Ploeteren met Pluto
30 september 2026
Vorige week is mijn account bij Second Life gehackt. Er was gelukkig alleen maar geld gestolen, want voor hetzelfde, nee: voor géén geld ruïneren ze ook nog de rest van je leven daar. Ik vroeg me al een poos af wat er zou gaan gebeuren nu Pluto bezig is het groepje van Mars, Zon en Mercurius in mijn tweede huis te bezoeken. “Misschien ga ik wel dood,” zei ik tegen Peter toen hij mij naar huis reed. “Maar dan niet in mijn auto!” gebood hij me streng. Gelukkig kon ik nog gewoon inloggen in Second Life, maar ik heb wel een tweestapsverificatie geactiveerd. Je weet wel, dat je niet alleen met een wachtwoord, maar ook met je telefoontje moet inloggen. Maar intussen verdween er geld van mijn PayPal-rekening en ook van een gekoppelde ING-rekening en creditkaart, want bij PayPal zou ik te negatief komen te staan. Second Life heeft me de gestolen € 850 snel teruggegeven maar zette wel mijn account “on hold”, omdat ik moest aantonen dat ik ik was. Alsof dat in Real Life niet al moeilijk genoeg is …
Misschien daag ik Pluto wel wat te veel uit met mijn vrolijke verhalen over sterven en dood. Zo liet ik in mijn roman een scepticus roepen “En ze stierven nog lang en gelukkig” en – spoiler alert! – schoot protagonist Mark zijn beste vriend op verzoek met pijl en boog dood. Achter de vliegende pijl was opeens een lint dat hem met zijn vriend verbond. Dat verzon ik (?) zomaar, maar het grappige is dat ik pas jaren later deze fantasie begon te ervaren. Twee van mijn beste vrienden stierven en ik kon er niet om huilen, zoals dat hoort als je dierbaren verliest. Maar ik voelde geen verlies, want ik voelde dankbaarheid voor hun vriendschap, alsof dit een verzegeling daarvan was. Osho had het er ook al over. Hij vond het raar dat mensen blij waren met een geboorte en treurden als iemand stierf. Eigenlijk zou dat omgekeerd moeten zijn. Want als iemand wordt geboren is er kennelijk nog werk aan de winkel, maar als iemand sterft kan dat mogelijk na een cyclus van reïncarnaties tot verlichting leiden.
Ik hoorde eergisteren dat Richard is overleden, een bewoner van Naarderheem met wie ik goed kon opschieten. Een stronteigenwijze man met wie je geen ruzie moest maken. Maar ook met soms vunzige humor. Ik kon hem in het openbaar gewoon een boef noemen en veel mensen hielden van hem. Zijn rolstoel werkte op voetaandrijving en zo scheurde hij achteruit tussen alles en iedereen door. Hij dronk de hele dag witte wijn die hij tussen zijn kleren of in een tas verstopte. Hij wilde steeds naar Malaga en wilde dat ik dan meeging. Ik vond dat hij dan ook met mij mee naar Helsinki moest gaan. Deal. Hij wist dat ik gay ben, maar dat stond niks in de weg. God hebbe zijn ziel of hoe je dat ook zeggen wil. Ik en anderen missen hem nu in de kring van rokers die altijd buiten bij elkaar zitten. Maar om nou te zeggen dat ik huil, nee. Ik ben blij toch nog een klein lichtpuntje in het laatste kleine stukje van zijn leven te zijn geweest. Het valt me trouwens op dat het meestal heel rustig en vredig is onder bewoners.
Pluto, de planeet van dood en het grote geld, van de onderwereld, van onzekerheden, van diepgaande seks, van kernwapens, van de peilloze krochten van onze geest. In één woord: van transformatie, want dat is wat hij wil. Pluto is niet erg geliefd, een zogenaamde ‘malefic’ waar de meeste mensen weinig van moeten hebben, net als van Saturnus. Astronomen hebben Pluto misschien ook daarom zijn status van planeet ontnomen. Ja, hij is een kleintje, maar met een onvermijdbaar ongeëvenaard venijn. Toch hou ik van hem. Is er tenminste één die alle valsheid en huichelarij tot op de grond affikt. Maar er is geen ander die de feniks weer uit de as kan doen herrijzen. Astrologisch onderlegde lezertjes zullen hem in veel van mijn schrijfsels herkennen. Zoals wanneer ik zeg dat je het leven niet kan vieren zonder het sterven te vieren. Ik ben benieuwd wat Pluto me nog meer gaat brengen, want hij komt ook nog langs mijn Zon en Mercurius. Maar ik zal mijn best doen om niet in je auto dood te gaan, Peter!
Gepost in 