Uitgerookt

Date 1 juli 2008

Gisteravond weer met Ewald lange gesprekken over spiritualiteit en politiek en van alles daaromheen. In Pake Piekstra, het bruine café voor de fine fleur van Oldegeppel. Ik had me verheugd op het laatste genot van gezellig samenzijn onder een grijze wolk van rook, waarzonder de horeca maar een kale bedoening wordt. Want vanaf vandaag is iedere eet- en drinkgelegenheid ontdaan van één van haar wezenlijke kenmerken, een stukje gezelligheid dat helaas ongezond blijkt te zijn. Wellicht wordt over enige tijd ook het schenken van alcohol verboden, want ook die schijnt heel slecht voor ons te zijn, en ook daarmee brengen wij anderen rondom ons ernstige schade toe, zoals op stickers op rookwaren wordt vermeld.

Ja, nu zie ik ze ook, die stickers, want sinds enkele weken rook ik graag een sigaartje. Uit een door die stickers onherstelbaar beschadigd lichtbruin metalen doosje, waar je anders misschien nog leuke dingen mee kon doen als het niet op bevel van de overheid zo verlelijkt was. Sommige van die stickers bevatten gewoon leugens, zoals Roken is dodelijk. Want na ooit 29 jaar stevig gerookt te hebben leef ik nog steeds! Andere stickers dreigen met impotentie en enge ziektes, en op het doosje dat nu voor me ligt staat: Tabaksrook bevat benzeen, nitrosaminen, formaldehyde en waterstofcyanide. Nou, dat weet ik dan ook weer.

Natuurlijk moet de horeca rookvrij worden. Het is even doorbijten totdat een ander publiek de verstokte rokers vervangt. Inzichten veranderen, de wereld verandert en die rokerige gezelligheid van kroegen behoort tot de verleden tijd. Je kunt je niet altijd aan het bekende blijven vastklampen en het verleden ´toen het leven nog goed was´ blijven idealiseren. Wel kun je vragen stellen bij de selectie van het soort drugs waartegen de overheid ten strijde trekt. Waarom mag alcohol wel en hasj niet? Daar is geen enkel argument voor te geven, en nog steeds geloof ik dat de wereld er leuker had uitgezien als het omgekeerd was. Een wat vrediger en relaxter wereld. Minder ongelukken op de weg. Maar wellicht ook slechter voor het milieu, want iemand die high achter het stuur zit zal niet snel zijn bestemming bereiken, daarvoor leeft hij een beetje teveel in het hier en nu.

Je kan natuurlijk zeggen dat het rookverbod in de horeca een hetze is tegen het kwart van de bevolking dat nog steeds rookt. Dat het hypocriet is van de overheid dat ze zo´n twee miljard euro per jaar verdient aan accijnzen hierop. Dat ze veel mensen betuttelt door hen voor te schrijven wat goed voor ze is terwijl ze tegelijk van chaos van het zorgstelsel maakt. Maar de vrijheid van de een mag niet ten koste gaan van die van een ander – iets wat het liberalisme nogal eens wil vergeten – en zolang de meerderheid van de bevolking niet rookt is het terecht dat die in bescherming wordt genomen. De horeca is uitgerookt, maar ik ben wel benieuwd of men dit kan handhaven met het kleine restje politie dat nog zichtbaar aanwezig is.

We hebben trouwens de hele avond buiten op het terras gezeten. Het was een mooie zomeravond. Alleen het laatste halfuurtje zaten we nog even binnen, waar nog maar een paar groepjes mensen soms grappend gebruikmaakten van de laatste gelegenheid om daar nog een sigaret of sigaar op te steken. Hoe wordt de sfeer straks in Pake Piekstra? Wie weet wordt het wel hartstikke leuk daar, met opgewekte mensen en plezier!

Europa

Date 20 juni 2008

Als je bij elk programma dat je installeert de license agreement zou moeten lezen, bij alles wat je koopt de verkoopvoorwaarden zou moeten raadplegen, bij alles wat je eet de ingrediënten zou moeten checken en bij alle medicijnen de bijsluiter zou moeten bestuderen… Dan zou er geen tijd meer over zijn om te eten, te werken, te leven, kortom je zou failliet gaan. Toch wordt van ons allemaal verwacht dat we er kennis van hebben genomen, en kunnen we erop gepakt worden als we ons niet met een vergrootglas op de gele tweepuntslettertjes op het witte papier hebben gestort.

In de wet staat dat we allemaal geacht worden de wet te kennen. Dit stukje rare bestuurderslogica kan ik nog vergeven, want je moet toch ergens beginnen. Maar ook hier wordt ons iets onmogelijks opgedrongen, want de wet past niet echt op een A4-tje. Zodat we er maar op moeten vertrouwen dat we niet teveel belazerd worden. Eigenlijk hoeven we ons daar niet zo druk over te maken, evenmin als over de aftitelingen van speelfilms die ook niemand helemaal leest door gebrek aan interesse in wie het bestek van de derde inspeciënt heeft opgepoetst. Zo zouden we ook niet moeilijk moeten doen over dat EU-verdrag. Ga dat ding toch niet allemaal lezen jongens, zeur niet! Het is heus wel goed wat er in staat! Vertrouw ons nou maar, we hebben toch het beste voor met de Europese Unie?

In een bestemmingsplan stond ergens onderaan een pagina iets onopvallends over een weg dwars door het park in de wijk waar ik woon. De hele vorige gemeenteraad had er overheen gelezen, en dat zou ik wellicht ook hebben gedaan. Maar het kostte ons de grootste moeite om – samen met veel protest van de bevolking – te verhinderen dat die weg er kwam. Dat soort voorvallen schaadt vertrouwen en dit geval staat niet op zich. Want een grote berg regeltjes geeft makkelijk de mogelijkheid om er iets tussen te stoppen dat onontdekt blijft totdat je het nodig hebt. Dan kun je zeggen: ‘Kijk maar, het staat er echt, jullie hebben eroverheen gelezen!’ Terwijl het technisch onmogelijk is dat iedereen in de Tweede Kamer, Provinciale Staten en de gemeenteraden alles leest dat in de brievenbus ploft, eh… als pakket bezorgd wordt omdat het er niet in past.

Vorige week speelde Nederland tegen Frankrijk, twee neezeggers tegen de Europese grondwet. En op dezelfde dag lieten ook de Ieren hun afkeuring blijken. Paniek dus! Met als eerste reactie het zoeken van een truc om deze democratisch besloten afkeuring te omzeilen. Want Europa moet doorgaan, of we het willen of niet. Net zoals de provincie in het Gooi gemeentelijke herindelingen door de strot duwt, tegen de zin van bevolking en gemeenteraden in, zo zullen we allemaal moeten geloven in één verenigd Europa. En wordt vertrouwen afgedwongen, zodat het in de kiem wordt gesmoord. Gelukkig stinken steeds meer mensen daar niet in. Zien ze dat ze belazerd worden als hen op het hart wordt gedrukt dat het verdrag heel iets anders zou zijn dan de afgekeurde grondwet. En dan maar klagen dat het vertrouwen in de politiek afneemt!

Natuurlijk moet er een verenigd Europa komen. Alleen niet op deze manier!
 

Schapen verbrand

Date 15 juni 2008

Eergisternacht is de schaapskooi op de Oldegeppelerheide in vlammen opgegaan. Daarbij zijn 50 schapen en 63 lammeren omgekomen. Waarschijnlijk is dit het werk van een pyromaan, die al maanden in en rond Oldegeppel rondwaart en diverse branden op zijn geweten heeft, waaronder die van een woonhuis in de villawijk dat vorige maand in vlammen is opgegaan. Die heeft misschien ook de brand van een rieten dak, afgelopen nacht in Nieuwegeppel op zijn geweten. Bewoners van alleenstaande huizen voelen zich onveilig en nemen hun maatregelen. Dat konden de schapen niet doen, want de kooi bevindt zich op een nogal afgelegen plek. De dieren waren indertijd in het nieuws omdat ze tot de kudde behoorden die de hele Utrechtse Heuvelrug hebben afgegraasd. Niemand had toen kunnen bevroeden dat ze zo pijnlijk aan hun einde zouden komen.

De vermoorde onschuld. Wie zoiets doet is zwaar ziek. Maar tegelijkertijd doet hij hetzelfde dat ook in het groot gebeurt: het afbreken en vernietigen van al wat onschuldig is. Omdat het te lief is, te spontaan, te kinderlijk. Omdat het te slap, te soft is. Te wollig. Omdat het niet bijdraagt aan de economie. Omdat het alleen maar in de weg staat. Omdat het kwetsbaar is. Omdat het een beroep doet op het hart, op menselijkheid, meegevoel – iets waar dikke ikken niets van willen weten. Misschien zijn er daarvan teveel in Oldegeppel en helpt het bestaan op deze manier met het zichtbaar maken van waar ze werkelijk mee bezig zijn. Daarbij gaat het er niet zozeer om om naar elkaar te gaan wijzen, maar om te laten zien hoe gemakkelijk we ons laten meeslepen in egoïstisch gedrag en hoe verstrekkend de gevolgen daarvan kunnen zijn.

Als mensen ontdekken dat door hun eigen egoïsme de wereld in vuur en vlam staat, in plaats van te mekkeren en te blaten over gebrek aan bewaking, beveiliging en handhaving, dan zou het offer van 113 schapen niet tevergeefs zijn.

Telefoon!

Date 13 juni 2008

Ik ben niet de enige met een groeiende hekel aan de telefoon. Als dat ding staat te rinkelen is mijn eerste gedachte: ‘Waarom stuur je niet gewoon een mailtje?’ Zo’n telefoon stoort, breekt brutaal in op de bezigheden die ik in alle rust wil uitvoeren. Wie denken die mensen wel dat ze zijn met hun vraag om aandacht op het moment dat ik probeer alle achterstallige stapels tijdschriften rustig weg te lezen? Voor mezelf heb ik het wegens werk aan huis extra moeilijk gemaakt met de aanschaf van ISDN, zodat meerdere telefoons een oproep kunnen doen op één van mijn hoedanigheden. Privé. Als horoscoopleverancier. Als man achter De Vuurfakkel. Als gemeenteraadslid. Mensen die direct contact willen hebben. Die ook vaak het antwoordapparaat niet inspreken zodat ik niet terug kan bellen, en dan ook nog achteraf zeggen dat ik slecht bereikbaar ben. Klopt, alleen niet op het moment dat zij dat willen…

Raar toch? Vroeger nam ik graag de telefoon op. (Behalve als mijn moeder het was, die vond dat we elke dag moesten bijpraten.) Was het een wonder dat je zomaar contact met iemand kon krijgen, zijn stem kon horen, hem zo kon voelen. En nu ruil ik dat graag in voor e-mail en chatbox! Waar alles veel langzamer gaat omdat je elk woord moet typen. Wat in de chatwereld weer door een arsenaal aan afkortingen wordt gecompenseerd. Maar doordat alles geschreven moet worden, krijgt het wellicht ook meer diepte, omdat je er meer moeite voor moet doen. Hoewel veel gemail en gechat nergens over gaat. Wat weer meevalt als je dit vergelijkt met wat er gebeurt als vrouwen zich in een winkelcentrum binnen anderhalve meter van elkaar bevinden.

U bent verbonden met de telefoonbeantwoorder van Satyamo. Omdat uw nummerweergave is uitgeschakeld kan ik helaas niet opnemen. Indien u mij wilt spreken dient u uw nummerweergave te activeren, maar u kunt mij natuurlijk ook mobiel bereiken. Einde bericht.

Hier droom ik van! Want een belangrijke vervuiler van het telefoonverkeer zijn al die telemarketeers. Niet alleen bellen ze anoniem, ze laten ook de telefoon hooguit twee of drie keer overgaan. Waarschijnlijk uit angst voor tijd en kosten die verbinding met een antwoordapparaat met zich meebrengen. Het bandje moet dus meteen na de oproep van een onbekend nummer gaan spelen. Dat zal ze leren! Want die reclamejongens en -meisjes hangen zo snel op dat ik regelmatig zinloos door het huis op en neer ren. Maar als ik wel iemand aan de lijn krijg, loopt het gesprek niet altijd lekker. Ik doe geen zaken met bedrijven die van uw onbeschofte diensten gebruik maken, zoals de telefoon maar drie keer laten overgaan en de nummerweergave uit te zetten! Zoiets. Ja toch? Als er iemand met een bivakmuts op voor de deur staat doe ik toch ook niet open? Reclame terroriseert meer en meer de openbare en private ruimte.

Alles is één

Date 5 juni 2008

In de theosofie spreekt men vaak in termen van involutie en evolutie, het afdalen van de geest in de stof, en het zich bevrijden van de geest uit de stof. Een pulserende beweging, die niet alleen de ontwikkeling van hele culturen kenmerkt, maar ook die van de individuele mens. De geest gaat in de stof wonen om daar ervaringen op te doen. En trekt zich later weer terug uit de stof omdat ze het een en ander heeft geleerd en het verder wel gezien heeft daar. Om dan later toch weer opnieuw een huis in de stof te zoeken. Involutie is inademing, en evolutie is uitademing. Het leven in de stof begint met een snak naar adem en eindigt, op weg terug naar de geest, met het uitblazen van de laatste adem. Niet alleen mensen ademen, maar ook planten en mineralen. En sterrenstelsels. En volgens sommige sterrenkundigen zelfs de hele kosmos.

Het gevaar van zo’n kijk op de werkelijkheid is dat je voor je het weet een dualisme, een sterk onderscheid tussen geest en stof hebt geschapen. Daarin verbindt in de loop van de evolutie het ‘hogere’, de geest, zich met het ‘lagere’, de stof. Alsof geest en stof wezenlijk verschillen, buiten elkaar kunnen bestaan, twee werelden vertegenwoordigen die niets met elkaar te maken hebben. Maar dan kun je echter nooit volhouden dat alles één is, terwijl dat juist de kern is van wat door zoveel mystici wordt beweerd. Bij hen is alles goddelijk, maar hoe is dat te rijmen met onze ervaring waarbij we onderscheid maken tussen de materiële en de geestelijke werelden?

Ik denk dat dit probleem makkelijk te tackelen is door niet te spreken van een geest die indaalt in de stof, maar van een geest die zichzelf verstoffelijkt. Stof is dan niets anders dan gestolde geest en geest niets anders dan gesmolten of vervluchtigde stof. Denk maar aan de aggregatietoestanden: vast, vloeibaar en gasvormig, ze zijn alle manifestaties van dezelfde stof. Of het nu om ijs, water of stoom gaat: het zijn allemaal watermoleculen. Zoals de fysieke wereld, naarmate je er dieper induikt, uit steeds minder verschillende soorten deeltjes blijkt te bestaan – van het bijna oneindige aantal verschillende stoffen om ons heen tot het beperkte aantal elementaire deeltjes dat we kennen – zou alles wel eens kunnen bestaan uit bouwsteentjes die je God, oermaterie, chi, ether, liefde, het veld, of misschien wel bewustzijn of het Niets zou kunnen noemen. Dan is alles bezield en één, en zijn involutie en evolutie daar manifestatievormen van. Een goddelijke dans, een goddelijk spel.

De inademing in de stof, de materie, is een weg van verharding, samentrekking, en voor je het weet verkramping. Er ontstaat oppervlaktespanning en daarmee de illusie van gescheidenheid (want die is er natuurlijk helemaal niet). Er ontstaat ‘ik’, zelfkennis en daarmee een bewustzijnskern, maar voor je het weet ook ego. De weg de stof in is er een van onderscheid, van vechten, van overleven, van survival of the fittest, van voor jezelf opkomen. Daar eet je vlees en planten en gaat jouw leven altijd ten koste van dat van een ander. Het is de wereld van eten en gegeten worden. Daar is niks mis mee als we ons bevrijden van vooringenomen ideeën over wat goed is en wat slecht. In het vaak zo verheerlijkte ‘natuurlijke’ leven eten veel dieren elkaar op, kunnen ze niet buiten elkaar als voedsel, en lijkt dit de meest gewone zaak ter wereld.

Dan wordt het tijd om gegeten te worden. Want na een dieptepunt van involutie, waar de kracht van zwaarte te sterk wordt en je daardoor tot bewustzijn van jezelf en het goddelijke wordt gedwongen, wil je weer terug naar huis, naar het besef en de ervaring van de eenheid van alles. Dan komt een verbindende liefde in het hart en wordt de onzinnigheid van het ego – hoe noodzakelijk dit ook was – doorzien en leef je in vertrouwen en overgave, en wil je eigenlijk niets liever dan jezelf in vervoering offeren aan het overweldigend grootste Al. Daar wil je jezelf verliezen in het goddelijke, jezelf schenken aan het mysterie. Daar maakt de spanning van de tijd plaats voor de vrijheid van de ruimte.

Zo is de dans van involutie en evolutie een dans van stof en geest, van spanning en ontspanning, van inademen en uitademen, van nemen en geven, van leven en sterven. Als we beseffen dat we beide zijn en ze niet wezenlijk van elkaar verschillen, dan stijgen we boven de tweeheid uit en worden we zelf weer één, heel. En van daaruit beseffen we zelf ook één te zijn met de wereld om ons heen, verdwijnen we in het bestaan, in een bewustzijn dat brandt op de energie van de eeuwige dans met en in de stof, die doorglansd is van het goddelijke dat in alles aanwezig is.

Wijze Tante 100 jaar!

Date 31 mei 2008

Vandaag is mijn Wijze Tante 100 jaar geworden! Waarmee ze zelf het levende bewijs is geworden van de waarde van wat zij altijd over gezond leven heeft verkondigd. Mijn Wetenschappelijke Tante vond dat ze onzin verkondigde, waarover ik graag met haar grapte, wat uitliep op de conclusie dat degene die het langst leefde gelijk zou krijgen. Omdat zij ‘maar’ 94 werd heeft mijn Wijze Tante dus gewonnen. Wat pleit voor vegetarisch eten, vroeg uit de veren om met blote voeten in de kou te gaan dauwtrappen, en jezelf niet te verwennen. In soberheid een natuurlijk leven leiden, je niets laten wijsmaken en uitsluitend je eigen innerlijke stem volgen. Als je goed oplet hoef je eigenlijk niets meer te leren, dan weet je gewoon alles al. Wat zeker voor haar gold. Ze is beroemd om haar boeken over onder andere astrologie, kruiden, edelstenen en sprookjes. Lang voordat de new age ontstond, schreef zij al over deze onderwerpen in haar maandblad De Vuurfakkel, waarvan in januari 1947 het eerste nummer verscheen. Ook ik ben in die maand geboren, en dat geeft een band. Zo ook het feit dat haar geboortehuis op een steenworp afstand staat van het huis waar ik 39 jaar later werd geboren. We zijn beiden Oldegeppelers.

Haar vader was imker en vertrok al snel na haar geboorte naar Amerika. Zodat ze alleen door haar joodse moeder werd opgevoed, die onderwijzeres was van de school van de commune. Ja, de commune! Van professor Jacob van Rees. De christenanarchisten. Tolstoy! Waar nu de betere Oldegeppelse villawijken staan bevond zich vroeger in koloniehuisjes die gemeenschap van landbouwers, kunstenaars en wetenschappers die zich met hart en ziel inzetten voor een betere wereld. De jaren zestig avant la lettre. Idealisten die zeer nauwe banden hadden met de soortgelijke commune van Frederik van Eeden in Blikkum. Voor wie het een probleem was dat er op gegeven moment winst werd gemaakt, want dat rook toch sterk naar kapitalisme. Waar de spanningen met de plaatselijke bevolking hoog opliepen, want die waren niet zo gecharmeerd van al dat alternatieve gedoe met mensen die helemaal naakt achter de schuttingen rondliepen. Die commune heeft het nog geen tien jaar uitgehouden. Volgens veel sceptici is dat een reden om aan de waarde van communes te twijfelen. Zie je wel? Het wordt toch niks na verloop van tijd! Wij mensen zijn daar nog lang niet aan toe! Een benadering die ik verziekt vind, want zo kun je alles kapot redeneren, zelfs je eigen leven omdat je aan het eind ervan toch doodgaat. Terwijl ik juist verwonderd ben over wat er wel mogelijk is, al is het maar voor een paar jaar of zelfs een paar momenten. Eén kleine lichtflits is al voldoende om te bewijzen dat er licht bestaat.

Op die grond, in die sfeer is mijn Wijze Tante geboren. Al op jonge leeftijd was ze een voorloper, een voorvechter van een wereldbeschouwing en leefwijze die pas na de jaren zestig tot de westerse wereld is begonnen door te dringen. Een groot trauma voor haar vormden de beschuldigingen van racisme en aanverwante praktijken, die stuk voor stuk ontleend zijn aan totaal uit het verband gerukte teksten. Hoewel haar rubriek het meest geliefd was, wilde het blad Onkruid niets meer van haar weten, hoewel dit enkele jaren geleden nog slinks gebruik maakte van haar naam om een jubileumboek te verkopen waarin dan geen enkel woord van mijn Wijze Tante bleek te staan. Zo zijn er altijd ‘correcte’ mensen die menen het alternatieve te moeten bestrijden. Vandaag de dag zien we dat terug in de heksenjacht van de Vereniging tegen de Kwakzalverij en de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst op alternatieve therapeuten en geneeswijzen, enkele jaren geleden enthousiast aangejaagd door VVD-minister Hans Hoogervorst. Hoezo vrijheid? Het liberalisme moet in die kringen nog uitgevonden worden!

Dat alles heeft mijn Wijze Tante meegemaakt. Ik geloof dat het modernste apparaat in haar huis een telefoon met draaischijf is gebleven, hoewel wel af en toe iemand een draagbaar dvd-spelertje naar binnen smokkelde om bijvoorbeeld iets van Osho te laten zien. Hoewel er nooit een televisie in huis was, ging ze wel altijd graag naar films. Zo ging ze op 93-jarige leeftijd nog rustig naar de bioscoop om het eerste deel van The Lord of the Rings te zien. En hoewel ze een heleboel dingen al uit zichzelf wist, is ze tot een paar jaar geleden blijven lezen, lezen en nog eens lezen. Kasten en kasten vol boeken die bijna niet meer te categoriseren en op te ruimen zijn. De akasha-records zijn er niks bij, wou ik bijna zeggen, maar dat kan natuurlijk niet omdat daar alles in staat. Met die oneindig grote bibliotheek heeft ze nu wat minder contact, want haar geheugen is achteruit gegaan. Maar meer en meer geloof ik dat herinneringen niet zozeer in de hersenen zitten, maar juist in dat tijdloze akasha-veld waar alles in tijd en ruimte aanwezig is. Dat de hersenen alleen een zend- en ontvangststation zijn die bij een herinneringsproces informatie daaruit oppikken, ja, her-inneren. Dat je zonder hersenen wellicht veel beter contact kunt hebben met dat veld, waaronder je herinneringen. Pim van Lommel suggereert dat de hersenen een helder bewustzijn juist in de weg staan. En zo hoop ik dat mijn Wijze Tante als het zover is, en ze geen last meer heeft van haar hersenen, weer helemaal in deze en andere werelden terugkomt.

Vanmorgen zijn we bij haar op bezoek geweest, en hebben we met een dozijn mensen om haar heen gezeten. Ze kijkt ons aan. Weet misschien niet wat onze namen zijn, maar als ze ons aankijkt licht ze even blij op van herkenning. En daar zit ze dan in haar stoel, met een pluchen uil op haar schoot, één en al gelukzaligheid uitstralend. Alsof ze al lang in de andere wereld is, waarop haar lichaam zich vredig voorbereidt door steeds transparanter en kwetsbaarder te worden. Mijn hart is aan de overzijde heet haar dichtbundel, maar soms lijkt ze al helemaal aan de overzijde te zijn en getuigt zo van een wereld van vrede en licht. We hebben wel de cadeautjes voor haar uitgepakt, maar waren niet in staat om alle brieven en gelukswensen voor te lezen, want dat waren er veel te veel. Voor een paar maakten we een uitzondering, zoals die van de Koningin en die van de Commissaris van de Koningin. En in de komende weken zal een ieder die haar bezoekt een paar kaarten of brieven voorlezen.

Volgens sommigen zouden wijze mensen niet aan geheugengebrek mogen lijden. Maar ik ben ervan overtuigd dat wijze mensen vooral heel gewoon kunnen zijn. Inclusief lichamelijke en psychische gebreken. Dat ze ook wel eens ziek kunnen zijn. Of lastig. Of bang. We hebben maar al te vaak een ideaalbeeld van wijze mensen. Wijsheid betekent echter dat je je om al dat lichamelijk en psychisch wel een wee niet meer zo druk maakt, zodat dit doorstraald wordt met een heel andere kwaliteit, die van je wezen. Je blijft een gewoon mens, zoals Zenmeesters vaak benadrukken. Of beter gezegd: je bent, met al je hebbelijkheden, eindelijk een gewoon mens! Zo ook mijn Wijze Tante, die ons vandaag vanaf de voorpagina van de Ooi- en Geemlander tegemoet lacht. Gefeliciteerd, Tante! Kusje!

Trots op Nederland

Date 13 mei 2008

Ook ik heb een klein steentje bijgedragen aan Trots Op Nederland! Want als er ergens een landje bestaat dat nauwelijks durft te bestaan, dan is het Nederland wel. Alleen al als je het woord ‘volk’ in de mond neemt, krijg je voor je het weet antifascisten op je nek. Maar door dit soort intolerante en paranoïde clubjes als Gebladerte moeten we ons niet laten weerhouden om opnieuw van volk en vaderland te gaan houden. Er moet weer gevlagd gaan worden, en het volkslied zou weer luid gezongen moeten worden! Jammer dat ik onlangs bij de herdenking in Oldegeppel vergeten was dat er meestal ook nog een tweede couplet gezongen wordt. Wellicht omdat de tekst me blokkeert bij het zingen van dat mooie lied…

Ook jammer dat Rita Verdonk met haar TON wel de vingers precies op de zere wonden legt, maar geen programma heeft zodat ze heerlijk ongebonden haar gang kan gaan als ze straks in de Kamer zit. Velen trachten een nieuwe Pim Fortuyn uit te hangen, maar daarvoor heb je wel iets nodig als visie. Een visie die verder gaat dan de constatering dat Balkenende c.s. hun werk niet goed doen, want dat weet intussen zowat iedereen.

Mijn kleine bijdrage aan TON was dan ook niet geheel vrijwillig. Die is verlopen via Nina Brink. U weet wel, die vrouw die ons belazerd heeft met World Online. Ook ik behoor tot degenen die niet zonder enig schaamrood terugdenken aan 17 maart 2000, de dag waarop we dachten allemaal rijk te zullen worden. Nee dus, zodat ik sindsdien nog € 4.053,24 van haar terugkrijg! En nu gaat Nina haar geld in TON stoppen in plaats van ruiterlijk toe te geven dat ze een oplichtster is en daar de consequenties uit te trekken! Dat mens deugt trouwens van geen kant, want ‘Brink woont al jaren in het Belgische Brasschaat en betaalt zodoende geen Nederlandse belastingen. Zo trots is Brink op Nederland,’ zoals in Effect van 10 mei fijntjes te lezen is. Nee, Nina en Rita zijn typisch van die vrouwen waar ik niet trots op ben! Die me alleen maar minder trots maken op Nederland…
 

Pinksteren

Date 11 mei 2008

Vandaag is het Pinksteren. En Moederdag. En de 95ste verjaardag van mijn moeder, als ze nog had geleefd. En vier dagen geleden zou mijn vader 100 geworden zijn. Mijn ouders zijn tijdig gestorven, begin jaren negentig. Ik bedoel: ze hebben de ontwikkelingen na die tijd gelukkig niet meer hoeven meemaken, het geleidelijk steeds sneller bergafwaarts glijden van onze Nederlandse samenleving.

Ze waren dus beiden geboren onder het teken Stier. Daar zit je mooi mee als Waterman! Niet zozeer mijn vader, maar vooral mijn moeder drukte me voortdurend op de zogenaamde feiten. Die noemde zij realiteit. Genieten van het leven was iets dat altijd later nog kon gebeuren: eerst de school afmaken, eerst studeren, eerst een baan. Die liedjes en verhalen die ik schreef vond ze ontzettend mooi, maar daaruit trok ze niet de conclusie dat er wel eens dingen belangrijker zouden kunnen zijn dan werk en maatschappelijke status. Gelukkig heb ik me daar niet altijd evenveel van aangetrokken en ben ik de dromer in me trouw gebleven.

Werk boven alles. Een behoorlijke baan moest ik ambiëren. Op zich niet zo verwonderlijk, want mijn moeder kwam uit een zakelijk milieu van de vooroorlogse modewereld. Haar moeder moet keihard hebben gewerkt omdat mijn grootvader nogal van een glaasje hield en niet al teveel deed – iets dat in die dagen niet echt makkelijk was, zeker toen daar dan ook nog een oorlog overheen kwam.

Dat is de tragiek van de generatie van mijn ouders, dat ze na de oorlog een betere wereld voor ons wilden opbouwen, maar dat wij – narcistisch geworden door al hun geloof, hoop en liefde die op ons gevestigd was – hun autoritaire wereld ook niet zagen zitten. ‘Weer niet goed,’ moeten ze vaak gedacht hebben. In al haar pogingen om toch nog iets behoorlijks van me te maken, sleepte mijn moeder me een keer mee naar een kledingzaak in Osdorp om me in een driedelig zwart – volgens haar donkerblauw – pak te steken, zodat ik als student goed voor de dag zou komen. (De professor kwam daar ook!) Ze had niet door dat het inmiddels 1966 was…

In die tijd droomden we ervan dat computers en robots de mensen het werk uit handen zouden nemen. Zodat we zouden toekomen aan dingen die echt belangrijk waren. Ons leven konden wijden aan zelfontplooiing, aan genieten, aan kunst en cultuur. Eigenlijk stond het paradijs voor de deur. Want er was gewoon niet meer zoveel werk te doen!

Als ik vandaag de dag om me heen kijk, ben ik het daar nog helemaal mee eens. Want driekwart van al het werk is puur kunstmatig tot stand gebracht. Overbodig. Bijvoorbeeld door slechte kwaliteit te leveren, zodat er al veel te snel iets nieuws moet worden gekocht. Door werk te leveren waar niemand om gevraagd heeft. Door het creëren van behoeftes en het gek maken met reclame. Door het maken van steeds meer regels. En last but not least: door elkaar zoveel mogelijk het werk onmogelijk te maken, iets waarin managers nogal goed zijn. Allemaal uitwassen van het idee dat er gewerkt moet worden. De wereld zal echt aan vlijt ten onder gaan!

Het pinksterfeest is niet voor niets het ondergeschoven kindje van de christenen! Stel je voor de we echt bevangen worden door de heilige geest, dat we verlicht zouden raken! We moeten er alles, maar dan ook alles aan doen om dat te voorkomen! Wat ook maar een beetje alternatief ruikt moet verdacht worden gemaakt. Want meditatie en verlichting en zo is doodeng, dus moeten mensen daarvan af worden gehouden. Werk boven alles! Laat de mensen zich niet herinneren dat ze goddelijk zijn, dat is gevaarlijk. Zoiets zei mijn moeder ook al.

Werk boven inkomen en dat soort onzin is bedoeld om mensen te verslaven aan materie, en ze ver weg te houden van de spirituele wereld. Om te voorkomen dat mensen zich met hun goddelijke kern verbinden, weer heel worden. Verdeel en heers, zaai angst en ongezondheid – zo blijven de wereldleiders en hun schoothondjes aan de macht. Zal het hen blijven lukken? Hoe lang kunnen ze hun eigen volk blijven tergen voordat de revolutie uitbreekt? We leven in een uiterst boeiende tijd!

Als er één drug bestreden moet worden is het wel het arbeidsethos, dat ons wil afleiden van onze goddelijkheid. Hele volkeren moeten aan die verslaving worden geketend, daar zijn zelfs links en rechts het over eens. Weg met al het overbodige werk! Dan hoeven we ook niet meer zes keer per jaar met vakantie. De echte vakantie leeft diep in ons hart. Laten we gaan pinksteren! Pinksteren is niet alleen de naam van een feestdag, maar ook een werkwoord. Een niet-werkwoord moet ik eigenlijk zeggen. Ik pinkster, jij pinkstert, wij pinksteren… Pinkster ze!

Amsterdam

Date 8 mei 2008

Deze week een middagje naar Amsterdam geweest. Het was lekker zonnig weer en voor het eerst sinds lange tijd kon ik weer genieten van de bende in de Big City waar Tol Hansse 30 jaar geleden al over zong. De chaos door het aanleggen van de Noord/Zuidlijn. Het kabaal en de stank van het verkeer, waaronder bussen toeristen waarvan je je afvraagt wat ze hier nou eigenlijk zoeken. Ja, dit rotzooitje dus, dat Amsterdam heet. Alles klein en smal, veel te veel mensen op een te klein oppervlak. Kapotte straten, taxi’s waar je niet in wil zitten, verfomfaaide bleke en verrookte mensen, nergens een ijsje te krijgen, links en rechts krioelende fietsers, alles is onaf en niets is perfect zoals het bedoeld was. Want tegen de tijd dat het ene project zijn voltooiing nadert, moeten de straten alweer open voor het volgende graaf- en bouwwerk.

Op het Museumplein ging ik hoog op de krul van de grasmat zitten. Rode spandoeken ontsierden het Concertgebouw en achter me gierde iets in een bouwput dat moest bijdragen aan de uitbreiding van het Stedelijk Museum. Of zoiets. Want in een stad is het niet altijd duidelijk waarmee mensen bezig zijn. Als ze het zelf al weten. De zon scheen. Een bleke halfblote man lag in het gras te slapen, puberale allochtoontjes waren wat aan het klieren, en overal zaten groepjes mensen van het zomerse weer te genieten. De bende die Amsterdam heet, en waarvan ik eigenlijk veel hou. Van het onvolmaakte, van rotzooi en van stank. Als klein jongetje genoot ik al van de geur van asfalt toen dat over de Weteringschans werd gestort en uitgesmeerd. Wat is er mooier dan oude, vervallen gebouwen, rommelige tuinen en smerig water in de grachten?

Schoonheid is niet een eigenschap van de dingen, maar iets van het oog dat ernaar kijkt. En kunst is datgene dat het oog masseert om zo naar de wereld te kijken. Juist het imperfecte is perfect, het onvolmaakte volmaakt, het onaffe af. Alles mag dan gewoon zijn zoals het is, en hoeft niet meer te zijn wat het zou moeten worden. Ik nam lijn 16 terug. Reed zwart, want twee achtereenvolgende stempelautomaten lustten mijn stripjes niet. En ik had geen zin om me met mijn tassen nog verder door de volle tram te slepen. Toen ik zag hoe de tram zich door de volle chaotische straten wurmde, verwonderde ik mij erover dat al die fietsers hun capriolen overleefden. Maar misschien komt dat juist omdat ze zich niet zo strikt aan de regels houden en maar wat aanrotzooien. In het zich verbouwende Centraal Station at ik in de drukte van het spitsuur nog een pizzapunt. Op het kabalige perron, tussen treinen. En ik zag dat het goed was. Leve het onvolmaakte!

Ubuntu

Date 3 mei 2008

Sinds een paar dagen draait mijn computer niet alleen maar onder Windows XP, maar ook onder Linux. De broncode van dit besturingsprogramma is open en vrij, dus door iedereen te gebruiken en aan te passen. Zo zijn er allerlei distributies ontstaan, waarvan Ubuntu de meest populaire is. Daarvan verscheen vorige week versie 8.04, en om software meer dan alleen een nummer te laten zijn heeft deze versie ook een naam: Hardy Heron, de ruige reiger. Die staat na installatie dan ook trots op je desktop. Terecht, want deze zogeheten open source-software is niet alleen financieel en technisch een alternatief voor Windows, maar ook moreel en maatschappelijk van een hoger kaliber. Een positieve kant van de vrije markt is dat idealisten en vrijwilligers ook gratis software kunnen uitdelen, want wie verbiedt je om producten voor € 0,00 te verkopen?

Dat doet de Zuidafrikaanse miljonair Mark Shuttleworth die alles financiert, waardoor het bijvoorbeeld mogelijk wordt om gratis Ubuntu-cd’s te laten bezorgen. Daar zit gewoon idealisme achter. De term ubuntu schijnt te staan voor iets als ‘menselijk zijn voor anderen’ en Ubuntu heeft dan ook een drievoudig credo: software moet vrij zijn, in alle talen leverbaar zijn en ook voor mensen met lichamelijke beperkingen te gebruiken zijn. Dat vrij zijn gaat niet in de eerste plaats om het gratis beschikbaar stellen van Ubuntu, maar om het vrij te gebruiken, om veranderingen en verbeteringen aan te brengen en om het weer aan anderen door te kunnen geven. Het getuigt van de Nieuwe Tijd dat idealisten, omringd door een groepje vrijwilligers, op deze wijze een alternatief bieden voor gevestigde grootmachten als Microsoft die aan hun eigen roem ten onder gaan.

En het werkt ook nog! Want juist omdat het open source is, wordt het veel makkelijker om drivers voor allemaal randapparatuur te maken. Eigenlijk heb ik helemaal niks hoeven te installeren, was het enige pijnpunt mijn draadloze netwerk, maar dat rammelde onder Windows ook al vaak. Draadloos toetsenbord met muis, het beeldscherm, twee printers, scanner en netwerk weet Ubuntu allemaal automatisch te herkennen en te installeren. Geen omkijken naar. Terwijl er ook meteen een standaardvoorraad aan programmatuur aanwezig is, zoals OpenOffice.org met Tekstverwerker, Rekenblad en Presentatie die compatible zijn met Word, Excel en Powerpoint, hoewel het wel even zoeken was naar het €-teken dat zich opeens onder Alt Gr-5 blijkt te bevinden. Zoals Firefox voor websurfen en Evolution voor e-mail. Dat laatste wilde alleen geen e-mail ontvangen en verzenden, dus heb ik vervangen door mijn oude vertrouwde Mozilla Thunderbird. Want ook het toevoegen en verwijderen van programma’s is een fluitje van een cent. Gewoon op Applications klikken en dan op Installeren/verwijderen en zoeken en klikken maar.

Het installeren van Ubuntu begon met het downloaden van een bestand dat op cd moest worden gebrand. Met die cd kun je je computer opstarten en alvast van Ubuntu proeven zonder dat er ook maar iets op je harde schijf wordt gezet. Maar je kunt het ook vanaf die cd installeren, waarbij je bij de opties wel in de gaten moet houden dat hij er niet voor kiest om je hele harde schijf te gaan gebruiken, want daar ga je spijt van krijgen. Ik heb hem zelf lege gedeeltes laten zoeken en Ubuntu nestelde zich automatisch in een nog niet toegewezen deel van de harde schijf. De computer wordt automatisch multi-boot gemaakt, dus vraagt bij het opstarten of ik Windows of Ubuntu wil, en als ik dan toch naar Windows ga is daar niets, maar dan ook echt helemaal niets van Ubuntu terug te vinden. En zo hoort het ook. Daar ziet alleen mijn backup-programma True Image de Ubuntu-bestanden op een voor Windows onzichtbare plek van de harde schijf.

Natuurlijk ben ik deze dagen veel aan het experimenteren. Iets waarbij ik vaak geholpen word door Marcel, met wie ik dan via MSN, of beter gezegd: onder de Ubuntu-versie Pidgin aan het chatten ben. Zodat inmiddels ook Google Earth en Second Life onder Ubuntu draaien. Niet alleen is Ubuntu veiliger omdat het veel steviger tegen virussen is beschermd, niet alleen is Ubunti goedkoper omdat het niks kost, maar het is ook prettiger omdat programmas er vloeiender op draaien. Niet steeds dat gestotter en gehakkel omdat op de achtergrond weer eens ongevraagd programmas gaan draaien. Windows lijkt een beetje op de regelgeving die steeds complexer wordt en daardoor steeds minder te hanteren is. Van Vista heb ik al nooit begrepen waarom ik het überhaupt zou moeten willen hebben, XP komt één dezer dagen met Service Pack 3, maar zal over een paar jaar niet meer ondersteund worden. En wat er dan voor in de plaats komt is ook maar afwachten. Vandaar dat ik experimenteer met Ubuntu. Het hele idee ervan past in de Nieuwe Tijd.