10 maart 2009
Volgens de Chinezen is Tibet vandaag 50 jaar bevrijd. Volgens de Tibetanen is hun land nu een halve eeuw bezet. De Dalai Lama beschuldigt China van het ombrengen van honderdduizenden Tibetanen, en van het creëren van een ‘hel op aarde’. Volgens China zijn dat allemaal leugens, want Tibet zou juist geprofiteerd hebben van de doorgevoerde hervormingen. Ik betwijfel of de bewoners van dat land het daarmee eens zijn, en ben meer geneigd om de Dalai Lama te geloven. Waarom? Zucht… Moet ik dat echt nog uitleggen? Dat voel je toch? Dat weet je toch? Straks moet ik ook nog gaan uitleggen waarom ik Obama meer vertrouw dan Bush! Wat is – naast dat in intelligentie – het meest opvallende verschil tussen hen? Charisma! Zo heeft ook de Dalai Lama charisma! En wat is charisma? Zichzelf wegcijferen, betrokkenheid, inlevingsvermogen. Vaak zijn haat en woede getransformeerd tot mededogen. En het gaat ook vaak gepaard met intelligentie, alsof charismatische mensen in staat zijn alles vanuit een hoger perspectief te bekijken. Charisma maakt geliefd, bij vriend en vijand. Nou ja, niet bij allen dus, zoals de Chinezen, maar wel bij grote groepen mensen die voor het overige totaal tegengestelde meningen kunnen zijn toegedaan.
In het Westen is de Dalai Lama vrijwel onverdeeld geliefd en heeft Tibet veel sympathie. Voor mij was Kuifje in Tibet de eerste kennismaking met dat land. Onlangs zag ik de film Kundun over het leven van de Dalai Lama, eindigend met zijn vlucht voor de Chinezen. Daar waren vorig jaar de Olympische Spelen en we vonden het sportief om in een land met dubieuze normen naar brons, zilver en goud te reiken. Of is het juist goed dat we dat hebben gedaan, juist om contact te houden met een cultuur die er volgens ons dubieuze praktijken op nahoudt? Polariseren of integreren, dat is de vraag. Polariseren: duidelijk stelling nemen tegen iemand is wel eens nodig als je jezelf wilt beschermen of die ander wakker wilt schudden. Integreren is een meer rationele oplossing: je gaat communiceren, naar elkaar luisteren, tracht samen tot een oplossing te komen. Maar daarvoor moeten beide partijen wel boven hun emoties van afkeer en haat kunnen staan, zichzelf kunnen wegcijferen om naar het algemene belang te kijken. Dat is lang niet altijd het geval, zodat er vaak weinig anders overblijft dan dat ieder zijn eigen stellingen betrekt. Integratie is het mooiste dat er is, maar we moeten er wel aan toe zijn. Je kan het ook niet afdwingen, zoals veel politici ons willen doen geloven. Evenmin als je een volk kan afdwingen haar religie af te zweren, zoals de Chinezen dat van de Tibetanen wilden.
Prachtige films als Samsara en natuurlijk Seven years in Tibet tonen ons de vreedzame en diepe cultuur van dat tussen sneeuw en bergen verborgen land. Hun spiritualiteit heeft een ongekend hoge top bereikt, wat vooral te zien is aan de wijze waarop er met sterven en de dood wordt omgegaan. Geen andere cultuur heb ik zo duidelijk horen zeggen dat je het sterven bewust zou moeten meemaken. Waarbij de ingefluisterde woorden uit het Tibetaanse Dodenboek je voorbij hallucinaties en begoochelingen tijdens het stervensproces moeten leiden, om je naar het Heldere Licht te voeren. Al lang voordat men in het Westen de dood begon te onderzoeken – vanaf Raymond Moody tot vandaag de dag Pim van Lommel – wist men daar al dat leven zonder lichaam heel goed mogelijk is. Tijdens het leven wordt dat lichaam goed verzorgd, maar na het sterven wordt dat aan de gieren gevoed. Net als in veel niet-westerse landen leeft men samen met de dood. In India vinden lijkverbrandingen in het openbaar plaats, en dat lijkt me veel gezonder dan het fysieke afbraakproces onder de grond of in crematoria te verstoppen. Zeg me hoe je met de dood omgaat, en ik vertel je over je cultuur. In heelheid met dood en sterven is er weinig plaats meer voor angst en haat, en kunnen zuiverheid, schoonheid en liefde bloeien.
China heeft de liefde verbannen, de Dalai Lama de haat.
Gepost in Maatschappij en politiek, Spiritualiteit
2 reacties »
8 maart 2009
In tegenstelling tot mijn meeste vrienden en kennissen heb ik bij tijd en wijle een uitgesproken behoefte aan oppervlakkigheid, het mondaine, het alledaagse, het gewone. Want terwijl velen zich druk maken over honger en oorlogen en vechten voor een beter milieu, kan ik in een ligstoel in de zon liggen luieren, nippend van een rum-cola. Dat is ook iets dat ik menig actievoerder verwijt: dat hij of zij niet van het leven kan genieten. En hoe kan iemand die zelf niet eens van het leven kan genieten de wereld verbeteren? Hoe kunnen demonstranten die er zelf onaantrekkelijk uitzien en niets dan boosheid uitstralen iets bijdragen aan een betere wereld? Het gaat immers niet zozeer om wat je doet, maar om de kwaliteit die je in je daden legt, om de manier waarop je dingen doet, om de bezieling ervan. ‘Wij discussieerden als studenten toen al over liberalisme,’ knoopte Vriend me laatst in de oren toen we het over de jaren zestig hadden. ‘Terwijl jij hasj zat te roken!’ En inderdaad liep ik niet voorop in demonstraties, kraakte ik geen woningen en deed ik niet mee met studentenprotesten. Hoewel dat allemaal mijn sympathie had, kon ik me er niet echt in vinden. Ik heb veel actievoerders meegemaakt die iets vaags studeerden, een lelijk baardje lieten staan, te pafferig waren, zichzelf erg belangrijk vonden, en die daarbij ook nog vaak dezelfde autoritaire trekjes vertoonden als het systeem waartegen ze vochten. Dat kon nooit goed gaan, en op dat politieke vlak is dan ook veel niet goed gegaan.
Ik heb me dus schuldig gemaakt aan bijvoorbeeld (1) vrijen met jongens die ik nauwelijks kende, (2) genieten van vliegreisjes, (3) luieren in Saint-Tropez, (4) volgen van de Medisch Centrum West, (5) lachen om Toon Hermans, (6) lezen van stripverhalen en Donald Ducks en (7) roken van veel sigaretten – kortom allemaal van die foute dingen waarover ik velen hoor denken: ‘Ja maar zoiets doe je toch niet!’ Vandaag de dag doe ik graag mee aan de rage van het bekijken van YouTube-filmpjes, zoals die met de clip van Allein allein van Polarkreis 18. Alsof ik mijn tijd niet beter kan besteden! Zoals met het zoeken naar het thema uit Bachs Goldbergvariaties waarmee ik word geconfronteerd door het lezen van het Boek Contrapunt van Anna Enquist. Of met het bezoeken van een museum om te kijken wat ik nou van beeldende kunst snap. Of met het leren van alle landen van de wereld, zodat ik niet steeds mijn atlas hoef te raadplegen bij elk nieuwsbericht. Maar niks van dit alles, want bij tijd en wijle heb ik gewoon behoefte om van het leven te genieten: Bach had maar duidelijker moeten zijn over dat kinderliedje waarop hij varieert, in musea wordt kunst zo serieus begrepen dat ik meestal al snel sta te trappelen om naar de volgende zaal te gaan, en het is voldoende om te weten dat Burundi ergens in Centraal-Afrika ligt. Maar dat heb je met oppervlakkige types zoals ik, die hebben geen geduld om iets tot zich te laten doordringen, die willen alles als hapklare brokken opgediend krijgen, nemen niet de moeite zich ergens in te verdiepen, willen meteen hier en nu in al hun behoeften bevredigd worden. Typisch jaren zestig!
‘Oppervlakkig zijn is een hele kunst,’ leerde ik van mijn astrologielerares Deepa in de jaren tachtig toen ze het over de Tweelingen had. Daar was ik het helemaal mee eens. Want diepzinnigheid is vaak serieuze gewichtigheid en zware belangrijkheid. Hoewel oppervlakkigheid geen diepte heeft, is het wel een flinterdun vlies waar je snel doorheen zakt om in heel andere werelden te belanden. Het loslaten van idealen over hoe alles zou moeten zijn, doet je terugvallen in en wereld waarin niets meer hoeft en dingen als vanzelf lijken te gebeuren. Als je echt ‘uit je hoofd valt’ en alles gewoon laat zijn zoals het is en daarvan geniet, juist dan krijgt dat wat oppervlakkig leek opeens een nieuwe diepte. Niet zozeer een diepte van het denken, maar eerder een diepte van het hart. Zo voel ik ook diepte in de wereld van Second Life, waar ik mezelf vaak van disco naar disco teleporteer, maar waar ik ook graag met vrienden op mijn dakterras zit of reizen onderneem. Een oppervlakkig leven. Een paar dagen kwam ik op het internet mezelf tegen, samen met Robbie en Carl in een filmpje van het Second Pride Festival in voorjaar 2008, waar we een aidsmemorial bezochten. Zie een flits van ons op de 56e seconde! En luister naar het mooie lied Wish for you. En voel de diepte van vriendschap. Net als in Real Life vraag me wel eens af wat méér waard is dan een gewoon ongecompliceerd samenzijn. Nu we zijn niet alleen alleen, want we zijn tegelijk ook samen in de wereld waar we alleen zijn.
Gepost in Second Life, Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »
5 maart 2009
Onlangs is professor Frank Ankersmit uit de VVD gestapt. Hij was één van de auteurs van het Liberaal Manifest Om de vrijheid dat in 2005 het licht zag, en is een bestrijder van het neoliberalisme. Reden voor het opzeggen van zijn lidmaatschap van de VVD is het feit dat deze partij geen antwoord heeft op de kredietcrisis. Kennelijk ben ik niet de enige die twijfelt aan het intellectuele niveau van Mark Rutte en vele anderen binnen de partij. Het zou sportief van de VVD zijn als zij toegaf dat het liberalisme toch een beetje uit de hand is gelopen. Als zij afstand namen van het neoliberalisme, en niet deden alsof hun neus bloedt. Als ze wat meer respect toonde voor andersdenkenden is, en dan heb ik het echt niet alleen het beroemde kokhalsgebaar van Hoogervorst voor ogen. Is dit het begin van de uittocht van de intelligentsia uit de VVD?
In Trouw vertelt Ankersmit over zijn afscheid. Treffend is wat hij over economie vertelt, wellicht het meest heilige huisje van de VVD. Het is “sowieso vreemd om nu het heil van economen te verwachten,” zegt hij. “Tenslotte zijn zij het juist geweest die alle rampen over ons afriepen, met hun theorieën over de onfeilbaarheid van de markt, de zegeningen van de hebzucht en de noodzaak van onbeperkte economische groei. (…) Economen zijn niet de oplossing van de huidige problemen, maar zelf een deel daarvan. Interessant is verder dat de ‘officiële’ economie de kredietcrisis helemaal niet heeft zien aankomen. Wat zouden wij zeggen van de astronomie als die de botsing tussen de aarde en een grote meteoriet niet zou kunnen voorspellen? Waarom blijven we de economie dan wel serieus nemen?”
