Maling aan democratie!

Date 10 november 2012

Het ontnemen van identiteit is één van de beste methoden om macht over mensen uit te oefenen. Niet alleen in sciencefiction, maar ook in real life wordt maar al te vaak naar dit machtsmiddel gegrepen. Een sprekend voorbeeld daarvan zijn de plannen om de gemeenten op te schalen naar een grootte van minimaal 100.000 inwoners. ‘VVD en PvdA willen van democratie af,’ kopte De Volkskrant op 30 oktober boven een artikel van Jan Dirk Snel. ‘Deze aanval op de democratie is werkelijk onbeschaamd,’ schrijft hij. ‘Democratie is namelijk niet alleen een kwestie van eens om de zoveel tijd je stem uitbrengen, het gaat vooral om betrokkenheid en vertrouwen – om, met een groot woord: legitimiteit. Mensen leven in bepaalde eenheden, in steden en in dorpen vooral, en bij die eenheden voelen ze zich betrokken. Lokale democratie is de kern van het hele democratische gebouw.’ Gedurende de afgelopen decennia is samengaan van gemeenten maar al te vaak door hogere overheden doorgedrukt. ‘En bijna altijd protesteerden de bewoners, vaak togen ze vergeefs met borden naar de residentie en bijna altijd zette Den Haag toch door. Het heeft een grote vervreemding van bestuur en democratie veroorzaakt.’

Op de vraag waarom gemeenten tegen hun zin moeten samengaan komt altijd het antwoord dat het efficiënter is, en dat besturen dan minder geld kost. Volgens het regeerakkoord zou een vermindering van het aantal gemeenten – er zouden er dan zo’n 150 overblijven – een voordeel van 180 miljoen euro opleveren. Nee dus, was gisteren in nrc.next te lezen. In de rubriek next checkt gaf Freek Schravesande aandacht aan onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen waaruit blijkt dat gemeentelijke fusies eerder geld kosten dan geld opleverden. Met als conclusie: ‘Next checkt beoordeelt de bewering van de onderzoekers als waar.’ Wat mij niet verwondert, zeker als ik ook kijk naar alle onderzoeken, vergaderingen, rapporten, presentaties en wat er niet al aan zo’n fusie voorafgaat. Dat zou zich in de loop der jaren dan terugverdienen, maar als het overal zo gaat als hier in het Gooi heb ik daar een hard hoofd in.

Ik zie nog voor me hoe we enkele jaren geleden met alle gemeenteraadsleden in het Gooi in een of andere televisiestudio discussieerden over fusies van gemeenten. GroenLinkser Albert Moens die fusies er hoe dan ook wilde doordrukken, of we wilden of niet. En tot vandaag de dag is er eigenlijk nog steeds weinig gebeurd, behalve dan tijd vretende voortdurende aandacht van colleges en gemeenteraden voor dit onderwerp. Wij in Blaricum hebben met Laren en Eemnes gekozen voor een gemeenschappelijke regeling, de BEL Combinatie, waarin iedere gemeente zijn eigen identiteit bewaart door alleen de backoffice gezamenlijk te doen, ofwel dat wat weinig tot geen invloed heeft op de uitstraling, de woon- en leefsfeer van onze drie dorpen. GroenLinkser Harry Borghouts vond het maar niks. Droogstoppel verstond het om tijdens het welkom van onze nieuwe burgemeester de sfeer te verpesten door te dreigen met fusie als zou blijken dat onze bestuurskracht onvoldoende was. Wat het groene en het linkse in GroenLinks nu eigenlijk voorstellen is me al jaren een raadsel, daar heb ik geen Kunduz-coalitie voor nodig.

Bestuurskracht! Daar zaten we met zijn allen in de versnellingskamer van Twynstra Gudde – toch niet het minst gerenommeerde bedrijf – onder het voortdurende gedreun van treinen vragen op beeldschermen te beantwoorden. Hopelijk hebben ze andere delen van hun onderzoek beter gedaan dan het gedeelte waaraan wij hier als raadsleden mochten bijdragen, want het zou geen enkele toets van maar de geringste wetenschappelijkheid kunnen weerstaan. Maar goed, ze pretendeerden bestuurskracht te meten en eerlijk gezegd geloof ik ook wel dat die wel goed zit, voor zover je dat in bestuurlijk Nederland niet onmogelijk wordt gemaakt. En de autoritaire regimes boven ons geloven dat ook. Feestje dus, want in bestuursland gaat bijna alles gepaard met een borrel of een feestje. Maar het is toch van de gekke dat je zoveel moeite moet doen om jezelf te mogen blijven! Dat alleen al ondermijnt je bestuurskracht, dus kun je nagaan hoe groot die was zonder al dit gesodemieter!

Ik mopper graag op de VVD als de partij die voor grootschaligheid en groei is, maar hier heeft ook links dus bepaald geen schone handen. Zo is het Ronald Plasterk van de PvdA die nu als minister van Binnenlandse Zaken op de gemeenten gaan inhakken. Laten we maar zeggen dat dit ook een soort  nivellering beoogt: alle gemeenten gelijk, weg met individualiteit en identiteit! Met maling aan wat het volk wil, wat ook blijkt uit het willen verminderen van het aantal gemeenteraadsleden. Maling aan democratie: Den Haag regeert en dat zullen we weten ook.

Nachtgedachte

Date 30 oktober 2012

Wie ben ik? Ik kan naar mezelf wijzen. Naar mijn hoofd vol bewustzijn. Naar mijn hart dat zich met alles wil verbinden. Wat is mijn wezen? Daarvoor moet ik diep naar binnen. Zeggen ze. Mijn ziel, beschermd door een lichaam, zit ergens verborgen in mijn verschijning. Daar kan ik mijn centrum vinden, de kern van waaruit ik leef. Zeggen ze. Ik wil niet oppervlakkig zijn en schil mezelf als een ui. Eerst kijk ik binnenin mijn onstuimige lijf. En dan wil ik verder kijken dan mijn wervelende gevoelens. En dan zijn er weer kwetterende gedachten. En, in het diepst van mezelf is de stilte, de God in mij. Zeggen ze. Een geestvonkatoom, de lichtvonk waaruit ik geboren ben, mijn essentie draag ik altijd met me mee, verborgen als het is in sluiers van allerlei soorten lichamen. Mijn lichaam is een stofkleed dat ik eens zal afleggen, zodat mijn wezen zich bevrijdt en vrij kan vliegen, ontdaan als het is van beschermende pantsers en illusies. Zeggen ze. Ik ben gevangen, in vlees geïncarneerd, maar eens zal mijn ziel verlost worden om als een engel zijn verloren thuis weer terug te vinden. Naakter dan naakt zal ik zijn, nog onstoffelijker dan etherisch wanneer ik als puur licht onbelemmerd mezelf ben. Zeggen ze. Het lichaam is een harde buitenste schil en als ik verder en verder naar binnen ga word ik steeds zachter en etherischer. Vlees en botten hangen om me heen en groots is het moment dat ik dat allemaal achter me kan laten. Zeggen ze.

