Storm

Date 18 januari 2007

2013. Na de nogal klungelig verlopen terechtstelling van Bush beginnen lange processen tegen zijn handlangers, zodat straks ook schoothondje Balkenende in de beklaagdenbank zit. De hoofdklacht is dat ze willens en wetens het milieu naar de knoppen hebben geholpen, zodat we nu zitten met de gevolgen van de klimaatverandering. Hoewel met de uitgaven aan oorlogen alle problemen meerdere keren uit de wereld hadden kunnen zijn geholpen, kozen zij liever voor macht, wapens, armoede en ziekte. De hoofdstad van Nederland heet Amster en de grote haven Rotter omdat dammen in geen wegen of velden te bekennen waren toen we die nodig hadden. De bevolking is gehalveerd door verdrinking, terwijl later velen omkwamen door honger, dorst, uitputting of ziekten als malaria. Ik zit op de bemoste dakpannen van mijn huis over het water uit te kijken naar de televisietoren en de spitsen van kerken en moskeeën die boven het water uitsteken. Veel mensen konden niet meer gered worden en zijn verhongerd op de daken van hun huizen, en zonder elektriciteit lag alle communicatie vanaf mobieltjes tot en met internet stil. Het werd ook heel stil onder de langdreinende moessons, waartegen nauwelijks bescherming meer was. omdat men in de afgelopen jaren zoveel mogelijk bomen heeft gekapt om het genot van Google Earth en andere spionage te verhogen…

Heel stil was het ook vannacht. Een onhoorbaar geluid dat je mist. Ben ik wakker of slaap ik? In die wat naargeestige stilte voor de storm zwalkten sombere gedachten door mijn hoofd. Sinds de jaren zestig is de wereld er alleen maar op achteruit gegaan. De mensen worden steeds egoïstischer, trekken zich steeds minder van elkaar aan en cultiveren zelfs die mentaliteit alsof dat iets bewonderenswaardig is. Iets heerlijk manlijks, flinks om je te verliezen in de survival of the fittest. De concurrentiemaatschappij, marktwerking, en dat allemaal om nog kiener, nog slimmer te worden, lees: nog doortrapter en commerciëler. Alsof het maatschappelijk leven één grote ontgroening is geworden opdat we straks als ‘echte kerels’ ons mannetje zullen staan. Kaalgeschoren zijn we nog niet, maar na ontbossen van borst en benen en alles dat daartussen zit zal dat nog wel volgen. Trots moeten we kunnen zijn op onze slagkracht, op hoe we anderen kunnen belazeren in woorden, massamedia en reclame. Terwijl de voedselbanken uit de grond rijzen zijn we trots op onze welvarende economie en hopen we dat de AEX boven de 500 blijft dank zij de VOC-mentaliteit van uitbuiting, moord en plundering. En het ergste is dat we met dit alles het milieu en het klimaat, en daarmee onze hele wereld naar de knoppen helpen. De smoes dat het natuurlijke fluctuaties zijn gaat niet meer op – steeds meer wetenschappers zijn ervan overtuigd dat vooral menselijk ingrijpen verantwoordelijk is voor de klimaatverandering. Dus ook voor deze te warme januarimaand. Dus ook voor deze storm.

De wereld wordt steeds minder leuk om in te leven en steeds meer mensen denken erover om te emigreren. Voor de ultieme emigratie vind ik het nog wat te vroeg, hoewel ik er soms wel naar verlang, zoals het een goed romanticus betaamt. Het lijkt me steeds makkelijker om te sterven, wat natuurlijk ook met het ouder worden te maken heeft. Want op een zekere leeftijd zie je hoe alles zich steeds herhaalt, hoe steeds elke generatie opnieuw het wiel uitvindt en dezelfde fouten maakt als de generatie die haar heeft voortgebracht en tegen wie ze zich zo verzette. Je gaat alles wat meer relativeren en krijgt tegelijk een hopeloze compassie. Voor je eigen kinderen die je opnieuw verliefd ziet worden terwijl je in gedachten al het servies door de kamer ziet vliegen. Voor de onbeschofte buschauffeur die ook niet beter weet dan dat hij stipt op tijd moet rijden, elektronisch gecontroleerd wordt en niet meer over de mobilofoon met zijn collega’s kan babbelen. Voor de druk druk drukke manager die zichzelf overschreeuwt om weg te vluchten van zijn grote leegheid en machteloosheid. Geleidelijk aan zie je hoe de wereld een rotzooitje is. En altijd een rotzooitje zal blijven. En dat dat goed is. Want stel nu eens dat onze maatschappij ideaal was, wat dan? Dan zou hij niet meer de ultieme uitdaging zijn om je te testen op je identificaties. Want dat is de wereld: een leerschool om erachter te komen in welke mate je je vereenzelvigt met alles en iedereen om je heen. Wees in de wereld, maar niet van de wereld, zei Osho vaak. Blijf in het centrum van de cycloon.

Liggend in bed voelde ik mijn lijf en mijn gevoelens. Kon even stil liggen kijken naar de wild zoemende chaotische wolken van gedachten in mijn hoofd. Het maakte niets uit wat al die insecten me wilden zeggen, er was iets dat dit allemaal waarnam. Wie? Wat? Waar? Met het goede voornemen bewust te blijven viel ik in slaap. Om vandaag overdag weer eens verder te oefenen. Treinen rijden niet meer. Bomen vallen op gebouwen en auto’s, waarbij doden vallen. Een motorrijder, een bromfietser en een fietser komen om in het verkeer. Een bouwkraan valt op een universiteitsgebouw. En de gemeenteraadsvergadering, die ik zo mooi had voorbereid, is uitgesteld. Ik hoor de takken van een boom tegen de muur en het dak slaan en vind het eigenlijk nogal eng allemaal. Snel deze weblog maar publiceren, voordat het dak boven mijn hoofd eraf waait. Wees in de wereld, maar niet van de wereld. In het centrum van de cycloon. Wees in de wereld, maar niet van de wereld. In het centrum van de cycloon. Wees in de wereld, maar niet van de wereld. In het centrum van de cycloon…

