Tien jaar rookvrij

Date 13 juni 2007

Vandaag is het tien jaar geleden dat ik stopte met roken. Op vrijdag de dertiende juni 1997 waren Vriend en ik in Pruttel op de Veluwe, waar we vaker onze vakanties doorbrachten. Het was avond en Vriend lag zoals gebruikelijk samen met zijn radio’tje in de hangmat, en ik zat in een luie stoel mijn laatste sigaretten te paffen. ‘Zullen we samen naar het Pruttelermeer gaan om mijn laatste sigaret te roken?’ vroeg ik hem nog. Maar dat zag hij niet zo zitten; waarschijnlijk vertrouwde hij er niet zo op dat dit de laatste sigaretten waren die ik in de komende tien jaar zou roken. Ik had het boek van Alan Carr gelezen, die me stevig op het hart had gedrukt dat de eerste sigaret die ik na het stoppen zou opsteken heel waarschijnlijk de eerste zou zijn in een reeks van tienduizend nieuwe sigaretten. Ik inhaleerde nog dieper dan ik al – ook door de hasj – gewend was en genoot extra van de laatste teugen. Ik had toch nog wat pakjes sigaretten over en die begroef ik onder de bomen achterin de ruime tuin. Zand erover.

De dagen erna behoren tot de meeste leerzame in mijn leven. Want na het roken van gemiddeld twee pakjes per dag snakte mijn lijf nu stevig naar die heerlijke rook en geur van tabak. En verlangde ik meer dan ooit naar die kick die je eigenlijk alleen maar met je allereerste sigaret beleeft, en die je daarna ondanks al je verwoede rookpogingen nooit meer zal ervaren. Mijn hartslag kelderde omlaag en ik moest mijn lijf voortdurend duidelijk maken dat niet hij, maar ik hier de baas was. Nu zou ik zeggen dat ik de identificatie met mijn lichaam los moest laten, er afstand van moest nemen om zo te leren dat ik niet mijn lichaam ben. Voor dat stoppen met roken was trouwens wel veel kauwgom nodig. En ook Vriend kreeg een van die dagen de wind van voren van me, want reken maar dat ik er nogal snel geïrriteerd van werd. En dat alles omdat ik bij de Rozenkruisers wilde, die als voorwaarde stelden dat je niet rookte, geen drugs gebruikte, vegetarisch leefde en dat soort dingen. De School van het Gouden Rozenkruis is inmiddels een door mij gepasseerd station, maar dat wil niet zeggen dat ik weer ben gaan roken, want ik heb tot vandaag de dag geen sigaret meer opgestoken.

Maar ook het niet-roken heeft zijn gevaarlijke kanten. En dan bedoel ik niet zozeer het feit dat mijn gebit door al die kauwgom een stevige knauw heeft gehad. Nee, ik doel op het radicaal neerkijken op mensen die nog roken door hen te benaderen als ongezond levende onbewuste primitievelingen. De haat die ex-rokers nog te vaak koesteren jegens mensen die roken. Demonstratief uit hun buurt blijven en kuchen. De betuttelende overheid die waarschuwingen op rookwaren laat drukken die ook nog leugens blijken te zijn. Want als roken echt dodelijk was leefde ik niet meer. Want is het niet een beetje hypocriet om enerzijds te waarschuwen voor longkanker en anderzijds er goed geld mee te verdienen en per jaar 21.000 Nederlanders te laten sterven aan een slecht milieu, zoals net vandaag is geopenbaard door de Wereldgezondheidsorganisatie? Wat niet wegneemt dat roken ongezond is. Mijn vader is in 1992 gestorven aan een longemfyseem en geloof me, het is een schrikbeeld voor me geworden om op zo’n manier te moeten sterven.

Uiteraard kon ik het tien jaar geleden niet nalaten om eens naar de stand van de sterren op die dag te kijken. Waarmee dan meestal bedoel wordt: de stand van de planeten, dus ook die van de te vaak onterecht onbeminde Saturnus. Die stond in de 19e graad van Ram. En waar stond die eigenlijk toen ik begon met roken? Dat moet eind 1968 zijn geweest, laten we zeggen een maand nadat ik zelfstandig was gaan wonen in het studentencentrum Uilenstede in Amstelveen. En waar stond Saturnus op 15 december van dat jaar? Precies! In de 19e graad van Ram! Ik had exact één hele zogenaamde Saturnuscyclus gerookt! Volgens de astroloog Koppejan betekent deze graad onder andere dat de mens zich boven zijn lagere persoonlijkheid moet verheffen, en geeft zij magische mogelijkheden om in de hoogste gebieden van de lucht door te dringen. Wellicht was het die behoefte aan magie die me eerst in 1968 liet roken en die me nu in 1997 daarmee liet stoppen omdat ik inmiddels andere wegen omhoog had gevonden.

Heerlijk land

Date 11 juni 2007

Elk jaar gaan we met mijn vriend de tandarts en zijn vrouw een lang weekend mee naar hun vakantiehuisje in een Feriendorf bij Frankenau. Van daaruit wordt vaak door de bergen gewandeld, en is het heerlijk genieten van de rust tussen de zwijgende berghellingen die elk rechtstreeks contact met de drukke buitenwereld verbreken en die je herinneren aan een verstilde wereld zonder elektrosmog. Maar we maken ook diverse tochtjes, zoals naar het Bachhaus in Eisenach, eten aan de boulevard van Bad Wildungen waar ik me altijd in Nice waan, met een bootje de Edersee oversteken, mijn hoogtevrees in een kabelbaan in Willingen overwinnen – juist door niet al te krampachtig, maar losjes in het gondeltje te gaan zitten.

Of ik al dan niet last heb van hoogtevrees hangt van mijn bui af. Soms ren ik enthousiast naar een hoge plek, om me daar aangekomen plotseling te realiseren dat ik dit eigenlijk doodeng vind. Zoals in Gadarwara in India in 1990, waar ik zo nodig wilde zien vanaf welke hoogte Osho in zijn jeugdjaren in het water sprong. Ontzettend hoog dus. In 1999 zweette ik het uit toen we in het slot Neuschwanstein bij Füssen ergens over een smalle brug moesten. Het is een mix van doodsangst en -verlangen. De zuigende en lokkende diepte, het verlangen naar een gewichtsloze val, het loslaten van het laatste houvast en contact met de zware materie verliezen. In mijn studententijd moest vaak de balkondeur van mijn kamer op de zevende verdieping op slot, en maakte ik de sleutel zoek tussen de rommel van mijn bureaula. Alex, mijn Duitse vriend die tegenover me ook op de zevende woonde, liet me in 1970 nadat ik wat lsd had gebruikt op zijn kamer met open balkondeur slapen, en dat is achteraf gezien een goede therapie gebleken. Als ik zelfs onder invloed van lsd niet van het balkon sprong…

Het afgelopen weekend waren we ook weer in Frankenau, zij het zonder Floor. Ook deze keer hebben we tussen de bergen gewandeld. We werden overvallen door onweer met slagregens, die van zulke harde rukwinden vergezeld gingen dat ik moeite had met ademhalen. Uiteindelijk liet Hein ons in de beschutting van een schuurtje achter om de auto te gaan halen, waarmee hij gelukkig al na een minuut of twintig ons op kwam halen, net toen met het wegtrekken van de regen het laatste deel van de Zesde van Beethoven in mijn hoofd begon te spelen. We hadden geen kledingstuk meer aan dat niet drijfnat was. Gelukkig hadden we überhaupt weinig kleren aan, want het waren warme dagen geweest. In een weilandje hadden we al een bezweken vrouw zien liggen, die door diverse hulp omgeven was, en op de weg naar Frankenau was een motorrijder verongelukt, misschien ook wel bevangen door de hitte.

Deze keer hebben we de Externsteine bij Horn-Bad Meinberg bezocht. Decennia geleden heeft mijn Wijze Tante deze heilige plek vaak bezocht om er spirituele bijeenkomsten te vieren. Van dat heilige, dat helende is weinig meer te proeven, waarschijnlijk door de toeristische exploitatie van deze plaats. Wel stond er nog een mens of twintig in concentrische cirkels onder een boom te mediteren. We klommen in enkele van de zeven stevige rotsformaties, die daar uit de bossen oprijzen. Bovenin was iets als een klein tempeltje waar een gat in de muur uitzicht geeft op de opkomende zonnewendezon, die dan op de ertegenover liggende muur wordt geprojecteerd. En beneden ontdekte Vriend naast in de rotsen uitgehouwen afbeeldingen een kleine ruimte die met zijn doopvont deed denken aan de cellen zoals we die ook zagen bij de Katharen in het dal van de Ariège, toen we daar in 2001 waren. We hebben een stukje verderop ook het Hermannsdenkmal bij Detmold bezocht: een grote megalomane groenkoperen Germaan op een voetstuk vanwaar je over het Teutoburger Wald en omringende plaatsen kunt uitkijken. Als herinnering aan een Romeinse nederlaag die daar ooit schijnt te hebben plaatsgevonden. Maar daarvoor moet je jezelf eerst 98 treden door een smal wenteltrappetje omhoog persen. Ik heb weer wat afgeklommen, nu op mijn nieuwe Easy Street sandalen, zaterdag gekocht bij de Deichmann in Frankenberg. Maar al dat geklim geeft me achteraf weer vertrouwen in mijn eigen hart. Zo zijn die minivakanties ook heel therapeutisch voor diverse fobieën.

Eigenlijk zou ik best in deze buurt willen wonen, met zijn uitgestrekte bossen. Al in 1965 fietste ik hier doorheen, met Roodborstje die het een leuk idee vond om eens vanaf Winterswijk naar de Harz te fietsen. En nu cirkelt onze reis om Paderborn heen, wat ik indertijd een verschrikkelijke stad vond en waar nu ergens een Second Life-vriendje woont waarmee ik de laatste tijd veel optrek. Laatst vertelde ik hem dat Duitsland voor mij het cultureel meest hoogstaande van Europa is. Soms moet ik daar wat hoogtevrees voor overwinnen, maar het blijft een heerlijk land.

Zomer

Date 27 mei 2007

Van de week met Vriend voor een concert naar Zutphen geweest, en daar heerlijk op een terrasje in de zon een pizza gegeten. Onder het genot van lambrusco en een goed gesprek. Ik hou van die zomerse sfeer, en genieten daarvan is het doel van het leven. Alle filosofie en religie, al het gepraat en gedenk is flauwekul. Gewoon terugkeren naar het paradijs en daar niet al te moeilijk over gaan doen. Er is echt niets meer dan het hier en nu. Zelfs het daar en toen is in het hier en nu, want waarom zou de plek en de tijd waarin mijn ikje zwerft reëler zijn dan andere werelden en het verleden of de toekomst? Het maakt weinig uit of ik nu van dit terrasje geniet of van mijn dromen of van het verleden, want al die dingen leven in mij, in het hier en nu waaraan niet te ontsnappen is. Vriend bestelt nog een tweede kan lambrusco, maar voor mij wordt dat te veel. Ik heb iets met dat lome luie genieten van Venus en met het dromerige mystieke versmelten van Neptunus…

Sinds een maand of twee heb ik een appartementje op Tamita Island, een van de eilanden van het gay resort Irukandji waar ik me echt thuis voel. Alleen de wekker moest ik nog gelijk zetten, want die liep nog op Pacific Time. Verder is het ideaal, met een echte whirlpool die ik graag laat stomen terwijl het water om me heen bubbelt. Ik kijk uit over de zee en de stranden waar het heerlijk toeven is en luister naar een enkele vogel in de verte. Ik hoef niet met strandstoelen of handdoeken te slepen als ik wil gaan zonnen, want dat ligt allemaal al klaar. En ’s nachts branden er fakkels op het strand als de maan boven de glinsterende golven tussen de sterren schijnt. Vaak nodig ik Peter uit, en dan kunnen we uren – al dan niet licht beneveld door de glazen wijn die we drinken – zitten te bomen over hoe we ontdekten dat we gay waren en hoe we dat aan onze ouders vertelden, over musicals, films, muziek en zelfs over zijn horoscoop. Hij weet zijn geboortetijd nog niet precies, maar volgens mij heeft hij een Tweelingen als ascendant. Want soms groet hij nauwelijks als hij arriveert, en begint hij wild in de zee heen en weer te zwemmen, terwijl ik hem even later bovenop de orka zie die altijd rond het eiland zwemt. Ik geniet van het plezier dat hij heeft. Hij produceert in Duitsland de musical Diana en daarover praat hij me soms de oren van het hoofd. Onlangs nam ik hem mee naar de openlucht-disco, waar we heerlijk hebben gedanst. Kortom: Tamita Island is een plek waar ik me helemaal thuis voel. Met veel leuke, aardige, relaxte gays. De Australische Xay Tomsen runt dat allemaal, heeft me er geïntroduceerd en was zelf dj toen ik er voor het eerst in de Lava-disco danste met Keppel en Fringe en hij heeft onlangs nieuwe verrassingen in mijn slaapkamer gestopt.

