11 september 2008
In de nieuwe Spoor, ‘Exclusief voor abonnementhouders van NS’, juicht baas Aad Veenman over het toenemend zelfvertrouwen van zijn bedrijf. ‘Time is on my side,’ citeert hij de Rolling Stones. Want wij consumenten beoordelen de Nederlandse Spoorwegen steeds positiever en zelfs in het buitenland viel dit bedrijf vaak in de prijzen. Waarom herken ik zo weinig in dit verhaal? Omdat vroeger, ja vroeger… Het voordeel van ouder worden is dat je steeds meer verleden krijgt. Ik mag me gelukkig prijzen dat ik heb meegemaakt dat:
• er in de trein iemand langskwam bij wie je koffie en versnaperingen kon kopen,
• de treinen zo stipt op tijd reden dat het niet nodig was dit te verbeteren,
• je bij de conducteur een kaartje kon kopen zonder je blauw te betalen aan extra kosten,
• op de perrons en in de stationshallen veel banken waren waarop je even kon zitten,
• je een kaartje aan een loket kon kopen zonder daarvoor te hoeven bijbetalen,
• ook strippenkaarten bij het loket verkrijgbaar waren,
• je legaal door een station kon lopen om de wijk erachter sneller te bereiken,
• het mogelijk was om in speciale afdelingen te roken,
• kleinere stationsrestauraties ook buiten de spitsuren geopend waren,
• je vanuit de coupé kon zien op welk station de trein stond,
• je door de luidsprekers werd toegesproken door echte mensen,
• de dienstregelingen regelmatiger waren, want twee treinen per uur betekende nog dat er ieder half uur een trein vertrok,
• er in het spitsuur geen goederentreinen door de stations denderden,
• de omroeper excuses aanbood als hij zonder opgave van redenen aankondigde dat een trein niet zou rijden,
• je met een treintaxi naar huis kon als je, bijvoorbeeld door vertraging van de trein, de laatste bus had gemist,
• abonnementhouders niet hoefden bij te betalen voor hun gratis reisdagen.
En wat hebben we teruggekregen?
• stiltecoupés die een mooi initiatief zijn, maar waarvan weinigen die zich daar bevinden zich bewust zijn omdat het slecht is aangegeven,
• pafpalen: nu al de innovatie van de eeuw!
• reclame op buitenproportionele opdringerige plasmaschermen die irritant veel aandacht vragen. Mogen kennelijk wel van de minister van Volksgezondheid,
• hoge prijzen in de winkeltjes in stationshallen omdat die ondernemers anders de huur niet meer kunnen betalen,
• en last but not least: poortjes, die alle stationshallen ontsieren door al het gevoel van ruimte en bewegingsvrijheid weg te nemen. Vanwege die OV-chipkaart. Maar tegen de tijd dat die in werking treden zullen alle poortjes vervangen moeten worden, want dan zijn de mensen te dik geworden om erdoorheen te kunnen…
Maar laat ik ook iets positiefs melden!
• met de reisplanner kunnen we nu makkelijk een reis uitstippelen en zien of er vertragingen zijn te verwachten,
• we krijgen nu ook geld terug als de trein veel vertraging oploopt,
• steeds vaker kun je in de trein de aankomsttijden lezen op de eerstvolgende stations,
• door de aanwezigheid van hotspots kun je op stations internetten, waarbij het wel kinderachtig is dat je voor die dienst die NS vrijwel niets kost moet betalen.
De balans van dit alles? Dat NS er nog lang niet is, en dat het Time is on my side veel te vroeg gezongen wordt. Met uitzondering van hier en daar een conducteur die zijn best doet om er nog iets van te maken, wordt echte service nog nauwelijks verleend. Het gaat niet aan om boven een loket de tekst ‘Tickets en service’ te laten oplichten terwijl je extra moet betalen om een kaartje te mogen kopen. NS is nog steeds ontspoord en er moet nog veel gebeuren! Teveel nadruk op commercie en winst is uiteindelijk de slechtste reclame die een bedrijf zich permitteren kan.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
5 september 2008
Het echte werk wordt steeds meer door vrijwilligers gedaan. Mantelzorg, de vrijwillige brandweer, mensen die knokken voor een goed doel, noem maar op. En nu lees ik dat zelfs de Nationale Reserve een onmisbaar onderdeel van het legerbedrijf is geworden. Grappig, dat iets cruciaals als onze veiligheid aan vrijwilligers wordt overgelaten, dat we daar met al ons marktdenken onvoldoende middelen voor beschikbaar stellen.
Indertijd ben ik jaren actief geweest in een bewonersvereniging van mijn flat in de Bijlmermeer. Later kon ik het niet laten om jaren in de Bhagwan-commune allerlei klussen te doen. Misschien dat dat allemaal kwam omdat ik van een uitkering leefde, want dan ga je bijna vanzelfsprekend dingen doen die je echt leuk vindt, waardoor ze echt bezield zijn door enthousiasme en inzet. Pas als je vrij bent wil je wat.
In dienst zijn bij een werkgever, die je steeds minder zekerheden wil of kan bieden, is in de praktijk vaak loonslavernij, wat blijkt uit het feit dat men steeds vaker naar meer vakanties verlangt. Zeker nu steeds vaker door managers in protocollen wordt voorgeschreven wat je van minuut tot minuut moet doen en elk eigen initiatief en creativiteit in de kiem wordt gesmoord. Mensen raken steeds meer verstikt door wantrouwen en eigenbelang van hun baas, de top, directie en graaiers. Echt ongezond, lijkt me. Als het even kan niet intrappen dus.
Betaalde arbeid kan nooit zoiets moois opleveren als dat van vrijwilligers. Omdat het laatste om niet gebeurt, uit liefde voor een medemens of vak. Vrijwilligers zijn de dragers van kunst en cultuur, het zout in de samenleving. Hoe hoog managers en politici mogen opgeven van het belang van onze economie, als vrijwilligers óók marktgericht gingen denken of zelfs maar een paar dagen zouden staken, dan lag die hele heilige markt totaal plat. Dan wordt duidelijk wie het echte werk doen. Idee?
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
31 augustus 2008
Cultuur bloeit in kunst en wetenschap, en de manier waarop we met deze bloemen omgaan zegt alles over ons niveau van beschaving. In Nederland krijgt cultuur niet zoveel kans om te bloeien. Als een tuinder prachtige exemplaren tussen zijn bloemen ontwaart zal hij hen koesteren, extra aandacht geven. Maar niet in ons land. Van linkerzijde wordt alles wat met zijn kop boven het maaiveld uitkomt als elitair bestempeld en liefst zo snel mogelijk platgemaakt, van rechterzijde worden hogere waarden aan hun lot overlaten aan een markt die per definitie niet verheffend kan zijn. Zo zorgen links en rechts er samen voor dat Voetbal en Veronica de Nederlandse cultuurdragers blijven, gespeend van enige intelligentie.
De subsidie van € 3,4 ton voor Ton Koopman en zijn Amsterdam Baroque Orchestra and Choir wordt door het Fonds voor de Podiumkosten ingetrokken. Dat wil immers “meer voor minder”, zoals ze in haar Algemene toelichting op adviezen en besluiten schrijft. “Daarnaast wogen niet-artistieke criteria zwaarder mee dan voorheen,” is in de toelichting ergens tussen in- en uitstroom, contexten en parameters te lezen, “waarbij de relatie tussen scheppen, produceren, programmeren en publiek het kader bood. Aandacht kreeg de diversiteit van het landschap, de spreiding, de omvang en diversiteit van publieksbereik (inclusief internationalisering), en cultureel ondernemerschap en bedrijfsvoering.” Kort samengevat: kunst als een product dat efficiënt in de markt moet worden gezet. Subsidie uitsluitend om kunstenaars te leren commercieel te werken, iets wat per definitie strijdig is met het beginsel van creativiteit, die immers alleen in vrijheid kan bloeien.
Niet voor de eerste keer wordt de crème de la crème van de Nederlandse muziekwereld op straat gezet. In de toelichting op het besluit om de subsidie voor Ton Koopman en zijn orkest en koor in te trekken kunnen we lezen dat één van de redenen daarvoor is dat ook anderen nu authentieke muziekuitvoeringen geven. Wat kennelijk een argument is om de initiatiefnemers daartoe een trap na te geven. Want het gaat natuurlijk niet aan om een subsidie in één klap in te trekken en niet netjes af te bouwen. Ook hier dringt zich weer het beeld op van de onbetrouwbare en alleen in marktwerking geïnteresseerde overheid. Het gebeurt immers onder verantwoording van minister Plasterk, aan wie een petitie wordt gestuurd die ik graag heb ondertekend. Roep die club tot de orde, minister!
Want hoewel hij wel eens uit de rails wil vliegen met zijn wellicht iets té bevlogen interpretaties en vertolkingen van klassieke barokmuziek, is Ton Koopman met zijn orkest en koor één van de weinigen die Bach en tijdgenoten tot ons brengt op een wijze zoals dat waarschijnlijk indertijd bedoeld was. Die in overgave alle kerkelijke cantates heeft uitgevoerd, zodat Vriend en ik elk jaar een rondje maakten van Anton Philipszaal via De Doelen en Vredenburg naar Concertgebouw, zo’n 16 zangstukken per jaar. Die het ook waagde om op een heel originele en gewaagde manier de Markus Passion te reconstrueren. Bij wie je ook repetities kon bijwonen en in wiens orkest ik de luitspeler zo’n leuke jongen vond. Die zo heerlijk driftig vanachter een kistorgeltje kon dirigeren en niet te beroerd was om zijn muziek onder het label Antoine Marchand te gaan verkopen. Afijn, luister zelf maar naar te downloaden mp3-bestanden en samples van wat hij met zijn orkest en koor allemaal heeft gepresteerd!
Ik vraag me af welke krachten er achter deze cultuurvernietiging zitten. Juist waar we de kans krijgen ons westerse wezen op de kaart te zetten, onze canon, gooien we ook hier onszelf weg voor een bedrag dat in geen verhouding staat tot het hierdoor aangerichte verlies van identiteit. Zoals R.E.M-zanger Michael Stipe weg wil uit Amerika als McCain wint, zo gaat Ton Koopman waarschijnlijk naar Frankrijk als hier niet wordt ingegrepen. En geef hem ongelijk. Want er is maar één ding te zeggen over deze wijze van omspringen met cultuur: schande!
Gepost in Maatschappij en politiek, Muziek, Uit mijn leven
Geen reacties »
23 augustus 2008
Vriend heeft me Groningen laten zien. Twee dagen hebben we lange wandelingen gemaakt door deze grote stad aan de andere kant van the middle of nowhere. Vroeger ben ik daar wel eens een paar uur vluchtig geweest, maar Vriend heeft er tussen 1962 en 1979 op verschillende adressen gewoond. Bij een hospita met wie hij vaak thee moest drinken, in een studentenflat die inmiddels afgebroken blijkt te zijn. Met zijn vriend in de rode buurt in het oosten van de stad, die bestaat uit zo’n twintig vier-onder-een kapwoningen van rode bakstenen en rode dakpannen, en in een pandje in het zuiden van de stad dat een vriend had gekocht en aan hen verhuurde. Vriend studeerde sterrenkunde, medicijnen en later muziek, zodat hij me veel kon laten zien van waar het wetenschappelijke en culturele leven in Groningen zich vroeger afspeelde.
Het centrum is heerlijk rustig, dankzij een verkeerscirculatieplan dat het verkeer ook echt doet circuleren, want je kan met de auto niet dwars door het centrum naar een andere aangrenzende wijk gaan. Dat voorrecht is aan de vele bussen voorbehouden. En aan de fietsers waarmee je in Groningen overspoeld wordt, ook omdat ze nergens zo veel over de stoep fietsen als hier. Het prachtig gerestaureerde Centraal Station van architect Gosschalk is helaas half verdwenen achter een half bovengrondse fietsenstalling, en het is godzonde dat ook door omliggende gebouwen dit monument veel te weinig tot zijn recht komt. Slim aangelegd is het moderne museum, in het water er schuin tegenover, waarmee fietsers een extra brug hebben. Vriend haat dat moderne museum, niet eens omdat het lelijk zou zijn, maar omdat het op de verkeerde plek staat. Zelf ben ik al blij dat het in pastelkleuren is geverfd, en ik geen migraineaanval krijg van de drukte en schreeuwerige aandacht die moderne gebouwen nogal eens willen uitstralen, alsof ze door reclamebureaus zijn ontworpen.
Studenten! Nergens in ons land lijkt een stad zo gedomineerd door studenten als hier. Je ziet natuurlijk ook nog wel andere mensen, maar het is duidelijk dat hier alles draait om het studerende volkje. Aan de Grote Markt heeft het corps kennelijk haar eigen gebouw, waarvan het balkonterras gevuld is met levendigheid van drinkende en rokende studenten in allerlei soorten kledij. Nostalgisch vertelt Vriend over hoe het studentenleven vroeger was, toen je toch echt geacht werd in pak naar college te gaan. We hebben door het aangrenzende Haren gewandeld waar de professoren woonden. We hebben oude gebouwen bekeken waarin hij college en practicum had, maar die inmiddels letterlijk in de schaduw vallen van overdonderende gebouwen van een gigantisch medisch complex dat zowat tien procent van de oppervlakte van de hele stad lijkt op te slorpen. En natuurlijk het fantastisch mooie hoofdgebouw van de Rijksuniversiteit aan de Broerstraat dat een weemoedig verlangen oproept naar de tijd waarin wetenschap nog zuiver was en studenten als de bloem der natie werden beschouwd. En diep in mijn hart vind ik nog steeds dat het zo hoort. Zoals in de Renaissance kunst en wetenschap door mecenassen werden gefinancierd, zou zouden we ook met studenten moeten omgaan die zich het beste ontplooien in vrijheid, los van commerciële banden en financiële verplichtingen.
Of ik zelf goed genoeg geweest zou zijn om aan zo´n echte universiteit toegelaten te worden, betwijfel ik. En natuurlijk liep het wel eens uit de hand, zie de prachtige serie Brideshead revisited. Maar dat hoort er allemaal bij. Sinds de democratisering van het onderwijs in de jaren zestig is het alleen maar erger geworden, zodat ik er geen spijt van heb dat ik me daar indertijd nooit zo voor heb ingezet. Toen was studeren nog leuk, en ik vraag me af of studenten anno 2008 nog evenveel van het leven genieten als in 1968. Opgejaagd door hoge kosten, ingepast in commerciële projecten word je als product op de Grote Markt gezet. Maar gelukkig kan je daar heerlijk bij De Drie Gezusters op het terras zitten genieten. En als je even in nostalgische weemoed wil zwelgen moet je daar ook eens binnen kijken, hoe mooi alles in art deco is ingericht. Studenten, ik hou van die wereld. Ja, mijn hart klopt wat elitair. Als die tijd van vroeger weer eens zou terugkomen… Dan wil ik graag nog een leven incarneren om dat mee te maken.
Gepost in Uit mijn leven
Geen reacties »
16 augustus 2008
Draai de hele tijd het lied Morgen, een gedicht van Mackay (1864-1933) dat door Richard Strauss op muziek is gezet. Elisabeth Schwarzkopf zingt op een cd waarop ook de Vier letzte Lieder en andere staan.
Und morgen wird die Sonne wieder scheinen,
und auf dem Wege, den ich gehen werde,
wird uns, die Glücklichen, sie wieder einen
inmitten dieser sonnenatmenden Erde…
Und zu dem Strand, dem weiten, wogenblauen,
werden wir still und langsam niedersteigen,
stumm werden wir uns in die Augen schauen,
und auf uns sinkt des Glückes stummes Schweigen…
Vriend heeft het een jaar geleden laten horen op een bijeenkomst in België. En eergisteren zaten we bij Robbie in de tuin bij de waterval, de bloemen en de bijenkorf, en weerklonk dat lied opeens weer in de zomerlucht. Het paste precies bij zijn gevoelens van verliefdheid en twijfel wegens een moeilijk bereikbare vriend. Hij is nog zo jong, Robbie, en zijn gevoelens zijn zo echt en zuiver. Als zogenaamde volwassenen kunnen we nog veel van jonge mensen leren. Van de tijd waarin Liefde alles is, en de enige oorzaak en het enige doel van het leven de Liefde is.
Wat is de zin van volwassen worden als je de Liefde ermee verliest? Is het leven iets waard zonder hoop, zonder vertrouwen waarover dit lied zingt? Is het leven iets waard als het niet bevrucht wordt door het onzichtbare mysterie van geloof, hoop en liefde? Getuigt dat wat wij levenservaring en -wijsheid noemen niet al te vaak van afstomping en vervlakking, verwording tot zombies die in de illusie leven dat ze leven?
Ik lees over advaita, hoe Douwe Tiemersma – indertijd hoofdredacteur van mijn lievelingsblad Inzicht – eind 1979 naar India werd gedreven, in precies dezelfde periode waarin Vriend en ik de aantrekkingskracht van Bhagwan niet konden weerstaan. Hoe hij door de straten van Bombay liep. Hoe hij Ramesh Balsakar ontmoette. Hoe in zijn ervaring van openheid en eenheid ook de dualiteit een eigen plek krijgt. Wat herken ik dit alles! Mijn wereld! Die herkenning doet energie in mijn hart stromen. Ergens vanuit mijn hart stijgt puur geluk op dat mijn lichaam doortintelt. Ik voel me jong.
Het maakt niet uit of het dertig jaar geleden was of pas morgen gebeuren zal: in het nu smelten verleden en toekomst samen. Het enige dat rest is dankbaarheid.
Gepost in Muziek, Second Life, Spiritualiteit
Geen reacties »
5 augustus 2008
Toen we op het Waterlooplein uit de tram stapten werd ik overspoeld door een golf van ontroering. Want zoveel mensen en zo´n feestelijke en ontspannen sfeer onder de zon had ik niet verwacht. Alsof er echt wat te vieren viel, alsof deze wereld echt blij was met homo´s en lesbiennes! Een half miljoen bezoekers, die er niet voor terugdeinsden om te laten zien waar ze voor stonden: dat acceptatie van homoseksualiteit enerzijds een wezenlijk deel van onze nationale identiteit is, maar anderzijds nog veel bevochten moet worden. Alleen al de vele discussies over de Gay Pride tonen de noodzakelijkheid ervan aan. De roze draad daarin is het provoceren waar tegenstanders van de Gay Pride het steeds over hebben. Waarmee eigenlijk gezegd wordt dat homo´s zich netjes dienen te gedragen en niet met hun geaardheid te koop moeten lopen. Elkaar naakt omhelzen en zoenen doe je maar thuis, en niet op een boot. Alleen hetero´s mogen laten blijken dat ze hetero zijn, en zich aldus manifesteren op straat en tijdens het werk. Dat is de meerderheid en daarmee de norm. Vrijwel nooit zie je jongens elkaar omarmen en zoenen op straat, of hand in hand lopen, zoals hetero´s dat doen.
Vandaag dus wel! Wat een opluchting! Vriend vond een plekje achter het stadhuis waar we goed uitzicht hadden op het water en na twee uur wachten kwamen de eerste boten langs. De veelbesproken minderjarigen, gevolgd door een boot met hun ouders om te laten weten dat ze achter hun kinderen staan. Een boot met moedige caribbeanen, want die gebieden zijn niet het meest homo-vriendelijk. Een boot van de gemeente Amsterdam met een uit Madame Tussauds gestolen burgemeester Cohen als boegbeeld. In de juryboot de veelbesproken minister Plasterk, die van de ChristenUnie daar eigenlijk niet had mogen zijn. Een boot met christelijke homo´s om wat tegenwicht te geven. Boten met diverse soorten homoclubs en verenigingen, het Aids Fonds, diverse omroepen, dancings en wat niet al. Zelfs Lucky Luke (zonder sigaret) en de vier Daltons, waarvan ik me trouwens nooit heb kunnen voorstellen dat deze seksloze figuren homo zouden kunnen zijn. Boten uit het bedrijfsleven, want ook daar is het niet altijd even gemakkelijk om homo te zijn. Personeelsfeestjes en zo.
Wat dat betreft heb ik het indertijd niet slecht getroffen bij de Amrobank, waar ik midden jaren zeventig werkte. Op onze afdeling wist iedereen ´het´ wel van de ander, en was het opvallend dat de mooiste jongens het langst aan de tafel van de chef moesten aanschuiven. Op een andere afdeling had ik de grootste lol met een lesbische collega, en dan heb ik het nog maar over twee afdelingen gehad. Ja, de Amrobank was best roze in die tijd, maar misschien kwam dat ook vanwege de plek van het gebouw aan het Rembrandtplein. Na afloop gingen we soms naar de Amstel Taveerne, de plek waar mijn liedje Ik wil je versieren zich eigenlijk afspeelt.
Het was de tijd waarin ik het meest bij de homoscene betrokken was. Vrijwilligerswerk deed in een voorlichtingsgroep van het COC. Met vriendje Cor aan een demonstratie tegen Anita Bryant meedeed. Toen kwam ik nog wel eens in De Schakel, maar ook in dancing De Viking in de vanouds roze Reguliersdwarsstraat, waar ik voor het eerst het ingaan van de zomertijd in 1977 meemaakte. Het waren tijden waarin homoseksualiteit nog bevochten moest worden, hoewel het toen toch al wat minder problematisch lag dan begin jaren zeventig, toen ik mijn geaardheid zelfs bij mijn beste vrienden nog moest verdedigen, net zolang tot ze het opgaven. Toen Bhagwan in mijn leven kwam, vond ik daar veel vrienden en kreeg ik minder belangstelling voor de homoscene, die ik toch wat materialistisch en oppervlakkig vond. Wat je natuurlijk ook van de theaterwereld kan zeggen.
Het woord gay heb ik altijd heel leuk gevonden, gewoon omdat het vrolijk betekent. Dat kun je met oppervlakkigheid associëren, maar ook met een kinderlijke onbezorgdheid, en met genieten van het leven zoals het is. Alsof liefde en speelsheid meer tot hun recht komen als er geen verantwoordelijkheid voor kinderen gedragen hoeft te worden. Of als de mogelijke komst van kinderen geen al dan niet gewenst resultaat is van het bedrijven van de liefde. De liefde, die een doel in zichzelf heeft. Of seks, waarbij het gewoon gaat om het genieten van lichamelijkheid, iets waarvan ik niet zou weten wat daar verkeerd aan is. Integendeel. Kennelijk zijn dat zaken waar velen het nog moeilijk mee hebben – het ligt nu eenmaal niet in de christelijke, westerse aard om echt van het leven te mogen genieten. Dat is dan ook de gevoelige snaar die een Gay Pride bij velen aanraakt en dan kan het gay-zijn als een way of life provocerend overkomen.
Maar wat is er dan om trots op te zijn? Jezelf durven zijn! En ik ben trots op mijn generatie, op het feit dat wij hiervoor vochten in de jaren zestig en zeventig. En God waarschijnlijk ook, want die wachtte keurig tot de laatste van de bonte stoet van 80 boten richting Oosterdok verdwenen was voordat Hij het liet regenen. Ik heb geen regenboog gezien. Dat hoefde ook niet, want deze Roze Zaterdag was zelf al één grote regenboog, waarmee dat ook uitbundig werd gevlagd! Misschien wel de mooiste vlag, want zij wappert over de grenzen van landen, godsdiensten en seksuele geaardheden.
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
1 reactie »
27 juli 2008
De afgelopen weken hebben Vriend en ik toch nog twee keer tussen de regenbuien door bij vrienden in de tuin gegeten. Eerst bij Nandan en Mandira in Nieuw-Vennep, en eergisteren bij Diana en Erik in Nieuwegeppel. Je hoeft dus niet altijd als een Zwarte Zwadderneel met een regenwolkje boven je hoofd rond te lopen in dit land. Het kan ook anders. Zelfs gistermiddag, toen het noodweer boven het net opgeruimde Zandwijkse marktplein uitbrak, waar we droog onder een luifel van regen en onweer om ons heen zaten te genieten. Heerlijk om in korte broek en shirtje, en met blote voeten in sandalen van de koelte te genieten. Twee jongens fietsten in de regen met glimmend ontbloot bovenlijf voorbij. Zo mag het wat mij betreft ook wel zomer zijn…
De avonden bij vrienden duren te kort en naarmate ik ouder word, word ik ook sneller moe. Stom lichaam, moet een constructiefoutje zijn. Want het liefst zou ik tot het morgengloren doorbomen over van alles en nog wat – de geest blijft jonger dan het lichaam. Met al deze vrienden hadden we het onder andere over democratie, en we waren het in grote lijnen met elkaar eens. Dat het eigenlijk van de gekke is dat de stem van iemand die maar wat roept en niet verder kijkt dan zijn neus lang is evenveel waard is als die van iemand die heel zorgvuldig en weloverwogen naar het stemlokaal gaat. Dat het raar is dat je iets als stemmen mag doen zonder verstand van zaken te hebben. Zoals het ook vreemd is dat politiek bedrijven zowat het enige vak is waarvoor geen diploma is vereist. Wat dan ook duidelijk te merken is.
In elk geval is onze democratie niet datgene wat de Grieken zich er indertijd van voorstelden. Daar hadden vrouwen, slaven en vreemdelingen geen kiesrecht. Die werden geacht geen verstand van zaken te hebben. Daarin waren ze in Athene verder dan wij. Ik bedoel: dat ze vonden dat mensen verstand van zaken moesten hebben. Daarom zou je bij ons eigenlijk eerst een diploma moeten halen om te mogen stemmen. En een leeftijd ver voorbij de puberteit bereikt moeten hebben, want anders grijpen de hormonen naar de macht.
Het is alleen de vraag of de politiek zelf zoiets wil. Want als het stemmende volk werkelijk verstand van zaken krijgt, valt er minder aan mouwen te spelden. Dan worden beloften sneller doorgeprikt, en populistische trucs om stemmen te winnen eerder doorzien. Dan wordt duidelijk dat het vaak om macht, om partij- en coalitiebelang gaat, en veel minder om het belang van land, provincie of gemeente. Wat vooral de laatste jaren tot inhoudsloze partijen heeft geleid, omdat het hen voornamelijk om die macht was te doen, en een visie daaraan ondergeschikt was. Zowel socialisten als liberalen hebben hun erfgoed verloochend. Buuf, mijn buurvrouw in Buitenveldert, kon enthousiasmerende verhalen vertellen over de Paasheuvel en de socialistische jeugdbeweging, maar wat is daar nog van over? En waar zijn de erudiete liberalen gebleven, die hun klassieken kennen en respect hebben voor opvattingen van anderen?
Deze uitgifte van stembevoegdheden is niet precies hetzelfde als wat vaak meritocratie wordt genoemd, waar de macht ligt bij hen die zich op enigerlei wijze verdienstelijk hebben gemaakt. Want ook mensen van wie de verdiensten nog niet zo duidelijk zijn kunnen van een doortimmerde visie getuigen en zo in het bezit van een stembewijs komen. Aan de andere kant zijn er teveel mensen die op basis van hun zogenaamde merites hun gegraai rechtvaardigen, en hen zou ik niet graag aan de macht zien. De merites dienen niets anders te zijn dan een diploma, een getuigschrift, iets waarvoor moeite is gedaan. Tegenover het recht om te stemmen staat de plicht om te weten wat je doet.
Uiteraard kan dit stembewijs, dat niet alleen voor actief maar ook voor passief kiesrecht noodzakelijk is, je ook weer ontnomen worden. Als je handelt in strijd met wat je geleerd hebt. Niet doet wat je beloofd hebt. Profiteert. Mensen misleidt. Je niet aan je afspraken houdt en een ander de schuld geeft van je problemen. Zoals naar Ierland wijzen en roepen dat dat land een probleem heeft in plaats van Europa zelf, om vervolgens tegen alle afspraken in op de oude voet door te gaan met het Europees Verdrag. In dit soort gevallen zou het stembewijs ongeldig kunnen worden verklaard – voor een aantal jaren of levenslang – zodat slechte en onbetrouwbare bestuurders automatisch buiten spel komen te staan. Plato geloofde in een filosoof-koning en in veel oudheden zijn priesters vaak de machthebbers. Ofwel gewoon echt goede mensen. Wellicht kan het invoeren van een stembewijs een eerste opstapje naar zo’n ideaal zijn, kan het zo toch nog wat worden met onze democratie!
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
14 juli 2008
Eerlijk gezegd hebben Vriend en ik een beetje een hekel aan Frankrijk. Vooral sinds de kernproeven op Moruroa in de Stille Oceaan, waarbij dit land zich niets wenste aan te trekken van protest van andere landen en omwonenden van dit atol. Het is ook niet echt een spiritueel land: iets dergelijks bloeit daar alleen maar in de vorm van druiven, maar uit protest hebben we ons het genot daarvan in de vorm van Franse wijn ontzegd. ‘De vorm van het land alleen al,’ kan Vriend mopperen als we het over Frankrijk hebben. Maar ik moet hierbij natuurlijk wel toegeven dat ik ook hele fijne tijden in dat land heb doorgebracht. Eerder vertelde ik al hoe ik bloot in tuinbroek over de zoele zomerse kades van Saint-Tropez slenterde, en zowel met ouders als vrienden heb ik een paar keer Parijs bezocht. Ja, vriend en ik waren in 2001 zelfs nog met de Rozenkruisers in Ussat! En op weg naar Spanje moest je toch meestal door Frankrijk rijden.
Le quatorze juillet! Ik moet dan altijd denken aan die dag in 1973 toen ik met Hein in een rode Fiat 600 uit Spanje terugkeerde. Met knetterende uitlaat reden we door de vredige zomerse korenvelden en we konden nergens van dat kabaal afgeholpen worden want… le quatorze juillet. Uiteindelijk vonden we toch nog iemand die de uitlaat elektrisch kon lassen, zodat de rest van de terugreis wat vrediger verliep. We sliepen ook in die Fiat, in een zomers Van Gogh-landschap met in de morgen het gezang van leeuweriken in de strakblauwe hemel.
De bestorming van de Bastille, het begin van de Franse Revolutie, kort na de Amerikaanse Vrijheidsoorlog. Liberté, égalité, fraternité! De mens die zich losvocht uit de onderdrukking van staat en kerk, uit het misbruik dat van hen werd gemaakt. Vrijheid! In die revolutie liggen belangrijke wortels van onze cultuur, die revolutie kenmerkt een fase waar veel landen in de wereld nog doorheen moeten. Democratie, soevereiniteit van het volk, zelfbeschikking, mensenrechten – allemaal pijlers van onze samenleving die daar een belangrijke voedingsbodem vonden. Met de grondvesten van zowel links als rechts. Van antiautoritaire provo’s en hippies, van het geloof in een Watermantijdperk, maar ook van het liberale gedachtengoed. Van dat alles kan in de loop der tijd het een en ander uit de hand gelopen zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat het vertrekpunt, het oorspronkelijke ideaal verkeerd was.
John Lennon gelooft niet in revolutie. En ik ook niet. Maar zij kan wel getuigen van een ontwaken van een nieuw bewustzijn. Want je kan van Frankrijk vinden wat je wilt: dat is er wel gebeurd! 14 juli zou een mooie dag zijn om bij stil te staan. Ieder land zou moeten meedoen. En zeker Frankrijk!
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
13 juli 2008
Marcel schreef al eerder over zijn aanschaf van een van de eerste Eee PC’s. En nu heb ik ook zo’n minicomputertje van Asus. De afmetingen zijn 22,5 bij 17 bij 3-4 cm, ofwel in de orde van een boek. Op mijn brievenweger weegt hij 977 gram. Ik koos voor een ivoorkleurige versie met een 9 inch beeldscherm en het besturingssysteem Linux. Wat dat laatste betreft: er stond de distributie Xandros op. Die lijkt qua uiterlijk teveel op Windows, maar ook het feit dat ik op mijn desktop steeds meer met de Linuxdistributie Ubuntu werk was een reden om een speciale Eee PC-versie van Ubuntu op dit nieuwe laptopje te installeren. Dat was even gezoek, maar die installatie verliep uiteindelijk zo feilloos dat Microsoft er een voorbeeld aan kan nemen. Vanmorgen lag ik dus al op bed te telebankieren.
Wat is het leuke van de Eee PC? Om te beginnen dat hij klein is, en daarom makkelijk mee te nemen. Maar ook bijzonder is dat er helemaal geen harde schijf in zit, die is helemaal vervangen door 20 GB flashgeheugen. Verder zit er ook geen cd- of dvd-drive op, wat betekent dat je alle software en bestanden via het draadloze Wi-Fi-netwerk moet binnenhalen, dan wel vanaf een USB-stick of een SD-kaartje moet uitlezen. Ik moet toegeven dat hij het SD-kaartje niet meteen kon lezen en dat hij de computer niet echt goed kon uitzetten, maar dat lag niet zozeer aan de Eee PC maar aan Ubuntu. Gelukkig waren na wat gespeur op het internet deze mankementjes snel verholpen. Het voordeel van dit laptopje is dus dat er maar één mechanisch onderdeel overblijft, de ventilator, en dat maakt hem minder kwetsbaar. Ze zeggen dat hij nogal schokbestendig is, maar dat ga ik niet uittesten.
Omdat ik vrijwel nooit met laptops heb gewerkt, ben ik nu hard aan het leren hoe je met zo’n touchpad moet omgaan. Want ik heb geen zin om apart een muis aan te sluiten. En bovendien, waar laat je zo’n beest lopen in bed? Oefenen dus: scrollen is met twee vingers tegelijk omhoog of omlaag bewegen. Verslepen doe je door, als je rechtshandig bent, eerst een middelvinger op het touchpad te zetten en vervolgens met je wijsvinger over het touchpad te wrijven. En zo is het ook wat wennen aan kleine lettertjes op het beeldscherm waarop de trotse Ubuntu-reiger Hardy Heron te zien is. Ja, trots ben ik ook. En dat gaat zelfs zo ver dat ik me een T-shirt heb aangeschaft met dit dier erop, zodat ik één van de weinige mensen ben die met hun eigen bureaublad op hun borst rondlopen. Voor iets waar ik in geloof maak ik graag gratis reclame. Zeker als het dan ook nog van 100% warm katoen is.
Nu moet het alleen nog gaan zomeren, en dan ga ik lekker in de tuin onder de kastanje zitten schrijven en internetten!
Gepost in Computer en internet
Geen reacties »
2 juli 2008
Hij was één van de zeldzame prominente katholieken voor wie ik altijd veel bewondering heb gehad. Misschien ook van de eerste mensen bij wie ik iets voelde dat ik later ‘spiritualiteit’ zou gaan noemen. Want de middagen bij hem op zijn kamer aan de Pieter de Hoochstraat in Amsterdam waren zo stil en zo vredig dat ze eindeloos lang leken te duren.. Er hoefde ook niks, en hij was één en al oor. Wat bleek uit de lange brieven die je van hem kreeg nadat hij bij je op bezoek was geweest en waarin hij het hele gesprek nog eens verwoordde. Wij waren zijn troetelkinderen. Wij, de homo-studenten in het Amsterdam aan het eind van de jaren zestig. Hij zag onze angsten en twijfels, onze protesten en ruzies, ons verdriet en onze liefdes. Ons lijden mocht er zijn. En, zoals het ook hoorde in die tijd, alles werd geaccepteerd. Kortom: je mocht er bij hem zijn.
Van het katholicisme heb ik nooit wat begrepen. Ja, hij trachtte me wel te interesseren voor de studentenecclesia, voor diensten in de houten Amstelkerk, maar een bijna fysiek ingewortelde afkeer van de wereld van Huub Oosterhuis heeft me ervan weerhouden. Wat voor Prater Van Pilsdronk, zoals hij ook wel genoemd werd wegens zijn vele bezoeken aan studentensociëteiten, geen enkel probleem was. Want het was bijna alsof hij God het meest zag in de ogen van goddeloze en verdwaalde, radeloze en lijdende jongeren. Voor wie hij er gewoon was, zonder ook maar het minste van hen te willen. Zo was hij een luisterend, begrijpend en meelevend oor voor duizenden, en vaak wist hij me te herinneren aan vrienden en gebeurtenissen van vroeger die ik allang vergeten was.
Met het licht van jouw ogen … zegen mij. Dat is de titel van een boekje uit 1982 met negen toespraken dat ik uit de kast heb gehaald. In wonderbaarlijke en erudiete taal is het een getuigenis van zijn ontmoetingen met God. ´Er is geen andere plek van openbaarwording van God dan de mens. God – is – nergens – anders. God – is – echt – nergens – anders. Er is niets groters dan die blik, God kan niet groter zijn dan die blik. Telkens wanneer ik God elders lokaliseer dan in de ogen van een mens die beroep op me doet, ben ik op een weg, die door de profeten en Jezus van Nazareth grimmig is afgesneden,´ staat op pagina 85 te lezen. En iets verderop: ´Kerkelijke mensen, vooral goed opgeleide, reformatorische mensen, willen soms een dergelijke taal al te vlot afdoen met het verwijt van humanisme. Tillen zij niet iets te licht aan dat geweldige wonder van de mens? Misschien hebben zij nog niet de intense ervaring van het mens-zijn tot op de bodem gevoeld, laat staan in zijn onmetelijkheid gemeten.´
Meer jaren zestig kan het bijna niet. Van Kilsdonk spreekt over de majesteit van het leed, alsof juist daar de ontmoeting plaatsvindt. Alleen door lijden en loutering wil en kun je de weg teruggaan naar het Vaderhuis. Een universele spirituele waarheid die door veel religies wordt verkondigd, ieder in haar eigen woorden en context. Dat het lijden er mag zijn heeft velen, vooral eenzame en vertwijfelde jongeren, geholpen. Ook hen die een eind aan hun leven hadden gemaakt zegende en bewierookte hij zonder het geringste spoor van een veroordeling of verwijt. Hij was jezuïet, maar was hij echt katholiek? Hij kende zijn klassieken, vertelde toen al dat de bijbelboeken Lucas en Handelingen van dezelfde auteur waren, doorgrondde wat er in 325 op het Concilie van Nicea was gebeurd, en wist alles van het joodse geloof. Een man die in zijn bescheidenheid zoveel respect afdwong dat het onmogelijk was hem te tutoyeren, zelfs in de jaren zestig.
Tussen de toespraken in zijn boekje bevindt zich ook het verhaal van Jimmy, die in 1972 op een zaterdagnacht omkomt bij een verkeersongeluk. Diezelfde avond kwam hij nog bij me op bezoek. Luisterde bij het licht van twee paarse kaarsen opvallend rustig naar Pink Floyd. Diezelfde nacht had ik nog even met Jimmy gedanst in Zoos, de homo-sociëteit in Akhnaton aan de Nieuwezijds Kolk waar hij me eerder had geïntroduceerd. Ik herinner me de verslagenheid die ik zwijgend met zijn vrienden deelde, ergens op de kamer in dezelfde woontoren als waar Jimmy leefde. Jimmy, ´dan weer schuimt hij in de meest nichterige kleding, in kanten overhemden en strakke zijden broeken met een blanketsel op zijn oogleden, allerlei sinistere bars af in de binnenstad,´ staat op bladzijde 25 te lezen. ´Op de flatgang weet heel de Eenheid dat hij nu eens met meisjes dan weer met jongens slaapt. Hij irriteert iedereen, maar iedereen heeft een zwak voor hem…´ En daar was ik ook bij. Op de ontroerende begrafenis, waar zo´n 200 jongeren waren, sprak Van Kilsdonk een gebed uit, ´(…) tien minuten lang: zonder de naam van God, tenzij op het einde: de handpalm, de handpalm van de Eeuwige, waarin ook de naam van Jimmy geschreven blijft.´
En waarin nu ook de naam van pater Van Kilsdonk, Jan van Kilsdonk geschreven staat. Hoewel elk woord dat de heilige stilte zou verbreken eigenlijk al teveel is, dank ik hem voor wat hij mij in mijn wilde studentenjaren heeft laten proeven. Dank u, pater Van Kilsdonk!
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »