Oom

Date 16 maart 2007

Vandaag is mijn neefje jarig. En dan moet ik altijd denken aan de dag waarop ik dat voor het eerst hoorde, in 1973. Bij Toon, die in zo’n chique witte torenflat aan de Van Nijenrodeweg in Amsterdam zijn eigen onderzoeksbureau had. Die me een tijdje in dienst had om zijn rapporten met behulp van zijn bolkopschrijfmachine en secuur knip- en plakwerk mooi vorm te geven. Sindsdien is het opmaken van drukwerk altijd een hobby van me gebleven. Toon was een stuk ouder dan Alex, Pim en ik die daar regelmatig over de vloer kwamen, en we noemden hem dan ook vaak oom Toon. Dat vond hij helemaal niet leuk. Want hij wilde graag bij ons jongeren horen, zoals wij graag bij de betere standen wilden verkeren. En daar, op de negende verdieping, vertelde oom Toon me opeens met een glunderend gezicht dat ik oom was geworden. Mijn moeder had hem gebeld en het hem verteld.

O…
Wat was een oom eigenlijk? Mijn broer had een zoontje gekregen. Maar ik had nooit contact met mijn broer, en tussen mijn moeder en mijn broer boterde het ook niet echt. Eigenlijk geloofde ik helemaal niet in familierelaties, en daarom zei het me ook niet veel. Je vrienden zijn je familie en je familie zijn je vrienden, zo simpel lag dat voor mij. En tot vandaag de dag voel ik zoiets, en moet ik bij termen als neef en zwager nog altijd heel lang nadenken. Mijn Wijze Tante is de dochter van een broer van mijn grootvader en ik zeg altijd dat ik een achterneef van haar ben, maar of dat echt klopt… Ik weet het niet. Misschien ben ik wel een oud-achterneef, of een bet-achterneef of zo. Wie interesseert het? Ik was dus oom, vanaf die 16de maart 1973, maar ik kwam niet op het verste idee om iemand daarover te gaan bellen om te feliciteren of zo. The Dark Side of the Moon van Pink Floyd was net uit, en ik genoot van nummers The Great Gig in the Sky en Brain Damage.

Het was een decadente periode waarin ik genoot van sex, drugs and rock-’n-roll. Ik was gestopt met mijn doctoraalstudie psychologie aan de Vrije Universiteit (waar zelfs parapsychologie als bijvak was geaccepteerd) en deed uiterst mijn best om me niet om de toekomst te bekommeren. Bij oom Toon verdiende ik geld om van te leven. Het was de tijd waarin nog niemand sprak van ongewenste intimiteiten op de werkvloer. Wat ons betreft waren die trouwens niet ongewenst, hoewel ze soms wel het werk bemoeilijkten waarvoor ik was aangenomen. Zeker als er bij tijd en wijle een joint bij kwam. Joint! Wie kent dat woord nog? En wat was het eigenlijk een mooi woord: je rookte met zijn allen iets waardoor je met elkaar werd verbonden. Drugs waren toen nog magische middelen met een ideaal, middelen waarmee je iets trachtte te bereiken dat je tegenwoordig instant verlichting noemt. We lazen De Psychedelische Ervaring, van Timothy Leary en anderen, dat gebaseerd was op het Tibetaanse Dodenboek, maar of we die teksten echt begrepen betwijfel ik achteraf.

Vanaf dezelfde bank waarop ik zat toen ik hoorde dat ik oom was, maakte ik in die tijd de mooiste duiksprong van mijn leven. Bijna over de lage tafel heen, naar een voor mij onweerstaanbare jongen die het gelukkig wel leuk vond om zo onverwachts overvallen te worden. Zo simpel ging dat in die tijd. Zelfs Pim, die in het algemeen toch een hetero was, kon het niet nalaten onzedelijke handelingen te verrichten toen we samen met oom Toon in één bed sliepen – vraag me niet hoe we daar beland waren. En toen oom Toon op vakantie was moest ik zijn flat beschermen tegen Alex, die er een lsd-party wilde organiseren. Het was de tijd waarin ik uitdagend in strakke, blote kleren – rode corduroy broek, te kort geel velours hemdje, blauw hesje, that’s all – er ook wel een beetje om vroeg om gebruikt te worden. Werk, seks, muziek, drugs… het liep allemaal door elkaar heen. Een maffe tijd, maar ook een tijd die ik niet gemist zou willen hebben.

Intussen is mijn neefje ouder dan ik toen was, en ben ik ouder dan oom Toon toen was. Mijmeringen op een halfzonnige dag waarop ik me herinner hoe ik bij oom Toon oom werd.

Migraine

Date 13 maart 2007

Gisteravond had ik eindelijk weer eens een echt scotoom. Zo’n witte waterachtige glinsterende rafelcirkel die heel klein in het centrum van je gezichtsveld begint, zodat je een poosje niet meer kunt lezen. Die zacht trillend steeds groter wordt totdat hij na een minuut of twintig uit het beeld verdwijnt. Deze in de visuele hersenschors opgewekte illusies worden vanwege hun hoekigheid ook wel fortificaties genoemd, terwijl ze ook onder de veel te mooie naam aura bekendstaan. Voordat de redactievergadering van ons dorpsblad Wei & Hei begon vertelde ik Sybert trots dat ik er weer eens ‘last’ van had, hoewel de kleur ervan net iets te blauwig was, datzelfde blauw waaraan ik een hekel heb als het uit autolampen komt. Volgens hem kwam dat omdat het opeens veel zonniger was, en inderdaad was het gisteren de eerste lentedag. Edo en Bram begonnen met het bouwen van een schutting in de achtertuin en we zaten heerlijk koffie te drinken in het eerste lentezonnetje. Ook heb ik gisteren het vogelhuisje opgehangen, dat vanmorgen meteen door de koolmeesjes werd geïnspecteerd. Migraine krijg je juist op dit soort dagen van ontspanning.

