Nieuwe computer

Date 25 juli 2007

Vorige week heeft Pymander een nieuwe computer gebracht en gedemonstreerd. Opnieuw met mijn trouwe Windows XP. Voor mij nog geen Vista, waar de verbeteringen meer om vorm dan om inhoud lijken te gaan. Daarmee wacht ik nog een jaartje tot dit besturingssysteem wat volwassener is geworden. Maar dan is mijn computer daar wel klaar voor! Er zit nu een dual core-processor in, wat betekent dat je naast zware applicaties rustig nog wat andere dingen kunt doen zonder dat je merkt dat de computer overbelast is. Het duurste onderdeel is een NVIDIA GeForce 8600 GTS grafische kaart, en Pymander demonstreerde me deze met filmpjes van Futuremark waarin een ruimtestation wordt belegerd, dwaallichtjes door een bos zweven en het monster van Loch Ness vanuit een ballonvaartuig wordt beschoten. En dat zijn geen tekenfilmpjes, want alle beelden worden real time ter plekke gecomponeerd. Daar staat mijn verstand bij stil, want van alle 1.310.720 pixels op het beeldscherm moet per seconde een tig aantal keer worden berekend wat het worden zal, rekening houdend met bijvoorbeeld de transparantie van de objecten, en met de lichtval, en met schaduwen van wat zich eromheen afspeelt.

Een computer gaat bij mij altijd een jaar of vier mee, en alleen in de zomer schaf ik me een nieuwe aan. Want het is een tijdrovend gebeuren, ook omdat veel programma’s weer geregistreerd moeten worden met installatiecodes en wachtwoorden, die ik gelukkig allemaal ergens in een versleuteld bestand bewaard heb. En dan ben ik nog tijden bezig met het fijnregelen van diverse instellingen in die programma´s. Zo heeft Word de neiging om steeds rode slangetjes te zetten onder woorden die hij niet herkent, en omdat ik meen beter Nederlands te beheersen dan Microsoft schakel ik al dat soort dingen uit. Maar onder welke menu´s is dat allemaal te vinden? Niet onder Spelling- en grammaticacontrole of AutoCorrectie-opties onder het hoofdmenu Extra, maar onder Spelling en grammatica van de keuze Opties onder dat menu, blijkt na veel te lang zoeken. En dan is er natuurlijk nog het terugzetten van bestanden van mijn vorige computer. Omdat de harde schijven steeds groter worden, zette Pymander de inhoud van mijn oude harde schijf gewoon in een map op de nieuwe 500 G-schijf, zodat ik alles weer bij de hand heb. Uiteindelijk was zondag alles geïnstalleerd en draaide de computer als een zonnetje. Alles weer lekker snel, vloeiend, zonder haperen, probleemloos. Nou ja, op een paar details na dan. In het menu start kon ik geen kleine pictogrammen krijgen en Windows wilde niet in de slaapstand. Dus kwam Pymander maandagavond nog even langs. Hij snapte er niets van, want alles werkte perfect toen hij de computer afleverde.

‘Explorer gecrasht! Dat wordt Windows opnieuw installeren,’ concludeerde hij. Daar schrok ik toch wel even van! Moet ik nou straks al het werk van de afgelopen dagen weer overdoen? Vroeger meende ik dat je de meditatieve instelling van iemand het beste kon meten op de stoel van de tandarts, maar format C: is ook een hele goede test! Na een kopie, een zogenaamde image te hebben teruggezet van hoe de computer was toen Pymander hem afleverde, zijn we onderdeel na onderdeel opnieuw gaan installeren om te kijken wanneer hij kuren ging vertonen. En inderdaad: zodra de werksets van mijn HP-printers waren geïnstalleerd ging het een en ander mis! HP, beroemd om zijn goede hardware en belabberde software. Brutale software zelfs, want ongevraagd wordt bijvoorbeeld een HP Share-to-web-map aangemaakt die bijna niet uit je systeem is weg te branden. Kon je vroeger nog wel eens een bedrijf bellen om je uit dergelijke problemen te helpen, tegenwoordig word je onder een neoliberalistisch zoek het zelf maar uit verwezen naar een faq met meest gestelde vragen waarin ik niet echt altijd vind wat ik zoek. Afijn. We wisten waar de fout zat, dus konden we een image die ik een dag ervoor had gemaakt terugzetten om vervolgens alles van HP eruit te gooien en de printers opnieuw te installeren. Zonder werksets, met de laatste stuurprogramma’s die we van het internet hebben geplukt. En toen draaide alles echt als een zonnetje! Moest ik alleen nog wat programma’s die nog niet op de image stonden opnieuw installeren.

Gistermiddag was eindelijk alles opnieuw klaar, dus was het gisteravond weer eens tijd voor Second Life, waar Robbie me gemist moet hebben. Geen internet! Beter gezegd: af en toe een héél klein beetje internet. Soms een mailtje in of uit, of een halve webpagina, en dat was het dan. Lichtjes modem flikkerden nauwelijks. Net als een paar weken geleden lag Planet er weer eens uit. Maar toch twijfelde ik of het niet aan mijn installatie lag. KPN bellen. Niet te bereiken na tien uur ’s avonds. Planet bellen. Niet te bereiken na tien uur ’s avonds. Het zou toch leuk zijn als er ergens een centraal telefoonnummer was dat 24/7 informatie gaf over platliggende internetwerken! Kun je tenminste horen dat de fout niet bij jou ligt maar bij je provider. Maar rond twee uur vannacht begonnen webpagina’s weer langzaam door te sijpelen, dus kon ik in elk geval even naar Second Life om een berichtje voor Robbie achter te laten. Gaf Second Life een melding dat het leven daar plat lag wegens een stroomstoring in San Francisco! Toen ben ik maar met een biertje op bed gaan liggen. In mijn zakcomputertje gekeken wat er deze dagen toch met Uranus aan de hand was, maar kon niks bijzonders vinden. Met het glas in mijn hand op mijn borst moet ik in slaap zijn gesukkeld, want ik schrok wakker van nattigheid op mijn lijf, in de deken en het laken. In de geur van bier ben ik in slaap gevallen. Als er iets is waar ik soms héél moe van word, dan is het van computers, hoe blij ik er ook mee ben…

Oasis

Date 17 juli 2007

In de jaren tachtig kocht mijn Wijze Tante een mooi landhuis in een Belgisch natuurreservaat. Daar hield ze vaak haar weekenden en bijeenkomsten. De laatste jaren is zij daartoe nauwelijks meer in staat, wat niet zo verwonderlijk is als je 99 bent. Geleidelijk hebben we, verenigd in een stichting die haar visie blijft verspreiden, steeds meer werk van haar overgenomen. Zo verzorg ik al een aantal jaren haar tijdschrift De Vuurfakkel voor haar, en hebben Marcel, Vriend en ik dit voorjaar de eerste aanzet gegeven voor een nieuwe cyclus van bijeenkomsten in het onlangs gerenoveerde Oasis, zoals het huis in het bos aan de rand van de heide heet. Zo lieten we mensen de film van Al Gore zien, en een registratie van een toespraak van Eckhart Tolle in Findhorn. En hebben we het afgelopen weekend gewijd aan het boek Aarde’s Levend Lichaam van mijn Wijze Tante, waarbij we de bezoekers niet alleen uit dit uitverkochte boek voorlazen, maar ook oefeningen lieten doen, onder andere door hen met een pendel de grote tuin in te sturen. Want Héél de Aarde is de vlag die boven deze serie bijeenkomsten wappert, en daarbij gaat het niet alleen om kennis van zaken, maar ook om beleving van zaken, echt contact voelen met de aarde. Ook hier moeten hoofd, hart en handen verenigd zijn om iets hogers – beleving, ervaring, bewustzijn – te realiseren. Het gaat niet alleen om kennis van ecologische voetafdrukken en klimaatstatistieken, en om actie in de vorm van alternatieve energie en het planten van bomen, maar ook om voelen, je verbonden weten met de aarde zodat je op een andere manier met haar omgaat.

Vriend, Marcel en ik gaan er meestal al een paar dagen eerder heen. Ook deze keer waren we er vrijdagavond al. Op het dakterras van de Pyramide hebben we heerlijk gegeten, temidden van een dik dozijn jongeren, die rond twee andere tafeltjes waterpijpen zaten te roken. Leuk dat zo’n groep ook gewoon aardig en rustig kan zijn zonder meteen herrie te schoppen. Terug in Oasis heeft Marcel de open haard aangemaakt en hebben we tot drie uur in de nachtelijke stilte zitten bomen over spiritualiteit, verlichting, reïncarnatie en dromen. En nog veel meer. Een steeds terugkerend thema is eenheid. Als alles één is, hoe kan het dan dat er zowel onverlichte als verlichte mensen rondlopen? Hoe kan het dan dat er zowel realiteit als illusie bestaan? Of is de illusie zelf ook een illusie? Ik denk van wel. Maar weet ik dat ook? Ja, er zijn een paar momenten in mijn leven – en misschien wel meer dan ik wil toegeven – waarop ik in flitsen of een wat langduriger extase die eenheid ervaar. En hoewel dat meestal weer verdwijnt, waarmee ik dus per definitie in de wereld van de tweeheid ben beland, is juist dat soort momenten het bewijs dat alles één is. Zelfs al zie ik die witte raaf maar één seconde, dan is dat genoeg om zijn bestaan aan te tonen. Uiteraard ging ik achter die raaf aanrennen, in plaats van rustig te wachten tot hij terug zou komen van nooit weggeweest, maar dat is een ander verhaal. Over dit soort dingen hebben we dus gepraat bij het zacht knappende rode vuur.

Hoe zetten we het werk van mijn Wijze Tante voort? Centraal in wat zij het ‘nieuwe denken’ noemt, staat het denken in analogieën. Dit heeft te maken met het gegeven dat alles zich in alles weerspiegelt, in alles aanwezig is. Iets dat vroeger met een diamant werd geïllustreerd, wat we tegenwoordig met een hologram zouden doen. Het is geen toeval dat het inwendige van een walnoot op hersens lijkt en noten goed zijn voor het denken. Zo eenvoudig en voor de hand liggend is het leven, en de oplossingen voor veel problemen liggen vaak voor het oprapen. Ook voor veel ziektes, want ze heeft vaak gezegd dat het kruid dat je nodig hebt in je eigen tuin groeit. De analogieën komen we ook tegen in de homeopathie. En in het zo boven, zo beneden van de astrologie, die bij haar altijd de wetenschap der wetenschappen is gebleven. Voor mij zijn dit allemaal oerwetten, waarvoor mijn Wijze Tante zich al lang voor de jaren zestig als doorgeefluik beschikbaar stelde. Tot vandaag de dag hamert ze op het alleen naar jezelf luisteren, geen autoriteiten volgen, want na-praten, na-apen en na-volgen zijn bij haar volstrekt taboe. Dus hoe zetten we haar werk voort? Alleen door zelf ook een doorgeefluik te worden voor deze oerwaarheden die naar openbaring smachten, zeker in deze tijd. Door ons te laten inspireren, open te staan, naar onze intuïtie te luisteren. Door het gaan van een weg naar binnen, in het vertrouwen dat uiteindelijk alles goed is zoals het is. Dat er nooit iets helemaal misgaat, zoals mijn Wijze Tante onlangs nog zei.

Op mensenjacht

Date 30 juni 2007

In de loop der jaren lijkt het sadisme in computerspellen alleen maar toe te nemen. Ging het in Grand Theft Auto alleen nog maar om het bloedig doodrijden van andere weggebruikers, in het binnenkort te verschijnen Man Hunt 2 kun je je slachtoffers nog even een oog uitsteken voordat je hen vermoordt. De politiek wil het spel verbieden. Velen vinden dat betutteling. Zo ook Frans Pollux in de Ooi- en Geemlander van vandaag. ‘U dient getekende figuren om te brengen. Hoe gruwelijker, hoe meer punten u krijgt,’ vertelt hij over het spel. ‘Als u daarentegen snapt wat computergames, boeken of films zijn, als u begrijpt dat poppetjes op uw scherm bestaan uit pixels en niet uit vlees en bloed, zult u aanmerkelijk minder geraakt worden door de verschrikkingen van Manhunt 2.’ Nou, dat begrijpt de betuttelende Frans hier zélf kennelijk niet, want wat heeft het voor zin om een spel te spelen als je er niet door geraakt wordt? Geef toch toe, Frans, dat je geniet van de donkere kanten die we allemaal in ons hebben. Dat je het heerlijk vindt om hier je sadistische neigingen verder uit te leven om vervolgens, om het in je eigen woorden te zeggen, probleemloos terug te stappen in je rol van vriendelijke vader of puber. Ik zal ze in de gaten houden, die vriendelijke vaders en pubers!

Bij de toch al dubieuze website Geenstijl.nl zijn nog minder normen en waarden te vinden dan in het kabinet Balkenende. Daar schrijft iemand die zich Prof. Hoxha noemt: ‘Manhunt 2 is een spelleke. Ies hoax, nep, tekenfilmbeelden en horror. Ga in godesnaam wat nuttigs doen. Of beter nog: val gewoon dood met je betutteling. Echt, vleeshaak in de nek en hoofd op het aambeeld en doodgaan…’ Mohamed B. kan het niet beter verwoorden. Ook hier weer het geluid van: het is maar een spelletje. In de veronderstelling dat de speler weer tot rust zal komen, nadat hij zijn sadistische driftleven heeft laten uitrazen. Dat die spellen de agressie kanaliseren, en zo voorkomen dat die in het werkelijk leven wordt geuit. Ik zet daar vraagtekens bij, want dan zou er een verband zijn tussen het sadistisch gehalte van computerspellen en het vredelievende gedrag van jongeren. Maar daar zie ik weinig van. Eerder het tegendeel. Maar zo’n argument zal zonder meer worden omhelsd door de ontwerpers van deze spellen, die zo hun games steeds sensationeler en sadistischer kunnen maken. Kassa! Je kunt bijna wachten op computerspellen als Snuff Slaughter en Cannibal Kitchen. O help, laat ik hen nou niet op een idee brengen!

Dat gedachten krachten zijn en dat beelden scheppend zijn, is iets dat nog veel te weinig wordt onderkend. Of je het nu met Rupert Sheldrake morfogenetische velden, met Ervin Laszlo het A- of Akasha-veld, of met Lynne McTaggart eenvoudig Het Veld noemt, maakt niet zoveel uit. Laat ik het gewoon astrale velden noemen. Ik ben er heilig van overtuigd dat elke gedachte aan zo’n veld bijdraagt. Een van de klassieke voorbeelden is dat de eerste die de puzzel in de krant oplost, het daar het moeilijkst mee heeft. Het is de moderne versie van ‘Het woord is vlees geworden.’ Gedachten en beelden zijn niet meer vrijblijvend, niet echt privé maar dragen bij aan een collectief gedachteveld, en hoe sterker dat veld geladen is, hoe meer het verstoffelijkt, concreet wordt. De meeste mensen zijn zich niet van hun eigen krachten bewust, maar dragen zo toch bij aan het wel en wee van deze wereld. De bedenkers en spelers van dit sadistische vermaak zijn daarom medeverantwoordelijk voor oorlog en agressie op onze planeet. En wat mij betreft is een bedrijf als Rockstar Games dat Man Hunt 2 produceert even dubieus als een wapenfabriek.

Homo ludens

Date 29 juni 2007

Eerlijk gezegd voel ik me altijd een beetje verneukt door dat klaarkomen. Ik bedoel: lange tijd heeft mijn lichaam gesnakt naar iets wat het niet heeft gekregen. Die heerlijke tinteling over mijn hele lijf, dat vibrerende leven dat me helemaal doordrenkt, wat wil het anders dan mij van binnenuit opbranden, ontsteken, in extatische vlammen laten opgaan? Alsof ik steeds probeer mijn lichaam aan God, de kosmos, de ander te geven, een absolute overgave nastreef, wat achteraf steeds op niets uitloopt. Wat overblijft is een beetje schaamte om mijn eigen domheid en verspilling van tijd en energie. En sticky fingers, wat een gedoe!

Ik geloof dat ik raar in elkaar zit. Dat ik gay, vrolijk ben is tot daaraantoe. Maar wat velen geil vinden zegt me niks! Het woord alleen al! Ik kan tijden naar seksfilms zitten kijken zonder ook maar in het minst opgewonden te raken. Hoewel ik bij tijd en wijle best een plakje salami of een halve Hema-worst op prijs stel, heb ik toch iets met vegetarisme. Ik bedoel: wat moet ik met al die vleeswaren op het scherm? Alsof we alleen maar lullen zijn! We zijn toch veel méér dan dat? Waarmee ik niet wil ontkennen dat ik van spannende broekjes en slipjes hou, maar daarvan blijft niets over als er geen benen onder zitten en geen romp bovenuit komt. Ook wil ik niet ontkennen dat een pik in de aanval mooi kan zijn, integendeel zelfs, maar dat wil nog niet zeggen dat je hem maar meteen ongeduldig overal in gaat proppen. Dan blijf je bezig…

Een van mijn eerste liedjes heette My Sexual Confession, en daarin vond ik niet alleen het onderscheid tussen hetero, homo en bi onzinnig, maar pleitte ik ook voor het kosmisch orgasme. Jaren zestig dus, toen ik het eigenlijk met alles wilde doen. En later herkende ik ook veel in verhalen van Osho, waarin hij seks als één van de wegen naar verlichting zag. Tantra. Toen ik in 1990 alleen door India reisde bezocht ik ook de tempels van Khajuraho, die versierd zijn met duizenden liefdesparen. Ze getuigen van seks die niet ordinair of plat is, maar blij en onbevangen. En dat is iets dat we in het Westen missen, waar we zo bloedserieus met seks omgaan, terwijl het ook een licht en vrolijk spel kan zijn.

Een spel om het spel, niet om het doel ervan. Daar zijn homo’s inderdaad goed in, en waarschijnlijk heet deze homo ludens daarom gay. Zelfs het klaarkomen is voor hem een spel. Daar is niks mis mee als je weer eens rust in je zaak wil hebben, maar wél als alles om dat ene moment, om die ene explosie gaat draaien, als het doel belangrijker wordt dan de reis zelf. Liever geniet ik van bijna nietsdoend vrijen en strelen dan van hijgende taferelen. Liever voel ik het leven erotisch tintelen in alle cellen van mijn lichaam, zoals het heerlijk is om naakt langs het strand te wandelen en de zon en het zout in mijn huid te voelen branden. Liever geniet ik van het verlangen dan van het zogenaamde bevredigen ervan, een romantisch smachten naar overgave en eenwording dat fysiek mijn hele lijf doortintelt.

Ja, misschien zit ik een beetje raar in elkaar. Maar ik geniet er wel van!

Gulden Snede

Date 23 juni 2007

De Gulden Snede is een wiskundige formule die kenmerkend is voor wat mooi is, voor wat een ideale verhouding is, bijvoorbeeld tussen de lengte van lijnen zoals die van hoogte en breedte. Die formule is a : b = b : (a + b), ofwel 1 staat tot ongeveer 1,618. Dat deze Sectio Divina een kenmerk van schoonheid van kunst- en bouwwerken is, vindt Albert van der Schoot maar lariekoek. Immers veel van dat moois beantwoordt niet aan die ideale verhouding, zo betoogt deze kunst- en cultuurfilosoof vandaag in de Ooi- en Geemlander. Vanuit zijn functie kan hij echter moeilijk anders: de filosoof is per definitie een denker, terwijl kunst en schoonheid juist veel meer behelzen. Die worden gekenmerkt door een creativiteit die de logica van het verstand overstijgt. Filosoferen over kunst is net zoiets als trachten een muziekrecensie te schrijven door de digitale computerbestanden ervan te analyseren

Toch is tussen kunst en wetenschap wel degelijk een brug te slaan, waardoor iets als kunst- en cultuurfilosofie een bestaansrecht kan krijgen. Maar helaas voor Van der Schoot is die brug nu juist precies datgene dat hij zo verafschuwt: de Gulden Snede. Die koppelt namelijk iets rationeels als een getal aan iets gevoelsmatigs als schoonheid. Maar omdat niet alle ideale kunstwerken zouden voldoen aan deze regel, gooit hij met het badwater veel kinderen van de Gulden Snede uit het raam. Want deze regel zegt niet alleen iets over kunst, maar ook over natuurkunde, biologie en statistiek. En zelfs over de ideale verhouding tussen mensen onderling, zoals bijvoorbeeld bij een bedrijf: de verhouding van werknemer tot werkgever zou dezelfde moeten zijn als die van werkgever tot de gehele onderneming. Dat onze A4-tjes en beeldschermen niet aan die verhouding voldoen zegt niet zozeer dat die regel onzin is, maar eerder dat deze fundamentele wet door onze rationele benadering van de werkelijkheid is ondergesneeuwd.

Er zijn nu eenmaal wijsheden die zo diep in ons verankerd liggen dat velen zich er niet meer bewust van zijn, maar er toch uit gewoonte naar handelen. Een voorbeeld. In de aloude wetenschap van de astrologie wordt de planeet Venus beschouwd als heerseres over schoonheid (het teken Stier) en relaties (het teken Weegschaal). Wat blijkt? Kijk maar naar alle punten van de dierenriem waar Venus in de loop der tijd achter de Zon verdwijnt. Als je die met elkaar verbindt, ontstaat er een pentagram, een vijfpuntige ster. En wat kenmerkt de verhoudingen van de lijnstukken in een pentagram? De Gulden Snede! Waarbij ook vermeld mag worden dat het getal vijf centraal staat in de berekening ervan.

Toen mensen nog oplettend waren en fris om zich heen keken in plaats van de godganse dag half verdoofd naar computerschermen te staren, wisten ze al van deze brug tussen gevoel en verstand, tussen kunst en wetenschap. In onze rationele wereld zijn alle verhoudingen zoekgeraakt. Maar dat kan ook niet anders als je een eeuwen oude brug tussen gevoel en verstand voor lariekoek uitmaakt, in plaats van je diep te verwonderen over hoe zich in het mysterie van de natuur tijdloze wetten manifesteren. Het is opvallend dat in onze samenleving – zeker in de laatste jaren van het neoliberalisme – al het gevoel voor verhoudingen is zoekgeraakt, terwijl men ook de Gulden Snede uit het oog is verloren, niet meer toepast of zelfs de waarde ervan ontkent. Niet minder opvallend is het trouwens dat een cultuurfilosoof een dergelijk verband ontgaat.

Tien jaar rookvrij

Date 13 juni 2007

Vandaag is het tien jaar geleden dat ik stopte met roken. Op vrijdag de dertiende juni 1997 waren Vriend en ik in Pruttel op de Veluwe, waar we vaker onze vakanties doorbrachten. Het was avond en Vriend lag zoals gebruikelijk samen met zijn radio’tje in de hangmat, en ik zat in een luie stoel mijn laatste sigaretten te paffen. ‘Zullen we samen naar het Pruttelermeer gaan om mijn laatste sigaret te roken?’ vroeg ik hem nog. Maar dat zag hij niet zo zitten; waarschijnlijk vertrouwde hij er niet zo op dat dit de laatste sigaretten waren die ik in de komende tien jaar zou roken. Ik had het boek van Alan Carr gelezen, die me stevig op het hart had gedrukt dat de eerste sigaret die ik na het stoppen zou opsteken heel waarschijnlijk de eerste zou zijn in een reeks van tienduizend nieuwe sigaretten. Ik inhaleerde nog dieper dan ik al – ook door de hasj – gewend was en genoot extra van de laatste teugen. Ik had toch nog wat pakjes sigaretten over en die begroef ik onder de bomen achterin de ruime tuin. Zand erover.

De dagen erna behoren tot de meeste leerzame in mijn leven. Want na het roken van gemiddeld twee pakjes per dag snakte mijn lijf nu stevig naar die heerlijke rook en geur van tabak. En verlangde ik meer dan ooit naar die kick die je eigenlijk alleen maar met je allereerste sigaret beleeft, en die je daarna ondanks al je verwoede rookpogingen nooit meer zal ervaren. Mijn hartslag kelderde omlaag en ik moest mijn lijf voortdurend duidelijk maken dat niet hij, maar ik hier de baas was. Nu zou ik zeggen dat ik de identificatie met mijn lichaam los moest laten, er afstand van moest nemen om zo te leren dat ik niet mijn lichaam ben. Voor dat stoppen met roken was trouwens wel veel kauwgom nodig. En ook Vriend kreeg een van die dagen de wind van voren van me, want reken maar dat ik er nogal snel geïrriteerd van werd. En dat alles omdat ik bij de Rozenkruisers wilde, die als voorwaarde stelden dat je niet rookte, geen drugs gebruikte, vegetarisch leefde en dat soort dingen. De School van het Gouden Rozenkruis is inmiddels een door mij gepasseerd station, maar dat wil niet zeggen dat ik weer ben gaan roken, want ik heb tot vandaag de dag geen sigaret meer opgestoken.

Maar ook het niet-roken heeft zijn gevaarlijke kanten. En dan bedoel ik niet zozeer het feit dat mijn gebit door al die kauwgom een stevige knauw heeft gehad. Nee, ik doel op het radicaal neerkijken op mensen die nog roken door hen te benaderen als ongezond levende onbewuste primitievelingen. De haat die ex-rokers nog te vaak koesteren jegens mensen die roken. Demonstratief uit hun buurt blijven en kuchen. De betuttelende overheid die waarschuwingen op rookwaren laat drukken die ook nog leugens blijken te zijn. Want als roken echt dodelijk was leefde ik niet meer. Want is het niet een beetje hypocriet om enerzijds te waarschuwen voor longkanker en anderzijds er goed geld mee te verdienen en per jaar 21.000 Nederlanders te laten sterven aan een slecht milieu, zoals net vandaag is geopenbaard door de Wereldgezondheidsorganisatie? Wat niet wegneemt dat roken ongezond is. Mijn vader is in 1992 gestorven aan een longemfyseem en geloof me, het is een schrikbeeld voor me geworden om op zo’n manier te moeten sterven.

Uiteraard kon ik het tien jaar geleden niet nalaten om eens naar de stand van de sterren op die dag te kijken. Waarmee dan meestal bedoel wordt: de stand van de planeten, dus ook die van de te vaak onterecht onbeminde Saturnus. Die stond in de 19e graad van Ram. En waar stond die eigenlijk toen ik begon met roken? Dat moet eind 1968 zijn geweest, laten we zeggen een maand nadat ik zelfstandig was gaan wonen in het studentencentrum Uilenstede in Amstelveen. En waar stond Saturnus op 15 december van dat jaar? Precies! In de 19e graad van Ram! Ik had exact één hele zogenaamde Saturnuscyclus gerookt! Volgens de astroloog Koppejan betekent deze graad onder andere dat de mens zich boven zijn lagere persoonlijkheid moet verheffen, en geeft zij magische mogelijkheden om in de hoogste gebieden van de lucht door te dringen. Wellicht was het die behoefte aan magie die me eerst in 1968 liet roken en die me nu in 1997 daarmee liet stoppen omdat ik inmiddels andere wegen omhoog had gevonden.

Heerlijk land

Date 11 juni 2007

Elk jaar gaan we met mijn vriend de tandarts en zijn vrouw een lang weekend mee naar hun vakantiehuisje in een Feriendorf bij Frankenau. Van daaruit wordt vaak door de bergen gewandeld, en is het heerlijk genieten van de rust tussen de zwijgende berghellingen die elk rechtstreeks contact met de drukke buitenwereld verbreken en die je herinneren aan een verstilde wereld zonder elektrosmog. Maar we maken ook diverse tochtjes, zoals naar het Bachhaus in Eisenach, eten aan de boulevard van Bad Wildungen waar ik me altijd in Nice waan, met een bootje de Edersee oversteken, mijn hoogtevrees in een kabelbaan in Willingen overwinnen – juist door niet al te krampachtig, maar losjes in het gondeltje te gaan zitten.

Of ik al dan niet last heb van hoogtevrees hangt van mijn bui af. Soms ren ik enthousiast naar een hoge plek, om me daar aangekomen plotseling te realiseren dat ik dit eigenlijk doodeng vind. Zoals in Gadarwara in India in 1990, waar ik zo nodig wilde zien vanaf welke hoogte Osho in zijn jeugdjaren in het water sprong. Ontzettend hoog dus. In 1999 zweette ik het uit toen we in het slot Neuschwanstein bij Füssen ergens over een smalle brug moesten. Het is een mix van doodsangst en -verlangen. De zuigende en lokkende diepte, het verlangen naar een gewichtsloze val, het loslaten van het laatste houvast en contact met de zware materie verliezen. In mijn studententijd moest vaak de balkondeur van mijn kamer op de zevende verdieping op slot, en maakte ik de sleutel zoek tussen de rommel van mijn bureaula. Alex, mijn Duitse vriend die tegenover me ook op de zevende woonde, liet me in 1970 nadat ik wat lsd had gebruikt op zijn kamer met open balkondeur slapen, en dat is achteraf gezien een goede therapie gebleken. Als ik zelfs onder invloed van lsd niet van het balkon sprong…

Het afgelopen weekend waren we ook weer in Frankenau, zij het zonder Floor. Ook deze keer hebben we tussen de bergen gewandeld. We werden overvallen door onweer met slagregens, die van zulke harde rukwinden vergezeld gingen dat ik moeite had met ademhalen. Uiteindelijk liet Hein ons in de beschutting van een schuurtje achter om de auto te gaan halen, waarmee hij gelukkig al na een minuut of twintig ons op kwam halen, net toen met het wegtrekken van de regen het laatste deel van de Zesde van Beethoven in mijn hoofd begon te spelen. We hadden geen kledingstuk meer aan dat niet drijfnat was. Gelukkig hadden we überhaupt weinig kleren aan, want het waren warme dagen geweest. In een weilandje hadden we al een bezweken vrouw zien liggen, die door diverse hulp omgeven was, en op de weg naar Frankenau was een motorrijder verongelukt, misschien ook wel bevangen door de hitte.

Deze keer hebben we de Externsteine bij Horn-Bad Meinberg bezocht. Decennia geleden heeft mijn Wijze Tante deze heilige plek vaak bezocht om er spirituele bijeenkomsten te vieren. Van dat heilige, dat helende is weinig meer te proeven, waarschijnlijk door de toeristische exploitatie van deze plaats. Wel stond er nog een mens of twintig in concentrische cirkels onder een boom te mediteren. We klommen in enkele van de zeven stevige rotsformaties, die daar uit de bossen oprijzen. Bovenin was iets als een klein tempeltje waar een gat in de muur uitzicht geeft op de opkomende zonnewendezon, die dan op de ertegenover liggende muur wordt geprojecteerd. En beneden ontdekte Vriend naast in de rotsen uitgehouwen afbeeldingen een kleine ruimte die met zijn doopvont deed denken aan de cellen zoals we die ook zagen bij de Katharen in het dal van de Ariège, toen we daar in 2001 waren. We hebben een stukje verderop ook het Hermannsdenkmal bij Detmold bezocht: een grote megalomane groenkoperen Germaan op een voetstuk vanwaar je over het Teutoburger Wald en omringende plaatsen kunt uitkijken. Als herinnering aan een Romeinse nederlaag die daar ooit schijnt te hebben plaatsgevonden. Maar daarvoor moet je jezelf eerst 98 treden door een smal wenteltrappetje omhoog persen. Ik heb weer wat afgeklommen, nu op mijn nieuwe Easy Street sandalen, zaterdag gekocht bij de Deichmann in Frankenberg. Maar al dat geklim geeft me achteraf weer vertrouwen in mijn eigen hart. Zo zijn die minivakanties ook heel therapeutisch voor diverse fobieën.

Eigenlijk zou ik best in deze buurt willen wonen, met zijn uitgestrekte bossen. Al in 1965 fietste ik hier doorheen, met Roodborstje die het een leuk idee vond om eens vanaf Winterswijk naar de Harz te fietsen. En nu cirkelt onze reis om Paderborn heen, wat ik indertijd een verschrikkelijke stad vond en waar nu ergens een Second Life-vriendje woont waarmee ik de laatste tijd veel optrek. Laatst vertelde ik hem dat Duitsland voor mij het cultureel meest hoogstaande van Europa is. Soms moet ik daar wat hoogtevrees voor overwinnen, maar het blijft een heerlijk land.

Zomer

Date 27 mei 2007

Van de week met Vriend voor een concert naar Zutphen geweest, en daar heerlijk op een terrasje in de zon een pizza gegeten. Onder het genot van lambrusco en een goed gesprek. Ik hou van die zomerse sfeer, en genieten daarvan is het doel van het leven. Alle filosofie en religie, al het gepraat en gedenk is flauwekul. Gewoon terugkeren naar het paradijs en daar niet al te moeilijk over gaan doen. Er is echt niets meer dan het hier en nu. Zelfs het daar en toen is in het hier en nu, want waarom zou de plek en de tijd waarin mijn ikje zwerft reëler zijn dan andere werelden en het verleden of de toekomst? Het maakt weinig uit of ik nu van dit terrasje geniet of van mijn dromen of van het verleden, want al die dingen leven in mij, in het hier en nu waaraan niet te ontsnappen is. Vriend bestelt nog een tweede kan lambrusco, maar voor mij wordt dat te veel. Ik heb iets met dat lome luie genieten van Venus en met het dromerige mystieke versmelten van Neptunus…

Sinds een maand of twee heb ik een appartementje op Tamita Island, een van de eilanden van het gay resort Irukandji waar ik me echt thuis voel. Alleen de wekker moest ik nog gelijk zetten, want die liep nog op Pacific Time. Verder is het ideaal, met een echte whirlpool die ik graag laat stomen terwijl het water om me heen bubbelt. Ik kijk uit over de zee en de stranden waar het heerlijk toeven is en luister naar een enkele vogel in de verte. Ik hoef niet met strandstoelen of handdoeken te slepen als ik wil gaan zonnen, want dat ligt allemaal al klaar. En ’s nachts branden er fakkels op het strand als de maan boven de glinsterende golven tussen de sterren schijnt. Vaak nodig ik Peter uit, en dan kunnen we uren – al dan niet licht beneveld door de glazen wijn die we drinken – zitten te bomen over hoe we ontdekten dat we gay waren en hoe we dat aan onze ouders vertelden, over musicals, films, muziek en zelfs over zijn horoscoop. Hij weet zijn geboortetijd nog niet precies, maar volgens mij heeft hij een Tweelingen als ascendant. Want soms groet hij nauwelijks als hij arriveert, en begint hij wild in de zee heen en weer te zwemmen, terwijl ik hem even later bovenop de orka zie die altijd rond het eiland zwemt. Ik geniet van het plezier dat hij heeft. Hij produceert in Duitsland de musical Diana en daarover praat hij me soms de oren van het hoofd. Onlangs nam ik hem mee naar de openlucht-disco, waar we heerlijk hebben gedanst. Kortom: Tamita Island is een plek waar ik me helemaal thuis voel. Met veel leuke, aardige, relaxte gays. De Australische Xay Tomsen runt dat allemaal, heeft me er geïntroduceerd en was zelf dj toen ik er voor het eerst in de Lava-disco danste met Keppel en Fringe en hij heeft onlangs nieuwe verrassingen in mijn slaapkamer gestopt.

Zomer 1978. Alex heeft een mooie erfenis gehad en met zijn daarvan aangeschafte rode Alfa rijden we zonder bestemming naar het zuiden. We belanden in Saint-Tropez, weten een caravan te huren in de bossen ten zuiden van het havenstadje en draaien continu Etude Opus 25 nr. 1 van Chopin. Alex raakt verliefd op deze plek en het worden drukke weken omdat hij besluit twee appartementjes van het complex Super-Eden te kopen zodat we druk bezig zijn met van alles te regelen, van meubels tot elektriciteit. ’s Avonds zitten we op het balkon uit te kijken over de bossen in de verte en vertellen we elkaar over alle dieren die we in de kruinen van de bomen in de schemering ontwaren. Een jaar later ga ik er opnieuw heen. Alleen. Bloot in rode tuinbroek slenter ik langs de kades en door de smalle straatjes. In een donker hoekje bij de Crédit Lyonnais zingen twee jongens Brain Damage van Pink Floyd. Nippend aan de Ricard geniet ik van de Flagada Stompers die heuse dixieland en soms zelfs de Creole Love Call spelen. Of van Stefan – ook in tuinbroek – die liedjes van Donovan zingt. Ik heb een paar maanden geleden Bhagwan ontdekt en ben continu in een soort trance, waarin steeds weer nieuwe liedjes in mijn hoofd spelen, die ik allemaal moet opschrijven. Op de Rue Allard raak ik helemaal stil van een mooie jongen met alleen een hesje over zijn bovenlijf. 7 augustus wordt een heel bijzondere nacht. Dan valt ’s avonds laat de elektriciteit uit en doven alle lichten. Van de lantaarns, terrassen en winkeltjes op de kade, van de reclames en achter de ramen van de huizen met hun houten luiken. Opeens is alles gehuld in het licht van de volle maan, van boten, en van een paar passerende motoren en auto’s. Als ik in de zwoele nacht terugwandel lijkt de volle maan me op sleeptouw te nemen en raak ik helemaal in een zomerse extase van gelukzaligheid. Achter de maan aan zwevend vergeet ik bijna linksaf te slaan naar de Chemin des Amoureux met haar krekelgeschal. Verliefd ben ik! Op de maan, op de warme zomerse nachtelijke wereld, op mezelf… Ik snap nog steeds niet dat ik toen niet verlicht ben geraakt. Maar ja, een ik zal dat waarschijnlijk nooit snappen.

Luieren, nietsdoen, lanterfanten. Op het strand bakken in de zon, slenteren langs de waterlijn met schelpjes tussen je tenen. Wat is er méér te doen dan gewoon van dit moment te genieten van wat er is? Gisteren zaten we opnieuw op het terrasje, dit maal in Zandwijk. Kasteelbier voor hem, Hertog Jan voor mij. Enkele minuten later gevolgd door een warme geitenkaassalade, met stukjes walnoot en zonnepitten. Is er echt méér in het leven? Méér dan Venus en Neptunus? Dan genieten van dromen en dromen van genieten? Vriend maakte mij er onlangs attent op dat Neptunus een hoger octaaf is van Venus. Ik verwelkom Venus dan ook graag om me door haar te laten vervoeren naar de wereld van Neptunus waar alles weer één wordt. Ik verwelkom de zomer.

Geen wortel, geen boom

Date 22 mei 2007

In de Nieuwegeppeler Courant de GONG las ik hoe een kapvergunning is aangevraagd voor 131 bomen. Aan het eind van de Pilssteeg, een mooi bosgebied dat grenst aan de hei. Ja, daar wil iedereen wel wonen. En tja, het is een plek waar bijna niemand komt, hooguit een eenzame wandelaar. Misschien zie je er straks niks meer van, is er alleen met Google Earth een gat in het bos te zien. Maar toch knaagt bijna ongemerkt teveel nieuwbouw het groene, bossige karakter van Oldegeppel langzaam en stilletjes kapot. Dreigt Oldegeppel aan zijn eigen succes ten onder te gaan. En zolang er steeds meer mensen bij komen moet er gebouwd worden, dat is een opdracht die de gemeentes van bovenaf krijgen opgelegd. En daarmee ben ik het ronduit oneens. Omdat je – net als met het aanleggen van meer asfalt – het probleem niet bij de wortels aanpakt en eigenlijk een signaal zou moeten afgeven dat het steeds meer een gezwel is dat onheilspellende proporties begint aan te nemen. Er wonen gewoon veel te veel mensen op een te klein oppervlak, iets waarover bij De Club van Tien Miljoen veel te lezen is. En hoe meer je mensen samenpakt, hoe neurotischer en agressiever ze worden.

Van 1987 tot 2001 woonde ik in Amsterdam Buitenveldert, en ik heb gezien hoe deze rustige, groene en geliefde wijk geleidelijk verpest werd. De ontwikkeling van de Zuidas met het hectische station RAI en de afslagen van de ringweg, de aanleg van de sneltram en het verlengen van lijn 16 naar het VU medisch centrum waarvan de inhoud inmiddels ook verveelvoudigd is, en last but not least de herontwikkeling van het gezellige Gelderlandplein in de jaren negentig. Een notenbar of een boekwinkel is er niet meer te vinden, want alleen dure kleding- en meubelzaken kunnen de huur betalen en tot vandaag de dag hangt er een kille, doodse sfeer die extra geaccentueerd wordt door de kale steenvlakte buiten waarop je tevergeefs een terrasje of een markt of een fontein met bankjes zult zoeken. En dat geheel heet nu heel creatief het Groot Gelderlandplein, onder welke megalomane naam een hart van een woonwijk binnen enkele jaren ontmenselijkt is. Maar ook de rest van de wijk is er niet beter op geworden en ook in Buitenveldert heb ik geprotesteerd tegen het kappen van bomen. Wat was ik verliefd en blij toen ik er kwam wonen, en wat was ik opgelucht en blij toen ik naar Oldegeppel kon verhuizen, wegvluchten van onder de wolken van fijnstof en elektrosmog!

De afgelopen week heeft de lokale Historische Kring het boek Groeten uit Mooi Oldegeppel gepresenteerd. Met afbeeldingen van ansichtkaarten waarop je ziet hoe het dorp er vroeger uitzag. Die ook allemaal, samen met nog veel meer andere kaarten, op een dvd zijn bijgevoegd. En dat alles bekijkend zie je hoe het dorp in een eeuw tijd veel meer van karakter is veranderd dan je denkt. Het lijken steeds maar kleine beetjes ontbossing en verstening, maar waar is het bos gebleven waar ik als kleuter langsliep naar het schooltje dat inmiddels is afgebroken? Waar zijn de akkers en korenvelden achter het huis waar ik geboren ben? Waarom mag wat mooi is niet gewoon mooi blijven, maar moet het geëxploiteerd, uitgebuit worden? Dreigt Oldegeppel niet een doorsneedorp te worden, net zoals Buitenveldert tot een alledaagse buitenwijk is verworden? Ook een mooi dorp is een kunstwerk en dient op eenzelfde wijze beschermd te worden. We hebben dan ook gelukkig in het centrum een beschermd dorpsgezicht, maar het zou mooi zijn als dat niet tot alleen het gezicht van Oldegeppel beperkt bleef!

Wat mooi en leefbaar is, en daarom gezond, moet in stand worden gehouden. De verleiding om van je eigen succes te profiteren is groot, maar als je alle appels opeet die van de boom vallen heb je straks helemaal geen boom meer. In andere woorden: als we de problemen niet bij de wortels aanpakken, houden we straks geen bomen meer over.

Uit de droom

Date 18 mei 2007

Het waren even drukke weken. Zo hebben we het afgelopen weekend in het Belgische Landhuis van mijn Wijze Tante een dag gewijd aan Eckhart Tolle. Net als de maand ervoor toen het over Al Gore en het klimaat ging, kwam ik mezelf tegen als leider van de bijeenkomst, iets wat ik eigenlijk nog nooit eerder had gedaan. Daar heb ik lol in: dingen voor het eerst doen, totaal zonder ervaring, en dan overkomen alsof ik al jaren niets anders doe. Zoals ik een paar jaar geleden opeens met een jarige Gordon in de studio zat en hem luchtig wat over zijn horoscoop vertelde: ‘Dat doe je zeker vaak hè?’ ‘Nou, eh… het was de eerste keer hoor!’ Soms doe je dingen beter juist omdat je er geen ervaring mee hebt, zoals je ook dingen kunt verpesten juist omdat je ze wel vaker hebt gedaan. Want zo werkt het: in nieuwe, onverwachte situaties ben je gedwongen om creatief te zijn, kun je niet meer alles bedenken omdat je daar geen tijd voor hebt. En als je ergens ervaring mee hebt, wordt wat je doet voor je het weet herhaling, een ingesleten patroon dat geen ziel meer heeft.

Zo was er eergisteravond een nogal hectische raadsvergadering. Mijn amendement om geen UMTS te plaatsen in de nieuw te bouwen Oldegeppelermeent heeft het met 8 tegen 5 gehaald! Ja, dank u. Maar de Parmantige Wethouder gaf geen antwoord op een vraag van mij en toen ik daarop aandrong antwoordde hij geen helder antwoord te kúnnen geven. ‘Dat is een helder antwoord,’ liet ik weten, hem enigszins in verwarring achterlatend. Fractiegenootje Rob (2,21 m) heeft dat ook, een gevoel voor relativerende humor waar diverse serieuzeriken niet tegen bestand zijn. Humor! Ik vertelde hem dat ik de raadsstukken altijd op bed lig te lezen. ‘O, vandaar dat je zo dromerig overkomt!’ gaat hij – tsjak – eroverheen. Zonder Fractiegenootje Rob (2,21) zou het een stuk saaier worden in de raad. Soms kan je putten uit andere werelden. Creativiteit, intuïtie heeft te maken met het contact dat je met die andere werelden kan maken.

Laten we voor het gemak stellen dat er drie werelden zijn: een doe-wereld, een droomwereld en een denkwereld. Laten we ons die voorstellen als echt bestaand, elkaar doordringend. Zo heb ik het althans van esoterici begrepen, en daar kan ik me wel wat bij voorstellen. Een astrale droomwereld die, net als een elektromagnetisch veld, alles doordringt en overal aanwezig is. Een mentale denkwereld die nóg fijnstoffelijker is en zowel het astrale als het materiële omvat. Denk aan iets als morfogenetische of Akasha-velden. Als we krampachtig hechten aan ons fysieke bestaan, dan verliezen we contact met de droom- en denkwereld. Dan scheiden we ons af van de bron, die altijd in het hogere ligt. Het fysieke is een concretisering van het astrale, van gevoelens en wensen. Die zijn op zich weer een maaksel van het mentale, van gedachten. Zo is het Woord uiteindelijk vlees geworden, is het fysieke lichaam niets anders dan gestolde Geest. Maar wellicht zou ik nu dit abstracte betoog moeten stoppen om terug te keren naar het Belgische Landhuis, naar de gemeenteraad, naar de werkelijkheid…

Lastig hoor! Want was is nu de werkelijkheid? Waarom zou de droom- of denkwereld minder echt zijn dan de fysieke realiteit? Als ik droom of denk ben ik inderdaad ‘niet van deze wereld’, maar zit in die uitspraak niet al het oordeel dat ‘deze wereld’ beter of reëler is dan die andere? We zijn toch in deze wereld geworpen met de opdracht om het paradijs weer terug te vinden? Waarom doen al die mensen dan zo moeilijk als ik droom en fantaseer? Eigenlijk is de droomwereld reëler dan de fysieke wereld, en is dat voor de gedachtewereld nog veel meer het geval! Ik bedoel: we dromen van onsterfelijkheid en daar is niks mis mee omdat we dat in feite ook zijn. En in de abstracte denkwereld komen we Plato tegen met zijn onveranderlijke en daarom waarheidsbevattende ideeën.

Ik schijn niet weg te branden te zijn uit de wereld van sprookjes en fantasieën – ik las dat gisteren nog in mijn eigen kinderhoroscoop. Dat heeft ook te maken met het Schotse Findhorn waar Eckhart Tolle een retraite hield. Met uit datzelfde land de Incredible String Band, die al in 1968 zong over de verlichte Douglas Harding. Met de bomen en het groen waarvoor ik zo vecht in de gemeenteraad, alsof mijn leven afhangt van het in stand houden van een sprookjeswoud. Nee, ik sta net stevig genoeg in deze grofstoffelijke wereld om erin te kunnen functioneren, maar vraag me niet om die belangrijker te vinden dan mijn droomwereld. Laat ik je uit de droom helpen: dat had je dan gedroomd!