Wetenschap…

Date 12 januari 2007

Meer luisteren naar de wetenschap. Politici laten hun oren veel te veel naar de ongeduldige burger hangen en zouden er beter aan doen gebruik te maken van experts. Dit is één van de adviezen van Richard Engelfriet en Herman de Regt in hun niet onaardige boekje Verkeerd Verbonden! Hoe Nederland verzuimt problemen op te lossen. Vriend kwam er vorige week mee aanzetten, en de nogal elitaire visie die ervan uitstraalt spreekt me wel aan. Zo spreken de auteurs de mythe tegen dat Pim Fortuyn een populist zou zijn, want welke populist gaat keurig in driedelig pak de wijk in, vertelt in geuren en kleuren over zijn homoseks en had zoveel lak aan wat de mensen van hem vonden? Het is ook mijn ervaring dat veel populisme schuilt in mensen die anderen dat verwijten: het is heel populair om iemand voor populist uit te maken.

Meer luisteren naar de wetenschap. De burger roept meestal maar wat over zaken waar hij helemaal geen verstand van heeft, betogen Engelfriet en De Regt, zonder zich af te vragen hoe dat dan komt. Veel verstandiger is het om te luisteren naar de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, het Centraal Planbureau of de Sociaal Economische Raad. En daar zit wel wat in, want beleid zou stevig onderbouwd moeten zijn en niet gebaseerd moeten zijn op zomaar ‘een mening’. Terecht wordt (gelukkig ex-) minister Hoogervorst gehekeld wegens zijn verklaring dat ME géén ziekte is, dwars tegen alle wetenschappelijke standpunten in. Of het kabinet, wegens haar reactie op een WRR-rapport: ‘Gelet op het karakter van het rapport acht de regering het thans echter niet op zijn weg liggen om een inhoudelijke reactie te geven op de aanbevelingen in het rapport.’ Politiek bedrijven is één van de beroepen waarvoor nog steeds geen opleiding of diploma nodig is, en dat is te merken ook.

Meer luisteren naar de wetenschap. Ik ben er heel dubbel over. Omdat ik de wetenschap ook niet echt vertrouw. Of is dat ook maar ‘een mening’ en daarom onterecht? Nandan stuurde me een paar kranteknipsels waarin astronoom Kees de Jager het heel moeilijk heeft met het verhuren van sterrenwacht Sonnenborgh in Utrecht aan… astrologen. Jaren geleden maakten we deze professor mee op een bijeenkomst van astrologen in Tilburg. Daar werd hij geconfronteerd met de resultaten van de groots opgezette onderzoeken van Michel Gauquelin, die aantoonden dat er wel degelijk verband was tussen beroep en planeetstanden tijdens de geboorte. Hoewel het niet de ideale een-op-eenrelaties waren die astrologen graag wensten, zat het statistisch zo perfect in elkaar dat De Jager er even geen antwoord op had. Hij mompelde iets over dat hij het nog nader zou bekijken. Maar een paar weken later zag ik hem alweer op televisie fulmineren tegen de astrologie, waarmee voor mij was aangetoond dat deze man helemaal geen wetenschapper is maar onder die vlag gewoon ‘een mening’ verkoopt. Inmiddels is de goede man 85 en nog steeds niet wijs.

Meer luisteren naar de wetenschap betekent voor Engelfriet en De Regt helaas ook dat wetenschappers uitsluitend voor de maatschappij dienen te werken. Geen hobbyistische zuivere wetenschap meer, maar je alleen richten op praktisch toepasbare zaken. ‘Wetenschap dient niet omwille van zichzelf te worden beoefend, maar dient een doel te dienen dat buiten de wetenschap ligt,’ schrijven ze op pagina 77. Dat betekent echter dat een vak als astronomie grotendeels zou verdwijnen, en dat wens ik zelfs professor De Jager niet toe. De auteurs gaan er dan volledig aan voorbij dat wetenschap ook creatief moet zijn, en dat het hebben van een doel daarmee onverenigbaar is. Immers alleen in ledigheid en doelloosheid kan creativiteit bloeien. De grootste ingevingen ontstaan niet op afroep, maar onder de douche of tijdens de afwas. Beethoven had echt niet in zijn agenda staan: ‘Vandaag Allegretto Zevende Symfonie componeren.’ Ik ben ervan overtuigd dat juist de zuivere wetenschap, zij het op langere termijn, mens en maatschappij kan en zal dienen. Zonder openheid, verwondering en geduld kan nooit iets ontstaan dat je wetenschap of kunst zou kunnen noemen.

Kerstmis

Date 25 december 2006

‘Denk erom dat je ruimte geeft aan mensen die ter communie willen,’ waarschuwt Vriend me terwijl we tegen middernacht door het donkere Oldegeppel naar de grote basiliek in Nieuwegep­­pel fietsen. Misschien wel terecht, want vaak ben ik niet echt in deze wereld, en dat geeft wel eens wrijvingen over hoe het hoort en zo. ‘En denk eraan: dit is geen concert, maar een mis!’ Ja ja, ik zal niet klappen! ‘En als mensen bij het binnengaan hun hand in het water dompelen of een kruis slaan, doe dat dan ook.’ Ja ja, ik zal proberen me zo onopvallend mogelijk te gedragen… En zo belandden we ergens achterin een bomvolle kerk, ons half verschuilend achter pilaren kijkend naar het kleurige en geurige ritueel dat ons overspoelt met een traditie van millennia mystiek. Het is een Latijnse mis, zoals het hoort, maar er worden ook Nederlandse kerstliederen gezongen. Het Stille nacht zing ik graag mee, maar met De herdertjes lagen bij nachte lukt me dit maar één couplet omdat ik de tekst verder niet uit mijn strot kan persen. Er zijn grenzen. En zangers genoeg in Oldegeppel aan wie ik dit lied graag overlaat.

