5 maart 2010
Vandaag heb ik er weer voor getekend. Letterlijk. Voor het aanvaarden van het raadslidmaatschap. Waarmee voor mij een nieuwe periode begint. Met veel andere mensen in de raad, want van de dertien raadsleden zijn er nu zes nieuw. Helaas heeft onze partij Oldegeppels Hart een zetel verloren zodat ze niet meer de grootste is en net als de VVD en onze lokale concurrent De Oldegeppelse Partij drie zetels heeft. Het is wel mooi dat bijna de helft van de raadszetels door lokale partijen worden ingevuld, net als in de vorige raad.
Het worden moeilijke tijden. Wouter Bos heeft de banken overeind gehouden, maar dat betekent wel dat straks de gemeenten flink gekort gaan worden op de uitkeringen die ze van het rijk krijgen. En eigenlijk ben ik het er helemaal niet mee eens omdat ik vind dat Bos de banken helemaal niet had moeten steunen in de vrije markt waar iedereen zo in gelooft. Maar dat is volgens sommigen toch net iets te radicaal omdat je daarmee de hele economie overhoop haalt. Maar de gemeenteraden hebben het niet alleen moeilijk met de financiën, maar ook met andere dingen.
Neem bijvoorbeeld die grote pakken papier die je geacht wordt door te werken. Wat nauwelijks kan, zoals het ook vrijwel niet haalbaar is om bij alles wat je in de winkel of op het internet koopt alle algemene voorwaarden door te lezen – de economie zou lam liggen als iedereen dat ging doen. Terwijl er in die raadsstukken en bijlagen toch onopvallende dingen kunnen zitten waar je achteraf op wordt aangesproken. Bovendien komt er van hogerhand steeds meer op de gemeenten af, zoals de Wmo, zodat het leeswerk er in de loop van de tijd niet minder op wordt.
In de tweede plaats moet je ook leren vertalen. Normale taal omzetten in bestuurlijke taal. Dat laatste is vaak nog een heel lelijke taal ook. Zo is alles tegenwoordig een visie, en kom je om in de beleidsinstrumenten, randvoorwaarden en woonsituaties. En die vertaalslag is helemaal lastig als het om financiën gaat, want zoals ik denk in termen van een huishoudboekje – links bezittingen, rechts schulden en het verschil ertussen is het eigen vermogen – denken ambtenaren meestal niet. Maar ze zijn bij ons wel hartstikke bereid om het uit te leggen en ze lijken dat zelfs leuk te vinden. Zo zijn we er de afgelopen raadsperiode wel in geslaagd om wat meer begrijpelijke rapportages te ontvangen, ook vaker.
Het zijn deze twee punten – kort samengevat: veel en vaak moeilijk te doorgronden documenten moeten doorworstelen – die het raadslidmaatschap er niet makkelijker op maken. Bovendien moet je wel een beetje weten hoe de bestuurlijke wereld in elkaar zit, waarbij juridische en financiële kennis enorm kan helpen. De VNG, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, doet er echt veel aan om raadsleden cursussen aan te bieden, en ondersteunt hen graag op vele manieren. Alleen beland je vaak in een vicieuze cirkel van veel lezen en vergaderen, zodat je er juist geen tijd en puf meer voor hebt om te leren hoe je dat beter en efficiënter kan doen.
Omdat de raadsvergoeding samenhangt met de grootte van de gemeente is het zeker in kleinere gemeenten niet mogelijk om daarvan rond te komen. En omdat er ook brood op de plank moet komen heb je er gewoon minder tijd voor, hoe leuk je het werk ook vindt. Wat er dan zo interessant aan is om in een gemeenteraad te zitten? Voor mij is het niet alleen goed om tegen veel klippen op met idealen bezig te zijn en om contacten met totaal andersdenkenden te hebben, maar ook om me een beetje met de voeten op de grond van deze aarde te houden. En bovendien is het boeiend om te trachten het mysterie te ontsluieren waarom er zoveel dingen gebeuren zoals ze gebeuren, zelfs als niemand ze wil.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
24 februari 2010
Soms vergeet ik wel eens te vertellen dat ik ook nog discomanager ben. Dat is een soort aardse tegenhanger van al dat spirituele gedoe waarmee ik me doorgaans bezig hou, en iets kleurrijker dan de politiek. Maar ik moet er wel eerlijk bij vertellen dat het zich in Second Life afspeelt, en om de een of andere reden wordt het dan al snel minder serieus genomen. Jammer, want het is er echt hartstikke leuk! Ons team heeft de taken mooi verdeeld. Robbie heeft de algemene leiding, richt de disco in naar het thema van de avond, contracteert dj’s, ontvangt de gasten en regelt de vloerverlichting. Carl bedient de guest counter en de sploder. Dat laatste is een grote diamant waarin je Linden Dollars kan stoppen, die hij om de zoveel tijd random herverdeelt onder de deelnemers. Ik regel de plafondlichten, maak foto’s van iedereen en bedien het contest board, waarop bezoekers kunnen aanklikken wie het leukste gekleed is volgens het thema van de avond. Wie de meeste stemmen krijgt wint de wedstrijd!
Afgelopen zondag zette ik Sexiest Vampire op dat contest board. En ik moet toegeven dat het er af en toe een beetje bloederig toeging. Robbie schreef in zijn wekelijkse terugblik dat hij nog een tijd bezig is geweest met de vloer schoon te maken, waarop ik me excuseerde omdat ik nog een beginnende vampier was die het nog moest leren. ‘Face your fears’ had ik op de uitnodiging gezet. Enge dingen moet je speels benaderen, zoals kinderen ervan kunnen houden om te griezelen. En het is een goeie therapie om eens te voelen hoe het is om een vampier te zijn: bijten en gebeten worden. Weg met de schijnheiligheid: we hebben niet alleen goden in ons, maar ook duivels. Alles is in ons, en dat zijn we in de loop der jaren dan ook geweest in SweetWeed: Middeleeuwers, voetballers, paashazen, verplegers, skaters, carnavallers, tovenaars, Romeinen, autocoureurs, engelen, streetdancers, cowboys en wat niet al. Het leven is een rollenspel.
Rozenkruisers en andere esoterici zullen het wel ontzettend slecht vinden zoals ik omga met astrale werkelijkheden. Wellicht is het ook daarom dat ik me steeds minder met Rozenkruisers en esoterici verbonden voel. Het is juist die humor en lichte speelsheid die ik teveel mis in real life. Dat gecombineerd met mijn vervelende neiging om ook maar iets echt serieus te willen nemen, maakt me niet echt geschikt voor de wereld van Rudolf Steiner en aanverwanten. Daar wordt niet echt gedanst en gepleziert. Het is één van de krachten van Bhagwan dat hij Zorba en Boeddha samenbracht. En als er iets was waar sannyasins goed in waren dan was het wel het opzetten van goed lopende disco’s. Dat deden ze in veel grote steden, steeds onder de naam Zorba the Buddha. Ja, echt, die dancings waren geliefd eind jaren tachtig! En terecht. Helaas is de leiding in Poona zelf de oorzaak van het korte bestaan van deze disco’s. Maar ook een volgzaamheid van veel sannyasins die er trots op zijn hun ego’s in handen van andere ego’s te leggen.
Vriend kwam met Ah… This! van Bhagwan aandraven, met lezingen uit de tijd toen ik in Poona was en die ik dus in real life heb gehoord. Het boek gaat over zen: ‘Here it is ordinary,’ zegt Bhagwan in het begin. ‘It does not want you to create a certain kind of spirituality, a certain kind of holiness. All that it asks is that you live your life with immediacy, spontaneity. And then the mundane becomes the sacred.’ Na zijn verlichting wordt het leven van de monnik weer gewoon hout hakken en water dragen, net als voordat zijn spirituele zoektocht begon, maar nu met een nieuwe kwaliteit: bewustzijn. De titel waaronder in januari 1980 Bhagwans woorden voor mij zijn opgenomen is Dance till the stars come down from the rafters. En daar hou ik me aan. In real life komt daar niet zoveel van terecht, wat ook te maken heeft met leeftijd, openbaar vervoer en oren. Maar daar heb ik het niet zo moeilijk mee. Want de echte dans is de innerlijke dans, die als een kleurig etherische lichaam om me heen fladdert en deint op klanken van ritme en muziek. Zo dans ik elke zondagavond de sterren van de hemel in Second Life. Met Robbie en Carl en veel andere lieve en minder lieve vrienden.
Gepost in Second Life, Spiritualiteit
Geen reacties »
18 februari 2010
‘Kan je niet naar België gaan en een revolver voor me kopen?’
Dat vroeg buurman me gisteren. Hij wordt volgende week 95 jaar, mist een been, maar wist zich tot voor kort heel aardig zelfstandig te behelpen, dank zij wat thuis-, mantel- en andere zorg. Ik prijs het beleid waarin men ouderen zo lang mogelijk in hun eigen huis en woonomgeving laat wonen. Dat blijkt uiteindelijk niet alleen de meest bevredigende maar ook de meest voordelige manier te zijn om ouderen onderdak en zorg te geven. Vorige week had buurman echter zijn kunstbeen niet goed aangetrokken, zodat hij op de grond viel toen hij in de voordeur vanuit zijn scootmobiel in zijn rolstoel wilde overstappen. In zijn val brak hij de ruit van de voordeur, en we mogen blij zijn dat het bij wat glasscherven en bloedvlekken is gebleven, want voor hetzelfde geld had hij zijn heup gebroken. Daar lag hij dan half buiten, half binnen in de kou. Ik hoorde hem roepen, en toen ik naar hem op weg was belde de alarmcentrale me nog. Goed geregeld. Maar ook weer niet, want ik kon hem in de smalle gang niet in mijn eentje in zijn rolstoel hijsen. De alarmcentrale gebeld, maar die kon verder niets meer doen. Volgens buurman moest ik de dokter bellen, maar die verwees weer door naar de politie en toen ik die aan de telefoon had was er een zoon van een buurvrouw verderop gearriveerd om hem in de rolstoel te helpen. Tja, dat is even een eenzaam gevoel. Je zit daar met iemand van 95 op de vloer te wachten, door de open deur kijkend naar het stille fietspad in de ijzige kou, en waar moet je hulp halen? Iedereen werkt, er komt niemand langs wandelen in de sneeuw. Gistermorgen mislukte zijn overstap opnieuw, maar hij is niet gevallen zoals vorige week en ik kon hem gelukkig op mijn eentje in zijn rolstoel krijgen. Dat voel ik nog aan mijn rug.
‘Kan je niet naar België gaan en een revolver voor me kopen?’
‘Weet u dat mijn vader dat precies zo vroeg?’ zei ik hem, leunend tegen het aanrecht, toen hij uiteindelijk bij de keukentafel zat uit te blazen.
Ja, mijn vader leed aan longemfyseem, dat volgens mijn moeder alleen maar aanstellerij was. Maar je zal het maar hebben. Ik heb ook wel eens even zo’n moment van ademtekort, en dat is geen prettig gevoel. Bij mijn vader sloeg dat emfyseem in verhevigde mate toe toen mijn moeder in 1991 overleed. Voor hem hoefde het leven niet meer en draaide alles om de angst te zullen stikken. Zodat hij mij vroeg om naar België te gaan hoewel hij, net als mijn buurman, natuurlijk best begreep dat ik daar moeite mee had en daar niets van terecht zou komen. Toen mijn vader uiteindelijk zijn laatste reis zou maken, naar het ziekenhuis, kreeg hij ook geen kans om rustig afscheid te nemen van zijn huisje. Ik was al vroeg in de ochtend daar in Osdorp gearriveerd om hem te wekken en nog samen een kopje koffie te drinken. Maar de ambulance kwam rücksichtslos te vroeg, gaf geen tijd voor afscheid, en voor we er erg in hadden zaten we al in de ziekenwagen. Wij zorgconsumenten pikken veel te veel! Even een rustig moment van afscheid was ons niet gegund! Waarom houden die jongens zich niet gewoon aan de afgesproken tijden? Hoeveel uren en uren heb ik niet met mijn Wetenschappelijke Tante in het AMC zitten wachten omdat werktijden van de specialisten belangrijker zijn dan de patiënten? De zorg is er niet meer voor ons, maar wij zijn er voor de zorg…
‘Kan je niet naar België gaan en een revolver voor me kopen?’
Voor mijn buurman hoeft het niet meer zo. Misschien straks weer wel, want zijn zoon is druk bezig met het regelen van een tehuis voor hem. En terwijl dit alles gebeurde kwam zelfdoding weer in het nieuws in de vorm van een burgerinitiatief van Uit vrije wil voor het recht op zelfbeschikking voor mensen van 70 jaar en ouder. In dit geval ben ik liberaal, ofwel het ermee eens. Hoewel ik niet vind dat je van een ander mag eisen dat jij jou gaat doodmaken. Opvallend is dat die roep steeds harder klinkt, en dat zou toch iets moeten zeggen over de zorg. Enerzijds euthanasie als zorg, en anderzijds euthanasie om juist aan die zorg te ontsnappen! Zorg die steeds meer in protocollen is geregeld, waarin tot op de seconde is voorgeschreven wat hulpverleners allemaal voor hulpbehoevenden mogen doen. Met als gevolg dat een hulpverlener een rinkelende telefoon alleen mag aanreiken als het snoer niet langer is dan 1,5 m, je geen zakdoek mag aanreiken als er sprake is van minder dan 25 milliliter kwijl of 2,5 gram snot en de rolstoel alleen verplaatst mag worden na controle van de luchtdruk in de banden naar Europese normen. Waarin ouderen en gehandicapten gedegradeerd zijn tot zorgconsumenten, die niet veel meer zijn dan een productnummer op een begroting. Neoliberalen hebben de zorgzame samenleving afgeschaft en dat is te merken ook! Hoe rijk we materieel ook mogen zijn, het bestaan zelf wordt steeds minder menswaardig. En is het dan gek als mensen bij de eerste de beste gelegenheid uit het leven willen stappen? Geef ze eens ongelijk! Hoe ver zijn we als samenleving gezakt, en hoe diep zijn de zorg en de medische wereld gezonken dat mensen liever sterven dan in hun deplorabele toestand voort te blijven leven? De beste manier om dit probleem op te lossen is euthanasie op het neoliberale berekenende materialisme dat tot dit soort wantoestanden heeft geleid. Niet uit vrije wil!
Gepost in Gezondheid en welzijn, Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
11 februari 2010
Gekker moet het toch niet worden. Dat roep ik wel eens vaker, maar juist dan blijkt het toch nóg gekker te kunnen. Tijdens mijn jeugd kwam de schillenboer nog wel eens langs, en brachten oude kranten nog wel eens iets op. Later kreeg je de groene bak voor de gft, wat niet op een of ander gif slaat, maar op groente-, fruit- en tuinafval. De grijze en de groene container kregen niet zo lang geleden gezelschap van een blauwe bak voor het papier. Daar is allemaal wat voor te zeggen. Maar dan zijn we er nog niet, want er is zat afval dat niet wordt opgehaald, zodat we het ergens moeten inleveren. Zoals wit, groen en bruin glas dat in de glasbak hoort. Chemisch afval, waarvoor je in je agenda moet schrijven wanneer er een chemokar in de buurt langskomt. Farmaceutisch afval, zoals niet gebruikte geneesmiddelen, waarvoor de apotheker je verwijst naar een afvalscheidingsstation. Nou is dat station met het openbaar vervoer vrijwel niet te bereiken, zodat steeds meer dubieus materiaal, variërend van tl-buizen tot verlopen pijnstillers, zich in mijn schuurtje ophoopt.
Maar sinds gisteren speelt steeds een liedje van de Mothers of Invention in mijn hoofd met de titel Plastic people. Want de Plastic Hero komt in de wijk! Wow! Dat is een oranje macho knaapje, weggelopen uit een computergame, dat met de handen in de zij trots laat zien hoe goed hij wel is! Een grote 1 op zijn borst laat zien dat hij niet de eerste de beste is! Het Grote Nieuws dat hij komt brengen is dat we nu Nog Beter Voor Het Milieu gaan zorgen door ook ons plastic afval te scheiden van de rest. Oranje gloort aan de horizon! Leve de Plastic Heroes! Ik had al eerder over deze actie gehoord en verwachtte dat ik naast de grijze, groene en blauwe kliko nu ook een oranje bak zou krijgen, maar dat viel tegen. Bij het foldermateriaal dat ik gisteren in de bus kreeg waren 12 plastic zakken bijgesloten waarin ik plastic afvalmateriaal moet gaan verzamelen. Mijn eerste neiging was dan ook om één van die zakken te vullen met de andere elf zakken en het zo aan de stoeprand te zetten. Op maandag 22 maart, zoals de bijgaande kalender aangeeft.
Wat zou ik eigenlijk allemaal in die zak moeten stoppen? Even uit mijn hoofd leren wat daar allemaal onder valt: plastic tassen en broodzakken, pasta- en rijstzakken, snoepzakken, verpakking van vleeswaren en kaas, folies van tijdschriften en reclamefolders, blisters van o.a. tandenborstels, snoeren en schroeven, boterkuipjes, sausbakjes, smeerkaas-, paté- of koffiemelkkuipjes, groente-, fruit- en saladebakjes of -zakjes, patatbakjes, bekers van yoghurt, vla, slagroom en ijs, deksels van potten pindakaas, chocopasta etc., knijpflessen van sauzen zoals ketchup en mayonaise, flacons van wasmiddelen en schoonmaakmiddelen, flacons van bijvoorbeeld shampoo, douchegel, badschuim en zeep, tubes van bijvoorbeeld gel, crème, bodylotion en tandpasta, flessen van olie en azijn, flessen van frisdrank, water en zuivel, potjes van gel, medicijnen en vitamines, plantenpotten. Duidelijk. Hoe één zo’n zak genoeg is om er een hele maand al die spullen in te stoppen is me niet duidelijk. Waarschijnlijk produceren we meer plastic afval dan de Ooise Afvalstoffen Dienst inschat. En dan komen we bij de kern van de zaak.
Wij consumenten produceren helemaal geen plastic afval! Dat is de industrie, de vrije markt die alles ongevraagd in plastic gaat verpakken! Hoe hard is er niet geroepen om het statiegeld weer in te voeren? Waarom zit tegenwoordig zoveel in blisterverpakkingen die zonder groot materieel en gevaar bijna niet te openen zijn? Waarom smeren we boter uit kuipjes en niet uit een botervloot? Waarom gaat patat in een plastic bakje en niet in een zakje? Waarom zit steeds meer post en reclame in folie in plaats van in papier? Waarom zijn zelfs bij Albert Heijn de Bossche bollen keurig op een plastic bodempje op maat in een halfplastic doosje verpakt? Is het gegeven dat één en ander toch te recyclen is een excuus om er dan maar meteen veel méér van te gaan gebruiken? Dreigt Frank Zappa’s lied uit 1968 slechts een voorproefje te zijn van een plastic wereld? Hebben wij consumenten daarom gevraagd? En moeten wij dat nu allemaal gaan opruimen? Hoezo: de vervuiler betaalt?
Zo bekommert ook hier de industrie zich niet om haar eigen afval, neemt ze alleen de lusten maar niet de lasten. Wij kunnen voor haar de rommel opruimen, en krijgen er weer extra werk bij alsof er al niet genoeg te doen is. Ja kan en moet vriendelijk zijn voor het milieu. Maar als je ook de manier van met elkaar omgaan tot het milieu rekent, zou je een halt moeten toeroepen aan dit afschuiven van verantwoordelijkheden en er niet aan moeten meedoen. Soms kun je problemen alleen maar oplossen door het een en ander maar te laten vastlopen. Zoals je de banken niet had mogen belonen voor hun dubieuze praktijken, zo zou je ook hieraan niet mee mogen doen. Omdat achter de schermen de industrie in zijn vuistje lacht en profiteert van het milieubewustzijn van anderen, terwijl ze zelf te beroerd is een eigen steentje bij te dragen. Industrie en overheid zeggen steeds vaker tegen ons: ‘Zoek het zelf maar uit!’ en verheffen dat zelfs tot moraal. Het wordt de hoogste tijd dat wij overheid en industrie een koekje van eigen deeg teruggeven. Bijvoorbeeld door die Plastic Hero in zijn eigen zak aan de stoep te zetten. Daar hoort plastic thuis, dus hij ook!
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
3 februari 2010
Sannyasins verenigt u! Haal je oranje kleren weer uit de kast en trek ze aan! Poets je mala weer op en draag hem trots om je nek! Maak de rebel in je wakker en werk samen aan een nieuwe wereldcommune! Blaas het werk van Osho nieuw leven in door je te organiseren. Stap over je schaamte over de ramp van Rajneeshpuram heen en verenig je weer! Blijf niet elkaar de schuld geven, maar realiseer je dat jullie lichamen nog vol energie van het boeddhaveld zitten. ‘When I leave my body, I will be in my sannyasins,’ zei Osho. Maar wat is daarvan nu, twintig jaar later, terechtgekomen? Neem jullie verantwoordelijkheden. In Poona wordt het werk van Osho doelbewust vernietigd, dus organiseer je opnieuw in een sangha die Osho waardig is!
Dat is in grote lijnen de oproep The Final Call van Mahadevi, die in 2004 op 26-jarige leeftijd verlicht raakte. Na het debacle van Rajneeshpuram en Osho’s heengaan zijn sannyasins over de hele wereld verstrooid. Zo blijft er niets over van Osho’s werk, waarvoor wij als sannyasins verantwoordelijk zijn. Volgens Mahadevi dan. Want zijn roep klinkt nog steeds en het is ondankbaar om daar geen gehoor aan te geven. Indertijd hebben wij hem in Rajneeshpuram al in de steek gelaten door alles wat daar gebeurde maar voor zoete koek te nemen, maar we moeten ons daar niet eeuwig schuldig over blijven voelen. Osho heeft geleden voor ons! Heeft in de gevangenis gezeten voor ons! Ja, hij zou het ons niet vergeven als we het werk dat hij met ons begonnen is verwaarloosden! Nu laten we zijn erfenis in handen van de vernietigers, de resort Poona.
Tot zover Mahadevi. Grote God! Hoewel ik me wel kan voorstellen dat ze niet echt blij is met wat er in Poona gebeurt. Want daar tracht men een nieuwe kerk op te richten, en één van de eerste dingen die dan gedaan worden is gaan rommelen met de woorden van de meester. Hoe dat gebeurt heb ik aan den lijve ondervonden. Onder het mom van de tijdloosheid van zijn woorden begon men in boeken en teksten de bronnen van Osho’s uitspraken te verzwijgen. Gelukkig is nog wel in oude boeken van hem te vinden waar en wanneer hij gesproken heeft. Vervolgens worden er allemaal compilaties van Osho´s teksten gemaakt, waarbij je helemaal niet weet waar dat allemaal vandaan komt. En dan worden weer boeken onder andere titels uitgegeven. Kortom: zaai verwarring over zijn woorden en je kunt er later alles van bakken wat je wilt. Mijn ervaring. En die van Mahadevi: ‘They started doing so much editing of his discourses that one can no longer recognise that they are his words.’ Wat is het toch mooi om aan de roots van de zoveelste kerk te staan! Dat waar Jacob Slavenburg over schrijft onder fantastische titels als Valsheid in geschrifte maak je hier ter plekke mee!
Maar hoe goed ze ook beschrijft wat er een Poona aan de hand is, over het wezen van Osho’s werk, over de kern van sannyas is geen woord te vinden in Mahadevi’s oproep. Ik mag wel zeggen een dwingende oproep, want we moeten van haar drastisch veranderen! Als sannyasins zijn we spirituele ego’s geworden die, door hem niet meer in zijn werk te steunen, medeverantwoordelijk zijn voor Osho’s dood. We hebben de vruchten van het boeddhaveld geplukt en gaan nu ondankbaar onze eigen weg. We hebben hem in de steek gelaten terwijl hij ons nog steeds zo nodig heeft, ook vandaag de dag. Arme Osho!
Ik vraag me af of Mahadevi zelf Osho’s boodschap heeft begrepen. Ja, ze zegt wel dat ze in zijn boeken zijn woorden niet meer herkent, maar vertelt er niet bij wat zijn woorden dan wél zijn. In plaats van in haar lange artikel iets over de kern van sannyas te vertellen, jeremieert ze over de afbraak van het podium en de harteloosheid van Poona. Ja, ze zegt wel dat er spiritueel gecodeerde geheimen in Osho’s werk te vinden zijn, maar waarom heeft ze het dan niet gewoon over bewustzijn, de getuige, identificatie, die paar eenvoudige dingen die Osho zó sterk kon vertellen en uitstralen dat je meteen rechtstreeks naar de kern ging? Zijn die niet het open geheim, en daarmee het meeste grote wonder, dat we van hem hebben mogen meemaken? Wil Mahadevi weer opnieuw een organisatie beginnen, juist daar waar we uiterst pijnlijk hebben afgeleerd dat een dergelijke wereldse weg nooit tot iets spiritueels kan leiden?
Ik weet niet of Mahadevi verlicht is. Misschien is het ook wel helemaal niet interessant of mensen al dan niet verlicht zijn. Het enige dat ertoe doet is dat je in jezelf de waarheid vindt, en dat is een weg die je uiteindelijk alleen alleen kan gaan. De aanwezigheid van een verlicht iemand helpt je daarbij op weg, maar het opzetten van organisaties en kerken leidt alleen maar af van de kern van de zaak. Hou de woorden zuiver en beschikbaar voor iedereen – meer is er niet te doen op het aardse vlak. Lééf de woorden die je hebt gedronken en herken je goddelijke zelf – meer is er niet te doen op het spirituele vlak. Alleen dat kan leiden tot het enige belangrijke dat er is: verlicht zijn. Laat dat ‘verlicht’ trouwens maar weg, want zijn is al meer dan genoeg!
Gepost in Spiritualiteit
9 reacties »
30 januari 2010
Deze week ben ik 63 jaar geworden. Opnieuw een veelvoud van zeven, en dat is volgens mijn Wijze Tante het begin van een nieuwe levensperiode. Of stervensperiode, maar zo heb ik het haar nooit horen zeggen. Hoe dan ook: ze verdeelt het leven in 12 periodes van zeven jaar, te vergelijken met de uren op een wijzerplaat. Je vergelijkt de levensduur met het dagdeel van een etmaal. Helemaal onderaan, om 6 uur op de klok, word je geboren, begint het proces van involutie, de stof in gaan. Als de klok drie uur verder staat ben je volwassen, word je 21 jaar. Het hoogtepunt van verstoffelijking bereik je op je 42e jaar, dan staat op de klok de kleine wijzer rechtop. Dan begint het proces van evolutie, de stof uit. Halverwege die reis naar het fysieke levenseinde staat op je 63e levensjaar de klok drie uur aan te wijzen, en met je 84ste ben je weer terug bij af, helemaal vergeestelijkt.
Een vergelijking met de horoscooptekening dringt zich op. Het geboorte- en stervensmoment – 6 uur op de klok – is dan het middernachtspunt, IC of imum coeli, diep in het zuiden, verborgen in de stille aarde. (Astronomisch bekeken wijst de Zuidpool de diepte in, naar beneden!) Om negen uur, als we 21 worden, zijn we het meest bezig met de fysieke wereld: ons lichaam heeft zijn perfectie bereikt en we zijn klaar om alles materieel vorm te gaan geven. We komen tevoorschijn en laten ons zien, durven onze zon te laten schijnen: de ascendant of oostelijke horizon in de horoscoop. We gaan aan het werk, en verliezen ons in concretisering, vormgeving en produceren. We krijgen kinderen en gaan in deze lentejaren vrolijk de zomer tegemoet. Die laatste komt overeen met ons 42e jaar, het moment waarop de wijzers naar boven wijzen, naar het noorden, naar de midhemel of het medium coeli in de horoscoop waar we in kracht en pracht aan de top van ons leven staan. Maar dan is het mooi geweest – en als het goed is echt mooi! – en beginnen we voorzichtig met het wel gezien te hebben, en gooien we het roer om richting evolutie, de stof uit.
Wellicht zou het leuk zijn om de horoscoop over deze wijzerplaat te leggen. Omdat in de horoscoop de dierenriemtekens tegen de klok in lopen, ga je in je leven niet van Ram naar Vissen, maar van Vissen terug naar Ram. En als je goed oplet is ook daar een ontwikkeling in te ontdekken, misschien wel een schaduwontwikkeling van wat er op het psychologische of spirituele vlak allemaal gebeurt. Ik gooi het maar in de groep ter nader onderzoek. Niet bij iedereen staan de dierenriemtekens op dezelfde plekken in de horoscoop. Bij mij begint dan alles met Ram – ja, ik schijn snel geboren te zijn. Op mijn 21ste kondigde de wereldwijze Boogschutter zich in mij aan – toen stak mijn schrijverstalent hoogdravend en speels de kop op. Rond mijn 42e glorieerde ik in het teken Weegschaal – ik was vaak in de commune waar ik Vriend leerde kennen. En nu sta ik aan het begin van de Tweelingen in me – opnieuw ben ik hard aan het schrijven geslagen.
Maar mijn Wijze Tante voegt in haar artikel – een manuscript dat ik vond en in de laatste Vuurfakkel heb geplaatst – aan dit model nog iets toe. Namelijk dat de opgaande en neergaande levenshelft met elkaar corresponderen, en wel zodanig dat het 7e levensjaar overeenkomt met het 77e, het 14e met het 70ste, het 21ste met het 63ste, het 28ste met het 56ste en het 35ste met het 49ste. Elke leeftijd vindt herkenning in een leeftijd gelijk aan 84 minus die leeftijd. Anders gezegd: als je bij de duik in de stof op bepaalde dieptes nog rommel hebt laten liggen, kom je die weer tegen op je terugreis naar de oppervlakte. Mijn Wijze Tante schrijft ook ‘waar men in het verleden iets niet goed heeft kunnen ontplooien, waar iets verdrukt, verwaarloosd of mislukt is, daar ontbreekt het nu op de terugweg aan de noodzakelijke krachten voor die verheffing.’
Hoe oud ben ik nu? Ben ik 63 of 21? Die laatste is wakker geschud door mijn virtuele vriendje Robbie, die inderdaad 21 is en door wie ik al die studentenjaren met bijbehorende gevoelens en gedachten weer opnieuw beleef. Kennelijk was er 42 jaar geleden iets nog niet af, en moet ik even terug om enthousiasme, idealen, verliefdheden opnieuw leven in te blazen, de puurheid en echtheid van het tijdloos jong zijn in mezelf te hervinden. Ik ontmasker romantiek als veel spiritueler dan meestal gedacht wordt. Omdat het genieten van het verlangen an sich helemaal in het hier en nu is. Romantici moeten er niet aan denken dat hun verlangens bevredigd worden, dat is helemaal niet de bedoeling! Als dat doel bereikt zou worden, zou in een mum van tijd er weer een ander verlangen zijn, en dat schiet niet op. Nee, het is heerlijk om te smelten in het smachten en doortinteld van het goddelijke te sterven! Gewoon beleven dat het er hier en nu is. Dat is gewoon hun allerhoogste geluk. En ook voor mij het mooiste dat er is. Ja, de meeste mensen denken dat ik 63 ben, maar eigenlijk ben ik nog steeds 21! Iemand die het gewoon verdomt om oud te worden. Eigenlijk bestaan leeftijden niet, omdat er maar één leeftijd is.
Gepost in Astrologie, Spiritualiteit, Uit mijn leven
2 reacties »
21 januari 2010
Mensen willen altijd van alles verklaren. Of beter gezegd: als iets afwijkt van het meest gangbare, het populaire, het best verkopende, het commerciële, dan moet er iets aan de hand zijn en wil men weten waarom dat niet gewoon normaal is. Dat iets tot een statistische of sociologische norm wordt, zegt echter nog niets over de waarde ervan. Tenzij je tegen het neoliberalisme aanschurkt, want daar is de vrije markt het grote ideaal, met als gevolg dat voetbal de sport is, De Telegraaf de krant en de Toppers de muziek maken. Er dient dus onderzocht te worden waar afwijkelingen als nrc.next, schoonspringen en Jos van Veldhoven vandaan komen, want die zijn niet normaal. Zo ook zoeken velen de oorzaak van homoseksualiteit, dat immers maar bij iets tussen 5% en 10% van de mensen voorkomt. Die drang om naar een verklaring te zoeken leeft ook in spirituele kringen. Zo heb ik een verzameling van Bhagwans meningen hierover, waarbij het leuke is dat je daarin alles tussen verheerlijking en verkettering ervan tegenkomt.
Onlangs ontving ik een artikel van Frans Langenkamp over dit onderwerp met als titel De Oorzaak van Homoseksualiteit en Lesbianisme. Volgens hem is homoseksualiteit te verklaren uit het feit dat de ziel in een incarnatie in een lichaam van een ander geslacht zich nog niet daaraan heeft aangepast. Als je als vrouw opeens in een manlijk lichaam zit is je hele liefdesleven inclusief hormonen nog steeds op mannen gericht, en het omgekeerde geldt voor mannen die opeens in een vrouwenlichaam belanden. Dit zou betekenen dat als 5% van de mensen homoseksueel is mensen kennelijk om de 20 levens weer eens een ander geslacht aannemen. ‘Stel een ziel heeft tien tot twintig levens als vrouw op aarde geleefd,’ schrijft Langenkamp. ‘Van nature, vanwege de vrouwelijke geslachtshormonen, heeft zij zich aangetrokken gevoeld tot het mannelijke geslacht.’ In deze zin halen echter de woorden ‘van nature’ deze verklaring in één klap onderuit. Kennelijk is de ‘natuurlijkheid’ van heteroseksualiteit nodig om homoseksualiteit te verklaren.
Natuurlijk is er veel te zeggen voor die natuurlijkheid van heteroseksualiteit. Het nut van geslachtelijke voortplanting wist ik haarfijn uit te leggen op het mondeling biologie voor mijn eindexamen in 1966: evolutie! Daar is op zich niks mis mee, maar met spiritualiteit of iets ‘hogers’ heeft dat weinig van doen omdat het op de toekomst gericht is, een doel heeft, niet in het hier en nu leeft. Als je seksualiteit alleen functioneel benadert, ja, dan is alleen heteroseksualiteit natuurlijk. Dan is het manlijk lid alleen om te plassen en zich voort te planten. Dan is onze mond er alleen om te eten, te drinken, te praten en wat adem te halen, maar niet meer om te zoenen. Dan mogen onze ogen uitsluitend gericht zijn op voedsel, gevaar en veiligheid en niet meer genieten van schoonheid. Dan zijn onze voeten alleen om te lopen, en niet meer om te dansen. Dan hebben we onze handen alleen om voedsel in onze mond te stoppen en van ons af te slaan, maar niet meer om te strelen. Het is juist deze functionele benadering die het leven dood maakt, het de ziel en spontaanheid ontneemt.
Want het leven is meer dan overleven, meer dan zekerheden opbouwen voor de toekomst. Zolang daarvoor niet het heden wordt opgeofferd is daar niks mis mee, maar dat is veel te vaak juist wel het geval! En voor je het weet wordt dat een gewoonte: het heden opofferen aan de toekomst, zodat je niet meer genieten kan, en er geen plaats is voor spontaniteit, creativiteit, ongecompliceerdheid, speelsheid. Het kan bijna geen toeval zijn dat het juist deze eigenschappen zijn die onder homo’s meer lijken voor te komen dan onder hetero’s. Homo’s worden niet voor niets gay genoemd! En misschien is het wel heel natuurlijk dat de natuur ook het spel heeft geschapen, dat per definitie zinloos is maar waarin wel de meeste vervulling gevonden wordt. Levend in het hier en nu, niet zo tobbend over de dood hoef je je niet zo nodig voort te planten als meestal wordt aangenomen. Het zijn heeft geen zin, het zijn is de zin!
En nu we toch aan het spelen zijn: uiteraard zijn homo’s creatiever en spiritueler dan hetero’s. Omdat ze dichter bij de oorspronkelijke bedoeling van het leven en seksualiteit staan: speelsheid, plezier en vrolijkheid. Niet dat zware ga heen en vermenigvuldig u, al dan niet ter ere van een god die zó graag vereerd en verheerlijkt wil worden dat daarvoor nooit mensen genoeg op aarde zijn. Homo’s zijn tenminste niet verantwoordelijk voor die overbevolking, die rampen veroorzaakt als honger, ziekte en overbelasting van het milieu, die we tegenwoordig zo met verve bestrijden. Wat natuurlijk geen zin heeft zolang zoveel hetero’s hun macho- en moederrollen blijven verheerlijken. Begrijp me niet verkeerd: met de meeste hetero’s is niks mis – zij kunnen het zelf ook niet helpen dat ze zo zijn – en wie moet er anders voor zorgen dat er homo’s zijn? Ja, ik ben mijn ouders er dankbaar voor dat zij niet zo waren als ik! Het is een echt natuurwonder dat hetero’s homo’s kunnen verwekken! Ja, ik had nog niet bedacht tijdens mijn eindexamen dat de functie van heteroseksualiteit het scheppen van homo’s is! En dat is maar goed ook, want dan was ik vast gezakt. Niet iedereen heeft evenveel gevoel voor humor en relativering.
Gepost in Maatschappij en politiek, Psychologie, Spiritualiteit
11 reacties »
14 januari 2010
Hoe het is om alweer dertig jaar op het spirituele pad te zijn? Want zolang heet ik vandaag alweer Satyamo! Dertig jaar! Dan mag je toch wel eens eindelijk volwassen zijn en kinderen hebben! Nou, die kinderen beginnen steeds meer van zich te laten horen, want ook in de komende Koorddanser verschijnt weer een leuk artikel van me. Over hoe men in de zogenaamde New Age eigenlijk helemáál geen Watermantijdperk wil. En het zijn eerlijk gezegd best spirituele kinderen, waar ik trots op ben. Toch nog wat bereikt in die dertig jaar! Wel lang eigenlijk. Welke idioot doet er nou dertig jaar over om naar Santiago de Compostella te lopen? Niemand toch? Aan de andere kant deden monniken in zenkloosters helemaal niet zo moeilijk over een paar jaartjes extra mediteren. Het was uiteindelijk toch illusie allemaal.
Dertig jaar! Eigenlijk al veel langer, want het begon natuurlijk niet met Bhagwan. De jaren tachtig waren een hoogtepunt, dat wel, maar het begon veel eerder. Al in de jaren zestig op de middelbare school, het Hervormd Lyceum West in Slotervaart. Waar ik kennismaakte met het periodiek systeem van de elementen. Misschien is het wat simplistisch, maar ik heb ervan overgehouden dat alle elementen (indertijd 103) uit 3 deeltjes bestonden: protonen, neutronen en elektronen. Terwijl de hele stoffelijke wereld met zijn ontelbare en complexe moleculen weer te reduceren was tot dat relatie kleine aantal elementen. Kortom: alles zou uiteindelijk wel uit één grondstof bestaan. Ik noemde dat liefde. Alles was liefde en alles wat hetzelfde, dus één. Logisch toch? Ik heb nooit begrepen dat anderen dat niet snapten.
Ik had natuurlijk nog wat probleempjes, zoals het gegeven dat er zowel aantrekkende en afstotende krachten bestaan, terwijl alles toch één was. Maar dat loste ik op door ruimtedichtheid uit te vinden: wat wij als de kortste weg tussen twee punten waarnemen kan een langere weg zijn dan het lijkt, zodat deeltjes die elkaar afstoten elkaar toch via de kortste weg benaderen. Dat klinkt allemaal wat technisch en theoretisch, maar toch was het bezield. Ik wist gewoon dat alles één was en wilde dat dan ook overal laten zien. Kijk maar naar de kleuren: hoe anders lijkt rood dan blauw, maar dit verschil in kwaliteit is een illusie want er is alleen een verschil in kwantiteit, tussen frequenties van zo´n 450 en 650 THz. En het elektromagnetisch spectrum bevat bovendien meer dan alleen licht: met iets betere ogen konden we ook radio zien, hoewel de wereld dan wel een beetje psychedelisch en vermoeiend zou worden.
Eenheid en bewustzijn hebben veel, zo niet alles met spiritualiteit te maken. Volgens mijn Wijze Tante is dat bewustzijn iets dat hier in ’t Ooi in de grond zit. Elke plek op aarde heeft zo zijn eigen sfeer, en plaatsen als Oldegeppel en Ascona blijken een uitstekende spirituele voedingsbodem te zijn. Waar het niet alleen goed leven, maar ook goed incarneren is. Maar het kan ook komen omdat ik te snel geboren ben, zoals mijn moeder altijd zei. Elly schreef me eens dat je dan allemaal flarden van baarmoederlijke ervaringen meeneemt, waarin je één en al één bent. En nog een band hebt met transpersoonlijke werelden. Het sprookje. Wie zijn oorsprong kent, kent ook zijn bestemming. Waar alles één is en er dus eigenlijk niets meer te zeggen valt. Dertig jaar geleden passeerde ik een belangrijke wegwijzer, die een mijlpaal was op het pad. Terug naar de bron.
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »
4 januari 2010
Wees kalm te midden van het lawaai en de haast. En bedenk, welk een vrede er in stilte kan heersen. Sta op goede voet met alle mensen, zonder jezelf geweld aan te doen. Zeg je waarheid rustig en duidelijk, en luister naar anderen: ook zij vertellen hun verhaal. Mijd luidruchtige en agressieve mensen: zij belasten de geest.
Wanneer je je met anderen vergelijkt, zou je ijdel en verbitterd kunnen worden, want er zullen altijd kleinere en grotere mensen zijn dan jij zelf.
Geniet zowel van wat je hebt bereikt als van je plannen. Blijf belangstelling hebben voor je eigen werk, hoe nederig dat ook moge zijn: het is een werkelijk bezit in het veranderlijke fortuin van de tijd.
Betracht voorzichtigheid bij het zaken doen, want de wereld is vol bedrog. Maar laat je niet verblinden voor de bestaande deugd: veel mensen streven hoge idealen na, en overal is het leven vol heldendom.
Wees jezelf, veins vooral geen genegenheid. Maar wees evenmin cynisch over de liefde, want bij alle dorheid en ontevredenheid is zij eeuwig als het gras.
Volg de loop der jaren met gratie, verlang niet naar de tijd die achter je ligt.
Kweek geestkracht aan om bij onverwachte tegenslag beschermd te zijn. Maar verdriet jezelf niet met spookbeelden.
Vele angsten worden uit vermoeidheid en eenzaamheid geboren. Leg jezelf een gezonde discipline op, maar wees daarbij lief voor jezelf.
Je bent een kind van het heelal, niet minder dan de bomen en de sterren. Je hebt het recht om hier te zijn, en ook al is het je wel of niet duidelijk, toch ontvouwt het heelal zich zoals het zich ontvouwt, en zo is het goed.
Heb daarom vrede met God, hoe je denkt dat Hij moge zijn, en wat je werk en aspiraties ook mogen zijn: houd vrede met je ziel in de lawaaierige verwarring van het leven.
Met al zijn klatergoud, somberheid en vervlogen dromen is dit nog steeds een prachtige wereld. Wees waarachtig. Streef naar geluk.
In de jaren zeventig werd het gewoonte om het kleinste kamertje te voorzien van literatuur, stripalbums en moppenboeken, opdat het een plek werd om je rustig in meditatieve stilte te kunnen verdiepen in diepzinnig- en oppervlakkigheden waaraan je buiten dat kamertje kennelijk toch te weinig toekwam. Zo ook bij mij toen ik in de Bijlmermeer woonde (1973-1987), waar naast Jan, Jans en de kinderen en de verjaardagkalender van Peter van Straaten ook deze Desiderata aanwezig was. Men dacht dat het een hele oude tekst uit 1692 was, gevonden in de St. Paul in Baltimore, Maryland, maar later is gebleken dat deze in 1927 is geschreven door Max Ehrmann (1872-1945). Ik vond deze vertaling in de Nieuwsbrief van de Partij voor Mens en Spirit. Een prachtige tekst!
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »
31 december 2009
Koningin Beatrix vindt het maar niks, die virtuele wereld. “Je spreekt elkaar zonder gesprek, je kijkt naar elkaar zonder de ander te zien. Mensen communiceren via snelle korte boodschapjes. (…) Maar zonder enig ‘wij-gevoel’ wordt ons bestaan leeg. Met virtuele ontmoetingen is die leegte niet te vullen; integendeel, afstanden worden juist vergroot.” Grappig dat ik precies het tegengestelde ervaar! Alsof real life zoveel beter is! Ik bedoel: wat valt er over 2009 méér te vermelden dan dat Obama is geïnaugureerd, dat Alexander Rybak het songfestival heeft gewonnen en dat er water op de maan is gevonden, zodat we straks nog een echte blauwe maan krijgen, net als vandaag? Maar verder? Misschien is 2009 wel het beste te omschrijven als het twitterjaar. Zelfs ik heb me een blauwe maandag bezondigd aan het twitteren, zij het met slechts één tweet.
Ik lees dat 40 twitteraars zich op de Dam hebben verzameld om elkaar de hand te schudden. Om te laten zien dat virtuele contacten het ook in real life goed kunnen doen. Niks nieuws voor mij natuurlijk, want ik heb in Second Life vaak gehoord over de uitstekende relaties die zich ontwikkelden als mensen elkaar in real life gingen opzoeken. Een groep vrienden gaat zelfs met elkaar op vakantie en vindt dat ik ook maar eens naar de Canarische Eilanden moet komen. In het virtuele leven leren mensen elkaar vaak al héél goed kennen, hebben ze minder afstand tot elkaar dan onze vorstin tot het gewone volk. Natuurlijk gaat er wel eens iets mis. Dat een man een vrouw blijkt te zijn of zo, maar dat zijn uitzonderingen.
In Entropia Universe heeft iemand een kwart miljoen betaald voor een ruimtestation. Dat lijkt een koopje als je niet weet dat het gaat om een virtueel ruimtestation in een internetspel. Dat lijkt raar, als iemand zoveel geld uitgeeft aan iets dat helemaal niet bestaat. Althans niet in real life. Maar is dat minder vreemd dan goed betalen voor een schilderij? Want ook kunst beperkt zich niet tot de materiële wereld en ik ken Second Life maar al te goed om te zien hoe creatieve explosies juist in de virtuele wereld kunnen plaatsvinden. En goede kunst, daarvoor mag best betaald worden, daarover ben ik het zelfs met Buma/Stemra eens. En het bijzondere is dan dat de virtuele wereld en die van real life dwars door elkaar heen gaan lopen: echt geld betalen voor virtuele dingen getuigt daarvan.
Hoewel? Ook geld is eigenlijk virtueel, vooral sinds de gouden standaard is losgelaten. En omdat tijd geld is, is natuurlijk ook tijd virtueel. Zeker als je het gaat hebben over uren, dagen, maanden en jaren die steeds sneller als een schaduw heenvliegen, wat ze vooral doen op oudejaarsavond. Die dus nu op een blauwe maandag valt: de tweede volle maan in dezelfde kalendermaand. Dat is natuurlijk ook virtueel, want het hangt maar net van de afspraken af over hoe lang een maand duurt en wanneer je die laat beginnen. En juist door een maand langer te laten duren dan de omloopstijd van de maan, hebben we blauwe maandagen geschapen, die zich om de tweeënhalf jaar voordoen, de vorige keer op 30 juni 2007. Zo leven we veel meer in virtuele werelden dan we meestal willen toegeven…
Misschien bestaat er eigenlijk helemaal geen verschil tussen real life en de virtuele wereld. Is alles real life. Of virtueel, zoals ze al millennia roepen in de oosterse wereld. Stof tot nadenken genoeg voor het komende jaar dus. Dat Vriend en ik vanavond gaan inluiden met een glas Veuve Amiot Demi-Sec. Een idee van virtuele Robbie trouwens… Proost en een goede roetsj in het al dan niet virtuele 2010!
Gepost in Diversen, Maatschappij en politiek, Second Life
Geen reacties »