15 juni 2010
Wellicht krijgt een volk niet alleen de regering die het verdient, maar ook het weer dat het verdient. Ik dacht vanmiddag even lekker in de tuin te gaan zitten, en daar was die koude wind uit veel te noordelijke richtingen weer! En om de een of andere onredelijke reden meen ik recht te hebben op lekker warm zomerweer na die koude winter en een veel te fris voorjaar. Ja, het groen tiert welig, dus daar hoor je mij voorlopig niet over klagen, maar dat over een week al de zomer is begonnen en de dagen alweer korter gaan worden wil er bij mij niet in.
Ik blijf dat koude weer associëren met de politieke wind, die sinds een week aan het waaien is. De overwinning van de VVD, die eigenlijk niemand echt kan verklaren. Is het niet juist de ongecontroleerde marktwerking die de kredietcrisis heeft veroorzaakt en is het niet juist de VVD die deze marktwerking tegen beter weten in blijft omhelzen? Onze nu grootste politieke partij blijft nog altijd een antwoord op het neoliberalisme schuldig. Zo ging Bolkestein een discussie met Ankersmit hierover uit de weg en zwijgt men in de kringen van de VVD muisstil over dit heikele onderwerp. Waarop ze natuurlijk weinig antwoord heeft. Want oh, als zou blijken dat hun visie er juist een is die naadloos aansluit bij die van degenen die de kredietcrisis hebben veroorzaakt, zijn de poppen aan het dansen. Ook het gegeven dat een meerderheid van mensen die op de VVD hebben gestemd een coalitie met de PVV van Wilders wel zien zitten is tekenend voor de mentaliteit van veel van deze kiezers. Wilders, die zelf een dag na de verkiezing zijn breekpunt heeft laten varen… Over kiezersbedrog gesproken.
Je zou verwachten dat partijen afgerekend worden op hun prestaties van de afgelopen regeerperiode, maar het tegengestelde lijkt het geval. Liever kiest men voor rechts machogedrag van stevig aanpakken en blikt men niet meer terug naar wie eigenlijk de veroorzaker van de problemen is. Jammer. Want met het liberalisme hoeft lang niet zoveel fout te zijn als nu het geval is. Het politiek en maatschappelijk bewustzijn lijkt tot een minimum te zijn gedaald. Wat ook blijkt aan het feit dat de afgelopen verkiezingen eigenlijk alleen maar over de economie gingen, alsof dat de enige en meest belangrijke waarde is die we nog kennen. Het niveau van de kiezer is gedaald tot dat van de drie dames die zo graag met Mark Rutte op de foto wilden toen hij ons dorp bezocht. ‘Met Mark op de foto!’ kraamden ze, en in gedachten was ik op de plek waar ze gestaan hadden uitgegleden over het nat dat ze op de vloer hadden achtergelaten.
Nee. Ik geloof er niks van dat je in de politiek aan het eind van je periode wordt afgerekend. Ook onze plaatselijke partij, waarbij ik in de fractie zit, verloor een zetel terwijl we de meeste van onze beloften hadden waargemaakt. Kiezers kijken naar de toekomst, naar beloften. Verlangen naar de Grote Man die al hun problemen oplost. De media, oppervlakkigheid en inspelen op lagere lusten domineren het politieke spel. Op naar de volgende, de echte crisis!
Gepost in Maatschappij en politiek, Mijn dorp
Geen reacties »
9 juni 2010
Ik heb Robbie nog nooit gezien, en toch draag ik hem mee in mijn hart. Ik heb hem nog nooit gevoeld en toch lag hij in mijn armen. Ik heb hem nog nooit gehoord en toch denk ik vaak na over zijn woorden. Ik heb hem nog nooit ontmoet en toch hebben we samen veel ondernomen. Ik weet zijn naam niet, weet niet waar hij is, en toch maakt hij me blij. Juist omdat hij er niet is, voel ik zijn aanwezigheid. Er zijn geen fysieke belemmeringen meer, zodat niets ons samenzijn in de weg staat. Zonder lichaam synchroniseren onze gedachten en gevoelens veel makkelijker. Het hart wordt niet door een benauwde borstkas omklemd, maar klopt in vrijheid en openheid. Gedachten laten zich makkelijk lezen alsof we elkaar al heel lang kennen.
En dat alles voel ik niet alleen bij Robbie maar ook bij veel andere vrienden in de virtuele wereld van Second Life. Misschien is het contact ook makkelijker omdat onze avatars ideaal zijn, zodat we niet afgeleid worden door lichamelijke gebrekkigheden. Toon Hermans gaf dat uitstekend weer in zijn verhaal Vader gaat op stap. Als die dan met een leuke del aan het dansen is gebeurt het: hij ziet een vlekje op haar schouder, en ‘dan ziet vader nog een wratje, en een rare grote teen, en opeens zegt vader: Schatje, es tut mir leid, auf Wiedersehen!’ Nee, we worden niet meer afgeleid door gebreken die aandacht en verzorging nodig hebben, want we hebben gewoon de eeuwige jeugd. Of welke leeftijd dan ook.
Ja makkelijk zo! In ideale toestanden kan iedereen goed met elkaar opschieten! Echte liefde toont zich pas als zij de toets der tegenslagen kan doorstaan! Het is mooi praten als niet uitgevochten hoeft te worden wie het geld verdient, stofzuigt, afwast terwijl de een wellicht uit zijn mond stinkt en de ander last heeft van eczeem. Is het niet juist op het aambeeld van de materiële werkelijkheid dat de liefde gesmeed moet worden? Tijdens verliefd en verloofd zijn, gedurende trouwen en huwelijksreis houden de meeste mensen probleemloos van elkaar, maar meestal begint daarna de ellende. Zoals Osho wel eens grapte: als twee mensen aardig en lief voor elkaar zijn weet je zeker dat ze niet getrouwd zijn! Maar dit alles neemt niet weg dat juist in virtuele werelden de grond voor een anker gevonden kan worden: begin eerst met elkaars diepere lagen te leren kennen, om uit die verbintenis kracht te putten voor het alledaagse leven met zijn hobbels en strubbelingen.
Zo kunnen virtuele werelden een voor-beeld zijn. Want daar leven we niet meer om te overleven, maar leven we om het leven zelf. Zoals het in real life zou moeten zijn, ware het niet dat we door het sociale en politieke klimaat steeds verder de andere kant op worden gedreven. Daar (hier dus) moet het leven serieus genomen worden en blijft er weinig ruimte over voor het spel dat het eigenlijk zou moeten zijn. We worden verslaafd aan werk en geld, aan produceren en consumeren in steeds grotere vicieuze cirkels. Net als door kunst zouden we ons door de schoonheid van virtuele werelden kunnen laten inspireren. Virtueel in een meer oorspronkelijke betekenis van het woord: goddelijke kracht, mogelijkheid. Ja, ik heb Robbie nog nooit gezien, gevoeld, gehoord of ontmoet. Ik weet zijn naam niet, en toch ken ik hem.
Gepost in Second Life
Geen reacties »
6 juni 2010
Robbie, Carl en ik organiseren samen de discoparty’s in Sweetweed in Second Life. Iedere zondagavond. We trekken dus vaak met zijn drieën op en Robbie heeft zelfs een huis in Caledon gekocht waar we vaak met zijn drieën bij de open haard met een goed glas wijn napraten. Maar uiteraard hebben wij ook ieder ons eigen huis in Sweetweed en omgeving. Dat ging allemaal goed tot twee weken geleden. Opeens kon Carl niet meer in Second Life komen. Deelde ons via MSN mee dat Linden Lab, de eigenaar van Second Life, zijn account had opgeheven omdat hij de Terms of Service zou hebben overtreden. En daar sta je dan met je goede gedrag: avatar weg, bezittingen weg, geld weg, huis weg, kortom: in Second Life besta je gewoon niet meer. Geen moment om even je boeltje bij elkaar te graaien en die te verkopen of weg te geven, en om afscheid van de vrienden te nemen waarmee je jaren lang hebt opgetrokken. Hoewel in real life dat laatste niet veel anders is als je gearresteerd wordt, worden in het offline leven niet meteen al je bezittingen geconfisceerd. Het zal allemaal wel staan in de overeenkomst die je met Linden Lab hebt.
We hebben het natuurlijk nergens anders over in Second Life. Daarbij achten we het waarschijnlijk dat Carl geregistreerd is als een Registered Sex Offender, ofwel iemand die iets seksueels heeft gedaan of gewild dat helemaal fout is. Zeker in het puriteinse Amerika. Fio gaf als voorbeeld dat een groep volwassenen zichzelf eens als kinderen had vermomd die in kooitjes op een slavenmarkt verkocht zouden worden. Dat soort grappen moet je dus in Second Life niet uithalen, want meteen werden alle spelers uit het spel gegooid. Want in Second Life is wat daar gebeurt real life, en als een kind daar ook maar iets van seks met een volwassene heeft is het direct afgelopen – ongeacht of de bestuurder van dat avatar-kind in real life een volwassene is of niet. Je creëert immers kinderporno op het scherm, dus helemaal onredelijk is dat niet van Linden Lab. Nou verdenken we Carl niet van dit soort dingen, maar het zou kunnen zijn dat hij onnadenkend met een groot en/of bloot geslachtsorgaan in de buurt van een halfbloot kind heeft gelopen of iets dergelijks, en daarin betrapt is door de Amerikaanse politie, die uiteraard ook Second Life infiltreert. Net echt, Second Life. En ik schreef nog dat je daar onsterfelijk bent…
Wat mist in Second Life, en Robbie is daarover terecht boos op Linden Lab dat als een soort Big Brother onzichtbaar boven het spel hangt, is dat je geen advocaat mag bellen, dat je je niet kunt verdedigen en dat je ook niet de precieze reden weet waarom je ‘getermineerd’ wordt. Dat kan ons dus allemaal in een onbewaakt ogenblik overkomen. En niet alleen Robbie is boos. Ook anderen zoals de de Groningse Chris richten in hun persoonlijke blogs vurige vernietigende pijlen op Linden Lab. Wat ik dus echt niet vind kunnen is dat je bij dit alles ook je hele inventaris en al je land kwijt bent, iets waar sommigen zoals Robbie veel geld in hebben gestoken. En dat Linden Lab je zomaar het spel uit kan gooien zonder verantwoording daarover af te hoeven leggen, wat te gek voor woorden is. Eigenlijk zou je je avatar met zijn hele hebben en houwen moeten kunnen verhuizen naar een andere MMORPG om in een andere virtuele wereld je online leven voort te zetten. Het lijkt er inderdaad op dat dit in de toekomst mogelijk zal zijn, zodat je gewoon in een ander al dan niet concurrerend spel verder gaat.
Carl kan natuurlijk zijn Second Life-leven helemaal van voren af aan opnieuw beginnen. Terug bij af zal hij weer een nieuwe avatar moeten maken en spulletjes moeten verzamelen, iets waarbij wij hem natuurlijk graag helpen. Hij zal wel een ander IP-adres moeten gaan hebben, maar ook dat is in zijn geval – hij surft nu mee op de draadloze router van zijn bedrijfje dat vlak naast zijn woning is – niet onoverkomelijk omdat hij zelf een internetaansluiting kan nemen. Of hij terugkeert is dus ook zijn keuze: of uit principe wegblijven en Linden Lab blijven haten, of kiezen voor zijn vrienden en onder een andere naam reïncarneren in Second Life. Hoe dan ook tonen alle discussies via blogs, e-mails en MSN aan hoe real life verweven is met Second Life en dat het verschil tussen die twee werelden veel kleiner is dan de meeste mensen denken. En dat er daarom nog heel veel ethische vragen opgelost moeten worden, zoals die in hoeverre het moord is als Linden Lab een avatar van het leven berooft, of diefstal als je het virtuele bezit van iemand verbeurd verklaart. Het lijkt erop dat ze daar in San Francisco ook nog niet goed raad mee weten. Het is weer zondag. Vanavond alweer de derde party zonder Carl…
Gepost in Second Life
Geen reacties »
2 juni 2010
Gisteravond op www.ridderradio.com of zo je wilt www.denieuwemens.eu een verhaal gehouden over politiek en spiritualiteit. De opnames waren gewoon thuis bij Ojas en Dorith in Buitenveldert, waar alles vanachter de computer werd geregeld. Live. Hooguit maar een paar honderd luisteraars, maar toch! Voor mijn bezoek aan hen heb ik nog even over het Gelderlandplein gezworven. Niet alleen om zeven pioenrozen voor de gastvrouw te kopen, maar ook omdat ik van 18 maart 1987 tot 20 juli 2001 in deze wijk heb gewoond. In die veertien jaar heb ik meegemaakt hoe het vanouds gezellige plein door megalomane projectontwikkelaars veranderd is in een decadente luxe koopgoot. Met als gevolg dat ik tegenwoordig, zodra ik dat winkelcentrum binnenkom, altijd bevangen word door een vervreemd gevoel van depersonalisatie, alsof ik in een virtuele wereld ben beland. De notenbar, de doe-het-zelfwinkel, de broodjeszaak… ze zijn allemaal verdwenen en aan de buitenkant schittert een kale stenen vlakte door gebrek aan schoonheid en terrassen. Kortom: als je zelfmoord wil plegen, ga dan naar het Gelderlandplein! Want als ergens het leven in de waan van megalomanie, geld en genot in de kiem wordt gesmoord is het wel daar. Vergeleken met deze exponent van het neoliberalisme behoort Second Life tot real life!
Het lag dan ook voor de hand dat het neoliberalisme en Second Life ter sprake zouden komen tijdens het uur praten met Ojas. Het thema was politiek en spiritualiteit en met een koptelefoon op zat ik naar Ojas, de webcam en het beeldscherm te kijken waarop tegelijk gechat werd over de topics die we aansneden in het programma. Weinig muziek en veel spreektijd gelukkig, zodat ik Ken Wilber, Rob Wijnberg, Jed McKenna, Frank Ankersmit, Osho, Douwe Tiemersma, Ayn Rand, Lao Tse, Henk Vonhoff en vele andere verlichte en verduisterde mensen de revue kon laten passeren. En dat allemaal naar aanleiding van een artikel dat ik in De Koorddanser had geschreven. Het ging er heerlijk ontspannen aan toe, hoewel ik achteraf vind dat ik iets langzamer en duidelijker zou moeten praten. Ik hamerde op heelheid – niet alleen als persoonlijke hobby zoals je dat vaak ziet in newageland, waar velen zo trots op hun eigen groei, ontwikkeling en wortels zijn. ‘De meeste mensen hebben de vervelende neiging zich met zichzelf te identificeren,’ grap ik dan. Maar heelheid gaat verder, ook als acceptatie van de wereld zoals hij is, een constatering dat de huidige politieke ontwikkelingen kennelijk een fase zijn waar de mensheid doorheen moet. Waarmee ik dan trouwens ook mijn eigen kruistocht tegen het neoliberalisme accepteer! En in de derde plaats gaat spiritualiteit dan ook nog om heelheid met andere werelden die velen maar al te makkelijk ‘virtueel’ noemen, maar die daarom nog niet minder echt zijn. Bij dit alles lanceerde ik humor als spiritueel medicijn, want waar ontstaat lichtheid en loslaten van identificaties beter dan in het relativeren van onszelf en onze idealen? Het uur was te snel voorbij en na afloop hebben we onder een glas wijn meteen 28 september in onze agenda’s gezet voor een volgende uitzending die over Second Life zal gaan.
Ojas en ik kennen elkaar al sinds 1988, het jaar waarin ik in de commune op het Cornelis Troostplein in Amsterdam ging werken. Samen met onder andere Nandan en Almast zette ik het edit-project op, met als doel zoveel mogelijk van Osho’s woorden te digitaliseren. In die warme zomer zetten we een stuk op twintig computers in een grote zaal en daar gaf ik instructies aan sannyasins die allemaal enthousiast meededen aan het voeden van harde schijven, die indertijd soms wel zo’n 20 megabyte aan woorden konden opslaan. Daar heb ik Vriend voor het eerst gezien, die in sportieve kleding achter een Apple zat. Ik sliep thuis, maar at mee uit de communekeuken, rookte mijn sigaretjes in de tuin onder soms rare discussies over homoseksualiteit, aids, of de mate waarin Osho dacht, wat door een arts ontkend werd. Rond 1990 zat ik met Ojas daar tot diep in de nacht het Osho Magazine in elkaar te flansen met behulp van een laserprinter die minuten nodig had op een A4-tje af te drukken, wat toen een echt wonder was. Net als de fax die op zijn bureau stond. Mooie tijden, mooie herinneringen, terwijl er ook veel dingen gebeurden die het daglicht nauwelijks konden verdragen, wat voor mij echter nooit mijn relatie met Osho heeft verstoord. Zelfs niet toen hij dingen in mijn ogen wat minder handig aanpakte: een verlichte is niet onfeilbaar.
Ik heb vrijwel geen contact meer met het boeddhaveld – althans niet in de real life wereld – en steeds minder de behoefte om überhaupt bij een spirituele beweging te horen. Ik hoef niet meer zo te shoppen van satsang tot satsang. Vind het leuk om een paar keer bij Tony Parsons geweest te zijn, of een keer bij Philippe Renard of Douwe Tiemersma. Hoe hoog ik ze ook aansla, ik zit altijd met een mond vol tanden als het moment van vragen stellen is aangebroken, omdat ik meestal toch wel vermoed wat het antwoord zal zijn. Ik wil alleen zijn, mijn eigen eenzame weg volgen. ‘Het is moeilijk om collectief spiritueel te zijn,’ zei Ojas nog door de telefoon. Misschien is dat wel per definitie onmogelijk. Hoewel ik dat gevoel van onmogelijkheid wel weer graag met anderen deel. Zoals gisteravond. Nee, ik heb geen stemadvies gegeven maar wel gewezen op de absurditeit van het neoliberalisme dat in wezen onverenigbaar is met een spirituele benadering omdat dit juist het ego verheerlijkt en het altruïsme verafschuwt. Toen ik weer thuis kwam heb ik vannacht nog de Stemwijzer op mezelf losgelaten. Hoewel ik meer van de ChristenUnie lijk te houden dan me lief is, klopte de uitslag precies met wat ik altijd dacht. Bovenaan stond de Partij voor de Dieren en helemaal onderaan de VVD…
Gepost in Maatschappij en politiek, Second Life, Spiritualiteit
2 reacties »
26 mei 2010
Een koude windvlaag sloeg me tegemoet toen ik vanmorgen het slaapkamerraam opende. Die kou wil maar niet weg en irriteert me steeds meer. Af en toe hebben we een paar lenteachtige dagen, maar daarna keert hij weer terug, de bedrieger. Deze verraderlijke lente doet me denken aan het onderwerp waarover ik een artikel aan het schrijven ben, het neoliberalisme. En die wind associeer ik met de aanhangers ervan die aanvoelen als vierkant, koud, meedogenloos beton. Neoliberalen geloven in de vrije markt en een terugtrekkende overheid. Tenzij het gaat om de vrije markt te beschermen natuurlijk. En waar ik het meest van geschrokken ben is het radicale van hun opvattingen.
Een verplicht boek over dit onderwerp is De utopie van de vrije markt van filosoof en theoloog Hans Achterhuis. Een degelijke en uitstekend gedocumenteerde studie, die bovendien ook nog goed verkocht wordt ook. Hierin komt ook Ayn Rand aan het woord, die met haar filosofie de basis van het neoliberalisme legde: niet het altruïsme is een deugd, maar het eigenbelang. Iets voor anderen doen, helpen, betrokkenheid, iets geven is Rand een gruwel. Als iedereen alleen rationeel aan zichzelf denkt komt alles vanzelf goed. Greenspan was een aanhanger van haar, en uiteraard stamt ook het hele idee van de vrije markt uit haar gedachtengoed. Haar boek Atlas in staking ligt naast mijn bed, maar het zal wel even duren voor ik deze meer dan duizend pagina’s tellende bijbel van het neoliberalisme uit heb. Nu ben ik nog bezig is het menselijke boek Niemands land van Marcel van Dam die als ‘kind van de jaren zestig’ vol afschuw verhaalt van wat er allemaal na die tijd is misgelopen.
Al decennia lang wordt neoliberaal beleid doorgedrukt en dit ideaal van de survival of the fittest dat het egoïsme hoog in het vaandel heeft wordt systematisch door overheden omhelsd. Met als gevolg dat ook burgers steeds minder rekening met elkaar gaan houden en zich hufterig gaan gedragen. Het neoliberale monster kom je overal tegen als je goed oplet en het weet te herkennen. Bijvoorbeeld in enkele woorden van Gerda Verburg die zich in nrc.next van 10 mei 2010 verdedigt tegen de aanklacht van 100 hoogleraren tegen de vee-industrie: daarmee ‘overschatten zij in deze mondige en zelfbewuste maatschappij van vandaag schromelijk de rol van de overheid. En misschien erger nog, zij onderschatten de kracht van marktpartijen om een verdere verduurzaming mee vorm te geven.’ Neoliberalisme in een notendop: minder overheid en héél veel vertrouwen in de markt.
Heel schrikbarend is het radicale van het neoliberalisme: al het oude moet echt vernietigd worden om een nieuwe, op de marktwerking gestoelde samenleving te creëren. Als het marktprincipe nog niet goed werkt, dan is het kennelijk nog niet goed genoeg toegepast. Dan moet een en ander desnoods met meedogenloze harde maatregelen worden doorgedrukt, zoals Milton Friedman en zijn Chicago Boys een halve eeuw geleden in Chili verkondigden. Kennelijk is overheidsinmenging hier wel gerechtvaardigd, waarmee blijkt dat neoliberalen niet gespeend zijn van opportunisme. Je kan in rampen geloven, in 2012, in maitreya’s, in complottheorieën, in overvallen uit andere sterrenstelsels, maar wat ons werkelijk bedreigt ligt veel meer voor de hand, zo duidelijk dat je er overheen kijkt.
Hopelijk is die koude wind een frisse wind. Gelukkig hoor je hier en daar steeds meer vraagtekens bij de zegeningen van de markt en het neoliberalisme, dat uiteraard ook de oorzaak van de kredietcrisis is. Maar de opmars van rechts vind ik doodeng. ‘Onder aanvoering van de VVD is de Staat der Nederlanden de laatste vijftien jaar uitgekleed,’ schrijft opinieredacteur René van der Lee in De Gooi- en Eemlander van 22 mei 2010. ‘Alle macht kwam bij ‘de markt’ te liggen, daar moest het heil vandaan komen. Nederlandse banken die mee wilden in de vaart der volkeren werd geen strobreed in de weg gelegd; het toezicht werd tot het minimum beperkt. Inmiddels weten we tot welke ellende dat heeft geleid: bijna een half miljoen werklozen en een staatsschuld van 375 miljard euro. Kiezers kijken zelden of nooit in de achteruitkijkspiegel als ze naar het stemhokje gaan. Dat is het geluk van Mark Rutte.’
Heeft de koude wind van de laatste weken met dit alles te maken? Wie weet. Alles hangt met alles samen, en een volk krijgt het weer dat het verdient. Omdat spiritualiteit altijd draait om het loslaten van het ego is een neoliberale instelling daar per definitie strijdig mee. Je kunt niet tegelijk heelheid nastreven – zowel binnen jezelf als met de wereld om je heen – en het nastreven van eigenbelang verheerlijken. Sterker nog, met veel van die ‘linkse hobby’s’ zul je uiteindelijk het beste af zijn omdat vrede uiteindelijk alleen maar in die heelheid gevonden kan worden. Het volstrekt aspirituele neoliberalisme heeft de afgelopen decennia heel stilletjes al veel politieke partijen besmet. En niet alleen de rechtse partijen. Opletten dus, straks op 9 juni! Hou ze in de gaten als je wilt dat het eindelijk eens lente wordt! Gebruik je achteruitkijkspiegel!
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
21 mei 2010
‘Drugs toestaan? Dat wordt echt een grote ramp,’ staat vandaag op de opiniepagina van nrc.next te lezen. Dit naar aanleiding van een progressief voorstel van Bolkestein, eerder in deze krant, om het verbod op soft- en harddrugs op te heffen. Lijkt mij een prachtig idee. Want intussen is de halve wereld bezig met het bestrijden van drugscriminaliteit. Kan je nagaan wat een tijd, energie en geld er overblijft als je dat niet meer hoeft te doen! Het toestaan van drugs lijkt me ook heel liberaal in de positieve betekenis van het woord. Waarom mag ik me wel een coma zuipen en wordt moeilijk gedaan over een jointje Nederwiet? Zoals ik al eerder zei: op de weg gebeuren meer ongelukken door drank dan door weed. Hoewel de laatsten wellicht nooit hun bestemming bereiken zullen ze veel minder brokken maken dan die dronken lui achter het stuur.
Terug naar nrc.next. In een artikel noemt psychiater, publicist en medisch directeur van een verslavingskliniek Bram Bakker vier bezwaren tegen Bolkesteins voorstel om het verbod op soft- en harddrugs op te heffen.
1. Het aantal verslaafden neemt toe. Dit wordt hier niet onderbouwd. Het zou kunnen. Natuurlijk zal er minder verslaving in Zweden zijn, gewoon omdat drugs daar lastiger te krijgen zijn. Maar ik lees niets over de mate van mogelijke verslaving. En ik lees niets over de definitie van verslaving, iets waar we in de jaren zestig nog wel eens ons hoofd over braken. Is wellicht alles wat we lekker en leuk vinden per definitie verslavend? Heeft verslaving te maken met identificatie met iets wat we moeilijk los kunnen laten? En hoe komt dat dan? En wat is er met de samenleving aan de hand als mensen daar behoefte aan hebben?
2. Steeds vaker is er ernstige ‘comorbiditeit’ ofwel naast de verslaving last van psychosen, ADHD, depressies of angststoornissen. Ja, ook ik rookte indertijd graag een jointje en geen van bovengenoemde ‘comorbide’ verschijnselen is me voor honderd procent vreemd. Dat wens ik dan ook niemand toe, naar tegelijk geloof ik echter niet dat drugs daar de oorzaak van zijn. Eerder zoek ik dat in een door drugs veroorzaakte verlaagde waarnemingsdrempel of verhoogde gevoeligheid waardoor dit soort ‘afwijkingen’ – die overigens in ons allemaal sluimeren – eerder aan de oppervlakte komt.
3. Cannabis kan medeoorzaak zijn van ernstige, chronische hersenziekte als schizofrenie. Zie hierboven. Maar waarom ben ik dan niet schizofreen? Of ben ik het wel zonder het te weten? Bram Bakker zegt dat af en toe een joint roken lang niet zo onschuldig is als we dachten. Ja, de cannabis is inderdaad veel pittiger dan in de jaren zestig, maar juist door opheffen van het verbod erop zou je de sterkte ervan beter in de hand kunnen houden. Op pakjes sigaretten staat ook te lezen dat roken dodelijk is, wat een pertinente leugen is, want ik leef nog steeds. En bovendien: wat is schizofrenie eigenlijk?
4. Grotere verkrijgbaarheid van drugs is gevaarlijk. Kijk maar naar GHB. Steeds meer mensen overleven het afkicken van deze partydrug niet. ‘Om politieke redenen wordt hier weinig ruchtbaarheid aan gegeven,’ schrijft Bakker. Maar is dan dit laatste niet juist de oorzaak van deze ongelukken? Als er weinig op de gevaren ervan wordt gewezen, denken velen dat zo’n partydrug onschuldig is, zodat juist deze ‘politieke redenen’ de oorzaak van deze sterfgevallen zijn. En hoe staan deze gevaren trouwens in verhouding tot die van alcohol, waarvan toch overbekend is dat het systematisch onze hersenen aantast?
Jammer. Komt er eens een liberaal met een echt liberaal idee – want dat is niet de beste kwaliteit van liberalen –, is het weer niet goed! Want laten we eerlijk zijn: als er alternatieve dingen worden verboden komt dat meestal uit de hoek van de VVD met een nogal opportunistisch en betuttelend gebruik van haar liberale principes. Het blijft een behoudende partij en veel van wat vreemd en anders is, is eng. Er zijn natuurlijk uitzonderingen en het opkomen voor gelijke rechten voor homo’s en het homohuwelijk siert deze partij, maar drugs en alternatieve geneeswijzen zijn nog een paar bruggen te ver. Net als mensen die opeens met een echt liberaal idee komen, zoals Bolkestein.
Gepost in Gezondheid en welzijn, Maatschappij en politiek
4 reacties »
20 mei 2010
Als je maar je rozenkransjes bidt en wat wierook in het rond slingert komt alles wel goed. Hoe mooi ik dat soort rituelen ook mag vinden, ik heb nooit begrepen wat dat nou met spiritualiteit te maken heeft. Als ik maar lief was voor Jezus en weesgegroetjes naar de hemel stuurde zou alles wel goed komen met mijn zieltje. In Nieuwegeppel zegent tot vandaag de dag de pastoor de auto’s van mensen die op vakantie gaan – het blijft een vreemde wereld voor me. Je bent aan het dealen met God, Jezus of wie dan ook, net als met de aflaten van vroeger waarmee je voor een zeker bedrag verlost werd van veel irritante existentiële levensvragen over hemel en hel, liefde en haat, en leven en dood en zo. Alsof de oplossing vanzelf komt als je maar de juiste dingen doet, alsof je alleen een handleiding hoeft na te volgen waarbij het er helemaal niet meer om gaat hoe je dat allemaal moet doen. Terwijl dat laatste, de manier waarop en de intentie waarmee je dingen doet, er juist voor zorgt je wat je doet kwaliteit krijgt. Je voert een hond niet door alleen maar wat brokken in zijn bak te kieperen. Je snoeit groen niet door er met een kettingzaag doorheen te jassen. Je bouwt geen huizen door wat stukken beton tegen elkaar te zetten.
Maar wat is kwaliteit? Daarover schreef Robert M. Pirsig in 1974 zijn inmiddels beroemde boek Zen en de kunst van het motoronderhoud. Dit gaat over een reis. Niet alleen met zijn elfjarige zoontje Chris door Amerika, maar ook door spirituele werelden die als landschappen aan hem voorbijtrekken. Centraal is de vraag: wat is kwaliteit? Onlangs wijdde Happinez een artikel aan het boek. Waarom kon de auteur wel zijn motor repareren, want talrijke vaklieden niet is gelukt? Omdat hij iets met zijn motor heeft want anderen niet hebben: hij wordt er als het ware één mee. Kwaliteit is iets dat aan gedachten voorafgaat, iets wat ik intuïtie zou willen noemen. Maar eigenlijk is het niet te definiëren omdat het de bron is van alles en aan het denken voorafgaat: ‘Werkelijkheid is altijd een moment van visuele waarneming voordat de intellectualisering optreedt. Er is geen andere werkelijkheid. Deze pre-intellectuele werkelijkheid is (…) Kwaliteit. Aangezien alle intellectueel aanwijsbare dingen moeten voortkomen uit deze pre-intellectuele werkelijkheid, is Kwaliteit de bron, de oorsprong van alle subjecten en objecten,’ lees ik in mijn pocketuitgave op de pagina’s 221 en 222. En op pagina 260: ‘Op het moment van zuivere kwaliteit zijn subject en object identiek. Dit is de Tat twam asi-waarheid van de Oepanisjaden, maar je vindt het ook terug in alledaagse uitdrukkingen als: “Iets met hart en ziel beleven,” “opgaan in iets,” waarin deze overeenkomst tot uitdrukking komt. Op deze overeenkomst berust het ambachtelijke in alle technische kunsten. En juist deze overeenkomst ontbreekt in de moderne, dualistisch ingestelde techniek. De maker ervaart er geen enkel specifiek gevoel van identiteit bij. De gebruiker ervaart er geen enkel gevoel van identiteit bij. Vandaar dat het (…) geen Kwaliteit bezit.’
Mag ik dat aandacht, bezieling of liefde noemen? Van Pirsig waarschijnlijk niet omdat kwaliteit daar weer de bron van is, maar voor mij zijn deze juist de openbaring, de manifestatie van kwaliteit. En liggen onze kwaliteiten niet vaak in die dingen en activiteiten waar we graag in opgaan, waarmee we geduld hebben, waar we de tijd voor nemen, waarvan we houden? Vriend is een Maagd en kan geduldig knutselen, schoonmaken en eten bereiden, maar heeft geen geduld voor computers en nieuwe technologieën. Ik ben een Waterman en bij mij is het precies omgekeerd. Zo kunnen we beiden kwaliteit leveren op onze eigen gebieden. En juist het vertrouwen in onze eigen kwaliteiten is de voornaamste reden waarom ik vind dat werk zoveel mogelijk op de werkvloer zelf bestuurd en georganiseerd moet worden. Maar besturen is an sich een vak geworden, dat steeds meer losstaat van het product of de dienst waar het uiteindelijk om gaat. Of men dan een postbedrijf, een veehouderij of een winkelketen bestuurt maakt dan niets uit. En een door managers bedacht kwaliteitsinstrumentarium ontpopt zich dan als een middel waarmee kwaliteit eerder teniet wordt gedaan dan bevorderd. Juist omdat mensen op de werkvloer bestuurd worden door een regime van materiële en rationele eisen, waarbij vertrouwen op eigen intuïtie, liefde voor het werk of voor mensen waarmee je moet werken, aandacht en geduld in de kiem worden gesmoord.
Kwaliteit associëren we met eigenschappen van dingen, met geuren en kleuren. Er is immers iets, een object dat een kwaliteit heeft. Kwaliteit voelt aan als een bijvoeglijk naamwoord of een bijwoord, en niet als een onderwerp zelf. Kwaliteit zegt iets over de manier waarop. Eerder betoogde ik dat goddelijkheid aan God voorafgaat, dat we beter af zijn zonder God omdat die ons juist belet goddelijkheid te ervaren. Analoog hiermee zegt Pirsig dat kwaliteit de bron is, de oorsprong van alle subjecten en objecten. Hij spreekt zelfs van ‘romantische kwaliteit’ – tegenover ‘klassieke kwaliteit’ die zich met de intellectuele werkelijkheid bezighoudt – en dat vind ik als romanticus natuurlijk leuk om te lezen. Het doet me zelfs denken aan Plato bij wie ideeën aan de werkelijkheid voorafgaan, of aan het woord dat in het Johannesevangelie vlees is geworden. En juist in onze tijd ervaren we het schrijnende gebrek aan contact met de bron, aan kwaliteit. En dat is iets waarmee we ons toch weer zullen moeten verbinden als we nog iets van ons leven en de wereld willen maken.
Gepost in Maatschappij en politiek, Spiritualiteit
Geen reacties »
12 mei 2010
Vandaag mijn nieuwe gehoorapparaat opgehaald. Ja, mijn grootvader hoorde al niet al te best en ook mijn vader had gehoorapparaten nodig. Dus ik ook. In 1999 mat de beroemde dokter Themans me ‘hoorhulpjes’ aan, en daar heb ik vijf jaar gebruik van gemaakt. Toen waren ze kapot en niet meer te repareren. Omdat ik dat laatste geen stijl vond heb ik maar een poos afgezien van gehoorapparaten. Zonder gaat het ook best en is het lekker rustig. Maar vooral het laatste jaar viel het me op dat ik steeds vaker ‘Hè?’ zei. Ook werd het telefoneren soms lastiger.
‘Uw postcode is 1261 SF’?
‘Nee: FF’
‘Ah, 1261 FS!’
‘FF!’
‘1261 SF dus…’
Dat schiet dus niet op. En geleidelijk word je onzekerder, versta je dingen maar half en voor je het weet zit je mee te lachen om een grap die je niet helemaal kan volgen. Zeker in wat rumoerig gezelschap! Bovendien wordt het steeds moeilijker om geluiden te lokaliseren, dan wel door te krijgen wat het eigenlijk is dat je hoort. Heel sluipend kan je er zelfs een beetje paranoïde van worden.
Hoeft dus allemaal niet meer. Maar wat een herrie opeens in een wereld vol sis-, schuif-, knisper-, ruis- en andere hogetoongeluiden die ik vroeger wel normaal moet hebben gevonden. De klok tikt anders, net als de toetsen van het toetsenbord waarop ik nu zit te typen. Maar ik raak ook wat gedesoriënteerd van al dat spetterende nieuwe geluid om me heen, een beetje zweverig gevoel soms, wat me ervan bewust maakt hoe alle zintuigen samenwerken en één soort ervaringsgeheel lijken te vormen. Ik verbeelde me vanavond ook een relatief lange periode even geen last van tinnitus te hebben, alsof het extra versterken van tonen in het gebied van die hoge fluittoon, die bij mij rond zo’n 8000 Hz zit, er juist voor zorgt dat mijn gehoor zelf minder van dat gepiep gaat opwekken. Maar het kan ook een soort maskering van geluid zijn, die ik nog niet echt begrijp. Hoe dan ook: het is even wennen, maar daarvoor geeft deze Vigo Connect van Oticon me ook alle tijd, want in de loop van de eerste weken wordt de versterking geleidelijk tot het optimale opgevoerd.
De techniek heeft niet stilgestaan, want om mijn hals kan ik een zelfbediening hangen die niet alleen het volume regelt, maar waaraan ik ook met een snoertje mijn iPod kan koppelen. En last but not least kan ik hem ook draadloos met mijn mobieltje verbinden, zodat ik nog handsfree kan telefoneren ook. Geen gezicht, die mensen op straat die in zichzelf lopen te praten, maar wellicht soms toch handig. Ik heb het natuurlijk allemaal al uitgeprobeerd en het werkt nog ook. Ik moet nog een paar keer terugkomen bij Schoonenberg in Blikkum om het gehoorapparaat te finetunen, want de verschillende frequentiegebieden kunnen elk afzonderlijk ingesteld worden. Als de batterijen bijna leeg zijn zal ik dat gaan horen als een bepaald biebje, want je begrijpt dat er ook allemaal geluidjes in geprogrammeerd zijn. Maar gelukkig is het nog niet zo ver gekomen dat je elke dag vijf minuten reclame moet aanhoren, waardoor de prijs van het gehoorapparaat zou kunnen dalen. Hou toch je mond, Satyamo, je brengt ze nog op een idee!
Al die nieuwe ontwikkelingen in de wereld van het horen zijn zeker niet tevergeefs, want in de toekomst zullen steeds meer mensen slechter gaan horen. Wellicht heb ik nu heel gezonde en goedhorende oren als ik ze vergelijk met die van de huidige iPod-generatie enkele decennia na nu. Want hoe slecht de jongeren tegenwoordig gaan horen, daar hoor je van op. Dat jongeren niet altijd willen luisteren hoort erbij, maar dat ze slecht zullen horen hoort er niet echt bij.
Gepost in Gezondheid en welzijn, Uit mijn leven
Geen reacties »
9 mei 2010
Gisteren met Vriend op bed de film Avatar bekeken. Geen avatar van mij in Second Life die avond, waar mijn vrienden het een avondje zonder mij moesten stellen. Maar wel de prachtige kleurige en fantasierijke film van de Canadese James Cameron, die indertijd ook Titanic heeft gemaakt. Eigenlijk is het een film in 3D die je door een brilletje met gepolariseerde glazen moet bekijken, maar die techniek is nog niet ingebouwd in onze tv’s. Jammer, want de wereld van de Na’vi is er een van veel dimensies, die je zowel romantisch als psychedelisch zou kunnen noemen. Dat volk op de maan Pandora leeft in verbinding met het Veld, maar hun heilige Home tree staat wel bovenop een schat aan het kostbare unobtanium. Daarop zijn aardse mijnbouwers onder leiding van slechterik kolonel Quaritch verzot, dus het is te voorspellen dat de Na’vi weggejaagd moeten worden. Dat wordt eerst met zachte hand geprobeerd door Jake Sully te laten infiltreren in het blauwe volkje. Hij gaat zich onder hen begeven door zijn geest draadloos te verbinden met een namaak Na’vi, en zo leeft hij onder hen terwijl zijn aardse lichaam ligt te slapen.
Jake leidt dus twee levens. Eentje in zijn fysieke aardse lichaam en eentje in dat van zijn avatar, de nagemaakte Na’vi. In het Hindoeïsme is een avatar niets minder dan God die in een menselijk (of dierlijk) lichaam is geïncarneerd. Het wordt dan ook niet overal gewaardeerd dat dit woord gebruikt wordt voor zoiets laagstaands als een computerspel of een film. De wereld van Second Life wordt bevolkt door avatars en ook ik heb er een die daar een fijn leven leidt. Vanavond weer naar de disco! Voor die avatar die straks aan het dansen is ben ik God. Van achter mijn beeldscherm bestuur en beziel ik hem met mijn toetsenbord en muis. Ik ben zijn schepper, belevendig hem wellicht. Terwijl ik aan de ene kant achter mijn computer met mijn biertje en salami zit, leef ik aan de andere kant van het beeldscherm als avatar met mijn vrienden. Second Life is immersive genoeg om die andere wereld als echt te ervaren. Dat klinkt misschien een beetje eng, maar bij het lezen van een goed boek en het kijken naar een boeiende film gebeurt precies hetzelfde. Boeiend? Verslavend? Daarvoor moet je eerst weten wat de echte, wat de ware wereld is en ik geniet er continu van om daar steeds vraagtekens bij te zetten. Heerlijk.
In de film Avatar gaat Jake steeds meer kiezen voor zijn leven als avatar. Hij wordt opgenomen in het volk van de Na’vi en gaat het gevecht aan met de veroveraars die nog steeds zijn aardse lichaam in bezit hebben. In werkelijkheid is dat lichaam gelinkt met de avatar, zijn al zijn zintuigen en is al zijn motoriek niet met zijn aardse zintuigen en spieren verbonden, maar met die van de blauwe Na’vi avatar. Zijn wereld is in die mate virtueel dat hij in een ander lichaam meent te leven terwijl hij in werkelijkheid slaapt in zijn aardse lichaam. Terwijl zijn avatar slaapt kan hij even in zijn aardse lichaam wakker worden om aan fysieke behoeften te voldoen en verslag uit te brengen. Het is alsof hij nu eens in het ene en dan weer in het andere lichaam woont. Waarbij hij uiteindelijk de voorkeur heeft voor dat van de avatar, omdat de wereld van de Na’vi veel mooier is dan die van het agressieve mensenras dat de natuur vernietigt. Maar als een avatar een belichaamde godheid is, wie is in de film dan God of een hogere geest die hem bezielt? Dat is zeker niet het mensenras van kolonel Quaritch, waar hij vandaan komt. Integendeel. Juist door in zijn avatar te duiken komt Jake in contact met hogere werelden.
Zo is het de geest zelf die moet leren van incarnaties. De geest die kiest voor een ander spel. De geest die kiest voor een ander lichaam. De geest die voortdurend op reis is door werelden die allemaal per definitie virtueel zijn. Waarmee ze allemaal even echt zijn. Die geest die avatars nodig heeft om zichzelf te ontdekken, een zelf dat uiteindelijk alleen maar kan leven in verbondenheid met en respect voor alles om hem heen. Hij zal geen dier doden zonder het eerst te danken. Hij luistert naar de natuur en beheerst die op een vrijwel taoïstische wijze door erin mee te gaan, samen te werken. Zonder die virtuele werelden kunnen we niet verder reizen, want juist daar bevinden zich onze ideeën, fantasieën, dromen en idealen. Vraag het Plato maar. Of Jung. Nog niet zo lang geleden werd het woord virtueel in woordenboeken nog omschreven als vermogen of mogelijkheid, maar die betekenis heeft de laatste jaren plaatsgemaakt voor schijnbaar bestaand… Dat virtuele werelden de laatste jaren zo in trek zijn hoeft dus niet per se op een negatieve cultuuromslag te wijzen. Het kan een vlucht zijn, maar tegelijk ook een dorstig zoeken naar en ontdekken van nieuwe mogelijkheden in een materialistisch en rationeel vastgelopen wereld.
Sinds kort loopt er trouwens bij ons in Second Life ook een Na’vi rond. Als hij er vanavond weer is, zal ik hem toch eens aanspreken. Nou ja, niet ik maar mijn avatar zal hem benaderen. Ik ben alleen maar zijn schepper, zijn idee achter het beeldscherm, die van hem wil leren.
Gepost in Second Life, Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »
5 mei 2010
Eigenlijk zit ik nooit in een kerk. Alleen op 4 mei. De dorpskerk dan. De Beroemde Burgemeesteres vraagt of de plaats naast me vrij is. Dat was toen nog even het geval, en na plaatsgenomen te hebben begint ze me al snel te vertellen over een inscriptie die boven ons in een balk is uitgesneden, wat wijst op burgerlijke ongehoorzaamheid die er soms toch wel een beetje moet zijn. Die spreuk mocht indertijd van de monumentencommissie namelijk niet in het hout worden gesneden, zodat het stiekem is gedaan. Waarop ik veronderstel dat die zelfde commissie er nu tegen zou zijn als die godsvruchtige tekst verwijderd zou worden. Want we zijn in een kerk, en daar gaat het vaak over God. De dominee en de pastor zijn er ook, en die zijn echt serieus godgeleerd. De burgemeester en twee wethouders op de eerste rij. Het orgel speelt de begeleiding bij een trompet waarop mooi het Jesu, Joy of Man’s Desiring geblazen wordt. Ergens in de buurt heeft iemand veel geurende hulpmiddelen gebruikt die me nog net geen tranende ogen en niesbuien bezorgen. Maar ondanks dit allemaal is God hier.
Nou ja, God… Ik geloof niet zo in Hem. Liever heb ik het over het goddelijke, dat overal aanwezig is. Dat klinkt natuurlijk een beetje raar: kan er iets goddelijks bestaan zonder God? Ik denk het wel, want het goddelijke is een kwaliteit, een eigenschap. Net als kleuren en geuren, en die bestaan toch ook zonder dat er meteen een persoon, een object of wat dan ook mee verbonden hoeft te worden? Sterker nog: zonder het goddelijke zou God niet eens kunnen bestaan! Want wat heb je aan een God die niet goddelijk is? En hier in de kerk, even tot rust tussen de Beroemde Burgemeesteres en raadsgenootjes van de VVD, zie ik ook weer dat goddelijke. Ik geef toe: dat is niet de eerste plaats waar je zoiets verwacht tegen te komen, maar toch. Het sprankelt en tintelt en is overal gewoon aanwezig. In het hier en nu. Maar ik schrik een beetje bij het idee dat dit nooit uit te leggen is aan iemand die dit nooit heeft meegemaakt. Die denkt dat ik dan een beetje psychedelisch zit te fantaseren.
Terwijl je alleen maar in het hier en nu hoeft te zijn om het te zien, te ervaren. Maar dat hier en nu moet je dan wel een beetje ruimte en tijd geven om tot je door te laten dringen. Dat lukt natuurlijk niet altijd, terwijl het zelfs niet eens een kwestie van ‘lukken’ is, want hoe meer je je best doet om dat te ervaren, hoe minder daarvan terechtkomt. En onder moeilijke spannende en stressvolle omstandigheden is het ook lastig om het te ervaren. Mij lukt het ook niet altijd. Gewoon kijken naar dat wat is, meer is eigenlijk niet nodig. Maar daarvoor moet je wel even ontspannen zijn. Je denken even uitgeschakeld zijn. Want alle gedachten, ideeën, oordelen, verlangens en verwachtingen zijn, net als idealen, oordelen, principes, normen, vooronderstellingen en waarden niets anders dan virtual reality.
Na de muziek en toespraken wandelen we naar het herdenkingsmonument. Daar loopt ze nog even langs me heen, de Beroemde Burgemeesteres: ‘Er zijn niet veel raadsleden!’ sist ze me nog snel ontdaan toe, alsof ik daar iets mee zou kunnen. De pastor laat een jongetje een tekst voordragen en dat knaapje doet dat helemaal uit zijn hoofd. The last post. Dan is het even echt stil. Gefluit van vogels, een kerkklok beiert in de verte. Ik voel mijn ouderlijk huis ergens achter mijn rug, mijn vader en moeder lopend over duistere oorlogse zandwegen. Het Wilhelmus – een paar ochtenden geleden lag ik tijdens het wakker worden het tweede (of zesde) couplet te repeteren en ik kende het nog ook. Niet dat ik daar echt trots op ben, want er zijn mooiere teksten om uit het hoofd te leren. Ik zing toch maar mee. Daarna vliegen er in het verstilde luchtruim drie motorvliegtuigjes over. We leggen onze rozen bij het monument. Bevrijding. Die uiteindelijk alleen maar in het hier en nu te vinden is, en daar ook altijd aanwezig is. Gewoon goed opletten. Je niet laten inpakken door gedachten en ideeën, oordelen, verlangens en verwachtingen, dat is vrij zijn. Zodat je alleen maar kunt zeggen: ‘Dit!’ Wellicht moeten we ook van God bevrijd worden om het goddelijke te vinden.
Gepost in Mijn dorp, Spiritualiteit, Uit mijn leven
1 reactie »