Zomer 1978. Alex heeft een mooie erfenis gehad en met zijn daarvan aangeschafte rode Alfa rijden we zonder bestemming naar het zuiden. We belanden in Saint-Tropez, weten een caravan te huren in de bossen ten zuiden van het havenstadje en draaien continu Etude Opus 25 nr. 1 van Chopin. Alex raakt verliefd op deze plek en het worden drukke weken omdat hij besluit twee appartementjes van het complex Super-Eden te kopen zodat we druk bezig zijn met van alles te regelen, van meubels tot elektriciteit. ’s Avonds zitten we op het balkon uit te kijken over de bossen in de verte en vertellen we elkaar over alle dieren die we in de kruinen van de bomen in de schemering ontwaren. Een jaar later ga ik er opnieuw heen. Alleen. Bloot in rode tuinbroek slenter ik langs de kades en door de smalle straatjes. In een donker hoekje bij de Crédit Lyonnais zingen twee jongens Brain Damage van Pink Floyd. Nippend aan de Ricard geniet ik van de Flagada Stompers die heuse dixieland en soms zelfs de Creole Love Call spelen. Of van Stefan – ook in tuinbroek – die liedjes van Donovan zingt. Ik heb een paar maanden geleden Bhagwan ontdekt en ben continu in een soort trance, waarin steeds weer nieuwe liedjes in mijn hoofd spelen, die ik allemaal moet opschrijven. Op de Rue Allard raak ik helemaal stil van een mooie jongen met alleen een hesje over zijn bovenlijf. 7 augustus wordt een heel bijzondere nacht. Dan valt ’s avonds laat de elektriciteit uit en doven alle lichten. Van de lantaarns, terrassen en winkeltjes op de kade, van de reclames en achter de ramen van de huizen met hun houten luiken. Opeens is alles gehuld in het licht van de volle maan, van boten, en van een paar passerende motoren en auto’s. Als ik in de zwoele nacht terugwandel lijkt de volle maan me op sleeptouw te nemen en raak ik helemaal in een zomerse extase van gelukzaligheid. Achter de maan aan zwevend vergeet ik bijna linksaf te slaan naar de Chemin des Amoureux met haar krekelgeschal. Verliefd ben ik! Op de maan, op de warme zomerse nachtelijke wereld, op mezelf… Ik snap nog steeds niet dat ik toen niet verlicht ben geraakt. Maar ja, een ik zal dat waarschijnlijk nooit snappen.

Luieren, nietsdoen, lanterfanten. Op het strand bakken in de zon, slenteren langs de waterlijn met schelpjes tussen je tenen. Wat is er méér te doen dan gewoon van dit moment te genieten van wat er is? Gisteren zaten we opnieuw op het terrasje, dit maal in Zandwijk. Kasteelbier voor hem, Hertog Jan voor mij. Enkele minuten later gevolgd door een warme geitenkaassalade, met stukjes walnoot en zonnepitten. Is er echt méér in het leven? Méér dan Venus en Neptunus? Dan genieten van dromen en dromen van genieten? Vriend maakte mij er onlangs attent op dat Neptunus een hoger octaaf is van Venus. Ik verwelkom Venus dan ook graag om me door haar te laten vervoeren naar de wereld van Neptunus waar alles weer één wordt. Ik verwelkom de zomer.

Geen wortel, geen boom

Date 22 mei 2007

In de Nieuwegeppeler Courant de GONG las ik hoe een kapvergunning is aangevraagd voor 131 bomen. Aan het eind van de Pilssteeg, een mooi bosgebied dat grenst aan de hei. Ja, daar wil iedereen wel wonen. En tja, het is een plek waar bijna niemand komt, hooguit een eenzame wandelaar. Misschien zie je er straks niks meer van, is er alleen met Google Earth een gat in het bos te zien. Maar toch knaagt bijna ongemerkt teveel nieuwbouw het groene, bossige karakter van Oldegeppel langzaam en stilletjes kapot. Dreigt Oldegeppel aan zijn eigen succes ten onder te gaan. En zolang er steeds meer mensen bij komen moet er gebouwd worden, dat is een opdracht die de gemeentes van bovenaf krijgen opgelegd. En daarmee ben ik het ronduit oneens. Omdat je – net als met het aanleggen van meer asfalt – het probleem niet bij de wortels aanpakt en eigenlijk een signaal zou moeten afgeven dat het steeds meer een gezwel is dat onheilspellende proporties begint aan te nemen. Er wonen gewoon veel te veel mensen op een te klein oppervlak, iets waarover bij De Club van Tien Miljoen veel te lezen is. En hoe meer je mensen samenpakt, hoe neurotischer en agressiever ze worden.

Van 1987 tot 2001 woonde ik in Amsterdam Buitenveldert, en ik heb gezien hoe deze rustige, groene en geliefde wijk geleidelijk verpest werd. De ontwikkeling van de Zuidas met het hectische station RAI en de afslagen van de ringweg, de aanleg van de sneltram en het verlengen van lijn 16 naar het VU medisch centrum waarvan de inhoud inmiddels ook verveelvoudigd is, en last but not least de herontwikkeling van het gezellige Gelderlandplein in de jaren negentig. Een notenbar of een boekwinkel is er niet meer te vinden, want alleen dure kleding- en meubelzaken kunnen de huur betalen en tot vandaag de dag hangt er een kille, doodse sfeer die extra geaccentueerd wordt door de kale steenvlakte buiten waarop je tevergeefs een terrasje of een markt of een fontein met bankjes zult zoeken. En dat geheel heet nu heel creatief het Groot Gelderlandplein, onder welke megalomane naam een hart van een woonwijk binnen enkele jaren ontmenselijkt is. Maar ook de rest van de wijk is er niet beter op geworden en ook in Buitenveldert heb ik geprotesteerd tegen het kappen van bomen. Wat was ik verliefd en blij toen ik er kwam wonen, en wat was ik opgelucht en blij toen ik naar Oldegeppel kon verhuizen, wegvluchten van onder de wolken van fijnstof en elektrosmog!

De afgelopen week heeft de lokale Historische Kring het boek Groeten uit Mooi Oldegeppel gepresenteerd. Met afbeeldingen van ansichtkaarten waarop je ziet hoe het dorp er vroeger uitzag. Die ook allemaal, samen met nog veel meer andere kaarten, op een dvd zijn bijgevoegd. En dat alles bekijkend zie je hoe het dorp in een eeuw tijd veel meer van karakter is veranderd dan je denkt. Het lijken steeds maar kleine beetjes ontbossing en verstening, maar waar is het bos gebleven waar ik als kleuter langsliep naar het schooltje dat inmiddels is afgebroken? Waar zijn de akkers en korenvelden achter het huis waar ik geboren ben? Waarom mag wat mooi is niet gewoon mooi blijven, maar moet het geëxploiteerd, uitgebuit worden? Dreigt Oldegeppel niet een doorsneedorp te worden, net zoals Buitenveldert tot een alledaagse buitenwijk is verworden? Ook een mooi dorp is een kunstwerk en dient op eenzelfde wijze beschermd te worden. We hebben dan ook gelukkig in het centrum een beschermd dorpsgezicht, maar het zou mooi zijn als dat niet tot alleen het gezicht van Oldegeppel beperkt bleef!

