde. Dit duo organiseert graag groepen, en toen ze op een dag helemaal geen programma meer konden bedenken, hadden ze daarmee meteen het antwoord gevonden: laten we met de groep gewoon eens Niks gaan doen! Dus daar zat ik gisteren met vijftien anderen in een kring Niks te doen. Voer voor psychologen. Want Niks wil steeds gevuld worden, zeker als je met zijn allen een kwartier of een half uur voor je uit hebt zitten kijken. Dan gaat opeens iemand mandarijntjes uitdelen. Of een Koorddanser lezen, waarvan hoofdredacteur Ewald een stapeltje heeft meegenomen. Of een liedje op zijn meegenomen gitaar spelen, waarop iemand anders op een dwarsfluit probeert mee te spelen, wat vanwege een onhandige toonaard mislukt. Iets delen met anderen blijkt een niet te stuiten behoefte, maar dat is natuurlijk niet Niks. En uiteindelijk wordt er natuurlijk ook gepraat. Over Niks.
Wat is Niks? De een ziet het nut er niet zo van in. En een ander zoals ik vraagt zich af waarom iets eigenlijk nut of zin zou moeten hebben. Is het ervaren van Niks hetzelfde als er zelf niet meer zijn, als een verlichtingsmoment? Een vrouw vertelt hoe ze verdween bij het kijken naar een beuk. Een ander vertelt dat hij überhaupt niet zoveel ‘ik’ meer voelt, dat hij niet kan zeggen dat dingen van hem zijn. Dat maakt best indruk op me: het zou een goede oefening zijn om alle bezittelijke voornaamwoorden uit je vocabulaire te gooien, zodat je niet meer spreekt over ‘mijn ervaring’, ‘mijn lichaam’, ‘mijn gevoel’ en zo. Is Niks hetzelfde als leegte? Sommigen vinden dat te negatief klinken, maar zelf vind ik dat wel mooi. Het Niks dat als leegte alles in het heelal omhelst en daarom verbindt. Intussen zijn we weer aan het praten over Niks, en dat is niet Niks. Dus zegt iemand dat ze het leuk zou vinden als we weer een tijd stil zouden zijn. Wij gehoorzamen graag, nadat Menno nog even de stilte geplaagd heeft met een schreeuw.
In de pauze, die gewoon uit het Niks ontstond, wandelden we over de modderige paden rond het kasteel annex klooster annex conferentiecentrum. Het was even zonnig en ik praatte al sigaartjes rokend met de gitaarspeler over popmuziek en met een groenlinkse knaap over politiek. In het bos werden boomstammen in plakjes gezaagd. En weer in de kring gezeten deelt mijn buurvrouw haar laatste Merci-chocolaatjes met me. Wordt er weer gezwegen, gelezen en gepraat. Gaat mijn buurvrouw een sprookje vertellen. Gaat iemand Menno masseren. Ga ik brutaal fotootjes van deelnemers maken. Soms wordt het Niks gevuld omdat iemand vindt dat er toch iets moet gebeuren. Die vindt Niks dan maar Niks. Maar soms wordt het gevuld omdat iemand Niks gewoon Niks laat zijn, waaruit vanzelf dan iets spontaans ontstaat. Dan is Niks niet Niks. Vindt niet alle spontaanheid, creativiteit en echtheid zijn oorsprong in dat Niks? Is Niks niet de schoot waaruit het Iets geboren is?
Terug in Ewalds auto op de A1 praten we nog na, en begin ik te betogen dat het heelal nooit ontstaan is. Omdat het altijd al heeft bestaan, oneindig ver terug in de tijd, zoals het ook oneindig in de ruimte bestaat. En neem ik me voor om een volgende keer hem uit te leggen dat Niets eigenlijk hetzelfde is als Iets. Alles is Niets, en Niets is Alles. Maar dat vinden sommige mensen maar Niks, en dan moet ik dat weer helemaal vanaf het begin (dat er niet was) gaan uitleggen. Een leuke dag over Niks, waarvoor ik wel vroeg op moest en maar een paar uur geslapen heb. Maar ja, voor Niks gaat de zon op. Vanuit Ewalds huis weer terug naar huis gefietst. In de regen. Maar daar was Niks mis mee. Een dagje Niks, dat is niet Niks, en ik teken er graag voor.
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
13 reacties »