Gelukkig geen hoofdpijn deze keer. Die hoofdpijnen heb ik in mijn middelbare schooltijd vaak gehad, echter zonder de mooie visuele bijverschijnselen – een achterstand die ik de laatste jaren weer heb ingehaald. In een boek Migraine van Oliver Sacks staan al die hallucinaties mooi en uitgebreid beschreven. Naast de scotomen die gisteren mijn beeld verrijkten zijn er de fosfenen die zich bij mij voordoen als oplichtende draaiende witte fonteintjes ergens onderin het beeld – met name als ik vanuit het daglicht opeens weer in het donker kom – en last but not least de hallucinatoire vormconstanten. Ja, sorry, ik heb het woord ook niet bedacht. Maar ze zijn wel heel mooi! Zonder te weten dat het iets abnormaals was heb ik vaak ’s nachts in bed genoten van allemaal glanzende gekleurde blokjes en vormpjes die stil in de donkerte voorbijgleden. Het doet een beetje denken aan de screensaver Dazzle, daarvan moet de maker ook een migrainelijder zijn. Toen ik op een slapeloze nacht er eens rustig van wilde genieten en het beeld zwart bleef, realiseerde ik me ineens dat die kleurige figuurtjeswereld kennelijk niet normaal was.

Sommige dingen zijn voor jezelf zo vanzelfsprekend dat je er niet eens bij stilstaat dat die voor anderen niet zo gewoon zijn. Zo komen sommige mensen er pas heel laat achter dat ze kleurenblind zijn. In het donker warrelt er altijd wel iets voor mijn ogen, alsof er een soort ruis of tintelende sneeuw is. Daar vroeg ik Vriend laatst nog naar, maar voor hem is het echt donker als het donker is. Zoals hij ook niks hoort als er niks te horen is, terwijl er bij mij nog altijd een zachte tinnitus in mijn oren fluit. Het gekke is dat ik niet echt last heb van die verschijnselen. Soms is het vervelend, maar op andere tijden lijken deze zintuigljke gestoordheden juist de donkerte en de stilte te benadrukken, ze manifest te laten worden. Meestal luisteren we naar de geluiden, maar niet naar de achtergrond, de drager ervan, de stilte. Meestal kijken we naar dingen, maar niet naar de duisternis en de ruimte waarbinnen die zich voordoen. Zo kunnen bepaalde afwijkingen je helpen om met een diepere werkelijkheid in contact te komen.

Heel symbolisch is dat ik niet meer tegen een visuele regelmaat kan. De lichtbanen van lamellen en luxaflexen kunnen uiterst irritant zijn. Als de zon door een al te regelmatig geplante bomenrij langs het fietspad schijnt durf ik niet meer naar de grond te kijken. En in de vloermat bij de achteringang van station Amersfoort zit een bepaald patroon waar zodanig blauwe vlammen uit kunnen slaan dat ik er niet naar durf te kijken. Alsof er dan toch een soort kortsluiting in mijn hoofd dreigt te ontstaan. Misschien wel heel psychedelisch, maar toch wat eng. Want al bladerend door het boek van Oliver Sacks kom ik veel gevallen tegen waarop ik niet echt zit te wachten. Maar aan de andere kant herinneren sommige verschijnselen me juist aan de oplichtende sprookjeswereld, die ik vooral zag al ik wat gerookt had. Waarin alles zich als kleurige lichtkorrels met een frekwentie van het alfaritme verstild schokkend voortbeweegt; het leven als een film met zo’n 8 à 12 beeldjes per seconde. Zoals ik in een stroboscopisch licht dansende mensen tegelijk zie bewegen en stilstaan, zo herinnert dit soort hallucinaties me aan een andere werkelijkheid.

Hakhout

Date 10 maart 2007

Twee jaar geleden protesteerde ik al, toen aan de andere kant van de wijk de kaalslag was begonnen. Bosjes werden tot op de grond kaalgesnoeid en zagen er uit alsof een helikopter er op zijn kop overheen had gevlogen. Veel mensen waren opeens hun privacy kwijt omdat je zo bij hen zo naar binnen kon kijken om te zien wat er gegeten werd met de kerst. Over dit zinloze geweld publiceerde ik op de lokale website DO, De Oldegeppeler, en in februari 2005 sprak ik hierover in tijdens een commissievergadering. ‘Weet u wat hakhout is?’ begon Johan van de PvdA me neerbuigend te ondervragen. Sindsdien is het nooit meer goed gekomen tussen ons. Intussen is het twee jaar verder en zijn de helikopters verder doorgedrongen in de wijk, sporen van struikenstronken achter zich latend. Drie weken geleden hebben ze mijn achtertuin blootgelegd, zodat ik een afspraak heb moeten maken voor het plaatsen van een schutting. Wat € 1000,- kost.

Vorige week stonden die jongens met kettingszagen bij mijn voortuin. In paniek schreeuwde ik naar hen vanuit het slaapkamerraam, maar omdat ze oorkleppen op hadden hoorden ze me niet. Zodat nu ook de hele voortuin bloot ligt. Dat wordt straks nog eens € 1000,-. Waarom? Omdat ooit ergens iemand bij de gemeente vond dat veel groen met de grond gelijk gemaakt moest worden. Ze schijnen te denken dat het daardoor mooier wordt of zo. En ze hebben het recht daartoe – had ik maar niet zo naief moeten zijn om te geloven dat ze die bosjes zouden laten staan. Dat ze uit een soort gewoonterecht zouden mogen blijven groeien en bloeien na de vele jaren waarin ze het groen maar hun gang hebben laten gaan.

