21 juli 2011
Dinsdagavond de finale van het Harry Potter-epos gezien. In 3D, dus iedereen had een brilletje op. Die extra dimensie is wel verdiend aan het slot van dit lange avontuur dat velen jarenlang heeft beziggehouden. En ook mij dus, want alle zeven delen staan keurig in mijn boekenkast. Net als het werk van Marten Toonder behoort het bij de hedendaagse klassieken, die eigenlijk iedereen zou horen te kennen. Maar gisteren was het dus afscheid nemen. En nu niet verder lezen als je niet wil weten hoe het afloopt allemaal! Ik zag hoe Harry, Hermelien en Ron uiteindelijk met hun talrijke trouwe vrienden het ultieme kwaad, Voldemort, hebben verslagen. Wat is er de afgelopen jaren niet gespeculeerd over de afloop van deze kruistocht! En wat getuigt de populariteit van dit verhaal niet van onze hang naar tovenarij en magie, waarvoor in ons alledaagse materiële en rationele leven vrijwel geen plaats meer is! Het is niet voor niets dat ook andere boeken en films zoals In de ban van de ring zo gewild zijn, en dat computergames vol zitten met de meest onmogelijke en fantastische wonderwerelden, die gelukkig niet uit te roeien zijn.
Ontroerend en spannend is de scene waarin Harry in het bos zijn dood tegemoet gaat, bewust bereid om te sterven. Voor mij ligt hierin een van de belangrijkste boodschappen van het verhaal: je kan eigenlijk pas echt leven als je de dood onder ogen durft te zien. En sterven is nodig in dit plot, want Voldemort heeft zijn ziel in zeven gruzielementen verstopt, en zal pas verslagen zijn als die allemaal zijn vernietigd. En het laatste gruzielement zetelt in Harry zelf, wat ook verklaart waarom hij soms door de ogen kan kijken van Hij-Die-Niet-Genoemd-Mag-Worden ofwel Jeweetwel. Het kwaad wil alles bezielen opdat het daarmee onsterfelijk wordt, maar legt het uiteindelijk af tegen iemand die bereid is zichzelf te offeren. In anderen voortleven, een erfenis nalaten, is dat niet maar al te vaak de manier waarop we aan onze sterfelijkheid willen ontsnappen, opdat we niet vergeten worden? Is zelfs onze behoefte om in het onuitroeibare geheugen van het internet te blijven voortbestaan geen poging om aan deze vergetelheid te ontsnappen?
Harry belandt in een mistige schijndode tussenwereld – het is opvallend dat hij daar geen bril draagt – en snapt niet dat hij niet dood is. Hij ontmoet de overleden Perkamentus, die hem vertelt dat hij niet dood is juist omdat hij zich niet heeft verdedigd. Maar hoe nu verder? ‘Heb geen medelijden met de doden, Harry,’ zegt zijn vroegere leraar. ‘Heb medelijden met de levenden, en vooral met degenen die leven zonder liefde. Door terug te keren zul je er misschien voor kunnen zorgen dat minder zielen verminkt worden en minder gezinnen verscheurd. Als je dat een waardig doel lijkt, nemen we voorlopig weer afscheid.’ Maar Harry wil nog één ding weten: of dit allemaal echt is, of dat het zich alleen maar in zijn hoofd afspeelt. ‘Natuurlijk speelt het zich in je hoofd af, Harry,’ zegt Perkamentus, ‘maar waarom zou dat in ’s hemelsnaam moeten betekenen dat het niet echt is?’
Teruggekeerd tot de levenden houdt hij zich dood totdat, op initiatief van Marcel Lubbermans die iedereen aanvuurt de strijd aan te gaan, het moment suprême gekomen is. In de puinhopen van Zweinstein doodt Harry uiteindelijk met een laatste ‘Avada Kedavra!’ Voldemort, na zeven jaren van bloedige strijd waarin veel mensen zijn omgekomen. We zagen Harry opgroeien van klein jongetje tot volwassen knaap, leerden zijn toverkunsten en zwerkbal, lieten ons overspoelen door archetypen die overal verborgen waren, werden achtervolgd door mensen in schilderijen aan de muren, droegen toverstokken en onzichtbaarheidsmantels, lieten ons leiden door sluipwegwijzers en verplaatsten ons met behulp van viavia’s en haarden, of verschijnselden en verdwijnselden. Zelden heb ik een zo’n fantasierijke wereld aangetroffen! En nu is het afscheid nemen van Perkamentus, Sneep, Sirius, Anderling, Sneep, Remus, Dobby, Vilder, Marcel, Fred en George, Hagrid, Voldemort, Bellatrix, Malfidus en heel veel anderen. Waaronder Loena Leeflang, die juist om haar gekke mafheid een van mijn lievelingspersonages is. Een sprookje was het, ook voor Joanne Rowling zelf, die in een café, levend van de bijstand, het begin van dit avontuur schreef dat de hele wereld zou veroveren. Maar hoezeer dit ook een sprookje is dat zich alleen in onze hoofden, op papier en op het doek afspeelt, het is daarom niet minder echt. Integendeel.
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
1 reactie »
13 juli 2011
Een van de belangrijkste kenmerken van de Romantiek is dat zij de vlucht uit de werkelijkheid verheerlijkt. Geef ze ongelijk! Elk zinnig, gevoelig, slim en bewust mens wil toch wegwezen uit deze wereld, die door de neoliberalen steeds meer verpest wordt? Wat hebben we aan een bloeiende economie die steeds meer asfalt en beton eist en steeds minder natuur, cultuur en wetenschap? Hoewel het vergeleken met nu gouden tijden geweest moeten zijn, wilden ook de romantici van vroeger ook al snel weg uit de wereld. Ze stierven dan ook jong. Het is niet duidelijk in hoeverre dat jong sterven een bewuste keuze is geweest, maar zelfs als dat het geval is zou ik dat niet zomaar willen veroordelen. Zeker als je een beetje spiritueel bezig bent, zou je niet zo moeilijk over leven en sterven moeten doen.
Gevoel! Daar draait het om in de Romantiek, als reactie op de Verlichting met zijn verheerlijking van het verstand. Niet het hoofd met zijn scheidende en analytische denken, maar het hart met het verbindende en holistische gevoel speelt in de Romantiek de hoofdrol. Het verwarrende is echter dat gevoel niet altijd hetzelfde is als gevoel. Soms is het gewoon emotie, achter je pik aanrennen, schreeuwen, of met huisraad gaan gooien. En als je dan zegt: ‘Volg je gevoel!’ zeg je gewoon dat iemand primitief moet blijven, zich moet identificeren met zijn lijf en zijn hormonen. Maar gevoel kan ook iets hogers zijn, zoals van iets houden, je intuïtie volgen, creatief zijn. Je zou onderscheid kunnen maken tussen een lager persoonlijk gevoel (Venus) en een hoger transpersoonlijk gevoel (Neptunus), waarbij het laatste meer op zaken als onzelfzuchtige liefde, intuïtie en empathie betrekking heeft omdat je ook sferen buiten de grenzen van je eigen ik aanvoelt.
Wat ik in de Romantiek niet snap is de voortdurende hang naar het verleden, waarin alles natuurlijker geweest was. Natuurlijk: de zeeën waren nog niet leeggevist, oerwouden nog niet gekapt, de lucht nog schoon en helder, de grond nog niet uitgeput, ons voedsel nog niet vergiftigd. Natura artis magistra. Maar we sloegen elkaar wel veel vaker de kop in, genoten van wrede volksvermaken en terechtstellingen, we geloofden alles wat pausen en priesters ons wijsmaakten, we leefden korter en hadden daarin ook nog eens veel meer enge ziektes en pijn. Ja, bij het horen van de Zesde van Beethoven lig ik nog steeds tussen het koren op de Blaricumse eng, en bij het zingen van leeuweriken droom ik weg in de Grantchester Meadows van Pink Floyd, maar het is de vraag in hoeverre dit soort mijmeringen echt slaan op een paradijs dat ooit op deze aarde geweest zou zijn.
Het lijkt erop dat de romanticus niet echt in het hier en nu wil leven. Het hier is een veel te onnatuurlijke, harde en materialistische wereld, en het nu slaat alle hoop en vertrouwen dat het ooit nog eens goed zal komen in duigen. Het zou me niets verwonderen als de Romantiek de komende jaren weer gaat opleven – de tijd is er rijp voor. En hoe graag ik dat ook wens, tegelijk zie ik dat de romantici één grote fout maken. Ze gaan er namelijk van uit dat het hier alleen tot ons eigen wereldje is beperkt, en dat het nu alleen maar over de huidige tijd gaat. Terwijl je ze zo ruim kan maken als je zelf wilt. Is het hier alleen de plek waar je dit zit te lezen, of je hele huis, de straat waarin je woont, je stad of dorp, je land? Is het nu alleen deze seconde, of het lezen van dit verhaal, deze morgen, middag of avond, deze dag, dit jaar? Het hier en nu zijn even groot als jouw bewustzijn, als dat waarmee je je vereenzelvigt.
De echte romanticus kijkt verder dan de wereld die beperkt wordt door de muren van zijn kamer en de wijzers van zijn klok. Voor hem zijn de voor velen onzichtbare werelden geen mystiek, maar een concrete werkelijkheid naast het alledaagse leven. Hij voelt hoe het verleden zich in het heden openbaart, en hoe de toekomst het heden voedt. Daarom omarmt hij alles en klopt zijn hart in vreugde omdat hij overal thuis is, en daardoor tegelijk nergens meer thuis. Hij is geen kind, puber of volwassene meer omdat hij dat allemaal is, en daardoor tegelijk zonder leeftijd. ‘Alles is er al!’ schreef Mellie Uyldert eens, dus wat blijft er nog over om naar te heimweeën of te verlangen? Hij leeft in die onbegrijpelijke wereld van eenheid en heelheid. Zelfs geluk en ongeluk smelten samen in de romanticus. Misschien is deze voor een buitenstaander volstrekt onbegrijpelijke symbiose wel het belangrijkste kenmerk van de Romantiek.
Gepost in Astrologie, Psychologie, Spiritualiteit
3 reacties »
6 juli 2011
Gisteren was de laatste raadsvergadering voor het zomerreces. Ik had het genoegen om namens de coalitie wethouder Rob te complimenteren met het feit dat er nu eindelijk na zestien jaar een nieuw winkelcentrum voor de Bijvanck van de grond gaat komen, iets wat vorige coalities dus niet was gelukt. Ja, ik kon me best voorstellen dat sommigen na al die jaren van onderzoeken, klankbordgroepen, nota’s van uitgangspunten, voorlopige ontwerpen, onderhandelingen, powerpointpresentaties, maquettes, een goed betaalde projectmanager en wat niet al nogal sceptisch waren geworden. Maar tegenover het ‘eerst zien, dan geloven’ plaatste ik graag een ‘eerst geloven, dan zien’ om daarmee het belang van creativiteit, enthousiasme en wil te benadrukken. Ja, als rasidealist geloof ik inderdaad dat een idee voorafgaat aan de werkelijkheid, en dat met scepticisme nooit iets van de grond kan komen omdat het alles doodslaat.
In plaats van met vakantie te gaan blijf ik liever thuis, want het is juist deze mooie maanden zo rustig in Blaricum. Ook omdat ik een dagjesmens ben en niet zoveel behoefte meer heb om jetlags op te lopen en me in drukke en kabalige werelden te storten. Hoewel? Als er een leuke aanbieding voor een paar dagen Berlijn of zo langskomt wordt dat misschien wel happen geblazen. Of een weekendje met Marcel naar de Kalmthoutse Heide. Tijdens de KEI-week met Vriend een paar dagen naar Groningen om daar de studentikoze sfeer te proeven, zolang die van Halbe Zijlstra nog mag bestaan. Maar ook een protestlied schrijven voor de actie die we hier gaan voeren omdat we onze wijk niet willen laten verpesten door betonnen bakken voor zogenaamd ‘hoogwaardig openbaar vervoer’ dat slechts enkele minuten tijdwinst oplevert en waarvoor de provincie miljoenen over de balk gooit alsof ze nooit van bezuinigingen heeft gehoord. En tja, verder zijn er ook nog van die klusjes waarvan ik steeds dacht dat ik ze wel tijdens de zomer zou doen. Een bedrijf zoeken dat mijn kastanje heel netjes kan snoeien en dan met Vesteda uitvechten wie dat gaat betalen.
Ik wil eindelijk Atlas shrugged uitlezen, het opus magnum van Ayn Rand. In de Nederlandse vertaling Atlas in staking dan. Bijna iedereen verklaart me voor gek dat ik dat boek wil lezen, en dat is niet helemaal onterecht. Het is een zwaar boek (1461 gram) met 1002 grote pagina’s van glanzend papier, maar ik ben al op pagina 255. Bovendien wordt dit in Amerika ontzettend populaire boek verfilmd, dus waarom wacht ik daar niet op? Maar het houdt me ontzettend bezig omdat de filosofie van Rand, die het rationele egoïsme proclameert waarin zelfzucht een zegen is en altruïsme een zonde, aan de wieg staat van het neoliberalisme dat heel stilletjes maar bewust onze samenleving ontwricht. Ik kom daar vast nog wel eens op terug, maar ik wil Ayn Rand wel echt helemaal in mijn vlees en botten voelen voordat ik de Grote Aanval op haar begin. Gelukkig kan ze wel mooi schrijven.
Begin augustus komt Adyashanti naar Amsterdam. Iemand die in alternatieve kringen ‘verlicht’ wordt genoemd, net als bijvoorbeeld Eckhart Tolle of Bhagwan. Dit soort mensen staat vaak aan de wieg van religieuze organisaties, die er dan na hun overlijden meestal in een mum van tijd een rotzooitje van maken. Kijk naar Jezus en wat de kerk ervan heeft gemaakt: voor je het weet grijpen mensen de macht, bijvoorbeeld door hun eigen meester als enige echte te zien. ‘De eniggeboren zoon,’ staat in de geloofsbelijdenis. Als je zoiets gelooft vraag je niet alleen om moeilijkheden, maar het getuigt ook van een armoedig godsbeeld: de eerste de beste huisvader in Elspeet heeft al negen kinderen, en God zou er dan maar één hebben? Geloof ik niks van, en als je goed om je heen kijkt blijken overal dit soort mensen te zijn. Sommigen noemen hen mystici of gnostici, anderen gerealiseerden, weer anderen verlichten – het zijn woorden voor mensen die uiteindelijk de ultieme waarheid die het doel van het leven is hebben gerealiseerd. Woorden als ‘liefde’, ‘vrede’ en ‘geluk’ of ‘het goddelijke in jezelf vinden’ doen nog tekort aan hun wezen, ook omdat ze meestal getuigen van stilte, leegte, het niets, wat helaas bij ons in het Westen een negatieve connotatie heeft. Moeilijk uit te leggen als je er nooit bij geweest bent, geen zogenaamde ‘satsang’ hebt bijgewoond. Een andere werkelijkheid, eigenlijk de enige echte.
