26 januari 2011
Wat is er nou zo leuk aan het feit dat de OV-chipkaart nu echt helemaal gekraakt is? Waarom geniet ik daar zo van? Humor heeft met gebroken pretenties te maken. Je denkt alles mooi op orde te hebben en dan storten al je ideeën, plannen, schema’s, modellen en constructies als een kaartenhuis in elkaar. Van alle kanten is geroepen dat het ding veilig is, onkraakbaar, en toch zijn er weer mensen die het ding weten open te breken. Maar wat is er nou zo bijzonder aan de OV-chipkaart dat die het doel is geworden van zoveel haat en al deze kraakacties? Dat zijn volgens mij niet de gebreken en tekortkomingen ervan. Daarover is al genoeg geschreven, hoewel die wel getuigen van de lage intelligentie van de makers ervan. Wel leuk zitten programmeren, maar ver van de dagelijkse werkelijkheid waarin mensen bijvoorbeeld op hun kaart iemand willen laten meerijden, of willen kiezen voor het rijden in een andere klasse.
De OV-chipkaart staat symbool voor de sfeer die tot de creatie ervan heeft geleid. Brave new world. Wantrouwen van de eigen klanten staat daarin voorop, want het tegengaan van zwartrijders was het belangrijkste argument om hem in te voeren. Net als de overheid die tot vertrouwen van burgers oproept terwijl ze zelf zowat in het Guinness Book of Records staat voor het afluisteren en bespioneren van hen. Als tweede komt daar de geheimzinnigheid rond de OV-chipkaart bij: nergens wordt gezegd hoe het ding nou eigenlijk werkt. Zo ben ik er nog steeds niet uit hoe er extra saldo op die kaart komt te staan terwijl hij naast mijn toetsenbord ligt tijdens het opwaarderen via internet. En dit grenst aan de sfeer van spionage die met de OV-chipkaart mogelijk is, namelijk dat precies traceerbaar is waar ik ben. Op zich vind ik dat niet zo erg, maar het moet wel mijn eigen keuze zijn, zoals ik ook in de auto mijn gps kan uitzetten. Je kan natuurlijk wel een anonieme OV-chipkaart kopen, maar dan mis je weer allemaal kortingen. Verder is er onduidelijkheid over de tarieven, waarbij je er alleen met grote moeite achter komt hoeveel je per kilometer betaalt en je ook niet van tevoren weet hoeveel je reis gaat kosten. Niet dat mij dat altijd interesseert, maar het is wel raar dat je iets moet kopen zonder te weten wat het gaat kosten. En last but not least is deze kaart de oorzaak van lelijkheid, want stations worden totaal ontsierd zo niet verpest door al die poortjes waardoor mensenmassa’s als vee worden geperst.
Wantrouwen, geheimzinnigheid, spionage, tarieven en lelijkheid getuigen van minachting voor de eigen klanten. De OV-chipkaart heeft zonder meer ook zijn voordelen, al was het alleen maar dat ik niet steeds kaartjes hoef te kopen of van tevoren hoef te weten op welk station of welke halte ik ga uitstappen. Maar op de wijze zoals de kaart nu wordt gebruikt smaakt hij niet lekker, draagt hij bij aan ontmenselijking omdat niemand het leuk vindt gewantrouwd te worden. We willen in vertrouwen als klanten behandeld worden, en als het even kan ook van enige service genieten. De moraal: waar je bang voor bent, dat krijg je. Wantrouw je je klanten, dan krijg je wantrouwen. Ben je bang voor zwartrijders, dan krijg je zwartrijders. Alleen jammer dat dit debacle miljoenen en nog eens miljoenen aan leergeld heeft gekost. De PC-Active verschijnt vrijdag en dan zullen velen hun tanden in hun OV-chipkaarten zetten. Ze kraken zoals ze smaken.
Gepost in Computer en internet, Maatschappij en politiek
Geen reacties »
21 januari 2011
De drie letters lsd vormen tot vandaag de dag een magisch begrip voor me. Ze betekenen aan de ene kant een ontzaglijk verlangen, maar aan de andere kant een gruwelijke angst voor me. Aan de ene kant plakte ik op het raam van mijn studentenkamer in koeieletters van etalagekarton Leary OK om sympathie voor deze drugsprofeet te betuigen toen hij in moeilijkheden kwam. Aan de andere kant was ik te bang om eens wat meer dan 100 microgram van het spul te nemen, was ik als de dood om te flippen. Dat laatste is een soort paranoïde psychotische toestand waarvan ik wel geproefd heb en die niet echt prettig is, ook omdat je het gevoel krijgt er nooit meer uit te zullen komen. Alex gebruikte graag wat meer drugs dan ik, maar heeft me altijd beschouwd als een uitstekende psychedelische gids, wat in die cultuur gelijkstond aan iemand die een ander uitstekend op zijn trips kan begeleiden opdat er geen nare dingen gebeuren. Als hij tripte en ik nuchter was leefde ik zo met hem mee dat hij vroeg: ‘Trip jij of trip ik?’ Met dat dubbele, de liefde en de angst tezamen en dan ook nog ontzettend in de diepte, heb ik nooit goed om kunnen gaan. Voelde me minderwaardig, te laf om de confrontatie met onbewuste inhouden aan te gaan.
De filosofie van de psychedelie is eenvoudig: omdat we onder invloed minder afweer hebben kunnen we de realiteit beter waarnemen. Bewustzijnsverruiming betekende gewoon dat je méér in je bewustzijn toeliet, minder zaken verdrong, zodat van alles uit het onder- en bovenbewustzijn in het licht kwam. Tegenwoordig zou je zeggen: je wordt er meer open van. Maar het openen van wat Huxley the doors of perception noemde is meer dan alleen een gedachte of gevoel: het is een concrete fysieke veranderde waarneming van de werkelijkheid. Ik zat in het Amsterdamse Bos onder een boom en keek omhoog en zag totaal andere werelden in de bladeren en takken boven me: een boom is geen boom is geen boom. Alles verliest betekenis en zit gewoon heel stil op zichzelf mooi en sprankelend levend te zijn in het hier en nu.