Een koor zingt gedeelten uit de Krönungsmesse van Mozart, die ik niet herken omdat ik hem – vreemd genoeg – nooit bewust heb gehoord. Het orgel begeleidt dit met een iets te moderne harmonisatie. En er wordt natuurlijk een verhaal verteld. Na een kort historisch overzicht van de schepping tot heden en de constatering dat religie de laatste jaren weer helemaal terug is, concludeert de pastoor toch stilletjes dat het katholicsime eigenlijk de enige echte religie is. Waarmee volgens mij alle ellende begint. Maar hij liet ook een positief geluid horen. Want het ging niet alleen om de vreugde van de geboorte van Gods Zoon in de wereld, maar ook om zijn geboorte in onszelf, zoals hij er nog even aan toevoegde.

De geboorte van God in ons, dat gnostieke idee ging tien jaar geleden in mij leven tijdens een concert van de Bachvereniging in de Westerkerk in Amsterdam. Tijdens het meezingen van oude kerstliederen realiseerde ik me opeens dat het hele evangelie niet over iets anders ging, niet over andere mensen in een andere tijd, maar gewoon over mij zelf. In de loop der jaren is me dat steeds blijven bezighouden. Om uiteindelijk door te krijgen dat het qui tollis peccata mundi helemaal niet over een ander gaat, die de zonden van mijn schouders neemt, maar over mijn eigen moed om in hart en nieren het bewustzijn van pijn en leed te verdragen. De moed om mezelf te verliezen, de moed om voorbij de grenzen van mezelf méé te voelen. Dat is ook de betekenis van empathie, waarover Douwe Tiemersma in de laatste elektronische Advaita Post vertelt: ‘je kunt de plaats innemen van de ander, je voelt als die ander in de eerste persoon, hoe die ander zich als eerste persoon ervaart. Dat betekent dat er geen gescheiden zelfzijn is. Bij empathie is er dus de doorbreking van de grenzen tussen personen tot een zekere mate van non-dualiteit. Maar, empathie is er altijd al. In de tijd komt de eenheid, de symbiose en empathie vóór gescheidenheid. Eerst en fundamenteel is er ongescheidenheid en alleen daarom is empathie mogelijk.’

Kerstmis. Het Woord is vlees geworden. Et incarnatus est. De goddelijke eenheid is afgedaald in onze wereld van tweeheid, zoals Bach in het gelijknamige deel van zijn Hohe Messe met het splitsen van vioolmelodieën laat horen. Dit hele gebeuren wordt voor onze ogen vormgegeven. Het brood en de wijn: belletjes klinken op het sacrale moment waarop deze in het lichaam en het bloed van Christus veranderen. Laat de Gezondheidsraad en de Bond tegen de Kwakzalverij maar niet merken wat hier gebeurt! Maar ook voor mij is deze transsubstantiatie een wonderbaarlijke gebeurtenis die ik maar moeilijk vatten kan. Ik kan me voorstellen dat Christus tijdens het laatste avondmaal in de vorm van brood en wijn afstand nam van lichaam en ziel, van vlees en bloed. Dat dit een ritueel zou moeten worden opdat zijn discipelen zich ervan bewust zouden blijven veel méér te zijn dan lichaam en ziel, zodat de geest in hen kon ontwaken. Daarvoor hoef ik Christus niet op te eten. Omdat ik moet sterven in het goddelijke, zou ik het bovendien logischer vinden als hij mij opat in plaats van omgekeerd. Maar dat zou het ritueel erg ingewikkeld maken.

Zelden is het ’s nachts zo druk in hartje Nieuwegeppel. Onze fietsen staan er nog en over de Koeiendrift peddelen we huiswaarts in de koude stille en nattige wind. Heb ik me goed gedragen? Ik wist geen raad met een blokje met gleufjes voor munten dat ik toegestopt kreeg. Opeens begon een buurvrouw ons een hand te geven. Ik vergat mijn boekje na afloop in te leveren. En ik heb toch geklapt. Maar dat deed iedereen. Nu nog een biertje en morgen lekker zuurkool eten.

Een zucht van verlichting

Date 24 december 2006

In het begin was er niets. Helemaal niets. Alleen de stilte weerklonk tussen de grenzen van het lege en donkere oneindige heelal. Zelfs God was er niet, en dat beviel hem helemaal niet. Het is immers geen lolletje om niet te bestaan. Zo zweefde hij door de stille duisternis, tobbend over zijn eigen afwezigheid en broedend op een plan om zichzelf te scheppen. Hij kwam er niet uit. Hij krabde zich achter zijn niet bestaande oren en toen hij die voelde, besefte hij opeens dat hij een geluid moest maken om leven in deze lege brouwerij te blazen. Bij dit idee alleen al gaf hij een zucht van verlichting. Gedragen door de lucht van zijn adem weergalmde zijn zucht door de kosmos, echode zoemend langs ruimtelijnen totdat er draden van trillend licht ontstonden. Gonzend reisden de kleuren kriskras door de ruimte en lieten lange sporen na, spetterden uiteen tegen de buitenkant van het heelal om zich juichend in regenbogen en fonkelende hete lavastromen weer in het centrum van de oneindigheid te storten. Het licht werd vloeibaar en droop overal heen waar het gaan kon. Het weefde water en wolken, waaronder hun natheid stolde tot een stevige grond waarop hun brandende golven zich stortten in een onophoudelijk applaus. Zo werden uit Gods eerste zucht de sterren en de aarde geboren, en al wat leeft. En God was tevreden, want eindelijk bestond hij.