Half augustus zal ik weer beginnen met een nieuwe Kaarsvlam samen te stellen. Jaargang 65, nummer 5. Het blad is precies even oud als ik zelf ben: mijn Wijze Tante begon ermee in januari 1947 en toen het schrijven haar in haar laatste levensjaren moeilijker werd vertrouwde ze me het graag toe. Gelukkig maar dat mijn ouders dit niet hebben hoeven meemaken, want die vonden het maar onzin allemaal wat Mellie Uyldert beweerde. Zo vertelde mijn moeder me dat ze ooit zand te eten kreeg bij haar, maar dat zal wel een beetje overtrokken zijn. Hoewel? Het maken van zo’n Kaarsvlam gaat puur op gevoel: graven in dozen met getypte manuscripten, bladeren door oude jaargangen of daar iets leuks in staat om opnieuw te publiceren, illustraties erbij zoeken, zorgen dat anderen op tijd hun kopij aanleveren – en dat toch met als resultaat een mooi geheel. Het is duidelijk dat ze teveel geschreven heeft om alles te publiceren, maar hier en daar tref ik toch juweeltjes aan, zoals onlangs een tijdloze tekst die waarschijnlijk uit de jaren dertig van de vorige eeuw stamt.
Kortom: de zomer is straks om voordat ik het weet. Stom eigenlijk, om al die plannen te maken. Zeker van mij, die het zo graag heeft over spontaan zijn, in het hier en nu leven en zo. O ja, ik ga ook nog een artikel schrijven over het stopzetten van oordelen, mijmeringen, plannen en verwachtingen, kortom het stoppen met denken. Die gedachte laat me maar niet los.
Gepost in Maatschappij en politiek, Spiritualiteit, Uit mijn leven
2 reacties »
29 juni 2011
Onlangs de documentaire Guru uit 2010 bekeken. Een film van Philip Delaquis over Bhagwan Shree Rajneesh (1931-1990), die zich later Osho noemde, en zijn neo-sannyasbeweging. Met historische opnames, ook uit de periode voordat hij zich in 1974 in Poona vestigde en daar zijn ashram begon. Eind jaren zeventig werd hij populair in de westerse wereld, in Nederland dankzij Jan Foudraine met zijn boek Oorspronkelijk gezicht dat ook voor mij de eerste kennismaking was met deze voor mij toen nog onbekende Indiase goeroe. En een half jaar later zat ik in het vliegtuig naar Bombay. Hotsend en rammelend in de taxi naar Poona voelde ik hoe dit kleurige land bezield was door millennia religie, waarin geest belangrijker was dan stof en armoede en dood niet zo problematisch waren als ik gewend was. En dat niet alleen vanwege een primitief hindoeïstisch geloof maar ook omdat dit land, samen met China, de wieg is van de grootste en meest intelligente religies die er zijn: het Boeddhisme, het Taoïsme en de Vedanta met in haar kielzog Advaita Vedanta, Tantra en Zen dat uiteindelijk in Japan tot bloei kwam.
Het lijkt me alweer veel levens geleden dat ik mij tussen het oranje volkje bevond dat deze film vult met beelden van meditaties, therapieën en adoraties. De periode ‘Poona 1’, van 1974 tot Bhagwans vertrek in 1981 naar Amerika, is mij heel dierbaar. Met de periode in Amerika, van 1981 tot 1985, heb ik niet zoveel. Ik was er ook, in de commune in Rajneeshpuram, maar heb er geen bijzondere herinneringen aan. Gelukkig ben ik niet op de film te zien in die rij extatisch zingende sannyasins die langs de weg onder de hete zon in het zachte asfalt Bhagwan in zijn auto staan toe te juichen. Eigenlijk schaam ik me daar een beetje voor, hoewel ik me er toen niet echt in kon verliezen. Dat was de periode waarin Bhagwan zweeg en alles uit de hand liep. Het meest verschrikkelijke wat toen gebeurde is dat er toen een godsdienst ontstond, en niet iedereen begreep dat dit formeel gebeuren moest om voor vergunningen en dergelijke in aanmerking te komen. Met als gevolg dat er machtsstructuur ontstond, een hiërarchie met regels waaraan je je moest houden. Voor mij heeft dit rajneeshisme altijd diametraal gestaan op wat mij in 1979 naar Poona lokte en de religie die ik daar in India vond. Priests and politicians – the maffia of the soul is de titel van één van Bhagwans boeken. Ongemerkt waren we dat zelf geworden, en Bhagwan ook.
In deze documentaire vertellen Hugh Milne en Sheela Birnstiel, de lijfwacht van Bhagwan en zijn persoonlijke secretaris, hun verhaal. Van de eerstgenoemde, als sannyasin bekend onder de naam Shivamurti, heb ik ooit het boek Bhagwan: The god that failed gelezen, waarover ik in Osho Magazine wilde schrijven: ‘Schokkend vond ik de passages uit het begin van de Oregon-periode, waar hij een lachgas gebruikende Osho ziet die zegt: ‘Ik ben zo opgelucht dat ik niet meer hoef te pretenderen verlicht te zijn,’ en de vele keren dat hij Osho meemaakt en ziet als een gewone man die helemaal niet verlicht is. Integendeel: Osho moet zijn eigen leegheid voortdurend opvullen met steeds meer sannyasins en steeds meer Rolls Royces waarvan er om de zoveel pagina’s weer een aantal de ranch binnenrijdt. Nauwgezet beschrijft Shivamurti hoe Osho omgaat met hypnose en paranormale krachten teneinde iedereen in zijn macht te houden, de mala als walkietalkie inbegrepen. Om te filmen.’ Deze woorden zijn niet gepubliceerd, maar de film is er uiteindelijk toch gekomen en Shiva blijkt achteraf meer gelijk te hebben dan gedacht. Want nu zien we Osho aan het lachgas. Nu zien we Osho Sheela publiekelijk beschuldigen terwijl hij dat vlak voor zijn dood weer intrekt.
Soms denk ik dat de Bhagwan van Poona 1 begin jaren tachtig gewoon verdwenen is, en dat in Amerika een dubbelganger van hem de winkel heeft overgenomen. Zo sterk is voor mij het contrast tussen beide Bhagwans: de eerste spiritueel en mystiek, en de tweede slachtofferig en politiek, wat begon met zijn eerste lezingen in Oregon onder de naam The Rajneesh Bible. Wow! We gingen nu echt concreet de wereld verbeteren en we zouden met alle macht terugslaan als de Amerikaanse regering en de rednecks, die niks van ons moesten hebben, onze zo mooi en snel in de woestijn verrezen commune zouden bedreigen. In 1985 dreigde er zelfs een Jonestown-achtige toestand te ontstaan, en Bhagwan deed er toen heel verstandig aan om snel te vertrekken om daarmee een bloedbad te voorkomen. Dat is wat ik uit de film Guru begrijp en wat me heel aannemelijk lijkt.
Blijft de mij veel gestelde vraag: wat zoek je in godsnaam bij een goeroe? Want velen klinkt dat toch een beetje maf en eng in de oren. De aantrekkingskracht zit hem in herkenning van iets dat ook in jezelf zit, maar dat door die ander getriggerd wordt. Zoals je eigen muzikale talenten gestimuleerd worden door mooie muziek, zo bloeit het spirituele in je op in de aanwezigheid van een meester. Satsang heet dat, maar daarvoor moet de meester natuurlijk wel verlicht, gerealiseerd zijn, en dat is niet altijd het geval bij mensen die satsang geven, en ook in het alternatieve circuit is veel kaf onder het koren te vinden. Maar nu blijft de vraag over: wat is verlichting, realisatie dan wel? Dat is eigenlijk niet te zeggen omdat het iets is dat boven het denken, boven woorden uitstijgt. Ik zou bijna zeggen: lees een mooi gedicht en je weet het. Luister naar mooie muziek en je hoort het. Steek je neus in een bloem en je ruikt het. Kijk naar de sterren en je wordt erdoor omarmd.
Toch een poging. Vrede. Hier en nu. Bewustzijn. Leegte. Openheid. Emotie- en instinctloze Liefde. Stilte. Er zijn. Leven zonder angst, verlangens, oordelen en problemen. Vanuit het goddelijke dat in jezelf en overal aanwezig is. Je denken uit kunnen zetten, geen slaaf meer zijn van je gedachten. Je nergens mee identificeren. Niets willen doen maar dingen laten gebeuren, ook het daaruit oprijzende doen laten gebeuren. Je één weten met alles om je heen. Kortom: je ik kunnen uitschakelen. Velen zeggen dat dit een mooie droom is die in het dagelijks leven niet te realiseren is, een sprookje dat niet bestaat. Anderen zullen zeggen dat dit juist heel eenvoudig is, en het meest natuurlijke wat een mens kan overkomen. Velen hebben ooit zo’n piekervaring gehad, maar konden het niet plaatsen, wisten zich er geen raad mee en zijn er wellicht mee naar een psychiater gestapt met alle desastreuze gevolgen van dien. Maar als je zoiets meemaakt, is dat wel het bewijs dat het echt bestaat, dat het geen droom is. Iemand die wakker is weet drommels goed dat hij niet droomt. Die kan het bestaan van witte raven niet meer ontkennen nu hij er één heeft gezien. Nu ben je met een paar van dit soort ervaringen nog niet echt verlicht, maar het kan wel een wegwijzer worden die je bewust maakt van waar het in het leven (en sterven!) uiteindelijk om draait.
Je herkent een goeroe niet aan de buitenkant. Je kan niet zeggen hoe hij zich gedragen moet. Dat hij niet kwaad mag zijn, geen alcohol mag drinken, geen vlees mag eten, niet mag roken, geen seks mag bedrijven, geen leugens mag vertellen en noem maar op. De goeroe is niet feilloos zoals velen hem graag willen zien. Ook kan je niet zeggen dat het doen van wonderen een certificaat van verlichting is, hoewel dat – zeker in India! – vaak wel zo wordt beschouwd. Gurdjieff testte zijn bewustzijn door dronken heel hard auto te gaan rijden. Is het dan verkeerd dat Bhagwan lachgas gebruikte? Misschien wilde ook hij gewoon weten hoe lang hij alert, bij bewustzijn kon blijven. Misschien stelde hij met zijn Rolls Royces en horloges ons materialisme op de proef, en was het al opvallend dat we daar überhaupt aandacht aan gaven. En wees hij er – althans in de eerste Poona-jaren – niet vaak op dat eigenlijk alles een grote grap was? Als relativering, het loslaten van identificaties met het persoonlijke ik en zijn zekerheden, de essentie van verlichting is, dan is humor dat zeker! Niets serieus nemen, zelfs jezelf niet, dat was de weg! En dat was voor mij wellicht het belangrijkste waarom ik in 1979 in Poona belandde, waardoor ik wist dat Bhagwan verlicht was. Wat hij in elk geval tot 1981 is gebleven.
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
3 reacties »
19 juni 2011
Management maakt meer kapot dan je lief is. Deze woorden circuleren steeds in mijn hoofd na het lezen van het boekje Bullshit Management van Jos Verveen. Dat was echt genieten. Omdat hij eigenlijk niets anders schrijft dan wat ik zelf – en met mij veel anderen – al jaren aanvoelen maar steeds niet durven en mogen zeggen: management is maar al te vaak onzin. Aldus concludeert deze ondernemer en raadslid voor D66 in Rotterdam, na een opleiding bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit en vijftien jaar in de organisatie- en communicatieadviesbranche gewerkt te hebben. Management bestaat sinds 1911 toen Frederick Winslow Taylor The Principles of Scientific Management publiceerde. Zijn idee was dat organisaties machines waren die je kon besturen door aan knoppen te draaien, waardoor je het gedrag van mensen beïnvloedt en zo de productiviteit verhoogt. Want ook toen ging het al om het maken van zoveel mogelijk productie en winst. Ook passeren Elton Mayo met aandacht voor menselijke drijfveren en Michael Porter als grondlegger van de strategie de revue in dit boek, dat besluit met een uitgebreide bullshitwoordenlijst van Aanvliegroute tot Zelfsturende teams. Maar na honderd jaar is het wel genoeg geweest.
Management werkt gewoon niet. En managers werken ook niet echt, want dat zijn de denkers die – ver verheven boven de werkvloer – van alles zitten te bepalen wat anderen moeten doen. Dat heet dan het ontwikkelen en implementeren van beleid ‘in plaats van dat handelen aan het moment en aan de inschatting van de mensen zelf over te laten.’ Waarover Verveen verder schrijft: ‘Het ontwikkelen van beleid is hét signaal dat de organisatie niet in het hier en nu denkt en handelt (…) hét instrument is om de menselijke creatieve geest tot stilstand te brengen.’ Met als gevolg dat de groei omgekeerd evenredig is aan de hoeveelheid management. ‘Hoe meer managers, hoe lager de productiviteit en hoe minder innovaties!’ citeert hij innovatie-econoom Alfred Kleinknecht van de TU Delft. Geen wonder dus, want hoe meer anderen bepalen wat je moet doen, hoe minder ruimte er overblijft voor eigen intuïtie en creatieve ideeën, wat zich zeker wreekt als de werkelijkheid zich niet houdt aan wat je op je powerpointdia had voorgespiegeld. Eigenlijk is management een soort moderne slavendrijverij, zij het dan nog niet fulltime, maar dat komt nog wel.
Het lijkt erop dat je de economie het beste kan redden door het management op te heffen. Natuurlijk zullen managers zeggen dat alles zonder hen op een chaos uitdraait, terwijl in werkelijkheid de huidige chaos juist door hen zelf is veroorzaakt. Niemand die meer van zijn vak kan en mag houden. Managers realiseren zich niet ‘dat het in de economie uiteindelijk draait om mensen die doen wat ze belangrijk vinden,’ zoals professor Arnold Heertje zegt. Sinds Taylor draait management om steeds meer productie en winstmaximalisatie en laat iedereen meer en meer de oren naar stakeholders, aandeelhouders en klanten hangen, waarbij men steeds meer uit het oog verliest wat men zelf vindt en wil. Wie doet zijn werk nog met liefde? ‘Keer op keer blijkt dat voor de meeste mensen werken een levensvervulling is. Dit betekent dat ze naar vermogen hun talenten willen inzetten en een zo goed mogelijk resultaat willen bereiken. Targets, bonussen en zelfs ook deadlines maken dit kapot en daarom moeten ze er direct uit. Het is veel beter als we gewoon weer ons best gaan doen!’
Het is een gotspe dat management vaak ook nog een wetenschappelijke status heeft. Want als er ergens niet bewezen is dat het werkt, is het wel daar. Zoals Verveen zegt: ‘Zo’n 80 to 90 procent van alle fusies, overnames, reorganisaties, cultuur-, gedrags- en organisatieveranderingstrajecten mislukt.’ Wat ook logisch is, want hoe kan iets leven zonder hart, zonder ziel? Hoe kan ik prettig werken als mijn baas mijn eigen werkwijze, samen met mijn eigen ideeën en initiatieven beleidsmatig ondermijnt? Of nog erger: mij ook dáárin wil managen? In plaats van me te vertrouwen omdat ik meer dan hij ervaring op de werkvloer heb? Waarmee ik bij de kern van management kom: een pathologische controledwang, een wantrouwen uit angst om controle te verliezen. Waarmee we weer terug zijn bij het ego, het ik dat zich versterkt en verhardt en alle touwtjes in handen wil hebben en houden. In de grond zijn managers eigenlijk hele zielige mensen, waarmee je medelijden zou moeten hebben om hun krampachtige, uitputtende levensstijl. Misschien komt dat allemaal wel voort uit hun frustratie dat ze nooit een behoorlijk vak hebben geleerd.
Gepost in Maatschappij en politiek
5 reacties »
7 juni 2011
Toen we het over tijd hadden wees Sandra ons op de documentaire Killing Time, die op 7 april 2008 door Noorderlicht is uitgezonden. Hierin legt astrofysicus Julian Barbour uit dat tijd eigenlijk helemaal niet bestaat, een illusie is. Tijd is ‘bedacht door het brein’ om de wereld te kunnen interpreteren, en wat we meten is in feite niets meer dan de verschillen die er tussen verschillende nu’s zijn. Want alleen nu’s bestaan, zodat tijd niet iets lineairs of vloeiends is, geen ‘rivier van tijd’ zoals Newton dat voorstelde. ‘Niet alleen alles uit het verleden is er, en alles wat wij ouderwets lineair de toekomst noemen,’ zegt Barbour, ‘maar ook talloze andere mogelijkheden. Een eindeloos scala aan mogelijkheden, allemaal tegelijk.’ Ik heb wel eens vaker gehoord dat zich dat allemaal in een oneindig aantal parallelle universa afspeelt, maar mijn voorstellingsvermogen is toch iets te beperkt om die oneindigheid te kunnen bevatten. Hoe alles tegelijk gebeurt illustreert Barbour door alle nu’s, in de vorm van polaroidfoto’s die tijdens de opnames van deze documentaire zijn gemaakt, over de tafel uit te spreiden.
Ik vind dat een mooi beeld omdat het mooi aansluit bij iets wat ik soms bij tijd beleef. Namelijk dat het verleden er gewoon is. Waarom zou het verleden minder echt, minder waar, minder reëel zijn dan het nu? En wellicht zijn beelden die wij over de toekomst hebben, zoals verwachtingen en idealen, ook wel heel concreet aanwezig in één van die parallelle werelden waarmee we op de een of andere wijze in contact komen. Uiteraard nemen onze zintuigen niet alles tegelijk waar – daar zouden we een beetje gek van worden – zodat de noodzaak ontstond om in een illusie te leven van een hier dat alleen ons eigen plekje zou zijn en een nu dat alleen het huidige moment zou omvatten. Woorden schieten tekort, want ik zei ‘ontstond’, en Barbour sprak van ‘bedacht’ en dat zijn werkwoorden, processen die op zich weer tijd veronderstellen. Zonder tijd kan niet iets ontstaan en kun je niet iets bedenken. Maar hoe kan tijd uit het tijdloze ontstaan? Wellicht is het inderdaad handiger om te concluderen dat tijd gewoon niet bestaat, en volgens Barbour is dat de manier om de kleinschalige kwantummechanica en de grootschalige relativiteitstheorie met elkaar te verzoenen.
En nu we toch bezig zijn en ontkennen dat tijd bestaat, moeten we dat ook maar voor de ruimte doen. Ruimte suggereert dat iets ergens anders kan zijn, niet hier. Ruimte suggereert dat dingen verschillend kunnen zijn, los van elkaar kunnen staan. Als er geen ruimte is valt alles samen. Heeft alles niet eens met al het andere te maken, omdat het gewoon al dat andere ook is. In echte eenheid is geen relatie meer mogelijk omdat het ene niet verschilt van het andere. Als tijd en ruimte niet bestaan is het holistische wereldbeeld nog maar een zwak stuntelig aftreksel van de onvoorstelbare realiteit waar geen plaats voor ruimte en geen ogenblik voor tijd is weggelegd. Wellicht zitten we hier bij de wortels van het verschil tussen realisme en idealisme. Realisten geloven in wat onze zintuigen waarnemen. In de illusie van tijd, en daarmee in oorzakelijkheid, causale verbanden, bewijsbaarheid, empirie. Idealisten weten dat er meer is tussen hemel en aarde. Dat hun idealen geen fantasieën zijn, maar mogelijkheden die in andere parallelle werelden allang realiteit zijn.
Zo ontdekt de wetenschap wat visionairs en mystici al millennia lang weten. Bijvoorbeeld dat tijd een illusie is. Dat tijd stil kan staan, ofwel eigenlijk niet bestaat. Dat er alleen eeuwigheid is, ofwel alles eigenlijk een groot nu is. Hoewel in het praktische leven kennelijk de illusie van tijd nodig is, betekent dat nog niet dat we dan maar moeten geloven dat het ook echt bestaat. Net zoals het voor een toneelspeler niet best is als hij vergeet dat hij een rol speelt, misleid je jezelf als je de werkelijkheid in stukjes tijd en ruimte verknipt om vervolgens je eigen knipseltjes als de enige echte werkelijkheid te blijven beschouwen. Want zoals er in de ruimte plekken bestaan die je niet direct kan zien, gebeuren er ook dingen die we in het beperkte nu niet waarnemen en die we voor het gemak maar verleden of toekomst noemen. Ja, het kost kennelijk even tijd om te ontdekken dat tijd niet bestaat. Maar als je daar niet de tijd voor neemt zal je ook nooit ontdekken dat er geen tijd is.
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit
4 reacties »
2 juni 2011
Mijn hemel. Op een tropisch eiland lekker liggen luieren. Een rum-cola naast me, staren naar de mensen en de zee. De zon die mijn lome lijf verguldt. En verder helemaal niks. Dat is mijn paradijs. En niet van mij alleen. Gewoon genieten van het hier en nu, niets hoeven. Dat is geluk. Dat is waarvoor wij hier op aarde zijn. Om onszelf te bevrijden van het moeten, het willen, het doen, het voortdurende bezig zijn. Daarom ben ik ook een fel tegenstander van het arbeidsethos, want dat propageert het werken voor een doel, voor iets anders, voor de toekomst, voor een ander, voor de economie. De verheerlijking van de arbeid is dan ook vaak een groot struikelblok geweest in mijn omarming van het socialisme. Omdat arbeid helemaal niet adelt maar ons bindt aan de aarde, aan materie en aan geld, en ons allesbehalve in het hier en nu doet leven.
‘Eerst je school afmaken,’ zei mijn moeder, mijn smachten naar ongebreidelde creativiteit en expressie vooruitschuivend als wat tegenwoordig een linkse hobby heet. Want daarna moest ik eerst mijn studie afmaken. En daarna moest ik eerst een baan vinden. En daarna moest ik eerst een gezin stichten. En daarna moest ik eerst voor kinderen zorgen. En zo blijf je dus bezig met rechtse hobby’s als aan de slag blijven, werken, iets doen voor de kost, knokken, vechten en doorpakken. Ergo: nooit toekomen aan dat waar het leven voor bedoeld is: het paradijs vinden in het hier en nu, gewoon genieten van het leven, lanterfanten. Het calvinistische arbeidsethos is voor mij dan ook alles behalve spiritueel te noemen. Ja, dat stelt zelfs alles in het werk om te voorkomen dat je het geluk in jezelf vindt. Stel je voor! Dan kunnen we alle bijbels wel in de papierversnipperaar doen en dominees in de bijstand stoppen.
Laat mij maar lekker slenteren langs lange stranden. Ja, natuurlijk moet er brood op de plank, maar het echte brood, het echte werken ontspringt alleen uit spontaniteit. Het ideaal van het nietsdoen wordt vaak bestreden met het argument dat er helemaal niets gebeurt als je maar een beetje in je zwemslip ligt te luieren en met het mulle zand ligt te spelen. Maar dat is onzin, want pas dan en alleen pas dan borrelen in je lijf en ziel juist die dingen op die echt willen en moeten gebeuren. Het echte werk kan alleen ontspringen uit de bron van het nietsdoen, van ontspanning, van acceptatie. Alleen werk dat helemaal vanuit je eigen bron gebeurt – en dat is voor mij per definitie creativiteit – heeft kwaliteit, is waardevol. De rest is namaak, geforceerd, onbezield. Iets doen of maken alleen maar omdat het moet of omdat het zo hoort of omdat je anders niet overleeft. Maar wat is leven zonder ziel, leven alleen om te werken? Echt goed werk is niet iets dat je doet, maar iets dat je niet kan nalaten.
Mijn hemel. Die is er gewoon al. Het idee dat we niet al lang in de hemel leven is ons aangepraat door priesters en politici, bij wie het altijd weer meer en beter kan. Ik hoef dan ook helemaal niet naar de hemel te varen, omdat ik allang in dat heerlijke zinloze Niets ben. Het is alleen een kwestie van goed opletten. Even alle oordelen opzij zetten en gewoon om je heen kijken. Het strand, het zand, de schelpen, de zee, de blauwe lucht, de felle zon – aarde, water, lucht en vuur zijn al overal om je heen. Alles is allang compleet zoals het is. De hemel is allang op aarde.
Ja, ik weet het. Er zijn mensen die daar heel anders over denken. Maar toch is het mijn overtuiging dat het godslastering en arrogantie is om te beweren dat er ergens in de kosmos ook maar iets gebeurt dat niet goed, lelijk of verkeerd zou zijn. Want dat het een rotzooitje is, is ook maar bedacht, ingefluisterd door een stemmetje dat graag zegt dat iets anders zou moeten zijn als het is. Er is immers nog steeds lijden en pijn! Maar zijn dat ook niet oordelen, illusies? Hoe relatief is pijn als je van zweepslagen kan genieten? Hoe beheersbaar is verbranden als je over gloeiende kolen kunt lopen? Hoe erg is honger als je geniet van het knorrende gevoel in je maag bij het afvallen? Hoe uitputtend is pijn als je afziet voor sportieve prestaties? Bestaat pijn eigenlijk wel? Wat blijft ervan over als je het accepteert, als je je weerstand ertegen verliest en de pijn gewoon pijn laat zijn? Geldt niet ook hier dat uiteindelijk alleen het hier en nu verlossing brengt? Wellicht zal ik zelf op de stoel bij de tandarts ook vragen om mij deze tekst nog eens voor te lezen, maar dat zegt meer iets over mij dan over het waarheidsgehalte van deze woorden.
Mijn hemel. Natuurlijk ga ik me op gegeven moment vervelen. Dat snap ik trouwens nooit bij al die verhalen die over de hemel worden verteld. Alsof daar eeuwig altijd alles goed zou zijn en je daar nooit genoeg van krijgt. Maagden in overvloed. Engelengezang dat je je oren uitkomt. Wolven en schapen die het met elkaar doen. Dat kan een tijdje leuk zijn, maar heeft iemand er ooit bij stilgestaan hoe lang dat eeuwige eigenlijk duurt? Want dat duurt zo lang, dat je op gegeven moment er alles voor over hebt om in godsnaam weer terug te mogen naar de aarde! Waar je dan begint te ontdekken dat je de hemel nooit zult vinden als je hem niet in jezelf vindt. Dat je voor je geluk geen voorwaarden aan anderen en je omgeving kan stellen. Dat het dan niets meer uitmaakt waar je bent, omdat gelukkig zijn jouw keuze is voor een zieletoestand. Dat je zelfs middenin een ellendige wereld voor je eigen hemel mag opkomen, voor geluk durft te kiezen, van het leven mag genieten. Opdat er tenminste van jou iets van een licht, van een andere wereld uitstraalt dat uiteindelijk het enige is dat een mens goed kan doen en dat mensen goed kan doen.
Na deze mooie woorden geschreven te hebben ga ik nu even lekker de tuin in. In de zon. Wellicht onder hevig gekwetter van ruziënde vogels in de kastanje. In steek een sigaartje op en zie dat het goed is. Dan ben ik even God en hoef ik niet naar de hemel te varen omdat ik daar allang ben.
Gepost in Maatschappij en politiek, Spiritualiteit
13 reacties »
25 mei 2011
Een zonnige winderige zondag in Zandvoort. Vloedgolfjes dreigen mijn schoenen te omspoelen. Kwallen en schuim op het strand. Mijn sigaartje wil niet trekken. Dan maar terug naar Mango, de Cubaanse strandtent nummer 19, waar ik buiten op een luie bank wat uit de wind kan zitten niksen. Chillen noemen ze dat tegenwoordig, geloof ik. Al snel beland ik met iemand in een gesprek over privatisering. Tegen de deur wappert een gele vlag met daarop wereldbol die op een tafel ligt, het logo van Mensa. Dit is een dag voor zestien nieuwe leden, waarvan ik er eentje ben.
Op de website www.mensa.nl noemt deze vereniging zich The International High IQ Society. Wat zijn dat nou voor mensen? Dat klinkt allemaal een beetje wereldvreemd, vanuit de hoogte, elitair. Zie ons eens! Maar uit pure nieuwsgierigheid heb ik mij toch onderworpen aan hun vuurproef om lid te worden en toegang te krijgen tot dit merkwaardige verenigingsleven. En waarlijk, mijn hersens zijn niet te licht bevonden, zodat ik me nu officieel hoogbegaafd mag noemen! Dus ook lid worden van deze club! Spannend hoor! Waar heb ik me nu weer in gestort? Alsof ik het met Real Life en Second Life niet al druk genoeg heb, begin ik nu ook nog eens een derde leven! Waarom moet ik nu opeens zo nodig? Misschien omdat de wereld om me heen de laatste tijd steeds dommer lijkt te worden, en ik me werkelijk begin af te vragen of er nou iets met mij of juist met die anderen aan de hand is. En ook omdat ik een donkerbruin vermoeden kreeg dat Mensa wel eens iets totaal anders zoud kunnen zijn dan wat je je meestal voorstelt bij een club van knappe koppen.
In deze hippyachtige strandtent zitten we gemoedelijk bij elkaar. Na een welkomstwoord worden we ingewijd in de geheimen van deze internationale vereniging die over de hele wereld zo’n 110.000 en in Nederland een dikke 4.000 leden telt. De powerpointdia’s vertellen ons niet alleen over activiteiten die worden georganiseerd, maar ook welke vooroordelen er over hoogbegaafden bestaan. Volgens velen zijn ze contactgestoord. Hebben vaak conflicten. Zijn hoog opgeleid in een bètarichting. Voelen zich verheven boven anderen. Snappen alles. Maken geen fouten. En zijn niet (echt) gelukkig. Dat is allemaal dus meestal niet waar! Evenmin als wat in het onderwijs vaak gedacht wordt: die redden zich toch wel! Nee dus. Ze zitten zich vaak in de klas te vervelen, en presteren daardoor middelmatig, met alle gevolgen van dien. Vooroordelen. Het gevaar ervan is dat je er zelf ook in gelooft, en dat gebeurt al te vaak zolang je het niet bij jezelf als een nuchter feit hebt geconstateerd en geaccepteerd.
Maar wat zijn hoogbegaafden dan wel, afgezien van een hoge IQ-score? We ‘hebben een grote variëteit aan interesses,’ wordt ons verteld. ‘Kunnen buiten vaste kaders denken (groot denkraam), hebben een sterk geheugen, zijn nieuwsgierig, kunnen ‘onzichtbare’ verbanden leggen en kunnen snel schakelen.’ Het meeste ervan herken ik wel. Zoals het leggen van die rare verbanden en associaties, die voor anderen vaak onnavolgbaar zijn. En voor mezelf ook trouwens. Maar het roept wel de vraag op wat dit alles nu te maken heeft met het gegeven dat het enige dat we met zijn allen delen het feit is dat we een beetje gunstig door een intelligentietest zijn gekomen. Zelf heb ik de indruk dat intelligentie boven een bepaald niveau kennelijk een soort omslagpunt bereikt: in plaats van meer en sneller te denken, ga je anders denken, wellicht door meer verbindingen tussen je linker- en rechter hersenhelft waardoor het beeldende, associatieve en intuïtieve een grotere rol gaat spelen.
Wat ik niet herken is dat ik een sterk geheugen zou hebben, maar dat zal wel te maken hebben met de Maan in Ram in mijn horoscoop. Op school was het leren van rijtjes en feitjes nooit mijn beste kant (tenzij het me interesseerde), en ook ben ik slecht in het onthouden van namen van mensen, daar moet ik echt goed mijn best voor doen. Met die namen gaan we trouwens spelen op deze middag, want we krijgen een papier uitgereikt met cryptische omschrijvingen van onze achternamen met de opdracht er dan de juiste namen van elkaar bij te zoeken. We houden nu eenmaal van puzzelen, en zo lopen we steeds door elkaar heen om peinzende blikken op elkaars badges te werpen. Ben jij misschien de homo avis? Vang jij veel wind? Of ben je een vorstelijk pleintje? Uiteindelijk wist ik toch ongeveer de helft van de namen met de omschrijvingen te matchen. Het is gewoon leuk puzzelen zonder competitie, want na afloop is eigenlijk niemand geïnteresseerd in wie nou de meeste namen goed heeft.
Tijd voor kringgesprekken, waarin iedereen wat over zichzelf vertelt. Sommigen hebben het moeilijk met hun hoogbegaafdheid, want dat kan ook een handicap zijn en velen voelen dat ook echt zo. Je wordt niet altijd begrepen, en oplossingen die jij aandraagt gaan voor anderen vaak veel bruggen te ver. Zelf vertel ik dat het eigenlijk heel belangrijk is dat de intelligensia eens uit de kast komt, zeker in ons land waar van alles wat boven het maaiveld uitsteekt de kop wordt afgehakt. Veel vooroordelen over hoogbegaafdheid moeten uit de weg worden geruimd, want het is iets totaal anders dan de meeste mensen denken. Maar ik heb het er zelf ook moeilijk mee. ‘Maar het zal wel lukken,’ grap ik. ‘Ik ben homo en heb dus al ervaring met uit de kast komen.’ Ja, ik zal er een weblogje over schrijven, maar zie mezelf nog niet mijn IQ op een visitekaartje drukken zoals sommige Amerikanen doen. Toon je je kaartje met een IQ van 137 en dan krijg je van de ander een kaartje met een van 138 terug… dat lijkt me niks. Wat niet betekent dat je niet blij en trots mag zijn op je gave, zoals anderen dat zijn op een goed sportief lijf of het componeren van mooie muziek, en dat koesteren en trainen.
Dan is er een borrel, waarbij ons verteld wordt dat het in onze kringen niet gebruikelijk is dat men rondjes geeft, want dat zou verplichtend kunnen zijn voor de minder draagkrachtigen onder ons. Daar lijkt me niks mis mee, net zoals met het gebruik dat alle bijeenkomsten goed bereikbaar moeten zijn met het openbaar vervoer. Niet alle mensalen, zoals we onszelf noemen, zijn rijk en hebben een auto. Intussen zijn we een beetje aan elkaar en aan de sfeer gewend. Niemand vindt een ander vreemd of gek en dat geeft een relaxt gevoel van vertrouwdheid, thuis zijn, juist omdat iedereen zo gewoon is. Arm en rijk, studerend en zelfstandig, jong en oud, man en vrouw. Met hobby’s als schieten, motorrijden, geocaching en gewoon spelletjes spelen, zit iedereen gemoedelijk bij elkaar en niemand voelt zich geremd om een beetje afwijkend te doen. In een studentikoze sfeer is het bijna verplicht voor een ieder om zichzelf te zijn en te blijven. Er is dan ook weinig etiquette onder deze, eh… ons vrijdenkers. Inmiddels raak ik in gesprek met iemand die net als ik niet tegen harde geluiden kan, waarmee ook hier opnieuw opvalt dat hoogbegaafdheid vaak gepaard gaat met een verhoogde zintuiglijke gevoeligheid.
Als je zelf niet weet dat je hoogbegaafd bent, ben je eerder geneigd om jezelf ‘normaal’ en anderen ‘dom’ te vinden. Maar als je dat wel van jezelf durft te zeggen en te accepteren betekent dat ook dat je de anderen niet meer ‘dom’ maar gewoon ‘normaal’ vindt. In de praktijk komt het erop neer dat je meer geduld opbrengt om iets uit te leggen en het niet laat bij drie woorden waarmee de ander het dan maar moet doen. En dat je meer geduld opbrengt om naar eindeloze betogen te luisteren terwijl je allang weet wat er bedoeld wordt. Niet iedereen vindt ‘anders zijn’ leuk, wat zeker geldt als je je eigen afwijkende eigenschap of gedrag niet hebt geaccepteerd. Sommige mensalen doen dan ook hun uiterste best om te ontkennen dat ze hoogbegaafd zijn, waarover vaak grappen worden gemaakt. Een mogelijke hertest – die niet bestaat, want je blijft gewoon lid voor de rest van je leven – is voor veel van hen dan ook een nachtmerrie.
Dan is er gezamenlijk eten in de Zandvoortse strandtent. De een vertelt over de OV-chipkaart en de ander had ook in nrc.next gelezen over het boek Bullshit Management en gaat dat snel kopen. Een derde weet ook niet hoe het eten heet dat we op ons bord hebben, en een vierde die politicologie heeft gestudeerd denkt erover om ook maar rechten te gaan studeren, wat mij geen slecht idee lijkt. We drinken onze laatste glaasjes en dan is het weer tijd om op te stappen. Sommigen zitten naar de dienstregeling van de trein te kijken, maar dat ik niks voor mij. Na een afscheid wandel ik nog even naar de zee. Iets verderop strandtent 17 waar ons gezin in de jaren vijftig altijd neerstreek. Een leuke dag was het, in een fijne sfeer. Veel Waterman-energie eigenlijk: mentaal gericht, alternatief bezig en last but not least een wereldgrote groep van gelijkgestemden. Want het is een grote familie waar je geacht wordt elkaar met de voornamen aan te spreken en waar je via het internet van alles en nog veel meer met elkaar deelt. En zo voelt het ook. Heerlijk!
Gepost in Astrologie, Maatschappij en politiek, Psychologie, Uit mijn leven
2 reacties »
19 mei 2011
Doodmoe word ik soms van TNT Post. Er lag weer zo’n kaartje in de bus.
U heeft onvoldoende gefrankeeerde post ontvangen of verzonden.
Kennelijk weet TNT zelf niet meer of ik het heb ontvangen of verstuurd.
Wij begrijpen hoe belangrijk het is om post in goede orde te ontvangen, …
Was me niet opgevallen. Als het regent kan mijn post goed doorweekt zijn.
… daarom hebben wij het desbetreffende poststuk toch verzonden.
Sympathiek!
We verzoeken u de verschuldigde verzendkosten alsnog te betalen.
Verschuldigd? Heb ik iets te weinig gefrankeerd dan?
Met dit kaartje kunt u deze kosten snel en gemakkelijk betalen. Hoe u dat doet leest u op de achterzijde.
Maar over welke post gaat het nou eigenlijk? Iets tussen 20 en 50 gram begrijp ik, want ik moet volgens die achterzijde € 0,92 betalen. In postzegels of met een eenmalige machtiging.
Wilt u het poststuk eerst bekijken? Ga dan naar www.tntpost.nl/betalen.
Ik tik daar een betaalcode in, die later een postincidentnummer blijkt te heten, N01.110518.007589, en zie nog niks. O, ik moet de spatie in mijn postcode weghalen! Wow, daar zie ik de enveloppe: het gaat om een brief van het Alberdingk Thijm College aan iemand die mij totaal onbekend is. Een brief die ik ook bij mijn post aantref en die 13 gram weegt.
Bij binnenlandse post betaalt de ontvanger, bij post naar het buitenland betaalt de verzender.
Huh? Wie bepaalt dat? TNT sommeert me ongevraagd om aan mij ongefrankeerd verzonden post te betalen? Ik herinner me daarover geen afspraak met TNT.
Post ontvangen? U heeft inmiddels een poststuk ontvangen dat onvoldoende gefrankeerd is of u ontvangt dit poststuk binnenkort…
Dat weet ik inmiddels, lieve TNT, want ik ben naar jullie website geweest.
… op het onvoldoende gefrankeerde poststuk is een barcode sticker van TNT Post geplakt zodat u weet om welk poststuk het gaat.
Ja, dat van het Alberdingk Thijm College! En barcodesticker is één woord!
Post verstuurd?
Ja hoor eens, weet TNT nou zelf niet meer of ik post heb ontvangen of verstuurd?
Ontvangt u alleen dit kaartje?
Het is een los kaartje, niets aangehecht of zo. Wel vind ik tussen de rest van mijn post de brief die ik net op de website zag.
Dan heeft u een poststuk met onvoldoende frankering naar het buitenland verzonden.
Nee dus, want ik weet inmiddels om welke brief het gaat. Gelukkig maar dat ik niet teveel naar het buitenland stuur, want met deze mededeling zou ik echt niet meer weten waarover het ging.
PS: wilt u weten welke frankering juist is? U vindt een compleet overzicht van de tarieven op www.tntpost.nl.
Daar moeten ze dan zelf ook eens naar kijken, bijvoorbeeld voor brieven van 13 gram.
Handig, bijvoorbeeld voor uw volgende zending.
Ik maak voor verzending van De Vuurfakkel nog altijd elke twee maanden gebruik van uw diensten, heren! Nog!
Als dit nou de eerste keer was dat ik zo’n kaartje ontving zou ik er nu niet over schrijven. Maar het is structureel. Ik weiger principieel om te betalen voor post die ik ontvang – die moet TNT gewoon niet versturen of terugsturen naar de afzender. Ik doe zo’n kaartje dan ook ongefrankeerd en voorzien van mijn commentaar weer op de bus. In het begin helpt dat niet, zodat ik niet de indruk heb dat ze het lezen. Een paar jaar geleden was dat wel het geval, toen stonden twee TNT-mensen bij me op de stoep, die me probeerden uit te leggen dat ik de afzender was van de aan mij gestuurde post, of zoiets dat alleen maar een manager kan bedenken. Ze zijn afgedropen en ik heb daarna nooit meer iets van hen gehoord. Maar nu wordt het weer kaartjes en aanmaningen en zo verzamelen. Volgens mij hebben ze geen poot om op te staan bij dit soort vorderingen.
Dat post soms nat in de bus komt, dat ik de belastingaanslag van ex-coalitiegenootje Felice in mijn bus kreeg en dat de post op de meest onvoorspelbare tijden al dan niet wordt bezorgd, dat is allemaal nog wel te verteren. Maar dat hier zo’n kinderachtige heibel wordt gemaakt om € 0,46 omdat men niet eens het verschil tussen een ontvanger en een afzender weet, dat geeft echt te denken.
Gepost in Maatschappij en politiek
1 reactie »
14 mei 2011
In mijn jeugdige enthousiaste jaren heb ik indertijd ook vaak aan het eind van de belijdenis gepreveld te geloven in ‘de wederopstanding des vlezes en een eeuwig leven.’ Amen. Ja, ik deed een aantal jaren mee met de Hervormde Kerk, wat natuurlijk uitliep op onenigheid met de dominee. Na een felle brief van mij gaf hij me aan het eind van de dienst een hand, met de minzame mededeling dat we er nog wel eens over zouden praten. Inmiddels begrijp ik dat deze apotheose van de geloofsbelijdenis, de lichamelijke opstanding na de dood, niet een van de gemakkelijkste theologische twistpunten is.
Vanmorgen kwam ik in een internetforum over nondualisme, christendom en gnostiek opnieuw deze kwestie tegen. Iemand zegt dat de oorspronkelijke christenen op basis van de getuigenis van Johannes daar wel in geloofden, waarbij Paulus deze lichamelijke opstanding als een beloning voor gelovigheid in het vooruitzicht stelde. De gnostiek zou in latere tijd onder invloed van Griekse en Oosterse wijsheid een claim op het ware christendom hebben gelegd. Zelf geloof ik het omgekeerde, namelijk dat juist de kerkvaders de gnostiek in het oorspronkelijk christendom in de kiem trachtten te smoren. Want een gnosticus herkent en erkent namelijk god in zichzelf, en heeft daar helemaal geen kerk voor nodig. Niemand kan daar mooier over schrijven dan Jacob Slavenburg, wiens boeken en cursussen mij in deze opvatting hebben gesterkt. Kerk en gnostiek – wat voor mij heel dichtbij, zo niet identiek aan het non-dualisme is – zijn niet te verenigen: de eerste zal altijd de laatste blijven bestrijden, iets waarvan de wrede uitroeiing van de katharen in de dertiende eeuw door de troepen van Innocentius III afschuwelijk getuigt.
Maar eigenlijk vind ik de discussie over al dan niet lichamelijke wederopstanding nogal onbelangrijk. ‘Opstanding’ is voor mij synoniem met iets als verlichting, realisatie, ontwaken in waarheid, ultieme bevrijding, ofwel het hoogste dat er te bereiken valt. Noem het éénwording en/of versmelting met God of het bestaan, het doel van leven en evolutie – het zijn allemaal woorden die uiteindelijk naar dezelfde unio mystica verwijzen, iets waarvan Jezus al bij de zijn doop in de Jordaan heeft geproefd en wat hij met zijn kruisiging heeft gerealiseerd. Bhagwan maakt onderscheid tussen satori en samadhi, waarbij de eerste een niet-blijvende, en de tweede een blijvende verlichting betreft. Die twee worden vaak door elkaar gehaald, met als gevolg dat steeds meer mensen de verlichte gaan uithangen, terwijl ze alleen nog maar hebben geproefd van wat Ken Wilber de ‘one taste’ noemt. Met alle gevolgen en ongelukken van dien, want terwijl ze zelf nog leerling zijn laten ze zich als een spirituele meester aanbidden, en dat kan niet goed gaan.
Voor mij heeft het christendom altijd geculmineerd in de kruisiging op Goede Vrijdag. Niet op Kerstmis, noch op Pasen of Pinksteren, maar tijdens die kruisiging, de ultieme overgave en vernietiging van het ego – datgene dat ons onderscheidt van anderen en de wereld om ons heen, de droom dat wij een afzonderlijke entiteit zijn. Dat doe je niet zomaar, je laten kruisigen, dat is meer dan een masochistisch spelletje. Daarvoor moet je bezeten zijn van een piekervaring van satori, die jou niet meer loslaat. Net zoals je hart je hele leven gestuurd kan blijven door een concert van Mozart, de geur van seringen of de roep van een merel in de nacht, zo geef je je over aan de Geliefde die het Al is. Niet dat je echt fysiek dood hoeft om verlicht te raken, maar geen verlichte zal ontkennen dat hij of zij door een soort stervensproces is heengegaan. Voor mij is dit de ultieme wederopstanding, en dat hoeft niet opgesmukt te worden met een verhaal over een lichamelijk opstaan uit de doden. Want als je verlicht bent, ben je gewoon af. Er hoeft helemaal niets meer. Innerlijke stilte. Gewoon genieten van alles zoals het is. Geen verlangens meer. Eindelijk rust en vrede. Klaargekomen.
Zo, dat heb ik weer mooi gezegd allemaal. Maar ik ben wel blij dat ik daar af en toe van mag proeven.
Gepost in Spiritualiteit
1 reactie »