Noblesse oblige

Date 30 maart 2012

En nu ga ik eens een lekker elitair weblogje schrijven. Dat is weer eens een ander geluid. Aanleiding zijn de studenten die in opstand komen. Staatssecretaris Zijlstra (VVD) wil de basisbeurs voor de masteropleiding afschaffen, en daarmee mag je niet alvast tijdens je bachelor beginnen. Het collegegeld voor een tweede studie gaat fiks omhoog. Als je meer dan een jaar extra over bachelor en master doet moet je drieduizend euro bijbetalen. Bovendien krijgen studenten twee jaar minder een gratis ov-kaart – die trouwens indertijd ingesteld was om verhoging van collegegeld te compenseren. Typisch maatregelen van een partij die gruwt van kunst en wetenschap. Studenten moeten maar gaan lenen, is het devies, want dank zij hun studie gaan ze later ook meer verdienen en  dan kunnen ze dat mooi terugbetalen. Waarom zouden Henk en Ingrid moeten betalen voor de opleiding van een student, die volgens hen toch hoofdzakelijk in zijn nest ligt te rotten, bier zuipt, in studentencorpora de malloot uithangt en doet alsof het leven één feest is? Het gevolg is dat er nu al in totaal 5,8 miljard geleend is door studenten die een gemiddelde schuld hebben van 14,5 duizend euro. Wat volgens Zijlstra ook gebruikt wordt voor wereldreizen en tv’s, waarmee hij het beeld van de luie, feestvierende en profiterende student graag nog even aandikt.

Op het eerste gezicht klinkt het best redelijk dat studenten geld moeten lenen. Dat de belastingbetaler niet op hoeft te draaien voor studerende knapen en meiden waarvan de meesten later een goedbetaalde baan of florerend bedrijf hebben. Studenten werken immers niet, ze produceren niets, worden alleen zelf wijzer van hun studie, dus waarom zou de staat dat moeten betalen? Toch gaat deze redenering mank. Omdat zij ervan uitgaat dat studenten niet zouden werken. Want als je zegt dat studenten niet werken, dan geldt dat ook niet voor mensen die tijdens hun loopbaan een cursus volgen, zich in de baas zijn tijd bijscholen, die in hun werk het internet raadplegen omdat ze iets moeten opzoeken. En als je het begrip werken koppelt aan productiviteit, blijft er helemaal weinig over omdat het grootste deel van de arbeidstijd verloren gaat aan overhead, waarvan het vaak overbodige management berucht is geworden. Wat is werk? Laten we ons eerst afvragen wat we daarmee bedoelen, en dan kunnen we verder praten. Voor mij is studeren gewoon werken. Zeker als marsmannetje zou ik echt geen verschil zien tussen wat studenten doen en wat andere grote groepen mensen doen: allen houden zich bezig met beeldschermen, met lezen, schrijven, documenteren, onderzoeken, communiceren, vergaderen, schrijven, leren, presenteren.

Een student kan niet op korte termijn de samenleving van de meest fantastische vondsten voorzien, maar op lange termijn wel. Zonder studenten droogt de samenleving uit en zal er in de toekomst van innovatie zeker geen sprake zijn. Vroeger werden ze wel ‘de bloem der natie’ genoemd, en terecht. Dat klinkt wat ouderwets, alsof ze een elite vormen die beter is dan de gewone, gemiddelde mens. Natuurlijk kan een elite verworden tot een respectloos autoritair allegaartje. Dat is ook vaak gebeurd en ook tegenwoordig zie je dit veel, maar dat is niet het wezen ervan. Er zijn nu eenmaal verschillen tussen mensen – niet in hun diepste zielen maar tussen hun persoonlijkheden waarvan sommige ons wetenschap en cultuur kunnen brengen. Maar in plaats van blij te zijn met onze intelligensia gaan we steeds meer op haar bezuinigen. Nog erger: we haten haar, wat blijkt uit de maatregelen van het huidige kabinet. Misschien is deze haat naar studenten wel gewoon jaloezie. Omdat ze werk hebben dat ze leuk vinden. Omdat ze ergens enthousiast over zijn. Omdat ze plezier in het leven hebben. Hou op met dat beknibbelen op studenten, want je beknibbelt op je eigen toekomst. Creativiteit kan alleen in vrijheid bloeien, en niet onder het juk van bijbaantjes en schulden.

Het gaat om creativiteit die kansen en alle ruimte moet krijgen. Voor nieuwe uitvindingen, voor kunst. Vroeger begrepen ze daar meer van, toen kende de adel ook zijn plichten. In de Renaissance vertaalde Marsilio Ficino het Corpus Hermeticum van het Grieks in het Latijn. Dat kon hij doen dank zij zijn mecenas Cosimo de Medici. Kunstenaars en wetenschappers kregen alle vrijheid om hun inspiratie vorm te geven, en hoefden zich niet bezig te houden met het invullen van belastingformulieren. Het is de vraag hoe Florence er zou hebben uitgezien, wat Bach nog gecomponeerd zou hebben, wat er nog in de musea aan de muren zou hangen  als er geen adel was en geen koningen waren die het noblesse oblige nog in hun vaandel voerden. En je begint je af te vragen hoe verlicht de Verlichting eigenlijk was toen de koppen van de adel moesten rollen aan het begin van de Franse Revolutie. In zijn lijkrede gaf Gustav Leonhardt, één van de grootste zo niet de grootste musicus van de afgelopen decennia, af op de Verlichting. En gelijk heeft hij, want toen werden materialisme, de rationalisme en individualisme geboren, en ontstond er geleidelijk een nieuwe elite, een nieuwe noblesse maar nu zonder verplichtingen, zonder oblige. Wellicht waren de Middeleeuwen minder donker dan we op school moesten leren, en gaan we onder leiding van onze politici juist nu die donkere, barbaarse Middeleeuwen tegemoet.

Vijf jaar in Second Life!