De grens tussen Zandwijk en Oldegeppel loopt dwars door onze wijk heen. Vroeger kon je nog zien waar de gemeentegrens lag door naar het groenonderhoud te kijken: als dat opeens minder werd dan was je in Zandwijk aangekomen. Nu is dat verschil er niet meer. Lommerrijke rustieke plekjes en paadjes zijn verdwenen, intiem groen heeft plaatsgemaakt voor kil kaal. Vorige week is ook de boom voor mijn schuur weggezaagd en aan de overkant van het fietspad waaraan ik woon is ook al het groen rigoureus weggehakt. Het eens zo romantische volgroene laantje ziet er nu uit alsof je door een achterbuurt loopt. Ook mijn buurvrouw kan er niet meer tegen, stuurt verontruste mails naar de wethouder. Die heeft, na diverse klachten en een wijkschouw met ons, gisteren tijdens een commissievergadering eindelijk toegezegd dat het nu uit is met die kaalslag, en dat voortaan bewoners betrokken zullen worden bij het groenonderhoud. Maar ik kan er niet echt blij om zijn, want het kwaad is al geschied en met deze kaalslag had al heel lang geleden gestopt moeten zijn.

Sommige mensen zijn zich totaal niet bewust van wat ze anderen aandoen door zo in te grijpen in hun leefomgeving. De emoties die ze allemaal oproepen met iets dat totaal zinloos is. De schade die ze aanrichten door het uitvoeren van werk waaraan geen visie of beleid ten grondslag lijkt te liggen. Alsof ze nooit gehoord hebben van de voordelen van groen. Dat we het niet alleen nodig hebben voor de kooldioxide, maar ook tegen geluidsoverlast en fijnstof. Dat het rustgevend is, en vogels en vleermuizen herbergt. Dat het not done behoort te zijn om groen te verwijderen. Groen is voor mij heilig, daar moeten ze van afblijven. Het verwijderen van bosjes en struiken waarover nog nooit iemand heeft geklaagd en die niemand in de weg staan – die juist altijd zo hebben bijgedragen aan de intieme sfeer van de wijk – is bovendien ook nog eens pure geldverspilling. Ik ben deze dagen kwaad en depressief. Er is nog veel te doen in de raad!

Advaita

Date 28 februari 2007

‘Ik herken zo die advaita in haar,’ vertelt Diana me terwijl we naast het bed van mijn Wijze Tante zitten. Ze is opgenomen in een antroposofisch verpleegtehuis en heeft nogal last van haar geheugen zodat ze niet altijd weet wie je bent als je bij haar op bezoek gaat. ‘Ik wéét het wel,’ zegt ze dan diep peinzend in haar hoofd zoekend. Ja, ze weet het zeker, niet zozeer een naam maar wel het wezen van iemand. En wat is belangrijker? Ook nu hebben mijn tante en ik elkaar weer lang diep in de ogen gekeken en dan voel ik diep in haar vrede en geluk, verstilling. Ik wilde dat ze altijd zo was.

‘De v spreek je in het Sanskriet altijd als een w uit,’ vertelt ze me in de auto als ze me terugbrengt naar Heuvelstad zodat ik daar de bus kan nemen. ‘Dus niet veda’s maar weda’s En niet advaita, maar á-dwaita, met het accent op de a, want het betekent niet-twee.’ Het doet me goed nu eens van een ander te horen dat zij die ‘leer’ van het non-dualisme herkent in wat mijn Wijze Tante allemaal te vertellen heeft. Ik ben zelf ook opgegroeid met de idee dat alles één is, terwijl ik ook geloof dat dit de top van de piramide is die je beklimt als je op zoek bent naar bevrijding, realisatie, vrede, geluk of hoe je het ook noemen wilt. Dingen waar we in newageland natuurlijk veel mee bezig zijn. En die maar al te vaak vaag worden gevonden. En terecht, want heldere definities van de dingen waarover we praten ontbreken nogal eens, ook omdat het not done is om op zo’n rationele manier over godsdienstige, religieuze of spirituele aangelegenheden te praten.

Bij godsdienst met zijn rituelen om wat je doet: bevrijding komt van buitenaf en wordt gegarandeerd door bidden, zingen en andere rituelen. Planeet: Mars. Bij religie gaat het om wat je voelt: je wordt verlost door een in het hart beleefde her-binding, wat de betekenis is van het Latijnse re-ligio, je wordt met het goddelijke verenigd. Planeet: Venus. Voorbij de meer actieve en manlijke godsdienst, en de meer passieve en vrouwelijke religie, vinden we de meer neutrale spiritualiteit, waarbij het gaat om bewustzijn, afstand nemen, wat vaak geassocieerd wordt met het denken. Dit niet in de betekenis van systemen ontwerpen en leerstelsels bestuderen, maar in die van objectiveren, puur schouwen, kijken naar dat wat zich aan het bewustzijn voordoet, zonder oordeel. Planeet: Mercurius. Godsdienst is primitiever dan religie, terwijl religie weer primitiever is dan spiritualiteit. Alle drie zijn ze wegen waarin antwoord op wezenlijke vragen gezocht en gevonden worden, afhankelijk van waar je aan toe bent.

De piramide staat in een woestijn van godsdiensten die het vaak niet met elkaar eens zijn en elkaar bevechten. Sommige mensen zien de piramide, verlangen naar de top en gaan haar beklimmen. De vele wegen die de zoekers langs de verschillende zijden beklimmen zijn allemaal religies, die uiteindelijk op de top samenkomen. Daar blijken ze allemaal één en hetzelfde te zijn. Steeds meer mesen ontdekken dit: Osho, Wolter Keers, Jan van Delden, Alexander Smit, Justus Kramer Schippers, Leo Hartong, Francis Lucille, Philip Renard, Eckhart Tolle, Tyohar, Tony Parsons, Adyashanti… Het lijkt alsof de laatste jaren er steeds meer mensen verlicht, gerealiseerd raken. Dat is misschien maar goed ook, want onze samenleving verkeert in een crisis. Een crisis van het hart. Te vaak is het hart, is het gevoel taboe. Bij religie was plaats voor het hart, voor liefde, voor respect, voor verbinding, voor heelheid. Met het afzweren van de religie sinds de jaren zestig kunnen we twee kanten op: terugvallen naar een primitievere, harteloze godsdienst of doorgroeien naar een spiritueel leven, waarin het hart een eigen plek heeft en tegelijk overstegen wordt. Want bij elke crisis is er de keuze tussen een terugval of een sprong voorwaarts.

Je zou ook kunnen zeggen: religie is een verlangen naar eenheid, a-dwaita. Maar zolang er nog verlangen is, is er tweeheid. Mystiek is ook door zo’n verlangen gekleurd. Met dit alles is niks mis, maar dit verlangen moet wel zijn eigen plek krijgen als een middel, en niet als een doel op zich. Net als auto’s: die zijn er om je te verplaatsen en niet om te aanbiddden. En dank zij het feit dat ik geen auto heb en het verpleeghuis van mijn Wijze Tante buiten werktijden onbereikbaar is met het openbaar vervoer, zat ik met Diana in haar auto over advaita te praten. Ik denk erover om er in De Vuurfakkel die ik voor haar verzorg wat meer aandacht aan te gaan wijden.

Yesterday

Date 23 februari 2007

Vanmorgen lag ik op bed te luisteren naar de pas verschenen bijzondere montage-cd Love van de Beatles. De dopjes in mijn oren weergalmden gaaf Yesterday in mijn lege hoofd. Opeens was ik er weer. Zomer 1965. Ik zat in de bijkamer van het Van der Leckhuis hier in Oldegeppel. Een huis dat mooi is in zijn abstractie en eenvoud: schilderijen van kleurige blokjes aan de muren, een Rietveld-stoel en alles wit. Het was van vrienden van mijn ouders die met vakantie waren, zodat ik daar met mijn vader en moeder enkele weken kon logeren. Ik was naar Amsterdam op en neer gefietst, want in Nieuwegeppel was de lp Help! nog niet te krijgen, maar wel in Amsterdam bij mijn lievelingszaak aan de Johan Huizingalaan. Terug in Oldegeppel hoorde ik daar, in die kamer, uit het deksel van mijn Teppaz-grammofoontje voor het eerst Yesterday van de Beatles. Wilde mijn moeder enthousiast het nummer later horen, maar zij had hoofdpijn…

Vanmorgen was ik er weer, voelde de geur van zomer, zand en heide. Sommige herinneringen zijn zo sterk dat het nauwelijks herinneringen zijn te noemen. Ik was weer jong, de wereld straalde verstild onder de zon en ik voelde de blijheid van toen. En doordat ik die voelde was diezelfde blijheid hier en nu, vandaag, dit moment. Misschien kwam het omdat ik gisteren mezelf weer op een heerlijke massage heb getracteerd. Misschien kwam het omdat ik mooie, eenvoudige teksten had gelezen van Adyashanti, een Amerikaanse ontwaakte van wie ik onlangs een boek heb gekocht. Misschien kwam het omdat ik de afgelopen dagen nogal wat spanning en depressie te verwerken heb gehad en ik een beetje daarnaar heb geluisterd. Spanning in mijn lijf stroomt, en doet dat des te meer naarmate ik er meer aandacht aan geef. In die warmte smelten verharde brokken van agressie en depressie, net als de zich in het water stortende afbrokkelende ijskolommen van gletsjers.

Ik kon wel huilen van blijheid. Huilen als verdriet over de eindeloos lange weg die we steeds gaan om bij de meest dichtbijzijnde bestemming te komen: onszelf. Huilen als dankbaarheid die ik voel voor het feit dat ‘het’ altijd bij me is gebleven, me door de jaren trouw is gebleven, me nooit heeft verlaten, ondanks de vele dwaalwegen die ik ging. The long and winding road… Dit verdriet en deze dankbaarheid betekenen ook compassie: als ik zelf zo gedwaald heb, hoe kan ik anderen dan kwalijk nemen dat ze dromen? Opnieuw drong weer eens tot me door dat verlichting, bevrijding, realisatie, vrede, geluk, ontwaken, verlossing of hoe je het ook noemen wilt… hoe dat zo ontzettend dichtbij is, hoe dat zo voor de hand ligt en straalt in zijn eenvoud, hoe ik dat eigenlijk altijd al ben zonder me daarvan bewust te zijn, hoe dat niets anders is dan stille vrede waarvan alles doordrongen is. Alles ligt zo ontzettend en opvallend voor de hand, ligt zo vlak voor onze voeten dat we er overheen kijken. Daarom dringt zich steeds meer de overtuiging op dat verlichting eigenlijk alleen maar een kwestie is van goed opletten.

