10 juli 2009
In PC-Active 227 schrijft Wammes Witkop onder de titel Betalen per kopie! een leuk artikel over heffingen op kopieën van muziekbestanden. Hij koopt zelf originele cd’s die hij in verschillende bestandsformaten naar zijn harde schijf en mp3-spelers kopieert. Mag niet volgens de Stichting de Thuiskopie. Op hun website noemt zij “Artikel 16 van de Auteurswet, waarin staat dat voor het kopiëren op blanco dragers, zoals videobanden, blanco dvd’s en cd’s, een vergoeding moet worden afgedragen.” In zijn artikel schetst Wammes de verstrekkende gevolgen hiervan, omdat zo’n stichting natuurlijk het onderste uit de kan wil hebben en “recht en rechtvaardigheid gaan nu eenmaal niet per definitie hand in hand in ons land.” Hij berekent dat hij zijn zelfgekochte cd’s tot zo’n negen keer kopieert, waarbij hij waarschijnlijk ook nog vergeet dat de bytes van gewiste of verplaatste muziekbestanden nog gewoon op zijn harde schijf – zij het onzichtbaar maar toch fysiek – aanwezig blijven. Voor dat alles moet dus betaald worden, wat onder andere verwerkt is in de prijs van lege cd’s en dvd’s die je in de winkel koopt. Opvallend is daarbij dat men er automatisch van uitgaat dat je daar illegaal mee aan de slag gaat, en de boete dus maar alvast van tevoren wordt opgelegd. Je bent a priori verdacht. Net als bij het bekijken van een pas gekochte film, waarbij je verplicht bent je eerst door het kijkvoer van de Stichting Brein heen te werken. Wantrouwen alom dus.
Kopiëren neemt een hoge vlucht in onze tijd. Dat gebeurde vroeger natuurlijk ook al, maar dat ging allemaal veel moeizamer. En bepaald niet foutloos, zoals we bijvoorbeeld zien bij wat er uiteindelijk van de Bijbel geworden is. Het wezen van kopiëren is dat je iets niet geeft, maar het namaakt. In feite maak je geen kopie van iets dat fysiek is – want dat maak je opnieuw in de vorm van nieuw perkament, papier, canvas, bakstenen, fotopapier of welk soort materiaal dan ook – maar van informatie. Iets wat fysiek is kan je namelijk niet delen, niet vermenigvuldigen: als ik een euromunt, een mobieltje of een auto heb, kan ik die niet even voor jou kopiëren. Als ik wil dat jij hem krijgt kan ik hem hooguit aan je geven, maar dan ben ik hem dus kwijt. Dat is anders met iets dat niet-materieel is, zoals informatie in een computer of mp3-speler. De bytes van een muziekbestand mogen dan wel fysiek aanwezig zijn, maar dat geldt niet voor de volgorde waarin ze staan en dat is nou net precies de informatie en datgene waardoor het kopieerbaar wordt. Hoewel we in een materialistische tijd leven, hebben we niet door dat we die materie aan het overstijgen zijn door juist iets als informatie zo hoog in ons vaandel te dragen. Ons informatietijdperk getuigt dus juist van de opkomst van niet-materiële waarden omdat informatie zelf niet materieel te vatten is. Dat is nog even wennen, zodat informatie vaak verward wordt met de materiële dragers ervan, zoals geheugenchips en harde schijven.
Een vergelijking met het dagelijkse computergebruik dringt zich op. In de materiële wereld is alleen knippen en plakken mogelijk, waarbij het geknipte verdwijnt zodra er geplakt is. In de informatiewereld wordt dit verrijkt met kopiëren en plakken, waarbij het origineel gewoon blijft bestaan. Maar als je de wetten van de materie ook op informatie gaat toepassen heb je een probleem. Als ik een auto koop mag ik die weggeven of doorverkopen, want het gaat om het ding zelf. Maar als ik een cd of dvd koop gaat het niet om het ding zelf, maar om de informatie die er op staat. De auto is mijn bezit, ik kan er alles mee doen wat ik wil omdat die puur materieel is. Maar hoe kan informatie mijn bezit zijn? Is die alleen voor mijn eigen oren of computerscherm bestemd, mag die alleen in ‘huiselijke kring’ worden bekeken? Mag ik een dvd nog aan een ander geven als mijn hoofd al bezit heeft genomen van de film erop? Het lijkt redelijk om voor informatie per bezitter, de gebruiker en/of kennisnemer ervan, te laten betalen, waarbij die ook vrij is om deze voor niet-commerciële doeleinden te gebruiken. Microsoft doet zoiets met zijn software, maar kan dat alleen omdat die regelmatig updates en upgrades (dus nieuwe aanvullende informatie) nodig heeft. Geen kunst dus, want kunst is een eindproduct, iets dat af is zoals een mooie clip, foto of film.
Omdat informatie niet materieel is, zal het altijd aan alle controle blijven ontsnappen. Zo wordt het steeds moeilijker om informatie te verstoppen of te verbergen, want op het internet is alles weer terug te vinden, zodat we er intussen aan gewend zijn dat alles gratis is. Het lijkt daarom niet onredelijk dat bijvoorbeeld Buma/Stemra opkomt voor auteursrechten, maar je kunt wel vragen blijven stellen bij de manier waarop veel organisaties met dubieuze technieken hun recht willen halen, zoals met DRM waarmee onder andere muziek uit de iTunes Store is besmet. Allemaal bijna hopeloze pogingen om nog te redden wat er te redden valt in de pogingen om informatie zoveel mogelijk commercieel te beschermen. Dat blijkt tot op heden kennelijk alleen met wantrouwen te kunnen, in plaats van met het vertrouwen dat de meeste mensen best wel wat willen betalen voor iets waar ze wat aan hebben. Vertrouwen is iets waar we wel naar toe moeten omdat steeds meer blijkt dat een wereld van wantrouwen onleefbaar en onmogelijk is. Zoals bijvoorbeeld blijkt met de invoering van de OV-chipkaart die veel meer kost dan hij ooit op kan brengen. Zo dwingt het informatietijdperk ons tot een mentaliteitsomslag. Van wantrouwen naar vertrouwen, van het materiële naar het niet-materiële, van bezitten naar delen, van knippen naar kopiëren.
Gepost in Computer en internet, Maatschappij en politiek
Geen reacties »
9 juli 2009
Empathie, zo leerde ik tijdens mijn studie, is een essentieel onderdeel van psychotherapie. Het is het vermogen, de kunst om zich in een ander in te leven, in zijn huid te kruipen, vooral in zijn gevoelens en emoties. Ja, zo staat het ook in Wikipedia. Dat ook vermeldt dat empathie het tegengestelde is van autisme, dat volgens mij een heel gevaarlijke volksziekte is die ongemerkt bezit van ons neemt en net als de Mexicaanse griep pandemische vormen aanneemt. Want is het vermogen zich in een ander in te leven niet essentieel voor ons overleven, om uit de crisis te komen? Blijkt niet meer dan ooit dat de autistische weg een doodlopende weg is? Dat er alleen redding mogelijk is als we mee gaan voelen met andere mensen, met de bergen en de bossen, met de rivieren en de meren, met de golven en de oceanen, met het gras en de bloemen, met bijen en vogels, met vissen en kreeften, met varkens en paarden, met wolken en sterren, kortom met alles om ons heen? En dan heb ik het alleen nog maar over empathie voor onze stoffelijke wereld…
Ik ben zo iemand die snel gevonden wordt als iemand een probleem met een computer heeft. Niet dat ik nou echt veel verstand van die dingen heb, want als de mijne opstart met een hypertransport sync flood error druk ik ook alleen maar F1 in omdat hij daarom vraagt. En zoveel als anderen soms van mij leren, zoveel leer ik zelf weer van Marcel: baas boven baas. Wat niet wegneemt dat ik soms problemen op een puur intuïtieve wijze weet op te lossen. Op de een of andere manier leef ik met zo´n computer mee, en dat is begonnen met diep in hem te duiken. In de wachtkamer van de Sociale Dienst, begin jaren tachtig. Omdat ze wisten dat je toch niks te doen had moest je daar soms uren en uren doorbrengen, zodat ik daar met rode oortjes las hoe allerlei soorten schakelingen werkten en chips werden gebakken. Ook snoepte ik van een boekje over machinetaal waardoor ik een tekstversie van Mastermind voor mijn TRS-80 wist te schrijven. Uit die tijd heb ik zelfs nog een boek Microsoft Basic Decoded waarin dit Basic in 2FF8 programmaregels is gevat. Zo leerde ik de basics van de computer kennen. En hoewel ik tegenwoordig bepaald niet alles van ze snap, hebben ze toch niks geheimzinnigs voor me, want alles borduurt voort op dezelfde principes. Het is alsof ik het wezen van de computer begrijp.
Omdat het zo leuk programmeren was, en omdat diagnostiek een sterkte kant van me bleek, kwam ik via de computer in contact met de astrologie. Ik programmeerde erop los en wist een peperdure plotter horoscooptekeningen te laten maken – tot vandaag de dag staat alle herrie die hij daarbij maakte nog in mijn geheugen. In mijn eigen horoscoop staat een exacte driehoek tussen Mercurius en Neptunus, waarover de in Nederland beroemde astrologe Karen Hamaker schrijft: ¨Hoewel Neptunus in contact met Mercurius een logisch en helder verstand niet zou bevorderen, zien we toch dat we het in wetenschap en techniek met deze combinatie ver kunnen brengen. Ons gevoel wijst ons de weg. Een computerprogrammeur bijvoorbeeld ´overziet´ het programma dat hij maakt omdat hij er zonder het te weten onbewust ´deel van is´, waardoor hij fouten aanvoelt.¨ (Analyse van Aspecten, p. 193) Kennelijk heb ik empathie met computers en verklaart dat waarom ik soms op onnavolgbare wijze problemen ermee kan oplossen.
Mijn Wijze Tante moest niet zoveel van Neptunus hebben. Maar toch schrijft zij over deze planeet in haar Astrologie I: Kosmische Samenhangen niet alleen over namaak, schijn, onverschilligheid, vergeten, lijden, opofferen, verval, decadentie, aftakeling, schimmen en spoken, maar ook over mystiek, extase, fantasie, inspiratie, improvisatie. ¨Het wezen van Neptunus is: vervaging (…)¨ en ¨De grenzen der psychische en lichamelijke persoonlijkheid worden uitgewist, men vloeit over in de ander (…)¨ (p. 113) Maar dan is het juist dit Neptuniaanse dat met inleving te maken heeft en dat we zo missen in onze huidige samenleving! En die inleving beperkt zich kennelijk niet tot een ander maar kan ook op een iets betrekking hebben. Zoals een computer voor mij. Of een piano voor een pianostemmer. Of een fiets voor een fietsenmaker. Ik denk dat het juist deze empathie, dit inleven is dat kwaliteit geeft aan wat je doet. Want hoe kun je zonder kennis iets goeds doen, en hoe kan je iets kennen zonder in de huid ervan te kruipen? Laten we plaats maken voor Neptunus, de god van de zee, van het water dat alles verbindt en waarzonder geen leven mogelijk is!
Gepost in Astrologie, Computer en internet, Psychologie, Uit mijn leven
Geen reacties »
28 juni 2009
Vriend vindt dat ik veel te vaak achter mijn computer zit. Dat is inderdaad een plek waar ik me graag achter beeldscherm, toetsenbord en muis nestel, waar ik me thuis voel. Omdat ik er zoveel creativiteit in kwijt kan. In een weblog als deze, maar waar ik ook verhaaltjes, liedjes en boekbesprekingen een plek geef. In het maken van De Vuurfakkel, waar ik deze dagen weer mee bezig ben. En in het maken van een mooi en praktisch adressenbestand, fotoalbum of muziekverzameling. En natuurlijk in Second Life waar ik letterlijk in mijn zelfgebouwde wereld en leven kan spelen, zodat Vriend het terecht als een digitale poppenhuis beschouwt. Creativiteit, iets moois maken dat daarvoor niet bestond, dat geeft niet alleen bevrediging maar is verslavender dan de ergste drugs.
Creatief zijn heeft ook iets met lijden te maken, slachtoffer als je bent van een onweerstaanbare scheppingsdrang. Want midden onder de douche popt plotseling iets in je hoofd op dat geschreven moet worden en wel nu. Nog half nat zit ik dan weer achter de computer, en Vriend moet het dan niet wagen me te storen want het enige dat er op dat moment is, zijn die woorden, die gedachten, die beelden, die melodieën die het daglicht willen, nee moeten zien. Dat lukt niet altijd, met als gevolg dat niet opgeschreven verhalen, liedjes en melodieën na decennia nog altijd regelmatig in mijn hoofd spelen. Allemaal ingevingen waarom je nooit gevraagd hebt, die zo brutaal zijn om op eigen initiatief bezit van je te nemen. En die je soms zelf evenmin snapt als een ander. En waarover je evenveel verwondering kan hebben als een ander. Eigenlijk is er helemaal geen ‘maker’ en is het raar dat er iets als auteursrecht bestaat!
Creativiteit kan nooit een vak, een beroep zijn. Je kunt natuurlijk wel professioneel liedjes gaan schrijven, maar daarmee zijn ze nog niet bezield en overstijgen ze nauwelijks het niveau van de Toppers die voor het songfestival erg hun best hebben gedaan om een liedje als goed product in de markt te zetten, wellicht na een SWOT-analyse van alle erin voorkomende akkoorden. Maar evenmin als je van een vrouw kunt vragen om ter plekke een kind te baren, kan je van een artiest vragen om meteen maar een mooi schilderij, beeldhouwwerk, gedicht of muziekstuk te leveren. Misschien lukt dat een tijdje omdat er nog veel in hem rondwaart dat geschreven, gespeeld, gemaakt of geschilderd wil worden, maar als hij daarna verder wil gaan is het niet meer wat het geweest is.
Creativiteit is de straf van er even niet zijn, van ontspanning waarbij je ongewild weer opgeladen wordt om iets te scheppen, iets moois te maken. Want ik ben nog zo ouderwets dat ik creativiteit aan schoonheid koppel, zelfs de schoonheid van wat we meestal als lelijk ervaren. Of, om nog ouderwetser te zijn: met liefde, want je bezielt wat je maakt door ervan te houden. Maar het heeft ook iets met spelen te maken, met spontaniteit en schijnbare zinloosheid: de muzikanten spélen de muziek! Voor mij is niets méér bevredigend dan iets moois te maken. Maar ik kan me goed voorstellen dat het niet altijd makkelijk is om de partner van een creatieveling te zijn. Zoals mijn moeder, die waarschijnlijk vond dat mijn vader teveel in onaardse werelden leefde en zich te weinig met de praktische realiteit bezighield. Of zoals Vriend, die vindt dat ik teveel achter de computer kruip. Nu ook weer. Het is zondag, lekker weer, en we moeten gaan wandelen.
Gepost in Diversen, Uit mijn leven
1 reactie »
25 juni 2009
Dat staat ons mooi! We zijn meer dan ooit met Europa bezig, en nu blijkt dat de eerste Europeanen kannibalen waren! Dat hebben de onderzoekers van het Atapuerca Project ontdekt: de homo antecessor, de voorvader van de homo sapiens en de Neanderthaler, blijkt zo’n 800.000 jaar geleden zich graag tegoed hebben gedaan aan mensenvlees. En dat niet omdat er gebrek aan vlees was, maar gewoon omdat ze het lekker vonden! Vooral de kinderen en de pubers van hun vijanden moesten eraan geloven. Omdat ze nog lekker mals waren, neem ik aan. Tja, daar staan we nou met ons goede gedrag! En dan te bedenken dat miljoenen mensen hun leven riskeren om hier in Europa te komen! Ze moesten eens weten! Want stel eens dat deze sluimerende ware Europaan in ons wakker wordt…
Toch is het eigenlijk heel logisch dat we elkaar gaan opeten. De aarde is overbevolkt, een zesde van de wereldbevolking heeft inmiddels honger, natuurlijke hulpbronnen zijn uitgeput en voedsel wordt steeds schaarser en kunstmatiger. Kannibalisme lost in één klap al die problemen op. Heimelijk wisten we dat natuurlijk al, maar die enge dingen lieten we wel zoveel mogelijk buiten Europa afspelen: de Azteken in Midden-Amerika die hun gevangenen vetmestten, de kannibalen in donker Afrika die graag mensen in de kookpot stopten en de Papoea’s die ook graag mensenvlees braadden, althans als ik de bij tijd en wijle educatieve Suske en Wiske-verhalen mag geloven. Allemaal projectie natuurlijk, want in Europa komt dat natuurlijk niet voor. Hooguit in het sprookje van Hans en Grietje, en bij anderhalve knaap die het lekker vindt om zich te laten opeten, wat van sommige liberalen en/of moraalridders dan weer niet schijnt te mogen.
Nu begin ik ook veel meer van het asielbeleid te begrijpen. Waarom we zoveel mensen van buiten Europa welkom heten. ‘Laat de kinderkens tot Mij komen,’ roepen we likkebaardend. En graag zoveel mogelijk kinderen, waaraan trouwens in eigen land op de biblebelt ook al generaties lang hard wordt gewerkt. Toch leuk, zo’n berichtje over onze Europese oorsprong. Het maakt opeens zoveel dingen helder! Al dan niet bewust bereiden we ons voor op de Apocalyps, en de natuur regelt uit eigen wijsheid dingen veel slimmer dan wij kunnen bedenken. We hoeven onszelf dus niks te verwijten als we vandaag of morgen beginnen te watertanden als we over het strand wandelen waar al het vlees al min of meer voorgebakken klaar ligt. Dat komt gewoon omdat we Europeanen zijn.
We moeten natuurlijk onze eigen kinderen wel goed in de gaten houden! Als de buren na een ruzie met ons opeens heerlijk zitten te barbecueën en ons zoontje of dochtertje is opeens verdwenen, dan is dat wel verdacht. Ook is het onverstandig om met je baby een snackbar te bezoeken, want als je even de andere kant op kijkt ligt die in de frituur. En als Ajax Feyenoord in de pan heeft gehakt (of omgekeerd) wordt het ook feest in de Arena! Maar ook onze handelsrelatie met Amerika blijft onder druk staan, want wij willen natuurlijk al die dikke pubers daar best importeren, maar die zitten natuurlijk weer vol hormonen, dus daar moeten we de Codex Alimentarius maar eens over raadplegen. Weet wat je eet. Nu moet ik weg, want straks hebben we met de Oldegeppelse gemeenteraad ter afsluiting van het jaar een chic etentje in hotel-restaurant Mooizicht.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
20 juni 2009
Onkruid bestaat niet. Omdat elk plantje groeit op zijn eigen plek vond mijn Wijze Tante het onterecht om sommige daarvan goed en andere daarvan slecht, ofwel onkruid, te noemen. Voor iemand die een onderhoudsvrije tuin aanlegt is alles wat groen is onkruid, want lastig en vragend om tijdrovend onderhoud. Gelukkig is de techniek het groenonderhoud te hulp gekomen met bladerblazers en heggescharen, want zonder deze gemakken had inmiddels bijna iedereen zijn tuin omgetoverd tot een betegelde speelplaats of een parkeerplek voor de auto. Dat scheelt een boel tijd en moeite, zodat we die weer kwijt kunnen op de sportschool zodat onze conditie nog een beetje intact blijft. Persoonlijk heb ik het nooit zo gehad op al dat gesport en vermoeiende gedoe. “Ga fietsen,” was het enige dat aan mij is besteed. Ja, begin jaren zeventig heb ik wel eens na een doorgehaalde nacht gevoetbald met jongens van mijn eenheid op Uilenstede, maar daar houdt het dan wel zo’n beetje mee op. O ja, vorige maand heb ik nog drie minuten getafeltennist met Carien, onze fractievoorzitster, toen ik in haar galerie het daarvoor benodigde materiaal aantrof. Ondanks dit alles bleek in de afgelopen week mijn bloeddruk 150/80 te zijn en was de dokter heel tevreden over van alles tussen schildklier en prostaat.
Maar ik dwaal af, want ik wilde iets heel anders schrijven. Dat komt ervan als je rechter hersenhelft het teveel voor het zeggen krijgt, dan duikelen de associaties soms in razendsnel tempo over elkaar heen. Omdat ook de woorden die ik uitspreek dat tempo niet bijhouden, wordt dat ook wel eens moeilijk voor mijn omgeving. Terwijl de ene gedachte mijn mond uitvloeit zit ik alweer in een totaal andere wereld. Via associaties die voor mij heel vanzelfsprekend zijn, maar die voor anderen niet te volgen schijnen te zijn. Het vergt soms dan ook een hele discipline van me om te zeggen wat ik eigenlijk zeggen wilde. Net zoals bij het schrijven van teksten moet er dan geschrapt worden, het kaf van het koren gescheiden worden. Datgene wat niet bijdraagt aan wat ik zeggen wil, of wat een nodeloos zijspoor volgt, eruit halen. Het onkruid eruit wieden. Maar eh… onkruid bestaat niet! Onkruid vergaat ook niet. Logisch, want iets wat niet bestaat kan ook niet vergaan. Ik bedoel maar.
Ook het tijdschrift Onkruid vergaat niet. Het is in 1978 opgericht en al vanaf de eerste jaargang schreef mijn Wijze Tante, Mellie Uyldert, erin. Tot in 1984, waarin hoofdredacteur Paul Breekveldt – opgehitst door media en een suggestief boekje van Felix Zwitser – haar ontslaat uit de kring van vaste medewerkers. Hoewel “achter de gewraakte zienswijzen geen kwaadaardigheid schuilt, maar meer een gebrek aan besef van de maatschappelijke werkelijkheid van nu” moet mijn Wijze Tante toch als kwaadaardig gebrandmerkt worden door haar een racist te noemen. Ja, zo kan je iedereen die zegt dat een neger zwart is wel een racist noemen! Deze politieke overcorrectheid maakt daarbij ook nog graag gebruik van misleidingen. Het genoemde boekje van Zwitser suggereert met de tekst op de rug dat er sprake is van een boek van Mellie Uyldert zelf. En in 2003 maakt Onkruid reclame voor haar Het beste uit 25 jaar Onkruid met onder andere de naam van mijn Wijze Tante, maar in het boek zelf blijkt geen woord van haar te lezen te zijn, alleen het verhaal uit 1984 van de hoofdredacteur…
Nu vind ik Onkruid de laatste jaren niet meer wat het geweest was. Het werd steeds knusser en gezelliger, en slechts enkele artikelen overstijgen het niveau Spiritueel vingeren in de zweethut en Intuïtief hennepweven voor heksen. In het hele blad zijn nog nauwelijks mannen te bekennen, en er verschijnen steeds meer artikelen waarvan je je afvraagt wat nu het spirituele ervan is. Nou heb ik me zelf ook een blauwe maandag met Esperanto beziggehouden – Ĉu vi ankaŭ parolas Esperanton? – maar wat doet een enthousiast artikel daarover nu in het juli/augustusnummer van Onkruid? Of nog erger: op het kaft kijkt een op een boot zittende, met de haren in de wind lachende Gretta Duisenberg ons aan, met de rug gekeerd naar de door haar zo geliefde Gazastrook. Maar er worden ook twee pagina’s gewijd aan mijn Wijze Tante! Helaas wordt ook hier weer geschreven dat ze “intiem bevriend” was met de zwarte weduwe, worden haar sympathieën nu zelfs ‘nazistisch’ genoemd en worden flarden tekst buiten de context geciteerd. Gemakkelijker kan het niet, en hoewel ook erkend wordt dat ze “sprak en schreef over heikele onderwerpen als liefde en seks in een tijd waarin daarop nog een groot taboe rustte” blijft Onkruid ook hierin stralen van gebrek aan visie. Waar gaat het blad eigenlijk over? Ik kom er niet uit. Maar mijn Wijze Tante geloofde niet in onkruid en zelfs Onkruid was geen onkruid voor haar. Omdat elk plantje groeit op zijn eigen plek waar het nodig is. Wat dat betreft draag ik Onkruid een warm hart toe. Zolang ik het maar niet hoef te lezen.
Gepost in Diversen, Spiritualiteit, Uit mijn leven
3 reacties »
13 juni 2009
Volgens de Heidelbergse Catechismus ben ik niet tot enig goeds in staat, en altijd geneigd tot het kwaad. Ook bij de niet al te tolerante Calvijn (1509-1654), die graag tegenstanders van zijn leer de dood in joeg, was de mens ‘slecht en verdorven, verstoken van alle goed’. In mijn jonge jaren was ik het daar natuurlijk mee oneens, want als je zoiets te horen krijgt is dat niet echt een stimulans om nog wat van je leven te maken. Dat kan niet anders dan tot perversiteiten leiden, en die worden de kinderen al dan niet bewust met de paplepel ingegoten. Zo maakte mijn lagereschoolvriendje Klaas van de Koninginneweg tekeningen van hoe drommen mensen het vuur in werden gejaagd, maar als ik “Goh!” riep klonk een donker “Niet vloeken!” uit de zijkamer waar zijn gelovige vader de krant zat te lezen. Een vreemde wereld was het, en bijna niemand heeft die mooier weergegeven dan Robert Long in zijn lied Het leven was lijden. Maar laat ik niet te hypocriet zijn, want ik heb zelf ook wel een paar perverse trekjes (bloos).
Maar er zijn ook positieve trekjes in Calvijn ontdekt, wat voor sommigen aanleiding was om van 2009 een Calvijnjaar te maken. En gelijk hebben ze, want eigenlijk is het zo gek nog niet wat hij allemaal zegt over zonde en zo. “Ich bin’s, ich sollte büβen, an Händen und an Füβen gebunden in der Höll,” wordt in de Matthäus gezongen. Vervang het woordje ‘ik’ door het woordje ‘ego’ en alles blijkt opeens exact te kloppen! Want bij alle spirituele meesters hoor ik dat juist dit ‘ik’ de grote boosdoener is, de pretentie dat ik een zelfstandig betweterig stukje bestaan ben, dat een beetje als een eigenwijs projectiel zijn eigen gang meen te kunnen en te mogen gaan, met alle gevolgen van dien. Waar komt alle ellende in de wereld anders vandaan dan van al die ego’s die alleen maar weten van groeien en graaien? Weg met het ego! En zo blijkt ook de wereld van de newage meer Calvinistische trekjes te hebben dan op het eerste gezicht lijkt. En daar is niks mis mee.
Hoewel? Je zal maar steeds op je kop krijgen dat je teveel ego hebt. Of nog erger: je zal maar steeds te horen krijgen dat je eigenlijk niets anders bent dan een ego of persoonlijkheid die eigenlijk niet hoort te bestaan. Dat schiet niet op. Calvijn mag dan honderd keer gelijk hebben, maar dat zegt nog niet dat je een ego tot je vijand moet verklaren! En daar gaat het vaak mis, niet alleen van Calvijn tot en met Rozenkruiser, maar ook in de alternatieve wereld met haar goeroes en therapeuten. Veroordeling van het ego is niet helend, maar maakt het juist sterker, gevoed als het wordt door het overschot aan ego van degene die het afwijst. Ergens tegen vechten maakt het alleen maar sterker en dat geldt ook voor ego’s. Geef ze ongelijk. Veroordeling van het ego maakt alles nog erger dan het al is, verscheurt de innerlijke mens, vervreemdt hem van zijn goddelijke bron, en kan zo alleen maar tot egoïsme, ziekte en perversiteit leiden.
Dat we het ego moeten omhelzen wil echter niet zeggen dat het geen ziekte is! In feite is het de oorzaak van de ziekte waaraan onze hele samenleving ten gronde dreigt te gaan. Maar die crisis lossen we niet op door egoïstische mensen te veroordelen – dat maakt de zaak alleen maar rampzaliger – maar door hen trachten bewust te maken van hun eigen ego, hun innerlijke verdeeldheid. Door hen bewust te maken van de eenheid, de innerlijke verbondenheid van en met alles wat er is, en die voor een open geest voelbaar door alles heen straalt. Ik geloof niet dat kwaad bestaat – hooguit als afwezigheid van bewustzijn, zoals duisternis een gebrek aan licht is. Het is eerder iets als een denkfout, een vergissing. We willen het misschien graag geloven, maar niemand bedrijft bewust kwaad – dat is even onmogelijk als zwart licht te verspreiden. Hoe moeilijk het soms ook voor te stellen is en hoe weinig ik het er soms mee eens ben: eigenlijk bestaat er alleen goedheid die uiteindelijk versmelt met waarheid en schoonheid. God openbaart zich in de schepping, en zelfs Calvijn is het daarmee eens.
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit
1 reactie »
1 juni 2009
De meeste mensen denken dat ze kunnen denken. Theosofen zeiden niet voor niets dat ons mentale lichaam nog in ontwikkeling is! Want laten we eerlijk zijn: maar al te vaak gaat ons ras heel slordig om met haar denkvermogen. We graaien een paar leuke sound bites uit de wirwar van hersenspinsels in onze hersenpan en pretenderen vervolgens dat het ‘waar’, ‘redelijk’, ‘vanzelfsprekend’ of ‘logisch’ is wat we denken en zeggen. Au! Vaak is dat niet zo. En misschien geldt dat ook voor dit verhaal. Het is dan ook heel verfrissend te noemen dat filosofie de laatste jaren steeds meer aandacht vraagt en krijgt. Opdat we zuiver leren denken. Zelfs dagdromen schijnt daarbij te helpen en ook mediteren schijnt goed voor het functioneren van onze hersenen te zijn.
Er zijn dan ook bladen gekomen als Filosofie Magazine en Vriend maakte mij opmerkzaam op de bestseller van Rob Wijnberg: Nietzsche en Kant lezen de krant, waarvan ik onlangs hoge stapels zag liggen bij Selexyz Scheltema in Amsterdam, een boekwinkel waar ik graag ronddwaal. Niet alleen de 27-jarige filosoof ziet er leuk uit, maar ook zijn boek, dat een hele frisse wind doet waaien over het vaak als dor en wereldvreemd afgeschilderde filosofische landschap. En dat blijkt filosofie een heel praktische wetenschap te zijn, die toe te passen is in vrijwel alle levensgebieden. ¨De filosofie geeft niet alleen inzicht in de vragen die het nieuws oproept, maar is ook in staat de samenhang tussen ogenschijnlijk losstaande gebeurtenissen in de actualiteit te tonen,¨ schrijft Wijnberg op pagina 27, en hij verdeelt al zijn essays over de thema´s Vrijheid, Waarheid en Macht, God en Geloof, Seks en Liefde, Identiteit, Gelijkheid en De Staat. En dat is echt smullen geblazen, want hij voert niet alleen regelmatig mensen als Reve, Wilders, Hirsch Ballin, Verdonk, Chomsky, Bush en Obama ten tonele, maar geeft ook scherpe analyses over zaken als de vrijheid van meningsuiting, geloof, liberalisme, wetenschap, seksualiteit, mensenrechten, solidariteit, de Amerikaanse grondwet en drugs.
Door dit alles heen loopt de rode draad van het door Kierkegaard en Nietzsche uitgevonden postmodernisme, ofwel het relativisme waarbij men het heeft opgegeven om naar de waarheid te zoeken en alles tot ´slechts een mening’ wordt gereduceerd, met het huidige nihilisme, desinteresse en cynisme als gevolg. Er was ooit een periode van christelijk premodernisme, dat rond de Franse revolutie werd vervangen door het modernisme met zijn Verlichting, gekenmerkt door idealisme en geloof in de mens en in een maakbare samenleving. In de eerste helft van de twintigste eeuw leken echter al die idealen tot rampen te hebben geleid, waarvan de Tweede Wereldoorlog getuigt, en moest het modernisme het veld ruimen voor het postmodernisme. En het is juist dit postmodernisme dat ons tegenwoordig opbreekt, want het is verworden tot polderen, oppervlakkigheid en cultuurrelativisme. En het is ook de reden dat wij geen antwoord op de islam hebben, want ´Moslims hebben een geloof´ (p. 23). We zoeken geen waarheid meer, want die bestaat niet, en zien daarom niet hoe politici zichzelf tegenspreken, zoals Rita Verdonk die enerzijds ´regels is regels´ propageert, maar anderzijds diezelfde regels graag opschort als het om bijvoorbeeld fijnstofnormen gaat die bouwprojecten belemmeren.
Heel herkenbaar schetst Wijnberg de deontologische ethiek, waarbij een handeling ‘niet moreel gerechtvaardigd wordt door het doel (…) of door het gevolg (…) of door het nut dat ze heeft (…) maar door de aard van de handeling zelf (p. 258-259). Moraal is volgens Kant niet afhankelijk van externe factoren (doel, gevolg of nut), maar universeel geldig. Ik begrijp hieruit dat hier geen plaats is voor ´een leugentje om bestwil´. Je zou de tegenstelling tussen deontologie enerzijds en teleologie, consequentialisme en utilitaristen anderzijds ook kunnen kenschetsen door de vraag te stellen of iets goeds tot iets kwaads kan leiden en omgekeerd. Bij de Rozenkruisers leerde ik dat in de wereld van de tweeheid, de dialectiek, alles tegelijk zijn tegendeel oproept omdat het geheel uiteindelijk in evenwicht blijft: als je hier iets goeds doet, gebeurt daar juist iets slechts. Daar is dus best plaats voor een leugentje om bestwil. Aan de andere kant kun je je afvragen hoe het überhaupt mogelijk is dat iets slechts tot iets goeds kan leiden en omgekeerd, evenmin als het mogelijk is iemand met kilte te verwarmen of te verrijken door hem te bestelen.
Kijk, dit vind ik nou wezenlijke vragen die we ons wel wat vaker zouden mogen stellen. Omdat ze te maken hebben met alles wat we doen. Filosofie is zuiver denken en schept daardoor helderheid waardoor we sneller gedachtekronkels ontwarren en leugens doorzien. Filosofie kan ons aantonen waar politici draaien, zodat we hen daarop kunnen aanspreken. Kortom: het is de hoogste tijd voor filosofie! Sudoku’s oplossen is leuk, maar we zouden onze hersenen beter voor het beschouwen van wezenlijke vraagstukken kunnen gebruiken. Waarvoor het bovendien ook goed schijnt te zijn om wat meer te mediteren en te dagdromen.
Gepost in Maatschappij en politiek, Wetenschap
1 reactie »
24 mei 2009
Helaas is journalistiek maar al te vaak niet veel meer dan maar wat roepen en napraten, en gespeend van enige kennis van feiten en achtergronden. Zo ook in De Groene Amsterdammer van 22 mei, waarin Aart Brouwer een demonstratie vuilspuiterij geeft waar je verstand bij stilstaat. Over mijn Wijze Tante wel te verstaan, Mellie Uyldert. Nou heb ik nog nooit van die Brouwer gehoord, en bovendien is dat blad toch al geen lang leven meer beschoren – kennelijk terecht – dus waar maak ik me druk over. Misschien is dat niet zozeer om de kortzichtigheid en botheid van de journalist, maar eerder om het feit dat zo’n Groene Amsterdammer een dergelijk artikel over Mellie Uyldert überhaupt plaatst.
Zo schrijft Brouwer: “voor astrologie hoef je niets te weten, behalve hoe je je publiek moet bespelen.” Welnu, in dat bespelen van het publiek is deze journalist een meester, dat moet ik toegeven. Hij geeft namelijk geen feiten weer maar suggereert die, zoals we ook vaak bij riooljournalistiek zien. Een voorbeeld. “Uylderts universum is even hardvochtig als doelgericht: onvolwaardige rassen, volken en individuen worden onvermijdelijk gedood zoals vogels hun gebrekkige jongen uit het nest werpen,” schrijft hij. Waaruit hij meent te kunnen concluderen: “Tijdens de oorlog was Uyldert dan ook fout zoals ze voor de oorlog fout was en na de oorlog fout is gebleven: racistisch, autoritair, wars van rationaliteit en medemenselijkheid.” Let op de woordjes “dan ook”: uit het feit dat Mellie signaleert dat het universum hardvochtig is, concludeert Brouwer dat Mellie dat zelf ook is, wat natuurlijk niet echt van rationeel logisch denken getuigt. Mede in gedachten dat Mellie een Joodse moeder heeft en wordt afgeschilderd als een exponent van het onvolwaardige ras van Jan Romeins “kleine geloven”, zou je je kunnen afvragen in hoeverre Brouwer zelf racistische trekjes heeft, autoritaire uitspraken doet, en wars van rationaliteit en medemenselijkheid is.
Dat lijkt misschien een jij-bak, maar zo werkt het wel vaak! Helaas moet je kennelijk psychologie hebben gestudeerd om daar doorheen te prikken. Ooit heeft Mellie een gratis abonnement van De Kaarsvlam aan de weduwe van Rost van Tonningen gegeven. Dat ze daarom met de NSB zou sympathiseren is even kort door de bocht als te zeggen dat de paus die een bijbel, of een imam die een koran aan een homo geeft de gelijkgeslachtelijke liefde waardeert. En als dan één keer het woord “schedelmetingen” totaal buiten de context wordt geciteerd, en als Mellie constateert dat tijdens de oorlog mensen veel meer solidair met elkaar waren dan tegenwoordig, dan zijn de stellingen snel ingenomen: hier moet sprake zijn van verderfelijk racisme. Aldus de ondoorgrondelijke logica van Aart Brouwer, wiens klok waarschijnlijk een uur achterloopt omdat de Duitsers zomertijd hanteerden, die je nooit op de snelweg zal vinden omdat de Autobahn een Duitse vinding is, en die nooit muziek van Haydn zal beluisteren omdat zijn muziek voor het Duitse volkslied is gebruikt.
Volgens Brouwer is Mellies erfenis “een kathedraal van leugens en beuzelpraat, een monument voor de domheid.” Zijn eigen artikel zal hij bedoelen! De arme man haalt het met zijn oppervlakkige kromdenken niet bij mijn Wijze Tante! Wat de brouwer niet kent, dat drinkt hij niet. En wat hem boven zijn pet gaat ontkent hij, en vernietigt hij liefst zo snel mogelijk. Als hij Frederik van Eeden “het lokale orakel” en Rabindranath Tagore een “Bengaalse duisterling” noemt, weet ik eigenlijk al genoeg. Een kenmerk van domheid is dat zij haar eigen domheid niet ziet, zodat je eigenlijk niemand kwalijk kan nemen dat hij dom is. Maar als bescherming van zichzelf wil de domheid alles wat anders, intelligenter, mooier en beter is kortwieken. Of het nou om het nodeloos maaien van veldbloemen gaat of het kruisigen van Christus – het gaat om de geborneerde mentaliteit volgens welke alles platgeslagen moet worden tot een gemiddeld niveau, tot de grootste gemene deler.
Maar wat misschien nog veel erger is: de Groene Amsterdammer weet kennelijk niet beter en geeft ruimte aan dit soort riooljournalistiek! Want veel anders kun je het niet noemen als ongestraft geschreven mag worden dat de zwarte weduwe een “boezemvriendin” van Mellie Uyldert was, en zij afgeschilderd mag worden als iemand die “Arische brandnetelsoep” eet. Zo graaft De Groene Amsterdammer haar eigen graf, en ik kan dat niet echt erg vinden. En dan te bedenken dat mijn vader er ooit aan heeft meegewerkt, meer dan een halve eeuw geleden. In de tijd dat journalistiek nog journalistiek was…
Gepost in Maatschappij en politiek, Psychologie
10 reacties »
17 mei 2009
Eergisteren hebben we mijn Wijze Tante begraven. Het was een mooie en druk bezochte uitvaartdienst in de dorpskerk. Het doet goed om te zien hoe zoveel mensen van heinde en ver komen om haar de laatste eer te bewijzen. Met zes mannen droegen we de bebloemde kist over het smalle kerkpad naar binnen, Jaap Huibers bespeelde het orgel, Madeleine Jonker leidde de dienst en gaf die een lichtheid mee die helemaal past bij mijn Wijze Tante. We zongen en spraken, ik droeg mijn vorige weblog voor, en haar gedicht Wij zijn uit haar dichtbundel Mijn hart is aan de overzijde. We baden de Maori-versie van het Onze Vader, zongen opnieuw op de melodie van het Wilhelmus, droegen Wijze Tante de kerk uit. We reden naar de Wodansberg, waar Diana onder de druilende regen en mijn paraplu een laatste toespraak hield voordat Wijze Tante aan Moeder Aarde werd toevertrouwd. Eindelijk thuis. De kleinkinderen lieten een duif los, die snel de open hemel in wiekte.
Ze geloofde in sprookjes, mijn Wijze Tante. Schreef er ook boeken en artikelen over. Dat is wat ik met haar gemeen heb. Zij geloofde in een andere wereld aan de overzijde, waar al vanaf haar jeugd haar hart was. Er is méér dan alleen de stoffelijke wereld en het leven hier op aarde is een leerschool waar je je eigenlijk nooit echt thuisvoelt, waar je in heimwee altijd ‘Unzuhause’ bent… Ook mij is vanaf mijn jeugd al vaak verweten naïef te zijn, in een sprookjeswereld te leven, een dagdromer te zijn. Wat dat betreft lijk ik wel op mijn Wijze Tante. Gelukkig las ik een paar dagen geleden over een Canadees onderzoek dat aantoonde dat dagdromen heel goed is voor je denkvermogen. Dat geeft perspectieven! Sprookjes en dromen liggen dicht bij elkaar, en de behoefte daaraan wordt steeds groter. Dat zie je bijvoorbeeld aan de populariteit van Tolkiens In de ban van de ring – waaraan mijn Wijze Tante natuurlijk een boek wijdde – en de boeken en films van Harry Potter.
Als ik bij haar op bezoek kwam, had ik altijd het gevoel in een sprookjeshuis te zijn, verscholen onder bomen en omringd door een half verwaarloosde tuin. Het was er rommelig en vol, oud en stoffig, en op haar zolder was het gewoon eng in het donker. Haar leeskamer puilde uit van de boeken, en alles was er even ouderwets alsof de tijd er een halve eeuw had stilgestaan. Ze leefde in het sprookje dat ze zelf in haar eigen wereld schiep. Wat is werkelijkheid? En waarom zou een mens alleen in de zogenaamde concrete werkelijkheid moeten leven? Het Engelse ‘concrete’ betekent ‘beton’ en dat is nou net iets waar steeds meer mensen genoeg van hebben. Geef ruimte aan fantasie, luchtigheid, vrolijkheid, levendigheid, zang en dans! Het kan geen toeval zijn dat gisteren de Noorse Alexander Rybak met het liedje Fairytale het Eurovisie songfestival won! Laten we in sprookjes blijven geloven en leven, anders blijft er alleen beton over. Daarin heeft mijn Wijze Tante me gesterkt. En met mij ontzaglijk veel anderen. Dank je, Wijze Tante!
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit, Uit mijn leven
3 reacties »
10 mei 2009
Vanmiddag is mijn Wijze Tante overleden. Ze is heel rustig en vredig heengegaan, met de zo voor haar typerende blije glimlach op haar gelaat. Ik was er niet bij – heb haar een paar weken geleden voor het laatst gezien. Ze zat toen stilletjes en gelukkig voor zich uit te kijken en als ik haar op het hoofd aaide begon ze gelukzalig te glimlachen. Zo veel als ze in haar leven heeft gesproken, zo weinig zei ze in haar laatste dagen. Heel langzaam en ontspannen is ze weggegleden in de andere wereld, waarover ze zo vaak vertelde en waaraan ze zelf gedichten wijdde onder de titel Mijn hart is aan de overzijde.
Ze was 100 jaar en nog heel gezond voor haar leeftijd. En daarmee was ze zelf het levende bewijs van de gezonde leefwijze die ze altijd voorstond. Wel liet haar geheugen haar de laatste jaren steeds meer in de steek. Dat gaf in het begin nog wel eens misverstanden en irritaties, maar in de loop der jaren heeft ze zich steeds meer verzoend met dat verplichte leven in het hier en nu. En wie weet is het wel heilzaam om de rivier van vergetelheid over te steken voordat je weer wakker wordt in een andere dimensie. Ik kan me voorstellen dat het bewustzijn dan weer helderder schijnt, en dat mijn Wijze Tante dan weer alle herinneringen heeft waar ze de laatste tijd zo moeilijk bij kon komen.
Een van de belangrijkste dingen waar ze op hamerde was het volgen van je eigen autoriteit, je eigen intuïtie, wat zij eigen-wijsheid noemde. Onder titels als Sterven is niet erg heeft ze vaak geschreven over de reis die ze nu begonnen is. Ook dat doet ze dus op haar eigen manier, in volle overgave en vrede, met een lach op haar gezicht. Als het aan haar ligt moet een uitvaart ook iets feestelijks hebben. Sterven associeerde ze met de lente, met nieuw leven, fris groen. Vanmorgen hebben we nog naar de koolmeesjes gekeken. Toen we in de tuin zaten te eten wuifde de kastanje, want stevige windvlagen stormden bij tijd en wijle door de blauwe lucht.
Laat me zien hoe je sterft en ik zeg je wie je bent. Mijn Wijze Tante was inderdaad wijs. Niet altijd even makkelijk en meegaand, niet altijd even praktisch en zakelijk, maar wel wijs, eigen-wijs. En dat is wellicht veel belangrijker. Ze wees ons op onze eigen wijsheden. Daar ben ik dankbaar voor. Ze steekt nu alleen de rivier over. Kusje! Vaar wel, lieve Wijze Tante!
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »