25 februari 2008
Hein weet ragfijn welke popmuziek ik mooi vind. We kennen elkaar dan ook al 40 jaar zodat we wat dat betreft wel het een en ander gemeen hebben. Een paar jaar geleden kwam hij aan met Rainy Day Music van The Jayhawks, wat voor mij bewijst dat ook vandaag de dag nog perfecte popmuziek kan worden gemaakt waarvoor je gewoon een 10 geeft. Let op de nummers Stumbling through the dark, Save it for a rainy day, The eyes of Sarahjane, Angelyne en Tampa to Tulsa, die ik inmiddels grijs heb gedraaid in mij iPod of hoe je dat tegenwoordig ook doet. Ook liet Hein me kennismaken met Rufus Wainwright, waarvan ik Want Two heb waarop hij met zijn innemende lijzige stem onder andere het aan zijn vader opgedragen Gay Messiah zingt, terwijl er ook een dvd bij zit met opnames van een concert in Fillmore waarop hij hartveroverend Oh what a world ten tonele brengt.
Nu gaf Hein me voor mijn verjaardag Long road out of Eden van de Eagles, een dubbel-cd die ik inmiddels ook al in mp3-vorm aan het verslinden ben. De tien minuten durende titelsong straalt een verloren verlatenheid uit, waar je kippenvel van krijgt. Wat is er dan toch zo schrijnend mooi aan dat godverlaten alleen zijn, aan die eenzaamheid en verdwaaldheid waarin ik me soms zo ijzig thuisvoel? En boven die lange weg uit het paradijs licht de hemel op: Silent stars blinking in the blackness of an endless sky – Cold silver satellites, ghostly caravans passing by – Galaxies unfolding; new worlds being born – Pilgrims and prodigals creeping toward de dawn – But it’s a long road out of Eden… Waar ik het dan niet mee eens ben, want luisterend voel ik me verdwijnen in oneindig grote sterrenstelsels, en weet me tegelijk ook zelf opgebouwd uit oneindige sterrenstelsels in me. Psychedelisch? Ja, zo mag je dat wel noemen, denk ik. Zeker omdat een instrumentaal gedeelte uit dit lied eigenlijk evengoed op The dark side of the moon van Pink Floyd had kunnen staan.
Het gekke is dat ik de Eagles nooit tot een van mijn lievelingsgroepen heb gerekend. Dat waren altijd Pink Floyd (vanaf het eerste uur) en de Incredible String Band (vanaf het tweede uur). Maar in de jaren zestig en zeventig was er ook zo’n creatieve explosie van popmuziek dat het niet meer bij te houden was. En vaak nog de mooiste popmuziek! Zo liet Hein me enkele maanden geleden eindelijk nog eens kennismaken met Love met hun sprankelende album Forever changes. Als je naar het zonnige Alone again or luistert ben je meteen weer in 1967 terug. Maar de Eagles zijn van na de jaren zestig, hun eerste hit was in 1976 en mij springen zowat de tranen in de ogen als ik zie en hoor hoe ze na zo’n 30 jaar dit lied opnieuw opvoerden. Dus geniet, kijk en luister naar Hotel California!
Gepost in Muziek
1 reactie »
15 februari 2008
Steeds vaker hoor je dat mensen via netwerken gaan communiceren. Namen als Hyves, Facebook, MSN en Second Life komen voorbij en het lijkt erop dat iedereen dan alleen nog maar via de computer contact met anderen heeft. Ik heb zelfs verhalen gelezen en gehoord over huwelijken en relaties die kapotgaan omdat sommigen hun vrienden in die virtuele werelden belangrijker gaan vinden dan die van vlees en bloed. Dat ze liever hun avatars op het beeldscherm de liefde met elkaar laten bedrijven dan dat ze daadwerkelijk met hun partner naar bed gaan. Dat moet wel een vlucht zijn van mensen die de alledaagse realiteit niet meer onder ogen kunnen zien, voor wie die niet meer te verdragen is. Van gefrustreerde en verlegen mensen die bang zijn voor échte sociale contacten. Van lelijke en vieze mensen die zo hun ware aard kunnen tonen of verbergen. Zoals landschapsfilosoof Ton Lemaire in Onkruid 178 zegt: ‘Internet-communities als Hyves en Second Life zijn de ultieme vorm van kunstmatige locaties, die zelfs geen stoffelijke ankers meer hebben. Hoe los kun je raken van je leven?’ Beangstigend.
Zonder die stoffelijke ankers is het echter wel veel makkelijker communiceren. Mijn avatar is mijn ideaal en dat vind ik belangrijker om op het beeldscherm van een ander te laten zien dan dat hij of zij kennismaakt met mijn stoffelijke gekronkelde lijf met zwembandje, kalknagels en okselgeuren. En ik zie ook liever het ideaal van iemand anders, dan datgene wat ervan in de aardse stoffelijke wereld van slijtage en aftakeling is overgebleven. Deel me je dromen en je toont me wie je bent. Die stoffelijke ankers staan echte communicatie alleen maar in de weg, en ik denk dat Plato het helemaal met me eens zou zijn. De wereld van ideeën is van een hogere orde dan die van onze stoffelijkheid en het is daarom van groot belang je daarmee verbonden te weten. Dus niet met je lichaam van vlees en bloed – dat raak je na verloop toch weer kwijt – maar met de oorspronkelijke idee, de matrix, het prototype van jezelf. Zo zijn er twee soorten narcisten. Zij die in de spiegel hun stoffelijk lichaam verheerlijken en zoals Dorian Gray hun ziel ervoor verkopen om dat zo te houden. En zij die voor de spiegel en in anderen méér zien dan alleen een lichaam van vlees en bloed, maar daar doorheen het ideaal ervan zien schemeren en zo het meest wezenlijke van de gestalte zien.