Date 20 maart 2012

‘Happy rez day,’ msn’de Robbie vannacht.
Want vandaag ben ik vijf jaar een bewoner van Second Life, en een verjaardag heet daar een rez day. Van het woord rezzen dat iets als creëren, verschijnen betekent. Om iets te maken of te bouwen in Second Life moet je eerst bouwblokjes rezzen, en die kan je dan weer een vorm geven, met textures beplakken, aan elkaar koppelen, massa geven, doorschijnend maken, van scripts voorzien en ga zo maar door. Maar het woord rezzen wordt ook gebruikt voor je eigen avatar, en de mijne ontstond op 20 maart 2007 toen ik voor het eerst uit pure nieuwsgierigheid de wereld van Second Life betrad. Nou, dat heb ik geweten!

Vijf jaar! Soms verwonderen mensen zich erover dat Second Life nog steeds bestaat, want in de pers hoor je er weinig meer over. In 2007 was het even een hype, en dook ook de commercie in deze wereld. Dat werd een flop, waarschijnlijk omdat veel bewoners van Second Life niet echt zitten te wachten op marketing en reclame. Het aantal bezoekers is volgens mij door de jaren heen tamelijk constant. Misschien een lichte toename, maar weinig dat beantwoordt aan de eisen van het groeimodel zoals we dat in Real Life kennen, waar alles per definitie steeds groter moet worden. Alsof de bomen zelfs tot boven de stratosfeer zouden moeten uitsteken om hun takken naar ruimteschroot uit te rekken. Nee, in Second Life is het leven lekker relaxed, zoals het filmpje A day at Sweetgrass, waarnaar ik al eerder verwees, laat zien.

Second Life is een spel zonder opdracht. Je kan je eigen wereld scheppen en velen maken er dan ook fantastische dingen, waarvan het uiterlijk steeds realistischer wordt. Zo zijn er hele steden ontstaan waarin je vele eeuwen in het verleden terug kan gaan, dan wel in een toekomstige wereld van sciencefiction of cyberpunk terechtkomt. Je reist per zeppelin of teleportatie. Of lopend of te paard. Of gewoon met de trein of de auto. Of, zoals ik, bij Robbie achterop de tandemfiets. Je bezoekt musea waar je met behulp van augmented reality van alles op de hoogte wordt gehouden. Ook is het mooi om theaters te bezoeken en concerten bij te wonen. Maar niet alleen de wereld wordt aangekleed, ook de eigen avatars worden steeds fotorealistischer uitgedost.

Maar het is niet alleen de ontroerende explosie van creativiteit die Second Life zo bijzonder maakt. In niet mindere mate zijn het de vriendschappen die zich daar ontwikkelen. Vriendschappen tussen mensen die elkaar meestal nooit in vlees en bloed zien, omdat ze in Real Life vaak op verschillende continenten wonen. Eerst komen er vragen op als: ‘Hoe weet je dat die andere avatars echt zijn wie ze pretenderen te zijn?’ maar in de loop der jaren ontwikkel je niet alleen een gevoel voor wie de boel zit te belazeren en wie niet, maar wordt ook die vraag zelf steeds minder belangrijk. Omdat je zonder fysieke aanwezigheid makkelijker contact kunt hebben met iemands ideaal, iemands wezen, iemands ziel. Hoe virtueel is Second Life, hoe onecht is het poppenhuis waarin ik nu al vijf jaar speel? Nope! Al vijf jaar heb ik daar mijn hart verloren en dát is zeker niet virtueel!

Nieuwe piano

Date 13 maart 2012

Sinds vorige week heb ik, na tien jaar zonder, eindelijk weer een echte piano. Een tien jaar oude gave Yamaha U1, waarop ik nu weer de wijsjes kan gaan spelen waarvan ik vroeger genoot. Verder dan wat eenvoudige beginnerswerkjes ben ik nog nooit gekomen, en voorlopig hou ik het dan ook bij het meest simpele van Bach, Beethoven, Clementi en Chopin. En als ik die eindelijk weer in mijn vingers heb ga ik verder met Satie. Ik ben blij dat dit eindelijk weer kan, want een huis zonder piano is eigenlijk een huis zonder ziel. Mijn oudste herinneringen gaan terug aan mijn peutertijd in Blaricum, toen mijn vader altijd Die Mühle van Jensen speelde voor het slapen gaan. En eigenlijk heb ik altijd in huizen met piano’s gewoond, met uitzondering van mijn studententijd in Uilenstede. Maar zodra ik daarna in de Bijlmermeer belandde sleepte ik al gauw met vriendje Pim een piano naar binnen en ik denk dat ik in die periode van mijn leven het meest piano heb gespeeld. Tot de benedenbuurman steeds mijn telefoon liet overgaan als ik begon te spelen, wat ik eerst niet doorhad en had moeten doorgaan voor een ‘grap’. De lol ging ervan af en ook later in Buitenveldert was ik me pijnlijk bewust van meeluisterende buren. Zelfs als ze zeiden dat ze het mooi vonden stimuleerde dat niet echt.

Maar hier staan aan weerskanten van het huis nog steeds woningen leeg, zodat ik rustig mijn gang kan gaan. Maar het is wel even wennen, en ik moet me soms echt vastbijten in het opnieuw leren lezen van noten. Soms zit ik een poos stil te tellen voordat ik ze heb. Gelukkig zijn er vaak herkenbare patronen, zoals van grondtoon, terts en kwint, de me wat makkelijker afgaan. Maar het is ook vaak zuchten en volharden. Ik heb dat eerste deel van Beethovens Mondscheinsonate vroeger toch gemakkelijk foutloos gespeeld, en wat zit ik nu te klunzen? Ook de noten van Chopins romantische Regendruppelprelude doen me nu zweten, net als het allereenvoudigste Preludium in C-groot uit Bachs Wohltemperierte Klavier. Maar toch voel ik dat bepaalde loopjes nog in mijn vingers zitten en met enige hulp van Vriend zal het me wel weer lukken om te zijner tijd een en ander wat beschaafd ten gehore te brengen. Waaronder ook sonatines van Clementi, niet alleen bedoeld als vingeroefeningen voor pianoles, maar ook omdat ze gewoon leuk zijn, zoals deze eerste Sonatine opus 36 nr. 1. Voorlopig zal ik me niet vervelen achter de piano.

Als ik Vriend hoor spelen kan ik heel ontroerd raken. Dan voelt het alsof ik naar zijn ziel luister en wellicht vind ik muziek daarom de hoogste en meest magische kunstvorm. Omdat muziek eigenlijk niet van deze wereld is. Terwijl niet alleen volgens Tolkien in zijn Silmarillion, maar ook volgens veel oosterse religies de wereld uit geluid, Om, is ontstaan. En het zou me niets verwonderen als zelfs het Woord waarmee alles volgens het Johannesevangelie begon eigenlijk een geluid was. Volgens het Tibetaanse Dodenboek is geluid ook het einde, want de oren vormen het zintuig dat het langst in tact blijft en stervenden worden met woorden begeleid, lang nadat ze ogenschijnlijk al uit hun lichaam vertrokken zijn. Muziek is ook de meest abstracte kunstvorm omdat die het verst afstaat van de materiële werkelijkheid, waaraan andere kunsten zoals schilderkunst, dans, literatuur, poëzie, film, beeldhouwkunst en architectuur nogal eens refereren. Door muziek kan je rechtstreeks met het goddelijke in contact komen omdat het een shortcut to heaven is. Een ongrijpbare en niet te begrijpen verbinding van je eigen hart met dat van anderen en dat van het Al. En het is fijn om daaraan mee te kunnen doen, hoe stuntelig en gebrekkig mijn vingers zelfs nog met de toetsen spelen. Even tellen, die doorgestreepte noot onder het onderste lijntje moet dus een e zijn. Es bedoel ik.

Europees nepliberalisme

Date 6 maart 2012

Het lijkt erop dat de neoliberalen, na het mislukken van hun economische experiment in Chili onder leiding van dictator Pinochet, nu Europa als proeftuin hebben aangewezen. En daar draait nu, na een voorzichtig opstarten in de jaren tachtig, het economisch laboratorium op volle toeren opdat onderzoek zal uitwijzen dat alleen de ongelimiteerde vrije markt ons de heilsstaat zal brengen. Daarvoor moet natuurlijk eerst de oude economie worden afgebroken, een sloopwerk dat door veel regeringen graag ter hand wordt genomen. Hoewel voor een groeiend aantal mensen dit neoliberalisme zich als een nepliberalisme ontpopt, vinden overheden nog steeds dat ze hun experiment juist nu moeten doorzetten: wellicht gloort dan binnenkort een nieuw vurig licht aan de stalen horizon. Dus, Europeanen, even doorbijten nu! En niet meteen zitten te janken als je een poosje de broekriem moet aantrekken, jullie zijn toch geen watjes!

Het idee achter de vrije markt is dat zelfzucht altijd tot de beste resultaten leidt. Dus laat iedereen maar met elkaar concurreren, dan komt uiteindelijk de beste en de goedkoopste uit de strijd om de survival of the fittest. Maar als de strijd is gestreden blijft er maar één winnaar over, en dan is het hek van de markt omdat het dan alleen nog maar die ene is die het uiteindelijk voor het zeggen heeft. Dan hebben we helemaal geen keuze meer omdat onze computers door Microsoft worden bestuurd, onze bussen door Connexxion en onze banken door Standard & Poor’s. Als de neoliberale utopie wordt gerealiseerd ontstaat er een wereld die qua vrijheid en gelijkvormigheid niet onderdoet voor die van het communisme achter het IJzeren Gordijn. Want ook daar berustte de macht slechts bij enkelen, wat ook de bedoeling van het neoliberalisme is. Er blijft uiteindelijk één bank over met één werknemer die achter een computer zit, en die heeft gewoon al het geld.

Het is natuurlijk niet de bedoeling dat teveel mensen dit spelletje doorhebben, dat geeft maar onrust zoals bij de Occupybeweging. Daarom moet je alles ondermijnen wat tot enig bewustzijn zou kunnen leiden, en dat verklaart ook de rechtse haat tegen wetenschap, cultuur, natuur en onderwijs. Van frisse lucht zouden mensen wel eens wakker kunnen worden, en rare ideeën kunnen opdoen in plaats van thuis De Telegraaf te lezen, zoals het hoort. Eenheidsworsten moeten we worden, winkelend in fantasieloze koopgoten, verdoofd starend naar geestverminkende programma’s, kritiekloos consumerend wat op onze bordjes wordt gelegd. Stimuleer het egoïsme en daarmee ook de hufterigheid, maar ontzeg die ego’s wel een beetje bewustzijn op welk vlak dan ook. Al die idealisten die zeggen dat we allemaal gelijk zijn zullen hun zin krijgen. In het Nieuwe Neoliberale Europa zal er nog maar één god zijn: het Gouden Kalf. Iedereen heeft gewoon een IQ, EQ, SQ of wat voor Q dan ook van 100. Met uitzondering van de Graaier Aan De Top natuurlijk.

We stonden erbij en we keken ernaar. Terwijl zich in Homs een nieuw Srebrenica voltrekt en we kennelijk nauwelijks tot een eenheid in staat zijn, laten we dit allemaal maar toe. We blijven het pikken dat onze regeringsleiders de verschillen tussen arm en rijk alleen maar laten toenemen en hun eigen verantwoordelijkheid voor de kredietcrisis op ons afwentelen. Natuurlijk hebben ook wij zelf schuld aan de crisis door maar meteen toe te happen als we aflossingsvrije hypotheken konden krijgen, door een wissel te trekken op de toekomst. Met een ‘Reis nu, betaal later’ lokte al in de jaren tachtig reisbureaus in de Bijlmermeer de Surinamers het vliegtuig in. Maar ik ben nog van die ouderwetse generatie die vroeger gespaard heeft voordat ze zich dure dingen aanschafte. Die wellicht ook daarom, net als Rob Wijnberg, nog in een huurhuis woont.

Een nieuw dieptepunt van het neoliberale experiment in Europa is de manier waarop wij nu met Griekenland omgaan. Een nieuw Versailles dreigt, met gevolgen die niet alleen de bakermat van onze cultuur rampspoed zullen brengen, maar heel Europa daarin gaan meeslepen. Onlangs stond in nrc.next de oproep van Griekse en Franse intellectuelen aan de Europese intelligensia: steun het Griekse verzet! ‘Overal in Europa zien we hoe regeringen van technocraten verschijnen die zichzelf als “redders” presenteren en de soevereiniteit van het volk volledig veronachtzamen. Dit is een keerpunt van het parlementaire systeem: we zien hoe “volksvertegenwoordigers” de controle weggeven aan bankiers en financiële experts en afstand nemen van hun beslissingsbevoegdheid. (…) Kortom, de verregaande plunderingen die kenmerkend zijn voor het kapitalisme vinden hier hun institutionele vervolmaking. (…) Het gebruik van militaire termen is hier niet ongepast: we hebben te maken met een oorlog die gevoerd wordt met financiële, politieke en juridische middelen, een klassenstrijd tegen de samenleving in zijn geheel. (…) Kunnen we stil blijven terwijl een Europees volk systematisch wordt gestigmatiseerd? (…) Kunnen we zwijgen in het aangezicht van een geforceerde mars naar een systeem dat zelfs het idee van sociale solidariteit verbiedt?’

In dit opinieartikel van Vicky Skoumbi, Michel Surya en Dimitris Vergetis, dat door veel Europese intellectuelen is ondertekend en in 15 talen is verschenen, wordt opgeroepen tot de vorming van een Europees comité van intellectuelen en kunstenaars in solidariteit met het Griekse volk en hun verzet. Die kunnen moeilijk anders dan tot de conclusie komen dat wat met Griekenland gebeurt wel eens het eind van de Europese beschaving zou kunnen inluiden. Want we laten zomaar toe dat onze cultuur – in welke betekenis dan ook: sociaal, cultureel, economisch, maatschappelijk – tot de grond toe wordt afgebroken. Maar misschien verdienen we juist daarom wel niet beter, en krijgen niet alleen volken de regeringen die ze verdienen, maar ook hele continenten. En is alles wellicht wel goed zoals het is.

Zeus bracht, vermomd als witte stier, het mooie meisje Europa naar Griekenland. Ik hoop dat Zeus haar bijtijds meeneemt naar andere oorden zodat ze niet vermoord wordt door het fundamentalistische nepliberalisme.

Virtual reality

Date 28 februari 2012

Zo in de loop der jaren wordt me steeds duidelijker dat virtual reality mijn hobby en specialiteit wordt. Het lijkt me een leuk onderwerp om lezingen over te geven en ik heb me dan ook gestort in het maken van een powerpointpresentatie, Impress-presentatie moet ik eigenlijk zeggen, want zo heet de Libre Office-tegenhanger van dit programma dat ervoor zorgt dat presentator en publiek elkaar nog maar zelden recht in de ogen kijken. Plaatjes verzamel ik, zoals van het beroemde schilderij van Magritte Ceci n’est pas une pipe. Wat is realiteit? Wat is schijn? Wat is echt? Wat is illusie? Wat is werkelijkheid? Het zijn van die eenvoudige vragen waarop velen de antwoorden menen te weten, maar schijn en werkelijkheid – virtual en non-virtual reality – zijn moeilijker te scheiden dan je meestal denkt. Bestaat een fata morgana? Is de schijn zelf echt? Heeft iemand ooit een rechte lijn gezien? Is geld niet een illusie omdat het niets concreets meer vertegenwoordigt? Kortom: heerlijk om goede en stevige gesprekken over te voeren, bij voorkeur bij een knappende open haard.

Andere werelden. Het idee dat onze materiële wereld niet de enige is, is niet echt origineel. Maar theosofen en antroposofen hebben deze oosterse ideeën heel goed verwesterd, en zelf is mij veel bijgebleven van wat Rozenkruiser Max Heindel zegt over de zeven werelden. Om het toch maar een beetje dicht bij huis te houden: naast onze materiële wereld is er onder andere ook een astrale gevoelswereld en een mentale denkwereld. Deze drie zijn voor mij voorlopig voldoende. Sferen die je kan proeven,  gevoelens die op bepaalde plekken hangen noem je dan astrale velden. Gedachten en ideeën die in de lucht hangen heten dan mentale velden. Ik hou van die driedeling omdat ze parallel loopt met die van handelen, voelen en denken, die je heel vaak ziet als je erop let, en die ik de laatste dagen regelmatig tegenkom in het boek Ik Ben/Zijn van Nisargadatta Maharaj. Er bestaan natuurlijk nog meer hogere en fijnstoffelijker werelden, maar voorlopig wil ik alleen de vraag stellen of deze werelden echt zijn of niet, waarmee tegelijkertijd die vraag is gesteld over onze materiële wereld: is this all there is?

Juist in onze zogenaamde ‘verlichte’ wereld met zijn suprematie van materie en rationaliteit, mag er best eens op gehamerd worden dat er méér is, en dat dat wat méér is even reëel en concreet is als de beperkte materialistische wereld waarin alles alleen om economie lijkt te draaien. Gevoelens en ideeën zijn minstens even echt, en niet een ‘droom’. Oosterse filosofieën draaien dat om: onze materiële wereld is een droom waaruit wij kunnen ontwaken, een filosofie die ook door The Beatles dichterbij ons zijn gebracht, en door George Harrison in zijn lied Living in the material world. Maar of het nu om werkelijkheid of een droom gaat: voor mij is de ene wereld niet minder waard, echt of reëel dan de andere, en horen ze allemaal bij het leven. Vandaar dat je moeilijk de ene een schijnwereld kunt noemen en de andere niet: gedachte- en gevoelswerelden zijn even echt als die van de materie. Sterker nog: zou er zonder gedachten, ideeën, en zonder gevoelens, liefde, überhaupt een materiële wereld bestaan?

