27 september 2007
Die vrije markt die tot meer concurrentie zou moeten leiden en daarom goed is voor de consument… Ik geloof er niets van. Die vrije markt betekent gewoon dat de grootste alle kleintjes opeet en dat er één het monopolie overhoudt. Survival of the fittest. Van bijvoorbeeld Microsoft. Want laten we eerlijk zijn: Windows, nee: Microsoft Windows, domineert toch wel een beetje. Net als de vele programma’s die deze softwareheerser maakt, zoals het hier en daar toch wel knullige Word, nee: Microsoft Word. En hun Internet Explorer, nee: Windows Internet Explorer beheerst de markt zodanig dat veel websites expliciet vermelden dat hun site het best te gebruiken is met deze Microsoft browser. Als zo’n gigant dan het onderspit delft wegens misbruik van zijn monopoliepositie – bijvoorbeeld door serverprotocols niet vrij te geven – dan is het echt genieten geblazen. Hoewel dat eigenlijk niet mag, dat uitlachen, als je een beetje spiritueel pretendeert te zijn zoals ik.
Even wat minder spiritueel dus. Veel mensen hebben spijt van Vista, nee: Microsoft Vista in hun computer en willen terug naar Microsoft XP. Omdat het te vaak vastloopt. Omdat programma’s er niet goed onder draaien. Er schijnt een handel te ontstaan in het vervangen van Microsoft Vista met idem XP in nieuwe computers. Back to XP. Leuk! Zelf heb ik in mijn nieuwe computer ook weer XP laten zetten omdat de voordelen van Microsoft Vista me nog steeds niet duidelijk zijn. Het enige waar men het over heeft is de vormgeving, en dan is er geloof ik ook nog iets met DirectX 10, nee: DirectX® 10, waarmee je spelletjes nog sneller gaan. Dat is dan een voordeel, moet ik toegeven. Maar dan alleen omdat ik daarmee de wereld van Second Life nog sneller en scherper om me heen kan beleven. Mijn computer is er wel klaar voor. Voor Microsoft Vista bedoel ik, maar ik wacht eerst het zoveelste servicepack af.
Het blijft een raadsel voor me waarom Microsoft om de zoveel jaar een nieuw besturingssysteem lanceert in plaats van het huidige in orde te maken. Want ook bij XP staat af en toe mijn verstand stil. Zo kwam ik programma’s als Desktop Search tegen, waarvan ik het nut niet snapte omdat het enige dat overzichtelijk was en waar ik niet hoefde te zoeken mijn desktop was. Toen ik begreep dat je ook op andere plekken van de computer kon zoeken werd het zo ingewikkeld allemaal dat ik de neiging om dat hondje de nek om te draaien vaak moeilijk kon weerstaan. Het is maar een voorbeeld. Net als dat register dat als een soort astraal lichaam aan je computer geplakt lijkt te zijn, want hoe en waar dat nou als bestanden op je harde schijf aanwezig is blijft een raadsel. Net als al die beveiligingen en rechten waar ik niks van snap en die ervoor zorgen dat ik op mijn eigen alleenstaande computer door allemaal waarschuwingen heen moet klikken en mezelf certificaten moet uitreiken om mijn eigen zelfgemaakte bestanden te kunnen openen. Net als al die updates die ongevraagd op de achtergrond je computer binnenlopen en vertragen, is daar geen beveiliging tegen?
Vandaag had ik weer een leuke melding na het aanklikken van een hyperlink: de internetserver of de proxyserver is niet gevonden. Onzin natuurlijk, want met dat webadres is echt niks mis. Een leugen dus eigenlijk. Gelukkig ben ik niet gaan googlen op ‘internetserver’ of ‘proxyserver’ of naar de helpschermen gegaan, waar ik zonder meer verdwaald zou zijn geraakt in een bos met zoveel bomen dat zelfs ik er niet meer van hou. En wat ik dan nog het ergste met dit soort foutmeldingen vind, is dat ik er maar op één manier op kan reageren, namelijk door op de knop OK te klikken. Zo word ik dus tot leugenaar gecorrumpeerd, want het is helemaal niet okay. Geef je fouten toch toe, Microsoft en verander de tekst op dat soort knoppen in NOK, dat is eerlijker!
Gepost in Computer en internet
Geen reacties »
19 september 2007
‘Ouders veroorzaken chaos bij scholen,’ kopt Planet Internet vandaag. Dat komt me bekend voor, want dit is ook één van de grote problemen van Oldegeppel. Sinds enkele jaren staat daar een veel te groot schoolgebouw, waar het een drukte van jewelste is als kinderen worden gebracht en afgehaald. Met de auto. Omdat dat veiliger voor de kinderen is. Te voet of te fiets zouden ze wel eens onder een auto kunnen komen. Een vicieuze cirkel waar je niet uitkomt. In ons dorp komt daar nog bovenop dat ouders uit de wijde omgeving hun kinderen graag op deze school willen plaatsen. Misschien vanwege de kwaliteit van het onderwijs. Misschien vanwege het hoge witgehalte. Maar wel zeker vanwege de kinderen van bekende Nederlanders die er te vinden zijn. Ja, daar heb je wel wat voor over, om over je zoontje of dochtertje te kunnen vertellen dat hij of zij bij B.N. in de klas zit! Die school heeft echter zo’n aantrekkingskracht dat er bij de gemeente wordt aangeklopt voor extra geld voor lokalen, en bij openbare scholen kom je niet onder zo’n verplichting uit. Tenzij zo’n school ook nog elders lokalen heeft, zoals in ons geval in de wijk Graasland, zo’n twee kilometer verderop, waar nog steeds ruimte over is. Maar ja, daar zitten zoontje en dochtertje B.N. niet op school. Maar moet je als gemeente dan gaan betalen voor de B.N.-geilheid van ouders door bij te dragen aan nóg meer kinderen en drukte en gevaar ons centrum? No way! Laten ze eerst die school in Graasland maar vullen!
