3 mei 2006
Vannacht liepen ze steeds heen en weer over de smeltende grond onder hun voeten. Omdat de Postbank en Nokia in mijn computer vochten om het gebruik van een communicatiepoort, waardoor ik òf niet meer kon telebankieren òf geen back-up meer van mijn mobieltje kon maken, was ik tot voorbij het middernachtelijk uur gespannen en vloekend bezig om het een en ander weer op orde te krijgen. Geen ideale conditie om meteen in slaap te vallen en al snel zag ik die ijsberen op de weg van mijn gedachten opdoemen. Want ze zouden niet lang meer bestaan, had ik gelezen.
Ik zag ook een globe waarvan de polen niet meer wit maar blauw waren. Want gebrek aan ijs is natuurlijk de oorzaak van het uitsterven van de ijsberen. Onze kleinkinderen zullen deze dieren alleen nog kennen van plaatjesboeken en leesplankjes. Van dvd’s en stripverhalen, bedoel ik. Het broeikaseffect doet de leefwereld van de ijsberen smelten. En dat broeikaseffect ontstaat vooral omdat we het autorijden niet kunnen laten. En dat autorijden kunnen we niet missen omdat we ons willen verplaatsen. Bijvoorbeeld omdat we op een andere plek werken dan wonen. Of omdat we gewoon eens ergens anders willen zijn, in een andere natuur en/of cultuur. Of omdat we het gewoon heerlijk vinden om op de weg te zijn, ons vrij te voelen.
Ik heb bewondering onze dampkring omdat die het zo lang met onze uitlaatgassen heeft uitgehouden. Want ga eens op een brug boven de snelweg staan. Verwonder je over al het rijdende en stilstaande verkeer dat uur na uur, dag in dag uit, jaar in jaar uit haar gassen de lucht in spuit. Dan is het wonderbaarlijk dat we niet al in de jaren tachtig of negentig door het broeikasaffect zijn omgekomen. Maar straks gaat het dus ècht gebeuren. Het water dat hoger komt. Een regering die niet veel meer zal doen dan plastic schepjes uitdelen, waarmee we zomaar vergunningsvrij een beschermend dijkje rond ons huis mogen aanleggen.
En dan zal de warme golfstroom Europa niet meer bereiken, zodat we allemaal in de kou komen te staan. De energierekeningen worden onbetaalbaar, en als je je huis lekker warm gaat inpakken komt er vast een welstandscommissie die dat niet goedkeurt. Dan komt er èchte armoede, honger en kou. Eetbaar vlees zal er niet meer zijn omdat het verziekt is en stijf staat van de hormonen. De laatste schamele gewassen hebben door intensieve landbouw hun smaak en voedingswaarde verloren. Zodat de enige mogelijkheid om te overleven is dat we elkaar gaan opeten. En zo sterft de mens dan uit door zijn misbruik van moeder aarde. En terecht.
Het werd een slapeloze en inderdaad wat depressieve nacht met al die gedachten in mijn hoofd. Een oplossing voor deze problemen zie ik nog niet. Hoewel ik er vaak over loop te ijsberen. Zolang dat nog kan.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
25 april 2006
Gisteren op bezoek geweest bij mijn Wijze Tante. Ze ligt opeens met een gebroken heup en pols in het ziekenhuis. Een kamertje voor haar alleen, maar dat mag ook wel als je bijna 98 bent. Ik nam een paar persverse nummers van De Vuurfakkel mee, haar tijdschrift dat ik al een paar jaar voor haar verzorg en waarmee ik me erg verwant voel omdat het precies even lang bestaat als ik. Als dit lichaam bedoel ik. Maar ze had er niet veel aandacht voor. Het moet vele decennia geleden geweest zijn dat zij in een ziekenhuis lag. En vandaag wordt ze geopereerd, misschien wel terwijl ik dit schrijf. Waarbij we niet zozeer bang zijn voor haar heup en pols, maar meer voor hoe de narcose bij haar zal uitwerken.
‘Leuk dat je er bent,’ lachte ze zwakjes. Om vervolgens zichtbaar te liggen genieten, stralend van geluk voor zich uit kijkend en af en toe een wijsje neuriënd. Er kwam ook een vrouw van Better Life en we vroegen ons af waaròm ze steeds maar lag te glunderen. We vroegen het haar zelfs, maar ze wilde het niet verklappen, alsof ze haar geheime binnenpret het liefst geheim hield.
Ze schreef en vertelde altijd dat ze niet bang is om te sterven. Dat lijkt nu heel dichtbij. We zeggen zovaak dat we niet bang zijn voor de dood, maar zullen we dat ook volhouden als ons einde echt nadert? Mijn Wijze Tante wel! Als ze eens zó zou kunnen sterven, lachend en intens gelukkig, wie zijn wij dan om verdrietig te zijn? Toch zal ik dat zijn als het zover is. Wanneer dat zal zijn weet niemand, en ik vind dat je daar ook niet over mag speculeren. Omdat het iets heiligs is of kan zijn. Bovendien is ze tot alles in staat! Maar er zal zeker niet alleen verdriet zijn. Want aan de andere kant is haar wonderbaarlijke acceptatie en omarming van het leven zó bijzonder dat ik die altijd met me mee zal dragen – of op zijn minst kan oproepen – als zij aan de overzijde verder reist.
Gepost in Spiritualiteit
Geen reacties »
11 april 2006
Jeugdhelden sterven, zelfs al worden ze oud en heten ze Gerard Reve. In mijn middelbare school- en studententijd was hij mijn lievelingsschrijver. Niet omdat ik alles snapte wat hij schreef – dat deed misschien wel niemand – maar omdat ik zo hield van de manier waarop hij een sfeer, een gevoel, een weemoedig verlangen kon neerzetten. Alsof hij eigenlijk niets anders wilde dan getuigen, de evangelist zijn van een hopeloos onzegbare boodschap die nog belangrijker was dan God zelf. Ik denk dat deze bizarre romanticus veel invloed op me heeft gehad. Niet alleen met zijn archaïsche manier van schrijven, doorspekt met alternatieve spelling en hoofdletters, maar ook in zijn bezetenheid van het Onnoembare, waarop hij graag het glas hief. Het was niet voor niets dat ik hem in 1967 interviewde voor Hitweek. Dat gebeurde in de rokerige en alternatieve studentensociëteit Olofspoort, waar hij een lezing gaf en ik het niet kon nalaten hem na afloop aan te schieten. Een paar dagen later stuurde ik mijn verhaal naar Friesland, waarop een geheel herschreven interview terugkwam dat ik altijd trouw heb bewaard. In 1968 schreef ik een verhaal Huize Nagtlust, waarin ik hem Dromer noemde en ik de Onmeedogenloze Jongen moest spelen, waar ik het toch wel wat moeilijk mee had…
Dat was dus uit de tijd van Op weg naar het einde en Nader tot U, mijn lievelingsboeken indertijd. Maar misschien wel het mooiste van hem vind ik Veertien etsen van Frans Lodewijk Pannekoek voor arbeiders verklaard wat rond november 1967 verschenen moet zijn. Een mooi blauw gebonden boek op oblong-formaat met ontroerend mooie etsen, die als plaatjes zijn ingeplakt, waarin vaak het meest onbeduidende tot iets moois verheven wordt. Het vijfde plaatje heet Dode Mug, het tiende Portret van Veer van mijn Eend aan de Vergetelheid Ontrukt en het twaalfde Dode Mol. En de eerste zin van dit boek is voor mij een van de mooiste die ik ooit heb gelezen: In de namiddag van de 6de Februari van dit jaar van Gods Zoon 1967, toen Bullie van der K. uit het naburige P. bij mij langs kwam om mij zes veren te brengen van zijn geslachte gans, trof hij mij in de keuken aan, waar ik, na het uit het plaatselijk advertentsieblad wikkelen van zojuist gekocht zeebanket, gebogen over de keukentafel, in doffe haat de met het vet van de “zalm der armen” doordrenkte variarubriek stond te lezen, die ons voorhield dat het getal drie dikwijls als heilig werd beschouwd, de oude Egyptenaren reeds drop kenden voordat ze met mes en vork gingen eten of hun haar kamden, alle schoenen die per jaar voor het mensdom werden vervaardigd, achter elkaar gezet, bij goed weer 6½ maal de afstand naar de Maan zouden kunnen overbruggen, en dat de gemiddelde Nederlander jaarlijks iets meer dan twee liter wijn consumeerde. Na zo’n zin kan een verhaal voor mij niet meer kapot. Zeker niet meer na: “Wat zeg je daarvan, Bul: ruim twee liter per jaar.” “Je vraagt je af waar ze het laten.” Waarna Bul en Reve in de salon gaan zitten, om uit te kijken over het kerkhof en het lege land, terwijl hij al dagen lang opmerkelijke gedachten had gehad “over God en de Dood.”
Ik heb hem nooit durven ontmoeten, bang om slachtoffer te worden van revistische praktijken, onlangs door een nieuwslezer gedefinieerd als een combinatie van religie, homoseksualiteit en sadomasochisme. Het was heel simpel geweest om naar Greonterp af te reizen, maar de werelden waarover hij schreef waren me echt een paar bruggen te ver. Ik was gewoon bang. Om verkracht te worden, en met scheuren in mijn corduroy broek en een gehavend T-shirt eenzaam liftend thuis te komen in het ouderlijk huis waar ik toen nog woonde. Maar ondanks dat is hij toch altijd mijn lievelingsschrijver gebleven, hoewel het altijd moeilijk voor me is geweest om droom en werkelijkheid bij hem uit elkaar te houden. Misschien was het dat voor hem zelf ook. Je kunt alleen maar uit de droom geholpen worden door jezelf te vergeten, zeggen de wijzen uit het Oosten. Wat dat betreft is er dus toch nog hoop. Je was jezelf vergeten, maar wij zijn je nog lang niet vergeten, Gerard! Ik dank je.
Gepost in Uit mijn leven
Geen reacties »
8 april 2006
Wanneer ik precies begonnen ben met roken is niet meer na te gaan, maar het moet eind 1968 geweest zijn. Ik had nauwelijks het ouderlijk huis verlaten of ik zat nachten te bomen met Menno, die me op zijn kamer – zes verdiepingen lager in het studentencentrum Uilenstede – leerde te genieten van sigaretten. En omdat ik niet lang daarna ook wel van een jointje hield, heb ik meteen geleerd om diep te inhaleren. Dat roken heb ik lang volgehouden. Om precies te zijn: tot vrijdag 13 juni 1997 om 22.25 uur. Om toegelaten te worden tot de Rozenkruisers werd van mij verwacht dat ik stopte met roken en met de consumptie van alcohol en vlees. Geen onredelijke eis, vond ik. Na grondige bestudering van Alan Carr’s Stoppen met roken ben ik er in één keer mee opgehouden. Eigenlijk is dat een hele goede spirituele oefening, want je moet de eerste dagen constant je lichaam laten weten wie er nu eigenlijk de baas is, zodat je je heel bewust wordt van het feit dat je dat lichaam – met inmiddels een hele lage hartfrequentie en bloeddruk – niet bent. Op de dag dat ik mijn laatste sigaret doofde stond Saturnus op 18 graden Ram. En waar stond deze planeet eind 1968? Precies, op 18 graden Ram. Ik had precies één hele zogenaamde Saturnuscyclus, zo’n 28 jaar waarin deze planeet om de zon draait, gerookt!
Waarom ik dat nu vertel? Omdat ik ook vanmorgen weer in de krant zag hoe de discussie over roken en meeroken nog steeds niet is uitgewoed. Vaak hoor je dat ex-rokers een hekel krijgen aan mensen die het roken niet kunnen laten, maar dat heb ik dus helemaal niet. Integendeel: als ik thuiskom na een bezoek met de fractie en partijgenoten aan ons stamcafé in ons dorp ruiken al mijn kleren naar rook en vind ik het nog lekker ook. Alsof het dierbare herinneringen zijn, die ik koester. Mensen die zo anti-rokers zijn wantrouw ik. Zo heb je een club die zich Clean Air Nederland noemt, en ik vraag me altijd af hoe hypocriet de leden van dergelijke instellingen zijn. Ik bedoel: maar al te vaak klagen ze over meeroken en zo, en rijden vervolgens weg in hun auto om je in een wolk uitlaatgassen achter te laten. Nou, de rokers zijn echt niet in staat om met zijn allen smeltende poolkappen bij elkaar te paffen, geef toe!
Die hypocrisie van anti-rokers kom ik teveel tegen. Zo ging de regering eens om het roken te verminderen de accijnzen verhogen. Maar tegelijk hoorde ik hoe de extra opbrengsten dan verdeeld zouden gaan worden. Waaruit bleek dat het dus alleen om de inkomsten ging, want als hun maatregel echt effectief zou zijn, zou deze geen extra geld opbrengen. Het was dus hoofdzakelijk misbruik maken van de verslaving van burgers. In de jaren zestig hadden we tenminste nog ethiek. The dealer is a man with the love grass in his hands. But the pusher don’t care if you live or if you die. Dat zong Steppenwolf in de film Easy Rider. Niet dat de overheid in deze een pusher was – want zij gaf de burger niet eerst een gratis sigaretje om aan verslaafd te raken – maar de mentaliteit van het profiteren van een verslaafde was er ook niet echt tegengesteld aan. Het zou toch een ramp zijn als rokers opmerkingen als Roken is dodelijk serieus zouden nemen? Dat zou echt teveel aan accijnzen schelen! Bovendien is Roken is dodelijk een leugen. Want ik lééf nog na een Saturnuscyclus roken! Zou niet gekund moeten hebben!
Natuurlijk hebben mensen recht op een rookvrije omgeving. Net zoals ik ook het recht heb op frisse lucht als ik op straat fiets. Natuurlijk moeten mensen gewaarschuwd worden voor de gevaren van roken. Maar dat wil nog niet zeggen dat je rokers moet betuttelen. Natuurlijk zou je de productie van rookwaren kunnen verbieden, maar of dat veel oplost betwijfel ik, want mensen ruilen gauw de ene verslaving in voor de andere. Of je nu voorstander of tegenstander van het roken bent maakt niet zoveel uit, want in beide bevallen stop je veel energie in het verschijnsel roken. En zolang je dat blijft doen, zolang het roken je zo blijft bezighouden, zolang je er emotioneel zoveel in investeert, zolang je er zoveel overdreven aandacht aan geeft, ben je verslaafd. Zij het dan niet lichamelijk, maar wel geestelijk. En je kunt je afvragen wat erger is.
Ik ben blij dat ik met rokers bevriend ben gebleven. Steek er rustig eentje op als ik in de buurt ben. Of ben ik stiekem toch nog een beetje verslaafd?
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
7 april 2006
Al vele jaren gebruik ik Girotel van de Postbank om vanuit mijn computer diverse rekeningen te beheren, zowel zakelijk als privé. De versie voor DOS dan, want die programma’s lopen meestal sneller en meer geolied dan de versies voor Windows die op de meest onverwachte momenten haperen en je harde schijf laten ratelen. Niet dat ik tegen Windows ben – want daarmee zijn de mogelijkheden vrijwel onbeperkt geworden – maar ik verdenk dit operating system er wel van een grote rotzooi te zijn onder de motorkap, die Microsoft zo lang mogelijk gesloten tracht te houden. Zo ook zag ik met angst en vrees de Windows-versie van Girotel tegemoet. Die zou vele voordelen hebben, waarvan ik er wat het gebruik betreft nog geen enkele heb gevonden. Integendeel.
Wat er dan verslechterd is? Dat ik nu opeens verplicht ben een wachtwoord in te voeren om het programma op te starten, waarbij ik ook nog betuttelend gedwongen word om daar minimaal één cijfer in te verwerken. Dat het soms vastloopt als het programma bezig is met de verbinding met de postbank te beëindigen. Dat er na het programma te hebben verlaten irritante schermpjes Bijwerken database en Comprimeren database op je bureaublad verschijnen. Dat het niet eens in staat is een onderscheid te maken tussen reeds eerder binnengekomen en nieuwe ontvangsten, zodat je niet alleen moet kijken wat er vandaag allemaal is binnengekomen, maar ook wat er gisteren is bijgeschreven want daar worden rustig nog ontvangsten tussen gemoffeld. Dat laatste was een serviceverbetering van Interpay, heb ik me door de Postbank laten vertellen, die uiteraard niet zelf verantwoordelijk is. Kortom: ook Girotel is niet meer wat het geweest is.
Nu geldt dat wat mij betreft voor het hele bankwezen. Niet eens tot mijn ongenoegen heb ik tussen 1973 en 1977 bij de Amrobank gewerkt. Op het Rembrandtplein in Amsterdam. In die tijd kon je nog schaamteloos bij een bank werken. Op de ‘tussenverdieping’ was naast de grote zaal met de boekhouding de kamer waarin typistes alle overschrijvingen op een grote, dikke magneetschijf zetten. Door elektronisch bankieren is al dat werk nu uitbesteed aan de eigen klanten, die er nog voor betalen ook om voor de bank te mogen werken! Slim aangepakt! Zo snap ik ook niets van die shirts waar de naam van die bank in koeienletters op staat, daar moet je ook betalen om reclame te mogen maken. Slim aangepakt! Zo is de rente allang afgeschaft, moet je betalen voor pinpasjes om bij je eigen geld te kunnen en zijn ze te beroerd om je behoorlijk dagafschriften te blijven toesturen. Slim aangepakt! Om het de boekhouding makkelijk te maken zetten ze rustig op één dagafschrift de mutaties van zowel 31 december als 1 januari. Slim aangepakt! Nee, ik heb het bankwezen niet meer hoog zitten, ook daar heeft de brave new world al teveel toegeslagen. Om de service te verbeteren…
Gepost in Computer en internet, Uit mijn leven
Geen reacties »
5 april 2006
Mijn Wijze Tante is bijna 98. Elke dinsdagmiddag zoek ik haar op en als het even kan gaan we een stukje wandelen. Liepen we vroeger wel eens naar de andere kant van Blikkum, nu komen we niet verder dan het pleintje aan het einde van de straat. Daar staat een stenen bankje dat me altijd aan Koot en Bie doet denken, die daar ooit een sketch hebben opgevoerd. We nemen wat kranten mee om op te zitten en vorige week was het zulk lekker weer dat we daar wel drie kwartier hebben gezeten. Ze vroeg me hoe het nu eigenlijk met de wereld gaat, en ik vertelde haar over kooldioxide en methaan, over smeltende ijskappen en bosbranden en regenwouden en woestijnen en over de Club van Budapest en dat de Amerikanen nog veel slechter met het milieu omgingen dan wij. Dat het natuurlijk wel aardig van hen was dat ze ons hielpen in de Tweede Wereldoorlog, maar dat dat nog geen reden was om ons in Europa straks letterlijk in de kou te laten staan als de warme golfstroom ons niet meer bereiken kan. Waar we natuurlijk zelf aan meehelpen zolang we nog steeds auto’s gebruiken om ons te verplaatsen of in de file te staan.
Dat waardeer ik zo in mijn Wijze Tante: als je met haar praat, dan gáát het tenminste ergens over. Vanmiddag ook, bij haar thuis. Ze was in een wat sombere bui over de toekomst van de mens, die volgens haar aan gemakzucht ten gronde zal gaan. Ik trachtte haar te troosten met de gedachte dat het op kosmische schaal allemaal niet zoveel uitmaakt, dat de natuur het uiteindelijk altijd zal winnen en dat je het Moeder Aarde moeilijk kwalijk kan nemen als ze op gegeven moment die misselijke mensheid van zich afschudt. Ze kan dan echt wat sip voor zich uit zitten kijken en ook het vasthouden van haar hand bood weinig soelaas. Waar moest straks iedereen weer incarneren als het niet meer op deze aarde kan? Zorgelijke, protesterende buien en zorgeloze accepterende buien wisselen elkaar af in haar.
Vorige week op dat bankje was ze één en al acceptatie en straalde ze van geluk. Het was mooi weer: westenwinden met wilde witte wolkenluchten waaiden over ons heen. Kinderen fietsten van school naar huis en ik voelde me als op een vredig strand onder een stille zomerse hemel. Een hele poos zaten we zwijgend naast elkaar, mijn Wijze Tante en ik. Ze genoot zichtbaar van de zon, waarvan ze het licht en de warmte met gesloten ogen dronk. Een kwartier stilte en vrede, gewoon op een pleintje in Blikkum. Een zorgeloze rust waarin even de tijd stil lijkt te staan, er niets meer te zoeken of te vinden valt. Waarin ook niets meer gezegd hoeft te worden, omdat elk woord de vrede verstoort. Ze is oud. Heeft, zoals ze zelf zegt, misschien niet lang meer te leven. Veel dingen gaan niet meer zoals ze zou wensen, want een lichaam gaat niet eeuwig mee, hoe gezond je ook leeft. En dat deed ze: haar leeftijd bewijst dat de levenswijze die ze altijd heeft verkondigd inderdaad zo slecht nog niet was. Maar ouderdom blijft toch met gebreken komen, en veel mensen gaan dan tobben en protesteren. Dat doet mijn Wijze Tante ook wel eens. Maar niet op die dag, vorige week, toen we samen op dat bankje zaten. En om dan zo zichtbaar heerlijk zorgeloos van de zon te zitten genieten, dat noem ik echt wijs.
Gepost in Spiritualiteit
Geen reacties »
26 maart 2006
Gisteravond naar een orgelconcert naar Kampen geweest, vanaf Zwolle tien minuten met een dieselboemeltje. Een leuk stadje aan de mond van de IJssel dat nog altijd vergane havenglorie uitstraalt. Waar de studenten nog in God geloven. Gegeten in een Italiaans restaurantje waar drie jongens steeds vanuit hun tafeltje naast ons in een onzichtbare hoek verdwenen, waar zich bij nader onderzoek twee speelautomaten bleken te bevinden.
In de Bovenkerk zaten we bij een gloednieuw bord, dat aankondigde dat de volgende dag Psalm 114 en zes andere door deze gewelven zouden bulderen. Waaronder PS 119 83 84 88, zoals op de houtblokjes te lezen staat. Zelfs de psalmen zijn langer in Kampen, want in mijn eigen bundel haalt dit lied slechts 66 coupletten. Mooi, zo’n houten bord: keurig geschilderd en gelakt. Je moet er toch niet aan denken dat er van die elektronische mededelingenborden in zo’n kerk aan de pilaren hangen! Schuin voor ons durfden mensen rustig onder een zware koperen luchter met talrijke lampjes te zitten, die hing aan een lang metalen schakelwerk tot in de nok van de kerk. Ik kan me niet voorstellen dat zo’n ding niet vandaag of morgen naar beneden sodemietert.
Op het programma stonden Sweelinck, Buxtehude en Bach. De eerste orgeltonen vind ik vaak het mooist omdat ze als een frisse regen je opeens in een andere wereld drenken. Alsof de hele kerk met een snijdende stilte wordt gevuld. Dat is voor mij de magie van klassieke muziek, en met name van orgelmuziek: dat ze niet alleen vertelt over stilte, maar het ook laat voelen. Even ben je in een heel andere ruimte. Ja, er zijn natuurlijk orgelklanken, maar luider dan hen weerklinkt de grond waarop deze worden gedragen: de stilte, die als een stevige rotsvaste bodem alles steunt en doorstraalt.
Omdat het alleen maar in het hier en nu is te beleven, is muziek voor mij de hoogste kunstvorm. Bij een boek wil je nog wel eens weten hoe het afloopt, bij een schilderij of beeldhouwwerk kun je nog wel eens dwalen tussen de verschillende facetten ervan, maar bij muziek kan je niet veel meer dan er gewoon naar luisteren en het door je heen laten vloeien. En daar leent het orgel zich het beste voor, waarom weet ik niet. Zelfs in de popmuziek, zoals in A whiter shade of pale van Procol Harum en A saucerful of secrets van Pink Floyd. En ook zelf ben ik ooit met vrienden en een bandrecorder naar een kerk getogen om mijn 32e liedje, The Chapel of Light, met orgelbegeleiding op te nemen.
Maar niet alleen in de popmuziek kan het orgel te wild worden gebruikt. Bach wil zich daar ook wel eens aan bezondigen. Zoals in zijn beroemde Toccata 565 in d-klein die ik altijd ‘de Draak’ noem en waarmee je me makkelijk uit huis kan jagen. Een stuk om trots mee te kunnen demonstreren hoe goed je het instrument beheerst, maar daarmee is dan ook alles gezegd. Bij verstilde muziek zie ik in gedachten statige kleurige vlammen ontstijgen aan de spleten van de orgelpijpen. Maar bij zo’n toccata likken de vlammen zo vurig en fel aan het instrument, dat de pijpen lijken te versmelten tot een zilveren plas op de koude stenen van het godvruchtige kerkgebouw. Gelukkig werd dit werk gisteren niet gespeeld…
‘Stilte is de rijkdom van deze epoque,’ zei Toon Hermans al in de jaren zestig. Hij heeft daar meer gelijk mee gekregen dan ik ooit heb bevroed. En het is mooi dat iets als muziek ons aan die stilte kan herinneren. Stilte, die altijd aanwezig is, mits we maar niet luisteren naar de herrie om ons heen.
Gepost in Muziek
Geen reacties »
23 maart 2006
Het arbeidsethos is mij altijd een gruwel geweest. Want het is een van de grootste belemmeringen op het spirituele pad dat we uiteindelijk allemaal – of we het willen of niet – moeten gaan. Waarom? Omdat in het wie niet werkt zal niet eten, het ledigheid is des duivels oorkussen, het arbeid adelt en het voor niets gaat de zon op het doen belangrijker wordt geacht dan het niet-doen. Omdat het ons voortdurend wil bezighouden, afleiden van het meest wezenlijke op het spirituele pad. Overgave. Accepteren van dat wat is. Er gewoon zijn. Erop vertrouwen dat alleen uit deze bron van intuïtie het juiste denken, voelen en handelen kan opwellen. en dat kun je alleen maar ‘bereiken’ met niet-doen. ‘Bereiken’ tussen aanhalingstekens, want ook dat kan weer suggereren dat je iets doet, terwijl ‘het’ juist gebeurt in een onbewaakt ogenblik waarin je niets doet. Het doen, het werken is al zo in onze taal doorgedrongen dat we de dynamiek ervan alleen kunnen ontlenen aan werkwoorden.
Volgens het arbeidsethos moet er dus iets gedáán worden, worden we voortdurend bezig gehouden en vervreemden we van het goddelijke in ons. Zelfs ontspanning is iets dat we zijn gaan ‘doen’: actieve vakanties, survivaltochten, doevakanties, noem maar op. Zodat we de spanningen die zich in elk leven voordoen nergens een moment van ontlading gunnen, gevoelens van verdriet en eenzaamheid blijven verdringen, het deksel op de put van onze neuroses goed dicht blijven houden. Ontspannen durven we niet meer, want dat doet pijn. Geestelijk, omdat allemaal oud zeer in ons bovenkomt. Lichamelijk omdat we ons bewust worden van de kramp in onze spieren. Het is uiteindelijk de kramp van het ego, dat steeds zijn best blijft doen om erbij te horen, om gewaardeerd te worden, om te overleven. Alsof die doelen alleen met werken bereikt worden, en niet door gewoon te ontspannen in jezelf en te vertrouwen op je intuïtie.
Priests and politicians: the maffia of the soul. Dat is de titel van een boek van Osho. In grote lijnen heeft hij daar helemaal gelijk in. Want priesters zijn maar al te vaak dealers: als je maar dit en dat doet komt het geestelijk wel goed met je. Iets dat je ook nog veel tegenkomt in de wereld van de new age, waar ook het arbeidsethos via een achterdeurtje graag naar binnen sluipt, zodat je bijvoorbeeld kan leren om effectief met intuïtie om te gaan. En politici zijn vaak vijanden van de ziel omdat ze je voortdurend bezighouden, afleiden van wat echt belangrijk is om een samenleving behoorlijk te laten functioneren. Waarbij maar al te snel van niet-werkenden wordt gesteld dat ze van de samenleving profiteren, terwijl er juist veel te veel werkenden zijn die de samenleving verzieken en zich daarvoor nog goed laten betalen ook.
En dan bedoel ik niet eens de graaiers. Nee, ik heb het over het totaal overbodige werk dat gecreëerd wordt. Wat niemand zal missen als het er niet is. Neem nu de telefoongidsen. Ooit kenden we een gids voor privé-nummers en een beroepengids. Totdat een van de uitgevers op het lumineuze idee kwam om in zijn gids ook de inhoud van de andere gids op te nemen. Waarop de uitgever van de andere gids dat ook ging doen. Het gevolg? Dat we nu allemaal met twee dikke boekwerken worden opgescheept waarin in principe hetzelfde staat. Waarop niemand zit te wachten. Waarin twee keer zoveel advertenties worden geplaatst, waarvoor dus twee keer zoveel ondernemers worden lastiggevallen. Waarvan het papier alleen al jaarlijks genoeg is om een hangar mee te vullen. En dat allemaal om een groep mensen aan het werk te houden! Die er nog geld mee verdienen ook! Dan vraag ik me af wie er nu eigenlijk profiteert en wie de samenleving en het milieu aan het verzieken is…
Er moet veel minder gewerkt worden. Er hoeft ook niet zoveel gewerkt te worden. Zeker als we afzien van veel overbodige luxe-onzin zoals een Betuwelijn en een hsl. En verdeel eerlijk wat er gedaan moet worden. Het kan toch niet zo zijn dat werkenden meer en harder moeten werken terwijl er nog steeds werkeloosheid is? Pas als we het idee van het Heilige Werk aanpakken zijn we pas echt in staat om veel maatschappelijke problemen op te lossen. Werk, alleen maar om bezig te zijn, alleen maar om de verslaving aan het arbeidsethos te bevredigen, alleen maar om op de vlucht te blijven voor het ware ik dat toch eens aanschouwd moet worden. Je kunt een leven lang vermijden jezelf in de spiegel aan te kijken, misschien zelfs levens lang, maar uiteindelijk zul je toch aan jezelf moeten geloven!
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
15 maart 2006
Morgen word ik officieel beëdigd als gemeenteraadslid. Het waren spannende en drukke tijden en met het hart in de keel zagen we vorige week hoe de stembustellingen geleidelijk op de muur van de foyer van het gemeentehuis verschenen. We hebben één zetel verloren, maar dat is lang niet gek als je het vergelijkt met de verliezen die lokale partijen in het algemeen hebben geleden. En met vier zetels zijn we nog steeds de grootste. Wel vind ik het jammer dat de lokale politiek het kennelijk slecht doet, want ik geloof nog steeds dat het bestuur zo dicht mogelijk als het kan bij de burgers moet staan. Dat wordt extra hard knokken, want als het aan de provincie ligt worden Oldegeppel en Nieuwegeppel samen met Zandwijk tot één gemeente samengevoegd. Waar burgemeester Verbeest van laatstgenoemde gemeente geen enkel bezwaar tegen heeft omdat Zandwijk nu eenmaal de grootste is. Het liefst heeft hij ook nog de gemeentes Kerkweide en Blikkum erbij.
Het leuke van onze partij is dat we van verschillende politieke achtergronden komen. Wel wat meer rechts dan links, maar dat geldt momenteel voor het hele land, zo niet de hele wereld. Zelf ben ik wat dit betreft van onduidelijke komaf. Omdat ik geloof dat met de grondslagen van links en rechts niks mis is. Wel met wat er vandaag de dag van is overgebleven of daarvoor doorgaat. Zoals een kind een vader en een moeder nodig heeft – of mensen die hun rollen vertegenwoordigen – zo zijn zowel linkse als rechtse elementen noodzakelijk in het funcioneren van een samenleving. De linkse kant is te vergelijken met de moeder die zorgt voor bescherming en basiszekerheden, en de rechtse kant met de vader die je in het diepe van de samenleving gooit teneinde zelfstandig en onafhankelijk te worden. Beide zijn nodig: jonge vogeltjes moeten gevoerd worden, totdat ze uit het nest worden gewipt.
Daarom vind ik het zo moeilijk om mezelf links of rechts te noemen. Wat heb ik genoten van de verhalen die mijn vroegere buurvrouw over de AJC vertelde toen we op de Paasheuvel wandelden! Idealisme, bevlogenheid en broederschap, alle Menschen werden Brüder! En wat kan ik genieten van de sfeer van eruditie en luxe waarbij je je eindelijk kan wijden aan wat écht belangrijk is in het leven: kunst, wetenschap, filosofie, spiritualiteit, een goed gesprek met een glas port bij de open haard! Links is progressief, rechts conservatief. Links is afwachtend, rechts ondernemend. Links is altruïstisch, rechts egoïstisch. Links is zijn, rechts is hebben. Links is delen, rechts is vasthouden. En voor astrologen: links is Jupiter, rechts is Saturnus. En ik heb dat allemaal in me. Bij de Rozenkruisers geven ze met het woord dialektiek aan hoe het leven uit een voortdurende wisseling van tegenstellingen bestaat. Kennelijk hebben wij mensen dat nodig om tot bewustzijn te komen. Zoals wrijving nodig is om warmte of vuur op te wekken.
Nu kun je misschien zeggen dat de moeder meer hoort bij de kindertijd en de vader meer bij de volwassenheid. Dat een groei van links naar rechts, van progressief naar conservatief een natuurlijke weg is. Maar dan haal ik Ken Wilber erbij, die het heeft over overstijgen en invouwen, zodat het rechtse eigenlijk het linkse moet omvatten, er een uitbreiding van moet zijn. De vader die in zijn zelfstandigheid de moeder koestert, beschermt, voor haar zorgt, voor haar op jacht gaat terwijl zij haar jongen verzorgt. Een tikje ouderwets beeld misschien, maar wel een oerbeeld dat al een oneindig aantal jaren in onze genen zit. Ik denk dat met zo’n rolverdeling niks mis is zolang niet de vader (of de moeder) gaat domineren, zijn (of haar) macht gaat misbruiken zodat polarisatie optreedt in plaats van wederzijdse aanvulling. En dat is wat de laatste decennia juist wel is gebeurd, want de samenleving is alleen maar rechtser en rechtser geworden en totaal uit balans geraakt. Zodat ik volgend jaar zeker links zal gaan stemmen. Niet omdat dat beter is dan rechts, maar omdat dat nodig is om het evenwicht te herstellen.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
6 maart 2006
Onlangs is Gilles Quispel overleden, 89 jaar oud. Twee jaar geleden zag ik hem nog op een symposium in Amersfoort, dat door uitgeverij Ankh-Hermes was georganiseerd wegens de nieuwe dundrukuitgave van de Nag Hammadi-geschriften. Want als er iemand verstand had van deze oude gnostieke geschriften, die in 1945 in een kruik in het Egyptische woestijnzand waren ontdekt, dan was het wel professor Quispel, oud-hoogleraar in het vroege christendom en de gnosis aan de Universiteit van Utrecht. Twee jaar geleden zag hij er kwetsbaar uit, waardoor zijn heldere geest des te meer opviel. Die heeft hij tot zijn laatste dag behouden, en zoals in Egypte de bron van zijn levenswerk werd gevonden, zo stierf hij in dat land. Dat moet bijna wel een vervulling zijn.
De Nag Hammadi-geschriften bestaan hoofdzakelijk uit gnostieke en hermetische teksten, die waarschijnlijk rond 350 door kloosterlingen waren verstopt omdat ze bang waren dat ze door de toen heersende kerk verbrand zouden worden. Want het waren ketterse teksten, die op de zwarte lijst stonden die aartsbisschop Athanasius in 367 rondstuurde. Geschriften, zoals het Evangelie van Thomas, het Geheime boek van Johannes, het Evangelie der Waarheid, het Evangelie volgens Filippus en de Oorsprong van de Wereld, waren ketters omdat ze vertelden over een god die de mens in zichzelf kon vinden, zonder bemiddeling van enige autoriteit. Ze spraken over een spiritualiteit waarvoor geen kerk nodig was, zonder priesters als bemiddelaars. Zoals Lucas 17:21 in de Statenvertaling vertelt: Het Koninkrijk Gods is binnen in u. Wat later door het Nederlands Bijbelgenootschap wordt afgezwakt tot Het Koninkrijk Gods is bij u, en waarvan tenslotte in de laatste Nieuwe Bijbelvertaling van vorig jaar niet veel meer overblijft dan Het Koninkrijk van God ligt binnen uw bereik.
Veel gnostieke geschriften zijn ouder en betrouwbaarder dan de evangeliën zoals ze in de bijbel zijn opgenomen. En ze vertellen een totaal ander verhaal. Geen sensationele verhalen over Jezus die uit een maagd wordt geboren, wonderen verricht, zijn kruisiging overleeft en naar de hemel vaart. Maar over een mens, die het goddelijke in zichzelf heeft gevonden. Zoals in de korte uitspraken van het Evangelie van Thomas over een Jezus die zegt overal aanwezig te zijn omdat hij zich identificeert met de Christusgeest:
Ik ben het licht dat boven allen is.
Ik ben het Al.
Het Al is uit mij voortgekomen en
het Al is tot mij gekomen.
Kloof een stuk hout en ik ben daar,
til een steen op en jullie zullen mij daar vinden.
De historicus en bijbelonderzoeker Jacob Slavenburg kan daar aanstekelijk enthousiast over schrijven en vertellen. Ja, ik heb zelfs een paar cursussen bij hem gevolgd. In zijn werk Valsheid in geschrifte laat hij weinig heel van de authenticiteit van de bijbel, die eigenlijk herschreven zou moeten worden. Niet alleen is met de teksten enorm gesjoemeld, ook hebben veel schrijvers van het Nieuwe Testament Jezus niet eens meegemaakt, en zeker Matthäus, Marcus, Lucas en Johannes niet. In de officiële bijbel is het Koninkrijk Gods ‘weggetranscendeerd’, zoals Slavenburg het noemt, met als voornaamste reden dat je geen macht kunt hebben over mensen die het Koninkrijk, het geluk in zichzelf vinden en daarom niet afhankelijk zijn van priesters en dominees.
Opvallend is hoe de kerk gewoon zijn gangetje doorgaat alsof er niks aan de hand is. Zo informeerde ik ooit bij de theologische faculteitsbibliotheek van de Vrije Universiteit naar literatuur van Slavenburg, om vervolgens doorverwezen te worden naar de Universiteit van Nijmegen. De struisvogels blijven met hun koppen in het zand steken. Maar dat is niet het woestijnzand van Egypte, waar Gilles Quispel, de ‘nestor van de gnosis’ overleden is, dicht bij zijn levensbron.
Gepost in Spiritualiteit
Geen reacties »