Het wordt maar al te duidelijk dat ongebreidelde groei niet alleen in de medische wereld een kankergezwel is. De continu met groeihormonen volgespoten economie zakt nu door zijn poten. Ondanks dat geloven velen nog steeds dat méér consumeren het antwoord is op de kredietcrisis. Zoals Felix Cohen, die in de Consumentengids van maart betoogt: “Ik denk dat de echte oplossing zit in het stimuleren van de vraag, door consumenten aan te zetten tot consumeren. (…) En als consumenten meer gaan uitgeven en aanbieders daardoor meer omzet krijgen, behouden die bedrijven hun zelfrespect. Maak van de bedrijven geen bedelaars. (…) Het geld moet aanzetten tot consumeren (…)” Hoewel hij ook ervoor waarschuwt dat geld in slecht management en slechte producten kan verdwijnen, vraagt hij toch om een vertrouwen in het bedrijfsleven dat ik niet echt met hem deel.
Ik moet toegeven weinig van economie te weten en meer waarde aan astrologie te hechten. Wat ik wél weet is dat devaluatie met vertrouwen te maken heeft, zoals ik onlangs las in het decembernummer 2008 van PC-Active. Daarin schrijft Henk van de Kamer: “Ook goud heeft afgedaan en is in de vorige eeuw vervangen door vertrouwen in een regering dat zij de waarde van onze euro op peil houden: het flatgeldsysteem.” Dat vertrouwen is dus sterk aan het slinken, en dat niet alleen in de overheid, maar ook in het bedrijfsleven met wie zij onder een hoedje speelt. Want als ik naar de steeds dalende AEX kijk kan ik me niet van de indruk onttrekken dat het bedrijfsleven daar zelf mede schuldig aan is. Vertrouwen is iets dat verdiend moet worden en zolang dat niet gebeurt blijven we berichten horen over doorzakkende beursvloeren, en stort om de haverklap het Damrak weer in. En dat laatste heeft niets met de aanleg van de Noord-Zuidlijn te maken, zoals onlangs in Keulen, waar historisch besef letterlijk ondermijnd is door de voortvarende economie. Regelmatig kleuren de koersen rood, maar dat krijg je ervan als je blijft doen alsof je neus bloedt.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
1 maart 2009
Vanmorgen veel te vroeg wakker. Kon de slaap niet meer vatten. Misschien ook wel uitgeslapen. Miste het gelui van kerkklokken, dat me meestal op zondag vroeg even uit de slaap haalt. Allemaal gedachten drongen zich op, alsof ze nog lang niet uitgedacht waren en daarom nog wat aandacht nodig hadden. Dat krijg je ervan als je je ontspant. Niet alleen een verhoogde kans op koppijn, maar ook op het moeten inhalen van achterstallig denkwerk. Vroeger dacht ik dat de hersenen een klomp zenuwen waren waar alleen zwakke stroompjes door liepen, maar het schijnt dat die grijze massa niet alleen 20% van al je energie vergt, maar dat daar ook heel wat leven in de brouwerij is. In gedachten voelde ik dan ook de uitlopers van mijn hersencellen zich krioelend wegen banen, op zoek naar contact met andere cellen. Zoiets moet kennelijk doorgaan totdat een gedachte is gesetteld, een probleem is opgelost, een programma is afgewerkt, de mentale rommel is opgeruimd.
Het recente verleden vertoonde zich als een serie onaangename ervaringen met het bedrijfsleven. Ecotone leverde mijn tonercartridge later dan gebruikelijk en de bezorger weigerde mijn vier lege cartridges mee te nemen, zoals was afgesproken. Vriend was boos en mieterde ze in de grijze container. Bij ING een onbeschofte dame aan de zakelijke helpdesk, die me niet eens liet uitpraten en met een groot gebrek aan empathie mij liet zitten met de brokken van verkeerde voorlichting van haar collega. Bij de Gouden Gids een ‘sales representative’, een brutaal knaapje dat me voor € 349 méér advertenties wilde aansmeren dan vorig jaar, terwijl ik juist had besloten daar helemaal niet meer te adverteren omdat ze me vorig jaar stiekem een ‘promo page’ door de neus wilden boren. Gisteren een eigenlijk veel te duur USB-snoertje voor mijn Nokia telefoontje opgehaald: Vriend adviseerde me om in de winkel even te checken of het paste, en dat bleek inderdaad niet overbodig want het sloot inderdaad niet aan op mijn mooie nieuwe 2630, waarmee ik verder trouwens heel blij ben. En vorige maand berekende TNT Post me € 171,82 teveel voor het versturen van De Vuurfakkel, zodat ik daar weer achterheen moest. Samengevat: de kwaliteit en services van wat grote bedrijven leveren dendert zó achteruit dat je steeds méér tijd kwijt bent aan het repareren van hun fouten en gebreken. Wég met het grootbedrijf!
De toekomst vertoonde zich als een soort voorjaarswoede. Mijn tuin, of iets groens dat daarvoor door moet gaan. Geld of geen geld, ik voel me toch verantwoordelijk voor een leuk aanzicht ervan. Tegels zijn verzakt wegens een mollenplaag die de hele buurt teistert. Aarde loopt over verrotte houten borders heen, en van alles en nog wat groeit maar raak. Het lijkt wel de tuin van mijn Wijze Tante, die liet ook de natuur haar gang maar gaan! Maar de toekomst vertoont zich ook als in de loop der jaren opgestapelde hoeveelheid spullen die naar een kringloopwinkel of het afvalcentrum moeten. Als je geen auto hebt stapelt zich dat maar op: een oude bureaustoel, een computer, een papierversnipperaar, beeldschermen, stereosetjes, luidsprekerboxen, een printertje… Toen ik in Amsterdam woonde zette ik het gewoon op de stoep en voor je het weet had een morgenster het meegenomen. Maar nu we geacht worden aan het milieu te denken en het scheiden van afval ook geprivatiseerd is, gaat dat niet altijd even makkelijk! Ik zit me nog steeds suf te piekeren over wat je nou eigenlijk met een tl-buis moet doen, want die staat al jaren in de schuur onbestemd te zijn…
Typisch voorjaar dus. Afrekenen met het oude en met een schone lei willen beginnen. Afrekenen: geen energie meer willen stoppen in het Beest dat zich manifesteert als grote bedrijven en het bankwezen. Boosheid heeft geen zin, want als je je gram haalt krijg je een kilo terug. En daar word je alleen maar zwaar van. Dat is ook de bedoeling, want als je lichter zou worden zou je wel eens boven hen uit kunnen stijgen, of nog erger: verlicht raken. En als er iets is waar het Beest niet tegen kan, dan is dat gebrek aan aandacht, humor. Het Beest geniet liever van je boosheid, slorpt alle energie uit je. En ik moet toegeven dat hem dat bij tijd en wijle best even lukt. Grrr! Maar gelukkig zijn er ook momenten dat verlichting zich even aan me voordoet.
Gepost in Maatschappij en politiek, Spiritualiteit, Uit mijn leven
1 reactie »
24 februari 2009
This is the dawning of the age of Aquarius! De tijden gaan veranderen! Het Watermantijdperk komt! De Nieuwe Mens staat op! We hebben lang genoeg geleden onder de Vissen met hun verheerlijking van het lijden, medelijden en zelfontkenning. Nu worden we eindelijk wakker uit deze droom van religieuze chantage en manipulatie, en vinden we het goddelijke in onszelf. De tijden gaan veranderen! Vriendschap, communicatie en intuïtieve creativiteit gaan de wereld beheersen. Alle mensen zijn gelijk en we zullen in communes gaan samenwonen. Make love, not war. In seksuele vrijheid zullen we overal de liefde bedrijven, preutse en burgerlijke normen zullen hebben afgedaan. Autoritaire structuren zullen ineenstorten, welvaart zal eerlijk verdeeld worden, godsdiensten en rassen zullen zich met elkaar vermengen. De tijd van martelaren en slachtofferschap ligt achter ons, Christus ruimt het veld voor Boeddha, gebed voor meditatie, en wierook komt voortaan uit het Oosten. Bezit maakt plaats voor collectiviteit. We gaan genieten van een natuurlijk leven, schaffen het arbeidsethos af. Elektrotechniek, computers en robots zullen het leven makkelijker maken. We zullen ruimtereizen gaan maken, terwijl we de innerlijke ruimte met psychedelica verkennen. De wereld krijgt kleur en vrolijkheid: Let the sunshine in!
Astrologen zijn het er niet over eens wanneer het Watermantijdperk nu precies begonnen is of nog moet beginnen. Dat komt omdat in de sterrenhemel niet echt te zeggen is waar de grens ligt tussen de Vissen en de Waterman. Zo’n tijdperk duurt 2160 jaar en de aard ervan wordt gekenmerkt door het sterrenbeeld waarin de Zon staat als de lente begint. Dit jaar begint die op 20 maart om 12.45 uur, en dan staat de Zon ergens tussen Vissen en Waterman te schijnen. Het is dus helemaal niet zo dat de Zon altijd in hetzelfde sterrenbeeld aan de hemel staat als in de horoscoop van de astroloog, want bij de laatste vallen het begin van de lente en dat van het teken Ram altijd samen, ongeacht in welk sterrenbeeld de Zon staat. Door een zeer langzame tolbeweging van de aardas schuift dat lentepunt namelijk elk jaar een beetje terug in de dierenriem. Zo hebben we in de ons meest bekende geschiedenis het Tweelingen-, Stier-, Ram- en Vissentijdperk achter ons, en zijn in de culturen die toen heersten belangrijke astrologische kenmerken van deze dierenriemtekens terug te vinden. Nandan heeft daar eens een mooi boekje over geschreven, dat ik graag aan mijn klanten ga geven als deze zomer mijn Aries Astro-Services 25 jaar bestaat.
Over duizend jaar bevindt het lentepunt zich middenin het teken Waterman, en zo rond het jaar 4150 staat het tussen Waterman en Steenbok en zullen jongeren wellicht over de komst van weer een nieuw tijdperk gaan zingen: This is the dawning of the age of Capricorn! Maar voorlopig moeten we het nog even met de Waterman doen. Een rare jongen trouwens, die Aquarius. Een alternatieveling die niet van conventies houdt omdat die zijn ware aard verdoezelen. Hij huppelt graag naakt rond. Meestal wordt hij afgebeeld als een man die een kan water over de aarde leeggiet. De enige mythologische figuur die daar een beetje mee overeenkomt is Ganymedes, en het zou me niks verwonderen als veel astrologen en Watermannen het daar een beetje moeilijk mee hebben. Deze koningszoon was namelijk zo mooi dat Zeus verliefd op hem raakte. Hij vermomde zich als adelaar, ontvoerde de jongen, en zette als troost voor zijn vader het sterrenbeeld Waterman aan de hemel. En Ganymedes moest nectar schenken op de Olympus.
Hoe het verder tussen die twee gegaan is weet ik niet. Zeus was natuurlijk niet het meest monogame type, maar dat hij zelfs op een jongen viel ging toch wat ver. Inderdaad associeert elke astroloog homoseksualiteit met het teken Waterman, maar dat wil nog niet zeggen dat alle Watermannen homo zijn. Eigenlijk wil Waterman geen verschil tussen de seksen maken, en bovendien is zijn liefde er eerder een van een wellicht erotische broederschap, dan van doorleefde gevoelens en sensualiteit. Dat echte seksuele is meer iets voor de Schorpioen en dat lichamelijke meer voor de Stier – beide tekens die onder een hoek van 90 graden vierkant op de Waterman staan. En waarvan hij dan ook weinig moet hebben, want Waterman is een luchtteken, wat wil zeggen dat hij liever in de wereld van gedachten, ideeën en communicatie leeft. En dat hij het wat moeilijker heeft met materie en gevoelens dan respectievelijk Stier en Schorpioen. Zo heeft elk dierenriemteken zijn sterke en zwakke kanten. Maar het kan geen toeval zijn dat ook homo-emancipatie een kenmerk is van het dagende Watermantijdperk.
Het was natuurlijk helemaal verkeerd. Ik bedoel dat wachten op het Watermantijdperk. Alsof dat vanzelf zou komen! Waren we in de jaren zestig zoveel anders dan degenen die geloofden dat iedereen en de wereld verlost zouden zijn als de Messias eenmaal was teruggekeerd op aarde? Waren we echt het Vissentijdperk ontstegen toen we geloofden dat de nieuwe wereld van buiten zou komen, van ergens anders, van de sterren, van lsd, van een Maitreya of van een goeroe? Leefden we wel echt naar de idealen waarin we geloofden? Velen van ons wel. En ze hebben de wereld dan ook bezield met iets dat moeilijk uit te vlakken is. Spiritueel zijn we een stuk verder dan in de jaren zestig! Maar voor anderen was de boodschap van de Waterman te confronterend zodat ze er nu, na indertijd op de barricaden te hebben gestaan, een gezapig neoliberaal leventje op nahouden. Als je met bepaalde dingen niet goed omgaat wreken ze zich, en keren ze zich tegen je. Zo ook met de Waterman, die zich dan van zijn negatieve, donkere kant laat zien.
Zo dreigt misbruikte elektronica zich te ontpoppen in elektrosmog. Zo worden computers zetmannen van Big Brother. Zo leiden misbruikte psychedelica tot verslavend druggebruik. Zo verwordt individualisme tot egoïsme. Zo manifesteert vrijheid zich als hufterigheid. Zo wordt mediteren een bezigheidstherapie. Zo slaat communicatie om in uitwisseling van zinloze informatie. Zo verlaagt intuïtie zich tot instinct. Zo vervalt vriendschap tot seks. Zo leidt het antiautoritaire tot lafheid. Zo verkoopt zoeken naar waarheid zichzelf aan schending van privacy. Zo verdrinkt kleinschaligheid in megalomanie. Zo helpt technologie bij de vernietiging van de aarde. Allemaal verschijnselen die zich vandaag de dag voordoen en die lijken aan te tonen dat dat Watermantijdperk bij lange na nog niet begonnen is. Maar omdat dit allemaal zo diametraal staat op wat dat tijdperk bedoelt te zijn, wijst dat juist op de weerstand die velen ertegen hebben. Ziende dat het nog nergens op lijkt kunnen we wel bij de pakken gaan neerzitten, maar we kunnen de huidige maatschappelijke ontwikkelingen ook in een groter kader zien, namelijk dat van een grootse omwenteling die onvermijdbaar plaatsvindt. Eerst zien, dan geloven, zullen velen zeggen. Het antwoord van de Waterman is simpel. Eerst geloven, dan zien!
Gepost in Astrologie
2 reacties »
14 februari 2009
‘Zone voor 30-km onveiliger,’ staat vandaag in de Ooi- en Geemlander te lezen. ‘Gemeenten hebben nagelaten verkeersdrempels aan te leggen, waardoor nog steeds veel automobilisten te hard rijden en ongelukken veroorzaken.’ Aldus onderzoek van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Ik voel me als raadslid aangesproken: de gemeenten krijgen de schuld van het te hard rijden in 30km-zones? Niet de automobilisten zelf die kennelijk maling hebben aan verkeersborden en te vaak net iets harder willen rijden dan toegestaan is? Hier in Oldegeppel blijkt inderdaad dat de politie weigert iets tegen snelheidsovertreders te doen zolang de gemeente niet eerst zelf drempels en andere snelheidsbeperkende maatregelen neemt. Wat voor mij gewoon afschuiven van verantwoordelijkheden is, waarbij je dan de ander de schuld geeft van het feit dat je zelf je taak niet goed uitvoert: handhaven.
En het snelheidsprobleem is zo simpel op te lossen! Gewoon in auto’s snelheidsbegrenzers inbouwen die gps-gestuurd worden. Want als bekend is waar je rijdt, moet dat toch te combineren zijn met een simpele database die aangeeft hoe hard je daar mag rijden? Als je dan harder wil rijden dan toegestaan is lukt dat gewoon niet! Simpel toch? Veel veiliger voor onze kinderen! Kunnen we al die drempels en chicanes en andere ontsierende autoremmers weer gaan afbreken zodat de straten er weer een beetje normaal en rustig uitzien en je als fietser niet meer over al die hobbels hoeft te springen. Flitspalen kunnen verdwijnen en niemand hoeft meer bang te zijn op snelheidsovertredingen betrapt te worden. Wellicht zal dat woord over enkele decennia uit de woordenboeken verdwijnen. Laten we slim gebruik maken van nieuwe technologieën!
Nu zijn er natuurlijk altijd liberalen die vinden dat zoiets niet kan. Een inbreuk op de eigen vrijheid. Maar welke vrijheid bedoelen ze dan? De vrijheid om de wet te overtreden? Zover kan het liberalisme toch niet gaan? De vrijheid om baas in eigen auto te zijn? Maar veiligheidsgordels zijn ook ooit verplicht gesteld en ingevoerd. En soms kan een stukje onvrijheid juist veel gevoel van vrijheid geven. Je geen zorgen meer te hoeven maken over te snel rijden, dat moet toch een verademing zijn? Je niet meer medeverantwoordelijk te hoeven voelen voor ongelukken in 30km-zones, wat wil je nog meer? In 2007 hebben daar zo’n 1400 ernstige ongelukken plaatsgevonden, waarvan 3 procent dodelijk. Voor een groot deel hoeft dat dus helemaal niet, en de maatregel om dat te voorkomen ligt dus voor het grijpen. Nu alleen de wil nog om er echt iets aan te doen!
Gepost in Maatschappij en politiek
1 reactie »
11 februari 2009
Afgelopen zondagavond stond Sweetweed in het teken van Woodstock. Met al onze vrienden hebben we dan elke zondag een feestavond in de disco. En degene die zich het beste en meest sexy volgens een bepaald thema uitdost kan daar een prijs mee winnen. Robbie is de baas van dit alles en ontvangt nieuwe gasten, Slimmy houdt het scorebord bij en maakt het resultaat van de stemming bekend, Carl bedient de sploder, een soort diamant die aan het plafond hangt en waarin je wat geld kan stoppen en die na verloop van tijd zo royaal uitbetaalt dat hij altijd verlies maakt. Jamie is de dj die graag verzoeknummers draait, waarbij ik graag nummers als Words of mouth van Mike and the Mechanics en Young and free van The Hitman aanvraag. Zelf maak ik foto’s van de dansers, die Robbie dan de volgende dag in de viewer stopt zodat iedereen alles nog eens kan bekijken. Maar het mooiste van alles is natuurlijk de sfeer op zo’n discoavond in SweetWeed. Want hoe virtueel de wereld van Second Life ook mag lijken, gevoelens en ideeën worden er niet minder gedeeld dan in het leven van vlees en bloed.
Robbie had dus de disco – en zichzelf – in hippiestijl omgetoverd en dat deed hij heel leuk voor iemand die nu pas twintig is. Het kostte hem wel wat moeite, want hij wilde per se een beschilderd volkswagenbusje hebben. Maar dat heeft hij gevonden, compleet met woorden als love en peace erop. Ook Carl had er wat moeite mee: hij wilde eerst in een gescheurde spijkerbroek komen, zodat ik hem vertelde dat je dat toen nog niet had, waarop ik hem meenam naar een winkel waar hij een betere outfit met wijd uitlopende broek vond. En Jamie draaide natuurlijk de filmmuziek zodat Joe Cockers With a little help from my friends en Ten Years Afters I’m going home mijn hart deden opveren. Maar het doet me nog het meest dat Woodstock tot vandaag de dag nog lééft, en dat Ang Lee, de maker van Brokeback Mountain, er zelfs binnenkort met een nieuwe film Taking Woodstock over komt. Robbie vroeg nog of ik er geweest was, toen in 1969, zodat ik hem moest vertellen dat dat niet het geval was, maar dat ik wel menig nachtje met die muziek in slaap was gevallen. Dat waren de ‘rookavondjes’ bij Pim, waarna ik altijd bij hem bleef slapen, me door Woodstock of Pink Floyd weg liet dromen om nog even op te schrikken als de band afsloeg, waarbij ik in een klaarwakker moment zeker wist na een paar minuten in slaap te zullen zijn.
Sinds de jaren zestig is het eigenlijk alleen maar bergafwaarts gegaan met de wereld. Ik weet niet of je dat de jaren zestig of de wereld moet verwijten, maar een en ander is er niet vrijer en vrolijker op geworden. Net als nu The Hitmen zongen we indertijd dat we de wereld zouden verbeteren, maar daar is niet veel van terechtgekomen. The times they are a-changin’ zong Bob Dylan, en dat is zeker gebeurd maar je kunt je afvragen of dat wel in de goede richting was. Nu was niet iedereen zo op het verbeteren van de wereld gericht, want de hippies trokken zich er liever van terug, zochten liever een innerlijk ‘omturnen’ dan dat ze maatschappelijk waren betrokken. Ik denk dat ze daarin gelijk hadden, want hoe kun je een maatschappij een positieve wending geven als je niet eerst zelf heel en bevrijd bent geworden? Ik was dan ook niet te vinden bij studentenprotesten, zoals eenheidsgenoot Eduard die graag aan de bezetting van de VU-gebouwen meedeed en daarvoor een tijdje moest brommen in de gevangenis, wat hij laconiek over zich heen liet gaan. En met afschuw zag ik hoe studenten dweepten met Mao en het rode boekje, met de zogenaamde culturele revolutie onder welke vlag cultuur alleen maar vernietigd werd. Nee, ik voelde meer voor de lieve androgyne hippiewereld die uiteindelijk de wereld toch kleuriger heeft gemaakt, een belangrijke spirituele impuls heeft gegeven en veel emancipatie heeft bewerkstelligd. En dat allemaal niet door ervoor te vechten, maar door er gewoon naar te leven.
En dat nu, 40 jaar later een 20-jarige een feestje over Woodstock organiseert zegt dat – hoe diep we ook gevallen zijn – het positieve gedachtengoed van peace, flowers, freedom, happiness niet verloren is gegaan. Want het blijft een wonder dat 500.000 mensen vier dagen lang in vrede en vreugde samenleefden! Zoals er maar één witte raaf hoeft te zijn om te bewijzen dat witte raven bestaan, zo hoeft er maar één alternatief samenleven geweest te zijn om aan te tonen dat zo’n wonder mogelijk is. Door dit weten worden tot vandaag de dag nog altijd mensen bezield, en daar ben ik heel blij mee. Dank je, Robbie!
Gepost in Maatschappij en politiek, Second Life, Uit mijn leven
Geen reacties »
1 februari 2009
Een typisch Nederlandse uitvinding is wel de onbeschoftheid. Wellicht zelfs een Amsterdamse uitvinding. Gisteravond maakten we daar weer eens kennis mee, toen we na een concert in de Westerkerk met lijn 17 mee wilden. Het was druk op de tramhalte, en omdat iedereen door één deur naar binnen moest was dat een heel gedrang. Tegen de rijd dat Vriend en ik op de drempel stonden wilden de deuren steeds sluiten, zodat ik er af en toe een flinke duw tegen gaf om dat te voorkomen.
‘Wilt u ervoor zorgen dat de deuren openblijven?!’ vroeg ik de conductrice die in haar hokje kaartjes controleerde en afstempelde. Want achter mij stonden nog steeds veel mensen op de halte en de schuifdeuren bleven maar op hen inhakken.
‘Heeft u het tegen mij, meneer?’ vroeg ze me.
Ik wist niet wat te antwoorden. Het is, net als ‘Waar bemoei je je mee?’ zo’n domme vraag dat je even uit het veld bent geslagen. Maar intelligentie is ook niet echt het boegbeeld van Amsterdammers, zelfs niet als ze er Surinaams uitzien zoals deze conductrice die op alle strippenkaarten de merkwaardige zone 5701 zat te stempelen.
‘Als niemand dóórloopt moeten echt de deuren dicht!’ riep ze. ‘We kunnen niet wachten op iedereen die er nog aan komt lopen!’
‘Dat krijg je ervan als iedereen door één deur naar binnen moet!’ riep ik.
‘De tram moet wel op tijd rijden!’ werd omgeroepen als excuus om mensen op de vluchtheuvel achter te laten.
‘Ja, deze tram vervoert tijden, geen mensen!’ schreeuwde Vriend.
We waren niet de enigen die zich zo mopperend en roepend lieten vervoeren naar het Centraal Station.
Toen we lijn 17 hadden verlaten, en voor de tram langsliepen werden we nog even door de luid bellende bestuurder van het zebrapad gejaagd. Mmm… toch even het wagennummer noteren: 2072, moet om 22:35 van de Westermarkt zijn vertrokken. Waar nu in de ijzige kou waarschijnlijk nog steeds mensen op de tram stonden te wachten.
‘Ik ga toch klagen hoor!’ zei ik tegen vriend. Maar bij wie? De directie maar meteen aangetekend schrijven? Dat werkt meestal efficiënter en sneller. Maar die neemt het toch voor zijn eigen personeel op. Een wethouder? Gemeenteraadsleden? Wie zal er echt luisteren naar mijn betoog dat service verlenen misschien wel de beste methode is om zwartrijden tegen te gaan? Zodat je niet eens een OV-chipkaart hoeft in te voeren, waarbij je als gechipte varkentjes door smalle poortjes wordt opgedreven?
Zo kennen we Amsterdam weer. Een klein voorval misschien, maar het spreekt boekdelen. Dat gehak van schuifdeuren in de mensenmassa herkende ik zo omdat dat ook vaak bij de metro gebeurt. Daar gaat het ook alleen om omzet, productie, efficiency. Al jaren geleden realiseerde ik me wat GVB betekent: Gemeentelijk Veevervoer Bedrijf. Soms kan je maar beter een taxi nemen in de hoofdstad. En dat wil wat zeggen!
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
3 reacties »
23 januari 2009
Het leukst vind ik het om de wereld zoveel mogelijk zelf te bedenken. Een beetje God te spelen. En nu heb ik het niet over het nog steeds in populariteit groeiende Second Life van bits en bytes, maar over het zogenaamde Real Life van vlees en bloed. Terwijl velen zich afvragen hoe de koningin zich heeft laten oplichten, waarom Feyenoord zijn trainer heeft ontslagen en wie er allemaal op de première van Valkyrie zijn afgekomen, vraag ik mij af hoe ruimte en tijd eigenlijk in elkaar zitten. Hoewel sommige mensen zoals Tony Parsons beweren dat ik eigenlijk helemaal niet besta, ga ik er toch maar even van uit dat dat wél het geval is. Dat er een identiteit is, een ik dat gekenmerkt wordt door zijn eigen plekje in ruimte en tijd. Zo ben ik onder andere te vinden op grofweg 23 januari 2009, 12:25:30 uur, 5°15’52” oosterlengte, 52°17’03” noorderbreedte en 3 meter hoogte. Dat punt in tijd en ruimte is mijn punt en dat zal ook altijd zo blijven.
Dat zou misschien nog wat preciezer kunnen. Moet het bijvoorbeeld precies naar het middelpunt van mijn lichaam wijzen? Of naar het zwaartepunt ervan (omdat ik teveel marshmallows heb gesnoept de afgelopen weken)? Of naar mijn hart omdat daarmee uiteindelijk alles begonnen is, en in eerste instantie alles zal eindigen? Of naar mijn hoofd omdat ik van daaruit de hele wereld en mezelf bekijk, omdat daarin zich iets als bewustzijn bevindt? Ik voel het meest voor het laatste, maar echt bevredigend is dat niet, want wáár zit het dan in mijn hoofd, dat bewustzijn? In mijn pijnappelklier? Of verspreid door mijn hele schedel? En als bewustzijn een soort wolk is, heeft dat dan grenzen of vervloeit het geleidelijk met zijn omgeving? Het is natuurlijk veel verleidelijker om mezelf als mijn lichaam te definiëren omdat dat veel makkelijker concreet te pakken is, maar dan krijg ik toch het gevoel een ongemakkelijke waarheid geweld aan te doen. Want wat heb je aan iets als er geen bewustzijn van is! Niks toch?
Sommige mensen vertellen dat je eigenlijk met je achterhoofd ziet, de visuele hersenschors. En dan nog alles op zijn kop ook. En met je linker hersens zie je alleen je rechter gezichtsveld en omgekeerd. Stimuleer die hersengebieden maar, of krijg maar gewoon migraine, en je ziet letterlijk dat dat waar is. Maar naar mijn beleving zijn de flitsen en beelden die daarbij opgewekt worden niet de echte waarneming. Wat in de hersens gebeurt is maar een bijverschijnsel, een epifenomeen van het echte waarnemen, het bewustzijn dat er achter zit. Zoals ik mij ooit eens in mijn hoofd bevond en in de donkerte ervan naar twee grote schermen zat te kijken: de gaten van mijn ogen. En als alles wat ik zie in mijn hersenen zit, hoe is het dan mogelijk dat ik iets buiten mezelf beleef en niet in mijn schedel? Het object is dáár en ik ben als subject hier, en het is toch eigenlijk een groot mysterie hoe die twee bij elkaar kunnen komen! De enige manier om dat te verwezenlijken is dat ze elkaar aanraken, overlappen, dat mijn bewustzijn zich als het ware even uitrekt naar het object, er letterlijk even contact mee maakt, er één mee is. Misschien mag je dat bewustzijnsverruiming noemen, als een heel alledaags verschijnsel waaraan we wegens zijn gewoonheid nauwelijks aandacht schenken. Bewustzijn op zich leidt al tot verruiming ervan. En zo krijgt mijn ik een steeds grotere sfeer om zich heen, wordt de straal ervan steeds groter en overlapt dat het bewustzijn van anderen. Zo kunnen ook verschijnselen als empathie en telepathie begrepen worden. Niet dat ik dat altijd helemaal zo beleef – ik ben niet verlicht – maar het gaat wel in die richting. In alle richtingen dus.
Zo ook met de tijd. Wat het meest dicht bij me is, is het nu. De afgelopen minuten en uren zijn wat verder van me vandaan, bevinden zich aan de oppervlakte van een ruimere bol om me heen. De afgelopen dagen zijn nog verder weg. Zo lijkt alles uit het verleden heel concreet aanwezig te zijn. Alleen is het één wat verder van me vandaan en daardoor soms moeilijker bereikbaar dan het andere. Maar ook hier kan mijn bewustzijn pulseren, zich verruimen en vernauwen: hoe ver reikt dat wat ik ´nu’ noem? Een fractie van een seconde? Een seconde? Een minuut? Net als het hier iets is dat je net zo groot kunt maken als je wilt, is het nu iets dat zelfs op de eeuwigheid betrekking kan hebben. En het zou me niks verwonderen als bij het verlicht raken of sterven dit soort bewustzijnsverruiming in de tijd plaatsvindt. Het zou verklaren waarom mensen dan hun leven als in een flits voorbij zien gaan omdat eigenlijk alles tegelijk gebeurt. Het verleden komt steeds dichterbij, en dat zou ook kunnen verklaren waarom veel mensen het gevoel hebben dat de tijd steeds sneller gaat, waarom ze steeds meer gisteren als vandaag beleven, en de jaren zo kort lijken als maanden. Vanuit dit perspectief bekeken is de veranderende tijdbeleving, het gevoel van tijdversnelling, geen vloek maar een zegen, de heraut van een nieuw bewustzijn dat de beperkingen van een persoonlijk hier en nu, van een beperkt ik overstijgt. Zodat Tony Parsons uiteindelijk toch nog gelijk krijgt.
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit
1 reactie »
15 januari 2009
Afgelopen maandag is ze´zacht en kalm´ overleden. ´Buuf´, zoals we haar noemden, de buurvrouw die iets verderop in het galerijtje op de derde verdieping woonde. Toen ik in 1987 naar Buitenveldert verhuisde en ze me buiten met een muts op zag lopen, verheugde ze zich in wat jong bloed in het woonblok met veel burgerlijke gezapigheid. Zij was 59, ik 40. Via haar man Jan, die ook met computers hobbyde, kwam ik daar over de vloer. In de gesprekken domineerde hij nogal, zodat ik pas eigenlijk goed contact met Buuf kreeg nadat Jan eind 1991 was overleden. Socialisten waren het, rassocialisten, en ik genoot altijd van hun verhalen daarover. Zelf ben ik nogal antisocialistisch opgevoed, zodat bij hen hele nieuwe werelden voor me opengingen. Ja, Vriend en ik zijn zelfs eens met Buuf naar de Paasheuvel gefietst, waar ze vertelde en vertelde over de gebouwen en wat ze daar allemaal had meegemaakt. Ze toonden me boeken uit haar jeugd die erop gericht waren om de jongeren kennis en wijsheid bij te brengen. Ze vertelde over de bijeenkomsten en de liederen die ze zongen. Het straalde allemaal van een levenslust, enthousiasme en optimisme die je alleen in het socialistische partijleven kon aantreffen. Het was bezield.
Buuf was gul en stopte me af en toe stiekem wat geld toe. Gaf me zelfs een hele nieuwe zitbank, die nog altijd in de woonkamer staat. Want ook in de praktijk was ze socialiste. Ze leidde min of meer de bewonersvereniging, en besteedde het maken van de nieuwsbrief daarvoor graag aan mij uit. Tegelijk zat ik in de ledenraad van bouwvereniging Rochdale – toen nog een gemoedelijke, bijna communistische club – en dat was iets wat Buufs nieuwe vriend Henk ook wel aansprak. Maar intussen veranderden de tijden. Marianne Sint kwam met schuivende panelen en Heerma met de liberalisering van de woningcorporaties. Het waren de jaren negentig waarin alles wat een club, vereniging of partij was opeens een bedrijf moest worden, en als zodanig projectmatig aangepakt en bestuurd diende te worden. Zo ook Rochdale, waar de ledenraad collectief zelfmoord pleegde door – met slechts twee stemmen tegen, waaronder die van mij – voor een fusie te stemmen waarmee ze meteen de grootste corporatie van Amsterdam werd en daarbij haar naam nog behield ook. Bij haar honderdjarige bestaan in 2004 werd de hele ledenraad inclusief partners uitgenodigd voor een reis naar het Engelse plaatsje Rochdale, maar ik zag het niet zitten om met die club in één vliegtuig of hotel te zitten…
Buuf. Haar leven veranderde toen ze in haar blinde enthousiasme over een kleedje struikelde en haar heup brak. Inmiddels woonde ik in Oldegeppel en was vriend Henk haar buurman geworden omdat hij in mijn woning was getrokken. Hij had een fobie voor ziekenhuizen, zodat ik vaak vanuit Oldegeppel naar Amsterdam ben gegaan om Buuf naar de poli te begeleiden. Maar de heup is nooit meer echt goed gekomen. Wellicht maakte ook daardoor haar levensvreugde steeds meer plaats voor verbittering. Ook politiek begonnen we uit elkaar te groeien. Tot dan toe waren we alle drie enthousiaste fans van Pim Fortuyn, maar we trokken steeds uiteenlopender conclusies uit zijn opvattingen. Wellicht heeft ook haar teleurstelling over het socialisme bijgedragen aan de kwaadheid en radicalisering, die er uiteindelijk toe leidde dat we elkaar de laatste jaren niet meer hebben gezien. Maar zo wil ik me Buuf niet herinneren, omdat zij in wezen niet de verbitterde vrouw uit haar laatste jaren was. In haar leven heeft ze het socialisme zien instorten, heeft ze moeten meemaken hoe Kok zijn socialistische veren afschudde en hoe de socialisten gezwicht zijn voor het neoliberalisme. In deze dagen, waarin we geconfronteerd worden met de brokstukken van dat ongebreidelde liberalisme, heeft ze deze wereld verlaten. In mijn gedachten blijft ze op de Paasheuvel dansen en zingen in de zon.
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »