1 oktober 2009
Vorige week heb ik iets leuks gedaan in de raad. Er kwam namelijk een Bomenstructuurkaart voorbij, met daarin de streefbeelden voor de belangrijkste wegen in Oldegeppel. In de inleiding werd ingegaan op de functies van bomen: klimatologisch, ecologisch, verkeersveiligheid, ruimtelijk, recreatief, sociaal-psychologisch, invloed op de luchtkwaliteit… Wat ik daarin miste was het feit dat bomen ook geluid tegenhouden. Daarover had ik al eens een discussie met een ambtenaar die bleef ontkennen dat dat het geval was. Dat mensen ’s winters meer last van geluid hebben kwam volgens hem niet omdat de bomen hun bladeren dan hebben verloren, maar omdat koude, droge lucht het geluid beter geleidt. Zeggen ze. Het geluiddempende effect van bomen is dus psychologisch, zoals een andere ambtenaar nog tijdens een rondetafelgesprek bevestigde.
Ik heb in de raad eerlijk laten weten dat ik eigenwijs ben. Maar daarvoor had ik wel gestudeerd – de burgemeester heeft ooit uitgezocht dat ik eigenlijk een master of science ben. En dat betekent dat ik kritisch ben, ook naar wat autoriteiten en wetenschappers allemaal zeggen. Want die houding mis ik maar al te vaak: als de deskundigen het zeggen, dan zal het wel waar zijn. Maar het KNMI voorspelt het weer niet altijd goed, evenmin als economen de kredietcrisis hebben voorzien. Ik had het er dus moeilijk mee dat ik in dit geval niet kritisch zou mogen zijn.
En zo belandde ik bij de essentie van mijn betoog. Maakt het eigenlijk wat uit of de geluiddempende werking van bomen tussen de oren zit of niet? Placebo’s werken toch ook? Het gaat toch uiteindelijk om de ervaring? Het gegeven dat iets een psychologische oorzaak heeft, maakt het daarom toch niet minder waar? Ooit mocht iemand van de GG&GD een andere woning krijgen, niet omdat de UMTS-mast aan de overkant van zijn huis hem werkelijk last bezorgde, maar alleen omdat hij psychisch leed aan het idee van kwalijke straling.
Het leuke is dat deze discussie eigenlijk gaat om de echtheid, het realiteitsgehalte van subjectieve ervaringen, tegenover die van de meetbare objectieve materiële wereld. Het aannemen van een amendement zoals deze van mij zou voor ‘wetenschappers’ wel eens een ongewenst tipje van de ijsberg boven water kunnen halen. Met verstrekkende gevolgen als dat niet in de kiem wordt gesmoord. Het tast rechtstreeks het materialistische wereldbeeld aan. En als dat uit de hand gaat lopen, gaan allemaal financiële belangen een rol spelen. Niet alleen dat je wellicht bomen langs snelwegen moet gaan planten, maar ook dat bijvoorbeeld homeopathie weer nieuwe kansen krijgt. Waarbij ik trouwens niet alleen helemaal niet geloof dat het tussen de oren zit – net als bij de geluiddemping van bomen – maar ook de geldigheid van dit argument als dat wel het geval zou zijn bestrijd.
Het presidium vond achteraf wel dat over sommige onderwerpen te lang werd gepraat. Nou, dat zal dan wel. Het staat nu geschreven in de Ooi- en Geemlander. Vanaf nu dempen bomen geluid in Oldegeppel, want het amendement is met 7 tegen 5 aangenomen.
Gepost in Gezondheid en welzijn, Mijn dorp, Uit mijn leven
Geen reacties »
25 september 2009
Deze keer hadden we afgesproken in ’t Schele Paard. Een blije Ewald vond het leuk om me te zien en drukte me stevig tegen zich aan. Bedolf me onder complimenten voor het artikel dat ik voor zijn Koorddanser heb geschreven. Maar aan een tafeltje in het bruine café begon ik ook Ewald te prijzen voor zijn artikel over Jed McKenna dat me op het spoor heeft gezet van een heel boeiend verlicht iemand. Of niemand. Onder het drinken van bier en roken van sigaartjes gaat ons gesprek in no time de diepte in. Blijft er nog wat te schrijven over als je de non-duale kant opgaat? Want eigenlijk heb je Niets meer te zeggen. Hij vertelt over een nieuwe spirituele politieke partij Nieuw Bewust Nederland, die lijkt aan te sluiten bij de Worden Wij Wakker?-beweging van Marcel Messing. En zo belanden we bij de Anunnaki, de Illuminati en hun trucs om de mensheid uit te moorden, dan wel tot slaven te maken van een paar honderdduizend machthebbers die dan alle levensruimte hebben. De twin towers, de OV-chipkaart en de Codex Alimentarius schieten voorbij – we vergeten zelfs de vaccinaties door te nemen. Ik ga in de aanval door complottheorieën als sucking te bestempelen, zonder dat ik ze daarmee als leugen of onrealistisch wil beschouwen. Ik blijf een Marsmannetje dat hier op Aarde rondkijkt, zonder direct met een oordeel klaar te staan of het al dan niet goed of verdiend is dat deze wereld naar de kloten wordt geholpen.
Het is gewoon leuk om zo als studenten hier in de bruine kroeg in snel tempo even de politieke en spirituele toestand in de wereld samen te vatten. Als Ewald nog wat bier haalt kijk ik naar de oude kachel voor de haardplaat, een aftandse zwarte piano, de ramen met al zijn ruitjes… Zo moet mijn vader hier ook gezeten hebben, een dikke vijftig jaar geleden. Er is waarschijnlijke niks veranderd. De afgelopen decennia is ’t Schele Paard hier in Nieuwegeppel wel geannexeerd door de meest bijzondere en belangrijke gebruikers van de Ooise Matras – een wereld waar je voor je goede fatsoen eigenlijk niet bij wil horen – maar vanavond is het rustig. Mensen kijken mij aan van ‘Wie is dat nou?’, welke blikken ik op soortgelijke wijze brutaal beantwoord, want wie hebben hier eigenlijk de oudste rechten?! Maar Ewald vindt het ook wel leuk om naar al die rare mensen te kijken, wat ook zijn eigenlijke reden is om musea te bezoeken. Aan de grote tafel zit een groep jongens luidruchtig te zijn. Intelligente, leuke knapen, maar wel vol met hormonen. Een van hen vertelt stoer tot in details hoe hij zijn vriendin wil verleiden om hem eens lekker te verwennen. Hij zit met zijn rug naar me toe, zodat niets me tegenhoudt om uitgebreid mijn belangstelling te tonen, iets wat de andere jongens wel leuk vinden, maar waarvan ze niets laten blijken…
‘Voor hen is seks het belangrijkste wat er is,’ fluister ik Ewald toe. ‘Maar wat is dat nou eigenlijk, klaarkomen?’
Omdat we het nog niet over Second Life hebben gehad, vertel ik Ewald over de show die ik daar onlangs heb gegeven. ‘Doe dat dan ook in real life joh!’ stelt hij voor. ‘Een beetje hier op een tafel in ’t Schele Paard? Zodat morgen de act van een gemeenteraadslid in de Ooi- en Geemlander staat?’ ‘Pim Fortuyn deed daar niet moeilijk over!’ Ik kom niet op het idee om Ewald te zeggen dat ik Pim óók nooit in het openbaar dat soort dingen heb zien doen. ‘Als ik nou nog zo mooi en jong was als vroeger…,’ verdedig ik me nog, terwijl ik een knobbel van een kies uit de ossenworst in mijn mond vis. ‘Ik vind het al heel wat dat ik jou er hier nu over vertel!’ Ja, ik pleit voor Second Life als middel om te oefenen en om zelfkennis op te doen, als terrein om eerlijker en opener te zijn. Ja toch? De Wet van Willem Elsschot: tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, geldt daar veel minder. Ik zit weer op mijn stokpaardje virtual reality, om uiteindelijk Ewald via de ideeën van Plato en wat antroposofische hulpmiddelen, met De Vraag te confronteren, zodat hij even mijmert: ‘Ja, wat is echt…’
Een laatste biertje sla ik af. Hij neemt nog een whisky en vertelt over non-dualist Douwe Tiemersma, die zijn Advaita Centrum in Gouda heeft en op wiens Advaita Post ik al jaren ben geabonneerd. Met en voor hem gaat Ewald een dag in Gouda organiseren. Vriend en ik kunnen met hem meerijden als we daarheen willen. ‘Dat non-duale bewustzijn, om dat even te ervaren, dat is als een atoombom,’ vertelt hij me stralend als we buiten afscheid nemen. ‘Leuker dan seks!’ Twaalf uur. Een helikopter raast ergens in de sterrenhemel. Het is koud, en tegelijk zoel, een zomerse avond in herfstig Nieuwegeppel.
Gepost in Maatschappij en politiek, Second Life, Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »
17 september 2009
Xnapputniet! In Spoor (‘exclusief voor abonnementhouders van NS’) wordt uitgebreid aandacht gegeven aan de OV-chipkaart. ‘De OV-chipkaart is net zo groot als een bankpas, met een chip waarop u een bedrag kunt laden om te reizen,’ wordt me verteld. Dat is duidelijk. Ik heb al verschillende malen mijn kaart in een automaat opgeladen: je moet die dan geduldig op een bakje laten liggen, waar hij onder een soort elektromagnetische douche met kersverse euro’s bestraald wordt. Mijn OV-chipkaart is nu met saldo geladen, een geldig reisproduct waar ik heel voorzichtig mee moet omgaan, zodat ik hem heel zorgvuldig behandel. Want zo’n kaart vol met reissaldo wil ik niet verliezen!
Ik lees verder. ‘Hoe werkt het?’ staat boven de tweede paragraaf. Nu wordt het interessant! Dit duidt op het in ere herstellen van een oude gewoonte om bij elektronische apparatuur zoals radio’s en televisies, schema’s mee te leveren, zodat je wist hoe het werkte – een soort open source avant la lettre. Maar het lezen van deze tekst over de OV-chipkaart is alleen maar verwarrend voor me. Want hier wordt verteld dat ik via www.ov-chipkaart.nl geld van mijn bankrekening naar de OV-chipkaart kan overhevelen. Maar hoe kan dat als die kaart op dat moment naast mijn toetsenbord ligt, of in mijn portemonnee zit? Dat lijkt me even onmogelijk als een bestand op een USB-stick zetten die nergens op is aangesloten.
Hoe de OV-chipkaart werkt is dus allesbehalve transparant. En wat niet transparant is, is verdacht. Ik kan niet anders concluderen dan dat er in werkelijkheid helemaal geen geld op de kaart zélf staat, maar ergens op een computer waarmee alle kaartlezers voor in- en uitchecken verbonden zijn, net als pinautomaten contact met de bank hebben. In bussen moeten die verbindingen dan nog draadloos zijn ook. Als het klopt wat ik denk wordt alles dus op een centrale computer bijgehouden. Niks geen opladen van mijn kaart, maar alleen een verhogen van het saldo op mijn OV-chip-rekeningnummer!
Ik zou graag weten of het inderdaad zo werkt als ik denk. Uit ervaring wijs geworden ga ik het antwoord niet zoeken op www.ns.nl of de site van de OV-chipkaart, want dat betekent te vaak tevergeefs lang bladeren in lijsten van frequent asked questions of lang zoeken naar een e-mailadres. Ik stuur een afdruk van deze weblog per post naar de NS, dat is voor mij als klant het gemakkelijkst. In de hoop een antwoord te krijgen op mijn vraag: hoe werkt de OV-chipkaart nou eigenlijk? Xnapputniet!
Gepost in Diversen
3 reacties »
11 september 2009
Jed McKenna is de onbekende schrijver van boeken als Spirituele Verlichting? Vergeet het maar! Ewald Wagenaar schreef in de Koorddanser een boeiend artikel over hem dat me erg aansprak. Dank je, Ewald! Ik gaf Vriend het voor zijn verjaardag en inmiddels hebben we het beiden uit. Een bijzonder fris en origineel boek. Een van de weinige die vanuit het perspectief van een verlicht iemand is geschreven. Hij woont ergens in een huis in Iowa, waar voortdurend anderen al dan niet langdurig in zijn bijzijn leven, en beschrijft op een soms humoristische manier hoe hij omgaat met het gegeven dat hij daar als een soort verlichte meester behandeld wordt. Die er geen doekjes om windt dat hij verlicht is, wat in de wereld van de newage not done is: zoiets zég je niet, dat is egotripperij!
Nou moet Jed ook weinig hebben van de alternatieve wereld. De meeste goeroes en verlichten hebben verdacht weinig anderen verlicht, en hun wereld wijkt niet veel af van die van – al dan niet gewone of alternatieve – religies en mystiek. Want meestal hebben die als hoogste doel het in stand houden van de droom, waarbij wederzijdse bevestiging van hun waarheid goed helpt. McKenna maakt dan ook een duidelijk verschil tussen mystiek en verlichting: dat laatste is heel iets anders dan een continue staat van vervoering, een kosmisch orgasme, een gevoel van eenheid met het al, een piekervaring, de hemel op aarde, een permanent high zijn. Hij noemt het ´goedkoop´ om dat verlichting te noemen.
Wat verlichting dan wel is? Het doorzien van de illusie, de onechtheid, de maya waarin we leven. Omdat we niet, zoals de dwaas uit het tarotspel, in de afgrond durven te stappen, de echte werkelijkheid durven te aanschouwen, verliezen we ons in sprookjes, ook over verlichting. Daarvoor moeten we door een gevoel van totale zinloosheid, wanhoop heen, wat ook wel the dark night of the soul is genoemd. Hij citeert Krishna uit de Mahabharata. Ik herken veel Osho in McKenna, en Jed blijkt dan ook graag Osho te lezen. Die had het ook vaak – eigenlijk altijd dus – over de afbraak van het ego en de illusies waarmee we dat ego in stand houden, uit angst in een existentiële zinloosheid en doelloosheid te vallen, onze identiteit te verliezen, opgebouwd als die is uit oordelen over van alles en nog wat. Wat niet wegneemt dat het ego zichzelf niet kan laten verdwijnen: daar protesteert het tegen, en dat zou ik ook doen als ik het ego was. Het is veel beter dat ego een eigen plek en bestaansrecht te geven en ook deze illusie te accepteren. In mijn eigen woorden: de grootste egotrip is het bestrijden van het ego!
Deep down weten we drommels goed dat we onecht zijn, liegen, toneelspelen, en daarom hebben we ook een schaamtegevoel over het feit dat we de boel, inclusief onszelf, zitten te belazeren zolang we niet verlicht zijn. En dat kunnen we worden door ons voortdurend af te vragen wat de waarheid is, je bij elke zin en gedachte die je uitspreekt of denkt af te vragen of dat wel zo is. Hierin staat natuurlijk de klassieke vraag van Nisargadatta centraal:´Wie ben ik?´, die hij net als Adyashanti liever vertaalt in ´Wat ben ik?´ McKenna noemt dat zelfonderzoek autolyse en daarmee helpt hij voordurend de mensen die hem in zijn grote landhuis bezoeken. Het goede nieuws daarbij is dat we hoe dan ook ooit verlicht zullen worden. Dat is nu eenmaal onze natuurlijke ontwikkeling en bestemming, en wie zijn wij om te menen dat tegen te kunnen houden? Het duurt misschien nog een paar miljoen jaar, maar het komt!
Wie Jed McKenna in real life is weet bijna niemand. In het ´Over de auteur´ achterin het boek wordt vermeld dat hij klaar is met zijn werk en de wereld rondtrekt, waarbij hij uit vuilnisbakken eet en zijn oksels wast bij pompstations. Dat is toch een iets ander beeld van een verlichte zoals ons dat meestal wordt voorgeschoteld. Is alles wat hij schrijft knap verzonnen of is het echt? Ik vraag me af of dat er iets toe doet, want het verhaal is echt. Het lijkt er allemaal nogal verstandelijk toe te gaan, maar de vele citaten van Walt Whitman en Rumi, en de humor en de emoties die vaak uit de pagina´s opvlammen maken het heel compleet allemaal. En wat het vooral zo echt maakt is dat hij als anti-goeroe ook zo gewoon is. Hij is niet in het hier en nu met de afwas bezig. Hij is een nachtbraker, die ook graag in een bubbelbad ligt. Hij houdt niet van details, springt graag parachute en speelt computerspelletjes. Daarmee wordt hij net een mens en alles herkenbaar. Zelfs wat verlichting is.
Gepost in Spiritualiteit
30 reacties »
3 september 2009
De afgelopen weken hebben we Carl Sagans tv-serie Cosmos bekeken. Deze 13-delige documentaire was in 1980 op de televisie te zien, en heeft vele prijzen gekregen. Jaren lang was ik bang dat deze voortreffelijk reeks in de vergetelheid zou raken, maar onlangs bleek hij als dvd-box gewoon te koop bij de Voordeelbezorger. Ik blij! Ja, het bijbehorende boek ligt naast mijn bed en in 1985 bemachtigde ik in Rajneeshpuram een cassette met de muziek van de serie, die in 2000 opnieuw op CD is uitgebracht. Maar nu heb ik toch echt de afleveringen zelf, en blijk ik dus niet de enige te zijn die dankbaar is dat deze serie opnieuw op dvd is uitgebracht. Ja, inmiddels blijkt er een website aan de in 1998 overleden Carl Sagan te zijn gewijd. En in Wikipedia is een uitgebreid overzicht van de serie en de daarin voorkomende muziek te vinden.
Het knappe van de serie is de zowel nuchtere wetenschappelijke als bevlogen wijze waarop het holisme wordt gepresenteerd. ‘Some part of our being knows that this is where we came from. We long to return, and we can! Because the cosmos is also within us, we’re made of star stuff,’ zegt Carl Sagan in de introductie, daarmee de achtergrond schetsend van een verbondenheid met het heelal die door de hele serie voelbaar blijft. Bezield vertelt hij over zijn geliefde: de planeten met hun manen, de sterren, pulsars, witte dwergen, rode reuzen, zwarte gaten, wormgaten, de big bang en hoe daaruit uiteindelijk het menselijk leven ontstaat. Maar ook over platland, Tlingits en Azteken, het geheugen, evolutie en mogelijk leven op andere planeten. Hij laat ons meereizen in zijn ‘ship of imagination’ dat als een paardebloemzaadje door de onmetelijke kosmos reist.
De diepe verwondering waarmee hij ons meeneemt in zowel de macro- als de microkosmos lijkt niet te rijmen met de positivistische benadering waarin hij gelooft dat bewustzijn een product van materiële evolutie is. Zijn weerstand tegen mystiek en religie deel ik dan ook niet met hem. Maar in al die nuchterheid is hij zo bevlogen en diepgaand, dat hij voor mij toch een diepreligieus mens is. Juist vanwege zijn verwondering over bezielde filosofen en sterrenkundigen die door de afleveringen wandelen: Thales, Pythagoras, Democritus, Plato, Aristoteles, Archimedes, Eratostenes, Ptolemaeus, Hypatia, Columbus, Da Vinci, Copernicus, Tycho, Galilei, Kepler, Huygens, Newton, Champollion, Einstein, Hubble, Humason… we leren ze allemaal kennen. De serie is zo fantastisch juist vanwege dat doorleefde holisme dat ervan uitstraalt, juist vanwege de bezieling waarmee Carl Sagan over de kosmos vertelt alsof die zijn grootste geliefde is.
De serie wordt door fantastische muziek gedragen, onder andere Heaven and Hell en Entends-tu les chiens aboyer? van Vangelis. Ook horen we The sea named Solaris van Tomita, waarin we Bachs orgelbewerking van de koraal ‘Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ’ herkennen. De serie wordt ook door andere klassieke muziek gedragen zoals De Vier Jaargetijden van Vivaldi, het Adagio van Albinoni en passages uit de Zesde en Zevende Symfonie van Beethoven. Het is een groot gemis dat nergens in de serie tussen aftitelingen van mensen die make-up verzorgen en de camera crane bedienen de bron van de muziek vermeld is. Een kwalijke miskleun die in volgende edities rechtgezet zou moeten worden. Want al deze muziek past zo goed bij de serie dat ze er een wezenlijk deel van uitmaakt en het horen ervan alleen al me de afgelopen jaren vaak koude rillingen heeft bezorgd.
Weinig beelden en muziek hebben me, meer dan deze serie, duidelijker gemaakt wat mijn oorsprong en bestemming is, hebben me laten beleven wat mijn uiteindelijke thuis is. Daar, diep in die oneindige ruimte tussen kleurige wervelende werelden. Daar, in die bevrijdende eindeloosheid. Daar, overal en nergens.
Gepost in Muziek, Wetenschap
Geen reacties »
31 augustus 2009
Vandaag hoorde ik de golfjes lachen. Ze kletterden zo vrolijk en speels tegen de rotsjes dat je kon voelen dat ze er echt plezier in hadden. Op een plekje, ergens achter die grote parkeerplaats, heb ik een tijdje naar dat waterige koddige wereldje zitten kijken. Er was net een helikopter achter me opgestegen na een hele tijd een loeiend geluid gemaakt te hebben. Ik vind dat zo’n sensatie, vooral als hij van de grond loskomt: zo’n mooi gezicht dat de koude rillingen me over mijn rug lopen. Snel scheurde hij over de baai weg, boven Sainte Maxime en verdween in een mum van tijd als een stipje in de blauwe lucht. En toen de rust van die kletterende golfjes die zich als kleine kinderen steeds op de rotsjes te pletter stortten…
Tot zover een passage uit mijn dagboek van 29 augustus 1980, waar mijn oog op viel. Net als het jaar ervoor was ik alleen in Saint-Tropez. Maar nu als sannyasin, in oranje kleren, met mala. Waarschijnlijk lekker bloot in tuinbroek, mijn lievelingsoutfit in die dagen. Het was de eerste van zeven zomers waarin mijn ouders een huisje in Oldegeppel hadden gehuurd, en mijn moeder raadde me aan om nog eens naar Saint-Tropez te gaan, gaf me er wellicht geld voor, want het waren niet mijn rijkste jaren. Daarna ben ik er nooit meer geweest, misschien omdat het onmogelijk bleek om daar opnieuw dezelfde extatische ervaringen op te doen als het jaar ervoor. Als ik iets heel moois heb meegemaakt heb ik soms de neiging om dat juist niet te willen herhalen. Toen, daar, op die plek was het mooi en goed, en zoiets is onherhaalbaar.
Schoonheid is niet iets groots, maar juist dat wat eenvoudig en simpel is. Golfjes die tegen de rotsjes klateren: ze zijn gezien, ze zijn gehoord, ze zijn geproefd. Misschien dat ik me vandaag zou ergeren aan het kabaal van de helikopter, maar toen genoot ik ervan. En 29 jaar later getuigt een weblog nog van hen, op die dag, op die plek, waar het gewoon gebeurde. Alles was goed zoals het was. Er was geen commentaar.
Gepost in Uit mijn leven
Geen reacties »
29 augustus 2009
Mijn vader begreep het niet. Op de Haagseweg zag hij een vrachtauto naar Amsterdam rijden, waarop te lezen was: ‘Eieren’. Maar hij zag ook een andere vrachtauto richting Den Haag gaan, waarop ook in grote letters stond: ‘Eieren’. Kennelijk was er grondig iets mis, en dit gebeurde al in de jaren zestig! Toen is de overbodige ingewikkeldheid dus al begonnen.
We droomden van computers en robots, van een geautomatiseerde maatschappij. Daarin zouden we veel meer tijd voor onszelf overhouden omdat we nog maar een paar dagen per week hoefden te werken. Maar vreemd genoeg heeft al die technologische ontwikkeling ons alleen maar meer werk opgeleverd! Kan vroeger de huisvader alleen genoeg verdienen om een gezin rond te laten komen, tegenwoordig moet ook de vrouw aan het werk – mede uit vrijwillige keuze omdat ze ook een man wilde worden. Nu is het natuurlijk makkelijk om ons slachtoffer te voelen van een uitbuitend economisch systeem, maar daarvoor hebben we kennelijk wel zelf gekozen, net als vrouwen hun emancipatie wel zagen zitten. Ja, hoe je het ook wendt of keert – ik ben ervan overtuigd dat een manier van samenleven de concretisering is van collectieve wensen.
Die hoeven niet bewust te zijn, ook onbewuste wensen kunnen een grote rol spelen. Of onbewuste angsten als tegenhanger en motivatie daarvan. En met ‘onbewust’ bedoel ik niks geheimzinnigs, maar gewoon dat we even (of een leven lang) liever niet aan bepaalde dingen willen denken, en ze daarom maar voor een poosje vergeten. Ik denk dat hele volkeren gestuurd worden door onbewuste angsten en verlangens, waardoor er heel andere dingen gebeuren dan ze zich collectief bewust zijn. Vandaar mijn overtuiging dat een volk de regering krijgt die het verdient. Het was allemaal zo goed bedoeld in de jaren zestig, maar inmiddels…
Kennelijk hebben we zelf gekozen voor deze Alle Dagen Heel Druk-samenleving. Uit angst. Ja, uit angst! Want wat is er bedreigender dan vrije tijd? Voor een creatieve elite is dat leuk. Zelfontplooiing is een morele plicht, zegt D66 nu, en daar ben ik het natuurlijk ronduit mee eens. Maar is dat nou echt iets waar de meeste mensen op zitten te wachten? Wat moet je doen als je geen werk meer hebt? Gepensioneerd bent? Teveel mensen verbinden de zin van hun bestaan aan hun baan! Daarmee hebben ze vaak in hun leven ‘iets bereikt’, wat dat ook moge betekenen. Wat als dat werk er niet meer is? Vissen, klaverjassen, en op kinderen passen? Zolang de meeste mensen bang zijn voor alleen zijn, stilte en duisternis blijft dat ADHD-veld als een drukkende wolk boven ons hangen en ons opjagen tot meer, meer en nog meer.
In zekere zin hebben de jaren zestig ons met onze grootste angsten geconfronteerd: gewoon gelukkig zijn in het hier en nu, onbevangen genieten van het leven, het wonder dat Woodstock was. Drugs, ook zoiets engs. Vrouwelijke jongens, heteronichten, wat moet je met die watjes? Popmuziek die gewoon mooi is en geen bonkende bassen nodig heeft, dat vergt overgave en creativiteit! Communes – het idee al! Leven in het hier en nu, doodeng!
Alle gaten moeten gevuld worden, want elk moment van stilte zou wel eens tot angst, tot bezinning kunnen leiden. We hebben de media en reclame geschapen om onze verdoving in stand te houden. Last but not least zijn we allemaal werk gaan creëren, dat eigenlijk volstrekt overbodig is! Zodat nu de post door drie verschillende mensen wordt bezorgd. Zodat we de gekste dingen uitvinden die we nog serieus nemen ook, zoals priorityzegels en pafpalen. Zodat elke bestuurlijke scheet een nieuwe huisstijl en startceremonie krijgt. Met als gevolg dat vrachtwagens met eieren elkaar tegemoet blijven rijden. Het hele eiereten is dat we eigenlijk op de vlucht zijn voor ontspanning, zelfontplooiing, stilte, duisternis. Want dan komen we onszelf tegen, en dat vinden we toch nog steeds een beetje eng. Dan blijken we plotseling heel gek in elkaar te zitten, allemaal angsten te hebben, onvoorspelbaar als een kind te zijn en vol rare gevoelens te zitten. Nee, nu liever even niet, dat schept maar verwarring en onduidelijkheid. Dus hechten we aan onze stiltefobie, overschreeuwen we onszelf en onze buren, en blijven we nergens meer even bij stilstaan.
Gepost in Maatschappij en politiek, Psychologie, Uit mijn leven
Geen reacties »
20 augustus 2009
Vorige week belandden we middenin de KEI-week in Groningen. Dat is de kennismakings- en introductieweek voor nieuwe studenten, en dat zal de hele stad weten ook. Overal zwerven zogenaamde KEI-groepjes rond met voor ons ondoorgrondelijke opdrachten, zoals het spelen van een anti-monopolyspel op het plein achter de Harmonie. Op de Grote Markt een podium en een tribune, waar een discussie wordt gevoerd over privacy op het internet. Op de Vismarkt tientallen standjes van studentenverenigingen, sportverenigingen en zelfs een standje dat Esperanto aan de man brengt. Esperanto! In mijn boekenkast staan nog steeds de vier deeltjes van de cursus Esperanto programita van Hermann Behrmann van rond 1970 waarvan ik er indertijd twee heb doorgewerkt. Ook heb ik sinds die tijd een Prisma woordenboek Esperanto. En nu wordt me allemaal foldermateriaal toegestopt, waarin onder andere een verwijzing naar hun website www.esperantocursus.tk waar je online gratis een cursus kunt volgen. Bovendien krijg ik vier A4-tjes met onder andere grammatica, oefeningen en een beknopte woordenlijst.
In het hotel ga ik meteen aan de slag, en uit het gemak waarmee ik het tot me neem blijkt dat ik me er eerder mee heb beziggehouden. Oefening 1: Vul de uitgangen in: Bijv.: de mooie jongens = la bel-AJ knab-OJ. Dat is een goed begin! Zeker hier in Groningen, waar we net als vorig jaar een nachtje in het Martini-hotel doorbrengen. Zelden zie ik zoveel mooie, leuke, brutale, verlegen, frisse en levenslustige jongens om me heen! Ik geniet graag van de energie die ze uitstralen, van hun jeugd en onbevangenheid, hun enthousiasme en betrokkenheid. Vroeger zou ik iets moeten of willen met die jongens, maar omdat dit steeds minder het geval is krijg ik juist gemakkelijker contact met hen. Soms groeten ze me zelfs op eigen initiatief, wellicht omdat ze ergens voelen dat ik ze leuk vind maar niet veel meer van hen wil dan in verwondering om schoonheid in hun aanwezigheid te zijn.
Maar al te vaak denk je als oudere alles beter te weten. Je hebt immers levenservaring opgedaan, bent het betrekkelijke van alles in gaan zien, weet inmiddels alles beter dan al die knapen die nog nat achter hun oren zijn. Je hebt werelden aan je voorbij zien trekken, machthebbers zien komen en gaan, modes en rages zien opgaan, blinken en verzinken. Je hebt gezien en geleerd dat de wereld lang niet zo maakbaar is als je dacht, dat iedereen weer opnieuw het wiel gaat uitvinden, dat het hier op aarde een rommeltje is en dat dit ook altijd zo zal blijven. Je laat steeds meer identificaties met de wereld en zelfs met jezelf los. Met dat alles is niks mis – het is zelfs logisch en natuurlijk – maar voor je het weet voel je jezelf hoger of verder dan al die in de marge scharrelende jongeren, en ga je er boven staan. Zo bouw je zelf mee aan een generatiekloof, die velen als een natuurlijk en onvermijdelijk fenomeen beschouwen, zonder erbij stil te staan dat elke scheiding tussen mensengroepen problemen veroorzaakt. Zo ontwikkelen jongeren terecht hun eigen taal, maar wat zou het mooi zijn als we allemaal dezelfde taal spraken!
Natuurlijk kunnen die belaj knaboj (kaj, komprenebla per si mem, ankaŭ la belaj knabinoj) iets leren van ons, ouderen. Maar wij kunnen ook veel van hen leren. Bijvoorbeeld om gewoon enthousiast en onbezorgd van het hier en nu te genieten. Om in idealen te geloven en ervoor tegen de klippen op te blijven vechten. Om open te staan voor technologische ontwikkelingen en van alles daarover te leren. Eigenlijk wil ik ook van alles weten over chatten, mobieltjes, iPods, Hyves en veel dingen die de jongeren zo bezighouden. Hoewel? Twitteren gaat me net iets te ver! Maar ik wil ook weten hoe zij nou staan tegenover de kredietcrisis, het broeikaseffect, religieuze polarisatie en andere enge ontwikkelingen waar zij nog heel lang mee moeten leven. Wat jongeren vaak hebben en wat ouderen vaak verloren hebben is in één woord samen te vatten: echtheid. Wat je ook puurheid, spontaniteit zou kunnen noemen. Ouderen zijn daarvoor vaak te bedachtzaam, leven al in hun eigen andere wereld. Waar op zich niks mis mee is, zolang ze zich maar niet afsluiten voor die van de jongeren. En zolang dat het geval is willen jongeren ook niet zoveel van ouderen weten.
Andere werelden. Daarover discussieerden we onder het eten buiten, bij de voortreffelijke Italiaan Giovanni op het Zuiderdiep. Echt aan te bevelen! Het was een zoele zomeravond in een stad die bruiste van het leven. In deze wereld, om het maar zo te noemen. Deze wereld, die zonder de andere werelden nooit zou hebben kunnen bestaan. Omdat zij de verstoffelijking, de concretisering is van ideeën. Ja, ik mag Plato wel met zijn ideeënleer, dezelfde Plato die ook zijn eigen opvattingen had over hoe jong en oud elkaar konden bevruchten.
Gepost in Maatschappij en politiek, Psychologie, Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »
18 augustus 2009
Vriend is het er niet mee eens. Laten we maar eens beginnen met in deze wereld volledig bewust aanwezig te zijn! Dat lukt al bijna niemand, zodat het voor slechts weinigen is weggelegd zich met andere werelden in te laten. Bovendien hoor je gerealiseerde mensen zelden over die andere werelden spreken. Alsof ook zij zeggen dat je maar moet beginnen met in het hier en nu, in deze werkelijkheid je zaakjes op orde te hebben, zoals het ook ongepast is om altijd maar lekker op vakantie te gaan terwijl je thuis een rommeltje achterlaat.
Maar hoe kan iemand in deze wereld bewust of verlicht worden, zonder geïnspireerd te zijn door andere werelden? Is bijvoorbeeld schoonheid niet iets dat uit een andere wereld komt, en geldt dat niet ook voor het gevoel van rechtvaardigheid? Als we Darwin mogen geloven zit de hele evolutie mechanisch en liberaal in elkaar: de kat eet de vogel eet de worm. Alles kiest de weg van de minste weerstand en denkt alleen maar aan eigenbelang. Niks geen schoonheid en rechtvaardigheid in de grofstoffelijke materiële wereld! We zien die pas wanneer ze doorstraald is met, bezield is door andere, hogere werkelijkheden!
Zonder schoonheid en rechtvaardigheid – die volgens mij dus niet tot deze wereld behoren – is best leven mogelijk. Hoewel de vraag is of je dat ‘leven’ mag noemen, want het houdt dan niet veel meer in dan óverleven. ‘Niet bij brood alleen,’ zei mijn moeder vaak. Terecht, want met brood alleen blijft alleen een grauwe kale ongeïnspireerde en materialistische wereld over, waar het ongebreidelde liberalisme hoogtij viert en de zon langzaam achter vervuilde wolken verdwijnt. Geld maakt niet gelukkig. Hoewel dit vaak gezegd wordt door mensen bij wie dit alleen voor anderen geldt, blijft dit toch een waarheid als een koe. Want hoeveel mensen zitten met al hun materiële rijkdom ongelukkig en ontevreden te zijn, zeker hier in Oldegeppel?
Juist het ontkennen van die andere werelden maakt de wereld mechanisch, zakelijk en koud, net zoals de Verlichting dat deed door religie af te zweren. Want als er één onverlichte periode in de geschiedenis was, dan is dat wel de Verlichting met alle desastreuze gevolgen van haar rationele materialisme.
Hebben verlichten het nooit over deze andere werelden? Volgens mij hebben ze het nergens anders over! Jezus zei al dat zijn koninkrijk niet van deze aarde was. Velen, van mystici tot sjamanen en lsd-gebruikers, drukken deze werelden bij gebrek aan beter uit in beelden die ze visioenen of reizen noemen. Anderen gaan nog nooit gehoorde – en soms ongehoorde – muziek maken. Weer anderen maken teksten en gedichten, of een mooi beeld of een prachtig gebouw, en ga zo maar door. De bron van dat alles komt uit andere werelden en ‘deze’ wereld wordt pas mooi als ik daarin iets van zo’n andere wereld ontmoet, zoals de gulden snede.
Nee, verlichten noemen dat alles misschien niet bij name, maar waar komt hun weten anders vandaan? Je kan pas héél zijn als je het leven in zijn totaliteit ervaart. Met het vinden van het koninkrijk in jezelf – waar al die verlichten het in hun eigen woorden over hebben – openbaren zich ook de koninkrijken buiten jezelf. Maar je zou ook kunnen zeggen dat diverse werelden helemaal het terrein niet zijn van spirituele meesters, evenmin als ze vertellen over digitale elektronica of hemelmechanica. Het gaat immers om het loslaten van alle identificaties met alle werelden!
Maar als je iets onderzoekt, iets leuk vindt of erover verwonderd bent, zegt dat nog niet dat je je ermee identificeert. Als ik zeg in Second Life iets van zo’n wereld te ervaren bedoel ik niet zozeer dat de daar opgebouwde virtuele werelden ‘echter dan echt’ zouden zijn, maar dat ik me verbonden weet met een veld waar het mogelijk blijft om bijvoorbeeld met anderen te communiceren zonder dat we fysiek bij elkaar aanwezig zijn. Dat kan je als een gemis ervaren, maar ook als een voordeel omdat verschillende fysieke en psychische belemmeringen niet meer in de weg staan, en misschien juist daarom meer wezenlijk contact met anderen plaatsvindt. Misschien dat kunst om dezelfde reden mooi is, omdat je ook daar meer in verbinding staat met ideeën, met de ziel van iets dat uit een andere wereld komt.
Gepost in Psychologie, Second Life, Spiritualiteit
Geen reacties »
12 augustus 2009
Rond het wakker worden heb ik rugpijn. Gewoon voelen, die pijn. Alsof ik iets interessants meemaak en onderzoek. Wat voel ik nou eigenlijk? En waar voel ik het? Kan ik de pijn laten zijn wat het is? Kan ik die meestal onbewuste verkramping loslaten? Ja, dat gebeurt als ik het even laat gaan, me op die plek ontspan. Maar ontspannen is niet iets dat ik kan doen. Alleen aandacht helpt daarbij. Aandacht is warmte, de pijn wordt warm, gaat trillen en schokken, komt in beweging. Mind over matter. Mijn eigen lichaam is het meest evidente bewijs dat psychokinese bestaat.
Allemaal mooi en aardig. Nu weet ik wel waar de pijn zit, maar zodra die een beetje lijkt op te lossen vraagt een ander pijnpunt iets hoger in mijn rug aandacht. Het zijn net kinderen: ik óók! Eens per maand laat ik me door Prabhu behandelen, die me dan sommige punten zo heftig laat voelen dat ik me machteloos voel met al mijn mooie woorden over loslaten van identificaties en zo. Maar ook dan weet hij vaak, geassisteerd door mijn diepe uitademingen, de pijn op te lossen, in soms gloeiende warmte te laten versmelten met mijn lijf. Waarna ik zeker weet dat ik géén masochist ben.
Allemaal goed en wel. Maar wie of wat voelt nou eigenlijk de pijn? Waar is die waarnemer, die getuige van dit alles eigenlijk? Ik meen hem te kunnen betrappen in mijn hoofd, waar de lichtstralen van het beeld, de luchtgolven van het geluid en de sensatiegolven uit mijn lichaam lijken samen te komen. Maar als ik de waarnemer waarneem, neem ik dus niet de echte waarnemer waar, het echte bewustzijn waarin dit alles verschijnt. Ik zoek me al jaren suf, en kan mijn eigen bewustzijn niet eens vinden! Ik weet dat dat logisch is – het oog kan zichzelf nu eenmaal niet bekijken. Maar mijn verstand kan dat niet vatten, zoals het ook niet snapt dat het heelal oneindig diep is en je met een ruimteschip eeuwig door kunt blijven reizen.
Dingen horen nu eenmaal ergens te zijn, begrensd te zijn, hun vaste plek te hebben. Althans volgens het verstand. Dat kan met oneindigheid en eeuwigheid geen kant op. Evenmin met iets dat er wél is, maar dat tegelijk onvindbaar, niet te lokaliseren is. Zoals mijn eigen bewustzijn, dat de getuige is van dit alles, het subject dat ik ben. Misschien geeft dit wel het meest belangrijke verschil tussen psychologie en spiritualiteit aan. In de psychologische wereld draait alles om zelfkennis, terwijl het in de spirituele wereld onmogelijk is om jezelf te kennen. In de psychologie gaat het om vinden van jezelf, bij spiritualiteit om het verliezen van jezelf.
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit
Geen reacties »