31 mei 2008
Vandaag is mijn Wijze Tante 100 jaar geworden! Waarmee ze zelf het levende bewijs is geworden van de waarde van wat zij altijd over gezond leven heeft verkondigd. Mijn Wetenschappelijke Tante vond dat ze onzin verkondigde, waarover ik graag met haar grapte, wat uitliep op de conclusie dat degene die het langst leefde gelijk zou krijgen. Omdat zij ‘maar’ 94 werd heeft mijn Wijze Tante dus gewonnen. Wat pleit voor vegetarisch eten, vroeg uit de veren om met blote voeten in de kou te gaan dauwtrappen, en jezelf niet te verwennen. In soberheid een natuurlijk leven leiden, je niets laten wijsmaken en uitsluitend je eigen innerlijke stem volgen. Als je goed oplet hoef je eigenlijk niets meer te leren, dan weet je gewoon alles al. Wat zeker voor haar gold. Ze is beroemd om haar boeken over onder andere astrologie, kruiden, edelstenen en sprookjes. Lang voordat de new age ontstond, schreef zij al over deze onderwerpen in haar maandblad De Vuurfakkel, waarvan in januari 1947 het eerste nummer verscheen. Ook ik ben in die maand geboren, en dat geeft een band. Zo ook het feit dat haar geboortehuis op een steenworp afstand staat van het huis waar ik 39 jaar later werd geboren. We zijn beiden Oldegeppelers.
Haar vader was imker en vertrok al snel na haar geboorte naar Amerika. Zodat ze alleen door haar joodse moeder werd opgevoed, die onderwijzeres was van de school van de commune. Ja, de commune! Van professor Jacob van Rees. De christenanarchisten. Tolstoy! Waar nu de betere Oldegeppelse villawijken staan bevond zich vroeger in koloniehuisjes die gemeenschap van landbouwers, kunstenaars en wetenschappers die zich met hart en ziel inzetten voor een betere wereld. De jaren zestig avant la lettre. Idealisten die zeer nauwe banden hadden met de soortgelijke commune van Frederik van Eeden in Blikkum. Voor wie het een probleem was dat er op gegeven moment winst werd gemaakt, want dat rook toch sterk naar kapitalisme. Waar de spanningen met de plaatselijke bevolking hoog opliepen, want die waren niet zo gecharmeerd van al dat alternatieve gedoe met mensen die helemaal naakt achter de schuttingen rondliepen. Die commune heeft het nog geen tien jaar uitgehouden. Volgens veel sceptici is dat een reden om aan de waarde van communes te twijfelen. Zie je wel? Het wordt toch niks na verloop van tijd! Wij mensen zijn daar nog lang niet aan toe! Een benadering die ik verziekt vind, want zo kun je alles kapot redeneren, zelfs je eigen leven omdat je aan het eind ervan toch doodgaat. Terwijl ik juist verwonderd ben over wat er wel mogelijk is, al is het maar voor een paar jaar of zelfs een paar momenten. Eén kleine lichtflits is al voldoende om te bewijzen dat er licht bestaat.
Op die grond, in die sfeer is mijn Wijze Tante geboren. Al op jonge leeftijd was ze een voorloper, een voorvechter van een wereldbeschouwing en leefwijze die pas na de jaren zestig tot de westerse wereld is begonnen door te dringen. Een groot trauma voor haar vormden de beschuldigingen van racisme en aanverwante praktijken, die stuk voor stuk ontleend zijn aan totaal uit het verband gerukte teksten. Hoewel haar rubriek het meest geliefd was, wilde het blad Onkruid niets meer van haar weten, hoewel dit enkele jaren geleden nog slinks gebruik maakte van haar naam om een jubileumboek te verkopen waarin dan geen enkel woord van mijn Wijze Tante bleek te staan. Zo zijn er altijd ‘correcte’ mensen die menen het alternatieve te moeten bestrijden. Vandaag de dag zien we dat terug in de heksenjacht van de Vereniging tegen de Kwakzalverij en de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst op alternatieve therapeuten en geneeswijzen, enkele jaren geleden enthousiast aangejaagd door VVD-minister Hans Hoogervorst. Hoezo vrijheid? Het liberalisme moet in die kringen nog uitgevonden worden!
Dat alles heeft mijn Wijze Tante meegemaakt. Ik geloof dat het modernste apparaat in haar huis een telefoon met draaischijf is gebleven, hoewel wel af en toe iemand een draagbaar dvd-spelertje naar binnen smokkelde om bijvoorbeeld iets van Osho te laten zien. Hoewel er nooit een televisie in huis was, ging ze wel altijd graag naar films. Zo ging ze op 93-jarige leeftijd nog rustig naar de bioscoop om het eerste deel van The Lord of the Rings te zien. En hoewel ze een heleboel dingen al uit zichzelf wist, is ze tot een paar jaar geleden blijven lezen, lezen en nog eens lezen. Kasten en kasten vol boeken die bijna niet meer te categoriseren en op te ruimen zijn. De akasha-records zijn er niks bij, wou ik bijna zeggen, maar dat kan natuurlijk niet omdat daar alles in staat. Met die oneindig grote bibliotheek heeft ze nu wat minder contact, want haar geheugen is achteruit gegaan. Maar meer en meer geloof ik dat herinneringen niet zozeer in de hersenen zitten, maar juist in dat tijdloze akasha-veld waar alles in tijd en ruimte aanwezig is. Dat de hersenen alleen een zend- en ontvangststation zijn die bij een herinneringsproces informatie daaruit oppikken, ja, her-inneren. Dat je zonder hersenen wellicht veel beter contact kunt hebben met dat veld, waaronder je herinneringen. Pim van Lommel suggereert dat de hersenen een helder bewustzijn juist in de weg staan. En zo hoop ik dat mijn Wijze Tante als het zover is, en ze geen last meer heeft van haar hersenen, weer helemaal in deze en andere werelden terugkomt.