En ook de mensen waren tevreden omdat ze bestonden. In elke baarmoeder werd de schepping in versneld tempo herhaald, zodat iedereen zich bewust was van het eerste geluid als eerste herinnering. De mensen wisten waar ze vandaan kwamen en als ze stierven was hun gehoor het laatste dat overbleef opdat het hen herinnerde aan hun oorspronkelijke bestemming, waar begin en einde samenvielen in een tijdloos eeuwig moment. Sommigen waren echter zo blij dat ze bestonden, dat ze helemaal vergaten dat ze eigenlijk niet bestonden. Overenthousiast begonnen ze zichzelf op de borst te kloppen. Net als god zelf trouwens, die uiterst zelfvoldaan was over het wonder dat hij had verricht door zomaar iets uit niets te scheppen, zichzelf tot leven te wekken. Zo boven, zo beneden. Geen wonder trouwens, want wat was God anders dan het geheel der schepping zelf? En wat waren de mensen anders dan stukjes gestolde God? Zelf was hij voldaan, maar de mensen waren zelfvoldaan en begonnen zichzelf steeds beter te vinden. En van het een kwam het ander en voor God het in de gaten had waren de mensen elkaar al in de haren gevlogen. Want tja, als je bestaat dan wil je ruimte hebben, en respect, en eer, en geld, en voor je het weet ook grasmaaiers, vliegtuigen en granaten. Dat hoort nu eenmaal bij een al of niet bestaand ik, en zoiets kan natuurlijk nooit goed aflopen.

De mensen vergaten wie ze waren en verloren zo hun ziel. Iets waar ze liever niet aan herinnerd wilden worden, want dan zouden ze weten dat ze eigenlijk niet bestonden, niet meer waren dan een zucht van God. En dan zouden ze nergens meer zijn, niemand meer zijn, en dat vonden ze toch een beetje eng. Ze deden dan ook van alles om die gedachte uit hun hoofd te zetten. Ze gingen roken en eten, werken en zweten, alleen om te vergeten. God kon dan ook niet anders dan ze af en toe wakker te schudden uit hun gedroom over eigen ikjes. Sommigen waren echter zo verslaafd aan zichzelf dat ze rampen en oorlogen nodig hadden om wakker te worden. Maar bij anderen waren ziektes en ongelukjes al voldoende om hun domme identificaties met zichzelf weer los te laten. En gelukkig waren er ook mensen die zelfs al van het geluid van de stilte wakker werden. Omdat God wilde dat iedereen op zo’n vredige en zoete manier zou ontwaken, wikkelde hij de stilte in geluiden en beelden. En sinds die tijd vertelt de mooiste muziek over stilte, en herinnert het zwijgende kaarslicht aan het tijdloze waarin alle wezens eindelijk weer één, onsterfelijk en vrij zijn.

Uitgeslapen

Date 23 december 2006

Vanmorgen werd ik pas om half een wakker. Vanmiddag dus. Waarschijnlijk door dat gevoel van eindelijk rust te hebben. Want december is een drukke en drukkende maand, die wat bij betreft uit de kalender geknipt had mogen worden. Het is dan net alsof de hele wereld van alles van me moet en wil. En zelf draag ik daar ook het een en ander toe bij met een kortingsactie voor horoscopen voor mijn astrologiebedrijf Aries Astro-Services. En met het uitbrengen van een nieuwe Vuurfakkel, waarvan ik de eenenzestigste jaargang heb laten beginnen met mooie artikelen van mijn Wijze Tante over Katharen en over homeopathie. Gisteren is voor mij de decemberdrukte afgesloten met een borrel bij onze burgermoeder, die dan het liefst de hele gemeenteraad met aanhang over de vloer heeft. Dankzij het feit dat ik Jurrie niet heb gesproken, die eergisteravond onze fractievoorzitster met Rita Verdonk vergeleek, is het toch nog gezellig gebleven. Terwijl ik ook meer en meer begon te begrijpen waarom politici meestal te zwaar zijn.

Gelukkig staat boven al deze drukkende drukte een ster te stralen. Ik bedoel het levensgrote oplichtende pentagram dat elk jaar rond deze tijd boven Oldegeppel staat te draaien. Een particulier initiatief dat het dorp siert. Hoewel dezelfde familie een gezondheidsloods heeft geopend waarvan lengte, breedte, hoogte en diepte niet echt in overeenstemming zijn met de Oldegeppelse maatvoering. Vorige week was er open dag en het ziet er van apotheek tot tandarts allemaal zo groots en mooi uit, dat je je middenin een stad waant, en buiten weer even moet wennen aan de dorpse laantjes met kleine huisjes en boerderijen achter de heggen. Niet dat ik het een lelijk gebouw vind, maar het hoort gewoon niet hier, op deze plek in het dorp. Net als de volumineuze school en andere grote gebouwen die het kleinschalige karakter van het dorp, en daarmee de schoonheid ervan, ernstig bedreigen. Juist door dit soort megalomanie ontstaan vervreemding, onbetrokkenheid en ontmenselijking. Gelukkig maar dat zich ook psychologen in de nieuwe gezondheidsloods vestigen…

December: de maand om naar een afgelopen jaar terug te blikken. Waarin ook veel dingen gebeurd zijn, die niet in deze weblog zijn vermeld. Een Osho-filmfestival op mijn verjaardag in januari. Bijeenkomsten met Tony Parsons in Amsterdam. Het beklimmen van de Wilhelmshöhe in Kassel met zijn kunstmatige watervallen. De opname van mijn Wijze Tante in een verpleegtehuis. Diverse lokale politieke perikelen. Een bijeenkomst van alle colleges en raden van de zes gemeenten in ’t Ooi, waar de Provincie zijn best blijft doen om een gemeentelijke herindeling door diverse strotten te duwen. Daar zaten we dan in een studio in Heuvelstad, wellicht dezelfde waar ik een jaar eerder de Bijbelquiz zat te doen. Het was duidelijk dat een meerderheid niet overtuigd was van de noodzaak van herindeling. Deze door de provincie autoritair opgelegde grootschaligheid heeft noch van onderop noch van het Rijk veel draagvlak. ‘Niet alle aanwezigen waren ervan overtuigd dat herindeling nodig is,’ las ik in een verslag van deze avond. Dat is politieke taal, want 60 à 70 procent is inderdaad ‘niet alle aanwezigen’. Het is deze herindeling die hét thema van het komende jaar zal worden.

Maar eerst met Vriend genieten van een paar rustige dagen. Ik heb de drie films van In de Ban van de Ring gekocht, en die gaan we samen op bed liggen bekijken. En toen hij me vroeg wat ik wilde eten met kerst, kon ik het niet laten: zuurkool! Lekker uitslapen. Ook onze burgermoeder kan dat goed, want eergisteren bleef haar stoel leeg toen de raadsvergadering beginnen moest. We zaten elkaar vragend aan te kijken, want zoiets hadden we eerder meegemaakt. Zij zal toch niet wéér…? Maar gelukkig kwam ze een kwartier later met nog wat slaperige oogjes binnen. ‘Ik kan me héél goed ontspannen,’ was haar excuus. En dat is een goed teken, want als mensen niet meer kunnen ontspannen is er écht iets mis. De mensen slapen te weinig. Zeker in de winter. En voor het bedrijven van politiek moet je echt uitgeslapen zijn.

Osho 75 jaar

Date 11 december 2006

Vandaag is Bhagwan 75 jaar geleden geboren. Met Tweelingen als ascendant, Zon in Boogschutter en de Maan in Steenbok. Nou, dat hebben we geweten! Al zijn lezingen zijn weergegeven in honderden en nog eens honderden boeken waarin hij vertelde over alle verlichte meesters van Boeddha tot en met hemzelf. Hij ontwikkelde nieuwe en soms revolutionaire meditatietechnieken waarin vooral de heelwording van lichaam en ziel centraal stond in de nieuwe mens die eruit voort moest spruiten, Zorba de Boeddha. Pas dan krijgt de geest in ons, de getuige, van dit alles, de watcher on the hill een kans. Spiritualiteit kan alleen ontstaan als alles doorleefd, geaccepteerd is. Dat is dan ook de reden waarom in Poona een nieuw centrum van alternatieve therapie ontstond, naast de stilte die alles doorkliefde als Bhagwan een lezing gaf in de Buddha Hall, die je alleen maar mocht betreden na het Leave you shoes and minds at the gate ter harte te hebben genomen. De mind, het denken was altijd de grote boosdoener in zijn verhalen. Want dit denken verscheurde de werkelijkheid, die één is, in duizenden snippertjes van gedachten zodat de heelheid van het bestaan, en daarmee de verbondenheid met God verloren ging. Ik heb Bhagwan dan ook altijd ervaren als een non-dualist die er alles aan deed om ons weer met het goddelijke te verbinden of, sterker nog, ons weer God te laten worden, omdat dat ons geboorterecht is.

Nandan gaf me laatst een paar dvd’s met documentaires over Bhagwan. En als ik dan de oranje wereld van Poona bekijk, kan ik me niet meer voorstellen dat ik daartussen zat. Wat een stelletje mafkezen en egotrippers! Onder een spiritueel dekmantel achter je eigen pik aanrennen, omdat het goed voelt, en je daarmee in je centrum bent. Heerlijk neerkijken op de burgermaatschappij waar iedereen in zijn hoofd zat. Maar wat hield ik van deze chaotische wereld! Ik voelde me toen in het centrum van de wereld en van mijn leven, en achteraf gezien was dat ook zo. En nog steeds kijk ik graag naar het wel en wee van ons oranje volkje. Omdat het echt is, omdat er iets van geloof, inspiratie, liefde en vertrouwen is, hoe onhandig er ook mee wordt omgegaan. Als Bhagwan sprak veranderde de Boeddha Hall in een sprookjeswereld waar je bedolven werd onder de genade van het existence takes care, waar het regende van zegeningen, die als onzichtbare bloemen over ons neerdaalden en ons zachtjes kusten. Hier was Bhagwan, in zijn witte soepjurk, en meer thuis dan hier in Poona konden we niet zijn.

In 1981 was hij opeens verdwenen. Om een paar maanden later weer in Amerika op te dagen. Daar werd uiteindelijk tussen de rednecks van Oregon een stuk verlaten land gevonden om een commune te vestigen. Iedereen sloofde zich uit totdat hij erbij neerviel en in een mum van tijd was een wereldwonder ontstaan: Rajneeshpuram, de stad van Rajneesh. Gedurende enkele jaren zelfs een officiële gemeente. Compleet met eigen landingsbaan, busbedrijf, restaurants, casino, hotels en zwemmen in het Krishnamurti Lake, dat kunstmatig was aangelegd. Ook uit deze tijd bekijk ik documentaires, waarbij ik me niet kan voorstellen ooit in die wereld te hebben rondgelopen. Tegen beter weten in trachtte ik me daar nog thuis te voelen, maar bleef daar maar een beetje alleen rondzwalken. Wat op zich al verdacht was, want er waren nogal wat politieke spanningen rond deze nieuwe stad, die zover waren opgelopen dat je overal gewapende bewakers zag, zelfs in de helikopters die over ons heen vlogen.

Er was een godsdienst ontstaan, het Rajneeshisme, wat trouwens ook voor een verblijfsvergunning voor Bhagwan nodig was. Er kwamen meer en meer Rolls Royces en de wereld werd steeds meer gepolijst en gestileerd. Er lagen gratis condooms in onze tenten, want Bhagwan was een van de eerste die maatregelen tegen aids verordonneerde. En terecht, want als hij dat niet had gedaan, zou er inmiddels geen sannyasin meer over zijn. De sannyaswereld werd netjes, ook vanwege de buren daar in Oregon. En Bhagwan begon meer over politiek te praten, te mopperen en te kankeren op het establishment. Tooide zich in mooie kleren en droeg fonkelende horloges. Maakte grapjes, waarom sannyasins zo schaapachtig lachten, dat ik zelfs nu nog last krijg van een plaatsvervangend schaamtegevoel. Maar hij werd ook strenger, serieuzer. Omdat enkele sannyasins dingen deden die niet door de beugel konden raakten anderen verdeeld: had Bhagwan niet moeten ingrijpen? Volgens sommigen wel omdat hier volstrekt onacceptabele dingen gebeurden, zoals een poging tot salmonellabesmetting. Volgens anderen niet omdat Bhagwan zijn sannyasins met eigen vallen en opstaan wilde leren wat een rotzooitje het wordt als je een georganiseerde religie op poten zet.

De Bhagwan uit Oregon is voor mij altijd een andere Bhagwan gebleven dan die uit Poona. In stoute momenten denk ik zelf wel eens dat er twee Bhagwans waren. Dat die uit Poona echt verdwenen is en een dubbelganger de toko in Amerika heeft overgenomen. Na een wereldreis waar hij nergens welkom was, is Bhagwan uiteindelijk weer in Poona teruggekomen. En ook daar werd de wereld keurig glanzend opgepoetst, heeft spontane puurheid plaatsgemaakt voor gecultiveerde beschaafdheid. De ashram werd een Club Med, waar Bhagwan de gebouwen zwart liet verven. Hij ging zich Osho noemen en wilde ook onder die naam herinnerd worden. Na een fantastische reeks toespraken over Zen stierf hij in 1990, zeer waarschijnlijk als gevolg van een vergiftiging tijdens een transport in Amerika. OSHONever born – Never died – Only visited this planet earth between Dec 11, 1931 – Jan 19, 1990 staat op zijn gedenksteen te lezen.

Ondanks alles is hij de meest verlichte meester die ik ooit heb mogen meemaken, iemand die mijn voeten stevig op het spirituele pad heeft gezet. Er is maar één verlichte nodig om te weten dat er zoiets bestaat. Het is ontzettend gevaarlijk om zo iemand te ontmoeten, want zijn wezen laat je nooit meer los. Omdat je nooit meer kunt ontkennen dat je in wezen goddelijk bent.

Compassie

Date 10 december 2006

Twee avonden, twee concerten in deze donkere avonden voor kerst. Vrijdagavond galmden Byzantijnse liederen tussen de muren van de Koepelkerk in Blikkum. Klanken waarin Joodse en Gregoriaanse muziek verenigd lijken. Zware manlijke stemmen, soms onder leiding van een voorzanger die zo’n magistraal volume had dat ik zeker weet dat in zijn badkamer geen tegel meer aan de muur zit. Soms heb ik een bloedhekel aan luid gezang – vooral als het sopranen betreft – maar hier genoot ik van de degelijke gedurfde expressie ervan. Koormuziek kan heel psychedelisch klinken, iets van een oneindig diepe ruimtelijke reis weergeven waarin ik stilletjes en tijdloos wegzeef tussen kleurige sterren, spiraalnevels en melkwegstelsels. Hoewel deze werelden ook instrumentaal kunnen worden opgeroepen, zoals bijvoorbeeld door György Ligeti in zijn Lontano en Atmosphères, en door Beethoven in de maten 548 t/m 554 in het vierde deel van zijn Negende Symfonie. Dat het zo mooi klonk lag natuurlijk ook aan de akoestiek. De kerk is in 1921 door vader en zoon Cuypers gebouwd, de naam Cuypers die ook zo bekend is door het Centraal Station en het Rijksmuseum in Amsterdam. Maar ook door onze eigen Vituskerk in Oldegeppel. In de pauze schuifelde ik wat rond in dit architectonische wonder. Ging even voor het altaar staan. Daar bevond ik me in het brandpunt van een speciale energie, zoals ik daar stond op de bodem van zeven zwartmarmeren treden die omhoog leidden naar het witmarmeren altaar waarachter een levensgrote gouden Christus hing te lijden. Die rare masochistische behoefte om uit pure dankbaarheid en verwondering mezelf te offeren welde in me op, maar dat is misschien wel de bedoeling van deze energetische bouwconstructie.

Zaterdagavond de Hohe Messe van Bach in de Grote Kerk. De Bachvereniging, dus een van de mooiste uitvoeringen die je je wensen kan, en dan nog op een van de mooiste plekken. Ook deze avond weer magie. Want zelfs als je de tekst niet kent of volgen kunt, dringt de boodschap diep in je door. In het Et Incarnatus Est voel je gewoon de lijdensweg die God is begonnen met het aangaan van de reis door vlees en stof en alle schrijnende pijn en verlatenheid die daar het gevolg van zijn. Alsof je plotseling alle moeizame zwaarte voelt van een eindeloos lijkende reis van de Eenheid, die de wrijving en het vuur van de tweeheid nodig heeft om zichzelf bewust te worden. Die door trage inerte materie moet ploeteren om zijn vleugels te hervinden. En dwars door het Kyrie heen voelde ik wat compassie was, wat er bedoeld werd met de Christus die al het lijden op zich nam. Dat ben ik zelf, wanneer ik door de dark night of the soul durf te gaan, wanneer ik onder ogen durf te zien dat niet alleen het goede, maar ook het kwade in me leeft. Dat ik niet alleen die aardige jongen ben, maar dat in mij ook de dief, de uitbuiter en de lustmoordenaar leven. Ik ben niet alleen de kathaar, maar ook de kannibaal.

Dat kan ook niet anders, want alles is met alles verbonden, en weerspiegelt zich in alles. Omdat alles één is, ben ik ook die ander, kan ik me niet meer verschuilen achter een schijnheilig masker dat me toefluistert dat ik goed ben en de anderen slecht. Het voelt aan als een schuldbekentenis, en ik schaam me ervoor dat zoveel slechtigheid ook in mij leeft. Maar paradoxaal genoeg is het juist dit bewustzijn, deze schaamte dat het zijn kracht ontneemt. En me tot een sociaal wezen maakt omdat schaduwen nu eenmaal slecht tegen licht kunnen. Maar het voelt ook aan als een bevrijding als we na afloop zwijgend door de waterkoude straten van Kerkweide naar de bus wandelen. Weer iets geleerd vandaag.

Verlichting

Date 28 november 2006

Zomaar even getroffen door een paar woorden van de verlichte meester Poonjaji (1910-1997) in het advaita-magazine Inzicht. Hij heeft tegen Brandon Bays gezegd ‘dat de vaste overtuiging dat je niet verlicht bent je ervan weerhoudt de oneindige aanwezigheid, die er altijd is, te ervaren. Wanneer je er absoluut zeker van bent dat de verlichting er altijd is, zie je haar overal waar je kijkt.’ Wat doet denken aan een tekst uit wat wellicht het meest betrouwbare evangelie is, dat van Thomas, in logion 77:

Kloof een stuk hout en ik ben daar,
til een steen op en jullie zullen mij daar vinden.

Als je gelooft dat je niet verlicht bent, dan houdt juist dat geloof je tegen om verlicht te raken. ‘Ja maar wat als je wéét dat je niet verlicht bent?’ kan iemand vragen. Dat kan je niet weten, dat moet een illusie zijn, want dat is net zoiets als beweren dat je een trambestuurder bent en geen mens. Verlicht zijn we allemaal, in ons diepste wezen. En dat weten we drommels goed als we eerlijk zijn tegenover onszelf. Als we zeggen dat we niet verlicht zijn liegen we gewoon, het is de grote leugen, de grootste leugen waarmee priesters en politici ons hebben opgevoed.

Verlichting doortintelt ons hele wezen, deze hele wereld, dwars door honger en ellende, door armoede en rijkdom, door vreugde en lijden heen. Maar de priesters en de politici hameren er voortdurend op dat we ongelukkig zijn, dat het arrogant is te geloven dat we één zijn met God, dat er nog een boel gedaan moet worden omdat we – persoonlijk, maatschappelijk, spiritueel – er nog lang niet zijn. Er is nog zoveel te doen, zoveel armoede en lijden! Dat moeten we eerst uit de wereld helpen, en pas dán kunnen we ons de narcistische luxe van verlichting veroorloven! Ons laten geloven dat we niet verlicht zijn is misschien wel de grootste misdaad die er is. Daarin spelen ook de media een dubieuze rol. Want met al hun slechte nieuws kluisteren ze ons aan het geloof dat we er nog lang niet zijn, worden we door gezaaide angst met twijfel en lijden bevrucht.

Verlichting is overal. Voelbaar, tastbaar, proefbaar. Het is alleen maar een kwestie van bewustwording van een diepere of hogere realiteit waarvan alles doordrongen is. Bewustzijn is het ultieme medicijn.

O help! Ik draaf weer eens door! Dat zijn van die buien waarin woorden geschreven willen worden en een fysiek gevoelde onrust alleen maar bevredigd kan worden door ze het licht te laten zien. Buien waarin ik pretendeer verlicht te zijn of zo, en weer eens jubelend extatisch de Nieuwe Mens uithang. Dat kan niet goed gaan. Zoals Vriend wel eens zegt: “Doe het even wat rustiger aan, anders krijg je straks weer last van migraine.” Nou, dat heb ik er best voor over…

Stemming

Date 25 november 2006

Afgelopen woensdag was ik een paar uur te vinden achter een tafel in een Oldegeppels stemlokaal. Zo heb ik de stemming eens van de andere kant bekeken. De verwerkelijking van de vaak zo bloedig verworven democratie zat uren onder mijn linker wijsvinger. Drukken op de linkerknop: Vrij voor kiezen. Die tekst bleef heel lang op mijn schermpje staan toen de vrouw die ons nog om een stemadvies had gevraagd dat we niet mochten geven achter de stemmachine verdween. Ik sta zelf als nogal zwevend bekend – in mijn dromen doe ik dat tot mijn genoegen regelmatig – maar bij deze verkiezingen kon ik me daar weinig bij voorstellen. Nadat het Gekozen op het schermpje verscheen, dat aangaf dat het knopje van een kandidaat was ingedrukt, was het alleen nog maar wachten op het Wegschrijven stem, waarmee werd aangegeven dat nu de rode stemknop echt was ingedrukt en de stem meedogenloos vastlag in het geheugen van de stemmachine. Hoewel elektronen zich volgens mij razendsnel verplaatsen, duurde het toch enkele ogenblikken voordat de definitieve opmerking Gestemd verscheen, en de hele cyclus weer opnieuw kon beginnen.
‘En, heb ik goed gestemd?’ vroeg een jongen me nog.
‘Dat zou ik niet weten, ik zie alleen dat je gestemd hebt!’
‘Dat is het goede antwoord!’
Tegen sluitingstijd was de opkomst zo’n 90%, wat opmerkelijk hoog is. Met zijn vieren de kassarol bekeken die uit de stemmachine rolde: globaal een derde VVD, een derde CDA. En zelfs hier in Oldegeppel is de SP een bedreiging voor de PvdA geworden: 11% van het dorp heeft erop gestemd, waarmee ze dicht in de buurt van de PvdA komt, waarop 14% heeft gestemd.

