De Tempelkerk
21 juni 2026
Suunentai. Zondag. Een paar minuten geleden is om 11:24 de zomer begonnen, en ik zit weer op mijn bankje bij de ingang van de botanische tuin. Bezoekers druppelen geleidelijk langs mij heen. De meeste kijken mij niet aan. Dat moeten Finnen zijn. Als Nederlander kan ik dat als beledigend ervaren, gewend als ik ben om iedereen een hymy, een glimlach toe te werpen als ik op straat loop. Een ander hoort dat dan niet te negeren. Ik wil aandacht, ook als ik niks te zeggen heb. Vind ik. Maar achter zo’n contact vermijdende reactie hoef je niet veel meer te zoeken dan dat Finnen niet van social talk houden en anderen en zichzelf hun eigen ruimte gunnen. Het lijkt erop dat dit volk minder hypocriet is en meer waarde hecht aan respect voor elkaar. Hierbij vergeleken zijn wij Nederlanders onbeschofte rouwdouwers. Als je hier even lekker alleen in je eigen wereld wil zijn is daar niks mis mee.
Dat was een van de eerste dingen die mij drie jaar geleden voor Arthur innam: dat hij ervan genoot alleen te wandelen om bessen te plukken. Dat hij alleen in een huisje aan de rand van een bos woont in the middle of nowhere. Soms zeggen een paar woorden genoeg om de diepte van iemands ziel te voelen. Dat zat wel goed met die jongen, die later een halve eeuw jonger dan ik bleek te zijn. Het is een grappig idee dat ik nu zo’n beetje in zijn richting zit te kijken en hij nu maar zo’n driehonderd kilometer verderop is. Toch willen we elkaar niet zien of horen, want de onzichtbare en stille wereld is veel mooier dan de zichtbare en gehoorde wereld.
Vandaag weer eens op zondag naar de kerk. In Helsinki deze keer, want daar staat de Tempelkerk, ook wel Rotskerk genoemd. Normaal wijzen kerken naar boven, naar de hemel, maar het zullen de Finnen niet zijn om dat eens lekker op zijn kop te zetten. De granieten grond in dus. “Op deze rots zal ik mijn gemeente bouwen” staat er in Mattheus 16:18, en daar houden de Finnen zich aan. Niet alleen erop maar zelfs erin. Zo komen in deze Rotskerk drie essentiële elementen van Finland samen: Steenbok (rots), Waterman (originaliteit) en Vissen (tempel). De drie wintertekens die ook te herkennen zijn in sisu, Linux en de duizenden meren. En in kou, socialisme en alleen mogen zijn.
Prachtig, zoals de Hymne uit Finlandia van Sibelius hier in een uitstekende akoestiek is uitgevoerd. Ik heb inmiddels al tientallen keren naar het filmpje ervan gekeken, en krijg er nog steeds koude rillingen van, zo niet tranen die in mijn ogen opwellen. De liefde voor een land, voor de grond waarop je geboren en getogen bent en waar uit de kale zware rotsen de natuur ontspruit, gratis en voor niks. De Tempelkerk is in 1969 gebouwd. De huizenblokken die er omheen staan om begrijpelijke redenen later. Vermoed ik. Hij is niet alleen als muziek- en toeristencentrum in gebruik, want er worden nog heuse kerkdiensten gehouden van de Finse Evangelisch-Lutherse Kerk. Dus ik met tram 2 naar de wijk Kamppi waar ik deze kerk snel vond. Merkwaardig om daar écht binnen te zijn met zo’n honderd anderen. Vrijwel iedereen sloeg meteen aan het fotograferen. Ik ook. Maar het bleef toch stil. Een orgel. Een altaartje. Een nis met brandende kaarsen. Een dak van tientallen metalen steunbalken die bij elkaar komen in een van koperdraad geweven ronde plaat. Toen ik weer buiten was liep ik nog een rondje om de kerk waarvan dus weinig te zien was.
Toen in een parkje gezeten, om tot de conclusie te komen dat het nog anderhalve kilometer lopen is naar het Sibeliusmonument met een leuk eethuisje in de buurt. Daar had ik het te warm voor, en dat werd nog erger toen ik las dat in Nederland 37 graden verwacht is als ik thuiskom. Als het niet zo ingewikkeld en extra duur was, had ik een paar dagen extra bijgeboekt. Ik nam de tram terug en belandde in wat bekend is als het lelijkste gebouw van Helsinki, tegenover het station. Zwierf daar door winkelgalerijen totdat ik me in een hal realiseerde dat ik nog steeds niet in een metro had gezeten. Nu ik vandaag toch al ondergronds bezig was, paste dat er wel bij. Ik liet me door een jongen van een jaar of twaalf uitleggen hoe dat zat met zones en inchecken, maar dat laatste was net als in de tram niet nodig met de QR van vervoermaatschappij HSL die ik hem liet zien.
Nergens hoeven inchecken! Vertrouwen in plaats van wantrouwen bespaart de maatschappijen veel kosten. Waarom kunnen Finnen dat wél bedenken en wij Nederlanders niet? Oke: áls je dan op misbruik betrapt wordt, kost je dat gauw tachtig euro of zo. Ik besloot lijn M2 naar eindstation Mellunmäki in het oosten te nemen. 11 haltes, 21 minuten rijden. Nog onder de grond nam ik een foto van het interieur. Dat durfde ik wil en een knaap die zag wat ik deed lachte me grijnzend toe. Voor het merendeel was de rit boven de grond, met uitzicht op groen, fabrieksterreinen en hier en daar een bebouwde kom. En schuin tegenover me een puber in zwarte joggingbroek en idem vest met een prachtig golvende bruine haardos die onder zijn koptelefoon uitwaaierde. Zo’n knaap die zelf niet beseft hoe mooi hij is.
Gepost in 