Vlucht 1254
27 juni 2026
Vandaag werd ik nog net niet in de middag wakker. Als een blok geslapen in de warme slaapkamer. In Helsinki heb ik ook altijd als een blok geslapen, zij het een uurtje te weinig. Want ik wilde altijd rond middernacht nog even in de schemering zitten vapen op het verlaten terrasje van het Fazer Café onder het gedender van trams en bussen op weg naar de stationsmarkt. Nu zit ik weer op mijn vertrouwde stoeltje voor de voordeur. 29 graden, met heel af toe een minuscuul zuchtje wind dat over mijn lijf strijkt. Met alleen een kleine string, pantoffels, bril, gehoorapparaatjes en horloge om mijn blote lijf. Met naast mij mijn vertrouwde koffie met pensee, telefoontje, een flesje vloeistof voor het vapen en mijn mooie boek Beginner’s Finnish (€ 23,90) waarin ik al wat heb gebladerd en op pagina 25 het werkwoord “olla” ofwel “zijn” wordt vervoegd. Maar dat wist ik al. Tenslotte natuurlijk mijn iPad op schoot, want die schrijft toch gemakkelijker dan mijn telefoontje.
Vierentwintig uur geleden. Ik dronk mijn laatste twee koppen cappuccino op het terrasje tegenover het Fazer Café. De rode Pubbus kwam nog langs. Ik had nog gesprekjes met twee Finse jongens over de uitspraak van hun taal. Tegen drie uur mijn bagage uit de kluis van hotel Arthur gehaald en een taxi laten bestellen. Daar trakteerde ik mezelf op, moe als ik me voelde om nog met mijn koffer en schoudertas naar de rautatieasema te rollen. Maar die taxi naar vliegveld Vantaa was ook niet leuk, want ik had een Pakistaanse chauffeur die slecht Engels sprak en niets van homoseksualiteit snapte terwijl hij hier al 23 jaar woont. Ik had geen puf om alles vanaf Les 1 uit te leggen, maar ondanks mijn afleidingsmanoeuvres begon hij steeds opnieuw over over mijn homo-zijn. Nog een halfuurtje roken voor de ingang, wat vanwege de stank daar goed genoeg was voor minstens een hele dag vapen. Ik vind vliegen heerlijk, maar ik haat vliegvelden. Met mijn boekingsnummer trok ik een boardingpas uit een automaat. Die zat ook in mijn telefoontje, maar boomers zoals ik houden nu eenmaal van papier.
Met de digitalisering wordt geleidelijk de hele geschiedenis gewist, want wat blijft er dan van je hele leven over voor je nageslacht? Kunnen kinderen straks nog de playlists, agenda’s en foto’s van hun ouders erven? Ik had nog tijd voor het toilet. Hoe genderneutraal die daar waren weet ik niet, maar daar kon ik wél even onder vogelgeluiden ontspannen. Ik liet me fouilleren en moest van alles in plastic deksels gooien. Zelfs mijn ID en geld gooi ik er wat geïrriteerd in, en zelfs de onderkant van mijn voeten werd geïnspecteerd. Wat ik niet doorhad was dat KLM me allemaal berichtjes stuurde, onder andere dat ik bij gate 18 moest zijn. Wel mooi dat ze dit allemaal doen. Een heel stuk lopen, maar ik had nog steeds een uur tijd over. Het was druk en ik vroeg een zwarte vrouw of ik nog naast haar kon zitten. Ze was heel vriendelijk en moest nog door naar Londen. Ook een Nederlandse vrouw die naar Breda moest nam me een beetje onder haar hoede. Onze koffers mochten of moesten gratis in het ruim. Ik zag dat het hier nu buiten 22 graden was, en in Blaricum 38 graden, wat voelde als 42 graden.
In het vliegtuig werd ik weer emotioneel. Met een dikke keel moest ik nog nét niet janken toen ik naar de tip van de vleugel keek die precies naar de wouden aan de rand van het vliegveld wees. Laat gaan, Satyamo! Onderweg zag ik weinig. Waren die glimmende olieplassen beneden de zee? Maar daar liepen toch geen kronkelende lijntjes door? Ik schatte dat we de Oostzee overstaken. Er was Wi-Fi beschikbaar, dus ik keek op de leuke app Air Traffic, en met de derde keer op een vliegtuigje klikken was het raak: KL 1254. Maar die Wi-Fi werd snel door reclame voor spijkerbroeken verstoord nadat ik na de vertaling van voeten naar kilometers concludeerde dat we 11,5 kilometer hoog vlogen – meer dan ik dacht. Boven de oostkust van Zweden zag ik ontzettend veel meren. Boven mijn land werd de wereld beter te herkennen, maar ik herkende niets. Een enge flinke dreun tijdens het landen waarna het vliegtuig nog veel rondjes rond Schiphol leek te taxiën, om na lang wachten uiteindelijk door de warmte bijna bevangen te worden. De Nederlandse vrouw – ze had schuin voor me gezeten – las kennelijk allemaal borden en wees me op band 11 om mijn koffer op te halen. Peter wachtte me tegenover vertrekhal 3 op, wat even zoeken en lopen was.
Drie kwartier later was ik weer thuis. In de warmte. Ik dacht helemaal niet aan eten, want ik had een maaltijd overgeslagen. Helemaal niet aan gedacht! Als het warm is heb ik meestal helemaal geen behoefte aan eten. Alleen aan veel drinken. Ik had alles overleefd! Alles was goedgegaan. Op die ene bètablokker na, die achteraf een andere gemiste pil bleek te zijn. Ik ben nergens over kinderhoofdjes of van een trap gevallen. Alleen de belangrijkste dingen uitgepakt, nog wat appjes en mailtjes met vrienden en Moomin mee naar bed genomen. Van Arthur naar Arthur, want straks ontmoet ik mijn Finse vriend weer, die me zo verliefd op zijn land heeft gemaakt. Kiitos paljon! Rakastan sinua!
Gepost in 