Naar het Beloofde Land
17 juni 2026
Af en toe heb ik in de diepte wat stukjes van Denemarken en Zweden gezien, maar het meest zag ik witte sneeuwvlaktes waarover het vliegtuig schoof en danste. Nog de Oostzee oversteken, en daar was ik dan op vliegveld Vantaa, zo’n zestien kilometer ten noorden van Helsinki. Ik kreeg tranen in mijn ogen en een dikke keel bij de gedachte dat nu eindelijk mijn pelgrimstocht naar het gelukkigste land van de wereld begonnen was. En alles was goed gegaan, zelfs op Schiphol waar hier een daar wat personeel je spontaan helpt als je een beetje voor een scherm staat te treuzelen. Dat ik de pier voor A en B was opgegaan in plaats van pier C zal wel mijn eigen onoplettendheid geweest zijn. En gelukkig hoef je daar niet te lopen, maar word je gelopen.
Op het vliegveld at ik mijn eerste korvapuusti, een lekkernij met kaneel die Arthur me had geadviseerd. Toen ik in 1985 op het Osho-festival in Oregon was, heb ik me ook sufgegeten met kaneelbroodjes. Niet alleen omdat ik die lekker vind, maar ook omdat de maaltijden in het restaurant bedoeld waren voor beter gesitueerde sannyasins. Het was vandaag in Vantaa nog een hele klus om een treinkaartje naar Helsinki te pakken te krijgen. Dat heb ik uiteindelijk in een winkeltje gekocht. En toen de lange roltrap af naar het perron. Dacht ik. Daarna nog een. En zelfs daarna nog een. Hoe diep zat ik hier wel onder de grond? Een halte of zeven met de trein en in Helsinki meende ik al de Mannerheimintie – de belangrijkste toegangsweg tot de stad – te zien.
Kopstation Helsinki heeft een mooie ijzeren overkapping. Vond ik. Het was druilerig weer van zo’n twintig graden. Voor de hoofdingang van het station stond ik wat te roken en ik was niet de enige. Twee jongens stonden een krant te verkopen en ik vroeg een van hen of ik ook een krant mocht lopen als ik hem niet kon lezen. Dat vond hij wel een leuk idee en daarom gaf hij me die krant gratis. Raar trouwens, om opeens op de plek en het plein te zijn die ik al op zoveel filmpjes heb gezien. Wandelen naar het hotel, waar ik eerst voorbij liep omdat er allemaal andere winkels op de begane grond zijn. Mijn kamer 504 is best groot – er staan twee bedden in. Mijn spullen uitgepakt en geordend, want ik ga hier wel negen dagen wonen. Uurtje op bed liggen rusten. Toen op zoek naar een ravintola – restaurant – want hotel Arthur verzorgt wel een ontbijt maar geen avondeten.
Nu zit ik na het eten van een pasta aan een tweepersoonstafeltje voor het raam uit te kijken over de best drukke Kaisaniemenkatu met de geelgroene tramlijnen 3, 6 en 9. En ook oranje en blauwe bussen. En nog een rode pubbus. Waar halen ze hier toch al dat openbaar vervoer vandaan? Van lijn 6 viel me op dat hij naar het strand van de zuidelijke wijk Eira rijdt. Wellicht ook leuk om eens te proberen. Ik weet vandaag nog niet wat ik morgen ga doen, en dat is een heerlijk gevoel.
Gepost in 