Ooit noemde ik een weblog Virtuele vrienden. Dat is trouwens ook het antwoord op de vraag die ik in de vorige weblog stelde: de titel van het boek is steeds gelijk aan de naam van de eerste blog erin. Je hoeft dus alleen te kijken naar de eerste weblog na de genoemde 6 juni 2010. In die blog vertel ik over de echtheid van virtualiteit, over hoe ik iemand ken die ik nooit ‘in het echt’ heb ontmoet. Dat blijft een wonder, net zoals het een wonder is dat muziek ons zo kan beïnvloeden, of dat we allemaal geïnspireerd en geobsedeerd kunnen zijn door bepaalde gedachten en ideeën. Uiteraard heb je een probleem als je al deze werelden door elkaar heen gaat halen – bijvoorbeeld iets astraals voor iets concreets aanziet of zo – maar je hebt ook een probleem als je die andere werelden ontkent of uit de weg gaat. ‘Begin eerst maar in deze wereld je zaakjes op orde te krijgen voordat je toe bent aan andere, hogere werelden,’ wordt dan gezegd. Terwijl het volgens mij juist onmogelijk is om een beetje leuk in deze wereld rond te wandelen zonder contact met die andere werelden.

Zoals ik al eerder zei: virtual reality bestaat eigenlijk niet. Maar dat maakt het juist wel zo leuk om erover te vertellen!

Tweede levensboek

Date 14 februari 2012

Nee, dit gaat niet over mijn tweede leven in Second Life, maar over deel 2 van mijn verzamelde weblogs. Na Een nieuw begin is dit de tweede serie van 123 weblogs. Geschreven tussen 5 juni 2008 en 6 juni 2010, heb ik ze onder de titel Alles is één uitgegeven bij internetuitgeverij Lulu. In 266 pagina’s vertel ik over van alles dat me bezighoudt, zoals spiritualiteit, politiek en Second Life – waarbij het natuurlijk het meest genieten is al ik daar allemaal dwarsverbanden tussen leg. Leuk om naast je bed te leggen en af en toe wat in te bladeren. En dat voor maar € 16,-! Gebonden, zoals het een goed boek betaamt. Bestel het boek!

Maar wellicht kun je beter eerst proberen er eentje voor niets te krijgen. Het is immers Valentijn vandaag, en omdat ik eigenlijk van iedereen hou (wat niet altijd een praktische eigenschap is) geef ik er graag eentje weg. Daarvoor hoe je maar één vraag te beantwoorden: Hoe gaat het derde levensboek heten? Het boek waarin deo volente deze alweer 338e weblog zal komen te staan? Het antwoord is met wat slimmigheid op deze website te vinden. Hint: deze zijn me heel dierbaar. Laat dit uiterlijk op 21 februari weten via de link hieronder, dan zal ik loten onder de goede antwoorden! En als geen enkel antwoord goed is, zal ik hieronder als reactie nog extra hints geven en plak ik nog een weekje aan de inzendtermijn vast. Ik zie uit naar jullie reacties!

Verstuur hier je antwoord

Busje komt zo

Date 11 februari 2012

De oude politiek wordt steeds ongeloofwaardiger en doet in zijn stuiptrekkingen nog verwoestendere pogingen om het hoofd boven water te houden. Na het CDA dreigt nu ook de VVD uiteen te vallen, want niet alleen Nijpels en Winsemius gruwen van het gelik naar Wilders, zelfs onze Blaricumse fractievoorzitter Ralf van Vegten liet blijken het daarmee moeilijk te hebben. ‘De VVD zou zeer krachtig afstand moeten nemen van hetgeen de PVV zegt en schrijft,’ schreef hij een paar weken geleden aan Stef Blok, fractievoorzitter in de Tweede Kamer. ‘Het bemoeien met landelijke aangelegenheden behoort niet tot mijn standaard bezigheden maar voor mij persoonlijk is een grens overschreden, ik hoop dat de fractie en het hoofdbestuur actie ondernemen om deze gang van zaken een halt toe te roepen.’ Dat maakt me blij.

Maar zijn, en onze strijd, en die van veel andere gemeenteraden en bewonersorganisaties in het Gooi, breidt zich nu uit tegen de provincie Noord-Holland. Althans tegen mevrouw Elisabeth Post, ook van de VVD, die ons allemaal een hoogwaardig openbaar vervoer, een zogenaamde HOV door de strot wil drukken, een snelbus die miljoenen kost en waarvan het nut zeer twijfelachtig is. Daarover worden al jaren lang plannen gesmeed, onderzoeken gedaan, bijeenkomsten georganiseerd, zogenaamde ‘inspraken’ gehoord, brochures en filmpjes gepubliceerd, externe bureaus geraadpleegd, huisstijlen en websites ontworpen, zodat het geld wellicht al voor een substantieel deel uitgegeven is. En als je al die plannen bekijkt, zeker naar wat ze in Hilversum, Huizen en Blaricum bekokstoven, kan je moeilijk anders concluderen dan dat het plan met paperclips, plakbandjes en elastiekjes bij elkaar wordt gehouden. Maar als ik daarover ga uitweiden wordt dit een hele lange weblog.

