Uilenstede

Date 15 november 2008

Precies 40 jaar geleden verliet ik het ouderlijk huis in Slotervaart. Op de wijze zoals dat toen gebruikelijk was, met de hulp van een studiegenootje en een bakfiets waarop ruimte genoeg was om de toen nog bescheiden huisraad mee te nemen. De tocht ging naar de nieuwbouwtorens van het studentencentrum Uilenstede in Amstelveen. Kamer 1377, op de zevende verdieping, met uitzicht op het westen, de Augustinuskerk aan de horizon, ’t Kleine Loopveld langs de gemeentegrens met Amsterdam, en een nieuwe woontoren in aanbouw waar later mijn beste vrienden zouden komen te wonen. Ik genoot van de geur van een nieuw leven in een nieuwe eigen kamer met eigen douche, toilet en draadomroep.

Dat moest gevierd worden, zodat ik met mijn Gereformeerde Vriend (Niet Vrijgemaakt) nog diezelfde avond in Fantasio op de Prins Hendrikkade belandde. Want ik was helemaal weg van de in die jaren ontstane kleurige en vrolijke subcultuur. En onder de vloeistofdia’s hoorde ik op die avond voor het eerst The Beatles van de Beatles. Ik bedoel de witte dubbelelpee, een gaaf muzikaal werk met hits als Back in the U.S.S.R., While my guitar gently weeps, Ob-la-di, ob-la-da, Blackbird, Pigggies en Revolution 1. Hoe ik weer thuisgekomen ben en de eerste nacht heb doorgebracht in mijn nieuwe kamer weet ik niet meer, hoewel het wel heel ingewikkeld omfietsen was, om cirkelend over het bouwterrein bij de ingang van de woontoren te komen.

Ja, het was soms behelpen, die eerste winter. Want regelmatig viel de verwarming uit bij mij en de 13 anderen met wie ik op één gang woonde, keuken en telefoon deelde, en een band voor het leven zou krijgen. De laatste reünie van Eenheid 198 was in 2000, en toen waren we allemaal bij elkaar alsof we gisteren nog samenwoonden en we allen het verdomd hadden om ouder te worden. Al snel ontpopte de nachtmens zich in me, moest ik nog naar bed als buiten in de donkere kou de arbeiders in het licht van schijnwerpers de blokkendoos tegenover me verder in elkaar gingen zetten.

Ik ademde met volle teugen mijn nieuwe leven in. Al snel zou ik mijn eerste sigaret opsteken bij een vriendje op de eerste verdieping. En voor een tientje mijn eerste gitaar kopen en liedjes beginnen te schrijven. Van etalagekarton een lambrisering tegen het plafond maken met de tekst van George Harrisons Within you without you. Een psychedelische wandschildering maken onder de klanken van de Beach Boys. Ruzie met mijn moeder krijgen die zich, niet geheel onterecht, zorgen maakte over mijn levenswandel. Mijn eerste jointjes roken. Op vriendjes verliefd raken, hoewel ik nog niet echt wilde weten dat ik homo was. Precies 40 jaar geleden ben ik uitgevlogen. Hij was wel duur, die kamer, honderd gulden in de maand, maar vrijheid is onbetaalbaar.

Lawaai!!!

Date 14 november 2008

Het zou me niks verwonderen als een groot deel van onze spanningen, gejaagdheid en vermoeidheid veroorzaakt wordt door lawaai. Lawaai, waaraan steeds minder te ontsnappen valt: als je gek wordt van de herrie in de stad en naar het buitenleven vlucht, word je daar opnieuw belaagd door kabaal van bladblazers, maaimachines en blaffende honden. Lawaai, dat veel ongezonder is dan je denkt, want het gaat niet zozeer om gehoorschade, maar meer om verhoogde bloeddruk en concentratieverlies. Voor dat eerste hoef je zelfs niet eens het geluid bewust te horen, want dat gebeurt ook tijdens de slaap. En dat het tweede nou niet echt bevorderlijk is voor het leervermogen van kinderen hoeft geen betoog. Kortom: lawaai is schadelijker dan we meestal denken.

Waar ik deze wijsheid vandaan heb? Uit het tijdschrift Ode, waarvan een nummer dat stilte als thema heeft al en poosje naast mijn bed ligt. Mary Desmond Pinkowish laat een hele reeks van hinderlijke geluidsbronnen de revue passeren, maar laat ook organisaties die tegen overlast vechten aan het woord. Zoals Noise Free America dat ¨wil dat iedere Amerikaanse stad lawaai bestempelt tot een gevaarlijke vorm van vervuiling¨. En een lawaaicode invoert, ¨een verbod op bladblazers op benzinemotor, autoalarmen en luidruchtige knalpijpen, boetes voor de eigenaars van hardnekkig blaffende honden, het aanwijzen van tijdvakken voor bouwwerkzaamheden en vuilnisophaal en het voorschrift dat elektronisch versterkt geluid uit auto´s op niet meer dan drie meter van het voertuig hoorbaar mag zijn.¨