Veel mystieke ervaringen zijn gewoon met drugs te bereiken. Wat eigenlijk heel raar is als je gelooft dat mystiek en zo belevenissen betreft die juist boven het materiële uitstijgen. Maar wellicht zijn drugs een soort antimaterie die juist daardoor materiële belemmeringen wegneemt. De ervaring wordt ook wel met sterven vergeleken, en het is niet voor niets dat Leary, Metzner en Alpert het Tibetaanse Dodenboek als leidraad voor een trip zagen, want ook hier gaat het om het sterven van het ego of het ik, al dan niet gepaard met visioenen en fysieke gewaarwordingen. En nu was het de kunst om ook al dit moois als producties van je hersenen, als maya te onderkennen. ‘Er is helemaal niets, behalve wanneer je bewustzijn het leven inblaast,’ schrijven ze in De Psychedelische Ervaring. Dat niets, het aanschouwen van het Primaire Heldere Licht was echter niet altijd ons doel in die tijd, want we vonden het Secundaire Heldere Licht – waartoe je verviel na het al dan niet ervaren van het eerste licht – met al zijn mooie kleuren en visioenen veel mooier.
Wat mij betreft waren hasj en weed al meer dan voldoende om dit soort ervaringen te krijgen. In tegenstelling tot de felheid, scherpte en wakkerte van lsd waren ze warmer, zachter en dromeriger. En heb ik – niet onbelangrijk! – onder invloed van deze softdrug de lach leren kennen: het onweerstaanbare geschater dat diep mijn holle lijf kietelde en echode. Meestal om niets, maar wellicht juist daarom zo wezenlijk en echt, wat je herkende in de betraande ogen van je reisgenoot. Die voor buitenstaanders totaal onbegrijpelijke lachkick is een psychologische studie waard. Het is een grandioos relativeren, ontdekken dat alles totaal anders in elkaar zit dan je denkt en dat alles één grote grap is. En eigenlijk had ik voor dat getrip helemaal geen drugs nodig, want als ik mijn eigen verhaal Huize Nagtlust lees kan ik niet geloven dat de ik-persoon daar niet knetterstoned is. Toch had ik toen ik dat schreef nog nooit wat gebruikt, echt waar!
Ik hou het er dus maar op dat ik als baby in een ketel met toverdrank ben gevallen, net als Obelix. Dat ik al een beetje een psychedelische persoonlijkheid heb, en dat ik juist daarom extra gevoelig ben voor drugs, zodat die me snel te veel worden. En ik met mijn rijke fantasie dan ook héél goed zonder kan. Andere werelden, van sprookjesvisioenen tot en met Second Life, hebben me altijd geboeid. Volgens sommigen is dat een vlucht, voor mij juist mijn rijkdom. Volgens critici zijn ze onecht, voor mij zijn ze echt. Voor mij geen drugs meer dus. Omdat persoonlijkheden zo verschillen en ze daarom zowel de hemel als de hel kunnen brengen is het zo moeilijk om voor of tegen het gebruik van deze psychedelische drugs te zijn. Afgezien van het feit dat die van vandaag waarschijnlijk niet meer te vergelijken zijn met wat ik vroeger gebruikte. Maar ze kunnen wel soms heel nuttig zijn om materialistische en rationele mensen eens hard met een andere realiteit te confronteren. En als je die eenmaal hebt ervaren, hoe kort ook, kun je die nooit meer ontkennen, kun je nooit meer terug en is je leven veranderd. Zoals Dostojevski de hoofdpersoon van zijn De Idioot laat zeggen: ‘Deze seconde is waarlijk het ganse leven waard.’
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit, Uit mijn leven
1 reactie »
10 januari 2011
Volgens de tweede wet van de thermodynamica leidt neoliberalisme tot chaos. Dat komt ervan als je je klassieken niet kent. Wellicht vereist dit enige toelichting.
Wat is chaos? In de Griekse mythologie is Chaos de stammoeder van alle goden, is zij de Leegte of het Niets waaruit alles is ontstaan. Haar kinderen waren de Aarde, de Liefde, de Duisternis, de Nacht en de Onderwereld. Die zijn het voorgeslacht van de complexe en bonte godenwereld, die op zich weer één grote chaos is maar toch de Kosmos vorm heeft gegeven. Het woord zegt het al: vormgeven. Dat was nodig want in de chaos was alles nog vormloos, ongestructureerd, zonder grenzen, een grote wanorde. Net zoals een kamer die je afsluit en dan na jaren, eeuwen, millennia of eeuwig later weer eens gaat inspecteren: na een jaartje is het muf en stoffig geworden, na tien jaar moet je je door spinrag en schimmelresten ploegen, na honderd jaar zijn de meubels en gordijnen half aangevreten en bedekt plafondkalk de vloer. En uiteindelijk verliest alles zijn vorm en structuur, heeft alles zich met alles vermengd en verworden tot een dikke brei of mist waarin niets meer van iets anders te onderscheiden is. Zo is chaos de ultieme Eenheid van alles, de opperste Gelijkheid. Alles is één. Of beter gezegd: alles is nog één, want uit deze grijze oersoep gingen de goden de Kosmos scheppen.