Natuurlijk zijn wij, net als ieder zinnig mens, voor een HOV. Maar moeten we ook daarvoor zijn als dat totaal geen meerwaarde heeft boven wat er nu al aan openbaar vervoer – hoc loco een snelle goede bus 320 tussen Amsterdam en Hilversum via Huizen – gerealiseerd is? Die gaat nu al even snel als in alle plannen voor de HOV staat aangegeven. Gaan we kennelijk overbodige vrije busbanen aanleggen ten koste van onze wijk De Bijvanck? Zodat er alleen een verlies-verliessituatie ontstaat, net als de HSL en de Betuwelijn? Het werkelijke knelpunt van al deze mooie plannen, files op de A27, wordt niet aangepakt, want daar wordt de vrije busbaan op de lange baan geschoven. Moet dan onze wijk overhoop worden gehaald voor hooguit een minuut tijdwinst? ‘Meerderheid wil door met HOV in het Gooi,’ kopt de website van de provincie. Maar vraag ze niet dat hard te maken. Vraag ze überhaupt niets. En zeker niet op papier met allemaal argumenten, want men weigert dat gewoon uit te delen aan de leden van de commissie tijdens de vergadering, zoals ik van de week meemaakte.

Ik zat erbij en ik keek ernaar. Veel partijen, met name de Ouderenpartij en de PVV, waren het wel met ons eens, daar in het statige provinciehuis in Haarlem. Er werden vragen gesteld aan gedeputeerde Elisabeth Post. En er werden door haar ook duidelijke antwoorden gegeven. Ze wil niet meer verder praten want er is al genoeg gepraat. Ze wil niet meer verder onderzoeken want er is al genoeg onderzocht. En als men geen HOV wil, dan gaat het geld naar asfalt. Het grappige is dat ze niet doorheeft dat ze zélf helemaal geen HOV wil! Ze definieert eerst HOV aan bepaalde criteria, volgens welke er opeens geen sprake meer is van HOV als de bus er een minuut langer over doet. En dat hangt af van het leggen van vrije busbanen door onze wijk – een keuze die door de gemeente Huizen is gemaakt die zelf géén vrije busbanen door haar gemeente wenst aan te leggen terwijl zij het meeste belang heeft bij een HOV. En als er dan geen HOV komt, dan gaat het geld naar ‘asfalt’, dus niet meer naar het openbaar vervoer!

Mevrouw Post ontkende echter dat er sprake is van een prestigeproject. Zodat ik me suf zit te piekeren over wat het dan wél kan zijn, want alle redelijke argumenten zijn nu zo’n beetje op. Denken kan ze kennelijk niet. Of ze weigert dat. De dikke knaap in T-shirt van GroenLinks neemt nog een colaatje en keert zich in de tweede termijn van ons af: hij is voor HOV en dus voor de plannen van mevrouw Post. Kan je domme mensen kwalijk nemen dat ze dom zijn? Dat ze dat niet doorhebben? Onlangs speelde deze gedeputeerde in Slag om Nederland al een dubieuze rol, waar in Zwaagdijk niet meer naar redelijke argumenten van bewoners geluisterd werd. De tactiek is natuurlijk om procedures zo lang te laten duren dat wij als actiegroep Samenwerkingsverband HOV in het Gooi op gegeven moment het bijltje erbij neerleggen. Maar de strijd is nog niet gestreden. Na alles aangehoord te hebben sta ik buiten een sigaartje te roken in de kou. Daar staat ook Bianca Verweij van de Hilversumse SP met een sigaretje: ik heb bewondering voor haar omdat ze verschrikkelijk veel en goed werk doet in onze groep. We praten een paar woorden na, en het wordt me steeds duidelijker waarom het zo goed gaat met de SP. Wat dit betreft geheel terecht. Wegbranden, die oude politiek! Waar blijft het busje nou?

Soylent Green

Date 5 februari 2012

Ik hou niet van complottheorieën. Die hebben namelijk maar al te vaak de bedoeling om de aandacht af te leiden van wat er werkelijk aan de hand is. Zoals het beste complot van de laatste decennia, het – sorry dat ik het er weer over heb – neoliberalisme. Daaraan moest ik denken toen ik gisteravond weer eens keek naar de film Soylent Green uit 1973, die één van mijn lievelingsfilms is omdat bijna nergens mooier de dystopie van dit geloof in beeld is gebracht. Het verhaal speelt zich af in 2022, zodat we na het overleven van 2012 alweer een nieuw jaar hebben om ons op te verheugen. Dan wonen in New York City veertig miljoen mensen. De meeste zonder dak. De laatste paar bomen worden onder een tent bewaard. Groenten en vlees zijn luxeartikelen die niemand zich kan veroorloven, zodat iedereen alleen nog Soylent Green als voedsel heeft.

Blauwe luchten en vogels, dieren, zeeën en zonsondergangen leven alleen nog in de herinneringen van de ouderen, zoals Sol Roth (gespeeld door Edward G. Robinson) die zijn jongere collega en detective Thorn (gespeeld door Charlton Heston) graag over het mooie verleden vertelt. Maar nu, in 2022, is de wereld vervallen tot één grote armoede waarin alleen overleven nog telt. Bij opstanden wegens een tekort aan Soylent Green worden mensen met schuivers opgeschept en afgevoerd. In overvolle trappenhuizen, straten en kerken struikel je over de mensen. In prachtige soms rembrandtieke kleuren zie je in deze film wat er van de samenleving na jaren van afbraakbeleid overblijft. Uiteraard is er wel een kleine elite aan de macht, die in afgeschermde woongebouwen in luxe leven en baden, achter muren en prikkeldraad. Daar is drank te vinden, kun je een douche nemen, boeken lezen en genieten van vrouwen die bij het ameublement horen.

Sinds 1973 en nu is de dagelijkse realiteit in de wereld steeds meer op die van de film gaan lijken. Anno nu zijn de gated communities in opmars waar de ‘1%’ zich verschanst voor de ‘99%’. Anno nu leven er steeds meer mensen op straat. Anno nu blijkt voedsel steeds ongezonder te worden. In de film kun je je leven op een prachtige manier laten eindigen – wat één van de meest beroemde scènes van de film oplevert – en dat zijn we in de loop der jaren ook steeds minder gek, zo niet meer acceptabel gaan vinden. ‘Ik ga naar huis,’ schrijft Sol aan Thorn, waarop hij zich laat euthanaseren onder prachtige muziek en natuurbeelden, die bij zijn jongere collega die dit vanuit een raampje bekijkt een onbedwingbaar verlangen en een huilbui oproepen. Net voordat hij zijn laatste adem uitblaast zegt hij tegen Thorn dat hij ‘de Centrale’ moet onderzoeken, omdat daar een groot geheim verborgen is.

Maar ook dat verschrikkelijke geheim van Soylent Green begint al werkelijkheid te worden, want daarmee is onlangs op BNN een voorzichtig begin gemaakt. Vrije markt, survival of the fittest, eigen verantwoordelijkheid: meestal zijn dat excuses voor een survival of the fittest waarin de verschillen tussen arm en rijk de meest schrijnende vormen aannemen. Maar ‘hoe onbillijker een samenleving is – dat wil zeggen, hoe meer economische en hiërarchische ongelijkheid – des te slechter is iedereen af in termen van bijna elk maatschappelijk probleem, zowel rijk als arm,’ citeert Lynne McTaggart de onderzoekers Wilkinson en Pickett in haar boek De verbinding. Uiteindelijk leidt verrijking helemaal niet tot verrijking. Maar probeer dat eens een neoliberaal uit te leggen…

65 jaar!

Date 28 januari 2012

En vandaag ben ik ook zelf 65 jaar! Dat vond ik vroeger héél oud! Tegen die tijd liep je met een wandelstok rond, had je een vals gebit, werd je vergeetachtig en zat je in een bejaardenhuis voor je uit te staren. En gingen jongeren voor je stáán in bus of tram. Dat vond mijn vader trouwens helemaal niet leuk toen dat voor het eerst gebeurde, want dat betekende voor hem dat hij écht oud geworden was. Gelukkig is dat mij nog nooit overkomen, maar dat komt ook omdat ik er tien jaar jonger uitzie dan ik ben. Dat heb ik trouwens mijn hele leven al gehad: in mijn jonge jaren was ik gauw vijf jaar jonger, hoewel ik op de middelbare school altijd wat ouwelijk was zodat ze me wel eens ‘avus’ noemde, grootvader. Maar dat kwam ook door mijn eigen wat belerende en verheven houding die ik uitstraalde, iets waarop ik achteraf toch niet zo trots ben. Gelukkig ging ik psychologie studeren en was dat niet alleen theorie maar ook praktijk, zodat ik me wat minder zorgen ging maken over al dan niet geaccepteerd worden en erbij horen. Wat ook scheelt is dat mijn haar nooit gekaald heeft en de grijze plukken erin nog altijd in de minderheid zijn. Dat heb ik van mijn moeder, met als bijeffect dat ik het nog steeds te vaak te lang laat groeien. En als het dan weer eens bijgeknipt is, zoals van de week, zie ik er nog jonger uit.

Terwijl ik nooit echt gezond geleefd heb. En me ook relatief weinig zorgen gemaakt heb over mijn gezondheid. Alsof ziektes niet voor mij zijn weggelegd, en iets zijn waar hoofdzakelijk anderen last van hebben. Natuurlijk heb ik zo mijn oprukkende kwaaltjes, maar als ik om me heen kijk en merk wat leeftijdgenootjes soms allemaal al achter de rug hebben word ik daar niet echt jaloers op. Afkloppen! Ja, ik ben sneller moe, zie me niet meer echt tot nachtbraken in staat, of tot het bezoeken van popconcerten. En ik moet extra opletten bij het nogal wild de trap op- en aflopen, want het breken van een heup is best pijnlijk en onhandig. Er is wat vaker iets met mijn gebit aan de hand, ik heb wat sneller koude handen en voeten, soms last van extrasystolie, wat migraine en vaak tinnitus. En andere dingetjes waarover ik lekker naar goed burgerlijk gebruik kan gaan klagen. Maar dat doe ik niet. Omdat ik nog steeds fit naar het dorp op en neer fiets, mijn bloeddruk en mijn gewicht meestal heel netjes zijn en zich nog geen enge ziektes aan me hebben geopenbaard. Terwijl ik toch 28 jaar stevig heb gerookt (en niet alleen sigaretten), bijna niks aan sport heb gedaan en meestal gewoon gegeten heb wat ik lekker vind. Kortom: volg mijn voorbeeld en lééf. Dat is heel gezond, als ik op mijn eigen ervaring mag afgaan.

Ik ben een babyboomer. Een echte dan, want tegenwoordig heet geloof ik iedereen een babyboomer die in de eerste tien jaar na de oorlog is geboren. Je weet wel: de generatie die zo nodig in de jaren zestig de wereld op zijn kop wilde zetten en daar nog een beetje in slaagde ook. Bij velen van hen zijn de idealen van vroeger nu ver te zoeken, alsof ze een heuse persoonlijkheidsverandering hebben ondergaan. ‘Als je jong bent en geen socialist bent, heb je geen hart,’ zeggen ze wel eens. ‘Als je volwassen bent en nog steeds socialist bent, heb je geen verstand.’ Nou, dan maar geen verstand, en zonder dat verstand heb ik me aardig weten te redden in het leven. Eerst eeuwige student, dan een baantje bij de bank, dan leven van een uitkering en tenslotte een eigen bedrijfje – alles meegemaakt dus. Nooit echt rijk geweest en nooit echt arm. Geen eigen huis, maar ook geen schulden. Relatief zorgeloos en van God los. Brutaal genoeg om af en toe het recht op te eisen me gelukkig te voelen, wat in veel kringen not done is zolang er nog ellende op de wereld bestaat. Alternatief genoeg om in gekke dingen te geloven als Bhagwan, psychedelica, astrologie en dergelijke onzin. De zin van onzin, heerlijk!

