De Grote Wetering

Date 15 januari 2008

Onlangs stond in Vrij Nederland een plattegrond van Amsterdam-Zuid met daarop veel plekken waar criminelen woonden, werkten, elkaar ontmoetten en vermoordden. Waaronder ook gebouw De Grote Wetering aan de Weteringschans, tegenover het Rijksmuseum. Daar had Endstra zijn wieg staan, las ik, en opeens ging weer een wereld voor me open. Ik zie opnieuw de halfronde etalages met daarin compressoren en andere machines waar ik niks van snapte. De grote deuren van de hoofdingang van de machinefabriek waren om de hoek, naast de rode brievenbus. Soms deed de een of andere pons- of snijmachine het hele gebouw dreunen. Maar op de tweede verdieping van nummer 85 had je wel het mooiste uitzicht op het Rijksmuseum dat er bestond. We woonden er van mijn vijfde tot mijn tiende jaar, en kwamen daar terecht omdat mijn vader het heen en weer gereis van Oldegeppel naar zijn werk bij de PTT in Amsterdam zat was. Vergeet niet dat er toen ook nog op zaterdag werd gewerkt! Ja, hij had lang ons gezin kunnen onderhouden met het schrijven van columns, boeken en hoorspelen, maar na de oorlog hield hij dat met twee kindermonden erbij niet meer vol. Zodat we uiteindelijk, op 3 november 1952 – de allereerste Donald Duck was net gratis op alle Nederlandse huismatten gevallen – naar Amsterdam verhuisden.

Hoe primitief leefden we toen! Af en toe stond het hele huis in het donker en moest je draaiend een muntje in een apparaat persen om weer een aantal kilowattuur van elektriciteit voorzien te zijn. En waar gebruikte je dat nou voor? Lampen, een radio met pick-up, een straalkacheltje, een stofzuiger en een strijkijzer. Dat was het wel zo’n beetje. En de zelfgemaakte transformatorkist om wat speelgoed van laagspanning te kunnen voorzien, zoals een dure motor van Meccano. Op de zaterdagavond werd er steevast naar de radio geluisterd, waarbij Dorus voor mij het hoogtepunt was. Mijn eerste grammofoonplaatjes waren van hem, ik zong zijn liedjes overal, inclusief de bloederige Moordballade waarvan ik de tekst nog steeds kan dromen. We hadden telefoon 40765 en ik was heel verwonderd toen ik vriendje Maarten een keer belde en meteen zijn stem hoorde zonder een nummer te hebben gedraaid. Ik zat op de openbare Nicolaas Maesschool, maar mijn moeder haalde mij daarvan af toen ze hoorde dat de juf stond te roken voor een klas met 40 kinderen. Hoewel ze zelf ook rookten, mijn ouders. Heel normaal in die tijd. Ook dat je als kind spelletjes deed met kaartjes van door midden geknipte bovenkanten van sigarettendoosjes.

Toen kwam ik terecht op het kleinschalige Schreuder Instituut, waar ik voor het eerst in mijn leven kennismaakte met godsdienst. Ik keek van mijn klasgenootjes af hoe je moest bidden, want ik was de enige die met zijn armen over elkaar bleef zitten als de juffrouw ‘Eerbiedig!’ gebood. We zongen er liederen waarin de regel ‘Al spert men mij geboeid in duistere toren’ mijn eerste kennismaking was met het soms toch niet onaardige perversiteitsgehalte van de protestantse kerk. Die ik trouwens toch liever heb dan de katholieke kerk, want van wat daar allemaal gebeurt heb ik echt helemaal nooit iets begrepen. Bij de protestanten ging het tenminste nog over jou en over God, en dat was toch iets anders als de Sinterklaasoptocht die ik zo mooi, samen met vriendjes, kon bekijken vanuit de drie ramen op de tweede verdieping.

Maar ook toen leefde ik al bij tijd en wijle in de wereld van abstractie en fantasie. Verzamelde ik liever dan plaatjes van auto’s, voetballers en schepen de kleuren die bij de tramlijnen hoorden – lijn 7 en 10 denderden daar voor de deur. Knutselde ik liever uit een bouwplaat bij Kellogg’s cornflakes een Rotavisor in elkaar, een soort kijkdoosje waarin je een vliegtuigje kon zien cirkelen. Ik sliep samen met mijn broer in de achterkamer. Lichtjes vanaf de Lijnbaansgracht achter ons baanden zich door de net iets te smalle gordijnen een weg naar het plafond. Dan fantaseerde ik dat ik in navolging van Kuifje naar de maan reisde, een verhaal dat twee avonden in bed in beslag heeft genomen. Daar vertelde mijn broer me eens dat hij in staat was om niet te denken. Daar moest ik als strafwerk tien keer de tafel van 7 uitschrijven. Daar trachtte ik te ontdekken hoe mijn plastic tuimelkalendertje werkte en wilde ik leren goochelen.

Of ik de kleine Endstra ooit gezien heb, weet ik niet. Mijn ouders hadden het nooit zo op buren. Maar ook dit is allemaal gebeurd in De Grote Wetering. Een kwart eeuw later, in 1981, werden de krakers verjaagd door de ME. Toen zag ik op de televisie hoe bulldozers mijn vroegere woning bestormden om die met de grond gelijk te maken. We zijn inmiddels weer een kwart eeuw verder. De krakers zijn weg. De criminelen zijn gebleven. En soms zing ik nog de Moordballade. ‘Op de Hobbemakade. Op de Apollolaan’…

Een goed voornemen

Date 3 januari 2008

Het nieuwe jaar in Duitsland begonnen. Hein en Floor hadden Vriend en mij een paar dagen eerder meegenomen naar hun vakantiehuisje in Frankenau. Vraag me niet hoe, want ik was hartstikke verkouden en liep voortdurend te snotteren en te snuiten. Bij mij is er dan ook nog een tamelijk makkelijke verbinding tussen mijn neus en mijn ogen. Die lijdt er niet alleen toe dat ik eventueel lucht uit mijn ogen kan persen, maar ook dat ik bij verkoudheid met rode ontstoken open rondloop die ik nauwelijks een paar minuten kan openhouden. Zaterdag de hele middag in bed gedoken. Vriend kocht vijf soorten kruiden en voerde me met zijn toverthee met honing. Zondag kwam ik er al het begin van de middag uit en hebben we ook nog in de bergen gewandeld. Hein draaide steeds popmuziek en draaide hits uit 1955 nadat hij mij gevraagd had van welk jaar ik ze graag had willen horen (1968). We hebben heerlijk gegeten in restaurants in Schmittlotheim, Frankenberg en Löhlbach en kwamen opnieuw tot de conclusie dat de prijs-kwaliteitverhouding van de horeca ook een positief getal kan opleveren, in tegenstelling tot in ons eigen landje.

Tussen de tijdschriften die er zwierven vond ik een National Geographic. In de editie van november 2007 staat een heel verhaal over het geheugen, dat zich volgens de auteurs in de hersenen bevindt. Wij hebben zo’n 100 miljard (100 G) zenuwcellen daar boven in ons hoofd, die elk 5.000 à 10.000 synaptische verbindingen met andere zenuwcellen kunnen maken. Wat moet het daar krioelen als ik een sudoku oplos! Op de een of andere manier wordt daaruit geconcludeerd dat er 500 a 1.000 biljoen (500 T à 1 P) synapsen zijn, maar de mijne raken hier het spoor al kwijt omdat ze het eerst over verbindingen tussen synapsen hadden en nu over de aantallen synapsen zelf. Ter vergelijking wordt de Amerikaanse Library of Congress erbij gesleept, waarvan de informatie in slechts 32 biljoen (32 T) bytes past, waarbij even vergeten wordt dat synapsen waarschijnlijk geen bytes (hexadecimale getallen tussen 0 en 255) kennen, maar bits (binaire getallen 0 en 1) zodat de vergelijking een factor 8 scheef gaat. Als lezer raak ik dan helemaal het spoor kwijt. Wat moet ik hier nou mee? Veel te technisch voor een weblog! En toch blijf ik me erover verwonderen dat men nog steeds denkt dat herinneringen in de hersenen zitten in plaats van dat ze zich gewoon in een collectief astraal of morfogenetisch veld (sommigen noemen het Akasha-records) bevinden waarmee onze hersenen contact maken of waaruit ze herinneringen kunnen downloaden. Afijn, we hebben het er nog wel eens over, wat mij betreft is het laatste woord hierover nog niet gezegd.

Ook vond ik een nummer van Happinez, nummer 5 van het afgelopen jaar met een artikel over celibatair leven: ‘Geen seks – wel verlichting’. Dat smaakt naar meer en ik herken veel en wat Anselm Grün en Gerhard Riedl hierover te vertellen hebben. Ik citeer de auteur van het artikel die over hun boek Mystiek en eros vertelt. Het is de kunst om heel je leven van sensualiteit te laten doordringen, want ‘dan bloeit eros op als heilige helende kracht’. En wat is eros dan precies? Eros is in het nu leven, het present zijn. Wanneer je helemaal in je aanrakingen leeft, helemaal in je handen, je huid, je lijf, dan voel je sensualiteit in alle vezels. Tegelijkertijd voel je wat mystiek is. Dan zijn mystiek en eros dus één en wordt het leven sprankelend. Wat ik hierin voel is dat de weg naar mystiek dóór het lichaam gaat, dóór sensualiteit. En ik herken de paradox dat je alleen afstand van je lichaam kunt nemen door het ten volle te beleven, door de erotiek tot in je vingertoppen te voelen tintelen. Dat heeft met seks te maken, maar het is geen seks die iets wil, die iets verlangt, die zo nodig moet klaarkomen. Je kunt steeds achter je pik aanlopen, maar je kunt ook gewoon genieten van het bruisende leven in je, zelfs terwijl je een weblog schrijft.

Terugdenkend aan 2007 concludeer ik dat er veel meer geschreven moet worden. Niet alleen weblogs, maar ook artikelen. Het onderwerp virtual reality is geknipt voor me en in alle variaties zou ik graag een en ander op zijn kop willen zetten. Second Life is daarbij een soort basisstation. Prana wil een (zelfs tamelijk lang) artikel van mij over dit onderwerp publiceren, maar het wachten is op een bijpassend themanummer. Wat mij niet moet weerhouden om verder te gaan schrijven, voor welk blad dan ook. Ik bedoel: ik ben nu 60 en dan wordt het toch een beetje tijd om te realiseren wat ik eigenlijk moet doen in het leven, waarvoor ik geschapen ben, wat de capaciteiten zijn die ik heb meegekregen. En dan kom ik met mijn haarscherpe driehoek tussen Neptunus aan de midhemel en Mercurius in mijn tweede huis toch echt hier terecht. In een wereld waarin ik speel met fantasie en werkelijkheid. Wat is waarheid? Heeft Bhagwan me daarom Satyamo genoemd, wat volgens hem allerhoogste waarheid betekent? Wat is echt en onecht? Loopt die vraag niet als een rode draad door mijn leven? ‘Hiervan ben je bezield, Satyamo,’ fluister ik mezelf toe als we naar het vuurwerk tussen de bergen in Frankenau kijken. ‘Schrijven moet je, joh, je kan het maar al te goed, ga schrijven! Volgens je horoscoop kan je er nog geld mee verdienen ook, stommeling!’ En zo heb ik dan toch weer een goed voornemen voor een nieuw jaar.

Het romantisch gelijk

Date 24 december 2007

Jauchzet! Frohlocket! Eindelijk even rust. Het werd tijd. November en december zijn de meest hectische maanden en ik ben altijd blij als de mensen in januari weer een beetje gewoon gaan doen. Geen kerstkaarten verstuurd dit jaar, alleen in Second Life heb ik er negen verzonden. En van Vriend moest ik de twee kaarten die ik daar kreeg aan een touwtje in mijn virtuele woonkamer hangen. Heb ik gedaan. Dat ligt eigenlijk voor de hand, want daar wordt veel meer aan de kerst gedaan dan in wat het zogenaamde real life is: wandelingen door besneeuwde bergen, bijkomen in warme hutjes, skiën, kerstmannen en sneeuwpoppen… Robbie gaf me gisteren zelfs spontaan een heus kerstcadeau!

Eergisteravond met Vriend naar het Weihnachtsoratorium geweest. In de Westerkerk in Amsterdam (real life dus), waar zijn zus zingt bij de Amsterdamse Bachvereniging. Helemaal uitverkocht. Soms lees ik stukken uit de partituur mee, waarbij – vooral omdat het Bach is – je ogen soms blijven zigzaggen over de melodieën van bas, tenor, alt en sopraan, zoals bij het mooie begin van de zesde cantate Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben. Maar soms staar ik voor me uit, kijk in de leegte van de immense, van stilte tintelende ruimte om me daar lekker wat verdwaald te voelen rondhangen. Vraag me af of die muren en dit alles wel echt is allemaal, en waar het bewustzijn dat dit waarneemt nou eigenlijk gelokaliseerd is – alledaagse nieuwsgierigheden waarvan ik vooral het afgelopen jaar graag last heb gehad. De Sinfonia uit de tweede cantate zingt nog steeds in mijn hoofd, ook omdat Vriend ermee op de computer heeft gestoeid en met behoud van toonhoogte het tempo wat vertraagd heeft, zodat de klanken wat rustiger hun werk kunnen doen.

Kerst met Volle Maan! Die scheen ons al door een kerkraam tegemoet! En gisteren zagen we in Zandwijk mensen schaatsen toen hij net boven hen was komen opdagen terwijl aan de tegengestelde horizon de zon aan het ondergaan was. Een spel van licht. Vanmiddag heeft de drukker het januari/februarinummer van De Vuurfakkel gebracht, die ik een nieuw kleurig jasje heb gegeven. Mijn Wijze Tante vertelt erin over de Algeest, en over verschillende werkelijkheden, toevallig onderwerpen waarmee ik het afgelopen jaar zo bezig ben geraakt. Wat is werkelijkheid? Wat is waarheid? Volgens haar zijn de herfst en de winter de perioden van abstractie, waarin de geest zich uit de stof terugtrekt, met als hoogtepunt 21 december. En de lente en de zomer zijn, met als hoogtepunt 21 juni, de perioden van concretie waarin de geest zich het meest in de stof openbaart. Zijn de lente en de zomer niet juist die perioden waarin we zo van materiële geneugten en onze lichamelijkheid genieten?

Kerst. Op dit toppunt van abstractie wordt het licht weer zichtbaar. Wat op allerlei mogelijke en onmogelijke manieren wordt gevierd. Lichtjes in de wijk. Van herten, kerstmannen, sterren en wat niet al. Een romantische sfeer waaraan bijna niet valt te ontsnappen omdat die als een astrale deken over ons westerse landschap is uitgespreid. Romantiek waarvan de echte boodschap schuilgaat achter gezelligheid, intimiteit, eten, drinken en cadeautjes. Maar de ware romanticus verheerlijkt het sterven en de dood. Gelukkig maar, want daar achter die duisternis liggen nieuwe werkelijkheden verscholen waarbij die in real life maar bleekjes blijken. Ik lees Eindeloos bewustzijn van cardioloog Pim van Lommel, over bijna-dood ervaringen, en als je dat leest kun je gewoon niet meer om de feiten heen: de romantici hebben het gelijk helemaal aan hun kant. Er is veel en veel meer dan we in onze stoutste dromen, fantasieën en verlangens durven dromen. Ik denk dat ik ontzettend ga janken als ik me dat ten volle realiseer. Uit dankbaarheid. Dat is wat kerst voor mij betekent, de geboorte van een nieuw bewustzijn.

Neoliberalisme

Date 12 december 2007

Als ons land ergens aan ten onder gaat, dan is het wel het neoliberalisme. Een doorgeslagen liberalisme dat gekenmerkt wordt door privatisering van de publieke sector. Wat er eigenlijk op neerkomt dat de overheid taken afstoot met de smoes dat die beter uitgevoerd zullen worden als ze aan de vrije markt worden overgelaten. Want bij concurrentie kan de consument kiezen en zullen alle partijen hun uiterste best doen om de consument als klant te winnen en te houden. Nee dus, want bij wedstrijden en spelletjes is er meestal maar één winnaar. In die vrije markt maken alleen de sterksten en de slimsten de dienst uit. Wat leidt tot veel ontsporingen op gebieden die oorspronkelijk tot de taak van de overheid behoorden. Volgens mij dan. In een beschaafd land hoort een overheid basale bestaanszekerheden te garanderen en betalen burgers daar graag belasting voor. Wat echter al sinds enkele decennia gebeurt, is dat zij zich steeds minder om haar burgers bekommert, dat zij zich ontpopt als een vader die nooit thuis is als je hem nodig hebt.

En daar zitten we dan met ons geprivatiseerde openbaar vervoer, met aan de markt verkochte woningcorporaties, met misleidende telefoonbedrijven en energieleveranciers, met steeds later arriverende post, met miskleunende ziekenzorg. Zonder de weken extra vrije tijd die we nodig hebben om alle overbodige administratieve rompslomp trachten te begrijpen en te verwerken. Daar zitten we zonder de zekerheid dat we straks onze AOW krijgen, dat het land onder water loopt, dat onze ziektes serieus worden genomen, dat ons voedsel niet vergiftigd wordt, dat we niet overal worden gevolgd door overal stiekem verstopte chips en gespioneer naar onze internet-activiteiten. Daar zitten we met al het lawaai en kabaal van schreeuwende reclames die ons afstompen, van denderende vliegtuigen die nauwelijks een stil plekje in het luchtruim overlaten, van overgrote vrachtwagens waarvan de chauffeurs zo weinig zicht hebben dat ze fietsers en brommers doodrijden, zoals onlangs nog in Zandwijk. Daar zitten we dan met een overheid die haar eigen burgers in de steek laat, zodat je steeds vaker hoort roepen dat zij je grootste vijand is. Hoe zou dat nou toch komen…

Het is deze mentaliteit van zoek het zelf maar uit, al decennia lang gepropageerd door mensen die hun mond vol hebben over normen en waarden, die bijdraagt aan het ikke ikke ikke en de rest kan stikken dat steeds duidelijker zichtbaar wordt in de samenleving. Gewoon op straat waar mensen zich steeds minder van elkaar aantrekken. Met jou heb ik niks te maken! Waar bemoei je je mee? Je zou het zelfs geen normvervaging meer kunnen noemen, want dat suggereert alsof er nog normen zijn. En normen komen niet voor in het neoliberale woordenboek, want daar gaat het alleen om de markt, om concurrentie, om vechten, om bloed. Of beter gezegd: alleen dat is de norm: survival of the fittest, de rat race.

De mentaliteit waarin de overheid zich niet meer om haar burgers bekommert waaiert uit over de hele maatschappij. De verloedering, de uitverkoop van Nederland is al begonnen met Lubbers, Reagan en Thatcher en ik ben bang dat dit kwaad zich al teveel heeft ingevreten om het nog te kunnen keren. Zorg, openbaar vervoer, verkeer, energie, media, banken zijn zo verzakelijkt, zo verhard, zo in de klauwen van managers beland dat ze nauwelijks nog te redden zijn. Mijn land is mijn land niet meer, mijn stad is mijn stad niet meer en wellicht is straks mijn dorp mijn dorp niet meer. Nederland wordt steeds meer een land waar een fatsoenlijk mens niets meer te zoeken heeft. Als ik nog wat jaartjes jonger was wist ik het wel: héél ver weg van Balkenende en consorten!

Tegelijk weet ik niet of het echt erg is wat er gebeurt. Dingen moeten nu eenmaal hun loop hebben. Zo ook hele culturen. In plaats van in een depressie te belanden kan ik ook in verwondering toekijken hoe niet alleen mensen maar ook hele volken kennelijk alleen kunnen leren door vallen en opstaan, door pijn en leed die helaas maar al te vaak nodig zijn om mensen wakker te schudden, tot bewustzijn te brengen. Als iemand die wel durft mee te leven met al deze schijnbaar onnodige ellende, maar zich er niet mee verbindt en zich geworteld weet in een diepe overtuiging dat alles goed is zoals het is, gewoon omdat het is zoals het is. Zoals ik onlangs in een nieuwsbrief schreef: we kunnen alleen bloeien als we durven te vertrouwen en te stralen in een wereld die – net als Atlantis indertijd – aan hoogmoed en decadentie ten onder gaat.

Vergaderen

Date 6 december 2007

Vanavond gaan we het hebben over vergaderen volgens het Voorster model. Tot nog toe kenden we binnen de gemeente commissievergaderingen en raadsvergaderingen, waarbij de eerste als voorbereiding van de laatste dienden. Er waren drie raadscommissies en het was tijdens hun vergaderingen dat burgers konden inspreken. Een nadeel van commissievergaderingen was echter dat ook steunfractieleden deelnamen aan besluitvorming, wat in een democratie eigenlijk alleen is voorbehouden aan raadsleden. En het was ook onhandig dat veel discussies tijdens commissievergaderingen tijdens de raad nog eens dunnetjes, zo niet dikkigjes, werden overgedaan.

In het nieuwe vergadermodel worden drie taken duidelijk gescheiden uitgevoerd. In ronde tafelgesprekken wordt door raadsleden informatie verzameld. Van burgers, college, ambtenaren, deskundigen. Voor politieke keuzes is vervolgens plaats in de meningvormende raad: met alle informatie uit de vorige ronde vinden nu de discussies plaats. Tenslotte is er een (korte) besluitvormende raad waarin besluiten over moties, amendementen (wijzigingen op raadsvoorstellen) en voorstellen worden genomen. Het vergaderschema zit zo efficiënt in elkaar dat er straks op slechts twee avonden wordt vergaderd in plaats van vier.

Het leuke van dit vergadermodel is dat je ook hier weer de triade denken, voelen en handelen tegenkomt. Een drie-eenheid die je overal in herkent als je er maar op let. Denken: informatie verzamelen. Voelen: meningen vormen. Handelen: besluiten nemen. De kern van politiek is het maken van keuzes, het wegen van alternatieven en belangen, wat te maken heeft met voorkeuren, ofwel gevoelens. De een vindt sociale woningbouw belangrijk, de ander het bedrijfsleven en weer een ander de woonomgeving. Zo verbinden politieke keuzes gedachten met daden, en vertegenwoordigen zij het hart van de samenleving. Politiek is gevoel.

Lichtjes geven hart energie

Date 24 november 2007

Moet ik me schuldig voelen als ik geniet van de feestelijke lichtjes op straat? Ben ik dan hypocriet omdat ik tegelijk overtuigd ben van wat Al Gore ons te vertellen heeft? Staat onze overconsumptie ons eigenlijk wel toe dat we energie gebruiken voor minder noodzakelijke mooie en leuke dingen? Zoals een verlichtende sfeer op straat in deze donkere dagen? Inmiddels twijfelt niemand er meer aan dat we zuiniger met energie moeten omspringen. Maar voor we spreken over verspilling ervan, moeten we wel weten wat daarmee bedoeld wordt. Want niet elk gebruik van energie is verspilling. Volgens Van Dale is daarvan pas sprake bij ‘roekeloos en nutteloos besteden’ en dat is bij feestverlichting in donkere koude dagen nauwelijks het geval. Het draagt immers bij aan een gevoel van geborgenheid en warmte, en ook dat is wat waard.

Te vaak hoor je zeggen dat gevoel en emoties in besluitvorming geen rol horen te spelen, zoals recentelijk bij de discussies over gemeentelijke herindeling. Het gevolg daarvan is dat alleen aan het materiële en het rationele nog belang wordt gehecht, en er weinig plaats voor het hart overblijft. Omdat het subjectief is, en daarom niet meetbaar zou zijn. Inderdaad, als je zo denkt is het onzin om feestverlichting op straat te willen hebben. En zou je daar ook geen energie in moeten steken. Wat dan natuurlijk ook geldt voor de kerstboom thuis, en voor mooie verpakkingen van cadeautjes en sfeervolle muziek. Als alles wat met gevoel te maken heeft als ‘nutteloos’ overboord wordt gegooid, ja, dan wordt het pas echt koud!

Tot op zekere hoogte is er dus niks mis met feestverlichting. Tot op zekere hoogte, want twee keer zoveel verlichting geeft niet twee keer zoveel feest. Overdaad schaadt! Extra licht en daarmee extra energie draagt niet evenredig veel bij aan de sfeer waarvoor ze bedoeld was. Als we dus Van Dales definitie van verspilling volgen, dan is daarvan nauwelijks sprake als de feestverlichting niet al te uitbundig is. Dat is wel het geval als we bijvoorbeeld de tuin snel en met veel herrie onderhouden en in de uitgespaarde tijd gaan joggen om toch wat lichaamsbeweging te hebben. Of als we de kinderen met de auto naar school brengen, zodat ze zelf veel te laat (en wellicht veel te dik) veilig leren fietsen. Of als we vlees eten, waarbij dieren jaren lang hebben moeten eten om zelf gegeten te worden.

Nu ben ik zelf geen vegetariër, rij ook wel eens mee in foute auto’s en maai het gras elektrisch. Maar ik vind het belangrijker om bij dit gedrag van mezelf stil te staan, dan dat ik me zorgen maak over de energie waarmee een leefsfeer wordt verlicht. Want als er iets is dat wel wat energie kan gebruiken, dan is het wel het hart. Laten we elkaar dat licht gunnen en daar niet te moeilijk over doen.

Ooi- en Geemlander, 24 november 2007

Gillette

Date 23 november 2007

Als decennia lang gebruik ik scheermesjes van Gillette. Ja, ik ben een echte natscheerder, want met die elektrische apparaten gaat het nauwelijks sneller en krijg ik mijn huid nooit zo glad als met het mes. Zo’n elektrische huidrasp is natuurlijk ideaal als je met zo’n modieus halfgeschoren kop wil rondlopen, maar dat is niks voor mij. Ik blijf een gladscheerder. Met Gillette. Om de zoveel jaar komen ze met een nieuw model en dat koop ik blind, gewoon omdat ik weet dat het goed is, en beter is dan het vorige. Dus kocht ik vorige week de Fusion. Die weer nog beterder en zachterder scheert dan de Mach3, Sensor, Contour en GII die eraan voorafgingen. Echt waar!

Ik schrijf dit alleen maar om eens wat positiefs te zeggen over iets commercieels. Want dat kan ook, hoewel ik opgegroeid ben in een gezin waar een beetje wantrouwend en smuilend werd geblikt naar alles wat met handel, reclame en commercie te maken had. Zo vertelde mijn broer me dat verpakkingen vaak bewust zo waren gemaakt dat je de inhoud ervan zo snel mogelijk moest consumeren. Wat hij demonstreerde door een rol beschuit in de lengte open te scheuren. Tot vandaag de dag merk ik dat hij in sommige gevallen wel eens gelijk kan hebben, vooral als ik met een zak drop de winkel uitloop en al snel niet meer weet waar en hoe ik dit snoepgoed allemaal bewaren moet. Wat ik alleen niet snap is dat het tegengestelde ook gebeurt. Ik bedoel de producten die kennelijk helemaal niet gemaakt zijn om te gebruiken, getuige de vele blisterverpakkingen die zonder schaar, beitel, hamer en bloed vrijwel niet open te krijgen zijn.

Er zijn talrijke voorbeelden te noemen van handel en vrij ondernemen waar volgens mij niks mis mee is. Als je rijk wordt omdat iedereen je cd’tje koopt, wat er daar dan verkeerd aan? Er bestaan zelfs goede reclames! We kunnen natuurlijk gaan discussiëren over de verhouding tussen goede en slechte commercie. Maar zelfs als dat een getal kleiner dan één oplevert, bewijst dat toch dat het kan. En wat je kunt realiseren is voor mij even reëel als wat al concreet gerealiseerd is.

Ik heb het onder de douche eens uitgerekend. In mijn leven ben ik 11 jaar eeuwig student geweest, was ik 4 jaar werknemer, heb ik 10 jaar van een uitkering geleefd en ben ik de laatste 16 jaar zelfstandig ondernemer. Niemand had geloofd dat het ooit nog goed zou komen met mij. Ook mijn moeder niet, die pas stierf nadat ik me als kleine zelfstandige bij de Kamer van Koophandel had ingeschreven om mijn eerste desktop publishing-werk voor PTT Post te gaan doen. En dat vrije ondernemerschap is nog steeds voor mij het mooiste dat er is. Niemand verantwoording schuldig zijn, alleen de fiscus.

Wat wil ik nog meer? Ja natuurlijk: eenvoudiger belastingregels die ook voor een simpele academicus als ik te begrijpen zijn. Minder goedbedoelde magazines en enquêtes van de Kamer van Koophandel en andere organisaties die pretenderen hun best voor mij te doen, maar me wel regelmatig bijna een informatieïnfarct bezorgen. Maar nu begin ik weer te mopperen, terwijl ik juist wilde aantonen dat er ook best goede dingen gebeuren in de commerciële wereld. En dat ik best van heel populaire dingen kan genieten, zoals iPods, Suske en Wiske-albums en spijkerbroeken, terwijl de nieuwe en laatste Harry Potter klaarligt om gelezen te worden. Je mag niet alles wat commercieel is over één kam scheren. Zelfs niet met Gillette.

Jamie

Date 15 november 2007

Zoekend in archiefdozen stuitte ik onlangs op een artikel dat ik begin 2000 heb geschreven voor een krant ter ere van het 25-jarig huwelijk van Casper en Sietske, met wie we hieronder kennismaken. Daarin bedankte ik Casper voor de leuke nacht die hij mij had bezorgd. Precies 35 jaar geleden. Ik neem het artikel hier over. Satyamo heet dan nog Rob en Jamie is een zwervende Amerikaanse waterman…

Casper geeft Rob vriendje
Uilenstede 198 – 15 november 1972

Al jaren wonen zij tegenover elkaar. Student medicijnen Casper en student psychologie Rob. Rond etenstijd zijn zij regelmatig te vinden in de gemeenschappelijke keuken, waar zij onder het kijken naar de Fabeltjeskrant genieten van spaghetti en Saroma-puddinkjes. Ook drinken ze vaak thee in kamer 1386 of 1377, waarbij ze elkaar op de hoogte houden van hun avonturen in de liefde. Onlangs bewees Casper zijn ware vriendschap voor Rob door hem een vriendje te bezorgen.

Tijdens zijn vakantie na het doctoraalexamen ontmoette Casper in een Spaans station de Amerikaanse Jamie, een hippie die door Europa trok en ook nog naar Nederland zou komen. Met een “Precies iets voor jou” heeft hij Rob al weken geleden nieuwsgierig gemaakt naar deze jongen. Eergisteren, na de zwaarste storm in Nederland sinds 1921, arriveerde Jamie dan eindelijk, met zijn enkele weken geleden in Spanje opgepikte Deense vriendin Luna.

Het klikte meteen tussen Rob en Jamie. Zodra ze elkaar maar even in de ogen keken vergaten ze de rest van de wereld. Was het door Jamie of door het slechte weer en de schemering dat Rob gisteren zakte voor zijn rijexamen? Na hun eten met Casper, Sietske en Luna gaf Jamie te kennen met Rob alleen te willen zijn. Rob: “Jamie toonde me dat liefde bestaat, zonder ernaar te hoeven zoeken. Dat je wederzijds zoveel geweldige gevoelens kan hebben dat je op een gegevens moment gewoon vraagt I wanna make love with you.”

Over wat er afgelopen nacht op kamer 1377 gebeurd is, kunnen we weinig zeggen. Wel hebben we achterhaald dat er kaarslicht is gebrand en dat in de geur van wierook platen van de Incredible String Band zijn gedraaid, hoewel Jamie liever American Beauty van de Grateful Dead had gehoord, die echter niet aanwezig was in Robs collectie. Het schijnt dat Jamie nog een mooie tekening voor Rob heeft gemaakt en dat Luna – om het samenzijn van Jamie en Rob niet te verstoren – in het halletje heeft geslapen. “Moet kunnen.”

“Het is misschien wel de mooiste nacht die ik ooit gekend heb,” zei Rob de volgende dag. “Zo romantisch, psychedelisch, liefdevol, echt… Er zijn geen woorden voor! Te gek, weet je wel!” Om vervolgens zoals gebruikelijk in dit soort situaties zijn gitaar te pakken en er een liedje over te schrijven.

Waarmee Jamie wellicht het leukste cadeau is dat Casper ooit aan Rob heeft gegeven.

Einde artikel. In mijn dagboek kan ik er niet over uit. “De nacht van de 14e op de 15e november is (misschien?) wel de mooiste nacht die ik ooit gekend heb.” schrijf ik. “Die jongen is tegelijk een Gids, en een Tibetaanse Jesusfreak. Gaf me in zijn handen mijn Idealen terug. Nu speelt van de Incredible Stringband A Very Cellular Song, waarover we het ook nog gehad hebben. Zo romanties, psychedelies, liefdevol, echt, sentimenteel onze gevoelens voor elkaar waren! Hoe kan ik dat anders weergeven door een wit blad, gewijd aan Jamie, Jamie, Jamie! May a long time sunshine on you, all love surround you, and the pure light within you guide you all way on. Living the timeless life. There’s absolutely no strive. Wat nog meer hierover te vertellen?” Inderdaad staat het meeste hierover op bladzijde 1468 van mijn dagboek, die helemaal leeg is.

Calvijn anno 2007

Date 13 november 2007

Vandaag een noodkreet van het Milieu- en Natuurplanbureau: de aarde raakt overbelast en Nederlanders blijven de aarde kapotkopen. Alleen de politiek zou met heffingen nog kunnen reguleren. Volgens voorspellingen zal in 2040 de wereldbevolking met de helft zijn toegenomen tot 9 miljard mensen. En zal in dat jaar de gemiddelde CO2-uitstoot van Nederlanders vijf keer het niveau zijn van wat de gemiddelde wereldburger mag uitstoten. Terwijl ons land ook een grote steen bijdraagt aan het verlies van biodiversiteit. De doelen voor armoedebestrijding, biodiversiteit en klimaatverandering worden volgens het MNP waarschijnlijk niet gehaald, ‘terwijl die doelen wel betaalbaar zijn.’ Waaruit ik, met mensen als Ervin Laszlo, concludeer dat we al deze problemen best kunnen oplossen, maar het niet willen.

Een voorbeeld. Milieudefensie dringt aan op beperking van autorijden en vleesconsumptie. Hoewel we natuurlijk niet vrolijk worden van de uitlaatgassen van de bioindustrie, wil ik me hier beperken tot autorijden, vervoer. Daarvoor zijn er nog zat alternatieven die nog veel te weinig serieus zijn genomen. De autolobby zal natuurlijk alles in het werk stellen om mensen ervan te overtuigen dat zo veel en zo hard mogelijk rijden het beste is voor het milieu. En heeft het liefste nog meer en bredere wegen opdat stinkende files zullen verdwijnen. Volgens mij is dat dweilen met de kraan open, want voor je het weet gaan straks ook de kinderen met de auto naar school en worden honden getraind om zichzelf met de auto uit te laten. Je kunt echter een boel uitlaatgassen besparen door tegen te gaan dat mensen zich alléén in een auto verplaatsen, want het is toch belachelijk dat iedereen maar in zijn eentje in zijn privé-autootje de lucht zit te vergassen? Poolen dus! Veel meer, en verplicht. En niet zeuren over dat het niet te handhaven is en zo, want onder het adagium de vervuiler betaalt is alles te handhaven. Als de wil er maar is.

Als je echter het probleem van vervoer wat meer bij de wortels wil aanpakken, rijzen er heel andere vragen op. Waarom wonen mensen zo ver van hun werk vandaan? Waarom wordt het thuiswerken niet veel meer gestimuleerd? Waarom wordt er überhaupt zoveel gewerkt? Want inmiddels is er zoveel werk gecreëerd dat mensen eerder tegen elkaar werken dan met elkaar! Driekwart van waar we hier mee bezig zijn is toch volstrekt overbodig, alleen maar bedoeld om ego’s en regelgevers te bevredigen. Teveel mensen dringen zich op als managers, adviseurs of personal coaches, beroepen waar Intermediair vol van staat en die ik nauwelijks serieus kan nemen, al was het alleen maar om de wollige Engelse benamingen ervan. Laat al dat soort mensen maar een eerlijk vak leren of hun oude moeder helpen met de straat oversteken! Als je ‘werk boven inkomen’ stelt, dan moet dit soort aberraties wel ontstaan.

Zo ontmaskeren we het arbeidsethos als de grote ramp voor het milieu. Het arbeidsethos, dat helaas door teveel politieke partijen wordt omhelsd, niet in de laatste plaats door de christenen die deze ethiek hebben uitgevonden. Calvijn en consorten zijn zich waarschijnlijk nooit bewust geweest van de macht waarmee ze eeuwenlang nog miljoenen mensenzielen zouden corrumperen.

Slotervaart

Date 6 november 2007

Het belangrijkste dat mijn ouders me hebben meegegeven is liefde voor de klassieke muziek. Toen de wereld nog stil was zaten zij regelmatig ’s avonds bij kaarslicht naar kamermuziek te luisteren. Dat was in de jaren zestig, en ik ging vaak bij hen zitten. Zij rookten, en ze dronken brandewijn, en ze zwegen, luisterden echt naar de muziek. En ik staarde in de donkere buitenwereld naar lijn 17, die zwijgend over de dijk naar Osdorp gleed. Ze vroegen me nooit om erbij te komen zitten, leefden dan echt in hun eigen klassieke wereld, maar het waren mooie tijdloze momenten van stilte tussen de antieke meubels die ik eigenlijk haatte omdat je er zo voorzichtig mee moest zijn. Misschien onbewust en ongewild hebben mijn ouders me zo een gevoel voor spiritualiteit bijgebracht, door gewoon zwijgend in stilte te zijn.

Slotervaart. Toen we er pas kwam wonen, op 1 november 1957, had ons huis een rijk uitzicht over de verre zandvlakten waarop we in de loop der jaren de hele wijk Osdorp gebouwd zagen worden. Mijn lagere school stond tegenover ons huis, een paar houten noodgebouwtjes. Op zondagmiddagen wandelde ik met mijn vader en broer langs opgespoten land naar de verre horizon waarachter zelfs Haarlem nog zichtbaar was. Ik fietste veel, dus ook via en rond de nieuwe wijken die kersvers en fris uit de grond rezen. En naar het strandbad van de Sloterplas, bij de eindhalte van lijn 13, waar ik ’s zomers mijn voeten in het zand brandde terwijl de Beatles Good Day Sunshine zongen. Slotervaart. Uit de bouw jatte ik hout dat ik nodig had om, zoals normaal voor een jongen van een jaar of 11, in mijn kamertje een planetarium te bouwen. Voor het slapen gaan maakte ik fietstochten in de buurt en drukte vaak mijn neus plat tegen het raam van mijn lievelingsplatenzaak, waarop ik door een agent werd betrapt op het fietsen op de stoep.

Slotervaart. Vanaf de vierde klas van de lagere school tot en met mijn tweede studiejaar heb ik daar gewoond. Mijn middelbare school was ook vlakbij, hoewel we in de eerste jaren voor gymnastiek helemaal naar Oud-West moesten fietsen – iets dat we kennelijk heel normaal vonden. Zonder te weten dat ik verliefd was, werd ik verliefd op Johan, de broer van een vriend van me. Als ik al wist dat homoseksualiteit bestond wilde ik daar zeker niets mee te maken hebben, bovendien waren mijn gevoelens daarvoor veel te hoogstaand. Desalniettemin waren alle plekken heilig waarmee hij ooit in aanraking was geweest, tot zijn wollen coltrui toe. Jaren later heb ik hem op een schoolreünie verteld over wat ik toen voor hem voelde, en hem bedankt voor wat hij zonder het te beseffen voor mij heeft betekend. Of hij dat ooit gesnapt heeft weet ik niet.

Slotervaart. Mijn koude kamertje waarin mijn moeder graag aardappelen bewaarde in een hoekje. De Pep, de Arend en de Robbedoes, Lucky Luke en auto’s wassen om geld voor albums van Suske en Wiske te verdienen. Later Muziek Parade, Muziek Express en Hitweek. Een hamster die opeens spoorloos verdwenen was. Vriendjes die televisie hadden. De Veronica Top 40. De Beatles en de Stones. Het huis met een droog- en een bergzolder, wat me soms bonkende koppijn gaf als ik over de trappen omhoog rende. Een hersenschudding (op 13 april 1959, wist ik onlangs te traceren) omdat ik op mijn fiets een meisje aanreed dat tussen auto’s vandaan sprong. Tot 15 november 1968 heb ik gewoond in dat huis. Waar ik later nog vaak bij mijn ouders op bezoek ben geweest, en bij mijn moeder toen ze gescheiden waren en mijn vader een bejaardenwoninkje een steenworp verderop in Osdorp had betrokken. Het huis dat ingekapseld werd door nieuwbouw en waar mijn moeder stierf op Bevrijdingsdag 1991, overal hingen vlaggen uit. Waarschijnlijk was het ook haar bevrijdingsdag.

De afgelopen weken was er veel onrust in de wijk. Auto’s werden in brand gestoken. Ik durf er niet meer heen. Ben bang dat ik veel niet meer herken. Dat de sfeer weg is. Dat het verleden weg is. En dat is het ook, hoewel het tegelijk nog kersvers in mijn geheugen aanwezig is en een eeuwigheidswaarde heeft zoals elke dierbare herinnering. Als een toekomst nooit komt, betekent dat ook dat een verleden nooit voorbijgaat.