Vanmorgen zijn we bij haar op bezoek geweest, en hebben we met een dozijn mensen om haar heen gezeten. Ze kijkt ons aan. Weet misschien niet wat onze namen zijn, maar als ze ons aankijkt licht ze even blij op van herkenning. En daar zit ze dan in haar stoel, met een pluchen uil op haar schoot, één en al gelukzaligheid uitstralend. Alsof ze al lang in de andere wereld is, waarop haar lichaam zich vredig voorbereidt door steeds transparanter en kwetsbaarder te worden. Mijn hart is aan de overzijde heet haar dichtbundel, maar soms lijkt ze al helemaal aan de overzijde te zijn en getuigt zo van een wereld van vrede en licht. We hebben wel de cadeautjes voor haar uitgepakt, maar waren niet in staat om alle brieven en gelukswensen voor te lezen, want dat waren er veel te veel. Voor een paar maakten we een uitzondering, zoals die van de Koningin en die van de Commissaris van de Koningin. En in de komende weken zal een ieder die haar bezoekt een paar kaarten of brieven voorlezen.
Volgens sommigen zouden wijze mensen niet aan geheugengebrek mogen lijden. Maar ik ben ervan overtuigd dat wijze mensen vooral heel gewoon kunnen zijn. Inclusief lichamelijke en psychische gebreken. Dat ze ook wel eens ziek kunnen zijn. Of lastig. Of bang. We hebben maar al te vaak een ideaalbeeld van wijze mensen. Wijsheid betekent echter dat je je om al dat lichamelijk en psychisch wel een wee niet meer zo druk maakt, zodat dit doorstraald wordt met een heel andere kwaliteit, die van je wezen. Je blijft een gewoon mens, zoals Zenmeesters vaak benadrukken. Of beter gezegd: je bent, met al je hebbelijkheden, eindelijk een gewoon mens! Zo ook mijn Wijze Tante, die ons vandaag vanaf de voorpagina van de Ooi- en Geemlander tegemoet lacht. Gefeliciteerd, Tante! Kusje!
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »
13 mei 2008
Ook ik heb een klein steentje bijgedragen aan Trots Op Nederland! Want als er ergens een landje bestaat dat nauwelijks durft te bestaan, dan is het Nederland wel. Alleen al als je het woord ‘volk’ in de mond neemt, krijg je voor je het weet antifascisten op je nek. Maar door dit soort intolerante en paranoïde clubjes als Gebladerte moeten we ons niet laten weerhouden om opnieuw van volk en vaderland te gaan houden. Er moet weer gevlagd gaan worden, en het volkslied zou weer luid gezongen moeten worden! Jammer dat ik onlangs bij de herdenking in Oldegeppel vergeten was dat er meestal ook nog een tweede couplet gezongen wordt. Wellicht omdat de tekst me blokkeert bij het zingen van dat mooie lied…
Ook jammer dat Rita Verdonk met haar TON wel de vingers precies op de zere wonden legt, maar geen programma heeft zodat ze heerlijk ongebonden haar gang kan gaan als ze straks in de Kamer zit. Velen trachten een nieuwe Pim Fortuyn uit te hangen, maar daarvoor heb je wel iets nodig als visie. Een visie die verder gaat dan de constatering dat Balkenende c.s. hun werk niet goed doen, want dat weet intussen zowat iedereen.
Mijn kleine bijdrage aan TON was dan ook niet geheel vrijwillig. Die is verlopen via Nina Brink. U weet wel, die vrouw die ons belazerd heeft met World Online. Ook ik behoor tot degenen die niet zonder enig schaamrood terugdenken aan 17 maart 2000, de dag waarop we dachten allemaal rijk te zullen worden. Nee dus, zodat ik sindsdien nog € 4.053,24 van haar terugkrijg! En nu gaat Nina haar geld in TON stoppen in plaats van ruiterlijk toe te geven dat ze een oplichtster is en daar de consequenties uit te trekken! Dat mens deugt trouwens van geen kant, want ‘Brink woont al jaren in het Belgische Brasschaat en betaalt zodoende geen Nederlandse belastingen. Zo trots is Brink op Nederland,’ zoals in Effect van 10 mei fijntjes te lezen is. Nee, Nina en Rita zijn typisch van die vrouwen waar ik niet trots op ben! Die me alleen maar minder trots maken op Nederland…
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
11 mei 2008
Vandaag is het Pinksteren. En Moederdag. En de 95ste verjaardag van mijn moeder, als ze nog had geleefd. En vier dagen geleden zou mijn vader 100 geworden zijn. Mijn ouders zijn tijdig gestorven, begin jaren negentig. Ik bedoel: ze hebben de ontwikkelingen na die tijd gelukkig niet meer hoeven meemaken, het geleidelijk steeds sneller bergafwaarts glijden van onze Nederlandse samenleving.
Ze waren dus beiden geboren onder het teken Stier. Daar zit je mooi mee als Waterman! Niet zozeer mijn vader, maar vooral mijn moeder drukte me voortdurend op de zogenaamde feiten. Die noemde zij realiteit. Genieten van het leven was iets dat altijd later nog kon gebeuren: eerst de school afmaken, eerst studeren, eerst een baan. Die liedjes en verhalen die ik schreef vond ze ontzettend mooi, maar daaruit trok ze niet de conclusie dat er wel eens dingen belangrijker zouden kunnen zijn dan werk en maatschappelijke status. Gelukkig heb ik me daar niet altijd evenveel van aangetrokken en ben ik de dromer in me trouw gebleven.
Werk boven alles. Een behoorlijke baan moest ik ambiëren. Op zich niet zo verwonderlijk, want mijn moeder kwam uit een zakelijk milieu van de vooroorlogse modewereld. Haar moeder moet keihard hebben gewerkt omdat mijn grootvader nogal van een glaasje hield en niet al teveel deed – iets dat in die dagen niet echt makkelijk was, zeker toen daar dan ook nog een oorlog overheen kwam.
Dat is de tragiek van de generatie van mijn ouders, dat ze na de oorlog een betere wereld voor ons wilden opbouwen, maar dat wij – narcistisch geworden door al hun geloof, hoop en liefde die op ons gevestigd was – hun autoritaire wereld ook niet zagen zitten. ‘Weer niet goed,’ moeten ze vaak gedacht hebben. In al haar pogingen om toch nog iets behoorlijks van me te maken, sleepte mijn moeder me een keer mee naar een kledingzaak in Osdorp om me in een driedelig zwart – volgens haar donkerblauw – pak te steken, zodat ik als student goed voor de dag zou komen. (De professor kwam daar ook!) Ze had niet door dat het inmiddels 1966 was…
In die tijd droomden we ervan dat computers en robots de mensen het werk uit handen zouden nemen. Zodat we zouden toekomen aan dingen die echt belangrijk waren. Ons leven konden wijden aan zelfontplooiing, aan genieten, aan kunst en cultuur. Eigenlijk stond het paradijs voor de deur. Want er was gewoon niet meer zoveel werk te doen!
Als ik vandaag de dag om me heen kijk, ben ik het daar nog helemaal mee eens. Want driekwart van al het werk is puur kunstmatig tot stand gebracht. Overbodig. Bijvoorbeeld door slechte kwaliteit te leveren, zodat er al veel te snel iets nieuws moet worden gekocht. Door werk te leveren waar niemand om gevraagd heeft. Door het creëren van behoeftes en het gek maken met reclame. Door het maken van steeds meer regels. En last but not least: door elkaar zoveel mogelijk het werk onmogelijk te maken, iets waarin managers nogal goed zijn. Allemaal uitwassen van het idee dat er gewerkt moet worden. De wereld zal echt aan vlijt ten onder gaan!
Het pinksterfeest is niet voor niets het ondergeschoven kindje van de christenen! Stel je voor de we echt bevangen worden door de heilige geest, dat we verlicht zouden raken! We moeten er alles, maar dan ook alles aan doen om dat te voorkomen! Wat ook maar een beetje alternatief ruikt moet verdacht worden gemaakt. Want meditatie en verlichting en zo is doodeng, dus moeten mensen daarvan af worden gehouden. Werk boven alles! Laat de mensen zich niet herinneren dat ze goddelijk zijn, dat is gevaarlijk. Zoiets zei mijn moeder ook al.
Werk boven inkomen en dat soort onzin is bedoeld om mensen te verslaven aan materie, en ze ver weg te houden van de spirituele wereld. Om te voorkomen dat mensen zich met hun goddelijke kern verbinden, weer heel worden. Verdeel en heers, zaai angst en ongezondheid – zo blijven de wereldleiders en hun schoothondjes aan de macht. Zal het hen blijven lukken? Hoe lang kunnen ze hun eigen volk blijven tergen voordat de revolutie uitbreekt? We leven in een uiterst boeiende tijd!
Als er één drug bestreden moet worden is het wel het arbeidsethos, dat ons wil afleiden van onze goddelijkheid. Hele volkeren moeten aan die verslaving worden geketend, daar zijn zelfs links en rechts het over eens. Weg met al het overbodige werk! Dan hoeven we ook niet meer zes keer per jaar met vakantie. De echte vakantie leeft diep in ons hart. Laten we gaan pinksteren! Pinksteren is niet alleen de naam van een feestdag, maar ook een werkwoord. Een niet-werkwoord moet ik eigenlijk zeggen. Ik pinkster, jij pinkstert, wij pinksteren… Pinkster ze!
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
8 mei 2008
Deze week een middagje naar Amsterdam geweest. Het was lekker zonnig weer en voor het eerst sinds lange tijd kon ik weer genieten van de bende in de Big City waar Tol Hansse 30 jaar geleden al over zong. De chaos door het aanleggen van de Noord/Zuidlijn. Het kabaal en de stank van het verkeer, waaronder bussen toeristen waarvan je je afvraagt wat ze hier nou eigenlijk zoeken. Ja, dit rotzooitje dus, dat Amsterdam heet. Alles klein en smal, veel te veel mensen op een te klein oppervlak. Kapotte straten, taxi’s waar je niet in wil zitten, verfomfaaide bleke en verrookte mensen, nergens een ijsje te krijgen, links en rechts krioelende fietsers, alles is onaf en niets is perfect zoals het bedoeld was. Want tegen de tijd dat het ene project zijn voltooiing nadert, moeten de straten alweer open voor het volgende graaf- en bouwwerk.
Op het Museumplein ging ik hoog op de krul van de grasmat zitten. Rode spandoeken ontsierden het Concertgebouw en achter me gierde iets in een bouwput dat moest bijdragen aan de uitbreiding van het Stedelijk Museum. Of zoiets. Want in een stad is het niet altijd duidelijk waarmee mensen bezig zijn. Als ze het zelf al weten. De zon scheen. Een bleke halfblote man lag in het gras te slapen, puberale allochtoontjes waren wat aan het klieren, en overal zaten groepjes mensen van het zomerse weer te genieten. De bende die Amsterdam heet, en waarvan ik eigenlijk veel hou. Van het onvolmaakte, van rotzooi en van stank. Als klein jongetje genoot ik al van de geur van asfalt toen dat over de Weteringschans werd gestort en uitgesmeerd. Wat is er mooier dan oude, vervallen gebouwen, rommelige tuinen en smerig water in de grachten?
Schoonheid is niet een eigenschap van de dingen, maar iets van het oog dat ernaar kijkt. En kunst is datgene dat het oog masseert om zo naar de wereld te kijken. Juist het imperfecte is perfect, het onvolmaakte volmaakt, het onaffe af. Alles mag dan gewoon zijn zoals het is, en hoeft niet meer te zijn wat het zou moeten worden. Ik nam lijn 16 terug. Reed zwart, want twee achtereenvolgende stempelautomaten lustten mijn stripjes niet. En ik had geen zin om me met mijn tassen nog verder door de volle tram te slepen. Toen ik zag hoe de tram zich door de volle chaotische straten wurmde, verwonderde ik mij erover dat al die fietsers hun capriolen overleefden. Maar misschien komt dat juist omdat ze zich niet zo strikt aan de regels houden en maar wat aanrotzooien. In het zich verbouwende Centraal Station at ik in de drukte van het spitsuur nog een pizzapunt. Op het kabalige perron, tussen treinen. En ik zag dat het goed was. Leve het onvolmaakte!
Gepost in Diversen, Uit mijn leven
Geen reacties »
3 mei 2008
Sinds een paar dagen draait mijn computer niet alleen maar onder Windows XP, maar ook onder Linux. De broncode van dit besturingsprogramma is open en vrij, dus door iedereen te gebruiken en aan te passen. Zo zijn er allerlei distributies ontstaan, waarvan Ubuntu de meest populaire is. Daarvan verscheen vorige week versie 8.04, en om software meer dan alleen een nummer te laten zijn heeft deze versie ook een naam: Hardy Heron, de ruige reiger. Die staat na installatie dan ook trots op je desktop. Terecht, want deze zogeheten open source-software is niet alleen financieel en technisch een alternatief voor Windows, maar ook moreel en maatschappelijk van een hoger kaliber. Een positieve kant van de vrije markt is dat idealisten en vrijwilligers ook gratis software kunnen uitdelen, want wie verbiedt je om producten voor € 0,00 te verkopen?
Dat doet de Zuidafrikaanse miljonair Mark Shuttleworth die alles financiert, waardoor het bijvoorbeeld mogelijk wordt om gratis Ubuntu-cd’s te laten bezorgen. Daar zit gewoon idealisme achter. De term ubuntu schijnt te staan voor iets als ‘menselijk zijn voor anderen’ en Ubuntu heeft dan ook een drievoudig credo: software moet vrij zijn, in alle talen leverbaar zijn en ook voor mensen met lichamelijke beperkingen te gebruiken zijn. Dat vrij zijn gaat niet in de eerste plaats om het gratis beschikbaar stellen van Ubuntu, maar om het vrij te gebruiken, om veranderingen en verbeteringen aan te brengen en om het weer aan anderen door te kunnen geven. Het getuigt van de Nieuwe Tijd dat idealisten, omringd door een groepje vrijwilligers, op deze wijze een alternatief bieden voor gevestigde grootmachten als Microsoft die aan hun eigen roem ten onder gaan.
En het werkt ook nog! Want juist omdat het open source is, wordt het veel makkelijker om drivers voor allemaal randapparatuur te maken. Eigenlijk heb ik helemaal niks hoeven te installeren, was het enige pijnpunt mijn draadloze netwerk, maar dat rammelde onder Windows ook al vaak. Draadloos toetsenbord met muis, het beeldscherm, twee printers, scanner en netwerk weet Ubuntu allemaal automatisch te herkennen en te installeren. Geen omkijken naar. Terwijl er ook meteen een standaardvoorraad aan programmatuur aanwezig is, zoals OpenOffice.org met Tekstverwerker, Rekenblad en Presentatie die compatible zijn met Word, Excel en Powerpoint, hoewel het wel even zoeken was naar het €-teken dat zich opeens onder Alt Gr-5 blijkt te bevinden. Zoals Firefox voor websurfen en Evolution voor e-mail. Dat laatste wilde alleen geen e-mail ontvangen en verzenden, dus heb ik vervangen door mijn oude vertrouwde Mozilla Thunderbird. Want ook het toevoegen en verwijderen van programma’s is een fluitje van een cent. Gewoon op Applications klikken en dan op Installeren/verwijderen en zoeken en klikken maar.
Het installeren van Ubuntu begon met het downloaden van een bestand dat op cd moest worden gebrand. Met die cd kun je je computer opstarten en alvast van Ubuntu proeven zonder dat er ook maar iets op je harde schijf wordt gezet. Maar je kunt het ook vanaf die cd installeren, waarbij je bij de opties wel in de gaten moet houden dat hij er niet voor kiest om je hele harde schijf te gaan gebruiken, want daar ga je spijt van krijgen. Ik heb hem zelf lege gedeeltes laten zoeken en Ubuntu nestelde zich automatisch in een nog niet toegewezen deel van de harde schijf. De computer wordt automatisch multi-boot gemaakt, dus vraagt bij het opstarten of ik Windows of Ubuntu wil, en als ik dan toch naar Windows ga is daar niets, maar dan ook echt helemaal niets van Ubuntu terug te vinden. En zo hoort het ook. Daar ziet alleen mijn backup-programma True Image de Ubuntu-bestanden op een voor Windows onzichtbare plek van de harde schijf.
Natuurlijk ben ik deze dagen veel aan het experimenteren. Iets waarbij ik vaak geholpen word door Marcel, met wie ik dan via MSN, of beter gezegd: onder de Ubuntu-versie Pidgin aan het chatten ben. Zodat inmiddels ook Google Earth en Second Life onder Ubuntu draaien. Niet alleen is Ubuntu veiliger omdat het veel steviger tegen virussen is beschermd, niet alleen is Ubunti goedkoper omdat het niks kost, maar het is ook prettiger omdat programma’s er vloeiender op draaien. Niet steeds dat gestotter en gehakkel omdat op de achtergrond weer eens ongevraagd programma’s gaan draaien. Windows lijkt een beetje op de regelgeving die steeds complexer wordt en daardoor steeds minder te hanteren is. Van Vista heb ik al nooit begrepen waarom ik het überhaupt zou moeten willen hebben, XP komt één dezer dagen met Service Pack 3, maar zal over een paar jaar niet meer ondersteund worden. En wat er dan voor in de plaats komt is ook maar afwachten. Vandaar dat ik experimenteer met Ubuntu. Het hele idee ervan past in de Nieuwe Tijd.
Gepost in Computer en internet
Geen reacties »
25 april 2008
Zoals er bij organisaties vaak sprake is van een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur, waarbij het algemeen bestuur de baas is en een dagelijks bestuur benoemt dat verantwoordelijk is voor het reilen en zeilen van een en ander, zo is ook in bestuurlijk Nederland sprake van een verdeling van functies, taken en bevoegdheden. Het algemeen bestuur is te vergelijken met de gemeenteraad, Provinciale Staten of het parlement, het dagelijks bestuur met het college van burgemeester en wethouders, Gedeputeerde Staten en ministers. Gemeenteraadsleden, Provinciale Staten en het parlement staan aan het hoofd van de gemeenten, de provincies en het land. Terecht, want zij zijn het die door het volk zijn gekozen.
In 2002 is met de wet Dualisering het bestuurlijke dualisme in gemeenteland van kracht geworden. Hierin worden de taken en bevoegdheden van de gemeenteraad en die van het college duidelijk gescheiden, en hierdoor is het bijvoorbeeld onmogelijk geworden dat gemeenteraadsleden tegelijk wethouder zijn, zoals tot die tijd mogelijk was. De gemeenteraden hebben hierin een volksvertegenwoordigende en een bestuurlijke taak. Om te kijken wat er anno nu van dat dualisme is terechtgekomen, deed bureau Daadkracht onlangs een Raadsledenonderzoek, waaraan ik ook heb meegedaan. ‘Gekeken naar de (theoretische) doelstellingen van het dualisme en de empirische resultaten van dit onderzoek is de conclusie dat raadsleden zich anno 2007 meer dan gewenst bezighouden met bestuurlijke taken in plaats van volksvertegenwoordigende taken. Ook besteden raadsleden meer tijd aan het raadswerk dan binnen het dualisme wenselijk geacht wordt,’ staat daarin als onderzoeksresultaat te lezen.
Met andere woorden: raadsleden zouden zich meer met volksvertegenwoordiging moeten bezighouden, en minder met besturen. Dat klinkt heel helder, maar is eigenlijk heel vaag. Om te beginnen vult niet iedereen het begrip volksvertegenwoordiging hetzelfde in. De een vindt dat hij continu de wijk in moet, organiseert buurtbijeenkomsten en vecht voor referenda. Maar de ander meent dat hij een aantal jaar gewoon zijn gang kan gaan omdat hij gekozen is, en heeft geen zin om zijn oren naar alle nukken en grillen van het volk te laten hangen, omdat hij dan helemaal tot niets komt. De laatste voelt zich al volksvertegenwoordigend bezig als het bezig is met het besturen zelf. Dat bestaat uit een kaderstellende en een controlerende taak. Kaderstellend. Wat wordt daar nou mee bedoeld? Wisten we het maar!
Door hogere regelgeving hebben lagere overheden steeds minder in de melk te brokkelen. Als je iets wil, dan moet het ook van de provincie, de staat en Europa mogen. En als Europa, de staat en de provincie iets willen moet je je daaraan aanpassen. Tot op zekere hoogte is dat redelijk, maar als hogere overheden iets tegen de wil van lagere overheden en bevolking doordrukken, als het geen draagvlak heeft zoals de Betuwelijn, dan leidt dat tot een protest dat op langere termijn de macht van die hogere overheid zal uithollen. Een lichaam kan nu eenmaal niet of slecht overleven als het zijn eigen lichaamsdelen verziekt. Dat je je ook als gemeente aan hogere regelgeving met voldoende draagvlak moet conformeren is niet per definitie verkeerd, dat gebeurt pas als het subsidiariteitsbeginsel wordt genegeerd: laat besluiten plaatsvinden op een zo laag mogelijk bestuurlijk niveau, zo dicht mogelijk bij de betrokkenen. Met andere woorden: laat Europa niet beslissen over de lantaarnpalen in het dorp!
Wat dit met kaders te maken heeft? Vaak krijgen we als gemeenteraadsleden te horen dat we ons alleen met de ‘kaders’ en niet met details zouden mogen bezighouden. Maar dat staat nergens geschreven, en ik voel me ook niet echt geroepen om me daaraan te houden. Natuurlijk is dat lastig voor een uitvoerende organisatie als gemeenteraadsleden zich niet beperken tot de grote lijnen, maar zich met lantaarnpalen gaan bemoeien. Dat heet dan een ‘veel te klein kader’, en als raadslid ‘moet je je daar niet mee bezig willen houden.’ Maar slenterend over het Damrak in Amsterdam neem ik het die gemeenteraad juist erg kwalijk dat ze zich indertijd niet met lantaarnpalen hebben beziggehouden! Kleine oorzaken kunnen heel grote gevolgen hebben. Anderzijds wordt het je als raadslid niet altijd gemakkelijk gemaakt als je je alleen met de grote lijnen bezig wil houden, want dan zie ik liever een paar A4-tjes met de belangrijkste conclusies en wijzigingen in mijn brievenbus, dan de complete stapels raadsstukken met rapporten die kilo na kilo nog net door de brievenbus passen.
En dan die andere kant van het besturen: het controleren. Daarvoor moet je wel al die boekwerken uitvlooien, want als we dat niet hadden gedaan zaten we straks met een drukke verkeersweg dwars door het park, een megalomane landmark en een McDonald’s in de wijk! Vaak hebben de uitvoerders niet de affiniteit met de leefomgeving die raadsleden wel hebben. Nee, ik hou wel van gemeenteraden die lastig zijn en het college waar nodig op de nek zitten. En eigenlijk is het dualisme daar zelf de oorzaak van: het stelt twee partijen tegenover elkaar. Dat niet alleen. Het vindt dat de raad zich meer bezig moet houden met volksvertegenwoordiging – terwijl die daar zelf het exponent van is! – en minder met besturen, zoals in kaderstelling en controle. Dat lijkt de wereld op zijn kop. Want de raad staat wel aan het hoofd van de gemeente! Ik als raadslid dus ook. Hihi.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
18 april 2008
Wordt het ooit nog wat met die OV-chipkaart? Is het niet verstandiger om ons verlies te nemen en het hele project af te blazen? Zijn de kosten ervan intussen niet een veelvoud van wat het gaat opbrengen? En wie gaat dat straks betalen? De reiziger? En dat allemaal om het zwartrijden tegen te gaan? Terwijl dit juist het zwartrijden stimuleert, zoals ook Windows door zijn arrogante opstelling uitdaagt tot kraak en braak? En wie heeft om de OV-chipkaart gevraagd? De enigen die er rijker van worden zijn de leveranciers van al die poortjes en kaartlezers. Ik zou wel eens willen weten voor hoeveel miljoenen euri al van die dingen in het land staan en zitten te niksen, en of ze überhaupt nog iets zullen doen voordat ze zijn afgeschreven.
Tegen het principe van de OV-chipkaart heb ik niks. Integendeel zelfs. Maar ik wil wel net zo makkelijk als met een strippenkaart kunnen controleren of ik het juiste bedrag betaal. En net zo makkelijk mijn geld terugkrijgen als er een verkeerd bedrag wordt afgeboekt. Wat dit alles betreft waren mijn eerste ervaringen ronduit slecht: op een zonegrens werd een zone teveel berekend, en op station Duivendrecht stond de klok van een kaartlezer verkeerd zodat ik veel te veel betaalde. Het is van de gekke dat ik dat kennelijk nog moet controleren allemaal. En dat mij wel € 35 berekend wordt als ik zwartrij, maar dat ik geen € 35 krijg als het bedrijf mij oplicht.
Ik heb weinig vertrouwen in de techniek die ervoor moet zorgen dat het juiste bedrag van mijn OV-chipkaart wordt afgeschreven. Als ik in de bus zit zie ik te vaak dat verkeerde haltes worden aangekondigd, dat het systeem helemaal niet werkt, of dat het uitvalt omdat er bijvoorbeeld een afwijkende route wordt gereden. In de Amsterdamse tram zag ik onlangs op de display van lijn 3 staan dat hij naar station Muiderpoort reed terwijl ik toch echt de andere kant op ging. En toen ik daar op het Centraal Station boven het perron wilde zien waar de eerste metro heen ging, stond er doodleuk ‘Zie voorkant trein’ te lezen. En op de trein zelf zie ik aan de zijkant vaker een verkeerde dan de goede bestemming. Als zelfs dit soort dingen nog maar half werkt, geeft mij dat weinig vertrouwen.
Maar ook het onbegrijpelijke zone- en strippensysteem moet afgeschaft worden. En dan heb ik het niet over die rare eerste basisstrip waarvoor je nog geen meter vervoerd wordt, maar over de idiote kronkelige wegen die nu gevolgd worden om passagiers van A naar B te brengen. Dat is veel efficiënter te maken door al die zones in de prullenmand te gooien en de vervoerbedrijven naar de hemelsbreed afgelegde afstand tussen in- en uitstaphalte te laten afrekenen, wat ook eerlijker en logischer is. Met Google Earth heb ik eenvoudig nagemeten hoeveel de bus omrijdt als ik vanaf station Blikkum naar huis ga. Hemelsbreed is die afstand 7,27 km. Maar door veel geslinger door Zandwijk leg ik 14,22 km af, bijna het dubbele! Als Connexxion me echter alleen die 7,27 km in rekening mag brengen, zullen ze me echt niet alle buitenwijken van Zandwijk laten zien! Bovendien moet hemelsbreed afrekenen dank zij gps makkelijk te realiseren zijn. De slingerende routes kosten de gebruikers niet alleen meer tijd, maar ook meer geld. Omdat er door meer zones wordt gereden, en omdat de overstaptijd sneller verstreken is. Het unieke van het reisproduct wordt dan dat je meer betaalt voor minder. Zo gek is het openbaar vervoer geworden.
Wat mij betreft zouden twee maatregelen de OV-chipkaart een beetje acceptabel maken. Afrekenen naar hemelsbreed afgelegde afstand, en teruggave van € 35 indien blijkt dat teveel is afgeschreven van de OV-chipkaart. Gelijke monniken, gelijke kappen. Maar zelfs dan word ik niet blij van de OV-chipkaart. Omdat ik met vele anderen vaak zal vergeten uit te checken, wat pure winst oplevert voor het vervoerbedrijf. Omdat ik als slachtvee door poortjes word geperst, die de stationshallen ontsieren en minder begaanbaar maken. Omdat ik kennelijk beschouwd word als een potentiële zwartrijder. Omdat ik nog te weinig zicht heb op de tarieven. De strippenkaart is ook geen lolletje, maar dat ik met de OV-chipkaart ‘altijd een geldig vervoerbewijs op zak’ heb, zegt nog niet dat het openbaar vervoer zelf verbetert. Integendeel zelfs. Onlangs was op het Centraal Station van Amsterdam te zien hoe het openbaar vervoer zelf ontspoort. Als dit tegen een redelijk tarief snel, efficiënt en comfortabel was, zouden er veel en veel meer mensen gebruik van maken. Maar nu is het zijn geld eigenlijk niet waard, en zo wordt indirect het zwartrijden gestimuleerd.
Het openbaar vervoer wordt nog steeds niet serieus genomen. Wellicht omdat degenen die erover beslissen er zelf weinig gebruik van maken en geen ervaringsdeskundigen zijn. Zoals ik.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
9 april 2008
Het afgelopen weekend met Marcel op de Kalmthoutse heide doorgebracht. Wandelen, eten, slapen en veel, veel praten. En dan gaat het niet alleen over computers, waarbij hij me enthousiast maakt voor het gratis ‘open source’ besturingssysteem Linux als alternatief voor Windows Vista als XP niet meer ondersteund wordt. Dan gaat het ook over politiek. ‘Het CDA moet verboden worden,’ concludeert hij logisch uit het gegeven dat kerk en staat gescheiden moeten zijn. Marcel heeft net als ik een gloeiende hekel aan Balkenende, die hypocriet steeds over normen en waarden praat en tegelijkertijd ronduit staat te liegen. We namen ook door voor welke maatschappelijke sectoren de overheid zou moeten zorgen. En zo kwamen we terecht bij sport.
Mijn sportieve reputatie is kort. In de jaren zestig fietste ik met een schoolvriend naar het Harzgebergte. In de jaren zeventig heb ik één keer gebowld. In de jaren tachtig wandelde ik een keer van Zandvoort naar Leiden. In de jaren negentig ging ik met Vriend een paar keer kanovaren in het Amsterdamse Bos. In de jaren nullig fiets ik relatief veel. Ja, dat is het geloof ik wel zo’n beetje, op wat tafeltennissen, badmintonnen en zwemmen na. Nu moet ik bekennen nooit sportieve aspiraties te hebben gehad. Heb zelfs een hekel aan sport. Niet zozeer aan de sport zelf, maar om de sfeer eromheen. Wat is er überhaupt voor sportiefs aan sport? Waarom zou je je als overheid daarvoor moeten inzetten?
Is sport echt zo gezond? Onlangs las ik dat per jaar 150 à 200 mensen er een hartstilstand van oplopen. Sport veroorzaakt een volkshysterie die alle media terroriseert. Sport levert wielrenners die fietspaden en wegen opeisen en nog nooit van verkeersregels hebben gehoord. Sport zorgt ervoor dat auto’s sportief kunnen zijn. Sport dompelt ons in een overrompelende reclamewereld. Sport zorgt ervoor dat partijen elkaar bevechten, met alle emoties van spelers en publiek die daar bij schijnen te horen. Sport zorgt voor rare hobbies als TT-races en op zwijnen jagen. Dat heeft toch niks met gezondheid te maken? Als overheid moet je toch geen hobbies gaan financieren? Evenmin als je als verzekeraar gipsvluchten zou moeten vergoeden. Is het sportief om anderen te laten opdraaien voor de kosten nadat je zelf het risico hebt genomen? Maar in plaats van hier nog heel lang over door te loggen kan ik beter verwijzen naar het leuke boek (met veel leuke plaatjes) Lichamelijke oefening van Midas Dekkers. Sport is helemaal niet sportief!
De vele mensen die zich jarenlang hebben voorbereid op de Olympische Spelen kunnen deze zomer laten zien wat sportiviteit werkelijk is. Met niet te gaan kunnen ze daar een voorbeeld van geven, dat meer geschiedenis zal schrijven dan al het brons, zilver en goud dat er te behalen valt. Mens sana in corpore sano, een gezonde geest in een gezond lichaam, is een twijfelachtige uitspraak, want ik ken teveel fysiek gezonde mensen met een verziekte geest. Ik geloof eerder dat een gezonde geest voor een gezond lichaam zorgt! Sportief zijn is iets dat verder reikt dan het goed functioneren van je eigen lijf. Het gaat ook om dat van anderen, die net als wij nu eenmaal ook een lichaam nodig hebben om in te leven. In Tibet bijvoorbeeld. Ja, wegblijven, collectief! Een prachtig en krachtig geweldloos protest. Dat zou echt sportief zijn!
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
4 april 2008
Wat heb je toch een misselijke meneren! Sommige zijn zelfs echt een gevaar voor de volksgezondheid. Ik bedoel: als ik alleen maar over ze lees stijgt mijn bloeddruk al. Of is dat mijn probleem, en kan die ander dat niet helpen? Ik ben voor vrije meningsuiting, wat dus ook geldt voor mensen waar ik het niet mee eens ben. Hoe meer, hoe beter eigenlijk. Dat schept… hoe heet het ook alweer… transparantie, maakt de zaken helder. Dan maar hartkloppingen, want ook de meest funeste opvattingen moeten in het daglicht worden gezet. In het donker is het moeilijk vechten. Ja, het internet is een echte zegen omdat alles in de openbaarheid komt en niets meer verborgen kan blijven, zelfs niet in China. Maar dit terzijde, want het gaat nu over een gastcolumn in een tijdschrift, hoc loco De Zaak. Ter discussie, dus niet de mening van de redactie vertegenwoordigend. Hoop ik.
‘Nederland staat stil,’ roept Charlie Aptroot, woordvoerder Economische Zaken voor de VVD in de Tweede Kamer. Daarom wil hij veel geld stoppen in nieuwe wegen, alsof het niet veel efficiënter zou zijn al dat geld te stoppen in een eindelijk eens wat behoorlijk openbaar vervoer, waarin mensen rustig op hun laptopjes kunnen werken. Aptroot vindt ook dat bezwaar maken niet meer mogelijk zou moeten zijn voor de ‘professionele dwarsliggers’ en alleen voorbehouden zou moeten zijn aan direct betrokkenen. Ik mag me dus helemaal niet meer bemoeien met waar het elders goed fout gaat, zoals met de uitbreiding van Schiphol. ‘Met jou heb ik niks te maken!’ wordt me dan teruggeschreeuwd. ‘Waar bemoei je je mee?’ Wat ik trouwens altijd een stomme vraag vind, want dat is meestal heel duidelijk te zien. Maar wie blind is kan vaak nog horen, dus ik schreeuw maar ten overvloede: ‘Met het milieu, met volksgezondheid, met de wereld waarin nog andere mensen leven, weet u nog?’
Het ontslagrecht moet versoepeld worden, vindt Aptroot. Dat werknemers misschien beter werken als ze meer zekerheid over hun toekomst hebben en niet als een te exploiteren wegwerpproduct worden behandeld, moet kennelijk nog tot het bewustzijn van veel werkgevers doordringen. Opvallend is dat in deze discussies het ontslagrecht altijd de werknemers betreft die kennelijk nooit de werkgevers mogen en kunnen ontslaan…
Het onderwijs moet meer prestatiegericht zijn en gericht zijn op het werken in bedrijven. Wat bedoelt Aptroot hier nou mee? Dat het voldoende is als er overal Nyenrode Universities komen en de rest niet meer hoeft? Dat intelligentie en visie eigenlijk overbodig zijn? Let ook op zijn woorden ‘gericht op het werken in bedrijven’! Dus niet gericht op zelfstandig ondernemerschap, maar onderwijs dat opleidt tot loonslaaf. Zonder al te snel wat te willen roepen begin ik me toch af te vragen wat meer te prefereren is: nu een loonslaaf te zijn of een slaaf te zijn in het oude Rome. Ja, dat ga ik echt eens onderzoeken!
Voor innovatie pleit Aptroot ook voor meer ruimte voor genetische manipulatie van gewassen en voor dierproeven. Plant en dier zijn ondergeschikt aan de mens. Dierproeven mogen niet meer beperkt en verhinderd worden door ‘terroristische dierenactivisten’. En ons eeuwenlang gekweek met bloembollen is toch ook genetische manipulatie? Iets als liefde en respect, en een vooruitziende blik op de consequenties van zijn omgangsvormen met het milieu zeggen alles over het niveau van deze meneer. Jammer dat een partijtop zo iemand niet terugfluit, op het matje roept met de voorzichtige vraag of zijn ideeën over liberalisme niet even heel misschien per ongeluk een tikje te ver gaan.
Ik heb lang naar zijn foto gekeken. Blauw streepjespak, armen over elkaar, lachend. Zelfgenoegzaam, tevreden, zie mij nou eens! Doet zijn best om erudiet over te komen en getuigt daarmee van zijn gebrek daaraan. Wil ook heel graag als een wijze vader overkomen. Ik vraag me af wat zijn kinderen en kleinkinderen zullen denken als ze later deze foto terugvinden in een wereld die hun vader en opa zo vurig voorstond. Ze zullen waarschijnlijk niet trots op hem zijn, want als ik me die wereld voorstel krijg ik allemaal enge Bijbelse, zo niet Koranse visioenen. En realiseer ik me dat mijn lievelingsfilm Soylent Green nog steeds in mijn dvd-collectie ontbreekt. Echt aanbevolen voor hen die opvattingen als die van Charlie Aptroot aanhangen. Om te zien waartoe het allemaal zal leiden als hij zijn zin krijgt.
Gepost in Maatschappij en politiek
1 reactie »
31 maart 2008
Misschien komt het omdat ik psycholoog ben, dat ik meer geloof in de macht van het onbewuste dan in die van het bewuste. Ik bedoel, gisteren viel opeens de stroom uit en dan is het even zo stil in huis. Het is geen akoestische stilte, maar een stilte alsof er even een druk, een geladenheid wegvalt waardoor de bomen buiten weer even rustig kunnen ademhalen. Adaptatie heet dat. Als een zintuigcel bij voortduring blootstaat aan sterke stimulatie (naar intensiteit en frequentie) neemt de reactiesnelheid van de cellen af. Na weer verlaging van stimulatie, vindt door de zintuigcel juist overreactie plaats, door verandering van de gevoeligheidsdrempel, lees ik in het Encyclopedisch Woordenboek van de Psychologie. We kennen dat allemaal: het geluid van een ventilator, koelkast of wegverkeer horen we niet meer. Of beter gezegd: we horen het pas als we het niet meer horen, dan treedt een overreactie op, met het gevoel van: er mist iets. Maar intussen hebben we onbewust aan veel invloeden blootgestaan.
En dat is toch even schrikken, want die onbewuste invloeden werken minstens even sterk – zo niet veel sterker – dan de bewuste invloeden. Juist omdat ze onbewust zijn kunnen ze stiekem ongemerkt hun gang gaan en ons zo laten wennen aan junkfood en UMTS, aan geluids- en lichtoverlast en aan stank en aan wat niet al. En dat is iets waar de commercie graag gebruik van maakt: wat niet bewust tastbaar en meetbaar is telt niet mee, heeft geen recht van spreken. We zijn gewend aan dingen en omstandigheden in een mate die we enkele decennia geleden nog voor onmogelijk hielden. Juist omdat het allemaal heel geleidelijk is gebeurd. Onbewust. Ook in de reclamewereld wordt graag misbruik van de psychologie gemaakt door ons te bombarderen en te manipuleren met beelden en gevoelens die lang in het onbewuste blijven hangen. De meeste mensen denken dat ze kunnen denken. Dat ze bewust beslissingen nemen. Vergeet het maar. De meeste beslissingen zijn al genomen voordat ze überhaupt tot bewustzijn zijn gekomen, zoals wetenschappers hebben aangetoond.
Bewustzijn is dan ook de grootste vijand van machthebbers en handelaren. Want bewustzijn betekent oplettendheid. Bewustzijn betekent sensitief zijn. Bewustzijn betekent openstaan voor méér dan je eigen ik-wereldje. Bewustzijn betekent meeleven met anderen en de natuur. Bewustzijn betekent eerlijkheid, objectief naar jezelf en anderen kijken. Bewustzijn betekent principes en vooronderstellingen laten varen. Bewustzijn betekent kijken naar dat wat is, gewoon in het hier en nu zonder daar allemaal conclusies en oordelen aan te verbinden. Bewustzijn betekent openstaan voor andere werelden dan alleen de zichtbare materiële werkelijkheid. Bewustzijn betekent stil kunnen zijn van binnen, durven zwijgen opdat je de werkelijkheid ervaart zoals die is. Zeg me hoe je met de stilte omgaat en ik zeg je wie je bent. Ik vond het goed om even de stilte te proeven toen de stroom uitviel. Niet alleen die merkwaardige astrale stilte in de lucht, die vroeger ook bij dodenherdenkingen te proeven was. Maar ook de stilte van vrijheid, van het onbereikbaar zijn zoals dat vroeger tijdens vakanties was. Opdat we niet vergeten wat stilte is, zouden elektriciteitsbedrijven eigenlijk elk jaar verplicht een paar keer gestoord moeten zijn.
Gepost in Psychologie
Geen reacties »