Wel gaat de tijd steeds sneller als je ouder wordt. Vroeger was een jaar onoverzichtelijk lang maar tegenwoordig herinner ik me voorvallen uit vorige jaren alsof ze een paar weken geleden gebeurd zijn. Misschien komt dat omdat een jaar een steeds kleiner deel van je leven wordt en daarom steeds korter lijkt. Toen ik vijftien was leek dertig me stokoud, want dat was nog een heel leven erbij zoals ik dat al achter me had liggen. Nu hoef ik voor mijn vorige verjaardag slechts anderhalf procent in mijn leven terug te gaan, bijna niks dus. En als ik vroeger oude mensen zag en hen traag vond, realiseerde ik me niet dat dit betekende dat voor henzelf de wereld en alles juist heel snel ging! Ja, ook de dagen zijn korter geworden en voor ik het weet is er alweer een dag voorbij. Ik hoor het me nu al zeggen als ik sterf: ‘Het leven is voorbijgevlogen!’ En toch… Eigenlijk ben ik altijd jong en nooit ouder geworden dan een jaar of twintig. Alsof mijn diepste ontwikkeling daar is blijven steken en ook niet verder hoefde omdat het volmaakt was. Het tijdloze ik aan wie dit allemaal voorbijgaat. Dat is misschien allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar wel heel goed voelbaar. En nu heb ik nog een aantal jaren om erachter te komen dat ik eigenlijk helemaal niet besta. Voor niets gaat de zon op. Mag ik dat Niets zijn?

Auteursrecht

Date 25 januari 2012

Stel je hebt als moeder een mooie zoon. Heb je zelf gemaakt, jouw creatie. Nou ja, met beetje hulp van een man dan, maar dat stelt niet zoveel voor. In hoeverre is die zoon dan ook jouw bezit? Mag iedereen zomaar met hem aan de haal? Mag iedereen hem zomaar gebruiken? Mag hij zonder jouw toestemming in het leger worden ingezet? Nee toch? Als hij trouwt zal er eerst een bruidsschat moeten worden betaald, want voor niets gaat de zon op. Als moeder moet je tenslotte ook leven!

Dat moet zo ongeveer de redenatie zijn van al die organisaties die zo nodig voor creatievelingen moeten opkomen. Alleen niet voor hun creaties, want liever dan anderen daarvan te laten meegenieten, zijn ze heel blij met wetten als de Stop Online Piracy Act  (SOPA) en de Protect IP Act (PIPA), die dat zoveel mogelijk trachten te beperken. In het voetspoor van architect Roark, die in Ayn Rands The Fountainhead zijn eigen bouwsel opblaast, blijft men van mening dat het geschapene eigendom blijft van de schepper en daarom niet zomaar kosteloos aan iedereen ter beschikking mag worden gesteld. Voor wat hoort wat. De componist heeft een mooi liedje gemaakt en dient daarvoor beloond te worden. Omdat artiesten meestal niet de meest assertieve types zijn zetten hordes mensen en organisaties zich voor hen in. Die verdienen er vaak meer aan dan de artiest zelf, maar dat is nog altijd beter dan dat de kunstenaar uiteindelijk op straat met koude vingers op een viool staat te krabbelen.

Inmiddels zijn dat soort organisaties zulke machtsblokken geworden dat ze naar eigen willekeur zomaar sites uit de lucht kunnen halen. Dat doen ze graag, want volgens BREIN ofwel Bescherming Rechten Entertainment Industrie Nederland – waarnaar ik graag met een link had verwezen als hun site momenteel niet door de opvlammende cyberwar onbereikbaar was –  is iedereen per definitie verdacht van illegaliteit. Want waarom anders moet ik op een legaal gekochte dvd allemaal waarschuwingen van deze organisatie lezen, die ik niet eens even mag skippen terwijl het toch mijn eigen echt legaal gekochte schijfje is? Daar zitten natuurlijk allemaal ingewikkelde juridische constructies achter, zoals dat ook met software het geval is, en die er in het kort op neerkomen dat het zowel wel als niet je eigendom is.

En weinigen hebben in de gaten dat de verdachtmaker meestal zelf het meest verdacht is. Omdat je met het wantrouwen van anderen juist dat wantrouwen creëert. Niemand voelt zich er lekker bij om gecontroleerd te worden. Iemand die mij wantrouwt, wantrouw ik ook. Zo bedenken ze dat kopers alvast een boete moeten krijgen in de vorm van een thuiskopieheffing op cd’s, dvd’s en cd-roms omdat er toch wel illegaal materiaal op zal komen te staan. Dat is volgens Leon Rijnbeek, voorzitter van de STOBI ofwel Stichting overlegorgaan blanco informatiedragers, in nrc.next van vandaag ‘net zoiets als alvast een boete betalen als je een auto koopt omdat je vervolgens dan ongestraft door rood kunt rijden.’

De cruciale vraag is natuurlijk: wat is belangrijker: opkomen voor auteursrechten of voor een vrij internet? Ik kies voor het laatste. Zeker omdat auteursrecht eigenlijk een neoliberaal kwaad is. Het gaat ervan uit een creatie het eigendom is van een artiest. Daarom zal je op geen enkele verzamel-cd met hits uit de jaren zestig ook maar één nummer van de echte Beatles of Rolling Stones vinden. Maar elke kunstenaar kan ervan getuigen dat wat hij maakt eigenlijk niet van hem is, maar door inspiratie is ingegeven. De artiest is alleen een doorgeefluik en voor dat werk, en het zich eigen maken van de daarvoor benodigde vaardigheden, moet hij beloond worden. Maar tegelijk moet kunst bevrijd worden uit de klauwen van wat voor soort rechten dan ook, want  kunstenaars zien niets liever dan dat hun hartekinderen vrij uitvliegen over de wereld zodat iedereen ervan kan genieten.