De laatste koan

Date 28 september 2011

Jed McKenna geeft in zijn vierde boek Notities korte en bondige samenvattingen van zijn ideeën over spirituele verlichting in zijn eerdere boeken, samen met interviews en niet eerder gepubliceerd materiaal. Zoals ik hem ken is hij genadeloos kort en bondig, down to earth, gunt hij je geen enkele zekerheid, ondermijnt hij elk houvast en kun je hooguit iets als verlichting bereiken als je je levend laat villen. Want wie we denken te zijn is meestal een leugen, het ego dat hij het ‘onware zelf’ noemt. Persoonlijke kenmerken zijn eigenlijk allemaal gebreken, misvormingen, onvolkomenheden. Het lijkt erop dat bij McKenna ego en persoonlijkheid samenvallen en dat de enige echte bevrijding te vinden is in het sterven. Een gedachte waarin hij trouwens bepaald niet alleen staat in de spirituele wereld, zij het dat hij dat doodgaan mooier, spannender en avontuurlijker lijkt te vinden dan de meeste anderen. ‘Laat de dood je metgezel zijn. Dat is het enige wat je werkelijk hebt, het enige wat werkelijk van jou is, wat niemand van je af kan pakken,’ schrijft hij op de pagina’s 142 en 143. Zo heb ik Bhagwan ook vaak horen praten. Hij gaf me een naam die niets anders betekent dan ‘waarheid’, en McKenna’s hoofdstuk Zen en de kunst van zelfverminking besluit met: ‘Er is maar één koan, en die is voor ons allemaal dezelfde: Wat is waar?’

Het boek heeft aan het eind een uiterst onverwachte, maar voor mij zeker herkenbare wending, waarmee hij veel van wat hij eerder beweerde weer op zijn kop lijkt te zetten, maar zo is hij nu eenmaal. Maar het is niet voor niets dat hij niemand laat weten wie er in real life achter het pseudoniem Jed McKenna schuilgaat, want anders zouden velen zich aan hem als spiritueel leraar vastklampen, en als er iets is dat je spirituele ontwikkeling in de weg staat is het wel een meester, zijn het boeken, is het godsdienst, religie of mystiek. Daarmee zullen we zeker geen verlichting bereiken, die volgens hem op pagina 20 het minst misleidend kan worden omschreven als:

  1. Geen-zelf,
  2. Permanent non-dualistisch bewustzijn,
  3. Realiseren van de waarheid.

Iemand die dit nastreeft is in werkelijkheid op zoek naar ‘Menselijke Volwassenheid (…) rondtrekken, op verkenning gaan en spelen (…) het materialiseren van je verlangens, flow en moeiteloos functioneren, positieve gevoelens die niet wortelen in angst, bijvoorbeeld ontzag, dankbaarheid en agape, waaruit blijkt dat je begrijpt dat alles met alles verbonden is,’ aldus McKenna op de pagina’s 71 en 72.

Verlichting heeft kennelijk te maken met het ‘realiseren van de waarheid’ en het ‘materialiseren van verlangens’. Zonder de waarheid te weten en te leven kun je nooit verlicht raken. En tegelijk ben je blijkbaar bezig je verlangens te concretiseren, vorm te geven. Opvallend vind ik dat ook het ‘spelen’ als kenmerk van volwassenheid (want daar gaat om bij verlichting) wordt genoemd. Want spelen is vaak iets dat zich in een virtuele wereld afspeelt: de poppen en inventaris in het poppenhuis, de stations, hotels en gevangenis in Monopoly en de legers in Risk zijn niet ‘echt’, maar daar worden wel verlangens geconcretiseerd, zichtbaar op tafel of computerscherm gezet. Zo zie ik mezelf als jongetje op de tweede etage van dat huis op de Weteringschans voor een doos Meccano zitten. Je had ook Mobaco waarmee je huisjes kon bouwen en later kwam zoals bekend Lego op de markt. Dat laatste heb ik nooit gehad en tot diep in mijn studententijd stond ik wel eens voor het raam van een speelgoedwinkel mezelf af te vragen: ‘Zal ik?’

Toen niet, maar nu dus wel. Eindelijk! Het werd tijd. De legosteentjes waarmee ik speel heten nu prims en daarmee kan ik van alles maken. Het zijn vierkante houten blokjes die ik kan uitrekken, vervormen en kleuren. Waarin ik scripts kan stoppen zodat ze van alles kunnen doen en zo tot leven komen. Ik kan ze gewicht geven of laten zweven, transparant maken en ‘phantom’ waarmee je er dwars doorheen kunt lopen. Zo kan ik bijvoorbeeld een poortloze poort maken, die verdwenen is als je er doorheen loopt en vervolgens achter je kijkt. Wat ik een heel leuk spiritueel beeld vind: zelfs de illusie blijkt niet te bestaan als je die gepasseerd bent. Dit alles gebeurt uiteraard in Second Life en niet ‘in het echt’. Maar dat laatste roept meteen de vraag op waar alles om draait: wat heet ‘echt’? En het antwoord op deze vraag moet de waarheid en niets dan de waarheid zijn. Tijdens een etentje in Bellevue praatte ik hierover met fractiegenootje Rob en wethouder Rob. De ene Rob vond het maar gevaarlijk en twijfelachtig waarmee ik bezig was, maar de andere Rob was oprecht nieuwsgierig en begon me enthousiast uit te horen over deze voor hem toch vreemde hobby van mij.

Voor velen heeft alleen de concrete, tastbare werkelijkheid waarheidsgehalte en is dat de enige echte wereld die er is. Daar is geen plaats voor kunst en wetenschap, zoals je dat ook ziet in het huidige kabinet. Dan zijn alleen materiële waarden zoals de economie van belang. Terwijl juist niet-materiële dingen als kunst en wetenschap het leven mooi en zinvol maken, zo niet het doel zijn van waaruit de hele mensheid ooit met zijn levensavontuur is begonnen. Maar wat hebben de concrete plastic legosteentjes wat mijn gepixelde ‘onechte’ prims in Second Life niet hebben? Wat heeft real life dat Second Life niet heeft? Met mijn prims kan ik veel meer doen dan met legosteentjes, en één ding weet ik uit eigen ervaring zeker: de wereld van Second Life is voor een groot deel bezield door duizenden en duizenden die daar al spelend de meest fantastische werelden hebben gecreëerd.

Is de idee, de fantasie, de bezieling, het verlangen dan minder echt dan de concrete neerslag ervan? Dat kan bijna niet. Ik ervaar het niet zo, dus hoe kan ik zeggen dat bezieling en spel onecht of onwaar is? Voor mij is het een echte waarheid dat hier sprake is van een ware echtheid. Bovendien ben ik, in tegenstelling tot veel aanhangers van het populaire postmodernisme, zo ouderwets om te geloven dat er maar één werkelijkheid is. Die is toch niet te splitsen in echte stukken waarvan het bestaan waar is, en onechte stukken waarvan het bestaan onwaar is en die dus niet bestaan? Alles is één. Dat betekent dat óf alles waar is, óf dat alles een leugen is wat dan op zich weer waar zou zijn. Dat betekent dat óf alles echt is, óf alles virtueel is wat dan op zich weer echt zo zou zijn. Doorhalen wat niet verlangd wordt.

En trouwens: wie is Jed McKenna?

Een dag in Sweetgrass

Date 19 september 2011

Robbie begint de dag met koffie en een krantje op zijn dakterras. Dan wandelt hij naar het zwanenmeer om daar te gaan vissen. Rond het middaguur gaat hij met mij picknicken op een heuvel die een mooi uitzicht biedt op Sweetgrass, het dorp in Second Life waar ik bijna dagelijks wel een uurtje te vinden ben. Dan gaan we samen bij vrienden op bezoek die achter de rozentuin wonen, en genieten van een drankje op hun schaduwrijke terras. In de middag zwemmen en zonnen we in het zwembad naast de disco. Het begin van de avond gaan we naar het Sweetgrass Friends Memorial achter de molen, ter nagedachtenis aan vrienden die ons hebben verlaten. En in de late avond dansen we in de disco, waar het thema dit keer ‘sexy formal’ is en de prijzen naar diegenen gaan die zich volgens de aanwezigen hiernaar het mooist hebben aangekleed. Dan wandelt Robbie in de nacht naar huis, en drinkt hij nog een glaasje wijn bij de open haard. Dit alles is te zien in de film A day at Sweetgrass, die sinds enkele dagen op YouTube staat. Niet alleen een blik in Second Life, maar ook in het paradijs.

Met hulp van vele anderen heeft Robbie dit dorp in een dikke vier jaar opgebouwd, waarbij hij ook de wekelijkse parties organiseerde. Gisteren was dat voor de 206e keer. En de laatste keer dat hij het managen van de party op zich heeft genomen. Want real life vraagt meer aandacht van hem, waardoor hij minder verplichtingen wil en kan aangaan. Zodat ik, na lang vergaderen, met een team het management van de wekelijkse parties van hem heb overgenomen. Daar moet ik in dat ‘werkelijke leven’ niet aan denken, want ik zou gek worden van het kabaal en constant met oorbeschermers rondlopen. En mijn lijf zou al zinderend van moeheid neervallen tegen de tijd dat het werkelijke feest begint! Maar kennelijk heb ik toch wat sannyasbloed in me, want ons Bhagwanvolkje was in de jaren tachtig beroemd om hun Zorba the Buddha disco’s. Een en ander betekent niet dat Robbie nu stopt met zijn Second Life, en hopelijk komen we in de toekomst wat meer toe aan andere dingen, zoals het bezoeken van verschillende plekken in Second Life, die in de loop der jaren steeds echter en natuurgetrouwer worden, zoals Calas Galadhon. Of theaters als het Rose Theater. Of musea als het Zwinger Museum. Of het prachtige Caledon uit het Victoriaanse stoomtijdperk.

‘Creativity is the greatest rebellion in existence,’ twitterde Lady Gaga onlangs een uitspraak van Bhagwan. Het is die creativiteit die me in Second Life maar al te vaak met veel ontzag vervult. Het is een ‘spel’ zonder opdracht, zonder doel, waar je je eigen wereld en leven schept. En als ik zie wat er in de loop der jaren is opgebouwd met zoveel liefde en passie, dan ontroert me dat echt. En dat ontspruit allemaal uit ideeën, uit gedachtes. ‘In den beginnne was het woord,’ en zo schiep niet alleen God de wereld, maar de wereld ook Second Life, dat vaak een neerslag is van de wondere werelden die diep in mensen leven. Alsof sprookjes en fantasieën, dromen en idealen uiteindelijk het voor-beeld zijn van wat zich in real life concretiseert. Zoals een leven soms bezeten kan zijn van kunst en wetenschap en zonder dat waardeloos aanvoelt, zo is Second Life een belangrijk deel van mijn real life geworden. Omdat ik daar, zonder fysieke belemmeringen in tijd en ruimte, kijk in de ziel van anderen en oog in oog sta met hun, met de scheppingskracht waaruit uiteindelijk alles is ontstaan. Dank je wel, Robbie, dat ik dit met jou mag meemaken!

Montségur

Date 11 september 2011

Met Vriend en vele anderen beklom ik de Montségur in Zuid-Frankrijk. Het was een mooie zomerdag en een enkeling moest het klimmen tussen de bomen en het struikgewas opgeven. Maar we haalden het en stonden uiteindelijk tussen de muren van de ruïne die in de dertiende eeuw een bolwerk was van de katharen die paus Innocentius III druk bezig was uit te moorden. Deze gnostici waren immers een enge sekte van mensen die hun eigen uitleg aan het evangelie gaven, en daar was de kerk niet echt van gediend. Stel je voor: een beetje op eigen houtje religie gaan bedrijven! Zoiets moest je aan experts overlaten, die je precies konden uitleggen wat er allemaal bedoeld was met de bijbel. Voor de kerk als bemiddelaar tussen mens en God was het natuurlijk onverteerbaar dat de gnostici God in zichzelf zochten en vonden, in een soort transformatieproces de echte werkelijkheid leerden kennen, tot hoger inzicht kwamen. Uitmoorden die hap! Dat werd dat ook degelijk gedaan. In 1209 werd voor de zekerheid maar de hele bevolking van Béziers, zo’n 20.000 mensen, uitgemoord onder het excuus dat God de zijnen wel zal herkennen. En de laatste 215 katharen in de Montségur lieten zich liever verbranden dan hun geloof – zeg maar: hun weten – te verloochenen. Dat was in 1244 en kondigde het einde van het katharisme aan, dat het zuiden van Frankrijk zo in beroering had gebracht.

Langs een in mijn ogen smal en gammel metalen trappetje klimmen we langs de muur naar boven maar als we daar eenmaal zijn heb ik niets dan hoogtevrees door de dieptes vlak voor en achter me. Bij het zien van iemand die losjes over de muur loopt breekt het angstzweet me uit. Want hoogtevrees is eigenlijk een verlangen, een zuigende kracht die je toefluistert: ‘Laat los, laat los, stort je erin, zwem, geef je over, kom!’ Een totale overgave aan een kracht die zelfs voor natuurkundigen nog een mysterie is: de zwaartekracht. Soms heb ik er last van, maar soms ook niet. In India rende ik enthousiast de brug op waarvanaf Bhagwan in zijn jeugd zo graag in de wilde rivier sprong. Maar toen ik daar eenmaal stond kreeg ik weer last van die angst die nauwelijks met andere te vergelijken is. Waarom laat ik op het perron de trein vlak langs me heen denderen en fiets ik vlak voor auto’s langs alsof het de gewoonste zaak van de wereld is? Omdat er aan zo’n ongeluk niets leuks is te beleven, wat bij hoogtevrees wel het geval lijkt. Alsof vrees en verlangen elkaar omhelzen in een heerlijke extase van gewichtloosheid. Ja, misschien is sterven wel fijn – daar is evenveel voor te zeggen als dat het iets verschrikkelijks is. Maar geen van deze gedachten heb ik daar op de muur van de Montségur. Veel meer kan ik dan ook niet antwoorden als ze mij vragen: waar was je toen, op dat moment, om kwart voor drie, tien jaar geleden? Niets brengt zoveel beroering in de wereld als godsdienst. Of het nu 1209 of 2001 is: de mensheid gaat aan geloof ten onder.

Realisme en idealisme

Date 9 september 2011

Als er iets is dat ons continu belazert is het wel ons brein. Ons denken. Onze hersenen. Niet te verwarren met bewustzijn, zoals zo vaak gebeurt. We zijn ons immers bewust van dat brein, dat denken, die hersenen, en dat betekent dat ons bewustzijn (subject) iets heel anders is dan wat daar allemaal in verschijnt (object). Je ziet dan ook vaak dat de term bewustzijn wordt verward met wat zich allemaal daarin voordoet, de bewustzijnsinhouden. Maar bewustzijn is echter niets anders dan een container waarin allemaal dingen verschijnen, en waarover je verder niets kan zeggen. Het is ook volstrekt onmogelijk om bewustzijn te veranderen of te verruimen, want wat je daar ook van meemaakt, jij blijft de getuige, het subject dat dat allemaal waarneemt. Als we ons met ons bewustzijn vereenzelvigen betekent dat automatisch dat we ons brein niet zijn. Maar als we ons met onze gedachten identificeren, zijn we wel ons brein, en niets is tragischer dan de uitspraak van Dick Swaab: ‘Wij zijn ons brein.’ Dan reduceer je jezelf tot een zombie. Een computer, een robot.

Maar die computer, ons brein, houdt ons voortdurend een schijnwereld voor. Die kan immers alleen maar denken in paren van tegenstellingen en het is de vraag in hoeverre dit ook in de echte wereld het geval is. Bij de Rozenkruisers noemen ze deze schijnwereld – die we ook van oude Oosterse religies onder de naam ‘maya’ kennen – de wereld van de dialectiek. Die staat tegenover die van de statica, en deze uitspraak zelf demonstreert al dat we niet anders dan in tegenstellingen kunnen denken. In de wereld van de statica (die voor zichzelf dus de enige echte wereld is omdat er geen tweeheid meer bestaat) is alles één en bezield van wat Ken Wilber ‘one taste’ noemt. En als ik op mijn eigen ervaring afga kan ik niets anders geloven dan dat alles inderdaad uiteindelijk één is. Je kan natuurlijk haat tegenover liefde stellen en dat is op papier makkelijk te doen. Maar als ik in real life (waar Second Life ook bij hoort, juist omdat alles één is, zeg ik met een knipoog) bij iemand ben en haat en boosheid merk, voel ik dat ook daar liefde achter zit. Een teleurstelling, verdriet om iemand of iets dat verloren of gekwetst is, een verlangen of verwachting die niet vervuld werd, een hart dat eigenlijk naar iets totaal anders verlangt dan dat waarmee het zich nu bezighoudt. Haat en kwaad zijn niet anders dan onbewustheid, illusies. En dat geldt ook voor liefde en deugd, voor zover je die als tegenpolen van liefde en haat ziet.

Die tegenstellingen zijn niets anders dan een truc om jezelf goed en veilig te voelen. Een overlevingsstrategie van het ik dat in eerste instantie in zichzelf moet blijven geloven en zich niet kan permitteren teveel in de leef-, gevoels- en gedachtenwereld van anderen te duiken. Maar een illusie blijft een illusie, een droom blijft een droom, en uiteindelijk dromen we alleen maar dat we dromen, net zoals we denken dat we kunnen denken. En dat wordt allemaal door het brein geproduceerd, ons denken dat net als een computer alleen kan werken met nullen en enen – hier excitatie en inhibitie geheten. Deze illusiemachine, die gespecialiseerd is in het zaaien van on-enigheid en tweespalt, zal nooit iets als waarheid en werkelijkheid kunnen vinden. Voor velen is dat dan reden om de strijd maar op te geven en zich aan postmoderne waardeloosheid over te geven, terwijl juist hier een kantelpunt is waar we ons ervan bewust kunnen worden dat we ons brein juist niet zijn.

De waarheid kan niet in woorden worden weergegeven – die kunnen hooguit wegwijzers zijn, ‘fingers pointing to the moon,’ zoals Bhagwan vaak zei, en dan is het zaak om niet naar de vingers te blijven kijken maar naar de maan. Er is meer waarheid te vinden in kunstvormen zoals poëzie en muziek dan in wetenschap. Tenzij de wetenschap zijn eigen hoogmoed en arrogantie doorziet en echt een sprong maakt van intellect naar intelligentie. Waar het zogenaamde realisme zijn beperktheid tot de materie durft op te geven en zich durft open te stellen voor andere en hogere werelden van ideeën en gedachten, waarvan zij afkomstig is. Waar astronomen niet meer hun wortels in de astrologie verfoeien, en farmaceuten niet meer hun roots in het rijk van geneeskrachtige kruiden ontkennen. Zo bekeken hebben realisten een heel beperkt idee van de werkelijkheid, terwijl idealisme ook het realisme insluit en daarom overstijgt. Idealisme, de motor achter alle ontwikkeling, is dan ook niet het tegengestelde van realisme, maar een uitbreiding daarvan. ‘Overstijgen en invouwen,’ zou Ken Wilber zeggen. Wil de echte realist opstaan?

Ik besta dus ik lijd

Date 1 september 2011

‘Cool!’ roept Lars Faber als zijn vriendin vertelt over een tsunami die duizenden levens heeft opgeëist. Die reactie wordt hem niet in dank afgenomen, vertelt hij in het septembernummer van Koorddanser in zijn artikel Ik lijd dus ik besta. Basta! ‘En al die mensen dan… Geef je daar helemaal niets om?’ probeert zijn vriendin nog. ‘Neen,’ met als gevolg dat hij in het vakje ongevoelige, ongeïnteresseerde harteloze klootzakken wordt gestopt. Eigenlijk vindt hij tsunami’s groots: ‘Dit is moeder natuur vol in actie betrapt,’ terwijl compassie niet altijd goddelijk is ‘want zij strekt zich niet uit over alle levende wezens aller tijden.’ Want als je echt compassie had, zou je die ook hebben voor de slachtoffers van de Slag bij Nieuwpoort op 2 juli 1600, vertelt hij. Waarmee het lijkt alsof compassie een soort ‘houdbaarheidsdatum’ heeft. ‘Ons mededogen gaat uit naar waar we belang bij hebben, wat wij lief vinden, of wat wij vrezen.’ We slaan eerder een vlieg dood dan een lammetje, en zo wordt compassie ‘vooral bepaald door eigenbelang en quasi-goddelijke gerechtigheid’, ofwel iets van het ego.

In het Vissentijdperk van de afgelopen tweeduizend jaar hebben we trouwens niets anders geleerd dan compassie en medelijden! Knielend en biddend voor kruisen met lijdende christussen zwolgen we in masochistisch lijden, perverteerden we onszelf door onderdrukking van onze levenskracht en vernielden we de wereld in opdracht van een illusionaire en wraakzuchtige god. En het is ook waar dat we met medelijden vaak ons eigen lijden op anderen projecteren, zodat we zelf onze diep verholen knagende onprettigheden niet hoeven voelen of relativeren. Kortom: dat soort medelijden verdient terecht grote vraagtekens. De vraag is alleen of we nu in het Watermantijdperk niet naar het andere extreem dreigen door te slaan, waar helemaal geen plaats meer is voor compassie en medelijden. Dat hoeft dan ook helemaal niet meer, want zelfs lijden is ‘eigen verantwoordelijkheid’, het wereldse equivalent voor wat in spirituele kringen ‘karma’ heet.

Maar zo ver wil Lars Faber in zijn artikel ook niet gaan. Op de vraag of we dan helemaal niet meer moeten meeleven met onze medemens antwoordt hij: ‘Tuurlijk wel, dat is toch de smeerolie in intermenselijk contact! Maar ontheilig jezelf vooral en zie de doortraptheid van L’ego in je mededogen.’ Toch vraag ik me af of hij tsunami’s even mooi zou vinden als op de filmpjes van YouTube ook te zien was hoe mensen door de golven werden verzwolgen. ‘Waarom zouden we niet mogen lijden?’ vraag Lars zich af. ‘En waarom zouden we zo moeilijk moeten doen als iemand anders lijdt?’ Ook lijden hoort bij het leven en je kunt je afvragen waarom lijden erg is. Vanuit het standpunt van een boeddha, een verlicht iemand, klopt zijn verhaal helemaal. Zo iemand maakt geen onderscheid tussen lijden en niet-lijden, zwemt niet in de ‘fuik van dualisme’. Die ziet het ego, het ‘ik besta’ met een hele grote nadruk op ‘ik’, als de bron van het lijden: ik besta, dus ik lijd.

De vraag is of het bewustzijn van een boeddha zich tot zijn eigen kamer, zijn eigen hobby’s, zijn eigen hier en nu beperkt. Dat is toch allemaal een door het ego afgegrensd veilig gebiedje? Terwijl voor een boeddha het hier alles is, en het nu eeuwigheid, zodat hij compassie heeft voor  slachtoffers waar en wanneer dan ook. Ofwel: hoe ‘tweedehands’ informatie is, die via televisie of internet tot je komt, hangt helemaal af van je eigen staat van bewustzijn. Als je niet verder kijkt dan je eigen computerscherm, je wereld zich alleen maar tot je eigen kringetje beperkt, leef je nog steeds in een wereld van zelfzucht, waarin je niets hoeft te weten van het lijden van anderen. Heel vaak wordt het ophemelen van het hier en nu gebruikt om dit soort selfishness te rechtvaardigen. Zo is het neoliberalisme ook in alternatieve kringen geliefd: ik blijf lekker van mijn eigen wereldje genieten en wat er buiten gebeurt bestaat gewoon niet. Lars Faber citeert ‘de beroemde zen-vraag over het geluid van een boom. Maakt die geluid, als hij valt, en door niemand gehoord wordt?’ Maar waarom hoort niemand die boom? Omdat niemand durft te luisteren. Maar ik moet toegeven dat dit ook niet mijn lievelingsgeluid is.

Noorderzon

Date 22 augustus 2011

Het fijne van Groningen is dat je er echt even helemaal uit bent als je er een paar dagen wat doelloos rondslentert. Je laat het rumoerige, jachterige en hufterige westen even achter je om weer te genieten van een ouderwets normaal, rustig en vriendelijk leven. Heeft het te maken met het feit dat het een linkse stad is? Eigenlijk zou ik er best willen wonen.
‘Kijk maar uit,’ waarschuwt Vriend tijdens de wandeling. ‘Voor je het weet beginnen ze ook hier bomen te kappen en het park tegenover je vol te bouwen!’
Ja, daar heeft hij gelijk in, je bent nergens meer echt veilig in dit land. Steeds meer huizen en wegen, terwijl er volgens mij in de komende decennia steeds minder mensen zullen zijn als wij babyboomers gaan uitsterven.

Net als in andere universiteitssteden is ook hier de kennismakings- en introductieweek gaande. Zogenaamde KEI-groepjes, bestaande uit zo’n dozijn studenten onder leiding van blauw uitgedoste ouderejaars doorkruisen de stad. Op de Grote Markt duren de studentenfeesten tot 6.00 uur, zoals ik lees op het levensgrote programma van Vindicat op de gevel van hun sociëteit. Vandaar dat we ’s ochtends zo lekker rustig op een terrasje tegenover ons hotel aan het Gedempte Zuiderdiep onze nrc.next kunnen lezen onder de koffie! Maar in de loop van de middag slenteren ze opnieuw nieuws- en leergierig door de stad. Net als wij, die belanden in een tentoonstelling Beyond the stars van het Universiteitsmuseum in de Oude Kijk in ’t Jatstraat. Liggend in een opblaasplanetariumpje vertelt een astronomiestudent over de big bang, die je moet tegenkomen als je maar ver genoeg in het heelal kan kijken, omdat je daarmee ook het verleden ziet. Vriend snapt niet dat het daarbij niet uitmaakt in welke richting je kijkt. Ik ook niet. En de student geloof ik ook niet echt. Wij blijven twijfelen aan big bangs en uitdijende heelallen.

We wandelen over de Oude Boteringestraat naar het Noorderzon festival. Het gebrouw van het Lectorium Rosicrucianum en een winkel van de SP laten we links liggen.
‘De kogel komt van links,’ citeert Vriend als we het weer eens over politiek hebben.
‘En de clusterbom van rechts,’ grap ik.
Het in het Noorderplantsoen opgebouwde festival beslaat talloze uitspanningen waarin veel cultuur wordt bedreven, niet alleen in de vorm van kunst maar ook in die van wetenschap. Zoals in het bouwwerk van Qu3 waar ik onder de microscoop echte chromosomen zie, het vermogen van mijn rechterarm 13,3 watt blijkt te zijn, en mijn hartslag en ademhaling niet beïnvloed blijken te worden door het kijken naar vrouwelijk porno. En bij het kunstenaarscollectief Elektriciteit is onze hobby lagen we onder een laaghangende doek te staren naar droomachtige beelden die erop werden geprojecteerd zodat we onder vreemde geluiden in een halve slaaptrance kwamen. Soms liep er een levensgrote kat over ons heen die ons ook nog op de wang aaide. Of boog een soort dementor zich over onze gezichten, maar die liet ik maar lekker over me heen komen.

We waren er te kort om er veel van mee te maken, zodat we volgend jaar een weekje later naar Groningen gaan. Als het er dan opnieuw is, want ook dit is uiteraard een linkse hobby waarvan het bestaan wellicht op de tocht staat. Hopelijk is de Noorderzon dan niet met de noorderzon vertrokken zodat we nog meer kunnen genieten van dit performing arts festival. Waarvan een uitstekend gratis gidsje is gemaakt met een duidelijk overzicht van alles wat er waar, wanneer en door wie te beleven is. Zoals ook popmuziek. Die klinkt me helaas vrijwel altijd te hard in de oren, zodat ik het niet zo lang uithou, hoe goed ik ook de groep Rigby vond, die op de Vismarkt speelde, en hoe mooi ik ook de klanken I can feel a hot one van Manchester Orchestra vond die over het festivalterrein uitwaaierden. Noorderzon, waar je ook lekker kan eten en drinken en ook goede gratis sanitaire voorzieningen zijn. Kortom: Noorderzon, waar het leven goed is. Nu nog tot 28 augustus.

Uit balans

Date 15 augustus 2011

Boekhouden is voor mij altijd een beetje mysterieus geweest. Zoals zoveel mensen die zich daarmee bezighouden snap ik het wel en tegelijk ook weer niet. Neem nou een balans, met aan de linker- of debetzijde keurig je bezittingen en aan de rechter- of creditzijde keurig je schulden. En als het meezit staat aan de rechterkant ook nog het verschil tussen bezittingen en schulden, ofwel het vermogen. Dat bedrag moet overblijven als je je bedrijf opheft door al je bezittingen te verkopen, je schulden te betalen. Die bezittingen en schulden kun je in allerlei soorten opsplitsen, waarop je mooie formules kan loslaten die dan iets zeggen over je bedrijf, zogenaamde kengetallen als solvabiliteit en liquiditeit of quick ratio. Dat ziet er allemaal hartverwarmend mooi uit, maar hoewel ik het begrijp snap ik het toch niet echt.

Dat met die bezittingen aan de linkerkant, daar kan ik me duidelijk iets bij voorstellen. Dat zijn dingen die je hebt, die je kan zien, die je pakken. Een fabrieksgebouw stáát er gewoon, je vrachtwagen staat er heel concreet en trots bij, je computers doen hun best en in de la van je kassa ligt geld. Maar wat moet ik me voorstellen bij de rechterkant van de balans, de schulden en het vermogen? Dat is helemaal niet zo concreet als het tastbare bezit aan de linkerkant, want een mix van afspraken en beloftes, toezeggingen en vertrouwen. Als ik de balans zo bekijk lijkt het wel alsof de debetkant real life vertegenwoordigt, en de creditkant over virtual reality gaat. Begrippen als schuld of bezit zijn denkconstructies waarvan je je kan afvragen of die iets met de werkelijkheid te maken hebben. En als je in een balans met debet en credit zit te rekenen, vraag ik me af of je dan niet appels met peren zit te vergelijken.

En dat niet alleen. Het ene wordt vaak als positief beschouwd en het andere als de negatieve keerzijde ervan. Vaak heb ik boekhouders achter hun computerscherm zien puzzelen of bedragen nu positief of negatief moesten worden ingevoerd in hun grootboeken of journalen. Maar gelukkig bieden wat vuistegels hulp: kosten zijn altijd debet, maar vraag me nu even niet waarom. Want het is niet verwonderlijk als je in de war raakt omdat real life dan ook nog als een soort negatieve virtual reality wordt beschouwd en omgekeerd. Zo zegt onze boekhouding hoe we al met dualiteit zijn opgegroeid. Alsof negativiteit méér is dan een gedachteconstructie, waar je weliswaar leuke praktische dingen mee kunt doen, maar die daarom nog niet op real life betrekking hoeft te hebben.

In mijn middelbare schooltijd puzzelde ik me suf over hoe een negatieve koe eruit zou zien. Het skelet en de ingewanden aan de buitenkant en de kop in zijn buik? Met kleuren die tegengesteld zijn aan die van het origineel? En als die koe in de wei stond, moest dan niet alles wat koe was eigenlijk wei worden en omgekeerd? Ik kwam er niet uit. Van het getal i, de wortel van -1, heb ik ook nooit wat begrepen. Hoewel ik wel moet toegeven ooit in een computerprogramma met vier dimensies gewerkt te hebben, dus onvoorstelbare dingen kunnen daarom nog wel praktisch bruikbaar zijn. Wat niet wegneemt dat negativiteit niet echt bestaat omdat de werkelijkheid niet-twee is, en alle dualiteiten hersenspinsels zijn. Ik kan wel iets als negatief interpreteren of het zo voelen, maar daarmee is het nog niet zo.

Kennelijk blijkt een balans toch in staat te zijn totaal verschillende dingen tegen elkaar af te wegen. Dat het daarbij alleen over geld gaat blijkt een droom. In de rechterschaal ligt namelijk iets onvergelijkbaar anders dat niet in geld is uit te drukken: vertrouwen. Dat hebben politici en banken verspeeld, dat wordt duidelijker dan ooit te licht bevonden. Want het gaat niet aan om op de pof mooi weer te spelen en volgende generaties met de consequenties daarvan op te schepen. Het is natuurlijk nooit goed te praten, maar wel heel verklaarbaar en begrijpelijk als jongeren daartegen in opstand komen met alle gevolgen van dien. Want alles zoekt uiteindelijk evenwicht, ook onze balans. Of we het leuk vinden of niet.

Bewust bewust

Date 10 augustus 2011

Gisteravond belandde ik na een satsang van Adyashanti in de Mozes en Aäronkerk met een groepje in het kleine gezellige café ’t Hooischip. Met een dubbele Westmalle.

‘Wat ik boeiend vond was het onderscheid dat hij maakte tussen unconscious awareness en conscious awareness,’ zei ik, waarop zich een hele discussie ontspinde over bewustzijn in al zijn soorten en maten. ‘Awareness’ is altijd aanwezig, had Adyashanti (lichtblauw overhemd, donkerblauw jasje, bruine broek en gelukkig geen dasje) gezegd, maar daarvan ben je niet altijd ‘conscious’. Maar wat is dan het verschil tussen deze twee? In het Nederlands worden vaak beide woorden vertaald met ‘bewustzijn’. Misschien kun je het verschil het beste aangeven door te praten over de mogelijkheid dat je je bewust wordt van je bewustzijn. Sommigen zouden dat misschien ‘zelfbewustzijn’ noemen, maar dat suggereert dat er een zelf is, wat velen in de nonduale traditie ontkennen omdat het zelf een illusie is en daarom ook nooit te vinden is.

Je zou dan het alledaagse bewustzijn ‘consciousness’ kunnen noemen. Dat wat oppopt bij het wakker worden. Na even weggeweest te zijn worden we ons bewust van de wereld om ons heen, wie we zijn, wat voor dag het is, wat er op ons to do-lijstje staat. Maar er zijn ook van die momenten waarop we iets in onszelf opmerken dat er altijd al geweest is. Een onveranderlijke kern die er ook was toen we ons er niet bewust van waren, zoals tijdens veel dagelijkse activiteiten waarin de aandacht door van alles en nog wat wordt opgeslokt. Dat zou je ‘awareness’ kunnen noemen, en dat soort bewustzijn maakt het onder andere mogelijk ons dingen te herinneren die we niet bewust hebben meegemaakt. Hoe zouden we zonder deze ‘awareness’ kunnen weten dat we lekker hebben geslapen?

In ‘awareness’ is stilte, ruimte, openheid. Het denken valt even weg zodat er geen oordelen zijn, geen wensen en daarom ook geen speciale gerichtheid op iets, iemand of wat dan ook. Je laat de wereld zijn zoals ze is. Je bent er helemaal ‘bij’, wakkerder dan wakker. Dit bewustzijn is volgens Adyashanti altijd bij ons, omdat het onze kern is. Maar toch zijn we ons daar meestal niet van bewust, vandaar zijn term ‘unconscious awareness’. ‘Conscious awareness’ daarentegen zou je kunnen vergelijken met een staat van satori: een tijdelijke staat van verlichting waarin geproefd wordt van een wereld waarin alle tegenstellingen zijn overstegen, alle dualiteit een illusie van ons denken blijkt te zijn, dat nu eenmaal niet zonder digitaliteit kan functioneren. In onze diepste kern is alles één en ons eigen bewustzijn niet te lokaliseren.

Ik sta wel eens voor de spiegel in gedachten mijn hoofd te ontleden. Ogen en oren, hersenen… ‘Is dit nu datgene waarmee ik dit zie?’ vraag ik me dan af bij het bekijken van de windingen van mijn achterste hersenschors. En nog verder pellend, op zoek naar mijn bewustzijn, kom ik mijn pijnappelklier tegen, maar die vind ik eigenlijk veel te klein om het bewustzijn te herbergen, waarvan überhaupt zo moeilijk te achterhalen is wat en waar het nu eigenlijk is. Vreemd eigenlijk dat ik nog steeds bij bewustzijn ben in dit gedachtenspel, want ik laat mijn hersenen veel meer verdragen dan een simpele knock-out! In welke kwab zitten deze gedachten eigenlijk?

Adyashanti had het ook nog over het Thomas-evangelie. Iemand bood hem een kopie van Ceci n’est pas une pipe van Magritte aan. Hij beantwoordde veel vragen, en een bezoeker excuseerde zich dat hij geen vraag had. De akoestiek was slecht in deze kerk, en vanwege de pompeuze overdaad aan schilderingen en beelden vond ik de locatie eigenlijk helemaal niet passen bij deze zenleraar. De statiën in reliëf aan de muren, en wij zaten vlak bij de twaalfde: een sterven van Jezus zoals het zeker niet zal hebben plaatsgevonden. Hoe meer beelden en vormen, hoe meer uitleg en uiterlijk, hoe minder dat alles nog te maken heeft het de wortels waaruit religie is ontstaan. Uit enkelingen die zich bewust werden van hun bewustzijn, van hun zich altijd terugtrekkende en daarom onvindbare kern. Die zich realiseerden – ‘echtmaakten’ – dat ze eigenlijk altijd al alles waren, geweest zijn zullen blijven, net als iedereen: een bewustzijn dat niet te vinden is maar misschien juist daarom zo overal aanwezig. Net zoals je in een donkere sterrennacht het heelal niet kan aanwijzen maar de aanwezigheid ervan overal om je heen voelt.

Bewust bewust, daar gaat het om. Tijd voor nog een verfrissende dubbele Westmalle. Ewald brengt mij en iemand anders thuis met de auto. Draait It’s Always Now van Willie Nelson. En dat is het.

Autisme versus empathie

Date 3 augustus 2011

Onze kijk op Anders Breivik laat zien hoe beperkt onze psychologie en psychiatrie eigenlijk zijn. Want terwijl het glashelder is dat hier sprake is van iemand die niet goed bij zijn hoofd is, kan toch niet aangetoond worden dat dit echt het geval is. Hij blijft toerekeningsvatbaar, ziet er uit als een tamelijk gewone man waarmee niks bijzonders aan de hand is. Zo kunnen ook normaal uitziende mensen tot de meest verschrikkelijke dingen in staat zijn, zoals het in koelen bloede en uit berekening uitmoorden van socialistische jongeren op het eiland Utøya. Zo laat Breivik een verworden versie van de Waterman zien: de koele, rationele, tot extremen geneigde gepolitiseerde idealist. Maar wat zijn persoonlijkheid betreft lijkt er weinig te vinden dat op een ziekte lijkt. Kennelijk kunnen ook gezonde, normale mensen slecht zijn. Sterker nog: een morele waarde als goedheid hoort – net als wellicht ook waarheid en schoonheid – helemaal niet thuis in het domein van de psychologie en psychiatrie, dat zich alleen met de persoonlijkheid van de mens bezighoudt.

Maar hoe komt het dat we psychisch gezonde mensen toch geestesziek kunnen vinden? De grote verwarring is ontstaan doordat we weinig onderscheid hebben gemaakt tussen ziel en geest, en ze daarom vaak met elkaar verwarren. Echt verwonderlijk is dat niet, want al eeuwen zijn religie en filosofie doordrongen van de dualiteit van het lichaam enerzijds en de ziel of geest anderzijds. Zo gaat de ziel naar hemel, hel of vagevuur nadat het lichaam gestorven is. Zo spreken we van een gezonde geest in een gezond lichaam. Alleen al in deze twee uitspraken zien we hoe de begrippen ziel en geest op één hoop worden gegooid. Terwijl het toch echt verschillende dingen zijn. Want de ziel, de psyche, heeft betrekking op de persoonlijkheid, die veranderlijk, individueel en sterfelijk is. Deze ‘ziel of psyche, waarmee de psychologie zich bezighoudt, omvat zowel het gevoel, als het verstand, als de wil, en nog veel meer,’ zoals Mellie Uyldert schrijft in Psychologie van het christendom. Maar de geest stijgt daarboven uit, is onveranderlijk, niet individueel en onsterfelijk, ‘het eerst aanwezige, volmaakte, onveranderlijke, niet overerfelijke en het bij alle mensen gelijke.’

Het zou dus verhelderend zijn als we meer doordrongen waren van dit verschil tussen ziel en geest. Als we het begrip ziel betrokken op de persoonlijkheid met zijn wereld van denken, voelen en doen (Mercurius, Venus en Mars), en het begrip geest op het transpersoonlijke ‘hoger octaaf’ van deze eigenschappen. Bij dat laatste staat niet meer ons eigen denken, voelen en doel centraal, maar kunnen we ook voorbij ons zelf mee-denken, -voelen en -doen (Uranus, Neptunus en Pluto). Met dit onderscheid in gedachten kunnen we empathie en autisme beter plaatsen. Bij empathie kunnen we voorbij ons eigen ikje invoelen en inleven alsof we ook die ander min of meer zijn, terwijl dat bij autisme juist niet het geval is. De laatste heeft het juist moeilijk met bijvoorbeeld het invoelen van de betekenis of de bedoeling van wat er gezegd wordt, kan moeilijk anders dan dingen letterlijk interpreteren. Autisme – je zou het astrologisch een gebrek aan Neptunus kunnen noemen – is geen ziekte van de ziel maar van de geest waarvoor alleen spiritualiteit een uitweg kan bieden.

Het is opvallend dat we juist in onze tijd zoveel met autisme worden geconfronteerd. En dan bedoel ik niet speciaal degenen die aldus gediagnosticeerd zijn, maar ook veel mensen in het overheids- en bedrijfsleven. De overheid begrijpt steeds maar niet wat burgers eigenlijk willen of bedoelen en de top van het bedrijfsleven graait maar door. Als iemand evenveel verdient als honderden van zijn werknemers samen en totaal geen contact meer heeft van wat er op de werkvloer gebeurt is er weliswaar geen sprake van een psychologische afwijking, maar kun je toch wegens zijn gebrek aan empathie met een gerust hart zeggen dat hij geestesziek is. Autisten zijn alleen op de wereld, hebben een beschermlaag rond hun ikje gebouwd, en verplaatsen zich als in een auto door de wereld zonder uit hun eigen wereldje te hoeven stappen. Het lijkt erop dat velen het niet aankunnen dat door internet hun wereld steeds groter en groter wordt, en dat ze zich als bescherming daarvoor zo veel mogelijk in een eigen eenzame werkelijkheid opsluiten. Zo beschouwd is onze confrontatie met autisme, als tegenhanger van empathie, een Piper at the gates of dawn van een nieuwe tijd, waarin geesteswetenschappen zich niet alleen maar met de ziel, maar ook met de geest moeten gaan bezighouden.

Natuurlijk rechts!

Date 28 juli 2011

Het verschil tussen links en rechts kwam onlangs ter sprake in het ntr-programma Kijken in de ziel: Politici. Die waren dus aan het woord, en het meest opvallend vond ik de woorden waarmee Wouter Bos het programma besloot. ‘Als je als rechtse politicus mislukt, dan is de wereld nog steeds rechts, dan wint de sterkste en de rijkste,’ zei hij. ‘Linkse politiek is constant iets proberen te veroveren op de realiteit, terwijl rechtse politiek vindt die realiteit eigenlijk ook wel best (…) de wereld is in essentie dus rechts en dat blijft ie zolang ze die linkse jongens een beetje op afstand houden.’ Dat geeft te denken. Alsof rechts de natuurlijke aard van de mensen is, en als je vandaag de dag om je heen kijkt lijkt dat ook zo.

Wat Wouter Bos me duidelijk maakt is dat het verschil tussen links en rechts hetzelfde is als dat tussen idealisme en realisme. Rechts houdt zich bij de zichtbare feiten, met veel accent op de materiële werkelijkheid zoals die nu eenmaal is, en geniet daarom van een goed glas wijn bij de open haard. Zij wil de wereld niet veranderen of verbeteren en heeft in die betekenis ook geen idealen. Er is gewoon een land dat bestuurd moet worden, en dat is het dan. Alles wat meer wil dan de huidige status quo is een bedreiging van de vrijheid van de gemiddelde burgerlijkheid, dus laat iedereen zijn eigen gang maar gaan en laat de vrije markt zijn werk maar doen. In die betekenis is rechts niet elitair, maar de paradox is wel dat deze realistische levenshouding in de praktijk heel anders uitpakt.

Wat is natuurlijk? Op school heb ik met biologie geleerd dat de natuur niets anders is dan een survival of the fittest. Rechtse kreten als ‘keihard aanpakken’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’ passen goed in dit darwinistische mensbeeld met zijn natuurlijke selectie. Ja, het is echt natuurlijk om rechts te zijn omdat we als kind van de evolutie niet anders gewend zijn. Rechts zijn zit in ons bloed en is uiteindelijk de staat waarin we terugvallen als onze idealistische pogingen om onszelf en de wereld te verbeteren mislukt zijn. Dan keren we weer terug naar de realiteit waarin het gaat om Wein, Weib und Gesang, de wereld van een uiterst gemiddeld gevoels- en intelligentieleven. En het is wel zo democratisch om daar het meest rekening mee te houden.

Links is elitair, wil het volk verheffen. Roept visies en idealen van daken en spandoeken. Wil ontsnappen aan de wetten van de evolutie, aan de rat race waar de beste, slimste en snelste wint. Wellicht als gevolg van een traumatisch herinnering aan onze uitputtende wedren als levensbehoeftig zaadje. Een mens leeft niet van brood alleen en moet uitstijgen boven de materiële en tastbare wereld waartoe rechts zich beperkt. Links heeft visie, in tegenstelling tot de bewust gekozen oppervlakkigheid van rechts. Links denkt verder dan zijn neus lang is en kan niet anders dan tot de conclusie komen dat er meer is dan de gemiddelde realiteit, meer dan de vermarkting die een legalisatie is van het recht en de macht van de slimsten en sterksten.

Rechts gaat uit van de gelijkheid van alle mensen, en leidt door haar geloof in de natuurwetten juist tot ongelijkheid, zoals toename van het verschil tussen arm en rijk. Links gaat uit van de ongelijkheid van alle mensen, en leidt door haar geloof in altruïstische idealen juist tot gelijkheid, zoals vermindering van armoede. Dat laatste is volgens rechts volstrekt overbodig en daarom een ‘linkse hobby’: de natuur regelt het zelf wel, en die zou je niet moeten willen verbeteren. Als iemand verdrinkt is het zijn eigen schuld, dan had hij maar moeten leren zwemmen. Juist door het uitschakelen van de natuurlijke selectie creëren we watjes, mensen die hun eigen kracht en weerstand verliezen. Weg met de zorg! En terug naar een ferme aanpak!

Als Atlas gaat staken ligt de economie plat. Als alle vrijwilligers gaan staken ook. De wereld is een speelveld van egoïsme en altruïsme, van realisme en idealen, van natuur en cultuur. Enerzijds van mensen die van de stof willen proeven en enthousiast in de materiële wereld duiken, en anderzijds van mensen die deze ontvluchten naar de ijle en onzichtbare wereld van idealen. Zo is alles een dans en bereikt iedereen juist het tegengestelde van wat de bedoeling was: links leidt tot een softe lieve wereld van cultuur waarin niemand zich nog stevig kan verdedigen, en rechts tot een harde stoere werkelijkheid waarin juist het geloof in de natuur leidt tot afbraak daarvan. Hoe natuurlijk is het om in de natuur te geloven? Dat is ook een conflict in de alternatieve wereld, waar men de natuur verheerlijkt en natuurlijke leefwijzen voorstaat zonder te beseffen dat de natuur niet altijd lief is, en heel wreed kan zijn en rechts is, zoals Darwin liet zien.

Nee, ik heb niet altijd zin in een natuurlijk leven! Ik wil natuurlijk leven en dat kan moeilijk zonder natuurlijk leven. Hoewel? In onze samenleving hoeven we gelukkig niet meer zo te overleven. Hoe natuurlijk rechts ook moge zijn, als er niet méér dan de natuur was, als velen geen linkse hobby’s hadden leefden we nog steeds als gulzige kannibalen uit de prehistorie. Nu doen we dat wat netter.