Een onwelkome waarheid

Date 20 februari 2007

In Blikkum zagen we hem bij de Free Record Shop: An inconvenient truth, de milieu-film van Al Gore. Voor maar € 12,99. Zaterdagavond hebben Vriend en ik hem ademloos op bed liggen bekijken. Een ontzettend mooie film, die met harde hand onze ogen voor de werkelijke waarheid opent. Want beelden vertellen meer dan woorden en kunnen ons daarom indringender met de feiten confronteren dan menig analytisch rapport vol met getallen en tabellen. Het beeld van de ijsbeer die honderden kilometers door een eindeloze poolzee zwemt, op zoek naar een houvast dat hij nergens meer zal vinden. Beelden van een stille, heimwee oproepende ongerepte natuur die onze kleinkinderen misschien niet meer zullen kennen. Beelden van onze planeet bij nacht, waar je ziet hoe grote delen ervan letterlijk in brand staan. Beelden die vertellen over de schoonheid van onze planeet en hoe we die uit commerciële en politieke belangen vernietigen.

De groeiende hoeveelheid kooldioxide in onze dunne atmosfeer hebben we aan menselijk ingrijpen te danken. Daar twijfelt geen wetenschapper meer aan. Statistieken tonen aan hoe de afgelopen 650.000 jaar de temperatuur op aarde samenhangt met de hoeveelheid kooldioxide in de lucht. En de tien warmste jaren ooit vonden alle in de afgelopen veertien jaar plaats. Dat is een waarheid die niet iedereen even goed uitkomt. Denk aan de olie- en gaslobby. Of aan de auto-industrie waar Toyota en Honda wel zuinige auto’s willen maken, maar waar Ford en General Motors het duidelijk laten afweten. Denk aan politieke belangen die daarmee samenhangen. En die kunnen goed ingeschat worden door Al Gore, die in 2000 op een haar na de presidentsverkiezingen verloor van George W. Bush. Sindsdien reist hij bevlogen de hele wereld rond met het verhaal dat hij al meer dan duizend keer heeft verteld en waarmee hij iedereen de ogen wil openen voor het feit dat het zó echt niet langer kan met onze uitstoot van kooldioxide. ‘De tijd van talmen, halve maatregelen, sussen, eigenbelang en uitstel is voorbij,’ citeert hij Winston Churchill. Vorig jaar is zijn confronterende ecologische les verfilmd als An inconvenient truth, die de op twee na best bezochte documentaire werd, na Fahrenheit 9/11 en March of the Penguins. De prachtige muziek van Michael Brook geeft extra diepte aan de beleving van deze film.

Door warmte smelt niet alleen het ijs op de polen, maar ook op de bergen. Als we ons realiseren dat 40% van de mensen leeft van smeltwater zijn de gevolgen niet te overzien. Warmer zeewater leidt ook weer tot heviger stormen en cyclonen zoals in 2005 Katrina, die onder andere New Orleans teisterde. Opwarming veroorzaakt niet alleen overstromingen – en we zien in de film wat er dan van San Francisco, Florida, Beijing, Nederland, Shanghai, Calcutta en Manhattan overblijft – maar ook grote droogtes zodat er weinig tot niets meer over is van het grote Tsjaadmeer in Afrika en van het Aralmeer in Azië. Ontdooiende permafrost ontwricht gebouwen en wegen, veranderende seizoenen doen vogels verhongeren, het warmere klimaat doet insecten in grotere gebieden ziektes overbrengen. Alles hangt het alles samen.

Maar er is nog hoop. Als de ozonlaag zich weer herstelt, waarom zou dat ook niet kunnen gebeuren met het broeikaseffect? Al Gore toont ons een aantal maatregelen waarmee de uitstoot van kooldioxide tot het niveau van 1970 gereduceerd kan worden. We kunnen die zelfs tot nul terugbrengen, als we maar willen. We zouden een voorbeeld kunnen nemen aan landen als China, die hun groeiende economie combineren met strenge milieumaatregelen waar het westen een voorbeeld aan kan nemen. De Verenigde Staten – met de Europese Unie op een goede tweede plaats – blijft de grootse vervuiler en het gerucht gaat dat Al Gore zich volgend jaar opnieuw kandidaat gaat stellen voor de presidentsverkiezingen. Dat geeft hoop.

Op www.climatecrisis.net is veel gedocumenteerd materiaal te vinden over alles wat de film behelst. Bij de dvd worden eenvoudige suggesties bijgesloten over hoe we zelf iets kunnen doen om de opwarming van de aarde een halt toe te roepen. Vervang een lamp. Laat de auto vaker staan. Recycle meer afval. Controleer uw banden. Gebruik minder heet water. Vermijd producten waarbij veel verpakkingsmateriaal wordt gebruikt. Stel uw thermostaat anders in. Plant een boom. Schakel elektronische apparaten uit. Want het is natuurlijk wel makkelijk om naar de Verenigde Staten als grootste vervuiler te wijzen, of naar de EU waar ook nog te weinig aan milieumaatregelen van de grond komt, maar uiteindelijk geldt ook hier: verbeter de wereld, begin bij jezelf. Hoe meer mensen die mentaliteit hebben, hoe meer het milieubewustzijn wordt gevoed, zodat politici worden wakkergeschud. Daar is de Club van Rome al vele decennia mee bezig. Toen in 1972 haar rapport Grenzen aan de groei verscheen, belandde het milieu wereldwijd op de politieke agenda’s. Maar helaas niet met de hoogste prioriteit die het verdient. “Toekomstige generaties zullen zich terecht wel eens afvragen: wat bezielde onze voorouders?” besluit Al Gore de film. “Waarom werden ze niet bijtijds wakker? Die vraag zouden ze ons nu al moeten stellen.”

Tony Parsons

Date 18 februari 2007

Vrijdagavond zaten we weer bij Tony Parsons, die zo’n drie keer per jaar naar Amsterdam komt. Een erudiete Engelsman, huisvader, in de zeventig. Een vrolijke man om van te houden. In het Nederlands verschenen van hem de boeken Het open geheim, Niemand hier… en …Niemand daar, en teksten en video’s van hem zijn te bewonderen op zijn website www.theopensecret.com. Hij is verlicht, bevrijd, gerealiseerd of hoe je zo iemand kan noemen die eh… eigenlijk niet bestaat. Misschien is het wel juist deze onbeschrijflijkheid die zo aantrekkelijk is en die er ook nu weer voor zorgde dat er zo’n 150 mensen aanwezig waren. Waaronder vele oude bekenden uit de Osho-wereld, zoals Maarten die achter de knoppen zat en spookachtig mijn naam de zaal rondfluisterde, en Amrito die smachtend serieus half uit zijn stoel hangend zat te luisteren.

‘This is all there is,’ begint Tony zijn verhaal. ‘All is aliveness,’ waarbij hij die tussen duim en vingers met zijn handen lijkt te proeven, zo niet fijn lijkt te malen. En als een echte zenmeester betoogt hij een kwartier in steeds andere woorden dat we in een wereld van illusie leven. Objecten om ons heen bestaan helemaal niet, zijn niet meer dan een activiteit van de aliveness: gordijnen bestaan niet, er is alleen maar leven dat gordijnt. Maar we leven niet alleen in een wereld van illusies, we zijn ook zelf een illusie. Want eigenlijk is alles ongescheiden en leven we in de droom van gescheidenheid. En zo haalt hij steeds iedere vraag inclusief de vraagsteller onderuit, want zodra je een vraag stelt waarin het woord ‘ik’ voorkomt, begint hij al meewarig met zijn hoofd te schudden om aan te geven dat je nog steeds op het verkeerde spoor zit.

De microfoon blijft rondgaan en ook ik kan niet nalaten om een vraag te stellen. Omdat hij alles steeds tot een activiteit reduceert, suggereert dat alsof er toch nog iets als tijd zou bestaan, maar gelukkig ontkent hij dat. Want ik hou niet zo van de tijd, heb vaak het gevoel dat ik op een bepaald plekje in een filmrol leef. Iets verderop in de rol is de toekomst, een stukje terug het verleden, maar de rol bestaat in zijn geheel in het hier en nu. En zo zitten waarschijnlijk veel aanwezigen te mijmeren over hun eigen vragen en belevingen terwijl Tony vertelt dat alles perfect is.

Voor mij is dat zijn kracht: zijn totale, radicale confrontatie met het hier en nu. Denk je gedachten weg en er blijft niets (of alles) over. Dan is er geen plaats meer voor problemen, voor afgescheidenheid, voor fantasieën, dromen en illusies, voor heimwee en verlangens. Wat alleen overblijft is de werkelijkheid, die de enige waarheid, schoonheid en goedheid is. Maar zelfs de awareness hiervan is Tony nog niet genoeg. Want dan is er nog altijd tweeheid, namelijk iemand die zich bewust is en datgene waarvan hij of zij zich bewust is, subject en object. Ik denk dat velen dit bewustzijn ‘verlichting’ noemen, maar kennelijk is er nog iets ‘beyond enlightenment’ om de titel van een boek van Osho te citeren. Atman en Brahman zijn nog niet één geworden en met minder dan dat is een echte meester zoals Tony Parsons niet tevreden. Bij die eenwording van atman en Brahman kan ik me trouwens niets voorstellen. Maar daar is niks mis mee, want dat kan ook niet anders.

60 jaar

Date 28 januari 2007

Vandaag ben ik 60 jaar geworden. Nu heb ik eerlijk gezegd weinig met het getal 60. Ik kan er niet zo veel mee. Bestaan er planeten die in 60 jaar rond de zon draaien? Een hoek van 60 graden, een sextielaspect is natuurlijk mooi in de horoscoop, maar niet om echt over naar huis te schrijven. Drie maal vier maal vijf, dat is het mooiste dat ik ervan maken kan. Hoewel? Een uur heeft zestig minuten! Maar wat kan ik daarmee? Me realiseren dat mijn eerste levensuur erop zit? Van binnen voel ik me nog steeds die puber van toen. Volwassen worden is nooit mijn beste kant geweest.

Natuurlijk kijk ik op zo’n moment wat terug naar de afgelopen jaren. Die zo totaal anders liepen dan ik ooit voorspeld zou hebben. Het verhuizen naar mijn geboortedorp Oldegeppel in 2001. Sybert die zo’n mooi boek over ons dorp maakte, en die ik voor het eerst ontmoette toen hij als wethouder een wijkschouw organiseerde. Waardoor ik interesse kreeg in dorpse perikelen en hier en daar mijn stem verhief en op de publieke tribune belandde tijdens raads- en commissievergaderingen. En van het een kwam het ander. Sybert interviewde me voor het dorpsblad Wei & Hei omdat hij een astroloog in Oldegeppel toch wel iets unieks vond. En later belandde ik weer in de redactie, en zo ontspon zich een zogenaamd netwerk. Voor het eerst ben ik gaan beseffen hoe zoiets werkt. Je gelooft in elkaar, steunt elkaar, en stimuleert elkaar om de beste kanten van elkaar tot hun recht te laten komen. Daarvoor moet je hart voor elkaar hebben, omdat het verbindend is, niet scheidend of concurrerend. Dat heeft niks met kruiwagens en zo te maken, maar met een positiviteit waarmee je elkaar benadert en behandelt. Waarin je benadrukt hoe belangrijk het is dat elkaars gaven tot uitdrukking komen. Je waardeert elkaar en zo wordt een netwerk een waarde-ring, om een woord van Marten Toonder (die ooit in Oldegeppel heeft gewoond) te gebruiken.

Ik ben mijn oude en nieuwe vrienden daar dankbaar voor, dat ik met deze stimulans een nieuw decennium in mag gaan. Niet in de laatste plaats Vriend, die me in veel ondernemingen onvoorwaardelijke steunde, zelfs als hij helemaal niet zag zitten waarmee ik bezig was. Hij is het, die me onder andere het enthousiasme voor de politiek heeft bijgebracht, en uiteindelijk is het via hem dat ik nu veel nieuwe mensen ontmoet, met wie ik graag na een raads- of commissievergadering in het bruine Oldegeppelse café Pake Piekstra de avond rokerig besluit. Dan voel ik me weer heerlijk thuis. En het valt me op dat ik de laatste tijd veel minder last heb van mijn rug, dat zou er best mee te maken kunnen hebben. Dank je, Vriend! Dank jullie, vrienden!

Ja!

Date 23 januari 2007

Enkele maanden voordat ik definitief het ouderlijk huis verliet typte ik op mijn kamertje in Amsterdam Slotervaart enthousiast een aantal verhalen bij elkaar. Het was de nazomer van 1968 en ik had net met mijn Gereformeerde Vriend (Niet Vrijgemaakt) een fietsvakantie in Engeland achter de rug. In Brighton had ik een zodanige zonnesteek opgelopen dat ik de rest van mijn leven nooit meer last heb gehad van een te bruin gebakken lijf. In London zag ik voor het eerst de film 2001: A Space Odyssey, die altijd mijn lievelingsfilm is gebleven. En de tekenfilm Yellow Submarine met maar liefst vier nieuwe liedjes van de Beatles. En hoorde ik voor het eerst in een platenzaak een deel van A Saucerful of Secrets, de tweede elpee van Pink Floyd. Het was één van de topjaren van ‘de jaren zestig’ (die volgens mij pas in 1973 eindigden), waarin een explosie van creativiteit plaatsvond. Iedereen had daar last van. En ik dus ook. Zo ontstond de bundel Ja! met acht kleurrijke verhalen die in elkaar overvloeien. Speels. Narcistisch. Hoogdravend. Idealistisch. Vroegwijs. Humoristisch. Visionair. Betweterig. Spontaan. Onvoorspelbaar. Elitair. Romantisch. Provocerend. Kwetsbaar. Psychedelisch. Optimistisch. Puberaal. Zelfingenomen. Maf. Arrogant. Lief. Onzeker. Mystiek. Kortom: de jaren zestig.

Over de verhalen zelf. Brief over het Ware Geloof Mijmeringen over waarneming, bewustzijn, objectivering, subjecten, paradoxen, ontspanning en meditatie, en wel in de volle overtuiging dat alle religies dezelfde basis hebben. Evolutie In een verre toekomstige wereld overleeft de ik-persoon het einde ervan, waarna hij in zijn eentje over de vrijwel levenloze aarde gaat zwerven. In bewust irritant dominerende voetnoten is te lezen hoe de stand van de wetenschap was. Mensenvlees Waarom discussiëren over begraven of cremeren, terwijl je na het sterven elkaar kan consumeren? Dat is de ware liefde, pas dán hou je van elkaar! Met veel voorbeelden uitgewerkt. Huize Nagtlust Er kunnen enigszins maffe dingen gebeuren als je alternatieve artiesten en wetenschapslui in één huis bij elkaar stopt. Om te filmen! Lucy in the Sky with Diamonds Over hoe heerlijk het is om in de lucht te zweven, springen en dansen en Amsterdam zo op zijn kop te zetten. De Zevende Hemel Hoe de ik-figuur met een knipoog sterft, in de hemel belandt, zich er uiteindelijk rot verveelt en God ter verantwoording roept. Gebed Een monologisch dialoog van de schrijver, die een stukje God is, met zichzelf. Brief over het Ware Geloof De auteur kan het niet laten om nog zo’n brief te schrijven waarin hij vroegwijs heel mooi vertelt hoe alles in elkaar zit. En hoewel hij rare ideeën over pacifisme uitdraagt, heeft hij meestal nog gelijk ook.

Bijna 40 jaar later ligt dat boek nu eindelijk voor me zoals het ooit was bedoeld. Want tegenwoordig hoef je geen uitgever meer te smeken of hij je werk wil uitgeven, maar publiceer je het zelf bij een internet-uitgever die alleen exemplaren drukt zodra ze besteld worden. Lulu is zo’n uitgever, en als je daarheen gaat en in het vakje ‘Zoeken naar:’ intikt ‘Satyamo’ kom je meteen bij Ja! terecht. Naast mijn bed ligt een hele stapel van die boeken, want zeker voor de eerste keer is het nogal experimenteren geblazen met deze manier van uitgeven. Maar het is keurig gelukt en het heeft zelfs het originele kaft uit 1968. Het stofomslag van de gebonden editie (€ 16,66) heeft ook tekeningen op de binnenflappen, maar die ontbreken in de paperback editie (€ 8,23). Het duurt even voordat je het in huis hebt, maar dan heb je wel iets unieks. Waarbij ik eerlijk moet toegeven dat Ja! geen literair hoogstandje is, maar wel ontzettend leuk en heel tekenend voor de sfeer van de jaren zestig. Een beetje angstwekkend is dat ik in 1968 nog nooit hasj of weed had gerookt, terwijl sommige passages toch iets anders doen vermoeden. Is het dan toch waar? Ben ik net als Obelix als baby in een ketel met toverdrank gevallen? Want soms is het helemaal te gek, weet je wel.

Storm

Date 18 januari 2007

2013. Na de nogal klungelig verlopen terechtstelling van Bush beginnen lange processen tegen zijn handlangers, zodat straks ook schoothondje Balkenende in de beklaagdenbank zit. De hoofdklacht is dat ze willens en wetens het milieu naar de knoppen hebben geholpen, zodat we nu zitten met de gevolgen van de klimaatverandering. Hoewel met de uitgaven aan oorlogen alle problemen meerdere keren uit de wereld hadden kunnen zijn geholpen, kozen zij liever voor macht, wapens, armoede en ziekte. De hoofdstad van Nederland heet Amster en de grote haven Rotter omdat dammen in geen wegen of velden te bekennen waren toen we die nodig hadden. De bevolking is gehalveerd door verdrinking, terwijl later velen omkwamen door honger, dorst, uitputting of ziekten als malaria. Ik zit op de bemoste dakpannen van mijn huis over het water uit te kijken naar de televisietoren en de spitsen van kerken en moskeeën die boven het water uitsteken. Veel mensen konden niet meer gered worden en zijn verhongerd op de daken van hun huizen, en zonder elektriciteit lag alle communicatie vanaf mobieltjes tot en met internet stil. Het werd ook heel stil onder de langdreinende moessons, waartegen nauwelijks bescherming meer was. omdat men in de afgelopen jaren zoveel mogelijk bomen heeft gekapt om het genot van Google Earth en andere spionage te verhogen…

Heel stil was het ook vannacht. Een onhoorbaar geluid dat je mist. Ben ik wakker of slaap ik? In die wat naargeestige stilte voor de storm zwalkten sombere gedachten door mijn hoofd. Sinds de jaren zestig is de wereld er alleen maar op achteruit gegaan. De mensen worden steeds egoïstischer, trekken zich steeds minder van elkaar aan en cultiveren zelfs die mentaliteit alsof dat iets bewonderenswaardig is. Iets heerlijk manlijks, flinks om je te verliezen in de survival of the fittest. De concurrentiemaatschappij, marktwerking, en dat allemaal om nog kiener, nog slimmer te worden, lees: nog doortrapter en commerciëler. Alsof het maatschappelijk leven één grote ontgroening is geworden opdat we straks als ‘echte kerels’ ons mannetje zullen staan. Kaalgeschoren zijn we nog niet, maar na ontbossen van borst en benen en alles dat daartussen zit zal dat nog wel volgen. Trots moeten we kunnen zijn op onze slagkracht, op hoe we anderen kunnen belazeren in woorden, massamedia en reclame. Terwijl de voedselbanken uit de grond rijzen zijn we trots op onze welvarende economie en hopen we dat de AEX boven de 500 blijft dank zij de VOC-mentaliteit van uitbuiting, moord en plundering. En het ergste is dat we met dit alles het milieu en het klimaat, en daarmee onze hele wereld naar de knoppen helpen. De smoes dat het natuurlijke fluctuaties zijn gaat niet meer op – steeds meer wetenschappers zijn ervan overtuigd dat vooral menselijk ingrijpen verantwoordelijk is voor de klimaatverandering. Dus ook voor deze te warme januarimaand. Dus ook voor deze storm.

De wereld wordt steeds minder leuk om in te leven en steeds meer mensen denken erover om te emigreren. Voor de ultieme emigratie vind ik het nog wat te vroeg, hoewel ik er soms wel naar verlang, zoals het een goed romanticus betaamt. Het lijkt me steeds makkelijker om te sterven, wat natuurlijk ook met het ouder worden te maken heeft. Want op een zekere leeftijd zie je hoe alles zich steeds herhaalt, hoe steeds elke generatie opnieuw het wiel uitvindt en dezelfde fouten maakt als de generatie die haar heeft voortgebracht en tegen wie ze zich zo verzette. Je gaat alles wat meer relativeren en krijgt tegelijk een hopeloze compassie. Voor je eigen kinderen die je opnieuw verliefd ziet worden terwijl je in gedachten al het servies door de kamer ziet vliegen. Voor de onbeschofte buschauffeur die ook niet beter weet dan dat hij stipt op tijd moet rijden, elektronisch gecontroleerd wordt en niet meer over de mobilofoon met zijn collega’s kan babbelen. Voor de druk druk drukke manager die zichzelf overschreeuwt om weg te vluchten van zijn grote leegheid en machteloosheid. Geleidelijk aan zie je hoe de wereld een rotzooitje is. En altijd een rotzooitje zal blijven. En dat dat goed is. Want stel nu eens dat onze maatschappij ideaal was, wat dan? Dan zou hij niet meer de ultieme uitdaging zijn om je te testen op je identificaties. Want dat is de wereld: een leerschool om erachter te komen in welke mate je je vereenzelvigt met alles en iedereen om je heen. Wees in de wereld, maar niet van de wereld, zei Osho vaak. Blijf in het centrum van de cycloon.

Liggend in bed voelde ik mijn lijf en mijn gevoelens. Kon even stil liggen kijken naar de wild zoemende chaotische wolken van gedachten in mijn hoofd. Het maakte niets uit wat al die insecten me wilden zeggen, er was iets dat dit allemaal waarnam. Wie? Wat? Waar? Met het goede voornemen bewust te blijven viel ik in slaap. Om vandaag overdag weer eens verder te oefenen. Treinen rijden niet meer. Bomen vallen op gebouwen en auto’s, waarbij doden vallen. Een motorrijder, een bromfietser en een fietser komen om in het verkeer. Een bouwkraan valt op een universiteitsgebouw. En de gemeenteraadsvergadering, die ik zo mooi had voorbereid, is uitgesteld. Ik hoor de takken van een boom tegen de muur en het dak slaan en vind het eigenlijk nogal eng allemaal. Snel deze weblog maar publiceren, voordat het dak boven mijn hoofd eraf waait. Wees in de wereld, maar niet van de wereld. In het centrum van de cycloon. Wees in de wereld, maar niet van de wereld. In het centrum van de cycloon. Wees in de wereld, maar niet van de wereld. In het centrum van de cycloon…