Wat mooi en leefbaar is, en daarom gezond, moet in stand worden gehouden. De verleiding om van je eigen succes te profiteren is groot, maar als je alle appels opeet die van de boom vallen heb je straks helemaal geen boom meer. In andere woorden: als we de problemen niet bij de wortels aanpakken, houden we straks geen bomen meer over.

Uit de droom

Date 18 mei 2007

Het waren even drukke weken. Zo hebben we het afgelopen weekend in het Belgische Landhuis van mijn Wijze Tante een dag gewijd aan Eckhart Tolle. Net als de maand ervoor toen het over Al Gore en het klimaat ging, kwam ik mezelf tegen als leider van de bijeenkomst, iets wat ik eigenlijk nog nooit eerder had gedaan. Daar heb ik lol in: dingen voor het eerst doen, totaal zonder ervaring, en dan overkomen alsof ik al jaren niets anders doe. Zoals ik een paar jaar geleden opeens met een jarige Gordon in de studio zat en hem luchtig wat over zijn horoscoop vertelde: ‘Dat doe je zeker vaak hè?’ ‘Nou, eh… het was de eerste keer hoor!’ Soms doe je dingen beter juist omdat je er geen ervaring mee hebt, zoals je ook dingen kunt verpesten juist omdat je ze wel vaker hebt gedaan. Want zo werkt het: in nieuwe, onverwachte situaties ben je gedwongen om creatief te zijn, kun je niet meer alles bedenken omdat je daar geen tijd voor hebt. En als je ergens ervaring mee hebt, wordt wat je doet voor je het weet herhaling, een ingesleten patroon dat geen ziel meer heeft.

Zo was er eergisteravond een nogal hectische raadsvergadering. Mijn amendement om geen UMTS te plaatsen in de nieuw te bouwen Oldegeppelermeent heeft het met 8 tegen 5 gehaald! Ja, dank u. Maar de Parmantige Wethouder gaf geen antwoord op een vraag van mij en toen ik daarop aandrong antwoordde hij geen helder antwoord te kúnnen geven. ‘Dat is een helder antwoord,’ liet ik weten, hem enigszins in verwarring achterlatend. Fractiegenootje Rob (2,21 m) heeft dat ook, een gevoel voor relativerende humor waar diverse serieuzeriken niet tegen bestand zijn. Humor! Ik vertelde hem dat ik de raadsstukken altijd op bed lig te lezen. ‘O, vandaar dat je zo dromerig overkomt!’ gaat hij – tsjak – eroverheen. Zonder Fractiegenootje Rob (2,21) zou het een stuk saaier worden in de raad. Soms kan je putten uit andere werelden. Creativiteit, intuïtie heeft te maken met het contact dat je met die andere werelden kan maken.

Laten we voor het gemak stellen dat er drie werelden zijn: een doe-wereld, een droomwereld en een denkwereld. Laten we ons die voorstellen als echt bestaand, elkaar doordringend. Zo heb ik het althans van esoterici begrepen, en daar kan ik me wel wat bij voorstellen. Een astrale droomwereld die, net als een elektromagnetisch veld, alles doordringt en overal aanwezig is. Een mentale denkwereld die nóg fijnstoffelijker is en zowel het astrale als het materiële omvat. Denk aan iets als morfogenetische of Akasha-velden. Als we krampachtig hechten aan ons fysieke bestaan, dan verliezen we contact met de droom- en denkwereld. Dan scheiden we ons af van de bron, die altijd in het hogere ligt. Het fysieke is een concretisering van het astrale, van gevoelens en wensen. Die zijn op zich weer een maaksel van het mentale, van gedachten. Zo is het Woord uiteindelijk vlees geworden, is het fysieke lichaam niets anders dan gestolde Geest. Maar wellicht zou ik nu dit abstracte betoog moeten stoppen om terug te keren naar het Belgische Landhuis, naar de gemeenteraad, naar de werkelijkheid…

Lastig hoor! Want was is nu de werkelijkheid? Waarom zou de droom- of denkwereld minder echt zijn dan de fysieke realiteit? Als ik droom of denk ben ik inderdaad ‘niet van deze wereld’, maar zit in die uitspraak niet al het oordeel dat ‘deze wereld’ beter of reëler is dan die andere? We zijn toch in deze wereld geworpen met de opdracht om het paradijs weer terug te vinden? Waarom doen al die mensen dan zo moeilijk als ik droom en fantaseer? Eigenlijk is de droomwereld reëler dan de fysieke wereld, en is dat voor de gedachtewereld nog veel meer het geval! Ik bedoel: we dromen van onsterfelijkheid en daar is niks mis mee omdat we dat in feite ook zijn. En in de abstracte denkwereld komen we Plato tegen met zijn onveranderlijke en daarom waarheidsbevattende ideeën.

Ik schijn niet weg te branden te zijn uit de wereld van sprookjes en fantasieën – ik las dat gisteren nog in mijn eigen kinderhoroscoop. Dat heeft ook te maken met het Schotse Findhorn waar Eckhart Tolle een retraite hield. Met uit datzelfde land de Incredible String Band, die al in 1968 zong over de verlichte Douglas Harding. Met de bomen en het groen waarvoor ik zo vecht in de gemeenteraad, alsof mijn leven afhangt van het in stand houden van een sprookjeswoud. Nee, ik sta net stevig genoeg in deze grofstoffelijke wereld om erin te kunnen functioneren, maar vraag me niet om die belangrijker te vinden dan mijn droomwereld. Laat ik je uit de droom helpen: dat had je dan gedroomd!

ABN Amro

Date 3 mei 2007

De nadagen van ABN Amro lijken in zicht. En dat is niet geheel onterecht, want helaas heeft deze bank zich de laatste decennia ontwikkeld tot een arrogante, zelfingenomen instelling die van enige moraal geen kaas heeft gegeten. Kantoren sluiten, zich laten betalen voor pasjes, nauwelijks dagafschriften toesturen, het houdt niet echt over allemaal. Als je in de schulden zit word je ontvangen in een kaal achterkamertje waar zelfs geen koffie wordt geschonken, maar als je een leuke erfenis hebt gehad word je door een account-manager met bloemetjes in tekstballonnetjes benaderd. Dat is althans mijn ervaring. ‘Wij handelen in geld,’ was hun devies toen ik er in de jaren zeventig werkte, en dat is het tot vandaag de dag gebleven. Voor wat er met het geld wordt gedaan voelt zij zich niet verantwoordelijk, evenmin als de wapenindustrie zich dat voelt voor de ellende die er met hun producten wordt veroorzaakt. Het voormalige hoofdkantoor op het Rembrandtplein in Amsterdam staat leeg, en in gedachten zie ik scheuren in de eens zo robuuste muren verschijnen.

