Mikko’s feest

“Kom je beneden, Mikko?” roept mijn moeder vanuit het trapgat terwijl ik nog deze woorden lig te schrijven. “Je hoeft je niet aan te kleden hoor!”

Op mijn zus Aino na vindt iedereen het vreemd dat ik steeds aan het schrijven ben. Bij de erfenis van mijn tante zat een houten stokje met een staafje grafiet erin, en ook samengebonden bladeren gelinieerd papier. Ik zag meteen dat dit vroeger gebruikt werd om informatie met elkaar te delen. Een potlood en een schriftje! Dát is pas toekomstbestendig! Maar vroeger vonden ze dat op gegeven moment te omslachtig en ging men door middel van electriciteit met elkaar communiceren. Hoe dat precies ging weten we niet, want de Verdonkering met zijn aardverschuivingen heeft dat alles vernietigd, zodat we niet veel weten hoe de wereld er millennia geleden uitzag. De aarde was woest en ledig. Dat is een van de weinige dingen die we nog weten, en we kunnen alleen maar speculeren over de culturen die erin slaagden de planeet te verwoesten. Alleen maar een dozijn handschriften was diep in de woestijn gevonden, maar die gingen hoofdzakelijk over God en daar konden we niet veel mee, nog afgezien van de taal die we moesten ontcijferen. Wat we wél weten is dat daarin al het einde van de wereld was voorspeld. Dat de wereld door water zou worden overspoeld en sommigen al wat leefde in een boot stopten om de vloed te overleven. Of dat ze in een ruimteschip naar Mars gingen om het vuur en de hitte te ontvluchten. Dat de wereld zo heet werd dat mensen en dieren naar de polen vluchtten om alsnog daar in smeltend ijs te verdrinken. Ik voel me verwant met de mensen die vroeger op stenen en papier voor de Verdonkering wilden waarschuwen. Daarom schrijf ik dit alles moeizaam op papier. Want binnenkort wordt ver hiervandaan een ruimteverschuiving verwacht, en ik heb Aino me laten beloven dat ze mijn woorden daarheen zal brengen, Opdat ze dan een tijdsprong zullen maken en mensen in verleden en toekomstige culturen over ons kunnen vertellen. Misschien hebben ze er wat aan, als waarschuwing of herinnering. Als gids over hoe mensen in vrede en liefde kunnen samenleven. Zoals wij.

Het heeft duizenden jaren geduurd voordat we de aarde weer een beetje aan kant kregen. Langzaam trok de mist weer op en konden we de zon in zijn volle glorie zien schijnen en ons door hem laten verwarmen en verlichten. Geleidelijk stortten de satellieten die als metalen lichten om de een of andere reden rondcirkelden weer terug op de aarde, en ontdekten we een sterrenhemel die zich daarachter verschuilde. Huizen en gebouwen, bruggen en torens die niet door oorlog, water en wind waren verkruimeld gaven we een nieuwe kans door ze weer op te bouwen. Daarin vonden de weinigen van ons die ziekte en honger overleefden beschutting tegen langdurige hitte en kou, tegen stormen en overstromingen, tegen wilde dieren en insecten. Vanuit de rotsen richtten planten en bomen zich op om een thuis te bieden aan bijen, vlinders en vogels die in groten getale de hemel begonnen te bevolken. Maar in de eerste eeuwen na de Verdonkering hadden velen een soort heimwee naar het geluk dat millennia geleden over de aarde geheerst zou hebben. Een soort romantisch verlangen naar iets dat er nooit geweest is, gemengd met iets als onheil dat diep onder grond getuigde van rampzalige oorlogen. Alsof we onder de sterren sliepen op verborgen graven in de aarde en bovenop lijken in bunkers en schuilkelders diep onder ons. De resten van iets dat zichzelf ooit beschaving noemde verontrustten ons. Wat was er misgegaan? Hoe konden alle culturen zichzelf vernietigen en de hele aarde meeslepen in een mondiale catastrofe die alleen maar pijn, leed en dood beloofde? Hoeveel angstgeschreeuw en verdriet echode nu nog na in de hemel boven ons? Na veel zoeken tussen de schamele geschreven resten begon het heel geleidelijk tot ons door te dringen welke kracht en macht een van de belangrijkste oorzaken was van de ondergang van de aarde. Het was niet de zogenaamd hoogstaande techniek die de macht overnam, maar de mens zelf. Of beter gezegd: de man.

“Waar blijf je nou?” hoor ik mijn moeder roepen. “Over een uur komen de eerste gasten al!” Ik loop naar het raam en zie hoe mijn zussen de eerste stoelen op het gras van de zonnige tuin plaatsen. De tafels voor de drank en nootjes staan er nog niet eens, evenmin als de barbecue! Even rustig, moeder, ik kom er zo aan!

Wat schreef ik? Terug naar bed lopend om half liggend weer verder te schrijven bekijk ik mijn naakte lijf even in de spiegel. O ja, ik ben een man, en daarom ben ik een zondaar van het geslacht dat de aarde heeft vernietigd. Want er kwam indertijd steeds meer vermoeden en bewijs dat die mensen met piemels, ballen en testosteron de hoofdoorzaak waren van ego, machtswellust, agressie en oorlog die uiteindelijk tot de Verdonkering hebben geleid. Vrijwel overal waar die ellende was waren mannen de oorzaak en stonden die aan het roer. De gevangenissen zaten er vol mee. Eeuwen geleden werd ons al duidelijk dat we de jongens en mannen moesten heropvoeden. Ik weet niet wat er in de evolutie is fout gegaan, waarom dat niet gebeurd is om hen wat zachter en meer invoelend te maken. Dat hebben wij dus geprobeerd, maar bij ons is dat mislukt. Zeker na hun twintigste werd dat een puinhoop. Tegen testosteron waren we niet opgewassen, dus er bleef uiteindelijk maar één oplossing over. Een oplossing die mensen in andere culturen misschien afschuwelijk zullen vinden maar die bij ons inmiddels al heel gewoon en gebruikelijk is. Om onszelf en de wereld te redden mochten er alleen maar meisjes en vrouwen op onze planeet zijn. Niet dat dit daarmee altijd pais en vree opleverde, maar alles was beter dan mannen in de politiek en de wereld te laten domineren. Soms moet je nu eenmaal radicale besluiten nemen, en massacastratie lag dan ook voor de hand. De gevolgen van dat speelgoed tussen de benen van jongens te laten bungelen waren immers zo desastreus dat dit gebruik zonder meer gerechtvaardigd was. Dat was de eerste eeuwen van onze beschaving dusdanig geaccepteerd dat het een feestelijke gewoonte werd waarmee je de duivel uitdreef. Hun geslachtsdelen werden tijdens groepscastraties ritueel verbrand, waarna hun bloedende schaamstreken uitbundig werden gekust als welkom in de wereld van de vrouw. Ik heb dit zelf niet meegemaakt want deze levensreddende operaties zijn de laatste eeuwen niet meer uitgevoerd.

Eb en vloed waren losgezongen van de maan. Skies en schaatsen lagen te rotten en te roesten in overstroomde huizen. Ik vraag me af hoe al die vrouwen hier dat allemaal weten terwijl er zo weinig archeologisch bewijs voor is. Maar vrouwen hebben geen hersenen nodig om dingen te weten. Die hebben een ongeëvenaarde intuïtie waar wij mannen jaloers op zijn. Het is aan hen te danken dat we ondanks ons bescheiden wetenschappelijk onderzoek toch veel weten. Zoals met welke planten je ziektes kunt vermijden of bestrijden en welk voedsel het beste is, zowel voor je lichaam als voor je geest. Zo betekent lekker eten bij ons gezond eten. Want je eigen lichaam weet drommels goed hoeveel van alles goed voor je is. Ik heb de afgelopen maanden dan ook goed en veel gesmuld. Mijn magere lijf is wat dikker geworden, en wat extra vet misstaat me niet. Mijn moeder gunde mij al dat lekkers van harte na alle kinderen die ik de afgelopen jaren heb verwekt. Ik ken ze niet en zij kennen mij ook niet, en dat is beter zo. Wellicht zijn de kinderen waarmee ik soms speel mijn eigen dochters of zoontjes. Wij hechten niet zo aan familiebanden, want ook die hebben vroeger tot vetes en oorlogen geleid. We zijn allemaal één grote familie van vriendinnen met af en toe een man ertussen. Wat de seks betreft kunnen vrouwen elkaar heel goed bevredigen zonder al dat uitputtende en ingewikkelde gedoe dat mannen daar vroeger van maakten. Die vonden de oerschreeuw van een paar seconden belangrijker dan eindeloos genieten van elkaars vredige lijven. Rare jongens, die mannen. Maar ik moet bekennen dat ook mijn speelgoed zich vaak nogal haastig gedraagt. Testosteron is een spul dat nergens rustig de tijd voor neemt. Vrouwen genieten meer.

Mijn moeder bonst tegen de deur, opent die en steekt haar hoofd half naar binnen. “Alles draait om jou hoor!” roept ze wat geïrriteerd. “Het is jouw feest! Het zou wel fijn zijn als je even met de anderen kennismaakte!” Ik zeg dat ik bijna klaar ben met schrijven en dan alleen nog maar mijn tanden hoef te poetsen.

Straks neem ik mijn schriftje mee naar beneden. Dan kan ik terwijl anderen nog met de voorbereidingen bezig zijn aan de keukentafel nog verder schrijven over onze cultuur. Opnieuw loop ik even naar het raam en zie dat er nu slingers aan de coniferen worden opgehangen. Sommigen slepen met over de tegels schrapende geluidsboxen, en mijn kleine broertje dat net kan lopen hangt aan de rok van een zus van mijn moeder. Misschien is hij wel een zoon van me. Hij zal niet zo oud worden als ik nu ben. Want jongens en mannen worden niet oud. Er zijn er maar een paar van nodig om voor het nageslacht te zorgen, en daar ben ik er gelukkig een van. Over het daarvoor benodigde dagelijkse genot heeft niemand me horen klagen. Ik ben een gelukkig mens, want ik heb het echt getroffen met dit voorrecht dat ik aan mijn goede gezondheid te danken schijn te hebben. Geen castratie voor mij dus, want de tijden zijn veranderd na die eerste eeuwen omdat uiteindelijk bleek dat die verfoeide manlijkheid niet alleen in het testosteron bleek te zitten maar ook diep in de genen. Uiteindelijk werd ervoor gekozen om alle jongens te doden, op een paar uitzonderingen als ik na. Maar het zou zonde en respectloos zijn om al dat vlees weg te gooien, dus gingen we het eten. Ik heb dan ook geen manlijke vrienden, anders dan de peuters die twee jaar mogen leven voordat ze omgebracht worden. Die zijn dan nog speels en doen daar minder moeilijk over dan volwassen mannen, en hen is dan toch nog een paar vrolijke levensjaren gegund. Ik zie nog voor me hoe mijn moeder en ik mijn kleine broertje naar de slager brachten. Hoe hard hij in zijn blootje enthousiast de winkel binnenrende en zich kirrend in de armen van de slager nestelde. Om het echt feestelijk te maken had mijn moeder hem heel liefdevol lekker mollig vetgemest. Terwijl de slager hem achter in de winkel begon te slachten hoorden wij alleen maar de geluidjes van een vrolijk spelend kind. We konden het vlees de volgende dag ophalen. Toen maakte mijn moeder er heerlijke vleesrolletjes van, gehakt gebakken in plakjes spek. Het smaakte heerlijk na ons dankgebed. Moeder en kind allebei blij. Want het gaat er niet om hoe lang je leeft, maar om hoe gelukkig je leeft.

Wij zijn gelukkige mensen. Voor de Verdonkering geloofden slechts weinigen dat het mogelijk was een gelukkige wereld te scheppen. Maar dat hebben wij toch met een simpele ingreep bereikt. Wij hebben het onkruid gewied en leven nu in een samenleving van vrouwen die echt sámen leven. Mensen die zich laten leiden door intuïtie en liefde en weinig ingewikkelde en kwetsbare of gevaarlijke techniek nodig hebben. Mijn verhaal getuigt daarvan en ik hoop dat dit anderen mag inspireren als ze dit lezen. Als. Want met ruimteverschuivingen weet je nooit precies op welke tijd en plaats alles terechtkomt. Ik vertrouw op de intuïtie van Aino, die vrijwel zeker lijkt te weten waar en wanneer ze dit schriftje moet achterlaten. Ze meent heel zeker te weten waar Peru – de magische naam van een bijna mythisch land – ongeveer gelegen heeft en zal zich daar aan de voorschokken van de verschuiving oriënteren om de juiste plek te vinden waar dit zeldzame fenomeen zal plaatsvinden. Ik waarschuwde mijn zus nog voor het precisiewerk dat nodig is om niet zelf in tijd en ruimte meegesleept te worden, maar dat wimpelde ze af als zijnde een wantrouwende en berekenende vraag zoals alleen mannen die kunnen stellen. Ze vertelde me dat ze net zoals vogels onzichtbare magnetische velden in de lucht kon zien die ze voor mij als onwetende man vergeleek met de kleurige golvende gordijnen van het noorderlicht. Ik geloofde haar maar half maar liet het daar maar bij. Nooit geschoten is altijd mis. Maar wie dit leest weet dat ze gelijk had, want anders waren deze woorden in het niets opgegaan. Er gebeuren hier trouwens wel meer dingen die ik niet echt snap. Het voelen van de aanwezigheid van dieren in het donker. Het tegelijk uitspreken van dezelfde woorden alsof er eigenlijk maar één spreekt in plaats van twee. De windrichting weten zonder naar de zon of de sterren te kijken. De plekken vinden waar resten van vroeger zoals bunkers en metrobuizen nog diep onder de grond liggen. Soms lig ik in het gras naar de maan te staren en vraag ik me af of en hoe we die ooit weer schoon krijgen.

“Mikko! Je moet nu écht komen hoor!” Ik poets mijn tanden en vraag me af wat ik nog meer moet vertellen. Na mijn mond gespoeld te hebben wens ik mezelf welterusten en stommel ik de trap af. Halverwege loop ik mijn opgeluchte moeder tegen het lijf. Ze draait zich meteen om en na mijn potlood en schriftje op de keukentafel te hebben gegooid volg ik haar de tuin in.

Het is druk in de tuin. Mijn moeder gebaart dat de muziek moet dimmen en kondigt trots mijn aanwezigheid aan. Tussen een paar dozijn vrouwen in lichte zomerkleding met een glas wijn in de hand voel ik me naakt. En dat ben ik ook. In het middelpunt van al die aandacht weet ik me even geen houding te geven. Ze beginnen me juichend welkom te heten en felicitaties toe te roepen. Een poos sta ik bedremmeld om me heen te kijken. Ik voel hoe veel ogen hun best doen om zo onopvallend mogelijk mijn geslachtsdelen in het vizier te krijgen, want zoiets zien ze niet alledag. Dan heffen ze het glas en gaat iedereen luidkeels op mij toosten. Mijn moeder geeft me een por omdat ik kennis moet maken met veel mij nog onbekende bezoekers zodat ze weten wat voor vlees we in de kuip hebben. Wat verlegen stort ik me tussen alle visite. Ze loopt met me mee en stelt me met haar arm om mijn schouders trots voor aan mensen die ik nog niet ken. Soms weet ik niet meer of dat zusjes of nichtjes van me zijn, vriendinnen van mijn moeder of de partners van hen. In mijn wereld zijn relaties heel los. Wij geloven in de vrije liefde omdat liefde alleen in vrijheid kan bloeien. Sommigen voelen zich dan ook zo vrij dat ze even in mijn dijen, buik, lovehandles of nek knijpen. Alsof een vage herinnering van voor de Verdonkering aan lichamelijke verbinding met een man even opspeelt. Ik laat hen maar gaan, en bovendien vind ik dat zelf ook wel lekker. Wellicht zijn ze in het geniep wat jaloers op iemand zoals ik die zijn leven aan honderden geslachtsdaden te danken heeft. Sommige vrouwen bieden mij een glas wijn aan of blokjes kaas, wat ik vriendelijk afwijs. Anderen vertellen dat ze vaker feesten als deze hebben meegemaakt en daar uitbundig van hebben genoten. Ook twee oude vrouwtjes die achterin de tuin onder een beuk met vrolijke slingers van vlaggetjes op een bankje zitten te borduren. Ik hou van oude mensen omdat ze vaak wijze dingen kunnen zeggen waar wij jongeren nog niet aan toe zijn.

“Ben je wel gelukkig?” vraagt een van hen brutaal. Ja natuurlijk ben ik dat! Daar moest ik maar heel dankbaar voor zijn, zegt ze. Want veel ongelukkige mensen doen hun stinkende best om gelukkig te worden en zijn juist daardoor heel ongelukkig. De andere vrouw laat een steekje vallen, legt haar borduurwerk naast zich neer en kijkt mij met priemende ogen aan. Ze betwijfelt of het echt goed is om jongens op te eten, want je krijgt dan toch iets van hun agressieve energie binnen en ze heeft daarom alleen maar een paar kleine zuinige hapjes van haar zoon genomen. Maar nu is ze bijna honderd jaar – had ik haar die leeftijd gegeven? – en maakt het niet zoveel meer uit. En al met al stevenen we nu in elk geval niet af op een nieuwe Verdonkering waarnaar ze verwijst door met haar wandelstokje in de grond te prikken. Het andere vrouwtje verzekert mij dat ze er beiden van zullen genieten en heft het glas op mij. Omdat ik één van de uitverkorenen ben. Ik dank ze, geef hun een warme hand als afscheid en ga weer verder. Op een open plek waar geen slingers in brand kunnen vliegen staat een barbecuestel op te warmen. Ernaast zelfs nog een. Ik sta er een poosje naar te kijken. Het is wel bijzonder dat er vlees wordt gegeten, want dat gebeurt zelden in onze maatschappij. Een meisje in naveltruitje vraagt wat ik daarvan vind. Ik antwoord dat het mij heel moeilijk lijkt om vlees te bereiden, want dat verleer je als het zo weinig gegeten wordt. Dat ik hoop dat het toch lekker zal zijn en weinig lichamelijke en geestelijke schade zal toebrengen. Zo af en toe moet dat toch kunnen? Bovendien is het ene vlees het andere niet en hangt het ervan af hoe je het eet. Ze geeft toe dat dat van haar broertje best lekker was maar dat ze toch bang was dat ze er ziek van zou worden. Tijdens de padvinderij hebben ze eens een peuter schoongemaakt en gebraden en dat vond ze toch wel spannend allemaal. Ik zeg dat ze er nu echt van moet genieten omdat ook dat voor een goede spijsvertering zorgt. Ze belooft haar best te zullen doen en ik wens haar alvast een smakelijk eten.

“Kom je, Mikko?” hoor ik mijn moeders stem ergens achter het geroezemoes om me heen. “Het is zover!” Ik roep dat ik onderweg ben en schud nog snel een paar handen. Sommige vrouwen zie ik echt verlekkerd naar mijn naakte lijf kijken, en ik kan hen eigenlijk geen ongelijk geven. Want ik bén gewoon lekker!

Ja, het is tijd dat ik geslacht word. Tot mijn verwondering zie ik op het laatste moment opeens een man in hemd en korte broek. Hè? Hij begrijpt mijn verbazing, loopt me af en stelt zich voor als Timo, een van de andere twee- à drieduizend mannen die uitverkoren zijn om de bevolking hier in stand te houden. Dat voelt als een soort broederschap en we hebben meteen contact. Hij vertelt dat hij gekomen is om eens te zien hoe een verjaardagfeest als dit eigenlijk wordt gevierd. Sommige vrouwen hebben zelfs hém in plaats van mij gefeliciteerd! Ik vertel hem over deze brief die ik aan het schrijven ben en dat hij wat mij betreft overal mag rondkijken en alles mag zien. Ik gebaar hem dat hij met me mee kan komen, en loop na nog wat wuiven naar gasten het huis en de keuken in. Daar laat ik Timo kennis maken met mijn moeder en mijn zus Aino. De slager is inmiddels gearriveerd en schudt me vriendelijk de hand. Het keukeneiland is ontruimd maar op de tafel, waaraan ik nog even in mijn schriftje wil schrijven, heeft ze al haar spullen uitgestald. Een bloedzuigertje, een gehaktmolentje, een snijmachientje en een doos met gereedschap. Terwijl ik mij voor haar en Timo excuseer dat ik even wil schrijven, schuif ik dat allemaal opzij. Zolang ik nog kan schrijven, blijf ik schrijven. Ook om voor de lezers duidelijk te maken dat het allemaal niet zo verschrikkelijk is als het misschien lijkt. Want alles gebeurt hier met volle toewijding, aandacht en respect. Zo heb ik het zelf tenminste eens meegemaakt toen ik getuige was en erbij stond, net als Timo nu. Maar het is wel lastig schrijven door de gesprekken heen. Want de slager hoort Aino uit over benodigde hoeveelheden heup-, rib- en nekstukjes, over schouderham en buikspek voor braadworstjes en over andere lekkernijen uit dijen en billen.

Ik staar even naar het keukeneiland waarop ik straks lekker ontspannen op mijn rug ga liggen. Nog steeds voelt dit alles als een feest voor mij, uitverkoren als ik ben om zo in volle gezondheid te mogen sterven. Eigenlijk zou ik daar bang voor moeten zijn, zoals dat bij de meeste mensen het geval is. Maar dat lukt me gewoon niet. Zeker nu niet, want ik ben gelukkiger dan ooit. Dat klinkt misschien raar in het aanzicht van de dood, maar ik kan dat ook niet helpen. Ik denk dat alleen ongelukkige mensen bang zijn om te sterven. Dat had ik ook wel eens hoor. Soms waren er van die dagen dat alles tegen zat. Waarop ik van de trap donderde. Met koorts in bed lag. De bal maar niet in het net kreeg. Vrouwen die zich niet wilden laten bevruchten. Dan kon ik best depressief worden en soms zelfs dood willen. Maar dat willen sterven was meer een vlucht dan een verlangen. Voor een gelukkig mens is sterven eigenlijk volstrekt onbelangrijk. Maar wel een avontuur als het zover is, zoals nu. Het voelt alsof mijn geest, mijn liefdes en ideeën bevrijd worden van mijn lichaam en hersenen, en eindelijk mogen uitvliegen om door de kosmos te zwermen. Zoiets moet het zijn. Net zoals mijn vlees en bloed in de lichamen van anderen zullen opgaan. Dat is allemaal zo mooi omdat ik nergens meer nee tegen zeg of erover oordeel. Sommigen noemden dat godsvertrouwen, een soort weten dat alles nooit anders had kunnen zijn dan het is. Vertrouwen. Genieten van al wat er is. Dat is geluk. Simpeler kan het niet. Bij ons is de dood niet zo verschrikkelijk als die vroeger geweest schijnt te zijn. Ik kijk naar mijn eigen slachtbank en hoor het suizen van het kettingzaagje dat de slager inspecteert. Het zal zo snel gaan dat er geen tijd meer is voor pijn. Het is doodstil. Ik fluister een gebed van zegen en dankbaarheid voor mijn lichaam en ziel. Ik ga opstaan, dit schriftje even zoenen en aan mijn zus toevertrouwen. Dan zal ik met gevouwen handen mijn moeder groeten voordat ik de slachtbank op klim. Namasté. Het is goed zo. Eet smakelijk allemaal!