5 augustus 2008
Toen we op het Waterlooplein uit de tram stapten werd ik overspoeld door een golf van ontroering. Want zoveel mensen en zo´n feestelijke en ontspannen sfeer onder de zon had ik niet verwacht. Alsof er echt wat te vieren viel, alsof deze wereld echt blij was met homo´s en lesbiennes! Een half miljoen bezoekers, die er niet voor terugdeinsden om te laten zien waar ze voor stonden: dat acceptatie van homoseksualiteit enerzijds een wezenlijk deel van onze nationale identiteit is, maar anderzijds nog veel bevochten moet worden. Alleen al de vele discussies over de Gay Pride tonen de noodzakelijkheid ervan aan. De roze draad daarin is het provoceren waar tegenstanders van de Gay Pride het steeds over hebben. Waarmee eigenlijk gezegd wordt dat homo´s zich netjes dienen te gedragen en niet met hun geaardheid te koop moeten lopen. Elkaar naakt omhelzen en zoenen doe je maar thuis, en niet op een boot. Alleen hetero´s mogen laten blijken dat ze hetero zijn, en zich aldus manifesteren op straat en tijdens het werk. Dat is de meerderheid en daarmee de norm. Vrijwel nooit zie je jongens elkaar omarmen en zoenen op straat, of hand in hand lopen, zoals hetero´s dat doen.
Vandaag dus wel! Wat een opluchting! Vriend vond een plekje achter het stadhuis waar we goed uitzicht hadden op het water en na twee uur wachten kwamen de eerste boten langs. De veelbesproken minderjarigen, gevolgd door een boot met hun ouders om te laten weten dat ze achter hun kinderen staan. Een boot met moedige caribbeanen, want die gebieden zijn niet het meest homo-vriendelijk. Een boot van de gemeente Amsterdam met een uit Madame Tussauds gestolen burgemeester Cohen als boegbeeld. In de juryboot de veelbesproken minister Plasterk, die van de ChristenUnie daar eigenlijk niet had mogen zijn. Een boot met christelijke homo´s om wat tegenwicht te geven. Boten met diverse soorten homoclubs en verenigingen, het Aids Fonds, diverse omroepen, dancings en wat niet al. Zelfs Lucky Luke (zonder sigaret) en de vier Daltons, waarvan ik me trouwens nooit heb kunnen voorstellen dat deze seksloze figuren homo zouden kunnen zijn. Boten uit het bedrijfsleven, want ook daar is het niet altijd even gemakkelijk om homo te zijn. Personeelsfeestjes en zo.
Wat dat betreft heb ik het indertijd niet slecht getroffen bij de Amrobank, waar ik midden jaren zeventig werkte. Op onze afdeling wist iedereen ´het´ wel van de ander, en was het opvallend dat de mooiste jongens het langst aan de tafel van de chef moesten aanschuiven. Op een andere afdeling had ik de grootste lol met een lesbische collega, en dan heb ik het nog maar over twee afdelingen gehad. Ja, de Amrobank was best roze in die tijd, maar misschien kwam dat ook vanwege de plek van het gebouw aan het Rembrandtplein. Na afloop gingen we soms naar de Amstel Taveerne, de plek waar mijn liedje Ik wil je versieren zich eigenlijk afspeelt.
Het was de tijd waarin ik het meest bij de homoscene betrokken was. Vrijwilligerswerk deed in een voorlichtingsgroep van het COC. Met vriendje Cor aan een demonstratie tegen Anita Bryant meedeed. Toen kwam ik nog wel eens in De Schakel, maar ook in dancing De Viking in de vanouds roze Reguliersdwarsstraat, waar ik voor het eerst het ingaan van de zomertijd in 1977 meemaakte. Het waren tijden waarin homoseksualiteit nog bevochten moest worden, hoewel het toen toch al wat minder problematisch lag dan begin jaren zeventig, toen ik mijn geaardheid zelfs bij mijn beste vrienden nog moest verdedigen, net zolang tot ze het opgaven. Toen Bhagwan in mijn leven kwam, vond ik daar veel vrienden en kreeg ik minder belangstelling voor de homoscene, die ik toch wat materialistisch en oppervlakkig vond. Wat je natuurlijk ook van de theaterwereld kan zeggen.
Het woord gay heb ik altijd heel leuk gevonden, gewoon omdat het vrolijk betekent. Dat kun je met oppervlakkigheid associëren, maar ook met een kinderlijke onbezorgdheid, en met genieten van het leven zoals het is. Alsof liefde en speelsheid meer tot hun recht komen als er geen verantwoordelijkheid voor kinderen gedragen hoeft te worden. Of als de mogelijke komst van kinderen geen al dan niet gewenst resultaat is van het bedrijven van de liefde. De liefde, die een doel in zichzelf heeft. Of seks, waarbij het gewoon gaat om het genieten van lichamelijkheid, iets waarvan ik niet zou weten wat daar verkeerd aan is. Integendeel. Kennelijk zijn dat zaken waar velen het nog moeilijk mee hebben – het ligt nu eenmaal niet in de christelijke, westerse aard om echt van het leven te mogen genieten. Dat is dan ook de gevoelige snaar die een Gay Pride bij velen aanraakt en dan kan het gay-zijn als een way of life provocerend overkomen.
Maar wat is er dan om trots op te zijn? Jezelf durven zijn! En ik ben trots op mijn generatie, op het feit dat wij hiervoor vochten in de jaren zestig en zeventig. En God waarschijnlijk ook, want die wachtte keurig tot de laatste van de bonte stoet van 80 boten richting Oosterdok verdwenen was voordat Hij het liet regenen. Ik heb geen regenboog gezien. Dat hoefde ook niet, want deze Roze Zaterdag was zelf al één grote regenboog, waarmee dat ook uitbundig werd gevlagd! Misschien wel de mooiste vlag, want zij wappert over de grenzen van landen, godsdiensten en seksuele geaardheden.
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
1 reactie »
27 juli 2008
De afgelopen weken hebben Vriend en ik toch nog twee keer tussen de regenbuien door bij vrienden in de tuin gegeten. Eerst bij Nandan en Mandira in Nieuw-Vennep, en eergisteren bij Diana en Erik in Nieuwegeppel. Je hoeft dus niet altijd als een Zwarte Zwadderneel met een regenwolkje boven je hoofd rond te lopen in dit land. Het kan ook anders. Zelfs gistermiddag, toen het noodweer boven het net opgeruimde Zandwijkse marktplein uitbrak, waar we droog onder een luifel van regen en onweer om ons heen zaten te genieten. Heerlijk om in korte broek en shirtje, en met blote voeten in sandalen van de koelte te genieten. Twee jongens fietsten in de regen met glimmend ontbloot bovenlijf voorbij. Zo mag het wat mij betreft ook wel zomer zijn…
De avonden bij vrienden duren te kort en naarmate ik ouder word, word ik ook sneller moe. Stom lichaam, moet een constructiefoutje zijn. Want het liefst zou ik tot het morgengloren doorbomen over van alles en nog wat – de geest blijft jonger dan het lichaam. Met al deze vrienden hadden we het onder andere over democratie, en we waren het in grote lijnen met elkaar eens. Dat het eigenlijk van de gekke is dat de stem van iemand die maar wat roept en niet verder kijkt dan zijn neus lang is evenveel waard is als die van iemand die heel zorgvuldig en weloverwogen naar het stemlokaal gaat. Dat het raar is dat je iets als stemmen mag doen zonder verstand van zaken te hebben. Zoals het ook vreemd is dat politiek bedrijven zowat het enige vak is waarvoor geen diploma is vereist. Wat dan ook duidelijk te merken is.
In elk geval is onze democratie niet datgene wat de Grieken zich er indertijd van voorstelden. Daar hadden vrouwen, slaven en vreemdelingen geen kiesrecht. Die werden geacht geen verstand van zaken te hebben. Daarin waren ze in Athene verder dan wij. Ik bedoel: dat ze vonden dat mensen verstand van zaken moesten hebben. Daarom zou je bij ons eigenlijk eerst een diploma moeten halen om te mogen stemmen. En een leeftijd ver voorbij de puberteit bereikt moeten hebben, want anders grijpen de hormonen naar de macht.
Het is alleen de vraag of de politiek zelf zoiets wil. Want als het stemmende volk werkelijk verstand van zaken krijgt, valt er minder aan mouwen te spelden. Dan worden beloften sneller doorgeprikt, en populistische trucs om stemmen te winnen eerder doorzien. Dan wordt duidelijk dat het vaak om macht, om partij- en coalitiebelang gaat, en veel minder om het belang van land, provincie of gemeente. Wat vooral de laatste jaren tot inhoudsloze partijen heeft geleid, omdat het hen voornamelijk om die macht was te doen, en een visie daaraan ondergeschikt was. Zowel socialisten als liberalen hebben hun erfgoed verloochend. Buuf, mijn buurvrouw in Buitenveldert, kon enthousiasmerende verhalen vertellen over de Paasheuvel en de socialistische jeugdbeweging, maar wat is daar nog van over? En waar zijn de erudiete liberalen gebleven, die hun klassieken kennen en respect hebben voor opvattingen van anderen?
Deze uitgifte van stembevoegdheden is niet precies hetzelfde als wat vaak meritocratie wordt genoemd, waar de macht ligt bij hen die zich op enigerlei wijze verdienstelijk hebben gemaakt. Want ook mensen van wie de verdiensten nog niet zo duidelijk zijn kunnen van een doortimmerde visie getuigen en zo in het bezit van een stembewijs komen. Aan de andere kant zijn er teveel mensen die op basis van hun zogenaamde merites hun gegraai rechtvaardigen, en hen zou ik niet graag aan de macht zien. De merites dienen niets anders te zijn dan een diploma, een getuigschrift, iets waarvoor moeite is gedaan. Tegenover het recht om te stemmen staat de plicht om te weten wat je doet.
Uiteraard kan dit stembewijs, dat niet alleen voor actief maar ook voor passief kiesrecht noodzakelijk is, je ook weer ontnomen worden. Als je handelt in strijd met wat je geleerd hebt. Niet doet wat je beloofd hebt. Profiteert. Mensen misleidt. Je niet aan je afspraken houdt en een ander de schuld geeft van je problemen. Zoals naar Ierland wijzen en roepen dat dat land een probleem heeft in plaats van Europa zelf, om vervolgens tegen alle afspraken in op de oude voet door te gaan met het Europees Verdrag. In dit soort gevallen zou het stembewijs ongeldig kunnen worden verklaard – voor een aantal jaren of levenslang – zodat slechte en onbetrouwbare bestuurders automatisch buiten spel komen te staan. Plato geloofde in een filosoof-koning en in veel oudheden zijn priesters vaak de machthebbers. Ofwel gewoon echt goede mensen. Wellicht kan het invoeren van een stembewijs een eerste opstapje naar zo’n ideaal zijn, kan het zo toch nog wat worden met onze democratie!
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
14 juli 2008
Eerlijk gezegd hebben Vriend en ik een beetje een hekel aan Frankrijk. Vooral sinds de kernproeven op Moruroa in de Stille Oceaan, waarbij dit land zich niets wenste aan te trekken van protest van andere landen en omwonenden van dit atol. Het is ook niet echt een spiritueel land: iets dergelijks bloeit daar alleen maar in de vorm van druiven, maar uit protest hebben we ons het genot daarvan in de vorm van Franse wijn ontzegd. ‘De vorm van het land alleen al,’ kan Vriend mopperen als we het over Frankrijk hebben. Maar ik moet hierbij natuurlijk wel toegeven dat ik ook hele fijne tijden in dat land heb doorgebracht. Eerder vertelde ik al hoe ik bloot in tuinbroek over de zoele zomerse kades van Saint-Tropez slenterde, en zowel met ouders als vrienden heb ik een paar keer Parijs bezocht. Ja, vriend en ik waren in 2001 zelfs nog met de Rozenkruisers in Ussat! En op weg naar Spanje moest je toch meestal door Frankrijk rijden.
Le quatorze juillet! Ik moet dan altijd denken aan die dag in 1973 toen ik met Hein in een rode Fiat 600 uit Spanje terugkeerde. Met knetterende uitlaat reden we door de vredige zomerse korenvelden en we konden nergens van dat kabaal afgeholpen worden want… le quatorze juillet. Uiteindelijk vonden we toch nog iemand die de uitlaat elektrisch kon lassen, zodat de rest van de terugreis wat vrediger verliep. We sliepen ook in die Fiat, in een zomers Van Gogh-landschap met in de morgen het gezang van leeuweriken in de strakblauwe hemel.
De bestorming van de Bastille, het begin van de Franse Revolutie, kort na de Amerikaanse Vrijheidsoorlog. Liberté, égalité, fraternité! De mens die zich losvocht uit de onderdrukking van staat en kerk, uit het misbruik dat van hen werd gemaakt. Vrijheid! In die revolutie liggen belangrijke wortels van onze cultuur, die revolutie kenmerkt een fase waar veel landen in de wereld nog doorheen moeten. Democratie, soevereiniteit van het volk, zelfbeschikking, mensenrechten – allemaal pijlers van onze samenleving die daar een belangrijke voedingsbodem vonden. Met de grondvesten van zowel links als rechts. Van antiautoritaire provo’s en hippies, van het geloof in een Watermantijdperk, maar ook van het liberale gedachtengoed. Van dat alles kan in de loop der tijd het een en ander uit de hand gelopen zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat het vertrekpunt, het oorspronkelijke ideaal verkeerd was.
John Lennon gelooft niet in revolutie. En ik ook niet. Maar zij kan wel getuigen van een ontwaken van een nieuw bewustzijn. Want je kan van Frankrijk vinden wat je wilt: dat is er wel gebeurd! 14 juli zou een mooie dag zijn om bij stil te staan. Ieder land zou moeten meedoen. En zeker Frankrijk!
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
13 juli 2008
Marcel schreef al eerder over zijn aanschaf van een van de eerste Eee PC’s. En nu heb ik ook zo’n minicomputertje van Asus. De afmetingen zijn 22,5 bij 17 bij 3-4 cm, ofwel in de orde van een boek. Op mijn brievenweger weegt hij 977 gram. Ik koos voor een ivoorkleurige versie met een 9 inch beeldscherm en het besturingssysteem Linux. Wat dat laatste betreft: er stond de distributie Xandros op. Die lijkt qua uiterlijk teveel op Windows, maar ook het feit dat ik op mijn desktop steeds meer met de Linuxdistributie Ubuntu werk was een reden om een speciale Eee PC-versie van Ubuntu op dit nieuwe laptopje te installeren. Dat was even gezoek, maar die installatie verliep uiteindelijk zo feilloos dat Microsoft er een voorbeeld aan kan nemen. Vanmorgen lag ik dus al op bed te telebankieren.
Wat is het leuke van de Eee PC? Om te beginnen dat hij klein is, en daarom makkelijk mee te nemen. Maar ook bijzonder is dat er helemaal geen harde schijf in zit, die is helemaal vervangen door 20 GB flashgeheugen. Verder zit er ook geen cd- of dvd-drive op, wat betekent dat je alle software en bestanden via het draadloze Wi-Fi-netwerk moet binnenhalen, dan wel vanaf een USB-stick of een SD-kaartje moet uitlezen. Ik moet toegeven dat hij het SD-kaartje niet meteen kon lezen en dat hij de computer niet echt goed kon uitzetten, maar dat lag niet zozeer aan de Eee PC maar aan Ubuntu. Gelukkig waren na wat gespeur op het internet deze mankementjes snel verholpen. Het voordeel van dit laptopje is dus dat er maar één mechanisch onderdeel overblijft, de ventilator, en dat maakt hem minder kwetsbaar. Ze zeggen dat hij nogal schokbestendig is, maar dat ga ik niet uittesten.
Omdat ik vrijwel nooit met laptops heb gewerkt, ben ik nu hard aan het leren hoe je met zo’n touchpad moet omgaan. Want ik heb geen zin om apart een muis aan te sluiten. En bovendien, waar laat je zo’n beest lopen in bed? Oefenen dus: scrollen is met twee vingers tegelijk omhoog of omlaag bewegen. Verslepen doe je door, als je rechtshandig bent, eerst een middelvinger op het touchpad te zetten en vervolgens met je wijsvinger over het touchpad te wrijven. En zo is het ook wat wennen aan kleine lettertjes op het beeldscherm waarop de trotse Ubuntu-reiger Hardy Heron te zien is. Ja, trots ben ik ook. En dat gaat zelfs zo ver dat ik me een T-shirt heb aangeschaft met dit dier erop, zodat ik één van de weinige mensen ben die met hun eigen bureaublad op hun borst rondlopen. Voor iets waar ik in geloof maak ik graag gratis reclame. Zeker als het dan ook nog van 100% warm katoen is.
Nu moet het alleen nog gaan zomeren, en dan ga ik lekker in de tuin onder de kastanje zitten schrijven en internetten!
Gepost in Computer en internet
Geen reacties »
2 juli 2008
Hij was één van de zeldzame prominente katholieken voor wie ik altijd veel bewondering heb gehad. Misschien ook van de eerste mensen bij wie ik iets voelde dat ik later ‘spiritualiteit’ zou gaan noemen. Want de middagen bij hem op zijn kamer aan de Pieter de Hoochstraat in Amsterdam waren zo stil en zo vredig dat ze eindeloos lang leken te duren.. Er hoefde ook niks, en hij was één en al oor. Wat bleek uit de lange brieven die je van hem kreeg nadat hij bij je op bezoek was geweest en waarin hij het hele gesprek nog eens verwoordde. Wij waren zijn troetelkinderen. Wij, de homo-studenten in het Amsterdam aan het eind van de jaren zestig. Hij zag onze angsten en twijfels, onze protesten en ruzies, ons verdriet en onze liefdes. Ons lijden mocht er zijn. En, zoals het ook hoorde in die tijd, alles werd geaccepteerd. Kortom: je mocht er bij hem zijn.
Van het katholicisme heb ik nooit wat begrepen. Ja, hij trachtte me wel te interesseren voor de studentenecclesia, voor diensten in de houten Amstelkerk, maar een bijna fysiek ingewortelde afkeer van de wereld van Huub Oosterhuis heeft me ervan weerhouden. Wat voor Prater Van Pilsdronk, zoals hij ook wel genoemd werd wegens zijn vele bezoeken aan studentensociëteiten, geen enkel probleem was. Want het was bijna alsof hij God het meest zag in de ogen van goddeloze en verdwaalde, radeloze en lijdende jongeren. Voor wie hij er gewoon was, zonder ook maar het minste van hen te willen. Zo was hij een luisterend, begrijpend en meelevend oor voor duizenden, en vaak wist hij me te herinneren aan vrienden en gebeurtenissen van vroeger die ik allang vergeten was.
Met het licht van jouw ogen … zegen mij. Dat is de titel van een boekje uit 1982 met negen toespraken dat ik uit de kast heb gehaald. In wonderbaarlijke en erudiete taal is het een getuigenis van zijn ontmoetingen met God. ´Er is geen andere plek van openbaarwording van God dan de mens. God – is – nergens – anders. God – is – echt – nergens – anders. Er is niets groters dan die blik, God kan niet groter zijn dan die blik. Telkens wanneer ik God elders lokaliseer dan in de ogen van een mens die beroep op me doet, ben ik op een weg, die door de profeten en Jezus van Nazareth grimmig is afgesneden,´ staat op pagina 85 te lezen. En iets verderop: ´Kerkelijke mensen, vooral goed opgeleide, reformatorische mensen, willen soms een dergelijke taal al te vlot afdoen met het verwijt van humanisme. Tillen zij niet iets te licht aan dat geweldige wonder van de mens? Misschien hebben zij nog niet de intense ervaring van het mens-zijn tot op de bodem gevoeld, laat staan in zijn onmetelijkheid gemeten.´
Meer jaren zestig kan het bijna niet. Van Kilsdonk spreekt over de majesteit van het leed, alsof juist daar de ontmoeting plaatsvindt. Alleen door lijden en loutering wil en kun je de weg teruggaan naar het Vaderhuis. Een universele spirituele waarheid die door veel religies wordt verkondigd, ieder in haar eigen woorden en context. Dat het lijden er mag zijn heeft velen, vooral eenzame en vertwijfelde jongeren, geholpen. Ook hen die een eind aan hun leven hadden gemaakt zegende en bewierookte hij zonder het geringste spoor van een veroordeling of verwijt. Hij was jezuïet, maar was hij echt katholiek? Hij kende zijn klassieken, vertelde toen al dat de bijbelboeken Lucas en Handelingen van dezelfde auteur waren, doorgrondde wat er in 325 op het Concilie van Nicea was gebeurd, en wist alles van het joodse geloof. Een man die in zijn bescheidenheid zoveel respect afdwong dat het onmogelijk was hem te tutoyeren, zelfs in de jaren zestig.
Tussen de toespraken in zijn boekje bevindt zich ook het verhaal van Jimmy, die in 1972 op een zaterdagnacht omkomt bij een verkeersongeluk. Diezelfde avond kwam hij nog bij me op bezoek. Luisterde bij het licht van twee paarse kaarsen opvallend rustig naar Pink Floyd. Diezelfde nacht had ik nog even met Jimmy gedanst in Zoos, de homo-sociëteit in Akhnaton aan de Nieuwezijds Kolk waar hij me eerder had geïntroduceerd. Ik herinner me de verslagenheid die ik zwijgend met zijn vrienden deelde, ergens op de kamer in dezelfde woontoren als waar Jimmy leefde. Jimmy, ´dan weer schuimt hij in de meest nichterige kleding, in kanten overhemden en strakke zijden broeken met een blanketsel op zijn oogleden, allerlei sinistere bars af in de binnenstad,´ staat op bladzijde 25 te lezen. ´Op de flatgang weet heel de Eenheid dat hij nu eens met meisjes dan weer met jongens slaapt. Hij irriteert iedereen, maar iedereen heeft een zwak voor hem…´ En daar was ik ook bij. Op de ontroerende begrafenis, waar zo´n 200 jongeren waren, sprak Van Kilsdonk een gebed uit, ´(…) tien minuten lang: zonder de naam van God, tenzij op het einde: de handpalm, de handpalm van de Eeuwige, waarin ook de naam van Jimmy geschreven blijft.´
En waarin nu ook de naam van pater Van Kilsdonk, Jan van Kilsdonk geschreven staat. Hoewel elk woord dat de heilige stilte zou verbreken eigenlijk al teveel is, dank ik hem voor wat hij mij in mijn wilde studentenjaren heeft laten proeven. Dank u, pater Van Kilsdonk!
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »
1 juli 2008
Gisteravond weer met Ewald lange gesprekken over spiritualiteit en politiek en van alles daaromheen. In Pake Piekstra, het bruine café voor de fine fleur van Oldegeppel. Ik had me verheugd op het laatste genot van gezellig samenzijn onder een grijze wolk van rook, waarzonder de horeca maar een kale bedoening wordt. Want vanaf vandaag is iedere eet- en drinkgelegenheid ontdaan van één van haar wezenlijke kenmerken, een stukje gezelligheid dat helaas ongezond blijkt te zijn. Wellicht wordt over enige tijd ook het schenken van alcohol verboden, want ook die schijnt heel slecht voor ons te zijn, en ook daarmee brengen wij anderen rondom ons ernstige schade toe, zoals op stickers op rookwaren wordt vermeld.
Ja, nu zie ik ze ook, die stickers, want sinds enkele weken rook ik graag een sigaartje. Uit een door die stickers onherstelbaar beschadigd lichtbruin metalen doosje, waar je anders misschien nog leuke dingen mee kon doen als het niet op bevel van de overheid zo verlelijkt was. Sommige van die stickers bevatten gewoon leugens, zoals Roken is dodelijk. Want na ooit 29 jaar stevig gerookt te hebben leef ik nog steeds! Andere stickers dreigen met impotentie en enge ziektes, en op het doosje dat nu voor me ligt staat: Tabaksrook bevat benzeen, nitrosaminen, formaldehyde en waterstofcyanide. Nou, dat weet ik dan ook weer.
Natuurlijk moet de horeca rookvrij worden. Het is even doorbijten totdat een ander publiek de verstokte rokers vervangt. Inzichten veranderen, de wereld verandert en die rokerige gezelligheid van kroegen behoort tot de verleden tijd. Je kunt je niet altijd aan het bekende blijven vastklampen en het verleden ´toen het leven nog goed was´ blijven idealiseren. Wel kun je vragen stellen bij de selectie van het soort drugs waartegen de overheid ten strijde trekt. Waarom mag alcohol wel en hasj niet? Daar is geen enkel argument voor te geven, en nog steeds geloof ik dat de wereld er leuker had uitgezien als het omgekeerd was. Een wat vrediger en relaxter wereld. Minder ongelukken op de weg. Maar wellicht ook slechter voor het milieu, want iemand die high achter het stuur zit zal niet snel zijn bestemming bereiken, daarvoor leeft hij een beetje teveel in het hier en nu.
Je kan natuurlijk zeggen dat het rookverbod in de horeca een hetze is tegen het kwart van de bevolking dat nog steeds rookt. Dat het hypocriet is van de overheid dat ze zo´n twee miljard euro per jaar verdient aan accijnzen hierop. Dat ze veel mensen betuttelt door hen voor te schrijven wat goed voor ze is terwijl ze tegelijk van chaos van het zorgstelsel maakt. Maar de vrijheid van de een mag niet ten koste gaan van die van een ander – iets wat het liberalisme nogal eens wil vergeten – en zolang de meerderheid van de bevolking niet rookt is het terecht dat die in bescherming wordt genomen. De horeca is uitgerookt, maar ik ben wel benieuwd of men dit kan handhaven met het kleine restje politie dat nog zichtbaar aanwezig is.
We hebben trouwens de hele avond buiten op het terras gezeten. Het was een mooie zomeravond. Alleen het laatste halfuurtje zaten we nog even binnen, waar nog maar een paar groepjes mensen soms grappend gebruikmaakten van de laatste gelegenheid om daar nog een sigaret of sigaar op te steken. Hoe wordt de sfeer straks in Pake Piekstra? Wie weet wordt het wel hartstikke leuk daar, met opgewekte mensen en plezier!
Gepost in Gezondheid en welzijn, Maatschappij en politiek
Geen reacties »
20 juni 2008
Als je bij elk programma dat je installeert de license agreement zou moeten lezen, bij alles wat je koopt de verkoopvoorwaarden zou moeten raadplegen, bij alles wat je eet de ingrediënten zou moeten checken en bij alle medicijnen de bijsluiter zou moeten bestuderen… Dan zou er geen tijd meer over zijn om te eten, te werken, te leven, kortom je zou failliet gaan. Toch wordt van ons allemaal verwacht dat we er kennis van hebben genomen, en kunnen we erop gepakt worden als we ons niet met een vergrootglas op de gele tweepuntslettertjes op het witte papier hebben gestort.
In de wet staat dat we allemaal geacht worden de wet te kennen. Dit stukje rare bestuurderslogica kan ik nog vergeven, want je moet toch ergens beginnen. Maar ook hier wordt ons iets onmogelijks opgedrongen, want de wet past niet echt op een A4-tje. Zodat we er maar op moeten vertrouwen dat we niet teveel belazerd worden. Eigenlijk hoeven we ons daar niet zo druk over te maken, evenmin als over de aftitelingen van speelfilms die ook niemand helemaal leest door gebrek aan interesse in wie het bestek van de derde inspeciënt heeft opgepoetst. Zo zouden we ook niet moeilijk moeten doen over dat EU-verdrag. Ga dat ding toch niet allemaal lezen jongens, zeur niet! Het is heus wel goed wat er in staat! Vertrouw ons nou maar, we hebben toch het beste voor met de Europese Unie?
In een bestemmingsplan stond ergens onderaan een pagina iets onopvallends over een weg dwars door het park in de wijk waar ik woon. De hele vorige gemeenteraad had er overheen gelezen, en dat zou ik wellicht ook hebben gedaan. Maar het kostte ons de grootste moeite om – samen met veel protest van de bevolking – te verhinderen dat die weg er kwam. Dat soort voorvallen schaadt vertrouwen en dit geval staat niet op zich. Want een grote berg regeltjes geeft makkelijk de mogelijkheid om er iets tussen te stoppen dat onontdekt blijft totdat je het nodig hebt. Dan kun je zeggen: ‘Kijk maar, het staat er echt, jullie hebben eroverheen gelezen!’ Terwijl het technisch onmogelijk is dat iedereen in de Tweede Kamer, Provinciale Staten en de gemeenteraden alles leest dat in de brievenbus ploft, eh… als pakket bezorgd wordt omdat het er niet in past.
Vorige week speelde Nederland tegen Frankrijk, twee neezeggers tegen de Europese grondwet. En op dezelfde dag lieten ook de Ieren hun afkeuring blijken. Paniek dus! Met als eerste reactie het zoeken van een truc om deze democratisch besloten afkeuring te omzeilen. Want Europa moet doorgaan, of we het willen of niet. Net zoals de provincie in het Gooi gemeentelijke herindelingen door de strot duwt, tegen de zin van bevolking en gemeenteraden in, zo zullen we allemaal moeten geloven in één verenigd Europa. En wordt vertrouwen afgedwongen, zodat het in de kiem wordt gesmoord. Gelukkig stinken steeds meer mensen daar niet in. Zien ze dat ze belazerd worden als hen op het hart wordt gedrukt dat het verdrag heel iets anders zou zijn dan de afgekeurde grondwet. En dan maar klagen dat het vertrouwen in de politiek afneemt!
Natuurlijk moet er een verenigd Europa komen. Alleen niet op deze manier!
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
15 juni 2008
Eergisternacht is de schaapskooi op de Oldegeppelerheide in vlammen opgegaan. Daarbij zijn 50 schapen en 63 lammeren omgekomen. Waarschijnlijk is dit het werk van een pyromaan, die al maanden in en rond Oldegeppel rondwaart en diverse branden op zijn geweten heeft, waaronder die van een woonhuis in de villawijk dat vorige maand in vlammen is opgegaan. Die heeft misschien ook de brand van een rieten dak, afgelopen nacht in Nieuwegeppel op zijn geweten. Bewoners van alleenstaande huizen voelen zich onveilig en nemen hun maatregelen. Dat konden de schapen niet doen, want de kooi bevindt zich op een nogal afgelegen plek. De dieren waren indertijd in het nieuws omdat ze tot de kudde behoorden die de hele Utrechtse Heuvelrug hebben afgegraasd. Niemand had toen kunnen bevroeden dat ze zo pijnlijk aan hun einde zouden komen.
De vermoorde onschuld. Wie zoiets doet is zwaar ziek. Maar tegelijkertijd doet hij hetzelfde dat ook in het groot gebeurt: het afbreken en vernietigen van al wat onschuldig is. Omdat het te lief is, te spontaan, te kinderlijk. Omdat het te slap, te soft is. Te wollig. Omdat het niet bijdraagt aan de economie. Omdat het alleen maar in de weg staat. Omdat het kwetsbaar is. Omdat het een beroep doet op het hart, op menselijkheid, meegevoel – iets waar dikke ikken niets van willen weten. Misschien zijn er daarvan teveel in Oldegeppel en helpt het bestaan op deze manier met het zichtbaar maken van waar ze werkelijk mee bezig zijn. Daarbij gaat het er niet zozeer om om naar elkaar te gaan wijzen, maar om te laten zien hoe gemakkelijk we ons laten meeslepen in egoïstisch gedrag en hoe verstrekkend de gevolgen daarvan kunnen zijn.
Als mensen ontdekken dat door hun eigen egoïsme de wereld in vuur en vlam staat, in plaats van te mekkeren en te blaten over gebrek aan bewaking, beveiliging en handhaving, dan zou het offer van 113 schapen niet tevergeefs zijn.
Gepost in Maatschappij en politiek, Mijn dorp
Geen reacties »
13 juni 2008
Ik ben niet de enige met een groeiende hekel aan de telefoon. Als dat ding staat te rinkelen is mijn eerste gedachte: ‘Waarom stuur je niet gewoon een mailtje?’ Zo’n telefoon stoort, breekt brutaal in op de bezigheden die ik in alle rust wil uitvoeren. Wie denken die mensen wel dat ze zijn met hun vraag om aandacht op het moment dat ik probeer alle achterstallige stapels tijdschriften rustig weg te lezen? Voor mezelf heb ik het wegens werk aan huis extra moeilijk gemaakt met de aanschaf van ISDN, zodat meerdere telefoons een oproep kunnen doen op één van mijn hoedanigheden. Privé. Als horoscoopleverancier. Als man achter De Vuurfakkel. Als gemeenteraadslid. Mensen die direct contact willen hebben. Die ook vaak het antwoordapparaat niet inspreken zodat ik niet terug kan bellen, en dan ook nog achteraf zeggen dat ik slecht bereikbaar ben. Klopt, alleen niet op het moment dat zij dat willen…
Raar toch? Vroeger nam ik graag de telefoon op. (Behalve als mijn moeder het was, die vond dat we elke dag moesten bijpraten.) Was het een wonder dat je zomaar contact met iemand kon krijgen, zijn stem kon horen, hem zo kon voelen. En nu ruil ik dat graag in voor e-mail en chatbox! Waar alles veel langzamer gaat omdat je elk woord moet typen. Wat in de chatwereld weer door een arsenaal aan afkortingen wordt gecompenseerd. Maar doordat alles geschreven moet worden, krijgt het wellicht ook meer diepte, omdat je er meer moeite voor moet doen. Hoewel veel gemail en gechat nergens over gaat. Wat weer meevalt als je dit vergelijkt met wat er gebeurt als vrouwen zich in een winkelcentrum binnen anderhalve meter van elkaar bevinden.
U bent verbonden met de telefoonbeantwoorder van Satyamo. Omdat uw nummerweergave is uitgeschakeld kan ik helaas niet opnemen. Indien u mij wilt spreken dient u uw nummerweergave te activeren, maar u kunt mij natuurlijk ook mobiel bereiken. Einde bericht.
Hier droom ik van! Want een belangrijke vervuiler van het telefoonverkeer zijn al die telemarketeers. Niet alleen bellen ze anoniem, ze laten ook de telefoon hooguit twee of drie keer overgaan. Waarschijnlijk uit angst voor tijd en kosten die verbinding met een antwoordapparaat met zich meebrengen. Het bandje moet dus meteen na de oproep van een onbekend nummer gaan spelen. Dat zal ze leren! Want die reclamejongens en -meisjes hangen zo snel op dat ik regelmatig zinloos door het huis op en neer ren. Maar als ik wel iemand aan de lijn krijg, loopt het gesprek niet altijd lekker. Ik doe geen zaken met bedrijven die van uw onbeschofte diensten gebruik maken, zoals de telefoon maar drie keer laten overgaan en de nummerweergave uit te zetten! Zoiets. Ja toch? Als er iemand met een bivakmuts op voor de deur staat doe ik toch ook niet open? Reclame terroriseert meer en meer de openbare en private ruimte.
Gepost in Diversen
Geen reacties »
5 juni 2008
In de theosofie spreekt men vaak in termen van involutie en evolutie, het afdalen van de geest in de stof, en het zich bevrijden van de geest uit de stof. Een pulserende beweging, die niet alleen de ontwikkeling van hele culturen kenmerkt, maar ook die van de individuele mens. De geest gaat in de stof wonen om daar ervaringen op te doen. En trekt zich later weer terug uit de stof omdat ze het een en ander heeft geleerd en het verder wel gezien heeft daar. Om dan later toch weer opnieuw een huis in de stof te zoeken. Involutie is inademing, en evolutie is uitademing. Het leven in de stof begint met een snak naar adem en eindigt, op weg terug naar de geest, met het uitblazen van de laatste adem. Niet alleen mensen ademen, maar ook planten en mineralen. En sterrenstelsels. En volgens sommige sterrenkundigen zelfs de hele kosmos.
Het gevaar van zo’n kijk op de werkelijkheid is dat je voor je het weet een dualisme, een sterk onderscheid tussen geest en stof hebt geschapen. Daarin verbindt in de loop van de evolutie het ‘hogere’, de geest, zich met het ‘lagere’, de stof. Alsof geest en stof wezenlijk verschillen, buiten elkaar kunnen bestaan, twee werelden vertegenwoordigen die niets met elkaar te maken hebben. Maar dan kun je echter nooit volhouden dat alles één is, terwijl dat juist de kern is van wat door zoveel mystici wordt beweerd. Bij hen is alles goddelijk, maar hoe is dat te rijmen met onze ervaring waarbij we onderscheid maken tussen de materiële en de geestelijke werelden?
Ik denk dat dit probleem makkelijk te tackelen is door niet te spreken van een geest die indaalt in de stof, maar van een geest die zichzelf verstoffelijkt. Stof is dan niets anders dan gestolde geest en geest niets anders dan gesmolten of vervluchtigde stof. Denk maar aan de aggregatietoestanden: vast, vloeibaar en gasvormig, ze zijn alle manifestaties van dezelfde stof. Of het nu om ijs, water of stoom gaat: het zijn allemaal watermoleculen. Zoals de fysieke wereld, naarmate je er dieper induikt, uit steeds minder verschillende soorten deeltjes blijkt te bestaan – van het bijna oneindige aantal verschillende stoffen om ons heen tot het beperkte aantal elementaire deeltjes dat we kennen – zou alles wel eens kunnen bestaan uit bouwsteentjes die je God, oermaterie, chi, ether, liefde, het veld, of misschien wel bewustzijn of het Niets zou kunnen noemen. Dan is alles bezield en één, en zijn involutie en evolutie daar manifestatievormen van. Een goddelijke dans, een goddelijk spel.
De inademing in de stof, de materie, is een weg van verharding, samentrekking, en voor je het weet verkramping. Er ontstaat oppervlaktespanning en daarmee de illusie van gescheidenheid (want die is er natuurlijk helemaal niet). Er ontstaat ‘ik’, zelfkennis en daarmee een bewustzijnskern, maar voor je het weet ook ego. De weg de stof in is er een van onderscheid, van vechten, van overleven, van survival of the fittest, van voor jezelf opkomen. Daar eet je vlees en planten en gaat jouw leven altijd ten koste van dat van een ander. Het is de wereld van eten en gegeten worden. Daar is niks mis mee als we ons bevrijden van vooringenomen ideeën over wat goed is en wat slecht. In het vaak zo verheerlijkte ‘natuurlijke’ leven eten veel dieren elkaar op, kunnen ze niet buiten elkaar als voedsel, en lijkt dit de meest gewone zaak ter wereld.
Dan wordt het tijd om gegeten te worden. Want na een dieptepunt van involutie, waar de kracht van zwaarte te sterk wordt en je daardoor tot bewustzijn van jezelf en het goddelijke wordt gedwongen, wil je weer terug naar huis, naar het besef en de ervaring van de eenheid van alles. Dan komt een verbindende liefde in het hart en wordt de onzinnigheid van het ego – hoe noodzakelijk dit ook was – doorzien en leef je in vertrouwen en overgave, en wil je eigenlijk niets liever dan jezelf in vervoering offeren aan het overweldigend grootste Al. Daar wil je jezelf verliezen in het goddelijke, jezelf schenken aan het mysterie. Daar maakt de spanning van de tijd plaats voor de vrijheid van de ruimte.
Zo is de dans van involutie en evolutie een dans van stof en geest, van spanning en ontspanning, van inademen en uitademen, van nemen en geven, van leven en sterven. Als we beseffen dat we beide zijn en ze niet wezenlijk van elkaar verschillen, dan stijgen we boven de tweeheid uit en worden we zelf weer één, heel. En van daaruit beseffen we zelf ook één te zijn met de wereld om ons heen, verdwijnen we in het bestaan, in een bewustzijn dat brandt op de energie van de eeuwige dans met en in de stof, die doorglansd is van het goddelijke dat in alles aanwezig is.
Gepost in Spiritualiteit
Geen reacties »