30 januari 2010
Deze week ben ik 63 jaar geworden. Opnieuw een veelvoud van zeven, en dat is volgens mijn Wijze Tante het begin van een nieuwe levensperiode. Of stervensperiode, maar zo heb ik het haar nooit horen zeggen. Hoe dan ook: ze verdeelt het leven in 12 periodes van zeven jaar, te vergelijken met de uren op een wijzerplaat. Je vergelijkt de levensduur met het dagdeel van een etmaal. Helemaal onderaan, om 6 uur op de klok, word je geboren, begint het proces van involutie, de stof in gaan. Als de klok drie uur verder staat ben je volwassen, word je 21 jaar. Het hoogtepunt van verstoffelijking bereik je op je 42e jaar, dan staat op de klok de kleine wijzer rechtop. Dan begint het proces van evolutie, de stof uit. Halverwege die reis naar het fysieke levenseinde staat op je 63e levensjaar de klok drie uur aan te wijzen, en met je 84ste ben je weer terug bij af, helemaal vergeestelijkt.
Een vergelijking met de horoscooptekening dringt zich op. Het geboorte- en stervensmoment – 6 uur op de klok – is dan het middernachtspunt, IC of imum coeli, diep in het zuiden, verborgen in de stille aarde. (Astronomisch bekeken wijst de Zuidpool de diepte in, naar beneden!) Om negen uur, als we 21 worden, zijn we het meest bezig met de fysieke wereld: ons lichaam heeft zijn perfectie bereikt en we zijn klaar om alles materieel vorm te gaan geven. We komen tevoorschijn en laten ons zien, durven onze zon te laten schijnen: de ascendant of oostelijke horizon in de horoscoop. We gaan aan het werk, en verliezen ons in concretisering, vormgeving en produceren. We krijgen kinderen en gaan in deze lentejaren vrolijk de zomer tegemoet. Die laatste komt overeen met ons 42e jaar, het moment waarop de wijzers naar boven wijzen, naar het noorden, naar de midhemel of het medium coeli in de horoscoop waar we in kracht en pracht aan de top van ons leven staan. Maar dan is het mooi geweest – en als het goed is echt mooi! – en beginnen we voorzichtig met het wel gezien te hebben, en gooien we het roer om richting evolutie, de stof uit.
Wellicht zou het leuk zijn om de horoscoop over deze wijzerplaat te leggen. Omdat in de horoscoop de dierenriemtekens tegen de klok in lopen, ga je in je leven niet van Ram naar Vissen, maar van Vissen terug naar Ram. En als je goed oplet is ook daar een ontwikkeling in te ontdekken, misschien wel een schaduwontwikkeling van wat er op het psychologische of spirituele vlak allemaal gebeurt. Ik gooi het maar in de groep ter nader onderzoek. Niet bij iedereen staan de dierenriemtekens op dezelfde plekken in de horoscoop. Bij mij begint dan alles met Ram – ja, ik schijn snel geboren te zijn. Op mijn 21ste kondigde de wereldwijze Boogschutter zich in mij aan – toen stak mijn schrijverstalent hoogdravend en speels de kop op. Rond mijn 42e glorieerde ik in het teken Weegschaal – ik was vaak in de commune waar ik Vriend leerde kennen. En nu sta ik aan het begin van de Tweelingen in me – opnieuw ben ik hard aan het schrijven geslagen.
Maar mijn Wijze Tante voegt in haar artikel – een manuscript dat ik vond en in de laatste Vuurfakkel heb geplaatst – aan dit model nog iets toe. Namelijk dat de opgaande en neergaande levenshelft met elkaar corresponderen, en wel zodanig dat het 7e levensjaar overeenkomt met het 77e, het 14e met het 70ste, het 21ste met het 63ste, het 28ste met het 56ste en het 35ste met het 49ste. Elke leeftijd vindt herkenning in een leeftijd gelijk aan 84 minus die leeftijd. Anders gezegd: als je bij de duik in de stof op bepaalde dieptes nog rommel hebt laten liggen, kom je die weer tegen op je terugreis naar de oppervlakte. Mijn Wijze Tante schrijft ook ‘waar men in het verleden iets niet goed heeft kunnen ontplooien, waar iets verdrukt, verwaarloosd of mislukt is, daar ontbreekt het nu op de terugweg aan de noodzakelijke krachten voor die verheffing.’
Hoe oud ben ik nu? Ben ik 63 of 21? Die laatste is wakker geschud door mijn virtuele vriendje Robbie, die inderdaad 21 is en door wie ik al die studentenjaren met bijbehorende gevoelens en gedachten weer opnieuw beleef. Kennelijk was er 42 jaar geleden iets nog niet af, en moet ik even terug om enthousiasme, idealen, verliefdheden opnieuw leven in te blazen, de puurheid en echtheid van het tijdloos jong zijn in mezelf te hervinden. Ik ontmasker romantiek als veel spiritueler dan meestal gedacht wordt. Omdat het genieten van het verlangen an sich helemaal in het hier en nu is. Romantici moeten er niet aan denken dat hun verlangens bevredigd worden, dat is helemaal niet de bedoeling! Als dat doel bereikt zou worden, zou in een mum van tijd er weer een ander verlangen zijn, en dat schiet niet op. Nee, het is heerlijk om te smelten in het smachten en doortinteld van het goddelijke te sterven! Gewoon beleven dat het er hier en nu is. Dat is gewoon hun allerhoogste geluk. En ook voor mij het mooiste dat er is. Ja, de meeste mensen denken dat ik 63 ben, maar eigenlijk ben ik nog steeds 21! Iemand die het gewoon verdomt om oud te worden. Eigenlijk bestaan leeftijden niet, omdat er maar één leeftijd is.
Gepost in Astrologie, Spiritualiteit, Uit mijn leven
2 reacties »
21 januari 2010
Mensen willen altijd van alles verklaren. Of beter gezegd: als iets afwijkt van het meest gangbare, het populaire, het best verkopende, het commerciële, dan moet er iets aan de hand zijn en wil men weten waarom dat niet gewoon normaal is. Dat iets tot een statistische of sociologische norm wordt, zegt echter nog niets over de waarde ervan. Tenzij je tegen het neoliberalisme aanschurkt, want daar is de vrije markt het grote ideaal, met als gevolg dat voetbal de sport is, De Telegraaf de krant en de Toppers de muziek maken. Er dient dus onderzocht te worden waar afwijkelingen als nrc.next, schoonspringen en Jos van Veldhoven vandaan komen, want die zijn niet normaal. Zo ook zoeken velen de oorzaak van homoseksualiteit, dat immers maar bij iets tussen 5% en 10% van de mensen voorkomt. Die drang om naar een verklaring te zoeken leeft ook in spirituele kringen. Zo heb ik een verzameling van Bhagwans meningen hierover, waarbij het leuke is dat je daarin alles tussen verheerlijking en verkettering ervan tegenkomt.
Onlangs ontving ik een artikel van Frans Langenkamp over dit onderwerp met als titel De Oorzaak van Homoseksualiteit en Lesbianisme. Volgens hem is homoseksualiteit te verklaren uit het feit dat de ziel in een incarnatie in een lichaam van een ander geslacht zich nog niet daaraan heeft aangepast. Als je als vrouw opeens in een manlijk lichaam zit is je hele liefdesleven inclusief hormonen nog steeds op mannen gericht, en het omgekeerde geldt voor mannen die opeens in een vrouwenlichaam belanden. Dit zou betekenen dat als 5% van de mensen homoseksueel is mensen kennelijk om de 20 levens weer eens een ander geslacht aannemen. ‘Stel een ziel heeft tien tot twintig levens als vrouw op aarde geleefd,’ schrijft Langenkamp. ‘Van nature, vanwege de vrouwelijke geslachtshormonen, heeft zij zich aangetrokken gevoeld tot het mannelijke geslacht.’ In deze zin halen echter de woorden ‘van nature’ deze verklaring in één klap onderuit. Kennelijk is de ‘natuurlijkheid’ van heteroseksualiteit nodig om homoseksualiteit te verklaren.
Natuurlijk is er veel te zeggen voor die natuurlijkheid van heteroseksualiteit. Het nut van geslachtelijke voortplanting wist ik haarfijn uit te leggen op het mondeling biologie voor mijn eindexamen in 1966: evolutie! Daar is op zich niks mis mee, maar met spiritualiteit of iets ‘hogers’ heeft dat weinig van doen omdat het op de toekomst gericht is, een doel heeft, niet in het hier en nu leeft. Als je seksualiteit alleen functioneel benadert, ja, dan is alleen heteroseksualiteit natuurlijk. Dan is het manlijk lid alleen om te plassen en zich voort te planten. Dan is onze mond er alleen om te eten, te drinken, te praten en wat adem te halen, maar niet meer om te zoenen. Dan mogen onze ogen uitsluitend gericht zijn op voedsel, gevaar en veiligheid en niet meer genieten van schoonheid. Dan zijn onze voeten alleen om te lopen, en niet meer om te dansen. Dan hebben we onze handen alleen om voedsel in onze mond te stoppen en van ons af te slaan, maar niet meer om te strelen. Het is juist deze functionele benadering die het leven dood maakt, het de ziel en spontaanheid ontneemt.
Want het leven is meer dan overleven, meer dan zekerheden opbouwen voor de toekomst. Zolang daarvoor niet het heden wordt opgeofferd is daar niks mis mee, maar dat is veel te vaak juist wel het geval! En voor je het weet wordt dat een gewoonte: het heden opofferen aan de toekomst, zodat je niet meer genieten kan, en er geen plaats is voor spontaniteit, creativiteit, ongecompliceerdheid, speelsheid. Het kan bijna geen toeval zijn dat het juist deze eigenschappen zijn die onder homo’s meer lijken voor te komen dan onder hetero’s. Homo’s worden niet voor niets gay genoemd! En misschien is het wel heel natuurlijk dat de natuur ook het spel heeft geschapen, dat per definitie zinloos is maar waarin wel de meeste vervulling gevonden wordt. Levend in het hier en nu, niet zo tobbend over de dood hoef je je niet zo nodig voort te planten als meestal wordt aangenomen. Het zijn heeft geen zin, het zijn is de zin!
En nu we toch aan het spelen zijn: uiteraard zijn homo’s creatiever en spiritueler dan hetero’s. Omdat ze dichter bij de oorspronkelijke bedoeling van het leven en seksualiteit staan: speelsheid, plezier en vrolijkheid. Niet dat zware ga heen en vermenigvuldig u, al dan niet ter ere van een god die zó graag vereerd en verheerlijkt wil worden dat daarvoor nooit mensen genoeg op aarde zijn. Homo’s zijn tenminste niet verantwoordelijk voor die overbevolking, die rampen veroorzaakt als honger, ziekte en overbelasting van het milieu, die we tegenwoordig zo met verve bestrijden. Wat natuurlijk geen zin heeft zolang zoveel hetero’s hun macho- en moederrollen blijven verheerlijken. Begrijp me niet verkeerd: met de meeste hetero’s is niks mis – zij kunnen het zelf ook niet helpen dat ze zo zijn – en wie moet er anders voor zorgen dat er homo’s zijn? Ja, ik ben mijn ouders er dankbaar voor dat zij niet zo waren als ik! Het is een echt natuurwonder dat hetero’s homo’s kunnen verwekken! Ja, ik had nog niet bedacht tijdens mijn eindexamen dat de functie van heteroseksualiteit het scheppen van homo’s is! En dat is maar goed ook, want dan was ik vast gezakt. Niet iedereen heeft evenveel gevoel voor humor en relativering.
Gepost in Maatschappij en politiek, Psychologie, Spiritualiteit
11 reacties »
14 januari 2010
Hoe het is om alweer dertig jaar op het spirituele pad te zijn? Want zolang heet ik vandaag alweer Satyamo! Dertig jaar! Dan mag je toch wel eens eindelijk volwassen zijn en kinderen hebben! Nou, die kinderen beginnen steeds meer van zich te laten horen, want ook in de komende Koorddanser verschijnt weer een leuk artikel van me. Over hoe men in de zogenaamde New Age eigenlijk helemáál geen Watermantijdperk wil. En het zijn eerlijk gezegd best spirituele kinderen, waar ik trots op ben. Toch nog wat bereikt in die dertig jaar! Wel lang eigenlijk. Welke idioot doet er nou dertig jaar over om naar Santiago de Compostella te lopen? Niemand toch? Aan de andere kant deden monniken in zenkloosters helemaal niet zo moeilijk over een paar jaartjes extra mediteren. Het was uiteindelijk toch illusie allemaal.
Dertig jaar! Eigenlijk al veel langer, want het begon natuurlijk niet met Bhagwan. De jaren tachtig waren een hoogtepunt, dat wel, maar het begon veel eerder. Al in de jaren zestig op de middelbare school, het Hervormd Lyceum West in Slotervaart. Waar ik kennismaakte met het periodiek systeem van de elementen. Misschien is het wat simplistisch, maar ik heb ervan overgehouden dat alle elementen (indertijd 103) uit 3 deeltjes bestonden: protonen, neutronen en elektronen. Terwijl de hele stoffelijke wereld met zijn ontelbare en complexe moleculen weer te reduceren was tot dat relatie kleine aantal elementen. Kortom: alles zou uiteindelijk wel uit één grondstof bestaan. Ik noemde dat liefde. Alles was liefde en alles wat hetzelfde, dus één. Logisch toch? Ik heb nooit begrepen dat anderen dat niet snapten.
Ik had natuurlijk nog wat probleempjes, zoals het gegeven dat er zowel aantrekkende en afstotende krachten bestaan, terwijl alles toch één was. Maar dat loste ik op door ruimtedichtheid uit te vinden: wat wij als de kortste weg tussen twee punten waarnemen kan een langere weg zijn dan het lijkt, zodat deeltjes die elkaar afstoten elkaar toch via de kortste weg benaderen. Dat klinkt allemaal wat technisch en theoretisch, maar toch was het bezield. Ik wist gewoon dat alles één was en wilde dat dan ook overal laten zien. Kijk maar naar de kleuren: hoe anders lijkt rood dan blauw, maar dit verschil in kwaliteit is een illusie want er is alleen een verschil in kwantiteit, tussen frequenties van zo´n 450 en 650 THz. En het elektromagnetisch spectrum bevat bovendien meer dan alleen licht: met iets betere ogen konden we ook radio zien, hoewel de wereld dan wel een beetje psychedelisch en vermoeiend zou worden.
Eenheid en bewustzijn hebben veel, zo niet alles met spiritualiteit te maken. Volgens mijn Wijze Tante is dat bewustzijn iets dat hier in ’t Ooi in de grond zit. Elke plek op aarde heeft zo zijn eigen sfeer, en plaatsen als Oldegeppel en Ascona blijken een uitstekende spirituele voedingsbodem te zijn. Waar het niet alleen goed leven, maar ook goed incarneren is. Maar het kan ook komen omdat ik te snel geboren ben, zoals mijn moeder altijd zei. Elly schreef me eens dat je dan allemaal flarden van baarmoederlijke ervaringen meeneemt, waarin je één en al één bent. En nog een band hebt met transpersoonlijke werelden. Het sprookje. Wie zijn oorsprong kent, kent ook zijn bestemming. Waar alles één is en er dus eigenlijk niets meer te zeggen valt. Dertig jaar geleden passeerde ik een belangrijke wegwijzer, die een mijlpaal was op het pad. Terug naar de bron.
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »
4 januari 2010
Wees kalm te midden van het lawaai en de haast. En bedenk, welk een vrede er in stilte kan heersen. Sta op goede voet met alle mensen, zonder jezelf geweld aan te doen. Zeg je waarheid rustig en duidelijk, en luister naar anderen: ook zij vertellen hun verhaal. Mijd luidruchtige en agressieve mensen: zij belasten de geest.
Wanneer je je met anderen vergelijkt, zou je ijdel en verbitterd kunnen worden, want er zullen altijd kleinere en grotere mensen zijn dan jij zelf.
Geniet zowel van wat je hebt bereikt als van je plannen. Blijf belangstelling hebben voor je eigen werk, hoe nederig dat ook moge zijn: het is een werkelijk bezit in het veranderlijke fortuin van de tijd.
Betracht voorzichtigheid bij het zaken doen, want de wereld is vol bedrog. Maar laat je niet verblinden voor de bestaande deugd: veel mensen streven hoge idealen na, en overal is het leven vol heldendom.
Wees jezelf, veins vooral geen genegenheid. Maar wees evenmin cynisch over de liefde, want bij alle dorheid en ontevredenheid is zij eeuwig als het gras.
Volg de loop der jaren met gratie, verlang niet naar de tijd die achter je ligt.
Kweek geestkracht aan om bij onverwachte tegenslag beschermd te zijn. Maar verdriet jezelf niet met spookbeelden.
Vele angsten worden uit vermoeidheid en eenzaamheid geboren. Leg jezelf een gezonde discipline op, maar wees daarbij lief voor jezelf.
Je bent een kind van het heelal, niet minder dan de bomen en de sterren. Je hebt het recht om hier te zijn, en ook al is het je wel of niet duidelijk, toch ontvouwt het heelal zich zoals het zich ontvouwt, en zo is het goed.
Heb daarom vrede met God, hoe je denkt dat Hij moge zijn, en wat je werk en aspiraties ook mogen zijn: houd vrede met je ziel in de lawaaierige verwarring van het leven.
Met al zijn klatergoud, somberheid en vervlogen dromen is dit nog steeds een prachtige wereld. Wees waarachtig. Streef naar geluk.
In de jaren zeventig werd het gewoonte om het kleinste kamertje te voorzien van literatuur, stripalbums en moppenboeken, opdat het een plek werd om je rustig in meditatieve stilte te kunnen verdiepen in diepzinnig- en oppervlakkigheden waaraan je buiten dat kamertje kennelijk toch te weinig toekwam. Zo ook bij mij toen ik in de Bijlmermeer woonde (1973-1987), waar naast Jan, Jans en de kinderen en de verjaardagkalender van Peter van Straaten ook deze Desiderata aanwezig was. Men dacht dat het een hele oude tekst uit 1692 was, gevonden in de St. Paul in Baltimore, Maryland, maar later is gebleken dat deze in 1927 is geschreven door Max Ehrmann (1872-1945). Ik vond deze vertaling in de Nieuwsbrief van de Partij voor Mens en Spirit. Een prachtige tekst!
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »
31 december 2009
Koningin Beatrix vindt het maar niks, die virtuele wereld. “Je spreekt elkaar zonder gesprek, je kijkt naar elkaar zonder de ander te zien. Mensen communiceren via snelle korte boodschapjes. (…) Maar zonder enig ‘wij-gevoel’ wordt ons bestaan leeg. Met virtuele ontmoetingen is die leegte niet te vullen; integendeel, afstanden worden juist vergroot.” Grappig dat ik precies het tegengestelde ervaar! Alsof real life zoveel beter is! Ik bedoel: wat valt er over 2009 méér te vermelden dan dat Obama is geïnaugureerd, dat Alexander Rybak het songfestival heeft gewonnen en dat er water op de maan is gevonden, zodat we straks nog een echte blauwe maan krijgen, net als vandaag? Maar verder? Misschien is 2009 wel het beste te omschrijven als het twitterjaar. Zelfs ik heb me een blauwe maandag bezondigd aan het twitteren, zij het met slechts één tweet.
Ik lees dat 40 twitteraars zich op de Dam hebben verzameld om elkaar de hand te schudden. Om te laten zien dat virtuele contacten het ook in real life goed kunnen doen. Niks nieuws voor mij natuurlijk, want ik heb in Second Life vaak gehoord over de uitstekende relaties die zich ontwikkelden als mensen elkaar in real life gingen opzoeken. Een groep vrienden gaat zelfs met elkaar op vakantie en vindt dat ik ook maar eens naar de Canarische Eilanden moet komen. In het virtuele leven leren mensen elkaar vaak al héél goed kennen, hebben ze minder afstand tot elkaar dan onze vorstin tot het gewone volk. Natuurlijk gaat er wel eens iets mis. Dat een man een vrouw blijkt te zijn of zo, maar dat zijn uitzonderingen.
In Entropia Universe heeft iemand een kwart miljoen betaald voor een ruimtestation. Dat lijkt een koopje als je niet weet dat het gaat om een virtueel ruimtestation in een internetspel. Dat lijkt raar, als iemand zoveel geld uitgeeft aan iets dat helemaal niet bestaat. Althans niet in real life. Maar is dat minder vreemd dan goed betalen voor een schilderij? Want ook kunst beperkt zich niet tot de materiële wereld en ik ken Second Life maar al te goed om te zien hoe creatieve explosies juist in de virtuele wereld kunnen plaatsvinden. En goede kunst, daarvoor mag best betaald worden, daarover ben ik het zelfs met Buma/Stemra eens. En het bijzondere is dan dat de virtuele wereld en die van real life dwars door elkaar heen gaan lopen: echt geld betalen voor virtuele dingen getuigt daarvan.
Hoewel? Ook geld is eigenlijk virtueel, vooral sinds de gouden standaard is losgelaten. En omdat tijd geld is, is natuurlijk ook tijd virtueel. Zeker als je het gaat hebben over uren, dagen, maanden en jaren die steeds sneller als een schaduw heenvliegen, wat ze vooral doen op oudejaarsavond. Die dus nu op een blauwe maandag valt: de tweede volle maan in dezelfde kalendermaand. Dat is natuurlijk ook virtueel, want het hangt maar net van de afspraken af over hoe lang een maand duurt en wanneer je die laat beginnen. En juist door een maand langer te laten duren dan de omloopstijd van de maan, hebben we blauwe maandagen geschapen, die zich om de tweeënhalf jaar voordoen, de vorige keer op 30 juni 2007. Zo leven we veel meer in virtuele werelden dan we meestal willen toegeven…
Misschien bestaat er eigenlijk helemaal geen verschil tussen real life en de virtuele wereld. Is alles real life. Of virtueel, zoals ze al millennia roepen in de oosterse wereld. Stof tot nadenken genoeg voor het komende jaar dus. Dat Vriend en ik vanavond gaan inluiden met een glas Veuve Amiot Demi-Sec. Een idee van virtuele Robbie trouwens… Proost en een goede roetsj in het al dan niet virtuele 2010!
Gepost in Diversen, Maatschappij en politiek, Second Life
Geen reacties »
30 december 2009
Het leuke van de abstracte computerwereld is dat je er dingen kunt doen die in de dagelijkse realiteit niet voor te stellen zijn. Neem nou de vierde dimensie. Toen ik ooit een progamma voor astrologische geboortenregeling maakte, maakte ik daarvoor heel gewoon een vierdimensionale array. Even makkelijk als welk aantal dimensies dan ook. Terwijl ik me er tegelijk niets bij kan voorstellen. Lengte, breedte en hoogte kan ik zien, maar waarheen verdwijnt de vierde as die loodrecht op die drie staat? Sommigen zeggen dat de tijd de vierde dimensie is, maar ik vraag me nog steeds af of je dan geen appels met peren zit te vergelijken.
In Second Life maakt Robbie deuren die maar één kant hebben, zodat ook hier blijkt dat je met de computer onmogelijke dingen kan doen. Je loopt de disco binnen, en als je dan achter je kijkt is daar opeens een deur. Die deur is dan een object dat aan één kant transparant en phantom is, zodat je er ongemerkt dwars doorheen kan lopen. Een mooi beeld van de echte werkelijkheid, waar we aan de ene kant allemaal muren, grenzen en beperkingen zien, die er vaak niet of nauwelijks blijken te zijn als we ze eenmaal hebben gepasseerd.
Zolang we in de wereld van de dualiteit verkeren lijkt alles bepaald niet één. Alleen al het gegeven dat we al of niet verlicht of gerealiseerd kunnen zijn getuigt van de tweeheid. In onze onverlichte staat moeten we door deuren heen, maar als we daar doorheen zijn gegaan blijken ze niet te bestaan, hooguit een droom geweest te zijn. Bhagwan noemde de toegangspoort voor zijn ashram in Poona The Gateless Gate, wat trouwens ook de titel van één van zijn oudere boeken is. Zo zie je maar weer hoe de computer ons kan helpen om hogere werkelijkheden op het spoor te komen en te illustreren!
Gepost in Computer en internet, Second Life, Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »
25 december 2009
Het. Vooral de laatste jaren kom ik Het vaak tegen. Maar eigenlijk heb ik nog nooit over Het verteld. Aan de ene kant omdat Het zo voor de hand ligt, zo vanzelfsprekend als het zonlicht dat elke dag uit de hemel schijnt. Aan de andere kant omdat er voor Het geen woorden zijn. Dan moet je naar allemaal poëtische en prozaïsche hulpmiddelen grijpen om het onbeschrijfelijke te beschrijven.
Het zindert in de lucht, maar is transparant, zodat het onzichtbaar is. Het is aanwezig, maar ik kan Het niet voelen of betasten. Het straalt onafgebroken een scherp licht uit, maar dat is niet te zien. Het is een voortdurend oplaaiend vuur, maar ik voel geen warmte. Het bruist als water, maar ik kan het niet horen. Het is als een Niets dat ontzettend aanwezig is. Het is als een fontein van energie die ik niet kan waarnemen maar die wel alles verfrist en reinigt. Het is onpersoonlijk, heeft niets met mij te maken, maar voedt en doorstraalt me wel.
Het is er, en tegelijk ook niet. Een spookzon, waarvoor ik misschien ook wel bang ben. Alsof Het een alles verterend monster is dat achter de atomen van de zichtbare en tastbare werkelijkheid schuilt. Voortdurend en overal aanwezig. Alsof Het me achtervolgt, bezit van me wil nemen, en misschien wel het wezen is van alle achtervolgingswaan. Terwijl Het niets anders is dan een sprankelende en dorstlessende aanwezigheid die me vertelt dat de hele wereld en werkelijkheid totaal, maar dan ook echt totaal anders in elkaar zitten dan we altijd hebben gedacht. Dat uit mijn allerbinnenste een diep lachen doet opborrelen om de Grote Grap, de virtualiteit van alles.
Ik vond Het bij Bhagwan, maar ik kom niet meer in Poona omdat het mij daar teveel een Club Med is geworden. Ik vond Het in de tempels van de Rozenkruisers, wiens leer ik echter te serieus, te somber en te chaotisch ben gaan vinden. Ik vond Het gisteren gewoon in mijn door de sneeuw verhelderde woonkamer. En toen vroeg ik me af hoe het toch kwam dat ik nog nooit over Het had geschreven. Het, dat me bij tijd en wijle sprankelend doorzengt en dat ik ook vaak in psychedelische sprookjes ben tegengekomen.
Soms geloof ik dat niets echter is dan het virtuele. Daarover is niet iedereen het met me eens. Toch geloof ik dat we maar al te makkelijk andere werkelijkheden buiten de deur zijn gaan houden door ze als virtueel te bestempelen. Dat klinkt iets wetenschappelijker dan te zeggen dat het namaak is, onzin, gek. Maar Het trekt zich daar allemaal niets van aan en blijft aanwezig, vol van leegte, verstild juichend en onzichtbaar stralend. Hoezo virtual reality… Als er iets is dat virtueel genoemd kan worden, dan zijn we het zelf.
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »
23 december 2009
Nu de zon in de Steenbok is beland gaan de nachten weer korter worden. Het lijkt een witte kerst te worden dit jaar, maar een echt kerstgevoel heb ik nog niet gehad. Ik heb het druk met De Vuurfakkel, extra bestellingen voor mijn astrologische postorderbedrijf Aries Astro-Services, en de gemeente die 100 bomen méér in de wijk wil kappen dan indertijd in een publicatie was beloofd. Met veel moeite hebben we uitstel van executie gekregen, en nu is het maar afwachten of bewoners helder geïnformeerd zullen worden over de gang van zaken. Maar ik slaap er slecht van, en de inertie van een ambtelijk apparaat – dat zelf ook aan alle handen en voeten gebonden is aan afspraken, regels, verordeningen, vergunningen, begrotingen en wat niet al – maakt het er niet makkelijker op. Moedeloos word ik ervan, en ook mijn slaap begint eronder te lijden.
Begin jaren tachtig logeerde ik vaak bij huisarts Piet in Leiderdorp. Die deed soms ook rare dingen. Toen we een motorritje maakten door de weilanden, belandden we in de sloot. We rookten als ketters, boomden tot diep in de nacht, computerden op de TRS-80, maar ook zeilde er tijdens een ruzie een nachtkastje door het trapgat naar beneden. Alles moest kunnen. Heerlijke tijden dus. Piet leende ook eens van vrienden een boot, waarmee we over de Oude Rijn achter zijn huis gingen varen. Toen gaf hij mij het stuur in handen en ging zelf het dek schrobben! Ik had alleen nog nooit een boot bestuurd en zweette peentjes omdat het ding zo traag reageerde op al mijn heen en weer gedraai aan het rad. Dat beeld heb ik als gemeenteraadslid opeens voor ogen. Een schip dat zo groot en log is, dat er vrijwel niks meer te sturen valt.
Ik vraag me af hoe lang dat nog door kan gaan. Alles blijft maar groter en groter worden. Waarbij het steeds minder bestuurbaar wordt. Vorige week hoorde ik dat hier twee veiligheidsregio’s worden samengevoegd, zodat volgens mij de politie nog verder van de burger komt te staan en de politie een organisatie wordt waar je als lagere overheid steeds minder vat op hebt. En gisteren keurde het kabinet de samenvoeging van de gemeenten Bussum, Naarden, Muiden en Weesp goed. Voor Bussum totaal opgedrongen en ongewenst, een schandelijk besluit zoals er teveel vallen de laatste tijd en waardoor ik steeds meer mijn vertrouwen in hogere overheden verlies. De grootste gotspe was wellicht de 38 miljard die Wouter Bos aan de banken gaf, waarmee hun aan het criminele grenzende gedrag werd beloond en wij er straks met zijn allen voor moeten opdraaien.
Ik heb het al vaker geroepen: ongebreidelde groei is gewoon kanker. Terwijl we hard werken aan het bestrijden van fysieke kanker, geloven nog teveel mensen in de genezende kracht van economische, financiële en bestuurlijke kanker. Die grootgroei begint hier en daar vast te lopen. Schepen vertonen hun eerste scheurtjes en beginnen hier en daar te stranden, een spoor van financiële schade en milieuvervuiling achterlatend. Tot hoever kan dat doorgaan? Waar ligt de kritieke grens, het kantelpunt? Of wordt het niks meer met onze cultuur in het westen?
Dat zat ik me gisteren in de Grote Kerk in Naarden af te vragen tijdens een kerstconcert van de Nederlandse Bachvereniging. Wat een opluchting is het dat er toch nog gezongen wordt. Dat er nog steeds mensen zijn voor wie schoonheid het belangrijkste in het leven is. Ze speelden onder andere het Magnificat van Bach waarvan ik de alt-aria Esurientes implevit bonis zo leuk en humoristisch vind. Een van mijn lievelingsliederen is het Middeleeuwse Von Himmelhoch da komm ich her, dat hier in een bewerking van Johann Hermann Schein werd gezongen. Ja, uiteindelijk kom ik uit de hemel, ben ik net als iedereen een gevallen engel. En het is heel belangrijk om me daarvan bewust te blijven, me te verbinden met het licht dat ik in wezen ben. De uiterlijke wereld, die al dan niet stuurloos ten onder gaat, is niets dan een uitdaging die ik kennelijk moet leren weerstaan om in puur bewustzijn – en niets meer dan dat – te verblijven.
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
12 december 2009
Af en toe pakt Vriend me bij de oren om me met mijn neus in de zogenaamde realiteit te drukken. Die werkelijkheid is dan vaak iets waar je heel somber en boos van wordt, en waar je weinig tegen kunt doen. Kortom: kommer en kwel, met steeds minder hoop en vertrouwen dat het ooit nog eens goed zal komen met wereld en mensheid. Zo belandden we de afgelopen weken twee keer in een bioscoopje waarvan de zaal vrijwel leeg was. Uiteraard, want slechts weinigen hebben oog voor de rampen die gierend gestaag op ons afkomen. Maar ik had moedig mijn kop uit het zand getrokken en aanschouwde gulzig de beelden van hoe onze aarde systematisch naar de ondergang werd geholpen. Twee films uit 2009, die elkaar heel mooi aanvullen.
De eerste film was Capitalism: A Love Story van Michael Moore. Wat in het begin een onschuldig ideaal leek, de kapitalistische American dream, ontpopt zich als een nachtmerrie. Hier zien we hoe mensen hun schulden niet meer kunnen betalen en hun huis uit worden gezet dank zij de criminele bankwereld. Want Amerika is een ‘plutonomie’ geworden waar 1% van de bevolking alle economische macht in handen heeft. Waar armoede steeds meer om zich heen grijpt en de verschillen tussen arm en rijk extreem groot zijn geworden. Moore gaat dan ook al dat gestolen geld met een winkeltasje in zijn hand bij de banken terughalen. Ook omspant hij Wall Street met een lint om voor een gevaarlijke zone te waarschuwen. Gelukkig is de film niet van humor gespeend, wat de inhoud ervan makkelijker verteerbaar maakt. Want het is heel wat om te zien waartoe het kapitalisme heeft geleid, verbonden als het is met het geloof in de vrije markt en in winst en groei.
Die groei kan alleen maar ten koste van het milieu gaan en daarover gaat de tweede film The Age of Stupid van Franny Armstrong. Daarin stuurt de laatste overlevende van de aarde in 2055 het archief met het verhaal van onze zelfvernietiging de ruimte in. Maar niet voordat hij verteld heeft over het wangedrag van Shell in Nigeria, over een Indiase zakenman die zijn personeel als slaven behandelt en iedereen zoveel mogelijk wil laten vliegen, over een Engelsman die zich hard maakt voor een windmolenpark dat door omwonenden wordt tegengehouden, en over vele klimaatveranderingen die zich voor onze ogen in een onnatuurlijk snel tempo voltrekken. Dit alles geïllustreerd met archiefbeelden die, althans tot 2008, echt zijn. ‘Waarom stopten we de klimaatverandering niet toen we dat nog konden?’ Dat is de cruciale vraag uit de film, die onbeantwoord blijft.
Kapitalisme en milieu zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden, en het is dan ook geen toeval dat rechtse politieke partijen dat milieu eigenlijk maar een lastige sta-in-de-weg vinden en de problemen ontkennen, bagatelliseren of ridiculiseren. Maar na het zien van beide films kun je niet meer geloven hoe iemand met een beetje goed fatsoen nog vertrouwen in het kapitalisme en de vrije markt kan hebben. Of hoe iemand de invloed van de mens op het broeikaseffect kan ontkennen. Verreweg de meeste wetenschappers geloven dat menselijk ingrijpen de oorzaak van de klimaatveranderingen is. Dat wil niet zeggen dat de minderheid van milieusceptici ongelijk heeft, want ook wetenschappers maken er vaak een rotzooitje van. Wat te doen bij twijfel? Je intuïtie volgen. Kijken wie er belangen kunnen hebben bij hun standpunt, en hun integriteit onderzoeken. En last but not least een risicoanalyse maken: zolang niet heel zeker is dat de milieusceptici gelijk hebben is het onverantwoordelijk, zo niet misdadig om geen maatregelen te nemen en alles maar zijn gang te laten gaan zodat wellicht straks de aarde opnieuw woest en ledig is.
Uiteraard ben je met milieumaatregelen tamelijk oppervlakkig bezig. Je grijpt het probleem immers niet aan bij de wortels, die op het materialistische vlak bij het kapitalisme liggen. Maar ook dat heeft diepere psychologische oorzaken, zoals gebrek aan vertrouwen en inzicht. En dat wordt weer veroorzaakt door gebrek aan spirituele ontwikkeling in de vorm van ego’s die zich angstig afscheiden van het al. Hoewel een oplossing voor de lange termijn – wat uiteindelijk de enige echte oplossing is – op het spirituele vlak ligt, betekent dat nog niet dat we niet op korte termijn als de wiedeweerga maatregelen moeten nemen om de toekomst van onze aardbol zeker te stellen. Als ik op straat word aangereden moet ik ogenblikkelijk naar het ziekenhuis, en kan ik echt niet liggen wachten op een wijziging van de verkeerswet of een mentaliteitsverandering. Hoewel het hypocriet is als daar niet tegelijkertijd aan gewerkt wordt.
Op het meest diepe spirituele niveau kun je alleen maar zeggen dat alles goed is zoals het is. Al was het alleen maar omdat er geen tweeheid bestaat, zodat ook het woord ‘goed’ hier niet als een juichende extatische toestand moet worden geïnterpreteerd, maar meer als een verstild zijn in het zo-zijn. En juist het feit dat we ons hiervan niet meer bewust zijn is er de oorzaak van dat we alles willen verbeteren en veranderen, met als uiteindelijk resultaat dat we onszelf vernietigen. Waar misschien ook wel niks mis mee is als het zover komt. Omdat dit allemaal bedoeld is om ons los te weken van onze identificaties met de materiële werkelijkheid. Hoewel het best goed is dat Vriend me bij tijd en wijle even bij de oren pakt en me hiermee confronteert.
Gepost in Maatschappij en politiek, Spiritualiteit
1 reactie »
3 december 2009
Afgelopen zaterdag met Vriend naar Gouda geweest om een dag in het Advaita Centrum mee te maken. De Koorddanser organiseerde daar samen met Douwe Tiemersma en Pia de Blok een workshop Kennismaken met non-dualiteit. Douwe Tiemersma heb ik in 2003 al horen spreken op het Osho-symposium De Wetenschap van het Hart in Egmond aan Zee. Een droge, dorre, mentale wetenschapper lijkt hij, maar als je hem iets verder in zijn ogen kijkt zit daar méér achter. Humor zelfs. Volgens mij, maar ik weet niet of anderen en/of hij zelf dat ook in hem zien. Een Fries is hij, en ik hou wel van die rechttoe rechtaan uit de verse klei getrokken nuchterheid. Bij hem krijgt de uitdrukking no nonsense een positieve lading, heel anders dan hoe Lubbers en consorten in de jaren tachtig onder die vlag het land moreel naar de bliksem gingen helpen, waarin ze nog geslaagd zijn ook. Nee, no nonsense kan ook betekenen dat je naast je verstand en intuïtie ook je gevoel en je eigen ervaring mag, zo niet moet gebruiken. En omgekeerd natuurlijk, zodat je naast je gevoel ook wel eens af en toe mag nadenken, dames Onkruid!
Dat deden we dan ook met Douwe, met een groepje van zo’n dertig mensen. Gewoon ervaren wat er allemaal met mooie woorden in de advaita-literatuur al sinds 800 v. Chr. wordt verteld. Ervaren dat er geen echte grenzen bestaan omdat alles eigenlijk één is. Ken Wilber schreef in 1981 een boek onder de titel Zonder grenzen, waarin hij benadrukt dat grenzen niet zozeer strijdperken hoeven te zijn, maar juist een verbinding kunnen maken tussen twee gebieden. Zo kan je jezelf definiëren als wat zich binnen je huid bevindt, als wat zich buiten je hoofd bevindt of wat zich buiten je bewustzijn bevindt: de buitenwereld ben ik niet, mijn lichaam ben ik niet, mijn onbewuste ben ik niet, zeg je dan. Waarbij het er natuurlijk om gaat dat we dat alles eigenlijk wel zijn. ‘In het eenheids-bewustzijn, het onbegrensd-bewustzijn, breidt het gevoel van zelf zich zo uit, dat het volledig alles omvat wat eens als niet-zelf werd gezien,’ schrijft hij op pagina 58. ‘Je identiteitsgevoel verplaatst zich naar het gehele universum, naar alle werelden, hoog en laag, de zichtbare en onzichtbare, heilig of profaan.’ Waar trek je de grens van je eigen ik? Als je dat een stomme vraag vindt heb je hem waarschijnlijk ook stom beantwoord, want het is iets complexer dan met je vingertje naar jezelf te wijzen. Maar daarvoor moet je wel leren om goed op te letten, goed te kijken, te ervaren!
‘Ga eens met je aandacht naar binnen in je lichaam en word je bewust van je interne zelfsfeer,’ vraagt Douwe ons. ‘Is in deze interne ruimte een scheiding te vinden?’
Nee, mijn lichaam voelt toch echt als één geheel aan.
‘Ga dan met je aandacht naar rechts toe,’ gaat hij verder. ‘Is daar ook nog de gevoelsmatige zelfsfeer of houdt die op bij je huid?’
Tja, moeilijk om die grens precies te voelen, is inderdaad wat vaag…
‘Hoe ver kun je naar rechts gaan zonder dat die sfeer van lichamelijk zelf-zijn wegvalt?´ vraagt Douwe door.
Nou, wat mij betreft maar een paar centimeter.
‘Blijf concreet en nuchter ervaren!’ raadt hij ons dringend aan.
Ja, het gaat om ervaren, niet om mijn gedachten en ideeën daarover. Ik kan echter hooguit voelen dat mijn lichaam in een astrale jas is ingepakt en dat is het dan.
‘Stel je dan ook vast dat je eigen lichamelijke zelfsfeer oneindig is?’ vraagt Douwe. ‘Zo groot als de hele kosmos?’
Nou eh… Nee. Mijn record is uit de jaren tachtig toen ik een keer in diepe ontspanning op bed een grote bol werd die nog net in mijn slaapkamer daar in Eeftink in de Bijlmermeer paste. Op gegeven moment besloot ik mijn lichaam weer tot dat van vlees en bloed te beperken, want dit was zó gemakkelijk en ontspannen dat ik er later altijd weer naar zou kunnen terugkeren. Nooit meer gebeurd.
Maar toch meen ik op mijn manier wel te vermoeden welke richting een en ander heen gaat. Als ik het woord ‘zelfsfeer’ vervang door wat ik hier en nu beleef, schiet ik een stuk verder op. Ik ben immers door het hier en nu gedefinieerd, en hoe groot zijn de cirkels die ik in tijd en ruimte om me heen trek? Wat zich binnen zo’n cirkel bevindt heet ‘dit’ of ‘nu’ en wat zich erbuiten bevindt heet ‘dat’ of ‘toen’ of ‘straks’. Wat zich in het hier en nu bevindt is een stukje van mij, mijn leefwereld, mijn bezit. Ik omhels het en voel en denk mee. Vrijend met een ‘ander’ weet ik niet eens van wie al die lichaamsdelen zijn! Ik ben het gewoon. Heb daarom empathie, invoelingsvermogen. Medelijden naar ook medevreugde. Hoe ruim is mijn hier en hoe uitgebreid is mijn nu? Net als de bol die ik ooit was, kan ik me voorstellen dat het hier en nu zó rekbaar is dat het zowel een millimeter en -seconde kan bevatten, als de oneindigheid en eeuwigheid. In die betekenis is het overal in het hier, en zijn verleden en toekomst in het nu te ervaren. Nee, niet in zintuiglijke of zogenaamde concrete zin, maar als beleving, als ervaring in je bewustzijn. En daar gaat het toch uiteindelijk om? Dan is er geen plaats meer voor heimwee of verlangen omdat je beleeft dat je al overal en altijd bent. Zoiets.
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »