Eindelijk emancipatie!

Date 26 augustus 2007

De in New York wonende en werkende econome en juriste Heleen Mees eist dat hoogopgeleide vrouwen er een baan op na houden van minstens vier dagen in de week, zo schrijft ze in haar recent verschenen bundel Weg met het deeltijdfeminisme! Onder de kop Huisvrouw moet altijd in de verdediging wijden Sandra Donker en Floor Ligtvoet in de Ooi- en Geemlander een halve pagina aan dit onderwerp. Er lijkt een strijd te ontstaan tussen enerzijds ruim 900.000 vrijwillig werkloze vrouwen die liever kinderen opvoeden en het huishouden doen, en anderzijds dames als Heleen Mees en uiteraard het kabinet dat het liefst zoveel mogelijk mensen betaalde banen injaagt. Niet alleen de VOC-mentaliteit, maar ook de WIC-mentaliteit is in de club rond Balkenende, Bos en Rouvoet stevig aanwezig. Want mensen verplicht aan het werk zetten doet sterk denken aan slavenhandel. Dat de kabinetten rond Balkenende nooit echt hebben uitgeblonken qua intelligentie is tot daaraantoe, maar als deze domheid dan ook nog gecombineerd wordt met kortzichtigheid voorspelt dat niet veel goeds.

Om onze collectieve voorzieningen op peil te houden heeft de Sociaal Economische Raad aangegeven dat een arbeidspercentage van 80% noodzakelijk is, lees ik. Terwijl we in Nederland nu nog op het voor Europa bovengemiddelde van 70% liggen. Heleen Mees ziet in de niet fulltime werkende vrouwen ‘een verraderlijk mengsel van traditionele rolpatronen’ die verantwoordelijk zijn voor kapitaalvernietiging, en de Amsterdamse bijzonder hoogleraar Actief burgerschap Evelien Tonkens valt haar bij door thuisblijfmoeders ‘een groot verlies van kapitaal op de arbeidsmarkt’ te noemen. ‘Het is terecht dat hun positie nu onder druk komt te staan.’ Eén argument om hoogopgeleiden aan het werk te zetten is het feit dat er veel gemeenschapsgeld in hun opleidingen zit. Maar misschien getuigt het juist van ontwikkeling als je als vrouw ervoor kiest om minstens een deel van je tijd te wijden aan het opvoeden van kinderen. Misschien is dat wel emancipatie, terwijl Mees en Tonkens – en natuurlijk ons huidige kabinet – ons geestelijk kapitaal willen vernietigen!

Mijn Wijze Tante legt vaak de kern van begrippen bloot door de woorden met afbreekstreepjes te schrijven. Bewust-zijn. Dat gebruik voortzettend zou ik willen schrijven: e-man-cipatie. Want wat ik sinds de jaren zestig van vrouwenemancipatie heb meegemaakt is vaak doorgeslagen naar een overwaardering van manlijke rollen: vrouwen die mannen willen zijn in plaats van voor hun eigen unieke vrouwelijkheid op te komen. Met als gevolg dat er eigenlijk nog nauwelijks echte vrouwen rondlopen omdat teveel van hen teveel van hun manlijke kant laten zien. Kennelijk moeten vrouwen meer doorbreken naar topfuncties en even grote vechtjassen worden als mannen. Natuurlijk moeten vrouwen en mannen gelijke kansen hebben, maar dat wil nog niet zeggen dat mannen en vrouwen hetzelfde zijn. Jammer eigenlijk, want in de jaren zestig leken de jongeren qua sekse een beetje naar elkaar toe te groeien, leken de eerste stappen naar de androgyne mens gezet te worden. Jongens durfden er vrouwelijker bij te lopen, meer sexy en bloot, zeker in hippiekringen, waarbij ze niet meteen als een nicht werden bekeken. En meiden kwamen er door de emancipatie aan toe hun manlijke kanten te ontdekken, wat dus helaas nogal is doorgeslagen.

Misschien is het bovenstaande voor Germaine Greer wel gesneden koek. Ook zij bekritiseert het gegeven dat mannen niet aan hun vrouwelijke kanten willen toegeven, bijvoorbeeld omdat ze te weinig voor kinderen willen zorgen. Volgens Wikipedia kiest ze ook voor de ‘emancipatie van de man, de bevrijding van zijn mythische last van superioriteitsgevoel.’ Zij is de cultuurfilosofe als het gaat om vrouwen- en mannenrollen in de samenleving. Een paar jaar geleden liet ze haar boek De Jongen het licht zien. Hierin ‘verzet Germaine Greer zich tegen de overheersende rol van de vrouwelijke schoonheid in de kunst en de media in de afgelopen periode,’ lees ik op de achterflap. ‘In de eeuwen ervoor was het juist de man, en dan met name de opgroeiende jongen, die het schoonheidsideaal beheerste.’ Helemaal mee eens, en dat niet alleen verstandelijk. Zeker als ik de 256 pagina’s met foto’s doorbladerend geniet van wat voor mij schoonheid is.

Maar intussen zijn er anno nu nog nauwelijks echte vrouwen te vinden, en dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Vandaar dat ik blij ben dat nu de thuisblijfmoeders zich emanciperen, dat er vrouwen zijn die het recht opeisen om vrouw te zijn. Die zo op hun eigen wijze bijdragen aan de samenleving. Door er voor hun kinderen te zijn. Door ze niet als een product te beschouwen dat je vanuit de auto in de crèche of de school kiepert, een snelle maaltijd door de strot jaagt of achter de computer ploft om even van ze af te zijn. Kinderen, die eigenlijk veel te lastig zijn omdat ze aandacht willen hebben. Wat ze niet krijgen omdat er geld verdiend moet worden voor een tweede auto, een derde vakantie en een vierde breedbeeldtelevisie. Ik durf niet echt te denken aan de maatschappelijke gevolgen als deze jeugd opgroeit. Want jeugd wil aandacht. En terecht. Is het niet goedschiks, dan maar kwaadschiks.

Mijn moeder was er altijd als ik thuiskwam. Niet dat ik daar altijd even blij mee was, maar ze was er tenminste. Er werd gepraat onder het eten. En met mijn vader deed ik samen de afwas, het ideale moment om te vertellen dat je homo bent. Hoe dat laatste tegenwoordig moet is me trouwens onduidelijk, nu iedereen een afwasmachine heeft. Met mijn moeder ging ik nog wel eens wandelen langs de Sloterplas. Ze kookte uitgebreid en haar gehaktballetjes en rosbief zijn altijd de lekkerste gebleven die ik ooit gegeten heb. Ze had tijd en aandacht voor me. Een beetje teveel tijd en aandacht, dat moet ik toegeven, zodat het niet altijd pais en vree tussen ons was. Hoewel ik in mijn studententijd wellicht verlangd heb naar het gebrek aan aandacht dat veel ouders van nu voor hun kinderen tentoonspreiden, ben ik toch blij dat erg veel vrouwen zelf beginnen in te zien dat emancipatie iets anders is dan een man willen zijn.

Energie zat!

Date 17 augustus 2007

Er is energie zat! Na het lezen van een artikel van Benjamin Adamah De zee van energie waarin de Aarde drijft in Prana 159 kan ik niet tot een andere conclusie komen. Nikolas Tesla (1856-1943), uitvinder van onder andere transformatoren, het wisselstroomnetwerk, de tl-buis en de radio, heeft ooit zijn auto laten rijden op ‘koude stroom’, energie die uit het niets wordt opgewekt. Uit het niets? Nou ja, uit dat wat wij doorgaans ‘niets’ noemen: het vacuüm, het kwantumveld, het akashaveld dat nulpunt- of tachyonenergie bevat, het Veld waarover Lynne McTaggart haar beroemde boeken heeft geschreven. Dat deze energie niet gebruikt wordt hebben we alleen te danken aan de ‘officiële’ wetenschap, die gesponsord wordt door de superindustrie en de overheid. Want uiteindelijk gaat alles om de olie, de farmacie, de telecom en de wapenhandel: daar liggen volgens Adamah de grootste belangen. Gelukkig heeft de telecom-industrie ook het internet geschapen, en dat had ze dus niet moeten doen. Want als er iets is dat de open wonden blootlegt en mensen onafhankelijk maakt van de vaak gecensureerde en gemanipuleerde massamedia, dan is dat wel het internet. En daar mogen we best dankbaar voor zijn!

Ik hoor wel eens zeggen dat de olievoorraden lang niet zo groot zijn als ons wordt voorgespiegeld. Dat ze over een paar jaar zijn uitgeput. En als ik de aarde was, dan zou ik de parasiterende mensheid ook geen energie meer geven. Want er wordt toch alleen maar van me geprofiteerd, en een beetje liefde, aandacht of respect voor mij is kennelijk te veel gevraagd. Als de aarde zou zeggen: ‘Mensheid, bekijk het maar!’ dan kan ik haar niet echt ongelijk geven. Maar diep in het geheim, verborgen in het niets, is juist de oplossing van het energievraagstuk te vinden! Als we afzien van grootindustriële financiële belangen, als de macht van niets ontziende wereldleiders is gebroken, als wetenschap weer wetenschap wordt, als we eigenbelang inruilen voor collectief belang, als we meer rekening houden met de aarde en alles dat daarop leeft, kortom als we wat minder ego hebben, dan geeft niet alleen de aarde, maar zelfs de hele kosmos ons energie in overvloed. Uit het niets. Energiegebrek is alleen een kwestie van mentaliteit. Als die morgen verandert, dan zijn overmorgen alle problemen de wereld uit. Als het daarvoor te laat was zouden we er nu niet meer zijn. Als er geen kansen meer waren zouden we nu niet meer leven. Wie uitput zal uitgeput worden, maar wie dankbaar aanvaardt zal onder geschenken bedolven worden.

Milieuzwendel

Date 7 augustus 2007

Een paar dagen geleden naar The great global warming swindle gekeken. Een voor de Engelse televisie gemaakte film van Martin Durkin, waarin ernstige kritiek wordt gegeven op An inconvenient truth van Al Gore. Volgens laatstgenoemde moeten we veel voorzichtiger omgaan met de uitstoot van CO2 omdat door het broeikaseffect de aarde dramatisch dreigt op te warmen met alle gevolgen van dien. Maar volgens de wetenschappers in de Engelse film is er sprake van natuurlijke fluctuaties van de temperatuur en hebben wij mensen nauwelijks invloed op de klimaat. Zo staan Gore en Durkin tegenover elkaar en beweren beide de waarheid in pacht te hebben en grote groepen wetenschappers achter zich te hebben staan. Word er maar eens wijs uit als de ene wetenschapper de andere tegenspreekt. De enige conclusie die je dan kunt trekken, is dat wetenschap ook niet alles is. Dat wetenschap misschien zelfs ook een geloof is, net als alle andere geloven. Geloof dat er niets anders bestaat dan het zichtbare en het rationele. Geloof in statistische en objectieve bewijsvoering. Geloof dat je alleen met bewijzen anderen kan overtuigen. Wetenschap is verworden tot een meten is weten, waardoor de onmeetbare ziel van het bestaan buiten spel is gezet.

Met argumenteren komen we dus niet verder. Net als in het dagelijks leven geeft dat misschien even rust in de brouwerij, maar op langere termijn lost dat niks op. Een overtuiging is namelijk niet iets dat je rationeel op een ander kunt overbrengen, maar iets dat moet groeien en dat alleen maar kan groeien als je respect hebt voor die ander – hoezeer je het ook met hem oneens bent. En terecht, want overtuigingen moeten uit het diepste zelf komen, pas dan zijn ze echt en houdbaar. Mensen willen zich niet laten overtuigen, ook wetenschappers niet, en daarin hebben ze groot gelijk omdat iedereen recht heeft om in zijn eigen tempo te groeien en daarbij het voedsel te zoeken dat het beste bij hem past. Je kan niemand overtuigen als hij zich niet wil laten overtuigen en dat is soms terecht en soms niet.

Omdat we niet wijs worden uit alle argumenten voor en tegen, is het misschien zinnig om eens te kijken wat er op dieper niveau aan de hand is. Wat zijn de belangen van beide partijen? Of sterker nog: op welke manier praten ze over het onderwerp? Wat zich hier laat vertalen als: hebben ze respect voor de aarde met haar milieu, zijn ze bereid om te luisteren? Of menen ze nog steeds dat de aarde er alleen maar is voor hun eigen gewin, dat zij er is om te exploiteren, om gebruik van te maken? In andere woorden: voelen mensen zich verbonden met de aarde of niet? Is een boom iets dat je rücksichtslos om mag hakken als hij in de weg staat, je auto bevuilt of je zonlicht ontneemt, of is een boom iets dat je waardeert omdat ze je zuurstof levert en koele schaduw biedt onder de – zeker in de toekomst – felle zon? Waartegen je even ‘sorry’ zegt als je hem toch moet omhakken? Heel kort samengevat: is de aarde een subject of een object?

Ik zie dat mensen veel te vaak met de natuur omgaan alsof die uit objecten bestaat, een soort bezit dat je mag gebruiken zoals je dat zelf goed uitkomt. Kijk naar de manier waarop sommigen hun winkelwagentjes volladen en bij de kassa hun etenswaren zo hard op de band smijten dat zelfs de laatste levensgeesten die er nog in zitten ervan op de vlucht slaan. We moeten ons wel kogelrond eten om nog wat voedzaams binnen te krijgen! En dat allemaal omdat we de aarde uitbuiten, exploiteren, leegzuigen, geen respect meer hebben voor de grond waaruit we allemaal zijn ontstaan. Meer dan ooit is de mensheid haar wortels kwijt. Het is het gebrek aan respect en liefde voor de aarde dat ik mis bij veel tegenstanders van Al Gore. Wat ik vaak bij hen beluister is dat ze eigenlijk blij zijn dat er niets aan de hand is. Dat Schiphol verder mag uitbreiden… Dat ze weer in hun SUV kunnen stappen. Dat ze gewetenloos door kunnen gaan met de aarde te bevuilen. Wat ik bij hen voel is geen liefde maar ego: liever dan zich met moeder aarde, de natuur en zijn medemens te verbinden zijn deze mensen hoofdzakelijk uit op eigenbelang. En dat zorgt ervoor dat ik juist voor Al Gore kies.

Juinensch simplisme

Date 6 augustus 2007

Genoten van de Media Experience, de interactieve tentoonstelling over de media in Beeld en Geluid ofwel de Verfdoos op het Mediapark in Hilversum, die tot negen uur ’s avonds geopend is. Met een gechipte ring om je vinger kun je op diverse plaatsen inloggen om te experimenteren met jezelf als nieuwslezer, belichter, regisseur, cameraman, presentator en wat niet al. En het resultaat kun je thuis nog eens bekijken omdat er dan een keurig e-mailtje gearriveerd is met verwijzingen naar je eigen kunsten. Maar er is veel meer te zien, zoals oude televisieprogramma’s zodat ik stond te schaterlachen bij de beroemde sketches van Wim Kan waarin hij Den Uyl en Van Agt parodieert. Maar je kunt er ook decors, attributen en kostuums bewonderen, en eigenlijk blijven er weinig geheimen over medialand bewaard als je alles bekeken en ervaren hebt. Als dat mogelijk is, want een dag blijkt heel kort te zijn, zelfs al je vergeet te eten en te drinken terwijl je rondwaart in deze illusiefabriek. Met uitzondering van het nieuws, de actualiteitenprogramma’s en documentaires, wordt hier een overweldigende virtuele werkelijkheid geschapen en kun je genieten van de toverkunsten die vooral door de digitale techniek mogelijk zijn geworden. Hoewel ik soms wel wat teveel werd overdonderd door al het beeld en geluid dat over me werd uitgestort, kreeg ik er niet genoeg van en was er tegen negen uur tijd tekort om de Fabeltjeskrant nog uit te zien…

Onder de naam En wel hierom! is er een aparte tentoonstelling gewijd aan Koot en Bie. Daar genoot ik van de Vieze Man, die een pond bonbons wil kopen, maar er eerst eentje proeft. Wat er twee worden omdat hij hem per ongeluk doorslikt, waarna hij uiteindelijk besluit dat de bonbons zo hartstikke vies zijn, dat hij er bijna van moet overgeven. Wat de verkoopster keurig knikkend voor kennisgeving aanneemt: smaken verschillen nu eenmaal! Ik ga ze allemaal kopen, die dvd’s van dit onvergetelijke stel waarop ik gewoon verliefd ben. Op een vouwblad staat – graties – De nieuwe beginselverklaring van het Simplisties Verbond afgedrukt. Artikel 1: ‘Het Simplisme is de levensovertuiging die tracht leven en wereld te benaderen met simplistische vermogens.’ Artikel 4: ‘Het Simplisme signaleert en bestrijdt zoveel mogelijk lulkoek.’ En iets verderop onder de formulering van het doel: ‘Iedereen wil meer. Het Simplistisch Verbond wil minder.’ Waaruit blijkt dat het simplisme meer dan ooit een plaats in onze samenleving verdient. Want het is juist de decadente mentaliteit van het meer, meer, meer waaraan onze samenleving hard ten onder gaat.

Elders op dit blad staat de mededeling dat ik speciale mobiele edities van de Juinensche Courant kan bestellen door ‘JUINEN’ te sms’en naar 4443 (50 cent). Dat lijkt me wat, en na dat gedaan te hebben vertelt mijn mobieltje dat er een dienstbericht is ontvangen. ‘Please wait for the link. If it does not arrive, download the product manually at www.dl2.mobi,’ wordt in goed Nederlands geadviseerd. ‘Enter code BD66A161,’ en omdat er verder niks gebeurt moet ik dat maar proberen. Eerst ben ik nog zo dom om op mijn pc naar die website te gaan, maar bij het openen van die site wil het bestand 7qggl58w gedownload of geopend worden, iets waar ik noch mijn computer iets van begrijpen. Je moet het ook op je mobieltje downloaden, suffe Satyamo! GPRS, weet je nog wel? Iets met t–zones! Ik doe mijn best, en na veel gezoek beland ik bij sharewire.net waar ik de brand van mijn mobieltje moet opgeven. Nokia dus. En dan het typenummer. Even kijken. Staat er niet op, hoe kom ik daar nu al GPRS’end achter? Sneller is het om in mijn hangmappenla te gaan rommelen, zodat ik toch nog online voor de 3120 kan kiezen. Nee dus, want die staat er niet tussen. Eigen schuld, want ik heb het toestel alweer bijna 16 maanden, zodat het allang via de schroothoop in het milieu had moeten verdwijnen. Ander type van de 31xx-serie proberen. Leeg scherm. Reset. Of: ‘Bestand te groot’. Ja, dat was wel 82 kB, maar mijn mobieltje zegt dat toch nog 428,8 kB vrij is. Ik geef het op. Geen Juinensche Courant dus voor mij. Zat deze krant vroeger gratis bij de VPRO-gids, nu is het knap ingewikkeld geworden om de Juinensche Courant te bemachtigen. Hier ligt een mooie taak voor het Simplistisch Verbond!

Liedjes schrijven

Date 28 juli 2007

In mijn studententijd waren mijn gitaar en ik bijna onafscheidelijk. Dat begon al in mijn eerste studiejaar met mijn verliefdheid op Arjen, die zelf liedjes componeerde. ‘Dat kan ik ook,’ dacht ik. En dat kon ik ook. Al snel had ik een tweedehands gitaartje gekocht en maakte ik mijn eerste melodieën en teksten. In het Engels, want zo hoorde het in de jaren zestig. Hoewel ik ook Drinklied 198 schreef tijdens het genot van een halve fles whisky bij een medestudent op de gelijknummerige studentenflat in Amstelveen – het enige lied waarvan ik later veel hoofdpijn kreeg en moest kotsen. Die Nederlandse liedjes werden vaak iets oubolligs, hoewel Ik wil je versieren elke toets der kritiek kan doorstaan. Ik heb altijd geloof gehad in mijn liedjes. Gewoon omdat ze goed waren, hoe klungelig ik ze soms ook speelde en zong. In die jaren hing een explosie van kleurige creativiteit in de lucht, en als je iets bijzonders meemaakte was het eigenlijk doodnormaal dat je er een liedje over schreef. Dat verwachtten de anderen zelfs, en zo gebeurde het ook vaak. Toen ik er zes had gemaakt begon ik net als Arjen de teksten met akkoorden in een boek te schrijven, en Be aware kreeg de eer om nummer 1 te worden. En zo schreef ik tussen 1969 en 1981 in totaal 123 liedjes. Dat vond ik een mooi getal en na het laatste aan Bhagwan gewijde liedje You are the sun had ik het gevoel dat alles af was. Dat was het dan.

Veel deed ik niet met die liedjes. Het was immers de tijd waarin je vond dat alles moeiteloos uit zichzelf moest gebeuren, en dat alles wat niet spontaan was nooit echt goed kon zijn. Maar wel volgde ik Arjen in het veilig stellen van mijn liedjes door ze keurig bij Buma/Stemra te laten registreren. Zo belandde ik met hem ook eens op een Conamus liedjesbeurs in Heuvelstad, waarvan ik me niet veel meer herinner dan dat iemand een compliment maakte over de geluidskwaliteit. Ik verzweeg maar dat ze gewoon met een Sony TC-366 waren opgenomen. Op de kamer van Hein, waar hij met die spoelenrecorder een echo simuleerde door de band tegelijk op te nemen en af te spelen: de weergavekop bevond zich net iets achter de opnamekop, zodat één van de drie gangbare bandsnelheden de vertraging bepaalde. Mijn vriend de tandarts in spe heeft ook opnames gemaakt toen ik op 22 december 1971 met Beautiful boy Pim en pianist Dio in de sociëteit van Uilenstede speelde. En in een lege Augustinuskerk zette ik Harro’s orgelspel voor The chapel of light op de band, waarvoor Gert en ik achter een harmonium een keurige partituur hadden gemaakt. Daar zong ik later de tekst overheen, wat tot een nogal amateuristisch resultaat leidde. Maar je blijft toch voelen dat het een mooi lied is.

Rond de eeuwwisseling ben ik al die oude opnames eens gaan digitaliseren en heb ik zelf mijn eigen dubbelelpee On the road again samengesteld. Met daarop 26 liedjes, waartussen de luisteraar mag uitzoeken met welke nummers de vier kanten begonnen van de twee oorspronkelijke grammofoonplaten, die nooit hebben bestaan. En ik koester mijn liedjes nog steeds alsof het mijn kinderen zijn. Want, zoals gezegd, ik geloof in ze. En tot vandaag de dag zou ik het leuk vinden als iemand of een groep er wat mee zou doen. Daarin sta ik niet alleen, want voor mensen zoals ik bestaat PALM, de vereniging Professionele Auteurs Lichte Muziek waarvan ik al een paar jaar lid ben. Die hebben hun eigen website waarop uitvoerende musici kunnen snuffelen in nog ongebruikt werk van componisten en tekstdichters. Net toen ik lid werd lag die site echter plat, maar Fred Vogels was zo aardig om zeven van mijn liedjes op zijn site Radio Oranje te zetten. Klik daar op Satyamo en je kunt ze meteen beluisteren. Maar sinds kort is de site van PALM weer in de lucht. Tot een paar dagen geleden wist ik dat niet. Daar kwam ik achter door een brief met gebruikersnaam en wachtwoord voor hun site, zodat ik weer eens ben gaan kijken.

Op www.palmnet.nl trof ik zes van de zeven liedjes aan die ook al op Radio Oranje te beluisteren zijn. Alleen het in Saint-Tropez geschreven liefdesliedje Love you all day mist. Het is een nogal artistiek vormgegeven website waar je, na het klikken op ‘Visit the shop’, in een winkel belandt. Na het wegklikken van een klein welkomstscherm kun je bovenaan in verschillende rubrieken zoeken. Klik daar eens op ‘Pop’, en na een paar seconden verschijnt onderaan een afspeellijst, waartussen zich drie liedjes van mij bevinden, die te beluisteren zijn door op het afspeelknopje rechts te klikken. Zoals Mary Jane, dat enkelen heeft doen geloven dat ik tóch van vrouwen hield, maar dat in werkelijkheid ging over het marihuanaplantje dat ik kocht op de boot van Kees Hoekert in Amsterdam. Voor details hierover verwijs ik naar de rubriek ‘Lyrics’ in deze winkel, waar alle bijbehorende teksten te vinden zijn. Verder is hier On the road again te beluisteren, een herinnering aan de lange tochten met Pim in zijn 2CV naar de kop van het uitgestrekte Denemarken. En Sugar Boy’s and Candy Girl’s farm, waarvan de muziek tijdens een jamsessie met Arjen en Sjoerd is ontstaan, een wonderbaarlijk moment waarop uit verschillende gitaren tegelijk dezelfde nog nooit eerder gehoorde melodie oprijst. Drie andere liedjes zijn door de webmaster onder de rubriek ‘Pop Ballad’ geplaatst. Daar vind je Do you know what it means to me, een liefdesliedje voor Pim, dat door Hein werd gezongen toen we najaar 1971 op zijn kamer die opnames maakten. De andere twee liedjes zijn van eind jaren zeventig. Flowers you wear gaat over een jeugdige wetenschappelijk medewerker waarop ik opvallend heimelijk verliefd was, en One minute friends vertelt over het luie strandleven, waarin één kort oogcontact meer zegt dan boekdelen vol woorden.

Twaalf jaar liedjes, waarvan ik er nog veel meer op Palmnet ga plaatsen. Liedjes in de sfeer van de jaren zestig, waarin creativiteit de normaalste zaak van de wereld was. Omdat ik mezelf niet meer als popmuzikant door stad, land en wereld zie trekken, stel ik ze graag beschikbaar aan anderen die feeling hebben met de sfeer en de wereld waarin deze liedjes geboren zijn. Serieuze maar toch speelse belangstellenden kunnen me een e-mail sturen. Laat de jaren zestig herleven! Erna is alles, maatschappelijk gezien, toch alleen maar bergafwaarts gegaan! Want waar is de sprankelende zonnigheid gebleven, het vertrouwen, de hoop, de levenslust, de kleurigheid, het protest, de vrolijkheid, de liefde? Luister en huiver!

Nieuwe computer

Date 25 juli 2007

Vorige week heeft Pymander een nieuwe computer gebracht en gedemonstreerd. Opnieuw met mijn trouwe Windows XP. Voor mij nog geen Vista, waar de verbeteringen meer om vorm dan om inhoud lijken te gaan. Daarmee wacht ik nog een jaartje tot dit besturingssysteem wat volwassener is geworden. Maar dan is mijn computer daar wel klaar voor! Er zit nu een dual core-processor in, wat betekent dat je naast zware applicaties rustig nog wat andere dingen kunt doen zonder dat je merkt dat de computer overbelast is. Het duurste onderdeel is een NVIDIA GeForce 8600 GTS grafische kaart, en Pymander demonstreerde me deze met filmpjes van Futuremark waarin een ruimtestation wordt belegerd, dwaallichtjes door een bos zweven en het monster van Loch Ness vanuit een ballonvaartuig wordt beschoten. En dat zijn geen tekenfilmpjes, want alle beelden worden real time ter plekke gecomponeerd. Daar staat mijn verstand bij stil, want van alle 1.310.720 pixels op het beeldscherm moet per seconde een tig aantal keer worden berekend wat het worden zal, rekening houdend met bijvoorbeeld de transparantie van de objecten, en met de lichtval, en met schaduwen van wat zich eromheen afspeelt.

Een computer gaat bij mij altijd een jaar of vier mee, en alleen in de zomer schaf ik me een nieuwe aan. Want het is een tijdrovend gebeuren, ook omdat veel programma’s weer geregistreerd moeten worden met installatiecodes en wachtwoorden, die ik gelukkig allemaal ergens in een versleuteld bestand bewaard heb. En dan ben ik nog tijden bezig met het fijnregelen van diverse instellingen in die programma´s. Zo heeft Word de neiging om steeds rode slangetjes te zetten onder woorden die hij niet herkent, en omdat ik meen beter Nederlands te beheersen dan Microsoft schakel ik al dat soort dingen uit. Maar onder welke menu´s is dat allemaal te vinden? Niet onder Spelling- en grammaticacontrole of AutoCorrectie-opties onder het hoofdmenu Extra, maar onder Spelling en grammatica van de keuze Opties onder dat menu, blijkt na veel te lang zoeken. En dan is er natuurlijk nog het terugzetten van bestanden van mijn vorige computer. Omdat de harde schijven steeds groter worden, zette Pymander de inhoud van mijn oude harde schijf gewoon in een map op de nieuwe 500 G-schijf, zodat ik alles weer bij de hand heb. Uiteindelijk was zondag alles geïnstalleerd en draaide de computer als een zonnetje. Alles weer lekker snel, vloeiend, zonder haperen, probleemloos. Nou ja, op een paar details na dan. In het menu start kon ik geen kleine pictogrammen krijgen en Windows wilde niet in de slaapstand. Dus kwam Pymander maandagavond nog even langs. Hij snapte er niets van, want alles werkte perfect toen hij de computer afleverde.

‘Explorer gecrasht! Dat wordt Windows opnieuw installeren,’ concludeerde hij. Daar schrok ik toch wel even van! Moet ik nou straks al het werk van de afgelopen dagen weer overdoen? Vroeger meende ik dat je de meditatieve instelling van iemand het beste kon meten op de stoel van de tandarts, maar format C: is ook een hele goede test! Na een kopie, een zogenaamde image te hebben teruggezet van hoe de computer was toen Pymander hem afleverde, zijn we onderdeel na onderdeel opnieuw gaan installeren om te kijken wanneer hij kuren ging vertonen. En inderdaad: zodra de werksets van mijn HP-printers waren geïnstalleerd ging het een en ander mis! HP, beroemd om zijn goede hardware en belabberde software. Brutale software zelfs, want ongevraagd wordt bijvoorbeeld een HP Share-to-web-map aangemaakt die bijna niet uit je systeem is weg te branden. Kon je vroeger nog wel eens een bedrijf bellen om je uit dergelijke problemen te helpen, tegenwoordig word je onder een neoliberalistisch zoek het zelf maar uit verwezen naar een faq met meest gestelde vragen waarin ik niet echt altijd vind wat ik zoek. Afijn. We wisten waar de fout zat, dus konden we een image die ik een dag ervoor had gemaakt terugzetten om vervolgens alles van HP eruit te gooien en de printers opnieuw te installeren. Zonder werksets, met de laatste stuurprogramma’s die we van het internet hebben geplukt. En toen draaide alles echt als een zonnetje! Moest ik alleen nog wat programma’s die nog niet op de image stonden opnieuw installeren.

Gistermiddag was eindelijk alles opnieuw klaar, dus was het gisteravond weer eens tijd voor Second Life, waar Robbie me gemist moet hebben. Geen internet! Beter gezegd: af en toe een héél klein beetje internet. Soms een mailtje in of uit, of een halve webpagina, en dat was het dan. Lichtjes modem flikkerden nauwelijks. Net als een paar weken geleden lag Planet er weer eens uit. Maar toch twijfelde ik of het niet aan mijn installatie lag. KPN bellen. Niet te bereiken na tien uur ’s avonds. Planet bellen. Niet te bereiken na tien uur ’s avonds. Het zou toch leuk zijn als er ergens een centraal telefoonnummer was dat 24/7 informatie gaf over platliggende internetwerken! Kun je tenminste horen dat de fout niet bij jou ligt maar bij je provider. Maar rond twee uur vannacht begonnen webpagina’s weer langzaam door te sijpelen, dus kon ik in elk geval even naar Second Life om een berichtje voor Robbie achter te laten. Gaf Second Life een melding dat het leven daar plat lag wegens een stroomstoring in San Francisco! Toen ben ik maar met een biertje op bed gaan liggen. In mijn zakcomputertje gekeken wat er deze dagen toch met Uranus aan de hand was, maar kon niks bijzonders vinden. Met het glas in mijn hand op mijn borst moet ik in slaap zijn gesukkeld, want ik schrok wakker van nattigheid op mijn lijf, in de deken en het laken. In de geur van bier ben ik in slaap gevallen. Als er iets is waar ik soms héél moe van word, dan is het van computers, hoe blij ik er ook mee ben…

Oasis

Date 17 juli 2007

In de jaren tachtig kocht mijn Wijze Tante een mooi landhuis in een Belgisch natuurreservaat. Daar hield ze vaak haar weekenden en bijeenkomsten. De laatste jaren is zij daartoe nauwelijks meer in staat, wat niet zo verwonderlijk is als je 99 bent. Geleidelijk hebben we, verenigd in een stichting die haar visie blijft verspreiden, steeds meer werk van haar overgenomen. Zo verzorg ik al een aantal jaren haar tijdschrift De Vuurfakkel voor haar, en hebben Marcel, Vriend en ik dit voorjaar de eerste aanzet gegeven voor een nieuwe cyclus van bijeenkomsten in het onlangs gerenoveerde Oasis, zoals het huis in het bos aan de rand van de heide heet. Zo lieten we mensen de film van Al Gore zien, en een registratie van een toespraak van Eckhart Tolle in Findhorn. En hebben we het afgelopen weekend gewijd aan het boek Aarde’s Levend Lichaam van mijn Wijze Tante, waarbij we de bezoekers niet alleen uit dit uitverkochte boek voorlazen, maar ook oefeningen lieten doen, onder andere door hen met een pendel de grote tuin in te sturen. Want Héél de Aarde is de vlag die boven deze serie bijeenkomsten wappert, en daarbij gaat het niet alleen om kennis van zaken, maar ook om beleving van zaken, echt contact voelen met de aarde. Ook hier moeten hoofd, hart en handen verenigd zijn om iets hogers – beleving, ervaring, bewustzijn – te realiseren. Het gaat niet alleen om kennis van ecologische voetafdrukken en klimaatstatistieken, en om actie in de vorm van alternatieve energie en het planten van bomen, maar ook om voelen, je verbonden weten met de aarde zodat je op een andere manier met haar omgaat.

Vriend, Marcel en ik gaan er meestal al een paar dagen eerder heen. Ook deze keer waren we er vrijdagavond al. Op het dakterras van de Pyramide hebben we heerlijk gegeten, temidden van een dik dozijn jongeren, die rond twee andere tafeltjes waterpijpen zaten te roken. Leuk dat zo’n groep ook gewoon aardig en rustig kan zijn zonder meteen herrie te schoppen. Terug in Oasis heeft Marcel de open haard aangemaakt en hebben we tot drie uur in de nachtelijke stilte zitten bomen over spiritualiteit, verlichting, reïncarnatie en dromen. En nog veel meer. Een steeds terugkerend thema is eenheid. Als alles één is, hoe kan het dan dat er zowel onverlichte als verlichte mensen rondlopen? Hoe kan het dan dat er zowel realiteit als illusie bestaan? Of is de illusie zelf ook een illusie? Ik denk van wel. Maar weet ik dat ook? Ja, er zijn een paar momenten in mijn leven – en misschien wel meer dan ik wil toegeven – waarop ik in flitsen of een wat langduriger extase die eenheid ervaar. En hoewel dat meestal weer verdwijnt, waarmee ik dus per definitie in de wereld van de tweeheid ben beland, is juist dat soort momenten het bewijs dat alles één is. Zelfs al zie ik die witte raaf maar één seconde, dan is dat genoeg om zijn bestaan aan te tonen. Uiteraard ging ik achter die raaf aanrennen, in plaats van rustig te wachten tot hij terug zou komen van nooit weggeweest, maar dat is een ander verhaal. Over dit soort dingen hebben we dus gepraat bij het zacht knappende rode vuur.

Hoe zetten we het werk van mijn Wijze Tante voort? Centraal in wat zij het ‘nieuwe denken’ noemt, staat het denken in analogieën. Dit heeft te maken met het gegeven dat alles zich in alles weerspiegelt, in alles aanwezig is. Iets dat vroeger met een diamant werd geïllustreerd, wat we tegenwoordig met een hologram zouden doen. Het is geen toeval dat het inwendige van een walnoot op hersens lijkt en noten goed zijn voor het denken. Zo eenvoudig en voor de hand liggend is het leven, en de oplossingen voor veel problemen liggen vaak voor het oprapen. Ook voor veel ziektes, want ze heeft vaak gezegd dat het kruid dat je nodig hebt in je eigen tuin groeit. De analogieën komen we ook tegen in de homeopathie. En in het zo boven, zo beneden van de astrologie, die bij haar altijd de wetenschap der wetenschappen is gebleven. Voor mij zijn dit allemaal oerwetten, waarvoor mijn Wijze Tante zich al lang voor de jaren zestig als doorgeefluik beschikbaar stelde. Tot vandaag de dag hamert ze op het alleen naar jezelf luisteren, geen autoriteiten volgen, want na-praten, na-apen en na-volgen zijn bij haar volstrekt taboe. Dus hoe zetten we haar werk voort? Alleen door zelf ook een doorgeefluik te worden voor deze oerwaarheden die naar openbaring smachten, zeker in deze tijd. Door ons te laten inspireren, open te staan, naar onze intuïtie te luisteren. Door het gaan van een weg naar binnen, in het vertrouwen dat uiteindelijk alles goed is zoals het is. Dat er nooit iets helemaal misgaat, zoals mijn Wijze Tante onlangs nog zei.

Op mensenjacht

Date 30 juni 2007

In de loop der jaren lijkt het sadisme in computerspellen alleen maar toe te nemen. Ging het in Grand Theft Auto alleen nog maar om het bloedig doodrijden van andere weggebruikers, in het binnenkort te verschijnen Man Hunt 2 kun je je slachtoffers nog even een oog uitsteken voordat je hen vermoordt. De politiek wil het spel verbieden. Velen vinden dat betutteling. Zo ook Frans Pollux in de Ooi- en Geemlander van vandaag. ‘U dient getekende figuren om te brengen. Hoe gruwelijker, hoe meer punten u krijgt,’ vertelt hij over het spel. ‘Als u daarentegen snapt wat computergames, boeken of films zijn, als u begrijpt dat poppetjes op uw scherm bestaan uit pixels en niet uit vlees en bloed, zult u aanmerkelijk minder geraakt worden door de verschrikkingen van Manhunt 2.’ Nou, dat begrijpt de betuttelende Frans hier zélf kennelijk niet, want wat heeft het voor zin om een spel te spelen als je er niet door geraakt wordt? Geef toch toe, Frans, dat je geniet van de donkere kanten die we allemaal in ons hebben. Dat je het heerlijk vindt om hier je sadistische neigingen verder uit te leven om vervolgens, om het in je eigen woorden te zeggen, probleemloos terug te stappen in je rol van vriendelijke vader of puber. Ik zal ze in de gaten houden, die vriendelijke vaders en pubers!

Bij de toch al dubieuze website Geenstijl.nl zijn nog minder normen en waarden te vinden dan in het kabinet Balkenende. Daar schrijft iemand die zich Prof. Hoxha noemt: ‘Manhunt 2 is een spelleke. Ies hoax, nep, tekenfilmbeelden en horror. Ga in godesnaam wat nuttigs doen. Of beter nog: val gewoon dood met je betutteling. Echt, vleeshaak in de nek en hoofd op het aambeeld en doodgaan…’ Mohamed B. kan het niet beter verwoorden. Ook hier weer het geluid van: het is maar een spelletje. In de veronderstelling dat de speler weer tot rust zal komen, nadat hij zijn sadistische driftleven heeft laten uitrazen. Dat die spellen de agressie kanaliseren, en zo voorkomen dat die in het werkelijk leven wordt geuit. Ik zet daar vraagtekens bij, want dan zou er een verband zijn tussen het sadistisch gehalte van computerspellen en het vredelievende gedrag van jongeren. Maar daar zie ik weinig van. Eerder het tegendeel. Maar zo’n argument zal zonder meer worden omhelsd door de ontwerpers van deze spellen, die zo hun games steeds sensationeler en sadistischer kunnen maken. Kassa! Je kunt bijna wachten op computerspellen als Snuff Slaughter en Cannibal Kitchen. O help, laat ik hen nou niet op een idee brengen!

Dat gedachten krachten zijn en dat beelden scheppend zijn, is iets dat nog veel te weinig wordt onderkend. Of je het nu met Rupert Sheldrake morfogenetische velden, met Ervin Laszlo het A- of Akasha-veld, of met Lynne McTaggart eenvoudig Het Veld noemt, maakt niet zoveel uit. Laat ik het gewoon astrale velden noemen. Ik ben er heilig van overtuigd dat elke gedachte aan zo’n veld bijdraagt. Een van de klassieke voorbeelden is dat de eerste die de puzzel in de krant oplost, het daar het moeilijkst mee heeft. Het is de moderne versie van ‘Het woord is vlees geworden.’ Gedachten en beelden zijn niet meer vrijblijvend, niet echt privé maar dragen bij aan een collectief gedachteveld, en hoe sterker dat veld geladen is, hoe meer het verstoffelijkt, concreet wordt. De meeste mensen zijn zich niet van hun eigen krachten bewust, maar dragen zo toch bij aan het wel en wee van deze wereld. De bedenkers en spelers van dit sadistische vermaak zijn daarom medeverantwoordelijk voor oorlog en agressie op onze planeet. En wat mij betreft is een bedrijf als Rockstar Games dat Man Hunt 2 produceert even dubieus als een wapenfabriek.

Homo ludens

Date 29 juni 2007

Eerlijk gezegd voel ik me altijd een beetje verneukt door dat klaarkomen. Ik bedoel: lange tijd heeft mijn lichaam gesnakt naar iets wat het niet heeft gekregen. Die heerlijke tinteling over mijn hele lijf, dat vibrerende leven dat me helemaal doordrenkt, wat wil het anders dan mij van binnenuit opbranden, ontsteken, in extatische vlammen laten opgaan? Alsof ik steeds probeer mijn lichaam aan God, de kosmos, de ander te geven, een absolute overgave nastreef, wat achteraf steeds op niets uitloopt. Wat overblijft is een beetje schaamte om mijn eigen domheid en verspilling van tijd en energie. En sticky fingers, wat een gedoe!

Ik geloof dat ik raar in elkaar zit. Dat ik gay, vrolijk ben is tot daaraantoe. Maar wat velen geil vinden zegt me niks! Het woord alleen al! Ik kan tijden naar seksfilms zitten kijken zonder ook maar in het minst opgewonden te raken. Hoewel ik bij tijd en wijle best een plakje salami of een halve Hema-worst op prijs stel, heb ik toch iets met vegetarisme. Ik bedoel: wat moet ik met al die vleeswaren op het scherm? Alsof we alleen maar lullen zijn! We zijn toch veel méér dan dat? Waarmee ik niet wil ontkennen dat ik van spannende broekjes en slipjes hou, maar daarvan blijft niets over als er geen benen onder zitten en geen romp bovenuit komt. Ook wil ik niet ontkennen dat een pik in de aanval mooi kan zijn, integendeel zelfs, maar dat wil nog niet zeggen dat je hem maar meteen ongeduldig overal in gaat proppen. Dan blijf je bezig…

Een van mijn eerste liedjes heette My Sexual Confession, en daarin vond ik niet alleen het onderscheid tussen hetero, homo en bi onzinnig, maar pleitte ik ook voor het kosmisch orgasme. Jaren zestig dus, toen ik het eigenlijk met alles wilde doen. En later herkende ik ook veel in verhalen van Osho, waarin hij seks als één van de wegen naar verlichting zag. Tantra. Toen ik in 1990 alleen door India reisde bezocht ik ook de tempels van Khajuraho, die versierd zijn met duizenden liefdesparen. Ze getuigen van seks die niet ordinair of plat is, maar blij en onbevangen. En dat is iets dat we in het Westen missen, waar we zo bloedserieus met seks omgaan, terwijl het ook een licht en vrolijk spel kan zijn.

Een spel om het spel, niet om het doel ervan. Daar zijn homo’s inderdaad goed in, en waarschijnlijk heet deze homo ludens daarom gay. Zelfs het klaarkomen is voor hem een spel. Daar is niks mis mee als je weer eens rust in je zaak wil hebben, maar wél als alles om dat ene moment, om die ene explosie gaat draaien, als het doel belangrijker wordt dan de reis zelf. Liever geniet ik van bijna nietsdoend vrijen en strelen dan van hijgende taferelen. Liever voel ik het leven erotisch tintelen in alle cellen van mijn lichaam, zoals het heerlijk is om naakt langs het strand te wandelen en de zon en het zout in mijn huid te voelen branden. Liever geniet ik van het verlangen dan van het zogenaamde bevredigen ervan, een romantisch smachten naar overgave en eenwording dat fysiek mijn hele lijf doortintelt.

Ja, misschien zit ik een beetje raar in elkaar. Maar ik geniet er wel van!

Gulden Snede

Date 23 juni 2007

De Gulden Snede is een wiskundige formule die kenmerkend is voor wat mooi is, voor wat een ideale verhouding is, bijvoorbeeld tussen de lengte van lijnen zoals die van hoogte en breedte. Die formule is a : b = b : (a + b), ofwel 1 staat tot ongeveer 1,618. Dat deze Sectio Divina een kenmerk van schoonheid van kunst- en bouwwerken is, vindt Albert van der Schoot maar lariekoek. Immers veel van dat moois beantwoordt niet aan die ideale verhouding, zo betoogt deze kunst- en cultuurfilosoof vandaag in de Ooi- en Geemlander. Vanuit zijn functie kan hij echter moeilijk anders: de filosoof is per definitie een denker, terwijl kunst en schoonheid juist veel meer behelzen. Die worden gekenmerkt door een creativiteit die de logica van het verstand overstijgt. Filosoferen over kunst is net zoiets als trachten een muziekrecensie te schrijven door de digitale computerbestanden ervan te analyseren

Toch is tussen kunst en wetenschap wel degelijk een brug te slaan, waardoor iets als kunst- en cultuurfilosofie een bestaansrecht kan krijgen. Maar helaas voor Van der Schoot is die brug nu juist precies datgene dat hij zo verafschuwt: de Gulden Snede. Die koppelt namelijk iets rationeels als een getal aan iets gevoelsmatigs als schoonheid. Maar omdat niet alle ideale kunstwerken zouden voldoen aan deze regel, gooit hij met het badwater veel kinderen van de Gulden Snede uit het raam. Want deze regel zegt niet alleen iets over kunst, maar ook over natuurkunde, biologie en statistiek. En zelfs over de ideale verhouding tussen mensen onderling, zoals bijvoorbeeld bij een bedrijf: de verhouding van werknemer tot werkgever zou dezelfde moeten zijn als die van werkgever tot de gehele onderneming. Dat onze A4-tjes en beeldschermen niet aan die verhouding voldoen zegt niet zozeer dat die regel onzin is, maar eerder dat deze fundamentele wet door onze rationele benadering van de werkelijkheid is ondergesneeuwd.

Er zijn nu eenmaal wijsheden die zo diep in ons verankerd liggen dat velen zich er niet meer bewust van zijn, maar er toch uit gewoonte naar handelen. Een voorbeeld. In de aloude wetenschap van de astrologie wordt de planeet Venus beschouwd als heerseres over schoonheid (het teken Stier) en relaties (het teken Weegschaal). Wat blijkt? Kijk maar naar alle punten van de dierenriem waar Venus in de loop der tijd achter de Zon verdwijnt. Als je die met elkaar verbindt, ontstaat er een pentagram, een vijfpuntige ster. En wat kenmerkt de verhoudingen van de lijnstukken in een pentagram? De Gulden Snede! Waarbij ook vermeld mag worden dat het getal vijf centraal staat in de berekening ervan.

Toen mensen nog oplettend waren en fris om zich heen keken in plaats van de godganse dag half verdoofd naar computerschermen te staren, wisten ze al van deze brug tussen gevoel en verstand, tussen kunst en wetenschap. In onze rationele wereld zijn alle verhoudingen zoekgeraakt. Maar dat kan ook niet anders als je een eeuwen oude brug tussen gevoel en verstand voor lariekoek uitmaakt, in plaats van je diep te verwonderen over hoe zich in het mysterie van de natuur tijdloze wetten manifesteren. Het is opvallend dat in onze samenleving – zeker in de laatste jaren van het neoliberalisme – al het gevoel voor verhoudingen is zoekgeraakt, terwijl men ook de Gulden Snede uit het oog is verloren, niet meer toepast of zelfs de waarde ervan ontkent. Niet minder opvallend is het trouwens dat een cultuurfilosoof een dergelijk verband ontgaat.