Oespenskikathedraal
24 juni 2026
Voor het eerst regen vandaag. Een ideale dag om de Oespenskikathedraal te bezoeken. Ik lees dat de naam van deze Russisch-Orthodoxe kathedraal niets te maken heeft met de gelijknamige leerling van Gurdjieff, maar komt van het Slavische woord voor mijn hobby’s inslapen en sterven. Deze kathedraal van rode baksteen is hier niet onder de grond gebouwd maar op een rotsheuvel. Vanuit tram 4 leek me dat een hele klim en extra lang lopen omdat een tramhalte buiten gebruik was. Ook vanwege de regen heb ik mezelf nu maar op een taxi getrakteerd. De man achter de balie van het hotel bestelde een taxi voor me en schreef het nummer voor me op. “Yhdeksänsata…” begon ik. “Kolmekymmentäkuusi” vulde hij me meteen aan. Wat ik snel herhaalde om te laten weten dat ik hem verstaan had. De jongen van deze taxi 936 vertelde dat hij ook een paar maanden in Amsterdam heeft gewerkt. Om veel traplopen te vermijden liet ik mij vlak voor de ingang van de Oespenskikathedraal afzetten.
Het was indrukwekkend mooi daarbinnen, met veel goud en zilver. Veel te veel versieringen en schilderijen eigenlijk, maar dat alles mocht de intense stilte niet verbreken. Er schuivelden zo’n 25 zwijgende bezoekers rond het centrale vierkante rode tapijt. Na wat foto’s te hebben gemaakt ging ik ook zitten in een van de drie rijen rode stoeltjes aan de zijkant. Een QR-code leidde mij naar wetenswaardigheden van deze kathedraal. Ik mijmerde over het mooie verhaal dat ik wil gaan schrijven dat zich op een soortgelijke locatie gaat afspelen. Tegelijk voelde ik me als aan een magneet vastgeplakt in deze kolossale en uitbundige ruimte. Maar ik wist toch los te komen om uiteindelijk aan de oostkant van het Esplanadepark op een bankje te belanden. Daar raakte ik in gesprek met een Griekse vrouw die ik het prachtige boek Alkibiades van Ilja Leonard Pfeijffer aanbeval. Ze kon het inderdaad vinden op haar mobieltje, maar helaas geen Griekse vertaling. Het lijkt mij sterk dat die niet bestaat, dus ze moest van mij maar eens verder zoeken. Tijd voor een cappuccino op het terras van Robert’s Coffee Jugend daar vlakbij.
Ik maak me wat minder druk om de uitspraak van het Fins. Zo werd mij “Ole hyvá” (ik weet niet hoe je op de “ä” óók nog een accentje moet zetten) in plaats van “Ole hývä” toegewenst nadat ik iemand bedankte voor het mij wegsturen van een markt in aanbouw naast het station. Ook is me nog steeds niet duidelijk of je de “ä” als de “a” in het Engelse “and” of die in “art” moet uitspreken. Ik denk dat ook veel Finnen zich net als veel Nederlanders zich niet aan de keurige uitspraakregels houden. Wellicht zal Arthur als hij dit leest zich afvragen waar ik me druk over maak. Zo vind ik het belangrijk om te vermelden dat de kentekens van auto’s uit drie letters en drie cijfers bestaan. En dat bijna alle toiletten van restaurants onder de grond zijn, zodat je veel moet traplopen. Dat laatste is misschien zo gebouwd om ook vanuit je schuilkelder je behoeften te kunnen doen. Vanmorgen bleek ik eindelijk het woord “keskiviikko” te kennen. Wellicht omdat het woensdag is vandaag. Sommige woorden leer ik vrijwel meteen terwijl ik op andere soms dagen moet oefenen. En wat is het nut voor mij van het leren van Finse taal? Dat is er gewoon niet. En dat maakt het juist leuk, speels en mooi. Wereldwijd wordt het Fins maar door een kleine zes miljoen mensen gesproken, terwijl het Nederlands vier keer zo vaak wordt gebruikt.
Deze keer heb ik het toch gevraagd toen ik mijn alcoholvrije biertje (40 cl voor € 7,50) afrekende bij La Famiglia. Of ik een foto van hun mocht maken. Als hij alleen achter de tap had gestaan, had ik dat niet gedurfd, Prideweek of niet. Het ging mij natuurlijk – zoals trouwe lezertjes inmiddels wel weten – om de jongen. Op zoek naar “De Fin”. Zij wees meteen naar hem omdat hij volgens haar een echte Fin was met zijn blauwe ogen. Dat had ik dus goed bij het rechte eind. Ik bood hen nog aan om de foto te sturen, maar dat was niet nodig. Tja jongen, dat krijg je ervan als je mooi bent! Ik heb hier in Helsinki trouwens nog nooit cash betaald en fooien geven is minder gebruikelijk. Ik heb trouwens ook nooit het meegenomen papierwerk voor mijn reis en hotel nodig gehad want alles gaat per telefoon. Het enige harde materiaal dat ik gebruikt heb zijn mijn ID en mijn Cardiac Device Card. Ook geld overboeken van mijn spaarrekening bij Bunq naar mijn ING-rekening ging zonder probleem. Had trouwens niet gehoeven omdat ik dezelfde dag mijn AOW bleek te hebben ontvangen. Gisteren heb ik trouwens nog wat Rennies bij een “apteekki” gekocht, samen met wat zalf voor mijn wegens de droogte en wellicht ook zon wat schilferende neus. Toch handig die telefoontjes. Real Life wordt steeds virtueler, maar wie mij een beetje kent weet dat ik daar geen enkel bezwaar tegen heb.
Gepost in 