Globaal genomen is in ons land het politieke spectrum een beetje naar links geschoven. Opmerkelijker is de polarisatie die is opgetreden: veel VVD’ers zijn naar rechts geschoven, maar nog meer PvdA’ers naar links. want die partij was voor velen nauwelijks nog links te noemen. De VVD heeft de grootste klappen gehad. Tja, dat komt ervan als een partij die van eruditie en beschaving zou moeten getuigen verwordt tot een club van… hoe zal ik het noemen om het toch nog gezellig te houden? Zalm heeft ons met de euro belazerd. Dekker jaagt huurders hun huis uit de straat op, Remkes wil gemeenten fuseren die daar helemaal geen zin in hebben, Hoogervorst helpt de alternatieve (en waarschijnlijk ook de reguliere) geneeskunst om zeep, en Verdonk moet ook nog steeds pardon leren zeggen. Niet echt hoogstaand allemaal, en intussen Balkenende maar praten over normen en waarden, en over fatsoen, terwijl hier vlakbij in Blikkum binnenkort de zoveelste voedselbank geopend wordt. ‘Het moet socialer’ is een veelgehoorde kreet, en niet onterecht. Men mag nu wel roepen dat het goed gaat met de economie, maar vraagt zich niet af of de economie wel goed is voor óns. Wat koop ik voor de AEX als die eindelijk eens door de 500 schiet? Wordt mijn huur dan opeens minder verhoogd, gaan dan de energieprijzen omlaag, krijgen we dan gratis openbaar vervoer?

In de loop van mijn leven heb ik op zowat alle partijen gestemd. Want diep van binnen ben ik niet links of rechts, maar beide. Een keuze voor links of rechts voelt aan alsof ik voor één van mijn ouders moet kiezen, en daardoor tégen de andere ben. Daar heb ik helemaal geen zin in! Stemde ik drie jaar geleden nog op de Partij voor de Dieren, nu was voor mij het klimaat rijp voor de SP. Om de liberalen even tot de orde te roepen. En daarin stond ik minder alleen dan ik dacht. Met Marijnissen heb ik niet zoveel. Maar hij was één van de weinigen die zichzelf bleef, rustig zijn woordje deed, gewoon gewoon deed. Net een mens. En op echte mensen moeten we zuinig zijn in de politiek.

Alternatieve beurs

Date 14 november 2006

Het afgelopen weekend met vriend naar de Vakbeurs Internationaal Therapeut in Apeldoorn geweest. Eigenlijk alleen voor een toespraak van de Haarlemse arts Moolenburgh, die ik blij had gemaakt met een recensie van zijn boek Op je gezondheid! in De Vuurfakkel. Maar er was een treinongeluk gebeurd, zodat we moesten omrijden en te laat aankwamen voor zijn toespraak, zodat er niet veel meer restte dan hem een hand te geven en iets voorin een boek te laten schrijven. En daar stonden we dan in de Amerikahal op de eerste verdieping uit te kijken over de straatjes van een beurs die zoemde van de alternatieve geneeskunst. ‘Laat Hoogervorst dit niet weten,’ dacht ik nog, want die zou deze onzin ogenblikkelijk verbieden.

En zo drentelden we onverwachts over de beursvloer waar ons alles verteld werd over klankschalen, biofeedback-apparatuur, massagetafels, Schüssler celzouten, auralezers, chakra-therapie, orthomoleculaire geneeskunst, voedingssupplementen, oorkaarsen, holistische therapie, watervernevelaars, acupunctuur, Bach-bloemen, wierook, meditatiebankjes, homeopathische geneesmiddelen, edelstenen, licht-therapie, ayurveda, etherische oliën, craniosacrale therapie, wichelroedes, kruiden, magneet-therapie, shiatsu, familie-opstellingen, astrologie, reiki, shamanistische healing, voetzone-reflexologie, laser-therapie, water-vitalisering, meridiaan- en kleurentherapie en waarschijnlijk nog veel andere geneeskunstige wonderen die ons zijn ontgaan in de onverwachte drukte van belangstelling die er gelukkig nog steeds is voor deze alternatieve misdenk die de dunkpolitie van ons ministerie nog steeds niet heeft kunnen uitroeien.

In deze wereld voel ik me thuis. Niet omdat ik in alles geloof dat er aan de man en vrouw gebracht wordt. In dit soort kringen cirkelen er vaak wolken vraagtekens om me heen. Ik voel me thuis in deze wereld omdat zij een hart heeft, omdat zij leeft, omdat er enthousiasme is, omdat er aandacht en liefde is, omdat niet alles draait om het commerciële gewin. Hoe anders is dit dan de reguliere medische wereld die steeds killer wordt, ontzield door rationaliteit en materialisme. ‘De huisarts kijkt meer naar zijn computer dan naar jou,’ heb ik eens ergens gelezen. En als het waar is dat niet zozeer het medicijn werkt, maar eerder het geloof erin, de liefde en de aandacht die erin wordt gestoken, dan zou zelfs de meest nuchtere wetenschapper niet anders kunnen dan concluderen dat de alternatieve weg heel gezond is voor de mens.

Toen de beurs sloot besloot Vriend om een meditatie-bankje te kopen. De standhoudster was even afwezig, zodat we rustig plaatsnamen op de eenvoudige maar o zo praktische en uitgekiende houten bankjes. We zaten daar zo lekker dat zelfs andere beursgangers op ons af kwamen. Ze vonden ons daar zo heerlijk zitten! Maar dat kan ook moeilijk anders op een plek waar je je thuisvoelt.