Alsof het niet al erg genoeg is dat al die ouders hun kinderen met de auto op school afleveren, komt daar ook nog bij dat velen weinig kaas van verkeersregels hebben gegeten. Zodat het inderdaad een ‘chaos’ is, waar veel geld te verdienen zou zijn als je de hand daar hief. Dat wordt veel te weinig gedaan. Wat te denken van de man die op het dorpsplein zijn auto precies vóór de deur van Gall & Gall plaatst, zodat andere bezoekers er echt omheen moeten lopen? Die er eigenlijk nog over klaagt dat hij met zijn auto niet in de winkel kan? Niet dat fietsers veel beter zijn hoor, maar die staan toch wat minder in de weg. Nou ja, precies voor de ingang van de Albert Heijn in Zandwijk zou ik er graag per ongeluk een paar willen omgooien, maar er is iets al dan niet hypocriets in me dat me tegenhoudt. Handhaven schijnt heel moeilijk te zijn, en vaak hoor je roepen dat je geen regels moet maken ´als je toch niet kunt handhaven.’ Geloof ik niet in. Als je wilt handhaven, kan je ook handhaven. Omdat de vervuiler betaalt. Een voorbeeld. Als automobilisten steeds te hard willen rijden, moeten ze zelf maar al die drempels, druppels, chicanes en wat dan ook betalen. En het openbaar vervoer compenseren. De chauffeurs geldelijk belonen voor al het extra gemanipuleer om hun bussen door en over dat alles heen te wurmen, en de passagiers die misselijk worden van al het geslinger en gehos waaraan ze worden blootgesteld.
Openbaar vervoer! Dat is ook zo’n vicieuze cirkel. Automobilisten stappen niet in trein of bus omdat die te slecht zijn. Connexxion doet hier en daar echt zijn best, dat moet ik toegeven, maar over de spoorwegen durf ik niet hetzelfde te zeggen. ‘Tickets en service’ zie ik in goed Nederlands boven de lokethallen oplichten – kennelijk zijn zij zich nog wel van het verschil tussen die twee bewust. Want vervolgens lees je boven de balie dat je voor het kopen van een kaartje € 0,50 moet bijbetalen. De NS is voor mij een typisch voorbeeld van een bedrijf dat het niet snapt. Op stations zijn steeds minder banken te vinden. De hal van het Amsterdamse Amstelstation straalt wat dat betreft pure armoede uit. Soms ga ik op een perron demonstratief op de grond zitten als ik moe ben. Ze bekijken me maar. In de sneltreinen zijn geen consumpties meer te krijgen. Rookcoupés zijn afgeschaft. Ziekmakende reclames vullen de stationshallen, waarbij ik me erover verwonder dat zoiets als Hoog Catharijne zomaar mag. NS is zelfs te beroerd om strippenkaarten te verkopen. Liever dan wat meer conducteurs op de treinen te zetten, steken ze nu vele miljoenen in die poortjes waardoorheen we onszelf straks als gechipte varkentjes laten drijven.
Kortom: NS doet erg zijn best om zo min mogelijk last te hebben van reizigers, en dat zal dit bedrijf toch vandaag of morgen opbreken. Omdat het zijn klanten onpersoonlijk behandelt. Omdat het geen hart heeft. Omdat alles alleen maar om geld en efficiency draait. Dat het aantal reizigers toeneemt is waarschijnlijk alleen te danken aan hun monopoliepositie en het feit dat steeds meer automobilisten de files zat zijn. Files die men weer wil oplossen door meer asfalt. Wat volgens mij alleen nog maar meer auto’s zal opleveren, dus dat is dweilen met de kraan open en geeft nog meer stank en kabaal en doden en milieuschade. Hoewel NS het niet verdient, zou de overheid het openbaar vervoer nu eens echt serieus moeten nemen, en de miljarden moeten geven waarom gevraagd wordt. Je maakt mij niet wijs dat je zo niet veel meer mensen in bus en trein kan krijgen. Een besluit nemen is de enige manier om de vicieuze vervoerscirkel te doorbreken. Een besluit waarmee nu echte oplossingen een kans krijgen, en we niet worden afgescheept met creatieve hoogstandjes als de pafpaal.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
16 september 2007
Deze week kwam weer een nieuw nummer uit van InZicht, het mooiste tijdschrift dat ik ken. Het is ‘gericht op het laten wegvallen van beperkingen, op bevrijding door zelfkennis. Een verdiept inzicht in zichzelf betekent een relativering van beperkende factoren, een sterkere werking van ontgrenzende liefde, en de ontplooiing van de ervaring dat er in het geheel geen beperkende grenzen zijn. Het ontstaan van dit inzicht in de nondualiteit is de Bevrijding, de Verlichting, die grote consequenties heeft voor het leven en samenleven.’ Met andere woorden: het gaat over a-dvaita, niet-twee, de bevrijdingsweg van de Advaita Vedanta waarvan de bronnen teruggaan tot het India van rond de zesde eeuw, waar we Gaudapada en Shankara aantreffen. Daar ontmoeten we ook Ashtavakra, die wellicht de meeste kernachtige verhandelingen heeft nagelaten en aan wie Osho zijn lezingencyclus Enlightenment, the only revolution heeft gewijd, in het Nederlands door Osho Publikaties uitgebracht als De psychologie van verlichting. Maar ook bij mijn Wijze Tante meen ik veel advaita te herkennen, iets waarover ik in februari in deze weblog schreef toen het me goed deed te merken dat ik hierin niet de enige was.
De psychologie van verlichting. Tijdens mijn doctoraalstudie psychologie hield dat onderwerp me hevig bezig. Want ik ben van de generatie die nog geloofde in en werkte met de Client Centered Therapy van Carl Rogers, waarin onvoorwaardelijke acceptatie een centrale rol speelde. Gewoon alles laten zijn zoals het is, zonder oordelen, dat was en is voor mij de enige weg naar de waarheid, die ik zowel bij Rogers als bij Osho tegenkwam. Wat is dan het verschil tussen psychotherapie en spiritualiteit? Wat was het verschil tussen een fully functioning person en een verlichte? En is acceptatie niet de enige manier om echt objectief te zijn, juist omdat het je dan niets meer kan schelen hoe de werkelijkheid eruitziet? En is ontspanning niet de enige staat waarin de echte werkelijkheid onbevangen en onbevooroordeeld onder ogen kan worden gezien. Dat leerden we ook al in het studieblok gedragstherapie, waar bij de behandeling van fobieën onder de vlag van reciproke inhibitie en successieve approximatie eigenlijk iets verteld dat aan het spirituele grensde. Zo werd op die vijfde verdieping van de Doodskist op het Weesperplein heel stiekem getipt aan processen die, voor zover men zich er al van bewust was, meer aan het spirituele grensden dan men zou willen toegeven in wetenschapsland.
Het septembernummer van InZicht gaat over de relatie tussen advaita en psychotherapie, een onderwerp dat me al decennia lang boeit. Onder de kop ‘Radicale acceptatie’ opent Hans van den Boogaard zijn woord vooraf . Robert Hartzema schrijft over spirituele arrogantie en pleit voor een stevige basis van psychische gezondheid, want een vliegtuig kan niet opstijgen uit een moeras maar alleen vanaf een betonnen startbaan. Adyashanti, die meerdere keren over ‘het vuur van de waarheid’ spreekt, vindt in een interview dat therapeuten het beste zelf ontwaakt kunnen zijn. We lezen over hoe U.G. (‘de andere’) Krishnamurti precies op zijn 49e verjaardag verlicht werd, wat hij heel fysiek als een ‘ramp’ ervoer. Steven Harrison verkondigt onder de kop ‘Leven in een denkbeeldige wereld’ precies het tegengestelde van wat ik zelf al maanden roep als hij onder andere schrijft dat we uit de denkbeeldige wereld moeten stappen en naar de feitelijke wereld moeten gaan, waarin hij de mijns inziens primitieve hier en nu-wereld van indianen in de Amazone idealiseert en te weinig ruimte overlaat voor transpersoonlijke ervaringen, die dwars door tijd en ruimte gaan. Jan Foudraine heeft medelijden met psychotherapeuten die moeten werken met behandelplannen, classificaties, protocollen en dossiers terwijl het alleen maar om de Leegte gaat want ‘dan is er een zien en horen zonder enig vooroordeel of vooringenomenheid.’ Franje de Waard vertelt over haar recente boek Spirituele Crises en over haar benadering die geïnspireerd is door de ‘diamond approach’ van A.H. Almaas, waarbij ze het ook heeft over ‘innerlijke goddelijkheid’ en ‘gnosis’. Erwin Knijnenburg eert zijn leraar Philip Renard met een artikel over waarheid en gaat herkenbaar diep in op zaken als oprechtheid, wat begint met het herkennen van de kleine smoesjes die je jezelf vaak toefluistert. In een interview zegt Prajnaparamita dat spiritualiteit er eigenlijk alleen is ‘voor gezonde, stabiele mensen. Je moet rijp zijn en stevig in je schoenen staan om je volledig over te geven aan… Wat zullen we zeggen? Aan waarheid, liefde, aan al wat is.’ Een column van Helena Klitsie besluit deze nieuwe InZicht met haar verhaal hoe ze verder ging zoeken: ‘Op een gegeven moment kon ik het niet meer horen dat het slechts mijn karma was dat uitgewerkt diende te worden, dat het leven lijden was, dat het ik dat deze problemen had in feite niet bestond,’ vertelt ze, waarin nog altijd een bijna niet uit te roeien Calvijn te beluisteren is.
Waarom ik hier alle artikelen en wat kernbegrippen heb genoemd van dit blad? Omdat ik er heel enthousiast over ben, en hopelijk een indruk geef waar het over gaat. Omdat het de meest wezenlijke vragen in het licht zet, zoals over bewustzijn en liefde, over afgescheidenheid en heelheid, over werkelijkheid en illusie. En daarmee over mij en mezelf, over ik en de ander, over wij en de wereld. Alleen door ons aan die vragen te wijden is er iets als bevrijding of verlichting mogelijk. Individueel. Collectief. Mondiaal. Alleen radicaal zelfonderzoek kan ons nog redden. Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Zoals al eerder gezegd: dat heeft niets met narcisme te maken, maar alles met hoe dingen nu eenmaal werken. Alleen inzicht geeft uitzicht.
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit
Geen reacties »
13 september 2007
Als kind was ik diep onder de indruk van de goochelkunsten van mijn grootvader. Hij woonde met zijn tweede vrouw op de Minervalaan in Amsterdam, was bekend om zijn journalistiek werk voor het Algemeen Handelsblad, zijn dichtbundels en niet te vergeten een driedelig standaardwerk over Albert Verwey. Een echte tachtiger zoals het hoort. Ik herinner mij hem als een oude, erudiete man en wij vermaakten ons met ivoren spelletjes als domino en mikado op een Perzisch tafelkleed. Op dat kleed wist hij rode balletjes tussen zijn vingers te vermenigvuldigen, maar hij ging ook wel eens tussen de schuifdeuren staan en toverde een kaart met klaver zes om in een met zeven klavertjes. Pas jaren later heeft hij me die kaart gegeven, waarop heel slim met drie onzichtbare draadjes een los zwart klavertje over de kaart kon schuiven, ook over een ander gedrukt klavertje zodat je het niet zag. Als kind vergaapte ik me aan de goochelkunsten die bij Witbaard in een winkelruit op de hoek van de Quellijnstraat en de Ferdinand Bolstraat te koop stonden, allemaal op een mooi houten plankje. De winkel bestaat nog steeds. Maar hoe ik er ook van onder de indruk was, als kind heb ik zelf nooit veel gegoocheld. Ja, ik had natuurlijk wel een goocheldoos, maar ik vond het niet echt en overtuigend genoeg. Goochelen is misschien wel helemaal niet leuk voor de goochelaar zelf, omdat hij de trucs kent.
Zoals vele anderen heb ik het goochelen de laatste tijd weer herontdekt. En dan bedoel ik niet zoiets als lessen Verweer tegen de zwarte kunsten op Zweinstein, maar het inmiddels door vrijwel iedereen gebruikte Google dat in de loop der jaren als één der beste zoekmachines uit de bus is gekomen. Even zoeken op het internet heet tegenwoordig googelen of googlen, als ik het Witte Boekje mag geloven. Ik googel/google, hij googelt/googlet, wij hebben gegoogeld/gegoogled. Dag in dag uit. Want wie heeft bijvoorbeeld deze weblog mogelijk gemaakt? Google. En wat is de naam van een beroemde postbezorger? G-mail. En wat geeft ons een nieuw perspectief op de aarde? Google Earth. En hoe wijzen we, al dan niet in combinatie daarmee, iemand de weg? Google Maps. En wie heeft mijn digitale fotoalbum Picasa gemaakt? Google. Vandaag heb ik in mijn webbrowser een Google Toolbar geïnstalleerd, waarmee ik kan zien hoe de websites van mezelf en anderen scoren op de ladder van belangrijkheid. Om daar zo hoog mogelijk op te klimmen heb ik onder andere Google Adwords geactiveerd waardoor mijn Aries Astro-Services opeens veel meer bezocht wordt. Wat ik weer zie met Google Analytics waarmee ik aantallen en soorten bezoekers dagelijks kan volgen. En tja, verder laat ik Google Alerts me een seintje geven als er ergens een nieuwe Satyamo door het internet wandelt. En vind ik iGoogle wel handig als zelf te configureren openingspagina, zodat ik meteen het nieuws uit volgens mij belangrijke bronnen zie, het weer, storingen in openbaar vervoer en gemiste uitzendingen die ik nog kan bekijken.
Ik ben nog lang niet ontgoogled dus. Want wat Google maakt zit praktisch en eenvoudig in elkaar en mag wat mij betreft een prijs voor gebruikersvriendelijkheid hebben. Dat doet Microsoft ze niet na. En ze lijken de macht over te gaan nemen, want waar is zoveel informatie te vinden als in alle computers van Google? Met bijvoorbeeld alle zoekopdrachten en de resultaten daarvan? Ik zie meneer Bush al zijn vingers aflikken! En wie en wat bepalen welke sites high ranken bij Google? Kortom: kennis is macht en ik vind het toch een tikje benauwend dat dit alles bij één commercieel bedrijf beland is. Aan de ene kant denk ik zoals zo velen: ik heb niets te verbergen, dus waar zal ik me druk over maken. Maar aan de andere kant heb ik wel recht op privacy en wil ik de garantie dat alles wat ik zoek, mail, chat en bekijk meteen verdwijnt uit andere computers dan de mijne en die van degene met wie ik mail of chat.
En dat laatste weegt toch zwaarder voor me. Moet ik dan toch maar eens gaan omkijken naar andere zoekprogramma’s? Een andere e-mail client gaan gebruiken? Atlassen met mooie luchtfoto’s aanschaffen? En een klassiek fotoalbum (met leren band) gaan volplakken? Onder Linux gaan draaien? Mijn computer afkoppelen van het internet? Zodat die eindelijk ook weer eens rust heeft, en niet steeds gestoord wordt van updates die op de meeste onmogelijke momenten binnenstromen? Brieven weer met een typemachine of met de hand gaan schrijven? Weer live televisie gaan kijken? Veel meer gaan bellen en faxen, zoals vroeger? Girootjes uitschrijven en via de brievenbus versturen? Deze weblog per post voortzetten? Ik kom er niet uit, want dit alles lijkt me nogal onmogelijk. Het enige dat overblijft is knokken voor privacy. Je kunt bijvoorbeeld heel demonstratief weigeren om naar de Verenigde Staten te reizen. Maar hoe kun je weigeren om te Googlen? Wat zijn de alternatieven? Die vrije markt is helemaal niet zo goed voor ons, want die leidt er altijd toe dat er eentje de machtigste is. Hoe laat ik Microsoft weten dat de inhoud van mijn computer hen niks aangaat? Hoe kom ik er achter wat Google allemaal met mijn gegevens goochelt? Talloze vragen waarop ik nog geen antwoord heb. Toch eens Google op loslaten.
Gepost in Computer en internet, Uit mijn leven
Geen reacties »
30 augustus 2007
Eindelijk zomer! Het werd tijd! Op zondag wandelen we door Oldegeppel. Op de smalle stoep van de Kerkweiderweg komt ons een fietser tegemoet. Die weg heeft namelijk alleen aan de zuidkant een fietspad en kennelijk woont hij ergens de noordkant van deze nogal drukke verbinding tussen ons dorp en de hei, vanwaar het verder gaat richting ziekenhuis en autoweg.
‘Er komt aan deze kant binnenkort óók een fietspad hoor!’ roep ik hem toe. ‘Nog een jaartje geduld!’ Hij stapt rustig af, blijkt van het een en ander op de hoogte te zijn, en laat me weten een tweede fietspad eigenlijk onzinnig te vinden.
‘Maar de provincie betaalt…,’ sputter ik nog tegen, waarop hij zich terecht afvraagt of die provincie dan geen betere dingen met haar geld kan doen. ‘Maar we zitten met een verkeerscirculatieplan en daarin is besloten dat langs alle wegen waar 50 kilometer of harder mag worden gereden aan beide zijden een vrij fietspad komt,’ leg ik tevreden uit. Verkeerscirculatieplan, dat vind ik nou zo’n mooi woord! Wat meewarig schudt de man zijn hoofd.
‘Meneer, er komen hier hooguit honderd fietsers per dag langs! Waar zijn ze nou mee bezig?’ Mijn laatste kruit: ‘Ik fiets daar zelf ook vaak naar beneden en vind het best eng om dan tegenliggers te ontmoeten op dat pad. Je gaat daar snel naar beneden hoor!’ Echt sterk vindt hij mijn argument niet. Een tikje oneens nemen we afscheid, en hij wenst ons welgemeend nog een prettige wandeling toe.
Eigenlijk heeft hij helemaal gelijk. Zelfs als het de gemeente niks kost zou je geen energie in dit soort projecten moeten stoppen. En er ook niet aan moeten meewerken. Maar dan zitten we nog wel met dat verkeerscirculatieplan! Als je zoiets hebt aangenomen – en dat hebben we – dan moet je het ook uitvoeren. Niets is zo stagnerend en frustrerend als het steeds maar bijstellen van plannen en besluiten, daar word je als college en ambtenarenapparaat horendol van. Dat moet je alleen maar in uiterste gevallen doen, bijvoorbeeld als blijkt dat er bijzonder ingrijpende gevolgen – door wie dan ook – over het hoofd zijn gezien, zoals indertijd het plan voor een weg door het Graaslandpark, waar we gelukkig een grote stok voor hebben kunnen steken. Voortschrijdend inzicht mag er zijn, maar het roer zou je alleen bij zwaarwegende argumenten of feiten moeten omgooien. Als je achteraf niet echt tevreden bent met een genomen besluit, als je vindt dat het mooier had gekund, dan moet je niet de uitvoerenden van dat besluit met de brokken laten zitten, maar er zelf iets van leren. Voor een volgende keer.
Dus laat dat fietspad, dat verhipte fietspad zoals Ondernemend Coalitiegenoot Rob dat noemde, er maar komen. En het is handig dat dit gecombineerd wordt met het afkoppelen van regenwater, zodat dat niet meteen het riool in verdwijnt. En voor mij is het trouwens makkelijker als ik komend vanuit het dorp over de heide wil gaan fietsen, want dan hoef ik niet meer zowel beneden als boven de weg over te steken. Fietsers oversteken, daar hebben fietsers een bloedhekel aan. En ik ook.
Gepost in Maatschappij en politiek, Mijn dorp
Geen reacties »
26 augustus 2007
De in New York wonende en werkende econome en juriste Heleen Mees eist dat hoogopgeleide vrouwen er een baan op na houden van minstens vier dagen in de week, zo schrijft ze in haar recent verschenen bundel Weg met het deeltijdfeminisme! Onder de kop Huisvrouw moet altijd in de verdediging wijden Sandra Donker en Floor Ligtvoet in de Ooi- en Geemlander een halve pagina aan dit onderwerp. Er lijkt een strijd te ontstaan tussen enerzijds ruim 900.000 vrijwillig werkloze vrouwen die liever kinderen opvoeden en het huishouden doen, en anderzijds dames als Heleen Mees en uiteraard het kabinet dat het liefst zoveel mogelijk mensen betaalde banen injaagt. Niet alleen de VOC-mentaliteit, maar ook de WIC-mentaliteit is in de club rond Balkenende, Bos en Rouvoet stevig aanwezig. Want mensen verplicht aan het werk zetten doet sterk denken aan slavenhandel. Dat de kabinetten rond Balkenende nooit echt hebben uitgeblonken qua intelligentie is tot daaraantoe, maar als deze domheid dan ook nog gecombineerd wordt met kortzichtigheid voorspelt dat niet veel goeds.
Om onze collectieve voorzieningen op peil te houden heeft de Sociaal Economische Raad aangegeven dat een arbeidspercentage van 80% noodzakelijk is, lees ik. Terwijl we in Nederland nu nog op het voor Europa bovengemiddelde van 70% liggen. Heleen Mees ziet in de niet fulltime werkende vrouwen ‘een verraderlijk mengsel van traditionele rolpatronen’ die verantwoordelijk zijn voor kapitaalvernietiging, en de Amsterdamse bijzonder hoogleraar Actief burgerschap Evelien Tonkens valt haar bij door thuisblijfmoeders ‘een groot verlies van kapitaal op de arbeidsmarkt’ te noemen. ‘Het is terecht dat hun positie nu onder druk komt te staan.’ Eén argument om hoogopgeleiden aan het werk te zetten is het feit dat er veel gemeenschapsgeld in hun opleidingen zit. Maar misschien getuigt het juist van ontwikkeling als je als vrouw ervoor kiest om minstens een deel van je tijd te wijden aan het opvoeden van kinderen. Misschien is dat wel emancipatie, terwijl Mees en Tonkens – en natuurlijk ons huidige kabinet – ons geestelijk kapitaal willen vernietigen!
Mijn Wijze Tante legt vaak de kern van begrippen bloot door de woorden met afbreekstreepjes te schrijven. Bewust-zijn. Dat gebruik voortzettend zou ik willen schrijven: e-man-cipatie. Want wat ik sinds de jaren zestig van vrouwenemancipatie heb meegemaakt is vaak doorgeslagen naar een overwaardering van manlijke rollen: vrouwen die mannen willen zijn in plaats van voor hun eigen unieke vrouwelijkheid op te komen. Met als gevolg dat er eigenlijk nog nauwelijks echte vrouwen rondlopen omdat teveel van hen teveel van hun manlijke kant laten zien. Kennelijk moeten vrouwen meer doorbreken naar topfuncties en even grote vechtjassen worden als mannen. Natuurlijk moeten vrouwen en mannen gelijke kansen hebben, maar dat wil nog niet zeggen dat mannen en vrouwen hetzelfde zijn. Jammer eigenlijk, want in de jaren zestig leken de jongeren qua sekse een beetje naar elkaar toe te groeien, leken de eerste stappen naar de androgyne mens gezet te worden. Jongens durfden er vrouwelijker bij te lopen, meer sexy en bloot, zeker in hippiekringen, waarbij ze niet meteen als een nicht werden bekeken. En meiden kwamen er door de emancipatie aan toe hun manlijke kanten te ontdekken, wat dus helaas nogal is doorgeslagen.
Misschien is het bovenstaande voor Germaine Greer wel gesneden koek. Ook zij bekritiseert het gegeven dat mannen niet aan hun vrouwelijke kanten willen toegeven, bijvoorbeeld omdat ze te weinig voor kinderen willen zorgen. Volgens Wikipedia kiest ze ook voor de ‘emancipatie van de man, de bevrijding van zijn mythische last van superioriteitsgevoel.’ Zij is de cultuurfilosofe als het gaat om vrouwen- en mannenrollen in de samenleving. Een paar jaar geleden liet ze haar boek De Jongen het licht zien. Hierin ‘verzet Germaine Greer zich tegen de overheersende rol van de vrouwelijke schoonheid in de kunst en de media in de afgelopen periode,’ lees ik op de achterflap. ‘In de eeuwen ervoor was het juist de man, en dan met name de opgroeiende jongen, die het schoonheidsideaal beheerste.’ Helemaal mee eens, en dat niet alleen verstandelijk. Zeker als ik de 256 pagina’s met foto’s doorbladerend geniet van wat voor mij schoonheid is.
Maar intussen zijn er anno nu nog nauwelijks echte vrouwen te vinden, en dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Vandaar dat ik blij ben dat nu de thuisblijfmoeders zich emanciperen, dat er vrouwen zijn die het recht opeisen om vrouw te zijn. Die zo op hun eigen wijze bijdragen aan de samenleving. Door er voor hun kinderen te zijn. Door ze niet als een product te beschouwen dat je vanuit de auto in de crèche of de school kiepert, een snelle maaltijd door de strot jaagt of achter de computer ploft om even van ze af te zijn. Kinderen, die eigenlijk veel te lastig zijn omdat ze aandacht willen hebben. Wat ze niet krijgen omdat er geld verdiend moet worden voor een tweede auto, een derde vakantie en een vierde breedbeeldtelevisie. Ik durf niet echt te denken aan de maatschappelijke gevolgen als deze jeugd opgroeit. Want jeugd wil aandacht. En terecht. Is het niet goedschiks, dan maar kwaadschiks.
Mijn moeder was er altijd als ik thuiskwam. Niet dat ik daar altijd even blij mee was, maar ze was er tenminste. Er werd gepraat onder het eten. En met mijn vader deed ik samen de afwas, het ideale moment om te vertellen dat je homo bent. Hoe dat laatste tegenwoordig moet is me trouwens onduidelijk, nu iedereen een afwasmachine heeft. Met mijn moeder ging ik nog wel eens wandelen langs de Sloterplas. Ze kookte uitgebreid en haar gehaktballetjes en rosbief zijn altijd de lekkerste gebleven die ik ooit gegeten heb. Ze had tijd en aandacht voor me. Een beetje teveel tijd en aandacht, dat moet ik toegeven, zodat het niet altijd pais en vree tussen ons was. Hoewel ik in mijn studententijd wellicht verlangd heb naar het gebrek aan aandacht dat veel ouders van nu voor hun kinderen tentoonspreiden, ben ik toch blij dat erg veel vrouwen zelf beginnen in te zien dat emancipatie iets anders is dan een man willen zijn.
Gepost in Maatschappij en politiek, Psychologie
Geen reacties »
17 augustus 2007
Er is energie zat! Na het lezen van een artikel van Benjamin Adamah De zee van energie waarin de Aarde drijft in Prana 159 kan ik niet tot een andere conclusie komen. Nikolas Tesla (1856-1943), uitvinder van onder andere transformatoren, het wisselstroomnetwerk, de tl-buis en de radio, heeft ooit zijn auto laten rijden op ‘koude stroom’, energie die uit het niets wordt opgewekt. Uit het niets? Nou ja, uit dat wat wij doorgaans ‘niets’ noemen: het vacuüm, het kwantumveld, het akashaveld dat nulpunt- of tachyonenergie bevat, het Veld waarover Lynne McTaggart haar beroemde boeken heeft geschreven. Dat deze energie niet gebruikt wordt hebben we alleen te danken aan de ‘officiële’ wetenschap, die gesponsord wordt door de superindustrie en de overheid. Want uiteindelijk gaat alles om de olie, de farmacie, de telecom en de wapenhandel: daar liggen volgens Adamah de grootste belangen. Gelukkig heeft de telecom-industrie ook het internet geschapen, en dat had ze dus niet moeten doen. Want als er iets is dat de open wonden blootlegt en mensen onafhankelijk maakt van de vaak gecensureerde en gemanipuleerde massamedia, dan is dat wel het internet. En daar mogen we best dankbaar voor zijn!
Ik hoor wel eens zeggen dat de olievoorraden lang niet zo groot zijn als ons wordt voorgespiegeld. Dat ze over een paar jaar zijn uitgeput. En als ik de aarde was, dan zou ik de parasiterende mensheid ook geen energie meer geven. Want er wordt toch alleen maar van me geprofiteerd, en een beetje liefde, aandacht of respect voor mij is kennelijk te veel gevraagd. Als de aarde zou zeggen: ‘Mensheid, bekijk het maar!’ dan kan ik haar niet echt ongelijk geven. Maar diep in het geheim, verborgen in het niets, is juist de oplossing van het energievraagstuk te vinden! Als we afzien van grootindustriële financiële belangen, als de macht van niets ontziende wereldleiders is gebroken, als wetenschap weer wetenschap wordt, als we eigenbelang inruilen voor collectief belang, als we meer rekening houden met de aarde en alles dat daarop leeft, kortom als we wat minder ego hebben, dan geeft niet alleen de aarde, maar zelfs de hele kosmos ons energie in overvloed. Uit het niets. Energiegebrek is alleen een kwestie van mentaliteit. Als die morgen verandert, dan zijn overmorgen alle problemen de wereld uit. Als het daarvoor te laat was zouden we er nu niet meer zijn. Als er geen kansen meer waren zouden we nu niet meer leven. Wie uitput zal uitgeput worden, maar wie dankbaar aanvaardt zal onder geschenken bedolven worden.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
7 augustus 2007
Een paar dagen geleden naar The great global warming swindle gekeken. Een voor de Engelse televisie gemaakte film van Martin Durkin, waarin ernstige kritiek wordt gegeven op An inconvenient truth van Al Gore. Volgens laatstgenoemde moeten we veel voorzichtiger omgaan met de uitstoot van CO2 omdat door het broeikaseffect de aarde dramatisch dreigt op te warmen met alle gevolgen van dien. Maar volgens de wetenschappers in de Engelse film is er sprake van natuurlijke fluctuaties van de temperatuur en hebben wij mensen nauwelijks invloed op de klimaat. Zo staan Gore en Durkin tegenover elkaar en beweren beide de waarheid in pacht te hebben en grote groepen wetenschappers achter zich te hebben staan. Word er maar eens wijs uit als de ene wetenschapper de andere tegenspreekt. De enige conclusie die je dan kunt trekken, is dat wetenschap ook niet alles is. Dat wetenschap misschien zelfs ook een geloof is, net als alle andere geloven. Geloof dat er niets anders bestaat dan het zichtbare en het rationele. Geloof in statistische en objectieve bewijsvoering. Geloof dat je alleen met bewijzen anderen kan overtuigen. Wetenschap is verworden tot een meten is weten, waardoor de onmeetbare ziel van het bestaan buiten spel is gezet.
Met argumenteren komen we dus niet verder. Net als in het dagelijks leven geeft dat misschien even rust in de brouwerij, maar op langere termijn lost dat niks op. Een overtuiging is namelijk niet iets dat je rationeel op een ander kunt overbrengen, maar iets dat moet groeien en dat alleen maar kan groeien als je respect hebt voor die ander – hoezeer je het ook met hem oneens bent. En terecht, want overtuigingen moeten uit het diepste zelf komen, pas dan zijn ze echt en houdbaar. Mensen willen zich niet laten overtuigen, ook wetenschappers niet, en daarin hebben ze groot gelijk omdat iedereen recht heeft om in zijn eigen tempo te groeien en daarbij het voedsel te zoeken dat het beste bij hem past. Je kan niemand overtuigen als hij zich niet wil laten overtuigen en dat is soms terecht en soms niet.
Omdat we niet wijs worden uit alle argumenten voor en tegen, is het misschien zinnig om eens te kijken wat er op dieper niveau aan de hand is. Wat zijn de belangen van beide partijen? Of sterker nog: op welke manier praten ze over het onderwerp? Wat zich hier laat vertalen als: hebben ze respect voor de aarde met haar milieu, zijn ze bereid om te luisteren? Of menen ze nog steeds dat de aarde er alleen maar is voor hun eigen gewin, dat zij er is om te exploiteren, om gebruik van te maken? In andere woorden: voelen mensen zich verbonden met de aarde of niet? Is een boom iets dat je rücksichtslos om mag hakken als hij in de weg staat, je auto bevuilt of je zonlicht ontneemt, of is een boom iets dat je waardeert omdat ze je zuurstof levert en koele schaduw biedt onder de – zeker in de toekomst – felle zon? Waartegen je even ‘sorry’ zegt als je hem toch moet omhakken? Heel kort samengevat: is de aarde een subject of een object?
Ik zie dat mensen veel te vaak met de natuur omgaan alsof die uit objecten bestaat, een soort bezit dat je mag gebruiken zoals je dat zelf goed uitkomt. Kijk naar de manier waarop sommigen hun winkelwagentjes volladen en bij de kassa hun etenswaren zo hard op de band smijten dat zelfs de laatste levensgeesten die er nog in zitten ervan op de vlucht slaan. We moeten ons wel kogelrond eten om nog wat voedzaams binnen te krijgen! En dat allemaal omdat we de aarde uitbuiten, exploiteren, leegzuigen, geen respect meer hebben voor de grond waaruit we allemaal zijn ontstaan. Meer dan ooit is de mensheid haar wortels kwijt. Het is het gebrek aan respect en liefde voor de aarde dat ik mis bij veel tegenstanders van Al Gore. Wat ik vaak bij hen beluister is dat ze eigenlijk blij zijn dat er niets aan de hand is. Dat Schiphol verder mag uitbreiden… Dat ze weer in hun SUV kunnen stappen. Dat ze gewetenloos door kunnen gaan met de aarde te bevuilen. Wat ik bij hen voel is geen liefde maar ego: liever dan zich met moeder aarde, de natuur en zijn medemens te verbinden zijn deze mensen hoofdzakelijk uit op eigenbelang. En dat zorgt ervoor dat ik juist voor Al Gore kies.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
6 augustus 2007
Genoten van de Media Experience, de interactieve tentoonstelling over de media in Beeld en Geluid ofwel de Verfdoos op het Mediapark in Hilversum, die tot negen uur ’s avonds geopend is. Met een gechipte ring om je vinger kun je op diverse plaatsen inloggen om te experimenteren met jezelf als nieuwslezer, belichter, regisseur, cameraman, presentator en wat niet al. En het resultaat kun je thuis nog eens bekijken omdat er dan een keurig e-mailtje gearriveerd is met verwijzingen naar je eigen kunsten. Maar er is veel meer te zien, zoals oude televisieprogramma’s zodat ik stond te schaterlachen bij de beroemde sketches van Wim Kan waarin hij Den Uyl en Van Agt parodieert. Maar je kunt er ook decors, attributen en kostuums bewonderen, en eigenlijk blijven er weinig geheimen over medialand bewaard als je alles bekeken en ervaren hebt. Als dat mogelijk is, want een dag blijkt heel kort te zijn, zelfs al je vergeet te eten en te drinken terwijl je rondwaart in deze illusiefabriek. Met uitzondering van het nieuws, de actualiteitenprogramma’s en documentaires, wordt hier een overweldigende virtuele werkelijkheid geschapen en kun je genieten van de toverkunsten die vooral door de digitale techniek mogelijk zijn geworden. Hoewel ik soms wel wat teveel werd overdonderd door al het beeld en geluid dat over me werd uitgestort, kreeg ik er niet genoeg van en was er tegen negen uur tijd tekort om de Fabeltjeskrant nog uit te zien…
Onder de naam En wel hierom! is er een aparte tentoonstelling gewijd aan Koot en Bie. Daar genoot ik van de Vieze Man, die een pond bonbons wil kopen, maar er eerst eentje proeft. Wat er twee worden omdat hij hem per ongeluk doorslikt, waarna hij uiteindelijk besluit dat de bonbons zo hartstikke vies zijn, dat hij er bijna van moet overgeven. Wat de verkoopster keurig knikkend voor kennisgeving aanneemt: smaken verschillen nu eenmaal! Ik ga ze allemaal kopen, die dvd’s van dit onvergetelijke stel waarop ik gewoon verliefd ben. Op een vouwblad staat – graties – De nieuwe beginselverklaring van het Simplisties Verbond afgedrukt. Artikel 1: ‘Het Simplisme is de levensovertuiging die tracht leven en wereld te benaderen met simplistische vermogens.’ Artikel 4: ‘Het Simplisme signaleert en bestrijdt zoveel mogelijk lulkoek.’ En iets verderop onder de formulering van het doel: ‘Iedereen wil meer. Het Simplistisch Verbond wil minder.’ Waaruit blijkt dat het simplisme meer dan ooit een plaats in onze samenleving verdient. Want het is juist de decadente mentaliteit van het meer, meer, meer waaraan onze samenleving hard ten onder gaat.
Elders op dit blad staat de mededeling dat ik speciale mobiele edities van de Juinensche Courant kan bestellen door ‘JUINEN’ te sms’en naar 4443 (50 cent). Dat lijkt me wat, en na dat gedaan te hebben vertelt mijn mobieltje dat er een dienstbericht is ontvangen. ‘Please wait for the link. If it does not arrive, download the product manually at www.dl2.mobi,’ wordt in goed Nederlands geadviseerd. ‘Enter code BD66A161,’ en omdat er verder niks gebeurt moet ik dat maar proberen. Eerst ben ik nog zo dom om op mijn pc naar die website te gaan, maar bij het openen van die site wil het bestand 7qggl58w gedownload of geopend worden, iets waar ik noch mijn computer iets van begrijpen. Je moet het ook op je mobieltje downloaden, suffe Satyamo! GPRS, weet je nog wel? Iets met t–zones! Ik doe mijn best, en na veel gezoek beland ik bij sharewire.net waar ik de brand van mijn mobieltje moet opgeven. Nokia dus. En dan het typenummer. Even kijken. Staat er niet op, hoe kom ik daar nu al GPRS’end achter? Sneller is het om in mijn hangmappenla te gaan rommelen, zodat ik toch nog online voor de 3120 kan kiezen. Nee dus, want die staat er niet tussen. Eigen schuld, want ik heb het toestel alweer bijna 16 maanden, zodat het allang via de schroothoop in het milieu had moeten verdwijnen. Ander type van de 31xx-serie proberen. Leeg scherm. Reset. Of: ‘Bestand te groot’. Ja, dat was wel 82 kB, maar mijn mobieltje zegt dat toch nog 428,8 kB vrij is. Ik geef het op. Geen Juinensche Courant dus voor mij. Zat deze krant vroeger gratis bij de VPRO-gids, nu is het knap ingewikkeld geworden om de Juinensche Courant te bemachtigen. Hier ligt een mooie taak voor het Simplistisch Verbond!
Gepost in Diversen
Geen reacties »
28 juli 2007
In mijn studententijd waren mijn gitaar en ik bijna onafscheidelijk. Dat begon al in mijn eerste studiejaar met mijn verliefdheid op Arjen, die zelf liedjes componeerde. ‘Dat kan ik ook,’ dacht ik. En dat kon ik ook. Al snel had ik een tweedehands gitaartje gekocht en maakte ik mijn eerste melodieën en teksten. In het Engels, want zo hoorde het in de jaren zestig. Hoewel ik ook Drinklied 198 schreef tijdens het genot van een halve fles whisky bij een medestudent op de gelijknummerige studentenflat in Amstelveen – het enige lied waarvan ik later veel hoofdpijn kreeg en moest kotsen. Die Nederlandse liedjes werden vaak iets oubolligs, hoewel Ik wil je versieren elke toets der kritiek kan doorstaan. Ik heb altijd geloof gehad in mijn liedjes. Gewoon omdat ze goed waren, hoe klungelig ik ze soms ook speelde en zong. In die jaren hing een explosie van kleurige creativiteit in de lucht, en als je iets bijzonders meemaakte was het eigenlijk doodnormaal dat je er een liedje over schreef. Dat verwachtten de anderen zelfs, en zo gebeurde het ook vaak. Toen ik er zes had gemaakt begon ik net als Arjen de teksten met akkoorden in een boek te schrijven, en Be aware kreeg de eer om nummer 1 te worden. En zo schreef ik tussen 1969 en 1981 in totaal 123 liedjes. Dat vond ik een mooi getal en na het laatste aan Bhagwan gewijde liedje You are the sun had ik het gevoel dat alles af was. Dat was het dan.
Veel deed ik niet met die liedjes. Het was immers de tijd waarin je vond dat alles moeiteloos uit zichzelf moest gebeuren, en dat alles wat niet spontaan was nooit echt goed kon zijn. Maar wel volgde ik Arjen in het veilig stellen van mijn liedjes door ze keurig bij Buma/Stemra te laten registreren. Zo belandde ik met hem ook eens op een Conamus liedjesbeurs in Heuvelstad, waarvan ik me niet veel meer herinner dan dat iemand een compliment maakte over de geluidskwaliteit. Ik verzweeg maar dat ze gewoon met een Sony TC-366 waren opgenomen. Op de kamer van Hein, waar hij met die spoelenrecorder een echo simuleerde door de band tegelijk op te nemen en af te spelen: de weergavekop bevond zich net iets achter de opnamekop, zodat één van de drie gangbare bandsnelheden de vertraging bepaalde. Mijn vriend de tandarts in spe heeft ook opnames gemaakt toen ik op 22 december 1971 met Beautiful boy Pim en pianist Dio in de sociëteit van Uilenstede speelde. En in een lege Augustinuskerk zette ik Harro’s orgelspel voor The chapel of light op de band, waarvoor Gert en ik achter een harmonium een keurige partituur hadden gemaakt. Daar zong ik later de tekst overheen, wat tot een nogal amateuristisch resultaat leidde. Maar je blijft toch voelen dat het een mooi lied is.
Rond de eeuwwisseling ben ik al die oude opnames eens gaan digitaliseren en heb ik zelf mijn eigen dubbelelpee On the road again samengesteld. Met daarop 26 liedjes, waartussen de luisteraar mag uitzoeken met welke nummers de vier kanten begonnen van de twee oorspronkelijke grammofoonplaten, die nooit hebben bestaan. En ik koester mijn liedjes nog steeds alsof het mijn kinderen zijn. Want, zoals gezegd, ik geloof in ze. En tot vandaag de dag zou ik het leuk vinden als iemand of een groep er wat mee zou doen. Daarin sta ik niet alleen, want voor mensen zoals ik bestaat PALM, de vereniging Professionele Auteurs Lichte Muziek waarvan ik al een paar jaar lid ben. Die hebben hun eigen website waarop uitvoerende musici kunnen snuffelen in nog ongebruikt werk van componisten en tekstdichters. Net toen ik lid werd lag die site echter plat, maar Fred Vogels was zo aardig om zeven van mijn liedjes op zijn site Radio Oranje te zetten. Klik daar op Satyamo en je kunt ze meteen beluisteren. Maar sinds kort is de site van PALM weer in de lucht. Tot een paar dagen geleden wist ik dat niet. Daar kwam ik achter door een brief met gebruikersnaam en wachtwoord voor hun site, zodat ik weer eens ben gaan kijken.
Op www.palmnet.nl trof ik zes van de zeven liedjes aan die ook al op Radio Oranje te beluisteren zijn. Alleen het in Saint-Tropez geschreven liefdesliedje Love you all day mist. Het is een nogal artistiek vormgegeven website waar je, na het klikken op ‘Visit the shop’, in een winkel belandt. Na het wegklikken van een klein welkomstscherm kun je bovenaan in verschillende rubrieken zoeken. Klik daar eens op ‘Pop’, en na een paar seconden verschijnt onderaan een afspeellijst, waartussen zich drie liedjes van mij bevinden, die te beluisteren zijn door op het afspeelknopje rechts te klikken. Zoals Mary Jane, dat enkelen heeft doen geloven dat ik tóch van vrouwen hield, maar dat in werkelijkheid ging over het marihuanaplantje dat ik kocht op de boot van Kees Hoekert in Amsterdam. Voor details hierover verwijs ik naar de rubriek ‘Lyrics’ in deze winkel, waar alle bijbehorende teksten te vinden zijn. Verder is hier On the road again te beluisteren, een herinnering aan de lange tochten met Pim in zijn 2CV naar de kop van het uitgestrekte Denemarken. En Sugar Boy’s and Candy Girl’s farm, waarvan de muziek tijdens een jamsessie met Arjen en Sjoerd is ontstaan, een wonderbaarlijk moment waarop uit verschillende gitaren tegelijk dezelfde nog nooit eerder gehoorde melodie oprijst. Drie andere liedjes zijn door de webmaster onder de rubriek ‘Pop Ballad’ geplaatst. Daar vind je Do you know what it means to me, een liefdesliedje voor Pim, dat door Hein werd gezongen toen we najaar 1971 op zijn kamer die opnames maakten. De andere twee liedjes zijn van eind jaren zeventig. Flowers you wear gaat over een jeugdige wetenschappelijk medewerker waarop ik opvallend heimelijk verliefd was, en One minute friends vertelt over het luie strandleven, waarin één kort oogcontact meer zegt dan boekdelen vol woorden.
Twaalf jaar liedjes, waarvan ik er nog veel meer op Palmnet ga plaatsen. Liedjes in de sfeer van de jaren zestig, waarin creativiteit de normaalste zaak van de wereld was. Omdat ik mezelf niet meer als popmuzikant door stad, land en wereld zie trekken, stel ik ze graag beschikbaar aan anderen die feeling hebben met de sfeer en de wereld waarin deze liedjes geboren zijn. Serieuze maar toch speelse belangstellenden kunnen me een e-mail sturen. Laat de jaren zestig herleven! Erna is alles, maatschappelijk gezien, toch alleen maar bergafwaarts gegaan! Want waar is de sprankelende zonnigheid gebleven, het vertrouwen, de hoop, de levenslust, de kleurigheid, het protest, de vrolijkheid, de liefde? Luister en huiver!
Gepost in Muziek
Geen reacties »