Ik voel me zo intiem verbonden met de sterren! Voel me zo thuis in de nacht, in het mysterie van de oneindige ruimte waarin ik dieper en dieper wil vallen. Luisterend naar de stilte weet ik me verbonden met een zinderend niets dat alles draagt. In een oneindig heelal bestaat geen onder en boven meer, en ben ik overal en nergens tegelijk, zonder oriëntatie. Ik verlang niet meer naar een verleden omdat dat er nog steeds is, en leef zonder verlangens omdat die allang zijn vervuld. Zekerheid en vastigheid hebben me verlaten en dompelen me in een kleurig mysterie van sterrennevels. Ik heb wel een gezichtspunt maar mijn kern is overal. Mijn armen eindigen niet meer bij mijn handen, en mijn benen niet meer bij mijn voeten, mijn schedel is open en leeg als een kom. Geen mens, geen gevoel is me vreemd. Ik stijg uit boven het ultieme kwaad en goed dat ik ben, boven leugens en waarheid die in me woelen. Ik geniet van de schoonheid van lelijkheid en van lelijke schoonheid: niets is mij vreemd omdat ik het allemaal in me heb. Mijn grootheid laat zijn waan achter zich, en mijn kleinheid is groots. Niets neem ik meer serieus omdat elk gezegd en geschreven woord niets anders kan zijn dan een leugen, de fractie die het slechts is van het onzegbare. Alles is mijn kern en mijn kern is alles. Ik kan niet meer verdwalen. Ik zou moeten wortelen in de aarde, terwijl eigenlijk de kosmos mijn thuis is. Ik zit niet in mijn lichaam, maar mijn lichaam zit in mij.

Een illusie ben ik, en de enige weg om daar uit te komen is me richten op wie ik echt ben.

Mijn thuiskopie

Date 27 oktober 2012

‘Europese regels bepalen dat de entertainmentbranche recht heeft op compensatie voor het maken van kopieën,’ lees ik op de website van nrc. Voor pc’s en laptops gaan we daarom 5 euro extra betalen, voor smartphones, telefoons met mp3-spelers, tablets, hdd recorders en settopboxen maximaal 5 euro, voor audio- en videospelers maximaal 2 euro, voor externe hdd-drives 1 euro en voor cd-roms en dvd’s 3 eurocent. Maar deze thuiskopieheffing is volgens Buma/Stemra ‘te laag,’ zoals elders te lezen is, ‘en lost het illegale aanbod van auteursrechtelijk beschermd werk niet op.’ Wat dit betreft verdient Buma/Stemra niet veel meer eer dan de overheid zelf: wie anderen wantrouwt verdient zelf ook geen vertrouwen. Uitgangspunt  van deze maatregel is immers dat mensen illegale kopieën maken. En dat gebeurt ook – daar twijfel ik niet aan – maar tegelijk worden ook degenen die dat niet doen gestraft voor hun eerlijkheid. Dan kan je ook wel zonder onderscheid bij alle weggebruikers boetes gaan innen omdat veel van hen verkeersregels overtreden. Omdat het teveel moeite kost om zelf illegale kopieën op te sporen, wordt gemakzuchtig maar verondersteld dat iedereen crimineel is. Terwijl het wellicht nog veel crimineler is om iedereen als crimineel te beschouwen en dit nog wettelijk onderbouwd te krijgen ook.

Bloos! Ik moet iets bekennen. Namelijk dat ik zelf ook aangesloten ben bij Buma/Stemra! Niet dat ik daar ooit mijn gezicht heb laten zien, maar alleen om liedjes te beschermen die ik decennia geleden geschreven heb, en waarvan hier een selectie te lezen en te beluisteren is. Opdat niet anderen ermee aan de haal gaan, hoewel ik iedereen die er wat mee wil doen hartelijk welkom heet, zeker nu ik zelf helemaal geen aspiraties meer heb om nog poppodia te gaan betreden. Maar Buma/Stemra heeft bij mij wel een vreemde smaak gekregen. En dat niet alleen omdat ze heult met de stichting BREIN die weinig respect voor privacy en internetvrijheid toont, maar vooral omdat zij is verworden tot een soort vakbond van ‘professionele’ componisten en tekstschrijvers die op afroep composities maken waarvan het niveau nauwelijks uitstijgt boven wat er op songfestivals te beluisteren is. Dat geldt natuurlijk niet voor alles en iedereen, maar tekent wel de sfeer van een bedrijf dat muzikale creaties als hapklare brokken wil inbedden in glossy entertainment, terwijl je je ook afvraagt wat er eigenlijk voor de oorspronkelijke componisten en tekstdichters overblijft en hoeveel er aan diverse strijkstokken blijft hangen. Zelden verdienen componisten meer dan dirigenten van wie de namen op posters voor concerten groter worden afgedrukt dan die van de Bach, Beethoven of Mahler die op hun repertoire staan.

