Bij de hartarts
16 maart 2026
Als ik gelukkig ben doet de dood me niks. Volstrekt oninteressant. Maar als ik wat minder gelukkig ben wil hij me wel eens te grazen nemen, bang maken. En als ik dan zie dat Pluto nu bezig is mijn groepje van Mars, Zon en Mercurius in Waterman in mijn tweede huis aan te vallen, ben ik toch wat extra alert. Hoewel Pluto geen kwaaie jongen is, die wil alleen maar transformeren. En als dat niet goedschiks gebeurt, dan kwaadschiks. Alert blijven dus, bewust blijven. In de wachtruimte van de afdeling Cardiologie zit ik dan ook rustig te mediteren. Soms brutaal met mijn ogen dicht, in plaats van door tijdschriften of mijn telefoontje te bladeren zoals het hoort. Ik ken de jaarlijkse route inmiddels wel. Eerst een ECG laten maken. Borst ontbloten. Ziet de assistente dat ik stiekem een croptop onder mijn merinowollen truitje draag? En mijn tepels zijn ook niet echt plat meer door mijn masochistische praktijken. Nou ja, als ze er iets van denkt is dat haar probleem. Ik krijg elf slangetjes met elektroden overal op en rond mijn borst geplakt. De meting duurt maar een minuut. Aankleden weer, en terug naar de wachtruimte voor tweede onderdeel, het meten van mijn pacemaker.
Daar wordt draadloos een halfjaar hartslagen even uit mijn pacemaker getrokken. Knappe techniek hoor! Dan laat de assistente mijn hart even sneller en later weer trager kloppen, en dat werkt goed. Ik vraag haar even terug te kijken of ze op enkele door mij genoteerde dagen en tijdstippen veel extrasystolen ziet. Daarbij maakt het hart een extra slag waarna het even pauze neemt zodat het lijkt alsof het een kort moment stilstaat. Dat is al een halve eeuw mijn specialiteit. Nee, ze ziet dat niet, maar wel dat mijn hart op 10 januari weer iets te enthousiast was en een halve dag aan het boezemfibrilleren sloeg. Maar in mijn agenda – en later ook in mijn dagboek – vind ik niets bijzonders op die dag. Vreemd allemaal. De batterij van mijn pacemaker is nog halfvol. Ze vroeg hoe lang ik mijn pacemaker al had. Dat zou ook op mijn Cardiac Device Card staan, maar ik kom niet op het idee om die uit mijn broekzak te vissen. Maar later ziet ze ergens dat ik het ding al zes jaar heb. Ik heb hem toen gekregen omdat ik last van bradycardie had waarbij mijn hart veertig slagen per minuut wel genoeg vond. Maar ik niet. Terug naar de wachtruimte voor een afsluitend gesprek met de cardioloog.
Dat wordt wachten, en een half uur na de geplande tijd word ik toch wat onrustig. Over anderhalf uur moet ik weer thuis zijn omdat automaatje Jan dan met zijn Mercedes voor de deur staat om me naar Vriend te brengen. Dat gaat nog wel. Er verloopt nog een half uur en ik begin wat gespannen heen en weer te drentelen. Tel het aantal ramen aan de overkant van de vide waar alles op uitkijkt. Achter twee ervan hangt een cirkel van verlichting tegen het plafond. Zeker operatiekamers. Cohorten van patiënten gaan aan mij voorbij, maar ik word steeds niet opgeroepen. Er verloopt nog een half uur. Ik concludeer dat deze wachtkamer slecht voor mijn hart is. Ik bel Jan en vraag of hij me ook hier kan ophalen. Geen probleem voor hem. Vriend moet dan maar zijn banaantje en chocolade missen want die liggen nog thuis. Ga opnieuw op zoek naar de receptie. De pijl die daarnaar verwijst loopt dood op het kamertje waar mijn pacemaker anderhalf uur geleden was gemeten. Maar ik ken mezelf als iemand die dingen heel letterlijk kan opnemen en ga wat verder kijken dan mijn neus lang is. Zo’n tien meter verderop zijn twee wat verscholen loketjes, en daar breekt wat paniek uit als ik me meld. Als de wiedeweerga word ik naar de cardioloog meegenomen.
Aardige rustige man, mijn vaste hartarts. Hij stelde me wat standaardvragen en vertelde dat mijn medicatie ongewijzigd zou blijven, dus dat is goed nieuws. Ik had mijn vragen op papier. Mag ik in een Finse sauna met mijn pacemaker? Geen probleem. Ik vertelde dat ik vaak het gevoel heb dat druk in mijn buik die extrasystolen bevordert, iets waarvan mij eerder was verteld dat dit niet kon. Maar volgens hem kon dat best zo zijn. En als ik een halve dag fibrillaties had, waarom heb ik dat dan niet gemerkt? Hij zei dat oudere mensen dat minder voelen. Ik zat wat te spelen met het model van een half hart dat op zijn bureau lag. Beschermt mijn pacemaker me tegen een hartstilstand? Nee, antwoordde de hartarts kort en eerlijk. Ik zei dat ik die vraag stelde omdat ik op een filmpje op Facebook had gezien dat het hart dan eigenlijk helemaal niet stil staat, maar zoveel impulsen krijgt dat het niet meer weet wat moet doen. Zo’n AED wordt niet voor niets een defibrillator genoemd. Die moet weer wat orde in een niet stilstaand hart brengen. We hadden geen vragen meer voor elkaar. Tot volgend jaar. En veel plezier in Helsinki! Dank u.
Hartstilstand. Ik vind het niet leuk dat iets je zomaar onverwacht kan overkomen, hoewel Maria het een geweldige ervaring heeft gevonden en daarmee haar doodsangst heeft verloren. Het meest beangstigende aan sterven – dat inderdaad best mooi kan zijn – vind ik het huis vol rotzooi dat ik dan achterlaat. Arme Marcel! Eigenlijk zou ik mijn hele huis tot een leeg kloostertje moeten ombouwen.
Gepost in 