In het centrum
18 juni 2026
Vanmorgen voor het eerst in het hotel ontbeten. Lopend buffet en ik doe maar wat. Zit ook veel warm eten bij. En wat het ook is – er zitten ergens ook kleine paddestoeltjes in – het smaakt goed. Wat ik wel merk is dat ik, wat ChatGPT al eerder dan ik wist, een beetje uitgedroogd ben. In het vliegtuig had ik al moeite met dingen door mijn keel te krijgen. Na het eten de stad in gegaan. Even langs de VVV – of hoe dat ook hier mag heten – aan de Aleksanterinkatu die zo’n beetje de belangrijkste winkelstraat in het centrum is. Opeens hoorde ik een bekende melodie achter me. Ik liep terug en zag en hoorde een man de hymne uit Sibelius’ Finlandia op een trompet spelen. Ik gaf hem wat muntjes en raakte met hem aan de praat. Ook hij vertelde mij dat Helsinki rond Juhannus, de zonnewende, tamelijk stil is. Ja, bevestigde ik, omdat veel mensen naar hun mökki gaan, hun huisjes op het land, liefst bij een meer. Omdat ik verliefd ben op die hymne, ging hij hem graag nog een keer voor mij blazen.
In het oosten eindigt de Aleksanterinkatu bij de beroemde witte Domkerk op het Senaatsplein die overal bovenuit torent en zo’n beetje hét visitekaartje van Helsinki is. Ik liet me daar fotograferen. Voor Vriend: ik heb met zijn eerste verpleegkundige Marije afgesproken dat ik foto’s naar de tablet boven zijn bed zal sturen zodat zij hem toch een beetje kan laten zien waar ik uithang. ‘Uithangen’ is inderdaad het juiste woord, want ik doe maar wat op mijn pad komt. Soms denk ik dat ik mijn hele leven weinig anders heb gedaan. Dus nu nam ik tram 4 om daarmee van het schiereiland (veel eilanden zijn hier schier) Katajanokka in het zuidoosten via de Mannerheimintie naar het modernere noordwesten van Helsinki te rijden en weer terug. In deze stad is de prachtige neoclassicistische architectuur met zijn gele, roze, bruine en soms zelfs zwarte kleuren heel dominant. Over kleuren gesproken: binnenkort wordt Pride hier gevierd en hier en daar zie ik dan ook regenbogen, zoals bij het immens grote warenhuis Stockmann.
Ik heb vandaag door het Esplanadepark gewandeld van west naar oost. Een hele vredige sfeer. Een groepje van vijf jongens speelde daar Viva la Vida van Coldplay. Ook daar waren, net als in de stad zelf, veel zitbanken te vinden. Dan vraag ik me af hoe het toch komt dat de Finnen problemen kunnen oplossen waar wij niet uitkomen. Een goed openbaar vervoer waar de haltes hooguit driehonderd meter van elkaar verwijderd zijn. Mensen die dakloos zijn gewoon een huis hebben waarmee je op langere termijn veel kosten bespaart. Daar in het park heb ik natuurlijk een ijsje gegeten. En later wat gedronken en gesnoept in een Jugendstil huis. Ja, ook die stroming is hier populair. Soms zou ik Finland een links of socialistisch land willen noemen, maar laat ik niet vergeten dat waar ik nu ben ook een universiteitsstad is zodat er een progressieve sfeer hangt. Er zijn dan ook veel jongeren, die zich vaak verplaatsen op elektrische stepjes in verschillende kleuren die je hier en daar kunt oppikken.
Na dit alles ging ik even uitrusten in het Kaisaniemi Park, vlak ten noorden van het hotel. Ook daar zijn veel bankjes. Ik ontmoette er vijf buitenlandse gekleurde jongens. Toen ik een van hen mijn naam noemde, sprak hij die meteen correct uit. Bleek ook een sannyasin te zijn. Na in de wijk Kallio nog een alternatief restaurant Green Hippo gezocht te hebben – dat ik niet kon vinden omdat het met een verbouwing bezig was of niet meer bestaat – ben ik nu beland in een overdekt tentje in het centrum tegenover Stockmann. Alcoholvrij biertje, halve pizza (is me veel te zout) en wat ijs. Een stukje verder hoor ik liedjes spelen als Forever Young, Let it Be, Killing me Softly en I Can’t Help Falling in Love With You. Verliefd worden overkomt je nu eenmaal. Ook als dat met een stad of land is.
Gepost in 