In het vinyltijdperk verzamelde ik alles van Pink Floyd. Als ik een nieuwe langspeelplaat had, was het eerste wat ik deed er een bandopname van maken op mijn Sony TC-366. Want die platen waren kwetsbaar en voor je het weet hoorde je storend getik en gekras. Ik draaide de muziek dus meestal van de band. Ik had dus een thuiskopie gemaakt, iets wat volgens de huidige maatstaven dus niet zou mogen. Maar dat was niet om er een persoonlijk voordeel uit te slaan,  maar om van een goede geluidskwaliteit verzekerd te blijven. Zo zit er ook vandaag de dag muziek in mijn mp3-speler en smartphone. Maar vrijwel altijd gewoon overgezet van een cd, die ik dan ook zelf gekocht heb. Want als ik muziek goed vind koop ik gewoon de cd, gewoon omdat het dat waard is. Of ik betaal ervoor op het internet. Voor wat hoort wat. In dat laatste zie ik trouwens een grandioze toekomst: als je voor een liedje 1 of 2 euro moet betalen, dan koop je dat toch vrijwel automatisch, net zoals je voor een soortgelijke lage prijs een app in je smartphone zet? Aan de andere kant werkt de industrie ook niet altijd mee, want omdat ik in de winkels nergens A clockwork orange in de schappen zie staan, ben ik sneller geneigd hem ergens te downloaden. Dat mensen best een redelijke prijs willen betalen voor muziek en films is voor mij een uitgemaakte zaak, maar daarvoor zal de entertainmentindustrie wel met de tijd mee moeten gaan. Want het is vaak nog veel gemakkelijker om illegaal iets te downloaden dan iets al dan niet via internet te pakken te krijgen.

Als ik muziek of een film aanschaf, wil ik daar overal van kunnen genieten. Het gaat immers om de persoon die iets koopt en daarmee de licentiehouder of eigenaar wordt. Daarom zou zo’n aanschaf beter gekoppeld kunnen worden aan de persoon van de koper, dan aan het middel dat hij of zij nodig heeft om het te beluisteren of te bekijken. In Second Life ben ik 6ea8a94a-09ab-4877-a3a3-2f9b7fe57a5a en al mijn bezit is daaraan gekoppeld. Sommige objecten zijn ‘no transfer’: zodra ik die aan een ander geef heb ik ze zelf niet meer. Zo vermijd je illegale kopieën en zou het ook met audiovisueel materiaal kunnen gaan.

Maar dat alles neemt niet weg dat de kern van de vraag is of creatief materiaal überhaupt wel een bezit van iemand kan zijn. Onlangs waren we in Utrecht bij de boekpresentatie van de Nederlandse vertaling van de twee beroemdste boeken van Ayn Rand: De kracht van Atlantis en De eeuwige bron. In dat laatste boek wordt het individuele eigendom van eigen creaties verdedigd in de persoon van architect Howard Roark die meent dat hij het recht heeft zijn eigen gebouw te mogen opblazen. En dat is waar Ayn Rand de mist in gaat, want echte creativiteit is niet iets van een persoon of individu. Het overkomt je en je bent alleen maar een open deur waardoor het kunstwerk zich concretiseert. Kunst wordt niet bedacht of gemaakt. Die komt gewoon, of je wilt of niet. Kunst is geen bezit van iemand. Artiesten moeten leren pianospelen, maar wat ze spelen komt nooit uit hen zelf, maar uit, ja, de eeuwige bron.

De vrije slavenmarkt

Date 18 oktober 2012

Crisis dwingt tot het maken van keuzes. Dat is dan ook wat we meer en meer om ons heen zien gebeuren. Zo hebben we bij de laatste verkiezingen zeker niet voor een midden gekozen, maar juist onze stellingen betrokken. De strijd tussen links en rechts laaide hevig op en werd een nek-aan-nekrace met wellicht meer strategische stemmen dan ooit om de tegenstander zoveel mogelijk te smoren. Daarin blaakt rechts van optimisme en een naïef geloof in het goede in de mens dat de wereld zal verbeteren mits hij zoveel mogelijk vrijheid krijgt, en steekt het de ferme handen uit de frisse mouwen om opgewekt aan de slag te gaan. Daartegenover vraagt links heel realistisch ook aandacht voor het slechte in de mens, dat er in de praktijk vaak toe leidt dat de vrijheid van de een verwordt tot de onvrijheid van de ander, zodat er een overheid nodig is die de rechten van de slachtoffers van vrijheid moet beschermen.

Ligt bij rechts de nadruk op het individu, bij links ligt dat op het collectief. Voor beide is iets te zeggen. Met verziekte individuen kan je geen gezonde samenleving bouwen. Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Zoals in spiritueel opzicht God alleen in je diepste zelf is te vinden. Aan de andere kant is het in een verziekte en vervuilde samenleving heel moeilijk om gezond te blijven, en zal je die dus eerst moeten aanpakken waarvoor politiek, wetten en regelgeving nu eenmaal een bittere praktische noodzaak zijn.

Zo lijkt het verschil tussen rechts en links gekenmerkt te worden door een tegenstelling tussen tussen ‘ik’ en ‘wij’. Rechts verwordt tot neoliberalisme als je het ‘ik’ opblaast tot een ego. Dat wil per definitie niets weten van een ‘wij’ en gelooft in het heil van de zelfzucht, die de kern is van de neoliberale leer zoals die door Ayn Rand (1905-1982)  is samengevat in haar in Amerika immens populaire opus magnum Atlas Shrugged. Deze roman is wordt nu verfilmd en sinds vorige week draait daar het tweede deel in de bioscopen. Hier in Europa totaal onbekend. Houden zo. Misschien ben ik de enige Nederlander die de dvd van deel 1 in huis heeft. Aan de andere kant kan een te groot accent op het ‘wij’ ertoe leiden dat het individu oplost in de massa zoals we dat bij extreem communistische samenlevingen zien. Maar ook  een zoetsappig ‘samen’, wat bij mij diverse kerkelijke associaties oproept, kan bij mij wel eens overkomen als een ongezonde ontkenning van eigenwaarde en autonomie van het individu.