Ik hoef niet meer op de fiets of in een auto, bus of trein te stappen om me met anderen te verbinden. Ik mag zelfs hartstikke ziek en hoestblaffend in wolken van virussen met mijn vrienden communiceren. Kan ze op elk moment van de dag aanspreken door even mijn naam op hun taakbalk onderaan hun beeldscherm te laten oplichten. En ze zitten in Duitsland, Australië en Amerika, en soms gewoon in Leiden. Ik hoef ze niet te zien, en toch kunnen we van elkaar houden, elkaar troosten en bij elkaar uithuilen. We dansen met elkaar en worden niet moe, maken bergwandelingen in de sneeuw, gaan parachutespringen, skiën en zwemmen zonder enige vermoeidheid of gevaar. Als het ideale leven in de dagelijkse werkelijkheid niet bestaat, scheppen we het gewoon in een andere wereld. Want aan creativiteit is in virtuele wereld bepaald geen gebrek, nergens wordt meer dan daar duidelijk wat mensen allemaal voor mogelijkheden in zich hebben. ‘Die creativiteit kan de samenleving op een hoger plan brengen,’ zegt Valerie Frissen, werkzaam bij TNO en bijzonder hoogleraar ICT en sociale verandering in de Gooi- en Eemlander van 9 februari jl.
Maar zonder die ‘stoffelijke ankers’ van Ton Lemaire kan die hele virtuele wereld niet bestaan! Computers moeten toch in real life gemaakt worden, en ik zal toch met mijn lijf van vlees en bloed achter scherm en toetsen moeten gaan zitten om met die ideale wereld in contact te komen! En mijn hart slaat toch even over als mijn modem of KPN-kabel uitvalt en ik mijn router moet resetten om weer contact te krijgen. En het zweet breekt me uit bij het idee dat het hele internet wel eens plat zou kunnen liggen. Die etherische, ideale wereld is toch mooi afhankelijk van die stomme platvloerse stoffelijke materie! Dat kan toch niet wáár zijn! Nee dus! Gelukkig maar. Want een anker is een anker en is alleen bedoeld om een boot tijdelijk stil te leggen. Om te laden en te lossen. Maar het wezen van een boot is varen, en dat kan hij pas als het anker wordt gelicht. Het is niet zo dat de wereld van ideeën, gedachten en gevoelens niet kan bestaan zonder de stoffelijke werkelijkheid! Integendeel, de stoffelijke werkelijkheid zou zonder gevoelens, gedachten en ideeën nooit hebben bestaan! De hele schepping begon met het Woord, zoals het evangelie van Johannes ons leert.
In onze tijd staan we voor de keuze. Is materie het belangrijkste in ons leven, willen we daarvan afhankelijk blijven? Of verbinden we ons met onze idealen, en daarmee met het oorspronkelijke doel van het leven? Zullen we het aandurven om het anker te lichten om uit te varen over de kosmische zee?
Gepost in Second Life, Spiritualiteit
Geen reacties »
13 februari 2008
De tweede zaterdag van februari is brandweerdag. Althans in Oldegeppel. Dan komen alle jongens en mannen van de brandweer in de kazerne bij elkaar, wordt er gedronken en gegeten en worden er allemaal diploma’s en certificaten uitgereikt. Omdat de burgemeester er niet was, moest Wethouder Ineke invallen. Ze had enige moeite met alle rangen en standen die er binnen de brandweer bestaan, maar wist die goed te verbergen. Ook ik snap niks van al die soorten brandwachten en brandmeesters en trek af en toe een gezicht van ‘het zal wel goed wezen’. Heerlijk om te zien hoe allemaal Oldegeppelers hun diploma’s en bloemen glimmend van glundering in ontvangst nemen en door familie en vrienden worden gefeliciteerd. En het werd helemaal feestelijk toen bleek dat het Hare Majesteit had behaagd om mensen koninklijk te onderscheiden, zodat Ineke hen lintjes moest opspelden. Meestal op een revers, maar ook op een bontgekleurd overhemd staat dat leuk. Ik geniet daarvan, van die pretentieloze wereld die in onschuld lijkt te leven. Zowel van de ouderen die als dorpscoryfeeën worden gehuldigd, als van de jonge knapen in T-shirt en spijkerbroek die zin en lust in het leven uitstralen. Een wereld van eenvoud en gezondheid, waar mensen gewoon van de geneugten van het leven kunnen genieten.
En daar zat ik dus met andere uitgenodigde raadsleden tussen. Komend uit de totaal andere wereld van besturen en beslissen. Vorig jaar hadden we nog onenigheid met de brandweer over een nieuw te bouwen kazerne, en werden we een avond gedetailleerd voorgelicht over de uitruktijden en dekkingen, maar inmiddels is er gelukkig een compromis bereikt over een nieuwe locatie. Ja, het is vaak wikken en wegen tussen belangen die nogal eens tegenstrijdig zijn. Elk jaar krijgen we een overzicht van alle uitrukken die hebben plaatsgevonden. Hier en daar herinner ik me dan iets, maar de meeste branden blijken dan aan me te zijn voorbijgegaan. Maar er wordt ook op andere gebieden assistentie verleend, zoals bij een omgewaaide boom, wateroverlast, een auto-ongeluk, een vervuild wegdek, een koe in een sloot of een kat in een boom. Dat je die laatste uit de boom zou kunnen kijken is een fabeltje.
De brandweer! Te gek dat die op vrijwilligers draait! En raar natuurlijk, dat we als samenleving zo weinig geld overhebben voor onze brandveiligheid, zodat die van vrijwilligers afhankelijk is. Maar dat werk heeft een dusdanig manlijke, zo niet macho uitstraling dat die niet moeilijk te vinden zijn. Apetrots zijn de jongens op hun werk, en terecht. Want wat is er mooier dan vuur te bestrijden? Vuur, het meest goddelijke van de vier elementen? Dat ons bij tijd en wijle even goed wil laten schrikken, wakker schudden uit de vredige gezapigheid waarin we zo graag nog even blijven slapen? Wat is er heerlijker dan God te temmen en zelf het heft, de spuit in handen te nemen? Ja, dat is echt werk voor mannen! Terwijl ik helemaal niet zo van macho’s hou, roept deze wereld toch mijn vrouwelijke kant naar boven, die wil beschermen, koesteren. Jongens die zich met gevaar voor eigen gezondheid en leven belangeloos voor het hebben en houden van anderen willen inzetten. Waar vind je nog zoiets? Daar moet je héél blij mee zijn!
Gepost in Maatschappij en politiek, Mijn dorp
Geen reacties »
6 februari 2008
Laat al het bloed uit je hersenen lopen zodat er geen enkele elektrische activiteit meer te meten is, en je hebt kans op een verruimd bewustzijn, inclusief helder denken, emoties en herinneringen, ‘wat een veel groter werkelijkheids- en waarheidsgehalte lijkt te hebben dan datgene wat men dagelijks in zijn waakbewustzijn meemaakt.’ Aldus Pim van Lommel op pagina 126 van zijn boek Eindeloos bewustzijn, dat ik onlangs heb gelezen. Met andere woorden: de helderheid van bewustzijn lijkt omgekeerd evenredig te zijn met hersenactiviteit. Ik concludeer daaruit dat hersenen het bewustzijn niet produceren, maar het juist beperken tot een voor dit aardse leven hanteerbare vorm. Want het echte bewustzijn, waarvoor geen hersenen nodig blijken te zijn, is eindeloos. Non-lokaal, zoals dat mooi heet, en omdat het overal is, is het niet te meten. Meten doe je in de grofstoffelijke wereld waar je dingen kan pakken, op een weegschaal kan leggen, in reageerbuizen kan stoppen, onder spanning kan zetten. Met iets dat overal aanwezig is wordt dat lastig en uiterst irritant voor de wetenschappers, die heel graag het bewustzijn in een hersenpan willen inblikken. Nu dat niet lukt maken ze de gekste noodsprongen zoals het ontkennen van bewustzijn, of het reduceren daarvan tot een illusie. Hoe ik me zo’n ontkenning of illusie moet voorstellen zonder bewustzijn is me echter onduidelijk.
Aanleiding van Van Lommels boek was zijn onderzoek naar bijna-dood ervaringen of BDE’s, dat in december 2001 is gepubliceerd in The Lancet. Het was hem namelijk als cardioloog opgevallen dat mensen na een hartstilstand soms herinneringen hadden aan de periode waarin zij niet alleen buiten bewustzijn waren, maar ook hun hersenen geen enkele activiteit meer vertoonden. Dezelfde ervaringen waarover in eerdere decennia Elisabeth Kübler-Ross en Raymond Moody schreven. Ervaringen die veel meer blijken voor te komen dan men aanvankelijk dacht, omdat velen er liever over zwegen. Niet alleen omdat ze moeilijk onder woorden zijn te brengen, maar ook uit angst om uitgemaakt te worden voor fantast of nog erger. Maar als je er bewust en systematisch naar gaat vragen blijken bij Van Lommel 62 van de 344 patiënten, ofwel 18% van hen, zo’n ervaring te hebben gehad. Een ervaring die hij helder definieert en scoort aan de hand van tien kenmerken 1 besef dood te zijn, 2 positieve emoties, 3 uittredingservaring, 4 bewegen door een tunnel, 5 communicatie met ‘het licht’, 6 waarneming van kleuren, 7 waarneming van een ‘hemels landschap’, 8 ontmoeten van overleden vrienden en familie, 9 levensterugblik (‘schouw’) en 10 ervaring van een grens. Te mooi om waar te zijn allemaal, maar toch iets om heel serieus te nemen. Vooral omdat keihard is aangetoond dat mensen zich dingen kunnen herinneren die ze zich niet zouden kunnen herinneren omdat ze ten tijde van de betreffende gebeurtenissen hersendood waren.
De ‘wetenschappers’ van Skepp en grootinquisiteur Renckens van de Vereniging tegen de Kwakzalverij vinden het natuurlijk onzin allemaal. Ook hier een tunnelvisie, alleen zonder BDE. Want volgens hen bepaalt de wetenschap wat kan en niet kan, en niet de werkelijkheid zelf. Uit angst voor het onmogelijke verzinnen ze dan allerlei verklaringen voor deze onbegrijpelijke ervaringen. En Van Lommel heeft die allemaal gewogen en te licht bevonden. Fysiologische of medische oorzaken zoals zuurstoftekort konden BDE’s niet verklaren. Evenmin konden oorzaken op psychologisch terrein, zoals doodsangst, of op farmacologisch gebied, zoals medicatie, gevonden worden. Maar hoe kunnen BDE’s dan wel verklaard worden? Daarnaar op zoek worden we in het boek meegenomen op een reis door de wereld van de kwantummechanica en de hersenen, die diepzinniger besproken worden dan in menig populair new-ageboek of -tijdschrift. Zo hebben we, als we het kwantumverschijnsel verstrengeling – ver van elkaar verwijderde deeltjes hebben weet van elkaars gedrag – toepassen op bewustzijn, een verklaring voor telepathie.