Economie boven gezondheid is één van de verborgen normen van de huidige en veel vorige regeringen. Het meest klassieke voorbeeld is natuurlijk onze luchthaven die maar wil uitbreiden en uitbreiden. Ooit hebben Vriend en ik nog daartegen gedemonstreerd. ¨Schiphol hoeft niet uit te breiden, Schiphol is al groot genoeg!¨ zongen we op de muziek van Beethovens Ode an die Freude. We kochten zelfs nog een paar vierkante meters van het ´Bulderbos´ dat Milieudefensie had gekocht om de aanleg van een zoveelste baan te traineren. Hoewel je van tevoren weet dat je uiteindelijk toch verliest, is het toch goed om te blijven protesteren als je dat nodig vindt. Omdat daarmee toch iets als bewustzijn, alertheid aangewakkerd blijft. Eigenlijk ben ik helemaal niet zo´n demonstrant, maar heel af en toe vind ik wel dat ik mee moet doen. Inmiddels heeft onze luchthaven al veel van zijn omgeving verziekt: ¨Volgens een in 2004 in het British Medical Journal gepubliceerd onderzoek hadden omwonenden van Schiphol vaker last van een slechte algehele gezondheid, meer behoefte aan slaapmiddelen en slikten ze vaker pillen tegen hartkwalen.¨ Ik heb veel onder landende en opstijgende vliegtuigen gewoond, maar ook als je wat verder van Schiphol vandaan woont kun je er nog aardig last van hebben. Minuten lang kan irritant gebulder en geronk in de lucht hangen. Een zacht denderend geluid dat, al dan niet bewust ervaren, veel levensrust verstoort. Ik heb eens liggen rekenen, en je zit toch al gauw aan een miljoen mensen die last hebben van dit soort ´huisvredebreuk´, zoals Ted Rueter van Noise Free America het noemt.

¨Neurose, hysterie, angst, stress, misselijkheid, agressie, ruzie zoeken in sociale conflicten¨ zijn volgens het artikel in Ode ¨enkele van de emotionele problemen die gepaard gaan met tomeloze herrie.¨ Ik wil het niet hebben over knetterende brommers, scheurende motoren, gettoblastende auto´s en het kabaal van snelwegen, denderende treinen en bulderende vliegtuigen. Want daarvan heeft bijna iedereen last – behalve de gebruiker zelf uiteraard. Maar er zijn ook veel geluiden die zielig zijn, en een soort medelijden oproepen met de mensen die het veroorzaken. Omdat het overbodig is en alleen voortkomt uit luiheid en gemakzucht. Zoals dat van bladblazers, waarbij de gebruiker niet meer weet wat lekker vegen is. Zoals het gedender van over de stoep meegesleurde koffers, die door hun eigenaar niet meer gedragen willen worden. Zoals dat van RAVO´s, de schoonmaakwagentjes die met hun geraas elk gesprek in de nabije omgeving onmogelijk maken. Zoals het geklak van pumps, waardoor de hele straat weet dat er een nadrukkelijk aanwezige dame passeert. Voor dingen die in het openbaar worden gebruikt bestaan er geen of te ruime geluidsnormen. Omdat het geacht wordt toch maar tijdelijk te zijn. Maar intussen zitten we met steeds meer tijdelijk kabaal, zodat de normen hiervoor best wat aangescherpt zouden mogen worden.

Herrie is ook luchtverontreiniging. En uiterst schadelijk voor de gezondheid. Een roep om stilte lijkt dan ook op zijn plaats. Maar het wordt wel hard roepen om te midden van de herrie gehoord te worden!

Congrats, Obama!

Date 5 november 2008

Vannacht tot half vijf naar Nederland 1 op mijn internetradio liggen luisteren. Meegemaakt hoe Barack Obama de ene staat na de andere voor zich won. Een historische nacht, omdat het er nu werkelijk op lijkt dat de tijden veranderen. Zoals de enthousiaste Herman Wijffels het in een interview formuleerde: “Vandaag begint pas echt de eenentwintigste eeuw!”

The times they are-a-changin’. Wellicht dankzij de kredietcrisis, want het is de vraag of Obama zonder deze economische malaise ook gewonnen had. We mogen het Amerikaanse volk dankbaar zijn dat zij met luide stemmen hun afkeer van George Bush heeft laten horen. Dat het de oorlog in Irak zat is. Dat het zich realiseert dat je niet eeuwig op schulden kan blijven leven. Dat je met andere landen moet samenwerken om verder te komen. Dat het energieprobleem met groene handen moet worden aangepakt. Dat dit alles veel belangrijker is dan dat er eindelijk een ‘zwarte’ in het Witte Huis gaat zitten.

Obama is een man om van te houden, om verliefd op te zijn. Dat wordt geloof ik charisma genoemd. Men heeft gekozen voor een mens en daarmee voor een meer menselijke wereld. Een zucht van opluchting golft over de wereld. Ja, een historische dag was het, waarvoor ik graag een nachtje wakker heb gelegen. Velen omhelzen en zoenen Obama in gedachten. En ik ook. Zelfs in Second Life loop ik in een shirt van hem rond. Ja, ook daar komen we op voor een betere wereld.

Misschien idealiseer ik hem teveel. Maar is verbetering niet altijd begonnen in het land van idealen? Wellicht zal deze overwinning even belangrijk blijken als het vallen van de Muur. Implodeert eindelijk het uit de hand gelopen kapitalisme, zoals dat in 1988 met het communisme gebeurde. Gefeliciteerd, Amerikaans volk! Gefeliciteerd, Obama!

Patiëntendossier

Date 3 november 2008

Vandaag een bericht van de Minister van Volksgezondheid gehad, waarin hij vertelt dat het elektronisch patiëntendossier binnenkort in heel Nederland start. “De Eerste en Tweede Kamer moeten het wetsvoorstel wel eerst goedkeuren,” maar kennelijk ziet hij geen beren op de parlementaire weg. “Zorgverleners delen samen uw zorg,” luidt een kopje in de tekst, die vertelt: “De kwaliteit van de zorg in Nederland verbetert als zorgverleners medische gegevens met elkaar delen.” Geloof ik direct, want het is inderdaad handig als al die zorgverleners van elkaar weten wie wanneer aan welke ziektes leden, lijden of onder de leden hebben. “Door het EPD kunnen zorgverleners beter samenwerken,” vervolgt de tekst. Geen groepstherapie, netwerkdagen, survivals of wat er tegenwoordig allemaal aan coaching en teambuilding wordt gedaan om de club een beetje bij elkaar te houden. Maar gewoon een dossier met elkaar delen, en de motivatie, werksfeer en communicatie rijzen de pan uit!

En dat niet alleen. “Het vermindert de kans op medische fouten,” gaat de brief verder. Ja, vind je het gek! Als je prettig samenwerkt ben je sneller geneigd om elkaar te helpen, bijvoorbeeld met het bedienen van medische apparatuur. Scheelt ook weer een paar duizend doden per jaar. Want laten we eerlijk zijn: tegen het aantal medische missers zijn geen honderd Jomanda’s opgewassen!

Helaas blijkt het niet over de gezondheid van de gezondheidszorg te gaan, maar over mijn gezondheid. Want ik begrijp dat de Minister alle medische gegevens van alle mensen in Nederland in de computer wil stoppen. Zodat bijvoorbeeld de waarnemende huisarts meteen van mijn hele lichamelijke wel en wee op de hoogte kan zijn, en bijvoorbeeld meteen alles weet over mijn allergieën en vaccinaties. En zodat mijn apotheker weet welke geneesmiddelen ik al gebruik. Een bijgaande folder doet daar nog een schepje bovenop met een fotoreportage van mevrouw Van Velzen, die in het weekend opeens een bultje aan haar onderbeen ontdekt. Tijdens haar medische reis plukt ze de voordelen van haar elektronische dossier. En het loopt goed af! Dat blijkt uit de laatste foto waarop haar huisarts nóg meer naar het computerscherm in plaats van naar zijn patiënt kijkt dan we al gewend zijn. Volgens de bijgaande tekst is hij bezig de wondroos te behandelen.

“Zorgverzekeraars of werkgevers hebben geen toegang tot het EPD,” stelt een bijgaande folder geruststellend. Of? Dus ik moet kiezen voor wie van de twee ik mijn gegevens geheim wil houden? Alsof ik niet al gek word van alle keuzes die ik steeds moet maken. “Nee, dat hoef je niet, Satyamo,” roept een stem in me. “Léés die tekst nou eens rustig en goed!” Pardon? Nog eens goed lezen. Ja, eigenlijk staat er dat ik helemaal niks hoef te doen. Wow! Ik word helemaal automatisch en vanzelf in het elektronisch patiëntendossier opgenomen! Alleen als ik bezwaar maak moet ik een bijgaand formulier met een blauw- of zwartschrijvende pen invullen, mijn burgerservicenummer opzoeken, een kopie van mijn legitimatiebewijs meesturen… Maar waarom zou ik bezwaar maken?

Waar ik bezwaar tegen maak is het feit dat ik bezwaar moet maken. Het is dezelfde discussie als met orgaandonatie, waarbij nog teveel mensen vinden dat zij die hun organen niet willen afstaan daarvoor actie moeten ondernemen. De verandering, de nieuwe norm en de consequenties daarvan worden als normaal beschouwd en als je daartegen bent moet je in verweer komen. Ik word beziggehouden en geconfronteerd met nieuwigheden waarom ik niet gevraagd heb. Net als de OV-chipkaart, die een draagvlak van nul heeft, wordt hier een elektronisch patiëntendossier door de strot geduwd. Het is de wereld op zijn kop. Laat hen die graag aan het EPD meedoen daarvoor tekenen (met blauw- of zwartschrijvende pen). Maar dat durft de Minister niet aan omdat dan zou blijken dat ook dit project weinig draagvlak heeft.

Geef mij maar een USB-stickje en zet daar mijn medische gegevens in. Dat draag ik graag om mijn nek, omdat ik ook de rest van mijn digitale hebben en houwen er in stop en bij de hand wil hebben. Hoofdzakelijk beveiligd, maar gedeeltelijk openbaar. Dat laatste voor het geval men onverhoeds mijn bloedgroep en dat soort zaken moet weten. Alles zet ik op die stick: wat ik ooit geschreven en gecorrespondeerd heb, mijn agenda vanaf mijn geboortedag en al mijn lievelingsboeken, -muziek, -beelden en -films neem ik dan altijd met me mee. Zodat ze overal bij welke computer dan ook tot leven kunnen worden gebracht. En dan bepaal ik zelf met wie ik wat allemaal wil delen. Want mijn apotheker hoeft niet te weten welke enge ziektes ik ooit allemaal heb gehad als ik om een pijnstiller kom vragen. En mijn huisarts zelf? Die geef ik ook mijn USB-stick en die krijgt dan een grote pijl te zien: uw patiënt zit niet in, maar naast het beeldscherm!

American dream

Date 25 oktober 2008

De kredietcrisis is bezig veel Amerikanen uit hun droom wakker te schudden. De droom waarin je alles kan als je maar wil, en dat je zodoende zelf verantwoordelijk bent voor je sociale positie. Een visie die ook door veel mensen in de new-agewereld wordt aangehangen. Als je een arme sloeber bent, of gewoon ziek, dan heb je dat aan jezelf te danken. Of aan karma uit een vorige leven. In het gunstigste geval ben je uit liefde voor iemand bezig met het karma van die ander in te lossen. Maar hoe je het ook wendt of keert: in deze droom vind je dat iemand of iets verantwoordelijk moet zijn – God, je schoonmoeder of die hufter in die wagen vóór je – en blijf je zoeken naar oorzaken, schuld, zin, een doel, een reden, betekenis. Dat dingen gewoon gebeuren, zonder oorzaak of doel, komt dan nog niet bij je op. De existentialisten begonnen dat door te krijgen, maar vonden het toch heel eng en zwelgden dan ook graag in hun depressies over de zinloosheid van het bestaan. Kennelijk is er een zeker spiritueel inzicht voor nodig om te accepteren dat dingen nu eenmaal zijn zoals ze zijn.

Dat wil niet zeggen dat je niet meer zal oogsten wat je zaait. Een dikke bult kan eigen schuld zijn. Dat geldt zeker voor de banken. Het kost me echt moeite om medelijden met ze te hebben. In hun arrogantie zijn ze zelfs te beroerd om een dagafschriftje op te sturen, dus laat ze het lekker zelf uitzoeken! Ze mogen blij zijn dat onze overheid niet even liberaal is als zij zelf, want het kiezen voor de vrije markt had nu de totale ineenstorting van de economie betekend. Dat hele neoliberalisme blijkt een groot gevaarlijk fiasco en het zou verstandig zijn als al dat geprivatiseer werd teruggedraaid. Laat de staat al die banken opkopen en nationaliseren. Niet alleen de banken, maar ook de zorg en de energiebedrijven en de post en de communicatiebedrijven en de omroep en het openbaar vervoer en de woningcorporaties, want die maken er te vaak een rotzooitje van sinds ze ‘bedrijfsmatig’ aan het werk zijn gegaan.

Daar zitten ook veel graaiers. Niet alleen op de site van De Volkskrant, maar ook op die van RTL is uitgebreide documentatie te vinden. Op de een of andere manier schijnt die graaimentaliteit samen te hangen met die van het neoliberalisme, dat in feite een doorgeslagen, uit de hand gelopen vorm van liberalisme is. Je zou zelfs de graaiers verantwoordelijk kunnen stellen voor de huidige economische crisis. Met hun niet te bevredigen hebzucht weet een relatief heel klein groepje mensen de wereldeconomie te ontwrichten, en het is vreemd dat ze nog steeds ongestraft vrij rondlopen. Hopelijk kunnen ze binnenkort worden opgepakt om terecht te staan voor misdaden jegens de menselijkheid.

Anderzijds blijf ik volhouden dat een volk de regering krijgt die het verdient. Op de Drie Dwaze Dagen van De Bijenkorf was weer te zien hoe ook gewone mensen kunnen graaien. Als ik zoiets zie, schiet ik altijd in de lach, zoals ook een paar decennia geleden toen ik met Marja ergens in Dordrecht op een markt was: allemaal blank-blootarmige huisvrouwen die gebukt over bakken ondergoed de inhoud ervan overhoop maaiden. Zolang we zelf ook het onderste uit de kan willen hebben zijn we ook graaiertjes in de dop: jong geleerd, oud gedaan. Maken we ons daarom zo druk om graaiers, omdat we eigenlijk ook zelf geen cent teveel willen betalen? Is het terecht dat we ons eigen graaien legitimeren omdat wij arm zijn en zij rijk?

Het einde van de Amerikaanse droom. De natte droom van de republikeinen. Want in dat land neemt het verschil tussen arm en rijk Afrikaanse proporties aan. ‘Amerikaans kapitalisme R.I.P.’ siert de omslag van Effect. Iedereen maakt zich zorgen om dat land. Terwijl het zo mooi had kunnen zijn. Als iedereen maar had gewild, zullen de republikeinen zeggen, eraan voorbijgaand dat ze in eerste instantie zelf het land naar de knoppen hebben geholpen. Bijvoorbeeld door vele malen meer geld uit te geven aan oorlog, dan aan wat nodig is om in de hele wereld de voornaamste problemen als honger, armoede, ziekte en milieu op te lossen. Nu Bush en consorten er een rotzooitje van hebben gemaakt, is deze crisis het moment voor fris bloed. Obama.

De Commissaris

Date 17 oktober 2008

Gisteren kwam de Commissaris van de Koningin op werkbezoek in Oldegeppel. Op het laatste moment had ik me nog in mijn allerbeste pakje gehesen, en gelukkig wist ik weer hoe je een das moet strikken. Heel officieel allemaal. Eén onderdeel daarvan was een korte extra raadsvergadering waarin wij zelf gespreksonderwerpen konden inbrengen. Keurig gedekte tafel met koffie met gebak, waarbij het me de grootste moeite kostte om dat beschaafd op te eten. Want het staat zo gek om de Commissaris aan te spreken met slagroom aan mouwen en mond. Uiteindelijk heb ik toch een dik kwartier van zijn tijd geconsumeerd met vragen over het openbaar vervoer in de regio. Dat wordt in opdracht van de provincie door Connexxion verzorgd. En daarover ben ik niet altijd even tevreden, en ik heb niet de indruk dat daar serieus mee wordt omgesprongen. Er is één buslijn die het goed doet, maar zelfs die laat me 13 kilometer rijden om een hemelsbrede afstand van 7 kilometer af te leggen…

De Commissaris luisterde aandachtig en geduldig naar mijn vragen en opmerkingen. Over dienstregelingen die elk jaar weer overhoop worden gegooid tegen de tijd dat je eraan gewend bent. Over bussen die door zones rijden waar je niks te zoeken hebt, maar waardoor je wel langer onderweg bent en meer moet betalen: dat moeten taxichauffeurs niet flikken, want die worden meteen beboet, en waarom mag Connexxion dat wel? Gegrinnik in de zaal. En hoe zit dat met het aantal strippen: Connexxion stript in onze regio het aantal zones waardoor gereisd wordt, maar was niet afgesproken dat je voor het aantal aangrenzende zones moet betalen? Dat hele strippensysteem, daar begrijpen zelfs de buschauffeurs soms niks van, en is niet uit te leggen. Waarom niet laten betalen voor hemelsbreed afgelegde afstand, wat met behulp van GPS best mogelijk is? Ook bij de toekomstige OV-chipkaart? Bij dit laatste lichtten de ogen van de Commissaris wel even op, dat vond hij leuk bedacht! Maar zijn woorden overtuigden me niet dat hij er ook daadwerkelijk iets mee ging doen. Afijn, het idee is gelanceerd, dus wie weet waar het terechtkomt.

Natuurlijk had ik het ook over ontbrekende verbindingen en haltes. Niet alleen zoals het nu is, maar ook zoals het moet gaan worden. Want we krijgen hier Hoogwaardig Openbaar Vervoer, met als grote voorbeeld de Zuidtangent. Klinkt me iets te megalomaan als ik kijk naar de grootte van onze dorpjes en stadjes. Betonnen bakken waarin bussen razendsnel en hoogfrequent komen te rijden. Maar juist op plekken waar bomen moeten worden gekapt zodat de geluidsoverlast en het fijnstof niet alleen door de bussen zelf toeneemt, maar er ook meer overlast komt van de autoweg, die hier vlak achter de wijk en achter het toekomstige traject van de HOV loopt, en die ook nog verbreed gaat worden. Een snelle buslijn die echter niet stopt bij het aan te leggen business park in de Oldegeppelermeent. Tja, lichtte de Commissaris toe, volgens de prognoses zouden er daar te weinig mensen gebruik van gaan maken om daar een halte te realiseren.

Prognoses! Ik wees hem op de experimenten met een bus tussen mijn wijk Graasland en het oude dorp van Oldegeppel. Met bussen of busjes die zo weinig rijden en zo moeilijk te vinden zijn dat alleen daardoor er al niemand gebruik van maakt. En dan gaan ze de buslijn weer opheffen omdat toch niemand er gebruik van maakt. Self-fulfilling prophecies, liet ik de Commissaris weten. Die overigens volhield dat het openbaar vervoer hier in de afgelopen jaren ‘sterk’ is verbeterd. Ik kon niet anders dan hem verwonderd aankijken met de mededeling dat mijn ervaring, op één buslijn na, anders is. Ik beschouwde mezelf toch als een van de weinige ervaringsdeskundigen op deze bijeenkomst. Afijn, wat gezegd moest worden is gezegd en genotuleerd en ook mederaadsleden vonden dat ik leuk bezig was. Ik betwijfel of er wat mee zal gebeuren, maar ergens moeten eerste geluiden weerklinken. En nu maar verder in de vaart der volkeren. Straks in de HOV, met WiFi in de bussen zodat ik kan internetten. Jammer dat die straks zo snel rijdt dat ik nog aan het inloggen ben als ik mijn bestemming heb bereikt.

E-moties

Date 7 oktober 2008

Met een goed gevoel denk ik terug aan de vergaderingen van september. Wat mij betreft verliepen die perfect. Als voorbereiding op een meningvormende raadsvergadering hebben wij hier in Oldegeppel rondetafelgesprekken, waarin raadsleden zich alleen nog maar informeren over zaken die op de agenda staan, en nog niet geacht worden al een mening te ventileren. Het onderwerp was UMTS, want het college had hierover een beleidsnotitie opgesteld, waarin voor mij iets te gemakkelijk met plaatsing van masten werd omgegaan. Door StopUMTS had ik me goed laten voorlichten over diverse haken en ogen rond de bestrijding van elektrosmog, en op het gemeentehuis had ik de meeste stukken bestudeerd, dus ik kwam goed beslagen ten ijs op dat rondetafelgesprek. Als het even kan nodigt de griffier enkele deskundologen uit, hoc loco de GGD en het Antennebureau, waarbij de laatste het deze avond liet afweten.

Elektrosmog is nog altijd een onderwerp dat veel emoties doet oplaaien, zeker nu begin september het Europees Parlement aangaf strengere normen voor straling te willen. Is UMTS dan toch niet zo veilig als het ministerie en de Gezondheidsraad ons willen doen geloven? Het zogenaamde Zwitserse Onderzoek vertelt ons toch dat we niet bang hoeven te zijn voor de gevolgen van elektromagnetische straling? Maar als je leest wat die wetenschappers nou eigenlijk in dat onderzoek hebben gedaan, dan blijkt dat niet veel meer te zijn dan kijken of proefpersonen al dan niet onder invloed van straling op het juiste moment op het juiste knopje hebben gedrukt en zich al of niet lekker voelden. Meer niet. Dus niets maar dan ook niets over langetermijneffecten op de gezondheid.

Dat vertelde ik de arts van de GGD als inleiding op mijn vraag hoe men toch uit het Zwitserse onderzoek kon concluderen dat UMTS veilig is. Tja, daar had hij net een echt antwoord op. Men refereerde nu eenmaal veel aan dit onderzoek…
“Maar de Gezondheidsraad ook,” wierp ik tegen. “Terwijl die trouwens ook nog vragen stelt bij de statistische verwerking van dit onderzoek, dat bovendien voor 40% door de industrie is gefinancierd.”
“Met dat laatste heeft u een punt, daar moet je rekening mee houden. Maar toch is er niet één goed degelijk onderzoek dat heeft aangetoond dat UMTS schadelijk is!”
“En dit alles dan?” en ik begon met een papier te wapperen. “Is dit dan allemaal waardeloos? Zoals recente onderzoeken in China en Korea die schade aan DNA en chromosomen aantonen? Is dit dan allemaal onzin?”
“Al die onderzoeken zijn door het Kennisplatform Elektromagnetische Velden gecontroleerd,” verzekerde arts me. “En ze kunnen daaruit niet concluderen dat UMTS schadelijk is.”
“Nu u het zegt, u noemt dat Kennisplatform. Is dat niet die groep waarin een stuk of tien technici zitten en maar één medicus?”

Arts voelde zich niet echt aangesproken door al mijn argumenten, maar na afloop knoopte ik toch nog even een praatje met hem aan.
“Er zijn nu eenmaal dingen die je niet begrijpt, maar toch effect hebben. Net als met homeopathische middelen,” tartte ik hem. “Van een aantal ervan is toch bekend dat ze gewoon werken!?”
Hap! Er kennelijk van uitgaand dat mijn opleiding dat van een basisschool nauwelijks overtrof, begon hij zijn verhaal over verdunningen en aantallen moleculen, waarmee hij bewees dat homeopathie niet werkte omdat het niet kon werken. Ik sputterde nog wat tegen met de suggestie om eerst naar de feiten te kijken en daar dan verklaringen voor trachten te vinden, maar mijn woorden stierven langzaam weg in onbegrip.

Je mag geen mening geven tijdens zo’n rondetafelgesprek, maar door het stellen van bepaalde vragen vlamde die van mij ver boven stoelen en banken uit. Zodanig dat de meesten er iets mee gingen doen. Ik had gezaaid. En tijdens de meningvormende raadsvergadering oogstte ik. Zowel bij coalitie als oppositie, want inmiddels begonnen de meeste raadsleden zich zorgen te maken. Twee moties werden aangenomen, waarin het college gevraagd werd om ‘de mogelijkheden te benutten, die plaatsing van antennes pas na een zorgvuldige afweging mogelijk maken,’ zoals de griffier ze samenvatte. Zelf had ik helemaal niks meer te doen tijdens die vergadering. Heb zelfs helemaal geen woord gezegd over ‘mijn’ onderwerp, want dat was helemaal niet meer nodig. En daar genoot ik van. Soms bereik je een klein beetje en alle beetjes helpen. Beet!

Honddossier

Date 29 september 2008

Terwijl ik vanmiddag mijn straatje veegde bedacht ik plotseling dat er niet alleen een elektronisch kinddossier moet komen, maar ook een elektronisch honddossier. Elke hond in de computer! Wat hebben honden dat kinderen niet hebben waardoor ze daarvan vrijgesteld zouden zijn? Een kinddossier is al een hondse behandeling, zodat we met honden ook wel wat kinderlijk mogen omgaan. Vaak wordt dat al gedaan, want achter elk weggegooid stok hout aanrennen is niet iets dat je als volwassen gedrag zou kunnen bestempelen. Om maar niet te spreken van de velen voor wie de hond een zodanig kind aan huis is dat die als een volwaardig en menselijk familielid wordt beschouwd. Wat ook blijkt uit de vele namen die mensen aan honden geven. Want op welk woord je ook naar plaatjes zit te googlen, er zit altijd wel een foto van een hond tussen.

Ik moet wel toegeven dat honden menselijker zijn dan katten. Misschien dat ik daarom meer van katten hou. ‘Een hond vecht zich dood voor zijn baas,’ hoorde ik ooit iemand de hoogwaardigheid van de hond bepleiten. Precies! Zo stom zou een kat nou niet zijn! Er lopen veel katten hier in de buurt rond, tussen de huizen en in de tuinen. Vriend jaagt ze vaak weg omdat ze de boel vol pissen, maar zelf vind ik het wel gezellig zo. Zeker als ze ook nog krols gaan mauwen of je wakker wordt van gekrijs, geblaas en gesis – wat ze ook doen, ik blijf van ze houden. Het is tenminste nog geluid wat ze voorbrengen, en dat kun je van de klanken die uit honden komen toch nauwelijks zeggen. Dat is helemaal erg als ik fiets, zoals een paar weken geleden. En maar blaffen en maar blaffen en ik me maar inhouden om dat misbaksel geen trap terug te geven. Met zoals gebruikelijk een eigenaar ergens dertig meter verderop: ‘Hij doet niets hoor!’

Sodemieter toch op! Hou je hond aangelijnd zoals het moet! Zeker als die elke fietser aanblaft! Maar daar schijnen veel hondebezitters schijt aan te hebben en wat mij betreft is de grens nu toch wel bereikt. Het honddossier! Niet zozeer om ervoor te zorgen dat de baasjes hun weggelopen honden (geef ze ongelijk) kunnen terugvinden, maar om de overlast van hondepoep te bestrijden. Van elke hond, samen met de gegevens voor de hondenbelasting, het DNA in de computer. Drol op de stoep? Even een minuscuul monstertje nemen en dat analyseren, zodat je via de computerbestanden de weg naar de eigenaar kan vinden. Die je dan een drolletje van eigen hond kunt presenteren. Ik bedoel maar: de oplossing van veel problemen is veel simpeler dan je denkt. Ook als een hond je bijt zal hij ongetwijfeld DNA-sporen achterlaten, zodat je via het honddossier de baas makkelijk te pakken kunt krijgen en aansprakelijk kunt stellen.

Hieraan dacht ik dus toen ik mijn straatje veegde. Dat doe ik nu bijna elke dag, want het regent eikels in deze tijd van het jaar. En vandaag lag er een heuse hondendrol op de staatstenen. Ik begrijp niet waar ik me eigenlijk druk over maak: het is de zwartste dag op het Damrak sinds 1987, de bank- en kredietcrisis slaat om zich heen. En ik hou me bezig met honden, eikels en stront! Maar misschien gaat dat allemaal wel uiteindelijk om hetzelfde.

Hersenen

Date 26 september 2008

De boeken van Oliver Sacks zijn om van te smullen. Gelukkig dus dat ik de meeste van deze neuroloog nog niet eens gelezen heb! Maar ik heb wel de indrukwekkende film Awakenings in mijn boekenkast staan, een weergave van zijn Ontwaken in verbijstering. Daarin wordt een groep mensen, na decennia in een toestand van onbewustheid hebben verkeerd, door toediening van L-dopa wakker. En krijgen ze na een tijd te horen dat die medicatie te duur wordt en gestopt gaat worden, kortom: u gaat weer lekker slapen om nooit meer wakker te worden. Een minder bekend boek van hem is Migraine en nergens anders heb ik zo duidelijk over deze hoofdpijn en mogelijke bijverschijnselen horen vertellen dan bij hem.

Sacks benadert alles vanuit neurologisch perspectief en laat zien wat voor huiveringwekkends er allemaal kan gebeuren als de hersenen beschadigd worden, of anders gaan functioneren dan gebruikelijk is. Laat veel mensen aan het woord, luistert naar ze, en doet verslag van de bizarre werelden waarin ze terechtkomen als hun hersenen niet meer normaal werken. Soms is dat eng om te lezen, bijvoorbeeld hoe het leven is zonder herinneringen, gevangen in het hier en nu. Het lijkt misschien heel spiritueel op continu in het hier en nu te leven. Maar het beperkte hier en nu dat alleen het huidige moment bevat is toch iets totaal anders dan het hier en nu waar veel therapeuten en ontwaakten over spreken en dat volgens mij ook het hele verleden en de toekomst omvat.

Vriend had van zijn zus Oliver Sacks’ boek Musicofilia uit 2007 meegekregen, waarin het omgaan met muziek centraal staat. Op www.oliversacks.com zijn diverse filmpjes met gesproken fragmenten van dit boek te zien. En het blijkt dat de hersenen nog héél wat werk verrichten voordat de klanken in onze oren als muziek worden ervaren, en niet als het geluid van gerommel met bestek, pannen en deksels. Hebben sommige mensen gebreken met het waarnemen en beleven van muziek, anderen hebben juist begaafdheden op dat vlak, zoals een fenomenaal muzikaal geheugen en het moeiteloos analyseren en transponeren van muziek. Terloops wordt daarbij verondersteld dat bij deze savants het functioneren van de rechter hersenhelft daar een belangrijke rol in speelt. Het verschil tussen linker- en rechter hersenhelft wordt nogal eens badinerend ontkend, dus doet het goed om daar bij Sacks weer een bevestiging van te vinden. Opvallend vind ik dat tijd bij de dominerende linker hersenhelft hoort, en ruimte bij de rechterhelft. Maar ook woordspeligheid, en veel van die ervaringen en vaardigheden die ruimte geven schijnen bij die non-lineaire, meer associatieve rechter hersenhelft te horen.

Interessant is wat Sacks over synesthesie vertelt: het versmelten van ervaringen van verschillende zintuigen. Toonaarden en intervallen krijgen letterlijk kleur en smaak! Een grote terts smaakt zoet, een klein septiem bitter, D-groot is blauw en g-klein okerkleurig. Dat is onder andere mogelijk doordat onze zintuigen niet alleen door afferente zenuwen hun signalen aan de hersenen afgeven, maar ook via efferente zenuwen signalen van de hersenen ontvangen die hun waarneming beïnvloedt. Helaas ervaren niet alle synesthesisten alles op dezelfde manier, zodat er geen algemene klankkleuren lijken te bestaan. Wel is het waarschijnlijk dat we in onze eerste levensmaanden synesthetisch waarnemen, waarna dit verdwijnt door het zich ontwikkelende onderscheidingsvermogen, waarbij het neurale verkeer tussen hersengebieden die bij verschillende zintuigen horen wordt beperkt. Zo groeien onze hersenen uit de wereld van de oorspronkelijke eenheid in die van de aangeleerde veelheid.

Het blijft wel een raar idee dat bewustzijn, waarneming en herinnering producten van de hersenen en zintuigen lijken te zijn. En hoewel ik zonder meer lichtflitsen zie als ik mijn hoofd stoot, blijft de vraag onbeantwoord wie of wat die lichtflitsen ziet. Zo beleefde ik eens heel sterk – wellicht had ik wat gerookt – dat ik als een kleine homunculus in mijn eigen schedel zat te kijken naar twee beeldschermen, de gaten van mijn ogen. En vandaag de dag zeg ik nog: “Mijn oren zijn misschien niet zo best meer, maar ik hoor nog uitstekend!” Vooral na het lezen van het boek Eindeloos bewustzijn van Pim van Lommel geloof ik steeds meer dat hersenen een beperkend effect hebben op het bewustzijn. En ook op de waarneming, waarin oorspronkelijk alles één lijkt geweest te zijn. En ook op het geheugen, dat zonder die hersenen wellicht in een al-tijd leeft. Geen wonder dat we naar zoiets terugverlangen, want wie verlangt niet naar de kleur en de smaak van muziek en naar de tijdloze wereld waarover ze zo vaak vertelt?

Virtuele identiteit

Date 20 september 2008

Donderdag in Amsterdam een symposium bijgewoond over Identiteit in virtuele werelden. Georganiseerd door niet minder dan de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Er waren zo’n 200 deelnemers – en zo te zien niet de meest domme – die zich allemaal in hun eigen vakgebied of interesse bezighielden met de virtuele werelden waarin veel jongeren graag vertoeven. Sprekers waren hoogleraar filosofie Jos de Mul, onderzoeker en rechtstheoreticus Mireille Hildebrandt, hoofddocent recht en technologie Ronald Leenes, dichter en polemist Ilja Leonard Pfeijffer en activiste, publiciste en feministe Karin Spaink. Aan de lijst van deelnemers te zien kwamen die uit alle hoeken van het land opdagen, waaronder veel studenten, universitaire docenten en onderzoekers. En Liek Schoeren, die in haar prachtige weblog Gluren op het web verslag van dit symposium doet, inclusief illustraties en filmpjes. Zeker een bezoek waard!

In communities zoals Hyves en Facebook maken deelnemers een eigen identiteit in de vorm van een profiel. Naast wat basisgegevens over jezelf kan je van alles op je eigen pagina zetten, zoals wat je hobby’s, je favoriete muziek en filmpjes zijn. En dan maar anderen vragen om vriendjes te worden, zodat er uiteindelijk een heel netwerk ontstaat waarin je bijvoorbeeld naar de vrienden van je vrienden kan gaan. Maar waarin helaas ook de commercie kan toehappen, bijvoorbeeld door al je vrienden op de hoogte te stellen van wat jij bij een internetwinkel hebt gekocht. En dan zijn we bij de keerzijde van deze identiteit.

Want maar al te gemakkelijk zet men willens en wetens zijn hele hebben en houwen op het internet. En probeer het dan maar weer eens daar weg te krijgen! Want reken maar dat intelligente computers heel slim zijn. Een anonieme foto van jezelf met een bekende bergtop op de achtergrond en een andere foto van jezelf waar je naam bij staat worden al gauw aan elkaar gekoppeld door computers die beelden kunnen herkennen. De beste manier om je identiteit kwijt te raken is wellicht ervoor te zorgen dat deze ondergesneeuwd wordt door veel tegenstrijdige informatie, zodat je de computers in de war brengt.

Identiteit is big business. In Amerika is Facebook populair, in Nederland Hyves. In andere landen worden weer andere communities veel gebruikt, wat weer iets zegt over de identiteit van die landen. Deelname is altijd gratis. Althans dat denk je. Want intussen voed je vele databases, waarvoor de commercie graag goed geld betaalt, opdat ze je specifiek aan jou gerichte reclame kunnen sturen. En wat de overheid met dit alles doet zullen we maar in het midden laten. Je hoeft in een weblog alleen maar de naam Osama bin Laden te noemen om de voelsprieten van haar computers tot leven te brengen.

Maar er is ook nog zoiets als een reflexieve identiteit, die te maken heeft met de spirituele vraag: wie ben ik? Of: waarmee identificeer ik me? En dan komen we al snel in de wereld van Second Life – geen game, maar een play – waar iedereen zich een tweede identiteit aanmeet in de vorm van een avatar. Ook hier is de populariteit te danken aan de vrijheid die men heeft. Zoals jongeren aan de ogen van ouders, onderwijzers en andere goedbedoelende opvoeders ontsnappen met hun sms’jes en communities, zo is ook in de wereld van Second Life een ultieme vrijheid te vinden. Het is geen game dat een doel heeft, waar je een bepaald level moet halen, maar een play in een wereld die door alle avatars samen op eigen initiatief is ontstaan. Het lijkt eng als je de dichter Pfeijffer, die een leuk reisverslag over Second Life heeft geschreven, aan interviewster Karin Spaink hoort vertellen dat hij zich volledig identificeert met zijn avatar. Maar als we een goed boek lezen, zijn we toch ook even helemaal weg, in een andere wereld?

Nu is identiteit in veel spirituele kringen, zeker in die van advaita en Osho, bepaald niet iets waarop je zit te wachten. Eén persoonlijkheid is al erg genoeg! Maar het gekke is dat het aannemen van meerdere identiteiten ze juist flexibel maakt, en dat je daardoor je persoonlijkheid veel makkelijker kunt relativeren. Switchend tussen First en Second Life moet je steeds even nadenken en wakker worden in een andere wereld en je afvragen wie je bent. Zoals Ilja Pfeijffer er in het ‘echte’ leven even aan moet wennen dat de namen van de mensen niet meer boven hun hoofd zweven. Maar of het nou om identiteit in First Life of die in Second Life gaat: uiteindelijk is alle identiteit virtueel.