Volgens de tweede wet van de thermodynamica heeft alles in een gesloten systeem, dus zonder invloeden van buitenaf, de spontane neiging ongelijkmatigheden af te vlakken. Om het met mooie woorden te zeggen: de entropie neemt toe, wat zich goed laat vergelijken met het groter worden van de chaos. Heeft in een kosmos alles kleurig zijn plekje, vorm en identiteit, in de chaos blijft daar weinig van over. Overigens denk ik dat een chaos ook door heel goed schudden te realiseren is. Neem een doos gesorteerde chocolaatjes, rammel die goed en stevig door elkaar, en je hebt een doos echt gesorteerde chocolaatjes. Eerst betekende gesorteerd nog dat de soorten keurig bij elkaar lagen, en nu betekent gesorteerd dat het een rommeltje is waar alles door elkaar ligt. Maar het leuke van de tweede wet van de thermodynamica is dat je voor het maken van een chaos helemaal niets hoeft te doen, alsof dat een natuurlijke toestand is waartoe uiteindelijk alles vervalt. En dat is nu precies het neoliberale ideaal waar overheidsbemoeienis taboe is en men in principe niet wil ingrijpen in de markt. Het neoliberalisme leidt dus tot chaos. Kijk voor een praktijkvoorbeeld maar naar het functioneren van de Nederlandse Spoorwegen.
Dit alles heeft eigenlijk weinig te maken met de zogenaamde chaostheorie met zijn verhaal over kleine oorzaken die grote gevolgen kunnen hebben. De vlinder die klapwiekt met zijn vleugels en zo aan de andere kant van de wereld een orkaan veroorzaakt. Over onvoorspelbare zaken die vroeger toeval werden genoemd, maar die toch gewoon ouderwets gedetermineerd zijn, zij het op zo’n kleine onzichtbare schaal dat we er in de praktijk niets meer mee kunnen. Neem het weer. We zouden wel op elke vierkante meter van de aardbodem een weerstation kunnen neerzetten om het zo een tikje beter te kunnen voorspellen, maar uiteindelijk hebben die meetkasten ook weer invloed op het weer, zodat een en ander een beetje ingewikkeld, zeg maar onmogelijk wordt. Tegelijk laat zich in zogenaamde fractals zien hoe zich uit die zogenaamde chaos – die alleen zo genoemd wordt omdat haar bron in de praktijk onzichtbaar is en onvoorspelbare gevolgen kan hebben – een prachtige kosmos kan ontwikkelen. Vele mooie voorbeelden van fractals zijn op Wikipedia te zien: werelden binnen werelden, in oneindige herhaling. Wat voor mij altijd heeft geïllustreerd hoe uiteindelijk alles in alles aanwezig is.
Evenmin als volgens de relativiteitstheorie alles relatief is, zoals mijn technische broer me eergisteren uitlegde, zegt de chaostheorie dat er chaos bestaat. Tegenwoordig noemen iets een chaos als we de oorzaken niet kunnen doorgronden, terwijl het bij de Grieken en de thermodynamica wijst op een vormloze toestand van ongestructureerdheid waarin alles met alles is versmolten. Het is wel opmerkelijk dat we juist in onze tijd veel bezig zijn met chaos, waarmee iets verraden van de cultuur waarin we leven. Bij de Grieken was het ook al een rommeltje. Chaos was de opa van de Lucht, Uranos (Uranus), en die was weer de grootvader van de Tijd, Chronos (Saturnus) die weer de vader van Zeus (Jupiter) was maar ook van Poseidon (Neptunus) die in de astrologie weer met chaos wordt geassocieerd. Eigenlijk geniet ik ervan dat die Griekse godenwereld zo’n rommeltje is. Dat is humor. En humor is volgens mij de essentie van spiritualiteit: je denkt alles goed door te hebben en je zaakjes netjes op orde te hebben, en dan blijkt toch weer alles totaal anders in elkaar te zitten dan je dacht. Lol! Daar zit je dan met je goede gedrag als wetenschapper, filosoof, politicus, christen, mohammedaan, boeddhist, sannyasin, rozenkruiser of wat dan ook. Chaos! Heerlijk eigenlijk!
Gepost in Astrologie, Maatschappij en politiek, Spiritualiteit, Wetenschap
2 reacties »
3 januari 2011
‘Ik ben verlicht!’ Zo’n uitspraak is binnen de spirituele wereld natuurlijk de ideale publiekstrekker.
Aan de ene kant verzamelt zich in een mum van tijd een kudde volgelingen om je heen, die alles voor je doen, je aanbidden, je financiën wat op orde houden en je allemaal vragen stellen waarvan het antwoord zo voor de hand ligt dat je je afvraagt waarom ze jou ermee lastig vallen. Maar het is wel een heerlijke status natuurlijk, en echt genieten op je stoel in hun midden, met naast je een zeldzame bloem en een glas water waaruit bij tijd en wijle een heel rustige slok kunt nemen. Misschien worden er zelfs dvd’s van je satsangs gemaakt! Daarvoor heb je het wel over om een beetje uitgezogen te worden door een sucking publiek, waarover sjamaniste Linda Wormhoudt zo mooi in het decembernummer van De Koorddanser schreef. Verlichte mensen en bijzondere energetische plekken roepen in alternatieve kringen nu eenmaal een onweerstaanbare graailust op.
Aan de andere kant zijn er tallozen voor wie zo’n uitspraak echt helemaal niet kan. Hoe durf je? Verlichting is het meest heilige dat er is, en bovendien gebeurt dat pas na jaren, zo niet levens van meditatie, oefeningen en ontberingen! Voor verlichting moet gewerkt worden, en niet zo’n beetje ook! Kijk maar naar alle verlichten, hoe zij door de donkere nacht van de ziel zijn gegaan, vol radeloosheid en depressies, en dan maak jij doodleuk een weblogje onder de titel ‘Ik ben verlicht!’ Ja, onder de douche ontdekte ik dat dit toch maar eens gezegd moest worden. Omdat ik dat arbeidsethos zat ben. Want het is uiteindelijk dit geloof in de noodzaak van werk dat ons er juist van afhoudt om gewoon verlicht te zijn. Hij die zegt dat je überhaupt iets moet doen voor verlichting heeft er niets van begrepen. Die gelooft nog in het rechtse voor wat hoort wat, en kent de liefde niet. Aan het werk! En als je niet werken wilt dan schop ik je wel spirituele markt in!
Het ene ego hangt graag de verlichte uit, en het andere ego hult zich graag in nederigheid. Maar allebei zijn het ego’s. En beide leven in de illusie dat er überhaupt een verschil is tussen verlicht zijn en onverlicht zijn. Vanuit onverlichte staat lijkt dat zo: je ziet een deur waar je doorheen moet, maar als je daar doorheen bent zie je achter je dat er helemaal geen deur was! Sterker nog: dat het juist het ego was dat je voortdurend influisterde dat je niet verlicht was. Dat ikje kon natuurlijk niet anders, en ik neem het hem ook niet kwalijk. Maar het blijft wel een leugentje. Niet degenen die zeggen dat ze verlicht zijn, maar zij die geloven dat ze niet verlicht zijn liegen! Gewoon even in het hier en nu je ogen, neus en oren open, de frisse lucht voelen, van je sigaartje genieten, en de op de kale boomtakken hippende vogels vertellen je dat het waar is. Zo eenvoudig is het!
Toch moet ik eerlijk bekennen dat ik niet verlicht ben. Alleen al het feit dat ik met deze uitspraak aan het liegen ben bewijst dat. En deep down interesseert het me niet eens of ik al dan niet verlicht ben. Geef mij maar mijn sigaartje en de in de takken hippende vogeltjes. Er is niets belangrijker dan dat.
Gepost in Spiritualiteit
Geen reacties »
31 december 2010
In nrc.next van vandaag een mooi verhaal van Christiaan Weijts over ‘de jaren nul’, zoals hij het afgelopen decennium noemt en waar hij kennelijk ook het jaar 2010 bij rekent. Omdat we meestal bij 1 beginnen te tellen, is daar ook wel wat voor te zeggen. ‘De jaren nul hebben vooral impact gehad op de onzichtbare wereld, op het virtuele domein, op mentaliteiten, opvattingen, machtsverhoudingen en identiteiten.’ Wat voor mij aangeeft dat de crisis waarin we verkeren eigenlijk een spirituele crisis is: wat is waar, wat is werkelijkheid, wat vind ik eigenlijk, wie en wat bepaalt mijn leven? En last but not least: wie ben ik? Een paar dagen geleden maakte ik per ongeluk een bericht in Facebook met als onderwerp Second Life. En ik vind het eigenlijk heel leuk dat ik in dit netwerk onder mijn ‘gewone’ legale naam werk, maar wel met een portret van de speler van mijn tweede leven, mijn avatar. Bij dat bericht kon ik dus spontaan geen andere zin schrijven als ‘Wat is mijn ware gezicht?’
‘Dit decennium hebben we geleerd om behalve in de fysieke wereld ook in de virtuele te bestaan, los van ruimte en tijdzones,’ schrijft Weijts verder. Dat geldt ook voor mij, en ik snap steeds minder hoe mensen, waaronder mijn beste vrienden, zonder de virtuele wereld kunnen. Dan wordt je leven toch heel beperkt? In de Ooi- en Geemlander van vandaag schrijft Dick Hofland over sociale netwerken onder de titel ‘Wie veel vrienden heeft heeft geen vrienden’. En ook dat is waar. Hij citeert onder andere filosoof De Mul die drie soorten vriendschap onderscheidt: je hebt de Aristoteliaanse vriendschap waarbij het vooral gaat om samen dingen te doen, de romantische waarbij het gaat om het delen van je diepste gevoelens, en de Kantiaanse waarbij dit niet per se in elkaars aanwezigheid hoeft te zijn. De derde vorm is volgens Hofland ‘de meest nobele, want die is gebaseerd op welwillendheid’ en hij citeert De Mul: ‘Ook als je elkaar tien jaar niet hebt gezien en de ander staat ineens voor je deur, dan ben je meteen weer vriend.’ Vervolgens citeert Hofland ook Marjolijn Antheunis, universitair docent Sociale aspecten van nieuwe media, die bij sociale netwerken liever van connecties spreekt dan van vriendschap: ‘Van de sterke banden heb je er tussen twee en tien. Dat zijn echte, hechte vriendschappen.’ En even verderop zegt ze over vriendschappen die op sociale netwerken ontstaan: ‘Als er nieuwe dingen zijn, ontstaat er altijd zorg. Dat zag je met de komst van de televisie en de telefoon ook. Toen dacht men ook dat mensen elkaar nooit meer zouden zien (…) Maar in absolute termen zijn we door de komst van alle nieuwe mogelijkheden niet eenzamer geworden.’ En Dick Hofland concludeert: ‘Het blijkt ook dat als mensen elkaar online kunnen vinden, ze elkaar in het echte leven eveneens aardiger vinden (…) Je onthult meer over jezelf en daardoor kom je ook meer over de ander te weten.’ Wat me doet denken aan wat John Lopez op 20 december in nrc.next schreef bij een artikel over World of Warcraft: ‘Het gilde waar ik leiding aan geef bestaat uit spelers uit heel Europa. Zij hebben elkaar echter nog nooit ontmoet. Misschien is het juist door die anonimiteit dat het sociale contact binnen een gilde zo belangrijk is. Zonder angst tot veroordeling worden zaken besproken die normaal gesproken bij vrienden en familie zouden blijven.’
Om een lang verhaal kort te maken: het lijkt erop dat zogenaamde ‘virtuele’ contacten steeds meer serieus worden genomen. Dat men gaat inzien dat die heel diep kunnen gaan en niet onder hoeven te doen voor ‘echte’ fysieke relaties. Voor wellicht het grootste deel is er sprake van een hype: het aantal vrienden in Facebook of Hyves of het aantal followers in Twitter lijkt een statussymbool te zijn. Dat de grote massa bijna altijd met iets nieuws aan de haal gaat, wil echter niet zeggen dat er verkeerde ontwikkelingen zijn: ook het hebben van telefoon en televisie was ooit een statussymbool. Het afgelopen decennium hebben sociale netwerken via het internet een enorme vlucht genomen. Dat wil niet zeggen dat we nu opeens tot méér vriendschap in staat zijn, maar wellicht wel tot een andere en meer bereikbare vriendschap, dat er meer mogelijkheden voor gecreëerd zijn. Dat is toch een rijkdom waar ik blij mee ben. Die eenzame mensen meer blijheid, en gehandicapten meer vrijheid kan schenken. De wereld is er het afgelopen decennium een stuk materialistischer op geworden, maar tegelijkertijd worden spirituele perspectieven meer zichtbaar. Bijvoorbeeld in de identiteitscrisis zoals die steeds vaker op persoonlijk en maatschappelijk vlak zichtbaar wordt. Bijvoorbeeld doordat steeds meer mensen de echte vragen gaan stellen. Zoals: wie ben ik? De jaren nul waren een mooie aanloop daartoe. Het blijft spannend allemaal en heel bijzonder om mee te maken.
Gepost in Computer en internet, Spiritualiteit
Geen reacties »
27 december 2010
Na Kerst volgen de twaalf heilige nachten. Nachten waarin nog onzichtbaar het licht ontstoken wordt, alsof de natuur nog even geheim wil houden dat de dagen weer gaan lengen. Dat zijn nachten waarin we op onze dromen moeten letten, en wellicht geldt dat niet alleen voor de dromen tijdens onze slaap. Net zoals de eerste indrukken van een kind het meest bepalend zijn voor zijn verdere leven, zijn we in deze donkere tijd extra ontvankelijk voor wat uit de diepte komt.
Deze dagen drukken dan ook een stempel op het komende jaar. De eerste helft ervan – de winter en de lente, totdat de zon op haar hoogste punt staat bij het begin van de zomer – staat immers in het teken van wat Mellie de concretie noemt, de levensgeest gaat de stof in. Dit tegenover de periode waarin de dagen weer korter worden – de zomer en de herfst, totdat de zon op haar diepste punt staat bij het begin van de winter – en in het teken van de abstractie staan, de stof uit.
De jaarcyclus van concretie en abstractie kent veel analogieën. In het klein is ze te herkennen in het dagelijkse waak- en slaapritme, en nog kleiner in onze in- en uitademing. In het groot komen wij haar tegen als in- en excarnatie, en nog groter in kosmische dagen en nachten. Zo kunnen wij overal de dans van de levensgeest in herkennen. De dans die tussen twee bewegingen héél even stilstaat, net als dat oneindig kleine maar o zo belangrijke moment tussen in- en uitademing, waarop we volgens veel leraren goed moeten letten.
Een heel kort ogenblik ontspringen we de dans, zodat we kunnen stilstaan bij wie we werkelijk zijn. Op dit keerpunt zijn we even in het centrum van de cycloon waar alles stil is. Voor dit stilstaan lenen deze dagen zich uitstekend. We zijn er even niet, en daarin kiemt een nieuw leven. En dat wens ik ons allen toe.
De Vuurfakkel, januari/februari 2011
Gepost in Spiritualiteit
Geen reacties »
21 december 2010
Witte vlokken verstillen de wereld om me heen. Eindelijk even een moment van rust, met alleen het gekraak van de sneeuw onder mijn voeten. Stilte, die me herinnert aan hoe alles ooit was, miljoenen jaren geleden op deze aarde. De afwezigheid van geluid voedt me, alsof alles meer en meer open wordt, zich beter kan laten zien zoals het werkelijk in wezen is. In de stilte komen mijn voortrazende gedachten tot stilstand, en is het net alsof mijn bewustzijn een sprongetje maakt. Klik! Geluiden die ik door gewenning niet meer hoorde zijn opeens verjaagd tot nazoemende herinneringen. Heerlijk is het om in deze leegte van de koude vrieslucht te staan. Waarin ook mijn gedachten stilstaan. Even geen oordelen. Even geen herinneringen aan of heimwee naar een verleden. Even geen angst voor of verlangens naar een toekomst.
De wereld staat gewoon even stil en zwijgt. Heeft even niets te zeggen. Is er gewoon. Gewoon zichzelf, zonder betekenis, zonder naar iets anders dan zichzelf te verwijzen. Veel mensen schijnen bang te zijn voor die zinloosheid, serieuze filosofen worden daar soms heel somber van. Terwijl de besneeuwde bomen niets anders dan hun eigen schitterende aanwezigheid uitstralen. Ze zijn er gewoon. Zonder oorzaak of doel. Dat zijn mooie denkconstructies, maar ze lossen niets op. Want wat is de oorzaak van de oorzaak, het doel van het doel? Gedachten houden ons gevangen en laten niets over van het hier en nu. Zoals ook deze gedachten me afleiden van wat er op dit moment is. Klik! Wat goddelijk om hier zo vlak bij huis over de hei te kunnen wandelen in de bevroren frisse natuur!
Of hebben deze stilte en koude, samen met de lange donkere nachten toch een bedoeling? Misschien zijn ze er wel om even onze gedachten op nul te zetten, zodat we even verlicht kunnen zijn. De wereld waarnemen zoals hij is. Zonder oordelen over wat goed of slecht is, wat mooi of lelijk is, wat waar of onwaar is. Tegenstellingen bestaan niet meer, lijken bedrog, en zo openbaart zich de eenheid en verbondenheid van alles met alles. Dan voel ik me niet belangrijker of beter dan anderen, maar ook niet minder of slechter. Gewoon omdat ik ben die ik ben. En om me heen zindert de wereld van aanwezigheid en straalt diep van binnen enthousiasme en levendigheid uit. Alsof alles transparant wordt en zo zijn onzichtbare maar o zo aanwezige sprankelende kern laat zien. Leven is meer dan waterstof, koolstof, zuurstof, stikstof, zwavel en fosfor! Alles leeft!
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
1 reactie »
14 december 2010
In de Koorddanser staat deze maand een uitstekend artikel van tantrist en publicist Jan de Boer onder de titel Puur verlangen is ook een lekker gevoel. Daarin maakt hij onderscheid tussen verlangen en begeerte. Het verlangen is een zacht gevoel dat uit het hart komt en kan zelfs een weg naar verlichting zijn. Er is sprake van begeerte als je dit verlangen meteen uit moet leven. Ik denk dat hij met het benadrukken van dit verschil rechtstreeks de kern van tantra raakt. Begeerte, wat hij ook een brandend verlangen noemt, duldt geen uitstel, wil direct bevredigd worden zodat je afhankelijk bent van iets buiten jezelf. ‘Tantra wordt nogal eens gebruikt als dekmantel om je seksueel uit te leven,’ zegt Jan de Boer. En even later: ‘De kern is dat je geniet van het verlangen zelf.’
Daarover raakte ik het al snel oneens met Vriend. ‘Als je verlangt ben je nooit in het hier en nu!’ trachtte hij me wakker te schudden, alsof ik helemaal niets had geleerd van alle spirituele meesters die in mijn leven de revue zijn gepasseerd. Maar toch blijf ik van mening dat genieten van verlangen in het hier en nu de enige weg is die tot bevrijding leidt. Ontkenning ervan werkt niet, dan blijft het verlangen onbewust opspelen, en dat leidt alleen maar tot ziektes. Bevredigen werkt ook niet want dan word je een slaaf van een verlangen dat uiteindelijk nooit bevredigd raakt en altijd maar meer wil. Zoals met de spruitjes met gesmolten kaas en knoflook die Vriend kan maken, waarvan ik nooit genoeg kan krijgen. Iedereen aan te bevelen!
Ik ben typisch zo iemand die zonder lichaam is geboren. Iemand bij wie het heel lang heeft geduurd voordat hij echt lekker in zijn lijf zat. Lichamelijkheid zat ook niet echt in de familie, maar daar heb ik in de jaren zestig mee gebroken, wat in de jaren tachtig onder invloed van Bhagwan nog eens een extra impuls heeft gekregen. Daar ontdekte ik in Poona dat mijn constatering dat ik niet in het hier en nu leefde zich helemaal in het hier en nu afspeelde. De therapeut wilde daar niets van weten – smoesjes! – toen ik dat enthousiast vertelde. Maar voor mij was dit een kijken naar mijn eigen gedachten een echte ervaring van hier en nu. Ik zie nog voor me hoe ik enigszins verwonderd uit het raam van mijn hotelkamer lag te kijken toen deze flits zich aan mij openbaarde.
Inmiddels ben ik aardig in mijn lichaam terechtgekomen. Kan me niet voorstellen dat sommigen moeite moeten doen om hun hartslag te voelen. Wat niet betekent dat ik me altijd van mijn lichaam bewust ben. Soms ontdek ik wel eens een wondje, waaruit ik dan concludeer dat ik me kennelijk ergens aan gestoten heb of zo. Maar als ik in mijn lichaam duik, doe ik dat ook goed! Een seksueel verlangen kan zich door mijn hele lichaam verspreiden en zelfs ontladen zonder dat ik er iets voor doe. Dan neemt mijn hele lijf bezit van me. Dan raak ik overgolfd door een zinderende ontspanning en voel ik wat die seksuele energie echt is. Soms geloof ik dat klaarkomen een middel is om het wezen van seks juist niet te ervaren, uit de weg te gaan. Omdat we seks pas echt kunnen ervaren als het een verlangen in het hier en nu is, en niet een begeerte die zo nodig bevredigd moet worden. Ik denk dat dat de mooie en bevrijdende boodschap van tantra is.
Gepost in Gezondheid en welzijn, Psychologie, Spiritualiteit, Uit mijn leven
2 reacties »
8 december 2010
Enkele weken geleden maakten Vriend en ik een ‘reis door de mens’ in Corpus in Oegstgeest. Het idee dat je door een menselijk lichaam kon lopen sprak ons wel aan. We verheugden ons dan ook op een wandeltocht door darmen, longen en bloedvaten, maar vonden het toch een beetje tegenvallen. Het idee om een enorme pop te maken waarin je kon rondlopen is natuurlijk heel leuk. Welkom in een kamer van het hart, in de bol van het oog, op de tong van de mond. Maar het was allemaal wel wat popi en kinderlijk. Liever dan op een schuddende stoel onder hijgerig commentaar te kijken naar de race van spermatozoën was ik door het slakkenhuis gelopen om de toestand van haarcellen zonder en met een gehoorbeschadiging te zien. De warme geluiden van kloppend hart en borrelende darmen waren goed te horen, maar de uitleg van een en ander bleef wat oppervlakkig, net zoals bij Nemo in Amsterdam waar we vorig jaar waren. Maar wel heel leuk voor kinderen natuurlijk. Zeker als je een bètatype bent, hoewel je dan ook weer niet teveel het naadje van de kous moet willen weten. Een leuk initiatief, maar een beetje matig voor nieuws- en leergierige bezoekers.
We wandelden vanaf station Leiden. Een half uurtje langs de Wassenaarseweg. Nooit geweten dat daar allemaal universiteitsgebouwen stonden. TNO. Biochemie. Dat laatste is wat Robbie studeert zodat hij vaak in die gebouwen moet zijn. Het komende jaar hoopt hij zijn BSc te halen, ofwel af te studeren. Ook in real life is hij bezig met leven. Eigenlijk zou ik hem vaker moeten uithoren over wat volgens hem, en wat volgens de huidige stand van de wetenschap leven eigenlijk is. Want al sinds mijn jeugd ben ik erover verwonderd hoe wetenschappers kunnen zeggen dat er op bepaalde planeten of manen geen leven mogelijk is. Omdat er geen water is of zo, maar hoe weet je dat er zonder water geen leven mogelijk is? Vorige week kwam in het nieuws dat bacteriën ook arseen als bouwstof kunnen hebben, het voor mensen nogal giftige 33e element van het periodiek systeem. Normaal bevat DNA alleen waterstof, koolstof, stikstof, zuurstof, fosfor en zwavel, dus de wetenschapswereld staat weer eens op zijn kop.
Wetenschap gedijt bij ontdekkingen van dingen waarvan tot op dat moment geloofd werd dat ze niet konden, onmogelijk waren. Juist het weten hoe de wereld in elkaar zit maakt wetenschap onwetenschappelijk. Dan krijg je achterlijke logica als ‘homeopathie werkt niet want het kan niet werken’ waarbij men de ogen sluit voor wat er werkelijk in de concrete wereld gebeurt. In dit geval het feit dat homeopathie vaak wél werkt. En zelfs als het maar heel af en toe soms een klein beetje werkt, dan nog ligt er een geweldige uitdaging voor de wetenschappers om dat te onderzoeken. En misschien is het met leven ook wel zo. ‘Leven is een open fysico-chemisch systeem dat door middel van uitwisseling van energie en materie met de omgeving en door een inwendig metabolisme in staat is om zich in stand te houden,’ schrijft Wikipedia, ‘te groeien, zich voort te planten en zich aan te passen aan veranderingen in de omgeving, zowel op korte (fysiologische en morfologische adaptatie) als op lange termijn (evolutie).’ Maar ik geloof er niks van – dat is allemaal na te maken, en de vraag is of het dan ook een ziel heeft, iets als al dan niet zelfreflexief bewustzijn. Liefde. Leven komt niet uit een alchemische brouwerij.
Er is één leven in de brouwerij waar ik wel in geloof. En die komt van studenten. Terecht. De rechtse rakkers die nu het beleid bepalen moeten niet alleen niets hebben van milieu en cultuur, maar ook wetenschap is hen een doorn in het oog. Studenten kunnen niet meer studeren zonder erbij te werken, en dan gaan ze achteraf klagen dat het niveau omlaag gaat. Studenten worden opgejaagd om maar zo snel mogelijk af te studeren en economisch rendabel te worden voor de samenleving. In plaats van het collegegeld af te schaffen wordt gedreigd met onbetaalbare verhogingen daarvan als je niet snel genoeg de eindstreep haalt. Studenten kunnen geen kamers vinden tenzij ze daar belachelijke bedragen voor betalen. Wat ooit ‘de bloem der natie’ was wordt afhankelijk van mecenassen en bedrijfsleven. Dit alles getuigt ervan dat rechts geen ruk om wetenschap geeft. De twitterende decaan Rob van de Boogaard waar GeenStijl zich druk om maakt heeft helemaal gelijk: ‘verschil tussen links en rechts is nu eenmaal tussen WEL en Niet nadenken.’ En bij GeenStijl zijn ze zelfs zo dom dat ze niet doorhebben dat ze zelf het bewijs zijn van deze stelling! Studenten zijn ontzettend veel waard en mogen dat best laten weten! Leve de studenten!
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven, Wetenschap
2 reacties »
28 november 2010
‘Links of rechts,’ kopte nrc.next woensdag op de voorpagina. ‘Waar staan die begrippen nog voor? Nrc.next legt de hele krant langs de links/rechts-meetlat.’ We treffen artikelen aan van Jan Kuitenbrouwer die constateert dat links en rechts door elkaar heen lopen, Frits Bienfait die van ‘een oeroude polariteit’ spreekt en Victor Lamme. ‘Het brein is rechts,’ verkondigt de laatste. Want het rechtse gedachtegoed legt een claim op twee basale emoties: hebzucht en angst, en deze zetelen in onze hersenen in de amandelvormige amygdalae. En hersenonderzoek heeft aangetoond dat deze amygdalae bij rechtse mensen groter zijn dan bij linkse. Maar die zouden weer een grotere prefrontale cortex hebben waar hogere normen en waarden zetelen, die de hebzucht en angst onderdrukken. Die wordt echter in het stemhokje weinig gebruikt, en Lamme adviseert GroenLinks dan ook om de angst voor de vernietiging van ons milieu beter uit te buiten. Het uitbuiten van angst ken ik ook als een rechts machtsmiddel. Daarvoor hoef ik alleen maar aan De Telegraaf te denken die in de jaren negentig bij overstromingen meteen met chocoladeletters kopte: ‘Halve land onder water.’
Links en rechts gebruiken hun eigen frames en bij verschillende artikelen uit deze nrc.next worden deze even in het licht gezet. Zo komen we het woord ‘onruststoker’ tegen, dat meestal door rechts wordt gebruikt waar links zou spreken van ‘vrijheidsstrijder’ of ‘rebel’. Aan dit soort onopvallend woordgebruik kan je de politieke voorkeur van iemand herkennen. Hoewel? Je ziet soms ook dat een rechts iemand zijn standpunt met linkse frames onderbouwt. Zo komt iemand op voor een sterke defensie en voert daarbij aan dat veel mensen afhankelijk zijn van opdrachten van de Koninklijke Marine. In plaats van dit linkse argument over afhankelijkheid zou een rechtse onderbouwing, namelijk dat er werkgelegenheid wordt geboden, meer op zijn plaats zijn. Maar uiteindelijk is natuurlijk niemand voor honderd procent links of rechts, zodat soms boodschappen met een dubbele bodem ontstaan. Bijvoorbeeld dat je als idealist wel ‘reëel’ moet blijven, een argument waarmee mijn moeder vroeger de grond onder mijn idealisme wegveegde.
De verschillen tussen links en rechts worden in deze nrc.next opgesomd in een infographic die over twee pagina’s is verdeeld. Daarin zien we op de linkerpagina in rood en op de rechterpagina in blauw hoe beide denken over de regering, over cultuur en maatschappij, over het gezin en de volwassene en wat hun overtuigingen zijn. We komen polaritieiten tegen als progressief tegenover conservatief, vrijzinnig tegenover traditioneel, idealisme tegenover realisme, evolutie tegenover de status quo, egalitair tegenover recht van de sterkste, utopisme tegenover pragmatisme, ethiek tegenover moraal, stedelijk tegenover landelijk, gelijkheid tegenover vrijheid, ‘een voor allen en allen voor een’ tegenover recht van de sterkste, respect en vertrouwen tegenover ontzag en angst, regulering tegenover deregulering, kennis tegenover vaardigheden, zelfontplooiing tegenover zelfredzaamheid, fairness tegenover handhaven van de orde, en nog veel andere verschillen. Waarbij het volgens mij ook vaak om een voorkeur gaat, want ik kan me niet voorstellen dat links niet zou geven om vrijheid: die wordt echter beperkt door gelijkheid die belangrijker is dan vrijheid: die vrijheid mag niet ten koste van de ander gaan, die immers een gelijke is. Al met al een prachtig diagram dat je aan de muur zou willen hangen om je bewust te blijven van de politieke tegenstellingen.
Maar zijn het wel tegenstellingen? Hoe is de verhouding tussen individu en samenleving? Zelfbescherming en openheid? Nationalisme en multicultuur? Uitsluiting en insluiting? Agressie en diplomatie? Militarisme en pacifisme? Havik en duif? Zijn deze in de infographic genoemde linkse waarden niet omvattender dan de rechtse? Bij rechts blijft het om het individu gaan, om het ik met zijn behoudende moraliteit, bij wie een karakter wordt gevormd dat leidt tot zelfredzaamheid waar het bij links gaat om een sociale samenleving met een vooruitstrevende ethiek die kansen creëert voor zelfontplooing. Rechts gaat er vaak prat op ‘realistisch’ te zijn, waarmee meestal bedoeld wordt materialistisch, pragmatisch en de status quo handhavend. Eigenlijk moet ik deze infographic een kwart slag rechtsom draaien, zodat links boven is, en rechts beneden. Want dan zie ik opeens hoe links het materialisme overstijgt in idealisme, hoe het individu zijn grenzen doorbreekt en opgaat in het collectief, hoe de mens uitstijgt boven zijn primitieve hebzucht en bezitsdrang. Dan zie ik opeens hoe een transpersoonlijke en socialistische wereld van bovenaf de persoonlijke en individualistische wereld beneden doorstraalt. Hoe de rechtse wereld beneden al het hogere omlaag tracht te trekken – denk aan kunst, cultuur en de respectloze benadering van ‘linkse hobby’s’ – terwijl zij niet anders kan omdat het haar aard is vast te klampen aan het verleden omdat een ego altijd bang is zich te verliezen in onzekerheden die zich in andere werelden buiten veilige en bekende ikje voordoen. Dan zie ik hoe in den beginne het Woord was, het Idee dat gestold is in de vorm van materie en zogenaamd realisme.
Daarmee zie ik niet zozeer een tegenstelling tussen links en rechts, maar eerder dat links rechts insluit, min of meer omvat. Net als het geheel de delen insluit, net zoals een samenleving de mensen bevat die erin leven, net zoals het hogere het lagere begrijpt en niet omgekeerd. Net zoals een volwassene nog wel het kind in zich heeft, maar het kind nog niet volwassen is en daar ook niets van begrijpt. Is het verwonderlijk dat rechts de leeftijd van 15 jaar nauwelijks overstijgt, en dat aan de linkerkant relatief meer wetenschappers en kunstenaars zijn te vinden, meer intelligentie? Met andere woorden: links heeft ook de rechtse elementen in zich, maar onderscheidt zich daarvan door er een sociaal element aan toe te voegen. Realisme is meer dan de materiële werkelijkheid, en bevat ook de werelden van ideeën en inspiratie die niet uit het ikkige individu zelf kunnen voortspruiten. Idealisme omvat realisme, zoals materie niet alleen uit concrete vaste stoffen bestaat, maar ook ijlere vloeistoffen en gassen omvat. Het geheel is meer dan de som der delen, en dat ‘meer’ is dan de samenhang tussen de delen, het sociale, bindende element dat individuele belangen overstijgt. Links is dus óók realistisch. Had mijn moeder dan toch gelijk?
De populariteit van rechts is een volstrekt irrationeel gebeuren: rechtse krachten veroorzaakten de kredietcrisis en vervolgens ging men rechts stemmen. Dat kan niet anders dan angst zijn, en behoefte aan veiligheid die men van rechtse kant verwacht. Alsof rechts het echt op zal nemen voor de kleine ondernemer als de grote jongens komen aandraven! Dat worden koude kermissen. Voor dit soort mensen leidt alle verandering tot angst: als er iets is waar rechts bang voor is dan is het wel vernieuwing, progressie. Dat leidt tot de krampachtige stuiptrekkingen van tegenwoordig, tot fanatieke grepen naar de macht om de ontwikkelingen en verworvenheden in de laatste decennia zoveel mogelijk terug te draaien. Misschien leiden die stuiptrekkingen wel tot het einde van onze beschaving en verwordt onze wereld wel tot een dode planeet, een rode hel onder de hitte van broeikasgassen. Dan heeft rechts in haar behoudendheid de klok wel erg ver teruggedraaid – een paar miljoen jaar – en beginnnen we gewoon weer van voren af aan. Het licht scheen in de duisternis, maar de duisternis heeft het niet gegrepen. Maar zelfs dan nog blijft de Idee bestaan, want die is het wezen van de hele kosmos.
Gepost in Maatschappij en politiek, Spiritualiteit
Geen reacties »