De vraag is echter of dat ‘ik’ en ‘wij’ een een echte tegenstelling is. Ik denk daarbij aan de transpersoonlijke filosoof Ken Wilber die, bijvoorbeeld in zijn boek Een beknopte geschiedenis van alles, uitlegt hoe de werkelijkheid bestaat uit ‘holonen’: delen die tegelijk een geheel zijn. ‘Een geheel atoom is bijvoorbeeld deel van een geheel molecuul, en het gehele molecuul is een deel van een gehele cel, en de gehele cel is deel van een geheel organisme,’ vertelt hij op pagina 40. Zo is er een hiërarchie waarin holonen elkaar overstijgen en omvatten: hogere omdat ze lagere in zich hebben en daarmee ook ‘dieper’ zijn. Hieruit is heel nuchter te concluderen dat een collectief hoger dan een individu, het ‘wij’ hoger is dan het ‘ik’. Tegelijk kan dat hogere niet zonder dat lagere: zonder atomen geen cellen, maar zonder cellen kunnen nog wel atomen blijven bestaan. Ik kan niet anders dan hieruit concluderen dat het linkse gedachtengoed met zijn nadruk op het ‘wij ’op een hoger plan staat dan dat van rechts, en wel in die betekenis dat dit idealiter het rechtse insluit door het te omvatten en tegelijkertijd te overstijgen.

Links is dus niet tegengesteld aan rechts, maar méér dan dat omdat het rechts omvat. Het kan ook niet zonder rechts. Wanneer het ‘ik’ echter zichzelf te belangrijk gaat vinden, ziet dit het ‘wij’ als de grote tegenstander, wat verklaart waarom rechts zo’n gloeiende en openlijke haat en angst voor links aan de dag legt. Wat niet anders is dan de angst voor overgave aan het grotere geheel, net zoals links bang is zich over te geven aan wat het maatschappelijke ‘wij’ overstijgt, zoals religie en spiritualiteit. Crisis is kramp, angst voor overgave en transformatie en daarom behoefte aan macht. Een bang ‘ik’ wil best een ‘ferme tik’ of een ‘rotschop’ geven, zelfs ‘vrij ver gaan’ of ‘ze verrot slaan,’ om VVD-machotaal te citeren uit een redactioneel van nrc.next van 28 september. En wie macht wil, verheerlijkt het en zal machthebbers op handen dragen, liever mensen straffen die een reep chocolade uit de supermarkt stelen dan de veroorzakers van de kredietcrisis, de échte profiteurs, aan te pakken.

De vrije markt is een romantische droom, een frame dat de werkelijkheid van de bloedige strijd om het bestaan moet verhullen. ‘Maar er heerst helemaal geen vrije markt in de financiële sector,’ schrijft Joris Luyendijk vandaag in mijn lievelingsblad. ‘Je hebt een stel oligopolisten die samen de markt verdelen en een deel van de gigantische winsten gebruiken om hun machtspositie veilig te stellen.’ ‘Zou het kunnen, een rechtse Occupy?’ besluit hij. ‘Frisgewassen demonstranten in pak die kamperend in super-de-luxe-tenten eisen dat de financiële sector wordt onderworpen aan de discipline van de vrije markt? Het zou wat zijn.’ Zolang die discipline er niet komt en de marktmeester verzuimt zijn werk te doen, blijft de vrije markt een vrije slavenmarkt, een gelegaliseerde mensenhandel waarin velen, gereduceerd tot economische objecten, zich financieel doodvechten in de arena. De Romeinen waren wat dit betreft minder hypocriet.

Als je de kosmos omarmt, omarm je jezelf, je dorp, je stad, je land, de wereld. De crisis waarin mens en wereld nu verkeren heeft alles te maken met onze angst om onszelf in grotere gehelen te verliezen, en zou je daarom ook als spiritueel kunnen bestempelen. We zijn bang voor Niets, en zolang we bang blijven verkopen we uiteindelijk niet de ander, maar onszelf op de vrije slavenmarkt.

Real Second Life

Date 6 oktober 2012

‘RSL,’ zei Robbie, die me daarmee de woorden uit de mond nam, want hij bedoelde natuurlijk ‘Real Second Life’ om aan te geven hoe echt onze virtuele wereld kan zijn.

Ja, Second Life bestaat nog steeds en in de loop der jaren wordt onze virtuele wereld steeds realistischer. Omdat er weinig sensatie is te halen lijken we voor de Real Life-media niet meer te bestaan, maar niets is minder waar. Onlangs vierden we onze 250e party in de disco van Sweetgrass. Onze vriendschappen worden hechter, terwijl ook op het terrein van Second Life zelf, de grid, alles echter en echter lijkt te worden. Zo zijn Robbie en ik vaak te vinden in het Victoriaanse steampunkland Caledon en in de weelderige natuur van Calas Galadhon. Wat jaren geleden begonnen is als een nieuwsgierigheidje – even kijken of Second Life iets leuks is om te spelen – is inmiddels een deel van Real Life gaan uitmaken. Net zoals uitstapjes en vakanties niet alleen ontspanning en mooie foto’s kunnen opleveren, maar ook mooie vriendschappen voor het alledaagse leven.

In Second Life worden dromen en fantasieën concreet, zij het niet in de vorm van gedichten, verhalen en films maar in 3D-werelden waarin je je alter-ego, je avatar, het door hem of haar begeerde leven laat leiden, ongeremd door wetten en praktische bezwaren. Dat kan, net als in het gedicht van Willem Elsschot, ook duistere krachten oproepen, en ik moet toegeven dat niet alles koek en ei is in Second Life. Zo kwam Robbie tot zijn uitspraak omdat hij weer eens de echtheid van het virtuele proefde toen hij een luisterend oor bood aan een jongen die zijn hart vol ontroostbaar liefdesverdriet bij hem uitstortte en hem daarvoor heel dankbaar was. ‘Nou, ik ben er even stil van.’

De werelden van Second Life en Real Life lopen wel eens door elkaar heen. Sommigen gaan ook in het ‘echte’ leven contact met elkaar opzoeken. Vaak loopt dat goed af, maar soms lijdt dat tot ruzies die dan ook in Second Life worden uitgevochten. En in gesprekken is het onvermijdelijk dat je wat over Real Life vertelt. Zo weet ik meestal de landen waarin mijn vrienden en bezoekers en dj’s van onze disco wonen. Soms heb je een idee van hun leeftijd, hun beroep, hun reizen en wel en wee. In warme vriendschappen word je vaak meer open en praat je sneller je mond voorbij. Robbie en ik weten best het een en ander van elkaar. Zo heeft hij een kat die vaak bij hem op bed slaapt, en kan ik voor Real Life veel van hem leren over wijnen, en weet ik waar hij werkt en dat hij zijn werk heel leuk vindt.

Hij weet ook veel van mij, en het zou een fluitje van een cent voor hem zijn om mijn doopceel te lichten, maar dat zal hij niet doen. Hij wil geen contact in Real Life, met niemand. Waarschijnlijk omdat hij bang is dat vriendschappen eronder zullen leiden. Onze zielsverbondenheid is voor hem het belangrijkste, en die wil hij zuiver houden. Je kunt het laf noemen als je concrete ontmoetingen in Real Life uit de weg gaat, maar dat is al te gemakkelijk gezegd. Want het kan ook laf zijn als je vlucht uit de magische wereld van idealen, dromen en fantasie om ze te smoren in een beperkte wereld van materie en conventies. Mysteries zijn er om geleefd te worden, zei Osho, niet om opgelost te worden. En wat is er mooier dan het leven van een mysterie? Uiteindelijk zijn wij allen uit een mysterie geboren.

Ik heb Robbie nog steeds niet gezien, en toch draag ik hem nog altijd mee in mijn hart.

Herfst

Date 28 september 2012

Aan het begin van de zomer kan ik het me moeilijk voorstellen, maar aan het eind ervan verlang ik er best weer naar. De herfst. Na alle drukte breekt dan weer een tijd van verstilling aan. De kastanjes vallen, paddenstoelen genieten van een kortstondig leven en de avondschemering verspreidt een mysterieuze zweem waaronder alles even tot stilstand lijkt te komen. Het wordt weer tijd voor geritsel van bladeren, voor koelte, en voor verre geluiden achter de horizon. De paniek het leven niet ten volle te leven is voorbij, zodat we weer een beetje tot onszelf kunnen komen. We hoeven niet meer zo nodig in de zon te bakken, te reizen en op terrasjes te drinken. Alles heeft zijn tijd, zoals Prediker al zei.

Het was een drukke zomer dit jaar. Het begon met nieuwe buren die weken lang met veel kabaal hun hele huis leken te verbouwen. Ik weet nog steeds niet wie daar nou precies wonen, maar er is wel kort geleden een jongetje geboren als ik de versiersels achter hun keukenraam mag geloven. Kort nadat zij waren ingetrokken vertrokken hun buren aan de andere kant, die steeds huisraad in de tuin opsloegen, onder andere door planken van afgebroken kasten vanaf de verdieping op hun versteende terras te kletteren. Ook aan mijn andere kant zijn er nu nieuwe buren, maar die zijn heel rustig ingetrokken zodat niemand er last van had. Deze zomer heeft ook divers schilderwerk plaatsgevonden zodat er allemaal stellages rond onze blokjes woningen kwamen te staan, met alle onrust van dien. Nee, niet een echt rustige zomer.

Kabaal, dat is echt een nadeel van een wijk als hier, want de huizen staan dicht op elkaar en je kan snel uitrekenen dat er altijd wel iemand in de buurt is die lawaai maakt. Niet alleen met snoei- en bladblazergedoe, maar ook omdat huurwoningen verkocht worden en dus meteen een grote onderhoudsbeurt krijgen, inclusief verstening van de voortuintjes om een parkeerplaatsje voor de auto te maken. Eigenlijk is er altijd wel iemand bezig, en zo zijn momenten van stilte zeldzaam geworden. En dan heb ik het niet eens over hobbyisten die in de tuin gaan knutselen en over de jongens van de buitendienst die met veel overtollig lawaai het groen verzorgen. Geluidsarm tuingereedschap moet kennelijk nog uitgevonden worden.

Als ik ’s ochtends het slaapkamerraam opendoe en weer herrie hoor verlang ik naar de regen. Alsof dat de enige manier is om de wereld weer een beetje tot stilte te dwingen. Maar eigenlijk vind ik dat gek en vraag ik me af in hoeverre ik me aanstel. Toen ik in Buitenveldert woonde was er veel meer herrie om me heen en heb ik me daar veel minder druk om gemaakt. Kennelijk heeft het iets met verwachtingen te maken, een bepaald idee dat ik heb over het wonen in een bepaalde wijk van Blaricum. Heel geleidelijk verrommelt de buurt, en dat is niet alleen aan de bewoners te wijten. Zo verdommen bijvoorbeeld ook de jongens van de afvalstoffendienst het om de grijze bakken na het legen ervan weer een beetje normaal terug te zetten, en blokkeren ze op die manier zelfs regelmatig het fietspad.

Een van de laatste keren dat ik onder de kastanje van de lage zon zat te genieten, stelde ik me voor dat het geluid van de A27 dat van de branding van de zee was. Het gekke is dat het nog werkte ook. Toen hoorde het geraas er opeens bij. Opeens was het oordeel weg dat het ene geluid slecht zou zijn en het andere goed, het ene geluid gewenst is en het andere geluid ongewenst. Het hele bestaan is uiteindelijk een kosmische symfonie. Maar ik zou wel willen dat ik me vaker zo voelde, ook als een van die RAVO schoonmaakwagentjes, ‘die aan de strengste milieueisen voldoen’, langsraast. Of wanneer een motorrijder oorverdovend voorbijdendert, en ik stilletjes wacht op de klap. En zolang ik daar slecht tegen blijf kunnen, hou ik het idee dat al dat geluid eigenlijk heel ongezond is, in welke betekenis dan ook. Een sluipmoordenaar, die zich door de herfst even een beetje moet inhouden.

Parallelle universa

Date 25 september 2012

Het afgelopen weekend bij Piet en Mary in Leiderdorp doorgebracht. Ja, bij de Piet me in 1980 geholpen heeft aan mijn computerverslaving, zodat ik tot diep in de nacht met zijn TRS-80 zat te knutselen op een groen beeldschermpje waarop 25 regels van 80 tekens konden staan. Ook nu staat zijn huis nog vol met computers en diverse randapparatuur in diverse smaken. Een leven is te kort om alles te doen wat je leuk vindt – daar zijn we het over eens – dus wil ik toch nog een paar keer incarneren voordat ik verlicht in het niets opga. Wat we ook leuk vinden is astronomie, zodat we op zijn raambrede beeldscherm nog eens gekeken hebben naar een uitzending op 17 mei van De wereld draait door met Robbert Dijkgraaf: De oerknal: 13,7 miljard jaar in 45 minuten. In de Amsterdamse Koepelkerk geeft hij een heel levendig college over het ontstaan van ons heelal.