De meest centrale rol bij dit alles speelt de non-lokale ruimte, ook uit de wereld van de kwantummechanica. Hiermee kan ontzettend veel verklaard worden, want het is dezelfde ruimte die Ervin Laszlo het Akasha-veld noemt, waarin alle kennis en een eindeloze hoeveelheid informatie ligt opgeslagen. Het is dat veld van volle leegte waarin alles overal tegelijkertijd lijkt te gebeuren, en onze hersenen zijn een interface waardoor wij daarmee in contact zijn. Want het is ‘nog steeds een onbewezen hypothese dat bewustzijn en herinneringen exclusief in onze hersenen worden geproduceerd en opgeslagen,’ zoals Van Lommel op pagina 167 zegt. Contact met overleden mensen, intuïtieve gevoeligheid, waarnemen op afstand, genialiteit, psychokinese, telekinese en teleportatie – het zijn net als telepathie allemaal verschijnselen die met het non-lokale paradigma verklaard kunnen worden. Waarvan volgens mij mystici in hun eigen poëtische taal door de eeuwen heen hebben getuigd. Een paradigma dat wegens zijn ethische en praktische consequenties niet vrijblijvend is. Omdat we heel anders over leven en dood moeten gaan denken. Omdat dood niet meer het einde is, en zelfs een begin kan zijn van een verruimd, helder bewustzijn. Wat we daarvoor moeten doen is heel goed opletten, alert zijn op het moment dat we sterven. Dat wil ik meemaken!
Terwijl ik dit schrijf wordt er gebeld en staat de postbode voor de deur met een pakje. Geen flauw idee wat het is. Het komt van uitgeverij Kok ten Have en bevat een gratis recensie-exemplaar van een boek, zoals dat wel vaker ongevraagd aan mij wordt toegestuurd. Het heeft de titel Eindeloos bewustzijn…
Gepost in Spiritualiteit
Geen reacties »
27 januari 2008
Ik zag mijn kont laatst in de spiegel, en dacht: “Hé, daar heb je Wiegel!” Aldus Freek de Jonge, maar ik ben het niet met hem eens. Een kont is van vlees en bloed, lééft. En dat is niet iets wat ik van Wiegel zou durven zeggen. Hij voelt aan als beton, hard en vierkant, meedogenloos. Heeft inderdaad iets van een kanon. Vroeger moesten we niets van hem hebben, en dat is altijd zo gebleven. Jammer genoeg heeft de VVD weinig geleerd in de laatste decennia, is ze zelfs van kwaad tot erger vervallen. Is ze op haar 60e verjaardag verworden tot een partij van schreeuwlelijken en neoliberalen, die het ideaal van vrijheid blijheid zo hoog in hun vaandel hebben staan dat ik mij afvraag waarin het eigenlijk van anarchisme verschilt. De partij is helemaal losgeraakt van haar beginselen. Net als de Partij van de Arbeid trouwens, waarbij ik nog steeds vind dat Wim Kok zijn ogen uit zijn kop zou moeten schamen. Ja, tegenwoordig moet je eigenlijk zeggen ‘zijn ballen uit zijn broek schamen’, maar dat lijkt me bij hem een onmogelijkheid.
Gelukkig zijn er hier en daar VVD’ers die er anders over denken. Zoals de Groningse professor Frank Ankersmit, die onlangs in Dagblad De Pers onder de kop Na zestig jaar moet de VVD gaan nadenken zijn verhaal over deze partij vertelde. “Als de liberalen zich zouden bezinnen op hun intellectuele erfenis, dan is daar goud van te maken,” zegt hij, erop aandringend dat de VVD zich moet afvragen wat liberalisme eigenlijk is. De koers van deze partij was volgens hem de laatste jaren zelfs anti-liberaal, want die is “verwaterd tot een economische theorie en het marktdenken totaal doorgeschoten,” zoals bij de zorg en het onderwijs, “sectoren waar de logica van het bedrijfsleven niet opgaat.” “De echte liberale traditie is nou juist die van de strikte scheiding tussen publiek en privaat, dat is wat in de Franse Revolutie bewerkstelligd werd. We leven nu ook weer in revolutionaire tijden, omdat we de staat weer opnieuw moeten uitvinden.”
Ja, daar droom ik van. Een staat dus die niet onder het mom van terrorismebestrijding ons hele privéleven wil doordringen met behulp van pasjes, camera’s, RFID-chips, mobiele telefoons, satellieten, internet, koppeling van bestanden, GPS en wat niet al. Een staat dus die haar burgers vrijheid van keuze geeft, bijvoorbeeld voor al dan niet alternatieve voeding en geneesmiddelen. Een staat dus die het privéleven en de keuzes van haar burgers – zolang zij daar geen anderen schade mee berokkenen – respecteert. Dat is liberalisme!
Ankersmit was ook degene die mij heeft geïnspireerd om over neoliberalisme te schrijven. “De publiek-private sector zou de overheid beter moeten laten werken, maar heeft er vooral voor gezorgd dat de staat niet meer direct kan ingrijpen. Om toch greep te houden moet er voortdurend nieuwe regelgeving worden bedacht. Met een onvoorstelbare bureaucratie tot gevolg. Het resultaat is een machteloos monster. Een staat die vooral autistisch met zichzelf bezig is.” Zo mag ik het horen en is het duizend procent herkenbaar. Het roer moet om, dat lijkt me overduidelijk. En kijk, als zo iemand als Ankersmit nou partijvoorzitter werd, of zijn denkbeelden nu eens binnen de VVD gingen floreren, dan zou ik me heel in de verte misschien kunnen voorstellen dat ze er een stem bij zou krijgen.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
15 januari 2008
Onlangs stond in Vrij Nederland een plattegrond van Amsterdam-Zuid met daarop veel plekken waar criminelen woonden, werkten, elkaar ontmoetten en vermoordden. Waaronder ook gebouw De Grote Wetering aan de Weteringschans, tegenover het Rijksmuseum. Daar had Endstra zijn wieg staan, las ik, en opeens ging weer een wereld voor me open. Ik zie opnieuw de halfronde etalages met daarin compressoren en andere machines waar ik niks van snapte. De grote deuren van de hoofdingang van de machinefabriek waren om de hoek, naast de rode brievenbus. Soms deed de een of andere pons- of snijmachine het hele gebouw dreunen. Maar op de tweede verdieping van nummer 85 had je wel het mooiste uitzicht op het Rijksmuseum dat er bestond. We woonden er van mijn vijfde tot mijn tiende jaar, en kwamen daar terecht omdat mijn vader het heen en weer gereis van Oldegeppel naar zijn werk bij de PTT in Amsterdam zat was. Vergeet niet dat er toen ook nog op zaterdag werd gewerkt! Ja, hij had lang ons gezin kunnen onderhouden met het schrijven van columns, boeken en hoorspelen, maar na de oorlog hield hij dat met twee kindermonden erbij niet meer vol. Zodat we uiteindelijk, op 3 november 1952 – de allereerste Donald Duck was net gratis op alle Nederlandse huismatten gevallen – naar Amsterdam verhuisden.
Hoe primitief leefden we toen! Af en toe stond het hele huis in het donker en moest je draaiend een muntje in een apparaat persen om weer een aantal kilowattuur van elektriciteit voorzien te zijn. En waar gebruikte je dat nou voor? Lampen, een radio met pick-up, een straalkacheltje, een stofzuiger en een strijkijzer. Dat was het wel zo’n beetje. En de zelfgemaakte transformatorkist om wat speelgoed van laagspanning te kunnen voorzien, zoals een dure motor van Meccano. Op de zaterdagavond werd er steevast naar de radio geluisterd, waarbij Dorus voor mij het hoogtepunt was. Mijn eerste grammofoonplaatjes waren van hem, ik zong zijn liedjes overal, inclusief de bloederige Moordballade waarvan ik de tekst nog steeds kan dromen. We hadden telefoon 40765 en ik was heel verwonderd toen ik vriendje Maarten een keer belde en meteen zijn stem hoorde zonder een nummer te hebben gedraaid. Ik zat op de openbare Nicolaas Maesschool, maar mijn moeder haalde mij daarvan af toen ze hoorde dat de juf stond te roken voor een klas met 40 kinderen. Hoewel ze zelf ook rookten, mijn ouders. Heel normaal in die tijd. Ook dat je als kind spelletjes deed met kaartjes van door midden geknipte bovenkanten van sigarettendoosjes.
Toen kwam ik terecht op het kleinschalige Schreuder Instituut, waar ik voor het eerst in mijn leven kennismaakte met godsdienst. Ik keek van mijn klasgenootjes af hoe je moest bidden, want ik was de enige die met zijn armen over elkaar bleef zitten als de juffrouw ‘Eerbiedig!’ gebood. We zongen er liederen waarin de regel ‘Al spert men mij geboeid in duistere toren’ mijn eerste kennismaking was met het soms toch niet onaardige perversiteitsgehalte van de protestantse kerk. Die ik trouwens toch liever heb dan de katholieke kerk, want van wat daar allemaal gebeurt heb ik echt helemaal nooit iets begrepen. Bij de protestanten ging het tenminste nog over jou en over God, en dat was toch iets anders als de Sinterklaasoptocht die ik zo mooi, samen met vriendjes, kon bekijken vanuit de drie ramen op de tweede verdieping.
Maar ook toen leefde ik al bij tijd en wijle in de wereld van abstractie en fantasie. Verzamelde ik liever dan plaatjes van auto’s, voetballers en schepen de kleuren die bij de tramlijnen hoorden – lijn 7 en 10 denderden daar voor de deur. Knutselde ik liever uit een bouwplaat bij Kellogg’s cornflakes een Rotavisor in elkaar, een soort kijkdoosje waarin je een vliegtuigje kon zien cirkelen. Ik sliep samen met mijn broer in de achterkamer. Lichtjes vanaf de Lijnbaansgracht achter ons baanden zich door de net iets te smalle gordijnen een weg naar het plafond. Dan fantaseerde ik dat ik in navolging van Kuifje naar de maan reisde, een verhaal dat twee avonden in bed in beslag heeft genomen. Daar vertelde mijn broer me eens dat hij in staat was om niet te denken. Daar moest ik als strafwerk tien keer de tafel van 7 uitschrijven. Daar trachtte ik te ontdekken hoe mijn plastic tuimelkalendertje werkte en wilde ik leren goochelen.
Of ik de kleine Endstra ooit gezien heb, weet ik niet. Mijn ouders hadden het nooit zo op buren. Maar ook dit is allemaal gebeurd in De Grote Wetering. Een kwart eeuw later, in 1981, werden de krakers verjaagd door de ME. Toen zag ik op de televisie hoe bulldozers mijn vroegere woning bestormden om die met de grond gelijk te maken. We zijn inmiddels weer een kwart eeuw verder. De krakers zijn weg. De criminelen zijn gebleven. En soms zing ik nog de Moordballade. ‘Op de Hobbemakade. Op de Apollolaan’…
Gepost in Uit mijn leven
1 reactie »
3 januari 2008
Het nieuwe jaar in Duitsland begonnen. Hein en Floor hadden Vriend en mij een paar dagen eerder meegenomen naar hun vakantiehuisje in Frankenau. Vraag me niet hoe, want ik was hartstikke verkouden en liep voortdurend te snotteren en te snuiten. Bij mij is er dan ook nog een tamelijk makkelijke verbinding tussen mijn neus en mijn ogen. Die lijdt er niet alleen toe dat ik eventueel lucht uit mijn ogen kan persen, maar ook dat ik bij verkoudheid met rode ontstoken open rondloop die ik nauwelijks een paar minuten kan openhouden. Zaterdag de hele middag in bed gedoken. Vriend kocht vijf soorten kruiden en voerde me met zijn toverthee met honing. Zondag kwam ik er al het begin van de middag uit en hebben we ook nog in de bergen gewandeld. Hein draaide steeds popmuziek en draaide hits uit 1955 nadat hij mij gevraagd had van welk jaar ik ze graag had willen horen (1968). We hebben heerlijk gegeten in restaurants in Schmittlotheim, Frankenberg en Löhlbach en kwamen opnieuw tot de conclusie dat de prijs-kwaliteitverhouding van de horeca ook een positief getal kan opleveren, in tegenstelling tot in ons eigen landje.
Tussen de tijdschriften die er zwierven vond ik een National Geographic. In de editie van november 2007 staat een heel verhaal over het geheugen, dat zich volgens de auteurs in de hersenen bevindt. Wij hebben zo’n 100 miljard (100 G) zenuwcellen daar boven in ons hoofd, die elk 5.000 à 10.000 synaptische verbindingen met andere zenuwcellen kunnen maken. Wat moet het daar krioelen als ik een sudoku oplos! Op de een of andere manier wordt daaruit geconcludeerd dat er 500 a 1.000 biljoen (500 T à 1 P) synapsen zijn, maar de mijne raken hier het spoor al kwijt omdat ze het eerst over verbindingen tussen synapsen hadden en nu over de aantallen synapsen zelf. Ter vergelijking wordt de Amerikaanse Library of Congress erbij gesleept, waarvan de informatie in slechts 32 biljoen (32 T) bytes past, waarbij even vergeten wordt dat synapsen waarschijnlijk geen bytes (hexadecimale getallen tussen 0 en 255) kennen, maar bits (binaire getallen 0 en 1) zodat de vergelijking een factor 8 scheef gaat. Als lezer raak ik dan helemaal het spoor kwijt. Wat moet ik hier nou mee? Veel te technisch voor een weblog! En toch blijf ik me erover verwonderen dat men nog steeds denkt dat herinneringen in de hersenen zitten in plaats van dat ze zich gewoon in een collectief astraal of morfogenetisch veld (sommigen noemen het Akasha-records) bevinden waarmee onze hersenen contact maken of waaruit ze herinneringen kunnen downloaden. Afijn, we hebben het er nog wel eens over, wat mij betreft is het laatste woord hierover nog niet gezegd.
Ook vond ik een nummer van Happinez, nummer 5 van het afgelopen jaar met een artikel over celibatair leven: ‘Geen seks – wel verlichting’. Dat smaakt naar meer en ik herken veel en wat Anselm Grün en Gerhard Riedl hierover te vertellen hebben. Ik citeer de auteur van het artikel die over hun boek Mystiek en eros vertelt. Het is de kunst om heel je leven van sensualiteit te laten doordringen, want ‘dan bloeit eros op als heilige helende kracht’. En wat is eros dan precies? Eros is in het nu leven, het present zijn. Wanneer je helemaal in je aanrakingen leeft, helemaal in je handen, je huid, je lijf, dan voel je sensualiteit in alle vezels. Tegelijkertijd voel je wat mystiek is. Dan zijn mystiek en eros dus één en wordt het leven sprankelend. Wat ik hierin voel is dat de weg naar mystiek dóór het lichaam gaat, dóór sensualiteit. En ik herken de paradox dat je alleen afstand van je lichaam kunt nemen door het ten volle te beleven, door de erotiek tot in je vingertoppen te voelen tintelen. Dat heeft met seks te maken, maar het is geen seks die iets wil, die iets verlangt, die zo nodig moet klaarkomen. Je kunt steeds achter je pik aanlopen, maar je kunt ook gewoon genieten van het bruisende leven in je, zelfs terwijl je een weblog schrijft.
Terugdenkend aan 2007 concludeer ik dat er veel meer geschreven moet worden. Niet alleen weblogs, maar ook artikelen. Het onderwerp virtual reality is geknipt voor me en in alle variaties zou ik graag een en ander op zijn kop willen zetten. Second Life is daarbij een soort basisstation. Prana wil een (zelfs tamelijk lang) artikel van mij over dit onderwerp publiceren, maar het wachten is op een bijpassend themanummer. Wat mij niet moet weerhouden om verder te gaan schrijven, voor welk blad dan ook. Ik bedoel: ik ben nu 60 en dan wordt het toch een beetje tijd om te realiseren wat ik eigenlijk moet doen in het leven, waarvoor ik geschapen ben, wat de capaciteiten zijn die ik heb meegekregen. En dan kom ik met mijn haarscherpe driehoek tussen Neptunus aan de midhemel en Mercurius in mijn tweede huis toch echt hier terecht. In een wereld waarin ik speel met fantasie en werkelijkheid. Wat is waarheid? Heeft Bhagwan me daarom Satyamo genoemd, wat volgens hem allerhoogste waarheid betekent? Wat is echt en onecht? Loopt die vraag niet als een rode draad door mijn leven? ‘Hiervan ben je bezield, Satyamo,’ fluister ik mezelf toe als we naar het vuurwerk tussen de bergen in Frankenau kijken. ‘Schrijven moet je, joh, je kan het maar al te goed, ga schrijven! Volgens je horoscoop kan je er nog geld mee verdienen ook, stommeling!’ En zo heb ik dan toch weer een goed voornemen voor een nieuw jaar.
Gepost in Diversen, Psychologie, Spiritualiteit
Geen reacties »
24 december 2007
Jauchzet! Frohlocket! Eindelijk even rust. Het werd tijd. November en december zijn de meest hectische maanden en ik ben altijd blij als de mensen in januari weer een beetje gewoon gaan doen. Geen kerstkaarten verstuurd dit jaar, alleen in Second Life heb ik er negen verzonden. En van Vriend moest ik de twee kaarten die ik daar kreeg aan een touwtje in mijn virtuele woonkamer hangen. Heb ik gedaan. Dat ligt eigenlijk voor de hand, want daar wordt veel meer aan de kerst gedaan dan in wat het zogenaamde real life is: wandelingen door besneeuwde bergen, bijkomen in warme hutjes, skiën, kerstmannen en sneeuwpoppen… Robbie gaf me gisteren zelfs spontaan een heus kerstcadeau!
Eergisteravond met Vriend naar het Weihnachtsoratorium geweest. In de Westerkerk in Amsterdam (real life dus), waar zijn zus zingt bij de Amsterdamse Bachvereniging. Helemaal uitverkocht. Soms lees ik stukken uit de partituur mee, waarbij – vooral omdat het Bach is – je ogen soms blijven zigzaggen over de melodieën van bas, tenor, alt en sopraan, zoals bij het mooie begin van de zesde cantate Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben. Maar soms staar ik voor me uit, kijk in de leegte van de immense, van stilte tintelende ruimte om me daar lekker wat verdwaald te voelen rondhangen. Vraag me af of die muren en dit alles wel echt is allemaal, en waar het bewustzijn dat dit waarneemt nou eigenlijk gelokaliseerd is – alledaagse nieuwsgierigheden waarvan ik vooral het afgelopen jaar graag last heb gehad. De Sinfonia uit de tweede cantate zingt nog steeds in mijn hoofd, ook omdat Vriend ermee op de computer heeft gestoeid en met behoud van toonhoogte het tempo wat vertraagd heeft, zodat de klanken wat rustiger hun werk kunnen doen.
Kerst met Volle Maan! Die scheen ons al door een kerkraam tegemoet! En gisteren zagen we in Zandwijk mensen schaatsen toen hij net boven hen was komen opdagen terwijl aan de tegengestelde horizon de zon aan het ondergaan was. Een spel van licht. Vanmiddag heeft de drukker het januari/februarinummer van De Vuurfakkel gebracht, die ik een nieuw kleurig jasje heb gegeven. Mijn Wijze Tante vertelt erin over de Algeest, en over verschillende werkelijkheden, toevallig onderwerpen waarmee ik het afgelopen jaar zo bezig ben geraakt. Wat is werkelijkheid? Wat is waarheid? Volgens haar zijn de herfst en de winter de perioden van abstractie, waarin de geest zich uit de stof terugtrekt, met als hoogtepunt 21 december. En de lente en de zomer zijn, met als hoogtepunt 21 juni, de perioden van concretie waarin de geest zich het meest in de stof openbaart. Zijn de lente en de zomer niet juist die perioden waarin we zo van materiële geneugten en onze lichamelijkheid genieten?
Kerst. Op dit toppunt van abstractie wordt het licht weer zichtbaar. Wat op allerlei mogelijke en onmogelijke manieren wordt gevierd. Lichtjes in de wijk. Van herten, kerstmannen, sterren en wat niet al. Een romantische sfeer waaraan bijna niet valt te ontsnappen omdat die als een astrale deken over ons westerse landschap is uitgespreid. Romantiek waarvan de echte boodschap schuilgaat achter gezelligheid, intimiteit, eten, drinken en cadeautjes. Maar de ware romanticus verheerlijkt het sterven en de dood. Gelukkig maar, want daar achter die duisternis liggen nieuwe werkelijkheden verscholen waarbij die in real life maar bleekjes blijken. Ik lees Eindeloos bewustzijn van cardioloog Pim van Lommel, over bijna-dood ervaringen, en als je dat leest kun je gewoon niet meer om de feiten heen: de romantici hebben het gelijk helemaal aan hun kant. Er is veel en veel meer dan we in onze stoutste dromen, fantasieën en verlangens durven dromen. Ik denk dat ik ontzettend ga janken als ik me dat ten volle realiseer. Uit dankbaarheid. Dat is wat kerst voor mij betekent, de geboorte van een nieuw bewustzijn.
Gepost in Muziek, Psychologie, Spiritualiteit
1 reactie »
12 december 2007
Als ons land ergens aan ten onder gaat, dan is het wel het neoliberalisme. Een doorgeslagen liberalisme dat gekenmerkt wordt door privatisering van de publieke sector. Wat er eigenlijk op neerkomt dat de overheid taken afstoot met de smoes dat die beter uitgevoerd zullen worden als ze aan de vrije markt worden overgelaten. Want bij concurrentie kan de consument kiezen en zullen alle partijen hun uiterste best doen om de consument als klant te winnen en te houden. Nee dus, want bij wedstrijden en spelletjes is er meestal maar één winnaar. In die vrije markt maken alleen de sterksten en de slimsten de dienst uit. Wat leidt tot veel ontsporingen op gebieden die oorspronkelijk tot de taak van de overheid behoorden. Volgens mij dan. In een beschaafd land hoort een overheid basale bestaanszekerheden te garanderen en betalen burgers daar graag belasting voor. Wat echter al sinds enkele decennia gebeurt, is dat zij zich steeds minder om haar burgers bekommert, dat zij zich ontpopt als een vader die nooit thuis is als je hem nodig hebt.
En daar zitten we dan met ons geprivatiseerde openbaar vervoer, met aan de markt verkochte woningcorporaties, met misleidende telefoonbedrijven en energieleveranciers, met steeds later arriverende post, met miskleunende ziekenzorg. Zonder de weken extra vrije tijd die we nodig hebben om alle overbodige administratieve rompslomp trachten te begrijpen en te verwerken. Daar zitten we zonder de zekerheid dat we straks onze AOW krijgen, dat het land onder water loopt, dat onze ziektes serieus worden genomen, dat ons voedsel niet vergiftigd wordt, dat we niet overal worden gevolgd door overal stiekem verstopte chips en gespioneer naar onze internet-activiteiten. Daar zitten we met al het lawaai en kabaal van schreeuwende reclames die ons afstompen, van denderende vliegtuigen die nauwelijks een stil plekje in het luchtruim overlaten, van overgrote vrachtwagens waarvan de chauffeurs zo weinig zicht hebben dat ze fietsers en brommers doodrijden, zoals onlangs nog in Zandwijk. Daar zitten we dan met een overheid die haar eigen burgers in de steek laat, zodat je steeds vaker hoort roepen dat zij je grootste vijand is. Hoe zou dat nou toch komen…
Het is deze mentaliteit van zoek het zelf maar uit, al decennia lang gepropageerd door mensen die hun mond vol hebben over normen en waarden, die bijdraagt aan het ikke ikke ikke en de rest kan stikken dat steeds duidelijker zichtbaar wordt in de samenleving. Gewoon op straat waar mensen zich steeds minder van elkaar aantrekken. Met jou heb ik niks te maken! Waar bemoei je je mee? Je zou het zelfs geen normvervaging meer kunnen noemen, want dat suggereert alsof er nog normen zijn. En normen komen niet voor in het neoliberale woordenboek, want daar gaat het alleen om de markt, om concurrentie, om vechten, om bloed. Of beter gezegd: alleen dat is de norm: survival of the fittest, de rat race.
De mentaliteit waarin de overheid zich niet meer om haar burgers bekommert waaiert uit over de hele maatschappij. De verloedering, de uitverkoop van Nederland is al begonnen met Lubbers, Reagan en Thatcher en ik ben bang dat dit kwaad zich al teveel heeft ingevreten om het nog te kunnen keren. Zorg, openbaar vervoer, verkeer, energie, media, banken zijn zo verzakelijkt, zo verhard, zo in de klauwen van managers beland dat ze nauwelijks nog te redden zijn. Mijn land is mijn land niet meer, mijn stad is mijn stad niet meer en wellicht is straks mijn dorp mijn dorp niet meer. Nederland wordt steeds meer een land waar een fatsoenlijk mens niets meer te zoeken heeft. Als ik nog wat jaartjes jonger was wist ik het wel: héél ver weg van Balkenende en consorten!
Tegelijk weet ik niet of het echt erg is wat er gebeurt. Dingen moeten nu eenmaal hun loop hebben. Zo ook hele culturen. In plaats van in een depressie te belanden kan ik ook in verwondering toekijken hoe niet alleen mensen maar ook hele volken kennelijk alleen kunnen leren door vallen en opstaan, door pijn en leed die helaas maar al te vaak nodig zijn om mensen wakker te schudden, tot bewustzijn te brengen. Als iemand die wel durft mee te leven met al deze schijnbaar onnodige ellende, maar zich er niet mee verbindt en zich geworteld weet in een diepe overtuiging dat alles goed is zoals het is, gewoon omdat het is zoals het is. Zoals ik onlangs in een nieuwsbrief schreef: we kunnen alleen bloeien als we durven te vertrouwen en te stralen in een wereld die – net als Atlantis indertijd – aan hoogmoed en decadentie ten onder gaat.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
6 december 2007
Vanavond gaan we het hebben over vergaderen volgens het Voorster model. Tot nog toe kenden we binnen de gemeente commissievergaderingen en raadsvergaderingen, waarbij de eerste als voorbereiding van de laatste dienden. Er waren drie raadscommissies en het was tijdens hun vergaderingen dat burgers konden inspreken. Een nadeel van commissievergaderingen was echter dat ook steunfractieleden deelnamen aan besluitvorming, wat in een democratie eigenlijk alleen is voorbehouden aan raadsleden. En het was ook onhandig dat veel discussies tijdens commissievergaderingen tijdens de raad nog eens dunnetjes, zo niet dikkigjes, werden overgedaan.
In het nieuwe vergadermodel worden drie taken duidelijk gescheiden uitgevoerd. In ronde tafelgesprekken wordt door raadsleden informatie verzameld. Van burgers, college, ambtenaren, deskundigen. Voor politieke keuzes is vervolgens plaats in de meningvormende raad: met alle informatie uit de vorige ronde vinden nu de discussies plaats. Tenslotte is er een (korte) besluitvormende raad waarin besluiten over moties, amendementen (wijzigingen op raadsvoorstellen) en voorstellen worden genomen. Het vergaderschema zit zo efficiënt in elkaar dat er straks op slechts twee avonden wordt vergaderd in plaats van vier.
Het leuke van dit vergadermodel is dat je ook hier weer de triade denken, voelen en handelen tegenkomt. Een drie-eenheid die je overal in herkent als je er maar op let. Denken: informatie verzamelen. Voelen: meningen vormen. Handelen: besluiten nemen. De kern van politiek is het maken van keuzes, het wegen van alternatieven en belangen, wat te maken heeft met voorkeuren, ofwel gevoelens. De een vindt sociale woningbouw belangrijk, de ander het bedrijfsleven en weer een ander de woonomgeving. Zo verbinden politieke keuzes gedachten met daden, en vertegenwoordigen zij het hart van de samenleving. Politiek is gevoel.
Gepost in Maatschappij en politiek, Mijn dorp
Geen reacties »