Twee scheuren op één dag. Want vanmiddag kreeg ik een e-mailtje van de voortdurend alerte en bepaald niet onsympathieke Vereniging van Effectenbezitters met de mededeling dat het gerechtshof in Amsterdam heeft bepaald dat WOL, ABN Amro en Goldman Sachs beleggers hebben misleid met de beroemde beursintroductie van World Online op 17 maart 2000. Ik roep al jaren dat ik nog geld van Nina Brink krijg, en het lijkt erop dat ik waarlijk nog iets ga terugzien van de € 4.053,24 die ik indertijd heb geclaimd. Het totaal van alle claims gaat om miljarden, dus ik ben benieuwd hoe dat verder afloopt. Alsof dat niet genoeg is, heeft de rechtbank vandaag ook nog eens beslist dat ABN Amro de verkoop van haar dochter LaSalle aan de Bank of America moet terugdraaien. Waardoor een fusie met Barclays weer in het gedrang komt. ‘Catastrofaal’ volgens topman Rijkman Groenink, alsof die man zelf niet een catastrofe is. Want je moet toch wel heel pervers zijn om een fusie te willen waarbij totaal zinloos 12.800 mensen op straat komen te staan

Ik heb er van 1973 tot 1977 gewerkt. Daar op het Rembrandtplein bij de Amrobank, op diverse afdelingen. En ik vond het nog leuk ook. Vooral de Inlichtingendienst Buitenland waar ik zoekgeraakt geld opspoorde door alle mutaties stap voor stap, van tussenrekening naar tussenrekening, van bank naar bank, te volgen. De communicatie verliep met de telefoon, buizenpost, brieven en vraag- en antwoordformuliertjes, terwijl je dagafschriften bekeek in ordners en op microfiches. Omdat roken toen heel normaal was, moet de lucht altijd blauw zijn geweest, maar dat is uit mijn herinnering gewist. Onze afdeling zat samen op een zaal met de effectenadministratie en de boekhouding, en onze procuratiehouder De Kraak was het klassieke voorbeeld van een dorre, droge boekhouder, die ik ondanks dat toch graag mocht. Was het toeval dat de mooiste jongens het langst bij hem aan zijn bureau aangeschoven zaten? Maar ik ook gedroeg me niet altijd netjes tussen de archiefkasten. Een leuke tijd dus. Waarin slechts fluisterend over de Raad van Bestuur werd gesproken en je op je tenen langs haar vergaderruimte op de vijfde verdieping sloop. Waarin ik de personeelssalarissen in een plastic tas meenam in lijn 4 als ik kas moest draaien in een bijkantoor op het Rokin. Waarin verschillende mensen om me heen aan hartaanvallen doodgingen, dus misschien was het wel goed om op gegeven moment toch maar weer verder te gaan studeren in de psychologie

Nog voor ik hoorde van deze twee uitspraken, lag ik vanmorgen al met ABN Amro in de clinch. Want ik sta wel eens een dag rood. Soms zelfs twee dagen! En sinds ongeveer een jaar worden overboekingen na een paar dagen teruggedraaid, gestorneerd, als ze dat merken. Een tikkeltje kinderachtig misschien, zeker als je ook een effectenrekening bij hen hebt, maar dat is hun goed recht. Zo stond ik gisteren negatief, wat ik tijdig keurig heb verholpen, zodat alles er weer positief uitzag. Laat ik nu vandaag zien dat ze daarna alsnog allemaal betalingen van mij weer hebben teruggedraaid – ik dacht al: wat ben ik rijk! Die betalingen moest ik allemaal handmatig opnieuw invoeren. Ik heb daar een klacht over ingediend. Via internetbankieren, want aan telefoneren begin ik niet meer. En daar viel mijn oog op de mededeling dat ABN Amro nu ook acte de présence geeft op Second Life. Compleet met een SLURL, ofwel een URL of adres in Second Life. Dus ik daarheen. Weldra werd ik door een hostess aangesproken, maar ik kon haar alleen maar vertellen dat het een sombere dag was voor ABN Amro. Vanwege LaSalle en WOL. Ze ging er niet op in. Ik wenste haar sterkte. Waarvoor ze mij dankte en weer vertrok. Over vijf jaar krijg ik maandelijks € 91,00 pensioen van ze. Ik hoop dat ze dat goed verzekerd hebben, want bestaan ze dan nog wel?

Landjepik

Date 28 april 2007

Tussen het gereformeerde Zandwijk en het meer katholieke Oldegeppel heeft het nooit zo geboterd. In vroeger tijden ging men elkaar regelmatig met de hooivork te lijf, en eerlijk gezegd is er niet zoveel veranderd. Want Zandwijk vindt nog steeds dat zij recht heeft op Oldegeppelse grondgebieden. Zo staat het ook vandaag weer in de Ooi- en Geemlander. Zandwijk wil Graasland – nota bene de wijk waarin ik woon – en de binnenkort te bouwen Oldegeppelermeent inpikken. Zij formuleert dat dan iets netter door te zeggen dat zij een grenscorrectie wil. En voert als argument onder andere aan dat de bestuurskracht van Oldegeppel niet voldoende is om naast het Oude Dorp ook nog deze twee wijken te kunnen behappen. Waarmee Zandwijk wil laten blijken hoe betrokken ze is op het wel en wee van de Graaslandse medemens. Het is schokkend te zien hoe leden van de raad en het college van onze buurgemeente dit allemaal zonder blikken of blozen durven te verkondigen. Een gotspe.

Iedereen weet inmiddels dat het puur eigenbelang van Zandwijk is. Die gemeente zit tegen de grens van 40.000 inwoners aan te hikken en wil zich verzekeren van een ruim overschot om dit aantal veilig te stellen. Hoewel het niet mijn beste kant is, heb ik begrepen dat er ook andere vreugdevolle en vruchtbare methoden zijn om een bevolking te vergroten, maar wellicht ligt dat niet zo in de Zandwijkse volksaard. Wat overblijft is de grond van een naburige gemeente te claimen, inclusief inwoners. Kan ze haar eigen bestuurskracht vergroten door van 25 naar 27 raadsleden te gaan, en wellicht na oplevering van de Oldegeppelermeent zelfs naar 29. Met als prettig bijverschijnsel een verhoging van de maandelijks vergoeding met zo’n € 150,-. Want niet alleen het aantal raadsleden, maar ook de hoogte van hun vergoeding loopt op met de grootte van een gemeente. Vraag me niet waarom.

Het enige redelijke argument van Zandwijk is te vinden in de ligging van Graasland en de toekomstige Oldegeppelermeent. Die schurken inderdaad meer tegen Zandwijk aan dan tegen het Oude Dorp van Oldegeppel, en enkele ontsluitingswegen zouden een natuurlijke grens kunnen aangeven. Maar Duivendrecht wordt door Amsterdam omringd, en de Heuvelstadse Meent ligt tegen Blikkum aan, dus waar heb je het over. Aan de andere kant loopt er een riviertje door Zandwijk dat ook een natuurlijke grens zou kunnen zijn als je alles ten oosten ervan aan Oldegeppel toewees. Ik heb er serieus over nagedacht om daar op 1 april op de bruggen blauwe gemeenteborden ‘Oldegeppel’ neer te zetten. Het zou immers veel bijdragen aan de bestuurskracht van onze gemeente als deze wat groter werd, en een grote gemeente als Zandwijk zou toch best kunnen helpen door een deel van haar grondgebied af te staan? Dat mag bij een grenscorrectie om hooguit 10% van de bevolking gaan, zo heeft onze Parmantige Wethouder ons geruststellend laten weten. Zodat we niet zo bang hoeven te zijn omdat de voorstellen die Zandwijk aan de Provincie heeft gestuurd zo’n 50% van de Oldegeppelers betreft, dus wat ze wil kan helemaal niet.

Het is niet de eerste keer dat Zandwijk Graasland wil inpikken. Persoonlijk laat ik me niet meer zien bij bijeenkomsten of wat dan ook van Zandwijk. Want ik vind dat je niet eens met zo’n gemeente moet willen samenwerken. En zit ik te broeden op een initiatiefvoorstel. Omdat het te gek voor woorden is, en dat heb ik fractie en coalitie ook laten weten. Gérard Bouton van het CDA mailde me dat we als verstandige en wijze mensen in dialoog moesten blijven met Zandwijk. Zucht… Leven we dan nog steeds in de jaren zestig? Hebben we nog steeds niet geleerd om grenzen te stellen: tot hier en niet verder? Moeten we ons daarom maar van alles laten aanleunen en braaf afwachten wat de Hoge Heren gaan beslissen? Is dat bestuurskracht?

UMTS

Date 20 april 2007

Met Fractiegenootje Rob (2,21 m) naar een bijeenkomst over UMTS geweest, georganiseerd door het Gewest en bedoeld om colleges, ambtenaren en raadsleden hierover objectief voor te lichten. Daar zaten we dan in het gemeentehuis van Vechtstad, waar mensen van het Antennebureau en een arts van de GGD toch enige moeite hadden met ons te overtuigen van de veiligheid van dit draadloze communicatienetwerk, dat over enkele jaren het huidige gsm-netwerk vervangen moet hebben. Elektromagnetische straling is immers heel natuurlijk; een bepaald frequentiebereik is het licht dat we met onze ogen opvangen. En radio- en televisiegolven zijn tot nog toe veilig gebleken. Terwijl ook onze DECT-telefoons, routers, inductiekookplaten, gps-ontvangers, afstandsbedieningen voor auto’s en audiovisuele apparatuur, detectiepoortjes in winkels, draadloze muizen en veel andere apparatuur er gebruik van maakt. Een verband tussen UMTS en specifieke gezondheidsklachten als hoofdpijn, slapeloosheid, concentratieverlies kan niet met een biologisch mechanisme verklaard worden. Bovendien zijn de resultaten van het onderzoek hiernaar niet consistent, zodat een en ander nog niet wetenschappelijk is vastgesteld. De arts toonde ons met zijn niet uit lezingen weg te branden powerpointpresentatie een lijst van eisen die aan wetenschappelijk onderzoek zijn gesteld, en ik stak meteen mijn vinger op.

‘Ik heb vroeger geleerd dat onderzoek ook valide moet zijn,’ zei ik. ‘Ofwel dat een test meet wat die geacht wordt te meten. En dat mis ik in dit rijtje van eisen en bij het Zwitserse Onderzoek.’ Het was dit ‘Zwitserse Onderzoek’ dat vorige zomer zou aantonen of UMTS al dan niet schadelijk is voor de gezondheid en waarvan de uitslag voor velen doorslaggevend zou zijn voor verder beleid. Niet schadelijk, was de uitkomst. Nou ja, alleen dan voor de korte termijn. En zolang je kinderen en zieken er niet bij betrok… Kortom: ook als dit onderzoek de schadelijkheid van asbest had gemeten in plaats van die van UMTS, zouden we rustig kunnen gaan slapen. Dat heb ik ook verteld, gisteren, maar een echt antwoord hierop kreeg ik niet. Evenmin op mijn opmerking dat het raar is dat het licht op groen wordt gezet terwijl nog niet eens de veiligheid ervan is aangetoond. Ja, ik was een beetje lastig gisteren. Net als Fractiegenootje Rob (2,21 m), die net als ik twijfelde aan de objectiviteit van deze voorlichting. Alleen al het vele gebruik van het woord ‘objectief’ is al een reden van wantrouwen. Bovendien – ik kon het niet laten – vroeg ik waarom het subjectieve niet meetelde, dat kan je toch best meten met vragenlijsten en zo? Die opmerking was duidelijk een zendmast te ver, kwam teveel uit een andere wereld.

We kregen mooie geruststellende folders mee. Onder andere van de World Health Organization. Volgens haar is er ‘geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat de zwakke radiofrequente velden van basisstations en draadloze netwerken nadelige gezondheidseffecten veroorzaken.’ Aldus Fact sheet 304, dat trouwens alweer bijna een jaar oud is. We kregen ook informatie van het Antennebureau, dat ontkent dat er steeds meer elektrosmog in onze omgeving is, want de totale sterkte van alle velden in onze woonomgeving neemt dank zij slimmere technieken niet toe. Ik moest denken aan Schiphol, volgens welk meer vliegtuigbewegingen minder geluidsoverlast veroorzaken. Ook werd ons gewezen op de website www.antenneregister.nl, van het Antennebureau, waar je na het intikken van je postcode kunt zien wat voor antennes er allemaal in de buurt staan, hoe hoog ze zijn, sinds wanneer ze in gebruik zijn en diverse technische gegevens. Maar er werd uiteraard niets verteld over de website van Stop UMTS!

Deze straling blijkt trouwens nauwelijks te stoppen, want daarvoor is al teveel in de wetgeving dichtgetimmerd, zodat je als gemeente vrijwel machteloos bent om er iets tegen te doen. Wel moet de eigenaar van de grond of het gebouw toestemming geven voor het bouwen van een antenne-installatie. En moet een zogenaamde ‘instemmingsprocedure’ worden gevolgd als het gaat om huurders in een woongebouw: dan mag de installatie niet geplaatst worden als meer dan 50% van de woonadressen ertegen is. Maar al met al blijft het wonderbaarlijk dat politici beter weten wat gezond voor ons is dan de medici, hoewel ook deze laatsten wel eens duistere banden aangaan met instanties waar het commerciële belang prevaleert. Waar geld belangrijker is dan objectieve gezondheid. En waar subjectieve gezondheid nauwelijks een rol lijkt te spelen. Terwijl het juist dat is wat beleefd wordt!

OV-nepkaart

Date 6 april 2007

Nieuwsgierig als ik ben heb ik me in Amsterdam een OV-chipkaart aangeschaft. Om mee te experimenteren. Omdat ik vind dat Big Brother zich maar met zijn eigen zaakjes moet bezighouden, schafte ik me een anonieme OV-chipkaart aan. Dat was moeilijk. Die kon je wel uit een automaat halen die ook muntgeld accepteerde, maar toen ik wilde betalen bleek hij alleen plastic geld te lusten. Zodat de kaart alleen daarom al niet meer anoniem zou zijn, want bestanden zijn makkelijk aan elkaar te koppelen. Maar op station Weesperplein kon ik aan een loket keurig zo’n kaart cash betalen: € 3,- voor de kaart zelf – die vijf jaar geldig is – waarop ik een saldo van € 7,- liet programmeren. Net als bij de banken vraag ik me af waarom ik eigenlijk moet betalen voor de kaart zelf, want in feite heb ik dan nog niks. Daarna moest ik vier reizen met de metro maken voordat op mijn kaart het juiste bedrag was afgeschreven. Waarbij het opvalt alle drie foutieve betalingen in mijn nadeel waren, wat geen toeval kan zijn.

De eerste reis ging van het Weesperplein naar de Van der Madeweg. Onwennig hield ik mijn kaart tegen de kaartlezer, die me inderdaad vertelde dat ik € 7,- had. Toen ik na het uitchecken mijn saldo bekeek, stond er nog maar € 4,50 op mijn kaart, zodat er € 2,50 was afgeschreven voor twee zones die in totaal 3 ‘strippen’ ofwel € 1,35 zouden moeten kosten. Hoewel het maar om een teveel gaat van € 1,15 gaat wel om 85% dat ik duurder uit was! Gelukkig zijn er automaten waarmee je de laatste tien transacties kunt laten printen. Waarop ik nu zag dat ik helemaal niet ingecheckt was op het Weesperplein! Zodat ik zwart had gereden, en nu het maximale tarief is berekend. Er blijken namelijk twee soorten paaltjes te zijn waartegen je je kaart kunt houden: met de ene soort lees je alleen je saldo, en met de andere check je in: ‘Goede reis.’ Wist ik veel… Afijn, dat is dan leergeld, hoewel ik niet begrijp waarom ik dat moet betalen en waarom dat niet wat duidelijker is aangegeven.

De tweede reis ging van station Kraaiennest naar Diemen-Zuid. Beide liggen in zone 5125, waarbij het laatste op de zonegrens ligt. Zou moeten liggen, want deze keer werd toch maar een zone extra berekend: € 1,35 in plaats van € 0,90, wat maar 50% teveel is, dus het gaat nu beter dan de vorige keer. Opnieuw een lijst van transacties laten afdrukken, die meteen als bewijs dient dat ik belazerd ben, want alle tijden en stations staan erop. Briefje naar het Amsterdamse vervoerbedrijf GVB. Briefje terug dat ze om deze klacht te behandelen het nummer van mijn OV-chipkaart nodig hebben. Naïef als ik ben gaf ik dat nummer, waarna Vriend me er fijntjes op attendeerde dat vanaf nu de anonieme chipkaart niet meer anoniem was.

De derde reis ging gisteren van station Duivendrecht naar station Amstel. Toen ik uitcheckte bleek mijn saldo € 0,25 negatief te zijn. Weer een transactiestrookje laten afdrukken. Er was € 3,40 berekend voor een rit van één zone die € 0,90 zou moeten kosten. Dat is 378% teveel. Maar het staat toch echt op de bon! Check in Duivendrecht. Check uit Amstel. Mijn ogen dwaalden over de strook met alle gegevens en ontdekten opeens dat ik niet rond 13.00 was ingecheckt, maar de nacht ervoor om 1:30 uur! Zonder het te weten had ik 12 uur en 47 minuten gedaan over dit traject van drie haltes. En mijn enige bewijs dat dit niet het geval was, is de onwaarschijnlijkheid dat ik ’s nachts rond die tijd op de metro ga staan wachten in Duivendrecht. Ik ken maar één ander die midden in de nacht op iets stond te wachten dat nooit komen zou: Dorus op een vluchtheuveltje in Den Haag, alweer enkele decennia geleden. Een tijd waarin nog geen elektronisch geld bestond. Waarin je voor ƒ 15,98 verder kon reizen dan de de 11 metrohaltes die ik ermee heb afgelegd.

Wat mij betreft voorlopig dus geen OV-chipkaart. Want je wordt gewoon belazerd. Wat niet wegneemt dat ik doorga met mijn experimenten. Want ik ben nu eenmaal nieuwsgierig.

Second Life

Date 28 maart 2007

Vorige week heb ik me in de wereld van Second Life gestort. Ik ben nu eenmaal nieuwsgierig naar wat er allemaal met computers wordt gedaan, terwijl ook de wereld van virtual reality me altijd heeft geboeid. Zo stond ik jaren geleden eens ergens in Den Haag met een helm op en een zware handschoen aan om me heen te kijken in een wereld die er helemaal niet was. Als je een beetje spiritueel bloed in je lijf hebt moet je hier natuurlijk niets van hebben, want afgezien van de mogelijke verslaving eraan leidt deze schijnwereld je alleen maar af van het hier en nu, van de bewuste zintuiglijke beleving van en contact met de directe werkelijkheid.

Was het maar zo simpel. Want als dat zo is, geldt dat voor alle spellen. Ook met een potje Monopoly of Risk kun je de wereld om je heen vergeten. Of met het kijken naar een film. Of met het oplossen van een Sudoku. Of met het lezen van een goed boek. Weg met In de ban van de ring en Harry Potter! Bijna alles wat we doen leidt van het hier en nu af. Zo beschouwd moeten we dus ophouden met televisiekijken en lezen omdat ze onze spirituele ontwikkeling tegenhouden. Streng in de leer als we zijn in ons land, mag er geen spel meer gespeeld worden en dienen we alleen te genieten van de frisse buitenlucht, en mogen we ons alleen aarden en gronden in de concrete werkelijkheid van tastbare aarde, water, lucht en vuur om ons heen.

Maar ik ben niet zo streng in de leer, want dan zou je ook kinderen moeten ontmoedigen om hun spelletjes te spelen. Waarin niet alleen de werkelijkheid wat minder serieus wordt genomen zodat iets als relativering kan ontstaan, maar waarin ook ruimte wordt geschapen voor een andere wereld waarin ze helemaal in het hier en nu leven: die van fantasie en sprookjes. Daar komt enthousiasme en inspiratie vandaan, en wat is onze concrete werkelijkheid anders dan een neerslag van ideeën en gedachten uit die andere wereld, van een dagdroom in een al dan niet collectief astraal veld? Wat zijn wij anders dan gedachtespinsels van God? En is de Oosterse religieuze wereld niet doordrenkt van het idee dat alles een spel, maya is? Zo kun je in een virtuele wereld niet alleen leren om in de echte wereld vliegtuigen en auto’s te besturen, maar ook dat de echte wereld eigenlijk onecht is…

Ik dus naar www.secondlife.com. Daar moet je bij het begin beginnen, ofwel eerst jezelf creëren, want je gaat onder een nieuwe naam als een zelfgeschapen poppetje, als avatar, op het beeldscherm door het tweede leven wandelen. Lichaam, hoofd, ogen, oren, neus, mond, kin, torso, benen, huidskleur, gezichtsdetails, make-up, lichaamsdetails, haarkleur, haarstijl, wenkbrauwen, gezichtsbeharing en ogen kun je allemaal naar eigen wens vormgeven, zodat je echt je eigen ideale lichaam kunt scheppen. Je krijgt ook wat basiskleding mee waarvan je de maten en kleuren zelf kunt instellen. Na je gekleed te hebben met een keuze uit hemd, broek, schoenen, sokken, jas, handschoenen, onderhemd, onderbroek en rok kun je verder wat rondkijken op Orientation Island. Als je daar hebt geoefend in onder andere het lopen en vliegen, kun je naar Help Island om te leren van basisbouwstenen, zogenaamde prims, objecten te maken die je allemaal dingen kunt laten doen.

Een heerlijke wereld om eens met mezelf te experimenteren. Wat zal er gebeuren als ik daar nogal uitdagend gekleed ga rondlopen, voor zover ik dat nog ‘gekleed’ mag noemen? Al snel adviseerde een medebewoner me om dat maar niet in First Life te doen, en ik moet toegeven dat ik al een paar potenrammers achter me aan heb gehad. Maar kort daarop sloeg ik een leuk vriendje aan de haak, met wie ik inmiddels Help Island heb verlaten en eindelijk in de ‘echte’ SL-wereld ben gearriveerd. We verkennen die wereld. En elkaar. Ik maak foto’s van hem en van ons. We belanden op Sally Island in een romantische tuin en chatten over van alles en nog wat. Want net zoals ik van vlees en bloed in FL besta, bestaat ook hij in het echt. Beiden laten we onze eigen elektronische ideale zelfbeelden met elkaar spelen. Die avatars gedragen zich heel natuurlijk. Maken zonder dat je het vraagt allemaal gebaartjes. Staan altijd wel een beetje te wiebelen als ze stilstaan. Knipperen met hun ogen, laten haren in de wind wapperen, kijken een beetje in het rond om zich heen.

Gisteren hebben we samen heerlijk gedanst! In SL word je nooit moe, dus we konden er maar niet mee ophouden… Omdat er weinig beperkingen zijn, voel je je daar heerlijk vrij. Hoef je nooit te eten of naar het toilet, en hoef je niet bang te zijn voor agressie omdat je toch niets kan overkomen, omdat je toch onsterfelijk bent. Ja, dat leer ik ook in deze wereld: dat ik eigenlijk onsterfelijk ben! Dit virtuele spel heeft geen bepaald doel of een opdracht. Je hoeft nooit bezig te zijn met het overleven waarmee FL zo doordrenkt is. Zodat er niet meer valt te doen dan dit tweede leven te leven en in te vullen zoals je dat zelf wilt. In SL kun je dingen bedenken en meemaken, waar je in FL een voorbeeld aan kunt nemen! Zo betrapte ik me er onlangs op dat ik bepaalde houdingen en gebaartjes van mijn avatar – die ik nota bene zelf geschapen heb – overnam, zelfs zijn rust uitstraalde en iemand lang en diep in de ogen keek…

Ook de zakenwereld begint SL te ontdekken. ABN Amro opent er haar Financial Centers, en met een zeker wantrouwen zie ik dit soort ontwikkelingen tegemoet. Want zodra de commercie zich ermee gaat bemoeien is de lol er meestal snel van af. Er kan immers reclame worden gemaakt. En er is virtueel geld. De Linden Dollar is niet alleen te koop, maar kan ook verkocht worden voor ‘echt’ geld – hoewel je natuurlijk zou kunnen zeggen dat geld per definitie virtueel is, zeker na het loslaten van de gouden standaard. Zo kun je in SL geld verdienen voor FL, gewoon door dingen te gaan maken en te verkopen, of te handelen in vastgoed. Wellicht zelfs door speculatie, want de koers van de L$ – momenteel zo’n kwart eurocent – is ook aan fluctuatie onderhevig.

Maar toch ben ik niet zo bang dat de commercie SL even onleefbaar zal maken als ze FL heeft gemaakt. Je kunt namelijk alleen maar macht over mensen hebben als ze bang zijn. Zonder angst voor armoede, voor geen dak boven het hoofd te hebben, voor honger en dorst, voor ziekte, uitputting en pijn staan de zakenjongens, religieuze leiders en politici met lege handen. Onsterfelijke mensen zijn niet te chanteren en te manipuleren, maar genieten gewoon van het hier en nu, zonder doel. En zo kunnen we nog heel wat leren van Second Life. Vliegend over eilanden beland je weer zacht verend met beide benen op de grond. Het is een mooie wereld, die alleen daarom al verslavend kan zijn, zodat je wel moet weten hoe lang je gaat spelen, hoe laat je offline gaat. Maar als het zover is heb ik wel het gevoel er iets van meegenomen te hebben. De virtuele wereld is lang niet zo virtueel als ze lijkt!