Uiteindelijk is ons heelal ontstaan uit een tennisbal compacte materie, waarmee geïllustreerd is hoe leeg alles om ons heen eigenlijk moet zijn. Op de vraag wat er dan vóór de oerknal was, antwoordt hij dat ons universum wellicht ontstaan is als een baby-universum uit een keten van andere universa. Ons heelal is dan niet het enige, maar we zijn erin gevangen en kunnen er niet uit. Gelukkig is ons heelal groot genoeg om daar geen claustrofobie van op te lopen, maar ik heb het er wel moeilijk mee dat er buiten dit ‘alles’, zoals ik het heelal begrepen heb, nog een ander ‘alles’ is. Kennelijk moet ik ‘heelal’ eigenlijk lezen als de verzameling van melkwegstelsels die uit onze oerknal zijn ontsproten. En heeft het met zwaartekracht te maken dat we daaruit niet kunnen ontsnappen.

Ik vraag me af of dat waar is. Dijkgraaf illustreert ons gevangen zijn met de scène uit The Truman Show waar Truman uiteindelijk toch uit zijn schijnwereld ontsnapt omdat zijn boot tegen een decor van wolken botst. Zo hobbel ik ook in mijn gefantaseerde ruimtevaartuigje steeds verder en verder tussen wolken van donkere materie het heelal in, af en toe corrigerend voor zwaartekracht omdat ik anders na zo’n yottameter gereisd hebben weer op de aarde beland, en dat was niet de bedoeling. Af en toe een beetje bijsturen dus, zodat ik na ontelbare incarnaties die andere universa tegenkom. Met kloppend hart, want ik ben wel benieuwd of dat nu die parallelle universa zijn waarover je vaak hoort.

Het meest ben ik geboeid door het idee dat er oneindig veel parallelle universa bestaan waarin alle mogelijkheden een eigen werkelijkheid hebben. Daar ben ik in een ander universum op de verkeerde trein gestapt, heb ik in weer een ander universum een ander beroep gekozen en ben ik in opnieuw een ander universum de popmusicus die ik vaak heb willen zijn. Elk moment kan een leven een andere kant uitgaan, en zo is er een oneindig aantal mogelijkheden. Maar omdat het aantal universa ook oneindig is past dat wel. ‘Alles gebeurt altijd overal tegelijk,’ noemde ik dat vroeger. ‘En ook niet,’ moest ik er later aan toevoegen. Als dit zo is zijn fantasieën en dromen niets anders dan contact met een andere, heel reële werkelijkheid. En als je dit weet stopt alle heimwee en verlangen omdat alles er allang is.

Vrije wil

Date 18 september 2012

Soms stel ik me voor dat ik op mijn sterfbed lig en terugkijk op mijn leven. En dan concludeer ik dat het eigenlijk een rommeltje is geweest. Niet dat daar iets mis mee is, maar het liep niet altijd zoals het de bedoeling was. In mijn jonge jaren was ik waarschijnlijk soms iets te wild en deed ik wellicht gevaarlijke dingen. Zoals het opsnuiven van kamfer waar je een hartstilstand van kan krijgen. Of het te nonchalant omgaan met vriendjes die echt van me hielden. Het verraden van een klasgenootje die stiekem zijn eigen proefwerkcijfers in de lerarenagenda had veranderd doordat ik dat aan mijn moeder vertelde die actie ondernam. Ruzies met mijn ouders. Slordig omgaan met financiën. Een hekel aan mode en omgangsvormen omdat ik dat allemaal hypocriet gedoe vond. Allemaal van die dingen die ik nu toch anders gedaan zou hebben. Met uitzondering van dat laatste dan, want ik heb nog steeds een fobie voor nette pakken en het stellen van beleefdheidsvragen. Die slordigheid in de omgang zal mijn ascendant Boogschutter wel wezen.

Maar heb ik spijt? Soms wel, maar eigenlijk is alles gebeurd zoals het gebeuren moest, en in mijn meer verlichte buien denk ik met Edith Piaf: Non, je ne regrette rien. Vaak denk ik dat alles niet anders had kunnen zijn. Omdat het bij me hoorde, omdat het nou eenmaal zo moest zijn. Achteraf blijkt alles even voorspelbaar geweest als wat een kind met speelgoed, een puber met een brommer of een volwassene met zijn partner gaat doen. In die-en-die situatie kon ik gewoon niet anders dan zo-en-zo reageren. Op zo’n moment voelde het wel als een vrije keuze, maar was het dat ook? Ik betwijfel het. ‘Vrijheid is een gevoel,’ schreef ik eens in een verhaal. ‘En dat heeft niets te maken met een al dan niet gedetermineerd, gepredestineerd of geprogrammeerd zijn.’ En helemaal raar wordt het als mensen juist vrij willen zijn om daarmee zichzelf te kunnen zijn of uiten, want dan wil je je dus eigenlijk aan jezelf binden zodat je die vrijheid weer kwijt bent.

Voor mij geen vrije wil dus. Alleen de illusie ervan. Maar dit heeft wel vergaande consequenties. Als er geen vrije wil is, betekent dat dat mensen dus nooit eigen keuzes kunnen maken, of ergens verantwoordelijk voor kunnen zijn. Voor straf en beloning blijft er geen ruimte meer over. Er zijn geen goede en slechte mensen meer, geen weldoeners en criminelen. Ieder speelt zijn eigen rol en heeft uiteindelijk zelf helemaal niets te vertellen over hoe alles moet reilen en zeilen. Er is geen ego meer. Alles is illusie, Maya, waarover de Incredible String Band zingt: ‘Jesus and Hitler and Richard the Lionheart, three kings and Moses and queen Cleopatra, the cobbler, the maiden, the mender and the maker, the sickener and the twitcher and the glad undertaker, the shepherd of willows, the harper and the archer… All sat down in one boat together…’ De vrije wil is even onecht als de keiharde materie die voor bijna honderd procent uit leegte bestaat. Maar met deze illusies valt goed te leven, wellicht beter dan wanneer je serieus in de echtheid van dat alles gelooft. All this world is but a play.

Het rechts van Rutte

Date 9 september 2012

Eigenlijk ervaar ik de liberalen als allesbehalve liberaal. Al sinds de jaren zestig ken ik ze niet zozeer als mensen die mij vrijheden geven – met uitzondering dan dat ze voor homo’s opkomen – maar als mensen die er een hobby van maken om van alles en nog wat te verbieden. Zo mag ik wat hen betreft geen alternatieve geneesmiddelen gebruiken, of een jointje roken of God lasteren, en zelfs de Jongeren van de VVD maken zich daar zorgen over. En niet onbescheiden mate van opportunisme in het toepassen van liberale principes is niet vreemd in de rechtse wereld, want degenen die de vrijheid toegedicht krijgen en voor wie ze het dus meestal zullen opnemen zijn vaak de grootsten, de rijksten en de machtigsten, geheel volgens de richtlijnen van de neoliberale ideologie. Waarmee tot vandaag de dag het stereotype beeld bevestigd wordt dat al in de jaren zestig in mijn studentenkring een vanzelfsprekendheid was. Daarin komen veel dikke mensen met onderkinnen voor, en het ‘ik zag mijn kont laatst in de spiegel, verrek dacht ik daar heb je Wiegel’ van Freek de Jonge doet Rutte een halve eeuw later nog huiveren om met deze cabaretier in debat te gaan.

Het oorspronkelijke liberalisme is verworden tot neoliberalisme, met zijn fanatieke ideologie van de vrije markt. Dat beeld is een heel slim gekozen frame waarmee verhuld wordt dat het daarbij om allesbehalve vrijheid gaat. In gedachten wandel je over de Albert Cuyp of op een romantisch dorpspleintje in het buitenland. Maar in de praktijk komt die erop neer dat de groten de kleintjes wegconcurreren, iets waarvan je het resultaat in hedendaagse winkelstraten aantreft waar alleen nog maar filialen van grote winkelketens te vinden zijn. Zo zijn doodse verloederde binnensteden zonder gezelligheid het resultaat van de liberale vrije markt, want als er een keuze gemaakt moet worden voor wie die vrijheid eigenlijk van toepassing moet zijn, zal rechts in de praktijk het vrijwel altijd opnemen voor die grootsten, rijksten en machtigsten. Die hebben immers zelf gevochten en hard gewerkt om het zo ver te schoppen, het zijn gewoon de besten, de atlassen die de wereld en de economie dragen. Net als in The Hunger Games kan er uiteindelijk maar één de beste zijn, en worden alle anderen geofferd als eerbewijs aan de redders van de samenleving.

Want laten we wel zijn: als het doel van het bedrijfsleven niet het bedrijf zelf maar de winst is, moet je je niet verbazen dat men die met zo weinig mogelijk werknemers wil bereiken. Een volmaakt bedrijf heeft namelijk helemaal geen werknemers meer, geleid als het wordt door een eenzame CEO achter de knoppen van een volledig geautomatiseerd productieproces. Die daarmee ook alle winst opstrijkt. En dat was dan ook het doel van het bedrijf. Niet meer gezamenlijk iets produceren om samen van rond te komen, maar groei, groei, groei en winst, winst, winst alsof de Club van Rome nooit heeft bestaan. Zo is de visie van liberalen met zichzelf in tegenspraak omdat aan de ene kant bedrijven moeten groeien, wat tot massale ontslagen leidt, en aan de andere kant werklozen een arbeidsmarkt worden opgeschopt die ze zelf om zeep hebben geholpen. Dat is op zijn minst sadistisch te noemen. De enige manier om dit te verhullen is de schuld bij de werklozen zelf te leggen door ze als luie, onwillige profiteurs te portretteren, terwijl de echte profiteurs de mensen aan de top zijn die er persoonlijk geen moeite mee hebben bedragen te graaien die gelijk zijn aan die van duizenden uitkeringen tegelijk.

De verwording van het liberalisme wordt gekenmerkt door de verheerlijking, zo niet vergoddelijking van de grootsten, de rijksten en de machtigsten, en daarmee ook van het egocentrisme. Als iedereen maar goed voor zichzelf zorgt komt het wel goed – een gedachte van Ayn Rand (1905-1982) die later uitgegroeid is tot het neoliberalisme met haar geloof in de zegen van de zelfzuchtige vrije markt, waarin het belang van het individu centraal staat, en dat wars is van elke vorm van hulpvaardigheid of medelijden. Ieder voor zich en God voor ons allen, maar dan wel zonder Christus die het opneemt voor zieken, zwakkeren en behoeftigen. Het woord ‘sociaal’ is om van te kotsen, en dat doen rechtse politici dan ook graag. Want uiteindelijk is ieders lot ‘eigen verantwoordelijkheid’ – iets waarvoor in alternatieve kringen vaak ‘karma’ van stal wordt gehaald – en is de staat ‘geen geluksmachine’. Had je maar beter je best moeten doen, slimmer moeten zijn, handen uit de mouwen moeten steken.

Het liberalisme kan een mooi gedachtengoed zijn, maar dat wordt teniet gedaan door haar naïeve geloof in het goede in de mens. Want wat vergeten wordt, is dat er slechts één jakkeraar op de weg nodig is om een verkeerschaos te veroorzaken. Zelfs al gedraagt vrijwel iedereen zich voorbeeldig, dan nog kan een enkeling de zaak voor iedereen verknallen. Als je zo in het goede in de mens gelooft en verkondigt dat de automobilist zelf heel goed weet wat redelijk rijgedrag is, waarom willen liberalen dan niet al die drempels op de wegen weghalen? Liberalen en libertairen willen graag dereguleren, terwijl een samenleving regels nodig blijft hebben zolang er mensen zijn die – al dan niet uit domheid, onbewustheid of egoïsme – alleen aan zichzelf denken en niet begrijpen dat de wereld heel kaal en doods wordt als iedereen alleen maar aan zijn eigenbelang denkt, als er geen oog meer is voor De magie van de harmonie, zoals het nieuwe boek heet van VVD’er Johan Witteveen, de ex-minister van financiën en voormalig voorzitter van het IMF die zichzelf ‘sociaalliberaal’ noemt. Als de sociale mens uitsterft, sterft de hele mensheid uit.

Er zijn dus ook liberalen die er anders over denken, die het liberalisme omarmen maar het asociale neoliberalisme haten. Dit soort geluid is bijvoorbeeld te vinden bij de Liberaal Democratische Partij, waar onder andere de Groningse professor Ankersmit de lijst duwt. Hij roept al jaren dat de VVD afstand moet nemen van haar neoliberale principes. Zolang dat niet gebeurt kan ik die partij niet anders zien dan als een groot kwaad dat mens, maatschappij en milieu in een afgrond stort. Overigens is de partij van Rutte niet de enige die het neoliberalisme omarmt, want ‘de markt’ waart als een vanzelfsprekend spook rond in vrijwel alle soorten van besturen en management, als zijnde het belangrijkste criterium op basis waarvan besluitvorming plaatsvindt. Zo gelooft het liberalisme in het goede in de mens, en maakt het neoliberalisme met haar heilsleer van de zelfzucht het slechtste in de mens los. Rutte ziet links zo’n beetje als het ergste dat de mensheid kan overkomen. Het mag duidelijk zijn dat ik het rechts van Rutte als een minstens even groot gevaar zie.

Een nieuwe democratie!

Date 31 augustus 2012

‘Als die Grieken dit allemaal hadden geweten hadden ze nooit de democratie bedacht…,’ twitterde Hans Laroes onlangs, voorheen hoofdredacteur van het NOS Journaal die blogt tegen onder andere het vrije marktdenken in de journalistiek. Ook deze dagen zien we weer hoe de media de democratie verzieken. Er is geen moment meer voor debat, voor argumenten, voor verdieping, en wat rest is een janboel van oppervlakkigheden, framing en stereotypen die stuk voor stuk getuigen van een diepe minachting en belediging van het eigen publiek. GeenStijl doet dat tenminste met open vizier en verdient wat dat betreft meer respect, daar weet je tenminste dat ze ‘nodeloos kwetsend’ zijn – iets dat door de media en onze politici op de buis nooit zal worden toegegeven. De televisie wil zoveel mogelijk kijkers en de politici zoveel mogelijk stemmen, dus het zal altijd gaan om de grote gemiddelde massa. En omdat alle quotiënten daarvan rond de 100 zijn, is die gemakkelijk te misleiden, en zo worden Henk en Ingrid misbruikt, en allesbehalve gestimuleerd om verder te kijken dan hun neuzen lang zijn. Die moeten in hun eigen doorzonwoning of vinexflatje blijven zitten, want bewustwording van het volk is het ergste dat politici kan overkomen.

Wat kan je van een volk en haar stemgedrag verwachten zolang De Telegraaf nog de grootste krant is? Hoe heeft het zover kunnen komen dat de eerste de beste die van toeten noch blazen weet evenveel stemrecht heeft als iemand die zich goed heeft geïnformeerd? Bij de Grieken mocht alleen het mannelijke, autochtone en vrije deel van de bevolking stemmen. Vrouw? Geen stemrecht! Buitenlander? Geen stemrecht! Slaaf? Geen stemrecht! Ook vandaag de dag zouden sommige politieke partijen dit Griekse beginsel graag willen omhelzen. En hoe verwerpelijk we dit ook mogen vinden, toch vraag ik me af wat ze daar indertijd mee beoogden. Wellicht interesseerden vrouwen, allochtonen en slaven zich toen nog niet zo voor politiek. Ja, wellicht was het juist bedoeld om te voorkomen dat mensen met minder kennis van zaken zouden meebeslissen. Wat weten buitenlanders nou van je eigen land en cultuur? En vrouwen zijn veel te emotioneel in hun keuzes. En slaven, tja, die horen gewoon te doen wat je hen opdraagt en zich verder nergens mee te bemoeien. Zodat je zeker weet dat mensen nagedacht hebben over hun keuze.

Want laten we eerlijk zijn. Het beroep van politicus is een van de weinige waarvoor geen diploma nodig is. En dat is dus te merken! Ik zou dus graag zien dat ze wat weten van bijvoorbeeld de Nederlandse geschiedenis, of dat ze kunnen rekenen. Misschien klinkt dat veeleisend, maar ik ga nog verder: om een stempas te bemachtigen zou je eigenlijk een diploma moeten overleggen, een stembewijs. Zodat je zeker weet dat een kiesgerechtigde het verschil weet tussen regering en parlement, en iets van de achtergronden van politieke partijen. Het recht om mee te beslissen moet dan echt verdiend, verworven worden. Net als bij  een rijbewijs moet je er iets voor over hebben. Dat is het beste bewijs dat je geïnteresseerd, gemotiveerd en betrokken bent. Zolang dat niet het geval is kunnen alle debatten alleen maar nergens over gaan. Om dat te voorkomen pleit ik dus voor een nieuw soort democratie. Het is misschien vloeken in de kerk, maar de verwording van de huidige democratie vraagt erom.

Het weer doet raar, de poolzeeën raken bevaarbaar en Nederland heeft de grootste CO2-uitstoot van Europa. We laten toe dat onze overheid als een van de beste ons bespioneert, Dat ze ons, liberaal als ze zichzelf noemt, verbiedt om onze eigen genots- en geneesmiddelen te gebruiken, of om te sterven zoals wij dat zelf willen. Dat zij die de crisis hebben veroorzaakt nog steeds op vrije voeten zijn. Dat de economische waarde de enige waarde is die er nog bestaat. We laten toe dat het verschil tussen arm en rijk steeds groter wordt en dat de natuur verpest wordt, en dat het nergens meer stil en donker is. Over al dit soort dingen zou het moeten gaan, maar de politici hebben het liever over 130 kilometer op de snelweg, een gratis glaasje water in de horeca of verkrachting als voorbehoedsmiddel. Wij maken ons zorgen over misbruik van onze kinderen. En terecht. Tegelijk misbruiken we onze toekomstige kinderen door ons nageslacht met een ineenstortende wereld op te schepen. En dat alles omdat we het neoliberalisme niet doorzien, dat ons met zijn heilsleer van de zelfzucht een romantisch beeld voorspiegelt van een vrije markt waarin men elkaar doodvecht. Daarover zou het in de debatten moeten gaan! Wie is John Galt?