De magie van de stilte

Date 26 december 2013

De magie van stilte is dat ze eigenlijk altijd aanwezig is. Je moet alleen heel goed luisteren, het is maar net waar je je aandacht op richt. Dan merk je dat die zich verstopt heeft achter alle geluiden waarmee je dagelijks wordt omringd. Van het geruis van een computer tot denderend verkeerslawaai, van een tikkende verwarmingsbuis tot rammelende winkelwagentjes, van een krakende stoel tot schreeuwende reclames. En ook innerlijke geluiden beletten ons vaak de stilte te horen. Zoals gedachten die niets anders zijn dan gepraat van binnen, of muziek die blijft rondzingen en die je niet uit je hoofd kan zetten. Waar we ook gaan of staan, overal is geluid om ons heen. Geluid waar we van houden en dat we opzoeken in muziek en de natuur. Geluid waar we een hekel aan hebben zodat we herrie en geschreeuw uit de weg gaan, of in meditatie onze gedachten even stopzetten.

Hoe meer beschaving, hoe meer lawaai, zo lijkt het. Alsof we steeds sterker de stilte vermijden. Nu de stilte in de wintermaanden sterker dan ooit aanwezig is, dompelen we haar graag onder een zoete wollige jas van samenzijn en feesten. Sluiten we de stilte buiten, in de koude donkere nacht, terwijl we ons warm aan het haardvuur koesteren, ons lavend in een knusse droom van gezelligheid en lekker eten en drinken, en een paar dagen vrede spelend. Bestrijden we de stilte met vuurwerk, rotjes en bommetjes, alsof zij de boze geest is die verjaagd moet worden. Het lijkt erop dat we alles, maar dan ook alles doen om de stilte te ontvluchten, terwijl zij zich juist in de winter met zijn heldere flonkerende sterren aan het firmament aan ons wil openbaren.

Wat hebben we toch tegen de stilte? Wat gebeurt er als er niets meer te luisteren en te zeggen valt? Dan stoppen onze gedachten en komen we in contact met een diepe leegte – niet alleen om ons heen, maar ook in onszelf. Dan raken we overweldigd door een zwijgende onzichtbare kracht die overal om ons heen is. Dan blijft er van de wereld niet veel meer over dan dat wat zij is, stralend in pure naaktheid, zonder oorsprong, betekenis of doel. Dat is heel confronterend, want het gooit alles wat we geloofden in duigen, laat daar niet veel meer van over dan een droom. Dan blijft alleen de werkelijkheid, real life, over waarin alles eindelijk zichzelf mag zijn, gewoon in het hier en nu. Zinloos, en juist daarom spontaan zijn spel spelend. Doelloos, en juist daarom rustend in zichzelf. ‘A rose is a rose is a rose,’ zei Fritz Perls. Alleen zwijgend kunnen wij de realiteit aanschouwen.

De Kaarsvlam, januari/februari 2014

Na dit leven

Date 18 december 2013

Op de donkerste dagen schijnt het licht in de duisternis. Dat werd getoond door de NCRV in het programma Schepper & co aan tafel, waarin de Amerikaanse neurochirurg Eben Alexander werd geïnterviewd over zijn bijna-doodervaring (BDE), waarover hij het boek Na dit leven schreef. Hij was zeven dagen in coma door een bacteriële hersenvliesontsteking. Opgegeven. Totdat zijn zoon hem letterlijk de ogen opende, waarmee een einde aan zijn mooie en openbarende reis kwam, die ‘veel te echt om echt te zijn’ was. Als wetenschapper had hij nooit zo geloofd in BDE’s, maar na deze ervaringen kon hij het bestaan ervan niet meer ontkennen. Daarin drong de waarde en de realiteit van onvoorwaardelijke liefde, compassie, vergeving, acceptatie en zorg tot hem door. Kwam hij tot het besef dat je eigenlijk niets slechts kunt doen, dat tijd niet bestaat en we uiteindelijk toch de pijn zullen voelen van wat we anderen hebben aangedaan.

Herkenbaar. Volgens Alexander hebben tienduizenden dit soort ervaringen waar niet iedereen even makkelijk over praat, bang om voor fantast uitgemaakt te worden of een eng psychiatrisch etiket opgeplakt te krijgen. Herkenbaar ook omdat er zoveel overeenkomsten zijn met wat in sommige religies wordt beschreven, zoals in het Tibetaanse Dodenboek, waar de stervende wordt begeleid om in vol bewustzijn zijn reis naar het licht te aanvaarden en voort te zetten, en zich niet te laten afleiden door mooie psychedelische taferelen. Herkenbaar omdat ook cardioloog Pim van Lommel in 2009 furore maakte met zijn boek Eindeloos bewustzijn. En niet in de laatste plaats herkenbaar omdat er, althans in mijn beleving, een heel diepe kern van waarheid in zit. ‘De laatste dagen van de materialistische wetenschap zijn geteld,’ zegt Alexander in het interview, en dat kan bijna niet anders nu steeds meer onwaarschijnlijke en volstrekt onbegrijpelijke ontdekkingen worden gedaan, zoals het Majorana-deeltje dat zijn eigen antideeltje is.

Maar wat is bewustzijn? Wie is de reiziger die dit alles meemaakt? Volgens Alexander wordt bewustzijn niet in de hersenen gecreëerd, en weten ook wetenschappers niet hoe dat überhaupt zou kunnen. Volgens sommigen, zoals hpwinkelman in Trouw, zou het ontstaan in complexe systemen met een hoge vorm van organisatie, zodat in de menselijke evolutie een kwantumsprong kan worden gemaakt naar een ‘collectief supra-bewustzijn’ dat het individuele zelfbewustzijn overstijgt. Maar is het dan niet logisch dat zo’n bewustzijnsspong ook in computers kan plaatsvinden? Dat zijn immers ook complexe systemen, en misschien is de gedachte dat HAL 9000 écht leeft zo gek nog niet.

Maar zelfs als dat allemaal waar en mogelijk is, zegt dat nog niet dat bewustzijn hetzelfde is als zo’n systeem, evenmin als een magnetisch veld hetzelfde is als de magneet. Wie weet zijn gedachten geen producten van de hersenen, maar hersenen de fysieke neerslag van gedachten. Niet alleen vanwege die BDE’s, maar ook omdat mensen soms met heel weinig hersenen in hun hoofd toch academische graden schijnen te kunnen halen, zet ik grote vraagtekens bij de noodzaak van hersenen om te kunnen denken en waarnemen. En last but not least blijft de ultieme vraag wie of wat zich uiteindelijk van dat bewustzijn bewust is. Dit laatste, de ziel, is iets waar wetenschappers nog nooit een antwoord op hebben gegeven, en waarop ze nooit een antwoord kunnen geven. En toch bestaat de ziel! Net als die andere wereld, waarvan Alexander zegt: ‘Dit is ons thuis!’

Gone with the wind

Date 10 december 2013

Precies vijf minuten na haar overlijden zei Michael: ‘Hoor eens. Moet je horen.’ De stormachtige wind was helemaal gaan liggen en de atmosfeer ademde een volledige rust uit.
Ook dit stond de volgende dag keurig in de kranten, tot op de minuut nauwkeurig. De ouden hebben een gezegde: ‘Als er een grote ziel sterft, slaan de winden op tilt.’ Hoe groter de ziel, hoe meer wind er nodig is om hem weg te dragen. Misschien was het allemaal toeval, maar ik moest ondanks mezelf steeds denken: een grote, grote ziel is gestorven en de winden gaven antwoord.

Aldus Ken Wilber in zijn autobiografische Overgave en strijd, waar op pagina 497 zijn geliefde Treya overlijdt. Ik moet daar vaak aan denken als het hard waait of stormt. Is er ook een verband tussen de hevige storm op 5 december en het overlijden van Nelson Mandela? Ons land heeft wel iets met Zuid-Afrika, zij het niet vanuit een echt positieve achtergrond. Terwijl Mandela in een stadion herdacht wordt is het stil in ons land, en opeens wordt hij door vriend en vijand heilig verklaard, tot een god verheven. Niet helemaal onterecht, denk ik. Want er zijn weinig voorbeelden van mensen die de liefde kenden zoals hij. Liefde met een kleine k omdat zij, ondanks het feit dat we haar nauwelijks kennen, zo ontzettend gewoon is. ‘De liefde (…) laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan,’ schrijft Paulus aan de Korintiërs.

Leven zonder rancune, zonder haat, zonder behoefte aan vergelding en anderen te straffen, wie kan dat nog? Dat kan alleen maar als je heel bent, als je jezelf niet boven anderen verheven voelt omdat jij goed bent en de anderen slecht. Als je voor jezelf erkent dat ook in jou al dat slechte leeft dat je in anderen verafschuwt, en dat het enige verschil een dun cultureel vernisje is waardoor jij je netjes gedraagt en die ander niet. Als je niemand meer als je vijand ziet. Als je je eigen ikje relativeert, alsof het niet veel meer is dan een dansende zeepbel in een kosmisch spel. Als alles het licht mag zien, tot in de donkerste krochten van je ziel.  Pas dan, als je weer heel bent, kan je een voorbeeld leven.

Dan ben je stilte en vrede, en leef je in bescheidenheid. Is het goede iets dat zich boven goed en kwaad verheft. Dan is er overgave aan dat wat is. Dan is er realisme omdat de blik onbevangen is, zonder oordelen. Dat heb ik ook wel eens. Rond 1997 werd mijn korte zwartleren jackje gestolen in de Muziekschool in Utrecht, en ik verwonderde me erover dat ik niet kwaad was, dat er alleen de nuchtere constatering was dat er een leren jackje was gestolen en dat ik het wat koud had buiten. Als je bestolen wordt hoor je boos te worden en maatregelen te nemen, maar dat was totaal afwezig. Ik heb daar vaak aan moeten denken. Kennelijk is het mogelijk om dingen te accepteren zoals ze zijn. ‘Flow with the river,’ zei Osho vaak. Niet uit zwakte, maar uit kracht en vertrouwen. Of, zoals Freddy Mercury de Bohemian rhapsody berustend besluit: ‘Anyway the wind blows…’

Mijn eerste bitcoin

Date 29 november 2013

Na negen dagen heb ik nu een hele bitcoin bij elkaar gesprokkeld. En op het moment dat ik dit schrijf daarmee al € 138 winst gemaakt. Op dit moment, want de koers vliegt soms als een wilde vogel op en neer. Al een half jaar geleden had ik eigenlijk al bitcoins willen kopen. Had ik dat maar gedaan! Want de koers van die virtuele munt is sindsdien vertienvoudigd. En als ik ze een jaar geleden had gekocht, waren ze al honderd keer zoveel waard geweest, als ik de site van Blockchain mag geloven waarin alle transacties en de bitcoin worden bijgehouden. Een heel bijzondere hype! Hoezo een virtuele munt? Is niet eigenlijk al het geld virtueel? En is ook hier het virtuele niet eigenlijk heel echt? Want steeds meer mensen, ondernemingen en bedrijven accepteren de bitcoin als betaalmiddel. Je kan er bijvoorbeeld ook in WordPress en Second Life mee betalen, welke laatste trouwens ook zijn eigen virtuele munt, de Linden Dollar, gebruikt.

De bitcoin is een uitvinding van de mysterieuze Satoshi Nakamoto en bestaat sinds 2009. Een groot peer-to-peer netwerk houdt alles bij, zodat er is geen centrale bank is die de touwtjes in handen heeft. Bedragen vliegen tussen computers en smartphones heen en weer, waar ze bewaard worden in portemonnees in de vorm van bestandjes die je niet moet verliezen, want dan ben je alles kwijt. Zo’n wallet installeer je op je computer of smartphone door hem van bijvoorbeeld MultiBit te downloaden en je krijgt dan, net als bij e-mail, een eigen adres dat als rekeningnummer functioneert. Voor het kopen van bitcoins ga ik naar de duidelijke website Bitonic waar je ook met iDEAL kan betalen, maar je kunt natuurlijk ook naar Mt.Gox gaan waar je eerst geld op een rekening moet zetten. Uiteraard kan je bij dit soort wisselkantoren ook je bitcoins weer kwijt. Maar dat wil ik voorlopig niet, want de koers stijgt nog steeds en is eergisteren de magische grens van US$ 1.000 gepasseerd.

Hoe zeker is de toekomst van de bitcoin? Zal hij op een zeker moment als een zeepbel ontploffen? Zal het systeem ooit gekraakt worden zodat miljarden in rook opgaan? Wel staat vast dat er uiteindelijk maar 21 miljoen bitcoins gegenereerd zullen worden, waarvan er nu 12 miljoen gedolven zijn. Deze mining is te vergelijken met het oplossen van puzzels waarvoor enorm veel rekenkracht nodig is, maar wat beloond wordt met nieuwe bitcoins. Het leuke van het systeem is dat het beschermt tegen inflatie, dat niemand er absolute controle over heeft en dat betalingen helemaal anoniem plaatsvinden. Maar het meest leuke is misschien wel dat de banken, die menen het alleenrecht op geld te hebben, met de bitcoin een koekje van eigen deeg krijgen. Geld is vertrouwen, en omdat hij steeds meer geaccepteerd wordt geef ik de bitcoin een goede kans. Niet dat ik nu meteen mijn hele kapitaal erin zou durven stoppen, maar toch wel een deel ervan. Ook uit idealisme. Hoewel de € 4 die ik tijdens het schrijven van deze blog rijker ben geworden natuurlijk ook leuk is.

Wij worden één

Date 21 november 2013

Hoeveel eikels zitten er in deze pot? We zijn allemaal wel eens tegen de uitdaging opgelopen om een mooie prijs te winnen door het goede aantal van iets te raden. Zoals knikkers of munten in een fles, of blikjes cola op een pallet. In NRC Weekend van 9 november vertelt Marcel aan de Brugh over een professor die 160 mensen liet raden hoeveel snoepjes zich in een pot bevonden. Als hij alle antwoorden door 160 deelde kwam hij op een gemiddelde van 4.514 terwijl er in werkelijkheid 4.510 snoepjes in de pot zaten. Wow! Een juf Lies uit Waalre herhaalde dat met 34 kinderen uit groep 8 die moesten raden hoeveel eikels er in een pot zaten. Het resultaat viel tegen: het gemiddelde was 511 terwijl de pot 739 eikels bevatte. Maar ze herhaalde het experiment met alle 150 leerlingen van groep 4 tot en met 7, en toen kwam het gemiddelde uit op 743 wat slechts 4 meer is dan het werkelijke aantal eikels! Hoe groter het aantal mensen, hoe meer hun collectieve gemiddelde bij de waarheid kwam!

Bestaat er dan toch iets als het zo door de nazi’s misbruikte gesundes Volksempfinden? Weet het collectief meer dan het individu? En als grotere groepen mensen meer over de waarheid kunnen vertellen, zou dat dan ook niet iets kunnen zeggen over die andere ideeën van Plato, over schoonheid en goedheid? Dat het collectief beter dan het individu weet wat mooi is, en hoe je goed kan doen? Dat klinkt bijna communistisch! Maar ik moet er niet aan denken dat de grote massa’s die zich door van alles laten meeslepen – voetbal, koppen in De Telegraaf en bier – het ideale voorbeeld van schoonheid, waarheid en goedheid zijn. Dat hoeft trouwens ook niet, want dat zijn specifieke groepen mensen die niet de hele mensheid vertegenwoordigen, en die wellicht een heel ander leven gingen leiden als ze met andere groepen werden verbonden. Want hoe groter de groep, hoe dichter bij de werkelijkheid. Het is alsof er dan een iedereen omvattend organisme ontstaat dat Plato’s ideeën benadert, terwijl de mensen die daarvan deel uitmaken dat helemaal nog niet hoeven te merken. Wat het collectief weet, weet het individu nog niet: dat raadt het aantal eikels of snoepjes nog steeds verkeerd.

Het lijkt erop dat we allemaal cellen zijn in een lichaam, cellen die ieder een eigen leven leiden maar zich wellicht niet bewust zijn van het totaal waarvan zij deel uitmaken. Nog niet. Want hoewel elke cel een klein individuutje is, zou er wel eens een moment kunnen komen dat het zich bewust wordt van – en zich identificeert met – het grotere geheel, het lichaam. En technologie kan daarbij behulpzaam zijn: ratten zijn in staat via het internet met elkaar communiceren, zoals de Braziliaanse onderzoeker Miguel Nicolelis aantoont. En wel van brein tot brein! Zou zo’n rat nog weten wat zijn eigen gedachtes zijn, en welke niet? En als wij mensen op zo’n manier met elkaar in verbinding worden gebracht, weet je dan nog wat je eigen gedachten, gevoelens en daden zijn? Dan heb je alleen maar die van de grote groep, en hoe meer mensen met elkaar communiceren, hoe dichter ze waarheid, schoonheid en goedheid benaderen. Het gevoel van een individu, een eigen persoonlijkheid te zijn verdwijnt.

Niks geen privacy meer, geen ikken en ego’s meer. Gewoon opgaan, versmelten met het grotere. Alle mensen worden vervlochten tot één wezen. Dat zich net zo bewust is van de mensen waaruit hij is samengesteld als wij dat nu zijn van de cellen die ons lichaam vormen. En raar idee. ‘Dat iemand op organische wijze versmolten kan zijn met de massa, doordesemd van haar waarden en feilloos bewust van haar veranderlijke smachten, neigt dan ook eerder naar mystiek dan naar politiek,’ schrijft David Van Reybrouck op pagina 24 van zijn boek Tegen verkiezingen. Maar het is wel vaker voorgekomen dat wetenschappers op mystieke aangelegenheden stuitten. Zo leidt verbinding tot de ideale democratie, meritocratie, aristocratie of wat voor cratie dan ook, gewoon omdat de beste keuzes worden gemaakt. Wij worden één. Groeien samen tot één organisme. Als cellen versmelten we met elkaar en vormen zo een hogere eenheid. Net als bij de bevruchting waarmee ons leven is begonnen.

Eigen verantwoordelijkheid!

Date 16 november 2013

Is het je eigen verantwoordelijkheid als je dom bent? Is het je eigen verantwoordelijkheid als je in de Filipijnen woont en rampen je overkomen? Is het je eigen verantwoordelijkheid als je ontslagen wordt, je huur of hypotheek niet meer kunt betalen en in de goot belandt? Is het je eigen verantwoordelijkheid als je doldraait in de 24-uurseconomie en verkeerde beslissingen neemt? Is het je eigen verantwoordelijkheid als je diabetes krijgt omdat onze voeding vol met suikers zit? Is het je eigen verantwoordelijkheid als je niet meer hebt leren rekenen op school? Is het je eigen verantwoordelijkheid als je met gebreken bent geboren?

Het is opvallend dat de eigen verantwoordelijkheid vooral gepropageerd wordt door mensen die hun zaakjes goed hebben geregeld, die er warmpjes bij zitten en die menen dat hun eigen welvaart en welzijn te danken is aan hun eigen verdienste. Maar het toeschuiven van eigen verantwoordelijkheid aan mensen die niet verantwoordelijkheid zijn voor hun leefomstandigheden grenst aan het misdadige. Dan kun je hooguit volhouden dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor de wijze waaróp ze met hun omstandigheden en hun lichaam omgaan, en zelfs dat is maar een halve waarheid. Je kunt het zelfs met een spiritueel sausje bedekken door karma uit de kast te halen, of gebrek aan positief denken en acceptatie.

Met mensen te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid duw je ze alleen nog dieper in de put. Zoals je een depressief iemand alleen maar nog depressiever maakt door hen in gejubel en gejuich mee te willen voeren naar de zonzijde van het leven. Omdat je zelf te bang bent om een greintje empathie te tonen, mee te leven, het innerlijk van die ander te voelen. Terwijl dingen gewoon gebeuren. Terwijl de een in sociale, lichamelijke, psychische of spirituele rijkdom wordt geboren en de ander niet. Alsof ik er trots op moet zijn dat ik creatief ben en een goed stel hersens heb zodat ik mezelf aardig weet te redden in de maatschappij. Dingen overkomen mensen gewoon en om rijkdom, in welke betekenis dan ook, als je eigen verdienste te zien getuigt alleen van een groot ego.

Eigen verantwoordelijkheid betekent je niet verantwoordelijk te weten voor anderen, en getuigt daarmee van een hyperindividueel narcisme. In een wereld waarin het steeds duidelijker wordt dat alles met alles verbonden is, blazen protesterende trotse ego’s zich op, wordt de verzorgingsstaat om zeep geholpen en worden psychologie en spiritualiteit misbruikt om van de samenleving een alleenleving te maken. We pretenderen ons druk te maken om zorg en vinden tegelijk dat iedereen maar zichzelf moet helpen. We zien mensen die om hulp vragen steeds meer als profiteurs die verwend willen worden, zonder ons af te vragen of dat wel zo is, of waarom dat dan zo is.

We geven niet meer om elkaar. Houden niet meer van elkaar. Ego en individualisme zijn de wortels van de échte crisis die nog maar net begonnen is. En áls je er dan zo in gelooft, best kabinet, waar is dan jullie eigen verantwoordelijkheid als je met bezuinigingen de economie kapotmaakt en vervolgens de schulden over de schutting van je eigen veilige domein gooit? Waarom laat je dan de veroorzakers van de crisis nog steeds op vrije voeten rondlopen? Eigen verantwoordelijkheid past uitstekend in het straatje van het per definitie zelfzuchtige neoliberale denken – lees de klassieken er maar over na.

Ik geloof niet in eigen verantwoordelijkheid. Pas als ik dat geloof in eigen verantwoordelijkheid opgeef, gebaseerd op puberale ikjes en ego’s die hechten aan de maakbaarheid van zichzelf en deze wereld, pas dan word ik écht verantwoordelijk. Omdat ik pas dan mijn autistische masker verlies en als vanzelf meeleef en meevoel met anderen waarbij hun pijn ook mijn pijn wordt, en hun geluk mijn geluk. En nu naar giro 555 voor de Filipijnen.

De gewetenlozen

Date 11 november 2013

De enige visie die we nog hebben is de televisie. Visies zijn uit en pragmatisme is in. Om problemen op te lossen heb je helemaal geen visie nodig. Als de zeespiegel stijgt verhoog je gewoon de dijken. Als wetten overtreden worden ga je gewoon handhaven. Als je geld tekort komt ga je gewoon bezuinigen. Zo simpel is het. Als het water in de douchebak niet meer wegloopt pak je gewoon een ontstopper, daar is geen visie voor nodig. Visies vertragen alleen maar, want daarvoor moet je nadenken en zo, naar oorzaken gaan zoeken en dat kost allemaal veel te veel moeite en tijd. Het is veel gemakkelijker om de aarde maar lekker te laten opwarmen, flitspalen neer te zetten, de btw-tarieven te verhogen en het putje van de douche opnieuw te laten verstoppen. Kies gewoon voor de meest eenvoudige en simpele oplossing. Pragmatisme heet dat. Uitgevonden door D66 en innig omhelsd door de VVD en andere neoliberalen die aanschurken tegen een libertaire nachtwakersstaat.

Visieloosheid heeft natuurlijk grote voordelen. Je hoeft geen ideaal meer te hebben, geen idee meer van hoe een samenleving er uit zou moeten zien. Je hoeft je niet meer te verdiepen in de oorzaken van problemen. Je kunt je ogen sluiten voor de complexiteit van schrijnende vraagstukken. Dat kan niet anders dan door hen die er anders over denken, zoals hoogbegaafden en artiesten, als betweterig en elitair te bestempelen. Creatievelingen, wiens leven uit meer bestaat dan alleen copy and paste, bedreigen immers de samenleving. Zij dienen dan ook zo snel mogelijk gedeporteerd te worden naar de vrije markt. Want wetenschap moet bijdragen aan de economie, en artiesten dienen aan ‘de tucht van de markt’ te worden onderworpen, zoals Rutte dat onlangs verwoordde. Een vrije markt die – ik zei het al vaker – uiteindelijk tot één winnaar, één grootste leidt die too big to fail is, zoals nu ook met Achmea gebeurt. Nee, mensen met visie zijn alleen maar lastig, maken de dingen alleen maar moeilijker dan ze al zijn. Weg met jullie visie en achter de televisie jullie!

Het hebben van een visie is ook een beetje uit de tijd. Het suggereert namelijk dat je iets te zeggen hebt, dat je een waarheid op het spoor bent. Dat was vroeger iets voor dominees, die overigens tot de eersten behoorden om daarvan af te stappen en het sinds de jaren zestig niet meer over God durven te hebben. Ik vroeg me indertijd vaak na een kerkdienst af waarover de preek nu eigenlijk gegaan was. Maar dominee Gremdaat heeft helemaal gelijk: het gaat er niet om mensen een visie op te dringen, want die moeten ze in zichzelf ontdekken. Zodat het de taak van de predikant is om mensen iets te denken te geven, hun eigen waarheid te laten vinden, net als Plato’s vroedvrouw. Maar kunnen de blinden de blinden leiden? Kan een dominee die zelf niet verlicht is zijn kerkgangers verlichting brengen? Kan iemand die zelf geen visie heeft anderen stimuleren om hun eigen visie te ontdekken? Visieloosheid betekent een laffe oppervlakkigheid, het niet willen weten van diepere achterliggende oorzaken, motieven en consequenties. En dat is hetzelfde als gewetenloosheid.

Privacy

Date 30 oktober 2013

Nee, je hebt wél iets te verbergen. Dat was onlangs de kop van een artikel van Maurits Martijn en Rob Wijnberg in De Correspondent, het nieuwe digitale dagblad dat diepere onderstromen van nieuws op een originele manier belicht door ‘voorbij de waan van de dag’ te gaan. Ontzettend veel mensen maken zich niet zo druk over hun privacy zodat het hen worst zal wezen of NSA – die nu met de Zon in Schorpioen extra belangstelling geniet – of wie dan ook van alles en nog wat van hen weet. Hoe vaak horen we dat niet: ‘Ik heb toch niks te verbergen’, ‘Ik doe toch niks fout’ en ‘Ik doe toch niks illegaals’. De auteurs komen met elf fundamentele tegenargumenten, waaronder ‘Je weet niet wat fout is’, ‘Je weet niet wat allemaal illegaal is’ en het cultuurrelatieve ‘Het foute verandert’. Nu weet iedereen van me dat ik homo ben, maar stel eens dat morgen hier de sharia de wet gaat uitmaken, zal ik daar dan blij mee zijn?

Het meest bijzondere argument om zuinig op je privacy te zijn vond ik de eerste stelling: ‘Er is geen “ik” zonder iets te verbergen.’ Ik citeer: ‘De meest elementaire verschijningsvorm van privacy is namelijk de private ruimte in ieder mens: mijn gedachtenwereld, mijn gevoelsleven, mijn innerlijk. Deze ruimte, waar mijn gedachten en gevoelens zich ophouden, is privé in de zin dat ze voor niemand toegankelijk is behalve voor mijzelf. Niemand kan zomaar zien wat ik op ieder moment van de dag denk, voel of ervaar. Dat betekent: het “ik” is een voortdurende manifestatie van privacy.’ Anders gezegd: als er geen privacy meer is, is er ook geen ik meer.

Ik tracht me voor te stellen hoe het leven is zonder privacy. Dat iedereen me continu in de gaten houdt. Camera’s en microfoons die niet alleen mijn buitenwereld registreren, maar ook al mijn gedachten en gevoelens. Dat betekent dat ik niet alleen op mijn woorden ga letten, maar ook op wat zich in mijn innerlijk afspeelt. Dat ik niet meer mag dromen hoe ik een politica de strot omdraai, en niet meer mag denken aan de libertaire neigingen die wel eens in me opwellen. Want voor ik het weet sta ik als potentiële terrorist of anarchist geregistreerd. Want ik weet dromen en werkelijkheid nog wel uit elkaar te houden, maar kan de NSA dat? Ik durf mezelf pas bloot te geven als ik geaccepteerd word zoals ik ben, maar betwijfel of mijn bespieders dat doen. Zodat ik mijzelf ga censureren. Maar dan blijft er niet veel meer van me over dan een gemangeld eenheidsworstje dat denkt, voelt en doet precies zoals dat van hem verlangd wordt. Heel eng!

De Kaarsvlam, november/december 2013

Dag Sinterklaasje!

Date 24 oktober 2013

De Verenigde Naties hebben Nederland op zijn racistische vingers getikt. En Zwarte Piet kreeg de zwarte piet, wat op zich al discriminatie is trouwens. Gevolg: volksopstand! Heerlijk! Even de Grote Problemen vergeten en je gewoon even druk maken over iets heerlijk onbenulligs. Moet kunnen. Net als bij voetbal kan de boog niet altijd gespannen zijn. Het is goed dat de VN dat entameren. Een volk dat je niet bij tijd en wijle haar zogenaamde oppervlakkig vermaak en jolijt gunt wordt ziek, en dat brengt alleen maar kosten met zich mee. Je kan niet constant blijven denken aan al die mensen die steeds maar verdrinken in de Middellandse Zee, je moet ook af en toe kunnen feesten. Gewoon even lekker gek doen, en daarin geeft de VN een mooi voorbeeld. Door te geloven dat ze het menen tuinen we er nog in ook! Maar ik geef toe ook zelf op Facebook de Pietitie te hebben ondertekend.

Maar wacht even. Laat ik ook even trachten de wat diepgravender journalist uit te hangen, met achtergronden en zo. Dan bedenk ik dat achter deze oproep van de VN wel eens veel meer zou kunnen schuilen. Dat dit een voorzet is om te zijner tijd ook Sinterklaas af te schaffen, hem terug naar Spanje te sturen. Ik snap trouwens niet waarom hij nog altijd juist in dát land resideert, alsof ze het daar zo rijk hebben. Maar goed, als er geen rijkdom bestond was er ook geen armoede, en Sinterklaas is natuurlijk wel de Gulle Geschenkjesgever. Waarom is me onduidelijk en over de dag waarop dat allemaal gevierd moet worden tast ik ook in het duister. Op 6 december. Wat moet je nou met zo’n datum? Feestdagen zijn vaak rond het begin van lente, zomer, herfst en winter, daar heeft mijn Wijze Tante veel over geschreven. Zelfs die gekke datum van Pasen die steeds verandert is nog wel te verklaren, zij het slechts voor voor astronomisch aangelegde mensen. Maar 6 december? Dat is toch helemaal niks? Mieter al die cadeautjes en gedichten onder de kerstboom, want het is toch van de gekke dat je binnen een maand twee keer cadeautjes gaat uitpakken? ‘De pakjes liggen al onder de boom,’ vertelde lagereschoolvriendje Maarten me in de jaren vijftig, maar toen snapte ik daar niks van.

Ik snap ook niet dat de VN niet meteen het hele Sinterklaasfeest wil verbieden. Alsof een blanke Sinterklaas niet van racisme getuigt: de rijke blanke slavendrijver waarmee ik als blanke eigenlijk niet geassocieerd wil worden. Die Piet door schoorstenen laat kruipen met cadeautjes die daar helemaal niet doorheen kunnen. Die Piet pepernoten laat rondstrooien. Die Piet kinderen met een roe laat slaan als ze niet netjes gehoorzaam zijn geweest. Net als Toon Hermans heb ik iets tegen die man zodat ik het niet erg zou vinden als dat hele rare feest zou verdwijnen. Met die stomme gedichtjes en liedjes. Alsof ik als kind op de lagere school al niet genoeg gepest ben met stomme liedjes. Merk toch hoe sterk was het enige lied waar ik van hield, en zelfs dat ging over de oorlog met Spanje. Kindermishandeling was dat, wat vandaag de dag niet meer door de beugel zou kunnen.

Toch vrees is dat dit niet de echte reden is dat de VN eigenlijk het hele sinterklaasfeest wil afschaffen. Want het is niet bepaald een neoliberaal stokpaardje waarmee Sinterklaas over de daken huppelt. Bovendien levert dat tegenwoordig allemaal kapotte zonnepanelen op, dus kan het niet meer. De jaren van het altruïsme, van empathie en cadeautjes geven zijn voorbij. De staat is geen geluksmachine en het wordt tijd dat we nu leren onze eigen pepernoten te doppen, ons eigen speculaas te bakken en onze eigen cadeautjes te pakken. Het enige cadeau dat Sinterklaas ons nu kan geven is zelfredzaamheid, een participatiesamenleving, eigen verantwoordelijkheid, ons op onze eigen kracht en mogelijkheden aanspreken. Althans volgens het gedicht bij dit cadeau van de VN, want in werkelijkheid gaat het natuurlijk om bezuinigingen die er hoe dan ook doorgejaagd moeten worden zodat ons systematisch moet worden ingestampt dat Sinterklaas niet meer bestaat. Vechten voor het behoud van dit feest en dan ook niets anders dan een protest tegen die bezuinigingen, tegen de crisis, ook omdat de veroorzakers ervan nog steeds op vrije voeten rondlopen en al lang in de zak een enkele reis Spanje gehad zouden moeten hebben. Ze gaven ons mooie cadeautjes zoals aflossingsvrije hypotheken, en nu willen ze die terug hebben. Ja, dahag! Laat die jongens van Goldman Sachs maar het water uit onze huizen pompen!

Een raar onbegrijpelijk feest met stomme liedjes op een gekke dag. Met een onmogelijk rijke Sint en verschrikkelijke gedichtjes en liedjes. Met paarden op daken, cadeautjes die in schoenen verschijnselen en een enge zak waarin je zomaar gekidnapt kan worden. Er klopt helemaal niets van dat feest. Maar misschien is al die onzin juist het leuke ervan! De VN wil dag tegen Sinterklaas zeggen, maar ik heet hem graag welkom. Sinterklaasje kom maar binnen met je eh… dat mag ik niet zeggen geloof ik. Omdat Piet zwart is. Maar als je geen racist bent, waarom maak je je er dan zo druk over dat Piet zwart is?

Privacy paradox

Date 10 oktober 2013

Aan de ene kant hechten we erg aan onze privacy terwijl we aan de andere kant deze royaal weggeven. Als ik een artikel in De Correspondent moet geloven staat dit bekend als de privacy paradox. We zijn inderdaad vaak te royaal met het rondstrooien van onze persoonlijke gegevens, zoals op Facebook, maar er zijn ook ontzettend veel gevallen waarin we gewoon niet anders kunnen omdat het digitale leven anders praktisch onleefbaar wordt en we onze computer dan even goed bij het grofvuil kunnen zetten. Omdat dit geen reële optie is offeren we onze privacy niet alleen op aan cookies, maar ook ook aan allerlei ongelezen voorwaarden waarmee we ermee instemmen dat van alles en nog wat zomaar op de digitale straat komt te liggen, zodat het te pas en te onpas door anderen gezien en gebruikt kan worden. Voorwaarden waarmee we moeten instemmen om de betreffende sites en software te mogen gebruiken.

Die cookies heb ik altijd al onsympathiek gevonden. Het feit alleen al dat er stiekem in mijn computer gerommeld wordt om al die kleine bestandjes te bewaren vind ik al een inbreuk op mijn privacy. Als ik een website bezoek dan moeten ze daarbij van mijn computer afblijven. Gewoon omdat ik van mening ben dat mijn computer mijn computer is, en niet die van een ander. Het argument van de noodzaak om cookies te plaatsen om het gebruik van websites vriendelijker te maken, zoals het bewaren van mijn winkelmandje, is maar een halve waarheid omdat het daarbij in minstens even grote mate gaat om het verzamelen en verspreiden van stukjes identiteit van me. Net zoiets als ‘Wij waken over uw en onze eigendommen’ als argument om camera’s in winkels te plaatsen, waarbij ik dat eerste echt een beetje betwijfel. En ze maken mij niet wijs dat het bijhouden van mijn winkelmandje niet zonder die vermaledijde cookies zou kunnen. Gelukkig zijn er programma’s als AdBlock en Ghostery waarmee je cookies kan blokkeren, en die draaien dan ook al geruime tijd op mijn computer. Het probleem is alleen dat sommige websites alleen gezien mogen worden als je cookies accepteert. Dat is dan ook een gemis in de cookiewetgeving dat websites ontoegankelijk mogen zijn als je geen cookies wil accepteren. Sterker nog: dat cookies gebruikt mogen worden.

En dan zijn er de voorwaarden waaraan we moeten voldoen om websites en programma’s te mogen gebruiken. Facebook is daar berucht om, terwijl een sociaal netwerk als dat bijna onmisbaar is geworden. En neem nu eens alle apps die we gebruiken, waarbij steeds gevraagd wordt akkoord te gaan met de gebruikersvoorwaarden. Als je die allemaal zou moeten lezen kwam je echt niet meer aan het gebruik van ervan toe. Dat zou een dagtaak zijn. Zo wilde ik laatst even naar Second Life, maar werd me de toegang ontzegd zolang ik niet de Terms of Service goed had gelezen en daarmee akkoord was gegaan. Sorry voor onze afspraak, Robbie, maar ik kon vanavond niet meer komen! Alsof je de bioscoop niet uit mag alvorens alle aftitelingen grondig te hebben gelezen. Dat probleem is volgens mij eenvoudig op te lossen, maar misschien zie ik het weer eens te simpel. Laat aan alle voorwaarden een samenvatting van maximaal 500 woorden voorafgaan met informatie waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die voor de gebruiker relevant is. En laat wijzigingen van voorwaarden in maximaal 500 woorden aangeven wat er veranderd is. Dat zou wettelijk geregeld moeten zijn, net als dat kleine lettertjes in contracten minder rechtsgeldig zijn dan grotere lettertjes. Zeker als dat gele driepuntsletters op wit papier zijn.

Hoe juridisch dichtgetimmerd het ook mag zijn, voor mij behoren cookies tot inbraak, en zijn veel overeenkomsten ongeldig omdat het praktisch gezien onmogelijk is er kennis van te nemen. Cookies en voorwaarden: de commercie maakt er maar al te graag gebruik van, en te veel gebruik is misbruik. Als de sharia hier straks regeert is het heel makkelijk om alle homo’s op te sporen. En voor de reclame is het veel te gemakkelijk om ons surfplezier nog meer te gaan verpesten. De VVD wil zelfs nog méér reclame op de publieke omroep, terwijl ik nu al geen tv meer kijk! De beste manier om irritante reclame uit te wereld te helpen is natuurlijk om juist die producten niet meer te kopen. En om cookies zoveel mogelijk te blokkeren. Geef ze maar veel cookies van eigen deeg!